Bijlage 1. Rapportage 'Actualisatie Grondexploitaties 2024'__160131__.pdf
Tekst van het document
In het boekjaar 2023 is een totaalbedrag van € 103.959 toegerekend aan de grondexploitaties en de Algemene Reserve Grondbedrijf. In de Programmabegroting 2023 werd op basis van de actualisatie van vorig jaar rekening gehouden met een bedrag van € 136.325. Dit houdt in dat de doorbelasting € 32.366 lager uitvalt. De lager doorbelasting is het gevolg van: Het een jaar langer doorlopen van de exploitaties van Hamersveldseweg 136 e.o. en De Buitenplaats waardoor de geraamde uren later gemaakt worden. Een lagere toerekening dan voorzien voor Mastenbroek II. Op basis van de actualisatie is voor 2024 sprake van een voorziene doorbelasting van € 145.537 aan interne plankosten. Ten opzichte van de Programmabegroting 2023 betreft het een toename van € 64.312 voor de jaarschijf 2024. Dit effect wordt in de Programmabegroting 2023 middels de vast te stellen Voorjaarsnota 2023 verwerkt. In meerjarenperspectief is ook sprake van een hogere toerekening. Over de periode 2024-2027 gaat het per saldo om een toename van € 78.500. Naar verwachting zal er door het in exploitatie nemen van projecten, onder andere de voormalige schoollocaties, nog sprake zijn verdere toename van de plankosten. Interne plankosten Toerekenbaar conform actualisatie 2022 Toerekenbaar conform Programmabegroting Totaal
Actualisatie Grondexploitaties 2024
2023 103.959 136.325 -32.366
2024 145.537 81.225 64.312
2025 66.850 60.150 6.700
2026 59.575 52.050 7.525
2027 22.000 22.000 0
Totaal 397.921 351.750 46.171
Pagina 35 van 44
9. Vennootschapsbelasting De gemeente Leusden is met ingang van 1 januari 2016 vennootschapsbelastingplichtig. Uit een eerdere analyse is destijds naar voren gekomen dat de vennootschapsbelastingplicht ook geldt voor het voeren van grondexploitaties. De gemeente heeft eind 2019 een vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten met de Belastingdienst waarin onder meer afspraken zijn vastgelegd over de wijze waarop de fiscale openingsbalanswaarde moet worden bepaald. Dit leidt voor de gemeente tot een aanzienlijk lagere vennootschapsbelastinglast dan oorspronkelijk was geraamd. Naar aanleiding van de vaststellingsovereenkomst zijn de aangiften 2016, 2017 en 2018 (opnieuw) ingediend. Op basis hiervan is over de periode 2016 t/m 2018 ongeveer € 50.000,- aan vennootschapsbelasting verschuldigd. Deze last is 2019 verantwoord en wordt gedekt uit de Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG). De te betalen vennootschapsbelasting door de gemeente wordt bepaald op het totaal van activiteiten die vennootschapsbelastingplichtig zijn. Naar verwachting is de gemeente over haar grondbedrijfsactiviteiten in 2024 vennootschapsbelasting verschuldigd, circa € 85.000. Deze lasten worden gedekt uit de ARG.
Actualisatie Grondexploitaties 2024
Pagina 36 van 44
10. Risicoanalyse De ramingen van de kosten en opbrengsten in de grondexploitaties zijn gebaseerd op reële uitgangspunten. Als gevolg van projectspecifieke of -overstijgende omstandigheden kunnen hierop afwijkingen ontstaan, zowel in negatieve als in positieve zin. Dit wordt gezien als risico. Conform de Nota Risicomanagement wordt het risicoprofiel ten aanzien van de grondexploitaties bepaald aan de hand van de zogeheten IFLO-norm (Inspectie Financiën Lagere Overheid). Dit komt neer op het volgende: 10% van de boekwaarde per 1 januari 2024; 3% van de per 1 januari 2024 nog voorziene kosten; 5% van de per 1 januari 2024 nog voorziene opbrengsten. Het totaal van bovengenoemde posten wordt verminderd met de in de grondexploitaties opgenomen posten onvoorziene kosten als onderdeel van de ramingen en vermeerderd met een vast bedrag van € 600.000 ten aanzien van voorbereidingskosten en algemene kosten van het Grondbedrijf. Toepassing van voornoemde methodiek leidt tot de volgende tabel. Risico's Hamersveldseweg 136 e.o. Larikslaan De Buitenplaats De Plantage Groot Agteveld Mastenbroek II Mastenbroek II Totaal Stelpost overige risico's Benodigde weerstandscapaciteit
GREX GREX GREX FAC FAC GREX FAC
IFLO-norm
Onvoorziene kosten
Netto risicoprofiel
151.175 63.637 66.498 -45.109 -41.456 910.947 11.079 1.116.772
60.000 0 8.300 11.953 0 423.244 0 503.497
91.175 63.637 58.198 0 0 292.622 11.079 516.711 600.000 1.116.711
Uit de tabel komt naar voren dat de benodigde weerstandscapaciteit van het Grondbedrijf ongeveer € 1,1 miljoen bedraagt. Bij de actualisatie in 2023 kwam de berekening uit op ongeveer € 1,0 miljoen. De toename is voornamelijk toe te schrijven aan toename van de boekwaarde in de exploitatie Mastenbroek II. Zoals hierboven bij de bepaling van de IFLO-norm is aangegeven werkt een toename van de boekwaarde aanzienlijk door in de bepaling van de hoogte van de norm. In de bijlage is een uitgebreide tabel opgenomen ten aanzien van de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.
