CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting + Regels + Verbeelding

Commissievergadering Fysiek 6 april 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Woningbouwplan Noenevershof' te Buggenum28.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6

bestemmingsplanNoenevershof

h. i.

j.

kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; bedrijfsgebouwen, met uitzondering van gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn; objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.

1.19 beroep aan huis een beroep of het verlenen van diensten op administratief, consument verzorgend, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, zulks met uitzondering van een seksinrichting. 1.20 bestaand a. bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen; b. bij gebruik: gebruik zoals aanwezig ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan. 1.21 bestaande woning een woning die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen. Hieronder wordt niet verstaan een woning die weliswaar bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar is gerealiseerd in strijd met het plan en zonder een omgevingsvergunning voor het bouwen. 1.22 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.23 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.24 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.25 bijzondere woonvorm een woonverblijf waarin, al dan niet zelfstandige, woningen/kamers zijn opgenomen met gemeenschappelijke voorzieningen, zoals begeleid wonen voor mindervalide personen, een woonzorgcomplex of daarmee gelijk te stellen voorziening, met dien verstande dat onder bijzondere woonvorm niet wordt verstaan crisis-opvang. 1.26 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

bestemmingsplanNoenevershof

7

1.27 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.28 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.29 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.30 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.31 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.32 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.33 bruto vloeroppervlak (b.v.o.) de totale overdekte vloeroppervlakte van de begane grond en eventuele verdieping(en) van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten (bedrijfsvloeroppervlakte). 1.34 carport een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een overdekte stallinggelegenheid voor voertuigen, aan minimaal 1 zijde open, waarbij de open zijde is gericht naar het openbare gebied ter plekke van de uitrit.

1.35 consument verzorgende activiteiten het beroeps- en/of bedrijfsmatig verrichten van diensten gericht op consumentverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang in de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. 1.36 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in reliëf, verkaveling, slotenpatroon of architectuur. Archeologische waarden zijn hieronder begrepen. 1.37 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, zulks met uitzondering van horecabedrijven. 1.38 dienstverlening het beroeps- en/of bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé.

8

bestemmingsplanNoenevershof

1.39 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt. 1.40 evenement een georganiseerde, voor het publiek toegankelijke activiteit van vermaak op het gebied van onder meer sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal cultureel vlak. Er kan sprake zijn van een ruimtelijk relevant evenement (zie 1.78) danwel van een ruimtelijk niet relevant evenement (zie 1.77). 1.41 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.42 gevoelig object object waar personen langdurig verblijven, zoals woningen, scholen, crèches en kinderdagverblijven; 1.43 goed woon- en leefklimaat woon- en leefklimaat waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de normen van alle relevante milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid. 1.44 halfvrijstaande woning een woning waarvan het hoofdgebouw met één gevel gekoppeld is aan het hoofdgebouw op een naastgelegen perceel. 1.45 hoekwoning woning gelegen op de hoek van twee openbare wegen, fiets- en/of voetpaden.

1.46 hoofdgebouw(en) een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.47 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. 1.48 huisvesting arbeidsmigranten bewoning van een (deel van) een gebouw door arbeidsmigranten, niet zijnde bewoning door een huishouden. 1.49 kamerbewoning het bewonen van een onzelfstandige wooneenheid, niet zijnde het verstrekken van logies. 1.50 kap de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm dan wel met een dakhelling. 1.51 kunstwerken bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke, alsmede artistieke kunstuitingen in de vorm van standbeelden, glaswerken, schilderingen en dergelijke.

bestemmingsplanNoenevershof

9

1.52 kwaliteitsmenu het gemeentelijk compensatiebeleid voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals vastgelegd in de 'Nota Kwaliteit'. 1.53 kwetsbare objecten a. woningen, met uitzondering van: 1. verspreid liggende woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; 2. dienst- en bedrijfswoningen; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een b.v.o. van meer dan 1500 m² per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk b.v.o. meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal b.v.o. van meer dan 2000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.

