CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b Toelichting Bestemmingsplan_Groot Agteveld_Woongebied actualisatie_Ontwerp.pdf

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 12: RV Vaststellen bestemmingsplannen Groot Agteveld Actua en Veld 1 Zuid14.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

CiCom Enigeering bv (2012). Waterstructuurplan Groot Agteveld te Achterveld. 17 december 2012.

6

Drong (2020). Revisie waterstructuurplan Groot Agteveld. Kenmerk: 1701902-R. 30 maart 2020. 29

niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit.

Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden.

Toetsing Voorliggend plan voorziet in z’n totaliteit in maximaal 211 woningen. Het plan draagt daarom ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Raadpleging van de NSL-monitoringstool heeft aangetoond dat er geen sprake is van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit geen belemmering. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

30

4.6

Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het project te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing In en rondom het plangebied hebben in het verleden reeds verschillende archeologische onderzoeken plaatsgevonden. In 2013 is door Vestigia aanvullend bureauon7 derzoek en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd om vast te stellen of er mogelijk archeologische resten verstoord dreigen te worden door de bouwwerkzaamheden van het plan Groot Agteveld. Uit deze aanvullende archeologische onderzoeken is gebleken dat er een groot aantal recente grondbewerkingen heeft plaatsgevonden. Tevens zijn een gering aantal grondsporen aangetroffen. Daaruit wordt geadviseerd om geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren en het gehele onderzoeksgebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling.

De aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen kan echter nooit geheel worden uitgesloten. Indien bij bodem verstorende werkzaamheden zaken worden aangetroffen, waarvan de vinder weet of redelijker wijs moet vermoeden dat het gaat om archeologische vondsten of sporen, dan is diegene verplicht dit direct te melden. Officieel dient een melding te gebeuren bij de burgemeester van de betreffende gemeente of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In de praktijk is het eenvoudiger de melding te doen bij het Centrum voor Archeologie van de gemeente Amersfoort, tijdens kantooruren te bereiken via 033-463 77 97. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.7

Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten vondsten en/of sporen ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Toetsing 7

Vestigia BV (2013). Ruimtelijk advies op basis van aanvullend archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen en proefsleuven. Plangebied Groot Agteveld/Hessenweg. Projectnummer: V12-2311. 25 januari 2013. 31

In en rondom het plangebied bevinden zich geen monumentale en/of cultuurhistorische waarden. Bij de stedenbouwkundige opzet van de gehele ontwikkeling van Groot Agteveld is rekening gehouden met een stedenbouwkundige opzet, die voor goede overgang tussen het landelijk gebied en de kern Achterveld. Met voorliggend plan worden wordt aangesloten bij deze stedenbouwkundige hoofdopzet en blijven de omliggende structuren van Groot Agteveld ongewijzigd. Daarmee wordt gesteld dat de ontwikkeling niet zorgt voor eventuele aantasting van aanwezige cultuurhistorische waarden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.8

Natuur Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Toetsing 8 SAB heeft met een quick scan natuur onderzocht of beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in de resterende fasen van de realisatie van Groot Agteveld. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden de conclusies van de quick scan uiteengezet. Gebiedsbescherming Groot Agteveld ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 10,6 kilometer afstand. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Ook is van de ontwikkeling geen sterke toename van stikstofemissie te verwachten.

Vanwege de relatief kleinschaligheid van de ontwikkeling en de aanzienlijke afstand tot Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebied door de ontwikkeling uitgesloten. Nader onderzoek in de vorm van een voortoets is dan ook niet nodig. Het dichtstbijzijnde gedeelte van het natuurnetwerk bevindt zich op minimaal 180 meter ten zuiden van Groot Agteveld. De bescherming van het NNN kent in de provincie Utrecht niet het begrip externe werking. Aangezien Groot Agteveld niet in de Groene

8

SAB (2020). Quick scan natuur, Achterveld, de Groot-Agteveldlaan. Projectnummer: 90919.04. 8 april 2020. 32

contouren ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van de Groene contouren. De bescherming van de Groene contouren staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren voorkomen. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Uit de quick scan blijkt verder dat in en rondom Groot Agteveld vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Nestplaatsen van vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd worden niet verwacht. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig en de bescherming van deze soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. In en nabij Groot Agteveld kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.

Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Aangeraden wordt, om de komst van de oeverzwaluw in het plangebied te voorkomen door de zandbulten niet te stijl te laten worden. Zorg ervoor dat deze afvlakken, zodat oeverzwaluwen hier niet tot broeden kunnen komen. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.9

Externe veiligheid Algemeen Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (of-6 wel 10 ). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang perma-

33

nent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico -6 van 10 als grenswaarde. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Toetsing Raadpleging van de provinciale risicokaart wijst uit dat rondom Achterveld geen risicobronnen aanwezig zijn. Gezien de afwezigheid van risicobronnen in een cirkel van circa één kilometer rondom het plangebied is een andere beschouwing niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.

4.10

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Indien door middel van een ruimtelijke ontwikkeling nieuwe, gevoelige functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van een nieuwe gevoelige functie. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningenhoreca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.

Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten betreffend perceel.

34

Toetsing In onderhavige situatie is sprake van de realisatie van nieuwe, gevoelige functies in de zin van het aspect bedrijven en milieuzonering. Het gaat per saldo om een vijftal aanvullende woningen in veld 3 van Groot Agteveld, waaronder de rug-aan-rug-woningen behoren en de twee woningen voortkomend uit het effectueren van de wijzigingsbevoegdheid. De directe omgeving van het plangebied kent grotendeels een woonbestemming dan wel een agrarische bestemming zonder bebouwingsmogelijkheden waardoor het gebied op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering (2009)’ wordt getypeerd als een ‘rustige woonwijk’. Langs de Hessenweg zijn diverse maatschappelijke, dienstverlenende, detailhandelen lichte horecafuncties aanwezig. Ook ter plaatse van het coöperatieterrein in het oosten van de ontwikkeling van Groot Agteveld zijn dit soort functies beoogd. Dergelijke functies kennen hoogstens een milieucategorie 2 en kennen in een ‘rustige woonwijk’ een richtafstand van 30 meter. De afstand tussen de twee nieuwe woningen voortkomend uit het effectueren van de wijzigingsbevoegdheid is meer dan 30 meter, zodat voldaan kan worden aan de richtafstand. Voor de andere woningen uit veld 3 ligt dit anders. De afstand tussen deze woningen en bijvoorbeeld de gronden van het adres Hessenweg 188 is kleiner dan 30 meter.

Wel wordt opgemerkt dat de beoogde rug-aan-rug-woningen in veld 3 op grotere afstand komen te liggen dan de huidige juridisch-planologische situatie ter plaatse volgens het bestemmingsplan ‘Groot Agteveld - Woongebied'. Aangezien dit een bestaande juridisch-planologische situatie betreft, wordt deze situatie acceptabel geacht. Op het adres Hessenweg 196 bevindt zich een autobedrijf met milieucategorie 3.1 Dit betekent dat er rekening moet worden gehouden met een richtafstand van 50 meter. De afstand tussen het bedrijf en veld 3 is iets meer dan 50 meter. Daarmee word voldaan aan de richtafstanden en is een nadere beoordeling niet noodzakelijk. Wel geldt ook voor deze situatie dat de afstand tot andere woonvelden van Groot Agteveld kleiner is dan de richtafstand. Aangezien dit een bestaande juridisch-planologische situatie betreft, wordt dat deze situatie acceptabel geacht. Daarnaast bevindt zich op het adres Koningin Julianaweg 28b een asfaltaannemer. Uitgaande van een ‘Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m²’ betekent dit een richtafstand van 100 meter voor het aspect ‘geluid’ en een richtafstand van 30 meter voor het aspect ‘gevaar’. De afstand tussen dit bedrijf en Groot Agteveld is circa 130 meter. Daarmee wordt aan de richtafstanden voldaan en is een nadere beoordeling niet noodzakelijk.

