B.20 Bijlage Voorlopige jaarstukken 2020.pdf
Tekst van het document
Voorlopige jaarstukken 2020 Verslag & rekening Versie gemeente 15 april 2021
Pagina
1
Colofon Stafafdeling Bestuur & Control Team Planning & Control Documentnummer: Vastgesteld op: Door:
[corsa nummer] 5 juli 2021 Algemeen bestuur VRU
Pagina
2
Voorwoord Graag bied ik u hierbij de jaarstukken 2020 van Veiligheidsregio Utrecht (VRU) aan. De VRU sluit het jaar met een positief resultaat voor bestemming van € 2,1 miljoen. Wij kijken terug op een bewogen en bijzonder jaar. Een jaar waarin de VRU, net als andere organisaties, gedwongen was veel werk online te organiseren. In bepaalde gevallen moest een stapje extra worden gezet, om het werk op te vangen voor collega’s die langdurig in de Covidcrisisorganisatie moesten worden ingezet. En we moesten creatief te werk gaan. Het vergroten van risicobewustzijn is een belangrijk speerpunt voor ons. In plaats van roadshows en voorlichtingen, hebben we digitale middelen ontwikkeld. Online huisbezoeken via whatsapp, webinars via facebook en digitale leermiddelen voor het onderwijs. Het thuiswerken heeft veel gevraagd van onze mensen, maar onderzoeken tonen aan dat het in het algemeen goed heeft gefunctioneerd, niet in de laatste plaats omdat we beschikken over verantwoordelijke en zelfstandige en collegiale professionals. Niet iedereen kon of mocht thuis werken. Dat gold natuurlijk voor de mensen in de Covidcrisisorganisatie en voor iedereen die op een VRU-locatie moest zijn om de vitale processen gaande te houden. Maar de VRU is ook een organisatie die mensen op straat moet brengen om het werk te kunnen doen.
Dat zijn onze brandweercollega’s, beroeps en vrijwillig, en onze toezichthouders, controleurs en piketfunctionarissen. Het ter plaatse moeten gaan in de wetenschap dat het besmettingsrisico hoog kan zijn, vraagt om respect. Laten we ook de mensen van de meldkamer niet vergeten. Onze meldkamer ontving ruim 20.000 meldingen, waarvan er ruim 8.500 leidden tot een uitruk. Maar er gebeurt veel achter de ‘kale’ meldingscijfers. Wij kunnen dat niet genoeg benadrukken. En in de fysieke beslotenheid van hun werkruimte, waar het virus evengoed zijn werk deed, was afmelden geen optie. Hulde voor onze centralisten en hun leidinggevenden. We hebben in 2020 niet alles kunnen realiseren van wat door ons gepland was. Maar veel ook wel. We zijn ook streng geweest, bijvoorbeeld wat betreft het oefenen van de brandweer. Dat stond noodgedwongen op een laag pitje, met als negatieve bijkomstigheid het gemis aan sociaal contact en binding op de posten. Het elkaar even ontmoeten werd gemist. Het past, al onze medewerkers de bedanken voor hun niet aflatende inzet, soms onder in potentie onveilige omstandigheden. 2020 was ook een jaar waarin we als veiligheidsregio’s een belangrijke bijdrage aan het Covidcrisismanagement mochten leveren, samen met gemeenten en collega-organisaties.
Aanvankelijk door de verplichte noodverordeningen die vanuit de voorzitter van de veiligheidsregio van kracht waren en later in een aangepaste rol onder de tijdelijke wet. We vonden het zaak de crisisondersteuning dedicated te organiseren, om zodoende ook voor niet-Covid-crises en andersoortige incidenten slagvaardig te kunnen zijn. Ook namen we samen met het IFV het voortouw bij het organiseren van de landelijke verbinding tussen regio’s en rijk: het LOT-C. We hebben als veiligheidsregio steeds geprobeerd een steunende, verbindende en welbegrepen bescheiden rol te nemen, in de wetenschap dat de veiligheidsregio van alle gemeenten is, ongeacht hun omvang. Voor het ons gegeven vertrouwen zijn wij dankbaar. Onze verslagenheid was groot toen onze collega Pim van der Bruggen bij een uitruk het leven liet. Een noodlottig ongeval, als gevolg waarvan Pim een jong gezin achterliet. Ons verdriet is groot en het verlies wordt overal gevoeld. Hoe goed was het te zien dat de VRU-mensen Pim’s gezin steunden, elkaar opvingen en ondertussen doorgingen met het werk dat gedaan moest worden.
Pagina
3
In de verantwoording op ons begrotingsprogramma laten we zien wat de VRU in 2020 met haar diversiteit aan prestaties en productie in samenwerking met de gemeenten heeft bereikt. Ik nodig u graag uit daarvan kennis te nemen. We kijken terug op een succesvolle inzet en zijn graag bereid over onze productie en prestaties verantwoording af te leggen.
Namens het bestuur,
Dr. Peter L.J. Bos Algemeen directeur
Pagina
4
Inhoudsopgave
Voorwoord
3
Inhoudsopgave
5
1 1.1 1.2 1.3
9 9 10 10
Financiële samenvatting Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat Voorstel bestemming rekeningresultaat Ontwikkelingen COVID-19
Jaarverslag 2020
11
Programmaverantwoording
12
2 2.1 2.2 2.3
Risicobeheersing Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
13 13 16 17
3 3.1 3.2 3.3
Crisisbeheersing Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
18 18 20 22
4 4.1 4.2 4.3
GHOR Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
23 23 24 26
5 5.1 5.2 5.3
Brandweer Productie-indicatoren Prestatie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
27 28 30 31
6 6.1 6.2
Meldkamer Productie-indicatoren Gerealiseerde baten en lasten
32 33 35
7 7.1 7.2 7.3 7.4
Algemeen Algemene kosten en dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Gerealiseerde baten en lasten
36 36 36 37 37
8
Paragrafen
38
9 9.1 9.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit
39 39 39
Pagina
5
9.2.1 9.2.2 9.2.3 9.2.4 9.2.5
Verzekeringen Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
41 41 41 41 41
10 10.1
Onderhoud kapitaalgoederen Activeren en afschrijven 10.1.1 Investeringen in gebouwen 10.1.2 Investeringen in overige kapitaalgoederen 10.1.3 Onderhoud gebouwen en installaties 10.1.4 Onderhoud materieel
42 42 42 42 42 42
11 11.1 11.2
Financiering Financieringsportefeuille Risicobeheer 11.2.1 Kasgeldlimiet 11.2.2 Renterisiconorm
43 43 43 43 44
12 12.1
12.2 12.3 12.4 12.5 12.6
Bedrijfsvoering Personeel 12.1.1 Formatie en bezetting 12.1.2 Wet banenafspraak 12.1.3 Diversiteit 12.1.4 Verzuim 2020 12.1.5 Vrijwilligers Inhuur Beleidsindicatoren Vennootschapsbelasting Duurzaamheid Privacy
45 45 45 45 45 46 46 47 47 47 48 49
13
Verbonden partijen
50
14
Declaratie COVID-19
51
Jaarrekening 2020
53
1
Balans per 31 december
54
2 2.1 2.2
Rekeningresultaat Overzicht van baten en lasten naar rubriek Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar rubriek 2.2.1 Rubriek A – Personele kosten reguliere werkzaamheden 2.2.2 Rubriek B – Ondersteunende personele kosten 2.2.3 Rubriek C – Personele kosten additionele werkzaamheden 2.2.4 Rubriek D – Gebouwkosten 2.2.5 Rubriek E – Operationele middelen 2.2.6 Rubriek F - Kantoorkosten 2.2.7 Rubriek G – Financiële rekeningen 2.2.8 Rubriek H – Overige kosten 2.2.9 Rubriek K – Gemeentelijke bijdrage en vergoeding 2.2.10 Rubriek L - Rijksbijdrage 2.2.11 Rubriek M – OMS
55 55 56 56 57 58 58 59 59 60 60 61 61 61
Pagina
6
2.2.12 Rubriek N – Overige baten 2.2.13 Rubriek O – Storting reserves 2.2.14 Rubriek P – Onttrekking reserves Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2020
61 62 62 63
3 3.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 3.1.1 Vaste activa 3.1.2 Vlottende activa 3.1.3 Vaste passiva 3.1.4 Vlottende passiva 3.1.5 Resultaatbepaling
64 64 64 65 65 65 65
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Toelichting op de balans Vaste activa Vlottende activa Vaste passiva Vlottende passiva Waarborg en garanties Niet in de balans opgenomen verplichtingen Gebeurtenissen na balansdatum
67 67 68 69 71 72 72 73
5 5.1 5.2
Wet normering topinkomens (WNT) Bezoldiging topfunctionarissen 2020 Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
74 74 75
6
Single information Single Audit
76
7
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
77
2.3
Bijlage 1 Gemeentelijke bijdragen en vergoedingen 2020
82 82
Bijlage 2 Overzicht gerealiseerde baten en lasten per taakveld
83 83
Bijlage 3 Overzicht berekening overhead
84 84
Bijlage 4 7.1 Materiële vaste activa staat nieuwe categorie indeling
85 85
Bijlage 5 Begrippen en afkortingen
86 86
Pagina
7
1 Financiële samenvatting Op 6 juli 2020 heeft het Algemeen Bestuur de wijzigingen op de geactualiseerde begroting 2020 vastgesteld. De realisatie cijfers uit deze jaarstukken worden vergeleken met deze geactualiseerde begroting 2020.
