CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie warmte Gemeente Leudal 2022-2030

Raadsvergadering 14 december 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen Transitievisie warmte Gemeente Leudal 2022-203020.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Versie 1.0

Transitievisie warmte Versie 1.0

Gemeente Leudal 2022-2030

Geschreven door

Driven by Values 9 november 2021

Versie 1.0

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Routekaart 2030 (samenvatting)

7

1. Kaders

10

2. Opgave en doelstelling

16

3. Sociaal-maatschappelijke afwegingen

22

4. Technisch-economische analyse

27

5.

Scenario’s voor de warmtetransitie tot 2030

40

6. Van visie naar uitvoering

48

Bronnen

57

Bijlagen

58

Aan de inhoud va n di t document kunnen geen rechten worden ontleend. De

bes chi kba re informa tie is met de groots t mogelijke zorg samenges teld en wordt veronderstel d betrouwbaa r te zi jn. Dri ven By Values is , evenals betrokken organisaties , niet aansprakelijk

voor eventueel

geleden s chade

door

onjuistheden, onvolledi gheden en eventuele gevol gen van handelen op grond va n i nformatie uit dit ra pport.

2

Versie 1.0

Voorwoord

Versie 1.0

Voorwoord Aardgas was lange tijd een uitstekende brandstof voor cv-ketels: goedkoop, betrouwbaar en gemakkelijk in het gebruik. Maar het heeft ook nadelen: de gaswinning in Groningen veroorzaakt aardbevingen en schade aan gebouwen, gas importeren maakt Nederland afhankelijk van buitenlandse regimes, en gas verbranden veroorzaakt CO2-uitstoot en broeikasproblemen. Onlangs hebben we met de overstromingen in Limburg, en ook in onze gemeente, kunnen zien dat klimaatverandering al dichterbij is dan we dachten. Er zijn dus verschillende redenen om het gebruik van aardgas te beperken. In het Klimaatakkoord is

afgesproken dat gemeenten, samen met lokale stakeholders, een Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen. Deze beleidsvisie ligt nu voor u. In deze visie op de warmtetransitie in Leudal wordt inzichtelijk gemaakt wat er voor nodig is om de gemeente in 2050 aardgasvrij te maken. Globaal wordt er een strategie uitgestippeld waar

we de komende jaren mee aan de slag gaan.

De warmtetransitie is een complexe en omvangrijke operatie. Daarbinnen is aan de gemeente een regierol toebedeeld. Dat wil zeggen dat de gemeente ervoor moet zorgen dat er beweging komt in de transitie en deze

beweging coördineert. De gemeente staat daar niet alleen voor, sterker nog, de gemeente kan dit niet alleen oppakken. Er zijn verschillende stakeholders nodig om de warmtetransitie tot een succes te maken. De belangrijkste stakeholders zijn de inwoners van onze gemeente.

Bij het tot stand komen van deze Transitievisie hebben we als gemeente ons best gedaan om inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte brengen en bij de inhoud te betrekken. Zo is er een enquête gehouden onder inwoners over het thema aardgasloos wonen, zijn er informatiebrieven verstuurd aan huishoudens en is er een bewonersspel over duurzaam wonen gespeeld in vijf kernen. Ter afsluiting van de bewonersspellen werd er telkens een (digitale) buurtborrel gehouden, waarbij ik ook een van die buurtborrels mocht bezoeken.

4

Versie 1.0 Daarbij viel het me op hoezeer mensen al bezig zijn met het thema duurzaam wonen. De meeste inwoners

hebben al nagedacht over energiebesparende maatregelen en zonnepanelen. Tegelijkertijd drong ook het besef door hoe groot de stap nog is naar compleet aardgasvrij wonen, en daarom hoe belangrijk het is inwoners goed te blijven informeren en te ondersteunen.

Bij de uitvoering van deze Transitievisie Warmte borduren we voort op deze bewonersgestuurde aanpak, waarbij haalbaarheid en betaalbaarheid centraal staat. Tegelijkertijd weten we dat er urgentie zit achter de warmtetransitie. Juist door te rade te gaan bij inwoners en andere stakeholders, en de vele koppelkansen die

er zijn te benutten, maken we vaart.

Want Leudal wil een gemeente zijn waar mensen met plezier kunnen wonen, nu en in de toekomst. Laten we ons hier met zijn allen voor inzetten!

Piet Verlinden, Wethouder Duurzaamheid

5

Versie 1.0

Routekaart 2030

Versie 1.0

Routekaart 2030 (samenvatting) De warmtetransitie is onderdeel van de opgave vanuit het Akkoord van Parijs om opwarming van de aarde te beperken en onszelf voor te bereiden op een veranderend klimaat. Gemeente Leudal streeft naar een warmtetransitie in verbinding met haar inwoners. De landelijke opgave vanuit het Nederlandse

Klimaatakkoord om 20% van de gebouwde omgeving in het jaar 2030 aardgasvrij te maken, is daarom lokaal vertaald naar een ambitie die niet los is te zien van de maatschappelijke opgave.

In deze Transitievisie Warmte (TVW) wordt de gemeentelijke doelstelling

vastgelegd

en

de

basis

gelegd

voor

oplossingsrichtingen en vormen van samenwerking die

daarbij horen. De gemeente is al in 2020 aan de slag gegaan met het informeren en betrekken van inwoners, onder andere met de campagne ‘Eenvoudig energie besparen. Waarom niet?’

en door het opzetten van Buurtteams. Hierdoor zijn al groepen inwoners ontstaan die een belangrijke rol kunnen spelen bij het verder informeren van andere bewoners en

het (mede-)organiseren van collectieven. Door middel van een technische potentieanalyse met de Transitietool Aardgasvrij van adviesbureau Driven by Values is ingeschat voor welke oplossing de panden in de gemeente

het meest geschikt zijn. Hierbij zijn de warmtestrategieën van het Expertise Centrum Warmte (ECW) als leidraad genomen. Daarnaast is onderzocht welke alternatieve

warmtebronnen kansrijk zijn voor de gemeente. Uit de analyse volgt, dat tussen nu en 2030 individuele oplossingen (elektrische of hybride warmtepompen) het

HT warmtenet 2% Alleen isoleren 40%

Individuele elektrische warmtepomp 25%

meest kansrijk zijn. Daarnaast zijn er verschillende

ontwikkelingen op het gebied van groen gas.

Hybride hernieuwbare gassen 33%

7

Versie 1.0 Deze ontwikkelingen laten zien dat er potentie is in de gemeente voor grootschalige productie van biogas

en/of groen gas. Of en op welke termijn dit kan worden ingezet voor de gebouwde omgeving, wil de gemeente in 2022 nader onderzoeken. Op basis van de uitkomst van dit haalbaarheidsonderzoek zal in 2023 een aanscherping van deze TVW gemaakt worden. In de verdere toekomst kunnen mogelijk geothermie en

aquathermie een rol gaan spelen. De kansrijkheid hiervan zal opnieuw beoordeeld worden bij de actualisatie van de TVW in 2026. Doelstelling van de gemeente voor 2030 is om het aardgasverbruik voor verwarming van woningen met 20% te verminderen. Voor (gemeentelijk) maatschappelijk vastgoed en utiliteiten zijn al projecten opgestart. Deze

projecten zijn aanvullend op de uitvoeringssporen die in dit document zijn gedefinieerd. Op basis van de technische analyse en de betrokkenheid per dorpskern vanuit de buurtteams, zijn twee voorlopige scenario’s uitgewerkt die leiden tot 20% reductie van het aardgasverbruik. Deze scenario’s hebben

als doel om de omvang van de opgave concreet en inzichtelijk te maken. Het doel is uitdrukkelijk niet om één van de scenario’s letterlijk zo uit te voeren. Hiervoor is een verdiepingsslag nodig de komende jaren. In scenario 1 wordt uitgegaan van na-isolatie van de woningen en een mix van elektrische en hybride warmtepompen. In scenario 2 wordt het resterende aardgasverbruik ingevuld met groen gas. Om de

doelstelling te bereiken, zouden in 2030 circa 5.400 woningen van een warmtepompen voorzien moeten zijn in scenario 1; in scenario 2 zou het gaan om 3.500 woningen.

Zonder groen gas

Hybride

Met groen gas

Elektrisch 0

500

1000

1500

2000

2500

3000

3500

4000

4500

5000

De gemeente neemt een proactieve houding aan in de warmtetransitie en wil dit proces uitdrukkelijk in

samenwerking en co-creatie met de inwoners vormgeven. De aanpak met buurtteams is hier een essentieel onderdeel van. De actieplannen die de buurtteams maken, zullen de basis vormen voor de Wijkuitvoeringsplannen die in 2022 worden opgesteld. In de praktijk zal de nadruk de eerste 3 tot 4 jaar op het

na-isoleren van woningen liggen. Hierna zal naar verwachting het aanpakken van de installaties in een versnelling komen.

