CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Vraag 18okt22 raadslid Schouten (D66) + Antwoord college 1nov22

Raadsvergadering 8 november 2022, gemeente LeudalBij agendapunt: Raadsvragen + Antwoorden13.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Heythuysen, 19 oktober 2022

Geacht college,

Naar aanleiding van de programmabegroting 2023-2026 wil ik namens de fractie van D66 een aantal schriftelijke vragen indienen. Wij willen wel verzoeken om een tijdige beantwoording, zodat we in staat zijn om het antwoord te bestuderen voor de raadsvergadering. • • • •

•

•

• • •

• • •

•

Pagina 19: Er wordt een preventie- en handhavingsplan alcohol gemaakt. Zijn er ook plannen om vroegtijdig en actief te signaleren of er sprake is van radicalisering, polarisering en extremisme? Pagina 26: Nieuwe visie Buggenums Veld: Wanneer kunnen wij deze nieuwe visie verwachten? Pagina 27, paragraaf 2.2.1.2: De focus ligt op het zoeken, vinden en binden van 4200 arbeidskrachten. In hoeverre zijn dit extra arbeidskrachten, of dient dit ook ter vervanging van huidige arbeidskrachten. Pagina 32, Wegvallen Stichting IKL, zijn de werkzaamheden die voorheen bij Stichting IKL lagen voldoende overgenomen door andere partijen? Zijn er werkzaamheden die niet meer worden uitgevoerd? Pagina 64, actiepunten uit zomernota: Het huidig college geeft hoge prioriteit aan burgerparticipatie. Onderzocht zal worden welke instrumenten daarbij werken. Ook wordt een Leudalse kinderraad. D66 hecht grote waarde aan deze actiepunten. Kan het college voor elk van de punten aangeven, wanneer concrete voorstellen verwacht kunnen worden? Pagina 77, afvalstoffenheffing: Op deze pagina lezen wij dat u streeft naar 100% kostendekking. In een onlangs gehouden commissievergadering werd door RD Maasland aangegeven dat de kwaliteit van het PMD afval zeer onder de maat is en als er niet snel actie wordt ondernomen de kosten de komende tijd zullen stijgen.

Hoe kijkt u hier tegenaan? Welke acties gaat u ondernemen op korte termijn om dit te voorkomen? Pagina 78-79: Hoe kan het zo zijn dat de dekking van de marktgelden 111% bedraagt, terwijl het uitgangspunt is 100% kostendekkende tarieven Pagina 120: Kunt u ons de visie brandweer 2030 toesturen? Wat gaat u concreet aanpassen de komende tijd? Pagina 153: De gebouwen van Sint Ursula Horn en Heythuysen zijn zo goed als afgeschreven. Heeft u voldoende middelen gereserveerd om binnen afzienbare tijd forse investeringen te gaan doen? Zo ja, wat is het budget voor een nieuw schoolgebouw? Pagina 188: de einddatum voor de reserve Meeropbrengst Toeristenbelasting is vastgesteld op 31-122020. Waarom wordt deze reserve niet afgesloten? Pagina 189: de boekwaardes voor de voormalige gemeentehuizen in Haelen en Hunsel zijn wel erg laag, is dit inclusief de grond? Pagina 204: zijn de risico’s voor de uitval van de ICT niet veel te laag ingeschat en is de mogelijke schade niet veel hoger dan 10000 €? De gemeente Hof van Twente rapporteerde een schade van miljoenen door de hack in december 2020; Pagina 217: waarom wordt het bedrag voor paspoorten gehalveerd?

D66-Raadsfractie Leudal, p/a Park 10, 6093 EL Heythuysen

pagina 1

Met vriendelijke groeten,

Namens de fractie van D66, Job van den Kerkhof, Jort Raemakers en Leo Schouten

D66-Raadsfractie Leudal, p/a Park 10, 6093 EL Heythuysen

pagina 2

2022/147 Nummer

1

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

D. Schmalschläger

Onderwerp

Preventie

Raadsvraag

Pagina 19: Er wordt een preventie- en handhavingsplan alcohol gemaakt. Zijn er ook plannen om vroegtijdig en actief te signaleren of er sprake is van radicalisering, polarisering en extremisme? Periodiek vindt er op de schaal van Midden-Limburg een overleg plaats over signalen van radicalisering, polarisering en extremisme. Hieraan neemt ook gemeente Leudal deel. In dit overleg worden nieuwe tendensen en signalen besproken en opgepakt. Er zal opnieuw aandacht worden gevraagd voor dit thema en het herkennen en melden van signalen bij toezichthouders, jongerenwerker en andere instanties zoals scholen die werkzaam zijn in de gemeente en signalen vroegtijdig kunnen herkennen.

Beantwoording raadsvraag

Nummer

2

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

M. Graef

Onderwerp

Buggenumse veld

Raadsvraag

Pagina 26: Nieuwe visie Buggenums Veld: Wanneer kunnen wij deze nieuwe visie verwachten? Ambtelijk is de voorbereiding opgestart. Uitwerking volgt na afstemming met het college. We streven naar oplevering in Q2 van 2023

Beantwoording raadsvraag

Nummer

3

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

R. Martens

Onderwerp

Arbeidskrachten

Raadsvraag

Pagina 27, paragraaf 2.2.1.2: De focus ligt op het zoeken, vinden en binden van 4200 arbeidskrachten. In hoeverre zijn dit extra arbeidskrachten, of dient dit ook ter vervanging van huidige arbeidskrachten. Het gaat om een vervangingsvraag van 3800 arbeidskrachten en om 400 extra arbeidskrachten.

Beantwoording raadsvraag

Nummer

4

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

R. Martens

Onderwerp

IKL

Raadsvraag

Pagina 32, Wegvallen Stichting IKL, zijn de werkzaamheden die voorheen bij Stichting IKL lagen voldoende overgenomen door andere partijen? Zijn er werkzaamheden die niet meer worden uitgevoerd? Op dit moment nog niet.

Beantwoording raadsvraag

De provincie Limburg heeft eerder aangegeven aan de slag te gaan met het landschapsbeheer in de provincie Limburg, omdat Stichting IKL is weggevallen. Hiervoor heeft de provincie verschillende gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders, waaronder de gemeente Leudal. De gemeente Leudal heeft altijd aangegeven de binding met en het onderhouden van het netwerk van vrijwilligers, het ophalen van projectideeën uit de gemeenschap en voorbereiden van projecten en lokale gebiedskennis erg belangrijk te vinden. Inmiddels heeft de provincie Limburg Stichting het Limburgs Landschap bereid gevonden een steunpunt voor vrijwilligers op te richten. Dit moet medio 2023 operationeel zijn. In de tussentijd zijn een aantal werkzaamheden, die voorheen door Stichting IKL werden uitgevoerd, door de gemeente Leudal zelf opgepakt. Waaronder het weidevogelproject, de uitvoering van het 37.000 Bomenplan, realiseren van een soortenbos (arboretum van voorkomende bomen en struiken in het Natura 2000 gebied Leudal) en organiseren van een werkdag in de Aod Prinse Bóngerd in Heythuysen. In het voorjaar 2022 zijn 2 keer fruitbomen uitgereikt aan inwoners en binnenkort wordt een nieuwe Aanplantregeling opengesteld. In overleg met de Industriële Vereniging Ittervoort (IVI) wordt gekeken op welke wijze we het bedrijventerrein Ittervoort kunnen vergroenen.

