CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort'24.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort Gemeente Leudal

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort Gemeente Leudal

IDN-nummer:

NL.IMRO.1640.BP23ItAfrikastraat-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

2 juli 2024

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Begrenzing van het plangebied Doel Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

5 5 8 8 9

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie

11

2.1 2.2

Omgeving plangebied Plangebied

11 12

Hoofdstuk 3 Nieuwe situatie

15

3.1 3.2 3.3

15 17 18

Proces, uitgangspunten en behoefte Bedrijventerrein: functioneel Bedrijventerrein: ruimtelijk

Hoofdstuk 4 Beleid

23

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

23 23 28 32 34

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten

37

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Algemeen Milieu Archeologie en cultuurhistorie Natuur Landschap Waterparagraaf Verkeer en parkeren

37 37 53 54 58 58 60

Hoofdstuk 6 Opbouw bestemmingsplan

63

6.1 6.2 6.3

63 63 63

Algemeen Verbeelding Planregels

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

67

7.1 7.2

67 67

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

3

Hoofdstuk 8 Procedure

69

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

69 69 69 69 70

De te volgen procedure Kennisgeving Overleg ex artikel 3.1.1. Inspraak Ontwerp en vaststelling

Toelichting

4

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bedrijf Interduct op het bedrijventerrein Ittervoort heeft in verband met de concentratie van haar bedrijfsactiviteiten op één bedrijfslocatie behoefte om uit te breiden. In dat kader heeft afstemming met de gemeente Leudal plaatsgevonden. Dit heeft uiteindelijk in eerste instantie geresulteerd in een principemedewerking van de gemeente aan het planvoornemen. Het planvoornemen voorziet in de uitbreiding van de bedrijfsbestemming ter plaatse van perceel 272 (gedeeltelijk) en 273 en het wijzigen van de bouwmogelijkheden (bouwhoogte en bebouwingspercentage) om de beoogde bedrijfsgebouwen planologisch juridisch mogelijk te maken. Tevens wordt de beoogde en noodzakelijke landschappelijke inpassing geregeld. Met het planvoornemen worden vier bedrijfsgebouwen gerealiseerd, twee aan de zijde van de Afrikastaat ter vervanging van de bestaande bedrijfsgebouwen en twee aan de zijde van het buitengebied. Deze bedrijfsgebouwen zijn respectievelijk georienteerd op de Afrikastraat en het buitengebied en voorzien van representatieve gevels. De bouwhoogte bedraagt 10 meter aan de zijde van de Afrikastraat en 8 dan wel 12 meter aan de zijde van het buitengebied. Het geheel wordt kwalitatief landschappelijk ingepast. De hiervoor bedoelde groenzone sluit aan op de landschapszone van fase 4.

Om het beoogde planvoornemen planologisch-juridisch mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk waarin de beoogde toekomstige, gewenste situatie wordt geregeld. Onderhavige toelichting voorziet in de ruimtelijke onderbouwing c.q. verantwoording van het planvoornemen. De regels en verbeelding vormen het juridisch kader.

1.2

Begrenzing van het plangebied

Het plangebied is onderdeel van (Afrikastraat 18, 20 en 22) en sluit aan op het bestaande bedrijventerrein Ittervoort. De buitengrens van het plangebied komt overeen met de buitengrens van het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort'. Het plangebied gelegen ten noord-oosten van de kern Ittervoort, ten noorden van de kern Thorn en is op relatief korte afstand van de A2 gelegen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Hunsel, sectie N, perceelsnummer 271, 272 en 273 alsmede gemeente Ittervoort, sectie A, perceelsnummers 1282, 1284, 1340, 1341 en 1406.

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

5

Ligging plangebied t.o.v. de kernen Ittervoort en Thorn en de A2

6

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Begrenzing plangebied ten opzichte van de grenzen van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort' De grens van het bestemmingsplan komt overeen met de grens die is opgenomen in 'REBIS'. Dit is het Ruimtelijk Economish Bedrijventerreinen Informatie Systeem (REBIS) van de provincie Limburg. In dit informatie systeem kunnen ondernemers de Limburgse bedrijventerreinenmarkt volgen. De provincie gebruikt deze informatie in REBIS zelf ook. Hierdoor krijgt zij in beeld of haar beleid volgens planning wordt uitgevoerd en of de doelen worden behaald. Dit geldt zowel voor provincie als voor gemeenten. Het plangebied ligt binnen de gebiedsaanduidingen 'uitgegeven' en 'niet terstond uitgeefbaar'

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

7

Plangebied zoals opgenomen in REBIS

1.3

Doel

De uitbreiding van het bedrijventerrein Ittervoort ter plaatse van het bedrijfsperceel van Interduct speelt in op de behoefte om de bedrijfsactiviteiten van Interduct uit de regio te concentreren op één locatie. Hiervoor is er behoeft aan uitbreiding van het bestaande bedrijfsperceel en verruiming van de bouwmogelijkheden en bouwhoogte, zodat voorzien kan worden in bedrijfsbebouwing die voldoet aan de huidige wensen en eisen van deze tijd en afgestemd op de hedendaagse bedrijfsactiviteiten. Om deze (uitbreidings)mogelijkheden juridisch-planologisch mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Geldende bestemmingsplannen

Voor het plangebied geldt het besemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort'. Dit bestemmignsplan is vastgesteld op 8 september 2015 en onherroepelijk. Op basis van dit bestemmingsplan gelden de voglende (dubbel)bestemmingen: Agrarisch Bedrijventerrein Groen Waarde - Archeologie 5 en Waarde - Archelogie 6 Daarnaast zijn de volgende aanduidingen van toepassing op het plangebied: bouwvlak specifieke bouwaanduiding - bebouwingsafstand maximum bebouwingspercentage (60%)

8

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort' met begrenzing plangebied (rood omkaderd) Naast het geldende bestemmingsplan gelden de paraplubestemmignplannen 'Duurzame Energie' en 'Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal. Tevens is het voorbereidingsbesluit 'Hyperscale datacenters' van toepassing. Echter deze hebben geen gevolgen voor het beoogde planvoornemen met dien verstande dat de huisvesting van internationale werknemers nadrukkelijk uitgesloten wordt. Het planvoornemen past niet binnen het geldende bestemmignsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort'. De realisatie van bedrijvigheid past maar gedeeltelijk in de geldende bestemmingen. Met name ter plaatse van de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Groen' is dit het geval. Daarnaast zijn de bouwmogelijkheden ten aanzien van de bouwhoogte en bebouwingspercentage te beperkt voor het planvoornemen. Tevens is de beoogde landschappelijke inpassing (groenzone) grotendeels niet toegestaan binnen de huidige regeling.

