Toelichting, Regels, Verbeelding
Tekst van het document
Princenweg 42a 6002 AK Weert T 06 - 294 209 18 E ester@buro-ester.nl I www.buro-ester.nl
Bestemmingsplan ‘ Rijksweg – Tramweg, Baexem’ Toelichting Gemeente Leudal
Toelichting Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ Gemeente Leudal
Opdrachtgever:
Gemeente Leudal
Plangebied:
Rijksweg ongenummerd en Tramweg ongenummerd, Baexem Kadastraal bekend als gemeente Baexem, E 673 en E672M en gemeente Heythuysen U 411
Opgesteld door: Afbeeldingen voorblad:
Bu-RO Ester | Buitengebied en Ruimtelijke ordening pdok.nl Sloven architectuur
Datum:
30 maart 2023
Status:
vaststelling
IMRO-code:
NL.IMRO.1640.BP23BaRijkswTramw-VG01
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding ..............................................................................................................................................5 1.1.
Aanleiding en doel ............................................................................................................................ 5
1.2.
Ligging van het plangebied ............................................................................................................... 6
1.3.
Geldend bestemmingsplan .............................................................................................................. 6
1.4.
Leeswijzer ......................................................................................................................................... 8
Planbeschrijving herontwikkeling Rijksweg – Tramweg.......................................................................9 2.1.
Gebiedsbeschrijving ......................................................................................................................... 9
2.2.
Planvoornemen .............................................................................................................................. 12
Beleidskader...................................................................................................................................... 15 3.1.
Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 15
3.2.
Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 18
3.3.
Regionaal en gemeentelijk beleid .................................................................................................. 22
Onderzoeksaspecten ......................................................................................................................... 25 4.1.
Inleiding .......................................................................................................................................... 25
4.2.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling......................................................................................................... 25
4.3.
Bedrijven en milieuzonering .......................................................................................................... 25
4.4.
Bodem ............................................................................................................................................ 29
4.5.
Geluid ............................................................................................................................................. 30
4.6.
Luchtkwaliteit ................................................................................................................................. 32
4.7.
Externe veiligheid ........................................................................................................................... 34
4.8.
Waterparagraaf .............................................................................................................................. 36
4.9.
Wet natuurbescherming ................................................................................................................ 38
4.10.
Archeologie en cultuurhistorie ....................................................................................................... 41
4.11.
Verkeer en parkeren ...................................................................................................................... 43
Juridische planopzet .......................................................................................................................... 46 5.1.
Planstukken .................................................................................................................................... 46
5.2.
Verbeelding .................................................................................................................................... 46
5.3.
Regels ............................................................................................................................................. 46
Uitvoerbaarheid ................................................................................................................................ 49 6.1.
Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 49
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
3
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................ 49
6.3.
Procedure ....................................................................................................................................... 49
Bijlagen: 1. Verkennend bodemonderzoek Rijksweg 12 -Tramweg ong. te Baexem. BodemInzicht, 11 oktober 2022 2. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Tramweg ong. te Baexem. Target advies, 10 augustus 2022 3. Akoestisch onderzoek industrielawaai Tramweg ong. te Baexem. Target advies, 8 juli 2022 4. Rapportage AERIUS-calculatie Rijksweg Tramweg te Baexem. Ecolybrium, 6 februari 2023 5. Rapportage AERIUS-calculatie Rijksweg te Baexem. Ecolybrium, 10 oktober 2022 (update 6 februari 2023) 6. Quickscan Ecologische waarden Rijksweg/ Tramweg te Baexem. Ecolybrium, 14 oktober 2022 7. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterende fase Rijksweg 12-14 te Baexem. Archeodienst, 21 december 2012 8. Verbeelding 9. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijziging Ontwerp bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ (geanonimiseerde versie)
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
4
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding en doel
In het zuidoosten van de kern Baexem liggen tussen de Rijksweg en Tramweg enkele braakliggende percelen. Vanuit het verleden is voor de locatie gedacht aan herontwikkeling met bedrijvigheid en wonen. De daadwerkelijke realisatie van deze functies is echter tot heden niet van de grond gekomen. Daar is afgelopen periode verandering in gekomen. Een initiatiefnemer heeft het plan uitgewerkt om beide functies voor eigen gebruik te gaan ontwikkelen, waarbij uitgegaan wordt van één woning en één bedrijfsgebouw. De geldende bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Wonen’ bieden niet de ontwikkelingsmogelijkheden die de beoogd koper/ ontwikkelaar voor ogen heeft. Het is dan ook wenselijk dat het bestemmingsplan voor deze gronden wordt herzien.
Afbeelding 1. Luchtfoto plangebied Rijksweg – Tramweg, Baexem en directe omgeving (bron: pdok.nl)
Dit plan is gericht op het aanpassen van de juridisch-planologische regeling, zodat de woning en het bedrijfsgebouw gebouwd en gebruikt kunnen worden zoals door initiatiefnemer beoogd wordt. De bouwplannen zijn reeds uitgewerkt in een schetsontwerp en beoordeeld door de gemeente. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Baexem, sectie E, nummers 672 en 673 en gemeente Heythuysen, sectie U, nummer 411.
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
5
1.2.
Ligging van het plangebied
Het plangebied is gelegen in het zuidoostelijk deel van de bebouwde kom van Baexem, in het oosten van de gemeente Leudal. De doorgaande Rijksweg (N280) grenst aan de zuidzijde van de locatie en aan de noordzijde wordt het plangebied ontsloten door de woonstraat Tramweg. Via de Rijksweg is de regionale ontsluiting richting Roermond en Weert zeer goed. De belangrijkste weg door Baexem, de Dorpsstraat, is zo’n 65 meter ten noorden van het plangebied gelegen, waardoor ook lokaal sprake is van een goede ontsluiting. Het gebied kan worden gekarakteriseerd als randzone van de bebouwde kom. De omgeving is overwegend bebouwd ten behoeve van verschillende functies, waarbij het wonen de hoofdfunctie vormt. Op enige afstand ten zuiden en oosten van het plangebied ligt het meer open buitengebied met agrarische gronden en enkele verspreid liggende natuur- en landschapselementen.