Ten slotte bevindt zich een aantal (intensieve) veehouderijen in het buitengebied van Achterveld. De hindercontouren van deze bedrijven reiken echter niet tot aan het plangebied. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.

35

4.11

Verkeer en parkeren Verkeer In het kader van de gehele ontwikkeling van ‘Groot Agteveld’ is onderzocht of deze ontwikkeling, samen met de woningbouwontwikkeling in Mastenbroek, is op te vangen in de aanwezige verkeerstructuur van Achterveld. Geconcludeerd is dat dat niet tot substantiële toenames in de verkeersdruk zal leiden. Als gevolg van voorliggend bestemmingsplan zullen er per saldo 5 extra woningen worden gerealiseerd. Navolgend wordt bepaald wat dit betekent voor de verkeersgeneratie van het plan. Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegene9 reerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Gelet op het feit dat het plangebied middenin een woonwijk ligt worden de kencijfers voor ‘rest bebouwde kom’ aangehouden. De gemeente Leusden wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘matig stedelijk’ gebied. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn de kencijfers uit de CROW voor de categorie ‘koop, huis, vrijstaand’ worstcase gehanteerd. Uitgaande van een gemiddelde levert dat 41 (8,2 x 5 wooneenheden) mvt/etmaal op.

Gelet op deze geringe verkeersgeneratie en het feit dat in het verleden reeds is bepaald dat de aanwezige verkeersstructuur in Achterveld toekomstbestendig is, maakt dat verwachting gerechtvaardigd is dat het extra verkeer kan worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld en er zich geen belemmeringen voordoen voor de uitvoerbaarheid van het plan. Parkeren Voor de gehele ontwikkeling van ‘Groot Agteveld’ is een minimale parkeernorm van 1,9 parkeerplaatsen per woning gehanteerd. Deze parkeernorm wordt ook in dit bestemmingsplan gehanteerd. De parkeerbehoefte wordt in Groot Agteveld op verschillende manieren gerealiseerd, zowel op eigen terrein als in de openbare ruimte. Voor de gehele ontwikkeling (inclusief woningen zuiden veld 1, coöperatieterrein en 3 woningen Hessenweg) is een parkeerbalans opgesteld, waaruit volgt dat er voldoende parkeergelegenheid in de gehele ontwikkeling aanwezig is.

9

CROW, publicatie 317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. 36

Daarmee wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. In dit bestemmingsplan is een regeling opgenomen inzake parkeren. Dit betekent dat bij de omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst zal worden of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee wordt gesteld dat het aspect ‘parkeren’ voldoende in dit plan is gewaarborgd. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.

4.12

Duurzaamheid Duurzaamheid De definitie van duurzame stedenbouw is: 'een vorm van stedenbouw die in alle stadia van het planproces kansen en mogelijkheden benut om een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een lage milieubelasting tot stand te brengen. En die beide in de tijd weet te handhaven, zodat ook de toekomstige generaties daar in delen. Duurzame stedenbouw is een schakel tussen ruimtelijke ordening, duurzaam bouwen, duurzame weg- en waterbouw en duurzame utiliteitsbouw.' Het stedenbouwkundig plan Groot Agteveld is gebaseerd op de ideeën van duurzame stedenbouw. De basisopzet van het plan, veel groen en openbare ruimte, zo min mogelijk verharding, lage dichtheid, versterking groenstructuren, gebalanceerd waterbeheer en duurzaam materiaalgebruik zijn hiervan kenmerken. Water Het doel is het landschap door te laten lopen in het dorp. Hiervoor worden bestaande en oude watergangen opgewaardeerd. Ook wordt zo min mogelijke verharding en waar mogelijk waterdoorlatende verharding aangelegd. In het groen kunnen wadi's en poelen worden aangelegd. Door de nieuwe waterstructuur wordt het mogelijk hemelwater af te koppelen en via infiltratie en natuurlijke afvoer aan te sluiten op de omliggende watergangen. Natuur en ecologie Door het creëren van groenstructuren die van het buitengebied de wijk in lopen, wordt de beleving van het landschap versterkt.