1.5

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en hoofdstuk 3 omschrijft de toekomstige situatie voor het plangebied. Hoofdstuk 4 behandelt het geldende beleid op zowel rijks-, provinciaal-, regionaal- als gemeentelijke niveau. Hoofdstuk 5 bevat een beschrijving van de relevante uitvoeringsaspecten en verantwoordt (al dan niet met behulp van uitgevoerde onderzoeken) het voorgenomen planvoornemen. Getoetst wordt of het planvoornemen voldoet aan de sectorale wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van bodem, akoestiek of externe veiligheid. De juridische planbeschrijving van dit bestemmingsplan is opgenomen in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid staat omschreven in hoofdstuk 7. De toelichting sluit af met een hoofdstuk warin de te volgen en doorlopen procedure is beschreven.

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

9

Voorliggende toelichting vergezelt een set regels en een verbeelding (zie Bijlage 1) die samen het juridische plan vormen. De toelichting dient ter onderbouwing / motivering van het plan. De onderzoeksrapporten die als bijlage bij deze toelichting zijn gevoegd hebben betrekking op de ontwikkeling binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan 'Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort'.

10

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Omgeving plangebied

De noordzijde van het plangebied (waar de uitbreiding van het bedrijventerrein Ittervoort is voorzien) betreft momenteel een overgangszone tussen het bedrijventerrein Ittervoort en het aangrenzende buitenengebied. Deze zone heeft momenteel een agrarische functie en bestaat gedeeltelijk reeds uit de landschappelijke inpassing van de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein ter plaatse van de percelen 271 en 272. Het terrein karakteriseert zich door een kleinschalige verkaveling in tegenstelling tot de omliggende meer grootschalige verkaveling.

Luchtfoto directe omgeving met begrenzing plangebied Het aangrenzende bedrijventerrein heeft een diverse opbouw met zowel grootschalige als kleinschalige bedrijfslocaties. De ligging direct nabij de A2, halverwege Maastricht en Eindhoven, nabij de aansluiting met de A73 maakt dat sprake is van een ideale locatie voor bedrijven waarbij bereikbaarheid van groot belang is. Via de Napoleonsweg (N273) is een uitstekende verbinding met België naar het zuidwesten en regio Roermond naar het noordoosten. Het bedrijventerrein en Interduct in het bijzonder is een belangrijke werkgever voor de regio. Aan de noord-westzijde van het bedrijventerrein wordt voorzien in een geplande uitbreiding. Hiervoor is op 22 december 2020 het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort 4e fase' vastgesteld. Op 6 september 2023 heeft de Raad van State over dit bestemmingsplan een tussenuitspraak gedaan waarin de gemeente wordt opgedragen een aantal zaken (geluid, lichthinder, parkeerplaatsen vrachtwagens) nader te waarborgen Lokaal verkeer kan het bedrijventerrein bereiken via de Platanenweg, doorgaand en vrachtverkeer gaat via de N273. Ittervoort is een kerkdorp met 1.670 inwoners (2022) en heeft door zijn ligging in een dunbevolkt deel van het buitengebied van Leudal een belangrijke lokale functie.

Tussen het bedrijventerrein en de N273 ligt nog een restant van het buurtschap Santfort dat deels is verdwenen door de aanleg van de A2 en het kanaal Wessem-Nederweert en nu hoofdzakelijk bestaat uit verspreide huizen rondom de Santforterstraat, N273 en

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

11

A2. Het noordelijke agrarische gebied kenmerkt zich door grootschalige landbouw (zowel akkerbouw als veeteelt) met een ruime verkaveling en verspreid liggende bebouwing. De noordelijke begrenzing wordt bepaald door de Santforterstraat. Aan deze straat liggen enkele burgerwoningen en agrarische bedrijven. Verder ligt ten westen van het bedrijventerrein de kern Ittervoort op enige afstand.

2.2

Plangebied

Het beoogde deel van het plangebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein (noordelijk deel) heeft hoofdzakelijk een agrarische functie in combinatie met een houtsingel en bomenrij. Het zuidelijk deel van het plangebied maakt reeds onderdeel uit van het bedrijventerrein Ittervoort. Hier is aan de Afrikastraat 18, 20 en 22 het bedrijf Interduct gevestigd, bestaande uit drie bedrijfsgebouwen met kantoren, opslag en productie en de daarbij behorende voorzieningen. Deze bedrijfsgebouwen hebben een bouwhoogte van ongeveer 8 meter en zijn plat afgedekt.

Luchtfoto met begrenzing plangebied (rood omkaderd)

12

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Agrarisch gebruik noordelijk deel plangebied

Houtsingel met bomenrij ter hoogte van perceel 271 en 272

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

13

Bedrijfsbebouwing Interduct

14

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Hoofdstuk 3 3.1

Nieuwe situatie

Proces, uitgangspunten en behoefte

3.1.1 Proces Vanuit het verleden bestond al de behoefte om het bedrijventerrein Ittervoort ter plaatse van de percelen 271 en 272 uit te breiden. Interduct heeft deze behoefte nog steeds en wil aan de achterzijde van haar huidige bedrijfslocatie tot een logische afronding van het bedrijventerrein te komen. In dat kader is met de gemeente Leudal gesproken om naast de percelen 271 en 272 ook perceel 273 bij het bedrijventerrein te betrekken. Dit heeft geresulteerd in een principeverzoek. Op 3 juli 2023 hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal in principe medewerking verleend aan het beoogde planvoornemen. 3.1.2 Uitgangspunten Ten behoeve van het principeverzoek is een ruimtelijke inventarisatie en analyse gemaakt en zijn planuitganspunten geformuleerd op basis waarvan het planvoornemen is uitgewerkt in een eerste inrichtingstekening (Pouderoyen Tonnaer, project J222425, d,d, 4 september 2023, Bijlage 2). Hierna zijn de belangrijkste uitgangspunten, aandachtspunten en randvoorwaarden opgenomen. Bestaande bebouwing vernieuwen Momenteel staan er een drietal panden aan de Afrikastraat. Deze zijn samengesteld als L vormig bedrijfshal met aan de voorzijde (zuidzijde) drie kantoorpanden met aaneengesloten parkeren. In het beoogde plan worden de panden vernieuwd en samengevoegd waardoor er twee panden aan de Afrikastraat komen te staan.

