CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie warmte Gemeente Leudal 2022-2030

Raadsvergadering 14 december 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen Transitievisie warmte Gemeente Leudal 2022-203020.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

informeren worden aangehaakt.

Zonder groen gas

Hybride

Met groen gas

Elektrisch 0

500

1000

1500

2000

2500

Figuur 5.2: Verdeling tussen elektrische en hybride warmtepompen in de scenario’s.

44

3000

3500

4000

4500

5000

Versie 1.0 Tabel 5.1: Overzicht van de scenario’s. Scenario 1 = Scenario zonder groen gas, Scenario 2 = scenario met groengas

Project Isoleren panden 1960-1990

Totaal aantal panden

# combi warmtepompen

# hybride warmtepompen

# Panden aangepast

Besparing scenario 1

Besparing scenario 2

2250

nvt

nvt

2250

2,0%

2,0%

Baexem

1159

160

385

545

1,9%

3,1%

Heythuysen

3450

376

395

771

3,2%

4,5%

Nunhem

323

31

125

157

0,8%

1,1%

Roggel

2284

550

445

995

3,8%

5,2%

Buggenum

427

43

154

197

0,6%

1,0%

Kelpen-Oler

554

69

181

250

0,9%

1,5%

Neer

1610

198

314

513

1,8%

2,6%

Haelen

2171

294

396

690

2,6%

nvt

Horn

1743

244

366

610

2,1%

nvt

Ell

597

0

0

0

Grathem

754

0

0

0

Haler

221

0

0

0

Heibloem

347

0

0

0

Hunsel

449

0

0

0

Ittervoort

842

0

0

0

Neeritter

616

0

0

0

17547

1966

2762

4728

20%

21%

1. Samenwerken

2. Activeren

3. Informeren

Eindtotaal

Scenario 1 Zonder groen gas: Naast gemeente brede isolatiecampagne nog 4.728 panden aanpakken, waarvan 1.800 in kernen die nog niet betrokken zijn (in deze berekening Neer, Haelen en Horn). Scenario 2 Met groen gas: Naast gemeente brede isolatiecampagne nog 3.428 panden aanpakken, waarvan

513 in een kern die nog niet betrokken is (in deze berekening Neer).

45

Versie 1.0 5.3 Kosten voor de inwoners Een terechte en veelgehoorde vraag over de warmtetransitie is “Wat gaat het kosten”. Een woningeigenaar of een bedrijf vraagt zich dit af voor elke maatregel die ze kunnen nemen. Ook de woningcorporaties kunnen hun

euro’s maar één keer inzetten en wij als gemeente hebben ook beperkte budgetten. Het is een hele eenvoudige en legitieme vraag, zonder een eenvoudig antwoord. Op het moment dat we het over kosten hebben, moeten we het namelijk ook over opbrengsten hebben. Want als het goed is, staat er iets tegenover de investering, zoals een lagere energierekening of een hoger wooncomfort. Een deel van de opbrengsten of

baten is bovendien subjectief. Een beter geïsoleerde woning heeft bijvoorbeeld een andere waarde voor de ene persoon dan voor de andere. Hoe hoog de investering is voor een specifieke woning , kan pas worden bepaald als in detail duidelijk is welke

maatregelen worden uitgevoerd aan die woning en op welke wijze dit gebeurt. Doe-het-zelf is goedkoper dan het inhuren van een aannemer en een eenvoudige elektrische kookplaat kost slechts een fractie van een zespits-inductiefornuis met bijpassende nieuwe pannenset.

46

Versie 1.0 Desondanks kan er over de gemiddelde kosten wel een uitspraak worden gedaan. Het ECW heeft in juni 2021

een onderzoek gepresenteerd naar eindgebruikerskosten. Hierin is voor allerlei typen woningen inzichtelijk gemaakt wat de investeringen zijn. Voor enkele in Leudal veel voorkomende woningtypes is in figuur 5.3 getoond wat de gemiddelde investering is om de woning aardgasvrij te maken. Het betreft de totale kosten,

dus inclusief isolatie, elektrisch koken, en verwijderen van de gasaansluiting. De figuur toont de oplossingen die in deze transitievisie als meest haalbaar zijn aangemerkt: een volledig elektrische warmtepomp bij goed geïsoleerde woningen en een hybride installatie voor minder goed geïsoleerde woningen. Ook is getoond wat

de kosten zijn van alleen het isoleren van de woning. Een woning aardgasvrij maken met een elektrische warmtepomp vergt een grote investering. De warmtepomp zelf kost zo’n € 8.000,-. Er komen echter kosten bij voor het afgiftesysteem (radiatoren of vloerverwarming), isolatie en elektrisch koken. De besparing is bij deze

optie ook het grootst, waardoor de investering wel kan worden terugverdiend. Er zijn verschillende soorten kosten en verschillende soorten opbrengsten. De vraag is dus niet “wat gaat het kosten” maar “wat vinden we dat het mag kosten?” en in het verlengde hiervan “wie gaat het betalen?”. Op nationaal en gemeentelijk niveau zijn dit in de uitvoering van de warmtetransitie politieke vragen.

Geschakeld

€ 35.000

Vrijstaand

Totale Investering

€ 30.000 C

€ 25.000 € 20.000

E

C

€ 15.000

E

€ 10.000 E

E

€ 5.000 A

A

C

C

C

C

€0 Individuele elektrische Hybride warmtepomp inclusief luchtwarmtepomp inclusief isoleren isoleren tot minimaal energielabel D tot minimaal energielabel B

Isoleren naar label B

Figuur 5.3: Een overzicht van de totale investeringen die nodig zijn voor de meest voorkomend woningtypes in gemeente Leudal. De letters tonen het huidige energielabel van de woning. Bij een beter label zijn de kosten lager. Dit is een schatting afkomstig van het Dashboard Eindgebruikerskosten van de ECW 12 . De kosten zijn inclusief 47 BTW en exclusief subsidies.

Versie 1.0 Vanuit het Nationaal Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid hier al wel een uitspraak over gedaan. Het streven

is, dat de stap om volledig van het aardgas af te gaan woonlastenneutraal zou moeten zijn. Dit betekent dat de bewoner van het gebouw niet meer gaat betalen voor een alternatieve vorm van warmte, dan ze op dit moment doen. Daarnaast zijn er ook kosten om het elektriciteitsnet te verzwaren of andere infrastructuur aan

te leggen. De Nationale kosten zijn de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een buurt) een strategie naar aardgasvrij uit te voeren. Het streven is om deze Nationale kosten zo laag mogelijk te houden. In de huidige condities is streven naar de laagste Nationale kosten zeker mogelijk, echter blijkt in de praktijk

dat het heel lastig wordt om ‘woonlastenneutraliteit’ waar te maken zonder grote financiering van de Rijksoverheid . Dit is ook niet zo gek; er moet veel gebeuren aan veel gebouwen en de technieken zijn nog volop in ontwikkeling.

We verwachten als gemeente dat er de komende jaren veel geld beschikbaar gemaakt moet worden vanuit de Rijksoverheid om de doelen te kunnen halen. Dit kan direct naar inwoners vloeien door middel van bijvoorbeeld een lagere energiebelasting of subsidieregeling. Ook kan het via de gemeente worden ingezet. Ook woningcorporaties zullen extra geld ontvangen. Op Prinsjesdag 2021 werden de eerste contouren

zichtbaar. Zo wordt de komende jaren €514 miljoen uitgetrokken voor een nationaal isolatieprogramma, €288 miljoen voor hybride warmtepompen en €525 miljoen voor het verduurzamen van overheidsgebouwen. Als gemeente staan we in de startblokken om beschikbare gelden te gebruiken. Alleen op deze manier kunnen we aan onze uitgangspunten voldoen. Daarnaast zullen we ook kijken wat we zelf mogelijk kunnen en moeten

maken. Hiervoor kijken we bijvoorbeeld naar de mogelijkheden voor lokaal eigenaarschap. Dat betekent dat collectieve warmtevoorzieningen geen eigendom zijn van een commerciële partij, maar (ook) van de inwoners, die daardoor kunnen meedelen in de opbrengsten.

48

Versie 1.0

6

Van visie naar uitvoering

Versie 1.0

6. Van visie naar uitvoering De Transitievisie warmte is gebaseerd op de technische potentie-analyse van de bebouwing in Leudal, gesprekken met stakeholders én met de inwoners. Hiermee is een solide startpunt gecreëerd voor de warmtetransitie. Maar eigenlijk begint het nu pas: We moeten van visie naar uitvoering! In dit hoofdstuk

wordt ingegaan op deze belangrijke volgende fase, worden randvoorwaardes geschetst en een planning en fasering gegeven.