Daarnaast heeft de gemeente Leudal ook ondersteuning gevraagd bij andere partijen om werkzaamheden (deels) over te nemen. Zoals de herinrichting van de voormalige voetbalvelden in Nunhem en de uitvoering van de Aanplantregeling. Daarnaast zijn via het MensOntwikkelBedrijf (MOB) een aantal uilennestkasten gemaakt die worden geplaatst door de Uilenwerkgroep Leudal. Via de Plattelandscoöperatie is de regeling Bloem- en Vogelrijke akkerranden uitgerold in de gemeente Leudal, waarbij in 2022 in totaal 4,26 hectare in ingezaaid in de gemeente Leudal door 31 deelnemers. Andere zaken, zoals het vergroenen van schoolpleinen, Boomfeestdag (het aanplanten van bomen met kinderen van de verschillende basisscholen), Natuurwerkdagen met de basisscholen, de Hakhoutbrigade (inwoners die onder begeleiding werkzaamheden uitvoeren in houtopstanden en in ruil daarvoor stamhout mogen meenemen), het Dorp van de Maand, schoon maken van de mezennestkastjes en organiseren van workshops en cursussen, zijn helaas in 2022 niet tot uitvoering gekomen. We zijn daarnaast aan het kijken op welke wijze we het landschapsbeheer in de gemeente Leudal op een structurele en duurzame manier kunnen borgen, mede met ondersteuning van de vele vrijwilligers die actief (willen) zijn in het landschapsbeheer.

Nummer

5

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

R. Martens en D. Schmalschläger

Onderwerp

Burgerparticipatie en Kinderraad

Raadsvraag

Pagina 64, actiepunten uit zomernota: Het huidig college geeft hoge prioriteit aan burgerparticipatie. Onderzocht zal worden welke instrumenten daarbij werken. Ook wordt een Leudalse kinderraad. D66 hecht grote waarde aan deze actiepunten. Kan het college voor elk van de punten aangeven, wanneer concrete voorstellen verwacht kunnen worden? Actiepunt 1: Als een besluit moet worden genomen dat alle inwoners direct raakt, dan kan besloten worden om de inwoners daarover voorafgaand aan een besluit te raadplegen

Beantwoording raadsvraag

Een van onze basisprincipes voor participatie (zie ook het onlangs vastgestelde participatiebeleid) is dat de aard van de opgave de aanpak voor het participatietraject bepaalt. Dat wil zeggen dat afhankelijk van het vraagstuk we de juiste belanghebbenden betrekken. Niet alleen bepaalt het vraagstuk de aanpak van hoe we samenwerken, maar ook in hoeverre er ruimte is om mee te denken of te doen door belanghebbenden. Hierbij maken we gebruik van de ‘participatieladder’ en denken we vooraf goed na over onze rollen aan de hand van de ‘meervoudige overheid’. Bij huidige beleidsontwikkelingen en projecten wordt al actief participatie (burgerparticipatie) toegepast, met de kanttekening dat dit nog geen gemeengoed is binnen de gehele organisatie. Om ervoor te zorgen dat dit wel een standaard werkwijze wordt, zal in 2024 het tweede deel van het participatiebeleid worden opgeleverd waarin we afspraken maken hoe wij als decentrale overheid inwoners in staat stellen te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van al ons beleid. Hiermee anticiperen wij op de nieuwe wet ‘Wet Versterking participatie op decentraal niveau’. Deze wet verplicht decentrale overheden om participatie toe te passen bij alle beleidsontwikkelingen en projecten. Overigens is dit een uitbreiding van artikel 150 van de Gemeentewet.

Op dit moment is dit nog een wetsvoorstel waar de 1e en 2e Kamer zich nog over moeten buigen. Actiepunt 2: We gaan voortvarend met participatie aan de slag. De komende periode onderzoeken we instrumenten die ons daarbij kunnen helpen en werken we deze verder uit. Daarbij denken we aan burgerpanels en referenda Naast het ontwikkelen van het participatiebeleid deel II wordt er aan de hand van dat beleid ook een uitvoeringsprogramma uitgewerkt. Bij de uitwerking daarvan nemen we de te ontwikkelen instrumenten mee. We moeten ervoor waken dat we ons niet blind staren op het instrument zelf, maar dit moet een logische keuze zijn in de behoefte die past bij de beleidsdoelstellingen. Ook hier vallen we weer terug op een van onze basisprincipes, de aard van de opgave bepaalt de aanpak en daarbij horen ook de instrumenten. Nadat het participatiebeleid is vastgesteld, wordt in 2024 een start gemaakt met het uitvoeringsprogramma/-plan waarvan de instrumenten zeker een belangrijk onderdeel zijn. Actiepunt 3: We nodigen insprekers nadrukkelijk uit om gebruik te maken van hun recht om mee te spreken tijdens de beraadslagingen in de commissievergaderingen Inwoners c.q. belanghebbenden moeten altijd gewezen worden op de mogelijkheid om tijdens de commissievergaderingen gebruik te maken van hun spreekrecht. .

Actiepunt 4: Er komt een Leudalse Kinderraad. Zo krijgt de stem van de Leudalse jeugd een stevige positie In 2022 is het participatiebeleid deel I vastgesteld. Dit focust zich op de verplichte participatie binnen de Omgevingswet. Uitwerking en implementatie van dit beleid vindt 2023 plaats. In 2024 wordt participatiebeleid deel II opgesteld. Hierin ligt de focus op burger- en overheidsparticipatie voor al het gemeentelijk beleid. In dit beleid wordt ook onderzocht welke instrumenten ingezet kunnen worden. Een van de basisprincipes van het participatiebeleid is dat de aard van de opgave de aanpak bepaalt. Vanuit de aanpak bepaal je vervolgens wie je bij het participatietraject wil betrekken en welke instrumenten je gaat inzetten. Hierbij is zeker ook altijd aandacht voor jongeren in de leeftijdscategorie 12 - 18 jaar. Een mogelijke kinderraad is onderdeel van participatiebeleid II. Het instrument kinderraad dient in eerste instantie onderzocht te worden. Wat is het doel van deze raad? Wat zijn de wensen vanuit de politiek? Welke doelgroep hebben we voor ogen (basisschoolkinderen of jonge pubers)? Hoe zou de jeugd dit instrument willen vormgeven? Uit het onderzoek moet blijken of een Leudalse kinderraad het juiste instrument is om de stem van kinderen en de jeugd beter te laten doorklinken binnen de gemeente of dat er alternatieven zijn die wellicht beter werken.

Nummer

6

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

H. Wijers

Onderwerp

Afval

Raadsvraag

Pagina 77, afvalstoffenheffing: Op deze pagina lezen wij dat u streeft naar 100% kostendekking. In een onlangs gehouden commissievergadering werd door RD Maasland aangegeven dat de kwaliteit van het PMD afval zeer onder de maat is en als er niet snel actie wordt ondernomen de kosten de komende tijd zullen stijgen. Hoe kijkt u hier tegenaan? Welke acties gaat u ondernemen op korte termijn om dit te voorkomen? Samen met RD Maasland gaan we in week 44 t.e.m. 46 vijf dagen in de week monitoren op de zeven wijkmilieuparkjes waar de meeste bijplaatsingen zijn. We analyseren wat precies het probleem is en komen daarna met een plan van aanpak om op enkele locaties gedurende enkele maanden te monitoren en te handhaven. Daarnaast gaat er binnenkort een brief uit naar alle inwoners om hen op dit probleem te wijzen met een geïllustreerde lijst van wat wel en niet bij het PMD mag. Middels communicatie en handhaving maken we onze inwoners meer bewust van de noodzaak om de afvalstromen goed te scheiden en hopen we verdere kostenverhogingen te vermijden.

Beantwoording raadsvraag

Nummer

7

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

H. van Helden

Onderwerp

Marktgelden

Raadsvraag

Pagina 78-79: Hoe kan het zo zijn dat de dekking van de marktgelden 111% bedraagt, terwijl het uitgangspunt is 100% kostendekkende tarieven In de tabel op pagina 78-79 zijn de nieuwe kosten die door verdeeld worden voor de marktmeester niet juist opgenomen. De totale kosten komen daarmee op 20.746 en de kostendekkendheid op 71%, daarmee is het niet meer dan 100% kostendekkend. Gelet op de geringe kosten en baten zullen de tarieven niet verder worden bijgesteld.

Beantwoording raadsvraag

Nummer

8

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

D. Schmalschläger

Onderwerp

Brandweer

Raadsvraag

Pagina 120: Kunt u ons de visie brandweer 2030 toesturen? Wat gaat u concreet aanpassen de komende tijd? Gemeente gaat niet over de brandweervisie. Dit ligt bij de Veiligheidsregio Limburg-Noord. De brandweervisie is als bijlage toegevoegd.