Hierbij worden ook de kantoren samengetrokken en uitgebreid voor een rustiger straatbeeld. De kantoren en hallen worden opgetrokken uit duurzame materialen voor een representatieve uitstraling aan de Afrikastraat. Zoekgebied nieuwe bebouwing De beoogde locatie voor de nieuw toe te voegen bebouwing is gelegen aan de noordelijke zijde van het plangebied. Om te voorkomen dat de bebouwing met achterzijdes naar het buitengebied georienteerd worden, wordt de bebouwing met de achterzijdes naar elkaar toe georiënteerd en met de (representatieve)voorzijdes naar de omgeving (Afrikastraat en buitengebied). Bebouwing bestaat uit meerdere kleinere massa's in plaats van één grote massa Gezien de ligging van het plangebied op de grens van het bedrijventerrein en het buitengebied, wordt nieuwbouw bestaande uit één grote massa als onwenselijk geacht. De nieuwbouw zal daarom bestaan uit twee kleinere massa's die een betere overgang naar het buitengebied vormgeven dan wanneer de nieuwbouw uit één grote massa bestaat. Hiermee wordt ook beter aangesloten op de (bestaande) bouwvolumes aan de Afrikastraat. Bouwhoogte De panden hebben hoogtes rond de 10 meter. Pand A: 10m Pand B: 10m Pand C: 12m Pand D: 8m. De kantoren bestaan uit twee en drie lagen en zullen derhalve lager uitkomen dan de bedrijfshallen. Dit levert een geleidelijke hoogtesprong op die de bouwhoogte opbouwt.

Gekeken naar de bouwhoogtes in de omgeving van het plangebied sluiten deze bouwhoogtes aan op de bestaande bebouwing binnen het bedrijventerrein Ittervoort. Maar sluiten deze ook beter aan op de woningen aan de Santforterstraat. Representatieve zijdes De nieuwe panden presenteren zich naar de omgeving met representatieve gevelvoering. De gevels worden

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

15

voornamelijk opgetrokken uit duurzame materialen en zo veel als mogelijk met natuurlijke materialen. Hierdoor wordt een gevelbeeld beoogd welke beter aansluit op het buitengebied en afwijkt van de standaard "blokken dozen" met gevels uitgevoerd met damwandprofiel welke veelal binnen bedrijventerreinen worden neergezet. Doorzetten robuuste groenzones Uitbreiding bedrijventerrein fase 4 voorziet in een brede landschappelijk overgangszone tussen het buitengebied en het bedrijventerrein, met diverse landschapselementen en recreatieve routing. De planlocatie ligt in het verlengde van deze groenzone wat een uitgelezen kans biedt om de groenzone door te zetten en af te ronden aan de oostzijde van het plangebied. Hiermee wordt de volledige noordzijde van bedrijventerrein Ittervoort omkaderd door een robuuste landschapszone. De brede groenzone binnen het plangebied zorgt er tevens voor dat het zicht op de panden gefilterd en verzacht wordt, tezamen met de representatieve gevelvoering wordt hiermee een fraaie beëindiging van het bedrijventerrein beoogd. Zijdes bedrijventerrein "vergroenen" De zuidzijde van het plangebied aan de Afrikastraat bestaat in de huidige situatie voornamelijk uit parkeerruimte met daarvoor lage beplantingselementen.

In het planvoornemen wordt een groot deel van het parkeren elders binnen het plangebied geplaatst waarmee ruimte voor de nieuwe kantoren ontstaat en een brede zone vrij komt die als brede landschappelijke groenzone wordt ingericht. Hierdoor is niet alleen de noordzijde van het plangebied landschappelijk ingepast, maar wordt ook de zuidzijde landschappelijk fraai vormgegeven. Verplanten bestaande houtwal Momenteel staat er binnen het plangebied een "houtwal" met bomen van circa 10 jaar oud. Om vanaf het begin al een deel meer volwassen aanplant te hebben wordt beoogde de bomen welke momenteel binnen de "houtwal" staan te herplanten naar de robuuste groenzone. Het doel is de andere bestaande beplantingselementen zoals de bomenlaan aan de westzijde te behouden en te versterken. Gescheiden verkeerstromen De verkeerstromen binnen het plangebied worden zo veel als mogelijk gescheiden tussen een verkeerstroom voor vrachtverkeer (bevoorrading, expeditie, afvalstromen) en autoverkeer (bezoekers, medewerkers). Verwijderbare paaltjes moeten er voor zorgen dat de twee stromen zo veel als mogelijk gescheiden blijven van elkaar maar dat hulpdiensten wel overal door kunnen rijden. Struinpaden Binnen de noordelijke robuuste groenzone komen struinpaden te liggen welke verbonden zijn met de kantoren. Hier kunnen medewerkers in de pauze een kort rondje lopen.

Binnen de zone komen tevens zitelementen te staan waar medewerkers kunnen pauzeren. Mogelijke aansluiting op routing omgeving Er is de mogelijkheid om de struinpaden aan te laten sluiten op het bestaande- en nog te realiseren recreatieve wandelnetwerk in het buitengebied van Ittervoort. Hiervoor zullen wel maatregelen tegen ongewenst betreden van het terrein van Interduct worden genomen. Voorgaande uitgangspunten hebben geresulteerd in een eerste schetsontwerp c.q. inrichtingstekening. Dit schetsontwerp/inrichtingstekening is te behoeve van dit bestemmingsplan verder geoptimaliseerd.

16

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

3.1.3 Behoefte Nieuwe ontwikkelingen vragen om een zorgvuldige afweging. Indien sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' is in het kader van het aantonen van de behoefte de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De werking van dit instrument is vastgelegd als procesvereiste in het Belsuit ruimtelijke ordening (Bro). Zie ook paragraaf 4.2.5 van deze toelichting. In het kader van voornoemde regeling zijn voor het planvoornemen in de verkenningsfase twee stappen doorlopen, te weten: Afstemming planvorming in het regionaal overleg bedrijventerreinen. Opstellen onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking. Regionale en provinciale afstemming (kwalitatief) In het regionale beleidskader werklocaties Midden-Limburg en het Ruimtelijk Economisch Bedrijventerreinen Informatie Systeem) is het plangebied geleggen binnen de contour bedrijventerrein dan wel aangeduid als bedrijventerrein. Het planvoornemen is afgestemd met de regio-gemeenten (zie paragraaf 4.4.2). Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking Ten behoeve van het planvoornemen heeft een uitgebreide onderbouwing van de behoefte plaatsgevonden. Dit komt in het kort op het volgende neer. De Interduct bedrijven maken een snelle groei door. Om deze groei te kunnen faciliteren (en te kunnen blijven maken) is het noodzakelijk dat de huisvesting 'meegroeit'.

Voor Interduct is het daarbij belangrijk dat de bedrijven (logistiek en productie) gecentraliseerd kunnen worden op één locatie. Om de groei de komende jaren te kunnen blijven maken is de ruimtebehoefte zoals met onderhavig planvoornemen wordt voorzien noodzakelijk op locatie Ittervoort (opwaarderen bestaande gebouwen en uitbreiding nieuwbouw). Voor een uitgebreide toelichting hierover zie paragraaf 4.2.5.