Afbeelding 2. Plangebied Rijksweg - Tramweg gelegen in aan de rand van de kern Baexem (bron: pdok.nl)
1.3.
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Woonkernen Leudal 2017’, vastgesteld op 14 november 2017 en de daarop volgende herziening. De gronden van het plangebied zijn als volgt bestemd: • • • • • •
Enkelbestemming: ‘Wonen’ (gedeeltelijk); Enkelbestemming ‘Bedrijf’ (gedeeltelijk); Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 5’; Diverse bouwvlakken (zowel binnen bestemming ‘Wonen’ als binnen bestemming ‘Bedrijf’); Bouwaanduiding ‘twee-aaneen’ (gedeeltelijk); Bouwaanduiding ‘vrijstaand’ (gedeeltelijk);
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
6
• • • • • •
Maatvoering ‘maximum aantal wooneenheden: 4’ (gedeeltelijk); Maatvoering ‘maximum aantal wooneenheden: 1’ (gedeeltelijk); Maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 10 m, maximum goothoogte: 7m’ (gedeeltelijk); Maatvoering ‘maximum bebouwingspercentage 70%’ (gedeeltelijk); Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – reserveringszone weg’ (gedeeltelijk); Gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – Wijzigingsgebied Tramweg Baexem’(gedeeltelijk).
Afbeelding 3. Uitsnede geldend bestemmingsplan ‘Woonkernen Leudal 2017’ – Rijksweg – Tramweg en omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Na inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Woonkernen Leudal 2017’ zijn enkele (paraplu)bestemmingsplannen vastgesteld (2020 en 2021), waarmee regels op het gebied van duurzame energie en huisvesting van internationale werknemers en andere kamerbewoners zijn gewijzigd. Deze meest recente bestemmingsplannen hebben geen invloed op de toegekende bestemmingen en aanduidingen voor het plangebied, of op de belangrijkste mogelijkheden omtrent woningbouw. Op grond van de bestemmingen en regels uit het bestemmingsplan ‘Woonkernen Leudal 2017’ zijn de gronden primair bestemd voor wonen respectievelijk bedrijvigheid in de categorieën 1 en 2 zoals opgenomen op de bedrijvenlijst. In het noordelijk deel van het plangebied zijn 4 woningen toegestaan in de vorm van twee-onderéén kap of vrijstaand. Het oostelijk deel van het plangebied met de bestemming ‘Wonen’ laat rechtstreeks één woning toe. Daarnaast kan de wijzigingsbevoegdheid worden ingezet om twee extra woningen te realiseren. Aan de gronden met de bestemming ‘Bedrijf’ is tevens een bouwvlak toegekend. Op grond van de regels zijn binnen het bouwvlak bedrijfsgebouwen toegestaan, met een zelfde hoogte als ten tijde van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan.
Op het perceel binnen het plangebied was op het moment van ter inzage legging geen bebouwing aanwezig, waardoor er geen goot- en bouwhoogte is vastgelegd en bebouwing overeenkomstig de regels niet mogelijk is.
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
7
De gewenste ontwikkeling (zie hoofdstuk 2) komt op hoofdlijnen overeen met de toegekende bestemmingen, maar past niet in de bouwregels en gebruiksregels zoals die op dit moment van toepassing zijn. Ook zijn in het geldend bestemmingsplan geen wijzigings-, uitwerkings- of afwijkingsbevoegdheden opgenomen, waarmee de gewenste herbestemming gerealiseerd kan worden. Om binnen het plangebied exact de mogelijkheden te bieden die gewenst zijn, is dit ‘postzegel’bestemmingsplan dan ook opgesteld.
1.4.
Leeswijzer
Het volgende hoofdstuk van deze toelichting beschrijft de huidige en gewenste situatie in het plangebied. Vervolgens wordt deze gewenste ontwikkeling in hoofdstuk 3 afgezet tegen de relevante beleidskaders. Hoofdstuk 4 toetst de milieugevolgen, waarna in hoofdstuk 5 de juridische planbeschrijving is opgenomen. Tenslotte behandelt hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het plan.
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
8
2.
Planbeschrijving herontwikkeling Rijksweg – Tramweg
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie in het plangebied en de beoogde situatie na de voorgenomen ontwikkeling.
2.1.
Gebiedsbeschrijving
Omgeving De locatie ligt in de gemeente Leudal, in het zuidoosten van het dorp Baexem. Het dorp ligt in een ontginningsgebied op zandgronden. De nabijgelegen doorgaande Rijksweg (N280) vormt een belangrijke oost-west verbinding in Midden-Limburg, die onder meer Weert en Roermond met elkaar verbindt.
Afbeelding 4. Indicatieve ligging van het plangebied in de omgeving op de topografische kaart
Baexem is een plattelandsdorp, waar het wonen de hoofdfunctie vormt. Het bebouwde deel van de omgeving van het plangebied wordt hoofdzakelijk gevormd door burgerwoningen. Daarnaast zijn in de omgeving onder meer een snackbar, auto(onderdelen)handel en enkele kantoorfuncties gevestigd. Direct ten noorden van het plangebied ligt de Klockeberg, een terp gevormd door de voormalige locatie van de kerk. Tot de Tweede Wereldoorlog heeft de parochiekerk van Baexem altijd op deze plek gestaan. De kleine kerk was gebouwd tussen 1200 en 1300 in een typisch Romaanse stijl. Het onderstuk van de toren was aan de buitenkant van mergelsteen en aan de binnenkant van keien. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1944, werd de kerk zwaar door oorlogsgeweld getroffen. Na de oorlog is de kerk niet opgebouwd maar is meer in noordelijke richting in het dorp een nieuwe kerk gebouwd. Inmiddels vormt de Klockeberg een onderdeel van de Archeo Route Limburg. Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
9
Ten zuiden en oosten van het plangebied ligt het meer open buitengebied met agrarische gronden en verspreid liggende natuur- en landschapselementen. Tevens liggen hier het Kasteel Baexem en het Landgoed/ voormalig klooster Exaten. Historische en huidige situatie plangebied Uit historische kaarten blijkt dat de locatie/ directe omgeving reeds lange tijd bebouwd zijn, en van oudsher de basis van het dorp Baexem hebben gevormd. Oorspronkelijk was direct ten noorden van het plangebied de kerk gelegen, waar het dorp zich omheen vormde. Door de tijd heeft de ontwikkeling in noordwestelijke richting doorgezet, terwijl in de overige windrichtingen het agrarisch gebied in tact bleef.
