CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Berikstraat - Roermondseweg Zevenellen' te Haelen15.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

31

veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie kan volstaan kunnen worden met een beperkte verantwoording voor de betreffende buisleidingen. Voor een verantwoording van het groepsrisico moet door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de regionale brandweer/Veiligheidsregio. Door Kragten is een verantwoording van de hoogte van het groepsrisico opgesteld. De volledige verantwoording is als separate bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hieronder wordt volstaan met een samenvatting. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Mobiliteit van de aanwezigen Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die specifiek voor verminderd zelfredzame personen bedoeld zijn. Dit betekent dat het uitgangspunt is dat de aanwezige personen zich bij een eventuele dreigende situatie zelfstandig (of met hulp van overige aanwezigen) in veiligheid kunnen brengen.

Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen De mogelijkheden voor ontvluchting van het gebied, de ontvluchting van gebouwen en de schuilmogelijkheden in gebouwen worden bij de onderscheidenlijke risicobronnen beschouwd aangezien deze afhankelijk zijn van het ongevalsscenario. Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op de eerder genoemde scenario's). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio's door het bestuur van de Veiligheidsregio's uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen. Bevb - Transport door buisleidingen Het maatgevende ongevalsscenario voor een hoge druk aardgasleiding is een fakkelbrand, die na een beschadiging van een buisleiding ontstaat als gevolg van een ontsteking. In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico.

In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht voor de buisleiding, waarbij de verantwoording dient in te gaan op de volgende onderdelen: 1. Aanwezige en de te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; 2. Het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico; 3. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

32

zwaar ongeval; 4. De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Ad 1) Het plangebied is binnen de 100% letaliteitsafstand voor externe veiligheid van buisleiding Z-513-01 deel 1. De planlocatie bestaat in de huidige situatie uit weilanden. Voor deze situatie is er dan ook van uitgegaan, dat binnen het plangebied geen personen aanwezig zijn. In de toekomstige situatie is binnen het plangebied sprake van een bedrijfskavel met 4.800 m2 b.v.o. Volgens de regels bij bestemmingsplan Berikstraat-Roermondseweg Zevenellen is de kavel onder meer bestemd voor productiegebonden detailhandel (met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen), grove bouwmaterialen (géén bouwmarkt) en kantoorfuncties, direct gekoppeld aan productie-, handels, distributie- en vervoersbedrijven. Voor de personendichtheid wordt aangesloten bij de kentallen voor industriegebieden met een hoge personeelsdichtheid (80 pers./ha) conform de PGS1 (deel 6) met een aanwezigheidspercentage van 100% in de dagperiode en 50% in de nachtperiode. Als gevolg van de planontwikkeling is derhalve sprake van een toename van 38,4 personen in de dagperiode en 19,2 personen in de nachtperiode.

Ad 2) Uit de berekening van de hoogte van het groepsrisico blijkt het de hoogte van het groepsrisico van de buisleiding zowel in de huidige als toekomstige situatie lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Ad 3) Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal de Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten 'bereikbaarheid calamiteit' en de '(primaire en secundaire) bluswatervoorziening' spelen hierin een rol. Ad 4) Het maatgevende scenario voor ongevallen met aardgastransportleidingen is fakkelbrand. Slachtoffers kunnen vallen door de warmtestraling en een drukgolf. Alle aanwezigen die door de vuurbal worden getroffen komen te overlijden.

Hiernaast kunnen rondvliegende brokstukken en glasscherven plaatselijk zware schade aanbrengen aan personen en gebouwen. De mogelijkheden om zelfredzaamheid te vergroten Het risico op een incident met een hoge druk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

33

Een belangrijke bronmaatregel om het risico te verkleinen is het opnemen van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan weerszijden van de aardgastransportleiding. Daarnaast is in het bestemmingsplan reeds opgenomen dat binnen de belemmeringsstrook aan weerszijden van de leiding een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden, zoals heien, op minder dan 20 meter van de buisleiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Binnen het invloedsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat het zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand van bebouwing tot de aardgasleiding, zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Personen die aanwezig zijn binnen de 100% letaliteitsgrens komen te overlijden. Indien het incident op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkheden voor zelfredzaamheid, voor het gebied dat buiten de 100% letaliteitsgrens valt, groter. Vluchtroutes moeten personen direct van de calamiteit wegleiden, van de buisleiding af.

