240116 Ruimtelijke onderbouwing (147378) (1.0).pdf
Tekst van het document
µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L µg/L
RG
S
T
I
-
20,0 0,2 2,0 2,0 0,05 2,0 3,0 2,0 10,0
50,0 0,4 20,0 15,0 0,05 5,0 15,0 15,0 65,0
338,0 3,2 60,0 45,0 0,175 153,0 45,0 45,0 433,0
625,0 6,0 100,0 75,0 0,3 300,0 75,0 75,0 800,0
0,14 0,14 1,1 0,78 1,0 1,78 2,9 0,014 0,14
-
0,2 0,2 0,2
0,2 7,0 4,0
15,1 504,0 77,0
30,0 1000,0 150,0
+
0,2
0,2
35,1
70,0
-
0,02 0,2
0,01 6,0
35,0 153,0
70,0 300,0
<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42
0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07 1,12 0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42
-
0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1
0,01 6,0 0,01 24,0 0,01 7,0 7,0 0,01 0,01
500,0 203,0 5,0 262,0 20,0 454,0 204,0 150,0 65,0
1000,0 400,0 10,0 500,0 40,0 900,0 400,0 300,0 130,0
-
0,2 0,1 0,2
0,01 0,01 0,01
2,5 5,0 10,0
630,0 5,0 10,0 20,0
-
0,6
0,8
40,4
80,0
<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50
35,0
-
50,0
50,0
325,0
600,0
Legenda + ++ +++ RG GSSD
< streefwaarde/aw2000 of RG > Streefwaarde (S) > Tussenwaarde (T) > Interventiewaarde (I) Niet getoetst Rapportagegrens Gestandaardiseerd gehalte
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
+/-
Toetsing analyseresultaten toepassing van grond/bagger op landbodem Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Datum monstername
2016113485 1662101A Hamersveldseweg 105 Leusden 03-10-2016
Parameter
Eenheid
Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000
MM-1
GSSD
+/-
AW
Wonen Industr.
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
90,6 <0,7 99,5 <2,0
90,6 0,49
Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 <0,20 3,8 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 <10 <20
54,25 0,241 13,36 7,241 0,0502 1,05 8,167 11,02 33,22
-
0,6 15,0 40,0 0,15 1,5 35,0 50,0 140,0
1,2 35,0 54,0 0,83 88,0
Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
122,5
-
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
Legenda + ++ +++ ++++ GSSD
IW
klasse achtergrondwaarde klasse wonen klasse industrie niet toepasbaar nooit toepasbaar Gestandaardiseerd gehalte
Eindoordeel Altijd toepasbaar GSSD is gecorrigeerd met de volgende gegevens: Lutum: 2,0 % van droge stof en organische stof: 0,7 % van droge stof. Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
1,4
210,0 200,0
4,3 190,0 190,0 4,8 190,0 100,0 530,0 720,0
920,0 13,0 190,0 190,0 36,0 190,0 100,0 530,0 720,0
190,0
190,0
500,0
5000,0
-
0,02
0,04
0,5
1,0
-
1,5
6,8
40,0
40,0
Toetsing analyseresultaten toepassing van grond/bagger op landbodem Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Datum monstername
2016113485 1662101A Hamersveldseweg 105 Leusden 03-10-2016
Parameter
Eenheid
Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000
MM-2
GSSD
+/-
AW
Wonen Industr.
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
82,0 <0,7 99,4 3,6
82,0 0,49
Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 <10 <20
45,21 0,2352 6,283 6,863 0,049 1,05 7,206 10,7 30,72
-
0,6 15,0 40,0 0,15 1,5 35,0 50,0 140,0
1,2 35,0 54,0 0,83 88,0
Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35
122,5
-
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
Legenda + ++ +++ ++++ GSSD
IW
klasse achtergrondwaarde klasse wonen klasse industrie niet toepasbaar nooit toepasbaar Gestandaardiseerd gehalte
Eindoordeel Altijd toepasbaar GSSD is gecorrigeerd met de volgende gegevens: Lutum: 3,6 % van droge stof en organische stof: 0,7 % van droge stof. Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
3,6
210,0 200,0
4,3 190,0 190,0 4,8 190,0 100,0 530,0 720,0
920,0 13,0 190,0 190,0 36,0 190,0 100,0 530,0 720,0
190,0
190,0
500,0
5000,0
-
0,02
0,04
0,5
1,0
-
1,5
6,8
40,0
40,0
Toetsing analyseresultaten toepassing van grond/bagger op landbodem Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Datum monstername
2016113485 1662101A Hamersveldseweg 105 Leusden 03-10-2016
Parameter
Eenheid
Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000
MM-3
GSSD
+/-
AW
Wonen Industr.
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
89,8 1,8 98,1 <2,0
89,8 1,8
Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<20 <0,20 <3,0 <5,0 <0,050 <1,5 <4,0 <10 <20
54,25 0,241 7,383 7,241 0,0502 1,05 8,167 11,02 33,22
-
0,6 15,0 40,0 0,15 1,5 35,0 50,0 140,0
1,2 35,0 54,0 0,83 88,0
Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 <5,0 <5,0 <11 6,4 <6,0 <35
122,5
-
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245
<0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,35
0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
Legenda + ++ +++ ++++ GSSD
IW
klasse achtergrondwaarde klasse wonen klasse industrie niet toepasbaar nooit toepasbaar Gestandaardiseerd gehalte
Eindoordeel Altijd toepasbaar GSSD is gecorrigeerd met de volgende gegevens: Lutum: 2,0 % van droge stof en organische stof: 1,8 % van droge stof. Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
1,4
210,0 200,0
4,3 190,0 190,0 4,8 190,0 100,0 530,0 720,0
920,0 13,0 190,0 190,0 36,0 190,0 100,0 530,0 720,0
190,0
190,0
500,0
5000,0
-
0,02
0,04
0,5
1,0
-
1,5
6,8
40,0
40,0
Toetsing analyseresultaten toepassing van grond/bagger op landbodem Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Datum monstername
2016113485 1662101A Hamersveldseweg 105 Leusden 03-10-2016
Parameter
Eenheid
Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000
MM-4
GSSD
+/-
AW
Wonen Industr.