1.54 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.55 mid-stay huisvesting huisvesting van woonurgente groepen, waaronder arbeidsmigranten, die langer dan 4 maanden maanden per jaar, al dan niet aaneengesloten, in de gemeente verblijven, maar nog niet weten of ze zich hier permanent willen vestigen of die wel al besloten hebben dat ze zich hier willen vestigen maar nog géén reguliere huisvesting hebben gevonden. 1.56 Nota kwaliteit de Nota Kwaliteit van de gemeente Leudal, waarin de uitgangspunten waarbinnen de gemeente initiatiefnemers voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de zonering 'Buitengebied' volgens het POL 2014 een kwaliteitsbijdrage gaat vragen, ter uitwerking van het Limburgs Kwaliteitsmenu, zoals opgenomen als 'Bijlage 2 Nota Kwaliteit' bij deze regels.

1.57 nultredenwoning een woning die zonder trappen van buiten af bereikbaar is en waarin de zogenaamde primaire verblijfsruimtes (keuken, sanitair, woonkamer en minimaal één slaapkamer) zich op dezelfde woonlaag bevinden, waardoor de gehele woning geschikt is voor gebruik van rollator, rolstoel, scootmobiel en dergelijke. Daarmee is tevens sprake van een levensloopbestendige woning. 1.58 omgevingsvergunning een vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ten behoeve van het verrichten van de in die vergunning beschreven activiteiten.

10

bestemmingsplanNoenevershof

1.59 onbenutte bouwtitel een bestemmings-/bouwvlak waarop volgens dit bestemmingsplan een woning kan worden gerealiseerd, maar feitelijk nog geen woning is gerealiseerd. 1.60 ondergeschikt bouwdeel een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend deel (maximaal 1,5 meter) van een bouwwerk. 1.61 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.62 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde werken, geen bouwwerken zijnde, die onder peil plaatsvinden. 1.63 ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die voldoet aan de indieningsvereisten zoals bedoeld in de 'Regeling omgevingsrecht'. 1.64 onzelfstandige wooneenheid wooneenheid welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij keuken, toilet, badkamer en douche als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt. 1.65 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.66 overige woonurgenten personen, niet zijnde arbeidsmigranten die short- of mid-stay verblijven, die op korte termijn een tijdelijke behoefte hebben aan woonruimte, zoals gescheiden personen, alleenstaande studenten, verblijfsgerechtigden en personen die vanuit zorg of detentie (terug) naar de woningmarkt gaan. 1.67 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde in de vorm van een (bijbehorend) bouwwerk met minimaal een open wand. 1.68 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.69 parkeervoorziening elke al dan niet overdekte stallinggelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer. 1.70 parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen. 1.71 peil a. Voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: maximaal 30 cm boven de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. b. In andere gevallen: maximaal 30 cm boven de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

bestemmingsplanNoenevershof

11

1.72 perceel het bouwperceel. 1.73 POL belangen (ruimtelijke) belangen waarvan de provincie met haar Provinciaal OmgevingsPlan heeft aangeven dat die op provinciaal niveau van belang zijn. 1.74 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met/voor een ander tegen vergoeding. 1.75 rijksmonument een beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet. 1.76 risicovolle inrichting een inrichting bij welke ingevolge het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.77 ruimtelijk niet relevant evenement activiteit in de openlucht of in een tijdelijke accommodatie (bijvoorbeeld feesttent) met een duur van maximaal 3 dagen, inclusief opbouwen en afbreken, zoals: a. b. c. d. e.

privéfeesten; buurtbarbecues en buurtfeesten; feesten en grootschalige activiteiten in scholen; (demonstratieve) optochten en bijeenkomsten, al dan niet van politieke aard; activiteiten die worden georganiseerd om redenen van promotie, public relations, publiciteit e.d. zoals de opening van tentoonstellingen, ontvangsten, prijsuitreikingen, symposia en productpresentaties; f. (theater)voorstellingen zoals die regelmatig plaatsvinden in gemeenschapshuizen / cultureel centrum; g. rommelmarkten, vlooienmarkten, kofferbakmarkten e.d.; h. bioscoopvoorstellingen; i. weekmarkten op basis van de Gemeentewet; j. kansspelen; k. dansgelegenheden (gevestigd in horecazaken); of daarmee naar aard en omvang en invloed op onderliggende en nabijgelegen bestemmingen vergelijkbare activiteiten, met dien verstande dat alsnog sprake is van een ruimtelijk relevant evenement indien: a. b. c.

