CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen raadslid J. Raemakers (D66) 16okt23 + Antwoord college 24okt23

Raadsvergadering 31 oktober 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Raadsvragen + Antwoorden20.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vragen t.b.v. aanstaande begrotingsvergadering Welstand + Speeltuinenbeleid + Bedrijventerreinen Vraag t.b.v. begrotingsvergadering

Datum vergadering: 31okt23

Afkomstig van

Raadslid J. Raemakers

Politieke groepering

D66

Datum binnenkomst vraag op raadsgriffie

16okt23

Portefeuillehouders

Wethouder M. Graef (welstand) + Wethouder R. Martens (speeltuinenbeleid + bedrijventerreinen)

Afdelingen + Team

Ruimte, Ontwikkeling (welstand + bedrijventerreinen) + Samenleving, Beleid (speeltuinenbeleid)

Joinraadsvragenboek

2023-174

Concrete vragen Welstand 1. Kan ik de laatste versie krijgen van de welstandsnota? 2. Van wanneer dateert de laatste welstandsnota? Is dit van 2014-2020? 3. Welke herzieningen zijn er in de periode 2014-2023 gedaan aan deze welstandsnota? Zo ja, kan ik die ontvangen. 4. Staat er op korte termijn een herziening en nieuwe vaststelling van de welstandsnota op de agenda? Speeltuinenbeleid 5. Pagina 15, waarom staat er 0 in 2024 bij B1 speeltuinenbeleid? 6. Wat geven we nu in totaal uit aan speeltuinenbeleid? 7. Waarom staat er 30, 60, 90 in de volgende jaren? Bedrijventerreinen 8. Bladzijde 29, wat is de stand van zaken van het onderzoek naar nieuwe bedrijventerreinen in Leudal?

Ambtelijk advies

Besluit college of portefeuillehouder

Datum: Advies: De vragen als volgt beantwoorden 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Datum: Besluit van (wie): Besluit luidt:

LEUDAL

Welstandsnota Leudal

-0-

LEUDAL

Inhoud 1

Inleiding ............................................................................................................... 2

2

Juridische kader .................................................................................................... 3

3

Beleidskaders ....................................................................................................... 5

4

Uitvoering van het welstandsbeleid ........................................................................ 10

5

Bijlagen ............................................................................................................... 14  Gebiedsbeschrijvingen/welstandscriteria…………………………………………………….14  Algemene criteria ............................................................................................... 78  Objectgerichte criteria en trendsetters .................................................................. 79  Excessenregeling ............................................................................................... 82  Lijst van monumenten .......................................................................................... 83  Begrippenlijst ...................................................................................................... 92

-1-

LEUDAL

1

Inleiding

Per 1 januari 2003 zijn gemeenten verplicht om welstandsbeleid vast te stellen. Het doel van dit beleid is het vereenvoudigen en transparanter maken van de welstandsregels. Zonder vastgesteld welstandsbeleid is de toets aan redelijke eisen van welstand niet mogelijk. Het welstandsbeleid voor de gemeente Leudal is vastgelegd in de Welstandsnota Leudal. In de nota zijn de uitgangspunten van het beleid weergegeven, alsmede het juridische kader van het welstandsbeleid. De kern van het welstandsbeleid in Leudal is: welstandsvrij, met uitzondering van gebieden waar het algemene belang groter is dan het individuele belang. Hier vindt een preventieve welstandstoets plaats. Per gebied is aangegeven of dit welstandsvrij of welstandsplichtig is. Voor de welstandsplichtige gebieden zijn criteria (voorschriften) opgenomen. Daarnaast is voor het gehele grondgebied een excessenregeling opgenomen. Deze excessenregeling geldt ook in welstandsvrije gebieden en voor vergunningsvrije/welstandsvrije bouwwerken. De beoordeling of (bouw)plannen in welstandsplichtige gebieden voldoen aan redelijke eisen van welstand gebeurt door een onafhankelijke commissie ruimtelijke kwaliteit. In sommige gevallen, waarbij een (bouw)plan getoetst kan worden aan concrete toetscriteria, kan de beoordeling ook ambtelijk worden gedaan.

In de welstandsnota Leudal is aangegeven wanneer een advies ambtelijk dan wel door de commissie ruimtelijke kwaliteit wordt gegeven. Deze welstandsnota bevat de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 2: beschrijft de juridische kaders Hoofdstuk 3: beschrijft de beleidskaders Hoofdstuk 4: beschrijft de uitvoering van het welstandsbeleid Hoofdstuk 5: Bijlagen

-2-

LEUDAL

2

Juridische kaders

Woningwet In de Woningwet is bepaald dat het gemeenteraad een welstandsnota moet vaststellen, wil de raad welstandstoezicht kunnen uitoefenen. Dit is bepaald in artikel 12 van de Woningwet. De welstandsnota moet het welstandsbeleid op een objectieve en transparante wijze beschrijven. Ook kan de raad welstandsvrije gebieden benoemen. In deze gebieden gelden geen eisen meer voor welstand . Aanvullingen en wijzigingen van de welstandsnota worden eveneens door de gemeenteraad vastgesteld. Buiten de welstandsnota om mogen geen andere welstandscriteria worden gehanteerd. Bestaande beleidsnota’s over ruimtelijke kwaliteit, zoals beeldkwaliteitplannen moeten worden opgenomen in de nieuwe welstandsnota. De inbedding van de welstandsnota alsmede alle procedurele zaken rondom welstand en de commissie ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd in de gemeentelijke Bouwverordening en de verordening ‘commissie ruimtelijke kwaliteit’. De Woningwet bepaalt dat burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het (negatieve) advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit. Bij een negatief advies kan dan toch de vergunning worden verleend. Er moeten wel zwaarwegende redenen zijn om af te wijken van een welstandsadvies.

De Woningwet bepaalt ook dat zowel burgemeester en wethouders als de commissie ruimtelijke kwaliteit jaarlijks verslag moeten uitbrengen aan de raad over de wijze waarop zij het welstandstoezicht hebben uitgevoerd. Vaststellen welstandsnota De welstandsnota geldt in juridische zin als een stelsel van beleidsregels. De welstandsnota heeft een belangrijke communicatieve functie. Door de welstandscriteria op papier te zetten maakt de gemeenteraad burgers en andere belanghebbenden vooraf zo goed mogelijk duidelijk wat wordt verstaan onder ‘redelijke eisen van welstand’: wat kan er wel en wat kan er niet in een bepaalde situatie. Voordat de raad de welstandsnota kan vaststellen, bepaal t de Woningwet en de inspraakverordening dat de concept welstandsnota conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, zes weken ter inzage wordt gelegd. Inwoners van Leudal en andere belanghebbenden kunnen dan zienswijzen indienen tegen het concept welstandsbeleid. De raad moet deze zienswijzen betrekken bij de vaststelling van de welstandsnota. Rol en verantwoordelijkheden van het college van burgemeester en wethouders Het bevoegde gezag voor de afgifte van de vergunning ligt in de meeste gevallen bij burgemeester en wethouders.

Dat betekent dat zij een eigen verantwoor delijkheid hebben voor het welstandsoordeel en indien nodig van het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit kunnen afwijken. Dit zal met name het geval zijn wanneer de commissie ruimtelijke kwaliteit de van toepassing zijnde criteria naar hun oordeel niet juist heeft geïnterpreteerd of de commissie naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast. Burgemeester en wethouders kunnen, eventueel op advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit, ook afwijken van de welstandscriteria zelf. Dit kan gebeuren bij plannen die niet voldoen aan de vastgelegde criteria maar wél aan redelijke eisen van welstand. Deze afwijkingsmogelijkheid voorkomt dat plannen van uitzonderlijke kwaliteit of

-3-

LEUDAL

bijzondere projecten niet gerealiseerd zouden kunnen worden vanwe ge strijdigheid met de welstandscriteria. Indien burgemeester en wethouders afwijken van het welstandsadvies moet dit in het besluit worden gemotiveerd. Bezwaar en second opinion Tegen het vaststellen van de welstandsnota is geen bezwaar mogelijk. Ook te gen een welstandsadvies sec is geen bezwaar mogelijk. Indien een opdrachtgever of architect nadere toelichting op het welstandsadvies nodig heeft of het niet eens is met het advies is de eerste stap contact opnemen met de secretaris van de commissie. De se cretaris kan zelf nadere toelichting geven of een afspraak met de commissie maken. Het plan kan dan door de opdrachtgever of architect worden toegelicht. In geval het college van B&W twijfelt aan het welstandsadvies kan een second opinion (tweede advies) worden ingewonnen bij een andere commissie ruimtelijke kwaliteit van het welstandsdistrict Midden-Limburg. Een negatief welstandsadvies is een weigeringsgrond voor de vergunning. Tegen het uiteindelijke besluit op een aanvraag om omgevingsvergunning kan wel bezwaar en/of beroep ingediend worden (bij een reguliere procedure moet eerst bezwaar worden gemaakt. Bij een uitgebreide procedure moet direct beroep worden aangetekend bij de rechtbank). De procedure verloopt volgens de Algemene wet bestuursrecht.