3.2

Bedrijventerrein: functioneel

Milieucategorie/zonering Rekening houdend met de richtafstanden (zie paragraaf 5.2.1) kan het gehele plangebied ingevuld worden tot en met een bestemmingscategorie 3.1, zijnde de milieucategorie waaronder Interduct valt, met een richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. Daarnaast worden op het bedrijventerrein geen bedrijfswoningen toegestaan en worden de bedrijven niet aangesloten op het netwerk voor gas. Interduct zal daarmeee all electric zijn. Landschappelijke inpassing Rondom het plangebied (aan de noordzijde) is ruimte voor een gebied dat groen wordt ingericht, waarmee wordt voorzien in de landschappelijke inpassing van het geheel. Hierbinnen landen verschillende opgaven. Als eerste een goede landschappelijke overgangs- en inpassingszone tussen het bedrijventerrein en het aangrenzend gelegen landelijk gebied. Rondom het bedrijventerrein wordt in aansluting op fase 4 een groenzone aangelegd en ingericht, zodat bomen en struweel zorgen voor een robuuste inkleding van de toekomstige bedrijfsgebouwen. Dit in combinatie met de representatieve gevels van de bedrijfsgebouwen die georienteerd zijn op het aangrenzende buitengebied. Binnen deze zone voor landschappelijke inpassing is ook ruimte voor de opvang van hemelwater, natuur en een recreatieve wandelroute.

Tevens wordt hierin voorzien in een soort van 'gracht' als natuurlijke beveiliging van het terrein aan deze zijde van het plangebied. Voor de mensen die werkzaam zijn op het bedrijventerrein of in de directe omgeving wonen, voorziet de landschappelijke inpassing in een wandelpad. Zo kunnen werknemers tijdens de middagpauze een ommetje lopen. In de paragraaf hierna en in Bijlage 4 wordt ingegaan op onder andere de ruimtelijke aspecten /

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

17

consequenties van de landschappelijke inpassing. Verkeer/parkeren Het plangebied wordt ontsloten via de bestaande infrastructuur (Afrikastraat/Torenweg) richting de Napoleonsweg (N273). Van daaruit is er een directe aansluiting op de A2. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. Parkeren is niet voorzien in openbaar gebied. Zie tevens paragraaf 5.7.

3.3

Bedrijventerrein: ruimtelijk

Bebouwing De toekomstige bebouwing van het plangebied bestaat uit vier gebouwen. Twee aan de zijde van de Afrikastraat en twee aan de zijde van het buitengebied, ter plaatse van de uitbreiding van het bedrijventerrein (percelen 271, 272 en 273). De bebouwing aan de Afrikastraat is geörienteerd op de Afrikastraat en wordt hier voorzien van representatieve gevels. Hetzelfde geldt voor de bebouwing aan de zijde van het buitengebied. Hier is de orientatie van de bebouwing gericht op het buitengebied met representatieve gevels. Ook zal aan de oostzijde, richting de aangrenzende woningen, voorzien worden in een representatieve gevel. De bouwing varieert van 10 meter hoog aan de Afrikastraat en respectievelijk 12 meter en 8 meter hoog aan de zijde van het buitengebied, waarbij de bebouwing aan de zijde van de woningen maximaal 8 meter mag bedragen. Dit is via een massastudie inzichtelijk gemaakt (Pouderoyen Tonnaer, project J222425, d,d, 11 september 2023, Bijlage 3). Deze differentiatie aan bouwhoogte volgt uit de behoefte van Interduct en is afgestemd met de commissie ruimtelijke kwaliteit, die op basis van een eerdere versie van het schetsontwerp positief heeft geadviseerd over de stedenbouwkundige inpasbaarheid van het plan. Opslag Binnen het plangebied is opslag tot 4 meter hoogte toegestaan achter de naar de weg gekeerde grens.

Deze regeling sluit aan bij de regeling zoals opgenomen voor het bestaande bedrijventerrein Ittervoort. Gezien de zorgvuldige inrichting van het plangebied in combinatie met de landschappelijke inpassing is eventuele opslag niet voorzien aan de buitenzijde van het plangebied maar tussen de twee gebouwen aan de zijde van het buitengebied. Het betreft een afsluitbare buitenopslag voor goederen. Laden en lossen en milieustraat Net als in de huidige situatie worden dagelijks aan het einde van de dag bestelde goederen opgehaald. Om dit in goede banen te leiden wordt tussen de bebouwing aan de Afrikastraat en de bebouwing aan het buitengebied een 'centraal plein' ingericht. Hier worden dan de bestelde goederen neergezet zodat deze hier opgepikt kunnen worden. Tevens wordt hier voorzien in een milieustraat voor het scheiden van afval. Door dit centraal op het terrein te situeren tussen de bebouwing is dit voor iedereen goed bereikbaar en wordt dit van buitenaf aan het zicht ontrokken. Bij de bebouwing aan de zijde van het buitengebied wordt tevens voorzien in een aantal verhoogde laad- en losdocks. Via de routing voor vrachtwagens (1 richting) zijn deze goed bereikbaar. Ter hoogte van deze laaddocks wordt de zijgevel van het gebouw doorgetrokken met een hoogte van 3 meter (vanaf maaiveld) zodat deze afgeschermd worden voor de omgeving, in het bijzonder in westelijke richting.

Landschappelijke inpassing In Bijlage 4 is het plan voor de landschappelijke inpassing opgenomen. Middels het opgestelde integraal landschappelijk inpassingsplan is inzicht gegeven in de wijze waarop de groenzone rondom de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt ingericht en het geheel landschappelijk wordt ingepast. Het inpassingsplan beschrijft duidelijk op welke wijze rekening gehouden wordt met de verschillende wettelijke verplichtingen, randvoorwaarden en wensen.

18

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Schetsontwerp c.q. inrichtingstekening met landschappelijke inpassing (zie Bijlage 5) De landschappelijke inpassing van de uitbreiding van het bedrijventerrein aan deze zijde is benaderd vanuit de omgeving en niet vanuit het bedrijventerrein zelf. Er is hierbij nadrukkelijk aansluiting gezocht bij de landschappelijke inpassing van fase 4. In combinatie met de landschappelijke inpassing wordt het bedrijventerrein aan de zijde van het buitengebied een duidelijk 'gezicht' gegeven. Er is immers sprake van een (beperkte) zichtlocatie omdat het plangebied, komende vanaf Eindhoven, zichtbaar is vanaf de A2. De hoofddoelen van de landschappelijke inpassing zijn: de uitbreiding van het bedrijventerrein inpassen in haar omgeving; het compenseren en verder ontwikkelen van de vervallen natuur; het realiseren van waterberging voor het afkoppelde hemelwater afkomstig van de bebouwing en verharding binnen het plangebied. De inpassing van het plangebied c.q. planvoornemen in haar omgeving vormt het centrale uitgangspunt bij de inrichting en vormgeving van de groenzone in aansluiting op de landschapszone van fase 4. Hierbij wordt zo veel als mogelijk recht gedaan aan de cultuurhistorische ontwikkeling van het gebied. In dit kader is er net als bij fase 4 bewust niet gekozen voor een volledige aanplant van de groenzone.