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
90,2 2,8 97,0 2,7
90,2 2,8
Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
25 <0,20 <3,0 7,8 <0,050 <1,5 4,9 17 35
89,08 0,2301 6,858 15,34 0,0494 1,05 13,5 26,04 78,65
-
0,6 15,0 40,0 0,15 1,5 35,0 50,0 140,0
1,2 35,0 54,0 0,83 88,0
Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 <5,0 <5,0 14 9,9 <6,0 <35
87,5
-
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0025 0,0025 0,0025 0,0025 0,0025 0,0025 0,0025 0,0175
<0,050 <0,050 <0,050 0,11 0,064 0,079 <0,050 0,062 0,054 0,053 0,56
0,035 0,035 0,035 0,11 0,064 0,079 0,035 0,062 0,054 0,053 0,562
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
Legenda + ++ +++ ++++ GSSD
IW
klasse achtergrondwaarde klasse wonen klasse industrie niet toepasbaar nooit toepasbaar Gestandaardiseerd gehalte
Eindoordeel Altijd toepasbaar GSSD is gecorrigeerd met de volgende gegevens: Lutum: 2,7 % van droge stof en organische stof: 2,8 % van droge stof. Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
2,7
210,0 200,0
4,3 190,0 190,0 4,8 190,0 100,0 530,0 720,0
920,0 13,0 190,0 190,0 36,0 190,0 100,0 530,0 720,0
190,0
190,0
500,0
5000,0
-
0,02
0,04
0,5
1,0
-
1,5
6,8
40,0
40,0
Toetsing analyseresultaten toepassing van grond/bagger op landbodem Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Datum monstername
2016113485 1662101A Hamersveldseweg 105 Leusden 03-10-2016
Parameter
Eenheid
Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000
MM-5
GSSD
+/-
AW
Wonen Industr.
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
75,2 8,6 91,2 3,0
75,2 8,6
Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
28 <0,20 4,4 9,1 0,060 <1,5 6,5 24 31
96,44 0,1827 13,94 14,92 0,0806 1,05 17,5 33,12 60,36
-
0,6 15,0 40,0 0,15 1,5 35,0 50,0 140,0
1,2 35,0 54,0 0,83 88,0
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 <5,0 5,5 14 11 <6,0 39 Zie bijl,
45,35
-
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0008 0,0008 0,0008 0,0008 0,0008 0,0008 0,0008 0,0056
<0,050 0,16 0,051 0,20 0,085 0,11 <0,050 0,076 0,058 0,054 0,86
0,035 0,16 0,051 0,2 0,085 0,11 0,035 0,076 0,058 0,054 0,864
Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40) Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
Legenda + ++ +++ ++++ GSSD
IW
klasse achtergrondwaarde klasse wonen klasse industrie niet toepasbaar nooit toepasbaar Gestandaardiseerd gehalte
Eindoordeel Altijd toepasbaar GSSD is gecorrigeerd met de volgende gegevens: Lutum: 3,0 % van droge stof en organische stof: 8,6 % van droge stof. Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
3,0
210,0 200,0
4,3 190,0 190,0 4,8 190,0 100,0 530,0 720,0
920,0 13,0 190,0 190,0 36,0 190,0 100,0 530,0 720,0
190,0
190,0
500,0
5000,0
-
0,02
0,04
0,5
1,0
-
1,5
6,8
40,0
40,0
Toetsing analyseresultaten toepassing van grond/bagger op landbodem Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Datum monstername
2016113485 1662101A Hamersveldseweg 105 Leusden 03-10-2016
Parameter
Eenheid
Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000
MM-6
GSSD
+/-
AW
Wonen Industr.
Uitgevoerd
Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds
91,1 2,7 97,1 2,4
91,1 2,7
Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn)
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
33 <0,20 3,6 8,1 <0,050 <1,5 9,4 <10 26
121,8 0,2321 12,13 16,15 0,0496 1,05 26,53 10,8 59,43
-
0,6 15,0 40,0 0,15 1,5 35,0 50,0 140,0
1,2 35,0 54,0 0,83 88,0
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3,0 5,9 5,6 24 15 <6,0 55 Zie bijl,
203,7
++
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0025 0,0025 0,0025 0,0025 0,0025 0,0025 0,0025 0,0181
<0,050 <0,050 <0,050 0,075 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,39
0,035 0,035 0,035 0,075 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,39
Minerale olie Minerale olie (C10-C12) Minerale olie (C12-C16) Minerale olie (C16-C21) Minerale olie (C21-C30) Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) Minerale olie totaal (C10-C40) Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB (som 7) (factor 0,7)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
Legenda + ++ +++ ++++ GSSD
IW
klasse achtergrondwaarde klasse wonen klasse industrie niet toepasbaar nooit toepasbaar Gestandaardiseerd gehalte
Eindoordeel Klasse industrie GSSD is gecorrigeerd met de volgende gegevens: Lutum: 2,4 % van droge stof en organische stof: 2,7 % van droge stof. Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
2,4
210,0 200,0
4,3 190,0 190,0 4,8 190,0 100,0 530,0 720,0
920,0 13,0 190,0 190,0 36,0 190,0 100,0 530,0 720,0
190,0
190,0
500,0
5000,0
-
0,02
0,04
0,5
1,0
-
1,5
6,8
40,0
40,0
Bijlage | 4
Algemene achtergrondinformatie 1 Verklarende woordenlijst1 achtergrondwaarden voor grond en baggerspecie bij regeling vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingbronnen. Deze waarden zijn (door gemeenten) vastgesteld in het project ‘achtergrondwaarden 2000 (AW 2000)’. De achtergrondwaarden vervangen met ingang van 1 oktober 2008 de streefwaarden voor grond. asbestverdacht materiaal materiaal waarvan op basis van voorkennis en/of een beoordeling met het blote oog wordt verwacht een zodanige hoeveelheid asbest te bevatten dat de vigerende norm mogelijk wordt overschreden. Laboratoriumonderzoek zal moeten uitwijzen of het materiaal daadwerkelijk asbest bevat. bodem vast deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen. deellocatie voor het onderzoek afgekaderd gedeelte van de totale onderzoekslocatie, waarop een afzonderlijke onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie van toepassing zijn. diffuse bodembelasting in relatie tot de onderzoeksschaal, gelijkmatige belasting van de bodem over een groter gebied. Bij een diffuse bodembelasting is over het algemeen geen duidelijke verontreinigingskern aanwezig.
