Bijlage 2 Arnhemseweg 74c_toelichting__86852__.pdf
Tekst van het document
Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c Bestemmingsplan
Toelichting
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
Datum Opdrachtgever Auteur Telefoonnummer E-mailadres IMRO-nummer Status
17 februari 2023
: 17 februari 2023 : De heer W. Wahle : Thomas van der Zande / George Beentjes : 06 - 54385588 : g.beentjes@visserenvandam.nl : NL.IMRO.0327.262-0301 : Ontwerp 1.0
2
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Inhoudsopgave
1
2
Inleiding ............................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding ..................................................................................................................... 5
1.2
Locatie .......................................................................................................................... 5
1.3
Planbeschrijving............................................................................................................. 6
1.4
Planologische situatie ................................................................................................... 14
Ruimtelijk beleid ................................................................................................................. 16 2.1
Rijksbeleid ................................................................................................................... 16
2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................. 16 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)..................................................... 17 2.1.3 Ladder duurzame verstedelijking ................................................................................. 17 2.2
Provinciaal beleid ......................................................................................................... 17
2.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht (2020)...................................................................... 17 2.2.2 Interim Omgevingsverordening (2021) ......................................................................... 20 In paragraaf 3.9 wordt nader ingegaan op het aspect water. .................................................. 23 2.3
Gemeentelijk beleid ..................................................................................................... 23
2.3.1
Omgevingsvisie Landelijk Gebied gemeente Leusden, Kwaliteit en vitaliteit voorop ... 23
2.3.2.Woonvisie .................................................................................................................. 25 2.3.3 Welstandsnota 2018 ................................................................................................... 26 2.3.4 Duurzaamheid ............................................................................................................ 26 3
4
Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 28 3.1
Verkeer en parkeren..................................................................................................... 28
3.2
Geluid ......................................................................................................................... 28
3.3
Externe veiligheid......................................................................................................... 29
3.4
Milieuzonering............................................................................................................. 30
3.5
Luchtkwaliteit .............................................................................................................. 32
3.6
Ecologie....................................................................................................................... 32
3.7
Archeologie en cultuurhistorie ...................................................................................... 34
3.8
Bodemkwaliteit............................................................................................................ 35
3.9
Waterhuishouding........................................................................................................ 36
3.10
Besluit milieueffectrapportage ...................................................................................... 38
Uitvoerbaarheid.................................................................................................................. 39 4.1
Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................... 39 3
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
4.2
Vooroverleg................................................................................................................. 39
4.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid................................................................................. 39
5
Juridische regeling .............................................................................................................. 40
6
Conclusie............................................................................................................................ 42
Bijlagen
I. II. III.
Erfinrichtingsplan Arnhemseweg 74b/c, Mooisticht, februari 2021 Quick scan Ecologie Arnhemseweg 74b Leusden Els & Linde B.V., 27 april 2021 Verkennend bodemonderzoek Arnhemseweg 74b te Leusden, Landview, 20 april 2021
4
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Arnhemseweg 74b/c bevindt zich een bedrijfsperceel, voorheen in gebruik als paardenpension. De wens bestaat enkele overbodige en storende bebouwing en paardenbak te verwijderen en er één woning plus centraal bijgebouw voor terug te realiseren. De reeds aanwezige bedrijfswoning blijft bestaan en wordt in gebruik genomen als reguliere woning. Er is sprake van een stedenbouwkundig, landschappelijk en ruimtelijk gewenst initiatief. Het initiatief is wel in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om die reden wordt het bestemmingsplan herzien. Dit document vormt de toelichting, het bestemmingsplan bestaat verder nog uit een verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt hierna de locatie beschreven en wordt het initiatief evenals het bestemmingsplan toegelicht. In hoofdstuk 2 wordt het relevante beleid behandeld en in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die voor de ontwikkeling aan de orde zijn. Hoofdstuk 4 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid en hoofdstuk 5 op de juridische regeling.
1.2 Locatie Het plangebied is gelegen aan de Arnhemseweg 74b/c, gelegen even ten zuiden van het dorp Leusden (gemeente Leusden) en even ten westen van de N226.
(ligging plangebied bij blauwe ster)
5
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Ligging plangebied, ingezoomd
1.3 Planbeschrijving Bestaande situatie Het pplangebied bevindt zich op de flank van de Utrechtse Heuvelrug, grenzend aan de Gelderse vallei, ligt een gordel van dekzand. Eeuwenlang zorgde smeltende sneeuwmassa's in het voorjaar dat het dekzand werd opgenomen en in de lagere delen weer werd afgezet. Vervolgens had de wind vrij spel en zorgde voor nog meer verplaatsingen van het dekzand. Hierdoor zijn er vele welvingen en dekzandruggen in de ondergrond terug te vinden. De strook 't Heetveld, Leusbroek, Zuurbroek en Hamerveld was eeuwenlang een moerassig gebied. De beken vanuit de Gelderse Vallei en van de Utrechtse Heuvelrug stroomden naar dit lage gebied, wat niet voldoende capaciteit had om al het water af te voeren. Hierdoor heeft veenvorming plaatsgevonden. Dit is nog steeds (deels) terug te vinden in de ondergrond. In de twaalfde eeuw heeft men het gebied in een aantal delen systematisch ontgonnen. Toen omstreeks 1750 de Liniedijk als onderdeel van de Grebbelinie werd aangelegd, blokkeerde dat de afstroming van de oostelijk gelegen beken. Hierdoor werd het gebied nog natter. De aanleg van het Valleikanaal heeft de waterhuishouding van de Gelderse Vallei ingrijpend verbeterd. Het plangebied ligt in een bijzondere driehoekvormige restontginning. De locatie ligt oorspronkelijk aan de achterkade van de ontginning 't Heetveld.
't Heetveld werd vanaf de Heetvelderweg en Treekerweg in oostelijke richting ontgonnen en waterde af naar de Grift. Vanaf het punt waar de Grift de Lunterse beek (later Heiligerbergerbeek geheten) kruist, stroomt het water via de Heiligerbergerbeek richting Amersfoort. De Heiligerbergerbeek doorkruist 't Heetveld, waardoor er een stuk restontginning is ontstaat tussen de beek en de ontginning van Leusderbroek. Het maaiveld van het plangebied loopt af richting de beek. De strokenverkaveling van de restontginning is minder strak dan aan de overzijde van de beek. Dit kan vanwege de iets hogere ligging en andere samenstelling van de bodem. De locatie wordt ontsloten via de zijkade van het Leusderbroek, welke in noord-zuid richting ontgonnen is. Langs deze kade is van oudsher laanbeplanting aanwezig.