Brede straatprofielen benadrukken de dorpse sfeer van de wijk. Door de openbare ruimte voldoende maat te geven, is het mogelijk het openbaar groen recreatief te gebruiken (speelveld). Naast woningbouw omvat het plan ook de herinrichting van het gebied tussen de nieuwe woonwijk en de Modderbeek. Dit gebied grenst aan belangrijke ecologische verbindingszones tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Het plan sluit aan bij de visie van de provincie op dit gebied. Verkeer Vanaf de aansluiting op de Julianalaan wordt een snelle fietsverbinding naar het centrum aangelegd. Ook zorgen de verschillende voetpaden in en naar het buitengebied, het beperken van de verharding en het waar mogelijk realiseren van parkeergelegenheid op eigen erf voor een duurzaam verkeerssysteem. Het terugdringen van gepar-

37

keerde auto's uit het straatbeeld draagt tevens bij aan de kwalitatieve waarde van de openbare ruimte. Omdat de ontwikkeling plaatsvindt in een dorp, is het moeilijk om het algemene gebruik van de auto terug te dringen. Wel wordt voor bewegingen binnen het dorp, door het realiseren van doorsteken en aansluitingen op de bestaande langzaam verkeersstructuur, getracht het gebruik van de auto voor korte verplaatsingen te beperken. Energie Energie binnen duurzame stedenbouw is gebaseerd op het verminderen van energie gebruik, het gebruik van duurzame energie en het effectief gebruik maken van fossiele brandstoffen. Met name de ruimtelijke aspecten hiervan staan centraal. Voor het plan betekent dit met name het gebruik van duurzame materialen en het installeren van energie zuinige verlichting in de openbare ruimte. Verder is afgesproken dat de woningen een EPC (energie-prestatie-coëfficiënt) zullen hebben van 0,2. Dit betreft een hogere eis dan wettelijk in het Bouwbesluit is vastgelegd (EPC = 0,4). Bij de woningontwerpen wordt voorts gebruik gemaakt van de methodiek ‘GPR gebouw’. GPR Gebouw is een methodiek om duurzaamheid en kwaliteit op gebouwniveau te meten. Materiaalgebruik In het project wordt gestreefd naar toepassing van duurzame materialen. Herbruikbare materialen genieten de voorkeur.

Duurzaam geproduceerd hout, gerecyclede materialen, herbruikbare verharding (beton- of gebakken klinkers). Ook wordt gestreefd naar materiaalgebruik dat niet uitloogt en dus de kwaliteit van bodem en water niet aantast. Voor de inrichting van de openbare ruimte betekent dit hoogwaardig straatmeubilair (vandaalbestendige, graffitiwerende, robuuste materialen). Afvalplan Voor de inzameling van afval wordt een integraal netwerk van inzamelpunten opgezet. Het betreft het reserveren van ruimte voor gescheiden afvalinzameling. Deze locaties worden geplaatst op centrale punten en waar mogelijk gecombineerd met andere functies. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn gebruiksvriendelijkheid en beheersbaarheid zonder inbreuk op de kwaliteit en uitstraling van de openbare ruimte. Tevens wordt een deel van de afvalstromen huis-aan-huis opgehaald.

38

5

Juridische planbeschrijving

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan? Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemming splan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1 de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2 de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (bouwvergunning) en regels voor het verrichten van ‘werken’ (aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: 1. het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: 2. het bebouwen van de gronden; 3. het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Monumentenwet 1988, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid.

5.1.2

Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in het bijhorende regel worden gegeven.