6.1 Uitvoeringsplannen van de gemeente Als gemeente hebben wij de regie in de warmtetransitie en daarmee een belangrijke rol in het aanzwengelen van actie, coördinatie en monitoring. Daar zijn we al mee aan de slag en dit zullen we de komende jaren voortzetten. Hiertoe bewandelen we verschillende sporen: Buurtteams:

• Bestaande buurtteams gaan we ondersteunen om concrete actieplannen te maken en deze ook uit te voeren. Zie paragraaf 6.2.

• In kernen waar nog geen buurtteam is, gaan we aan de slag om deze te vormen. In 2026, wanneer TVW 2.0 wordt vastgesteld, hopen we in alle zestien dorpskernen een buurtteam minimaal op niveau

‘samenwerken’ te hebben. Zie planning en fasering, paragraaf 6.4. Uitvoeringsprogramma: We gaan op drie niveaus aan de slag:

• Gemeente-breed: Er zijn al verscheidene gemeente-brede campagnes opgezet en uitgevoerd. Dit gaan we doorzetten en uitbreiden.

• Doelgroepgericht: Het definiëren van specifieke doelgroepen kan een hele efficiënte manier van werken zijn. Dit wordt verderop in deze paragraaf nader toegelicht.

• Gebiedsgericht: In nauwe samenwerking met de buurtteams zal per dorpskern een gebiedsgerichte aanpak gedefinieerd worden. Deze aanpak wordt formeel vastgelegd in Wijkuitvoeringsplannen. In tabel 6.1 op de volgende pagina staat een overzicht van concrete projecten die al gestart zijn parallel aan

het opstellen van deze visie. Hier wordt tevens toegelicht welke ontwikkelingen we binnen dit project voor de komende jaren verwachten. Deze projecten opgeteld zullen niet leiden tot de gewenste reductie van het aardgasverbruik. Hiervoor is meer nodig. Daarom willen we ook starten met nieuwe projecten en uitvoeringsplannen. Deze zijn opgenomen in

tabel 6.2.

50

Versie 1.0 Tabel 6.1: Overzicht van de lopende projecten in het uitvoeringsprogramma.

Aanpak Gemeente-breed

Gemeente-breed

Gemeente-breed Gemeente-breed Doelgroepgericht

Doelgroepgericht

Doelgroepgericht

Gebiedsgericht

Lopende projecten Deelname duurzame huizenroute

Toelichting

Momenteel loopt overleg over aanpak voor Planmatige aanpak communicatie en 2022. Er zal een communicatie- en participatieplan worden uitgewerkt voor het participatie thema verduurzaming Deelname aan Limburgse samenwerking Energieloket ‘nieuweenergieinlimburg.nl’ Samenwerking energiecoöperatie Samenwerking uitbreiden en verstevigen, zie Leudal energie, Wonen Limburg, ook toelichting in paragraaf ‘Samenwerking Wonen Zuid, Enexis woningcorporaties’ onder deze tabel Eind december wordt de routekaart Verduurzamen gemeentelijk vastgoed vastgesteld Ontzorgen en informeren ondernemers door samenwerking Project is in opstartfase met Stichting Groene Economie Limburg Verduurzamen diverse Wordt opgepakt in apart traject, dit loopt al bedrijventerreinen Handhaven energie bespaarplicht Nieuwe actie: handhaven kantoren label C bedrijven vanaf 2023 Dit vormt de basis voor onze wijkaanpak, zie Oprichting buurtteams in zes buurten paragraaf 6.2 voor uitwerking van de volgende stappen

Samenwerking woningcorporaties De gemeente heeft de afgelopen periode verkennende gesprekken gevoerd met Wonen Zuid en Wonen Limburg over hun mogelijke rol in de warmtetransitie voor Leudal. Beide woningcorporaties zijn in ieder geval

al volop bezig met het verduurzamen van hun eigen bezit. Ze isoleren momenteel hun huurwoningen en denken na over een strategie om deze woningen op termijn ook aardgasvrij te maken. Momenteel worden reeds enkele experimentele energietransitie-pilots uitgevoerd. Daardoor verschuift op termijn de aandacht van isoleren naar andere verduurzamingsmaatregelen.

In kleinere kernen waar de woningcorporaties alleen verspreid bezit hebben, willen de woningcorporaties graag aansluiten bij initiatieven die vanuit de Buurtteams ontstaan. Meedoen met de Buurtteams moet uiteraard wel een gunstig effect hebben op de woonlasten van de huurders én betaalbaar zijn voor de

woningcorporaties. Voor een succesvolle samenwerking is het belangrijk de woningcorporaties tijdig te betrekken. Dit zal bij de Buurtteams onder de aandacht gebracht worden, zodra de uitvoeringsplannen naar een concretere fase gaan.

51

Versie 1.0 Tabel 6.2: Overzicht voorstel nieuwe projecten in het uitvoeringsprogramma

Aanpak

Mogelijke nieuwe projecten

Toelichting

Gemeente-breed

Vervolg op Duurzaam Leudal

Vast energieloket

Gemeente-breed

Doelgroepgericht Doelgroepgericht Doelgroepgericht

Doelgroepgericht

Doelgroepgericht

Groen gas productie en distributie: Vanuit gemeentelijk spoor en regionaal vanuit haalbaarheidsonderzoek naar inzet in de RES en Provincie Limburg de gebouwde omgeving Deze woningen zijn relatief eenvoudig van het Warmtepompenproject in wijk met aardgas af te halen. Deelproject binnen een woningen gebouwd na 2000 buurtteam. Maatschappelijk vastgoed (niet in eigendom gemeente) Inwoners met risico op energiearmoede Met 25% zijn er relatief veel 65+’ers in Leudal. Grootste leeftijdsgroep vormen de 45-65 jarigen. Door communicatie specifiek op deze Aanpak per leeftijdsgroep groepen af te stemmen, kan beter ingespeeld worden op behoeftes en beweegredenen van/voor deze mensen.

Buitengebied

Zie toelichting hieronder.

Buitengebied Gemeente Leudal heeft een groot buitengebied, waar in totaal 2144 woningen en 768 utiliteiten staan. Dit zijn over het algemeen grote woningen en vaak vrijstaand. Daarnaast gaat om relatief veel bebouwing met zowel

een woon- als een werkfunctie (agrarisch). Al deze woningen samen kunnen gezien worden als een aparte doelgroep, omdat zij in technische zin voor een vergelijkbare uitdaging staan. Om die reden wil de gemeente voor deze doelgroep een specifieke strategie uitwerken. Communicatie met de inwoners zal via de dorpskernen en bijbehorende buurtteams verlopen, omdat inwoners zich hier het sterkst mee verbonden voelen. Binnen deze doelgroep hebben enkele honderden adressen nu geen gasaansluiting en stoken waarschijnlijk met een gastank. Dit is relatief duur, waardoor alternatieven mogelijk interessant zijn. Het gaat naar schatting

om een honderdtal adressen ten westen van Roggel (o.a. Heide, Aan de Bergen, Hollander, Aan het Broek), een vijftigtal adressen in het gebied tussen Kelpen-Oler, Baexem en Heythuizen (o.a. Beemderbroekweg, Bosstraat, een vijftigtal adressen in buurtschap Heiakker en omgeving en tot slot vijftig tot honderd adressen

verspreid over de rest van het buitengebied.

52

Versie 1.0 6.2 Actieplannen van de buurtteams De buurtteams vormen een essentiële rol in deze warmtetransitie. Zij vormen de oren en ogen in de wijk en

zijn het beste in staat om concrete plannen goed aan te laten sluiten bij de behoeftes en de belevingswereld van de inwoners. Bij het vormen van de buurtteams zijn drie niveaus onderscheiden, namelijk ‘informeren’, ‘activeren’ en ‘samenwerken’. In vier dorpskernen is een buurtteam op het niveau ‘samenwerken’ en in enkele andere

kernen wordt al gewerkt aan de vorming van een nieuw team. Maar nu moet er actie komen. Het vormen van een buurtteam is in feite pas fase I. Vanaf 2022 willen we door naar fase II: Van plannen naar realisatie. Bureau Buurkracht gaat met een aantal teams aan de slag om samen ideeën om te zetten in actieplannen. Plannen

FASE I Vorming Buurtteams

Informeren

Uitvoeren

FASE II Activeren

Realiseren

Samenwerken

Monitoren

Van plannen naar realisatie

Evalueren

Fase I: Voorbereidende fase waarbij inwoners bekend worden gemaakt met het onderwerp en een groep enthousiaste mensen ermee instemmen om actief aan de slag te gaan.

Fase II: In deze fase stelt het buurtteam een concreet actieplan op en brengt dit in samenwerking met de gemeente tot realisatie. Gerealiseerde projecten dienen weer als inspiratie voor andere delen van de gemeente.