grond vast materiaal en bestaande uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 mm tot 63 mm, met uitzondering van baggerspecie Indien er sprake is van een bijmenging van meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal is er geen sprake meer van grond maar van een bouwstof, verhardingsmateriaal of een verhardingslaag. grootschalige onverdachte locatie onverdachte locatie groter dan 1,0 ha, die altijd eenzelfde, extensief gebruik heeft gehad. Dit betreft bijvoorbeeld een natuurgebied of een landbouwgebied met één gebruiksvorm en weinig tot geen bebouwing. heterogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door matig tot veel variatie op de schaal van monsterneming. homogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door geen of weinig variatie op de schaal van monsterneming. hypothese veronderstelling over de aard en verdeling van (een) verontreinigende stof(fen) bodemonderzoeksgebied die wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.
in
het
interventiewaarde waarde waarmee voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater het concentratieniveau wordt aangegeven waarboven sprake is van ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.
1
Bron: NEN 5740
lijnvormig element langwerpige strook landbodem met een lengte die minimaal 100 maal groter is dan de maximale breedte. mengmonster monster verkregen door het in het laboratorium mengen van in het veld verkregen afzonderlijke grondmonsters. nader onderzoek onderzoek in het kader van de saneringsparagraaf Wet bodembescherming, volgend op een verkennend of oriënterend bodemonderzoek, waarbij het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging is ontstaan. Het doel van het nader onderzoek is het vaststellen van de aard en concentratie van de verontreinigende stoffen en de omvang van de bodemverontreiniging om, in het licht van blootstellings- en verspreidingsrisico’s, te bepalen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en om de spoedeisendheid van sanering vast te stellen. ondergrond bodemlaag die zich bevindt onder de actuele contactzone en die normaal niet wordt beroerd door bewerkingen, zoals ploegen, omspitten en harken. Voor de actuele contactzone/de bovengrond wordt in het kader van deze norm een standaarddikte van 50 cm gehanteerd. Derhalve bevindt de ondergrond zich op een diepte vanaf 50 cm van het maaiveld. onderzoekslocatie grondgebied dat wordt onderzocht op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Per locatie kunnen meer onderzoekshypotheses en daarop gebaseerde onderzoeksstrategieën van toepassing zijn.
Een locatie kan in die situatie worden opgesplitst in deellocaties waarbij per deellocatie één eenduidige onderzoekshypothese en daarop gebaseerde onderzoeksstrategie van toepassing is. Verschillende deellocaties kunnen elkaar overlappen. onderzoeksstrategie opzet van het verkennend bodemonderzoek waarin het aantal te nemen monsters, de plaatsen op de locatie waar deze behoren te worden genomen en de stoffen die in deze monsters behoren te worden bepaald, is vastgelegd. onverdachte locatie locatie waarvan uit het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen zijn voortgekomen dat de bodem van die locatie of een deel daarvan is verontreinigd met één of meer stoffen. NEN 5740 algemeen toegepaste Nederlandse norm voor verkennende bodemonderzoeken op verdachte en nietverdachte locaties. nulsituatie-onderzoek met dit onderzoek wordt een referentiekader vastgelegd voor eventueel toekomstige bodemverontreinigingen ter plaatse van zogenaamde ‘potentieel bodembedreigende activiteiten’. Dergelijk onderzoek kan in het kader van de Wet Milieubeheer opgelegd worden. Verontreinigingen die optreden na het nulsituatie-onderzoek moeten terstond worden opgeruimd. Het bevoegd gezag is veelal de gemeente. potentieel verontreinigende activiteiten activiteiten die kunnen leiden tot bodembelasting, met als mogelijk gevolg bodemverontreiniging.
somparameter parameter die wordt berekend als de som van de concentraties van een aantal gespecificeerde stoffen. Een voorbeeld is de som van een aantal polycyclische aromatische koolwaterstoffen (‘som-PAK’s’). streefwaarden grondwater aanduiding van het ijkpunt voor de milieukwaliteit voor de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem waarbij voor metalen onderscheid wordt gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. tussenwaarde Voor grond: het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. Voor grondwater: het rekenkundig gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek wordt uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat.
verdachte locatie locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat die locatie, of een deel ervan is verontreinigd met een of meer stoffen. verkennend (bodem)onderzoek bodemonderzoek dat ten doel heeft met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is. verontreinigingskern (vermoedelijke) centrum van het (als gevolg van een plaatselijke bodembelasting) verontreinigde deel van de bodem. vooronderzoek het op basis van de NEN 5725 verzamelen en interpreteren van informatie over het voormalige, huidige en (eventueel) het toekomstige gebruik, bodemopbouw en geohydrologie en financieel-juridische aspecten in een bepaald geografisch gebied. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een totaalbeeld gevormd en worden conclusies getrokken over de afbakening van de locatie voor het bodemonderzoek, de eventuele onderverdeling van de onderzoekslocatie in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. vooronderzoeksgebied het gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft. 2 Onderzoeksmethodiek In deze bijlage wordt omschreven welke technieken door PJ Milieu BV worden toegepast ter bemonstering van grond en grondwater.