6
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Kwaliteiten van het landschap Binnen de gebiedskatern 'Gelderse Vallei' behoort de locatie tot het deelgebied 'Stroken'. In essentie is dit een halfopen landschap van langgerekte ruimten (overwegend grasland), omzoomd door beplante wegen en kavelgrenzen. Tussen de kavels onderling zit veel variatie in grootte en in lengtebreedte verhoudingen. De opgaande beplanting bestaat uit een afwisseling van bomenrijen, knotbomen, houtsingels en bospercelen. Langs wegen staat doorgaans beplanting en de griften lopen als rechte lijnen door het landschap. Erven, met afwisselend oude en nieuwe bebouwing door elkaar, liggen in open linten verscholen in het groen. Het perceel Arnhemseweg 74C in Leusden bestaat uit drie kadastrale percelen die kadastraal bekend zijn als Leusden, sectie K, nummers 379, 380 en 464 en wordt hierna aangehaald als “het plangebied”. Het plangebied is in totaal 25.795 m2 groot, oftewel ruim 2,5 hectare. Binnen het plangebied bevinden zich een woonhuis met zwembad, diverse bedrijfsopstallen met parkeervoorziening, bouwwerken ten behoeve van de ruitersport en graslanden. Het plangebied heeft lang dienst gedaan als Paardenpension Stal vdv Leusden-Dijkxhoorn en voor de huisvesting van enkele bedrijven (kantoorfunctie), dat terug te zien is in de huidige terreininrichting.
Het plangebied is landelijk gelegen binnen de Gelderse Vallei en ten zuiden van de kern Leusden, aan een doodlopende weg die van de Arnhemseweg (N226) aftakt. Het plangebied wordt op een natuurlijke wijze aan de westkant begrensd door de Heiligenbergerbeek, die in noord-zuidelijke richting langs de perceelgrens loopt. In figuur 1 is de situatie vanuit een luchtfoto weergegeven.
7
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
In figuur 2 zijn de opstallen binnen het plangebied gemarkeerd. In geel zijn het woonhuis en zwembad aangegeven. In rood de bedrijfsopstallen. In blauw de opstallen voor de paardrijactiviteiten, zoals de stapmolen en paardrijbak. Verder is een groot deel van het perceel 380 voorzien van oppervlakteverharding, parkeervoorzieningen en een groene omzoming. Een groot deel van de opstallen is omstreeks 1998 opgericht en de opstallen bevinden zich in een goede staat. Het woonhuis is rond 1974 gerealiseerd en wordt thans door de initiatiefnemers vernieuwd.
In onderstaande figuur is de situatietekening weergegeven die bij de beschikking van B&W van Leusden van 3 maart 1998 hoort. Uitgaande van deze situatietekening zijn de oppervlakten van de opstallen in de tabel daarna ingeschat:
8
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Plandeel Woning Zwembad inclusief terras en technische ruimte Loods 1 Loods 2 Stapmolen Longeerterrein + uitloop Paardenbak Paddocks Totaal (exclusief verharding)
Oppervlakte 160 m2 160 m2 465 m2 515 m2 380 m2 600 m2 684 m2 1.600 m2 4.564 m2
Behoudens de bedrijfswoning en zwembad, geven de verschillende elementen een verrommelde aanblik, zie ook navolgende foto’s. . Er valt hier een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te behalen. De volgende kansen kunnen worden onderscheiden: • Het gebruik maken/versterken van het micro reliëf in de weilanden. Een hoger en droger gedeelte en een lager en natter gedeelte • Het aanleggen van natuurvriendelijke oever langs sloten • Het slopen van de voormalige bedrijfsgebouwen • Het verwijderen van de wallen, die het voormalig gebruik van de manege accentueren. De wallen die de kavelrichting ondersteunen kunnen, ten behoeve van behoud van de bestaande bomen, wel behouden blijven • Het versterken van de gevarieerde kleinschaligheid
9
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Nieuwe situatie Het plangebied heeft niet langer een bedrijfsmatige functie. De initiatiefnemers willen graag het perceel transformeren naar een woonfunctie met hobbymatige agrarische activiteiten, zoals het exploiteren van een kleine boomgaard en het houden van een kleine hoeveelheid vee voor de natuurlijke begrazing van de graslanden. Ook hebben de initiatiefnemers de wens om zoveel mogelijk van de oorspronkelijke landschappelijke structuren weer goed in beeld te krijgen. De transformatie heeft daarmee niet alleen een positief effect op het landschap, maar ook op de overige ruimtelijke kwaliteit. De woonfunctie zorgt voor minder verkeersstromen en de sanering van een paardenhouderij draagt bij aan versterking van de natuur, omdat gemiddeld genomen een paardenhouderij voor een hoge stikstofbelasting zorgt in de directe omgeving. In ruil voor de sanering van de bedrijfsmatige functie en verwijdering van de opstallen wordt een tweede woning op het perceel op een zorgvuldige wijze ingepast. Om die zorgvuldige inpassing mogelijk te maken, is gebruik gemaakt van de expertise van de Ervenconsulent van Mooi Sticht, die een inrichtingsplan heeft opgesteld, als bijlage toegevoegd. Zie onderstaande afbeelding voor het resultaat. In het landschapsinrichtingsplan zijn de volgende randvoorwaarden geformuleerd:
Landschap • Verwijder paardenrijbak, paddocks en longeerruimte met de daarbij behorende grondwal voor het maken van een hoogstamboomgaard en/of weiland • Bespaar waar mogelijk de bestaande (solitaire) bomen. Verwijder, indien mogelijk, de aarden wal en onderbeplanting om het uitzicht op het achterland te behouden/versterken • Behoud de afwisselende kavelrandbeplanting aan de noordzijde van de kavel • Versterk het erfsilhouet van bebouwing en beplanting • Geef aandacht aan de enscenering vanuit de verschillende richtingen met voortoneel, middentafereel en achtergrond 10
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
•
17 februari 2023
Geleidelijke overgang naar het landschap versterken met helder afgebakende gebiedseigen eenheden
Erfensemble • Maak een compact ensemble van de woningen en bijgebouwen • Cluster de bijgebouwen van beide woningen tot één volume, zodat er variatie ontstaat in de grootte • Dit grote gebouw heeft een schuurachtig karakter en heeft een belangrijke rol binnen het ensemble. Enerzijds zorgt het voor verbinding binnen het ensemble; het ensemble blijf hierdoor compact. Anderzijds zorgt het gebouw voor privacy voor beide woningen. Door de plaatsing oriënteren de woningen zich op een andere wijze/richting op het landschap • De hoofdrichting van het ensemble is gelijk aan de ontginningsrichting. Kleinere gebouwen kunnen haaks hierop staan, zodat het ensemble compact en 'afgerond' wordt • Verwijder het tweede toegangspad. De inrit naar de weide blijft gehandhaafd voor mogelijk landbouwverkeer • Het erfsilhouet bestaat uit een afwisseling van beplanting en bebouwing. Daarbij is de beplanting typerend en beeldbepalend voor het ensemble. Moderne inrichtingselementen van de tuinen zijn daaraan ondergeschikt • Parkeren aan de noordzijde van het terrein, als onderdeel van de kavelrandbeplanting Gebouwen • Elk gebouw heeft zijn eigen landschappelijke kwaliteit en eigen woonkwaliteit door de oriëntatie op de verschillende landschappelijke ruimtes om het erf heen.