g.

sprake is van meer dan 6 evenementen per locatie per kalenderjaar; sprake is van meer dan 1 evenement per locatie per maand; het aantal aanwezigen meer bedraagt dan 100 personen ingeval van privéfeesten, buurtbarbecues en buurtfeesten; de activiteit plaats vindt tussen 24.00 en 09.00 uur; er muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 24:00 uur; er onevenredig nadelige gevolgen zijn voor de verkeers- en bereikbaarheidssituatie die niet door het treffen van verkeersmaatregelen kunnen worden gecompenseerd; er objecten worden geplaatst met een oppervlakte van meer dan 50 m2.

12

bestemmingsplanNoenevershof

d. e. f.

1.78 ruimtelijk relevant evenement een evenement, niet zijnde een ruimtelijk niet relevant evenement, waarvan de aard of de publieksaantrekkende werking vanuit een oogpunt van impact op de omgeving dusdanig grootschalig is dat daarin zonder nadere ordening niet kan worden voorzien en waarbij een of meer van de volgende omstandigheden zich voordoet(n): a.

1. 2. b. c. d. e. f. g.

het evenement vindt al dan niet met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld maandelijks, jaarlijks of jaar overstijgend) plaats, waardoor het normaal maatschappelijk gebruik van de gronden niet mogelijk is gedurende: tenminste één aaneengesloten periode van 24 uur (inclusief het opbouwen en afbreken) of tenminste twee niet opeenvolgende dagen of vier niet opeenvolgende dagdelen; er is sprake van een omvang van meer dan 100 bezoekers/deelnemers/toeschouwers/gasten gelijktijdig aanwezig; de geluidbelasting bedraagt meer dan 50 dB(A) op de gevel van de dichtst bij gelegen woningen om en nabij het de locatie waar het evenement wordt gehouden; de activiteit plaats vindt tussen 24.00 en 09.00 uur; er wordt muziek ten gehore gebracht voor 09.00 uur of na 24:00 uur; er is sprake van onevenredig nadelige gevolgen voor de verkeers- en bereikbaarheidssituatie die niet door het treffen van verkeersmaatregelen kunnen worden gecompenseerd; er worden objecten geplaatst met een oppervlakte van meer dan 50 m2.

1.79 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. b. c. d. e.

een prostitutiebedrijf; waaronder begrepen een erotische massagesalon en raamprostitutie; een seksbioscoop of sekstheater; een seksautomatenhal; een seksclub of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; een sekswinkel.

1.80 servicepunt verkoop- en informatiepunt ten behoeve van kleinschalige dienstverlening en kleinschalige detailhandel. 1.81 setback een bouwdeel of bouwlaag waarvan de verticale beëindiging substantieel terug ligt ten opzichte van de hoofdgevels van het hoofdgebouw. 1.82 short-stay huisvesting huisvesting van arbeidsmigranten die ter plaatse niet langer dan 4 maanden per jaar, al dan niet aaneengesloten, verblijven. 1.83 stedenbouwkundig beeld het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa's, de gevelindelingen, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvormen in zijn omgeving. 1.84 straatmeubilair op, aan of boven de openbare weg respectievelijk openbare ruimte geplaatste of hangende goederen, waaronder begrepen zitbanken, lantaarnpalen, prullenbakken, fietsenrekken, bloembakken-/potten, spandoeken, vlaggenmasten, (uithang-)borden, abri's, bushaltes, (straat-)verlichting e.d.