In een actieplan staat beschreven wat het concept is, hoe de planning en communicatie wordt opgepakt en wat de business case is. Er is een duidelijk onderscheid tussen een plan dat voor één kern wordt gemaakt en een campagne die gemeente-breed wordt opgetuigd. Voor de eerste is de kern zelf de afzender, voor het

tweede de gemeente Leudal. Het kan zijn dat zo'n gemeente-brede aanpak start als project in één kern. Later kan dan blijken dat het zich beter leent voor uitrol in de hele gemeente, zoals bijvoorbeeld een isolatiecampagne of een inkoopcampagne voor warmtepompen. Omdat de werkwijze voor de verschillende

buurtteams hetzelfde is, is het zinvol deze kernen in een gezamenlijk overleg van elkaar te laten leren en elkaar te inspireren. De ondersteuning van de gemeente concentreert zich op dit gezamenlijke overleg.

53

Versie 1.0 6.3 Organisatiestructuur Samenwerkingsvorm gemeente en buurtteams De uitvoering van de actieplannen die voortkomen uit de buurtteams is gebaat bij de structuur van een

projectteam, niet van een beleidsteam. Aan het hoofd van elk uitvoeringsproject staat een lokale projectleider met eindverantwoordelijkheid over de voortgang, niet per se de inhoudelijke vormgeving. Het is goed om iemand van het buurtteam die projectleider te laten zijn. In het projectteam zitten vervolgens

vertegenwoordigers van de betrokken partijen. Van de gemeente is adviseur Duurzaamheid Mike Ummels het aanspreekpunt. Voor alle inhoudelijke issues die in elk project kunnen spelen voor de interne organisatie van de gemeente, borgt de adviseur duurzaamheid dat vragen bij de juiste persoon komen. Bovendien zorgt hij

voor de juiste verankering van de actieplannen in de Omgevingsvisie en Wijkuitvoeringsplannen. Verder zorgt de adviseur duurzaamheid ervoor dat van de overige betrokken partijen, (de woningcorporatie, de netbeheerder, de omgevingsdienst, enz), de juiste personen op het juiste moment betrokken raken. Deze structuur zorgt er voor dat van de buurtteams het initiatief wordt gevraagd en zij op eigen tempo en eigen

manier intern het project vorm kunnen geven. Daarnaast hebben zij allemaal op een overzichtelijke manier toegang tot ondersteuning van gemeente en andere partijen. Ook slaagt de gemeentelijke organisatie er dan in om haar deelnemende rol vorm te geven.

Interne organisatie gemeente

Gezien de omvang van de opgave en koppelkansen met andere sociale en klimaatopgaves, is een goede verankering in de gemeentelijke organisatie essentieel voor het slagen van de warmtetransitie. Hiertoe wordt een organisatiestructuur opgezet bestaande uit Programmasturing, Kernteam warmtetransitie en een

Klankbordgroep. Het Kernteam vormt een sleutelrol en bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende afdelingen. In de volgende paragraaf ‘Planning en fasering’ worden op hoofdlijnen de taken van dit Kernteam omschreven en uitgezet in de tijd. Begin 2022 zal op basis hiervan een uitvoeringsagenda worden opgesteld. Dit is een compact document, waarin de projecten waar het team mee aan de slag gaat in meer detail worden

beschreven, evenals de rolverdeling binnen het team. De uitvoeringsagenda moet een praktisch handvat vormen en helpt om de scope te bewaken en voortgang te monitoren. Het is belangrijk om zowel de inhoud van de uitvoeringsagenda, als de samenstelling van het Kernteam één of twee keer per jaar te evalueren, zodat steeds zo goed mogelijk wordt aangesloten bij de fase waarin de

verschillende projecten zich bevinden.

54

Versie 1.0 De stuurgroep van het Kernteam bestaat uit de medewerkers duurzaamheid. De Klankbordgroep bestaat uit

vertegenwoordigers van de buurtteams en van belangrijke stakeholders. Zie figuur 6.1.

Gemeenteraad

Programmasturing

College B&W Wethouder duurzaamheid

Kernteam warmtetransitie

Stuurgroep

Klankbordgroep Buurtteams o.l.v. team captains

Advi s eur Duurzaamheid Bel eidsmedewerker Duurzaamheid

Openbare ruimte

Communicatie & participatie

Vergunningen

Tea mleider

Proces regisseur

Vergunningverlener

Medewerker groen

Medewerker communicatie

Stakeholders (o.a. woningcorporaties, Enexis, energie coöperatie)

Figuur 6.1: Organisatiestructuur van de gemeente, bestaande uit Programmasturing, Kernteam en Klankbordgroep

6.4 Planning en fasering In figuur 6.2 vindt u een opzet van de planning en fasering van de warmtetransitie tussen nu en 2050. Hierin worden drie fasen onderscheiden: Voorbereiden, Uitvoeren, en Versnellen en opschalen. Belangrijke

ijkmomenten zijn de vaststelling van deze TVW 1.0, een aanscherping hiervan in 2023 in de TVW 1.1 en de TVW 2.0 in 2026 met de visie tot 2035 – dus vijf jaar verder dan deze visie. De aanscherping in 2023 is geen wettelijke eis, maar is in Leudal een zinvolle tussenstap, omdat dan meer bekend zal zijn over de werkelijke

potentie van groen gas. Bovendien zullen dan de eerste actieplannen van buurtteams in uitvoering zijn en zal vanaf dat moment, naar verwachting, meer capaciteit binnen de gemeente vrij komen om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Het Kernteam, zoals beschreven in voorgaande paragraaf, zal begin 2022 worden opgezet en aanjager zijn van

een groot aantal verschillende projecten. Voor deze projecten kan gedurende 2022 de basis worden gelegd en vanaf 2023, wanneer naar verwachting meer financiering voor aanvullende capaciteit beschikbaar komt, kunnen deze projecten worden uitgevoerd.

55

Versie 1.0 Concreet zal de nadruk in de uitvoering de eerste 3 tot 4 jaar liggen op het na-isoleren van woningen.

Daarna zal het vervangen van bestaande HR-ketels door (hybride) warmtepompen in de versnelling komen. Een en ander is afhankelijk van landelijk beleid en subsidies die wel of niet worden verstrekt. Doel is om vanaf 2026 de fase van versnellen en opschalen in te gaan. De ambitie is om dan in alle kernen

een actief buurtteam te hebben. Met de reeds bestaande buurtteams is tegen die tijd de nodige ervaring in de uitvoering op gedaan. Bovendien is er dan meer concreet duidelijk over de potentie van geothermie en groen gas. Al die factoren samen zullen bijdragen om actie op een grotere schaal mogelijk te maken.

Voorbereiden

2021

Uitvoeren

2022

Versnellen en opschalen

2023

2026

TVW1.0

TVW1.1

TVW2.0

visie tot 2030

visie aanscherping

visie tot 2035

2030

2035

-20% aardgas

2050 NUL aardgas

Aantal buurtteams Fase I 4

8

12

14

16

Aantal buurtteams Fase II 6

10

Start werkzaamheden

12

14

16 Kernteam 2.0 en actieve betrokkenheid van hele gemeentelijke organisatie

Aa nvulling capaciteit

Activeren nieuwe buurtteams Opschalen uitvoeringsplannen / Collectieve inkoopacties

Start eerste actieplannen Opzet digitaal platform ‘Mijn Buurtje’ Vormen kernteam Warmtetransitie & vaststellen uitvoeringsagenda

Wijkuitvoeringsplannen

Uitvoering en integratie met Programma’s en Omgevingsplannen onder Omgevingswet

Ontwikkelen aanpak doelgroepen

Uitvoeren doelgroepen aanpak

Opschalen doelgroepen aanpak

Voortzetten bewustwordingscampagnes

Opzetten vast energieloket

Alle inwoners bewust van warmtetransitie

Energieloket beschikbaar

Coördinatie GO haalbaarheidsonderzoek groenNO-GO gas

Groengas beschikbaar maken voor gebouwde omgeving

Legenda Gebiedsgericht

Doelgroepgericht

Gemeente-breed

Figuur 6.2: Planning en fasering

56

Verdieping technische potentie

Versie 1.0 6.5 Middelen en capaciteit 2022

Om volgend jaar verder te kunnen met de warmtetransitie is minimaal € 50.000 nodig. Dit wordt o.a. ingezet om een digitaal platform voor de buurtteams op te zetten, genaamd ‘mijn buurtje’. Dit project loopt al en de verwachte lancering is begin 2022. Hierdoor kan de buurt eigen bewoners bereiken en ontstaat er overzicht

over de projecten. Ook de begeleiding van de buurtteams door Buurkracht loopt in 2022 door. Daarnaast zijn er kosten voor interne verankering; de aanvullende werkzaamheden bij afdelingen als vergunningen, grondzaken, juridische ondersteuning. Ook is mogelijk externe inhuur op buurtondersteuning of inhoudelijk op de energietransitie nodig. Tot slot is er budget nodig om de projecten op te starten, die zijn

genoemd in paragraaf 6.1.