Tegelijkertijd staat bij het ontwerp de eenheid van het ensemble, waarin de nieuwe gebouwen de rol spelen van bijgebouwen bij het hoofdgebouw voorop • Dit wordt ondersteund door de architectuur: De gebouwen zijn stoer en schuurachtig, ook in hun detaillering • Enkelvoudige massavorm en met zadeldak; geen dakkapellen of andere toevoegingen • Materialen: baksteen, hout; toepassing van gedekte kleuren. Er kan ook aansluiting gezocht worden bij de kenmerken van de boerderij en de oorspronkelijke schuur Inrichting, beplanting en ecologie • Passend materiaal- en kleurgebruik • Type verharding past bij het erf (grind, gebakken klinkers) • Boomgaard bestaat uit hoogstamfruit en notenbomen, bij voorkeur met bloemrijk grasland. Neem de bestaande solitare bomen zoveel mogelijk op in de boomgaard • Omkader de boomgaard met een landschapshaag of struweel. • Weiland wordt landschappelijk ingericht met kruiden- en faunarijk grasland • Gebruik gebiedseigen beplanting, bij voorkeur van biologische, autochtone afkomst • Bij voorkeur een natuurlijke zwemvijver in plaats van een zwembad. Een poel/natuurlijke zwemvijver heeft ecologische waarde • Al het regenwater wordt zoveel mogelijk inpandig hergebruikt, zodat er zo min mogelijk regenwater moet worden afgevoerd. • Natuurlijke, groene kruidenrijke grasoevers, al dan niet verstevigd met wilgentenen. Gebruik geen (hoge) beschoeiingen 11
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
•
17 februari 2023
Duurzaam bouwen is meer dan alleen energiegebruik: bouw natuurinclusief door bijvoorbeeld voorzieningen voor vleermuizen, zwaluwen en andere vogels en zoogdieren mee te nemen in het ontwerp
Inrichting plangebied Het plangebied wordt na verwijdering van de bestaande bedrijfsmatige opstallen en paardenvoorzieningen opnieuw ingericht voor de twee woningen en de hierbij behorende tuinen en parkeergelegenheid. Bij de woningen en ook voor de hobbymatige agrarische activiteit is in de bouw van een centraal gelegen bijgebouw voorzien, waarin alle functies zijn opgenomen. Voor de hobbymatige agrarische activiteiten wordt tevens een kleine boomgaard ingepast. Deze is overigens op basis van het huidige bestemmingsplan al mogelijk. De nieuwe woningen met bijbehorende bouwwerken zijn geclusterd binnen een erfprincipe. Hierdoor lijkt het ensemble organisch te zijn gevormd. Uitgangspunt voor dit erfinrichtingsprincipe is uiteraard het landschap, maar ook het creëren van een fijne woonomgeving. Beide woningen hebben een oriëntatie op een eigen woonomgeving zodat een grote mate van rust en privacy mogelijk is. De bewoners delen de toegang, het bijgebouw en de parkeergelegenheid. Randvoorwaarden Borging van de uitvoering van voornoemde randvoorwaarden uit het inrichtingsplan gebeurt via een koppeling in de planregels. Ruimtelijke kwaliteit Met het inrichtingsplan voldoen initiatiefnemers aan de belangrijkste voorwaarde voor de realisatie van een nieuwe woning na sanering van een voormalige bedrijfslocatie in het landelijke gebied; de ruimtelijke kwaliteit moet per saldo toenemen.
Hiervoor is aangegeven dat de toename van de ruimtelijke kwaliteit niet alleen door sanering van een bedrijfsfunctie zal plaatsvinden. Ook zal aanzienlijk minder erfbebouwing worden gerealiseerd. Uitgaande van het inrichtingsplan zal ruim 3.600 m2 aan bebouwing en voorzieningen worden gesaneerd. In onderstaande tabel zijn de nieuwe oppervlakten op basis van het inrichtingsplan weergeven. P landeel Bestaande woning (erf totaal 1.770 m2 )
O ppervlakte 160 m2
Zwembad inclusief terras en technische ruimte Nieuwe woning (erf totaal 888 m2 ) Bijgebouw deel bij bestaande woning
160 m2 80 m2 150 m2
Bijgebouw deel bij nieuwe woning
50 m2
Totaal (exclusief verharding)
6 1 0 m2
Motivering bebouwingsregeling In het plan is voorzien in voldoende ruimte voor opslag en de hobbymatige agrarische activiteiten. Hierbij is voor de toedeling van ruimte onderscheid gemaakt in de behoefte en het gebruik. De initiatiefnemers betrekken de bestaande woning en zullen de hobbymatige agrarische activiteit exploiteren. De hobbymatige agrarische activiteit vraagt om ruimte voor vee, het stallen van materieel en het opslaan van goederen, zoals hooi en stro. 150 m2 van het bijgebouw is daarom 12
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
bestemd voor de bestaande woning. Deze oppervlakte is ook gerelateerd aan wat de wetgever als een gebruikelijke oppervlakte ziet voor bijgebouwen bij woningen met een groot erf. Voor woningen met erven groter dan 900 m 2 mogen namelijk vergunningsvrij bijgebouwen van 150 m 2 worden opgericht. Het erf van de bestaande woning is in deze situatie 1.770 m 2 groot. Daarnaast wordt vanuit het bijgebouw ruim 2 hectare grasland en 2.070 m 2 boomgaard beheerd. Deze functies rechtvaardigen een groot bijgebouw. Voor de grootte van het erf voor de bestaande en de nieuwe woning in de nieuwe situatie is overigens aansluiting gezocht bij het beleid van de gemeente. Per woning wordt in de regel maximaal 800 m2 woonbestemming toegestaan. Het erf is in de bestaande situatie echter reeds al over een grotere oppervlakte als erf ingericht, inclusief zwembad met technische ruimte. In planologisch opzicht zal onderscheid worden gemaakt tussen de woonfunctie, een verkeersfunctie en een agrarische functie om binnen de beleidsregels van de gemeente te blijven. De woonbestemming is in totaal 1.600 m2 groot. Daarnaast wordt er een verkeersbestemming gerealiseerd om de ontsluiting van de nieuwe woningen te realiseren 1. Alles buiten de woonbestemming en de verkeersbestemming wordt bestemd als Agrarisch met waarden.