Het open karakter van de bouwlandcomplexen met het kleinschalige karakter worden in het landschappelijk inpassingsplan benadrukt. Daarnaast zijn de ecologische waarde en biodiversiteit van een gevarieerde inrichting hoger dan van een volledige aanplant. Aan de oostzijde wordt aan de rand van het bedrijventerrein een houtsingel geplaats in combinatie met de te herplanten bomen. Deze houtsingel wordt beplant met struikvormers en boomvormers, zodat het zicht op de achterliggende (toekomstige) bedrijfsbebouwing zoveel mogelijk wordt ontrokken voor de omgwonenden. Tevens wordt de oostgevel van het bedrijfsgebouw voorzien van een representatieve en blinde gevel. Mocht er ondanks de robuuste houtsingel aan deze zijde de bebouwing zichtbaar zijn, dan heeft mijn zicht op een representatieve gevel. Door deze gevel tevens uit te voeren als een blinde gevel wordt de privacy gewaarborgd.

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

19

Dwarsprofiel oostzijde Aan de noord- en westzijde wordt voor de groene zone gekozen voor een open structuur om het landschappelijke en cultuurhistorische karakter van het gebied te versterken. De open ruimte in de groenzone wordt hier ontwikkeld tot een bloemrijk droog grasland afgewisseld met struweel. Tevens worden de parkeerplaats omkaderd door hagen om het zicht op de auto's te onttrekken. Op de overgang van de groenzone naar het bedrijventerrein zelf wordt een 'gracht' aangelegd enerzijds voor de opvang van het hemelwater en anderzijds als beveiliging van het bedrijventerrein zodat het vanuit deze zijde niet toegankelijk is voor 'ongewenste gasten'.

Dwarsprofiel noordzijde

Dwarsprofiel westzijde Daar waar de groene zone aansluit op de landschapszone van fase 4 is weer sprake van verdichting in de vorm van houtsingels in combinatie met enige openheid. Om de openheid te benadrukken is door de groenzone een wandel- /struinpad opgenomen. In beginsel wordt met de beoogde landschappelijke inpassing voldaan aan een 'groene rand' van minimaal 10 meter. Op enkele plaatsen is dit minder als gevolg van de realisering van een optimale inrichting in combinatie met het parkeren. Met name aan de oostzijde is dit aan de orde, maar hier is dit gecompenseerd door een verdichting van het groen en een representatieve gevel. Het landschappelijk inpassingsplan is voor beoordeling voorgelegd aan de 'Kwaliteitscommissie Weert,

20

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Nederweert, Leudal. Naar aanleiding van het advies van de kwaliteitscommissie (d.d. 23 oktober 2023,Bijlage 6) is het landschappelijk inpassingsplan nog aangepast, namelijk op de volgende punten: Het struweel is op diverse plaatsen versterkt c.q. uitgebreid met daartussen voldoende openheid om het zicht op de toekomstige (representatieve) bedrijfsgebouwen te waarborgen. Waar van toepassing loopt het wandelpad door het struweel. De soorten voor het struweel zijn uitgebreid waardoor er sprake is van meer differentiatie. Hiermee is tegenmoet gekomen aan de adviezen van de kwaliteitscommissie waardoor deze akkoord is met de landschappelijke inpassing.

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

21

22

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Hoofdstuk 4 4.1

Beleid

Inleiding

In de paragrafen hierna komen achtereenvolgens het relevante Rijksbeleid, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid aan de orde. Het betreft met name het beleid op het vlak van ruimtelijke ordening. Het relevante sectorale beleid is opgenomen in de betreffende paragrafen in hoofdstuk 5 en de onderzoeksrapporten waarin het betreffende onderwerp aan de orde komt. Per beleidsdocument is een korte samenvatting van de inhoud opgenomen, waarna wordt ingegaan op de relatie en relevantie voor voorliggend bestemmingsplan 'Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort'.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt. In dit strategisch beleidsdocument schetst de overheid een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Nederland staat de komende jaren voor grote opgaven: de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzame energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie. Deze opgaven vragen meer ruimte dan er beschikbaar is. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig, gezond en welvarend te houden.

In dit licht zijn in de NOVI de nationale belangen opnieuw gedefinieerd: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; Waarborgen en realiseren van een veilig robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; Beperken van klimaatverandering; Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2-arm is en de daarbij benodigde infrastructuur; Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; Realiseren van een toekomstbestendige circulaire economie; Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit; Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch

vestigingsklimaat; Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit;

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

23

Ontwikkelen van een duurzame visserij. Gevolgend planvoornemen Met het planvoornemen wordt het bedrijventerrein aan de noord-oostzijde uitgebreid. Voorgenomen initiatief is in lijn met de doelstellingen van de NOVI. De uitbreiding sluit aan op een actuele uitbreidingsvraag onderbouwd op basis van de Ladder duurzame verstedelijking (paragraaf 4.2.5). Hiermee wordt bijgedragen aan het realiseren van een toekomstbestendige en circulaire economie én het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Bij de planvorming wordt geheel in lijn met de NOVI rekening gehouden met diverse milieuaspecten zoals landschap, water, natuur en cultuurhistorie. 4.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro). Het Barro is met de aanvulling op 1 oktober 2012 volledig in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het gaat om de volgende nationale belangen: 1. Rijksvaarwegen. 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam. 3. Kustfundament. 4. Grote rivieren. 5. Waddenzee en waddengebied. 6. Defensie. 7. Hoofdwegen. 8. Landelijke spoorwegen. 9. Elektriciteitsvoorziening. 10.

Ecologische Hoofdstructuur (nu: Natuurnetwerk Nederland). 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) en, 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Aan bovengenoemde onderwerpen zijn in het Barro deels al regels gekoppeld, deels zijn enkele onderwerpen nog open gelaten. De NOVI bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Gevolgen planvoornemen Voorliggend bestemmingsplan valt niet samen met gebieden die hiervoor zijn genoemd of gaat in op de genoemde thema's. Het Barro heeft daarom geen consequenties voor voorliggend bestemmingsplan en staat de realisatie van de uitbreiding van Interduct niet in de weg.

24

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

4.2.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening De 'Rarro' is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en EHS-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In het Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Als gevolg van de gewijzigde regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Leudal. Aangezien het onderhavige bestemmingsplan echter geen windturbines hoger dan 114 meter toestaat vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. Gevolgen planvoornemen De Rarro (radarverstoringsgebied) heeft geen consequenties voor voorliggend bestemmingsplan. 4.2.4 Wet milieubeheer - milieueffectrapportage In artikel 7.2, lid 1 van de 'Wet milieubeheer' is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.