Risicoanalyse Bij de actualisatie in 2024 is voor de grondexploitaties tevens een risicoanalyse uitgevoerd. Per exploitatie zijn de risico’s geïnventariseerd en gekwantificeerd aan de hand van de kans van optreden en het maximale effect. De kans van optreden wordt uitgedrukt in een percentage tussen nul en honderd procent. Gemakshalve zijn hierbij de volgende kansklassen gehanteerd: zeer kleine kans (10%); kleine kans (25%), matige kans (50%), grote kans (75%) en zeer grote kans (90%). Risico’s met een kans van optreden van meer dan 90% worden niet meer als risico’s gezien, maar als (bijna) zekere gebeurtenissen. Deze gebeurtenissen worden daarom als kosten geraamd en ingeboekt in de grondexploitatie. Een bijkomend uitgangspunt is dat positieve risico’s veiligheidshalve (voorzichtigheidsbeginsel) niet worden meegenomen. Voornoemde methodiek resulteert per exploitatie in een gewogen risico-effect. Dit effect is vervolgens afgezet tegen de onvoorziene kosten die opgenomen zijn in de ramingen. Deze post is feitelijk een eerste buffer om Actualisatie Grondexploitaties 2024
Pagina 37 van 44
risico’s op te vangen. Op totaalniveau gaat het om een risicoprofiel van € 88.750 wat direct voortvloeit uit de grondexploitaties. In de bijlage zijn per exploitatie de geïnventariseerde risico’s en het gewogen risico-effect inzichtelijk gemaakt. Daarnaast zijn er nog overige risico’s van het Grondbedrijf. In de basis gaat het om de volgende elementen: Voor de strategische gronden geldt het risico dat de boekwaarde hoger is dan de marktwaarde. Uitgangspunt voor de waardering van deze gronden is de verkrijgingprijs met bijkomende kosten tenzij er sprake is van een (duurzame) lagere marktwaarde. In dat laatste geval moeten de gronden worden afgewaardeerd tot deze marktwaarde. Gronden die voor 2019 door de gemeente verworven zijn blijven gewaardeerd tegen de bestaande boekwaarde met in achtneming van de regel over een lagere marktwaarde. De strategische grond in bezit van de gemeente voldoet aan de bovenstaande criteria, er is derhalve geen risicobedrag opgenomen. Bij de geactiveerde planvoorbereidingskosten geldt het risico dat de kosten niet binnen 5 jaar worden ingebracht in een gemeentelijke grondexploitatie of worden verhaald op basis van een anterieure overeenkomst. De kosten moeten in dat geval worden afgeboekt. Per 1 januari 2024 zijn de geactiveerde planvoorbereidingskosten ongeveer € 331.000.
Uitgaande van een gewogen risico effect per plan in voorbereiding is het totaal effect bepaald op € 88.000. Ten aanzien van de vennootschapsbelasting is sprake van het risico dat meer belasting moet worden betaald dan momenteel is begroot. In 2019 is de gemeente echter een vaststellingovereenkomst (VSO) aangegaan met de Belastingdienst. Dit leidt tot een lagere vennootschapsbelasting last dan oorspronkelijk is geraamd. Voor de toekomst wordt evenwel een totale aanslag van € 85.000 verwacht, uitgaande van een beperkte kans dat deze aanslag hoger uitvalt (25%) wordt het gewogen risico effect bepaald op € 21.250 Voor de algemene kosten van het Grondbedrijf geldt ook het risico van overschrijding. Indien drie opeenvolgende jaren sprake is van een overschrijding van € 50.000 ten opzichte van de begrote kosten, dan betreft het een bedrag van € 150.000.