2023-2030 Voor het budget op langere termijn moet het uitvoeringsprogramma in meer detail worden uitgewerkt en

moet er meer duidelijkheid komen over de rijksbijdrage. De Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG) en de Rijksoverheid hebben afgesproken dat gemeenten extra budget krijgen voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Om duidelijkheid te krijgen over de hoogte van de totale kosten heeft de Raad voor het

Openbaar Bestuur (ROB) in 2020 een onderzoek verricht naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord bij decentrale overheden voor de periode 2022-2030. In het onderzoek wordt gekeken naar de hoogte van de uitvoeringslasten, de verdeling van het budget tussen gemeenten en de organisatie van de uitvoering. De

uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord voor gemeenten zijn door Andersson Elffers Felix (AEF) in opdracht van de ROB geraamd op € 450 miljoen in 2022, € 540 miljoen in 2023 en € 599 miljoen in 2024. Voor een gemeente ter grootte van Leudal en alleen het onderdeel warmte, schat AEF dat er jaarlijks zo’n 6 tot 9 ton nodig zal zijn. In fte’s komt AEF tot de conclusie dat op termijn 7 tot 11 voltijdsbanen nodig zijn in Leudal voor

de gebouwde omgeving. Op Prinsjesdag is aangekondigd dat hiervoor miljoenen gereserveerd zijn, maar het is nog niet duidelijk hoe en wanneer die over de gemeenten verdeeld worden. Dat maakt het lastig om nu al voor de lange termijn vast te

leggen welke budgetten en capaciteit gereserveerd worden.

57

Versie 1.0

Bronnen

Versie 1.0

Bronnen 1

Programma Aardgasvrije Wijken – Juridische open tafel sessie 13 juli 2021

2

Atlas Limburg https://portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default

3

Kerncijfers wijken en buurten, CBS, 2020 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/29/kern cijfers-wijken-en-buurten-2020

4

Klimaatmonitor, 2019 https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energiegebruik/

5

Vattenfall onderzoek: Nederland aardgasvrij, Vattenfal https://www.vattenfall.nl/duurzame-energie/geef-gas-op-groen/aa rdgasvrij/

6

Strategiefactsheets, ECW https://expertisecentrumwarmte.nl/th emas/de+leid raad/strategiefa ctsh eets/default.aspx

7

Productie groene stroom met 40 procent gestegen, CBS, 2021 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/08/productie-g roene-stroom-met-40-procen t-gestegen

8

Elektriciteit in Nederland, CBS, 2015 https://www.cbs.nl/-/media/imported/documents/2015/05/2015-elektriciteit-in-nederland.pdf

9

Fasering Zevenellen JC, 2021 20210123 Fasering Zevenellen JC.pdf

10

“Wijkuitvoeringsplan in samenwerking met de netbeheerder”, Netbeheer Nederland https://www.netbeheernederland.nl/wijkuitvoeringsplan#:~:text=In %20samen werking%20met%20de%20netbeheerde

r.&text=Nederland%20 werkt%20aan%20de%20en ergietransitie.&tex t=Alle%20gemeenten %20in%20Nederland%20stellen,maken%2 0van%20de%20gebouwde%20omgeving

11

‘Adiabatic Flame Temperatures’, The Engineering ToolBox https://www.engineeringtoolbox.com/adiabatic-fla me-temperatu re-d_996.h tml

12

Dashboard Eindgebruikerskosten, ECW, 2021 https://www.expertisecentrumwarmte.nl/eindgebruikerskosten/default.aspx

59

Versie 1.0

Bijlagen

Versie 1.0

Bijlagen Bijlage I: Warmtestrategieën ECW

59

Bijlage II: Overzicht variabelen in Transitietool Aardgasvrij

68

Bijlage III: Warmtebronnen

69

Bijlage IV: Hoge resolutie potentiekaarten (los bestand)

71

Bijlage V: Ballenbak – mogelijke projecten om de warmtetransitie vorm te geven

72

61

Versie 1.0 Bijlage I: Warmtestrategieën ECW6 Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp Wat is het?

De individuele elektrische warmtepomp verwarmt een pand door warmte uit de bodem, ventilatieretourlucht of de buitenlucht te halen. Door slimme technieken kan uit lucht of water van bijvoorbeeld maar 10 graden toch genoeg

warmte gehaald worden om te douchen en je huis te verwarmen. Omdat een warmtepomp niet veel warm water ineens kan maken, is een opslagvat (boiler) nodig. Een

warmtepomp

verbruikt

elektriciteit.

Met

één

kWh

elektriciteit kan een warmtepomp 2 tot 5 kWh warmte maken. Het gasnet is niet langer nodig voor panden die van Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW

deze oplossing gebruik gaan maken.

Voor welke panden is het geschikt? Een elektrische warmtepomp maakt water op een relatief lage temperatuur (ongeveer 30 tot maximaal 55 °C). Bij een traditionele cv-ketel wordt het water in de radiatoren tot 90 °C. Een pand moet daarom heel goed geïsoleerd zijn om het voldoende te kunnen verwarmen en moet voorzien worden van speciale radiatoren of

van vloerverwarming. De isolatie maakt dat deze oplossing bij bestaande woningen vaak duurder is dan alternatieven. Daarom is een warmtepomp vooral geschikt voor nieuwere woningen en oudere woningen die al heel goed geïsoleerd zijn. Omdat met deze technologie warmte uit omgevingslucht en bodem gehaald wordt, kan deze strategie

nagenoeg overal toegepast worden, ook daar waar geen warmtebronnen beschikbaar zijn. Dit betekent wel dat het elektriciteitsnet zwaarder belast wordt. Als veel woningen een individuele elektrische warmtepomp krijgen, is verzwaring noodzakelijk. Dit is één van de redenen dat de transitievisie met netbeheerder Enexis

wordt afgestemd.

62

Versie 1.0 Een bijkomend voordeel van de individuele elektrische warmtepomp is dat veel modellen ook kunnen

voorzien in de toenemende koudevraag ten gevolge van steeds warmere zomers.

Wat betekent dit voor de gemeente? De individuele elektrische warmtepomp is een individuele oplossing, huishoudens kunnen onafhankelijk van elkaar een

warmtepomp nemen. Centrale regie is alleen noodzakelijk als de warmtepompen gebruik

maken

van

bodembronnen.

Meerdere bodembronnen dicht bij elkaar kunnen elkaar ongewenst opwarmen of afkoelen.

Daarom

moeten

afspraken

gemaakt worden als meerdere bronnen bij elkaar in de buurt komen. Warmtepompen

zijn

duurder

en

ingewikkelder dan cv-ketels. Veel mensen

hebben moeite overzicht te krijgen van alle verschillende

bronnen

en

technieken.

Onafhankelijke informatie en praktische

hulp bij de keuze kan de drempel verlagen om een warmtepomp aan te schaffen.

63

Versie 1.0 Strategie 2/3: warmtenet met HT-, MT- of LT-bron Wat is het? Een warmtenet levert collectief warmte aan meerdere

panden. Het is ook wel bekend als stadsverwarming. Afhankelijk van de temperatuur van de bron van het warmtenet zijn er hoge-, lage- of middentemperatuur

warmtenetten. Hoe hoger de aanvoertemperatuur is, hoe kleiner de kans dat er aanpassingen nodig zijn aan de radiatoren

en

isolatie

in

een

woning.

Bij

aanvoertemperaturen lager dan zo’n 60 graden is aanvullend een installatie nodig om het risico op legionella in warm

Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW

water te beheersen. Dit kan bijvoorbeeld een kleine

‘boosterwarmtepomp’ zijn, die het water extra verwarmt.

De bron bepaalt de temperatuur. Restwarmte van een elektriciteitscentrale is bijvoorbeeld van hoge

temperatuur, terwijl met aquathermie meestal geen temperaturen van meer dan 50 graden gemaakt kunnen worden. Voor welke panden is het geschikt? Het gasnet wordt bij deze oplossing vervangen door een warmtenet waar warm water doorheen wordt gepompt. Deze leidingen vormen de grootste kostenpost bij deze strategie. Perfect voor deze oplossing lenen zich dus panden die dicht bij elkaar staan (bijvoorbeeld in het centrum van een stad of wijken met hoogbouw). Voor matig geïsoleerde panden is een hoge temperatuurbron nodig, voor nieuwe panden volstaat een lagere temperatuurbron. Daarnaast is deze oplossing eenvoudiger te realiseren als er minder verschillende eigenaren

zijn, bijvoorbeeld omdat in de wijk veel bezit is van een woningcorporatie.