Afbeelding 5 t/m 10. Ontwikkeling plangebied op historische topografische kaarten 1882 – 2000 (bron: topotijdreis.nl)
Het plangebied is in de huidige situatie geheel onbebouwd en grotendeels begroeid met verwilderde (pioniers-)beplanting. Op de gronden is niet tot nauwelijks verharding aanwezig. Tot 2013 was in het zuiden van het plangebied, langs de Rijksweg, bebouwing aanwezig. Deze bebouwing was gekoppeld aan de nog bestaande woning Rijksweg 10. In 2013 is de bestaande, verouderde bebouwing gesloopt en is een tijdelijke grondwal aangelegd in verband met het wegverkeerslawaai en een tijdelijke landschappelijke inpassing, vooruitlopend op een definitieve invulling. Het plangebied bestaat uit 3 kadastrale percelen en heeft een omvang van 3.146 m2. Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
10
Afbeelding 11 en 12. Luchtfoto’s plangebied en omgeving 2010 en 2014 (bron: topotijdreis.nl)
Afbeelding 13 en 14. Huidige situatie plangebied – zicht over het terrein richting Rijksweg 10 en zicht langs de grens van het plangebied langs de Rijksweg
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
11
2.2.
Planvoornemen
Het voornemen is de locatie te ontwikkelen in lijn met de geldende bestemmingen. Het plan gaat uit van één vrijstaande woning aan de zijde van de Tramweg en een bedrijfsgebouw met bijbehorende voorzieningen aan de zijde van de Rijksweg. De bedrijvigheid zal bestaan uit een garagebedrijf, hoofdzakelijk gericht op in- en verkoop van (luxe) auto’s. Het bedrijfsgebouw krijgt dan ook de uitstraling van een showroom met een belangrijke zichtgevel aan de zijde van de Rijksweg. Ontsluiting vindt plaats via de rotonde Rijksweg – Dorpstraat en de secundaire infrastructuur in de ‘oksel’ van deze rotonde. Het bedrijfsgebouw bestaat uit een footprint van ca. 25 x 29 meter en heeft 2 bouwlagen, deels ingevuld als vide. De bouwhoogte bedraagt 7,4 meter. Het gebouw wordt uitgevoerd in sandwichpanelen en houten delen met aluminium kozijnen. Op het dak worden zonnepanelen geplaatst. Het buitenterrein wordt ingericht als ontsluiting, parkeerruimte en groen. De ontsluiting vindt aan de noordwestzijde plaats, waar ook een parkeerplaats voor (minimaal) 16 auto’s wordt ingericht. Ten minste 13 van de parkeervakken dienen beschikbaar te zijn voor personeel en bezoekers en mogen dus niet worden benut voor het parkeren van auto’s die ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten aanwezig zijn.
Afbeelding 15 t/m 17. Impressie nieuwe bedrijfsgebouw Rijksweg (bron: Sloven architectuur)
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
12
Afbeelding 18. Ontwerp voorzijde nieuw bedrijfsgebouw Rijksweg (bron: Sloven architectuur)
Afbeelding 19. Ontwerp linker zijgevel nieuw bedrijfsgebouw Rijksweg (bron: Sloven architectuur)
Afbeelding 20. Situatietekening nieuw bedrijfsgebouw en nieuwe woning (bron: Sloven architectuur) Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
13
De vrijstaande woning met aangebouwde garage is georiënteerd op de Tramweg en wordt via deze zijde ontsloten. De hoofdmassa bestaat uit twee bouwlagen met een kap en de uitbouw (woonkamer) en aangebouwd bijgebouw (garage) bestaan uit één bouwlaag met kap. Het hoofdgebouw ligt ruim 5 meter van de weg en heeft een frontbreedte van bijna 13 meter. De goothoogte van de hoofdbebouwing bedraagt 6,4 meter en totale bouwhoogte 9,7 meter. De gronden rond de woning worden ingericht als erf met ontsluiting en parkeergelegenheid en privé-tuin.
Afbeelding 20. Impressies nieuwe woning Tramweg (bron: Sloven architectuur)
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
14
3.
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt voor zover relevant het ruimtelijke beleid voor het plangebied beschreven.
3.1.
Rijksbeleid
3.1.1.
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland. Het toekomstperspectief is 2050. Met de vaststelling van de NOVI wordt vooruitgelopen op de Omgevingswet, die naar verwachting in 2023 in werking treedt. De NOVI voldoet aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal; alle plannen moeten met oog voor natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt worden. Bij het maken van keuzes wordt gebruik gemaakt van drie afwegingsprincipes: 1. combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; 3. afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk wil daarbij sturen en richting geven op vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling aan de Rijksweg - Tramweg is ten opzichte van het rijksbeleid zeer kleinschalig van aard. Het rijksbeleid legt geen specifieke kaders of voorwaarden op aan deze ontwikkeling. Prioriteit 1 gaat over de ambitie van Nederland om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, zoals voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Daarnaast gaat het ook over de ambitie van Nederland om in 2050 een duurzame energievoorziening te hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen en de bijbehorende energie infrastructuur voor opslag en transport van duurzame energie. Afkoppeling van hemelwater en duurzaam bouwen zijn uitgangspunten voor voorliggende ontwikkeling. Daarnaast worden beide nieuwe gebouwen voorzien van zonnepanelen en gasloos gebouwd.