Bovengenoemde punten ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid dienen voor advies te worden voorgelegd aan de regionale Brandweer dan wel de Veiligheidsregio. De aanvullende adviezen van de brandweer of veiligheidsregio dient de gemeente Leudal mee te wegen in haar besluitvorming. In de bestemmingsregels van dit bestemmingsplan is bepaald dat het vestigen van risicovolle inrichtingen niet is toegestaan. Als risicovolle inrichting staat gedefinieerd een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. Gezien het bovenstaande, kan worden geconcludeerd dat voldaan wordt aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Er zijn geen knelpunten voor wat betreft het plaatsgebonden risico en er zijn geen aandachtspunten voor wat het groepsrisico betreft.

4.2

Water

In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van duurzaam waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem.

Beleid Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het waterschap Limburg, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014, het Provinciaal Waterplan van de provincie Limburg, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de drietrapsstrategieën. De meest relevante beleidsstukken zijn hieronder verder toegelicht.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

34

Waterschap Limburg Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het waterschap Limburg beschrijft de uitwerking van het Nationale Waterprogramma en het Provinciaal Waterprogramma. Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zin om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met dit waterbeheerprogramma geeft Waterschap Limburg richting aan het waterbeheer in de periode 2022-2027. De taken van het waterschap, welke doelen zij per taak wil bereiken en welke maatregelen zij daarvoor inzet, is beschreven in het Waterbeheerprogramma. Daarbij is onderscheid gemaakt in de taken hoogwaterbescherming, klimaatadaptatie, waterkwaliteit en zuiveren.

Keur waterschap Limburg Op waterstaatswerken en watergangen (waterlopen) is de Keur van het waterschap Limburg van toepassing. In de Keur worden enkele handelingen in het watersysteem beperkt, waaronder het lozen van water in het watersysteem en het realiseren van werken c.q. bebouwing binnen de keurzones van een waterstaatswerk of watergang. Het beleid van het Waterschap Limburg schrijft voor de afhandeling van regenwater de trits 'opvangen, bergen en infiltreren' voor. Dit beleid is opgenomen in de Keur van het waterschap. De norm houdt in dat 100mm/24 uur per m2 verhard oppervlak opgevangen dient te worden binnen het plangebied.

Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2017-2021 van de gemeente Leudal geeft inzicht in hoe de gemeente om wenst te gaan met stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Voor deze aspecten zijn dertien ambities geformuleerd. Deze zijn hieronder samengevat. 1. Samenhang in de afvalwaterketen is het vertrekpunt voor samenwerking. Gemeenten, waterschap en WML zijn gelijkwaardige partners. Inbreng van burgers en bedrijven is van belang, ook is een goede samenwerking met provincie en Rijkswaterstaat nodig. 2. Het is niet mogelijk om de onderwerpen water, riolering, watersysteem, leefomgeving en ruimtelijke ordening los van elkaar te zien. Ingrepen in het ene systeem zullen effect hebben in de andere systemen. Grote keuzes die worden gemaakt worden daarom overlegd en afgestemd met de belangrijkste betrokkenen. 3. Betrokken partners delen elkaars kennis en kunde, wat uiteindelijk leidt tot een meer gespecialiseerd en minder kwetsbaar personeelsbestand voor de gehele Limburgse Peelen. Dit geldt ook voor operationele taken. Om kwetsbaarheid te verminderen proberen we functies zoveel mogelijk te 'dubbelen'. 4. Uitgaande van de steeds nauwere samenwerking, wordt door betrokken partijen besloten dat de financiële uitgangspunten van de gemeenten zoveel mogelijk gelijk moeten zijn. 5.