Om gebruik als tuin behorende bij de woningen mogelijk te maken krijgt een deel van het perceel de functieaanduiding ‘tuin’. De boomgaard krijgt een functieaanduiding ‘boomgaard’. Een groot deel van het erf van de nieuwe woning ligt naast of voor de voorgevel, zodat dit niet tot het achtererfgebied behoort. Het is echter vanuit het erfinrichtingsprincipe wenselijk om het bijgebouw te integreren in het bijgebouw van de bestaande woning. Om die reden wordt in het bestemmingsplan een aanduidingsvlak opgenomen voor het oprichten van een bijgebouw voor de voorgevel. In het bestemmingsplan wordt ook vastgelegd dat achter en naast de nieuwe woning geen extra erfbebouwing kan worden gebouwd. Het bestaande zwembad met terras en technische ruimte wordt in het bestemmingsplan positief bestemd als bestaande functies. Vergroting of verandering van het zwembad wordt niet mogelijk gemaakt. Voor de technische wordt een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 5 meter opgenomen. Deze hoogtes zijn bij de gemeente bekende maten voor een bijgebouw en derhalve gekozen zodat er nog steeds voldoende mogelijkheden zijn om met het ontwerp te voldoen aan het landelijke karakter zoals wordt beoogd met het inrichtingsplan. Bovendien is het bijgebouw terugliggend ten opzichte van de woning aan de weg en daarmee duidelijk ondergeschikt.
Voor de westelijke woning is gekozen voor een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 9 meter. Dit zijn redelijke maten voor een hoofdgebouw binnen de gemeente, zoals ook blijkt uit de hoogtes voor de woning aan de weg. Binnen het plan Langesteeg 6 zijn zelfs grotere hoogtes opgenomen voor de twee woningen die hier zijn mogelijk gemaakt: 6 meter goot en 10 meter bouwhoogte. Doordat de westelijke woning verder naar achteren ligt en kleiner in oppervlakte is dan de woning aan de weg zal visueel het gebouw nog steeds ondergeschikt zijn aan de woning aan de weg, zoals met het inrichtingsplan wordt beoogd. De bepaalde goot- en nokhoogte geven afdoende creatieve ruimte om te voldoen aan het stoere en schuurachtige karakter zoals omschreven door MooiSticht in het inrichtingsplan. Het bijgebouw tussen de hoofdwoning en de tweede woning zal worden uitgevoerd als kapschuur waarmee de verbinding ontstaat tussen de dominante hoofdwoning en de kleinere tweede woning. Door de gestelde bouwhoogtes zal de tweede woning beter passen binnen het 1 Dit is conform de wijze van bestemmen bij bestemmingsplan
Langesteeg 6. 13
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
samengestelde erfensemble waarbij alsnog zal duidelijk blijken dat de bestaande woning dominant is en er een logische samenstelling ontstaat.
1.4 Planologische situatie Voor de gronden van de percelen geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009, dat door de gemeenteraad op 2 april 2009’ is vastgesteld en door het college van gedeputeerde staten is goedgekeurd op 8 december 2009. Volgens het bestemmingsplan zijn de gronden van de percelen aangewezen voor de bestemming ‘Bedrijven’ en ‘Agrarisch met landschapswaarden’. Volgens de plankaart bij het bestemmingsplan gelden op de voor bedrijven bestemde percelen de aanduiding ‘3.4’. Volgens artikel 14 van de planregels zijn de gronden van het perceel, inclusief een groot gedeelte van het perceel nummer 380, bestemd voor caravanstalling/opslag. Op het perceel mag – naast de oppervlakte bestemd voor bedrijfswoningen – 1.000 m2 aan bedrijfsbebouwing worden opgericht met een goot- en nokhoogte van respectievelijk 2,5 en 5 meter. Hiernaast is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.
Uitsnede geldend bestemmingsplan Het paardenpension met de graslanden liggen deels in de bestemming ‘Bedrijven’ en ‘Agrarisch met landschapswaarde’. De gronden met de bestemming ‘Agrarisch met landschapswaarden’ zijn volgens het bestemmingsplan onder meer bestemd voor een agrarische bedrijfsvoering en de instandhouding van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschapswaarden, waaronder hier zijn begrepen geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele en cultuur-historische waarden. Het paardenpension is geen gebruik dat volgens de bestemming ‘Bedrijven’ toegestaan is. Een gebruiksgerichte paardenbedrijf is bovendien geen agrarisch bedrijf in de zin van het bestemmingsplan omdat het bedrijf geen (agrarische) producten voortbrengt. Zowel het bedrijf als de bebouwing bij dat bedrijf zijn derhalve volgens het huidige bestemmingsplan niet bij recht mogelijk. Op 3 maart 1998 is vergunning verleend voor de wijziging van de caravanstalling naar
14
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
gedeeltelijk het houden van paarden, welke kennelijk niet in de laatste herziening van het bestemmingsplan positief is bestemd. De vervolgfunctie, zoals aangegeven onder 1.3, past niet in de bestaande bestemming voor wat betreft gebruik en de daarin opgenomen bouwregels. Om de gewenste nieuwe planologische situat ie mogelijk te maken en de juiste bestemmingen te vast te leggen wordt een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Hierin vindt tevens een verankering van het inrichtingsplan plaats.
15
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
2 Ruimtelijk beleid 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: - Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. - Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. - Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. - Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. - Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. - Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. - Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.
- Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren.
Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. 16
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in d e keuzes die worden gemaakt. Voorliggende herontwikkeling ziet toe op 2 woningen (waarvan één omschakeling bedrijfswoning naar reguliere woning). Er is een grote vraag naar woningen. Op dit punt sluit de ontwikkeling zonder meer aan bij de NOVI. Op andere punten is er geen strijdigheid. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) in werking getreden. In het Barro zijn regels opgenomen met betrekking tot onderwerpen die een nationaal belang hebben. Het gaat hierbij onder meer om Rijksvaarwegen, de ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het voorliggende initiatief raakt niet aan één van de onderwerpen van nationaal belang uit het Barro. 2.1.3 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd.
Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Niet elke ontwikkeling van stedelijke aard wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Uit enkele uitspraken - zie onder meer 201308263/2/R4 en 201302867/1/R4201501297/1/R4 - valt op te maken dat plannen tot 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling zijn aan te merken. Gezien de omvang van de ontwikkeling in relatie tot de jurisprudentie hoeft deze niet worden beschouwd als stedelijke ontwikkeling. Er hoeft dus niet getoetst te worden aan de ladder. Uit 2.2 en 2.3 blijkt volledigheidshalve dat er een grote behoefte bestaat aan de realisatie van woningen.
2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht (2020) De ruimte in de provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren.
17
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie Utrecht dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. We combineren bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers. Concentreren Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd wor-den dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij vinden we voldoende ruimte om te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. En door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren) zorgen we er juist voor dat er op andere plekken in deprovincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zon- en windenergie en het verbouwen van voedsel. Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie De vraagstukken waar we voor staan kunnen de provincie niet alleen oplossen. Samenwerking met met inwoners, ondernemers, belangenorganisatie en medeoverheden, partners en de samenleving is cruciaal. Alleen dan kunnen we onze ambities bereiken.
We voeren het beleid van de Omgevingsvisie uit met behulp van: ■ de Omgevingsverordening (zie paragraaf hierna) ■ Programma’s Om het beleid uit te voeren hebben we niet alleen regels nodig, maar ook op uitvoering gerichte programma’s. De provincie zal hier samen met overheden, partners en de samenleving invulling aan geven. Bijvoorbeeld in het programma ‘wonen en werken’. Gemeenten in een regio en provincie zitten daarbij samen aan tafel en leggen vast welke woningen waar op welk moment gebouwd gaan worden en welke bedrijventerreinen ontwikkeld gaan worden. Daarbij houden we ook rekening met andere zaken, zoals dat mensen naar hun werk kunnen gaan en dat er voldoende recreatie en groen is. Met de Omgevingsvisie wil de provincie Utrecht duidelijkheid geven hoe de Utrechtse leefomgeving ingericht kan worden. Welke rol de provincie pakt, hangt af van de situatie. De ene keer zal de provincie Utrecht een ontwikkeling stimuleren, de andere keer zorgen we ervoor dat plannen worden aangepast om de kwaliteiten van de omgeving te beschermen. Met zeven beleidsthema’s geven we richting aan de ontwikkeling en de bescherming van onze gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 hebben wij een inclusieve en cir-culaire provincie Utrecht: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen; die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; 18
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
7.
17 februari 2023
die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.
Relevant voor dit bestemmingsplan zijn met name thema 4 en 6. Vitale dorpen en steden Prognoses wijzen uit dat de provincie de komende decennia nog fors gaat groeien, en dat er extra ruimte nodig is om deze groei op te vangen. Wij bezien de toekomsti-ge ontwikkeling van woon- en werklocaties in samenhang met bereikbaarheid, en in samenhang met de overige opgaven en kwaliteiten zoals in deze visie verwoord. Daarom hanteren we bij de locatiekeuze voor nieuwe verstedelijking de volgende basisprincipes: • zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; • daarnaast in overig stedelijk gebied; • eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors. In aanvulling hierop willen we onder voorwaarden ruimte bieden aan kernen voor kleinschalige uitbreiding van het stedelijk gebied om de lokale vitaliteit of ruimtelijke kwal-teit te vergroten (lokaal maatwerk). De woningbouwopgave Om volledig te voldoen aan de woningbehoefte in de provincie Utrecht, is het nodig om tot 2040 in totaal nog ongeveer 165.000 woningen te bouwen. Dit is een grote opgave, die alleen kan worden gerealiseerd door als overheden onderling en met andere partners in de bouwwereld samen te werken.
Voor deze opgave is al veel plancapaciteit in beeld, maar veel daarvan heeft nog de status ‘zacht’ en ‘potentieel’ en het is dus zaak om daarin keuzes te maken en te werken aan ‘harde’, uitvoerbare, plannen. Levend landschap, erfgoed en cultuur De provincie Utrecht kent een rijkdom aan landschap, erfgoed en cultuur. Deze rijkdom wordt door inwoners en bezoekers hoog gewaardeerd en is belangrijk voor onze culturele identiteit, welzijn en vestigingsklimaat. In het landelijk gebied onderscheiden we vijf karakteristieke landschappen: Eemland, Gelderse Vallei, Groene Hart, Rivierengebied en Utrechtse Heuvelrug. In deze landschappen liggen aardkundige waarden. Ook heeft de provincie Utrecht een gevarieerd en goed bereikbaar cultuuraanbod. Door ruimtelijke veranderingen in onze leefomgeving en door intensief ruimtegebruik staan het landschap en het erfgoed onder druk. Dijkversterkingen, benutting van duurzame energiebronnen, uitbreiding van steden en dorpen, aanleg van nieuwe infrastructuur, intensivering van de landbouw: alles heeft invloed op hoe ons landschap en/of ons erfgoed er uitzien. Onze voornaamste opgave is om de aanwezige waarden te beschermen en te benutten als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. Een andere belangrijke opgave die we hebben, is het in stand houden van een aantrekkelijke culturele infrastructuur waarin iedereen kan meedoen.