bestemmingsplanNoenevershof

13

1.85 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk in de openbare ruimte of in een zich daarop/-in bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.86 structuurvisie 'Wonen, Zorg en Woonomgeving' de 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021', vastgesteld door de raden van de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert (in Leudal vastgesteld bij raadsbesluit dd. 25 juni 2019). 1.87 tuin omheind of afgeperkt stuk grond, behorende bij een hoofdgebouw en/of woning, dat is ingericht met (open) water en/of waterhuishoudkundige voorzieningen, groen en/of groenvoorzieningen en/of verharding(en) ten behoeve van het gebruiksgenot en ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw en/of woning. 1.88 verbeelding de verbeelding van het bestemmingsplan "Woningbouwplan Noenevershof" bestaande uit de digitale en analoge verbeelding met planidentificatienummer NL.IMRO.1640.BP20BuNoenevershof-ON01. 1.89 verkoopstandplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

1.90 voldoende parkeergelegenheid er wordt voldaan aan de normen die zijn vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen 2016' (Bijlage 3), waarbij geldt dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging', tenzij in deze regels anders is aangegeven (zie ook artikel 14.1). 1.91 voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.92 voorgevel een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw. 1.93 voorgevel hoekwoning de gevel van een hoekwoning die qua vormgeving van de woning en het perceel alsmede de situering ten opzichte van de omliggende bebouwing als voorgevel wordt aangemerkt. 1.94 voorgevelrooilijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de gevel(s) van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die grenzen aan openbare wegen, fiets en/of voetpaden tot aan de perceelsgrenzen. Een hoekwoning heeft twee voorgevelrooilijnen. 1.95 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer alsmede kleinschalige (ondergrondse) voorzieningen voor afvalverzameling.

14

bestemmingsplanNoenevershof

1.96 vrijstaand geschakelde woningen minimaal 2 vrijstaande woningen waarbij de zijgevel van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is gebouwd aansluitend aan de zijgevel van een hoofdgebouw op een aangrenzend perceel, danwel aan de zijgevel van een bijbehorend bouwwerk op een aangrenzend perceel. 1.97 vrijstaande woning een woning die noch met het hoofdgebouw noch met een bijbehorend bouwwerk gekoppeld is aan het hoofdgebouw op een naastgelegen perceel. 1.98 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.99 weg een voor het openbaar verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeervoorzieningen. 1.100 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in de regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het vastgestelde plan, tenzij anders bepaald. 1.101 wonen De permanente huisvesting van een of meerdere personen in een woning of , om daar zelfstandig of met meerdere personen gezamenlijk een huishouden te voeren.

1.102 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één huishouden. 1.103 wooneenheid een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de zelfstandige huisvesting van een huishouden. 1.104 woonurgent de dringende noodzaak om te beschikken over een woonruimte waarbij een woningzoekende op basis van een beschikking in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 wordt ingedeeld. 1.105 woonwagen een voor bewoning bestemd bouwwerk, dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en dat geplaatst is op een door de gemeente aangewezen woonwagenstandplaats. 1.106 woonwagenstandplaats een perceel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen en bijbehorende bouwwerken, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten. 1.107 zijerfgebied het deel van het voorerfgebied bij een hoekwoning, gelegen langs (het verlengde van) de zijgevel van de hoekwoning, voorzover dit geen deel uitmaakt van het achtererfgebied.

bestemmingsplanNoenevershof

15

1.108 zijgevel de gevel van een woning die qua vormgeving van de woning en het perceel alsmede de situering ten opzichte van de omliggende bebouwing niet als voorgevel of achtergevel wordt aangemerkt. 1.109 zijgevel hoekwoning de naar het openbaar gebied gerichte gevel van een hoekwoning die qua vormgeving van de woning en het perceel alsmede de situering ten opzichte van de omliggende bebouwing als zijgevel wordt aangemerkt. De zijgevel van een hoekwoning ligt tevens in de voorgevelrooilijn. 1.110 zelfstandige wooneenheid wooneenheid met een eigen toegang en eigen wezenlijke voorzieningen, waarbij keuken, toilet, badkamer en douche als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt. Een woonruimte waarvan de vertrekken uitkomen op een gemeenschappelijke gang of hal, maar met eigen keuken, douche en toilet, is eveneens een zelfstandige woonruimte. 1.111 zolder ruimte(n) in een gebouw die geheel of gedeeltelijk is (zijn) afgedekt met schuine of gebogen daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt/uitmaken van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen. Van een zolder is geen sprake indien de betreffende ruimte gelijkwaardig is aan de verblijfsruimten op de bouwlagen onder deze ruimte.

