6-7-2022 Bijlage bij RIB 2022-04 Definitief ontwerp Nota van Uitgangspunten (kennisnemen).pdf
Tekst van het document
MAART 2022
DEFINITIEF ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN OV-CONCESSIES UTRECHT BINNEN EN UTRECHT BUITEN
P ROV I N C I E- U T R EC H T.N L
ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 1
Uitgave: provincie Utrecht Grafische verzorging: Pier 19, Utrecht
2 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
INHOUD PUBLIEKSSAMENVATTING
6
1. DOEL EN POSITIE VAN DE NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
10
De OV-concessies en de Nota van Uitgangspunten
10
Rol en positie van de NvU
11
Evaluatie huidige concessies
12
Doorlopen proces
13
Bijzondere omstandigheden door de gevolgen van COVID-19 voor het OV
14
Opvolging aanbevelingen rekenkamer over sturing in de Utrechtse OV concessies
14
2. KADERS EN DOELEN VAN DE AANBESTEDING
15
Trends en ontwikkelingen
15
Omgevingsvisie en Mobiliteitsprogramma, het provinciaal kader voor de OV ambities
19
Meer tevreden reizigers en efficiënt ingericht OV
20
Visie op (netwerk)ontwikkeling (OV-netwerkperspectief)
21
Wat willen we bereiken met de concessieverlening, uitwerking in doelen
22
3. EEN FLEXIBELE EN WENDBARE CONCESSIE
24
Uitgangspunt 1:
De concessiehouders als partner in de ontwikkeling en als uitvoerder van vervoer
24
Uitgangspunt 2:
Een flexibele concessie met transitie, groei en herijkingsmomenten
25
Uitgangspunt 3:
Ontwikkeling tijdens de concessie, niet alleen bij start
26
Uitgangspunt 4:
Zowel innovatie als betrouwbaarheid zijn belangrijk
27
Uitgangspunt 5:
De verantwoordelijkheid voor de opbrengsten hebben we allebei
27
Uitgangspunt 6:
We verlenen twee concessies: “Utrecht Binnen” en “Utrecht Buiten” aan twee
verschillende vervoerders.
28
Uitgangspunt 7:
Concessieduur van minimaal 10 jaar
29
Uitgangspunt 8:
De concessiehouder in zijn kracht: het mobiliteitsaanspreekpunt voor de reiziger
30
Uitgangspunt 9:
Samenhang OV-AOV en doelgroepenvervoer, ruimte voor ontwikkeling
31
4. EEN DUURZAME CONCESSIE
33
Uitgangspunt 10: Ambitie 100% Zero Emissie in 2028, de concessiehouders maken het waar
33
Uitgangspunt 11: Provincie bereidt netaansluitingen op strategische locaties voor
34
Uitgangspunt 12: Laad- of tank voorzieningen regelen de concessiehouders
34
Uitgangspunt 13: De concessiehouders regelen de energie-inkoop
35
Uitgangspunt 14: Eigendom, beheer en onderhoud van de bussen bij de concessiehouders
35
Uitgangspunt 15: Circulariteit
36 ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 3
INHOUDSOPGAVE (VERVOLG)
5. EXCELLENTE UITVOERING VAN DE CONCESSIES
37
Uitgangspunt 16: De Provincie benoemt KPI’s, monitort de uitvoering en rekent daarop af
37
Uitgangspunt 17: U-OV als huisstijl en concept in de hele provincie
37
Uitgangspunt 18: De Provincie stelt de tarieven vast en de concessiehouders zorgen voor
betaalgemak
38
Uitgangspunt 19: Begrijpelijke en volledige reisinformatie
38
Uitgangspunt 20: MaaS-waardige concessiehouders
39
Uitgangspunt 21: Hoog basis niveau van sociale veiligheid houden we vast
40
Uitgangspunt 22: Goed werkgeverschap
40
6. EEN BREDE REIZIGERSGROEP
41
Uitgangspunt 23: Beschikbaarheid van het OV, ook als er geografische verschillen zijn
41
Uitgangspunt 24: Het OV draagt bij dat een zo breed mogelijke groep reizigers kan meedoen
aan de samenleving
7. FINANCIËN Uitgangspunt 25: Inzetten op groei van de opbrengsten en uitbreiding budget nodig
8. AANBESTEDINGSSTRATEGIE Uitgangspunt 26: We besteden aan en niet in.
42
44 44
46 46
Uitgangspunt 27: De concessies verlenen we aan de concessiehouders die zich onderscheiden
4 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
op de doelen van de concessie
47
VOORWOORD Voor u ligt het definitief ontwerp Nota van Uitgangspunten voor de nieuwe OV-concessies in de provincie Utrecht. Deze Nota van Uitgangspunten beschrijft, samen met het OV-netwerkperspectief, de ambities voor het OV in de provincie en vormt de basis voor de aanbesteding van de nieuwe concessies. Mobiliteit zit in een transitie. De noodzaak om over te schakelen van fossiele brandstoffen naar zero-emissie mobiliteit en digitale en technologische ontwikkelingen zullen ons mobiliteitssysteem doen veranderen. De visie op wat goede en gezonde bereikbaarheid is in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen verandert ook. Een gezonde verstedelijking en bereikbaarheid en nabijheid van onze voorzieningen zijn meer dan ooit voorwaarden voor de toekomst. De situatie rondom COVID-19 heeft ons extra uitdagingen en mogelijkheden laten zien. Mogelijkheden zoals thuiswerken waarvan we de structurele effecten nog niet op waarde kunnen schatten. Tegelijkertijd zorgt COVID-19 ook voor nieuwe opgaven. De grens tussen openbaar vervoer, doelgroepenvervoer, eigen mobiliteit en privaat mobiliteitsaanbod vervaagt steeds meer. Onze wens en/of noodzaak tot verplaatsen verandert niet, de manier waarop en de mate waarin wellicht wel. De verdergaande verstedelijking in Utrecht en de (daarmee gepaard gaande) steeds groter wordende drukte in het Utrechtse verkeerssysteem zet zich voort.
Het OV zal ook in de toekomst moeten bijdragen aan het bereikbaar houden van de Utrechtse regio door het faciliteren van de mobiliteitsstromen vanuit bestaande en nieuwe woongebieden naar de economische kerngebieden. Het is daarmee een aantrekkelijke reismogelijkheid op de routes waar de vervoersstromen groot zijn en de (parkeer)ruimte steeds schaarser. Het OV-systeem draagt bij aan een vitale Utrechtse regio. De woon-en werklocaties en sociaal-recreatieve voorzieningen binnen de provincie Utrecht zijn op een efficiënte, duurzame, gezonde en veilige manier bereikbaar. We streven naar een OV-systeem waar zoveel mogelijk mensen gebruik van willen en kunnen maken, een zo inclusief mogelijk systeem waarbij ook voldoende aandacht is voor de sociale functie van het OV. Dit definitief ontwerp Nota van Uitgangspunten is met name gericht op de uitgangspunten voor de twee concessies. Het gelijktijdig vast te stellen OV-netwerkperspectief beschrijft de ontwikkelrichting van het OVnetwerk dat we tijdens de concessieperiode met de nieuwe concessiehouders willen realiseren. Samen geven de documenten een beeld van de beoogde ontwikkeling van het OV in de concessieperiode. Over beide documenten heeft het college van Gedeputeerde Staten de reactie van velen gehoord. Deze reacties zijn opgenomen in de Nota van Beantwoording. We merken meer dan ooit dat de wereld niet stil staat.