-4-

LEUDAL

3 3.1

Beleidskaders Uitgangspunten voor het welstandsbeleid

15 april 2014 heeft de gemeenteraad inges temd met de ‘notitie welstand’. De notitie is door het college van B&W opgesteld naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad van 10 september 2013. Deze motie heeft het college opgedragen de mogelijkheden te onderzoeken om in het kader van zelfsturing te komen tot een vernieuwing van het welstandsbeleid. Voordelen en risico’s/consequenties In de ‘notitie welstand’ zijn de mogelijkheden om het welstandstoezicht vergaand te dereguleren (afschaffen) onderzocht. Het (gedeeltelijk) afschaffen van de toets aan welstand heeft voordelen, maar brengt ook risico’s/consequenties met zich mee. Voordelen 1.

De vergunning kan sneller worden verleend. Bouwplannen hoeven niet meer te worden getoetst aan redelijke eisen van welstand.

2.

Vertrouwen tonen in de initiatiefnemer. De verantwoordelijkheid wordt bij de burger gelegd. Er wordt op vertrouwd dat de burger voldoende besef heeft van wat mooi is en wat niet. Tevens wordt er vanuit gegaan dat de initiatiefnemers rekening houden met hun naaste omgeving/buren.

3.

De kosten voor de commissie ruimtelijke kwaliteit vervallen, waardoor de bouwleges omlaag kunnen.

4. 5.

Deregulering van wetgeving. Minder overheidsbemoeienis. Meer diversiteit in bouwen wordt mogelijk.

6.

Tegemoetkomen aan de tijdgeest, waarin de burger meer verantwoordelijkheid neemt voor zijn plaats in de maatschappij. Niet de overheid, maar de burger zelf bepaalt de verschijningsvorm van zijn woning en –omgeving.

Risico’s/consequenties 1.

Er is géén preventieve toets meer aan de esthetische en ruimtelijke kwaliteit van een bouwplan. Hierdoor kan aantasting ontstaan van de kwaliteit van het openbare gebied alsmede richting omliggende percelen, gelet op de uitgangspunten van diverse nota’s en visies.

2. 3.

Men is voor een goede kwaliteit afhankelijk van de bouwer /initiatiefnemer.. Belanghebbenden kunnen géén bezwaar meer maken tegen vergunningen voor

4.

wat betreft het aspect welstand. Dit is immers geen toetsgrond meer. Mogelijk waardevermindering van vastgoed, door afwijkende bebouwing .

5. 6.

Kans op een negatieve uitstraling van een buurt op langere termijn. Voor waardevolle gebieden (historische gebieden, centrumfuncties, lintbebouwing/ontsluitingswegen) kan onherstelbare aantasting ontstaan van de bestaande ruimtelijke kwaliteit (identiteit kan worden aangetast).

7.

Sturing in gebieden met beeldkwaliteitsplannen is niet meer mogelijk. Garanties van een vooraf bepaald eindbeeld kunnen niet meer worden gegarandeerd.

8.

Er kan strijd ontstaan met andere beleidsvelden, waar net wordt gestuurd op het behouden en vergroten van de (ruimtelijke) kwaliteit, zoals het buitengebied (Parel

-5-

LEUDAL

van Leudal), structuurvisie, versterken recreatieve functi e Leudal etc. 9.

De commissie adviseert niet alleen over esthetische kwaliteit van een bouwplan, maar ook over ruimtelijke kwaliteit (inpassingsplannen, bestemmingsplanafwijkingen, beeldkwaliteit etc.). Bij het afschaffen van de commissie zullen dergelijke adviezen op een andere manier ingekocht moeten worden. Deze kosten zijn vaak hoger dan de advieskosten van de commissie ruimtelijke kwaliteit.

Uitgangspunten voor het welstandsbeleid De voordelen afwegend tegen de risico’s/consequenties, maakt dat de risico’s van het welstandsvrij maken voor de meeste gebieden in Leudal aanvaardbaar zijn. Het is dan ook verantwoord om het grootste gedeelte van de gemeente Leudal welstandsvrij te maken. Uitgangspunt hierbij is dat de burgers zelf goed de verantwoording kunnen dragen voor het realiseren en behouden van een goede ruimtelijke en esthetische omgevingskwaliteit. Enkel in onderstaande gebieden, waar het algemene belang groter is dan het individuele belang, blijft het welstandstoezicht van toepassing . Welstandsplichtige gebieden 1.

historische gebieden en de belangrijke/waardevolle centrum gebieden : Deze gebieden zijn belangrijk voor de belevingswaarde van een kern (eigen identiteit) en ook voor het toerisme .

2.

buitengebied: Dit gebied is belangrijk voor het toeristische -recreatieve programma van Leudal, alsmede de uitgangspunten van de structuurvisie en strategische overall visie. De kwaliteit in het buitengebied moet behouden en versterkt worden.

3.

(zicht)locaties van de bedrijventerreinen op A-locaties: Deze locaties zijn van groot belang voor de uitstraling van de bedrijventerreinen (visitekaartje) en de omgeving (liggen aan belangrijke hoofdontsluitingswegen).

In bijlage 1 zijn de gebieden beschreven en is aangegeven of een gebied wel of niet welstandsvrij is. Voor welstandsplichtige gebieden zijn tevens de welstandscriteria beschreven.

Overige uitzonderingen 1.

Voor de gehele gemeente wordt een excessenregeling vastgesteld. Deze geldt ook in welstandsvrije gebieden;

2.

Wijzigingen aan gemeentelijke en rijksmonumenten blijven welstandsplichtig, ook in welstandsvrije gebieden;

3.

Nieuwe stedenbouwkundige plannen worden voor advies voorgelegd aan de commissie ruimtelijke kwaliteit voor advies. De uiteindelijke te realiseren bouwwerken zijn wel welstandsvrij (mits gelegen in een welstandsvrij gebied). Bij nieuwe ontwikkelingen worden in principe geen beeldkwaliteit splannen meer vastgesteld.

-6-

LEUDAL

Conclusie In principe worden alle woonwijken en bijna alle industriegebieden welstandsvrij. Enkel in de genoemde gebieden en uitzonderingen blijft de toets aan redelijke eisen van welstand van toepassing. In deze welstandsnota zijn de uitgangspunten van de ‘notitie welstand’ vertaald naar concrete voorschriften.

3.2

Voorschriften welstandsbeleid

Welstandscriteria Voor welstandsvrije gebieden gelden géén welstandscriteria. Hier geldt enkel de excessenregeling. Voor welstandsplichtige gebieden vormen de welstandscriteria (welstandsvoorschriften) de kern van het welstandsbeleid. De welstandscriteria zijn de door de gemeenteraad vastgestelde kaders waarbinnen het college van B&W én de commissie ruimtelijke kwaliteit de welstandsbeoordeling moeten uitvoeren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:  welstandscriteria per gebied (op basis van gebiedsbeschrijvingen, zie bijlage 1);  algemene welstandscriteria (vangnetcriteria, zie bijlage 2);  objectgerichte criteria: (welstandscriteria voor specifieke typen bouwwerken, zie bijlage 3). De welstandscriteria zijn zo opgesteld dat het voor iedereen duidelijk moet zijn waaraan een ontwerp moet voldoen, rekening houdend met een ruime mate van ontwerpvrijheid . Bij de kleinere bouwplannen, die meestal door burgers worden ingediend en waar vaak geen architect aan te pas komt, voert het bieden van zekerheid vooraf de boventoon. Voor veel voorkomende bouwwerken aan de voorgevel van woningen zijn de zogenaamde ‘objectcriteria’ opgesteld. Ook zijn aanvullende beleidsnota’s vastgesteld, zoals de reclamenota, de beleidsnota agrarische gebouwen en enkele beeldkwaliteitsplannen.