16

bestemmingsplanNoenevershof

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 De oppervlakte van een bed & breakfastvoorziening De oppervlakte, gemeten op vloerniveau, tussen de scheidingsmuren, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten die in gebruik is/zijn voor de bed & breakfastvoorziening, omhullen. Daarbij worden niet meegerekend: a. b. c.

de oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de nettohoogte kleiner is dan 1,50 meter, met uitzondering van vloeren onder trappen; een trapgat of vide; een liftschacht.

2.7 Afstand tot de bouwperceelgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.8 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

bestemmingsplanNoenevershof

17

18

bestemmingsplanNoenevershof

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. bermen en beplanting; 2. extensief recreatief medegebruik; 3. groenvoorzieningen; 4. kunstobjecten 5. kunstwerken; 6. landschappelijke inpassing; 7. paden; 8. ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.4.2; 9. speelvoorzieningen; 10. voorzieningen van algemeen nut; 11. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen; 12. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen ter plaatse van de aanduiding 'tuin', met dien verstande dat de inrichting van deze gronden een openbaar karakter moet blijven behouden, zijnde dat het perceel niet visueel mag worden afgesloten van het openbare gebied. b. Ter plaatse van de desbetreffende aanduiding zijn de voor 'Groen' aangewezen gronden bestemd voor (een): 1. behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad'; 2. vluchtpad, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad'. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 14.3. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. 1. b. c.

Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen worden gebouwd: ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut; De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. De bouwoppervlakte van voorzieningen van algemeen nut mag niet meer bedragen dan 15 m².

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a.

b.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,2 meter, met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen dienen te bestaan uit een doorkijkbare structuur met een goede kwaliteit, niet zijnde een gaashekwerk; De hoogte van lichtmasten en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter.

bestemmingsplanNoenevershof

19

c. d.

Overkappingen zijn niet toegestaan. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d. e. f. g. h. 3.4

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de benodigde waterberging.; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; ter waarborging van de externe veiligheid; ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; ter waarborging van de verkeersveiligheid. Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt naast het bepaalde in artikel 10 in elk geval gerekend het gebruik voor/als: a.

b. c. d.

e.

opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; ruimtelijk relevante evenementen; sociaal-culturele activiteiten, waarbij sprake is van spreekinstallaties en/of versterkte (live) muziek. Onversterkte muziek, achtergrondmuziek en beperkte spreekinstallaties (uitsluitend voor het doen van aankondigingen) zijn wel toegestaan; prostitutie.

3.4.2 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a.

b. c.

wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal'; indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en); voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.

3.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijkeinpassing Het gebruik van de gronden binnen de bestemming 'Groen' is uitsluitend toegestaan op voorwaarde dat de landschappelijke inpassing van het plangebied, welke is weergegeven in Bijlage 4 Landschappelijke inpassing van deze planregels, uiterlijk 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden.

20

bestemmingsplanNoenevershof

3.4.4 Vluchtpad Als strijdig gebruik wordt aangemerkt het gebruik en de inrichting van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad' indien dat gebruik tot gevolg heeft dat de gronden niet meer geschikt zijn voor gebruik als vluchtpad.

bestemmingsplanNoenevershof

21

Artikel 4

Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. groenvoorzieningen, waaronder bermen, beplanting en landschappelijke inpassing; 2. bestaande geluidwerende voorzieningen; 3. kunstwerken en -objecten; 4. oeververbindingen (bruggen); 5. parkeervoorzieningen; 6. ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 4.4.2; 7. straatmeubilair; 8. verkoopstandplaats(en), mits in overeenstemming met het geldende standplaatsenbeleid; 9. terrassen, mits vergund op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en/of Drank- en Horecawet; 10. voet- en rijwielpaden; 11. voorzieningen van algemeen nut; 12. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen; 13. wegen, straten, pleinen en paden met hoofdzakelijk een verkeer- c.q. verblijfsfunctie; b. Ter plaatse van de desbetreffende aanduiding zijn de voor 'Verkeer' aangewezen gronden bestemd voor (een): 1. behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad'. 2. vluchtpad, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad'.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 14.3. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld dient ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad' in acht te worden genomen. 4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd. De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter. De oppervlakte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 15 m².