Conclusie Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse komt per saldo een risicoprofiel naar voren van € 348.000 (€ 88.750 + € 88.000 + € 21.250 + € 150.000). Dit is lager dan het risicoprofiel van ongeveer € 1,1 miljoen, welke volgt uit methodiek conform de door de raad vastgestelde Nota Risicomanagement (IFLO-norm + vast bedrag van € 600.000). Het verschil tussen de beide methodieken om de hoogte van het risicoprofiel te bepalen is aanzienlijk, geconcludeerd zou kunnen worden dat de IFLO-norm een zeer conservatieve inschatting van het risicoprofiel is. Voor de benodigde weerstandscapaciteit van het Grondbedrijf wordt vooralsnog vanuit het voorzichtigheidsbeginsel aangesloten bij het bedrag van € 1,1 miljoen. Hiermee is dus sprake van onvoldoende buffer om nadelige risico-effecten op te kunnen vangen. Indien uitgegaan wordt van de Risicoanalyse is er evenwel sprak van een voldoende buffer.
Actualisatie Grondexploitaties 2024
Pagina 38 van 44
11. Algemene Reserve Grondbedrijf De gemeente Leusden beschikt over een Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG). Het doel van de reserve is meervoudig, onder meer het afdekken van tekorten bij negatieve grondexploitaties, het afwaarderen van strategische gronden voor zover de boekwaarde hoger is dan de verwachte marktwaarde en het opvangen van onvoorziene tegenvallers (projectrisico’s). De reserve wordt gevoed door voordelige saldi bij het sluiten van grondexploitaties en tussentijdse winstnemingen uit grondexploitaties. In onderstaande tabel is de stand van de ARG inzichtelijk gemaakt. Teneinde een inschatting te maken of de reserve toereikend is voor de komende jaren, is tevens het verloop van de reserve in beeld gebracht. Algemene Reserve Grondbedrijf 1. Stand per 1-1 (bruto) 2. Verliesvoorzieningen per 1-1 3. Reserveringen per 1-1 4. Stand per 1-1 (netto) Toevoegingen 5. Resultaatnemingen 6. Stortingen Ontrekkingen 7. Onttrekkingen 8. Dotaties Reserve Bovenwijkse Voorzieningen 9. Dotaties Algemene Reserve Algemene Dienst
2023 660.140 0 22.500 637.640
2024 483.399 0 32.500 450.898
2025 1.075.038 0 0 1.075.038
2026 904.038 0 0 904.038
226.955 9.719
1.359.896 0
0 0
2.642.711 0
-213.416 -200.000 0
-255.989 -512.268 0
-171.000 0 0
-171.000 -369.060 0
10. Stand per 31-12
483.399
1.075.038
904.038
3.006.689
11. Mutaties verliesvoorziening in jaar 12. Mutaties reservering in jaar
0 10.000
0 -32.500
0 0
0 0
2023 637.640 1.009.129 -371.489 0,63
2024 450.898 1.116.711 -665.813 0,40
2025 1.075.038 609.545 465.493 1,76
2026 904.038 600.000 304.038 1,51
Weerstandsvermogen A Aanwezige weerstandscapaciteit per 1-1 B Benodigde weerstandscapaciteit C Resultaat weerstandsvermogen D Ratio weerstandsvermogen
Conclusie Uit de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit blijkt dat de Algemene Reserve Grondbedrijf bij gelijkblijvende uitgangspunten niet toereikend is om het risicoprofiel af te dekken. Per 1 januari 2024 is namelijk sprake van een ratio van 0,40. Dit komt overeen met de kwalificatie ‘ruim onvoldoende’. Het is de verwachting dat de ratio de komende jaren zal stijgen tot boven het gewenste niveau van 1,00. De gemeenteraad heeft vastgesteld om voor het Grondbedrijf te streven naar een ratio van 1,00 met een toegestane bovengrens van 1,20 en ondergrens van 0,8. Aangezien de huidige ratio zich ruim onder de toegestane bandbreedte bevindt, is het in principe noodzakelijk aanvullende maatregelen te treffen. De gemeenteraad heeft in haar besluit tevens aangegeven dat als de ratio onder het gewenste niveau daalt het Actualisatie Grondexploitaties 2024