De bemonstering, conservering en verpakking worden uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen (NEN) en de Nederlandse Praktijk Richtlijnen van het Ministerie van VROM (NPR). Tevens wordt, behoudens enkele uitzonderingen, gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL- SIKB-2000) en de bijbehorende protocollen. Boringen tot aan de grondwaterspiegel Voor het uitvoeren van de handboringen worden diverse typen boren gebruikt. Het meest wordt gebruik gemaakt van de Edelmanboor. In vrijwel alle bodemtypen worden Edelmanboren met een diameter van 3, 5, 7 en 10 cm toegepast. De boren van 5 en 7 cm worden vooral ten behoeve van het nemen van grondmonsters gebruikt. Afhankelijk van de grondslag kunnen ook andere boren worden ingezet, zoals de grindboor, riverside- en gutsboor. Boringen onder de grondwaterspiegel Bij het boren tot circa 2 meter onder de grondwaterspiegel wordt een zuigerboor toegepast. In geval van boringen tot grotere diepten wordt een gesloten mantelbuis gebruikt van waaruit de grond met een pulsboor of met een Edelmanboor omhoog gehaald wordt. In sterk cohesieve bodemlagen (leem, klei) kan de grond onder de mantelbuis met een Edelmanboor worden weg geboord. De pulsboor is inzetbaar in matig tot goed doorlatende gronden (bijv. zandgrond).
Om technische redenen wordt soms leidingwater toegevoegd. De hoeveelheid toegevoegd water wordt uiteraard tot een minimum beperkt. In de praktijk kan met de pulsapparatuur handmatig tot een diepte van circa 30 m-mv geboord worden. Het plaatsen van waarnemingsfilters/peilbuizen Voor het nemen van grondwatermonsters worden PVC-waarnemingsfilters/peilbuizen in het boorgat geplaatst met een diameter van 3,4 cm. De peilbuis bestaat uit een geperforeerd deel (het filter) en een blind bovenstuk tot aan het maaiveld. Het filter is met een niet-gelijmde mofverbinding aan het bovenstuk verbonden. Om het geperforeerde deel bevindt zich aan de buitenzijde een gewassen nylon filterkous. Tot 0,5 m boven het filter wordt een omstorting met gecertificeerd filtergrind aangebracht. De bovenkant van het filter ter bemonstering van het freatisch grondwater, wordt 0,5 meter beneden grondwaterniveau geplaatst. Om eventueel aanwezige slecht doorlatende bodemlagen (bijvoorbeeld klei, leem, veen) te herstellen en om verontreiniging van het grondwater van bovenaf te vermijden, wordt het boorgat op de betreffende diepte afgedicht met zwelklei (bentoniet). Bij de constatering van een olie-drijflaag wordt gebruik gemaakt van een mantelbuis met een diameter van circa 10 cm. Deze mantelbuis (verloren casing) blijft in het boorgat achter en dient om contaminatie van de peilbuis met olie te voorkomen.
Indien bepaling van de dikte van de drijflaag gewenst is wordt een tweede filter ter hoogte van de grondwaterspiegel geplaatst.
Het nemen van grondmonsters Van de bij de boringen vrijkomende grond worden in beginsel van specifieke bodemlagen of verontreinigingen representatieve monsters samengesteld. Bij het ontbreken van onderscheidende lagen wordt iedere laag van 50 cm dikte apart bemonsterd. In het veld worden glazen monsterpotten geheel gevuld met het monstermateriaal. De monsterpotten worden opgeslagen in een koele ruimte (ca. 5 oC) en circa 1 maand bewaard voor eventuele aanvullende analyses. Bij de uitvoering van het veldwerk wordt gebruik gemaakt van een olie-indicatie test, de zogenaamde “olie op waterproef”. Bij deze proef wordt een grondmonster in het water gedompeld. Een met olie verontreinigd grondmonster in het water geeft een zichtbare oliefilm op dit water. De omvang van de oliefilm en de gevormde kleuringen geven een indicatie betreffende van de aard en mate van de aanwezige olieverontreinigingen. Het nemen van grondwatermonsters Voordat de watermonsters worden genomen, worden de waarnemingsfilters doorgepompt. Bij het doorpompen wordt gebruik gemaakt van een slangenpomp of een centrifugaalpomp. De monstername gebeurt met een slangenpomp. Bij de bemonstering wordt bij ieder waarnemingsfilter een nieuwe polyetheen slang gebruikt om het overbrengen van verontreinigingen naar andere monsterpunten te voorkomen.
De flessen worden direct na bemonstering gekoeld (5 oC) en op de dag van monstername vervoerd naar het laboratorium. 3 Analysemethoden Analyse van grond-, slib- en grondwatermonsters op verschillende elementen en verbindingen wordt in principe uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen (NEN) en de Nederlandse Praktijk Richtlijnen (NPR) of daarvan afgeleide methoden in een RvA-geaccrediteerde laboratorium. Tevens vindt een voorbehandeling van de analysemonsters plaats conform de SIKB Accreditatie Schema 3000 (AS3000). De specificatie van de analysemethoden is bij PJ Milieu BV bekend. Meer dan 98% van alle analysemethoden valt onder de RvA accreditatie van het laboratorium. Tevens participeert het laboratorium in nationale en internationale ringonderzoeken. Elk element of verbinding kan tot een bepaalde grens worden aangetoond. Deze aantoonbaarheidsgrens (of detectiegrens) wordt gedefinieerd als de laagste concentratie van een component in een monster waarvan de aanwezigheid (kwalitatief) met de desbetreffende verrichting nog betrouwbaarheid kan worden vastgesteld. 4 Betrouwbaarheid Bodemonderzoeken worden op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het gehele proces van offerte tot en met rapportage is geborgd in een door KIWA gecertificeerd ISO 9001 (2000) systeem.
PJ Milieu BV streeft bij elk bodem- en/of grondwateronderzoek naar een optimale representativiteit. Echter, een dergelijk onderzoek is gebaseerd op het verrichten van een beperkt aantal boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk, dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van grond en/of grondwater aanwezig zijn, welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. PJ Milieu BV is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Hierbij wordt er tevens op gewezen, dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken of aanvoer van grond van elders. Naarmate een langere tijd is verlopen na uitvoering van het onderzoek, dient men meer voorzichtigheid te betrachten en voorbehoud te maken bij het gebruik van de onderzoeksresultaten.