1.1
Samenvatting toelichting jaarrekeningresultaat
Het jaar 2020 sluit met een positief resultaat voor bestemming van € 2,1 miljoen (circa 2,2% van de begroting). Tabel 1 Samenvatting financiële afwijkingen
Een deel van de afwijkingen op de verschillende rubrieken is technisch van aard en aan elkaar gerelateerd. Per saldo zorgen deze afwijkingen niet voor een resultaateffect. Deze saldo-neutrale afwijkingen zijn in de bovenstaande tabel apart inzichtelijk gemaakt om vervolgens inzicht te geven in de gecorrigeerde afwijkingen die leiden tot het gerealiseerde rekeningresultaat. De gedeclareerde meerkosten voor COVID-19 zijn een voorbeeld van saldo-neutrale afwijkingen. Tegenover het saldo van de niet begrote meer- en minderkosten staat een vergoeding van het rijk voor hetzelfde bedrag. Uit de gecorrigeerde afwijkingen blijkt dat het resultaat van ruim € 2,1 miljoen op hoofdlijnen bestaat uit lagere personele lasten (€ 0,8 miljoen) en materiële lasten (€ 0,85 miljoen) enerzijds en hogere baten (€ 0,5 miljoen) anderzijds. De lagere personele lasten worden onder andere veroorzaakt door tijdelijk vacatureruimte. De afwijking op de materiële lasten betreft voornamelijk voertuigen en operationele middelen (€ 0,35 miljoen), kantoor- en ICT-kosten (€ 0,23 miljoen) en een voordeel op de rentekosten (€ 0,27 miljoen).
De hogere opbrengsten bestaan voor € 0,1 miljoen uit een verhoging van de reguliere rijksbijdrage, voor € 0,1 miljoen uit een hogere opbrengst uit de liquidatie van de Gemeenschappelijke Meldkamer Utrecht (GMU) en voor € 0,2 miljoen overige incidentele baten, zoals detacheringsopbrengsten.
Pagina
9
In paragraaf 2.2 van de jaarrekening is een meer uitgebreide toelichting opgenomen, inclusief de saldo-neutrale afwijkingen. Hierbij wordt ook toegelicht of sprake is van een incidentele of structurele afwijking.
1.2
Voorstel bestemming rekeningresultaat
Onderstaand hebben wij het voorstel opgenomen voor de bestemming van het rekeningresultaat over 2020. Tabel 2 Resultaatbestemming
Van het rekeningresultaat wordt het gehele bedrag toegevoegd aan de bestemmingsreserve OMS (OMS-fonds). Met dit bedrag kan het wegvallen van de OMS-opbrengsten worden gedekt in 2022 en 2023.
1.3
Ontwikkelingen COVID-19
In het eerste kwartaal van 2020 heeft de verspreiding van COVID-19 zich in Nederland gemanifesteerd. De veiligheidsregio’s vervullen een centrale rol bij de coördinatie van crisisbeheersing. Voor de VRU hebben de ontwikkelingen rond COVID-19 organisatorische consequenties. Op aanwijzing van de accountant brengen we deze te verwachten consequenties globaal in beeld. Voor de VRU hebben de ontwikkelingen rond COVID-19 organisatorische consequenties, zoals het: treffen van een tijdelijke voorziening in de vorm van een dedicated operationeel team COVID-19; organiseren en faciliteren van bestuurlijke overleggen, mede in verband met de opschaling naar GRIP 4; treffen van maatregelen om te zorgen voor de veiligheid van onze medewerkers (beschermingsmiddelen en handelingsprotocollen) en het borgen van de continuïteit van de hulpverlening; bijdragen aan Landelijk Operationeel Team Corona (LOT-C), waaronder het verzorgen van de tijdelijke huisvesting in de kazerne van Zeist bij de start; beperken van de beschikbare personele capaciteit als gevolg van een hoger ziekteverzuim, verschuiving van verlofopname, langer openstaan van vacatures. tijdelijk afschalen van opleiding, training en oefening en andere bijeenkomsten.
Pagina
10
Jaarverslag 2020
Pagina
11
Programmaverantwoording De begroting bestaat uit één programma: Veiligheidsregio Utrecht. Hierin de volgende programmaonderdelen:
Risicobeheersing Crisisbeheersing GHOR Brandweer Meldkamer Algemeen
In de hoofdstukken hierna de verantwoording per programmaonderdeel.
Pagina
12
2 Risicobeheersing Met Risicobeheersing leveren we een bijdrage aan de voorkant van de veiligheidsketen; in het voorkomen en beperken van fysieke onveiligheid. Voor veel van onze activiteiten moest in 2020 gezocht worden naar nieuwe manieren om het doel (een brandveilige samenleving) zo goed mogelijk te realiseren. Hiervoor zijn nieuwe interventies ontwikkeld, zoals (voor een beperkte doelgroep) toezicht via beeldbellen, voorlichting via Webinars en digitale leermiddelen voor het basisonderwijs. Naast de reguliere risicobeheersing processen zijn er zijn verschillende COVID-gerelateerde activiteiten geweest. Medewerkers Risicobeheersing zijn betrokken geweest in het ROT en actiecentra (GHOR), het VIC en het CWC. Ook voor het maken van analyses, trendontwikkelingen en dashboards voor de crisisorganisatie is een beroep gedaan op de beschikbare kennis en kwaliteiten (actueel risicobeeld) binnen de directie Risicobeheersing. Deze activiteiten zullen nog langere tijd doorlopen. We adviseren het bevoegd gezag in het voorkomen en beperken van (brand)onveilige situaties. We zijn actief op zoek naar de samenwerking met gemeenten voor de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen maar ook voor andere ontwikkelingen die raken aan veiligheid, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie.
Door de COVID-19 crisis bleef het aantal (fysieke) toezicht bezoeken ruim achter bij de planning. Desondanks hebben we, soms na klachten van burgers, de nodige (bijzondere) handhavingsacties opgezet samen met de gemeenten. Ook zijn er specifieke advies- en toezichtsactiviteiten geweest voor noodopvanglocaties voor COVID-19-verpleging of specifieke COVID-19-gerelateerde activiteiten, zoals aangepaste Kinderdagverblijven, daklozenopvang, testlocaties en toedienlocaties. Ingegeven door de COVID-19 crisis, hebben we volop ingezet op de ontwikkeling van digitale middelen om (brand)veiligheid te bevorderen. Denk aan online huisbezoeken via WhatsApp en Webinars via Facebook.