In het 'Besluit milieueffectrapportage' zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 7.17 van de Wet milieubeheer, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt ónder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: ‘op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn* niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling.

(* Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU 2012, L 26) Om te bepalen of een m.e.r.(-beoordelin) noodzakelijk is dient dus bepaald te worden of de ontwikkeling voorkomt in lijst C of lijst D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, of de drempelwaarden worden overschreden, of de ontwikkelig in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. De uitbreiding van een bedrijventerrein valt onder categorie D11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject) en onder categorie D11.3 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein), zoals opgenomen in de bijlage bij het Besluit m.e.r. Gevolgen planvoornemen De toetsing en een vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn opgenomen in paragraaf 5.2.8 en 5.2.9. In dit kader moet er een aanmeldnotitie worden ingediend (artikel 7.16 Wmb), waarover het college een apart besluit dient te nemen.

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

25

4.2.5 Ladder voor duurzame verstedlijking De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 in het Bro opgenomen. Medio 2017 is de ladder op een beperkt aantal onderdelen inhoudelijk gewijzigd. Nog steeds dienen nieuwe stedelijke ontwikkelingen op basis van deze ladder te worden gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ruimtevraag, de beschikbare ruimte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het plangebied ligt. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 3.1.6, lid 2). De toetsing aan 'de ladder' bestaat uit twee onderdelen. Op de eerste plaats dient te worden onderzocht of er behoefte is aan een dergelijke stedelijke ontwikkeling. Wanneer er daadwerkelijk behoefte is dient gemotiveerd te worden waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Behoefte Huidige huisvesting (1 december 2022) Binnen de Interduct Group zijn 13 van de 17 bedrijven gehuisvest in Zuid-Nederland. Daarvan zijn er 9 gelegen in midden-Limburg (Ittervoort en Haelen). Onderstaand een overzicht van de 5 huidige bedrijfslocaties in Zuid-Nederland waarin de 13 genoemde bedrijven zijn gehuisvest.

Dit komt neer op 2.790 m2 bvo kantoor en 10.170 m2 bvo bedrijfsruimte. Noodzakelijke verhuizing van bedrijven Haelen (De Giesel 6) Wegens een aflopend huurcontract is interduct genoodzaakt om het bedrijfspand aan de Giesel 6 in Haelen te verlaten. Verlengen van de huur was geen optie, mede door de staat (verouderde toestand) van het pand. De verwachting is dat het pand gesloopt gaat worden gezien de staat waarin het verkeert en het niet geschikt is voor een moderne bedrijfsvoering. Er blijft hiermee naar verwachting geen leegstaand pand achter. Besloten is om de 2 bedrijven (die in Haelen gevestigd zijn) naar Ittervoort (Afrikastraat) te verhuizen. De totale productie binnen Interduct wordt met deze verhuizing geconcentreerd op 1 locatie (in de 3 bedrijfspanden aan de Afrikastraat). Samenwerking en synergie tussen de bedrijven wordt hierbij versterkt, onnodige verkeersbewegingen tussen de productielocaties worden hiermee gemitigeerd. Echter is deze oplossing niet optimaal door de driedeling. Het onderbrengen van de productie onder één dak (lees: nieuwbouw) is dan ook een nadrukkelijke wens voor de nabije toekomst. Ruimtegebrek door noodzakelijke verhuizing en snelle groei E-commerce & handelsactiviteiten Doordat de bedrijven uit Haelen een nieuw onderkomen nodig hadden, is er een tekort aan bedrijfsruimte ontstaan binnen de Groep.

Doordat de E-Commerce en handelsactiviteiten van TOPS (te Maarheeze) en VentTrade (te Ittervoort) behoorlijk hard groeien (> 30% per jaar), is voor deze bedrijven gezocht naar een nieuwe locatie in de directe omgeving. De verhuizing van VentTrade geeft de ruimte om de twee bedrijven uit Haelen naar Ittervoort te halen. Na een uitvoerige zoektocht, heeft Interduct een bedrijfspand kunnen huren in Nederweert. Per 1 maart 2023 heeft Interduct de sleutel van het bedrijfspand aan de Platinastraat 34 te Nederweert ontvangen. Zowel TOPS als VentTrade zijn inmiddels hiernaartoe verhuisd. Het bedrijfspand dat vrij komt op het Rondven in Maarheeze (huidige locatie TOPS) is inmiddels alweer verhuurd door de pandeigenaar aan een ander bedrijf (bedrijf breidt haar bestaande activiteiten uit). Hierdoor is er geen sprake van het 'achter laten' van een

26

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

leegstaand pand. Huisvesting ná 1-3-2023 (tussenoplossing) Zoals hierboven omschreven hebben er een aantal verhuizingen plaatsgevonden na ontvangst van de sleutel van het nieuwe bedrijfspand in Nederweert. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de locaties ná deze verhuisronde.

Dit komt neer op 2.874 m2 bvo kantoor en 10.960 m2 bvo bedrijfsruimte. Deze huisvesting ná 1 maart 2023 past op dit moment, maar is niet passend voor de nabije toekomst. Een aantal argumenten die dit illustreren: 1.

2.

3.

Doordat 'Handel' (logistiek) en 'Productie' gescheiden zitten (vanaf maart 2023), ontstaan er veel onnodige transportbewegingen tussen Nederweert en Ittervoort. Dagelijks zullen er 3 tot 4 (zware) transporten moeten rijden tussen beide locaties. Zowel bedrijfseconomisch als vanuit oogpunt milieu is dit zeer onwenselijk. Voor de duurzame toekomst van Interduct is het belangrijk dat de 'productie' en 'logistiek' op één locatie worden gehuisvest. De Interduct bedrijven leveren een belangrijke bijdrage in de (aankomende) energietransitie. Deze groeimarkt vraagt om innovatieve producten en diensten. Op dit moment kan Interduct twee concrete productielijnen niet (of onvoldoende) tot wasdom laten komen. Dit remt haar groei, en daarmee haar bijdrage in deze belangrijke energietransitie. a. Productie en assemblage van energiemodules (prefab installatiekasten) b. Revisiestraat van gebruikte WTW-units en MV-boxen (inspelen op thema circulariteit) Opzetten van een eigen opleidingscentrum (incl. Experiencecenter) voor ventilatietechniek is niet goed mogelijk door ruimtegebrek. Dit is noodzakelijk voor Interduct om technische mensen (intern) op te leiden en te enthousiasmeren voor het vak en daarmee te verbinden aan en te behouden voor het bedrijf.