64

Versie 1.0 Bij een warmtenet is niet of nauwelijks een investering nodig in de gebouwen zelf en hoeven de bewoners ook

weinig zelf te regelen: ze worden volledig ontzorgd. Een nadeel voor de bewoners is dat er weinig keuzevrijheid is. Deze oplossing is alleen rendabel als een grote groep woningen min of meer tegelijk op het net aansluit, er is daardoor minder mogelijkheid op een natuurlijk moment (cv-ketel gaat kapot, verhuizing) te

wachten.

Wat betekent dit voor de gemeente? De gemeente heeft een grote rol bij het aanleggen van een

warmtenet. Een grote groep gebouwen moet gelijktijdig gemobiliseerd worden. Dit betekent dat centrale sturing onmisbaar is. Daarnaast is de gemeente onder de nieuwe

Wet Collectieve warmte (Warmtewet 2.0 in de volksmond) de enige aangewezen partij om een warmtekavel formeel toe te wijzen aan een exploitant. Dit gaat middels een

aanbesteding. Transparantie over de maatschappelijke kosten en organisatie zijn cruciaal om een warmtenet te laten slagen.

65

Versie 1.0 Strategie 4/5: hernieuwbare gassen

Wat is het? De minst ingrijpende oplossing voor bewoners is om groengas (S4) of waterstof (S5) in het bestaande gasnetwerk in te voeden. Net als bij aardgas zorgt een cv-ketel voor

verwarming en warm water. Voordeel is dat panden niet extra geïsoleerd hoeven te worden om met hernieuwbare gassen verwarmd te worden. Vanuit oogpunt van comfort en

woonlasten kan het uiteraard wel wenselijk zijn te isoleren, maar technische noodzaak is er niet. Ook aanpassingen aan de installatie zijn niet nodig (groengas) of zijn beperkt

(Waterstof). Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW

Voor welke panden is het geschikt? Deze strategie is voor vrijwel alle panden geschikt, vanwege de beperkte benodigde aanpassingen. Toch is dit

geen voor de hand liggende strategie voor 2030, simpelweg doordat zowel groengas als waterstof nog niet of nauwelijks beschikbaar zijn. In gemeente Leudal zijn er mogelijk wél kansen voor de toepassing van groengas, maar dan in een hybride strategie (zie volgende paragraaf).

Wat is hernieuwbaar gas? (groengas en waterstof) Groengas is een energiedrager die gemaakt wordt door organisch restafval te verwerken tot gas. Deze brandstof haalt hoge temperaturen bij verbranding (1.960 °C11 ) en is dus ook erg geschikt voor industriële processen. Bovendien kan het gas

eenvoudig worden bijgemengd in het bestaande aardgasnetwerk. Waterstof is ook een mogelijke energiedrager voor de toekomst en wordt opgewekt middels een proces genaamd elektrolyse. Bij voorkeur wordt dit proces uitgevoerd met duurzame elektriciteit, maar vooralsnog wordt dit grotendeels gedaan met fossiele

energie. De efficientie van de omzetting is slechts zo’n 50%. Grootschalige, duurzame productie van waterstof staat nog in de kinderschoenen. Doordat de dichtheid van waterstof een stuk lager is dan van aardgas, is het bestaande netwerk lang niet overal

geschikt. Wel kan waterstof net als groengas worden bijgemengd bij het aardgas. Hoe en of waterstof geschikt is te maken voor de gebouwde omgeving, zal in de komende jaren blijken.

66

Versie 1.0 Hybride strategieën Wat is het? Bij een hybride oplossing worden meerdere warmtebronnen gecombineerd. In de praktijk betekent dit

meestal een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. Een kleine warmtepomp zorgt het grootste deel van het jaar voor verwarming. De cv-ketel levert extra vermogen bij een piek in de warmtevraag. Het voor warm tapwater komt volledig van de cv-ketel. Deze combinatie is (veel) goedkoper dan een volledig

elektrische warmtepomp. Bovendien is de oplossing ook toepasbaar in woningen met wat minder goede isolatie. De warmtevoorziening is dan nog niet geheel duurzaam, maar het grootste gedeelte van de tijd wel. Een hybride warmtepomp kan zo’n 50% van het aardgasgebruik reduceren. Daar komt wel elektriciteit voor in

de plaats, de CO2 reductie is daarom ongeveer 20%. Voor welke panden is het geschikt? Dankzij de back-up van de ketel, kan met een hybride installatie vrijwel iedere woning verwarmd worden. De oplossing is het meest rendabel bij panden met redelijke isolatie. Volledig ongeïsoleerde woningen hebben te vaak ondersteuning van de ketel nodig. Omdat er nog aardgas verbruikt wordt, is op termijn nog een laatste stap nodig naar aardgasvrij. Na 2030 kan

het aardgas mogelijk vervangen worden door hernieuwbaar gas, zoals groengas of waterstof. Een andere optie is om op termijn over te stappen op een volledig elektrische warmtepomp. Dat wordt mogelijk doordat extra isolatie is toegevoegd of omdat warmtepompen in de toekomst waarschijnlijk hogere temperaturen kunnen

maken.

67

Versie 1.0 Door de tussenstap van een hybride oplossing kunnen de benodigde kosten en inspanningen over een langere

tijd gespreid worden, waardoor de transitie beter beheersbaar wordt en natuurlijke momenten aangegrepen kunnen worden om geleidelijk over te gaan op een duurzame warmteoplossing. Voorbeelden zijn overgaan op elektrisch koken als de gaskookplaat aan vervanging toe is, vloerverwarming aanleggen bij renovatie van de

vloer en dakisolatie aanbrengen als het dak gerenoveerd wordt. Ook zullen de kosten voor technologieën als warmtepompen en LT (lage temperatuur)-afgiftesystemen naar verwachting verder afnemen in de tijd. Tot slot levert een hybride warmtepomp al op korte termijn voordeel, omdat de investering meestal snel kan worden

terugverdiend met een lagere energierekening. Wat betekent dit voor de gemeente? Het gasnet blijft in stand. Net als een individuele elektrische warmtepomp, is dit een oplossing die iedere woningeigenaar zelf kan aanschaffen. De gemeente kan ervoor kiezen deze oplossing aan te moedigen.

68

Versie 1.0 Isoleren

In alle gevallen is het verstandig om gebouwen tot een

Ook bij hybride verwarming is isolatie

minimaal niveau te isoleren. Isolatie leidt tot hoger

noodzakelijk. Bij een slecht geïsoleerde

wooncomfort en een lagere energierekening. Bij elke

woning is ondersteuning van de cv-ketel te

warmtestrategie is isolatie daarom een zinvolle stap. Bij

vaak nodig om de warmtepomp nog goed

sommige strategieën is een minimale hoeveelheid isolatie ook echt noodzakelijk om technisch haalbaar te worden.

zijn werk te kunnen laten doen.

Meer

oplossingen, is de extra isolatie voor

specifiek

is

de

watertemperatuur

van

de

Anders

dan

bij

lage

temperatuur

warmteoplossing belangrijk. Een cv-ketel maakt water van

midden-temperatuur

75-90 °C. Een warmtepomp of lage temperatuur warmtenet

oplossingen vaak ook financieel rendabel

maakt water van maximaal zo’n 50 °C. Om de woning dan

om toe te voegen. De exacte isolatiegraad

nog comfortabel warm te houden is veel isolatie nodig. ECW

en het label zijn afhankelijk van de exacte

stelt label B als minimum, in de praktijk worden vaak nog

temperatuur

hogere eisen geadviseerd. Deze mate van isolatie kan in een

Midden

bestaande

warmtenetten (S2).

woning

niet altijd worden terugverdiend.

Daarnaast zijn speciale grote radiatoren of vloerverwarming nodig. Bij strategie S1 (individuele elektrische warmtepomp) en S3 (Lage temperatuur warmtenet) is dus altijd

hoogwaardige isolatie nodig als voorwaarde om te kunnen functioneren.

isolatie en het plaatsen van grotere radiatoren noodzakelijk.

De hoeveelheid warmte die een radiator kan afgeven halveert, als de watertemperatuur daalt van 90 naar 70 °C.