Beantwoording raadsvraag

Nummer

9

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

R. Martens

Onderwerp

st Ursula

Raadsvraag

Pagina 153: De gebouwen van Sint Ursula Horn en Heythuysen zijn zo goed als afgeschreven. Heeft u voldoende middelen gereserveerd om binnen afzienbare tijd forse investeringen te gaan doen? Zo ja, wat is het budget voor een nieuw schoolgebouw? Binnen de gemeentelijke begroting heeft Sint Ursula nog een boekwaarde van € 3.458.245 met een afschrijvingslast van € 130.685 per jaar. Van deze afschrijvingslast wordt € 15.000 gedekt uit de reserve.

Beantwoording raadsvraag

Indien de gemeente besluit om een nieuwe school te bouwen, dan dient de boekwaarde van het oude pand afgeraamd te worden. Deze kan in dat geval gedekt worden uit bijvoorbeeld de algemene reserve. De kapitaallasten van de nieuw te bouwen school kan voor € 115.000 worden gedekt uit de vrijvallende kapitaallasten van de huidige school. Voor de overige kapitaallasten zijn nog geen reserveringen gemaakt binnen de gemeentelijke begroting.

Nummer

10

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

H. van Helden

Onderwerp

Reserve toeristenbelasting

Raadsvraag

Pagina 188: de einddatum voor de reserve Meeropbrengst Toeristenbelasting is vastgesteld op 31-12-2020. Waarom wordt deze reserve niet afgesloten?

Beantwoording raadsvraag

Ondernemers kunnen op basis van de oude regeling inzake de toeristenbelasting nog een teruggave aanvragen. Op het moment dat deze niet meer ingediend kunnen worden, zal de reserve worden afgesloten waarbij een bestemming voor het saldo zal worden voorgesteld.

Nummer

11

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

H. van Helden

Onderwerp

Boekwaardes

Raadsvraag

Pagina 189: de boekwaardes voor de voormalige gemeentehuizen in Haelen en Hunsel zijn wel erg laag, is dit inclusief de grond? Dit is inderdaad de volledige boekwaarde van beide locaties.

Beantwoording raadsvraag

Nummer

12

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

D. Schmalschläger

Onderwerp

Risico ICT

Raadsvraag

Pagina 204: zijn de risico’s voor de uitval van de ICT niet veel te laag ingeschat en is de mogelijke schade niet veel hoger dan 10000 €? De gemeente Hof van Twente rapporteerde een schade van miljoenen door de hack in december 2020; De gemeente heeft de technische zaken op orde. Vandaar dat de kans als laag ingeschat wordt. Met name de back-up wordt op een externe locatie, volledig losstaand van de IT-omgeving, bewaard en daarmee kunnen we de IT-omgeving weer kunnen opbouwen. voor de on-premise zaken/dienstverlening. Daarnaast wordt dit back-up herstel proces jaarlijks getest met een rapport, om zeker te zijn dat we de omgeving snel en effectief kunnen herstellen. In de weerstandscomponent is uitgegaan van het technisch herstellen naar een werkbare situatie.

Beantwoording raadsvraag

Nummer

13

Datum ontvangst

19-10-2022

Indiener

L. Schouten

Politieke partij

D66

Portefeuillehouder

H. van Helden

Onderwerp

Kerngegevens

Raadsvraag

Pagina 217: waarom wordt het bedrag voor paspoorten gehalveerd?

Beantwoording raadsvraag

Dit betreft niet het bedrag maar het aantal verwachte uit te geven paspoorten. In volgende begrotingen en jaarstukken, zal worden aangegeven of het euro's of stuks betreft bij de tabellen.

Brandweer LimburgNoord in 2030 Toekomstvisie op de repressieve brandweerzorg (een verkennend onderzoek)

Versie 1.0 01-10-2020

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ..........................................................................................................................................3

2.

Huidige situatie ..............................................................................................................................4

3.

Terugblik.........................................................................................................................................8

4. Trends en ontwikkelingen...........................................................................................................10 4.1 Demografie ......................................................................................................................................10 4.2 Economie.........................................................................................................................................12 4.3 Sociaal-Cultureel .............................................................................................................................14 4.4 Technologie .....................................................................................................................................19 4.5 Ecologie ...........................................................................................................................................21 4.6 Politiek-Juridisch ontwikkelingen .....................................................................................................22 5.

Analyse .........................................................................................................................................23

6.

Conclusies....................................................................................................................................27

7.

Voorstel ........................................................................................................................................29

2

1. Inleiding Waarom een toekomstvisie op de repressieve hulpverlening? Op 5 juli 2019 heeft het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Limburg-Noord besloten om een commissie brandweerzorg in te stellen. De opdracht aan de commissie luidt: ‘Kom uiterlijk tijdens de bestuursconferentie (najaar 2020) met een uitgewerkt voorstel hoe de brandweer georganiseerd moet zijn om toekomstbestendige brandweerzorg te kunnen leveren aan de inwoners van de regio. Ga hierbij uit van het jaar 2025 als het jaar waarin de implementatie van de voorstellen zou moeten zijn geëffectueerd. Maak hierbij nadrukkelijk gebruik van landelijke ontwikkelingen en externe deskundigheid.’ De opdracht in 1 zin: Werk uit hoe de repressieve brandweerzorg toekomstbestendig georganiseerd is in de regio LimburgNoord vanaf 2030 (omdat 2025 al erg dichtbij is). Op welke vragen geeft de toekomstvisie antwoord? Om te komen tot een beeld van de repressieve brandweerzorg van 2030, zijn antwoorden op de volgende vragen nodig: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Hoe ziet de toekomst eruit? Wat is de hulpvraag vanuit de samenleving? Wie kan de hulpvraag beantwoorden? Welk deel van de hulpvraag komt bij de repressieve brandweer terecht? Welke technieken staan ons ter beschikking? Welk kwaliteitsniveau willen wij bieden? Hoe organiseren wij de repressieve brandweer?

Wie is erbij betrokken? De samenstelling van de commissie is als volgt:       

Burgemeester S. Strous, voorzitter1 Burgemeester M. Pelzer Burgemeester M. de Boer Directeur J. Rooijmans Manager brandweerzorg L. Triepels2 Afdelingshoofd incidentbestrijding J. Mueters Beleidsadviseur P. Weemen, secretaris

De commissie heeft diverse externe deskundigen bij de verschillende thema’s betrokken waaronder:    

De heer M. Kreijveld – Futuroloog en strategisch adviseur bij wisdomofthecrowd.nl De heer Th. Van Kessel – Directeur APG en CEO (a.i.) Brightlands De heer F. Heerink – Directeur Veiligheidsregio Drenthe en programmaleider Vrijwilligheid bij Brandweer Nederland De heer L. Meijs – Hoogleraar Vrijwilligheid aan de Erasmus Universiteit

Naast gesprekken met de externe deskundigen en interne betrokkenen, heeft de commissie veelvuldig gebruik gemaakt van beschikbare literatuur.

1 Tot 31-01-2020 onder voorzitterschap van de heer J. Heijmans 2

Sinds 01-07-2020 opvolger van K. Wolters

3

2. Huidige situatie Wettelijke en overige repressieve taken De taken van de brandweer zijn grotendeels wettelijk bepaald maar er zijn ook taken die uit eigen beleid voortvloeien. De wettelijke taken voor incidentbestrijding zijn: brandbestrijding, technische hulpverlening, bestrijding ongevallen met gevaarlijke stoffen, grijpredding bij waterongevallen. Het risicobeeld speelt een rol bij keuzes over taken. Taken van Brandweer Limburg-Noord die niet zijn gebaseerd op een wettelijke verplichting, zijn: oppervlakteredding bij waterongevallen, duiken, medische ondersteuning/reanimatie. Op grond van artikel 25 lid 1 onder b (het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand) heeft de brandweer een breed takenpakket en kan soms eerst achteraf bepaald worden of een inzet binnen de wettelijke taken valt. Het is aan veiligheidsregio’s zelf om een keuze te maken over de niet-wettelijke taken en om een norm (opkomsttijd) te stellen. Het Brandweerrisicoprofiel 1.03 biedt een basis om keuzes over nietwettelijke taken te maken. Omvang repressieve organisatie brandweer Limburg-Noord De omvang van de repressieve organisatie wordt in feite bepaald door de opkomsttijden en de benodigde slagkracht. Deze slagkracht is gerelateerd aan de risico’s in het verzorgingsgebied.