5.1.3

Hoofdstukopbouw van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. In onderhavig plan betreft het acht bestemmingen. Elk artikel kent de volgende opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmings-

39

omschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsen wijzigingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2 Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan kent de bestemmingen ‘Gemengd’, ‘Groen’, ‘Tuin - 1', ‘Tuin - 2', ‘Verkeer’, ‘Verkeer - Verblijf', ‘Wonen - 1', ‘Wonen - 2’ en ‘Wonen - 3'. Daarnaast heeft het bestemmingsplan de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie hoge archeologische verwachting’ en ‘Waarde - Archeologie middelhoge archeologische verwachting’. In de bestemmingsregeling van dit bestemmingsplan is zo veel mogelijk aan gesloten bij de regelingen uit het bestemmingsplan ‘Groot Agteveld Woongebied'. Gemengd Deze bestemming komt enkel voor ter plaatse van veld 7, waar een menging van functies wordt voorgestaan. De bestemming ‘Gemengd’ heeft betrekking op verschillende functies. Binnen de bestemming worden de functies dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en woningen toegestaan. Daarnaast zijn beroepen en bedrijven aan huis toegestaan. Gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak, welke volledig mag worden bebouwd. Daarbij moet onder meer worden voldaan aan de ter plaatse geldende maximum goot- en bouwhoogte. Groen, Verkeer en Verkeer - Verblijf Deze bestemmingen zijn toegekend aan het openbaar gebied en zijn grotendeels uitwisselbaar. Gebouwen zijn slechts in zeer beperkte mate toegestaan. Binnen de bestemming Verkeer - Verblijf is tevens een aanduiding wonen opgenomen op de verbeelding.

In verband met de gewenste flexibiliteit van het plan is het binnen deze gronden toegestaan om de gronden in te richten overeenkomstig de bestemming Wo40

nen - 2. Om deze reden worden de bouwregels van de bestemming Wonen - 2 van toepassing verklaard op die gronden, voor zover die gronden daadwerkelijk worden gebruikt ten behoeve van wonen. Tevens is binnen de bestemming Groen een aanduiding verkeer opgenomen teneinde verkeersvoorzieningen toe te staan. Meer specifiek zijn in de bestemming Groen speelvoorzieningen toegestaan. Wonen - 1, Tuin - 1, Tuin - 2, Wonen - 2 en Wonen - 3 In deze regels is een onderscheid gemaakt tussen wat een gedetailleerdere woonbestemmingen (Wonen - 1 i.c.m. Tuin - 1 en Tuin - 2) en een globale woonbestemming (Wonen - 2). Voor de rug-aan-rug-woningen in veld 3 is de bestemming Wonen - 3 van toepassing. Bij de bestemming Wonen - 1 geldt dat het woningtype niet is vastgelegd, appartementen uitgezonderd. De woningen moeten worden gebouwd binnen het bouwvlak en de goot- en bouwhoogten van de woning zijn opgenomen op de verbeelding. Buiten het bouwvlak zijn tevens bijbehorende bouwwerken, zoals bijgebouwen toegestaan. De maatvoering en oppervlakte van deze bijbehorende bouwwerken zijn gemaximeerd in de regels. Binnen de bestemming Tuin - 1 zijn in beginsel geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Deze bestemming is veelal toegekend aan de voortuinen van woningen. Om die reden worden bouwwerken als schuttingen (maximaal 2 m) alleen achter de voorgevel toegelaten.

Voorts is het mogelijk om bij afwijking overkappingen binnen de bestemming te realiseren, mits deze achter de voorgevel worden gerealiseerd. Daarnaast gelden nog enkele andere eisen. Bij hoekwoningen kan het lastig zijn te bepalen welke gevel als voorgevel moet worden aangemerkt. Om die reden is met hoekwoningen rekening gehouden in de begripsomschrijving van het begrip ‘voorgevel’: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt’. Dit betekent dat bij omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders wordt bepaald welke gevel als voorgevel geldt. Bij hoekwoningen wordt slechts één gevel als voorgevel aangemerkt. Achter deze gevel mogen bouwwerken als schuttingen en overkappingen worden gerealiseerd, zodat ook bij hoekwoningen bijvoorbeeld een carport kan worden gerealiseerd. De bestemming Tuin - 2 is opgenomen ter plaatse van de achtertuinen van woningen, gelegen in het zuidoosten van Groot Agteveld, waarvan de achtertuinen buiten het door de provincie aangewezen stedelijk gebied. Om te voorkomen dat hier bebouwing wordt opgericht, is hier de bestemming Tuin - 2 toegekend, waar in tegenstelling tot Tuin - 1 helemaal geen bebouwing is toegelaten.