2.1
Productie-indicatoren
Tabel 3 Productie-indicatoren Risicobeheersing
Pagina
13
Toelichting Advisering door de VRU is vraag-gestuurd. Met de gemeenten maken we in jaarplangesprekken een prognose van de verwachte adviesaanvragen. Alle adviesaanvragen zijn in behandeling genomen en binnen de gestelde termijnen afgerond. COVID-19 heeft alleen gezorgd voor lagere aantallen evenementadvies.
1
Advisering ter voorkoming van onveiligheid Het aantal verstrekte adviezen Ruimtelijk Ordening (RO): Er wordt bij steeds meer bouwplannen getoetst of het plan gevolgen heeft voor de Omgevingsveiligheid (integraal advies). Deze deeladviezen worden nu meegeteld als ROadvies. Dit betreft 303 adviezen bestemmingsplan incl. externe veiligheid. Daarnaast hebben we geadviseerd op 10 omgevingsvisies.
2
Het aantal verstrekte WABO-adviezen Bouw: Het aantal adviezen WABO-bouw is uitgekomen op bijna 3.200, dit is 121% hoger dan de begroting (2.640).
3
Het aantal verstrekte WABO-adviezen Milieu: De advisering milieuvergunningen (milieu-(72) en vuurwerkvergunningen (62)) zit boven de planning (113%).
4
Het aantal verstrekte WABO-adviezen Gebruik: We zijn uiteindelijk iets hoger uitgekomen dan de begroting (820 adviezen). Over het hele jaar komen we uit op ruim 112% van de planning.
5
Het aantal verstrekte adviezen Evenementen (integraal): Als gevolg van COVID-19 is het aantal adviezen Evenementen in het aantal adviezen sterk achtergebleven op de begroting (41%). Capaciteit is ingezet t.b.v. het COVID-19-multiteam Evenementen. Daarnaast zijn medewerkers ingezet bij de overige adviestaken.
6
Risicogericht toezicht Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken realisatie Bouw: Het aantal controles Bouw is achtergebleven bij de begroting (80%). Het lijkt er op dat in sommige gemeenten minder bouwactiviteiten zijn uitgevoerd. Daarnaast speelt mee dat in een aantal gemeenten minder toezichtcapaciteit bij de gemeente beschikbaar was door COVID-19 en het aantal toezichtmomenten beperkt is tot de hoogst noodzakelijke controles.
7
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu: Na onderlinge afstemming met RUD en ODRU zijn de integrale controles in de loop van Q1 opgestart en in maart weer stil komen te liggen t.g.v. de beperkende maatregelen. De integrale controles zijn vanaf medio juni weer opgestart, maar door de 2e lockdown in het najaar zijn uiteindelijk slechts 37 inspecties bij milieu-instellingen uitgevoerd (49%).
8
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw: Ten gevolgde van de beperkende maatregelen zijn in de periode half maart tot half juni vrijwel geen controles in de bestaande bouw uitgevoerd. De toezichtactiviteiten zijn vanaf medio juni weer opgestart. In de tweede lockdown zijn opnieuw de bestaande bouw controles stilgelegd. Omdat we na de eerste lockdown inspecties alleen konden uitvoeren na vooraf gemaakte afspraken/toestemming van de gebouweigenaar, beheerder of uitvoerder, konden m.n. bij zorginstellingen inspecties niet altijd doorgaan. Uiteindelijk is 80% van het aantal controles uitgevoerd. Hieronder valt wel een groter aandeel hercontroles dan gepland, slechts 72% van de initiële controles zijn uitgevoerd.
Pagina
14
8a
Het percentage hercontroles Bestaande bouw: Het percentage hercontroles is hoger dan verwacht (28%). Dit wordt deels veroorzaakt door een rekenkundig punt, omdat de initiële controles werden stilgelegd in de lockdownperiodes t.g.v. de beperkende maatregelen, terwijl een deel van de hercontroles wel is uitgevoerd. Kleine overtredingen zijn middels een (administratieve) hercontrole afgehandeld.
9
Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen: De meeste evenementencontroles zijn afgelast (188) in het afgelopen jaar. De uitgevoerde toezichtcontroles (68) betreffen kleinere evenementen, op verzoek van de gemeenten uitgevoerd, die al dan niet daadwerkelijk zijn doorgegaan. In heel 2020 is nog de nodige toezichtcapaciteit ingezet (31%) voor evenementen die in ongeveer driekwart van de gevallen uiteindelijk niet zijn doorgegaan.
10
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken BRZO: In 2020 zijn alle 10 BRZO-bedrijven in onze regio geïnspecteerd, in een iets aangepaste (digitale) vorm. In de begroting werd uitgegaan van 11 BRZO-bedrijven. De BRZO-status van de bedrijven is in 2020 nog niet aangepast (1 bedrijf moet nog (her)beoordeeld worden of het valt onder de BRZO-regelgeving).
11
Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Vuurwerk: Na afstemming met RUD en ODRU zijn alle vuurwerkverkooppunten integraal door RUD/ODRU en VRU geïnspecteerd. In 2020 mocht het vuurwerk, anders dan fop- en schertsvuurwerk, niet verkocht worden, maar kon wel in opslag aanwezig zijn. In de begroting werd uitgegaan van 105 verkooppunten.
12
Vergroten veiligheidsbewustzijn Het aantal gegeven voorlichtingen: Voorlichting is deels ‘vraaggestuurd’. Het gaat hierbij om algemene publiekscommunicatie (5 voorlichtingsbijeenkomsten), voorlichting aan kwetsbare burgers (1 bijeenkomst), toolbox trainingen aan zorgteams (9 trainingen) en gericht op ondernemers (50). Hiernaast hebben we 2 webinars georganiseerd over de thema’s rookmelders en CO. Vanwege COVID-maatregelen zijn er veel minder bijeenkomsten georganiseerd dan begroot. We doen niet alleen aan voorlichting op locatie (voorlichtingsbijeenkomsten); in 2020 hebben we 161 sociale-mediaberichten verspreid. De mediaberichten zijn gericht op algemene brandveiligheidsaspecten en Voorlichting Na Brand.
13
Het aantal inzetten Roadshow: Door de COVID-19 maatregelen die evenementen/bijeenkomsten voor grotere groepen niet mogelijk maken, hebben we maar 1 roadshow kunnen draaien.
14
Het aantal behandelde burgervragen: mail, telefoon en WhatsApp, etc.: De burgervragenservice heeft 603 contacten gehad Het aantal is volledig vraaggestuurd.
15
Het aantal zorginstellingen dat actief de Toolbox gebruikt op de werkvloer: 28 instellingen zijn nog steeds actief bezig met de implementatie van de toolbox of hebben het al helemaal geïmplementeerd. Met alle zorginstellingen van wie het hoofdkantoor in regio Utrecht is gevestigd is (minimaal telefonisch of per mail) contact geweest over de inzet van de toolbox en/of voorlichting. Met 41 instellingen zijn hierover een of meerdere uitgebreide overleggen geweest. De animo voor deze gesprekken vanuit de instellingen is op dit moment laag. Dit is verklaarbaar door de extra
Pagina
15
druk die het COVID-19virus op de zorg geeft.
16
Het aantal scholen dat het lespakket ‘Brandweer op school’ gebruikt: Op 137 scholen zijn vanuit de leerlijn ‘brandweer op school’ de schatkistlessen gegeven voor groep 4. Met scholen waarbij in het voorjaar een afspraak stond gepland, zijn in het nieuwe schooljaar afspraken gemaakt. Daar geven we indien gewenst de lessen aan groep 5. Ook zijn er inmiddels bij andere scholen afspraken voor de nieuwe groepen 4 gemaakt. Helaas hebben we half oktober met verzwaring van de maatregelen het geven van de lessen weer tot nader orde stil moeten leggen.