Een en ander is geregeld in wetgeving, landelijke documenten en besluitvorming door het AB. Zie hieronder voor een overzicht:  Opkomsttijden eerste eenheid zoals vastgesteld in het Besluit Veiligheidsregio’s;  Andere opkomsttijden zoals vastgesteld in diverse landelijke visies maar ook in eigen beleid;  Dekkingspercentage conform het dekkingsplan;  Slagkracht op grond van realistische scenario’s aan de hand van het regionaal risicoprofiel. Brandweer Limburg-Noord gaat uit van een incident met een gelijktijdige inzet van maximaal 16 tankautospuiten. Dit wordt georganiseerd middels de eenheden die nodig zijn voor opkomsttijden eerste eenheid. Er wordt slechts één tankautospuit alleen voor slagkracht ingezet;  Het Repressief Brandweerorganisatieplan 2015;  Landelijke visie grootschalig en bijzonder brandweeroptreden;  Plan inrichting organisatie waterongevallen 2010 en afspraken rondom de Nationale Reddingsvloot. De omvang van de huidige repressieve organisatie staat opgetekend in het Dekkingsplan 3.04 Beleidsplan 2020-2023 Het Beleidsplan Veiligheidsregio Limburg-Noord 2020-20235 is vastgesteld op 8 juli 2020. In het onderdeel kaders en ambitie staan vijf kernwaarden. Deze zijn leidend voor het waarmaken van onze ambitie: 1) 2) 3) 4) 5)

Verbinding: we creëren samen met onze partners een veilige en gezonde leefomgeving. Vakmanschap: Medewerkers kunnen vitaal en veerkrachtig opereren in een veilige omgeving. Informatiegestuurd: we werken informatiegestuurd en ontwikkelen continu onze kennis. Betrouwbaar: we werken rechtmatig en doelmatig en zijn transparant over onze prestaties. Duurzaam: wij vormen een duurzame organisatie en gebruiken duurzame oplossingen.

https://vrln.nl/application/files/6315/9194/7270/Bijlage_IIIa_-_Brandweerrisicoprofiel_1.0_Brandweer_Limburg-Noord.pdf https://vrln.nl/application/files/7215/9194/7270/Bijlage_IIIb_-_Dekkingsplan_3.0_Brandweer_Limburg-Noord.pdf 5 https://publicaties.vrln.nl/vrln-beleidsplan2020-2023/cover/ 3 4

4

In deel III van het beleidsplan is de beleidsontwikkeling voor de brandweer vastgelegd. De komende periode ontwikkelt incidentbestrijding zich toekomstbestendig door, door: a) maatregelen te treffen om de paraatheid op de korte termijn te verbeteren; b) een accounthouder ‘vrijwilliger en werkgevers’ in te voeren; c) onderzoek te doen naar en een voorstel te doen voor een toekomstbestendige brandweerzorg, met inachtneming van de ‘deeltijdrichtlijn’; d) voor de medewerkers incidentbestrijding een ‘behapbare basis’ te ontwikkelen; e) risicogerichte organisatie van specialismen; f) in het volgende dekkingsplan toe te werken naar gebiedsgerichte opkomsttijden; g) verdere ontwikkeling van een wendbaar en flexibel repressief organisatiemodel. Korte toelichting per onderdeel: Ad a en b) Maatregelen treffen om de paraatheid op korte termijn te verbeteren Op 5 juli 2019 heeft het Bestuur een aantal besluiten genomen over paraatheid. Brandweer LimburgNoord blijft maximaal inzetten op het verbeteren van de paraatheid van de vrijwillige posten. Aan elke gemeente is de inspanningsverplichting gevraagd om vijf medewerkers beschikbaar te stellen als brandweervrijwilliger. In 2020 zijn de alarmontvangers (pagers) vervangen door een systeem waarbij personeel dat wordt gealarmeerd, direct kan terugkoppelen of het kan reageren op de oproep.

Zo ontstaat binnen een minuut inzicht of de gealarmeerde eenheid kan uitrukken. Hierdoor kan veel sneller dan nu worden gereageerd als een post na een alarm te weinig personeel beschikbaar heeft. Met het systeem kan ook - beter dan nu - vooraf worden ingegrepen bij geplande onderbezetting. De relatie met het bedrijfsleven (de werkgevers van onze vrijwilligers) wordt verstevigd door de introductie van een accounthouder vrijwilligers en werkgevers. Ad d) en e) Behapbare basis en specialismen De gedachte dat brandweermensen ‘alleskunners’ zijn, is niet realistisch en moet worden verlaten. De wens is dat alle posten een strak gedefinieerde basistaak goed beheersen. Door het vervolgens met focus beoefenen hiervan, kan de kwaliteit van het brandweeroptreden worden verbeterd zonder dat de oefenbelasting groter wordt. We noemen dit de ‘Behapbare basis’ De deskundigheid op het vlak van complexe brandbestrijding en hulpverlening zal worden vergroot door het instellen van specialistische teams. De kans op ingewikkelde incidenten neemt immers toe. Hiervoor hoeft niet de omvang van de organisatie te worden vergroot maar worden deze taken anders georganiseerd zodat niet elke post over alle kennis en vaardigheden hoeft te beschikken.

Een dergelijke organisatievorm zien we terug bij de acute geneeskundige hulpverlening waarbij de ambulance snel ter plaatse is en de traumahelikopter daar waar nodig ingevlogen wordt. Ad g)Flexibele uitruk Limburg-Noord Brandweer Limburg-Noord zet in op flexibele voertuigbezettingen. In 2019 is de zogenaamde TSflex geïntroduceerd als opvolger van de TS6. Hierdoor kan een brandweerpost met vier personen uitrukken in plaats van met zes personen. Het voornemen is om het concept verder te ontwikkelen zodat nog meer flexibiliteit wordt gecreëerd voor de posten om hun repressieve taak uit te voeren.

5

Landelijke Beleidsontwikkelingen De volgende landelijke beleidsontwikkelingen hebben relatie met de onderdelen c) en f) van de doorontwikkeling van de repressieve brandweerorganisatie: Ad c) Deeltijdrichtlijn en Taakdifferentiatie Uit onderzoek blijkt dat het Nederlandse stelsel van brandweerzorg niet strookt met Europese wet- en regelgeving (de deeltijdrichtlijn); beroepsmatige en vrijwillige brandweermensen doen hetzelfde werk maar worden niet gelijk beloond. In de voorbereiding op de te verwachten gevolgen van de deeltijdrichtlijn is door Brandweer Nederland in samenspraak met het Veiligheidsberaad en de minister van Justitie en Veiligheid een aantal oplossingsrichtingen verkend en een denkrichting ontwikkeld. De veiligheidsregio’s hebben de consequenties van de invoering van de denkrichting in beeld gebracht en in het najaar van 2020 worden alle repressieve brandweermedewerkers naar hun mening gevraagd over taakdifferentiatie. De landelijke denkrichting voor een geaccepteerde invulling van de deeltijdregeling is om te komen tot een substantiële taakdifferentiatie tussen vrijwilligers en beroepsmatige brandweermensen. Dit is een fundamentele verandering want het huidig stelsel gaat uit van gelijke taken voor beroeps- en vrijwilligers.

Elke oplossingsrichting heeft nadelen en voordelen ten opzichte van de huidige situatie (september 2020) en heeft invloed op de doorontwikkeling van een toekomstbestendige brandweerzorg. Onze ontwikkelingen genoemd onder d) en e), behapbare basis en specialismen, zijn ingebracht in de landelijke denktank en sluiten nauw aan bij de huidige landelijke denkrichting voor taakdifferentiatie. Naar verwachting bespreekt het Veiligheidsberaad in december 2020 opnieuw de denkrichting en de consequenties voor het personeel en de organisaties van de veiligheidsregio’s. In het landelijk proces komen twee discussiepunten sterk naar voren: -

Een aantal veiligheidsregio’s heeft moeite met het tempo waarin gewerkt wordt en voorziet problemen in de eigen organisatie wanneer taakdifferentiatie snel ingevoerd moet worden.