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
15
Bij prioriteit 2 wordt aangegeven dat de ambitie voor de lange termijn is: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Er wordt ingezet op een aantrekkelijke, gezonde en veilige omgeving en een goed vestigingsklimaat, inclusief een goede bereikbaarheid en duurzame mobiliteit. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. Nieuwvestiging van toerisme vindt bij voorkeur plaats buiten de huidige toplocaties en in de nabijheid van OV of bestaande aansluitingen op het hoofdwegennet. In het plangebied worden de geldende bedrijfs- en woonbestemming zodanig aangepast, dat de ontwikkeling met de genoemde functies op de gewenste manier kan plaatsvinden. De locatie aan de Rijksweg betreft een goed ontsloten zichtlocatie en is daarmee geschikt voor de vestiging van een autoshowroom. Door deze bestemmingsplanherziening wordt het voor de ontwikkelaar mogelijk gemaakt aan de Tramweg zijn gewenste leefomgeving te realiseren.
Prioriteit 3 zet in op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. De ambitie is om een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren door te werken aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Hieraan wordt een stevige impuls gegeven. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. Daarbij behouden grote open ruimten tussen de steden hun groene karakter. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom en ter plaatse zijn reeds woningen en bedrijvigheid toegestaan. Het aantal woningen neemt af, hetgeen ten goede komt aan het groene karakter aan de zijde van de Tramweg. Bij prioriteit 4 wordt ingegaan op het belang van natuurlijke systemen en het landschap. In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Het omhoog brengen van het waterpeil, kan (ongewenste) gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd is de inzet de kwaliteiten van het landschap te behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege het cultureel erfgoed.
Het voorgenomen initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor natuurlijke en cultuurhistorische waarden, zoals nader gemotiveerd in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang laat het rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen aan de provincies en gemeenten over. In de NOVI is een tabel opgenomen die weergeeft hoe de relatie is tussen de in de NOVI opgenomen nationale belangen, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de uitvoeringsregels in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet. De betreffende onderdelen en/of artikelen in het Barro, Bro, en straks Bkl, blijven ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden.
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
16
In het Barro is aangegeven welke gebieden, of projecten, van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de SVIR dient daarom verder getoetst te worden aan het Barro. 3.1.2.
Besluit en ministriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)
In bovenbeschreven omgevingsvisie is bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn, dat ze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) verankert deze kaderstellende uitspraken juridisch. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vormt de bijbehorende ministeriële regeling. Op 30 december 2011 is het Barro en op 1 december 2020 de (gewijzigde) Rarro in werking getreden. In het Barro en Rarro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen. De regels moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen. Het plangebied ligt niet in één van de gebieden waar het Barro of Rarro betrekking op heeft, zoals militaire terreinen of reserveringsgebieden voor nieuwe infrastructuur. De regels vormen dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling. 3.1.3.
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het geval van stedelijke ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking conform artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar gebouwd mag worden. Daarnaast is de ladder erop gericht om ontwikkelingen die een ruimtelijke impact hebben zoveel mogelijk binnen het bestaande stedelijk gebied op te vangen waardoor verstening van het buitengebied wordt tegengegaan. Het is een toetsingsinstrument dat gevolgd moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Toepassing van de ladder is verplicht voor initiatieven die nieuwe stedelijke ontwikkelingenmogelijk maken. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: nieuwe bebouwing die een stedelijk karakter heeft zoals woningbouw, realisatie winkelruimte, kantoorpanden, bedrijventerreinen of overige stedelijke functies. Indien sprake is van een voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan dient op grond van de herziene versie van de Ladder gemotiveerd te worden wat de behoefte is aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Voordat de inhoudelijke toetsing aan de Ladder plaatsvindt, moet worden vastgesteld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. De beoogde ontwikkeling bestaat uit het herbestemmen van gronden die reeds zijn aangewezen voor ‘Bedrijf’ en ‘Wonen’ om de gewenste bouw- en gebruiksmogelijkheden te creëren. Op grond Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
17
van de geldende juridisch-planologisch is het reeds rechtstreeks mogelijk in het plangebied bedrijvigheid en 5 woningen te realiseren. De situatie die met voorliggend bestemmingsplan wordt geregeld, bestaat uit een bedrijfsgebouw en één woning. In de afgelopen jaren zijn door de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State diverse uitspraken met betrekking tot de ladder voor duurzame verstedelijking gedaan. Uit deze uitspraken is te herleiden dat een ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn, om aangemerkt te kunnen worden als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor woningbouw is uit de uitspraken op te maken dat indien een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. Voor bedrijvigheid gaat het hoofdzakelijk om het mogelijk maken van nieuwe bebouwing ten behoeve van bedrijfsfuncties met een omvang van 500 m2 (bvo). Het beoogde bedrijfsgebouw aan de Rijksweg heeft een omvang van 1.075 m2 bvo. Op basis van het geldend bestemmingsplan is echter reeds een bedrijfsgebouw van (840 * 70% =) 588 m2 toegestaan. De toename bedraagt per saldo dan ook 487 m2, waarmee de ondergrens voor de Ladder niet wordt overschreden.
De kenmerken van de omgeving zijn tevens relevant om te bepalen of een ontwikkeling in relatie tot het beoogde gebied als stedelijk moet worden gezien. De ontwikkeling die met voorliggend plan mogelijk wordt gemaakt, ligt in de bebouwde kom, op een zichtlocatie aan de provinciale weg. Het plan ziet niet op een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is.
3.2.
Provinciaal beleid
3.2.1.
Provinciale Omgevingsvisie (POVI)
Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg Omgevingsvisie Limburg (POVI) vastgesteld. In de POVI is beschreven hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en hoe daarbij steeds de balans wordt gezocht tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De provincie geeft met deze visie een doorkijk voor de periode 2021 tot 2030 – 2050. De visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes. Op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt. In de omgevingsvisie staan drie hoofdopgaven centraal: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied b. in landelijk gebied 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; 3. Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven spelen Limburg-breed, maar de accenten verschillen per gebied en per sector. Per sector is in de omgevingsvisie aangegeven wat de opgave is voor de sector, welke ambitie de provincie heeft met deze sector en welke keuzes worden gemaakt per sector. Ook voor de sector
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
18
‘wonen’ is op deze manier beschreven welke richting de provincie de komende jaren op wil. De grootste opgave voor het thema ‘Wonen’, op korte en middellange termijn, is het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad in de provincie. Economische ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarnaast verandert de woonvraag waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Dit resulteert in een behoefte aan woningen voor specifieke doelgroepen en lokaal een overschot aan incourante plannen en woningen. Voor zover (harde en zachte) planvoorraad voorziet in de mogelijkheid om woningen te bouwen waar niet langer behoefte aan is, zal de provincie in overleg met de gemeenten onderzoeken hoe deze planvoorraad aangepakt kan worden. Hiertoe is reeds in POL2014 een oproep gedaan aan gemeenten, die bezien over de gehele provincie nog niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Het gevolg is dat woningbouwplannen waaraan dringend behoefte bestaat, niet kunnen worden toegevoegd vanwege een te grote voorraad aan niet meer actuele plannen die niet meer aansluiten bij de behoefte. Daarbij is er anno 2022 sprake van gewijzigde inzichten, gezien de grote behoefte aan woningen. Huishoudensverdunning en instroom hebben de vraag naar woningen sterk doen stijgen.