Voor wat betreft de bouwregels van de bestemming Wonen - 2 geldt dat grondgebonden woningen mogen worden gerealiseerd in de vorm van vrijstaande, dubbele en rijwoningen. Daarnaast mogen appartementen worden gerealiseerd op die plaatsen waar dat op de verbeelding is aangegeven. Er zijn geen afzonderlijke bouwvlakken op

41

de verbeelding aangegeven, in de regels is echter wel bepaald dat de woningen maximaal 15 m diep mogen worden. Ook is geen bestemming Tuin opgenomen. Door de bepalingen van Wonen - 2 met betrekking tot deze zaken woordelijk te regelen in de bestemmingsregels, ontstaat echter een vergelijkbare regeling zoals in opgenomen in de bestemmingen Wonen - 1 en Tuin. Het verschil tussen Wonen 1 en Wonen 2 is dat bij Wonen 1 bouwvlakken in de vorm van stroken op de verbeelding zijn aangegeven en dat er vrij weinig ruimte is om ‘te schuiven’ met de woningen binnen dat bouwvlak. Voor de bestemming Wonen - 2 geldt dat voor wat betreft de inhoud zoveel mogelijk is aangesloten bij de bestemmingen Wonen - 1 en Tuin. Wel gelden enkele belangrijke verschillen. Gelet op het globale karakter van dit deel van het gebied, kan nog niet worden aangegeven waar de woningen exact worden gesitueerd. Bij recht mag binnen een woning en bijbehorende bouwwerken een beroep aan huis worden uitgeoefend. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen voor het uitoefenen van een bedrijf aan huis. Teneinde te waarborgen dat een geleidelijke overgang naar het landelijk gebied ontstaat, is in zowel de bestemming Wonen - 1 als de bestemming Wonen - 2 de aanduiding ‘aaneengebouwd uitgesloten’ opgenomen ter plaatse van het zuidelijke deel van het plan.

Zodoende mogen ter plaatse uitsluitend dubbele en vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Ter plaatse van deze aanduiding geldt ook een lagere maximale goot- en nokhoogte teneinde een dorpse overgang te bereiken. Ditzelfde geldt voor de westkant van het plan, aan de Julianaweg, waar in de bestemming Wonen-2 de aanduiding ‘vrijstaand’ is opgenomen, om ervoor te zorgen dat hier uitsluitend vrijstaande en halfvrijstaande woningen worden gerealiseerd. De rug-aan-rug-woningen hebben de bestemming Wonen - 3 gekregen. Hier mogen uitsluitend aaneengebouwde woningen worden gerealiseerd. Zowel de woningen als de bijbehorende bouwwerken moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. Verder sluit de bestemming wat betreft bouw- en gebruiksmogelijkheden zo veel mogelijk aan bij de bestemmingen Wonen - 1 en Wonen - 2. Waarde - Archeologie middelhoge archeologische verwachting en Waarde - Archeologie hoge archeologische verwachting Uit het archeologisch onderzoek dat is verricht ten behoeve van de locatie groot Agteveld blijkt dat er kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten. De aanbevolen vervolgonderzoeken, om te bepalen welke resten daadwerkelijk aanwezig zijn en welke waarde deze vertegenwoordigen, worden zoveel mogelijk voor de vaststelling van het bestemmingsplan gedaan.

Om te voorkomen dat de eventueel aanwezige archeologische resten worden geschaad, is ter plaatse van de gebieden met een middelhoge en hoge verwachtingswaarden een dubbelbestemming opgenomen, met daaraan gekoppeld een aanlegvergunningenstelsel.