8

Versie 1.0 Vanuit de gemeente is het doel om zo veel mogelijk te faciliteren, inspireren en ontzorgen. Dit laatste kan

bijvoorbeeld door het aanvragen van beschikbare subsidies en leningen zo laagdrempelig mogelijk te maken. Om op een gestructureerde manier vorm te geven aan de warmtetransitie, zet de gemeente een Kernteam warmtetransitie op. Dit kernteam richt zich op alle gemeente-brede, gebiedsgerichte en doelgroepgerichte

projecten die de warmtetransitie ondersteunen en op gang brengen. De hoofdtaken van het kernteam worden in deze TVW beschreven en concreter uitgewerkt in een uitvoeringsagenda begin 2022. Er zijn nog veel onzekerheden rondom de uitvoering van de warmtetransitie: Er zijn veel technieken in ontwikkeling die zich nog moeten bewijzen. Het Rijk heeft geld beloofd, maar het is niet duidelijk hoeveel, in

welke vorm en wanneer dit bij de gemeente komt. Wel is duidelijk, dat de opgave omvangrijk en urgent is. Wachten is geen optie. Dit vraagt om een flexibele houding en middels tussentijds evalueren steeds inspelen op nieuwe ontwikkelingen. De warmtetransitie biedt ook kansen: Kansen om de sociale cohesie te vergroten, energiearmoede aan te

pakken, woningen comfortabeler te maken, eigenaarschap over de energievoorziening te nemen en onze directe leefomgeving te verbeteren. Gemeente Leudal heeft de intentie om deze kansen volop aan te grijpen en samen met haar inwoners te werken aan een duurzame toekomst.

Voorbereiden

2021

Uitvoeren

2022

Versnellen en opschalen

2023

2026

TVW1.0

TVW1.1

TVW2.0

visie tot 2030

visie aanscherping

visie tot 2035

2030

2035

-20% aardgas

2050 NUL aardgas

Aantal actieve buurtteams 4

8

10

Sta rt werkzaamheden

12

14

Aa nvulling capaciteit

16 Kernteam 2.0 en actieve betrokkenheid van hele gemeentelijke organisatie

Gebiedsgerichte projecten Opschalen uitvoeringsplannen / Collectieve inkoopacties Wijkuitvoeringsplannen Vormen kernteam Warmtetransitie & vaststellen uitvoeringsagenda

Ontwikkelen aanpak doelgroepen

Uitvoeren doelgroepen aanpak

Alle inwoners bewust van warmtetransitie

Gemeente-brede campagnes en ontzorging Coördinatie GO haalbaarheidsonderzoek groen NO-GO gas

Opschalen doelgroepen aanpak

Groengas beschikbaar maken voor gebouwde omgeving

9

Versie 1.0

Leeswijzer In dit document worden eerst de kaders geschetst waar binnen deze TVW geschreven is (hoofdstuk 1). Vervolgens worden de opgave en doelstelling beschreven, evenals de randvoorwaardes die de gemeente stelt aan het proces (hoofdstuk 2). Hoofdstuk 3 staat in het teken van de sociaal-maatschappelijke aspecten die bij de warmtetransitie horen en

die inwoners en stakeholders hier in hebben. Daarna volgt een hoofdstuk over de technisch-economische analyse (hoofdstuk 4): Welke oplossingen zijn geschikt in de gemeente? Welke warmtebronnen zijn er? Wat kost dit voor de inwoner? Tot slot worden in hoofdstuk 5 de twee hier boven genoemde scenario’s beschreven en gaat hoofdstuk 6 in op

concrete vervolgstappen. Hoe komen we van deze visie naar een concrete uitvoering? Hierin worden mogelijke vervolgprojecten beschreven, de organisatie en capaciteit die nodig is de komende jaren en een planning en fasering tot 2030 met een doorkijk naar een aardgasvrij 2050.

10

Versie 1.0

1

Kaders

Versie 1.0

1. Kaders 1.1 Scope Transitievisie Warmte In het Klimaatakkoord is vastgelegd, dat elke gemeente in Nederland uiterlijk eind 2021 een strategie moet vastleggen voor de warmtetransitie tot 2030 en een stip op de horizon voor 2050. Dit noemt men de Transitievisie Warmte (TVW).

Dit is afgesproken om klimaatverandering te beperken. Door de klimaatverandering komt extreem weer vaker voor, zoals recent nog de overstromingen in Limburg en extreme hitte in de zomer van 2019, met voor het eerst temperaturen boven

de 40 graden.

Maar een gemeentelijke visie op duurzame warmte heeft ook andere voordelen. Het helpt namelijk om de energierekening van onze inwoners te beperken en energiearmoede te bestrijden. Ook zorgt deze transitie

voor comfortabele gebouwen. Tot slot helpt het ons om minder afhankelijk te worden van aardgas. Aardgas uit eigen land leidt in Groningen tot aardbevingen, terwijl aardgas uit het buitenland leidt tot afhankelijkheid van dat buitenland, in de praktijk vooral van Rusland. Deze visie dient vervolgens elke 5 jaar geactualiseerd te worden, waarbij de scope steeds 5 jaar opschuift. Oftewel: In 2026 komt er een vernieuwde TVW met de strategie tot 2035. Dit gaat door, totdat het einddoel van 2050 gehaald is: een volledig energieneutrale gebouwde omgeving, waarbij geen fossiele brandstoffen meer gebruikt worden.

Wat betreft de invulling van de TVW heeft elke gemeente nog de nodige keuzevrijheid. De landelijke doelstelling van 20% van de gebouwen aardgasvrij, is hierbij een richting. Het einddoel van 2050, de lokale situatie en ambities van de gemeente zelf zijn leidend voor de exacte invulling. Ook is het belangrijk om de warmtetransitie in een bredere context te plaatsen, waarbij ook de duurzame opwek van energie, ruimtelijke

ontwikkeling en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen worden meegenomen. De gebouwde omgeving bestaat uit woningen en utiliteiten. Deze vallen beide binnen de scope van de TVW. Echter, in gemeente Leudal worden maatschappelijk vastgoed en utiliteitsbouw via een aparte

routekaart verduurzaamd. Daarom vallen ze buiten de scope van dit document.

12

Versie 1.0 Voor de woningen ligt de focus op reductie van het aardgasverbruik voor verwarming, warm tapwater en

koken. Alleen elektriciteitsverbruik voor verwarming en tapwater valt binnen de scope, het overige elektriciteitsverbruik niet. Als geheel geeft de TVW minimaal een overzicht van: • De gemeentelijke ambitie voor 2030.

• De technische mogelijkheden voor het aardgasvrij maken van wijken / buurten en/of groepen woningen. • De kansrijkheid van verschillende energiebronnen • De Nationale kosten per alternatief* • Koppelkansen op ruimtelijk, energie en sociaal-maatschappelijk vlak.

Op basis van bovenstaande analyses worden vervolgens één of meer scenario’s gekozen, die later worden uitgewerkt in Wijkuitvoeringsplannen (WUP’s) voor de periode 2022-2030. *) Dit zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een buurt) een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies.

1.2 Relatie tot ander beleid

De warmtetransitie is in feite een onderdeel van een groot pakket aan

maatregelen

op

landelijk

en Europees

niveau

om

klimaatverandering te beperken en onszelf voor te bereiden op

nieuwe weersomstandigheden. Deze maatregelen kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ook bij veel initiatieven vanuit de samenleving wordt energie maar als een deel van de klimaatopgave gezien in het grotere kader van werken naar een

fijnere en veilige(r) plek om te leven. Hierbij spelen naast energie bijvoorbeeld

beleid

voor

klimaatadaptatie,

waterberging,

verdroging, de dijken van de Maas, hittestress, biodiversiteit en

stikstofbeleid een rol. Kortom: Het is belangrijk om oog te hebben voor de relaties met ander beleid op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau. In deze paragraaf worden de belangrijkste beleidskaders en de relatie

met deze TVW kort toegelicht.