2.2
Prestatie-indicatoren
Tabel 4 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing
Toelichting Inzicht in risico’s en ontwikkelingen Het risicobeeld is actueel: Het Regionaal Risicoprofiel is vastgesteld, incl. een protocol om te komen tot een dynamisch beeld.
1
2
Tweemaal per jaar wordt met de gemeente het risicobeeld en de uitvoering van het jaarplan en de kwaliteit van de advisering en het toezicht besproken: Vanwege de COVID-19crisis zijn er vanaf medio maart geen bezoeken meer aan gemeenten (hoofden VTH) gebracht en zijn de gesprekken in de zomer komen te vervallen. Voor het najaar zijn afspraken met alle gemeenten weer ingepland. De gemeenten hebben als bijlage bij de informatiebrief van 12 augustus een tussentijdse rapportage (periode jan tot juli) op de uitvoering van de jaarplan-afspraken ontvangen. Om de gemeenten te informeren over ontwikkelingen die het VTH-domein raken, hebben we korte berichten verstuurd. Daarin is gesproken over de volgende onderwerpen: Evenementen (in COVID-omstandigheden) – mail d.d. 10 juli 2020 Brandveiligheid gevels hoge gebouwen (brief d.d. 24 juni 2020) Lithium-ion energiedragers en brandveiligheid elektrische voertuigen (brief d.d. 15 juli 2020) Informatiebrief met diverse onderwerpen (brief d.d. 12 augustus 2020)
3
Vergroten veiligheidsbewustzijn In acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met bevoegd gezag): In 42 situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met bevoegd gezag). Er zijn daarnaast 161 meldingen van mogelijk brandonveilige situaties onderzocht en daar zijn acties op ondernomen.
Pagina
16
4
Samen met gemeenten zijn enkele bijzondere handhavingsacties uitgevoerd, waarvoor extra personele capaciteit is ingezet. Over heel 2020 zijn minder bijzondere handhavingsacties uitgevoerd dan in voorgaande jaren ten gevolge van de beperkende maatregelen. Het jaarplan (Brand)veilig leven is uitgevoerd: De maatregelen vanwege het COVID-19virus hebben nog altijd grote impact op de activiteiten van (Brand)Veilig Leven. Veel van de fysieke bijeenkomsten zijn vanaf half maart tot begin september stopgezet en hebben we wederom moeten staken vanaf half oktober. We zijn blijven zoeken naar creatieve oplossingen om toch met verschillende partijen in contact te komen en blijven. Zo zijn er in de COVID-19 periode online huisbezoeken gedaan via Whatsapp, heeft er 2 maal een webinar op Facebook plaatsgevonden en is er een pop-up-tentoonstelling in ontwikkeling, die ingezet kan worden op locaties zoals bibliotheken om op interactieve wijze informatie te geven over brandveiligheid.
2.3
Gerealiseerde baten en lasten
Tabel 5 Baten en lasten Risicobeheersing
Pagina
17
3 Crisisbeheersing Crisisbeheersing heeft in 2020 natuurlijk vooral gestaan in het licht van de COVID19-crisis. Het ROT-COVID19 en het VIC zijn vanaf begin maart 2020 doorlopend in touw geweest. Uit tussentijdse evaluaties hebben we lessen getrokken voor de doorontwikkeling naar een robuuste crisisorganisatie die meer is toegerust op sluimerende crises en langdurige crises. Daarbij gaat het VIC door ontwikkelen naar een volwaardig onderdeel van de crisisorganisatie, en zal blijven functioneren als backoffice voor de IM-functie in het ROT.
3.1
Productie-indicatoren
Tabel 6 Prestatie-indicatoren Crisisbeheersing
Toelichting
1a
Crisisorganisatie en informatievoorziening Het aantal uren besteed aan de opleiding van piketfunctionarissen (inclusief loco’s): Het OTO-programma is vanaf 11 maart stil gelegd. Vanaf eind september is het programma in minimale vorm hervat. Noodzakelijke opleidingen hebben wel doorgang gevonden in het kader van de continuïteit van de crisisorganisatie.
1b
Het aantal uren besteed aan de opleiding van regionale functionarissen: Zie toelichting bij 1a.
1c
Het aantal uren besteed aan de opleiding van lokale (kern)functionarissen: Zie toelichting bij 1a.
Pagina
18
2a
Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau individueel (piketfunctionarissen): Het OTO-programma is vanaf 11 maart stil gelegd. Vanaf eind september is het programma in minimale vorm hervat. Noodzakelijke trainingen hebben prioriteit gekregen boven andere activiteiten. De looptijd van OTO-programma jaarplan 2020 is rekening houdend met nog een langere tijd coronacrisis verlengd t/m eind 2021. Hiermee kunnen we rekening houden met enerzijds beperkte capaciteit bij de OTO-specialisten en piketfunctionarissen als gevolg van de inzet op de coronacrisis. Anderzijds biedt dit in het programma ook ruimte om nieuwe inzichten en behoeften nav de afgelopen periode vorm te geven.
2b
Het aantal uren besteed aan het oefenen van regionale functionarissen: Dit OTO-programma is nog niet hervat in 2020. Prioriteit is gelegd bij het opleiden van nieuwe functionarissen.
2c
Het aantal uren besteed aan het oefenen van lokale (kern)functionarissen: Dit OTO-programma is nog niet hervat in 2020. Prioriteit is gelegd bij het opleiden van nieuwe functionarissen.
3
Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van team (CoPI, ROT, GBT, RBT): Het programma op teamniveau is uitgesteld tot 2021. In januari wordt gestart met ROTtrainingen.
3c
Het aantal uren besteed aan het opleiden en trainen strategisch crisismanagement (tactisch en strategisch niveau): Het programma SCM is in maart net als de rest van het OTO-programma stilgelegd. Wel hebben er in het kader van de crisisorganisatie COVID-19 enkele bijeenkomsten met gemeentesecretarissen over dit onderwerp plaats gevonden. In 2021 wordt dit programma als onderdeel van de ROT-trainingen weer opgestart.
4
Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van proces (partners): Programma is stil gelegd in verband van COVID-19.
5
Het aantal uren besteed aan het oefenen op het niveau van het systeem (totale crisisbeheersingsorganisatie: De minister van Justitie en Veiligheid heeft laten weten dat de verplichting tot een systeemtest in 2020 vervalt. In de plaats daarvan komt een integrale evaluatie over het functioneren van de crisisorganisatie COVID-19 zowel operationeel als bestuurlijk. In maart ’21 wordt de rapportage opgeleverd en gedeeld met het bestuur.
6
Het aantal periodiek verstrekte informatiebulletins van het VIC: Conform planning.
7
Het aantal incidenteel verstrekte VIC-berichtgeving, -adviezen en –analyses: Er zijn 77 extra VIC-berichten verstuurd door het VIC en er zijn daarnaast meerdere analyses uitgevoerd voor het COVID 19 team, de jaarwisseling en naar aanleiding van ad hoc situaties. Tevens zijn er in samenwerking met de directie risicobeheersing geografische analyses gemaakt voor paasdrukte, slachthuizen, studentenkampen, migranten woonplaatsen, rituele slachthuizen enz. In samenwerking met de directie brandweer zorg is er met het OPC brandweer extra VIC berichten opgesteld voor de jaarwisseling.
8
Het aantal uitgevoerde incidentevaluaties en daarvan afgeleide doorgevoerde plan- en protocolwijzigingen: Bij één incident is aan de hand van het afwegingskader besloten geen evaluatie te starten.
Pagina
19
9
Het aantal afgeronde nieuwe plandocumenten en doorgevoerde planwijzigingen: Een deel van de planning is gerealiseerd: Aandachtskaart ontruimen, evacueren en opvang tijdens een infectieziektecrisis vastgesteld. Twee IBP’s gereed voor vaststelling, overige zijn nog in ontwikkeling en worden opgenomen in een aangepaste planning.
10
Het aantal GRIP incidenten: Het aantal GRIP-incidenten ligt op dit moment lager dan we de afgelopen jaren gezien hebben. De crisisorganisatie COVID-19 heeft een voorbereidende en monitorende rol gehad bij de boerenprotesten en maatschappelijke onrust in Kanaleneiland. De taakverdeling tussen de reguliere en COVID-19 crisisorganisatie wordt meegenomen in de integrale evaluatie COVID-19.
11
Het aantal platformoverleggen met crisispartners: In de eerste helft van het jaar hebben overleggen stil gelegen. Online vinden deze overleggen nu weer doorgang in aangepaste vorm.
3.2
Prestatie-indicatoren
Tabel 7 Productie-Indicatoren Crisisbeheersing
Toelichting
1
Crisisorganisatie en informatievoorziening Het verplichte en afgesproken aantal ramp- en incidentbestrijdingsplannen is actueel en bekend bij belanghebbenden: Ja. Verplichtte planvorming is actueel en bekend. Afgesproken planvorming heeft vertraging op gelopen. Vertraging heeft met name betrekking op nieuwe te vormen planvorming. Voor 2021 is een (capaciteits)planning opgesteld om een inhaalslag te maken.
2
De kwaliteit van de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de bevolkingszorg (crisisbeheersing 2.0) is onderzocht en met de gemeenten besproken: Ja. Er is een dialoog gevoerd is met de COFU, individuele gemeentesecretarissen, AGV en BAC CB/G over de noodzaak tot het herijken van de gemeentelijke crisisbeheersing. De planning voor dit proces wordt begin 2021 gedeeld met het bestuur.
3
De kwaliteit van de uitgevoerde VIC- en crisiscommunicatie is onderzocht en met de gemeenten besproken: Ja. Continue proces binnen overleggen gemeentelijke crisisbeheersing. Feedback op verzonden berichten in het kader van (dreigende) incidenten is verwerkt in de werkwijze en vormgeving van de berichten.
4
De kwaliteit van de uitgevoerde CB-processen (M&A; O&A; L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken:
Pagina
20
Ja. De processen worden na ieder GRIP-incident geëvalueerd. De evaluatierapporten worden beschikbaar gesteld aan gemeenten en de crisisorganisatie. Jaarlijks worden deze processen op GRIP 3 of 4 getoetst door de systeemtest. Dit jaar zijn de processen, met instemming van de Inspectie, getoetst aan de hand van de coronacrisis. 5
De piketfunctionarissen van de VRU (niet GHOR) zijn aantoonbaar opgeleid en taakcapabel: Nee. Het vakbekwaamheidsprogramma heeft vanwege COVID-19 verschillende perioden stil gelegen. Noodzakelijke opleidingen voor de continuïteit van de crisisorganisatie hebben doorgang gevonden (vakbekwaam worden). In de omschakeling naar digitale activiteiten zijn de meest noodzakelijke trainingen (vakbekwaam blijven) opgestart. Het OTO-jaarplan is daarmee niet in volle breedte gerealiseerd als wordt uitgegaan van de standaard normen. Dit zal niet direct leiden tot vakbekwaamheidsissues. Uiteraard is het wel van belang in 2021 zorg te dragen voor het zoveel mogelijk continueren van de vakbekwaamheidsprogramma’s en vinger aan de pols te houden voor wat betreft behoeftes van piketfunctionarissen.
6
Er is aantoonbare voortgang geboekt op de Crisisbeheersingsthema’s: Doorontwikkeling crisisorganisatie: Op basis van de leerpunten uit de coronacrisis en andere incidenten is eerste schets gemaakt van de richting waarin de crisisorganisatie zich zou moeten door ontwikkelen. De crisisorganisatie moet beter toegerust worden voor sluimerende/dreigende crises en ook langdurige crises vormen een aandachtspunt. In 2021 wordt dit traject voorgezet. Hierin worden ook de uitkomsten evaluatie Wvr meegenomen als mede producten die in het kader van het Programma Drieslag voor de crisisbeheersing zijn opgeleverd. Doorontwikkeling VIC: De doelstelling was het VIC verder te bestendigen. Door inspanning in het kader van de coronacrisis is vooral geïnvesteerd in het verbeteren van de tooling en informatiestructuur van het VIC. En is het daarnaast weer 24/7 inzet in plaats van alleen tijdens kantoortijd. Het VIC moet zich gaan ontwikkelen tot een voorwaardig onderdeel van de (crisis)organisatie. Het zal de backoffice gaan vormen voor de IM-functie van de crisisorganisatie en een rol van betekenis kunnen spelen in de informatievoorziening van de crisisorganisatie voorafgaand of bij de start van een crisis. Doorontwikkeling gemeentelijke crisisbeheersing: Dit onderwerp heeft afgelopen jaar minder prioriteit gekregen vanwege de coronacrisis.
De opdracht voor het traject en vaststelling van de nul-situatie is vastgelegd. Voor 2021 zijn de processtappen uitgezet. Doorontwikkeling samenwerking partners: Dit onderwerp heeft beperkt aandacht gekregen in 2020. De samenwerking met partners heeft zich vooral geconcentreerd op samenwerking in het kader van de coronacrisis.
Pagina
21
3.3
Gerealiseerde baten en lasten
Tabel 8 Baten en lasten Crisisbeheersing
Pagina
22
4 GHOR De crisisorganisatie van de GHOR was vanaf medio februari volop in bedrijf om de COVID-19 crisis te managen vanuit de primaire taakstelling. De operationele leiding komt van de DPG. We bleken goed geprepareerd te zijn op onze taak. Door de COVID-19 crisis is in één klap voor veel interne en externe partijen duidelijk geworden wat de rol en taak is van de GHOR. In de COVID19 crisis is duidelijk zichtbaar dat de continuïteit van zorg belangrijk is voor zowel de acute zorgketen als de niet acute zorg partijen. Het systeem van zorg zit onlosmakelijk aan elkaar verbonden en heeft effect op elkaar.
4.1
Productie-indicatoren
Tabel 9 Productie-indicatoren GHOR
Toelichting
1
2
Toezicht rol zorgcontinuïteit Het aantal uren besteed aan de opleiding van GHOR-piketfunctionarissen: Door inzet op de COVID-19 is de OTO planning ‘on hold’ gezet. Dit verklaard de lage aantallen uren. Daarnaast wordt er flink geïnvesteerd in versterking van de GHOR piketstructuur en in laten stromen van nieuwe piketfunctionarissen (7x). Lid Back Office GHOR: er is besloten door de DPG om deze functie uit te faseren in 2020, deze functie wordt niet benoemt in besluit personeel VR en als VRU willen we de werkzaamheden op een andere wijze verdelen binnen de Sectie GHOR. Het aantal uren besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie GHOR: Door de COVID crisis is er binnen de gegeven richtlijnen en kaders minimale aandacht besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie. Tot op heden is het ROT en Sectie GHOR deel operationeel.
Pagina
23
3
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met instellingen wet toelating zorginstellingen cf. artikel 33 lid 1 (waaronder ziekenhuizen en traumacentrum): Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen vwb preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de COVID-19 crisis.
4
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met zorgaanbieders en op de beroepen individuele gezondheidszorg (waaronder huisartsen en verloskundigen): Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen vwb preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de COVID-19 crisis.
5
Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met regionale ambulancediensten en gezondheidsdiensten in de regio (RAVU en GGDrU): Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen vwb preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de COVID-19 crisis.
6
Regiepositie presterend vermogen spoedzorg Het aantal instellingen dat aantoonbaar geprepareerd is op continuïteit op het leveren van verantwoorde zorg tijdens crisisomstandigheden: Geen bijzonderheden.
7
Het aantal interventies in geval van tekortschieten bij de uitvoering van of voorbereiding daarop van de geneeskundige hulpverlening ex art. 34.1 Wvr: Realisatie conform planning.