Pagina 39 van 44
college een periode van een jaar krijgt om maatregelen te treffen om de ratio weer binnen de aangegeven bandbreedte te krijgen. De gemeente Leusden is op dit moment bezig haar risicomanagement aan te passen,. Deze aanpassing zal, indien daartoe besloten wordt, leiden tot een herziening van de wijze waarop de risico’s bepaald worden. Er wordt dan aansluiting gezocht bij de wijze van risicobepaling zoals uitgewerkt in Hoofdstuk 10 onder risicoanalyse. De ratio bij toepassing van deze uitgangpunten bedraagt 1,3 en kwalificeert daarmee als voldoende. Uit de doorkijk naar de ontwikkeling van de Reserve Grondbedrijf en de doorkijk van de benodigde weerstandscapaciteit na 2024 blijkt dat de ratio in 2025 weer ruim boven de gewenste 1,0 ligt. De verwachte stijgen van de ratio en de herziening van het risicomanagement maakt dat geadviseerd wordt geen aanvullende maatregelen te treffen. Toelichting Algemene Reserve Grondbedrijf 1. Dit is de bruto stand per 1 januari van de genoemde jaren exclusief de reeds getroffen verliesvoorzieningen en reserveringen. 2. Dit zijn de reeds getroffen verliesvoorzieningen per 1 januari en in opvolgende jaren gesaldeerd met de mutaties van het negatief resultaat onder 11 3. Dit zijn de reserveringen per 1 januari en in opvolgende jaren gesaldeerd met de mutaties onder 12. 4.
Dit is de netto stand per 1 januari van de genoemde jaren inclusief de reeds getroffen verliesvoorzieningen en reserveringen. 5. Dit zijn de resultaatnemingen. In 2023 is een complex, Valleipark, afgesloten en is voor het complex De Buitenplaats een tussentijdse winst genomen conform de daarvoor van toepassing zijn de regels. Door de afsluiting van het project Valleipark wordt een resultaat gerealiseerd van € 206.000. De tussentijdse winstneming voor het project De Buitenplaats bedraagt € 21.000. Vanaf 2024 gaat het telkens om de voorziene eindwaarde van de grondexploitatie. Als gevolg van verplichte tussentijdse winstnemingen zal de resultaatneming bij positieve grondexploitaties in de praktijk gefaseerd plaatsvinden. Dit is echter niet verwerkt in onderstaande tabel omdat de tussentijdse winsten afhankelijk zijn van de Percentage of Completion per project en deze pas bij iedere jaarrekening met voldoende zekerheid is vast te stellen.
Resultaatnemingen Hamersveldseweg 136 e.o. Valleipark Larikslaan De Buitenplaats De Plantage Groot Agteveld Mastenbroek II (GREX) Mastenbroek II (FAC) Totaal
2023 0 205.955 0 21.000 0 0 0 0 226.955
2024 148.420 0 63.181 66.498 677.958 403.838 0 0 1.359.896
2025 0 0 0
2026 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 2.636.133 6.578 2.642.711
6. Dit zijn de storingen die worden gedaan in de Algemene Reserve Grondbedrijf. In 2022 gaat het om opbrengsten uit tijdelijke beheer van gronden. 7. Dit zijn de onttrekkingen die worden gedaan aan de ARG. In 2023 gaat het om een bedrag van ongeveer € 213.000, ten behoeve van het algemeen beheer van het Grondbedrijf en de uitvoering van het raadsbesluit om sloop en de inrichting van de openbare ruimte bij IKC Groenhouten (gedeeltelijk) ten laste Actualisatie Grondexploitaties 2024
Pagina 40 van 44