-

Wie is verantwoordelijk voor de invoering van de wijzigingen: is het een stelselwijziging onder verantwoordelijkheid van het Rijk, of een arbeidsrechtelijke wijziging onder verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s als werkgevers?

Ad f) Gebiedsgerichte opkomsttijden (Besluit 20196, in werking tredend 2021) De huidige opkomsttijden, zoals beschreven in het Besluit veiligheidsregio’s zijn gericht op de opkomst van de eerste tankautospuit bij brand in een object. Op landelijk niveau is geconstateerd dat deze opkomsttijden niet veel informatie geven over de kwaliteit van de brandweerorganisatie. Het landelijke project over gebiedsgerichte opkomsttijden richt zich op een bredere kijk op opkomsttijden en dekkingsplannen en doet daarmee meer recht aan de praktijk. Gebiedsgerichte opkomsttijden zijn een combinatie van maatregelen die zich richt op het snel ter plaatse kunnen zijn met de juiste voertuigen en kennis en voldoende slagkracht kunnen leveren bij grootschalige incidenten, aangevuld met eventuele wenselijke maatregelen op het vlak van risicobeheersing. De gebiedsgerichte opkomsttijden zijn realistischer dan de huidige objectgerichte opkomsttijden. De nieuwe systematiek wordt in een aantal pilotregio’s getoetst. De uitkomsten van de pilots worden meegenomen bij het traject tot aanpassing van het Besluit veiligheidsregio’s. Gezien ook de doorlooptijd van pilots is de koers gezet op een inwerkingtreding van een aangepast Besluit veiligheidsregio’s per 1 juli 2021.

6

https://www.veiligheidsberaad.nl/2019/05/09/nieuwe-opkomsttijden-doen-recht-aan-praktijk/

6

Recente regionale en landelijke gebeurtenissen Natuurbrand Meinweg Tijdens de brand op de Meinweg in april 2020 heeft Brandweer Limburg-Noord de strijd tegen het vuur kunnen volhouden. Maar de brandweer liep wel op het tandvlees. De eigen slagkracht was, in combinatie met grote interregionale en internationale bijstand, maar net voldoende. Dat betekent dat de slagkracht adequaat is maar ook niet overhoudt. Aangezien natuurbranden vaker zullen voorkomen door veranderingen in het klimaat, is het belangrijk om de ervaringen van de Meinweg mee te nemen in de verdere ontwikkeling van de repressieve organisatie. Corona en post-corona Het thuiswerken is geïntroduceerd net zoals het video-vergaderen. In de periode maart tot juli 2020 was het aantal buitendienst-meldingen van posten met 90 % gedaald. De invloed van de coronamaatregelen is nader uitgewerkt in hoofdstuk 4.2.

7

3. Terugblik In deze toekomstvisie probeert de Brandweer Limburg-Noord 10 jaar vooruit in de tijd te kijken. Dit alles met als doel te komen tot een toekomstbestendige brandweerzorg. Om dat goed te kunnen doen is het belangrijk om als organisatie te weten waar je vandaan komt. De huidige organisatievorm en cultuur bij de brandweer vinden immers hun oorsprong in het verleden. Om 10 jaar vooruit te kijken, moeten we 20 jaar terugkijken! Organisatie Terugkijkend in het verleden zien we ernstige incidenten zoals de vuurwerkramp7 in Enschede (2000) en de cafébrand8 in Volendam (2001). De hulpverlening bij deze incidenten werd uitvoerig geëvalueerd en deden de (bestuurlijke) aandacht voor crisisbeheersing in het algemeen en brandweerzorg in het bijzonder, toenemen. Wat uit alle onderzoeken en evaluaties duidelijk werd is dat er ruimte voor verbetering was. Verbetering op vier fronten. Bij het voorkomen dat incidenten zich voordoen, het beperken van effecten als incidenten zich onverhoopt toch voordoen, het effectiever bestrijden van incidenten én het vergroten van de zelfredzaamheid van burgers bij incidenten. Dit besef resulteerde in de ontplooiing van een veelheid aan ontwikkelingen en initiatieven om tot deze verbeteringen te komen. Deels opgelegd vanuit wet- en regelgeving en deels vanuit de brandweer en crisisorganisaties zelf.

Vanuit de wetgever kwam de verplichting om veel intensiever en over de grenzen van kolommen heen samen te gaan werken. Dit resulteerde onder meer in de Wet veiligheidsregio’s (2010) en de daaruit voortvloeiende besluiten9. Meer gedetailleerd werden gedurende deze periode ook de wet- en regelgeving voor brandveilig gebruik van gebouwen en het organiseren van evenementen strenger. Vanuit de brandweerorganisatie zelf werd ‘Brandveilig Leven’ een waar begrip met een keur aan (publieks)activiteiten. Met de introductie van de Jan van der Heydenprijs in 2008 werd het hele land uitgedaagd mee te innoveren wat resulteerde in enkele erg bruikbare ideeën. Sinds 2018 is de Jan van der Heydenprijs overgegaan in een landelijk innovatieplatform. Landelijk begon de brandweer aan haar Strategische reis die in 2010 met de titel ‘De brandweer overmorgen10’ breed werd gedeeld. Hoewel er in de tussentijd wel wat verfijningen hebben plaatsgevonden is deze landelijke visie nog steeds actueel. Voor de werkbaarheid wordt de koers vierjaarlijks vastgelegd in de Strategische agenda brandweerzorg. Binnen Brandweer Limburg-Noord werden de ontwikkelingen in deze periode vertaald en vormgegeven in een reeks beleids- en dekkingsplannen11. Hierin werd onder meer de basis voor het werken met zogenaamde basis-, robuuste en centrumposten gelegd.

De locatie van het merendeel van de posten is historisch bepaald in de tijd dat de brandweer gemeentelijk georganiseerd was. In de periode 2008-2012 is de brandweer in Limburg-Noord geregionaliseerd en onder de organisatie van de Veiligheidsregio Limburg-Noord geplaatst. Limburg-Noord begon als een van de eerste regio’s in Nederland met een structureel programma Brandveilig Leven en in 2019 werd recent de Risk Factory Limburg-Noord officieel geopend. Op het gebied van repressie was de Brandweer Limburg-Noord de eerste regio die met de Introductie van het SIV12 het ‘uitrukken op maat’ structureel ging toepassen. Meest recente lokale ontwikkelingen 7 Op 13 mei 2000 brak brand uit bij het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks in Enschede. De brand resulteerde in enkele zware

explosies waarbij 200 woningen werden weggevaagd en 23 personen om het leven kwamen. 950 mensen raakten gewond. 8 Tijdens de jaarwisseling 2000 – 2001 brak brand uit in café De Hemel in Volendam. Hierbij kwamen 14 personen om en leven en raakten 200 mensen zwaar gewond. Het betrof veelal jongeren. 9 Onder meer Besluit veiligheidsregio’s en Besluit personeel veiligheidsregio’s 10 https://www.brandweer.nl/ons-werk/brandweer-over-morgen 11 Bepalend waren onder meer de ‘Visie Repressie’ uit 2014 en het ‘Repressief Brandweerorganisatieplan’ uit 2015

8

op dit gebied zijn de introductie van de TS-Flex13 en de projectmatige aanpak van de ‘behapbare’ basis14’. Met de komst van het SIV is de discussie gestart of de brandweer ook snel kan uitrukken bij reanimaties. Per 1 januari 2016 zijn hierover procedurele afspraken gemaakt en rukt de brandweer met 2 personen uit naar een reanimatie. De tankautospuit blijft daarbij op de kazerne. Cultuur De brandweercultuur is een cultuur met een lange geschiedenis. Bij de brandweer gaan is een droom van vooral jongeren. Het idee om anderen te helpen fascineert. De sociale cohesie binnen de diverse brandweerorganisaties is groot. De brandweer kenmerkt zich door een sterk ontwikkeld saamhorigheidsgevoel en een sterk ontwikkelde sociale band. De brandweermensen hebben vertrouwen in de eigen vaardigheden en in die van hun collega’s. Brandweermensen kennen elkaar privé en zoeken elkaar ook buiten oefenavonden, inzetten of werkdagen, op. De partners kennen elkaar en organiseren sociale activiteiten, en ook oud-leden blijven in de meeste gevallen bijeen en betrokken bij het wel en wee van het operationele korps. De beroepsbrandweermensen vormen een hecht team en werken 24 uur per dag nauw samen. Eenmaal bij de brandweer, altijd bij de brandweer! De geschiedenis van elke post is bepalend voor de huidige cultuur.