We blijven waar mogelijk inspelen op de veranderingen. Goed openbaar vervoer voor onze reizigers is een grote opgave waar de provincie graag aan werkt. We staan er niet alleen voor. Ik zie uit naar de samenwerking met de wegbeheerders, andere overheden en in de nabije toekomst de nieuwe concessiehouders! Gedeputeerde Arne Schaddelee Mobiliteit | Recreatie | Toerisme | Vergunningverlening en Handhaving | Participatie | Communicatie
ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 5
PUBLIEKSSAMENVATTING EXCELLENT OV VOOR EEN GROEIENDE PROVINCIE
Utrecht is een van de snelst groeiende provincies van Nederland. Daar moeten we in de nieuwe concessies voor het openbaar vervoer (2025-2035) rekening mee houden. Want al die nieuwe Utrechters zijn straks in beweging. Net als de huidige inwoners en al die mensen die door of naar onze provincie reizen, willen ze vooruit. Ook onze duurzaamheidsambities zijn onlosmakelijk verbonden met de nieuwe concessies. Samen met onze concessiehouders (de vervoerders) gaan we op weg naar een OV zonder emissie, 100% duurzaam. Comfortabel meebewegend met de wensen en reisbehoeftes van de hele Utrechtse bevolking. Een nieuwe concessie ís een bijzonder contract. Een zakelijk huwelijk waarin de provincie en de nieuwe vervoerders in voor- en tegenspoed vorm zullen geven aan de toekomst van het Utrechtse openbaar vervoer. In de Nota van Uitgangspunten (NvU) lees je wat we vragen van onze nieuwe concessiehouders, én wat we bieden. Want we gaan het samen doen. Partners in OV. In deze samenvatting van de NvU schetsen we de belangrijkste veranderingen in de nieuwe concessies en de sterke punten die we willen behouden. Net als in de NvU zelf laten we in 26 uitgangspunten zien waar we op letten bij het kiezen van nieuwe ov-partners. Zodat ook na 2025 elke reiziger in de provincie Utrecht een beroep kan doen op krachtig, flexibel en groen openbaar vervoer. Voor af en toe of elke dag.
In de NvU zie je hoe we samen met de nieuwe concessiehouders het OV-netwerk in de provincie Utrecht verder ontwikkelen. Wil je een volledig beeld krijgen van de toekomst van het Utrechtse OV? Lees dan ook het OV-netwerkperspectief, waarin de provincie richting geeft aan toekomstige ontwikkelingen en het openbaar vervoerlijnennet.
i UITGANGSPUNT 1: De concessiehouders als partner in de ontwikkeling en als uitvoerder van vervoer We zoeken niet zomaar een concessiehouder, maar een partner. Nee, niet als modewoord; echt in de praktijk! Een partner die meedenkt en meedoet. Die er samen met ons, met vervoerders van buiten de provincie en met andere partijen alles aan doet om de reiziger snel en betrouwbaar van A naar B te laten reizen.
i UITGANGSPUNT 2: Een flexibele concessie met transitie, groei en herijkingsmomenten Zekerheden zijn onzekerheden geworden, zagen we toen COVID-19 de wereld overnam. De afgelopen periode heeft ons geleerd dat mensen snel wennen aan nieuwe reispatronen en nieuwe manieren van werken. Daarom gaan we de nieuwe concessies niet in beton gieten maar kiezen we voor flexibiliteit. Maar wel met ‘herijkingsmomenten’ zodat onze concessiehouders hun werk goed in kunnen richten voor de korte en middellange termijn.
6 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
i UITGANGSPUNT 3: Ontwikkeling tijdens de concessie, niet alleen bij start Dat er zaken veranderen als het OV door een nieuwe concessiehouder wordt verzorgd, is logisch. Maar daar willen we de reiziger zo min mogelijk mee lastigvallen. Daarom zoeken we partners die net als wij geloven in voortdurend ontwikkelen. Geen ‘big bang’ bij de start van de nieuwe concessie maar gewoon verder gaan waar we gebleven zijn. Op de goede weg naar beter.
i UITGANGSPUNT 4: Zowel innovatie als betrouwbaarheid zijn belangrijk We willen nogal wat. Duurzaam openbaar vervoer, veilig, toegankelijk en snel. Alles om onze reizigers excellent openbaar vervoer te kunnen bieden. Maar die ambities mogen niet ten koste gaan van de betrouwbaarheid. Want voor de reizigers is het belangrijk dat de bus gewoon blijft rijden.
i UITGANGSPUNT 5: De verantwoordelijkheid voor de opbrengsten hebben we allebei Ja, de uitvoering van het openbaar vervoer in Utrecht ligt bij de concessiehouders. Maar dat betekent niet dat de provincie er niets mee van doen heeft. We doen het samen; we dragen samen de verantwoordelijkheid. Voor de ontwikkeling én de opbrengsten.
i UITGANGSPUNT 6: We verlenen 2 concessies: Utrecht Binnen en Utrecht Buiten We verdelen het Utrechtse OV in 2 delen: het vervoer in het hart van de provincie, inclusief de tram, en het vervoer in de cirkel eromheen. We verlenen dus 2 concessies: Utrecht Binnen en Utrecht Buiten. We hebben de voorkeur voor twee verschillende concessiehouders.
i UITGANGSPUNT 7: Concessieduur van minimaal 10 jaar De reiziger moet op het OV kunnen bouwen. In dat kader vinden we continuïteit heel belangrijk. We kiezen voor de nieuwe concessies dan ook een termijn van 10 jaar, met een mogelijkheid om nog eens met 5 jaar te verlengen.
i UITGANGSPUNT 8: De concessiehouder in zijn kracht: het mobiliteitsaanspreekpunt voor de reiziger Iedereen moet het OV weten te vinden. De concessiehouder zorgt daarvoor. Hij is het aanspreekpunt in de regio. Want we zien als provincie een belangrijke rol weggelegd voor bijvoorbeeld deelmobiliteit voor het eerste en laatste stuk van de reis die onze reizigers afleggen, bijvoorbeeld van hun huis tot de bushalte. We vinden dat de nieuwe concessiehouders hier in ieder geval informatie over moeten geven aan de reizigers, ook als zij het vervoer zelf niet uitvoeren. We vragen van de concessiehouders dat ze verder kijken dan alleen OV.
i UITGANGSPUNT 9: Samenhang OV-AOV en doelgroepenvervoer, ruimte voor ontwikkeling Openbaar vervoer is er voor iedereen maar dat betekent niet dat we voor iedere voordeur een tram of bus kunnen laten rijden. Teveel vervoer bieden voor te weinig reizigers is helaas onbetaalbaar. Daarom hebben we standaard OV, flexibel OV en een OV-vangnet. De afstemming tussen deze vormen van OV en het doelgroepenvervoer dat de gemeenten verzorgen, is heel belangrijk. We blijven daarom samenwerken om dit te blijven verbeteren.
i UITGANGSPUNT 10: Ambitie 100% zero emissie in 2028, de concessiehouders maken het waar Zero emissie in 2028, oftewel openbaar vervoer zonder uitstoot. Dat vraagt om nieuwe bussen, en voldoende capaciteit van het Utrechtse energienetwerk. Kortom: dit uitgangspunt is nog een uitdaging. Een uitdaging waar ook de nieuwe concessiehouders een belangrijke rol in hebben.
i UITGANGSPUNT 11: Provincie bereidt netaansluitingen op strategische locaties voor Om met electrische zero-emissie-bussen te kunnen rijden, zijn netaansluitingen in en buiten stallingen nodig. Er is al een aantal aangepaste stallingen met een netaansluiting. De Provincie gaat onderzoeken wat er aanvullend nodig is qua netaansluitingen op strategische stallingslocaties om op tijd met de zero-emissiebussen te kunnen rijden. Het aanleggen van een goede netaansluiting neemt namelijk veel tijd in beslag.
ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 7
i Uitgangspunt 12: Laad- of tankvoorzieningen regelen de concessiehouders Of ze nu rijden op benzine, diesel, waterstof of elektriciteit: alle voertuigen in het openbaar vervoer moeten regelmatig ‘bijtanken’. Hoe en waar, dat laten we als provincie graag over aan de toekomstige concessiehouders. Onze voorkeur gaat uit naar opladen in of vlakbij de stallingen.
i UITGANGSPUNT 13: De concessiehouders regelen de energie-inkoop. Wie duurzaam wil werken, moet letten op energiegebruik. We kijken daarom bij het verlenen van de concessies onder meer naar slim gebruik van energie en naar de soort energie die gebruikt wordt, bij voorkeur regionaal opgewekte, groene energie.
i UITGANGSPUNT 14: Eigendom, beheer en onderhoud van de bussen bij de concessiehouders De provincie is niet de aangewezen instantie om bussen aan te schaffen en te onderhouden. Dat laten we graag over aan de vakmensen. In de nieuwe concessies komt dan ook duidelijk te staan dat de concessiehouders verantwoordelijk zijn voor inkoop, beheer, onderhoud en uiteindelijke inzet van de bussen.
i UITGANGSPUNT 15: Circulariteit Duurzaamheid is meer dan alleen zero emissie. Ook circulariteit draagt bij aan een beter milieu en klimaat. Door bussen bijvoorbeeld zo lang mogelijk te gebruiken en goed op te letten wat er met afgedankte batterijen van elektrische voertuigen gebeurt, kunnen concessiehouders het openbaar vervoer nóg duurzamer maken.