13

Versie 1.0 Landelijke Kaders

Wet

collectieve

warmtevoorziening

(Warmtewet 2.0) Hierin wordt onder andere de rol van de gemeente bij het aanleggen van een

warmtenet beschreven. De gemeente krijgt een grote rol: alleen zij kan een kavel toewijzen aan een ontwikkelaar van een

warmtenet. Deze wet zal naar verwachting in 2023 worden ingevoerd. In Gemeente Leudal lijken warmtenetten tot 2030 nog

geen rol te gaan spelen. Wel is het goed deze wet in de gaten te houden en de inhoud te kennen. In de update van deze TVW over vijf jaar, is dit mogelijk wel

Figuur 1.1: Een schema van het verband tussen de wa rmtetransitieplannen en de instrumenten uit de Omgevingswet globaal.1

relevant.

Nieuwe omgevingswet en samenhang met de TVW Per 1 juli 2022 wordt de nieuwe Omgevingswet ingevoerd. Dit is een harmonisering van het huidige omgevingsrecht, waarbij maar liefst 26 wetten worden samengevoegd tot 1 wet. Het doel is een

samenhangende aanpak van de totale fysieke leefomgeving. Hierbij worden de twee werelden van duurzaamheid en ruimtelijke ordening aan elkaar gekoppeld. In het kader van deze nieuwe Omgevingswet zullen zowel het Rijk, de provincies als de gemeenten uiterlijk in 2022 een Omgevingsvisie opleveren. Deze visie wordt vervolgens vertaald naar Programma’s en Omgevingsplannen, welke juridisch bindend zijn en de

huidige bestemmingsplannen vervangen. De TVW, uitvoeringsagenda en wijkuitvoeringsplannen zijn een onderdeel van dit traject. Het is daarom belangrijk om steeds de samenhang tussen de warmtetransitie en het

beleid volgens de nieuwe Omgevingswet goed te bewaken. De schema in figuur 1.1 geeft het verband tussen de warmtetransitieplannen en de instrumenten uit de Omgevingswet globaal weer. De Omgevingsvisie van Gemeente Leudal zal medio 2022 worden vastgesteld.

14

Versie 1.0 Regionale Kaders

Regionale energiestrategie (RES) en Regionale Structuur Warmte (RSW) De warmte-opgave is slechts een onderdeel van de gehele energietransitie. Oplossingsrichtingen die gekozen worden binnen de TVW zullen hun impact hebben op andere onderdelen van de transitie en andersom. Een voorbeeld hiervan is dat de elektriciteitsvraag hoogstwaarschijnlijk zal stijgen als gevolg van bijvoorbeeld

installatie van warmtepompen. Op regionaal niveau geeft de Regionale Energie Strategie Noord en Midden Limburg (RES NML) richting aan de toekomstige voorzieningen voor duurzame opwek van energie. De RES NML is op 1 juli ingediend bij het Rijk en zal elke 2 jaar worden geüpdatet. Onderdeel van de RES is de RSW: de Regionale Strategie Warmte, welke

de strategie op het gebied van warmtebronnen beschrijft. In de RES NML is weinig restwarmte beschikbaar. Mogelijk is er wel geothermie. In de RES is afgesproken om vervolg onderzoek naar geothermie gezamenlijk uit te voeren, zie ook hoofdstuk 3. Er wordt vooral ingezet op groen gas en andere individuele oplossingen. Het is

belangrijk om doelstellingen en ambities op regionaal en lokaal niveau (blijvend) met elkaar af te stemmen.

Milieubeschermingsgebieden

Stiltegebied

In gemeente Leudal bevinden zich verschillende

Grondwaterbeschermingsgebied

milieubeschermingsgebieden. Bovendien is de

Waterwingebied

hele gemeente onderdeel van een boringsvrije zone, waardoor diepe boringen (> 500 meter) niet mogelijk zijn. Dit heeft consequenties voor de mogelijkheden van diepe geothermie op de

langere termijn (zie hoofdstuk 4). Op

de

kortere

termijn

grondwaterbeschermingsgebieden

zijn

de

ter hoogte

van Baexem en Grathem van belang. Hier mag

Figuur 1.2: Milieubeschermingsgebieden in gemeente Leudal.2

slechts tot een diepte van 3 meter geboord worden,

wat

betekent

dat

hier

geen

grondwarmtepompen geplaatst kunnen worden.

15

Versie 1.0 Gemeentelijke Kaders

Visie duurzaam Leudal (2019-2030) De Visie duurzaam Leudal is in 2019 opgesteld en wordt via tweejarige uitvoeringsprogramma’s concreet gemaakt. Binnen het onderwerp duurzaamheid krijgt energie vaak de meeste aandacht, ook in Leudal. Om duurzaamheid toch voldoende breed te benaderen, zijn er twee andere speerpunten gekozen die nog relatief

weinig aandacht kregen vanuit andere beleidsvelden. De speerpunten van het duurzaamheidsprogramma zijn: energie, voeding en circulaire economie (waaronder bedrijven en afvalbeleid). Daarnaast is in de visie een algemeen programma vastgesteld, dat gericht is op promotie, bewustwording, activering en actie, opgedeeld naar: o Het veranderingsproces ‘buiten’: het belang van regionale en lokale netwerken, kennis deling en

vermeerdering en bottom-up benadering via lokale initiatieven. o Het veranderingsproces ‘binnen’: De rol van de gemeente is veelzijdig en raakt alle beleidsvelden. Dit vraagt om bewustwording en verandering in de gemeentelijke organisatie zelf. Deze transitievisie warmte is geschreven vanuit de kernwaardes zoals deze zijn vastgelegd in de Visie

duurzaam Leudal en draagt bij aan het speerpunt energie. Stappenplan TVW Leudal versie 30 mrt 2021 Dit stappenplan is een aanzet geweest om de benodigde stappen inzichtelijk te maken en rolverdeling duidelijk te maken. Het College en de Raad zijn hierover geïnformeerd. Destijds is de opgave vertaald naar het aardgasvrij maken van ongeveer 3.100 woningen, wat 20% is van de

totale woningvoorraad in de gemeente. Ook is er al een eerste analyse gemaakt van de oplossingsrichtingen met hulp van een Impactscan van Het Energiebureau en van de nationale kosten bij verschillende warmteoplossingen. Deze Transitievisie Warmte is een verrijking en verdere concretisering van de plannen en ideeën die toen zijn

geschetst.

16

Versie 1.0

2

Opgave en doelstelling

Versie 1.0

2. Opgave en doelstelling3,4,5 2.1 Wat is de opgave waar de gemeente voor staat? Huidig energieverbruik en CO2-uitstoot De CO2-uitstoot in gemeente Leudal wordt voor circa 37% veroorzaakt door de gebouwde omgeving. Daarnaast hebben mobiliteit, industrie en landbouw een groot aandeel. De gebouwde omgeving is op te delen in woningen en utiliteitsbouw (maatschappelijk en commercieel vastgoed). In gemeente Leudal staan 15.946 woningen en 1.601 utiliteitsgebouwen. Het energiegebruik van al

deze gebouwen zorgt jaarlijks voor 98.189 ton CO2-uitstoot, waarvan 64.674 ton CO2 van woningen en de rest van commerciële en publieke gebouwen.

Industrie, Energie, Afval en Water 9%

Landbouw, Bosbouw en Visserij 10%

Utiliteit Woningen

34% Gebouwde Omgeving 37% 66%

Verkeer en Vervoer 44%

Figuur 2.1: Links: CO 2 -uitstoot per sector in gemeente Leudal. Totaal wordt er 265.086 ton CO2 uitgestoten. Rechts: Verhouding tussen woningen en utiliteiten. Omdat veel utiliteitsgebouwen groter zijn dan woningen, stoten ze per stuk ook veel meer CO 2 uit.

18

Versie 1.0 Het energiegebruik van de woningen (en dus niet alle

gebouwen) in gemeente Leudal bestaat uit twee onderdelen: 1. Elektriciteitsverbruik voor bijvoorbeeld de tv en de wasmachine. In gemeente Leudal zorgt dit jaarlijks voor

Tapwater 15%

Koken 3% Elektriciteit 33%

circa 21.342 ton CO2. Dit energieverbruik krijgt elders in de energietransitie een plaats. Bijvoorbeeld in de RES, waar gekeken wordt naar het duurzaam opwekken van elektriciteit. Elektriciteitsgebruik voor verwarmen van

een woning valt wel binnen de transitievisie. In gemeente Leudal gaat het om 1,5 procent van de

Verwarming 49%

woningen. Deze woningen gebruiken een warmtepomp

in plaats van aardgas voor verwarming en warm water. 2. Aardgasgebruik voor verwarming, koken, en warm tapwater. 98,5% van de woningen in gemeente Leudal wordt

met

aardgas

verwarmd.