Er zijn posten met een oude traditie en posten die meer recent zijn opgericht, posten met veel uitrukervaring en posten met weinig uitrukervaring. Wat leert de terugblik ons De grootste veranderingen in het takenpakket van de brandweer hebben plaatsgevonden op het terrein van risicobeheersing. De grote incidenten in Enschede en Volendam hebben daar sterk aanleiding toe gegeven. Op het gebied van incidentbestrijding is de werkwijze niet wezenlijk veranderd, we zien wel een ontwikkeling in het flexibeler inzetten van eenheden om paraatheid te verbeteren en efficiënter op te treden. De taak uitrukken bij reanimaties is erbij gekomen.

12

SIV staat voor Snel Interventie Voertuig. Dit voertuig rukt uit met 2 personen en een beperkte bepakking.

13 Een TS-Flex rukt uit met tenminste 4 personen en kan samen met een SIV of een andere TS-Flex een basiseenheid vormen

zoals in de wet omschreven. 14 Het project ‘Behapbare basis’ is er op gericht balans aan te brengen in de belasting van vrijwilligers. Het werk moet voor vrijwilligers te doen blijven en tevens uitdagend genoeg zijn.

9

4. Trends en ontwikkelingen In dit hoofdstuk is gewerkt conform de DESTEP-methode: een checklist voor het in kaart brengen van trends en ontwikkelingen in de markt en de samenleving die bij ongewijzigd beleid invloed uit kunnen oefenen op de organisatie en waar bij de strategiebepaling rekening mee moet worden gehouden.

4.1 Demografie Hierbij gaat het om demografische ontwikkelingen die de strategische fit en daarmee de continuïteit van de organisatie gaan beïnvloeden. Vergrijzing De Nederlandse bevolking verandert van samenstelling. Het aantal ouderen neemt sterk toe en het aantal jongeren daalt. Rond 2020 vindt een historische omslag plaats en is het aantal ouderen (>65) groter dan het aantal jongeren (<20) in Nederland.15 Ook Limburg-Noord kent een relatief groot aantal ouderen. Van alle inwoners is meer dan de helft (53%) boven de 45 jaar.16 De grijze druk (de verhouding tussen het aantal 65-plussers en het aantal personen in de ‘productieve’ leeftijdsgroep van 20-65 jaar) in de regio is de laatste tien jaar fors gestegen: van 27% naar 38% in Noord-Limburg en van 29% naar 41% in Midden-Limburg.17 Dit betekent dat het aantal ouderen toeneemt. Op dit moment zijn er op elke 100 potentiële arbeidskrachten ongeveer 40 ouderen (65+). Ook de beroepsbevolking in de regio Limburg-Noord is op dit moment iets ouder dan die in de rest van Nederland. In onze regio zijn er minder mensen in de leeftijdsgroepen 20-25 en 25-45 jaar en meer in de leeftijdsgroep 45-65 jaar.

35 30 25 20

Leeftijdsgroep 20 tot 25 jaar %

15

Leeftijdsgroep 25 tot 45 jaar %

10 5

Leeftijdsgroep 45 tot 65 jaar % bu Li m nde id M

N

oo

rd -L i

N ed

m

er la

bu

rg

rg

nd

0

Bevolkingssamenstelling op 1 januari 2019 (bron: CBS)

15 VNG. Overzicht trends en ontwikkelingen. [https://vng.nl/files/vng/20150707-vtsd-scenario.pdf]

GGD Limburg-Noord. Resultaten gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2016. [https://publicaties.vrln.nl/ggdrapportagegmvo] 17 CBS Statline. Regionale kerncijfers Nederland. (Cijfers 2010 en 2019) 16

10

In de nabije toekomst wordt dit patroon verder versterkt. Bevolkingsprognoses laten zien dat het aantal ouderen tot 2040 blijft stijgen, terwijl het aantal mensen in de potentiële beroepsbevolking (2065) tot 2040 afneemt. 350 300 250 200

0-20 20-65

150

65+

100 50 0

2020

2025

2030

2035

2040

2045

2050

Bevolkingsprognose regio Limburg-Noord (bron: CBS)

De potentiële beroepsbevolking in Limburg-Noord neemt tot 2035 volgens prognoses met 5% tot 10% af.18

Krimpregio De wereldwijde trek naar de stad is ook in Nederland duidelijk zichtbaar. De verschillen tussen regio’s in Nederland nemen steeds meer toe en er ontstaan groei- en krimpregio’s. Stedelijke gebieden zullen meer werkgelegenheid en arbeidskrachten aantrekken, op het platteland kan door krimp en ontgroening de vergrijzing extra groot zijn. Daardoor kan op het platteland in verhouding een hoog aantal senioren wonen.

18 Planbureau voor de Leefomgeving & CBS. Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2019-2050.

11

Ook Limburg-Noord is een krimpregio. Verwacht wordt dat het aantal inwoners in de regio afneemt. Op 1 januari 2019 had de regio Limburg-Noord iets minder dan 519.000 inwoners. Verwacht wordt dat het aantal inwoners in de regio afneemt tot 492.000 in 2040.19 290000 280000 270000 260000

Noord-Limburg

250000

Midden-Limburg

240000 230000 220000

2020

2025

2030

2035

2040

2045

2050

Krimp van de bevolking van Noord- en Midden-Limburg in de periode 2020-2050 (bron: CBS) De regio heeft bovendien een relatief lage bevolkingsdichtheid. In Midden-Limburg wonen 356 inwoners per km² en in Noord-Limburg 339 inwoners per km², tegenover een bevolkingsdichtheid van gemiddeld 513 inwoners per km² in heel Nederland.20 Relatie demografie en de brandweerorganisatie Door doorstroming en uitstroming van personeel blijft de brandweer nieuwe (jonge) aanwas nodig hebben om het werk te kunnen blijven uitvoeren. Het rendement van een gemiddelde vrijwilliger is lager geworden. Gemiddeld blijven nieuwe mensen 6 tot 10 jaar verbonden. De werving van nieuw brandweerpersoneel en vrijwilligers is een continu proces. We richten ons op diversiteit en inclusie van alle geschikte mensen en we zetten in op motivatie en verbinding. De demografische ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de lokale paraatheid van een aantal brandweerposten. Welke posten dit kan betreffen is nu niet te zeggen.

4.2 Economie Kijken naar ontwikkelingen rondom globalisering, arbeidsmarkt en woon-werkverkeer. Globalisering Ruim 10 jaar na de kredietcrisis en daaropvolgende economische recessie is de Nederlandse economie begin 2020 grotendeels hersteld. Doordat nationale economieën echter steeds meer met elkaar verweven zijn, is de economische groei in Nederland in toenemende mate afhankelijk van economische situaties in het buitenland. De recente corona-pandemie kan grote gevolgen hebben voor de open Nederlandse economie. Hoewel de werkloosheid in januari 2020 een historisch lage 3% bedroeg kan deze ook (snel) toenemen. In juli 2020 was de werkloosheid 4,5% van de beroepsbevolking21.

CBS Statline. CBS Statline. 21 CBS Statline. 19 20

12

Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt is de laatste jaren sterk aan het veranderen richting een flexibele arbeidsmarkt met een toenemende instroom van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. Daarnaast worden sommige banen overbodig door technologische ontwikkelingen zoals robotisering of worden andere vaardigheden gevraagd. Door toenemende flexibilisering van arbeid is het inkomen van burgers minder stabiel, waardoor mensen sneller in financiële problemen kunnen komen. De afgelopen tien jaar is het aandeel vaste contracten gedaald van 73 procent naar 64 procent van de banen in 2018.22 Dat betekent dat ruim 1 op de 3 werknemers geen vast contract heeft en waarschijnlijk vaker van baan zal wisselen. Woon-werkafstand Mensen werken vaak niet op dezelfde plek waar ze wonen. De afstanden woon-werkverkeer nemen toe en meer werkenden pendelen.23 In de regio Limburg-Noord ligt de gemiddelde woon-werkafstand tussen de 25 en 29 km (het hoogst in Midden-Limburg).