i UITGANGSPUNT 16: De provincie benoemt KPI’s, monitort de uitvoering en rekent daarop af We vragen veel als provincie, en gaan bewaken of de nieuwe concessiehouders dat ook waarmaken. Dat doen we op een vaste, transparante manier: met vooraf opgestelde criteria. Deze zogeheten KPI’s (Kern PrestatieIndicatoren) gaan onder meer over klanttevredenheid, reisinformatie en rituitval.
i UITGANGSPUNT 17: U-OV als huisstijl en concept in de hele provincie De afgelopen jaren was het al op steeds meer plekken te zien: ons merk U-OV. Het heeft een goede naamsbekendheid en springt in het oog. Daarom willen we U-OV uitrollen over de hele provincie. We zoeken meerdere concessiehouders; die moeten dus goed samen kunnen werken om onder één vlag te opereren.
i UITGANGSPUNT 18: De provincie stelt de tarieven vast en de concessiehouders zorgen voor betaalgemak De provincie is verantwoordelijk voor het vaststellen van de tarieven van het openbaar vervoer. De vervoerders doen ons voorstellen hiervoor binnen de afspraken die we hebben gemaakt. Maar ‘wat kost het’ is niet de enige vraag die belangrijk is voor de reiziger. ‘Kan ik makkelijk afrekenen’ is zeker ook een aandachtspunt. We zoeken concessiehouders die het betaalgemak voor de reiziger kunnen vergroten. Ook voor de reiziger die digitaal minder vaardig is.
i UITGANGSPUNT 19: Begrijpelijke en volledige reisinformatie We vinden het heel belangrijk dat de nieuwe concessiehouders begrijpelijke en volledige reisinformatie hoog op hun prioriteitenlijst hebben staan. Voor iedereen. De reiziger moet daar altijd op kunnen rekenen.
i UITGANGSPUNT 20: MaaS-waardige concessiehouders Mobility as a service (MaaS), openbaar vervoer met digitale diensten en betaalgemak, heeft volgens ons de toekomst. MaaS is mobiliteit op maat voor de reiziger; daarmee bedienen we onze reizigers het best. De nieuwe concessiehouders moeten dus MaaS-waardig zijn. Ze willen net als wij de kwaliteit van het openbaar vervoer in de provincie verhogen met online toepassingen zoals apps en moeten daarvoor ook met andere partijen samenwerken.
8 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
i UITGANGSPUNT 21: Hoog basisniveau van sociale veiligheid houden we vast De reizigers gaven de (sociale) veiligheid in het Utrechtse openbaar vervoer in 2020 een mooie 8,2 als rapportcijfer. Dat willen we graag zo houden. We verwachten dan ook dat onze nieuwe concessiehouders samen met de gemeenten, de politie en de Provincie actief werken aan de verbetering van de sociale veiligheid voor alle reizigers.
i UITGANGSPUNT 22: Goed werkgeverschap We verwachten van onze nieuwe vervoerders niet alleen dat ze goed voor de reizigers zorgen, maar ook dat ze goed voor hun medewerkers zorgen. Daarom gaan we alleen in zee met concessiehouders die zich houden aan de cao Stad- en streekvervoer. Ook vinden we het belangrijk dat een concessiehouder zorgt dat binnen zijn bedrijf ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk kunnen.
i UITGANGSPUNT 23: Beschikbaarheid van het OV, ook als er geografische verschillen zijn In sommige delen van de provincie is het OV heel druk en in andere delen rustiger. Daarom hebben we ook verschillende typen OV: lijnen die vaak rijden en lijnen die minder vaak rijden, maar ook lijnen die met een kleine bus worden gereden en andere weer met grote (gelede) bussen. De reizigers betalen met hun kaartje een deel van de kosten. Maar lang niet alles. De Provincie betaalt in de hele provincie mee aan het OV. We blijven ook in de nieuwe concessie OV in de hele provincie bieden, in drukke én rustige gebieden.
i UITGANGSPUNT 24: Het OV draagt eraan bij dat een zo breed mogelijke groep reizigers kan meedoen aan de samenleving De provincie Utrecht wil dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Ook het openbaar vervoer moet zo toegankelijk mogelijk zijn. Dus moeten de concessiehouders bijvoorbeeld zorgen voor aangepaste bussen, maar ook voor duidelijke reisinformatie die voor iedereen goed te begrijpen is. Zodat elke Utrechter, zoveel mogelijk zelfstandig, gebruik kan maken van het OV.
i UITGANGSPUNT 25: Inzetten groei van de opbrengsten en uitbreiding budget nodig Onze ambities zijn groot: emissieloos openbaar vervoer, zoveel mogelijk circulariteit, vooral een goed OV-aanbod voor een steeds bredere en fors groeiende groep reizigers. Het is logisch dat hoge eisen en meer reizigers ook hogere kosten met zich meebrengen. Daarom willen wij de groeiende reizigersopbrengsten weer in ons OV investeren.
i UITGANGSPUNT 26: We besteden aan en niet in In de vier grote steden in Nederland mag wettelijk gezien gekozen worden voor ‘inbesteden’: zelf het openbaar vervoer organiseren met een vaste concessiehouder in plaats van aanbesteden. Maar als provincie Utrecht besteden we voor de hele provincie aan, omdat we geen redenen hebben om niet op de ingeslagen weg door te gaan.
i UITGANGSPUNT 27: De concessies verlenen we aan de concessiehouders die zich onderscheiden op de vier gekozen doelen voor de concessie Als provincie zetten we in op kwaliteit, betrouwbaarheid, duurzaamheid en flexibiliteit, tegen een eerlijke prijs. Een stevige verlanglijst, waar alleen écht goede concessiehouders aan kunnen voldoen. We zoeken de beste.
ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 9
1. DOEL EN POSITIE VAN DE NOTA VAN UITGANGSPUNTEN DE OV-CONCESSIES EN DE NOTA VAN UITGANGSPUNTEN De provincie Utrecht is wettelijk verantwoordelijk voor het openbaar vervoer per bus en tram in de provincie. Zij is concessieverlener. Met een concessie verleent de Provincie het alleenrecht op het uitvoeren van het openbaar vervoer aan een concessiehouder (een vervoerder). De grondslag voor de concessieverlening is vastgelegd in de Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), het Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000) en de PSO verordening (Verordening (EG) 1370/2007 over openbaar personenvervoer per spoor en over de weg). Op dit moment zijn in de provincie twee concessies verleend: • De concessie Tram en Bus Regio Utrecht die grotendeels de gemeenten van het WGR samenwerkingsverband U10 bevat. Qbuzz rijdt hier sinds december 2013 onder de naam U-OV. • De concessie Provincie Utrecht die de overige gemeenten bevat. Keolis rijdt hier sinds december 2016 onder de naam Syntus Utrecht. De huidige concessies eindigen in december 2023 en worden naar verwachting verlengd met twee jaar tot december 2025. Door middel van een aanbestedingsprocedure verlenen Gedeputeerde Staten de concessies aan nieuwe concessiehouders. Een concessieverlening is een mooi moment om te zorgen dat de ambities, plannen en actuele zaken in nieuwe afspraken met de nieuwe concessiehouders goed worden vastgelegd.
Het is echter niet het enige moment hiervoor. Met name de ontwikkeling van het netwerk op basis van de reizigersvraag en verkeerssituatie is een continu proces dat in de huidige concessies en in de nieuwe concessies voortdurend plaatsvindt. Deze Nota van Uitgangspunten (NvU) beschrijft de kaders voor de concessieverlening.
10 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
ROL EN POSITIE VAN DE NVU Het proces om te komen tot de nieuwe concessieverlening kent een aantal stappen. Dit document betreft stap 2, de ontwerp NvU. Stap 1 We evalueren de huidige concessies (najaar 2020, met een extern evaluatierapport) Stap 2 We leggen de uitgangspunten en de kaders voor de ontwikkeling vast in een ontwerp NvU (najaar 2021) Stap 3 We stellen na de inspraak de definitieve NvU vast (voorjaar (2022) Stap 4 We stellen een Ontwerp Programma van Eisen (PvE) vast (zomer 2022) Stap 5 We stellen het definitieve Programma van Eisen en de aanbestedingsdocumenten vast (Q1 2023) Stap 6 We gaan de markt op: de daadwerkelijke aanbesteding (2023) Stap 7 We verlenen de concessies (2023/2024) Stap 8 De nieuwe concessiehouder implementeert de nieuwe concessie (2024/2025) Stap 9 De nieuwe concessies gaan in (december 2025) NB: tijdpad stap 7 tot en met 9 onder voorbehoud van verlenging huidige concessies.