Bij de grotere projecten waarbij meestal professionele opdrachtgevers en architecten zijn betrokken, laten de welstandscriteria de nodige ruimte, om zo een grote ontwerpvrijheid mogelijk te maken. Welstandsgebieden In Leudal worden twee welstandsgebieden onderscheiden: 1. Welstandsplichtige gebieden. Deze gebieden hebben bijzondere cultuurhistorische, landschappelijke, stedenbouwkundige of architectonische karakteristieken of een belangrijke centrumfunctie c.q. recreatieve functie. Bij veranderingen in deze gebieden is het behouden/versterken van deze karakteristiek gewenst. Voor deze gebieden is het ruimtelijk kwaliteitsbeleid gericht op behoud, herstel of verbetering van waardevolle elementen en structuren. In geval van nieuwe ontwikkelingen voert de gemeente een actief stedenbouwkundig en/of landschapsbeleid. De welstandscriteria zijn per gebied beschreven. 2. Welstandsvrije gebieden. In deze gebieden wordt een preventieve welstandsbeoordeling overbodig geacht. Het bestuur vertrouwt op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer voldoende besef heeft van wat mooi is en niet en dat hij voldoende rekening houdt met de omgeving en buren.

Daarnaast speelt het verruimen van de welstandsvrije gebieden in op de deregulering van wetgeving en wordt tegemoet gekomen aan de tijdgeest, waarin de burger meer verantwoordelijkheid neemt voor zijn plaats in de maatschappij. Niet de overheid maar de burger zelf bepaalt de verschijningsvorm van zijn bouwwerk en omgeving.

-7-

LEUDAL

Indeling welstandsgebieden Kenmerk gebied

Welstandsgebied

Beleid richten op

Waardevol gebied, herkenbare structuur, bevat bijzondere elementen. Het gebied heeft een waardevolle (historische en/of recreatieve) uitstraling.

1 – welstandsplichtig gebied

Handhaven en benutten van kansen voor verbetering. Plannen moeten vooraf worden beoordeeld door de commissie ruimtelijke kwaliteit of ambtelijke toets..

Reguliere woongebieden en industrieterreinen (niet gelegen op zichtlocaties). Gebieden waar het vertrouwen bij de burger komt te liggen, i.v.m. deregulering van wetgeving.

2 –welstandsvrij gebied

Geen welstandstoetsing. Enkel excessenregeling van toepassing. Monumenten en nieuwe stedenbouwkundige invullingen (met uitzondering van de feitelijk uitvoering) blijven welstandsplichtig.

Welstandsvrije bouwwerken Naast welstandsvrije gebieden, kan ook bepaald worden dat ook categorieën bouwwerken welstandsvrij zijn. Dit zijn vooral reguliere bouwwerken die het ruimtelijke beeld niet nadelig aantasten. Ook de overlast ten aanzien van buurpercelen zal meestal gering zijn. De volgende bouwwerken zijn welstandsvrij, ook al liggen ze in welstandsplichtige gebieden:  

Zwembaden (in de grond, geen opbouw); lichtmasten (b.v. op sportterreinen);

 

zendmasten (Gsm installaties) bruggen

 

tunnels en andere infrastructurele werken kunstwerken

 

kelders pergola’s

begeleidingsconstructies voor planten, bomen etc.

Vangnetcriteria Naast het opnemen van welstandscriteria zijn voor de welstandsplichtige gebieden ook algemene vangnetcriteria opgenomen. Door het opnemen van algemene architectonische criteria in de welstandsnota kan de beoordeling door de commissie ruimtelijke kwaliteit en burgemeester en wethouders door de gemeent eraad vooraf worden afgebakend en bestaat altijd een vangnet voor plannen die voor het overige niet binnen beschrijvingen passen. De vangnetcriteria zijn in bijlage 2 beschreven. Objectcriteria Objectcriteria zijn concrete voorschriften voor kleinere uitbreidingen bij woningen de voorkanten van woningen in welstandsplichtige gebieden. Indien een ontwerp past binnen deze voorschriften kan de aanvrager ervan uitgaan dat zijn plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. De welstandstoets wordt dan ambtelijk gedaan. Er zijn objectcriteria opgesteld voor overkappingen die gedeeltelijk voor de voorgevel uitkomen, erkers en erfafscheidingen bij hoekpercelen. Overigens betekent dit niet dat andere oplossingen dan aangegeven in de objectcriteria niet mogelijk zijn, echter deze zullen beoordeeld worden door de commissie ruimtelijke kwaliteit. De objectcriteria zijn in bijlage 3 beschreven.

-8-

LEUDAL

Excessenregeling In welstandsnota is een excessenregeling opgenomen. Een exces is een buitensporigheid in het aanzien van een bouwwerk, die ook voor niet deskundigen evident is. De excessenregeling geldt ook voor vergunningsvrije/welst andsvrije bouwwerken en in welstandvrije gebieden . De excessenregeling is in bijlage 4 beschreven. Beeldkwaliteitsplan Bij nieuwe, grotere (her)ontwikkelingsprojecten kunnen de welstandscriteria verwoord in andere plandocumenten zoals een beeldkwaliteit splan. Om rechtsgeldig te zijn moeten deze criteria tussentijds worden toegevoegd aan de welstands nota. Uitgangspunt is dat in principe geen beeldkwaliteitsplannen meer worden opgesteld. Enkel nog in welstandsplichtige gebieden kan dit een vereiste zijn, indien dit nodig is om de ruimtelijke en esthetische kwaliteit te beschermen. Als een nieuwe ontwikkeling plaatsvindt in een welstandsvrij gebied, wordt in beginsel geen beeldkwaliteitsplan meer opgesteld. Beleidsnota ‘agrarische gebouwen in het buitengebied van Leudal’ Voor het buitengebied is de beleidsnotitie ‘agrarische gebouwen in het buitengebied van Leudal’ opgesteld. In deze notitie is concreet aangeven wanneer een bepaald stal -type mogelijk is en waaraan de stal qua situering, vormgeving en materialisatie moet voldoen. Het betreft ruimhartig beleid waarin ook alternatieve stalsystemen zijn opgenomen.

Deze notitie is een hulpmiddel voor aanvragers/architecten. Ze kunnen hiermee bij de planvorming vooraf rekening houden. Plannen die voldoen aan de voorschriften van de beleidsnota worden ambtelijk getoetst en afgedaan. Het voordeel van deze werkwijze is dat de betreffende plannen sneller getoetst worden en hierdoor de doorlooptijd van de aanvragen verkort wordt. Indien een plan niet voldoet aan de voorschriften van de beleidsnota, betekent dit niet dat het plan niet voldoet aan de welstandscriteria. Deze plannen worden voorgelegd aan de commissie ruimtelijke kwaliteit, die de plannen toetst aan de welstandscriteria van het buitengebied. Reclamenota Om vooraf duidelijkheid te bieden over het plaatsen en/of aanbrengen van reclame is de reclamenota Leudal opgesteld. De nota is, ten aanzien van de esthetische toets, enkel van toepassing in welstandsplichtige gebieden. Het doel van deze nota is om burgers c.q. ondernemers binnen redelijke grenzen een zekere mate van vrijheid te geven om reclame te voeren bij hun pand, zonder dat er onevenredige overlast ontstaat voor het ruimtelijke en esthetische omgevingsbeeld. De voorschriften van de reclamenota zijn een concrete vertaling van de meer abstracte criteria van de welstandsnota. Plannen die voldoen aan de voorschriften van de beleidsnota worden ambtelijk getoetst en afgedaan.

Indien een plan niet voldoet aan de voorschriften van de ze beleidsnota, dan kan het plan evenwel voldoen aan de welstandscriteria. Deze plannen worden voorgelegd aan de commissie ruimtelijke kwaliteit, die de plannen toetst aan de algemene welstandscriteria van het betreffende gebied. Monumenten In Leudal zijn diverse rijks –en gemeentelijke monumenten gelegen. In de erfgoedverordening Leudal en de Monumentenwet 1988 (t.a.v. rijksmonumenten) is bepaald dat bij het slopen, verplaatsen of het op enig opzicht wijz igen van een (rijks)monument altijd advies gevraagd moet worden aan de commissie ruimtelijke kwaliteit, ook al is het monument gelegen in een welstandsvrij gebied. Bij het beoordelen van een aanvraag om het wijzigen van een monument, zijn de algemene welstandscriteria van toepassing alsmede de voorschriften van de erfgoedverordening Leudal. In bijlage 5 is een lijst opgenomen met de rijks –en gemeentelijke monumenten.