Daarnaast werken er mensen in onze regio die er niet wonen. Zo staken ruim 20 duizend werknemers vanuit België en Duitsland in 2016 de grens over voor hun werk in Limburg. Het grootste deel van dit aantal woont in België (11 duizend werknemers). Meer dan 40 procent van de inkomende pendelaars naar Limburg heeft de Nederlandse nationaliteit.24 Invloed corona op woon-werkafstand Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid heeft onderzoek gedaan naar de invloed van corona op de werksituatie.25 Een groot deel van de werkenden werkt sinds corona meer thuis (44%). Het aandeel mensen dat bijna volledig thuiswerkt is toegenomen van 6% naar 39%. Daarnaast vergadert een aanzienlijk deel van de werkenden sinds corona vaker op afstand (30%). Ongeveer 27% van de thuiswerkers verwacht ook na de coronacrisis vaker te gaan thuiswerken. Ook een aanzienlijk deel van degenen die nu vaker op afstand vergaderen verwacht dit te blijven doen (36%).

22 CBS. De arbeidsmarkt in cijfers 2018. [https://longreads.cbs.nl/dearbeidsmarktincijfers-2018/de-vraag-naar-arbeid]

Planbureau voor de Leefomgeving. Afstanden woon-werkverkeer nemen toe. [https://www.pbl.nl/nieuws/2020/afstandenwoon-werkverkeer-nemen-toe-hoogopgeleide-fulltime-werkende-man-reist-het-verst] 24 Zie [www.arbeidsmarktinzicht.nl] 25 https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2020/04/20/mobiliteit-en-de-coronacrisis 23

13

Relatie economie en brandweerorganisatie Wisselen van baan (plaats, werktijden, werkomstandigheden, etc.) kan het moeilijker maken een betaalde baan te combineren met vrijwilligerswerk voor de brandweer. Dat kan een groter verloop onder brandweervrijwilligers betekenen. Tegelijkertijd kan toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt en bijbehorende inkomensonzekerheid het werken als brandweervrijwilliger aantrekkelijker maken (extra inkomsten). Ook inkomensdaling die (tijdelijke) werkloosheid met zich meebrengt, kan de extra inkomsten van werken als brandweervrijwilliger aantrekkelijker maken. Als er uitgerukt wordt vanuit de woonplaats, betekent een lange reisafstand tussen werkplek en woonplaats dat het moeilijker wordt de paraatheid overdag te garanderen. Tegelijkertijd is er overdag een potentieel aan brandweerpersoneel in de regio werkzaam dat woont buiten de regio of op een andere locatie binnen de regio. Dit potentieel kan mee uitrukken vanuit de werkplek. De ontwikkeling van thuiswerken heeft een positieve invloed op de paraatheid van brandweerpersoneel overdag. In de periode maart-juli 2020 was het aantal buitendienstmeldingen van posten gedaald met 90%. Deze ontwikkeling kan ondersteund worden door werkplekken beschikbaar te stellen op brandweerkazernes voor brandweerpersoneel dat thuis geen ruimte heeft om te werken.

4.3 Sociaal-Cultureel Hier gaat het om de sociale en culturele verschuivingen in de samenleving als geheel en in de groepen die voor ons bestaansrecht het meest belangrijk zijn. De generatie Y en Z.26 Generatie Y: de millennials De twintigers van vandaag vormen samen de Generatie Y, ook wel millennials genoemd. Ze zijn geboren tussen 1985 en 2000 en hun invloed groeit. Ze zijn met veel (meer dan 3 miljoen in Nederland). Ze verwerven een duidelijke plek op de arbeidsmarkt. En de levenshouding van de Generatie Y heeft een grote invloed op onder andere onderwijs, werk, media en marketing. De Generatie Y is geboren in een digitale wereld. De millennials weten als geen ander hiermee om te gaan. Social media en het internet kennen nog weinig geheimen. Informatie en ontspanning zoeken en vinden ze snel. Maar het is voor millennials niet eenvoudig de aandacht vast te houden. Een volgende uitdaging ligt slechts een klik of swipe verder. De millennials worden vaak gezien als een grenzeloze generatie. Alsof de generatie Y alleen rijk wordt door te vloggen op YouTube, onbeperkt budget heeft om de wereld rond te reizen en bij wie geld voor een dagelijkse ‘coffee-to-go’ de nieuwe norm is geworden. Dat beeld klopt niet helemaal. De Generatie Y heeft tijdens de vormende jaren ook 9/11 en de nasleep daarvan meegemaakt. Ze merken duidelijk de effecten van klimaatverandering en vergrijzing.

En velen hadden een lastige start op de arbeidsmarkt als gevolg van de crisis. Generatie Z Generatie Z is geboren tussen 2000 en 2015. Opgegroeid met een smartphone in de ene en een tablet in de andere hand, is deze generatie sterk gevormd door alle digitale mogelijkheden. Ze zijn jong en het is vroeg om de generatie echt te duiden. Generatie Z gelooft niet zo sterk in de onbegrensde mogelijkheden als hun voorgangers de millennials. Jongeren zitten vergeleken met eerdere generaties veel thuis. Ze spreken minder af met vrienden en hun sociale leven speelt zich grotendeels online af. Risicomijdend als ze zijn, lijken het de ideale tieners. Generatie Z groeit op een natuurlijke wijze op met de onbegrensde mogelijkheden van het web. Dit heeft grote gevolgen voor hoe zij in het leven staat. Leden van deze generatie zijn echte 26

https://www.generationjourney.nl/

14

wereldburgers. Via vlogs en social media zijn ze verbonden met iedereen overal ter wereld. Hun online sociale identiteit is sterk. Plaats en tijd spelen op het web geen rol. In het werkzame leven zal zich dit bij deze generatie vertalen naar een zeer flexibele werkstijl. Werken kan in Bali, Nederland of Australië en of dat om negen uur ’s ochtends is of drie uur ’s nachts maakt niet uit. Werken met doelen, iets binnen een bepaalde termijn af hebben, werkt voor hen daarom beter dan methodisch werken. De sterke social media skills van deze generatie kunnen worden ingezet om merken persoonlijker aan mensen te verbinden. Hiërarchie en autoriteit zeggen generatie Z niet zoveel. Op het web is iedereen gelijk. Hij communiceert op gelijke voet met iedereen, of dat nou de leraar is of zijn toekomstige baas. Het ondernemerschap trekt deze nieuwe generatie aan. Een groot deel van de middelbare scholieren geeft aan een eigen bedrijf te willen starten. Meisjes blijken in het onderzoek van Bontekoning (2014) naar generatie Z bij gezamenlijke opdrachten bijna altijd de leidersrol nemen. Veel genoemd en bekritiseerd is de korte aandachtsspanne van deze generatie. Ze nemen veelal informatie op van het web en geven de voorkeur aan video’s boven boeken. Deze generatie is vanaf het begin overspoeld door een grote hoeveelheid online informatie.

Transitiefase27 Nederland zal de komende decennia transformeren naar een nieuwe samenleving waarin de machtsverhoudingen zoals we die nu kennen radicaal zijn omgegooid. Dit is geen idealistisch vergezicht, maar de onontkoombare uitkomst van de kantelperiode waarin Nederland zich nu bevindt. Alle maatschappelijke sectoren waarin niet de mens centraal staat naderen hun houdbaarheidsdatum. Mensen ontwikkelen zelf alternatieven en voeren die uit. Samen vormen zij de beweging van onderop, essentieel voor de transitie naar een beter aangepaste samenleving en economie. Een transitie volgt een s-curve. Eerst is er een lange voorontwikkelingsfase, en dan komt er een kantelfase. Dat leert je een paar dingen: ontwikkelingen gaan niet lineair maar schoksgewijs, ze gaan soms snel en soms traag, ze bieden lange periodes van evenwicht die verstoord worden door korte periodes van chaos waarin het systeem opgeschud wordt. Als je de ontwikkelingen op die manier ziet, heeft dat consequenties voor je manier van sturen. In een kantelfase kun je door interventies heel snel effecten sorteren. Zit je daarentegen helemaal vooraan in de transitie, dan kun je duwen wat je wilt, maar het zit helemaal vast. In het begin moet je daarom experimenteren, terwijl je in een latere fase moet kantelen.