OV-Netwerkperspectief
Nota van uitgangspunten
Vaststelling door PS
2021
Vaststelling door GS
2022 Programma van eisen
2023-2024
2025
Aanbesteding gunning implementatie
Start nieuwe concessie
Figuur 1.1. Schema producten in het aanbestedingsproces (op basis van start 2025)
Naast de concessieverlening van de nieuwe concessies gaat ook de uitvoering en ontwikkeling van de huidige concessies uiteraard gewoon door. Op dit moment sterk onder invloed van de ontwikkelingen rondom COVID-19 en de transitieplannen die dit met zich meebrengt. In de NvU worden dus de uitgangspunten voor de nieuwe concessies vastgelegd; onder meer voor wat betreft de scope, financiële kaders, de rolverdeling en de vertaling van een aantal ambities. De NvU wordt vastgesteld door Provinciale Staten. Gelijktijdig met de Nota van Uitgangspunten is een OV-netwerkperspectief opgesteld. In het OV-netwerkperspectief beschrijven we de bouwstenen en handvatten waarmee we de provinciale ambities gedurende de komende concessieperiode in het OV-netwerk willen vertalen. Het OV-netwerkperspectief is de basis voor de ontwikkeling van het netwerk tijdens de concessieperiode. Het geeft een beeld van de ontwikkelingen, stelt hoofdkeuzes vast en geeft handelingsperspectief waar nodig. Het netwerkperspectief gaat over de periode 2025-2030, met een doorkijk naar 2040. Het is geen blauwdruk of investeringsvoorstel maar draagt bij aan een gedegen handelingsperspectief voor de vervoerders.
ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 11
De NvU en het OV-netwerkperspectief doorlopen gelijktijdig het besluitvormingsproces. Op basis van de NvU wordt vervolgens een (ontwerp) Programma van Eisen (PvE) uitgewerkt, dat de basis vormt voor de aanbestedingsstukken, de daadwerkelijke uitvraag aan marktpartijen. De planning is dat dit eind 2022/ begin 2023 plaatsvindt.
EVALUATIE HUIDIGE CONCESSIES In 2020 heeft als voorbereiding op de nieuwe concessieverlening een onafhankelijke, externe evaluatie van de huidige concessies plaatsgevonden. In deze evaluatie is gekeken naar 2 zaken: de geleverde prestaties van de vervoersbedrijven en de ervaringen met de samenwerking tussen de belangrijkste betrokken partijen (vervoerders, provincie Utrecht, gemeenten en het ROCOV). Zowel door de Provincie als door de vervoerders is tussen 2015-2019 (de onderzochte jaren) sterk geïnvesteerd in het OV. Gebleken is dat de investeringen in het OV efficiënt zijn ingezet. Het heeft geleid tot meer OV-aanbod en een sterke toename van het aantal reizigers. We presteren daarmee goed; ook landelijk gezien. De kostendekkingsgraad was, pre-COVID-19, conform de verwachtingen. De reizigersgroei was zelfs boven verwachting. Het gevoerde beleid voor de ontwikkeling van het OV-netwerk, waarbij veel is ingezet op de ontwikkeling van ons HOV-netwerk (hoogwaardig openbaar vervoer - snelle busverbindingen met minder haltes en hogere frequenties) heeft het gewenste effect gehad en geeft aanleiding tot het doorzetten van dit beleid en dus tot het verder uitbreiden van het HOV-netwerk. De huidige kwaliteit van ons OV-netwerk is hoog.
93,5 % van de inwoners heeft binnen een straal van 600 meter toegang tot openbaar vervoer met minimaal (maar in veel gevallen veel meer) op maandag tot en met vrijdag tussen 07.00 en 19.00 ten minste ieder uur een verbinding met het reguliere OV, flex- of buurtbus. Met de politieke ambities om meer te bouwen rondom OV- knooppunten zal dit percentage eerder toe- dan afnemen. Samen met het OV-vangnet (op dit moment de OV-functie van de regiotaxi) bieden we een provinciedekkend OV-systeem. De klanttevredenheid is toegenomen en ligt boven de streefwaarde die was vastgesteld. Ook dit is goed in vergelijking met andere concessies in Nederland. De uitgebreide participatie over de vervoerplannen wordt gewaardeerd. De volgende aandachtspunten zijn meegegeven voor de nieuwe concessies: • Samenwerking: streef naar continuïteit in personeel en teamsamenstellingen bij zowel de vervoerder als de Provincie en behoud de onderlinge toegankelijke ‘korte lijntjes’. Intensiveer, ten behoeve van de concessieoverschrijdende verbindingen, zoveel mogelijk de onderlinge samenwerking met concessieverleners en -houders uit naastgelegen concessiegebieden. • Organisatie: verduidelijk de onderlinge rollen en verantwoordelijkheden binnen de driehoeksverhouding Provincie (beleid) – vervoerder – trambedrijf en onderzoek waar de (interne) organisatie mogelijk efficiënter ingevuld kan worden.
• Betrekken stakeholders: behoud de participatietrajecten en betrek stakeholders in een vroegtijdig stadium bij ontwikkelplannen (ten behoeve van het draagvlak). • Opbrengstverantwoordelijkheid: overweeg welke vorm van opbrengstverantwoordelijkheid passend is, en zo ja in welke vorm, voor de volgende concessie(s). De vorm moet enerzijds zorgen voor een positieve prikkel voor de vervoerder om een zo goed mogelijk product te leveren en anderzijds zorgen voor een goede samenwerkings- en aansturingsvorm vanuit de concessieverlener. Ook moet hierbij een afweging gemaakt worden over het spreiden van de risico’s. Mocht er bij een nieuwe aanbesteding worden gekozen voor meerdere concessies kies dan zoveel mogelijk voor gelijke uitgangspunten in beide concessies, ten behoeve van de eenduidigheid (opbrengstverantwoordelijkheid, bekostiging voor sociale veiligheid etc.).
12 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
• Ontwikkeltaak: zorg voor voldoende flexibiliteit en ruimte in de concessies om met de ontwikkeltaak in te kunnen spelen op de dynamiek van de regio en op ruimtelijke, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. • Boetes en bonussen: overweeg bij het bepalen van de vorm en hoogte van een boete of bonus op welke elementen en bijbehorende KPI’s deze worden gebaseerd. Zorg daarbij voor zo SMART mogelijk geformuleerde criteria, waarmee boetes en bonussen op eenduidige wijze kunnen worden toegepast. • Duurzaamheid: overweeg of aanvullende duurzaamheidseisen op het inkoopbeleid, ook op andere aspecten dan de materieelvloot, van toegevoegde waarde kunnen zijn. • Ontsluiting: leiden wijzigingen in de lijnvoering lokaal tot een substantiële afname van de OV-bereikbaarheid? Onderzoek daar dan de mogelijkheden om dit op te vangen met maatwerkvervoer of andersoortige creatieve vervoervormen (als onderdeel van de ontwikkeltaak). Deze aandachtspunten zijn in deze Nota van Uitgangspunten meegenomen of worden in het later op te stellen Programma van Eisen verder uitgewerkt.
DOORLOPEN PROCES
Vaststelling ontwerp NvU
GS Reizigers Focusgroepen Gemeenten
In gesprek over uitgangspunten: formele inspraakronde Vervoerders
Marktconsultatie opstellen Nota van Beantwoording en definitieve NvU
PS vaststelling definitieve NvU incl. Nota van Beantwoording
oktober
november
december
januari
februari
maart
april
Figuur 1.2. Doorlopen stappen van ontwerp naar definitieve Nota van Uitgangspunten De ontwerp NvU is begin november 2021 vrijgegeven voor inspraak door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht. In de voorbereidende fase voor de ontwerp NvU en de keuzes die hierin zijn gemaakt, is met diverse stakeholders gesproken over deelonderwerpen. In een tweetal kennisdelingssessies is de kennis met diverse stakeholders gedeeld en verdiept. In de maanden november en december, is met verschillende partijen het gesprek gevoerd over de uitgangspunten uit dit document. Er is voor een ieder de gelegenheid geweest om een reactie te geven op de ontwerp NvU via een enquête. Via sociale media hebben we de aandacht gevestigd op deze mogelijkheid. We hebben gesproken met inwoners in focusgroepen en ambtelijke en bestuurlijke informatiebijeenkomsten gehouden. Ook is een marktconsultatie gehouden onder marktpartijen voor een algemene reactie en een reactie op een aantal specifieke vraagstukken. Alle reacties zijn verzameld in een Nota van Beantwoording. ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 13
BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN DOOR DE GEVOLGEN VAN COVID-19 VOOR HET OV Door COVID-19 is net als overal elders in het land het aantal reizigers in de beide Utrechtse OV-concessies tijdelijk sterk teruggelopen, en is een groot financieel probleem ontstaan voor zowel de concessiehouders als de provincie. Daarnaast is de marktsituatie zodanig dat aanbesteden niet mogelijk was. Om die reden overlegt de provincie met de huidige concessiehouders over een mogelijke verlenging van de huidige concessies. Ondanks het huidige herstel is het vrijwel zeker dat de komende jaren het aantal reizigers nog niet op het niveau van voor de crisis zal zitten. Dit is conform landelijk gehanteerde prognoses: naar verwachting zullen mensen meer thuis blijven werken en studeren en hebben sommige reizigers de overstap naar de (elektrische) fiets of de auto gemaakt. Dit heeft negatieve impact op het OV- gebruik. Midden in deze periode een nieuwe concessie verlenen, vergt een goede monitoring van de effecten en risico’s van de veranderende mobiliteit. Zowel de concessieverlener als de concessiehouders zijn gebaat bij een goede, ook financieel toekomstbestendige, concessie. In de uitgangspunten die we formuleren, speelt dit aspect soms meer en soms minder een rol.