Noodzakelijke nieuwbouw (uitbreiding) Interduct (toekomstige situatie) De Interduct bedrijven maken een snelle groei door. Om deze groei te kunnen faciliteren (en te kunnen blijven maken) is het noodzakelijk dat de huisvesting 'meegroeit'. Voor Interduct is het daarbij belangrijk dat de bedrijven (logistiek + productie) op één locatie kunnen worden gecentraliseerd. Om de groei de komende jaren te kunnen blijven maken, is onderstaande ruimtebehoefte noodzakelijk op locatie Ittervoort (opwaarderen bestaande gebouwen + uitbreiding nieuwbouw).

Dit komt neer op 4.650 m2 bvo kantoor en 17.610 m2 bvo bedrijfsruimte. Toekomst bedrijfspand Nederweert In deze toekomstige situatie zal het pand in Nederweert weer 'afgestoten' worden. Dit betekent dat dit pand

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

27

weer op de markt komt voor verhuur. De verwachting is dat dit pand dan opnieuw wordt verhuurd aan een partij. Dit is een modern bedrijfspand dat voldoet aan de eisen en wensen van deze tijd en gelegen op een A-locatie direct grenzend aan de rijksweg A2, op korte afstand van de op- en afritten. Het zal dan ook geen probleem zijn om dit pand door een ander bedrijf in gebruik te laten nemen. Het risico op eventuele leegstand is dan ook zeer beperkt. De voor- en nadelen van de nieuwe situatie (i.r.t. de 'oude' situatie) samengevat onder elkaar: Voordelen (nieuwe situatie): Stimuleren van synergie en samenwerking tussen de (producerende) bedrijven; Efficiëntere bedrijfsvoering voor een duurzame toekomst van Interduct; Mitigeren van onnodige zware transporten tussen bedrijfslocaties (lagere milieubelasting); Het kunnen starten van een opleidingscentrum voor nieuwe vakspecialisten; Duurzame en representatieve bedrijfshuisvesting voor het bedrijventerrein (voorbeeldfunctie). Nadelen (oude situatie): Ruimtegebrek door autonome groei van de bedrijven; Nieuwe bedrijfskansen (gerelateerd aan de energietransitie) blijven onbenut door ruimtegebrek; Niet meer geschikt voor een moderne bedrijfsvoering (hoog energieverbruik).

Bestaand stedelijk gebied Onderdanks dat de gronden thans agrarisch in gebruik zijn, zijn deze reeds in de provinciale omgevingsvisie en verordening aangemerkt als bestaand bebouwd gebied: werklocaties (zie paragraaf 4.3.1 en 4.3.2). hiermee is geen sprake van uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied, maar is sprake van invulling van het bestaande bebouwde gebied. Gevolgen planvoornemen Uit voorgaande blijft dat er een conrete behoefte is van dit lokale bedrijf om haar bedrijfsactiviteiten nu en in de toekomst op een efficiente wijze te kunnen blijven uitvoeren. Door de wens om haar bedrijfsactiteiten op één locatie te concentreren is er zowel sprake van een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Hiermee blijft een lokaal bedrijf met de daarbij behorende werkgelegenheid voor de regio behouden. Daarnaast wordt het planvoornemen binnen bestaand bebouwd gebied gerealiseerd in de vorm van afronding van het bestaande bedrijventerrein ter plaatse van het plangebied. 4.2.6 Conclusie Rijksbeleid Aan de hand van de hiervoor omschreven en getoetste beleidskaders op Rijksniveau wordt geconcludeerd dat het relevante Rijksbeleid het planvoornemen niet in de weg staat.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. Deze is op 25 oktober 2021 in werking getreden. In de visie geeft de provincie aan hoe ze wil inspelen op de hoofdopgaven voor komende jaren: een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving, in zowel stedelijk/bebouwd gebied als in het landelijk gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie en landbouwtransitie; klimaatadaptatie en energietransitie. Hierbij hanteert de provincie een aantal Limburgse principes: streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving die uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en

28

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

maatschappelijke betrokkenheid; De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers en biedt ruimte voor maatwerk; Meer stad, meer land. Variatie in gebieden moet gekoesterd worden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukke stedelijke gebieden ontwikkeld; Zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Inzetten op sociaal-economische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar volgende generaties (voorzorgsbeginsel). Op basis van deze principes zijn vervolgens een aantal provinciale ambities gedefinieerd, ook voor bedrijventerreinen. Het is de ambitie om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven op onder andere bedrijventerreinen, kantoorlocaties en in winkelgebieden. Samen met gemeenten en/of eigenaren wordt komende jaren toegewerkt naar werklocaties, waarbij zo efficiënt mogelijk wordt omgegaan met het ruimtebeslag. Er wordt gekozen voor compacte werklocaties om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren. Hierbij wordt de redeneerlijn 'behoefte-bestaand-uitbreiding-nieuw' gehanteerd.

Dit betekent concreet: de behoefte aantonen; (her)gebruik van ruimte op bestaande, eventueel te herstructureren, bedrijventerreinen; ontwikkel nieuwe terreinen aansluitend aan bestaande werklocaties; mogelijk andere buitenstedelijke locaties 'mits gemotiveerd' ontwikkelen. Hierbij wordt aangesloten bij de ‘Limburgse principes’, met name ‘meer stad, meer land’ en ‘zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden’. Nieuwe bedrijven vestigen zich dus bij voorkeur op bestaande werklocaties. Wanneer dit niet mogelijk is wordt gestuurd op uitbreiding aan de grenzen van bestaande werklocaties. Voor gevestigde bedrijven kan daarbij maatwerk aan de orde zijn. Gemeenten zijn hierbij als eerste partij aan zet, maar wel in onderlinge regionale afstemming. Pas als dit geen oplossing biedt, bekijkt de provincie in overleg met de gemeente de vierde stap: de mogelijkheden voor nieuwe locaties voor bedrijventerreinen. Door hier voorwaarden aan te stellen stimuleert provincie Limburg ontwikkelaars tot het (her)ontwikkelen van bestaande bedrijventerreinen. Provincie Limburg neemt de regie als het gaat om het bepalen van nieuwe locaties voor bedrijventerreinen voor grootschalige productielocaties van meer dan 70 hectaren bruto, met bedrijvigheid van de hogere milieucategorieën en/of logistieke terreinen.

De reden hiervoor is dat ontwikkeling van een dergelijk terrein bovenregionale afweging vereist. Dit wordt gedaan in overleg met de gemeenten en zo nodig door de inzet van sturende instrumenten, zoals een instructie of een projectbesluit. Provincie Limburg stelt hiermee inrichtingseisen aan logistieke bedrijventerreinen en voorwaarden aan kavelgebruik en gebouwen. Dit kan onder andere gaan over flexibel en circulair bouwen, functiecombinaties en landschappelijke inpassing. Er wordt hierbij de eerder beschreven voorkeursvolgorde volgens de NOVI gehanteerd. Belangrijke criteria bij het bepalen van nieuwe locaties voor dit type bedrijvigheid zijn verder multimodaliteit, arbeidsmarkt, gezondheid, veiligheid, clusteren van risicovolle activiteiten, biodiversiteit, klimaatadaptatie en landschappelijke kwaliteit. De bedrijfslocatie voor Interduct betreft ongeveer 5,2 hectare bruto, waardoor geen bovenregionale afweging van het planvoornemen vereist is. Bij de vestiging van nieuwe bedrijven wordt zoveel mogelijk gestreefd naar multifunctioneel ruimtegebruik. Combinaties van functies vergroot de levensvatbaarheid en duurzaamheid van bedrijventerreinen en de koppelkansen met andere beleidsdoelen, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie.