19
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Keuze Wij beschermen en benutten landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. Daarbij stimuleren we de inzet van creatieve verbeeldingskracht. Dit doen we om de kwaliteit en identiteit van onze fysieke leefomgeving te versterken. In onze landschappen ontwikkelen we met de kernkwaliteiten van het landschap mee en stimuleren anderen dat ook te doen. Binnen onze Cultuurhistorische hoofdstructuur leggen wij de focus op historische buitenplaatszones, militair erfgoed, agrarische cultuurlandschappen, archeologisch waardevolle zones en historische infrastructuur. We verzilveren de kwaliteiten van linie en limes via onder andere de uitzonderlijke universele waarden van (genomineerd) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies en Neder-Germaanse Limes. Wij zorgen voor monumenten en dragen bij aan een hoogwaardig cultureel aanbod dat meegroeit met het aantal inwoners. Beoordeling en conclusie Onderhavig initiatief levert een bescheiden bijdrage aan het woningprogramma voor de gemeente. Hiermee wordt indirect tegelijk een bijdrage geleverd ten aanzien van de instandhouding van de aanwezige voorzieningen (extra draagvlak). Voorts wordt aangesloten bij de kenmerkende landschapselementen van de Gelderse Vallei, zie hiervoor paragraaf 1.3. Zodoende is het plan in overeenstemming met de omgevingsvisie.
2.2.2 Interim Omgevingsverordening (2021) In de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. Het opstellen van deze regels is een wettelijke taak of is het gevolg van politieke keuzes van de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie Utrecht heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico’s uit te sluiten. Soms is het mogelijk van regels af te wijken. De provincie Utrecht vindt het belangrijk om rui-te te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie Utrecht is van zo’n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan. Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. Beoordeling en conclusie De locatie is gelegen in het landschap de Gelderse Vallei. De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in de bijlage 15 Kernkwaliteiten Landschap bij de verordening.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in Landschap bevat: • bestemmingen en regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten; en • geen bestemmingen of regels die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan.
20
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Uitsnede Omgevingsverordening Voor het landschap Gelderse Vallei wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden: • rijk gevarieerde kleinschaligheid; • Stelsel van beken, griften en kanalen; • Grebbelinie; • overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank). Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van de Gelderse Vallei verschillende accenten. Een uitgebreide beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten is opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen. Bij ontwikkelingen in het landschap van de Gelderse Vallei vindt de provincie het vooral van belang dat de kleinschaligheid, die dit landschap zo aantrekkelijk maakt behouden wordt. In het verleden zijn al veel kleinschalige landschapselementen verdwenen, waardoor ruimten groter zijn geworden. Ze hebben hun functie verloren en zijn verwijderd. Daarnaast vraagt de provincie aandacht voor het waarborgen en ontwikkelen van de contrasten in de te onderscheiden deelgebieden van de Gelderse Vallei. Typerend voor de Gelderse Vallei is de grote hoeveelheid agrarische bebouwing. Buiten de bebouwingskernen komen zowel open bebouwingslinten als boerenerven ‘los’ in het veld voor. De oudste bebouwing ligt op de dekzandruggen en overgang naar de stuwwal, die van nature hoger in het landschap liggen.
buiten de bebouwingskernen zorgt de massa van bospercelen, houtwallen, lanen en bomenrijen voor een sterk afwisselend beeld. Kleinere en grotere ruimten in allerlei vormen en maten wisselen elkaar af. beplanting langs beken is onderdeel van het groene raamwerk en vormt geen structurerende lijnen een belangrijk gegeven van de Gelderse Vallei is de komvormige structuur, waarin zich het grondwater van de heuvelrug en de Veluwe verzamelt. Afwatering gebeurde vroeger zowel naar het zuiden - via het veenriviertje de Kromme eem of Grebbe naar de rijn - als naar het noorden toe - via diverse beken zoals de Lunterse, barneveldse en heiligenberger beek. De afwatering was echter vanaf het begin problematisch, waardoor veenmoerassen ontstonden met dikke veenpakketten. de Vallei is zo’n 150.000 jaar geleden ontstaan. 21
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Het plangebied ligt binnen het deelgebied ‘Stroken’. Dit betreft een kleinschalig landschap in een strokenverkaveling, met veel variatie in kavelgrootten en lengte-breedte verhoudingen, dooraderd met bomenrijen, knotbomen, houtsingels en bospercelen. De kavels zijn overwegend als grasland in gebruik. erven met een combinatie van oude en nieuwe gebouwen bevinden zich in pen linten in het landschap. Griften, kanaal, beken, Grebbelinie en Pon-lijntje liggen als verborgen systemen in het beplante raamwerk. op afstand zijn ze onopvallend, van dichtbij vormen het aanknopingspunten om te begrijpen hoe het landschap in elkaar zit. Verspreide landhuizen en forten dragen bij aan de oriëntatie. De stroken liggen onderaan de stuwwalflank. Voor diverse thema ’s zijn ontwikkelprincipes gegeven, waarvan relevant is ‘bebouwing wonen en werken’.
In paragraaf 1.3. is ingegaan op de inrichtingsprincipes en hoe dit past binnen de (kernkwaliteiten van) de Gelderse Vallei. Zo wordt de doorzicht op het landschap verbetert door verwijderen storende gebouwen en is een geënsceneerd ensemble ontworpen met een ondergeschikt bijgebouw. Van toepassing is ook artikel 9.7: instructieregel bestaande stedelijke functies, anders dan wonen.
22
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat: a. percelen voor specifieke stedelijke functies bestemmingen een andere stedelijke functie krijgen, niet zijnde permanente bewoning van een recreatiewoning, kantoor of detailhandel, onder de voorwaarde dat de functiewijziging naar aard en omvang, op basis van een integrale afweging, niet leidt tot vergroting van de locatie en tot een toename van de invloed op de omgeving, dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden en dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd; b. stedelijke functies worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologisch regime. Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak. Ook het bestemmingsvlak kan worden uitgebreid indien er sprake is van een economische noodzaak. In paragraaf 1.3 is onderbouwd hoe de nieuwe woning landschappelijk wordt ingepast. Het maximaal mogelijke volume is geregeld omdat er bouwvlakken zijn toegekend waarbinnen de woningen gebouwd mogen worden evenals bijgebouwen, met als toevoeging een maximale goot- en bouwhoogte. De hoeveelheid bebouwing neemt per saldo af. Het plan past zodoende binnen de Omgevingsverordening.
3.3.3 Bodem, Water en Milieuplan 2016-2021 In het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 van de provincie Utrecht staat wat de provincie de komende jaren samen met haar partners wil bereiken op het gebied van Bodem, Water en Milieu. De uitwerking van dit beleid staat beschreven in de Uitvoeringsagenda Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021. De provincie Utrecht richt zich op het behouden en verbeteren van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat. Dit betekent dat de provincie werkt aan: • een robuust bodem- en watersysteem • bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied, zoals landbouw, recreatie of natuur • een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving • een gezonde leefomgeving die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio Beoordeling en conclusie In paragraaf 3.9 wordt nader ingegaan op het aspect water.