te brengen van de ARG. Op basis van de verwachte resultaten van de exploitaties is voor 2024 een aanslag VPB opgenomen, voor 2023 wordt geen aanvullende aanslag verwacht. In 2021 is een bedrag van € 500.000 aan de onttrekkingen toegevoegd als gevolg van het raadsbesluit om sloop en de inrichting van de openbare ruimte bij IKC Groenhouten (gedeeltelijk) ten laste te brengen van de ARG. Dit bedrag is in 2021 en 2022 voor € 433.500 aan de ARG onttrokken. Door de keuze om aansluiting bij de daadwerkelijk uitgaven te houden is het restant van € 66.500 in 2023 ten laste van de ARG gebracht. De daadwerkelijk werkzaamheden voor IKC Groenhouten zijn in 2023 afgerond . Onttrekkingen Algemeen beheer Vpb-aanslag IKC Groenhouten Totaal
2023 146.889 0 66.527 213.416
2024 171.000 84.989
2025 171.000 0
2026 171.000 0
255.989
171.000
171.000
8. Dit betreffen de dotaties aan de Reserve Bovenwijkse Voorzieningen. Als gevolg van de BBV-wijzigingen in 2016 is het niet meer toegestaan om (jaarlijks) vanuit een grondexploitatie een bijdrage te doen aan de reserve voor bovenwijkse voorzieningen. Bijdragen aan deze bestemmingsreserve kunnen alleen nog plaatsvinden via resultaatsbestemming. Binnen de gemeente Leusden loopt dit via de Algemene Reserve Grondbedrijf. In 2023 is de grondexploitatie Valleipark afgesloten, de dotatie aan de Reserve Bovenwijkse Voorziening voor € 200.00 heeft conform de bovenstaande afspraak plaatsgevonden. In onderstaande tabel zijn de verdere voorziene afdrachten opgenomen waarbij het jaar van afdracht gelijk is aan de voorziene einddatum van de bijbehorende grondexploitatie. Dotaties Afdracht Hamersveldseweg 136 e.o. Afdracht Valleipark Afdracht De Plantage Afdracht Mastenbroek Totaal
2023
2024 160.770
2025
2026
0
369.060 369.060
200.000 351.498 200.000
512.268
9. Dit betreffen de dotaties aan de Algemene Reserve van de Algemene Dienst. Op basis van de verwachte resultaten en de stand van de weerstandsvermogen heeft in 2023 geen dotatie aan de Algemene Dienst plaatsgevonden. 10. Dit is de stand per 31 december van de genoemde jaren. 11. Dit zijn de mutaties in de verliesvoorzieningen. De gemeente kent per 1-1-2024 geen exploitaties meer met een verwacht verlies. De verliesvoorziening blijft derhalve op nul staan. 12. Dit zijn de mutaties van de reserveringen. In 2023 is bij de afsluiting van het project Valleipark een bedrag opgenomen van € 10.000 om eventueel nakomende kosten nog te kunnen opvangen. De staande reservering voor de afronding van De Biezenkamp is ongewijzigd gebleven Dit betreft per saldo een mutatie (verhoging) van € 10.000 in 2023. Voorzien wordt dat beide reserveringen in 2024 komen te vervallen. Toelichting Weerstandsvermogen A. De aanwezige weerstandscapaciteit is het vermogen dat aanwezig is om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De aanwezige weerstandscapaciteit is gelijk aan het vrij besteedbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf per 1 januari van de genoemde jaren.
Actualisatie Grondexploitaties 2024
Pagina 41 van 44
B. De benodigde weerstandscapaciteit is het vermogen dat aanwezig dient te zijn om de niet-begrote financiële tegenvallers af te dekken. De benodigde weerstandscapaciteit is gelijk aan het berekende risicoprofiel van de grondexploitaties en strategische gronden. C. Het resultaat weerstandsvermogen betreft het saldo van het vrij besteedbare deel van de reserve minus het risicoprofiel. D. De ratio van het weerstandsvermogen maakt inzichtelijk in hoeverre de Algemene Reserve Grondbedrijf in staat is om financiële tegenvallers af te dekken. De ratio is gelijk aan het quotiënt van de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit.