Op sommige onderdelen zijn nu nog onzekerheden maar we verwachten dat deze in de loop van het proces naar de daadwerkelijke aanbesteding helderder worden.
OPVOLGING AANBEVELINGEN REKENKAMER OVER STURING IN DE UTRECHTSE OV CONCESSIES De Randstedelijke Rekenkamer heeft eind 2021 een rapport gepubliceerd over de Sturing in de Utrechtse OV-concessies. De aanbevelingen uit dat rapport zijn door de Provincie overgenomen. Enkele van deze aanbevelingen hebben betrekking op de realisatie en herijking van de doelen en de normen, prikkels en het beoordelingskader. Deze aanbevelingen zijn in de NvU verwerkt en krijgen en vervolg in de uitwerking in het PvE. In bijlage 1 is een nadere toelichting opgenomen.
14 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
2. KADERS EN DOELEN VAN DE AANBESTEDING Bij de aanbesteding van de nieuwe concessies maken we nieuwe afspraken met vervoerders. De kaders voor deze afspraken moeten passen bij de trends en ontwikkelingen die we tijdens de concessieperiode zien en bij de visie/ambitie, het beleid en de doelen die we hebben voor het openbaar vervoer. Dit hoofdstuk beschrijft deze trends en kaders. Die resulteren vervolgens in de doelen die we stellen voor de aanbesteding zelf. Hoe selecteren we een concessiehouder die de grootste bijdrage levert aan het realiseren van onze doelen voor het OV? In de volgende hoofdstukken werken we de doelen uit tot concrete uitgangspunten.
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN PROVINCIE UTRECHT KENT STERKSTE OV-GROEI IN NEDERLAND In 2021 heeft het Rijk de vierjaarlijkse integrale mobiliteitsanalyse gepubliceerd. Daarin zijn prognoses opgenomen voor het OV in Nederland. Er is een laag en hoog scenario met verschillende ontwikkelingen op het gebied van ruimte (ruimtelijke spreiding, bevolking, economische groei) en mobiliteit (autobezit en autokosten, verandering van gedrag e-bike en thuiswerken). De effecten van COVID-19 vallen naar verwachting binnen de bandbreedte van deze scenario’s. De nieuwe prognose laat zien dat de provincie Utrecht evenals de andere Randstadprovincies sterk groeit. De provincie Utrecht groeit zelfs bovengemiddeld. Belangrijke verklaring voor de sterke groei is de verstedelijkingsopgave in deze gebieden. De bevolking in de Randstad groeit met bijna 30%. Effecten van nieuwe OV-maatregelen zoals een OV-schaalsprong zijn in de prognose nog niet meegenomen. Het Rijk verwacht knelpunten in zowel het spoornetwerk als het tram- en busnetwerk. Verbindingen van en naar Utrecht Centraal kennen extra groei. De capaciteit van het tramnetwerk in Utrecht zal niet meer toereikend zijn tijdens de spits en op diverse busverbindingen is uitbreiding nodig. Daarnaast worden in de ochtendspits op verschillende intercityverbindingen naar Utrecht overvolle treinen verwacht.
Voor de sprinterverbindingen worden geen capaciteitsknelpunten verwacht. In de periode 2025-2035 gaat het om een groei van 16% tot 35%. Deze groei vindt grotendeels in en rondom de stad Utrecht plaats. Dit komt door de woningbouwontwikkeling in dit gebied en doordat Utrecht Centraal een belangrijk OV-knooppunt is in het regionale en nationale OV-netwerk. De groei vormt een forse uitdaging voor het OV-netwerk. Om hierop in te spelen is het noodzakelijk om het voorzieningenniveau uit te breiden en/of keuzes te maken in de inrichting van het OV-netwerk.
ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 15
% 70 65 60 55
63%
2030 Laag 2040 Laag 2050 Laag 2030 Hoog 2040 Hoog 2050 Hoog
48%
50
47%
45
43%
40 35 30 25
23%
20 15
10%
10 5
3%
0 -5
11%
9%
7%
0% -4%
-10 -15 Friesland
Drenthe
Zeeland
Limburg
Gelderland
Overijssel
Groningen Noord-Brabant Zuid-Holland
Flevoland
Noord-Holland
Utrecht
Figuur 2.1: Ontwikkelingen groei OV op basis van IMA
RUIMTE VOOR OV NEEMT AF Betrouwbaarheid en snelheid zijn essentieel voor goed OV. Deze factoren leiden tot een beter OV-product en dus een hogere reizigerstevredenheid én tot lagere exploitatiekosten. Betrouwbaarheid en snelheid hebben mede betrekking op de OV-doorstroming. Om dit goed te organiseren, is ruimte nodig. Binnen hoogstedelijke gebieden en het centrumgebied van kleine en grote kernen is de druk op de ruimte hoog. Daarnaast is er steeds meer aandacht voor verkeersveiligheid en leefbaarheid. Gemeenten kiezen vaker voor het versmallen van wegen en het verlagen van de maximumsnelheid naar 30 km/h. Daarnaast wordt vaker gesproken over ‘shared spaces’ en autoluwe gebieden. Deze keuzes in de weginrichting beïnvloeden de doorstroming en daarmee ook de algehele kwaliteit van het OV. Het gaat veelal om projecten die weliswaar beperkte effecten hebben maar wel structureel doorwerken in het OV-systeem. Hierdoor neemt rijtijd en onbetrouwbaarheid toe en is het soms noodzakelijk om te kiezen voor het verleggen van routes naar wegen die verder weg liggen van het centrum. Zonder deze keuzes in het netwerk en/of omvangrijke investeringen in het netwerk verslechtert de OV-kwaliteit en de kostenefficiëntie.
In het OV-netwerkperspectief wijzen wij belangrijke verbindingen aan waarop wij samen met wegbeheerders willen werken aan de doorstroming en een goede OV-kwaliteit voor inwoners en bezoekers van de provincie. LANGDURIGE WERKZAAMHEDEN SNELWEGENNET De komende jaren staat er een aantal grootschalige en langdurige infraprojecten op stapel in en rond de stad Utrecht. Voor deze projecten (de Ring Utrecht, Knooppunt Hoevelaken en de A27 Houten – Hooipolder) zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om de hinder tijdens de werkzaamheden beperkt te houden. Samen met werkgevers in de regio maken we de reiziger in actieve communicatie en mobiliteitsmanagement bewust van mijden, spreiden en goede alternatieven (het OV, de fiets en thuiswerken). Alle programmaonderdelen van ‘Goed op weg’ (communicatie, werkgeversbenadering, gebiedsaanpak, doelgroepenaanpak, MaaS & deelmobiliteit, talking traffic) gaan een bijdrage leveren aan de vermindering van hinder, en passen bij de mobiliteitstransitie.