Bijlage | 5 Toetsingskader
Op de volgende pagina zijn in een tabel de toelaatbare gehalten (maximale normwaarden) van verschillende stoffen in de grond schematisch weergegeven. De normwaarden zijn overgenomen uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, d.d. 13 december 2007) zoals gepubliceerd in de Staatscourant 20 december 2007 en de Circulaire bodemsanering 2013 zoals gewijzigd op 1 juli 2013 afkomstig van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). Het aangeven van normen wordt bemoeilijkt door het feit, dat de natuurlijke gehalten van verschillende stoffen in de grond en het grondwater nogal sterk variëren en afhankelijk zijn van plaatselijke omstandigheden (onder andere van de bodemsamenstelling). Bovendien hangt het eventuele risico, dat een bodemverontreiniging met zich meebrengt voor de volksgezondheid en/of milieu, niet alleen af van de aard en concentratie van de verontreinigde stoffen, maar ook van de lokale verontreinigingssituatie en de functie c.q. het gebruik van de bodem (woonbebouwing, waterwinning, industrieterrein). Het inschatten van de risico’s voor de volksgezondheid en voor de aantasting van het milieu moet gebaseerd zijn op een integrale beoordeling van de bovengenoemde aspecten. In de navolgende tabel zijn normwaarden opgenomen welke zijn overgenomen uit de genoemde Regeling bodemkwaliteit.
In de tabel staat een toetsingskader voor een aantal verontreinigende stoffen vermeld, waarbij men onderscheid maakt in twee toetsingswaarden, namelijk achtergrondwaarden en interventiewaarden. De streef-/achtergrondwaarde geldt als referentiewaarde en komt overeen met de gemiddelde achtergrondconcentratie of met de detectiegrens (bij milieuvreemde stoffen); de interventiewaarde is te beschouwen als de toetsingswaarde, waarboven, afhankelijk van de situatie, veelal een sanering (-sonderzoek) wordt uitgevoerd, nadat een eventueel (nader) onderzoek is afgerond. Nader onderzoek dient in het algemeen plaats te vinden, wanneer het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde ((achtergrond- + interventiewaarde)/2) wordt overschreden.
Tabel 1
Normwaarden voor microverontreinigingen in de vaste bodem en het grondwater
Stof1
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Grondwater (µg/l)
AW
Ondiep (<10 m-mv)
IW
SB
L en H gecorrigeerdd
SB
L en H gecorrigeerdd
Arseen (As)
20
Barium (Ba)
1903
Cadmium (Cd)
0,6
Kobalt (Co)
15
SW2
IW
10,3 + 0,28(L+H)
76
39,3 + 1,05(L+H)
10
60
36,8 + 6,13L
9203
178,1 + 29,68L
50
625
0,31+0,005(L+3H)
13
6,62 + 0,116(L+3H)
0,4
6
3,3 + 0,467L
190
42,2 + 5,91L
20
100
Metalen
Koper (Cu)
40
16,7 + 0,67(L+H)
190
79,2 + 3,17(L+H)
15
75
Kwik (Hg)
0,15
0,1 + 0,0008(2L+H)
36
23,84 + 0,203(2L+H)
0,05
0,3
Nikkel (Ni)
35
10 + L
100
28,6 + 2,86L
15
75
Molybdeen (Mo)
1,54
1,5
190
190
5
300
Lood (Pb)
50
29,4 + 0,59(L+H)
530
311,8 + 6,24(L+H)
15
75
Zink (Zn)
140
50 + 1,5(2L+H)
720
257 + 7,7(2L+H)
65
800
Minerale olie (GC)5 6
190
19H
5.000
500H
50
600
PCB (som 7)
0,02
0,002H
1
0,1H
0,014
0,01
PAK (10 VROM)7 8
1,5
0,15H9
40
4H9
-
-
Benzeen
0,24
0,02H
1,1
0,11H
0,2
30
Ethylbenzeen
0,24
0,02H
110
11H
4
150
Vluchtige aromaten
Tolueen
0,24
0,02H
32
3,2H
7
1.000
Xylenen
0,454
0,045H
17
1,7H
0,2
70
Styreen (vinylbenzeen)
0,25
4
0,025H
86
8,6H
6
300
Fenol
0,25
0,025H
14
1,4H
0,2
2.000
Cresolen (som)
0,34
0,03H
13
1,3H
0,2
200
Dodecylbenzeen
0,354
0,035H
-
-
-
-
Aromatische oplosmiddelen (som) 10
2,54
0,25H
-
-
-
-
-
-
-
-
0,01
70
Naftaleen Gechloreerde koolwaterstoffen Vinylchloride11
0,14
0,01H
0,1
0,01H
0,01
5
Dichloormethaan
0,1
0,01H
3,9
0,39H
0,01
1.000
Trichloormethaan
0,254
0,025H
5,6
0,56H
6
400
Tetrachloormethaan (Tetra)
0,34
0,03H
0,7
0,07H
0,01
10
Trichlooretheen (Tri)
0,254
0,025H
2,5
0,25H
24
500
Tetrachlooretheen (Per)
0,15
0,015H
8,8
0,88H
0,01
40
1,1-Dichloorethaan
0,24
0,02H
15
1,5H
7
900
1,2-Dichloorethaan
0,24
0,02H
6,4
0,64H
7
400
1,1,1-Trichloorethaan
0,25
4
0,025H
15
1,5H
0,01
300
1,1,2-Trichloorethaan
0,34
0,03H
10
1,0H
0,01
130
Monochlooretheen (Vinylchloride)
0,14
0,01H
0,1
0,01H
0,01
5
1,1-Dichlooretheen
0,3
4
0,03H
0,3
0,03H
0,01
10
1,2-Dichloorethenen (som)
0,34
0,03H
1
0,1H
0,01
20
Dichloorpropanen (som, factor 0,7)
0,84
0,08H
2
0,2H
0,8
80
cis 1,2-Dichlooretheen trans 1,2-Dichlooretheen CKW (som) Tribroommethaan
630 11
SB AW IW
= = = =
2
=
3
=
4
= =
1
5
6
=
7
=
8
=
9
=
10
=
11
=
standaardbodem (L = lutumgehalte (25%), H = humusgehalte (10%)) achtergrondwaardenormen interventiewaarden voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling. De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden de streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat ‘< rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een waarde ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (hoger dan de rapportagegrens AS3000), dan dient de betreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde wordt getoetst aan de Streefwaarde grondwater.