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

22

De bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 12 meter. Overkappingen zijn niet toegestaan. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 meter.

bestemmingsplanNoenevershof

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d. e. f. g. h. 4.4

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de benodigde waterberging.; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; ter waarborging van de externe veiligheid; ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; ter waarborging van de verkeersveiligheid. Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt naast het bepaalde in artikel 10 in elk geval gerekend het gebruik van gronden voor: a. b.

prostitutie; ruimtelijk relevante evenementen.

4.4.2 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a.

b. c.

wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal'; indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en); voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.

4.4.3 Vluchtpad Als strijdig gebruik wordt aangemerkt het gebruik en de inrichting van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad' indien dat gebruik tot gevolg heeft dat de gronden niet meer geschikt zijn voor gebruik als vluchtpad. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Verkeer' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het verwijderen van beplanting.

4.5.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 4.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b.

het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.

bestemmingsplanNoenevershof

23

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. wonen met dien verstande dat: ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' uitsluitend vrijstaande en vrijstaand geschakelde woningen zijn toegestaan. 2. bewoning als afhankelijke woonruimte, voor zover het in het hoofdgebouw en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken betreft; 3. ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 5.5.3; 4. uitoefening van een bedrijf aan huis; een beroep aan huis; met de daarbij behorende: b. c. d. e. f.

groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; tuinen, erven en terreinen; voorzieningen van algemeen nut; waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 14.3. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen a. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. b. De bebouwde oppervlakte van een bouwperceel mag maximaal 60% bedragen, met een maximum van 275 m2. 5.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen, niet zijnde woonwagens, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

1. 2.

d.

24

Nieuwe woningen zijn niet toegestaan. Uitsluitend bestaande woningen zijn toegestaan. Vervangende nieuwbouw van woningen is toegestaan, met dien verstande dat het aantal wooneenheden niet mag toenemen. In afwijking van het bepaalde in sub a. zijn nieuwe woningen met bijbehorende bouwwerken toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' en met in acht name van het aangeduide maximum, met dien verstande dat: Inclusief gerealiseerde en in aanbouw zijnde woningen het aantal woningen binnen het maatvoeringsvlak niet meer mag bedragen dan het maximaal toegestane aantal woningen. Het hoofdgebouw uitsluitend wordt gebouwd: binnen het 'bouwvlak'; in of maximaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn en/of de bouwvlakgrens aan de zijde van de weg en vóór een denkbeeldige lijn op 15 meter uit en evenwijdig aan die voorgevelrooilijn en/of bouwvlakgrens; De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de goot- en bouwhoogte die is aangegeven ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum

bestemmingsplanNoenevershof

e. f.

g. 1. 2. h. 1. 2. 3. i.

bouwhoogte (m)'. Het hoofdgebouw mag uitsluitend in 1,5 bouwlaag worden gebouwd; Het hoofdgebouw moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van minimaal 20º en maximaal 50°, met dien verstande dat bij vervangende nieuwbouw het hoofdgebouw mag worden afgedekt met dezelfde afdekking en dakhelling als aanwezig ten tijde van de ter inzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan; De afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt: bij vrijstaande woningen minimaal 3 meter aan beide zijden; bij vrijstaand geschakelde woningen, minimaal 3 meter aan één zijde; In afwijking van het bepaalde onder g. is een uitbreiding van het hoofdgebouw toegestaan tot in de zijdelingse perceelsgrens, mits: de uitbreiding uitsluitend is toegestaan in achtererfgebied; de maximale goothoogte 3,5 meter en de maximale bouwhoogte 5,5 meter bedraagt; bij vrijstaande woningen uitbreiding uitsluitend is toegestaan aan één zijde van de woning; De geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten mag bij (vervangende) nieuwbouw niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.

5.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

e. f.

De maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter. De maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 meter. De bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan in achtererfgebied. In afwijking van het bepaalde onder c. mogen bijbehorende bouwwerken tot in de voorgevelrooilijn worden opgericht indien de afstand van de bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens groter is dan 2 meter. Indien sprake is van een garage dient de afstand van de voorgevel van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5 meter te bedragen. Bij vrijstaande woningen dient, binnen het bouwvlak, de afstand van bijbehorende bouwwerken tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 2 meter te bedragen;

5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a.

1. 2. 3.

b.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, zijn enkel toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erfafscheidingen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen: maximaal 2 meter bedraagt in achtererfgebied; maximaal 1 meter bedraagt in voorerfgebied; maximaal 2 meter bedraagt in zijerfgebied, mits: de erf- of terreinafscheiding minimaal 3 meter achter de voorgevel van de woning gelegen is; het verkeersbelang niet onevenredig aangetast wordt. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. De bouwhoogte daarvan mag niet meer bedragen dan 3 meter.

5.2.5 Erkers In afwijking van het bepaalde in lid 5.2.1 onder a., en lid 5.2.3 onder c., is het realiseren van een erker voor de voorgevel en/of een overkapping ter plaatse van de entree van de woning toegestaan , met dien verstande dat: a. b. c.

de erker c.q. overkapping maximaal 2 meter voor de voorgevelrooilijn mag worden opgericht; de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m2; de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;

bestemmingsplanNoenevershof

25

d. e.

de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw waartegen de erker of overkapping wordt gerealiseerd; de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt.

5.2.6 Carport tot aan of gedeeltelijk voor de voorgevelrooilijn In afwijking van het bepaalde in lid 5.2.1 onder a., sub 2. en lid 5.2.3 onder c., is het realiseren van een carport tot aan de voorgevelrooilijn en/of gedeeltelijk voor de voorgevelrooilijn toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c. d. e. f.

de voorgevelrooilijn met niet meer dan 2 meter overschreden wordt; de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt; het deel van de carport dat voor de voorgevelrooilijn wordt gerealiseerd geen gesloten wanden heeft die tot de constructie zelf behoren; de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter; de carport direct verbonden dient te zijn met een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk; slechts één carport mag worden gerealiseerd.

5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d. e. f. g. h. i. 5.4

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving; ter waarborging van de benodigde waterberging.; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; ter waarborging van de externe veiligheid; ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; ter waarborging van de verkeersveiligheid. Afwijken van de bouwregels

5.4.1 Afwijkende goot- en bouwhoogte Door middel van een omgevingsvergunning kan ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone afwijkingsgebied' worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.2 sub d en e ten behoeve van het toestaan dat hoofdgebouwen worden gebouwd in twee bouwlagen waarbij een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter geldt, met dien verstande dat: 1. 2.

het 'stedenbouwkundig beeld' niet onevenredig wordt aangetast; de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.

5.4.2 Uitbreiding van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot twee bouwlagen Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2.3 onder a. en b. ten behoeve van het uitbreiden van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bij de woning tot 2 bouwlagen, afgewerkt met een kap met dien verstande dat: a. b. 1. 2. c.

26

de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw; de afstand van de uitbreiding van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk: tot beide zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter dient te bedragen bij vrijstaande woningen; tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter moet bedragen bij vrijstaand geschakelde woningen; de dakhelling ten minste 20° en niet meer dan 50° bedraagt;

bestemmingsplanNoenevershof

d. e. f. 1. 2.