-9-

LEUDAL

4

uitvoering van het welstandsbeleid

De uitvoering van het welstandsbeleid is geregeld in de ‘verordening commissie ruimtelijke kwaliteit’ Ook zijn hier de spelregels beschreven. Uitgangspunt van de verordening is dat welstandsplichtige plannen worden beoordeeld door een onafhankelijke commissie ruimtelijke kwaliteit, mits het advies niet ambtelijk afgedaan kan worden. Daarnaast neemt de commissie ruimtelijke kwaliteit ook deel aan de kwaliteitscommissie. Dit is een door de provincie Limburg verplichte commissie die beoordeeld of een plan voldoet aan het kwaliteitsmenu. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende onderdelen die van belang zijn voor de uitvoering van het welstandsbeleid. De commissie ruimtelijke kwaliteit De commissie ruimtelijke kwaliteit is een onafhankelijke adviescommissie bestaande uit drie externe deskundigen die het college van B&W adviseert over welstandsplichtige en welstand gerelateerde plannen en projecten. Daarnaast adviseert de commissie over wijzigingen met betrekking tot monumenten. Bij deze adviezen wordt de commissie aangevuld met een vierde monumentendeskundige. De commissie ruimtelijke kwaliteit heeft als taak het uitbrengen van welstandsadviezen aan burgemeester en wethouders over de aan haar voorgelegde (bouw)plannen in de vergunningprocedure.

De gemeente raadpleegt de commissie ruimtelijke kwaliteit ook voor andere taken waarbij de ervaring en deskundigheid van de commissieleden nodig is. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling en implementatie van ruimtelijke vraagstukken, zoals nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen en ruimtelijk beleid. Het ligt voor de hand deze deskundigen bij uitstek ook bij andere aan de ruimtelijke kwaliteit gerelateerde onderwerpen te raadplegen. De commissie ruimtelijke kwaliteit baseert haar oordeel over ingediende welstandsplichtige bouwactiviteiten op de welstandsnota. Haar adviezen dienen goed gemotiveerd, schriftelijk vastgelegd en openbaar te zijn. De schriftelijke vastlegging van de adviezen gebeurt door de ambtelijk secretaris van de welstandscommissie. Zowel de commissie als het college van Burgemeester en Wethouders dien t elk jaar schriftelijk verantwoording af te leggen aan de gemeenteraad over het toepassen van het welstandsbeleid. Aan de hand van deze rapportages kan de gemeenteraad het beleid evalueren en bijstellen. Het bevoegd gezag heeft de mogelijkheid om bij strijdigheid met redelijke eisen van welstand, zowel in positieve als negatieve zin, af te wijken van een door de welstandscommissie gegeven advies. De omge vingsvergunning kan toch verleend worden indien het bevoegd gezag van oordeel is dat daarvoor zwaarwegende redenen zijn.

Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning schriftelijk gemotiveerd. De samenstelling van de commissie ruimtelijke kwaliteit, de werving en selectie, alsmede zittingsduur en andere procedurele aspecten zijn vastgelegd in de verordening ‘commissie ruimtelijke kwaliteit’. Ambtelijke toets aan de welstandscriteria Per 1 maart 2013 is de ‘kan-bepaling’ opgenomen in artikel 6.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De ‘kan-bepaling’ houdt in dat het college niet meer verplicht is om alle plannen om advies aan een onafhankelijke welstandscommissie voor te leggen (indien de gemeente welstandsbeleid heeft) . Plannen mogen ook ambtelijk worden getoetst aan de welstandscriteria.

- 10 -

LEUDAL

Middels de ambtelijke toets kan een vergunning sneller en goedkoper worden afgehandeld. Het heeft dan de voorkeur de ambtelijke toets enkel toe te passen indien dit gebeurt op vooraf vastgestelde objectieve toetscriteria , die voor ieder een duidelijk zijn (geen ruimte voor interpretatie). Bij een negatief ambtelijk advies wordt het plan automatisch geagendeerd voor de vergadering van de commissie ruimtelijke kwaliteit. In de volgende gevallen wordt ambtelijk welstandsadvies gegeven. Dit gebeurt door de secretaris van de commissie ruimtelijke kwaliteit of diens plaatsvervanger. Dit betreft de volgende aanvragen: 1. agrarische gebouwen. Deze worden getoetst aan de beleidsnota ‘agrarische gebouwen in het buitengebied van Leudal; 2. reclames (in welstandsplichtige gebieden). Deze worden getoetst aan de ‘reclamenota Leudal’; 3. kleine uitbreidingen aan de voorzijde van woningen (in welstandsplichtige gebieden). Deze worden getoetst aan de object cr iteria (zie bijlage 3); Advies ‘negatief tenzij..’ Indien de commissie ruimtelijke kwaliteit het advies ‘negatief tenzij’ heeft gegeven, mag de behandelend ambtenaar controleren of de aanpassingen correct in het plan zijn verwerkt. Indien dit het geval is, hoeven deze plannen niet meer te worden voorgelegd aan de commissie of de secretaris van de commissie.

Kwaliteitscommissie De kwaliteitscommissie is een door de provincie Limburg verplicht gestelde (5 koppige) adviescommissie. De commissie bestaat uit deskundigen op het vlak van stedenbouw, architectuur, landschap en agrarisch gebied. De kwaliteitscommissie toetst plannen die vallen onder het Limburgse kwaliteitsmenu (LKM). Dit zijn (bouw)plannen in het buitengebied die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan. Het LKM heeft tot doel de kwaliteit van het buitengebied te behouden en te vergroten. Dit kan door eisen te stellen aan het plan zelf maar ook in combinatie met het betalen van een financiële bijdrage. Deze financiële bijdrage heeft tot d oel het verlies van kwaliteit op de ontwikkelingslocatie elders in het buitengebied te compenseren. De commissie ruimtelijke kwaliteit maakt deel uit van de kwaliteitscommissie (voor de taakvelden stedenbouw en architectuur). Hierdoor is sprake van een integrale commissie, die tevens direct de toets aan de welstandsnota meeneemt. Het gevolg is tijdwinst en een integrale toets van het plan. De kwaliteitscommissie van Leudal toetst naast plannen van Leudal zelf, ook plannen voor de gemeente Weert, Nederweert en de MER-gemeenten. Vooroverleg/conceptaanvraag De gemeente Leudal adviseert om in een zo vroeg mogelijk stadium welstandsplichtige plannen voor advies voor te leggen aan de commissie ruimtelijke kwaliteit.

Dit hoeven geen geheel uitgewerkte tekeningen te zijn, maar mogen ook schetsmatige tekening en zijn. In dit stadium is bijsturing of toetsing mogelijk zonder vergaande (financiële) gevolgen. Dergelijke plannen worden vastgelegd door de secretaris en in het verslag van de vergadering opgenomen. Indien een formele bouwaanvraag wordt ingediend, conform het eerdere vooroverlegplan, h oeft het plan niet nogmaals worden voorgelegd aan de commissie ruimtelijke kwaliteit. De toets wordt dan door de behandelend ambtenaar gedaan. Het welstandsadvies Het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit, kwaliteitscommissie of de ambtelijke toets geeft aan of ‘het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan’, niet is strijd is met redelijke eisen van welstand. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria (voorschriften) zoals opgenomen in deze welstandsnota.

- 11 -

LEUDAL

Een welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben: Positief. Het ingediende plan voldoet aan redelijke eisen van welstand, zowel op zichzelf als in relatie tot zijn (te verwachten) omgeving, zoals omschreven in de welstandscriteria. Negatief tenzij... . Dit houdt in een kleine ondergeschikte bijstelling van het ontwerp of nadere eisen aan kleur- en/of materiaalgebruik. Een gemandateerd ambtenaar controleert invulling van de voorwaarde. Indien de wijziging(en) in het plan worden verwerkt, wordt voldaan aan de welstandscriteria. Negatief. Het ingediende plan is strijdig met redelijke eisen van we lstand, op zichzelf en/of in relatie tot zijn (te verwachten) omgeving, zoals omschreven in de welstandscriteria. Hierna volgt een duidelijke schriftelijke argumentatie. Deze motivering bevat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten; Aanhouden. Het kan voorkomen dat de commissie zich op grond van de ingediende gegevens geen goed beeld van de ingreep kan vormen. De commiss ie kan dan het advies ‘aanhouden’ en verzoeken om nadere informatie te verstrekken. ‘Aanhouden’ is formeel geen advies. Naast het adviseren over ruimtelijke plannen, wordt van de commissie ruimtelijke kwaliteit ook verwacht dat zij, indien de aanvrager dit wenst c.q.

op prijs stelt, meedenkt aan oplossingen en eventueel mee-ontwerpt. Hierdoor kan de aanvrager zo goed mogelijk geholpen worden. Procedure welstandstoets Welstandsplichtige aanvragen worden door de behandelend ambtenaar beoordeeld op compleetheid en getoetst aan het bestemmingsplan. Indien akkoord, wordt bezien of de toets aan redelijke eisen van welstand ambtelijk gedaan kan worden. Indien dit niet het geval is, wordt het plan geagendeerd voor de vergadering van de commissie ruimtelijke kwaliteit. Deze vindt tweewekelijks plaats in het gemeentehuis van Leudal. Indi en gewenst kan de aanvrager/architect het plan in de commissie toelic hten. Bij grotere plannen vindt, indien nodig, een locatiebezoek plaats. De commissie beoordeelt het plan in de vergadering. De secretaris maakt hiervan een verslag. Via de ambtelijke behandelaren wordt het advies bekendgemaakt aan de aanvrager. Een getekend exemplaar van het welstandplan wordt meegezonden. Bij een positief advies kan de aanvraag verder worden opgepakt. Bij een negatief advies wordt de aanvrager verzocht het plan conform het advies aan te passen. Na ontvangst van het aangepaste plan, wordt dit opnieuw beoordeeld door de commissie ruimtelijke kwaliteit. Adviezen waarbij de commissie ‘negatief tenzij…’ heeft geadviseerd en die conform het advies zijn aangepast, worden ambte lijk afgedaan.

In onderstaand schema is het proces van de welstandstoets weergegeven.

- 12 -

LEUDAL

Ontvangst aanvraag

Is de bouwactiviteit vergunningsvrij?

JA

Is er sprake van een exces?

NEE

geen welstandsbeoordeling

Nee

Is de bouwactiviteit welstandsvrij?

JA

Aanpassen plan aan toetscriteria NEE NEE

Ambtelijke toets welstand mogelijk?

Aangepast plan ontvangen

JA

Voldoet het plan aan toetscriteria

NEE

NEE

Behandeling door commissie ruimtelijke kwaliteit

Op verzoek van aanvrager plan voorleggen aan commissie ruimtelijke kwaliteit

Voldoet plan aan welstandscriteria

JA

Positief advies

JA

Plan voldoet aan welstandscriteria

NEE

Aanpassen plan aan criteria

Negatief advies

Procedure welstandstoets

- 13 -

LEUDAL

5

Bijlagen

Bijlage 1 Welstandsgebieden, gebiedsbeschrijvingen en welstandscriteria P e r d e e l g e b i e d va n L e u d a l i s e e n b e s c h r i j vi n g o p g e s t e l d va n h e t b e t r e f f e n d e g e b i e d e n d e a a n w e zi g e k wa l i t e i t e n . A a n d e h a n d va n d e ze b e s c h r i j vi n g i s b e p a a l d o f e e n g e b i e d w e l s t a n d s v r i j o f we l s t a n d s p l i c h t i g i s . B i j w e l s t a n d s p l i c h t i g e g e b i e d e n zi j n d e we l s t a n d s c r i t e r i a a a n g e g e ve n . D e w e l s t a n d s p l i c h t i g e e n w e l s t a n d s vr i j e g e b i e d e n z i j n o p e e n ve r b e e l d i n g a a n g e g e ve n .

OVERZICHT WELSTANDSGEBIEDEN deelgebied

aanduiding

nummer

Pagina

welstandsgebied

16 18

2, welstandsvrij 1 en 2, noordzijde welstandsplichtig, overige gebieden welstandsvrij

Heibloem

woonbuurt

1

Neer bedrijventerrein

Bedrijventerrein

2

Neer kern

kern

3

21

1, welstandsplichtig

4

23

2, welstandsvrij 2, welstandsvrij

29

2, welstandsvrij 1 en 2, oude kern welstandsplichtig, overige gebieden welstandsvrij

Neer woonbuurt

woonbuurt

Roggel

woonbuurt

5

25

Vrijkenstraat

bedrijventerrein

6

27

Baexem

Kern/woonbuurt

7

Grathem kern

kern

8

32

1, welstandsplichtig 2, welstandsvrij

Grathem woonbuurt

woonbuurt

9

34

Heythuysen kern

kern

10

36

1, welstandsplichtig 2, welstandsvrij 1 en 2, randzone welstandsplichtig, overige gebieden welstandsvrij

Heythuysen woonbuurt Heythuysen bedrijventerrein Arenbos

woonbuurt

11

39

bedrijventerrein

12

Kelpen-Oler

woonbuurt

13

40 43

14

45

2, welstandsvrij 1, welstandsplichtig

Bedrijventerrein Kelpen - Oler

bedrijventerrein

2, welstandsvrij

Buggenum kernlint

kernlint

15

47

Buggenum woonbuurt

woonbuurt

16

49

2, welstandsvrij 2, welstandsvrij 1 en 2, oude kern welstandsplichtig, overige gebieden welstandsvrij

Haelen en Nunhem

woonbuurt

17

51

Horn

kern/woonbuurt

18

Windmolenbos-Zevenellen

bedrijventerrein

19

54 57

Hunsel

Woonbuurt

20

59

2, welstandsvrij 2, welstandsvrij

2, welstandsvrij

Ell

woonbuurt

21

61

Haler

woonbuurt

22

63

2, welstandsvrij 2, welstandsvrij 1 en 2, randzone welstandsplichtig, overige gebieden welstandsvrij

Ittervoort

woonbuurt

23

65

Ittervoort bedrijventerrein

bedrijventerrein

24

Neeritter kern

Kern

25

68 71

Neeritter woonbuurt

woonbuurt

26

73

2, welstandsvrij

Buitengebied

buitengebied

27

75

1, welstandsplichtig

1, welstandsplichtig

- 14 -

LEUDAL

Kleurenrenvooi Kleuraanduiding welstandsgebieden De kleurindicatie op de kaarten geeft aan of een gebied welstandsvrij of welstandsplichtig is. We onderscheiden de volgende kleurindicaties:

Welstandsvrij gebied:

Welstandsplichtig gebied ‘kernen’

Welstandsplichtig gebied ‘buitengebied

- 15 -

LEUDAL

Heibloem Algemene gebiedstypologie

Nr. 1 welstandsvrij gebied

Het gebied bestaat voornamelijk uit een woonbuurt uit de jaren 50. De kern ligt geïsoleerd tussen de landschapszone Heide en het noordelijke bosgebied. Het blokpatroon met woonstraten ligt rondom de Pater van Donstraat en rond de kerk. De kleinschalige kern bestaat voornamelijk uit woonbebouwing van jaren 50 tot 80. Kenmerkend is de situering van de woningen (achterkanten) tegen de bosrand. Westelijk van de Meijelseweg ligt het complex De Widdonck met paviljoenachtige woon- en schoolgebouwen in een open structuur. De Meijelseweg vormt een verkeersbarrière. Stedenbouwkundig Het patroon bestaat uit rechte straten met brede straatprofielen en open bebouwingsstructuur. De entreezone aan de Isidoorstraat en Pater van Donstraat met kerk aan het centrale plein zijn sterk amorf en ligt open naar het landschap. De ruimtelijke structuur is overwegend kleinschalig en bestaat voornamelijk uit decenniumwoningbouw in specifiek blokpatroon. De bebouwingsstructuur is open door veel groene ruimten. Kenmerkend zijn de duidelijke randen en zichtlijnen naar de bosrand. De kwaliteit van het bos is geen ruimtelijke kwaliteit van de kern. Tussen de agrarische bebouwing van de landschapszone Heide en de kern ligt een breed open gebied. De inrichting van het openbare gebied ondersteunt de belevingswaarde en de karakteristieke beeldwerking.