Om de beschikking te hebben over voldoende en veilig drinkwater, beschermen we het oppervlaktewater en het grondwater in de waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. Waar nodig beperken we de activiteiten met verontreinigingsrisico en zorgen we ervoor dat schadelijke stoffen niet in de bodem komen. We voorkomen de nadelige beïnvloeding van de grondwater en de kwaliteit daarvan. Door grondwatergegevens te monitoren houden we zicht op de hoeveelheden en de kwaliteit. 6. Door betrokken partijen wordt afvalwater beschouwd als een potentiële bron van water, energie en grondstoffen, ons beleid wordt hierop afgestemd. We ondersteunen waar nuttig en doelmatig initiatieven om afvalwater op kleine schaal te zuiveren, als bestrijding bij de bron en om water in ons gebied te houden. 7. Betrokken partijen zijn het erover eens dat negatieve effecten van afvalwater niet worden afgewenteld. We nemen hierin ieder onze verantwoordelijkheid en geven gezamenlijk invulling aan het ambitiedocument 'Van helder naar schoon water'. 8. We ondersteunen waar nuttig en doelmatig initiatieven om afvalwater op kleine schaal te zuiveren, als bestrijding bij de bron en om water in ons gebied te houden. 9. Burgers en bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het hemelwater dat op eigen

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

35

terrein valt, de gemeente voor het hemelwater op openbaar gebied. De gevolgen van klimaatverandering (overlast en droogte) vangen we op door robuuste systemen aan te leggen, waarbij zowel ondergronds als bovengronds meer ruimte wordt gemaakt voor water. Burgers en bedrijven doen dat, als dat redelijkerwijs mogelijk is op eigen terrein. 10. Burgers en bedrijven hebben in eerste instantie de verantwoordelijkheid voor hun eigen perceel en bebouwing. Voldoende en schoon grondwater is nodig voor de natuur, landbouw en drinkwaterwinning. Potentiële bronnen van verontreiniging worden daarom kritisch bekeken en zoveel mogelijk verminderd. Ook wordt voorkomen dat er tekorten aan grondwater ontstaan. Door hemelwater te infiltreren in de bodem proberen we grondwatertekorten te voorkomen. Bij grondwateroverlast brengen we de betrokken partijen bij elkaar en proberen een zo goed mogelijke uitkomst te bereiken. 11. Gemeenten en waterschap zijn van elkaar afhankelijk om voldoende oppervlaktewater van goede kwaliteit te hebben, zowel binnen als buiten bebouwd gebied. Dit bereiken we door doelmatig beheer van zowel het water en de waterbodem als door het beperken van ongewenste lozingen op het oppervlaktewater zoals riooloverstortingen. 12.

Samen zetten we ons in - om ieder vanuit onze eigen verantwoordelijkheid - de gewenste bescherming tegen wateroverlast vanuit beken en buffers voor onze inwoners, bebouwing, landerijen en infrastructuur voor 2021 grotendeels te realiseren. Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, hemel- en afvalwater.

Waterparagraaf Zevenellen Voor het noordelijke gedeelte van bedrijventerrein Zevenellen is reeds in 2019 een waterparagraaf opgesteld. Deze paragraaf is als Bijlage 6 aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hieronder wordt enkel ingegaan op onderstaand plangebied.

Grondwater en bodem Uit de kaart 'milieubeschermingsgebieden' behorende bij het Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied 'Roerdalslenk'. De gehele Roerdalslenk is een boringsvrije zone. De hier van nature aanwezige afschermende (klei)lagen bieden geologische bescherming van de diepe grondwatervoorraden. Boringen dieper dan 30 meter beneden maaiveld (zoals ten behoeve van het slaan van waterputten) zijn ter bescherming van de strategische grondwatervoorraad alleen toegestaan na voorafgaande schriftelijke melding aan GS.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

36

Bodemdoorlatendheid De bodem in dit deel van Limburg kenmerkt zich door de kleigronden in de nabijheid van de Maas. Uit bodemonderzoeken die in de nabijheid van het plangebied (geraadpleegd via DINO Loket van TNO) in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, blijkt de ondergrond te bestaan uit een mix van zandige en kleiachtige gronden. De klei typeert als zwak humeus en zwak siltig, het zand aan de oppervlakte typeert als fijn zand. Dieper dan 10 meter onder maaiveld typeert het zand als grof en grindig. Dit resulteert in een bodemdoorlatendheid dia als matig kan worden aangemerkt. Bij het dimensioneren van infiltratievoorzieningen moet voldoende retentie/vertraging worden ingebouwd. Oppervlaktewater In het plangebied en de directe omgeving is geen primair oppervlaktewater aanwezig. Hemel- en afvalwater Het (huishoudelijk) afvalwater dient conform het GRP te worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Het hemelwater zal op het eigen terrein worden geïnfiltreerd. Op het plangebied ligt een voormalig koelwaterkanaal. In deze bestaande laagte is ruimte om hemelwater te bergen. Het bergend vermogen van het koelwaterkanaal is voldoende om de benodigde berging te behalen. Op het perceel zal bovendien ook nog bergingsvoorzieningen worden aangelegd. Tezamen is dit ruim voldoende om het hemelwater voor het plangebied conform de eisen van Waterschap Limburg te kunnen bergen.

De waterbuffer is tevens een kwaliteitsbuffer.De buffer heeft meerdere functies. De buffer is naast de opvang van regenwater, maar ook een levend element op het bedrijventerrein. In de buffer zwemmen vissen en diverse watervogels. Verder zorgt de watermassa voor verkoeling in de zomer. Als het waterniveau stijgt is de buffer groot genoeg om dit water op te vangen. Van de oevers is de k-waarde bepaalt, en het overtollige water infiltreert in de bodem. De buffer loopt langzaam leeg tot het gebruikelijke niveau. Mocht er te veel water in de buffer komen is er een overstort voorziening gemaakt zodat de buffer kan overstorten in de haven. Overleg waterbeheerder Het plangebied is niet gelegen in een speciaal aandachtsgebied van het waterschap. De hoeveelheid bebouwing en verharding zal toenemen ten opzichte van de bestaande (onbebouwde en onverharde) situatie. Het bestemmingsplan dient daarom voor advies voorgelegd te worden aan het waterschap. Het bestemmingsplan is voorgelegd aan het Waterschap Limburg. Het waterschap gaf aan dat het meest recente beleid nog niet was opgenomen. Daarnaast is gevraagd een verwijzing te maken naar het rapport waterparagraaf die is geschreven voor het noordelijke gedeelte van het industrieterrein. Tot slot is gevraagd een doorkijk te geven naar de toekomst. De opmerkingen zijn verwerkt in de toelichting.

Afweging Er bestaan geen knelpunten tussen grondgebruik, bestemmingen of waterhuishoudkundige functies in relatie tot duurzaam waterbeheer.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

37

4.3

Ecologie

4.3.1

Beleid

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. De provinciale groenstructuur is vastgelegd in de het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten.

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde 'algemene zorgplicht' (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Stappenplan soortenbescherming Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt.

De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

38

4.3.2

Toetsing

Om te beoordelen of het initiatief in overeenstemming met de natuurwetgeving en het natuurbeleid kan worden uitgevoerd, heeft BRO in het plangebied een bureaustudie flora en fauna uitgevoerd op basis van openbare gegevens. De resultaten van de verkenning zijn hieronder samengevat. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, 'Leudal', bevindt zich op circa 3 kilometer afstand ten noordwesten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Omdat de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van één bedrijfskavel betreft, is een toename aan verkeersbewegingen te verwachten. Door Kragten is een stikstodepositieberekening uitgevoerd ten aanzien van de gebruiksfase. Het volledige rapport is als separate bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Ten aanzien van de aanlegfase is door BRO een stisktofdepositieberekening uitgevoerd. Het volledige rapport is als separate bijlage aan deze toelichting toegevoegd.

Hierna worden de conclusies van het onderzoek weergegeven. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de bouwfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone. Het dichtstbijzijnde onderdeel van de goudgroene natuurzone ligt ongeveer 0,7 kilometer ten noordwesten en noordoosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities aldaar redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Daarnaast is het plangebied niet gelegen binnen de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone. Vervolgonderzoek op basis van het provinciaal natuurbeleid wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Beschermde houtopstanden Geheel aan de zuidzijde van het plangebied bevinden zich enkele bomen, die tevens als erfafscheiding dienen.

Aangezien het bouwvlak binnen het plangebied geen (onderdelen van) houtopstanden bevat, is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde. Wel dient rekening gehouden te worden met het gemeentelijk kapbeleid indien toch bomen worden gekapt. Soortenbescherming Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht te worden genomen. Ten aanzien van broedvogels dient het bouwrijp maken van het terrein buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

39

Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Uit de provinciale flora- en faunagegevens (https://natuurgegevensprovincielimburg.nl/) blijkt dat het plangebied niet volledig is onderzocht in verband met de ligging binnen bestaand bebouwd gebied. Rondom het plangebied zijn een aantal gedateerde meldingen opgenomen van waargenomen broedvogels. Verder heeft OML in 2011 een flora- en faunaonderzoek laten uitvoeren voor terrein Zevenellen, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt. Hieruit bleek dat alleen de buizerd en de das in het gebied aanwezig waren. Door OML is hiervoor een ontheffing aangevraagd, en deze is ook verleend, waarbij de in de ontheffing genoemde te nemen maatregelen ook reeds zijn uitgevoerd. Conclusie Gezien het feit dat het plangebied reeds behoort tot het bedrijventerrein en wordt verstoord door menselijk gebruik, kan worden aangenomen dat zich binnen het plangebied weinig tot geen beschermde dier- en/of plantensoorten voorkomen. Op basis van het bovenstaande zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling van een nieuw bedrijfskavel. Ten aanzien van het onderdeel soortenbescherming dient de algemene zorgplicht in acht genomen te worden en dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen.

4.4

Archeologie en Cultuurhistorie

4.4.1

Archeologie

In het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Haelen' is op onderhavige perceel geen dubbelbestemming opgenomen inzake archeologie. Dit betekent dat het betreffende gebied van het bedrijventerrein is vrijgegeven voor nader archeologisch onderzoek. Een archeologisch onderzoek voor de voorgenomen uitbreiding van het bouwvlak is dan ook niet noodzakelijk. Op het plangebied heeft al een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit onderzoek is het gebied vrijgegeven. 4.4.2

Cultuurhistorie

In het plangebied en in de directe omgeving zijn blijkens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie geen monumenten of andere cultuurhistorisch waardevolle objecten gelegen. Uit een oogpunt van cultuurhistorie bestaan er hiermee geen belemmeringen voor de realisatie van een bouwvlak voor een nieuw bedrijfskavel.

4.5

Kabels en leidingen

Direct ten westen van het plangebied loopt een hogedrukaardgasleiding die in bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Haelen' een dubbelbestemming heeft. Deze leiding valt net buiten het plangebied. Blijkens dit bestemmingsplan en gegevens van Tennet ligt binnen het plangebied hoogspanningsverbindingen (150 kV) met een planologische beschermingszone. Voor deze hoogspanningsverbinding wordt op de verbeelding en in de regels de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding' opgenomen, waarmee de verbinding en bijbehorende planologische beschermingszones worden verankerd.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

40

4.6

Verkeer en parkeren

De ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg gaat in samenwerking met de gemeente Leudal invulling geven aan de uitbreiding van het bedrijventerrein Zevenellen. Deze ontwikkeling heeft invloed op de verkeersgeneratie. Het uitbreiden van het bedrijventerrein betekent automatisch dat er meer verkeer gegenereerd wordt. De impact hiervan op de Roermondseweg en de aansluitingen naar het plangebied is onderzocht door Sweco. Kenmerken Roermondseweg Het bedrijventerrein kent in de huidige situatie één ontsluiting op de Roermondseweg, ter hoogte van Attero Zuid B.V.. De Roermondseweg ontsluit het bedrijventerrein richting de N273 en de N280. Op de Roermondseweg is de intensiteit in 2030, omgerekend met een autonoom groeipercentage van 1% per jaar vanaf het jaar 2016, 641 pae/uur in de spits. Op basis van de wegkenmerken van de Roermondseweg (type weg, snelheid, wegontwerp etc.) volgt dat de theoretische capaciteit in de spits onder ideale omstandigheden 2.800 pae/etmaal is. Dit betekent dat zonder realisatie van de uitbreiding van het bedrijventerrein er op de Roermondseweg een behoorlijke restruimte is. De feitelijke capaciteit hangt onder andere af van de vormgeving van de kruispunten. Dit is meegenomen in de toekomstige situatie.

Onderbouwing kengetallen Voor woon- en werkgebieden maken de kencijfers verkeersgeneratie het mogelijk om op globaal niveau te kunnen rekenen aan de effecten van plannen. De kencijfers zijn beschreven in de CROW publicatie ''Verkeersgeneratie woon- en werkgebieden'' (CROW, tekst gepubliceerd op 01-12-2018). Het type werkmilieu bepaalt in belangrijke mate de vervoersbehoefte. De ontwikkelaars, de gemeente en Sweco hebben de keuze gemaakt om per voertuigtype (personenauto en vrachtauto) te bepalen welk type werkmilieu daar het beste bij past. Deze keuze volgt uit expert judgement, eerdere ervaringen, de typen bedrijven die zich gaan vestigen en een inschatting van het aantal vervoersbewegingen door de ontwikkelaars. Deze keuze heeft geleid tot maatwerk voor de intensiteiten die gegenereerd worden door de uitbreiding van het bedrijventerrein Zevenellen. Intensiteiten ten gevolge van de uitbreiding van het bedrijventerrein In de tussenfase is uitgegaan van de realisatie van de zuidelijke en noordelijke percelen. Hierdoor wordt een maatgevende situatie gecreëerd voor de tussenfase. Op basis van de CROW kengetallen volgt dat de bedrijven van de noordelijke en zuidelijke percelen, ca. 40 ha, 4.629 pae/etmaal genereren.

In de eindsituatie wordt uitgegaan van een volledig gereailseerd bedrijventerrein, dus inclusief de 10 ha bedrijventerrein van de middelste percelen die in eigendom zijn van de ontwikkelmaatschappij Attero. In totaal genereert het bedrijventerrein van ca. 50 ha in de eindsituatie 6.014 pae/etmaal. Kruispuntberekeningen Per fase is berekend wat de maximale intensiteit op elk kruispunt is dat door de uitbreiding van het bedrijventerrein gegenereerd wordt. Hiervoor is een maximale verdeling gemaakt van de verkeersafwikkeling richting de kruispunten. Vervolgens zijn de intensiteiten in drie scenario's berekend in welke richting het verkeer op gaat of vandaan komt. Bij de eerder genoemde intensiteiten wordt uitgegaan van de maximale situatie (CROW kengetallen, de uitgangspunten voor de berekeningen en de maximale verdeling van het verkeer op de kruispunten). Om ook een minimale situatie te creëren is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. De intensiteiten zijn vermenigvuldigd met een factor 0,8 (-20%). Op basis van een minimale situatie en een maximale situatie kan de impact beter onderbouwd worden en daarmee de keuze voor mogelijke maatregelen.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

41

Resultaten kruispuntberekeningen Uit de berekeningen volgt dat door de uitbreiding van het bedrijventerrein, in zowel de tussen fase als de eindsituatie, op het kruispunt Roermondseweg - Berikstraat de capaciteit onvoldoende is en er een maatregel getroffen moet worden. Voor de nieuw te realiseren zuidelijke aansluiting volgt dat met de toekomstige intensiteiten een voorrangskruispunt ook niet volstaat en een maatregel dus nodig is. Voor de middelste aansluiting geldt dat in de eindsituatie de capaciteit van de huidige vormgeving wel voldoende is. Hierdoor wordt geadviseerd om voor dit kruispunt geen maatregel te treffen. Maatregelen Om de capaciteit op een kruispunt te vergroten kan een rotonde of een VRI (verkeersregelinstallatie) worden toegepast. Een rotonde vergroot de capaciteit waardoor de doorstroming tijdens en na realisatie van het bedrijventerrein gegarandeerd blijft. Een rotonde verbetert daarnaast de verkeersveiligheid. Het kruispunt met de nieuw te realiseren zuidelijke ontsluiting heeft door de vormgeving van de weg (bochtig) en de bebossing slechte zichtlijnen. Een rotonde zorgt dat de snelheid van het verkeer op het kruispunt laag ligt en creëert overzicht doordat de voorrangsregels duidelijk zijn. Een rotonde is door het ruimtebeslag wel een kostbare maatregel t.o.v. verkeerslichten.

Anderzijds moeten verkeerslichten om de 15 jaar vervangen worden en heeft een rotonde geen beheerkosten (de gemeente Leudal heeft op dit moment ook nog geen verkeerslichten in beheer). Op basis van bovenstaande argumenten wordt geadviseerd om voor zowel de aansluiting met de Berikstraat als de nieuw te realiseren zuidelijke aansluiting een rotonde op de Roermondseweg toe te passen.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

42

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Planonderdelen

Het bestemmingsplan voor het bouwvlak op kavel 1 van bedrijventerrein Zevenellen is vervat in een verbeelding, de planregels en de toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bebouwing. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden, zoals bouwhoogtes en bebouwingspercentages. De verbeelding vormt samen met de regels het voor eenieder bindende deel van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan ten behoeve van het bouwvlak aan de Berikstraat-Roermondseweg te Zevenellen is opgesteld conform het gemeentelijk handboek voor ruimtelijke plannen, de landelijke richtlijn voor bestemmingsplannen (SVBP2012), alsmede de Wro, Wabo en het Bro.

5.2

Opzet planregels

De regels zijn opgesteld conform de gemeentelijke systematiek voor bestemmingsplannen. Hieronder worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Er wordt tevens een toelichting gegeven op welke wijze de regels zijn ingedeeld en de inhoud van de regels wordt kort weergegeven. De planregels zijn verdeeld in vier hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en wijze van meten. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels, waarmee de op de verbeelding opgenomen bestemmingen worden geregeld. Hoofdstuk 3: Algemene regels, met daarin de antidubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels en de regels omtrent afwijken van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, die het overgangsrecht en de slotregel vervatten. 5.2.1

Inleidende regels

Begrippen (art. 1) In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Voor het gemak zijn enkele begrippen uit de Woningwet/ Bouwverordening overgenomen. Wijze van meten (art. 2) Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken / percelen gemeten moeten worden.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

43

5.2.2

Bestemmingsregels

De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. Voor wat betreft de nadere eisen regeling zoals deze bij diverse bestemmingen is opgenomen, geldt dat deze aangeeft wanneer en waaraan nadere eisen gesteld kunnen worden, binnen de in de gebruiks- en bouwregels van de afzonderlijke bestemmingen reeds aangegeven begrenzingen van het bestemmingsplan. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Bedrijventerrein (art. 3) Voor het gehele plangebied is de bestemming 'Bedrijventerrein' opgenomen. Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 3.1, zoals voorkomend op de bij de regels gevoegde lijst van bedrijfsactiviteiten. Leiding - Hoogspanningsverbinding (art. 4) De bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' is opgenomen in verband met de hoogspanningsverbindingen binnen het plangebied met inbegrip van de beschermingszones zoals deze aan weerszijden van de hoogspanningsverbindingen van toepassing zijn.

De hoogspanningsverbindingen, die in noordzuid richting door het plangebied loopt, is in het Barro is opgenomen. Middels de dubbelbestemming wordt voldaan aan de voorwaarden zoals deze in het Barro gesteld worden ten aanzien van de hoogspanningsverbinding. 5.2.3

Algemene regels

In de Anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In de Algemene bouwregels is een bepaling opgenomen met betrekking tot ondergronds bouwen, over ondergeschikte bouwdelen en over bestaande maten. In de Algemene gebruiksregels is een nadere bepaling opgenomen met betrekking het gebruik van de gronden. De Algemene afwijkingsregels en Algemene wijzigingsregels verschaffen het bevoegd gezag c.q. burgemeester en wethouders de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. In de navolgende regel zijn de Algemene procedureregels opgenomen.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

44

In het artikel Overige regels zijn de verhoudingen tussen de opgenomen dubbelbestemmingen opgenomen. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

In de regel Overgangsrecht is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan. In de Slotregel is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

45

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Op 1 juli 2008 is als onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden. In de Grexwet is bepaald dat de gemeente verplicht is om bij het vaststellen van een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan, maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat alle kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om haar kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de exploitant. De toepassing van de Grexwet richt zich voor het afdwingbare kostenverhaal, op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in het Bro: de bouw van een of meerdere woningen; de bouw van een of meerdere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m²; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m².

Dit bestemmingsplan betreft een ontwikkelplan, waarmee de realisatie van een nieuw hoofdgebouw wordt mogelijk gemaakt. Derhalve is een kostenverhaal verplicht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Door OML is een omgevingsdialoog uitgevoerd. Het verslag hiervan is als Bijlage 8 aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hier wordt volstaan met een samenvatting. Op maandag 25 april 2022 is een omgevingsdialoog gehouden. Tijdens het dialoog zijn door de aanwezigen een aantal vragen gesteld. Deze vragen gingen over de nieuwe richtlijnen rondom kavel 1 maar ook vragen over de inrichting van de rest van het Zevenellen terrein. Naar aanleiding van de omgevingsdialoog zal initiatiefnemer controleren of alle aanwezigen op de mailinglijst, zodat zij op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen middels een nieuwsbrief. Ook zal contact op worden genomen met de omwonenden die geïnteresseerd zijn om aan de klankbordgroep deel te nemen. Tot slot wordt het laatste verslag van de klankbordgroep via de mailinglijst rondgestuurd.

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van dd mm 2022 tot en met dd mm 2022. Gedurende deze periode heeft eenieder de gelegenheid gehad schriftelijk een zienswijze naar voren te brengen op het plan.

6.3

Procedure

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit:

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

46

openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan; terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend; algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling; mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.4

Handhaving

Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die - hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk - in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In het verlengde daarvan is zoveel mogelijk afgezien van bepalingen die door de bewoners en andere gebruikers als een onnodige beperking van hun vrijheid kunnen worden gevoeld.

Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op den lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.

6.5

Communicatie

De communicatie met betrekking tot dit bestemmingsplan zal via de geijkte kanalen plaatsvinden. Publicatie zal plaatsvinden op de gemeentelijke website, www.ruimtelijkeplannen.nl en het lokale nieuwsblaadje.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=8abd6c56-2bfb-4161-ba23-c5869ed1be44