Naast de aantallen woningen van de juiste types zijn ook sociaal-economische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving van belang. Leegstand, criminele activiteiten, ondermijning of verloedering en eenzijdig samengestelde woongebieden hebben invloed op de leefbaarheid en kunnen de kloof in de samenleving vergroten. Gemengde wijken met ruimte voor verschillende leefstijlen dragen bij aan een sterker sociaal weefsel en kunnen bijdragen aan het voorkomen van sociale problemen. Ook voor de sector ‘werken’ is in de POVI beschreven welke richting de provincie de komende jaren op wil. De provincie is zich er van bewust dat voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk is. Door beperkt beschikbare ruimte of eisen van initiatiefnemers kan dat een probleem zijn. De provincie heeft de ambitie om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven: bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Samen met gemeenten en/of eigenaren werkt de provincie de komende jaren toe naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Uitgangspunt is daarbij zo efficiënt mogelijk om te gaan met het ruimtebeslag. Nieuwe bedrijven vestigen zich bij voorkeur op bestaande werklocaties.
Het plangebied ligt al enkele jaren braak, ondanks dat het bestemmingsplan rechtstreeks mogelijkheden biedt voor woningbouw en bedrijvigheid. Geconcludeerd is dan ook dat het reeds in 2005 vergunde woningbouwplan voor 4 woningen, door de markt niet gewenst is op deze plek. Hierdoor is een nieuwe ontwikkeling qua woningbouw gewenst, waaraan het onderhavige plan tegemoet komt. Met de realisatie van een showroom aan de Rijksweg wordt een kwalitatieve invulling gegeven aan deze bestaande werklocatie (er geldt vanuit het bestemmingsplan immers al een bedrijfsbestemming), waardoor sprake is van een efficiënt ruimtebeslag, waarbij de locatie door de ligging aan de rand van de bebouwde kom en aan een doorgaande route een zichtlocatie vormt welke uitermate geschikt voor de ontwikkeling van een bedrijfsfunctie die sterk gebaat is bij deze meerwaarde, zoals een autoshowroom, ook na de realisatie van de omleiding van de N280. Met bovenstaande ontwikkeling wordt dan ook voldaan aan de uitgangspunten van de provinciale Omgevingsvisie. Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
19
3.2.2.
Omgevingsverordening Limburg 2014
In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan de regels die nodig zijn/ waren om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven. Het POL2014 is inmiddels vervangen door de Provinciale Omgevingsvisie en als opvolger van de Omgevingsverordening Limburg 2014 heeft de Ontwerp Omgevingsverordening Limburg ter inzage gelegen. Deze is echter nog niet vastgesteld, waardoor de kaders uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 vooralsnog van toepassing zijn. De Omgevingsverordening is vastgesteld op 12 december 2014 en bevat de kaders voor een aantal beleidsvelden (onder andere vanuit de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening en het aspect Ruimte). Sinds 2014 zijn er enkele wijzigingsverordeningen vastgesteld. Het plangebied Rijksweg - Tramweg en omgeving zijn aangewezen als ‘Bebouwd gebied – MiddenLimburg’. In de verordening zijn voor een aantal thema’s en functies nadere regels uitgewerkt.
Afbeelding 21. Uitsnede kaart ‘duurzame verstedelijking’, Omgevingsverordening Limburg 2014 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Voor het aspect ‘Wonen’ is in artikel 2.4.2 bepaald dat een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen en/of aan de bestaande planvoorraad woningen, anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. In de toelichting bij het ruimtelijk plan dient te worden aangegeven hoe een woningbouwplan zich verhoudt tot de afspraken die zijn vastgelegd in de Structuurvisie en hoe het plan bijdraagt aan de regionale opgave,
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
20
gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. Binnen het plangebied ‘Rijksweg – Tramweg’ zijn rechtstreeks 5 en met toepassing van de wijzigingsregels 8 woningen toegestaan. In de nieuwe situatie wordt één woning gerealiseerd en vervallen de overige woningbouwmogelijkheden voor het plangebied. Er is dan ook geen sprake van toevoeging van woningen, waarvoor een regionale afweging moet plaatsvinden. Voor het aspect ‘Bedrijventerreinen’ is in artikel 2.4.5 van de omgevingsverordening bepaald dat een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, voor een gebied gelegen in de regio MiddenLimburg, niet mag voorzien in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. In het POL2014 is de Limburgse ambitie voor bedrijventerreinen vastgelegd (zie paragraaf 3.2.1). Het plan voorziet niet in een nieuwe bedrijfslocatie maar uitsluitend in aanpassing van de bouwen gebruiksmogelijkheden ten opzichte van de bestaande bedrijfsbestemming.