69

het

temperatuur

hybride

afgiftesysteem. komt

voor

bij

Bij hoge temperatuur warmtenetten (S2), bij groen gas (S4) en waterstof (S5), is een hoge

aanvoertemperatuur

over

het

algemeen mogelijk en is de isolatie dus vooral

Ook bij de midden-temperatuur (50 tot 70 graden) is extra

en

en

nodig

voor

woonlastenbeperking.

comfort

en

Versie 1.0 Welk energielabel is nodig? Energielabels zijn een maat voor de energiezuinigheid van een gebouw. Een gebouw met goede isolatie, een zuinige ketel of zonnepanelen heeft een goed label. Rondom de warmtetransitie worden energielabels vaak gebruikt als maat voor de

hoeveelheid isolatie. Daar is het energielabel echter oorspronkelijk niet voor bedoeld. Een ongeïsoleerd huis met heel veel zonnepanelen kan hetzelfde label halen als een heel goed geïsoleerd huis met een oude geiser en gaskachel. Gebruik

energielabels daarom alleen als grove indicatie van de energiezuinigheid, en niet als meetinstrument voor de isolatie van een individuele woning.

De isolatiestandaard Op 18 maart jongstleden heeft minister Kajsa Ollongren de

Tweede

Kamer

geïnformeerd

over

een

nieuwe

‘Isolatiestandaard’ voor bestaande woningen. Hierin zou voor alle woningen een minimaal isolatieniveau worden

opgelegd, dat afhankelijk is van het bouwjaar van de woning. Dit minimale niveau is hoger dan wat nodig is voor strategieën met hoge of midden-temperatuur. Het is nog niet helemaal bekend of en in welke vorm de

isolatiestandaard zal worden verplicht. Wel is al duidelijk dat voor de derde ronde van de proeftuinen aardgasvrije wijken vereist wordt dat woningen aan de standaard voldoen. De

verwachting is dat er steeds meer situaties komen waarin isolatie van bestaande woningen door de landelijke overheid geëist wordt.

70

Versie 1.0 Bijlage II: Overzicht variabelen in Transitietool Aardgasvrij Tabel II.1: Variabelen in de potentieanalyse.

Het bouwjaar van het pand is grotendeels bepalend voor de kostprijs om een Bouwjaar bepaalde mate van isolatie te kunnen realiseren en de geschiktheid voor specifieke warmtetechnieken. Hoe beter een pand is geïsoleerd, des te kleiner de warmtevraag en des te Energielabel groter de geschiktheid voor een LT-oplossing. Energielabel is hiervoor niet de ideale maat, maar is de enige maat die van alle woningen geschikt is. Warmtevraag De warmtevraag heeft invloed op de geschiktheid voor HT- of LT-oplossingen.

De ECW heeft op wijkniveau een inschatting gemaakt van de nationale kosten van iedere oplossing. Dit is een optelsom van de maatschappelijke kosten en Nationale kosten kosten voor de eindgebruiker. Dit geeft een indicatie van de betaalbaarheid in een specifieke wijk. Dichtheid

De adressendichtheid en de warmtedichtheid bepalen of een collectieve oplossing mogelijk is in een gegeven wijk of buurt.

Type eigenaar

Een collectieve oplossing is haalbaarder in wijken met enkele eigenaars (bijvoorbeeld woningcorporaties) dan in wijken met veel pandeigenaars

Sommige strategieën vergen een grote investering van de woningeigenaar, Investerings- andere oplossing vergen investeringen van andere partijen, bijvoorbeeld in mogelijkheid infrastructuur. Met deze parameter wordt meegewogen of inwoners in staat zijn zelf een grote investering op te brengen.

71

Versie 1.0 Bijlage III: Warmtebronnen Welke energie- en warmtebronnen zijn er? In plaats van aardgas komen meerdere nieuwe energiebronnen en -dragers. In dit hoofdstuk wordt bekeken

hoeveel energie er lokaal beschikbaar is en hoe dit zich verhoudt tot de totale warmtevraag. De getallen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de studie van BDH in najaar 2020. Dit rapport is als bijlage bijgevoegd. De hoeveelheid warmte wordt uitgedrukt in terajoule, TJ. Eén terajoule staat ongeveer gelijk aan het jaarlijkse

gasverbruik van 26 huishoudens. Per strategie wordt besproken welke energiebronnen beschikbaar zijn. Bronnen voor S1 (Individuele elektrische warmtepomp) Elektriciteit – Een warmtepomp gebruikt elektriciteit en een bron waar warmte uit gewonnen wordt. Elektriciteit wordt niet alleen voor verwarmen gebruikt, maar ook voor transport, industrie en

huishoudelijke apparaten. Het kan makkelijk over grotere afstanden worden getransporteerd. In plaats van op gemeenteniveau en alleen voor de gebouwde omgeving te kijken of er voldoende duurzame elektriciteit is, wordt in de RES gekeken naar de totale elektriciteitsvraag in de regio. Bodem en buitenlucht – De meeste individuele warmtepompen halen hun energie uit de lucht of uit de bodem. Aangezien deze bronnen (vrijwel) onuitputtelijk zijn, is niet in een getal uitgedrukt of er

genoeg energie uit lucht en bodem beschikbaar zijn. Ventilatieretourlucht – Ventilatieretourlucht is lucht die uit de woning wordt afgezogen. Deze lucht is relatief warm, wat leidt tot een hoger rendement van de warmtepomp. Ventilatieretourlucht is echter

nooit voldoende om de hele warmtevraag van een woning te voorzien. Deze bron wordt daarom gecombineerd met buitenlucht of gebruikt in een hybrideopstelling met een gasgestookte installatie. Voor strategie 1 zijn dus altijd voldoende bronnen aanwezig, al is wel meer verzwaring van het elektriciteitsnet

nodig, dan bij andere strategieën.

72

Versie 1.0 Bronnen voor S2 en S3 (Warmtenetten)

Hieronder worden de mogelijke bronnen voor een warmtenet genoemd in volgorde van oplopende temperatuur. Restwarmte met een temperatuur vanaf ongeveer 30 graden kan direct gebruikt worden in een lage temperatuur warmtenet. Bronnen met een lagere temperatuur kunnen gebruikt worden als een

warmtepomp wordt ingezet om de temperatuur te verhogen. Door warmte tijdelijk in een buffer op te slaan, kan het rendement van een warmtenet verhoogd worden. Aquathermie is een verzamelnaam voor diverse technieken om warmte te winnen uit water. De temperatuur van dit water is te laag om direct gebouwen mee te verwarmen, daarom is hierbij een warmtepomp nodig.

TEO (thermische energie uit oppervlaktewater) en TEA (thermische energie uit afvalwater) zijn de bekendste. De belangrijkste bron voor aquathermie is de Maas. Hierbij is naast de hoeveelheid beschikbare energie ook de afstand tot bebouwing van belang, omdat de infrastructuur duur is om aan te leggen. Mogelijke toepassing

hiervan wordt in de RES-regio Noord en Midden Limburg onderzocht. Geothermie – Geothermie is warmte die gewonnen wordt uit de bodem op meer dan 500 meter diepte. Op deze diepte is grondwater te vinden dat voldoende warm is om direct (zonder warmtepomp) een warmtenet te voeden. Afhankelijk van de lokale omstandigheden varieert de temperatuur tussen de 50 en meer dan 100

graden. De hele gemeente Leudal bevindt zich in een boringsvrije zone, waar niet dieper dan 500 meter geboord mag worden. Wel zijn er proefboringen geweest naar ondiepe geothermie. De resultaten hiervan zijn nog niet bekend.

73

Versie 1.0 Bijlage IV: Hoge resolutie potentiekaart, los bestand

74

Versie 1.0 Bijlage V: Ballenbak - mogelijke projecten om de warmtetransitie vorm te geven

75

Ballenbak Mogelijke (deel-)projecten en voor gemeentes om de warmtetransitie vorm te geven

DRIVEN BY VALUES

76

Bewust worden en inspireren Het aanzetten van mensen tot (duurzame) veranderingen doorloopt vier fasen: bewustzijn, motivatie, intentie en gedrag. Deze projecten dragen bij aan de eerste en tweede fase. Daarna zullen inwoners misschien niet altijd de volgende dag concreet aan de slag gaan, maar wel is een zaadje geplant voor een volgende fase, om uiteindelijk in actie te komen.

ENERGIEMONITORING

Inzicht in het eigen gebruik creëert bewustwording. Voor woningen bestaan er app’s, slimme thermostaten en losse energiemonitors. Rol gemeente: monitors verspreiden, bijvoorbeeld als prijs of aan specifieke doelgroep Voorbeeldproject Amsterdam – gratis monitor

INFRAROODBEELDEN

Een plaatje zegt meer dan 1000 woorden. Door in de winter met een infraroodcamera beelden te maken in de wijk, wordt inzichtelijk waar de warmte vooral verloren gaat. Voorbeeldprojecten Venray, Nijmegen en Amsterdam

DUURZAAMHEIDSKRANT

Een krant (of bijlage bij het lokale huis-aanhuis blad) met informatie over initiatieven in de gemeente, waar heen te gaan voor advies, voordelen van verduurzamen etc. DRIVEN BY VALUES

ONLINE-, TV-, RADIORECLAME, FOLDERS, POSTERS

Meestal als onderdeel van een breder pakket aan maatregelen. Ook energiezuinig gedrag kan een doel zijn van een reclame actie. Met tv en radio worden uiteraard lokale zenders bedoeld. Recent onderzoek naar aanleiding van een landelijke campagne leidt tot de aanbeveling om extra nadruk te leggen op de campagneboodschap dat er landelijk subsidies beschikbaar zijn en daarbij te linken naar de websitepagina’s die deze onderwerpen belichten.

AMBASSADEURS

Lokale voorbeelden helpen om mensen vertrouwen te geven en te inspireren dat verduurzamen ook voor hun haalbaar is. Ambassadeurs kunnen worden ingezet bij diverse soorten evenementen, campagnes en kunnen hun eigen netwerk benaderen. Vaak zetten ambassadeurs zich breder in voor verduurzaming dan alleen isoleren. Deze aanpak leent zich dan ook vooral voor gemeentes die verduurzaming integraal willen benaderen. Voorbeeldproject

Katwijk 77

Bewust worden en inspireren

VOORBEELDWONING

SPEL

Vaak in samenwerking met woningcorporaties, vaak gecombineerd met wijkaanpak. De woning heeft dan dubbelfunctie en is ook tijdelijk kantoor voor het projectteam. Een reeds gerenoveerde woning toont inwoners hoe isolatiemaatregelen en installaties er in de praktijk uitzien. Helpt om de verduurzaming minder ver-van-mijn-bed-show te maken

De mens is niet alleen visueel, maar ook interactief ingesteld. Spelelementen in de warmtetransitie zijn dan ook een uitgelezen kans om bewustwording te creëren en mensen aan de slag te krijgen. En welk spel sluit nu beter aan dan het TVWbewustwordingsspel? Zo neem je inwoners mee in de opgave en creëer je een gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel.

Voorbeeld

Voorbeeld

Limbrichterveld Noord Sittard

Het TVW-bewustwordingsspel

Huis van de Toekomst Stein

Climate Chase Game

GASTLESSEN

(ONLINE) ESCAPEROOM

Door gastlessen over duurzaamheid helpen om het bewustzijn te vergroten. Dit kan een olievlekwerking hebben: kinderen inspireren hun (groot-)ouders en anderen weer.

Escaperooms zijn tegenwoordig erg populair. Het is dan ook een uitgelezen kans om inwoners met warmte en duurzaamheid in aanraking te brengen middels een escaperoom. Unlock the Volt is bijvoorbeeld zo’n escaperoom die over energie en duurzaamheid gaat. Bovendien is het een online escaperoom, waardoor deze op elke locatie speelbaar is

Gastlessen voor iets oudere kinderen en jongvolwassenen kunnen daarnaast worden ingezet om mensen te inspireren een studie of baan in de richting van duurzaamheid te kiezen.

Voorbeeld Unlock the Volt

Zie ook: technici opleiden

DRIVEN BY VALUES

78

Bewust worden en inspireren Een specifieke categorie binnen ‘bewust worden en inspireren’ is het evenement. Hieronder staan enkele voorbeelden

LEZINGEN, WEBINARS

DUURZAME HUIZENROUTE

Informatiebijeenkosmten om inwoners bij te praten kunnen heel specifiek gaan over bijvoorbeeld het voornemen in hun wijk een warmtenet aan te leggen. Maar ook in een eerder stadium kan dit evenement al ingezet worden. Dan worden inwoners in het algemeen bijgepraat en gewezen op de mogelijkheden hun eigen huis te verduurzamen. Ook thema-bijeenkomsten over bijvoorbeeld isolatie, zonnepanelen, waterstof en aardgasvrij worden veel ingezet, bijvoorbeeld als serie

Tijdens de Duurzame Huizen Route krijgen mensen de mogelijkheid om huiseigenaren persoonlijk te ontmoeten. In heel Nederland stellen huiseigenaren hun duurzame huis open. In een ongedwongen sfeer is alle tijd om de duurzame maatregelen te bekijken en de huiseigenaren vragen te stellen. Meer informatie Duurzame huizenroute

WEDSTRIJD

Voorbeeldprojecten Webinars in het kader van TVW in Weert, Venray, Vaals en veel andere gemeentes

INSPIRATIESESSIE

Mensen willen een energiezuinigere woning maar weten niet altijd waar te beginnen. Een inspiratiesessie is een bijeenkomst (online of fysiek) waar mensen elkaar vragen kunnen stellen en ervaringen uitwisselen onder begeleiding van een gespreksleider. Een landelijke aanbieder is ‘Energy party’. DbV biedt inspiratiesessies aan voor specifieke doelgroepen, zoals op bedrijventerreinen.

Door een wedstrijd element toe te voegen kan dit thema luchtig en aantrekkelijk onder de aandacht gebracht worden. Een feestelijke prijsuitreiking is natuurlijk de kers op de taart. Voorbeelden hiervan zijn een prijs voor de meest duurzame inwoner (zie ook ambassadeur), een klimaatcompetitie om duurzaam gedrag in gang te zetten of een spel dat vooral als doel heeft kennis bij te brengen.

Voorbeeldprojecten: De Klimaatcompetitie Climate Chase Game

Duurzaamheidsprijs in Waalwijk

Voorbeeldprojecten

Energy party DRIVEN BY VALUES

79

Natuurlijke momenten Bepaalde gebeurtenissen zijn ideaal te combineren met het verduurzamen van een gebouw. Bijvoorbeeld als de cv-ketel aan vervanging toe is. Hieronder staan projecten om mensen op het juiste moment te activeren en duurzame stappen te laten nemen.

VERBOUWING

CV-KETEL VERVANGEN

Het moment om mensen te inspireren hun huis te isoleren, vloerverwarming aan te brengen of op een duurzame manier te verwarmen. Of om een douche met douche WTW aan te schaffen

Vervanging van de cv-ketel is het ideale moment om over te stappen op een warmtepomp of hybride warmtepomp. Een uitdaging hierbij is dat veel mensen een nieuwe cv-ketel aanschaffen op het moment dat de oude het begeeft. Dan is er haast bij, want men zit in de kou.

Om mensen op dit moment te kunnen benaderen, is samenwerking nodig met aannemers, badkamerwinkels en vergunningverleners. Als ambassadeurs inspireren zij gebouweigenaars om nu over verduurzaming na te denken en verwijzen ze door naar hulp van de gemeente. De rol van de gemeente is om aannemers, badkamerwinkels en de eigen collega’s bij vergunningverlening hiertoe te organiseren en te informeren over wat de gemeente te bieden heeft aan advies en andere ondersteuning. Bijvoorbeeld door onderstaande cursus te vergoeden voor aannemers.

Gemeentes en installateurs moeten daarom mensen aansporen hierover na te denken vóór het zover is. Bijvoorbeeld met een brief aan iedereen van wie de ketel 12 jaar oud wordt. Ook kan de gemeente helpen met de financiering van deze plotselinge investering. Zie ook dit achtergrondartikel Voorbeeldproject Venray, Beesel en Horst ad Maas gaan hier in 2022 mee aan de slag

NIEUWE KEUKEN OF FORNUIS

Voorbeeldproject Cursus Verdienen met verduurzamen Nu al kiest 82% van de consumenten voor een elektrische kookplaat, als er een nieuwe komt. Gemeente kan samen met keukenwinkels onderzoeken of dat ook in hun regio opgaat en wat redenen zijn om toch nog voor gas te kiezen.

DRIVEN BY VALUES

80

Natuurlijke momenten

HERSTRUCTURERING WIJK

Ook op grotere schaal kan een natuurlijk moment worden aangegrepen, vooral bij collectieve oplossingen. Afstemming van de planning van rioolvervanging, onderhoud aan gas- en elektriciteitsnetten en andere (ondergrondse) infrastructuur beperkt de overlast in een wijk en kan soms ook tot beperking van de kosten leiden.

VERHUIZING

Verhuizing is voor veel mensen het moment om na te denken over ingrepen aan hun woning. De gemeente weet echter pas van een verhuizing op het moment dat de adreswijziging wordt doorgegeven. Om al in een eerder stadium mensen te kunnen inspireren, is samenwerking nodig met makelaars, hypotheekadviseurs en partijen die energielabels opstellen. Een mogelijk project is om het energielabel optimaal te benutten, door het te laten combineren met een advies. Nadat de adviseur de woning heeft opgenomen voor het label, is de benodigde informatie voor zo’n advies al grotendeels compleet, met relatief weinig extra moeite kan dan een bespaaradvies gemaakt worden. De gemeente zou hiervoor een samenwerking met lokale adviseurs moeten opstarten.