Er

zijn

geen

warmtenetten. De CO2-uitstoot van het aardgas in de woningen van gemeente Leudal was 43.332 ton in 2019. Dit is ongeveer als volgt verdeeld:

a. 31.000 ton CO2 is verwarming, bijvoorbeeld om middels radiatoren de ruimte te verwarmen.

b. 10.000 ton CO2 is warm tapwater, bijvoorbeeld voor de douche.

c. 2.000 ton CO2 is koken Een uitzondering op bovenstaande verdeling van de energiemix per woning, zijn de 1,5% woningen in de gemeente Leudal die al van een warmtepomp zijn voorzien.

19

Figuur 2.2: Uitsplitsing van de CO 2-uitstoot van de woningen in Venray. Elektriciteit (grijs) valt bijna geheel buiten de scope van deze visie.

Versie 1.0

In gemeente Leudal loopt de warmtevraag van de gebouwde omgeving al jaren terug, zie figuur 2.3. Dat komt deels doordat de

winters milder worden. Daarnaast worden woningen geïsoleerd en worden cv-ketels vervangen door energiezuiniger modellen. Ongeveer 20% van de panden in gemeente

Leudal heeft een beter energielabel dan op

40

Gasverbruik in miljoen m3 gas

Trend in gasverbruik

35 30 25 20 15 10 5

basis van het bouwjaar verwacht mag

0

woningen

woningen (temperatuur gecorrigeerd)

worden. Dit betekent dat in deze panden

waarschijnlijk al één of meer maatregelen zijn genomen om te verduurzamen. De

Figuur 2.3: Aardgasverb ruik (miljoen m3 ) van woningen Leudal daalt. In blauw het werkelijke gasverbruik, in groen het verbruik gecorrigeerd voor verschillen tussen milde en koude winters

De warmtevraag daalt dus al, maar om de doelen voor 2030 en 2050 te halen, moet dat sneller gaan. In de technische potentieanalyse (Hoofdstuk 4) wordt uiteengezet welke mogelijkheden er voor de woningen in

gemeente Leudal zijn op korte en (middel)lange termijn.

Intermezzo: Koudevraag Door de klimaatverandering worden onze zomers warmer. Lange, hete zomers kunnen niet alleen als onaangenaam worden ervaren, het vor mt ook een gevaar voor kwetsbare groepen inwoners zoals 65-plussers. Daarbij stijgt het aantal 65-plussers met zo’n 50% richting 2050 toe, dus deze kwetsbare groep wordt steeds groter. Koeling is daarom een opgave die in toenemende

mate niet genegeerd kan worden Werkzaamheden ten behoeve van het verduurzamen van een woning kunnen uitstekend gekoppeld worden met aanpassingen om de koudevraag te reducer en en/of duurzaam in te vullen. Passieve koeling, waarbij gebruikt wordt gemaakt van zonwering

en ventilatie, heeft als voordeel dat er geen energie voor nodig is. Deze maatregelen lenen zich bij uitstek om te combineren met het isoleren van een pand. Indien passieve koeling geen optie of niet toer eikend is, kan actieve koeling worden toegepast. Veel

typen warmtepomp bieden de mogelijkheid om ook actief te koelen. Bij warmtenetten is dit minder eenvoudig te realiseren, maar niet onmogelijk. Dit betekent dat de elektriciteitsvraag van het pand zal toenemen. Echter kan aan deze extra vraag

duurzaam worden voldaan door PV-zonnepanelen te plaatsen op bijvoorbeeld daken. Op de warmste dagen schijnt immers de zon ook het meest.

20

Versie 1.0 Maatschappelijke opgave

De warmtetransitie zal de komende dertig jaar grote impact hebben op de samenleving. Veel straten moeten open en in bijna alle woningen is een ingreep nodig. Dit is een opgave die iedereen raakt en impact heeft tot achter de voordeur. Dat betekent dat het verkrijgen en behouden van draagvlak cruciaal is. Van inwoners,

maar ook van ondernemers en andere gebouweigenaars. Om dit voor elkaar te krijgen is intensieve samenwerking nodig tussen alle betrokken partijen. Soms vraagt dit om nieuwe vormen van samenwerking. Ook biedt dit kansen om betrokkenheid van inwoners in hun directe leefomgeving, zowel fysiek als sociaal, te vergroten. Zie hoofdstuk 3. Ruimtelijke opgave Op allerlei manieren wordt de openbare

ruimte aangepast in de loop van deze transitie. De warmtetransitie leidt tot ingrepen aan de energie-infrastructuur, van

extra stroomstations tot het (op langere termijn) verwijderen van gasnetten. Zie ook paragraaf

3.3.

Daarnaast

hebben

warmtepompen meestal een bron in de grond

of

een

buitenunit

die

geluid

produceert. Ook dit heeft impact op de

openbare ruimte. Naast de warmtetransitie zijn er diverse andere grote ontwikkelingen met impact op de openbare ruimte. Bijvoorbeeld

energie

opwek

met

windmolens,

zonneparken, aanpassingen ten behoeve van klimaatadaptatie en nieuwbouw. Om de

impact

van

al

deze

ruimtelijke

ontwikkelingen goed op elkaar af te stemmen, is regie vanuit de gemeente nodig. De Omgevingsvisie is hiervoor

bedoeld.

21

Versie 1.0 2.2 Welk doel stelt de gemeente? De gemeente is ambitieus op het gebied van duurzaamheid en wil hier concrete en vooral ook realistische

plannen en acties aan koppelen. Om die reden is de doelstelling uit het Klimaatakkoord niet vertaald naar een X aantal woningen of wijken dat volledig van het aardgas af gaat in 2030, maar wordt in gezet op een stapsgewijze strategie. Hierbij gaan sommige woningen direct volledig van het aardgas af en in andere

woningen wordt via tussenstappen, zoals isoleren en een hybride warmtepomp, het aardgasverbruik vast flink terug gebracht. Het overkoepelende doel hierbij is, om op gemeentelijk niveau minimaal 20% reductie van aardgasverbruik te realiseren in 2030 voor alle woningen (zowel huur als koop). Voor 2050 wil de gemeente

alle woningen aardgasvrij maken. De gemeente stelt daarbij als belangrijke randvoorwaarde, dat maatschappelijke en sociale doelstellingen onderdeel zijn van het proces:

Participatie: Intensieve participatie via buurtteams vergroot de sociale cohesie. De benadering van de warmtetransitie is bottom-up.

Realistisch en haalbaar: We starten met oplossingen die met de technieken van vandaag de dag gerealiseerd kunnen worden. Dat betekent bijvoorbeeld dat we (nog) niet inzetten op waterstof, hoge temperatuur warmtepompen of geothermie.

Betaalbaar: Energiearmoede is geen optie. Sociale minima moeten ondersteund worden en meeprofiteren van de voordelen van de warmtetransitie. Dat niet alleen, voor iedere inwoner moet er een financieel haalbaar transitieplan komen.

Wooncomfort: Het wooncomfort verbetert als gevolg van verduurzamingsmaatregelen. Hoe meer mensen dit als een kans zien, hoe groter de kans van slagen voor het geheel. De mogelijkheid om een woning koel te houden, valt hier ook onder.

De sociaal-maatschappelijke en technisch-economische doelstellingen worden verder uitgediept en onderbouwd in de volgende hoofdstukken.

22

Versie 1.0

3

Sociaalmaatschappelijke afwegingen

Versie 1.0

3. Sociaal-maatschappelijke afwegingen 3.1 Focus en uitgangspunten Gemeente Leudal wil niemand verplichten om op korte termijn aardgasvrij te wonen of te werken. Verplichten lijkt tijdswinst te bieden, maar niemand wordt enthousiast over een energietransitie als deze verplicht wordt doorgedrukt. Inwoners worden uitgenodigd deel te nemen, niet verplicht. Dat zorgt er voor dat er voorwaarden zijn aan de transitievisie warmte. Voorwaarden die nu gelden en die in de toekomst

bestendigd worden. De belangrijkste noemen we hier: • De gemeente consulteert inwoners om een visie op te stellen. • Inwoners worden gevraagd mee te denken aan de invulling van de visie en met initiatieven te komen voor de uitvoering daarvan.

• Draagvlak voor lokale initiatieven kan belangrijker zijn dan de technisch meest optimale aanpak of de maatschappelijk laagste kosten voor een project. • De gemeente ondersteunt initiatiefnemers in de organisatie van concrete projecten. Een belangrijk uitgangspunt van de gemeente Leudal is de bottom-up benadering. Dat sluit ook goed aan bij

de gemeenschapszin en de grote hoeveelheid lokale duurzaamheidsinitiatieven die er in de gemeente al zijn. De doelstelling voor verduurzaming van de warmtevoorziening kan door de gemeenteraad beleidsmatig vastgesteld worden, maar uitvoer daarvan start bij de inwoners zelf. De gemeente Leudal hecht er aan dat

initiatieven concreet zijn over het lokaal eigenaarschap en lokaal zeggenschap. Maatregelen voor het beperken van de warmtevraag zoals isolatiecampagnes worden lokaal bedacht en georganiseerd met een lokaal aanspreekpunt. Een energiecoöperatie kan daar een werkvorm voor zijn.

24

Versie 1.0 3.2 De rol van de gemeente De gemeente Leudal faciliteert in haar transitievisie warmte

de

inwoners

bij

het

tot

stand

brengen

van

uitvoeringsprojecten. Op de participatieladder kiest zij er voor om met inwoners tot co-productie te komen, zie figuur

3.1. Dat is een actievere rol dan alleen informeren of adviseren. Het maakt de kans veel groter dat er bottom-up initiatieven ontstaan en dat die werkelijk tot uitvoer komen.

Het vraagt wel een andere rol van medewerkers dan de toetsende of kaderstellende rol die zij vaak gewend zijn. Het is een meer deelnemende rol. Ook zijn inwoners en bedrijven niet gewend aan deze rol van de gemeente. Het is

van belang de medewerkers in deze rol te begeleiden. HierOpgewekt

heeft

de

betrokken

ambtenaren

bij

duurzaamheid hier al in meegenomen. Het is nu zaak deze

kennis in de gemeentelijke organisatie te verbreden. Om campagnes en projecten van de grond te krijgen zijn er vaste

Figuur 3.1: Een weergave van de participatieladder.

partners om mee samen te werken.

3.3 De rol van inwoners Voor het draagvlak van de Transitievisie zelf en de kans dat initiatieven werkelijk slagen, geeft de gemeente Leudal de inwoners van de kernen een grote rol. Het verenigingsleven is al een grote kracht en het is voor de energietransitie van groot belang hier gebruik van te maken. Uit het oogpunt van efficiëntie geeft de

gemeente Leudal er de voorkeur aan om met de kernen te starten die aangeven zelf geïnteresseerd te zijn. Samen met HierOpgewekt zijn bijeenkomsten georganiseerd om het draagvlak voor acties rond de warmtetransitie te polsen. Hieruit kwamen zes kernen naar voren als meest enthousiast: Roggel, Nunhem, Heythuysen-Zuid, Buggenum, Kelpen-Oler en Baexem.

In Roggel, Nunhem, Heythuysen en Baexem is al een buurtteam opgericht. In Kelpen-Oler en Buggenum is dat nog niet gelukt, maar zijn wel warmteambassadeurs betrokken. Het streven is om, met de hulp van Buurkracht, vanuit de overige dorpen zoveel mogelijk kernen naar niveau ‘Samenwerken’ te krijgen, zie figuur 3.2 op de volgende pagina.

25

Versie 1.0 Op basis van de technische analyse (hoofdstuk 4) zal de focus liggen op individuele oplossingen in combinatie

met isoleren en bijvoorbeeld toepassing van zonnepanelen. De rol van de woningeigenaar is hierin groot. Daarom zijn collectieve organisatievormen kansrijk, zoals buurtteams voor collectieve inkopen, lokale isolatiecampagnes en energiecoöperaties. Zij brengen vertrouwen, kennis uit de buurt en zijn de lokale

‘voelsprieten’. Om er voor te zorgen dat de initiatieven uitvoeringsprojecten opstarten die overeen komen met de visie uit de transitievisie warmte, zijn de buurtteams al betrokken bij de totstandkoming van deze TVW. Voor elk buurtteam wordt (of is reeds) een ‘team captain’ aangewezen. Via deze team captains worden kennis en

ervaring tussen teams onderling uitgewisseld. Zo worden de buurtteams met elkaar in contact gebracht, hebben zij niet het gevoel er alleen voor te staan en kunnen zij bouwen op elkaars ervaring. Hierdoor kunnen toekomstige collectieve acties - zoals gezamenlijke uitvoering van (na-)isolatiewerkzaamheden, collectieve

inkoop van warmtepompen, et cetera – ook breder getrokken worden naar verschillende kernen. In hoofdstuk 5 staat beschreven hoe de gemeente de samenwerking in de vervolgstappen wil vormgeven.

Informeren Overige dorpen Brief aan alle inwoners

Activeren Buggenum, Kelpen-Oler Inzetten van 'warmteambassadeurs'

Terugkoppeling via enquête Informatiebijeenkomsten organiseren Mediacampagne: gestroomlijnde mediaberichtgeving via verschillende kanalen

Organiseren bewonersspellen Formeren klankbordgroepen Interactieve inputsessies met bewoners in buurthuizen

Samenwerken Roggel & Nunhem, Heythuysen (Zuid), Baexem Samenwerken met klankbordgroepen aan verdere invulling TVW Breed stakeholderoverleg met adviesbureau, gemeente en klankbordgroepen

Terugkoppeling definitieve TVW met klankbordgroepen Samen werken aan actieplannen

Figuur 3.2: Drie niveaus van participatie tussen de gemeente en de dorpskernen van gemeente Leudal.

26

Versie 1.0 3.4 De rol van stakeholders In deze paragraaf worden de belangrijkste externe stakeholders in de warmtetransitie benoemd.

Energie coöperatie Leudal Energie: De energiecoöperatie Leudal Energie is al erg actief in stroom opwek. Zij genieten bekendheid van Zon op school, Windpark de Kookepan en Zonnepark Nunhem. Ook kunnen inwoners hun eigen energie toevoegen via de wederverkoop die Leudal Energie biedt. Provincie Limburg: Provincie Limburg biedt met Duurzaam Thuis leningen voor verduurzamingsmaatregelen of om langer thuis te blijven wonen.

Bedrijventerrein Zevenellen: Dit bedrijventerrein is in ontwikkeling en biedt mogelijk in de toekomst een koppelkans met de warmtevoorziening voor de gebouwde omgeving in Leudal. Er zijn namelijk plannen om via mestvergisting biogas en groen gas te gaan produceren. Groen gas kan worden ingevoed op het bestaande gasnet en zo (een deel van) het aardgasverbruik vervangen. Woningcorporaties: Wonen Zuid en Wonen Limburg stemmen hun onderhoudsplannen af met de gemeente, zodat deze passen in / aanvullend zijn op de doelstellingen in de TVW. Daarnaast hebben deze wooncorporaties eigen duurzaamheidsdoelstellingen vastgelegd en zijn flink op weg met het na-isoleren van hun bezit. Ook werken zij met energiecoaches en bieden een gunstige regeling voor het plaatsen van zonnepanelen. De afdeling Wonen van de gemeente werkt nauw samen met de woningcorporaties en maakt meerjarige prestatieafspraken. Tijdens de vorming van deze TVW zijn gesprekken gevoerd met beide woningcorporaties en afspraken gemaakt over de toekomstige samenwerking binnen de warmtetransitie, zie hoofdstuk 6. Netbeheerder: Opwekprojecten of elektrificatieprojecten kunnen verzwaring van het elektranet veroorzaken. Isolatieprojecten of warmtenetten juist verlichting. Bovendien bieden bestaande onderhoudsplannen mogelijke koppelkansen met de warmtetransitie. Daarom is het belangrijk om afstemming en samenwerking te zoeken.

Enexis is netbeheerder in gemeente Leudal en heeft voor deze TVW een inschatting gemaakt van de gevolgen van de warmtetransitie voor het elektriciteitsnet, zie hoofdstuk 4.

Waterschap: Voor aquathermie is afstemming met het Waterschap van groot belang. In aanvang kunnen zij het potentieel aan energie inschatten en de invloed op de ecologie, waardoor duidelijk wordt of een initiatief kansrijk is. Provinciale Omgevingsdienst: Voor de meeste projecten in de grond, zoals warmtenetten, WKO en warmtepompen met bodemlussen is afstemming met de provinciale Omgevingsdienst nodig. De gemeente kan initiatieven hierbij helpen.

27

Versie 1.0

4

Technisch-economische analyse

Versie 1.0

4. Technisch-economische analyse 4.1 Aanpak Bij de technisch-economische analyse worden technische mogelijkheden en bijbehorende kosten in samenhang bekeken om tot een realistisch en haalbaar plan van aanpak te komen. De technische analyse is uitgevoerd met de Transitietool aardgasvrij. Op basis van een grote hoeveelheid data is hiermee inzichtelijk gemaakt welke oplossingsrichtingen het meest voor de hand liggen voor de gebouwde

omgeving van gemeente Leudal. Daarnaast is geanalyseerd welke mogelijke warmtebronnen er nu en in de toekomst beschikbaar zijn voor gemeente Leudal. Alternatieven voor aardgas betekenen immers vaak een verhoging van het elektriciteitsverbruik. Dit kan lokaal worden opgevangen door middel van zonnepanelen op daken of regionaal

volgens de visie in de RES (Regionale Energiestrategie, zie hoofdstuk 2 Kaders). Tot slot is gekeken naar de impact op het netbeheer: welke netverzwaringen worden verwacht in het kader van de warmtetransitie? In een vervolgstap op deze TVW zal per dorpskern of wijk in meer detail gekeken worden naar de lokale mogelijkheden. Deze uitwerking vindt zoveel mogelijk plaats in samenspraak met de inwoners.

29

Versie 1.0 4.2 Analyse gebouwde omgeving De Startanalyse van het ECW Het Expertisecentrum Warmte (ECW) is in Nederland het

kennisinstituut als het aankomt op de warmtetransitie. Het ECW

heeft

vier

hoofdstrategieën

geformuleerd

om

aardgasvrij te worden. Onder elke hoofdstrategie vallen nog

een flink aantal sub-oplossingen. In bijlage I staat een uitgebreide omschrijving van de mogelijke technieken om gebouwen aardgasvrij te maken. Zoals figuur 4.1 illustreert,

onderscheiden de voorkeursstrategieën van het instituut zich Figuur 4.1: De voorkeursstrategieën van het ECW.6

op basis van twee variabelen:

o Is er dichte bebouwing of staan gebouwen ver uit elkaar? o Is het pand goed geïsoleerd, en daarmee geschikt voor lage temperatuurverwarming? Transitietool aardgasvrij Welke strategie de meeste potentie heeft voor welke panden in gemeente Leudal is berekend met behulp van de Transitietool Aardgasvrij, die door Driven by Values ontwikkeld is. Deze analyse op pandniveau is

diepgaander dan oorspronkelijk bedoeld met de Transitievisie Warmte, maar noodzakelijk om goed onderbouwde keuzes te kunnen maken. Met behulp van zeven variabelen wordt voor ieder pand de kansrijkheid van iedere strategie berekend. Variabelen zijn onder andere bouwjaar, warmtedichtheid, type

eigenaars en energielabel. Zie bijlage II voor verdere toelichting op de variabelen. Voor iedere woning of gebouw wordt de beste strategie weergegeven op een kaart. Hierbij is een ondergrens gehanteerd; voor sommige panden is (nog) geen van de strategieën realistisch. Dat betekent niet dat het technisch onmogelijk is

die panden aardgasvrij te maken, maar wel dat de kosten (te) hoog zouden oplopen of dat het om andere redenen nu niet haalbaar wordt geacht. De analyse geeft een voorspelling welke oplossing in welke wijk kan ontstaan, maar is zeker niet bedoeld als bindend advies voor de gemeente of gebouweigenaars. Wel kan met behulp van de resultaten een inschatting

gemaakt worden waar verzwaring van het elektriciteitsnet in de toekomst nodig zal zijn. Ook kan hiermee bepaald worden waar collectieve netten de meeste kans van slagen hebben. Ook helpt deze aanpak om inzicht te krijgen in de verhouding tussen de diverse oplossingen per kern. Tot slot geeft de analyse inzicht in de

grootte van de opgave in gemeente Leudal en de potentie die er is.

30

Versie 1.0 Resultaten Transitietool aardgasvrij

Een totaaloverzicht van de uitkomsten van de analyse is weergegeven in figuur 4.2 en figuur 4.3 op de volgende pagina. Figuur 4.4 toont een voorbeeldweergave van de resultaten per pand.

In gemeente

Leudal hebben individuele oplossingen veruit de grootste potentie (58% van de panden). Dat betekent dat er

vooral veel kansen zijn voor elektrische warmtepompen en hybride warmtepompen. Hybride warmtepompen zijn een tussenstap naar een toekomst zonder aardgas; bij deze oplossing is er naast een warmtepomp ook nog een gasgestookte cv-ketel aanwezig. Het aardgasverbruik wordt met deze oplossing ongeveer gehalveerd. Warmtenetten hebben nauwelijks potentie. 2% van de panden is op zich geschikt voor een hoge temperatuur

warmtenet, vooral in de grotere kernen. Er is echter geen cluster van geschikte panden met een omvang van meer dan 150 woningen. Dat maakt het erg moeilijk om tot een haalbare business case te komen. Voor 39% van de panden wordt nog geen oplossing gevonden. Dit betekent niet dat er voor deze gebouwen geen oplossing bestaat. Toekomstige ontwikkelingen op technisch-economisch en sociaal-maatschappelijk

gebied zullen ertoe leiden dat er nieuwe kansen ontstaan voor deze panden. Daarom moet er periodiek een nieuwe analyse gedaan worden op basis van nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Dit gebeurt elke vijf jaar bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte. Deze herijking van de warmtevisie kan ook gevolgen hebben voor

de gebouwen waarvoor al een potentiële oplossing gevonden is. Bij alle panden, ook die waarvoor nu nog geen oplossing is gevonden, is isolatie een goede maatregel om voor te bereiden op de toekomstige warmtevoorziening en nu al energie te besparen.

Tabel 4.1: Overzicht verdeling warmtestrategieën voor de hele gemeen te Leudal op basis van de analyse met de Transitietool aardgasvrij. Aantal geschikte panden

Warmtestrategie

[-]

[%]

HT wa rmtenet

Collectief

LT wa rmtenet

Collectief

25

0%

Indivi duele elektrische warmtepomp

Individueel

3.899

25%

Hybri de hernieuwbare gassen

Individueel

5.259

33%

Al l een isoleren

Individueel

6.177

39%

372

2%

HT warmtenet 2% Alleen isoleren 40%

Individuele elektrische warmtepomp 25%

Hybride hernieuwbare gassen 33% Figuur 4.2: Resultaat technisch-economische potentie-analyse; mogelijke warmte-oplossingen per pand. (LT = lage temp eratuu r, HT = hoge temperatuur)

31

Versie 1.0

Figuur 4.3: Overzicht van meest kansrijke oplossing per dorpskern, op basis van de analyse met de Transitietool Aardgasvrij. In alle kernen komen individuele oplossingen als meest kansrijk naar vo ren en blijkt een zeer kleine potentie voor warmtenetten. Ook lijkt een groot deel niet direct geschikt voor één van de vier oplossingen. Dit kan bij nadere analyse verd er genuanceerd worden. In alle gevallen is isoleren een goede maatregel.

32

Versie 1.0

Figuur 4.4: Voorbeeld resultaat van de Transitietool aardgasvrij. Op dit overzich t is voor elke dorpskern te zien welke ECW oplossing het meest voor de hand ligt. Dit betekent niet, dat deze oplossing ook gekozen moet worden.

33

Versie 1.0 4.3 Geschiktheid aanwezige warmtebronnen Soorten warmtebronnen Bij de overstap van aardgas op een duurzaam alternatief, zijn verschillende scenario’s mogelijk. Hieronder een

overzicht van de vier warmtestrategieën van het ECW en bijbehorende warmtebronnen. Dit is slechts een beknopt overzicht. In bijlage III vindt u een meer uitgebreide beschrijving van mogelijke warmtebronnen. In de tabel hieronder is onderscheid gemaakt tussen energiedrager en energiebron. Het is belangrijk om dit onderscheid te maken, want een energiedrager is pas duurzaam, als deze op hernieuwbare wijze is gemaakt of

opgewekt. De totale warmtevraag van gemeente Leudal is ongeveer 1.547 TJ4. De warmtevraag wordt op dit moment bijna volledig ingevuld met aardgas. Zoals in tabel 4.2 te zien is, betekent een alternatieve energiebron niet

automatisch dat het gebruik van fossiele brandstoffen stopt. Het is daarom erg belangrijk om bij de keuze voor alternatieven in een woning of ander gebouw, ook goed te beschouwen waar de nieuwe vorm van energie vandaan komt.

Tabel 4.2: Overzicht van de meest waarschijnlijke warmtestrategieën voor gemeente Leudal en bijb ehorende energiedragers en energiebronnen.

Warmtestrategie

Energiedrager

Energiebron

Individuele elektrische 1) Elektriciteit warmtepomp 2) Water

1) Elektriciteit – meerdere opties:7,8 - Uit fossiele bron; in 2020 ca. 75% van de stroomvoorziening in Nederland, waarvan ca 70% aardgas en 30% steenkool. - Duurzaam opgewekt (2020: ca. 25% van de stroomvoorziening) - Regionaal: Bijvoorbeeld met windmolens, zonneweides of verbranding van biomassa. - Lokaal: Bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak 2) Water: Afhankelijk van het type warmtepomp wordt warmte uit de lucht of uit de bodem gewonnen en opgewaardeerd tot een bruikbaar niveau voor het verwarmen van een gebouw met behulp van waterleidingen.

Hybride warmtepomp

1) Elektriciteit 2) Water 3) Gas: aardgas, groengas of waterstofgas

3) Gas - meerdere opties: - Aardgas: dit is een fossiele brandstof - Groengas: Uit biovergisting (bijvoorbeeld uit koeienmest) kan bio-gas ontstaan. Na een zuiveringsproces kan dit gebruikt worden in een verwarmingssysteem - Waterstofgas: Dit wordt gemaakt met een elektrolyseproces. Hiervoor is veel energie nodig. Die energie kan geleverd worden door verbranding van aardgas of kolen, maar ook met duurzaam opgewekte elektriciteit. In dat laatste geval spreekt men van ‘groen waterstofgas’.

Warmtenet HT

1) Water

Verschillende opties: - Grond-/aardwarmte ofwel geothermie - Warmte uit oppervlaktewater ofwel aquathermie - Restwarmte uit de industrie - Verbranding van biomassa

Warmtenet LT

34

Versie 1.0 Potentie warmtebronnen in gemeente Leudal

Biogas / groen gas In gemeente Leudal zijn er verschillende kansen voor het gebruik van groen gas in de gebouwde omgeving. Lokaal geproduceerd biogas kan worden opgewerkt tot groen gas en vervolgens worden bijgemengd in het bestaande aardgasnetwerk. Dit is een interessant scenario in combinatie met hybride warmtepompen.

Bovendien zou het gebruik van lokaal geproduceerd groen gas door inwoners bijdragen aan het draagvlak voor grote biogas-installaties. Zo worden de lusten en lasten eerlijk verdeeld.

Het alternatief voor gebruik in de eigen

gebouwde omgeving is, dat het biogas wordt verkocht aan grote commerciële

Holmel

partijen, die het groen gas voor industriële

toepassing gebruiken. Om hier een goede balans in te vinden en stappen te zetten, is regionale samenwerking met de RES-regio noodzakelijk.

Zevenellen

Binnen gemeente Leudal zijn meerdere locaties waar biogas geproduceerd wordt of mogelijk geproduceerd gaat worden (te

zien in figuur 4.5).

Figuur 4.5: Loca ties binnen gemeen te Leudal waa r biogas geproduceerd wordt of mogelijk geproduceerd gaat worden.

35

Versie 1.0 1. Het bedrijf Holmel tussen Heibloem en Roggel produceert al biogas op basis van mestvergisting. Op dit

moment gebruiken ze het gas om elektriciteit op te wekken die ze zelf verbruiken. Het is mogelijk rendabeler om dit biogas te zuiveren tot groen gas, wat bijgemengd kan worden in het gasnet. Dan kunnen ze een deel zelf gebruiken en een deel leveren aan de woningen van Leudal. Ze produceren nu een

hoeveelheid gas die geschikt is voor circa 4.000 huishoudens en kunnen opschalen tot ongeveer 8.000 huishoudens. Concreet is de potentie voor levering aan woningen dus ongeveer 4.000 huishoudens. Mogelijke samenwerking met Holmel moet nader onderzocht worden. 2. Daarnaast zijn er ontwikkelingen op bedrijventerrein Zevenellen bij Buggenum en Haelen. Deze initiatieven

zijn nog in planningsfase en er zijn concreet nog geen vergunningen verstrekt. Volgens de huidige (ambitieuze) plannen is een jaarlijkse productie van circa 15 miljoen m3 groen gas haalbaar, te starten in de periode 2025-2030. Hierover is dus nog veel onzeker, maar gezien de grote potentie wel een belangrijke

ontwikkeling om in de gaten te houden:

▪ Op het noordelijke deel, dat beheerd wordt door OML (Ontwikkelingsmaatschappij MiddenLimburg), is een coöperatie van zes varkenshouders gestart onder de naam Coöperatie 7-LL U.A. Zij willen mest leveren voor vergisting aan (nog aan te trekken) bedrijven op het OML terrein, of aan

het BTC op het zuidelijke terrein.

▪ Op het zuidelijke deel is het World Biobased Centre Zevenellen (WBCZ) gevestigd, waar onder anderen een Bio Transitie Centrale (BTC) in ontwikkeling is. De BTC gaat biologische reststromen,

waaronder graanresten, slib uit de waterzuivering en dierlijke mest, omzetten naar energie, grondstoffen en schoon water. Tijdens dit proces wordt ook biogas geproduceerd, wat opgewerkt kan worden tot groen gas.

Figuur 4.6: Schematische weergave BTC op Zevenellen terrein9 .

36

Versie 1.0 Geothermie

Er zijn proefboringen gedaan naar ondiepe geothermie

in

Midden

Limburg.

De

resultaten hiervan zijn nog onbekend.

Vanwege de Peelrandbreuk die door dit gebied loopt, zijn er zorgen over de risico’s. Als de bodem instabiel is, kan bijvoorbeeld het grondwater vervuild worden. Dat moet

absoluut voorkomen worden. Om die reden wordt geothermie in deze TVW niet meegenomen als kansrijke warmtebron. In

RES verband wordt hier nader onderzoek naar gedaan. Mogelijk zijn er bij de actualisatie over vijf jaar nieuwe inzichten.

Aquathermie Aquathermie is een warmtebron voor lage

temperatuur warmtenetten. De kans is daarom klein dat er in Leudal kansen zijn voor

aquathermie.

De

potentie

van

aquathermie op basis van restwarmte uit de Maas wordt ook onderzocht vanuit de RES. In de toekomst kan aquathermie mogelijk

ook

voor

hoge

temperatuuroplossingen worden benut, in een nieuwe versie van de transitievisie moet hier weer naar worden gekeken.

37

Versie 1.0 4.4 Impact op elektriciteits- en gasnet De energie- en warmtetransitie heeft de nodige impact op het bestaande elektriciteits- en gasnet.

Netbeheerder Enexis is de eigenaar van deze netten. Bij beide onderdelen speelt een andere opgave. Elektriciteitsnetten worden meer belast en moeten verzwaard worden. Gasnetten daarentegen zullen op termijn mogelijk verdwijnen, maar moeten tot die tijd wel nog worden onderhouden.

Elektriciteitsnet verzwaren Ook zonder de warmtetransitie zal het elektriciteitsnet meer

belast worden. Steeds meer mensen rijden een elektrische auto en ook in de industrie stappen bedrijven over op elektriciteit. Wanneer woningen over gaan op (hybride)

warmtepompen, zal de elektriciteitsvraag extra stijgen. Mogelijk kan deze elektriciteit lokaal opgewekt worden door zonnepanelen, maar vraag en aanbod zullen nooit gelijk op

gaan. In de zomer is de opwek het grootst, terwijl de warmtevraag in de winter het grootst is. In praktijk betekent dit dat er netverzwaringen nodig zullen zijn: meer kabels in de grond

en meer verdeelstations. Dit is werk dat tijdig gepland moet worden en de nodige ruimtelijke impact heeft: de straten moeten open en de distributiestations moeten ergens

geplaatst worden.

Figuur 4.7: Elektriciteitsnet werkzaamheden in de straat.10

38

Versie 1.0 Enexis houdt hier al rekening mee en kan met een zelf

ontwikkelde tool in kaart brengen wat voor gevolgen keuzes in de warmtevoorziening hebben op de ontwikkeling van het elektriciteitsnet. In figuur 4.8 is de impact op het

elektriciteitsnet van gemeente Leudal weergegeven voor drie scenario’s:

Roggel

Heythuysen Horn

1. Autonome groei

Neer

Haelen

2. 50% elektrische warmtepompen

3. 50% hybride warmtepompen Scenario 2 is hierbij het ‘zwaarst’, omdat dit tot de grootste verhoging van de elektriciteitsvraag leidt en dus de grootste aanpassingen aan het net vraagt. Op de kaarten is te zien,

dat in de hele gemeente extra bekabeling nodig zal zijn. Dit

Roggel

Neer

geldt met name voor de grotere kernen: Heythuysen, Haelen, Horn, Roggel, Baexem en Neer.

scenario’s

lijken

in

eerste

instantie

In de gekozen

geen

extra

distributiestations nodig.

Heythuysen Horn

Haelen

Hoeveel verzwaring er écht nodig is, komt pas naar voren wanneer men inzoomt op de gebieden of dorpskernen en in

meer detail de situatie bekijkt. In nieuwere wijken, die geschikt zijn voor plaatsing van elektrische warmtepompen, liggen bijvoorbeeld ook nieuwere kabels die geen of weinig

verzwaring

nodig

hebben.