De ontwikkeling past dan ook binnen de randvoorwaarden van de omgevingsverordening en het flankerend beleid. Provinciale wegen en reserveringszones Ter hoogte van het plangebied zijn op de Rijksweg de aanduidingen ‘Provinciale wegen’ en ‘Reserveringszones langs provinciale wegen’ opgenomen. De reserveringszone heeft een breedte van 15 meter vanaf de buitenste kantstreep. Als hoofdregel geldt dat bouwmogelijkheden binnen de reserveringszone worden uitgesloten. Over voorliggend initiatief heeft reeds in de voorfase overleg plaatsgevonden met de provincie Limburg, mede gezien de beoogde herinrichting van de N280. Bij de herinrichting wordt de provinciale weg in zuidelijke richting verplaatst. De gronden van het plangebied zijn in de huidige en toekomstige situatie dan ook niet noodzakelijk voor de provinciale wegenstructuur. De provincie Limburg heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de beoogde planontwikkeling met bebouwing aan de zijde van de Rijksweg. Hierdoor komt de reserveringszone dan ook te vervallen. Normering regionale wateroverlast Het plangebied is tevens aangewezen als ‘Regionale wateroverlast – normering 1:100’. De norm geeft aan waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moet zijn ingericht. Voor het plangebied en een groot deel van de bebouwde kom van Baexem geldt de norm 1:100.
Met de ontwikkeling in het kader van voorliggend plan wordt bebouwing en verharding toegevoegd ten opzichte van de feitelijke situatie. In het verleden is een deel van het terrein reeds bebouwd en verhard geweest. De bebouwde/ verharde oppervlakte neemt ten opzichte van de huidige en oorspronkelijke situatie toe. De nieuwbouw wordt dan ook voorzien van infiltratievoorzieningen, waarmee invulling gegeven wordt aan waterberging en -infiltratie. Door deze voorzieningen wordt het grondwaterpeil aangevuld, waarmee het plan een positieve bijdrage levert aan de waterhuishouding. De ontwikkeling heeft geen directe invloed op open wateren of waterlopen.
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
21
Beschermingszones natuur- en landschap en functie-specifieke zones Het plangebied is niet gelegen binnen een beschermde landschaps- of natuurzone. Ook is het gebied niet specifiek aangewezen of uitgesloten voor windturbines, intensieve veehouderij en glastuinbouw. Er zijn binnen of rond het plangebied geen specifieke natuurbeschermingsgebieden gelegen. De locatie is wel aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied en boringsvrije zone Roerdalslenk III. In de grondwaterbeschermingsgebieden gelden een aantal gebruiksverboden om de grondwaterkwaliteit te beschermen. Ook voor het slaan van boorputten gelden beperkingen. Een aantal type inrichtingen is niet toegelaten op gronden die aangewezen zijn als grondwaterbeschermingsgebied. Een autobedrijf, gericht op in- en verkoop, is niet in deze ‘Bijlage bij artikel 4.3.2 Verboden inrichtingen in grondwaterbeschermingsgebieden’ opgenomen. Voor de boringsvrije zone Roerdalslenk III geldt een beperking voor het maken van boorputten dieper dan 80 meter beneden maaiveld. Het plan heeft geen betrekking op dergelijke diepe bodemwerkzaamheden. Geconcludeerd kan worden dat de Omgevingsverordening Limburg 2014 en de daarop volgende wijzigingsverordeningen geen belemmering vormen voor het plan.
3.3.
Regionaal en gemeentelijk beleid
3.3.1.
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025
Op het gebied van wonen wordt in Midden-Limburg al jaren regionaal samengewerkt door de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. De hoofdlijnen van het hieruit volgende regionale woonbeleid zijn vastgelegd in de Regionale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg. Binnen deze algemene kaders kunnen de gemeentes, indien gewenst, nadere lokale uitwerkingen vaststellen. De samenwerkende gemeentes hebben eerder in 2014 en 2019 regionale structuurvisies wonen vastgesteld. Inmiddels heeft de gemeente Leudal de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 vastgesteld op 5 juli 2022. De vaststelling door de overige gemeenten vond plaats in de periode juni – september 2022 en de visie is op 20 oktober 2022 in werking getreden. De Structuurvisie Wonen 2022-2025 betreft een compacte actualisatie van voorgaande regionale structuurvisie (Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021). De huidige visie is uitvoeringsgericht en in de praktijk toepasbaar. Voor de regio wordt gestreefd naar een aantrekkelijke woonomgeving. In de huidige woningmarkt is de uitdaging met name het (laten) bouwen van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. De focus ligt op de realisatie van voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek. Er is ruimte voor nieuwe lokale ontwikkelingen.
De Structuurvisie Wonen 2022-2025 bevat instrumentarium om deze opgaven te bereiken. Daarnaast ligt er een opgave in de (ver)bouwopgave en de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Dit wordt met concrete maatregelen vanuit het duurzaamheidsbeleid/ de transitievisie warmte opgepakt.
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
22
Zoals hiervoor reeds omschreven zijn in het plangebied in de huidige situatie 5 woningen toegestaan (twee-kapper/ vrijstaand). Hoewel er sinds de vaststelling van deze regeling in 2017 enkele initiatieven zijn geweest, is daadwerkelijke realisatie niet van de grond gekomen. Geconcludeerd is dan ook dat de huidige juridisch-planologische regeling niet aansluit bij de marktvraag. Voor de realisatie van één woning op een royaal perceel aan de zijde van de Tramweg is een concreet verzoek ingediend. Het betreft een vrijstaande woning die op een goede wijze aansluit bij de bebouwing aan de Tramweg. Deze ontwikkeling wordt dan ook mogelijk gemaakt en de vrijvallende capaciteit wordt verdisconteerd in de Structuurvisie Wonen. Met de ontwikkeling wordt tegemoet gekomen aan het uitgangspunt van de structuurvisie: ‘de juiste kwaliteit op de juiste plek’. 3.3.2.
Structuurvisie Leudal ‘Regie op de toekomst’
Op 2 februari 2010 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Leudal vastgesteld. Met deze structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. De gemeente wil ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren kunnen faciliteren en stimuleren. In de structuurvisie is opgenomen dat gestreefd wordt naar een leefbare en fijne woonomgeving, met een goede balans tussen woningvoorraad en woningbehoefte en voldoende werkgelegenheid en economisch perspectief. Uitgangspunt voor het beleid op het gebied van wonen is dat, in het kader van de leefbaarheid, de veranderingen in de aard en omvang van de woningvoorraad niet geënt worden op de kwantiteit van de voorraad, maar op de kwaliteit van de voorraad. Op het gebied van economie en werkgelegenheid wordt gestuurd op kwaliteit, waarbij het gevestigd bedrijfsleven wordt gekoesterd. Bestaande bedrijven moeten de mogelijkheid hebben en krijgen zich door te ontwikkelen. Op de Structuurvisiekaart is Baexem aangewezen als ‘Woondorp’.