Een dergelijke verhoogde rapportagegrens kan optreden bij de analyse van een zeer sterk verontreinigd monster of een monster met afwijkende samenstelling toetsing aan de normen voor barium in grond is sinds, april 2009, alleen noodzakelijk bij situaties waar sprake is van een menselijk handelen veroorzaakte bariumverontreiniging. In alle andere gevallen kan toetsing, tot de voorgenomen herziene regelgeving, achterwege blijven getalswaarde beneden de detectielimiet/bepalingsondergrens of meetmethode ontbreekt minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien er enigerlei vorm van verontreiniging met minerale olie wordt aangetoond in grond/baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden voor het toepassen van baggerspecie in grootschalige toepassingen geldt voor minerale olie een maximale waarde van 2.000 mg/kg d.s. voor grondwater zijn effecten van PAK, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is.
Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien Σ (Ci/li) >1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep De interventiewaarde voor grond voor deze stoffen is gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen in grond moet tevens het grondwater worden onderzocht voor interventiewaarde PAK wordt geen bodemtypecorrectie voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% en bodems met een organisch stofgehalte boven de 30% toegepast. Voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% wordt een interventiewaarde van 40 mg/kg d.s. en voor bodems met een organisch stofgehalte vanaf 30% een interventiewaarde van 120 mg/kg d.s. gehanteerd. Tussen de 10% en 30% organisch stofgehalte kan gebruik gemaakt worden van de volgende bodemtypecorrectie formule: (IW)b = 40 x (% organische stof / 10)((IW)b = interventiewaarde voor de te beoordelen bodem) De achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 15 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N).
De hoogte van de achtergrondwaarde is gebaseerd op de soms van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0,7. Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worden overschreden. Voor de componenten, die niet individueel zijn genormeerd, geldt per component een maximaal gehalte van 0,45 mg/kg d.s. De interventiewaarde voor grond voor deze stoffen is gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond, moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen in grond, moet tevens het grondwater worden onderzocht
Aanvullende opmerkingen a. Interventiewaarden voor niet genoemde stoffen Voor de beoordeling van niet met name genoemde stoffen verdient het aanbeveling een vergelijking te maken met in de tabel vermelde chemisch en toxicologisch verwante stoffen. Voor een aantal niet genoemde stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige bodemverontreiniging vastgesteld. Tevens kan door tussenkomst van de provincie een verzoek worden gericht aan de regionale inspectie milieuhygiëne om het RIVM in te schakelen voor de afleiding van ad-hoc interventiewaarden. b.
Omvang verontreiniging De interventiewaarden gelden als gemiddelde voor een volume van 25 m3 grond/sediment en 100 m3 grondwater. Indien het bij puntbronnen van verontreiniging waarschijnlijk is dat bij het uitblijven van maatregelen op korte termijn (ten hoogste enkele maanden) bodemverontreiniging op genoemde schaal kan optreden, is eveneens sprake van ernstige verontreiniging. Van ernstige bodemverontreiniging kan ook worden gesproken indien de verontreiniging zich zodanig autonoom verspreidt in andere milieucompartimenten of -objecten dat schadelijke effecten voor volksgezondheid of het milieu kunnen optreden zonder dat zich overschrijding van de interventiewaarden voordoet.
c.
Criterium voor nader onderzoek In de protocollen voor oriënterend en nader onderzoek komt het criterium 0,5 * (interventiewaarde + streefwaarde) voor om aan te geven dat nader onderzoek noodzakelijk is.
d.
Differentiatie naar grondsoort De streef- en interventiewaarden voor zware metalen (incl. arseen) in grond/sediment zijn afhankelijk van het lutumgehalte en/of het organische stofgehalte. Bij meetproblemen met lage gehalten organische stof (H) of lutum (L) kan van percentages van 2% H en L uitgegaan worden. De streef- en interventiewaarden voor organische verbindingen in grond/sediment zijn gerelateerd aan het organische stofgehalte. Voor bodems met H > 30% respectievelijk < 2 worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. N.B. voor berekening van de streef- en interventiewaarden voor PAK (10 VROM) geldt dat in afwijking op het vooraanstaande voor bodems met H > 30% en H < 10% gerekend wordt met organische stofgehalten van respectievelijk 30% en 10%.