16 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
Voor de uitwerking van het OV-netwerkperspectief is het in dit kader van belang dat in het OV wordt gefocust op het behoud van de bestaande reizigers en het winnen van nieuwe. Dat vraagt om een slimme combinatie van OV en P+R. MOBILITEITSTRANSITIE Het mobiliteitsaanbod kent vele aanbieders. Bovendien is de afgelopen jaren het aanbod aan mobiliteitsvormen fors uitgebreid. Zo hebben deelfietsen, deelauto’s, meerijd-platformen en elektrische fietsen het mobiliteitslandschap veranderd. De reiziger heeft meer keus. En naar verwachting zet deze trend zich verder voort. Bijvoorbeeld met meer soorten deelfietsen, deelscooters en stepjes die door mensen zelf worden geregeld. Of met lokale initiatieven die vanuit de samenleving worden georganiseerd, zoals een Buur(t)mobiel, Automaatje, Dorpsbus of Wijkhopper. In het totale mobiliteitsaanbod is de primaire verantwoordelijkheid van de Provincie het aanbieden van collectief openbaar vervoer. Dat doen we door het aanbieden van OV in de vorm van de lijnbus en tram, en aanvullend OV (AOV) in de vorm van flex, buurtbus en een OV-vangnet. Dit laatste wordt op dit moment ingevuld door de OV-functie van de Regiotaxi.
Mobiliteitslandschap Zelf en samen regelen Individueel
Overheid regelt collectief
Commerciële partijen
Deelfietsen
Deelauto’s
OV
Provincie
(via)Gemeente
Rijk
Tram
WMO
Trein
Bus
Leerlingenvervoer
WMO/Valys
Buurtbus Meerijden
WLZ/dagbesteding
Taxi Flex
Lokale initiatieven
OV vangnet
Figuur 2.2. Mobiliteitslandschap
Het aanbieden van Mobiliteit als dienst (Mobility as a Service, MaaS) is een ontwikkeling die ook het OV zal raken. MaaS gaat om het plannen, boeken en betalen van al het mogelijke vervoer via apps. Bijvoorbeeld de deelfiets, -auto of -scooter, maar ook de trein, tram of (water)taxi. Misschien later zelfs de eigen auto of fiets. Vooral het combineren van al deze soorten vervoer in een ketenreis maakt reizen op maat en volgens de wensen van de reiziger mogelijk. MaaS zal het aanbod aan vervoersmogelijkheden beter ontsluiten en de keten van de reis voor de reizigers versoepelen. Sommige opgaven blijven echter bestaan. Het zoeken naar de juiste en betaalbare oplossingen in het AOV zal blijven. We blijven open staan om ook in dit deel van het OV-systeem te zoeken naar innovatieve oplossingen en optimale systemen tegen acceptabele kosten. De ontwikkeling van MaaS of op termijn zelfs de zelfrijdende auto kunnen het AOV in de toekomst wellicht veranderen. Een meer datagedreven aanbod van mobiliteit kan bijdragen aan een efficiencyslag.
ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 17
DIGITALE TRANSITIE In de afgelopen jaren is een trend van digitalisering doorgezet. De toenemende digitalisering van onze samenleving betekent ook iets voor mobiliteit. Het verplaatsingsgedrag verandert of kan veranderen door meer werken op afstand. Digitale en technologische innovaties in de mobiliteitssystemen (voertuigen, infrastructuur) en als gevolg van MaaS gaan in de loop van de concessieperiode het mobiliteitssysteem veranderen. De aansluiting van verschillende vervoervormen en het stimuleren van het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer kunnen beter door het inspelen op nieuwe technologieën en de beschikbaarheid van data. Het gebruik van data zetten wij waar mogelijk ook in voor het vergroten van de (verkeers)veiligheid, het vergroten van de doorstroming en het slim omgaan met duurzame bronnen en assets in en rond het openbaar vervoer. We stimuleren de toepassingen en het gebruik van (voorspellende) data in het OV om de kwaliteit voor de reizigers te verbeteren en de kostprijs wellicht (iets) te verlagen. ENERGIETRANSITIE EN CIRCULAIRE SAMENLEVING De ambitie van de provincie Utrecht is om uiterlijk in 2040 energieneutraal te zijn. De transitie naar zero-emissie mobiliteit vormt een belangrijke uitdaging.
In de Regionale Energiestrategie (RES) is de aanpak beschreven voor verduurzaming van personenmobiliteit, de logistieke sector, havens, recreatievaart, binnenvaart, kust- en zeevaart, grond-, weg- en waterbouw (GWW), het inkoopbeleid van overheden en het openbaar vervoer. Ook wordt gekeken naar duurzame energiedragers en de benodigde laad- en tankinfrastructuur. Met het Bestuursakkoord Zero Emissie Busvervoer uit 2016 en het collegeakkoord ligt de ambitie voor verduurzaming van het OV hoog: in 2028 is het openbaar vervoer in de provincie Utrecht 100% uitstootvrij. In de provinciale beleidsvisie Circulaire Samenleving sluit de Provincie aan bij de landelijke doelstellingen rondom circulariteit: een volledig circulaire samenleving in 2050 en een halvering van het gebruik van primaire abiotische grondstoffen (zoals mineralen, metalen en fossiele brandstoffen) in 2030. De Provincie streeft met deze beleidsvisie drie doelen na: • het verminderen van de milieudruk van materiaalgebruik; • het verbeteren van de leveringszekerheid van producten, componenten en materialen; • het ontwikkelen van een toekomstgerichte regionale economie. Elektrificatie van personenvervoer biedt oplossingen voor emissievrije verplaatsingen. Maar het brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee.
Met de productiegroei van elektrische voertuigen en de bijbehorende laadinfrastructuur neemt ook de druk op grondstoffenlevering en de milieu-impact van de maakindustrie toe. In het productieproces worden kritieke materialen gebruikt als kobalt en lithium en vervuilende materialen als koper, zink en staal. Een innovatieve en circulaire organisatie van personenvervoer heeft tot doel de leveringszekerheid van producten en materialen voor schoon vervoer te verbeteren en de milieu-impact van het bijbehorende materiaalgebruik te verminderen. Dit wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van nieuwe circulaire verdienmodellen. Onze ambitie is om ook in deze concessie een bijdrage te leveren aan circulariteit.
18 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
INCLUSIEVE MOBILITEIT De provincie Utrecht streeft naar een inclusieve samenleving, een samenleving waarin iedereen kan meedoen en niemand uitgesloten wordt. Voor dat ‘meedoen’ zal iemand zich geregeld moeten verplaatsen. Mobiliteit is dan ook een belangrijke voorwaarde voor sociale inclusie. Niet alleen de beschikbaarheid van een vorm van vervoer (‘hebben’) is belangrijk – ook de fysieke toegankelijkheid en betaalbaarheid (‘kunnen’) zijn bepalend, net als de bereidheid om een vervoersmiddel te gebruiken (‘willen’). In dit verband wordt ook wel gesproken over mobiliteitsarmoede. Voorbeelden van maatregelen die mobiliteits-armoede tegengaan, zijn speciale (vrijwilligers-)vervoersdiensten als ANWB Automaatje, gratis OV voor ouderen en minima en fietsstimuleringsprojecten. Mobiliteitsarmoede gaat dus niet alleen over de beschikbaarheid van OV. Vanuit haar Sociale Agenda heeft de provincie Utrecht de ambitie om veerkracht, inclusiviteit, participatie en acceptatie van kwetsbare groepen te versterken en eenzaamheid, discriminatie en laaggeletterdheid te bestrijden. In de, in ontwikkeling zijnde, Sociale Agenda wordt concreet verbinding gemaakt met alle beleidsterreinen van de provincie Utrecht. De Sociale Agenda heeft als doel om met een sociale bril (mensgericht en gebruikersgericht) naar activiteiten van de Provincie te kijken en te bezien in hoeverre het inclusiever kan.
Voor de nieuwe OV-concessie stellen we als doel dat een zo breed mogelijke reizigersgroep gebruik kan maken van het OV. We gaan de vervoerders uitdagen hier voorstellen voor te doen.
OMGEVINGSVISIE EN MOBILITEITSPROGRAMMA, HET PROVINCIAAL KADER VOOR DE OV AMBITIES In de Omgevingsvisie heeft Provinciale Staten besloten dat we wonen, werken en bereikbaarheid als integrale opgave zien. OV is hierbij een vitaal onderdeel van schone, gezonde en veilige bereikbaarheid. Grootschalige woningbouwontwikkeling en groei van werklocaties is alleen mogelijk door (grote) investeringen in bereikbaarheid. De ontwikkeling van bestaande en nieuwe knooppunten is noodzakelijk om een snelle en slimme overstap tussen de verschillende vervoerwijzen (nationaal, regionaal en lokaal) mogelijk te maken. Daarbij zetten we primair in op ontsluiting van (nieuwe) OV-knooppunten en vergroten van het fietsgebruik. Relevant voor de reiziger is de kwaliteit van de gehele verplaatsing. Het OV is een aantrekkelijke reismogelijkheid op de routes waar de vervoerstromen groot zijn en de ruimte schaars is. De provincie beschikt over een robuust OV-netwerk zowel in stedelijk als landelijk gebied. Dit betekent dat het OV nauw verbonden is met de ruimtelijke en economische ontwikkelingen in de provincie. Dit komt onder meer tot uiting in de keuze om bij de verstedelijkingsopgave bij voorkeur te bouwen bij (toekomstige) OV-knooppunten.