Afbeelding 22. Uitsnede Structuurvisie Leudal (bron: gemeente Leudal) Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
23
Voor het plangebied gelden reeds de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Wonen’. Binnen de bedrijfsbestemming wordt de vestiging van een autobedrijf mogelijk gemaakt, dat nu in Heythuysen is gevestigd. Op de huidige locatie heeft het bedrijf onvoldoende ruimte, waardoor verhuizing naar de Rijksweg in Baexem beoogd is. Deze zichtlocatie zal een positieve bijdrage leveren aan het bedrijfsperspectief. Daarnaast wordt aan het rand van woondorp Baexem één woning mogelijk gemaakt in een gebied waar eerder 5 woningen voorzien waren. Aangezien deze 5 woningen afgelopen jaren niet tot ontwikkeling gekomen zijn en er voor de ene woning wel een concreet initiatief bestaat, wordt deze ontwikkeling gefaciliteerd. Het braakliggend, verloederend terrein aan de rand van Baexem krijgt hiermee een passende invulling. Ruimtelijk stedenbouwkundig sluit het voorliggende plan beter aan op de omgeving dan hetgeen eerder vergund is (4 woningen aan de westzijde van het plangebied). De woning komt nu aan de Tramweg te liggen en de bedrijfsbestemming sluit goed aan op de Rijksweg. Hierdoor ontstaat ruimtelijk-stedenbouwkundig gezien een evenwichtig beeld. De commissie ruimtelijke kwaliteit heeft positief geadviseerd over de stedenbouwkundige opzet en de esthetische inpassing van het plan. De ontwikkeling zoals opgenomen in voorliggend plan past dan ook binnen de doelstellingen uit de Structuurvisie Leudal.
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
24
4.
Onderzoeksaspecten
4.1.
Inleiding
Bij de toekenning van een nieuwe functie aan een bepaald gebied dient rekening gehouden te worden met mogelijke (milieu-)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving. In voorliggend plan is geen sprake van nieuwe functies. Wel worden bestemmingen herbegrensd en bouwmogelijkheden aangepast. Het onderzoek naar de milieuaspecten zoals bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, bodem, geur en externe veiligheid wordt in de volgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar planologische aspecten, zoals kabels en leidingen, water, archeologie en cultuurhistorie, natuur, verkeer en parkeren en duurzaamheid. Ook de hieruit voortkomende bevindingen worden in dit hoofdstuk toegelicht.
4.2.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Algemeen In de Wet milieubeheer is aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. In de wet is de procedure beschreven en zijn de inhoudelijke eisen opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’, waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’, waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan of de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. In het Besluit m.e.r. zijn voor deze activiteiten drempelwaarden opgenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke ontwikkelingen die onder de drempelwaarden blijven. Voor dit soort situaties geldt dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' uitgevoerd moet worden. Deze toets is weliswaar 'vormvrij'; de wet stelt echter wel eisen aan de inhoud. In de praktijk betekent dat in de toelichting bij het ruimtelijk plan een paragraaf 'vormvrije m.e.r.beoordeling' wordt opgenomen.
Beoordeling In dit geval is voorliggende toelichting onderdeel van een bestemmingsplan, dat een aantal ondergeschikte bouw- en gebruikswijzigingen toestaat binnen de reeds toegewezen bestemmingen aan het gebied. Er is geen sprake van een activiteit die genoemd wordt in onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is dan ook niet aan de orde en het opstellen van een aanmeldingsnotitie of plan-m.e.r. niet noodzakelijk.
4.3.
Bedrijven en milieuzonering
Goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen).
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
25
Binnen het plangebied wordt een bestaande bedrijfsbestemming beperkt uitgebreid ter plaatse van de woonbestemming. De woonbestemming voor het oostelijk deel van het plangebied wordt in stand gehouden. Woningen en hun bijgebouwen worden niet beschouwd als functies die een negatieve milieuinvloed op hun omgeving hebben. Bedrijvigheid kan, afhankelijk van de aard en omvang, wel invloed hebben op de omgeving. Daarnaast zijn woningen gevoelige functies. Bij het toekennen van een nieuwe woonfunctie of uitbreiding van de mogelijkheden voor ‘wonen’ dient inzichtelijk gemaakt te worden dat in de omgeving van de locatie geen bedrijven of inrichtingen voorkomen die het woon- en leefklimaat dusdanig slecht beïnvloeden, dat de woonfunctie niet toegestaan kan worden. In een aantal gevallen dienen bijgebouwen ook als milieugevoelige functie beschouwd te worden. Dit geldt met name als de mogelijkheid bestaat dat hier gedurende langere tijd (meerdere uren per dag) mensen verblijven. De bestemming van perceel 411 en een deel van perceel 672 wijzigt van ‘Wonen’ naar ‘Bedrijf’. Daarnaast wordt voor de gehele bedrijfsbestemming de specifieke aanduiding ‘garagebedrijf inkoop – verkoop’ opgenomen. Gezien de bouw- en gebruiksmogelijkheden die binnen deze bestemming geboden worden, dient de milieusituatie beoordeeld te worden.
Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functie voldoende afstand in acht wordt genomen, wordt veelal gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie zijn voor een scala aan typen bedrijvigheid richtafstanden opgenomen voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Daarnaast zijn indices voor verkeersaantrekkende werking, bodem, lucht en visueel opgenomen in de lijst. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning (of andere milieugevoelige functie) die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • •
•
Het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’. Wanneer sprake is van ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand met één trede worden verlaagd; De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
26
woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat gemotiveerd afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen. De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: • in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; • in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; • ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten. De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie. Milieucategorie Richtafstand 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Het plangebied aan de Rijksweg – Tramweg wordt omringd door woningen, bedrijvigheid en horeca en de locatie ligt langs een doorgaande weg. Het gebied kan dan ook worden beschouwd als ‘gemengd gebied’. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Afbeelding 23.