8
Het aantal succesvolle interventies en het aantal niet-succesvolle interventies die hebben geleid tot een aanwijzing ex Wvr 34.2: Realisatie conform planning.
9
Het aantal GHOR-geregisseerde oefeningen met partners in de zorgketen: Reguliere planning is vervallen ivm COVID. De ruimte is benut door in samenwerking met de GGDrU 7 webinars te organiseren over de stand van zaken van de coronabestrijding voor verschillende doelgroepen (schoolbesturen, zorginstellingen, raadsleden en burgemeesters).
4.2
Prestatie-indicatoren
Tabel 10 Prestatie-indicatoren GHOR
Pagina
24
Toelichting Toezichtsrol zorgcontinuïteit 1
Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTO-jaarplannen conform branchenormen: Bestuursrapportage preparatie zorginstellingen is behandeld in het bestuur. Hierin wordt geconcludeerd dat enkele instellingen niet alles op orde hebben. In 2020 zou de rapportage besproken worden met zorgbestuurders. Dit is door de crisis helaas nog niet volledige uitgevoerd. Het gesprek met het Meander Medisch Centrum en het St Antonius Ziekenhuis is in november / december gevoerd. De andere partijen zullen in januari/ februari ev aan de beurt komen.
2
Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie: GHOR4ALL is de applicatie die (landelijk) gebruikt wordt om relevante objecten (o.a. zorgvoorzieningen en instellingen) in relatie tot het incident in beeld te brengen.
3
De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken: Jaarlijks worden middels de systeemtest de processen getoetst. In 2020 is getoetst aan de hand van de coronacrisis.
4
De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam: Vanaf maart heeft het OTO-programma stil gelegen en is in beperkte mate herstart in september. De piketgroep Lid BO is uit gefaseerd.
5
De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken: De GHOR-adviezen zijn integraal onderdeel van het proces vergunningverlening voor evenementen en worden niet individueel besproken.
6
Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s: Zorg continuïteit: In de COVID-19 crisis is duidelijk zichtbaar dat de continuïteit van zorg belangrijk is voor zowel de acute zorgketen als de niet acute zorg partijen. Het systeem van zorg zit onlosmakelijk aan elkaar verbonden en heeft effect op elkaar. De gezamenlijke aanpak met Bevolkingszorg moet nog opgestart worden. Crisisorganisatie GHOR: Is vanaf medio februari volop in bedrijf om de COVID-19 crisis te managen vanuit de primaire taakstelling. De operationele leiding in de geneeskundige kolom door de DPG. De preparatie de afgelopen jaren werpt haar vruchten nu af! Zichtbaarheid GHOR: Door de COVID-19 crisis is in één klap voor veel interne als externe partijen duidelijk geworden wat de rol en taak is van de GHOR. Het versneld realiseren van website voorzieningen heeft hier aan bijgedragen. Analyse GHOR-organisatie in relatie tot doelstellingen beleidsplan: Door de COIVID-19 crisis is de scope van activiteiten vrijwel geheel opgegaan aan het ondersteunen van de zorginstellingen bij de uitvoering van hun vaak complexe zorgtaak. Binnen de eigen begroting zijn de mogelijkheden tot versterking ingezet tbv de bestuurlijke advisering van het ROAZ en andere netwerkpartners. In het traject is ook functieonderhoud
Pagina
25
uitgevoerd, wijzigingen naar aanleiding hiervan moeten nog worden vastgesteld. In maart ’21 ontvangt het bestuur een rapportage over de bereikte resultaten.
4.3
Gerealiseerde baten en lasten
Tabel 11 Baten en lasten GHOR
Pagina
26
5 Brandweer Onze belangrijkste activiteit is het bestrijden van incidenten. De COVID19-crisis laat zich ook zien in de brandweer activiteiten. Zo zien we een toename van buitenbranden door vermoedelijk baldadigheid/verveling. Het aantal alarmeringen van brandweereenheden voor onechte of onterechte OMS-meldingen is toegenomen. Dit komt vermoedelijk doordat de bezetting in deze objecten als gevolg van COVID-19 lager is, waardoor alarmopvolging door de gebruikers langer duurt dan normaal en de brandweer dus moeten uitrukken. Het aantal hulpverleningen was weer lager dan normale, waarschijnlijk doordat er een gedeelte van het jaar ook minder verkeersbewegingen zijn geweest. Evenals bij de crisisorganisatie, zien we ook hier dat het aantal uren dat ingezet is op vakbekwaamheid aanzienlijk minder is dan normaal. De dienstverlening van de brandweer is ondanks COVID-19 op peil gebleven. Om besmettingen in het brandweerkorps zoveel mogelijk te voorkomen, vonden in 2020 gedurende een groot deel van het jaar op posten alleen activiteiten plaats die noodzakelijk waren voor de paraatheid. De paraatheid wordt regiobreed gemonitord, waarbij ook vooruit wordt gekeken, zodat problemen in de paraatheid tijdig kunnen worden opgemerkt en we indien nodig maatregelen kunnen treffen. Daarbij zijn er ter ondersteuning van de paraatheid enkele gerichte experimenten (proeftuinen) gestart.
Aan de hand van een continuïteitsplan Brandweerrepressie hebben we in beeld gebracht welke maatregelen we moeten nemen om het vitale proces van aannemen, alarmeren en uitrukken te borgen, ook als een (groot) deel van het personeel uitvalt door besmetting met het coronavirus. Vakbekwaamheid Door de coronamaatregelen waren activiteiten op het gebied van opleiden, trainen en oefenen in mindere mate mogelijk. Daardoor kon bijvoorbeeld slechts iets meer dan de helft van het begrote aantal manschappen de opleiding afronden. Ook zijn veel nieuwe opleidingen noodgedwongen uitgesteld. Om ervoor te zorgen dat er voldoende nieuwe brandweermensen instromen, zal het aantal opleidingen de komende jaren moeten worden geïntensiveerd. Wij zijn het gebruik van de elektronische leeromgeving (ELO) nog meer gaan stimuleren, zodat ondanks de beperkingen alle beschikbare middelen gebruikt zijn om de kennis op peil te houden. MPBSP Het materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP) is op 10 februari door het algemeen bestuur bekrachtigd. Aanvullend heeft het algemeen bestuur in juli besloten tot het tijdelijk behouden van het redvoertuig in Vianen. De implementatie van het materieel en personeelsbeheer- en spreidingsplan is in volle gang. Voor ruim de helft van de posten geldt dat de implementatie volledig is afgerond.
Voor de rest van de posten is een plan opgesteld of in afronding waarin staat hoe en wanneer te komen van de huidige tot de gewenste situatie. Adembeschermingswerkplaats Met betrekking tot de adembeschermingswerkplaatsen is helaas duidelijk geworden dat de geplande inpassing in de kazernes in Woerden en Veenendaal niet mogelijk is. De zoektocht naar een nieuwe locatie om de werkzaamheden uit te kunnen voeren is in volle gang. In eerste instantie zal het gaan om een tijdelijke locatie. Taakdifferentiatie brandweer De landelijke denktank in het kader van taakdifferentiatie bij de brandweer heeft een denkrichting opgeleverd. De VRU heeft de consequenties van de denkrichting op de
Pagina
27
brandweerorganisatie van de VRU beoordeeld en in beeld gebracht. Daarbij is een brede vertegenwoordiging uit de organisatie betrokken geweest.