Komt het transitieproces eenmaal in versnelling, dan hoef je heel weinig meer te doen, want dan krijgt het proces zijn eigen dynamiek. Het is de kunst om daar vervolgens weer op te anticiperen. Een visie kun je verder op de horizon plaatsen, actieplannen zouden niet verder vooruit moeten gaan dan maximaal 2 jaar. Het veel gehoorde advies is dan ook om eenvoudig met kleine verbeteringen in het dagdagelijkse werk te beginnen. Voor de grotere zaken sluit je je aan in een alliantie met partners binnen en buiten de eigen keten. Vrijwilligheid en brandweer Vrijwilligerswerk heeft een zeer brede toepassing in de samenleving; overal en nergens kom je de 7 miljoen Nederlandse vrijwilligers tegen. Vrijwilligers zijn heel divers en hebben verschillende niveaus van bekwaamheid en daarmee professioneel handelen. Vrijwilligers bij natuuronderhoud en in de sport weten veel van veiligheid. Bejegenings- en sociale bekwaamheid zijn onmisbaar in maatjesprojecten. Essentieel is dat de kennis, kunde en bekwaamheid goed past bij de taak en de context. Dan is de kwaliteit echt van professioneel niveau.

27 Jan Rotmans, hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam

15

Nog steeds zijn vrijwilligers de ruggengraat van de repressieve brandweer. Momenteel bestaat het repressieve brandweerpersoneel voor 80% uit vrijwilligers en voor 20% uit beroeps. In elk dorp en stad stond de gemeenschap vroeger garant voor het leveren van vrijwilligers aan het plaatselijke korps. Brandweervrijwilliger werd je voor het leven. Maar de samenleving verandert. Daarnaast is geconstateerd dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers in Nederland in strijd is met Europese wet- en regelgeving en jurisprudentie. Het Veiligheidsberaad heeft in 2018 opdracht gegeven aan de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) om een programma vrijwilligheid op te stellen. Het programmaplan moet in vier jaar leiden tot: -

een betere inzet van vrijwilligers; bevordering van continuïteit van de inzet van vrijwilligers binnen het huidige bedrijfsmodel; bevorderen van het behoud van vrijwilligheid voor de brandweer in de toekomst.

De uitkomsten van het landelijke programma zijn input voor onze toekomstvisie. Programmamanager Fred Heerink en hoogleraar Lucas Meijs geven onderstaande overwegingen mee: ‘Van groot belang voor vrijwilligerswerk is het aanboren van vrijwilligheid in plaats van het werven van vrijwilligers. De brandweer werft vrijwilligers aan de hand van een uitgebreide functieomschrijving en is niet (meer) ingericht op het gebruik maken van de vrijwilligheid om iets te betekenen voor de maatschappij die volop in de samenleving aanwezig is. Kwaliteitsborging, regeldruk en regelreflex zijn funest: we zijn vrijwilligheid kwijt geraakt. Je meldt je vrijwillig aan en daarna is het professioneel. We stellen een veel te ingewikkelde vraag aan de vrijwilligers. Vrijwillige brandweer werd een professionele brandweer op basis van vrijwillige aanmelding. We weten als brandweerorganisatie niet om te gaan met vrijwilligheid in de maatschappij: wanneer we bij een incident komen, drukken we de vrijwilligheid weg door ons professioneel gedrag: “Ja maar daar zijn wij van!” Waar we naar toe moeten is werven van vrijwilligers die van alles kunnen, in plaats van vrijwilligers die van alles moeten kunnen. Differentiatie van taken: laat ieder zijn eigen stukje doen.’

Bij vrijwilligheid passen emoties als actief lidmaatschap: iets extra’s doen voor de groep waar je bij hoort, actief burgerschap: iets doen vanuit verantwoordelijkheid of plichtsbesef, Iets geven versus iets terugkrijgen: je belangrijk voelen, gewaardeerd voelen zonder daar geld voor te ontvangen. Het succes van het mobiliseren van vrijwilligheid hangt samen met 3 factoren: - Motivatie: paraat willen zijn om wat te kunnen betekenen voor de maatschappij - Capaciteit: mentaal en fysiek in staat zijn om de taak uit te voeren - Gelegenheid: (privé)omstandigheden geven de ruimte om de taak uit te voeren Een voorbeeld van het succesvol mobiliseren van burgers in de hulpverlening is de inzet van burgers bij reanimaties. Mensen durven het aan omdat er een mensenleven te redden is dat anders zeker verloren gaat. Mensen volgen een initiële training van acht uur en een jaarlijkse bijscholing van vier uur. Dit is behapbaar en het gebruik van de AED is heel laagdrempelig. Er is altijd sprake van vrije instroom.

16

Transitie brandweer De tendens in het landelijke programma vrijwilligheid is om een transitie te maken van vrijwilligers naar vrijwilligheid. Robuuster organiseren, minder regelgeving en makkelijker meebewegen met de samenleving. Vanuit de bestaande brandweercultuur gaan veranderingen in kleine stappen met ruimte voor afscheid nemen van oude patronen. Mensen houden drang naar nostalgie en willen niet kwijtraken wat ze hebben. Daar staat tegenover trots zijn op de gezamenlijke missie en draagvlak voor de kleine stappen die gezet worden, als een vliegwiel voor de transitie kunnen werken.

Diversiteit in je organisatie zorgt in beginsel altijd voor een ‘gezondere bedrijfscultuur’ die vervolgens een gezonde voedingsbodem is voor vernieuwing en verbetering. De beste ontwikkelingen komen in dat geval bottom-up maar enkel als daarvoor de veilige ruimte aanwezig is. Bij de keus voor een top-down benadering gaat het vooral om het laten zien waarom je wil vernieuwen en verbeteren. Daarvoor is durf nodig. Ook financiële durf. Belangrijk cultuuraspect is denken in kansen en mogelijkheden in plaats van belemmeringen, waarbij we ons moeten realiseren dat dit niet tot de meest sterk ontwikkelde competentie behoort van de brandweer. Maak in een proces ook duidelijk welke besluiten genomen (en gepasseerd) zijn en waar je dus ook niet meer op terug komt. Recente onderzoeken door de Brandweeracademie Eind 2019 heeft de Brandweeracademie van het Instituut Fysieke Veiligheid twee rapporten28 uitgebracht waarin de resultaten van onderzoek onder mensen van buiten de brandweerorganisatie verwoord staan: 1. Waarom willen burgers in de toekomst wel of niet actief worden als brandweervrijwilliger? 2. Wat kan de brandweer leren van andere organisaties die met vrijwilligers werken? Een korte samenvatting van de resultaten: Ad. 1.

Waarom willen burgers in de toekomst wel of niet actief worden als brandweervrijwilliger? Veel respondenten vinden dat de uitoefening van het brandweervak een professioneel beroep is, terwijl zij zelf ‘vrijwilligerswerk’ vooral zien als een hobby. De huidige brandweervrijwilligers hebben in het Belevingsonderzoek (Brandweer Nederland, 2017) aangegeven dat zij hun werk bij de brandweer vooral als hobby zien, maar daar denken respondenten (mensen van buiten de brandweerorganisatie) duidelijk anders over. Verder gaan de meeste respondenten ervan uit dat brandweervrijwilligers een financiële vergoeding krijgen en een aanzienlijk deel geeft aan dat zij niet weten of vrijwilligers wel of geen financiële vergoeding krijgen. Slechts een derde van de respondenten denkt dat de brandweer 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=27b6212b-0f31-41eb-89a2-5796dacec12c