Bijlage | 6
Kadastrale kaart, topografisch overzicht en tekening
3 3 890 3 897 3889998 3 3 900 3990021
108 1 1 06a06 1041021a02 104a
1213 41 3 3 61 5 3 646 3661176 3664487 3 3 3661198 3 649 S 3 650 nuifmo4le9n 72 3665521 3 366554311971513119 7 5 3 1 3 3665565
ester van
Kupers 3657 singel 3072 212 110 5011 5033 5034 16 4925 6b4923110a
enburg
42 4 88 4 287 4228856
4-8 1012
Leeuw
19-2 23 52729
29
Marien h 27
25 5304 50235024 5025 5026
der Postl
aan
101 100 5219
eweg
102
5220
334
rsveld s
103
3310
103
Hame
114
31
4882
166a 4924 1 4922 12 166 4125 1 12a 164 41264120 4127 4128112b 4377
4378 4147
5305 33
101
117711371 171981 577 18138 191 158 17 89 193658 3
0 8
5693
Burgeme
Snuifmo len 4177 5037 3664 3665 3663 3666 5850 3667 3620 5831 3662 3621 5839 3668 3622 5829 3669 3661 3623 3670 3624 5833 3671 3660 3625 5837 3672 3673 3659 3674 303234 363 8
Claren burg
Uw referentie: 1662101A 4 4303 4295 9 57254 282 4224302 8904299 4 4296 4228843 4301 3764 4300 4297 2-6 9 14298 1 13763 3 517-21 4826 4825 4823 16 14824 4 12 4822 1
5625
De
101 14 1 2 16 8 22 1 3 20 3903 11 9 7 5 3 1
4905 4045 4046 3905 3906 3907 3908 3909 3910 5258 5259 4047 4048 4049 5377 5376 4050
1-55
1-32
Ze ilm ak er ij
5812
5813
4060 14061 6De Brink
Zadel 3911
8
42
De Ze ilmake rij
eg 86
56-103
veldsew
4
Hamers
13 5 79
3 3 923 3992212 3920 3919
Uittreksel Kadastrale Kaart 5212 5213 4052 13151 4051 5211 4651 5776 5777 4057 71921 4058 3914 11 20 4059 1
116i
105
116
4148 4149
333
107
Kokke laantje Hame rsveld seweg
4151 2
104
4152 4
129 2
4175 6
Schoo lsteeg 128
109
8
130
10 12
105 3
111
132
326
14
106
114
1
133
327 5215
115
113
135
122 138 137 139
140
119 117
99
127
141
119a 142
143325 119b
125
121
324
255 254145 258
150
146123 147
151
257
124
149 0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 21 september 2016 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
35 m
175 m
Schaal 1:3500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
LEUSDEN I 104
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
4
107
ov
Omgevingskaart
Klantreferentie: 1662101A
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object LEUSDEN I 104 Hamersveldseweg 105, 3833 GM LEUSDEN CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
veldse weg
103
Hamers
201 202 203
204 105
216
205 206
214
207 208
215
107
104
LEGENDA
103
101 102
212
213
Peilbuis
104
Boring Boring deellocatie spoelplaats 25
211
1234
209
210
Huisnummer Perceelsnummer Onderzoekslocatie Bebouwing (buitenmuur)
120 128
Perceelsgrens (Kadaster) Kapschuur
Schools
teeg
Spoelplaats / deellocatie A Zoutloods Asfalt Olie-benzine-afscheider
eg
Locatie:
104
eldsew
Hamersveldseweg 105, Leusden Type:
Hamers v
Verkennend bodemonderzoek Omschrijving:
Situatietekening Projectnr:
Bestandsnaam:
1662101A
1662101A
Formaat:
Getekend:
A3 Schaal:
103
0
BO/JB 10m
1:1000
101
PJ Milieu BV Adres:
102 Aan de maten kunnen geen rechten worden ontleend.
Telefoon: E-mail: Internet:
Nijverheidsstraat 21 3861 RJ Nijkerk 033 - 245 85 11 info@pjmilieu.nl www.pjmilieu.nl
Datum:
10-11-2016
Tekeningnr:
1 50m
Bijlage 2 Archeologisch onderzoek
Hamersveldseweg 105 te Leusden Gemeente Leusden Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek
Opdrachtgever
Projectleider
Herder Bouwkundig ontwerp en advies
Mw. S. Corporaal Archeoloog BA
Versie: 01
Hamersveldseweg 129 3833 GN Leusden
Projectnummer
Autorisatie
Datum
Synthegra Rapport S200051
drs. F. Stevens
24-12-2020
Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Internet: www.synthegra.nl
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
COLOFON
Opdrachtgever
: Herder Bouwkundig ontwerp en advies te Leusden
Project
: Hamersveldseweg 105 te Leusden
Projectnummer
: S200051
Titel
: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennend booronderzoek
Datum
: 24-12-2020
Projectleider
: S. Corporaal Archeoloog BA
Auteurs
: S. Corporaal Archeoloog BA
Autorisatie
: drs. F. Stevens, Sr. KNA Archeoloog
Druk
: Synthegra B.V., Leusden
Afbeeldingen
: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld
ISSN
: 1874-9771
Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems)
Synthegra B.V. Olmenlaan 6a NL-3833 AV Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl
© Synthegra B.V., 2020
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
2 van 30
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
4
SAMENVATTING
5
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied
8 8 8 9 9
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
BUREAUONDERZOEK Methode Landschapsgenese Archeologische waarden in en rondom het plangebied Historische ontwikkeling Gespecificeerde archeologische verwachting
11 11 11 20 16 24
3 3.1 3.2 3.3 3.4
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK Methode Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens Archeologische indicatoren Archeologische interpretatie
25 25 26 26 26
4 4.1 4.2 4.3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen
27 27 27 28
LITERATUUR EN KAARTEN
FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD.
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Boorprofielen
Afbeelding voorblad: zicht op plangebied vanaf parkeerplaats kinderdagverblijf (Bron: Synthegra B.V.)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
3 van 30
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
Administratieve gegevens Toponiem
Hamersveldseweg 105
Plaats
Leusden
Gemeente
Leusden
Provincie
Utrecht
Projectnummer
S200051
Bevoegde overheid
Gemeente Leusden. Deskundige namens gemeente: Mw. S. Beumer (Centrum voor Archeologie Gemeente Amersfoort)
Opdrachtgever
Herder Bouwkundig ontwerp en advies
Uitvoerende instantie
Synthegra B.V.
Datum uitvoering veldwerk
16-12-2020
Uitvoerders veldwerk
S. Corporaal, R. Knoppien
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
4927777100
Datum onderzoeksmelding
07-12-2020
Kaartblad
32D
Periode
Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe tijd
Oppervlakte
Circa 2325 m2 onderzoeksgebied, plangebied 170 m2
Perceelnummer(s)
Kadastrale Gemeente Leusden, sectie I, nummer 2087 (gedeeltelijk)
Grond eigenaar / beheerder
Kinderdagverblijf de Wiebelwagen B.V.
Grondgebruik
onbebouwd, grasveld
Geologie
Formatie van Boxtel, laagpakket van Wierden
Geomorfologie
Vlakte van ter dele verspoelde dekzanden of löss (2M53
Bodem
Meerveengronden op zand (zVz)
Depot
Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Utrecht, te Utrecht, ArchIS en Edepot
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten: Noord:
x 157663
y 459552
Oost:
x 157699
y 459521
Zuid:
x 157668
y 459480
West:
x 157638
y 459514
Centrum:
x 157665
y 459514
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
4 van 30
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van Herder Bouwkundig Ontwerp en Advies een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Hamersveldseweg 105 te Leusden. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een woning ten behoeve van een kookstudio. Als gevolg hiervan is een bestemmingsplanwijziging aangevraagd. Daarbij wordt naast de oppervlakte van de voorgenomen nieuwbouw, ook de aangrenzende weide onderzocht. Het plangebied is circa 2325 m2 groot, de oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt 170 m 2. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van fundering voor de bebouwing zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 80 cm beneden maaiveld verwacht kan worden. Hierbij worden de grenzen zoals vastgelegd in het gemeentelijk beleid overschreden.
Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De essentie hiervan is weergegeven in de tabel hieronder.
Op basis van de Gemeentelijke verwachtingskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Het plangebied ligt op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden en ligt op meerveengronden op zand. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd.
Voor het plangebied geldt op basis van de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Leusden voor het plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze hoge verwachting houdt verband met de eerste ontginning van het gebied de Hamerveld vanaf de Hamersveldseweg in circa 1130. Daarnaast ligt het vlakbij de oude stads/dorpskern. Op basis daarvan kan gesteld worden dat er resten van Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd in het plangebied verwacht mogen worden. Uit het historische onderzoek is gebleken dat er tussen 1960 en 1990 bebouwing heeft gestaan die inmiddels is verwijderd. De verwachting is dat de grond hierdoor verstoord is.
Periode
Verwachting
Verwachte kenmerken vindplaats
Diepteligging sporen
laat-
middelhoog
Bewoningssporen: tijdelijke
vanaf ca 50 cm -Mv in A of
Paleolithicum –
kampementen
B-horizont van een
Neolithicum
Mobilia: vuursteen artefacten,
podzolprofiel.
haardkuilen Bronstijd -
Bewoningssporen: (semi permanente)
vanaf ca 50 cm -Mv tot ca
Vroege
middelhoog
nederzettingen, sporen van
25 cm in C-horizont
Middeleeuwen
agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag,
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
5 van 30
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen Late
hoog
Bewoningssporen: (semi permanente)
vanaf maaiveld tot in C-
Middeleeuwen -
nederzettingen, sporen van
horizont
Nieuwe Tijd
agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen (sporenvlak en vondstconcentratie)
Veldonderzoek Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. Hiermee is het onderzoek verkennend voor vuursteenvindplaatsen uit de steentijd en karterend voor nederzettingsresten uit de latere perioden. Aangezien het plangebied circa 2325 m 2 groot is, zijn verspreid over het plangebied (afbeelding 16) in totaal 6 boringen gezet. Vanwege het geringe oppervlak en de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een meetlint/met een handheld GPS/uitgezet door een landmeter.
Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont, of tot de verstoringsdiepte. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 en bodemkundig geïnterpreteerd.
Archeologische interpretatie veldonderzoek Het natuurlijke bodemtype is in het hele plangebied in ieder geval tot in de C-horizont verstoord door ploeg- of graafwerkzaamheden. Vermoedelijk komt dit door de bebouwing die er in de eerste helft van de 20e eeuw heeft gestaan. Sporen en vondsten daterend vanaf het paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen werden in een
A- of B-horizont verwacht,
aangezien
de bodem is verstoord, zijn eventueel
aanwezige
vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. De middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen en bewoningssporen uit het paleolithicum tot en met de vroege Middeleeuwen kan daarom naar laag worden bijgesteld.
Nederzettingsresten uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd werden vanaf het maaiveld tot in de C-horizont verwacht. Aangezien de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige resten verloren gegaan. Alleen diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen kunnen nog voorkomen, maar de verwachting kan naar laag worden bijgesteld.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
6 van 30
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting/ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodem verstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Leusden). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
7 van 30
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van Herder Bouwkundig Ontwerp en Advies een archeologisch bureauonderzoek1 in combinatie met een verkennend booronderzoek2 uitgevoerd op een terrein aan de Hamersveldseweg 105 te Leusden (afbeelding 1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een woning ten behoeve van een kookstudio. Ten behoeve hiervan is een bestemmingsplanwijziging aangevraagd. Daarbij wordt naast de oppervlakte van de voorgenomen nieuwbouw, ook de weide ernaast onderzocht. Het plangebied is circa 2325 m2 groot, de oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt 170 m2. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van fundering voor de bebouwing zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 80 cm beneden maaiveld verwacht kan worden. Hierbij worden de grenzen zoals vastgelegd in het gemeentelijk beleid overschreden. Volgens het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ dat is vastgesteld op 2 december 2010 en de beleidskaart van de gemeente Leusden dient er een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden indien de plannen een oppervlakte betreffen groter dan 100 m2 en dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld.
Op basis van het bestemmingsplan, waarin het vigerende beleid van de gemeente Leusden is verwoord, dient voor het plangebied een rapport overhandigd te worden waarin de aan- of afwezigheid van archeologische waarden wordt aangetoond. Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie3 en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek.4
De bevoegde overheid, gemeente Leusden, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden.
Het doel van het verkennend booronderzoek is het toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventueel aanwezige archeologische resten en/of vindplaatsen te inventariseren.
1
BO, protocol 4002
2
IVO, protocol 4003
3
SIKB 2018.
4
SIKB 2006.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
8 van 30
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: •
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?
•
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
1.3
Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied is circa 2325 m2 groot, de oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt 170 m2. Het plangebied is gelegen aan de Hamersveldseweg 105 te Leusden (afbeelding 1). Het plangebied is momenteel onbebouwd en in gebruik als grasveld.
Afbeelding 1.: Het plangebied, rood omkaderd, op de Luchtfoto van Google Maps (Bron: Google Maps).
1.4
Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. In het plangebied wordt een kookstudio gebouwd met een oppervlakte van 170 m2 (afbeelding 2). De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van fundering voor de bebouwing zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 80 cm beneden maaiveld verwacht kan worden.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
9 van 30
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
Afbeelding 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied. (Bron: R. Herder)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
10 van 30
Project: Hamersveldseweg 105 te Leusden. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek, Versie 01 Projectnummer: S200051
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysischgeografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.
2.2
Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: •