42

5.2.2

Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over de begrippen, de wijze van meten, anti-dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, overgangsrecht en slotregel. In deze toelichting is het woningbouwprogramma beschreven. Het totale aantal woningen bedraagt maximaal 211. Om ervoor te zorgen dat er niet meer dan 211 woningen worden gerealiseerd, is dit maximale aantal woningen vastgelegd in de algemene gebruiksregels. Dit aantal geldt voor het gehele plangebied van dit bestemmingsplan en wordt verdeeld over de bestemmingen Wonen - 1, Wonen - 2, Wonen - 3 en Gemengd. In de overige bouwregels is een bepaling opgenomen inzake het parkeren (inclusief een afwijkingsmogelijkheid). De overige min of meer standaardregels in dit bestemmingsplan worden hier verder niet toegelicht.

43

6

Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling van Groot Agteveld als geheel is een gezamenlijk initiatief van gemeente Leusden, De Alliantie Ontwikkeling en Woningstichting Leusden. De marktpartijen zullen het project grotendeels voor eigen rekening en risico ontwikkelen. Hiertoe hebben zij op basis van een grondexploitatie aan de gemeente aangetoond dat het plan financieel uitvoerbaar is. De door de gemeente te maken kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, alsmede de uitvoering ervan, worden middels een exploitatieovereenkomst met genoemde marktpartijen verhaald. Ditzelfde geldt voor eventuele planschade. Voor de gemeente zijn derhalve geen kosten verbonden aan de ontwikkeling van Groot Agteveld, dan wel zijn de kosten gedekt. Ter raming van eventuele planschade is een planschadeonderzoek uitgevoerd. Met de uitkomsten hiervan is rekening gehouden in de exploitatieopzet behorende bij de ontwikkeling van Groot Agteveld. Hiermee is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.

44

7 7.1.1

Procedure Voortraject Groot Agteveld De ontwikkeling van Groot Agteveld is vooraf gegaan door een uitgebreid participatietraject met omwonenden en andere belanghebbenden. Het participatietraject bestond ten eerste uit de vorming van een klankbordgroep uit diverse geledingen van de samenleving. De klankbordgroep is meerdere malen bij de planvoorbereiding, en meer specifiek bij de totstandkoming van de ontwikkelingsvisie, betrokken geweest. Geconcludeerd kan worden dat de tussenproducten overwegend positief door de klankbordgroep zijn ontvangen en dat de belangrijkste opmerkingen in de ontwikkelingsvisie zijn verwerkt. Daarnaast hebben de dorpsbewoners kunnen meepraten over de ontwikkelingsvisie en heeft 96% van de inwoners te kennen gegeven te kunnen instemmen met de plannen. De ontwikkelingsvisie heeft vervolgens aan de basis gelegen van het stedenbouwkundige plan en voorliggend bestemmingsplan. Alle Achtervelders worden voorts via sociale media (Facebook) en de projectwebsite op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen rond Groot Agteveld. Voor voorliggend bestemmingsplan is vanwege de corona-pandemie een digitaal informatiemoment georganiseerd. Met behulp van een filmpje zijn de Achtervelders bijgepraat over de stand van zaken van Groot Agteveld en is uitgelegd wat de bedoeling is van de laatste velden van de ontwikkeling.

Tevens is uitgelegd dat voor de ontwikkeling van de laatste velden een aanpassing van het bestemmingsplan nodig is. In het filmpje wordt ook toegelicht hoe de procedure eruit ziet. Het filmpje is circa 450 keer bekeken. Dit filmpje is te vinden op YouTube, laagdrempelig. Belangstellenden hebben circa 2 weken de tijd gehad om vragen te stellen. In het filmpje is gezegd dat alle vragen en antwoorden anoniem zullen worden gedeeld met de andere vragenstellers. Uiteindelijk zijn er zes vragen via de mail gesteld en beantwoord.

7.1.2

Overleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschappen en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bouwplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. In deze paragraaf of in een bijlage bij deze toelichting zullen de resultaten van het overleg worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.

7.1.3

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan zal voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Een ieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze para45

graaf of in een bijlage bij deze toelichting zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/2964/documents/29620