Actualisatie Grondexploitaties 2024
Pagina 42 van 44
12. Conclusies & Besluiten Voor liggend rapport vormt een actualisatie van alle door de gemeenteraad vastgestelde grondexploitaties en de voorraad aan strategische gronden. Bij deze actualisatie is sprake van de aanpassing van budgetten (op basis van actuele inzichten) en uitgiftetempo (op basis van marktontwikkelingen). Hierbij valt te concluderen dat de ontwikkelingen binnen de projecten ten opzichte van de actualisatie in 2023 over het algemeen wederom beperkt vertraagd zijn, deze vertraging vertaalt zich ook in een beperkte aanpassing van het exploitatieresultaat. In 2023 is het project Valleipark afgesloten waarbij een resultaat van € 206.000 gerealiseerd is, het totaal resultaat van het project Valleipark bedraagt € 2.850.000. Door de tussentijdse winstnemingen (zie onder) is het overgrote deel van dit resultaat in het verleden al gerealiseerd. Het Besluit Begroting en Verantwoording stelt gemeenten verplicht om op basis van de PoC-methode (Percentage of Completion) tussentijdse winsten te nemen bij grondexploitaties met een voorzien positief resultaat. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt periodiek vastgesteld om tot tussentijdse winstnemingen over te gaan. Door de verhoging van de te verwachte opbrengsten is voor De Buitenplaats het Percentage of Completion gewijzigd. Dit leidt ertoe dat een tussentijdse winst van € 21.000 gerealiseerd wordt.
Wat betreft de huidige exploitaties in het grondbedrijf wordt een positief resultaat van afgerond € 3,8 miljoen op netto contante waarde verwacht. Dit is een verbetering ten opzichte van de actualisatie in 2023, die destijds circa € 3,2 miljoen was. Dit verschil wordt met name veroorzaakt doordat in de grondexploitatie Mastenbroek II een beter resultaat voorzien wordt dan in 2023. De geactualiseerde risicoanalyse resulteert op basis van de methodiek in de vigerende Nota Risicomanagement in een risicoprofiel van ongeveer € 1,1 miljoen. Dit betreft een toename ten opzichte van de actualisatie in 2023, waarbij het risicoprofiel nog uitkwam op ongeveer € 1,0 miljoen. De toename is te relateren aan de voortgang van de projecten, ofwel hogere boekwaarden en minder voorziene kosten en opbrengsten. Bij het hanteren van de eerdere genoemde IFLO-norm werkt een hogere boekwaarde relatief fors door bij de bepaling van het risicoprofiel. Het risicoprofiel van ongeveer € 1,1 miljoen is aangemerkt als benodigde weerstandscapaciteit in de Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG). Bij gelijkblijvende uitgangspunten is de stand van de Algemene Reserve Grondbedrijf onvoldoende om dit risicoprofiel af te dekken. Per 1 januari 2024 is namelijk sprake van een ratio van 0,40. Dit komt overeen met de kwalificatie ‘ruim onvoldoende’.
Ondanks dat de ratio te laag is worden op dit moment geen aanvullende maatregelen voorgesteld om de ratio op het gewenste niveau te brengen. Redenen hiervoor zijn: De ratio is wordt bepaald door de inschatting van de gelopen risico’s in de exploitaties (zie hoofdstuk 10). Volgens de nu (nog) geldende methodiek van risico inschatting leidt tot een conservatieve inschatting van de risico’s. De voorgenomen actualisatie van het risicomanagement, waarbij een andere wijze van risicobepaling wordt voorgestaan, leidt tot een lager risicoprofiel. Beleidsmatig heeft de Raad het college een periode van maximaal één jaar gegeven om het beschikbaar weerstandsvermogen aan te passen tot het gewenste niveau. Met de huidige inzichten over de ontwikkeling van de exploitaties is de ratio volgend jaar op het gewenste niveau.
Actualisatie Grondexploitaties 2024
Pagina 43 van 44
Besluiten het rapport ‘Actualisatie Grondexploitaties 2024’ vast te stellen en daarmee; 1. De grondexploitatie Valleipark te sluiten met een resultaat van € 205.955 en dit bedrag toe te voegen aan de Algemene Reserve Grondbedrijf; 2. Een tussentijdse winst op grondexploitaties De Buitenplaats te nemen voor een bedrag van totaal € 21.000 en dit bedrag toe te voegen aan de Algemene Reserve Grondbedrijf; 3. Een aanvullende reservering voor nog te verwachten kosten voor de exploitatie Valleipark te maken van € 10.000. De reserveringen voor nog te verwachte kosten bij de afgesloten exploitatie De Biezenkamp onveranderd te laten waarmee het totaal aan reserveringen € 32.500 bedraagt; 4. Geen aanvullende maatregelen te nemen om de weerstandsratio op het, volgens de nu (nog) geldende norm, gewenste niveau te krijgen; 5. De begroting in lijn te brengen met de geraamde kosten en opbrengsten voor de jaarschijf 2024 en verder middels bijgevoegde begrotingswijziging.
Actualisatie Grondexploitaties 2024
Pagina 44 van 44