5.5

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast; de uitbreiding plaatsvindt: binnen het bouwvlak; in of achter de voorgevelrooilijn en vóór een denkbeeldige lijn op 15 meter uit en evenwijdig aan de voorgevelrooilijn. Specifieke gebruiksregels

5.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor/van: a. b. c. d. e. f.

bedrijvigheid, met uitzondering van de bedrijvigheid als bedoeld in lid 5.1; detailhandel, met uitzondering van een beperkte verkoop in het klein in verband met en ondergeschikt aan de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis; kamerbewoning; permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; ruimtelijk relevante evenementen; seksinrichting;

5.5.2 Beroep of bedrijf aan huis De uitoefening van een bedrijf aan huis en/of een beroep aan huis is toegestaan in de woning en/of in de bij de woning behorende bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.

uitsluitend een bedrijf aan huis is toegestaan zoals vermeld in of vergelijkbaar met categorie 1 van de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen' (Bijlage 1); een bedrijf aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 30 m²; een beroep aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 80 m²; bij een gecombineerde uitoefening van het bepaalde onder b. en c. het totale maximale gebruiksoppervlak van 80 m2 niet overschreden wordt; maximaal 30% van het gebruiksoppervlak van de begane grond van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep en/of bedrijf aan huis.

5.5.3 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a.

b. c.

wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal'; indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en); voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.

5.5.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijkeinpassing Het gebruik van de gronden binnen de bestemming 'Wonen' is uitsluitend toegestaan op voorwaarde dat de landschappelijke inpassing van het plangebied, welke is weergegeven in Bijlage 4 Landschappelijke inpassing van deze planregels, uiterlijk 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden.

bestemmingsplanNoenevershof

27

Artikel 6

Waarde - Archeologie 4

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen overige (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 14.3. 6.2 Bouwregels a. Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1. archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 2. het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of 3. de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad. b. Het bepaalde onder a.

is uitsluitend van toepassing voor die delen van het (project)gebied waar op grond van het Archeologisch rapport Nr 20021 van ArcheoPro, betreffende Noenever te Buggenum, Gemeente Leudal Bureauonderzoek met Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O, verkennend booronderzoek, d.d. 20-07-2020), het selectiebesluit is genomen om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven. c. In afwijking van het bepaalde onder b. is het bepaalde onder a. niet van toepassing indien; 1. het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft dat voor archeologisch onderzoek noodzakelijk is en/of 2. het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid. d. Indien uit het onder a. genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. e. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. f. Indien lid 6.2 onder d. sub 3. van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.

28

bestemmingsplanNoenevershof

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; 2. aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. aanleggen van bos en/of boomgaard die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als zodanig kunnen worden aangemerkt; 4. aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 5. grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend vergraven, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. b. Het onder a. genoemde verbod is uitsluitend van toepassing indien de verstoring dieper is dan 40 cm onder het maaiveld én de oppervlakte van de bodemingreep groter is dan 250 m². 6.4.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b.

het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.

6.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet verleend, dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, of waaruit blijkt dat: 1. archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 2. het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of; 3. de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad. b. Indien uit het in lid 6.4.3 onder a. genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, kunnen burgemeesters en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c.

Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. d. Indien lid 6.4.3 onder b. sub 3. van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken.

bestemmingsplanNoenevershof

29

6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a.

b.

30

de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

bestemmingsplanNoenevershof

Artikel 7

Waarde - Archeologie 5

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen overige (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 14.3. 7.2 Bouwregels a. Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1. archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 2. het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of 3. de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad. b. Het bepaalde onder a.

is uitsluitend van toepassing voor die delen van het (project)gebied waar op grond van het Archeologisch rapport Nr 20021 van ArcheoPro, betreffende Noenever te Buggenum, Gemeente Leudal Bureauonderzoek met Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O, verkennend booronderzoek, d.d. 20-07-2020), het selectiebesluit is genomen om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven. c. In afwijking van het bepaalde onder b. is het bepaalde onder a. niet van toepassing indien; 1. het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft dat voor archeologisch onderzoek noodzakelijk is en/of 2. het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid. d. Indien uit het in lid 7.2, onder a. genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. e. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. f. Indien lid 7.2 onder d. sub 3. van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.

bestemmingsplanNoenevershof

31

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbod a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; 2. aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. aanleggen van bos en/of boomgaard die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.; 4. aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 5. grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend vergraven, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. b. Het onder a. genoemde verbod is uitsluitend van toepassing indien de de verstoring dieper is dan 40 cm onder het maaiveld én de oppervlakte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m². c. Het onder a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=3abd671e-f457-4b0e-bc0c-a12e8688fb99