De

getallen

in

de

Roggel

schermafbeeldingen van figuur 4.7 kunnen dan ook als ‘worst-case’ gezien worden.

Heythuysen Horn

Figuur 4.8: Schermafbeelding uit de tool van Enexis; benodigde netverzwaring bij autonome groei, en bij scenario’s met 50% elektrische warmtepompen en 50% hybride warmtepompen.

39

Haelen

Neer

Versie 1.0 Tijdige afstemming tussen gemeente en Enexis is van groot belang, om te zorgen dat de verzwaringen op goed

ingeschat en gepland kunnen worden. In praktijk moeten zij de werkzaamheden ongeveer 1,5 tot 2 jaar tevoren plannen. Bovendien is het interessant om netverzwaringen te koppelen aan andere noodzakelijke werkzaamheden, zoals onderhoud van het riool of aanpassingen in de straat in verband met klimaatadaptatie.

Deze afstemming vindt plaats in het (D)MJOP (Duurzaam meerjaren onderhoudsplan). Gasnet Als inwoners zijn overgestapt op een warmtenet of elektrische warmtepomp, kunnen de gasleidingen verwijderd worden. Dat kan wel alleen als álle bewoners in een buurt of gebied meedoen en ook bereid zijn

hun gasfornuis in te ruilen voor een inductieplaat. Hier speelt dus een belangrijke uitdaging op gebied van draagvlak en participatie. Bij een toekomstscenario met groengas (of waterstof), moet het gasnet behouden blijven. Het is belangrijk om te beseffen, dat de netbeheerder zijn werkzaamheden nooit plant op basis van één buurt

of wijk. Om die reden moet het plan zo integraal mogelijk zijn: o Idealiter inclusief duurzame opwek, mobiliteit en klimaatadaptatie o Afstemming tussen gemeentes en overige stakeholders Op basis van bovenstaand kan een maatschappelijk wenselijke prioritering worden vastgesteld. In de dorpskernen van gemeente Leudal liggen voor een groot deel nieuwere gasleidingen van PVC. Slagvast PVC ligt in de nieuwere wijken en kan nog tientallen jaren mee. Wat ouder PVC kan beschadigd raken bij

grondwerkzaamheden en moeten dan vervangen worden. Dit biedt een mogelijke koppelkans met verzwaring van het elektriciteitsnet. Ook zijn er nog wat stalen gasleidingen in de dorpskernen en met name in de buitengebieden. Vervanging

hiervan staat al gepland. Door deze planning naast de plannen voor de warmtetransitie te leggen, kunnen mogelijk aanvullende koppelkansen gevonden worden.

40

Versie 1.0

5

Scenario’s voor de warmtetransitie tot 2030

Versie 1.0

5. Scenario’s voor de warmtetransitie tot 2030 5.1 Inleiding Op basis van de technische analyse en het participatieproces waar de gemeente al in zit, is geprobeerd om realistische routes naar de doelstelling van 20% reductie van gasverbruik te schetsen. Hiertoe zijn een tweetal scenario’s geschetst:

• Een scenario waarin geen groen gas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving van Leudal

• Een scenario waarin voldoende groen gas beschikbaar is voor het verwarmen van alle woningen met isolatie

en een hybride installatie Voor deze scenario’s is gekozen omdat de ontwikkelingen op het gebied van groen gas theoretisch veel potentie bieden al voor 2030, maar op dit moment nog te onzeker zijn om

volledig op te rekenen. Als de geplande projecten doorgang kunnen vinden en alle geproduceerde gas voor de gebouwen in Leudal beschikbaar komt, is het tweede

scenario van toepassing. Dit zal binnen enkele jaren duidelijk worden. Deze scenario’s geven een indicatie van het aantal panden in de gemeente waar iets zal moeten gebeuren. Dit

geeft een concreet gevoel bij de omvang van de opgave richting 2030. De scenario’s moeten uitdrukkelijk gezien worden als een hulpmiddel om als gemeente op een

haalbare manier te werk te gaan en daarbij het einddoel goed in het oog te houden. Vanaf 2022 zal de gemeentelijke aanpak worden uitgewerkt in Wijkuitvoeringsplannen,

waarin concrete stappenplannen worden opgesteld.

42

Versie 1.0 5.2 Uitgangspunten en samenvatting resultaten In onderstaande grafiek is de maximale besparing van beide scenario’s afgezet tegen de huidige warmtevraag.

In de berekening van dit maximum is ervan uitgegaan dat álle woningen die volgens de technische potentieanalyse geschikt zijn voor een individuele oplossing, deze ook krijgen. Daarnaast is uitgegaan van een maximale besparing door middel van na-isoleren. Dit zijn vanzelfsprekend zeer optimistische getallen, die in

praktijk niet haalbaar zullen blijken. Wel geeft dit inzicht in de speelruimte die de gemeente heeft de doelstelling te halen. 100%

90% 80% 70%

29%

60%

29%

50% 40%

31%

30%

16%

20%

10%

20%

20%

20%

Scenario zonder groengas

Scenario met groengas

Doel

0% Situatie 2019

All-electric

Hybride

Isolatie

Doel

Referentie

Figuur 5.1: De theoretisch maximaal haalbare besparing van beide scenario’s afgezet tegen de huidige warmtevraag.

Potentie isoleren: Indien alle panden in de gemeente worden geïsoleerd naar label B, levert dit 29% vermindering van de warmtevraag op volgens de startanalyse van ECW. Als alle panden worden geïsoleerd naar label D, levert dit 12% ver mindering van de warmtevraag op. In

praktijk zal het niet realistisch blijken om alle panden op deze manier aan te pakken. Het is ofwel te duur, ofwel technisch niet goed haalbaar, of een combinatie van beide. Op basis van geschatte kosten voor isolatie uit de Startanalyse van het ECW en de te verwachten stijging van de gasprijs, is de eerste inschatting dat het voor 2.550 panden in gemeente Leudal rendabel is om na te

isoleren. Dit betreft met name gebouwen met bouwjaren tussen 1960 en 1990. Als die allemaal worden aangepakt, vermindert de warmtevraag van de gemeente met ca. 2%, wat 10% is van de totale doelstelling. Deze 2 % is dan ook meegenomen in de

scenario’s met en zonder groen gas.

43

Versie 1.0 In de scenario’s zijn de volgende uitgangspunten meegenomen:

• Er wordt ingezet op individuele oplossingen, namelijk: o Hybride warmtepompen: Hiermee wordt direct ongeveer 50% bespaard op gasverbruik. Het resterend verbruik wordt ingevuld met aardgas of groen gas. In dat laatste geval gaat de besparing op aardgas omhoog naar 100%. Omdat ontwikkeling van een warmtenet onwaarschijnlijk is, zijn de woningen die

hiervoor geschikt zijn meegenomen in het scenario voor hybride warmtepompen. Uit de transitietool blijkt dat dit de tweede beste oplossing is voor de betreffende panden. o Elektrische warmtepompen: Hiermee wordt direct 100% bespaard op gasverbruik.

• Isoleren: Er wordt een gemeente-breed programma opgezet om het isoleren van woningen verder aan te moedigen waar dit rendabel is. Dit geldt niet alleen voor de woningen waar warmtepompen worden geplaatst, maar juist ook voor woningen waar nu nog geen rendabele technische oplossing gevonden is. Dit programma leidt tot een besparing van 2% op het aardgasverbruik in de gemeente.

• Participatie: Kernen worden aangepakt in de volgorde waarin nu het participatieproces is ingezet, van samenwerken tot activeren tot informeren. Het is niet realistisch om te verwachten dat álle woningen van een dorpskern in 2030 al zijn aangepast. Om deze reden is een deelname percentage gehanteerd

voor de scenario’s. Hierbij is aangenomen dat in de kernen 80% van de huishoudens mee doet en in het buitengebied 50%. In uitzondering hierop, is voor de kern van Heythuysen ook aangenomen dat 50% van de huishoudens mee doet. Vervolgens is bekeken wat de reductie van de warmtevraag zou zijn in een scenario met en zonder groen gas

en wat er aanvullend nodig is om de 20% te halen. In het scenario met groen gas, zijn de plaatsen met participatie niveau ‘samenwerken’ en ‘activeren’ bijna voldoende om de doelstelling te halen. In het scenario zonder groen gas, moet ook een aanzienlijk deel van de woningen in plaatsen met participatieniveau

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=2aaa5167-58fd-44b6-9971-07eda9aa3cb4