5.1
Productie-indicatoren
Tabel 12 Productie-indicatoren Brandweer
Toelichting
1
Incidenten bestrijden Het aantal uitrukken voor brandbestrijding en redding: Het aantal uitrukken voor brandbestrijding ligt hoger dan in 2019. Deze stijging is terug te vinden in het aantal overige branden en OMS-meldingen. Sinds de uitbraak van COVID-19 constateren we een toename van buitenbranden door vermoedelijk baldadigheid/verveling. Door het droge voorjaar is het aantal natuurbranden hoger geweest. Ook wordt door de duiding van incidenten in eerste instantie als gebouwbrand gemelde branden in een aantal gevallen omgezet naar de categorie “overige branden”. Het aantal alarmeringen van brandweereenheden voor onechte of onterechte OMS-meldingen is toegenomen. Dit komt vermoedelijk doordat de bezetting in deze objecten als gevolg van COVID19 lager is, waardoor alarmopvolging door de gebruikers langer duurt dan normaal en de brandweer dus moeten uitrukken.
2
Het aantal uitrukken voor hulpverlening: Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren blijft constant t.o.v. 2019. Bij het aantal uitrukken voor technische hulpverlening is sprake van een afname. Er vindt een betere duiding plaats in deze categorie. Meldingen van gaslekkages en CO worden voortaan bij “Het aantal uitrukken voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen” geregistreerd. Daarnaast is er een langere periode geweest dat er, door COVID-19 minder verkeersbewegingen waren op het wegennet, waardoor ook minder (ernstige) verkeersongevallen plaats hebben gevonden.
Pagina
28
De daling van het aantal incidenten “overige hulpverlening” komt verder doordat er in 2020 slechts een beperkt aantal “stormdagen” zijn geweest. Daarnaast waren deze zeer plaatselijk (twee keer “alleen” de Heuvelrug). 3
Het aantal uitrukken voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen: Hoewel door de categoriewissel van CO- en gasmeldingen dit aantal is toegenomen (zie ad. 2) zijn er ook meer gas-gerelateerde incidenten geweest door klussen in en om het huis. Met name in de beginperiode toen door COVID-19 door de regering op is geroepen zo veel mogelijk thuis te werken.
4
Het aantal uitrukken voor ondersteuning bij waterongevallen: Het aantal inzetten voor ondersteuning bij waterongevallen blijft constant t.o.v. voorgaande jaren.
5
Het totaal aantal uitrukken: Toename van het aantal is te vinden in categorie 1b en 1c. Zie de toelichting onder ad. 1
6
Het aantal geredde slachtoffers: Dit aantal betreft twee te water geraakte slachtoffers, één persoon die vast zat in een kruipruimte en mensen die tijdens een brand door de brandweer naar buiten zijn gebracht.
7
Het aantal nazorg gesprekken met bewoners bij incidenten: Er hebben twee nazorggesprekken plaatsgevonden.
8
Het aantal inzetten voor en in buurregio’s: Toename van dit aantal is conform toename van overige branden en OMS-meldingen.
9
Vakbekwaamheid Het aantal uren besteed aan de vakbekwaamheid van incidentbestrijders: In verband met de COVID-19 crisis zijn er minder uren besteed dan begroot.
10
Aantal cursisten manschap A dat de opleiding heeft afgerond: In verband met de COVID-19 crisis zijn er minder opleidingen afgerond dan begroot.
11
Aantal cursisten dat de opleiding bevelvoerder heeft afgerond: Geen bijzonderheden.
12
Aantal cursisten dat de opleiding voertuigbediener-pompbediende heeft afgerond: In verband met de COVID-19 crisis zijn er minder opleiding afgerond dan begroot.
Pagina
29
5.2
Prestatie-indicatoren
Tabel 13 Prestatie-indicatoren Brandweer
Toelichting
1
Paraatheid De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden): De opkomsttijden zijn conform begroting.
2
De inzet op belangrijke objecten is volgens het jaarplan beoefend en geëvalueerd: Dit heeft conform begroting plaatsgevonden.
3
De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd geweest: Dit heeft voor het grootste deel plaatsgevonden.
4
De piketfunctionarissen van de brandweer zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam: In verband met COVID heeft dit niet plaatsgevonden.
5
De kwantiteit en kwaliteit van de brandweerinzetten zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken: Dit heeft conform begroting plaatsgevonden.
6
7
Jeugdbrandweer Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd: In 2020 konden activiteiten van de jeugdbrandweer door COVID-19 grotendeels alleen online plaatsvinden. Daarom is besloten dispensatie te verlenen aan de 18-jarigen. Dit houdt in dat zij een jaar langer lid mogen blijven van de jeugdbrandweer. De uitstroom is dit jaar daarom laag: alleen de leden die geen gebruik maken van de dispensatie, zijn gestopt. Het gaat om 5 jeugdleden. Van hen stromen er 2 door naar de repressieve dienst in hun gemeente. Geen van de 5 uitgestroomde jeugdbrandweerleden heeft gekozen voor een studie binnen het veiligheidsdomein. Het percentage uitgestroomde jeugdbrandweerleden dat kiest voor een vervolg (werk/studie) binnen het veiligheidsdomein: Zie voor de toelichting ad 6.
Pagina
30
5.3
Gerealiseerde baten en lasten
Tabel 14 Baten en lasten Brandweer
Pagina
31
6 Meldkamer In 2020 zijn de meldkamers VRU, Gooi- en Vechtstreek en Flevoland intensiever gaan samenwerken, in aanloop naar de samenvoeging in 2025. In 2020 is hard gewerkt aan het implementeren van de landelijke en regionaal geharmoniseerde werkprocessen. Hierbij is een groot aantal alarmerings- en classificeringscodes gewijzigd, waarbij het opnieuw geautomatiseerd kunnen toepassen van codes tijd nodig heeft gehad. Tegelijkertijd hebben we meerdere nieuwe medewerkers ingewerkt en hebben we een verbeterslag gemaakt in de – volgens landelijke afspraken – classificering van incidenten. Inmiddels werken we hard aan het weer terugbrengen van onze verwerkingstijd. De continuïteitsplannen met betrekking tot COVID-19 van de huidige meldkamers van Utrecht en Gooi- en Vechtstreek/Flevoland zijn op elkaar afgestemd, zodat gezamenlijk meer uitval kan worden opgevangen. In 2020 hebben we een meerjarenplan ‘vakbekwaam blijven’ opgesteld voor de meldkamer brandweer. Ontbinding verbonden partij ‘GMU’ Conform art. 35 van de Wet veiligheidsregio’s had het bestuur van de veiligheidsregio de beschikking over een gemeenschappelijke meldkamer die was ingesteld en in stand werd gehouden ten behoeve van de brandweertaak, de geneeskundige hulpverlening, de ambulancezorg en de politietaak.
De meldkamers werden ondersteund door het Facilitair Bedrijf (FB) van de stichting Gemeenschappelijke Meldkamer Utrecht (GMU). Het FB beheerde de ICTsystemen en de huisvesting. De VRU participeerde samen met de politie en de RAVU in het stichtingsbestuur. Na de inwerkingtreding van de Wijzigingswet is het beheer van de meldkamer op 1 januari 2020 overgedragen aan de Nationale Politie en is de GMU eind 2020 ontbonden en vereffend.
Pagina
32
6.1
Productie-indicatoren
Tabel 15 Productie-indicatoren Meldkamer
Toelichting Hieronder worden de belangrijkste verschillen tussen begroting, realisatie, 2019 en 2020 toegelicht. 1
Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen: Het aantal meldingen dat ontvangen is bij de meldkamer. Voor een incident kan één of meerdere meldingen zijn gedaan. Door duiding kunnen we beter aangeven wat het juiste aantal meldingen is. In het genoemde aantal van 20.177 zijn ook meldingen opgenomen die geen repressieve grondslag hebben. Zo worden testmeldingen van op te leveren brandmeldinstallaties en meldingen t.b.v. instructie van nieuwe centralisten in deze categorie weggeschreven. Ook wordt er voor de veiligheid van brandweerduikers een melding aangemaakt om direct in contact te staan met de meldkamer. Deze oefenduiken staan ook als melding in deze categorie genoteerd. Deze 3 typen “test”-meldingen zijn in 2020 in totaal 3.161 keer aangemaakt. Daarmee komt het netto aantal meldingen voor incidenten op 17.016 (20.177 – 3.161) Deze duiding hebben we ook met terugwerkende kracht voor 2019 doorgevoerd. Toen zijn er 2.179 meldingen aangemaakt waarmee het netto aantal meldingen voor 2019 op 16.268 is gekomen.