Ook wordt het in de toekomst steeds belangrijker om het provinciale busen tramnetwerk goed te verbinden met het landelijke spoornetwerk en eventuele regionale of landelijke lightrailprojecten in de provincie. De ambitie uit de Omgevingsvisie is om het mobiliteitssysteem door te ontwikkelen en de reiziger voor korte verplaatsingen zoveel mogelijk te laten fietsen of lopen. Knooppunten met goede voorzieningen zijn essentieel in deze visie. Het openbaar vervoer richt zich vooral op verplaatsingen op de middellange en lange afstand en is het meest effectief bij korte reistijden, directheid, hoge betrouwbaarheid, gebundelde stromen, hoge frequenties en bijpassende voorzieningen voor fiets- en last-mile-oplossingen.
ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 19
Figuur 2.3 Ontwikkeling mobiliteitssysteem
In de Omgevingsvisie is het concept ‘wiel -met-spaken’ als conceptueel model voor het OV-netwerk gepresenteerd. Het ontlasten van Utrecht CS en de bereikbaarheid van Utrecht Science Park zijn topprioriteiten. Het OV heeft ook een sociale taak om diegenen die niet de beschikking hebben over andere vervoermogelijkheden bereikbaarheid te bieden. Maar op sommige plaatsen en tijden zullen de stromen te gering zijn voor lijngebonden openbaar vervoer. Uitgangspunt is namelijk dat we daar waar de vraag klein is (gemiddeld minder dan 6 reizigers per rit) geen openbaar vervoer met een lijngebonden bus aanbieden maar een vervoersvoorziening in de vorm van ‘maatwerk’.
MEER TEVREDEN REIZIGERS EN EFFICIËNT INGERICHT OV In het mobiliteitsprogramma 2019-2023 en uitvoeringsprogramma OV 2019-2023 werken we aan verbeteringen op korte en middellange termijn met de volgende doelen als kader: • Meer OV reizigers zijn tevreden; • Het OV is efficiënt ingericht. MEER OV-REIZIGERS ZIJN TEVREDEN Om de doelen voor het OV te realiseren, stellen we de reizigers centraal. Een gewaardeerd OV-systeem dat aansluit bij de vraag van de reizigers en op een kostenefficiënte manier is ingericht, komt tot stand door keuzes te maken vanuit de behoefte van de huidige en potentiële OV-reiziger.
20 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
De in het OV vaak gebruikte ‘klantwenspiramide’ geeft inzicht in de samenhang tussen die behoeften. De piramide is een kapstok voor het stellen van prioriteiten en het maken van keuzes. Van onder naar boven staan in de piramide (figuur 2.4): • veiligheid en betrouwbaarheid; • snelheid en gemak; • comfort en beleving. Het versterken van de onderscheidende rol van het OV in stad en regio vraagt om inspanningen op alle elementen van de klantwenspiramide. De focus ligt eerst op activiteiten die zorgen voor veilig en betrouwbaar vervoer (de basis). We investeren daarom in passende infrastructuur en strategische assets. Aanvullend daarop investeren we in de volgende twee lagen van de piramide. Dit om bestaande reizigers te behouden en nieuwe reizigers aan te trekken. Het resultaat is een stevige bijdrage van het OV aan de bereikbaarheid van de stad en de regio.
Verblijven
Comfort & beleving
Verblijven
Verplaatsen
Snelheid & gemak
Verplaatsen
Veiligheid & betrouwbaarheid
Figuur 2.4 : klantwenspiramide
HET OV IS EFFICIËNT INGERICHT De regio Utrecht groeit hard, waardoor ook een grote groei in het OV zal optreden. Deze groei zal zich vooral concentreren op de dikke vervoerstromen die steeds drukker worden. Tegelijkertijd zien we dat dunne lijnen ondanks die groei achterblijven. Omdat de budgetten voor OV niet evenredig meegroeien, zullen we meer OV binnen het beschikbare budget moeten organiseren. Dit vraagt om meer kostenefficiëntie in het OV als geheel. Dat geldt dus voor zowel dikke als dunne lijnen. De betaalbaarheid staat onder druk. Zowel in de Nota van Uitgangspunten als in het OV-netwerkperspectief geven we binnen deze kaders vorm aan het OV.
VISIE OP (NETWERK)ONTWIKKELING (OV-NETWERKPERSPECTIEF) De evaluatie van de lopende concessie(s) heeft ons laten zien dat we pre COVID-19 onze ambities hebben gehaald. Het OV-netwerk is de afgelopen jaren gemiddeld genomen ten goede veranderd. Mede dankzij de investeringen maakten pre COVID 19 meer reizigers dan ooit gebruik van het OV. Het continueren van een stijgende lijn van meer reizigers vormt een duurzame financiering van het openbaar vervoer. Een openbaar vervoersysteem dat enerzijds aansluit bij de vraag van reizigers maar ook ruimte en kansen biedt aan reizigersgroei en daardoor leidt tot meer inkomsten waardoor er blijvend voorzieningen kunnen worden geboden. Dit is zeker één van de invullingen van het doel van efficiënt OV. We zijn ons er zeer van bewust dat het OV een middel is dat gebruik maakt van schaarse publieke middelen. Budgetbeheersing en reizigersgroei moeten zo veel mogelijk samengaan. ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 21
Daarvoor is het nodig een netwerk te bieden dat in staat is om de grote groei te accommoderen maar dat ook voor een zo breed mogelijke groep reizigers aantrekkelijk is. Het OV heeft immers meerdere functies en dat heeft direct effect op de wensen voor het netwerk. De sociale functie van het OV is van belang voor mensen die geen alternatief hebben. De bereikbaarheidsfunctie moet zorgen voor het bieden van een concurrerend milieuvriendelijk vervoerproduct als alternatief voor de auto. Reizigers stellen niet altijd dezelfde eisen aan het OV en hun eisen zijn niet altijd verenigbaar. Zo eist de minder mobiele reiziger een meer fijnmazig netwerk maar trekken we meer reizigers met een snel en direct netwerk. Het kiezen voor meer accent op een van de functies, dus bijvoorbeeld voor een veel fijnmaziger netwerk, zou leiden tot een onevenwichtigheid. Het aantal reizigers zal afnemen doordat de routes langer worden, de inkomsten lopen terug en een negatieve spiraal dreigt. In het OV-netwerkperspectief beschrijven we de opbouw van het netwerk. Bovenin in de hiërarchische opbouw de spoorverbindingen en onderin het aanvullend OV (AOV - invulling van maatwerk uit de Omgevingsvisie). Zoals de naam AOV impliceert is het aanvullend op het regulier openbaar vervoer. Als er geen regulier OV-aanbod is, vult AOV dit gat, zodat er toch een toereikend OV-aanbod is.
Behalve maatwerk in de vorm van flex of buurtbus bieden we een OV-vangnet aan dat wordt ingevuld door de Regiotaxi. De Regiotaxi is openbaar vervoer van deur tot deur, van en naar een opstapplaats of een halte van het OV. Flex, buurtbus en OV-vangnet worden dus aangeboden als aanvullend OV (AOV). Het zoeken naar de balans tussen de functies van het OV, de wensen van reizigers en de opgave om de reizigersgroei te faciliteren, heeft de afgelopen jaren geleid tot het netwerk zoals we dat nu kennen. We verwachten dat dit netwerk medio 2025 (na COVID-19) voor wat betreft de omvang weer gelijk is aan het netwerk van begin 2020. Het netwerk van 2025 nemen we als uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van het OV-netwerk. We vragen de concessiehouders bij de concessieverlening dan ook niet om een nieuw netwerk aan te bieden. We bouwen voort op het netwerk dat we in 2025 hebben. We blijven de balans tussen de verschillende functies en de wensen van reizigers bewaken. We ontwikkelen in stappen richting onze ambitienetwerken en de hoofdkeuzes uit het OV-netwerkperspectief. Uiteraard binnen de financiële kaders die we hebben vastgesteld.