2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1
Omgevingsvisie Landelijk Gebied gemeente Leusden, Kwaliteit en vitaliteit voorop
Vanuit de kwaliteiten van ons landschap, de bijzondere rol van de melkveehouderij en het belang van het platteland voor al onze inwoners kiest de gemeente voor de volgende strategische keuzes: •
De gemeente kiest voor een brede economische basis van ons platteland, die bijdraagt aan de kwaliteit en beheer van onze kernkwaliteiten en een vitaal platteland. 23
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
• • • •
17 februari 2023
Binnen deze brede economische basis ziet de gemeente een hoofdrol voor de grondgebonden veehouderij. De gemeente kiest voor een sterkere verbinding van stad en land en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap. Het watersysteem en het landschap zijn sturend bij het realiseren of uitbreiden van functies. De gemeente werkt samen met bewoners en gebruikers van het platteland om in te spelen op klimaatverandering en de energietransitie
Binnen de omgevingsvisie behoort de locatie tot het deelgebied 'landgoederenzone met centraal buitengebied'. De Utrechtse Heuvelrug werd tot de 16e eeuw nog gedomineerd door uitgestrekte heidevelden en stuifzanden. Hier vestigden welgestelde stedelingen zich in riante buitenplaatsen en landgoederen op de overgang van hoger naar lager gelegen gronden. Vanuit de landgoederen begonnen de eerste herbebossingen voor het vastleggen van de stuifzanden, voor de productie van hout en voor de jacht. Daarnaast werden de flanken gebruikt als gemeenschappelijke gronden. Door het potstalsysteem vond een geleidelijke ophoging plaats. Deze gronden werden gebruikt als bouwlanden. De grond is vaak (of nog steeds) in bezit geweest van landgoederen, waardoor er veel kenmerkende elementen behouden zijn. Het noordelijke deel, dat het Centraal Buitengebied wordt genoemd, wordt gedomineerd door de aanwezigheid van buitenplaats De Heiligenberg en landgoed Lockhorst en een stelsel van open en gesloten groene kamers. Het Centraal Buitengebied wordt doorsneden door de Heiligenbergerbeek en de PON-lijn. Het westelijk en zuidelijk deel van deze zone bestaat grotendeeels uit gronden van landgoed Den Treek. Dit gebied is uitgestrekter dan het Centraal Buitengebied, maar kent naast bos eveneens een afwisseling tussen open en besloten akkers en weiden.
De boerderijen in dit gebied zijn grotendeels eigendom van het landgoed. De kenmerken van het gebied zijn: • • • • •
Het glooiende en heuvelachtige karakter, op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug; De buitenplaatsen, landgoederen en pachtboerderijen op de flanken, met enkele monumentale lanen en beplantingen; In de bossen, behorend bij de landgoederen, liggen de wegen in een blokstructuur. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het Sterrenbosch, aangelegd in Franse landschapsstijl. De kronkelige wegen in de oudere bossen; De Heiligenbergerbeek en de Grift.
De omgevingswaarden zijn • • • •
• •
Het afwisselende karakter met grotendeels bos afgewisseld met open plekken; De historisch waardevolle bossen met afwisselende beplanting; De ligging van de landgoederen in samenhang met en ten opzichte van de Heiligenbergerbeek; Herkenbaarheid van de landgoederen als geheel met daarbinnen allerlei karakteristieke kenmerken zoals lanen, bossen, uitzichtpunten, zichtassen, beplanting, gebouwen, waterelementen; De monumenten en historische erven van de pachtboerderijen; Grafheuvels.
De kwetsbaarheden zijn: • Blokkeren van de open plekken en daarmee het aantasten van het afwisselende karakter; 24
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
• Verwijderen van historische beplanting. De doelen die van toepassing zijn op deze locatie zijn: • • •
Behoud en versterk van de ecologische kwaliteiten van de bossen, heides en landerijen van den Treek Behoud van de kwaliteiten rust en stilte Verbeteren van ecologische verbindingen
Uitsnede Omgevingsvisie Landelijk gebied
In paragraaf 1.3 is ingegaan op de kenmerken van het gebied en de inpassing, waarvan van belang is dat er gebiedseigen beplanting komt, een boomgaard en diverse verouderde bebouwing gesloopt wordt waardoor de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse toeneemt. Bovendien verdwijnt een paardenpension, dat een zekere verkeersaantrekkende werking kent. De rust neemt dus ook toe als gevolg van het initiatief. Het plan past binnen de Omgevingsvisie. 2.3.2.Woonvisie Leusden wordt in de woonvisie getypeerd als een dynamische gemeente met kwalitatief goede woningen voor gezinnen en een goed voorzieningenaanbod. Leusden blijkt met haar dorpse, ruime en groenen woonmilieu een prettige woongemeente te zijn voor gezinnen. De ambitie van de gemeente is dan ook om voor gezinnen aantrekkelijk te blijven om binnen de gemeente te komen en te blijven wonen. In de woonvisie worden vier criteria genoemd voor de gemeentelijke woonambities: 1.ruimte voor gezinnen; 2.betaalbaarheid; 25
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
3.doorstroming naar geschikte woningen; 4.verduurzamen van de woningvoorraad. Het mogelijk maken van twee grondgebonden burgerwoningen (waarvan één omschakelen bedrijfswoning naar reguliere woning) op de voorliggende locatie past binnen de gemeentelijke woonambitie. Met de nieuwe woningen wordt de doorstroming binnen de gemeentelijke woningvoorraad bevorderd. Met de woningen wordt een aanvulling op de woningvoorraad verkregen passend bij de dorpse wooncultuur. De nieuwe woning past binnen de duurzaamheidsambities van de gemeente. De woning wordt niet op het gasnetwerk aangesloten. 2.3.3 Welstandsnota 2018 De Welstandsnota is van toepassing op bouwwerken, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Volgens de welstandsnota valt het plangebied binnen het 'Slagenlandschap (nr 16)'. Daarbinnen worden, naast de objectgerichte criteria (niet-agrarische woonbebouwing), de volgende gebiedsgerichte welstandscriteria genoemd: Algemeen de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en houden rekening met de bestaande organisatie op het perceel en gerelateerd aan de landschappelijke inrichting; bouwaanvragen die betrekking hebben op panden die voorkomen op de Monumenten Inventarisatielijst worden voorgelegd aan de ARK ten aanzien van het aspect welstand. De beschrijving uit het Monumenten Inventarisatieproject (MIP) is uitgangspunt voor de beoordeling.