Bebouwing De bebouwing past over het algemeen in de kleinschalige basisstructuur, welke gevormd wordt door decenniuminvullingen van twee bouwlagen met kap. De bebouwing is georiënteerd op wegen en aan rooilijnen. Naast meer uniforme bouwstroken komt ook eigenbouw voor uit de jaren 80 - 90, twee lagen met kap in alle variëteiten van vorm en materiaal. Markant is de bebouwing van Jongensdorp De Widdonck, met gebouwen uit de jaren 50 gesitueerd als paviljoens in een bos omgeving, op korte afstand van de kern Heibloem. Welstandsvisie Het gebied is geheel welstandsvrij omdat de dynamiek en kwaliteit van de bebouwing relatief laag is. Het beleid is gericht op eigen verantwoordelijkheid en zelfsturing van de burgers. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke en esthetische inpassing en afstemming met zijn omgeving.

- 16 -

LEUDAL

Kern Heibloem

- 17 -

LEUDAL

Neer bedrijventerrein

Nr. 2

Algemene gebiedstypologie

Hoek Hoven-Heldenseweg: welstandsplichtig.

Het gebied bestaat in hoofdzaak uit bedrijven van relatief kleinschalige opzet. Het gebied ligt langs de Heldenseweg en Hoven. Aan de Noordzijde grenst het gebied aan het buitengebied van Roggel en Neer. Aan de zuidzijde is de kern van Neer gelegen.. Het bedrijventerrein markeert, komend vanuit buitengebied aan de noordzijde, de entree van Neer.

Overig gebied Neer bedrijventerrein: welstandsvrij gebied

Stedenbouwkundig Het bestaande bedrijventerrein bestaat uit loodsen en open opslagterreinen langs de Heldenseweg en heeft één aparte toegangsweg. Het bestaande terrein heeft geen grote samenhang en bestaat uit bedrijven die kort op elkaar gelegen zijn en een relatief lage kwaliteit hebben. Aan de Heldenseweg is één bedrijfswoning gelegen. Aan de noordzijde (ten noorden van de watergang Hennekesloop), is een bedrijfslocatie gelegen, bestaande uit: 1. een aan de zijde van de Heldenseweg gelegen bedrijfskavel voor eierbewerking en –verwerking, inclusief een bedrijfswoning op de hoek Heldenseweg-Hoven, alsmede 2. een daarachter gelegen agrarisch bouwvlak voor intensieve veehouderij. Deze locatie wordt her ontwikkeld. Het gehele perceel krijgt een bedrijfsbestemming. Op dit perceel wordt het mogelijk om bouwwerken te realiseren met een hoogte van maximaal 12 meter. Dit is 4 meter hoger dan de bedrijfsgebouwen op het bestaande bedrijventerrein. De gebouwen op dit perceel gaan daardoor als een ‘landmark’ fungeren, komend vanuit het buitengebied van Neer aan de noordzijde en draagt hierdoor bij aan de belevingswaarde van het gebied. Voor het bestaande bedrijventerrein is dit niet het geval. Dit gedeelte draagt minimaal bij aan de belevingswaarde en de uitstraling van het gebied. De overgang naar de woonkern van Neer is vrij abrupt.

Bebouwing De bebouwing op het industrieterrein bestaat overwegend uit loodsen en incidenteel bijbehorende kantoorgebouwen of bedrijfswoongebouwen in horizontale geleding. Er is een beperkte structurele opbouw of zonering van opslagzones en bebouwing. Materiaalgebruik is niet specifiek bepaald, maar veelal industrieel van aard. De toekomstige bebouwing op het perceel HovenHeldenseweg dient representatiever van aard te zijn, minder industrieel van aard en dient goed aan te sluiten op de overgang naar het welstandsplichtige buitengebied. Speciale aandacht is nodig om de hoogte van de bebouwing op een goede wijze bij de omgeving te laten aansluiten en voor representatievere voorbouwen. De bebouwing dient een grotere architectonische waarde te krijgen dan op het overige (bestaande) bedrijventerrein. Welstandsvisie Het welstandbeleid is, ten aanzien van het bestaande bedrijventerrein, gericht op het handhaven van de bestaande structuur. Uitbreidingen en aanpassingen dienen in hoge mate te worden afgestemd op de merendeels kleinschalige basisstructuur van bedrijven. Aandacht is nodig voor de ruimtelijke kwaliteit van de nieuw te realiseren bedrijven op de hoek Hoven en Heldenseweg.

- 18 -

LEUDAL

Welstandsvisie Het welstandsbeleid is gericht op een kwalitatieve invulling van het perceel gelegen op de hoek Hoven-Heldenseweg, zodat deze hogere gebouwen en bouwwerken op een goede ruimtelijke en esthetische wijze aansluiten bij de omgeving en hierdoor een kwalitatieve landmark ontstaat, komend vanuit het buitengebied aan de noordzijde van Neer. Dit gebied is de entree van Neer vanuit het Noorden. Een goede kwaliteit van de bebouwde omgeving is positief voor de belevingswaarde van dit gebied. Bedrijven op het overige gedeelte van het (bestaande) bedrijventerrein hebben een lage kwaliteit. Dit gebied is geheel welstandsvrij. Het beleid is hier gericht op eigen verantwoordelijkheid en zelfsturing van de burgers en ondernemers. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke en esthetische inpassing en afstemming met zijn omgeving.

Welstandcriteria Aandachtspunten stedenbouwkundig niveau Ligging in de omgeving  Behoud of verbetering van de bestaande ruimtelijke structuur Massa en vorm van het gebouw  Representatieve voorbouw voor grootschalige massa’s  Geleding van grootschalige massa’s  Vernieuwende bouwplannen mogelijk  Bouwhoogte zo mogelijk visueel verkleinen Welstandscriteria architectuurniveau Materiaal en kleur:  Overwegend gedekte kleurgebruik en industrieel materiaalgebruik  Materiaaltoepassing en kleurstelling zorgen voor visuele verkleining van hoge bouwmassa’s  Representatieve voorbouwen bestaand uit een minder industrieel materiaalgebruik Overige beleidsaspecten   

Algemene (vangnet) criteria Excessenregeling Reclamenota Leudal

- 19 -

LEUDAL

Neer bedrijventerrein

- 20 -

LEUDAL

Neer kern Algemene gebiedstypologie Het gebied bestaat uit een veelvoud van specifieke terreinen met elk een eigen karakteristieke kwaliteit die grotendeels te herleiden is tot het historisch patroon van wegen en lintbebouwing (Steeg, Engelmanstraat, Bergerstraat, Veurtje, Hanssum). De historische kleinschalige structuur is gelegen op een zandrug langs de Maas. Karakteristiek als Maasdorp is de situering van de kerk aan de pleinruimte met groot hoogteverschil. Beeldbepalend zijn het dal naast het kerkhof, de Neerbeekzone deels achter de gesloten straatwand Engelmanstraat en het open gebied tussen Goot en Veurtje. Noordelijk van het gebied liggen de Napoleonsweg en een decenniumwoonbuurt. Het historisch patroon van het gebied Hansum wordt gekenmerkt door veel decenniumbebouwing en bedrijfsgebouwen aan de Maaskade Schoor. De ruimtelijke kwaliteit wordt sterk bepaald door de belevingswaarde van de hoogteverschillen en de markante uitzichten over het landschap.

Nr. 3 welstandsplichtig gebied

Stedenbouwkundig Karakteristiek zijn de linten van historische en oudere bebouwing, bestaande uit relatief gesloten straat wanden en smalle wegprofielen met kleinschalige bebouwing. Het gebied Kerkplein vormt een waardevol en karakteristiek ensemble. De jongste ingrepen met etagewoningen en voorzieningen alsook de inrichting van het openbare gebied (grondkeermuur tussen de twee pleinen) zijn gevolg van de dynamische ontwikkeling maar vormen zeer sterke contrasten met de bestaande context van bouwhoogte, vormgeving, materialen en kleur. Aan alle straten hebben decenniumuitbreidingen plaatsgevonden in relatief kleinschalig basisstructuur en decenniumvormgeving. De inrichting van het openbare gebied is relatief hoogwaardig. Inbreidingen van commerciële ruimte en hoogbouw in 3 tot 4 lagen rond Kwir en Spuitjes vormen een sterk contrast met de bestaande korrel maar ondersteunen de beeldwerking van de kern niet optimaal. De Napoleonsweg vormt een barrière: ruimtelijk qua profiel en functioneel qua verkeersfunctie en bedrijvigheid. Markant is de Maaskade en (grootschalige) bedrijfsbebouwing Soerendonck (Hanssum) die een eigen korrel en vormgeving hebben. Karakteristiek zijn de bungalows aan Schoor met markant uitzicht op de Maas. Bebouwing Karakteristieke oudere bebouwing qua maat en vormgeving passend in de kleinschalige basisstructuur, twee bouwlagen met kap.

