CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

6-7-2022 Bijlage bij RIB 2022-04 Definitief ontwerp Nota van Uitgangspunten (kennisnemen).pdf

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente LeusdenBij agendapunt: 4: RV/RB Afhandeling ingekomen stukken19.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

63a lid 2 van de Wet personenvervoer 2000): “een vervoerder waarop de concessieverlener net als over haar eigen diensten zeggenschap uitoefent”, dus een vervoerbedrijf dat functioneert als ‘eigen dienst’ van de OV-autoriteit. Deze formulering sluit aan bij de Europese regelgeving hierover (artikel 5 lid 2 van de Europese PSO-verordening 1370/2007), waarbij wordt toegevoegd dat in geval van een samenwerking van overheden, ten minste één bevoegde plaatselijke overheid deze zeggenschap moet hebben. We kiezen niet voor inbesteden maar voor aanbesteden van het gehele provinciale OV, onder meer om de volgende redenen: a. de provincie Utrecht beschikt op dit moment niet over een vervoerbedrijf waar het zeggenschap over heeft (of eenvoudig kan verkrijgen) als ware het een eigen dienst; b. de concessieverlening van de U-OV-concessie heeft niets aan het licht gebracht dat aanleiding zou kunnen zijn om niet meer aan te besteden maar in te besteden en daarmee af te wijken van de ingeslagen weg; c. het tijdpad en proces naar een eigen vervoerbedrijf betekent veel meer inspanningen en geeft veel onzeker heden voor bijvoorbeeld het personeel. Het tijdpad naar de concessieverlening (ook inbesteden is een lang durig proces) zou onder druk komen te staan om tijdig de besluitvorming hieromtrent goed te doen en de uitvoering tijdig gereed te hebben.

Gezien het vorige punt is er geen aanleiding om dit pad in te slaan.

46 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN

UITGANGSPUNT 27 De concessies verlenen we aan de concessiehouders die zich onderscheiden op de doelen van de concessie

De provincie Utrecht stelt zich op als een integere, betrouwbare, zakelijke en professionele opdrachtgever die ruimte biedt aan de concessiehouders om hun expertise maximaal in te zetten. Door de veranderende markt, de onzekerheden rondom COVID-19 en de onder druk staande budgetten is de ambitie om het voorzieningenniveau zo hoog mogelijk te houden en een hoge kwaliteit te bieden voor reizigers. Gezien deze ontwikkelingen gaan we in de loop van de voorbereiding van de aanbesteding meerdere malen in dialoog met marktpartijen via marktconsultaties om te toetsen of onze aanpak, onze eisen en ons gunningsmodel aansluiten bij de verwachtingen en mogelijkheden van de markt. Uitgangspunt is dat we via de aanbesteding de concessies verlenen aan concessiehouders die maximale maatschappelijke waarde bieden voor de beschikbare publieke middelen, wat voor deze concessies betekent dat deze concessiehouders zich hebben onderscheiden op de doelen van de concessies. De strategie is daarmee gericht op het selecteren van een inschrijving: a. van een concessiehouder met (vervoerkundige) ontwikkelkracht in partnerschap; b. van een concessiehouder die een excellente uitvoeringskwaliteit biedt en die doet wat hij belooft; c. waarin flexibiliteit aanwezig is om mee te bewegen met de trends en ontwikkelingen; d.

die betrouwbaar invulling geeft aan de duurzaamheidsambities en een zo breed mogelijke groep reizigers bereikt; e. tegen een eerlijke prijs. In de aanbesteding sluiten we zoveel mogelijk aan bij het huidige netwerk, wat de basis is voor de ontwikkeling uit het OV-netwerkperspectief. Als het budget het toelaat, willen we geen grote (netwerk)veranderingen aan begin van de nieuwe concessies. Voor goede verbetervoorstellen staan we uiteraard open. We besteden aan volgens de gangbare openbare procedure. We besteden beide concessiegebieden tegelijkertijd aan in één aanbesteding met twee percelen. Daarbij hebben we de voorkeur om op beide percelen een verschillende concessiehouder te selecteren. De beste combinatie (op de percelen) wint de aanbesteding.

ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 47

BIJLAGE BIJLAGE 1.