Plaatsing geen criteria Massa en vorm bebouwing de bebouwing wordt terughoudend vormgegeven; panden hebben een individuele uitstraling; de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige opbouw; Detaillering, kleur en materiaalgebruik de hoofdkleuren zijn terughoudende naturel of gedempte (aard-)kleuren en afgestemd op de omgeving. Met de voorliggende herinrichtingsplannen wordt invulling gegeven aan de welstandseisen (zie paragraaf 2.2). In de welstandsnota worden specifieke objectcriteria beschreven met betrekking tot gebouwen/bouwmassa en met betrekking tot materialisatie, detaillering en kleur. Daar wordt bij verdere uitwerking van de bouwplannen bij de aanvraag van de omgevingsvergunning aan getoetst. 2.3.4 Duurzaamheid In de gemeente Leusden gelden de "Beleidsregels “Duurzame nieuwbouw - energieneutraal en circulair” https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Leusden/CVDR608492.ht ml). 26
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
Dit betekent concreet dat de te realiseren woning een zogenaamde “Nul-op-de-meter” of energieleverende woning moet zijn. De exploitant dient aan te tonen dat de woning bij normaal gebruik ten minste even veel energie opwekt als er in de woning gebruikt wordt. Dit geldt zowel voor gebouwgebonden energie (waaronder bijvoorbeeld: verwarming, warm water, etc.) als voor gebruikgebonden energie (waaronder bijvoorbeeld: tv, wasmachine, etc.). Hierbij wordt voor de definitie van een Nul-op-de-meter woning verwezen naar de Tijdelijke Regeling Hypothecair Krediet. Definitie NulopdeMeter-woning: Een woning met een energie-index of een energieprestatiecoëfficiënt gelijk aan of lager dan nul of een woning waarvan de ingaande en uitgaande energiestromen voor gebouwgebonden energie bij een normaal leefpatroon op jaarbasis gelijk zijn aan of lager zijn dan nul en met een additionele energieopwekkingscapaciteit voor gebruikersgebonden energie van ten minste: 1°.3.150 kWh indien het een vrijstaande of half vrijstaande woning betreft; 2°.2.700 kWh indien het een rijwoning betreft; of 3°.1.780 kWh indien het een appartement betreft. Onderdeel circulair bouwen In het Rijksbrede programma Nederland Circulair wordt een definitie gegeven van circulaire economie. Een circulaire economie is een economie waarin grondstoffen niet 'op' raken.
Grondstoffen worden efficiënt ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. Voor zover er nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden deze op duurzame wijze gewonnen. De bouw is één van de vijf belangrijke ketens uit het Rijksbrede programma Nederland Circulair. Voor de bouw is in het programma een volgende set van strategische doelstellingen uitgewerkt. Op basis daarvan denkt de gemeente aan de volgende toepassingen in de praktijk: • Maak bij nieuwbouw zoveel mogelijk gebruik van secundaire grondstoffen; • Maak in tweede instantie gebruik van hernieuwbare grondstoffen4 die op duurzaam wijze zijn gewonnen; • Bouw waar mogelijk modulair, zodat objecten duurzaam worden gebouwd, gebruikt en ontmanteld; • Maak zoveel mogelijk gebruik van bouwmaterialen met zo klein mogelijke CO2 -emissi'; • Hanteer deze uitgangspunten ook bij de inrichting van de openbare ruimte en Grond Weg en Waterbouw (GWW). • In de praktijk moet circulair bouwen zich nog verder uitkristalliseren. Daarom willen we bij komende gebiedsontwikkelingen ervaring hiermee opdoen en dit evalueren. Beoordeling en conclusie Nu er bebouwing en verharding wordt verwijderd en er duurzaam groen voor terugkomt (hetgeen in dit bestemmingsplan is bekrachtigd door een bestemming Agrarisch met waarden toe te kennen) neemt de hittestress af en het waterinfiltrerend vermogen toe.
De nieuwe woning wordt gasloos gebouwd. Er is aandacht voor duurzaamheid.
27
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
17 februari 2023
3 Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt de voorliggende afwijking van het bestemmingsplan getoetst aan de relevante omgevingsaspecten. Per aspect wordt aangegeven of er belemmeringen zijn te verwachten voor de afwijking van het bestemmingsplan.
3.1 Verkeer en parkeren In het kader van een nieuwe ontwikkeling moet gekeken worden wat de verkeersgeneratie is, wat de parkeerbehoefte is en hoe de ontsluiting geregeld wordt van de nieuwe functie om voldoende parkeerplaatsen te waarborgen en ongewenste verkeerssituaties tegen te gaan. Verkeer Op grond van de CROW-publicatie 381: Toekomstbestendig Parkeren kan worden gesteld dat de woningen een verkeersgeneratie opleveren van 8,6 mvt/etm, oftewel ca. 17 in totaal. Gesteld kan worden dat deze hoeveelheid, verdeeld over een etmaal, geen problemen zal opleveren voor de verkeersafwikkeling op de bestaande infrastructuur. Parkeren De projectlocatie ligt in een gebied aangeduid als ‘weinig tot niet stedelijk’ en ‘landelijk gebied’. De behoefte kan op maximaal 2 worden ingeschaald. Er is op eigen terrein voldoende ruimte hiervoor.
3.2 Geluid Inleiding De mate waarin het geluid veroorzaakt door het (spoor) wegverkeer het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Voor wegverkeer stelt de wet dat in principe de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies de voorkeurgrenswaarde van 48 dB niet mag overschrijden. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van alle (spoor)wegen op een bepaalde afstand van de geluidsgevoelige functie(s). Algemeen Langs wegen en spoorwegen liggen zones. Binnen deze zones moet voor de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Spoorverkeer is ter plaatse niet relevant. De breedte van de zone bij wegverkeer is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg: stedelijk of buitenstedelijk. De zone ligt aan weerszijden van de weg en is gemeten vanuit de rand van de weg. De zones, zoals beschreven in artikel 74 van de Wgh, zijn weergegeven in de navolgende tabel.
28
Toelichting Buitengebied, herziening Arnhemseweg 74b – c
Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Zones langs wegen Stedelijk gebied 200 meter 350 meter 350 meter