De decenniuminvullingen in de kernzone bestaan grotendeels uit woningen in twee bouwlagen met kap. Markant zijn de relatief grootschalige decenniuminvullingen die sterk contrasteren in maat, vormgeving en vooral in kleur en materialen (Hoogstraat, Kerkplein en Spuitjes). De bebouwing is georiënteerd op (historische) wegen en aan rooilijnen. Kleur en materiaalgebruik zijn overwegend (rode) baksteen en natuursteen. De detaillering bij monumentale gebouwen is verfijnd (raamlijsten en dakranden). Het gebied Kerkplein vormt een monumentaal ensemble. Welstandsvisie Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden van de bestaande kwaliteiten. Uitgaande van de dynamiek kunnen maatregelen worden opgenomen om de gewenste kwaliteit te sturen naar een beeldvorm met meer gemeenschappelijke elementen die aansluiten op de karakteristiek van de kern. Aanpassingen dienen in hoge mate te worden afgestemd op de kleinschalige basisstructuur Aandacht is nodig voor de ruimtelijke kwaliteit in de randzones langs de Maas.

- 21 -

LEUDAL

Welstandscriteria Gebiedsgerichte beoordelingskaders   

Ontwikkelingen dienen ondersteunend te zijn voor de belevingswaarde van de woongebieden van de lintbebouwing. Verstoring van het bestaande waardevolle karakter dient voorkomen te worden. Bijzondere aandacht voor de gebiedseigen structuur van openheid.

Stedenbouwkundige aandachtspunten  Ligging in de omgeving  Behoud van de bestaande ruimtelijke structuur  Oriëntatie van bebouwing op de hoofdstructuur Massa en vorm van het gebouw  Vernieuwende bouwplannen qua verschijningsvorm en belevingswaarde afstemmen op de stedenbouwkundige structuur en korrelgrootte, waarbij accenten toegestaan kunnen worden die positief afwijken op een of twee punten van de bestaande stedenbouwkundige context.  Het overwegend kleinschalig en bestaande beeld respecteren. Welstandscriteria architectuur niveau Detaillering  Kleinschalige gevelgeleding Materiaal en kleur  Structuur materiaal: baksteen, hout terughoudende toepassing van plaatmateriaal en panelen.  Gebruik van natuurlijke kleuren en bouwmaterialen (rode baksteen, gesmoorde pannen en aanverwanten). Bij gestucte gevels ingetogen historisch kleurenpalet toepassen. Beperken of vermijden van felle synthetische kleuren. Overige aandachtspunten:    

Algemene (vangnet) criteria Excessenregeling Reclamenota Leudal Monumentenbeleid

- 22 -

LEUDAL

Neer woonbuurt

Nr. 4

Algemene gebiedstypologie De woonbuurt wordt gekenmerkt door relatief grootschalige decenniumuitbreidingen noordoostelijk van de oudere kern (Napoleonsweg en Baand) en aan uitwaaiernde linten Heldenseweg en Kappert. De Napoleonsweg vormt een barrière qua profiel en verkeersfunctie maar opvallend is de dynamiek van bedrijvigheid en uitstraling van deze zone. Typerend is het patroon van de Kruisstraat dat letterlijk doorsneden wordt door de verkeersweg. Het gebied bestaat overwegend uit woningen met kenmerkende hoogteverschillen in het terrein. Grootschalige complexen voor scholen contrasteren met de kleinschalige basisstructuur. Karakteristiek is de open zone met weiden en tuinen tussen Baand en Bergerstraat rondom Veurtje. Aan de Heldenseweg en Napoleonsweg staan bedrijfsloodsen aan de rand van de kern.

welstandsvrij gebied

Stedenbouwkundig De woonbuurt wordt ontsloten vanaf de Steeg en Maasweg. Decenniumbebouwing is gegroepeerd per straat, incidenteel komt strokenbouw voor uit de jaren 50-60 en oudere bebouwing met overwegend tweekappers in een open bebouwingsstructuur. De Maasweg markeert de rand van de kern, bebouwing uit jaren 70 en 80. De gebieden Veurtje en Ulensvaaren bevatten eigenbouw uit de jaren 80 - 90, twee lagen met kap in alle variëteiten van vorm en materiaal in een hoge dichtheid ten opzichte van de rest van de woonkern. De inrichting van openbaar gebied is ondersteunend voor de belevingswaarde. Typerend is de uitwaaiering aan Napoleonsweg met bedrijfsgebouwen en oudere woningen zowel richting Kesseleik als Haelen. In het gebied Kappert waaiert bebouwing parallel aan de Napoleonsweg uit. Aan de Heldenseweg klontert de bebouwing vast van bedrijven vast aan de kleinschalige landschapszone Brumholt en Keizerbos. De bedrijvenzone Heldenseweg bestaat uit grootschalige loodsen en opslagterreinen die zeer sterk contrasteren met de omgeving. De inrichting van het bedrijvengebied is minimaal ondersteunend voor de beeldvorm. Bebouwing De bebouwing bestaat overwegend uit twee bouwlagen met kap in een open structuur in decenniumvormgeving. Opvallend zijn verdichtingen als Veurtje en Ulensvaaren.

Karakteristiek zijn de incidentele ouder gebouwen in een laag met mansardekap, zeer dicht gesitueerd tegen de Napoleonsweg. De bedrijfsgebouwen vormen zeer grote contrasten in maat, kleur, reclame en verschijningsvorm ten opzichte van de basisstructuur. Welstandsvisie Het gebied is geheel welstandsvrij omdat de dynamiek en kwaliteit van de bebouwing relatief laag is. Het beleid is gericht op eigen verantwoordelijkheid en zelfsturing van de burgers. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke en esthetische inpassing en afstemming met zijn omgeving.

- 23 -

LEUDAL

Neer

- 24 -

LEUDAL

Roggel Algemene gebiedstypologie Het gebied bestaat uit meerdere specifieke terreinen met eenbepaalde karakteristieke kwaliteit. Het historisch wegenpatroon (Raadhuisstraat, Markt, Dorpstraat, Molenweg, Koppelstraat, Kloosterstraat) is in hoge mate ingevuld met decenniumbebouwing. De Roggelsebeek deelt de woonbuurten rondom het oude patroon in twee delen. De ontsluitingsweg Tramstraat vormt functioneel en ruimtelijke een barrière.

Nr. 5 welstandsvrij gebied

Stedenbouwkundig De historische wegen zijn sterk aangetast door de dynamische ontwikkeling van het kleinstedelijk voorzieningenniveau en inbreidingen. Relatief open straatwanden en brede wegprofielen met kleinschalige bebouwing kenmerken de structuur. De Markt is sterk amorf door aaneenschakeling van diverse open ruimten (parkeergebied, beekzone), situering van de kerk en sterk contrasterende bouwvolumes van commerciële ruimte en etagebouw in 3 lagen rond plein en Dorpstraat. Decenniumuitbreidingen hebben aan alle straten plaatsgevonden in relatief kleinschalig basisstructuur en vormgeving, gegroepeerd in blokken of clusters met karakteristiek stedenbouwkundige patronen en inrichting openbaar gebied. Tussen Neerderweg, Kloosterstraat, Molenweg liggen rechthoekige blokpatronen, incidenteel strokenbouw uit de jaren 50 - 60 en overwegend tweekappers. Het gebied wordt gekenmerkt door een open bebouwingsstructuur maar Baetserveldsingel en Helmsplein vormen inbreidingen uit de jaren 80 – 90 met hoge dichtheid. Het gebied Burg. Mertensstraat, Tramstraat, Koppelstraat bevat veel jaren 50 – 70 woonbebouwing in twee lagen en stroken. Opvallend zijn de commerciële ruimten en bedrijven bij het kruispunt Kerkstraat, Tramstraat. De Roggelsebeekzone heeft verschillende kwaliteiten door situering van voorkanten (Apollolaan) of achterkanten (Beeklaan).