2
Het aantal vanuit de meldkamer begeleide en ondersteunde uitrukken: Het aantal incidenten waar door de meldkamer één of meer brandweereenheden voor zijn gealarmeerd. Alle gealarmeerde eenheden worden begeleid en ondersteund door de meldkamer. De toename wordt veroorzaakt door een stijging van het aantal alarmeringen voor onechte of onterechte OMS-meldingen en overige branden. De stijging van de onechte of onterechte OMSmeldingen komt vermoedelijk doordat de bezetting in objecten lager (en vaak niet bezet) is waardoor alarmopvolging door de gebruikers langer duurt dan normaal. De stijging van de uitrukken voor overige branden is waarschijnlijk een combinatie van branden als gevolg van baldadigheid/verveling en het droge voorjaar waardoor er meer natuurbranden zijn geweest.
3
Verwerkingstijd meldingen: Berekening van de verwerkingstijd: de gemiddelde verwerkingstijd van alle prioriteit 1 meldingen voor gebouwbranden (conform uitgangspunt Beleidsplan VRU 2020-2023) waarvoor een brandweereenheid is gealarmeerd. Hierin zijn alleen meldingen meegenomen met een verwerkingstijd tussen 5 seconden en 10 minuten. Het kost minimaal 5 seconden om een eenheid te koppelen aan een incident. Tijden korter dan 5 seconden zijn niet representatief. Dit zijn ook meldingen die in eerste instantie door de meldkamer van de politie of de meldkamer Ambulance aangenomen zijn. Tijden langer dan 10 minuten betreffen voertuigen die bijvoorbeeld later
Pagina
33
gekoppeld zijn aan een eerder incident of waarvan de prioriteit later aangepast is van prioriteit 2 naar prioriteit 1. Ook deze verwerkingstijden zijn niet representatief, en derhalve in de berekening niet meegenomen. De verwerkingstijd van de meldkamer was in 2020 hoger dan in 2019. In het kader van de landelijke en regionale harmonisatie van werkprocessen is in 2019 een groot aantal alarmeringsen classificeringscodes gewijzigd, waarbij het opnieuw geautomatiseerd kunnen toepassen van codes tijd nodig heeft gehad. Tegelijkertijd werden meerdere nieuwe medewerkers ingewerkt en hebben we een verbeterslag gemaakt in de – volgens landelijke afspraken – classificering van incidenten. Inmiddels werken we hard aan het weer terugbrengen van onze verwerkingstijd. 4
Het percentage GRIP incidenten met inzet CaCo: In 43% van de GRIP-incidenten (3 van de 7) was per direct een CaCo beschikbaar. In twee gevallen was de CaCo binnen afzienbare tijd beschikbaar, deze situaties zijn echter niet meegenomen in het resultaat. Het 24/7 beschikbaar hebben van een CaCo is een wettelijke verplichting. Het issue dat de CaCo niet altijd beschikbaar is, is een reeds langer bekend knelpunt. Een knelpunt dat ook landelijk speelt. In de afgelopen jaren zijn er, naast personeel van de meldkamer, ook onder kantoorpersoneel van de VRU extra CaCo’s geworven. Daarmee is de roosterdruk voor de zittende CaCo’s verlicht, maar is er nog geen 24/7 bezetting bereikt. De beschikbare capaciteit wordt vooral op de dag/avond gepland. Historisch gezien vinden dan de meeste incidenten plaats. (In 2020 waren 293 van de 1098 diensten niet gevuld. Eén derde daarvan viel binnen het dagvenster (dag/avond) en twee derde buiten het dagvenster.) De CaCo heeft ook een functie bij het beschikbaar stellen vaneen multidisciplinair beeld. Waar door de genoemde roosterproblemen de CaCo dit niet tijdig kon doen, is dit opgepakt door de informatiemanagers (lid CoPI/ROT) of door een medewerker van het VIC. De eerder genoemde doorontwikkeling van zowel de crisisorganisatie als het VIC, zijn belangrijke ontwikkelingen om aan te denken bij de oplossingsrichting voor dit knelpunt.
5
Multidiciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar: In 43% van de gevallen (3 van de 7) een multidisciplinair beeld beschikbaar gesteld door de CaCo. In andere gevallen is het beeld binnen afzienbare tijd beschikbaar gesteld door de informatiemanagers (lid CoPI/ROT). De toelichting gegeven bij indicator 12 is ook hier van toepassing. Het beschikbaar stellen van een eerste multidisciplinair beeld binnen 5 minuten is een taak van de CaCo. Als een CaCo niet beschikbaar is wordt op andere wijze zo snel mogelijk een multidisciplinair beeld beschikbaar gesteld. Meestal door de informatiemanagers ROT/CoPI of medewerker VIC. Het VIC en de doorontwikkeling van de crisisorganisatie zijn belangrijke ontwikkelingen om aan te denken bij de oplossingsrichting voor dit knelpunt.
Pagina
34
6.2
Gerealiseerde baten en lasten
Tabel 16 Baten en lasten Meldkamer
Pagina
35
7 Algemeen 7.1
Algemene kosten en dekkingsmiddelen
Tabel 17 Algemene kosten en dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Begroting 2020
Actualisatie 2020
Realisatie 2020
Vergoeding OMS Rijksbijdrage (BDuR) Gemeentelijke bijdrage Doorbelaste kapitaallasten kazernes Overige baten
1.079 9.300
1.079 9.785
1.096 10.642
85.262 386
85.482 772
85.357 1.227
Totaal
96.027
97.118
98.322
Toelichting In hoofdstuk 2 van de jaarrekening vindt u een toelichting op de afwijkingen tussen de realisatie 2020 en de geactualiseerde begroting 2020.
7.2
Overhead
In de berekening van de totale kosten van overhead hebben wij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De organisatieonderdelen Bedrijfsvoering en Directie & Staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a. de centrale personeelsbudgetten die hieronder zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b. de lasten van het FLO-overgangsrecht; c. kosten met betrekking tot de kazernes; d. bijdragen aan GMU en IFV; e. kosten van bestuursondersteuning. 2. Overheadkosten in de primair processen zijn: a. Directeuren en afdelingshoofden: 100% b. Managementondersteuning: 100% Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is het overzicht van de kosten van overhead voor 2020 als volgt: Tabel 18 Kosten overhead
Pagina
36
7.3
Onvoorzien
De begroting van de VRU bevat geen post onvoorzien.
7.4
Gerealiseerde baten en lasten
Tabel 19 Baten en lasten Algemeen inclusief Overhead
Pagina
37
8 Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan: Weerstandsvermogen en risicobeheersing; Onderhoud kapitaalgoederen; Financiering; Bedrijfsvoering; Verbonden partijen; COVID-19.
Pagina
38
9 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.
9.1
Weerstandscapaciteit
De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 9.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2021 € 0,6 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,4 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) groter dan 1 (2,3). Tabel 20 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000
Overzicht weerstandscapaciteit 2019 2020
Bedrijfsvoeringsreserve
1.409
1.409
Totaal weerstandscapaciteit
1.409
1.409
9.2
Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit
In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s voor 2021 weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de jaarstukken. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet.
Pagina
39
Tabel 21 Risico-inventarisatie
Pagina
40
9.2.1 Verzekeringen Om risico’s af te dekken hebben wij diverse verzekeringen afgesloten voor personeel en schade aan materieel, gebouwen en aansprakelijkheid. 9.2.2 Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie. Tabel 22 Verplichte kengetallen
Toelichting kengetallen Netto schuldquote: Het quotiënt van totale schulden minus liquide middelen minus uitgeleende gelden en de totale baten