Een ander traject is om een samenwerking te sluiten met makelaars en hypotheekadviseurs. Zij kunnen inwoners doorverwijzen naar gemeentelijke projecten voor verduurzaming (advies, ondersteuning, etc).

DRIVEN BY VALUES

81

Onafhankelijk advies en ontzorging Vrijwel alle gemeentes bieden al een vorm van advisering aan hun inwoners. Het is ook een vorm van ondersteuning waarvoor veel mensen naar hun gemeente kijken. Advies kan ook worden gecombineerd met ontzorging: de adviseur vraagt dan ook offertes op, helpt bij subsidieaanvragen of vergunningsaanvragen en kijkt mee in de uitvoering.

ONLINE ENERGIELOKET

Randvoorwaarde voor alle andere projecten en in vrijwel iedere gemeente al aanwezig. Het hebben van een energieloket is dan ook een wettelijke verplichting.

ENERGIECOACHES EN ADVISEURS

Adviseurs die bij inwoners thuis komen kijken welke maatregelen zinvol zijn. In heel veel gemeentes al aanwezig. Ze bestaan in allerlei vormen en maten:

De betreffende website is vaak ook het verzamelpunt voor informatie over alle overige projecten in de gemeente op het vlak van verduurzaming.

• Focus op gedrag en kleinere maatregelen (coaches) of op verbouwing van de woning (adviseurs)

Het is minder zinvol om zelf algemene informatie te verzamelen over hoe een huis te isoleren. Verwijs door naar Milieucentraal of Verbeterjehuis.

• (deels) vergoed door gemeente of op eigen kosten. Al dan niet afhankelijk van de doelgroep

• Vrijwilligers (energiecoöperatie) of experts van een gespecialiseerd bedrijf

Uit onderzoek blijken deze succesfactoren:

Voorbeeldproject Overzicht energieloketten in Nederland

FYSIEK ENERGIELOKET

Vanwege de hoge kosten is dit vooral haalbaar bij een groot verzorgingsgebied. Op locatie is informatie te krijgen en zijn producten in het echt te zien. Net als de website kan een fysieke locatie bovendien dienen als uitvalsbasis voor andere projecten. Voorbeelproject

WoonWijzerWinkel DRIVEN BY VALUES

• De grootste kans op een ‘klik’ is er wanneer de informatie heel persoonlijk wordt gebracht; • Een goede samenwerking door het projectteam, dat hiermee een lokale marktbeweging kan creëren; • Aanzet tot ‘action’ door het energieadvies direct te koppelen aan offertes Voorbeeldprojecten Onderzoek naar effectiviteit coaches met tips en aandachtspunten voor gemeentes Leeuwarden: energiecoaches voor mensen in energiearmoede Weert: Junior energiecoaches

82

Onafhankelijk advies en ontzorging

ENERGIEMARKT

Informatiebeurs waar inwoners vragen kunnen stellen aan onafhankelijk specialisten en in contact kunnen komen met lokale aanbieders. Kan eventueel worden gecombineerd met groter evenement.

AARDGASVRIJCHECKER

De aardgasvrijchecker op je website is de perfecte overbrugging van TVW naar advies. Deze tool geeft inwoners op adresniveau, na wat checkvragen, advies over vervolgstappen gebaseerd op de alternatieve voorkeursoplossing.

DRIVEN BY VALUES

83

Financiering De volgende stap in de klantreis. Inwoners zijn geïnspireerd geraakt, en hebben advies gehad over hun mogelijkheden. Voor ze definitief tot een maatregel overgaan, is de financiering de laatste horde. Landelijke subsidies zijn hierin natuurlijk belangrijke drijfveren, maar ook de gemeente kan diverse projecten opstarten:

OZB BELASTING KORTING

LENING/REVOLVEREND FONDS

Korting op de gemeentelijke OZB-belasting voor bewoners met een duurzame woning, bijvoorbeeld met zonnepanelen. Nu weinig toegepast. Mogelijk vanwege de ingewikkelde uitvoering in relatie tot een beperkt effect.

Net als voor subsidies geldt dat er ook landelijk mogelijkheden zijn. Gemeentes kunnen daar een aanvulling op bieden die past bij de lokale situatie. Uitvoerende organisatie is meestal het stimuleringsfonds volkshuisvesting

Verder lezen:

Voorbeeldproject:

Kamerbrief over voors en tegens van WOZ belastingkorting, januari 2021

Sittard-Geleen: revolverend fonds voor sportclubs Weert: Zonnepanelen voor minima

GEMEENTELIJKE SUBSIDIE

Stimuleringsfonds Volkshuisvesting

Assen – NOM renovatie VvE

GROENE LEGES Naast de landelijke subsidies heeft 40% van de gemeenten nog een lokale regeling. Vaak voor een heel specifiek thema, zoals:

Voorbeeldproject:

Korting op leges voor bouwvergunningen die nodig zijn bij verduurzaming. De hoogte van de leges zijn vaak niet doorslaggevend in een project, maar dit draagt wel bij aan een werkelijke aanmoediging van verduurzaming. Ook effectief bij bedrijven. Zie ook Uitvoering – belemmeringen in vergunningen en bestemmingsplannen

Overzicht gemeentelijke subsidies voor verduurzaming

Meer informatie en voorbeelden:

• Energieadvies • Monumenten

• Groene daken • Nul-op-de-meter

Tilburg – groene leges

Onderzoek VNG DRIVEN BY VALUES

84

Uitvoering Projecten die inwoners helpen om daadwerkelijk aan de slag gaan. Aparte subcategorieën zijn de wijkuitvoeringsplannen en de projecten rondom warmtenetten.

OPENBARE RUIMTE VOORBEREIDEN OP WARMTENET

Als al redelijk zeker is dat er in de toekomst ergens een warmtenet komt, kan daar nu al rekening mee worden gehouden. Bijvoorbeeld door:

• Ruimte te reserveren in groenstroken voor toekomstige leidingen en verdeelstations • Nieuwbouw in het gebied al te voorzien van een collectieve warmtebron • Als op moeilijk plekken, zoals drukke kruisingen of spoorwegovergangen de weg open gaat, hier vast een warmteleiding aan te leggen

GROEN GASONTWIKKELEN

Voor de productie van groen gas zijn grote hoeveelheden reststromen en hoge investeringen nodig. Daarom is hiervoor samenwerking tussen meerdere partijen meestal noodzakelijk. De gemeente kan partijen bij elkaar brengen en kan ook zelf deelnemen door het bermgras uit de gemeente ook als reststroom beschikbaar te maken voor groengas.

GROENGAS VERDELEN

Als de gemeente reactief omgaat met ontwikkelingen voor groengas, bestaat het risico dat de baten niet ten gunste komen aan de omgeving. Denk aan de ophef rondom datacenters die alle opgewekte stroom van een zonnepark of windpark opkopen. Dit komt het draagvlak niet te goede. Door actief deel te nemen in het project, kan de gemeente erop sturen dat het opgewekte gas ook te goede komt aan de directe omgeving Voorbeeldproject:

Leudal - Zevenellen

EXPERIMENTEN MOGELIJK MAKEN

Innovatie gaat helpen om technieken voor meer gebouwen bereikbaar te maken, om de kosten van de warmtetransitie te drukken en om te ontdekken welke rol overheid, inwoners en andere partijen het beste past. Door projecten mogelijk te maken, waarvan nog onzeker is wat er uit zal komen, dragen gemeentes bij aan de ervaring in heel Nederland, maar ook binnen de eigen organisatie.

Voorbeeldproject: Leudal - Zevenellen DRIVEN BY VALUES

85

Uitvoering

COLLECTIEVE INKOOPACTIE

Door samen in te kopen, worden inwoners ontzorgd. Ook zorgt een inkoopactie voor een goede prijs-kwaliteit verhouding voor de deelnemers. Met dit soort projecten is al veel ervaring. Zo bestaat er een handleiding voor het opzetten van een collectieve inkoopactie. Uit deze studie naar succesfactoren komt het volgende advies naar voren: • Ontzorg door middel van een woningbezoek (persoonlijk maken);

• Maak een scherpe prijs-kwaliteit verhouding mogelijk voor bewoners; • De subsidieregeling: deze financiële prikkel is van grote invloed op de beslissing van bewoners om uiteindelijk mee te doen aan het project.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=2aaa5167-58fd-44b6-9971-07eda9aa3cb4