Zoals de mogelijkheid om bij grote logistieke hallen het plaatsen van zonnepanelen verplicht te stellen via een juridische verankering in de Omgevingsverordening. Provincie Limburg continueert het beleid om risicovolle industriële activiteiten te clusteren op de bestaande bedrijventerreinen voor de zwaardere milieucategorieën. Dit speelt vooral op Chemelot (zie hoofdstuk Economie in de omgevingsvisie). Voordelen hiervan zijn beperking van het ruimtebeslag, minder bewoners die te maken hebben met risicovolle activiteiten in de omgeving, geconcentreerde transportbewegingen en een

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

29

verhoging van de agglomeratiekracht - de bundeling van kennis en mensen. Binnen de clusters geeft de provincie de ruimte aan het economisch belang van de bedrijven. Waar clustering niet mogelijk is wordt het gebied zo veilig mogelijk ingericht, zodat grote groepen mensen beschermd worden tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het in stand houden van kwalitatief goede werklocaties is niet vanzelfsprekend. Gemeenten zijn aan zet als het gaat om de programmering en organisatie van herstructurering van verouderde werklocaties. Waar nodig kan de provincie een faciliterende rol overwegen. De provincie Limburg stemt met de verschillende regio’s af hoe omgegaan kan worden met de vraag naar kleinere distributiecentra aan de randen van steden. Gevolgen planvoornemen Door de bedrijfslocatie voor Interduct uit te breiden ten behoeve van de concentratie van haar bedrijfsactiviteiten vanuit de regio wordt een toekomstigbestendige, innovatieve en duurzame economie gestimuleerd. Uitbreiding van een bestaande bedrijventerrein op basis van deze concrete uitbreidingsbehoefte van dit lokale bedrijf heeft daarmee beleidsmatig de voorkeur boven oprichting van een nieuw bedrijventerrein en sluit aan bij de redeneerlijn 'behoefte-bestaand-uitbreiding-nieuw'.

Met het planvoornemen blijft de bedrijfslocatie behouden en wordt voor de uitbreiding maatwerk toegepast met een gebiedsgericht aanpak om te komen tot multifunctioneel ruimtegebruik van de bedrijfslocatie. Er ontstaat hiermee een toekomstbestendige bedrijfslocatie. Binnen de zonering 'werklocatie' is de uitbreiding van het bedrijventerrein dan ook mogelijk. Het planvoornemen is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie Limburg. 4.3.2 Omgevingsverordening Limburg Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van de POL2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in deze verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de provincies nader moeten/kunnen worden uitgewerkt in een provinciale verordening. Dit gaat met name om de regels voor de ecologische hoofdstructuur. Deze zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone.

Op basis van de geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 ligt het plangebied binnen de zonering 'bebouwd gebied' in de 'Regio Midden-Limburg'.

30

bestemmingsplan Uitbreiding Bedrijventerrein Interduct Ittervoort

Uitsnede geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg met globale ligging plangebied bij marker Ontwerp Omgevingsverordening Limburg Provinciale Staten hebben op 25 mei 2021 de ontwerp Omgevingsverordening Limburg vastgesteld. Omdat de omgevingsverordening is gebaseerd op de Omgevingswet kan deze niet eerder in werking treden dan de Omgevingswet zelf. De Omgevingswet treedt in werking op 1 januari 2024. Tot die tijd blijven de regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 gelden. Gedeputeerde Staten hebben op 19 juli 2022 een ontwerp-wijzigingsverordening vastgesteld, waarmee zowel de Omgevingsverordening Limburg 2014 als de Omgevingsverordening Limburg (2021) gewijzigd en aangevuld worden. De regels die worden toegevoegd aan de Omgevingsverordening Limburg 2014 kunnen direct na vaststelling en publicatie in werking treden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of gewijzigde onderwerpen in. De provincie heeft er onder andere voor gekozen om de bedrijfskavelgrootte via een instructieregel te maximeren tot 5 ha. Er is mogelijkheid tot ontheffing als sprake is van 'regionale meerwaarde'. Gevolgen planvoornemen De omgevingsverordening stelt dat de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is.

Conform artikel 2.2.2 lid 1 geldt dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening dient te houden met het bepaalde in artikel 3.1.6 , tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan dit artikel vindt plaats in paragraaf 4.2.5 van deze toelichting. In artikel 2.4.5 van de omgevingsverordening zijn de bestuursafspraken omtrent bedrijventerreinen van de regionale uitwerking van het POL2014 opgenomen. De volgende regels gelden vanuit de omgevingsverordening voor het plangebied: 1.

Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de algemene opgaven en de thematische principes zoals beschreven in artikel 5.2 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg, zoals verwoord in de bij dit artikel behorende bijlage 2. 2. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid. 3. De toelichting bij een ruimtelijk plan bevat een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van een bestaand bedrijfslocatie met een locaal bedrijf. Het totale plangebied is ongeveer 5.2 ha groot. de bedrijfsbestemming heeft een oppervlakte van ongeveer 3,9 ha. De bedrijfskavel voldoet aan de maximale bedrijfskavelgrootte van 5 ha. Het planvoornemen is in lijn met de algemene opgaven en thematische principes (zoals opgenomen in paragraaf 3.2.1).

De uitbreiding voorziet in de beantwoording van de vraag naar nieuwe bedrijfsruimte voor lokale en regionale bedrijven. De behoefte van de uitbreiding is verder onderbouwd middels een uitgebreide toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 4.2.5). In artikel 4.4 zijn de boringsvrije zones binnen de provincie Limburg gewaarborgd. Het gehele plangebied valt samen met de Boringsvrije zone Roerdalslenk III. In deze zone is een boorput of bodemenergiesysteem dieper dan de Bovenste Brunssumklei verboden. De gemeente Leudal heeft deze zone niet doorvertaald in de ter plaatse geldende bestemmingsplannen 'Bedrijventerrein Ittervoort' en 'Bedrijventerrein Ittervoort, 4e fase', omdat dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk maken die invloed zullen hebben op deze boringsvrije zone. Om dezelfde reden is ook in dit bestemmingsplan de boringsvrije zone niet opgenomen. Het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=a2a0342b-dca6-4827-bc30-06015b412f7d