AMBITIES Op basis van het beschreven beleidskader is de ambitie om in deze concessie duurzaam openbaar vervoer te bieden dat kwaliteit biedt voor reizigers (nu en in de toekomst) in de vorm van goede, toegankelijke en betrouwbare reismogelijkheden. De ambitie is om het voorzieningenniveau in het openbaar vervoer op een zo hoog mogelijk niveau te houden om daarmee reizigersgroei te realiseren en te faciliteren en hiermee een duurzame financiering te behouden. De uitdaging is om openbaar vervoer zoveel mogelijk op maat aan te bieden op reisrelaties en tijdstippen dat er veel vraag is maar ook op plekken waar er minder vraag is. Een zo breed mogelijke groep reizigers moet gebruik kunnen maken van het aanbod aan openbaar vervoer. Onze hoofddoelen, meer tevreden reizigers en een hogere kostenefficiëntie, blijven voor het OV als geheel in stand.
WAT WILLEN WE BEREIKEN MET DE CONCESSIEVERLENING, UITWERKING IN DOELEN Met de concessieverlening kunnen we invulling geven aan een deel van de ambities. We kunnen regelen hoe we in de loop van de concessie kunnen meebewegen in de ontwikkelingen en de grote opgaven die er voor ons aankomen. Hiervoor is regie en sturing nodig in een flexibele concessie. Duurzaamheid van de voertuigen en de werkwijze van de vervoerder regelen we eveneens in de concessieverlening. Met de concessieverlening
22 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
maken we afspraken over de uitvoering – die moet excellent zijn om voor onze reizigers een kwalitatief goed product te kunnen bieden. Waar mogelijk scheppen we met de concessie voorwaarden om een zo breed mogelijke groep reizigers gebruik te laten maken van het OV. We komen daarmee tot de volgende vier doelen voor de concessieverlening: 1. Een concessie verlenen die flexibel is en wendbaar om uitbreiding en verandering van het OV mogelijk te maken als gevolg van technische, ruimtelijke ontwikkelingen of nieuwe infrastructuur (schaalsprong, minder hinder). We starten met het netwerk dat we in 2025 hebben. Dat willen we tijdens de concessieperiode verder ontwikkelen. Daarvoor is flexibiliteit nodig en voldoende regie en sturing. 2. Duurzaamheid waar mogelijk, met als eis 100% zero emissie in 2028. We willen met deze concessie een grote stap maken in onze opgave in de energietransitie. 3. Exellente uitvoering van het OV om hiermee de doelen ‘meer tevreden reizigers’ en ‘een efficiënt ingericht vervoer’ te realiseren. Alleen met een goede uitvoering kunnen we kwaliteit bieden voor de reizigers. 4. Meer aandacht voor de sociale aspecten van het OV zodat een zo breed mogelijke groep reizigers er gebruik van kan maken. We vinden het belangrijk dat het OV een bijdrage levert aan het kunnen meedoen aan de samenleving.
Daarom willen we ons extra inspannen voor een betere toegankelijkheid van het OV. Dit willen we bereiken tegen een eerlijke prijs en binnen de voor deze concessie(periode) ter beschikking gestelde financiële kaders. In het onderstaande schema zijn de doelen voor het OV en de doelen voor de concessie in samenhang in beeld gebracht.
Doelen en uitgangspunten OV
concessie
Flexibiliteit
Exellente uitvoering
Duurzaamheid
Brede reizigersgroep
Meer tevreden reizigers
Hogere kostenefficiëntie
100% Zero Emissie in 2018
Figuur 2.5 doelen voor OV en doelen voor de aanbesteding/concessieverlening
De aanbestedingsstrategie is gericht op het selecteren van concessiehouders die met hun aanbod de grootste bijdrage leveren aan deze doelen waardoor de Provincie de ambities voor de ontwikkeling van de concessie tijdens de concessieperiode waar kan maken. In de volgende hoofdstukken beschrijven we de uitgangspunten waarmee we deze doelen willen bereiken.
ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN | 23
3. EEN FLEXIBELE EN WENDBARE CONCESSIE UITGANGSPUNT 1 De concessiehouders als partner in de ontwikkeling en als uitvoerder van vervoer
De reizigers (en de Provincie) zijn gebaat bij een voortdurende ontwikkeling van het openbaar vervoer. Deze ontwikkeling vindt plaats in de huidige concessies en gaat onverminderd door in de nieuwe concessies. Er staan bijvoorbeeld grote veranderingen op stapel die de komende jaren van invloed zijn op het OV. Zo zijn er plannen voor grote infrastructurele werkzaamheden en verstedelijking. De nieuwe OV-concessies moeten flexibel zijn om hier op in te kunnen spelen. Flexibiliteit is echter niet vanzelfsprekend en vraagt om samenwerken en regie gedurende de hele concessieperiode. In het samenwerkingsmodel of regiemodel dat we voor ogen hebben onderscheiden we drie niveaus:
Strategisch niveau waarin de kaders worden vastgesteld: • Vaststellen van kaders voor het OV • Visie en beleid op strategische assets • Financiële en juridische kaders vaststellen Tactisch niveau waarin de ontwikkeling zelf centraal staat: • Ontwikkelen lijnennet, dienstregeling, betaalgemak, tarieven • Sturen op beleidsmatige doelen
Strategisch Provincie
• Sturen op financieel haalbare exploitatie • Lobby/betrokkenheid landelijk opgaven
Tactisch Partnerschap
Operationeel waarin de operatie leidend is: • Het exploiteren van het OV • Klantgericht en doelmatig vervoer • Contacten wegbeheerders
Operationeel Concessiehouder
De concessie betreft het tactische en operationele niveau van het regiemodel. Op het tactische niveau werken concessieverlener en concessiehouder samen in partnerschap. De concessieverlener stuurt hierbij op het
24 | ONTWERP NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
behalen van de beleidsdoelen en de concessiehouder stuurt op een kwalitatieve en doelmatige exploitatie. De uitvoering van het vervoer ligt volledig bij de concessiehouders. De Provincie heeft daarbij een controlerende en corrigerende taak. WAT GAAN WE DAN ANDERS DOEN IN VERGELIJKING MET NU? Voorwaarde voor goed partnerschap is dat we concessiehouders zoeken met samenwerkings- en ontwikkelkracht. We maken hiermee niet de keuze voor een heel ander sturingsmodel. In de huidige concessie Tram en Bus Regio Utrecht hebben we goede ervaringen opgedaan met het partnerschap. Daarmee konden we flexibeler inspelen op de dynamiek in dit concessiegebied. In de concessie Provincie Utrecht werken we in de praktijk ook deels al op deze wijze maar was het formeel niet zo geregeld. We gaan het nu voor de hele provincie regelen. We geven hiermee invulling aan de wens tot meer regie op het OV, passend bij de (transitie)opgaven. Kiezen voor samenwerken betekent ook kiezen voor gezamenlijke verantwoordelijkheden. Bijvoorbeeld voor de opbrengsten. Het betekent ook dat we sommige zaken meer voorschrijven dan in de vorige concessies zoals het merk U-OV voor de hele provincie.
Daarvoor is het noodzakelijk: • dat we onze meerjaren financiën op orde hebben; • dat we de risico’s van de opbrengsten kunnen dragen; • dat we professioneel concessiebeheer blijven doen; • dat we de (financiële) kaders waarbinnen we ontwikkelen helder hebben; • dat we goede afspraken maken over de samenwerking. SAMENWERKEN MET DERDEN ESSENTIEEL Goed openbaar vervoer is geen zaak van Provincie en concessiehouders alleen. Ook andere stakeholders dragen hun steentje bij. De gemeenten in onze provincie en Rijkswaterstaat dragen ook bij aan goed OV, door te zorgen voor voldoende kwaliteit van de infrastructuur en kwaliteit van de haltevoorzieningen, naast de provinciale busen tram-infrastructuur. Met onze collega-concessieverleners van andere provincies stemmen we regelmatig af over grensoverschrijdende verbindingen en (mogelijkheden voor) ontwikkelingen aan de randen van onze concessies. Het ROCOV geeft ons en de concessiehouders gevraagd en ongevraagd advies. Het ROCOV is een brede groep vertegenwoordigers van verschillende belangenverenigingen die een wettelijk adviesrecht heeft. Daarnaast zijn andere partijen zoals grote werkgevers of scholen en lokale stakeholders bij de verdere ontwikkeling van het OV betrokken. In de aanbestedingsstukken geven we de concessiehouders kaders mee voor deze samenwerking.