Noordelijk van Koppelstraat en Kloosterstraat liggen jaren 90 uitbreidingen in open structuur en vormgeving. De kleinschalige bebouwing rond Laak met agrarische- en bedrijfsbebouwing vormt een zone ontwikkelingsgebied dat uitwaaiert vanuit de kern in een zeer open structuur. Bebouwing Dit gebied bevat incidenteel oudere bebouwing in kleinschalige basisstructuur van ander halve bouwlaag met kap staan tussen de decenniumbebouwing van woningen in twee bouwlagen met kap. Markant zijn de relatief grootschalige decenniuminvullingen die sterk contrasteren in maat, vormgeving en vooral in kleur en materialen (Markt, Raadhuisstraat, Dorpstraat en Kloosterstraat). Incidenteel grootschalige gebouwen aan Tramstraat en Beeklaan vormen contrasten met de kleinschalige structuur. De bebouwing is georiënteerd op wegen en aan rooilijnen. Kleur en materiaalgebruik is overwegend (rode) baksteen en natuursteen. Monumenten zijn aangegeven in bijlagen. Welstandsvisie Het gebied is geheel welstandsvrij omdat de dynamiek en kwaliteit van de bebouwing relatief laag is. Het beleid is gericht op eigen verantwoordelijkheid en zelfsturing van de burgers. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke en esthetische inpassing en afstemming met zijn omgeving.

- 25 -

LEUDAL

Roggel

- 26 -

LEUDAL

Bedrijventerrein Vrijkenstraat Roggel Algemene gebiedstypologie

Nr. 6

welstandsvrij gebied

Het gebied bestaat in hoofdzaak uit eenvoudige gebouwen, loodsen en opslagterreinen aan de Vrijkenstraat. De bebouwing ligt relatief ver van de weg en wordt afgeschermd door groenstroken. De Vrijkenstraat vormt een toegang tot het woonlint de (Kleine en Grote) Laak. Stedenbouwkundig Het gebied bestaat uit verspreide gebouwen en loodsen. De infrastructuur van toegangsweg en groenzone langs de Vrijkenstraat is ruim van profiel. De entreesituatie is amorf door de opslagterreinen en utilitair ingericht. De inrichting van het openbare gebied is minimaal ondersteunend voor de belevingswaarde en de uitstraling van de recreatieve activiteiten. Bebouwing De bebouwing bestaat overwegend uit loodsen en incidenteel woningen die sterk gericht zijn op de bedrijfsactiviteiten en hebben een eigen beeldwerking. Materiaalgebruik is niet specifiek bepaald, maar veelal industrieel van aard. Welstandsvisie De kwaliteit van het gebied is laag. Hierdoor is het gehele gebied welstandsvrij. Het beleid is gericht op eigen verantwoordelijkheid en zelfsturing. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke en esthetische inpassing en afstemming met zijn omgeving.

- 27 -

LEUDAL

Bedrijventerrein Vrijkenstraat

- 28 -

LEUDAL

Baexem

Nr. 7

Algemene gebiedstypologie

Oude kern en Mariabosch: welstandsplichtig.

De woonbuurten ten oosten en westen van de lintzone Stationstraat Dorpstraat bestaat overwegend uit decenniumwoonbuurten. Opvallend zijn de sportvelden en school midden in het woongebied en de moderne kerk (Mgr. Kierkelsplein) aan de rand van de kern. De kern wordt nog omgeven door relatief open agrarisch gebied. De Rijksweg vormt een barrière door de sterke verkeersfunctie en kenmerkt zich door een grote variëteit in bebouwing en bedrijvigheid. De weg is de hoofdontsluiting van Leudal vanuit de richting Roermond. Noordoostelijk van de kerk ligt een kleinschalige jaren 80 woonbuurt. De bedrijventerreinen aan de St. Antoniusstraat en Geenraderweg maken deel uit van het welstandsgebied. Bij het station sluit de woonbuurt aan op de landschapszone rond De Horck (Parallelweg, Nieuwstraat). De Rijdtbeek loopt langs de kern en is als ruimtelijke kwaliteit minimaal bepalend (Rhijdtstraat, Stationstraat, Lindelaan). De incidentele uitzichten over het landschap zijn beeldbepalend vanuit de woonbuurten.

Overige gebieden: welstandsvrij gebied

Stedenbouwkundig De route Dorpstraat en Stationstraat vormen de ontsluiting. Deze straat vormt een barrière: ruimtelijk qua profiel en functioneel qua verkeersfunctie. Decenniumvormen zijn gegroepeerd per straat, incidenteel komt strokenbouw voor uit de jaren 50-60 overwegend als tweekappers (Abdisstraat, Schepenstraat). De bebouwing in de randzones is overwegend zeer open van structuur. Opvallend is de geïsoleerde ligging van de woonbuurt Herenslagstraat en Van Breestraat. De bedrijven aan de Geenraderweg bestaan uit bedrijfsloodsen in relatief kleinschalige opbouw en zijn haast ingesloten door de omringende woongebieden. De inrichting van het openbare gebied ondersteunt de belevingswaarde en de karakteristieke beeldwerking minimaal. De Rijksweg heeft een belangrijke functie voor de uitstraling en belveingswaarde van Baexem. Aandacht is hier nodig voor verbetering van de kwaliteit. Het gebied rondom kasteel Baexem heeft vanuit historisch oogpunt een belangrijke functie. Bebouwing Karakteristieke en oudere bebouwing komt beperkt voor, vooral in de Dorpstraat en Stationstraat en rondom kasteel Baexem en klooster mariabosch. In grote mate komen decenniuminvullingen voor die qua schaal en korrel redelijk aansluiten op de kleinschalige basisstructuur. Voorts komt eigenbouw uit de jaren 90 voor in twee lagen met kap in alle variëteiten van vorm en materiaal.

De bebouwing is georiënteerd op wegen en aan rooilijnen. Kleur en materiaalgebruik zijn overwegend (rode) baksteen. Welstandsvisie Het gebied rond het kasteel Baexem en het gebied rondom klooster Mariabosch zijn van belang voor de historische identiteit van Baexem. Deze gebieden zijn welstandsplichtig om de bestaande kwaliteit in stand te houden en te verbeteren. Het gebied langs de Rijksweg is belangrijk, omdat deze weg de toegang tot Leudal betreft. Aandacht is nodig om de kwaliteit hier sterk te verbeteren. Het overige gebied van Baexem is welstandsvrij omdat de dynamiek van de bebouwing en relatief laag is. Het beleid is hier gericht op eigen verantwoordelijkheid en zelfsturing. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke en esthetische inpassing en afstemming met zijn omgeving.

- 29 -

LEUDAL

Welstandscriteria welstandsplichtig gebied Baexem Aandachtspunten stedenbouwkundig niveau Ligging in de omgeving  Behoud van de bestaande ruimtelijke structuur  Oriëntatie van bebouwing op de hoofdstructuur van straten en rooilijnen Massa en vorm van het gebouw  Vernieuwende bouwplannen qua verschijningsvorm en belevingswaarde afstemmen op de stedenbouwkundige structuur en korrelgrootte, waarbij accenten toegestaan kunnen worden die positief afwijken op een of twee punten van de bestaande stedenbouwkundige context.  Het overwegend kleinschalige, bestaande beeld respecteren. Welstandscriteria architectuur niveau Detaillering  Kleinschalige gevelgeleding Materiaal en kleur  Structuur materiaal: baksteen, hout terughoudende toepassing van plaatmateriaal en panelen.  Gebruik van natuurlijke kleuren en bouwmaterialen. Bij gestucte gevels ingetogen historisch kleurenpalet toepassen. Beperken of vermijden van felle synthetische kleuren. Overige aandachtspunten:     

Algemene (vangnet) criteria Excessenregeling Reclamenota Leudal Monumentenbeleid Beeldkwaliteitsplan Mariabosch

- 30 -

LEUDAL

Baexem

- 31 -

LEUDAL

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=062a6559-4ea7-4f5a-a5df-9d9b19fbaf51