OPVOLGING AANBEVELING REKENKAMER OVER STURING IN DE UTRECHTSE OV CONCESSIES

De Randstedelijke Rekenkamer heeft eind 2021 een rapport gepubliceerd over de Sturing in de Utrechtse OV concessies. De aanbevelingen uit dat rapport zijn door de provincie overgenomen. AANBEVELING 1A (AAN GS EN PS) “Formuleer tijdens de fase van kaderstelling de doelen zodanig dat deze gedurende de hele looptijd van de concessie voor provincie en vervoerder een richtpunt blijven vormen.” Wijze van verwerking in de NvU Op pagina 23 staan de doelen van de concessieverlening omschreven. In de verdere uitwerking van de aanbesteding en de implementatie van de nieuwe concessies zullen deze doelen verder geoperationaliseerd worden en voorzien van meetbare kpi’s. AANBEVELING 1B (AAN GS EN PS) “Toets, in aanvulling op aanbeveling 1a, gedurende de looptijd van de concessie tussentijds de realisatie van de geformuleerde doelen gezamenlijk met de concessiehouder en stel de doelen zo nodig bij, bijvoorbeeld tijdens een periodieke herijking (zie aanbeveling 2c).” Aanbeveling 2c (aan GS) “Zorg voor een aantal standaard periodieke herijkingsmomenten in de concessies, in aanvulling op procedures die er zijn om de concessie tussentijds aan te passen aan veranderende omstandigheden.” Wijze van verwerking in de NvU Aanbeveling 1b en 2c liggen in elkaars verlengde.

In Uitgangspunt 2 “Een flexibele concessie met transitie, groei en herijkingsmomenten” staat dat we minimaal twee herijkingsmomenten inbouwen, afhankelijk van de concessieduur. We kijken dan terug op de realisatie en vooruit naar de ontwikkelingen. Binnen de kaders van de aanbesteding/concessieverlening passen we doelstellingen en de businesscase indien nodig aan. In Uitgangspunt 3 “Ontwikkeling tijdens de concessie, niet alleen bij de start” ligt vast dat ook los van deze grotere herijkingsmomenten er veel wendbaarheid en flexibiliteit in de concessie zit om tussentijds aan te passen aan veranderende omstandigheden, onder meer via de jaarlijkse vervoerplancyclus.

48 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN

AANBEVELING 2A (AAN GS) “Definieer duidelijke normen, met name op het gebied van rituitval of punctualiteit, zodat voor zowel vervoerder als provincie duidelijk is wat de inhoud van de afspraken is.” Wijze van verwerking in de NvU In Uitgangspunt 16 “De provincie benoemt KPI’s, monitort de uitvoering en rekent daarop af” is geborgd dat in de verdere uitwerking van de aanbestedingsstukken en inrichting van het concessiebeheer ook SMART normen worden uitgewerkt en gehanteerd voor rituitval en punctualiteit. AANBEVELING 2B (AAN GS) “Waarborg dat de financiële prikkels gebaseerd zijn op eenduidige, objectieve regels. Werk beoordelingskaders verder uit en maak zoveel mogelijk aspecten meetbaar.” Wijze van verwerking in de NvU In Uitgangspunt 2 “De verantwoordelijkheid voor de opobrengsten hebben we allebei” is geborgd dat de wijze waarop we de verdeling willen hanteren, uitgewerkt wordt in de aanbestedingsdocumenten. Uitgangspunt is dat er via de opbrengstverantwoordelijkheid voldoende prikkel voor de concessiehouders moet zijn om te blijven werken aan meer tevreden reizigers maar dat de risico’s daar liggen waar ze gedragen en beïnvloed kunnen worden. Tijdens de herijkingsmomenten controleren we of bijzondere ontwikkelingen zoals de schaalsprongOV of meer P+R-vervoer andere afspraken nodig maken.

Deze uitwerking in de aanbestedingsdocumenten zal zoveel mogelijk aspecten meetbaar maken en gebaseerd zijn op objectieve en eenduidige regels. Hetzelfde geldt voor eventuele boetebepalingen en bonus/ malusregelingen, die genoemd staan in Uitgangspunt 16. De overige aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport betreffen niet de Nota van Uitgangspunten. Opvolging van die aanbevelingen vindt in een ander traject plaats

ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 49

Provincie Utrecht Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030 25 89 111 50 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3161/documents/34564