Omschrijving omgevingstypen uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
27
Binnen het plangebied wordt de bedrijfsbestemming uitgebreid ten behoeve van een garagebedrijf/ autoshowroom. In de VNG-lijst worden dergelijke activiteiten beschouwd als milieucategorie 2, met in het gebiedstype ‘rustige woonwijk’ een aanbevolen afstand van 30 meter (gemengd gebied 10 meter).
Afbeelding 24. Zonering relevante bedrijfscategorie in VNG-lijst Bedrijven en milieuzonering
Binnen 10 meter van de her te bestemmen gronden zijn geen milieugevoelige functies gelegen (uitsluitend ‘Verkeer’ en ‘Groen’). Afbeelding 25. Toe te voegen bedrijfsbestemming paars omrand met indicatie 10 meter afstand
Ten zuidoosten en noorden van de gronden, te bestemmen als ‘Bedrijf’, zijn zowel in de huidige als in de toekomstige situatie gronden bestemd als ‘Wonen’, waarmee sprake is van een gevoelige functie. Aangezien de bestemmingen aan elkaar grenzen, wordt de door de VNG-lijst aanbevolen afstand hierbij niet gehaald. In de geldende bedrijfsbestemming zijn reeds activiteiten toegestaan van milieucategorie 1 en 2. De invloed op de omgeving wijzigt in theorie dan ook niet. In de nieuwe regeling geldt echter dat de activiteiten binnen de bestemming ‘Bedrijf’ beperkt zijn tot inkoop en verkoop van motorvoertuigen, waarbij de ontsluiting en toegang van het pand zich aan de noordwestzijde bevinden. Overige bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2 zijn niet meer rechtstreeks toegelaten.
Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
28
Gezien de aard van de bedrijvigheid, de ligging in gemengd gebied en de bestaande planologische mogelijkheden is er geen sprake van negatieve invloed van het plan op het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden. In paragraaf 4.5 worden de resultaten van het akoestisch onderzoek samengevat, waaruit blijkt dat er geen sprake is van geluiduitstraling op de omgeving.
4.4.
Bodem
Bij een functiewijziging dient gemotiveerd te worden dat de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoende is ten opzichte van de in het plan toegelaten bestemming/ functie. Met het oog op de toekomstige bebouwing en voormalige gebruiksfuncties is in het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage ‘Verkennend bodemonderzoek Rijksweg 12 -Tramweg ong. te Baexem’ (BodemInzicht, 11 oktober 2022) is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat: Voormalige potentiële bronnen zijn in maart 2012 voldoende onderzocht. Na sloop van de bebouwing in 2013 is de toplaag verwijderd en verzameld in een partij rond, gelegen nabij de zuidwestgrens van het perceel. De bovengrond is herschikt. Vanuit de directe omgeving wordt geen beïnvloeding verwacht op de bodemkwaliteit, met uitzondering van de grond ter plaatse van meetpunt G7 (voormalige bebouwing aan de zuidzijde). Hier is in 2012 een verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Na sloop van de bebouwing en sanering de grond heeft echter geen aanvullend onderzoek plaatsgevonden, waardoor deze locatie nog niet als onverdacht aangemerkt kan worden. Deze locatie wordt dan ook nader onderzocht. Om dit te borgen is in de plasregels een aanduiding ‘milieuzone - bodemonderzoek’ opgenomen als voorwaardelijke verplichting.
De bodem binnen de onderzoekslocatie wordt niet als asbestverdacht beschouwd op basis van de bevindingen van het verkennende asbestonderzoek uit 2012. In de voormalige bebouwing was asbesthoudend materiaal toegepast. Dit is gesaneerd voor aanvang van de sloop in 2013. Op basis van het vooronderzoek is, met het oog op de resultaten van onderzoeken uit 2012, uitgegaan van een heterogeen verdachte locatie (VED-HE, tabel 9.1). Zintuiglijke waarnemingen verkennend bodemonderzoek In de bodem zijn tot maximaal 1,5 m-mv lichte bijmengingen van puin en baksteen waargenomen in opgeboorde grond. De aangetroffen bijzonderheden worden als bodemvreemd beschouwd, maar hebben niet geleid tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. De aangetroffen bijmenging van puin in de bovengrond ter plaatse van het voormalige garagebedrijf is formeel asbestverdacht. Voor sloop van de bebouwing zijn de asbesthoudende materialen gesaneerd. Uit het verrichte asbestonderzoek in 2012 van naastgelegen terrein blijkt geen verontreiniging met asbest in de bodem. Hierdoor is de locatie niet als asbestverdacht te beschouwen. Analyseresultaten (meng-)monsters In mengmonster BG1, samengesteld uit baksteenhoudende bovengrond is een gehalte aan PCB’s gemeten boven de achtergrondwaarde.
In mengmonster BG2, samengesteld uit zwak puinhoudende bovengrond, zijn gehaltes aan PCB’s, lood en PAK gemeten boven de Bestemmingsplan ‘Rijksweg – Tramweg, Baexem’ | toelichting
29
achtergrondwaarden. In mengmonster BG3, samengesteld uit baksteenhoudende bovengrond is een gehalte aan PCB’s en lood gemeten boven de achtergrondwaarden. In mengmonster OG1, samengesteld uit visueel schone ondergrond, zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. De aangetoonde verhoogde gehaltes zijn gerelateerd aan de waargenomen bijmenging van baksteen en puin. De gemeten concentraties in de drie mengmonsters van de bovengrond vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. Analyseresultaten grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 8 is een gehalte aan barium gemeten boven de streefwaarde. Dit gehalte aan barium kan als een natuurlijk verhoogd gehalte worden beschouwd en vormt geen aanleiding voor nader onderzoek. Conclusie en advies Uit de verrichte bodemonderzoeken blijkt dat er geen milieuhygiënische belemmeringen bestaan voor de beoogde woonfunctie en bedrijfsfunctie en dat het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek, behoudens de locatie ter plaatse van de op de plankaart aangegeven aanduiding ‘milieuzone – bodemonderzoek’ niet nodig is. Ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – bodemonderzoek’ vindt nog een nader onderzoek plaats naar een mogelijke verontreiniging met minerale olie. In de regels is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen.