CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Berikstraat - Roermondseweg Zevenellen' te Haelen15.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Berikstraat-Roermondseweg Zevenellen Toelichting NL.IMRO.1640.BP22HnZevenellen-ON01

Afbeelding: plangebied Berikstraat-Roermondseweg Zevenellen

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

Hoofdstuk 2

Beleidskader

8

Hoofdstuk 3

Planomschrijving

21

Hoofdstuk 4

Randvoorwaarden

26

Hoofdstuk 5

Juridische aspecten

43

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

46

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

3

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

4

Toelichting

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op 25 juni 2013 heeft de gemeente Leudal het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Haelen' vastgesteld. Dat bestemmingsplan regelt het planologisch regime voor de bedrijventerreinen Windmolenbos en Zevenellen, zoals onderstaand op de luchtfoto is weergegeven.

Luchtfoto en ligging plangebied

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) herontwikkelt bedrijventerrein Zevenellen te Haelen tot een duurzaam multifunctioneel bedrijvenpark. Het bedrijventerrein was verouderd en de indeling sloot niet meer aan bij de marktvraag. Inmiddels is er een inrichtingsplan opgesteld inclusief een verkavelingsplan. Ter hoogte van kavel I (zie de onderstaande afbeelding) is in het bestemmingsplan geen bouwvlak aanwezig. Inmiddels heeft de OML principeakkoord verkregen van de gemeente Leudal om ter plaatse het bestemmingsplan aan te passen en een bouwvlak toe te voegen, op de gewenste locatie nabij de kruising Berikstraat - Roermondseweg. Voorliggend bestemmingsplan is daartoe opgesteld.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

6

Ligging en afmetingen nieuwe kavel

1.2

Leeswijzer

In deze toelichting op het bestemmingsplan wordt uiteengezet dat het plan voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk twee wordt het beleidskader toegelicht, waarbij wordt stilgestaan bij het relevante rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk drie wordt het plan voor het toevoegen van een bouwvlak nader beschreven met een uitleg van het gewenste gebruik en hoe het bouwvlak bijdraagt aan een beter functionerend ruimtelijk geheel op het bedrijventerrein. Hoofdstuk vier zoomt vervolgens in op de (milieukundige) onderzoeksaspecten, zoals bodem, lucht, water en verkeer. Vervolgens worden in hoofdstuk vijf de juridische aspecten besproken, waarin wordt toegelicht op welke wijze de planregels zijn opgesteld. De maatschappelijke en economische haalbaarheid wordt besproken in hoofdstuk zes, waarbij tevens de procedure wordt toegelicht. Hoofdstuk zeven bevat tot slot een toelichting op het aspect handhaving.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

7

Hoofdstuk 2

Beleidskader

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Neder-land. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO?-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

8

water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 2.1.2

AMvB Ruimte

De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 september 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen doorgevoerd, evenals op 1 februari en 1 juli 2014. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: rijksvaarwegen; project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het plangebied is gelegen direct naast de in de Barro aangewezen vestigingsplaats voor grootschalige energieopwekking in Buggenum. Hier was voorheen de Maascentrale (Willem-Alexander centrale) gevestigd, die op 1 april 2013 buiten gebruik is genomen.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

9

Kaart vestigingsplaats voor grootschalige energieopwekking - Buggenum De bovenstaande figuur is afkomstig uit bijlage 5.14 bij het Barro. Aangezien het plangebied niet binnen deze zone is gelegen, bestaat er vanuit het Barro geen direct doorwerking naar dit bestemmingsplan. Binnen het plangebied zijn tevens hoogspanningsverbindingen aangewezen. Ten aanzien van de in het Barro opgenomen hoogspanningsverbindingen wordt in artikel 2.8.6 aangegeven dat een aansluiting tussen een vestigingsplaats, als hierboven bedoeld, en het hoogspanningsnet wordt gelijkgesteld met een hoogspanningsverbinding. In artikel 2.8.7 (bestemming hoogspanningsverbinding) zijn de volgende voorwaarden ten aanzien van de in het Barro aangewezen hoogspanningsverbindingen opgenomen: Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een hoogspanningsverbinding als bedoeld in artikel 2.8.6, eerste of derde lid, bevat het tracé van die hoogspanningsverbinding en laat het gebruik als hoogspanningsverbinding toe. Een bestemmingsplan wijst geen ander tracé van de hoogspanningsverbinding aan.

In afwijking van het tweede lid kan, na schriftelijk advies van de beheerder van het hoogspanningsnet, een ander tracé van de hoogspanningsverbinding worden aangewezen, mits de hoogspanningsverbinding als zodanig in het bestemmingsplan wordt gehandhaafd, het bestemmingsplan het gebruik van dat gewijzigde tracé als hoogspanningsverbinding toelaat en het tracé aansluit op het tracé van de hoogspanningsverbinding in de naastliggende bestemmingsplannen. Afweging Met het voorliggende bestemmingsplan wordt aan de bovenstaande voorwaarden voldaan. Voor het overige hebben de bovenstaande nationale belangen geen directe consequenties voor het plangebied. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Bij het doorlopen van de ladder moet achtereenvolgens worden onderbouwd of het een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, wat het ruimtelijke verzorgingsgebied is en of er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling. Per 1 juli 2017 bestaat de ladder niet meer uit 'treden', maar is de tekst van art. 3.1.6. lid 2 Bro als volgt:

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

10

"De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Kortgezegd komt het er op neer dat de behoefte aan de nieuwe ontwikkeling moet worden onderzocht. En als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied is voorzien, moet eerst worden onderzocht of de ontwikkeling niet (deels) binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Inventarisatie Voor het Regionaal beleidskader werklocaties Middel-Limburg heeft Locatus in 2018 regionaal vraag- en aanbodonderzoek uitgevoerd naar werklocaties. Het totale uitgeefbare aanbod in Leudal bedraagt per 1 november 2018 67,4 hectare. Afgezet tegen de indicatieve vraag t/m 2030 van circa 16 hectare (exclusief beleidsinspanningen) is daarmee in kwantitatieve zin het aanbod zeer ruim. Van dit aanbod is circa 62,2 hectare te vinden op Zevenellen. Het overige aanbod is verspreid over de terreinen Arenbos (1,8 ha), Laak-Roggel (1,9 ha) en Windmolenbos (1,5 ha), als in onderstaande tabel te zien.

Inventarisatie bedrijventerreinen Leudal op 1 november 2018

Ten aanzien van het kwantitatieve overaanbod in de gemeente Leudal dient te worden opgemerkt dat voor bedrijventerrein Zevenellen, hoewel het qua bestemming een multifunctioneel bedrijventerrein is, in het bijzonder wordt ingezet op de speerpunten biobased agriculture en circulaire bedrijvigheid. Daarnaast is er (schaarse) ruimte voor (zeer) zware milieucategorieën en watergebonden bedrijven. Vanuit beleidsinspanningen op deze speerpunten mag additionele vraag worden verwacht, boven de indicatieve vraag op basis van de historische uitgifte. Op basis van het gezamenlijke onderzoek naar de herstructureringsbehoefte bij gemeenten kan een beeld worden geschetst van aantallen en omvang van te verplaatsen(watergebonden) bedrijvigheid.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

11

Ingezoomd op kernen-niveau is in een aantal kernen krapte te zien. Omdat de bedrijvigheid in de kleinere kernen overwegend lokaal georiënteerd is, valt niet te verwachten dat deze bedrijven zullen uitwijken naar kavels elders in Leudal. Het ruime aanbod van bedrijventerreinen in Leudal is een punt van aandacht bij de onderbouwing voor nieuwe plannen voor bedrijventerreinen in de gemeente en/of regio. Hierbij dient te worden aangemerkt dat gezien de decentrale ligging en suboptimale Zevenellen er beperkte concurrentie van uitgaat met de overige regionaal georiënteerde bedrijventerreinen. Er is sprak van een relatief omvangrijk aanbod van minder courante bedrijfsbebouwing, waarvan een deel verspreid aanbod betreft. Het aanbod van courante bedrijfsruimte is relatief krap. Eventueel kan aanbod op centrale locaties (o.a. Heldenseweg Neer) worden opgeofferd ten gunste van kleinere initiatieven bij kleine kernen.

Beoordeling bedrijventerreinen met restcapaciteit > 1 hectare Voor Zevenellen geldt dat de acquisitie voor het terrein zich primair richt op Biobased Agriculture, maar dat het bestemmingsplan een bredere doelgroep toelaat. Op Zevenellen kan ook ruimte worden geboden aan reguliere lokale bedrijvigheid. Eventueel kunnen ook andere grootschalige verplaatsers (>5 ha) worden gehuisvest, met de kanttekening dat de locatie vanwege de ligging op afstand van de snelweg voor een aantal bedrijfstypen minder goed scoort in verhouding tot andere locaties in en buiten de regio. Afweging Bedrijventerrein Zevenellen bekleedt een unieke functie als regionaal bedrijventerrein binnen de gemeente Leudal. De specifieke focus op biobased agriculture en watergerichte bedrijvigheid in de zwaardere milieucategorieën maakt dat het zowel lokaal als regionaal een onderscheidend ecosysteem kent, dat niet concurreert met andere, meer reguliere lokale en regionale bedrijventerreinen. Aangezien de focus van het terrein ligt bij de grotere bedrijfskavels, kan het toevoegen van een kleiner kavel van 0,59 hectare zowel voorzien in bedrijven in de gezochte doelgroep, als bedrijven huisvesten met een meer reguliere, lokale vraag.

Gezien het feit dat er op de lokale bedrijventerreinen veelal slechts incourant en verouderd vastgoed voorhanden is, het bouwvlak wordt gesitueerd binnen de bestaande contouren van het bedrijventerrein en er vanuit de beleidsmatige inspanningen een extra vraag mag worden verwacht, kan worden gesteld dat het plan voorziet in een behoefte en in overeenstemming is met de ladder voor duurzame verstedelijking.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

12

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Provinciale omgevingsvisie (POVI)

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: 'de Provinciale omgevingsvisie Limburg' (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2023. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht.

Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het lande-lijk- als in het bebouwde gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opga-ven voor de diverse thema's; een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Werklocaties Op het gebied van werklocaties dienen in Limburg keuzes te worden gemaakt. De vestiging of uitbreiding van bedrijven kan problematisch zijn door onvoldoende beschikbare ruimte of ruimte die niet aan de eisen voldoet.

Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. Bedrijventerreinen Voor bedrijventerreinen wordt geopteerd voor compacte werklocaties, is de voorkeursvolgorde: eerst opknappen of herontwikkelen van verouderde werklocaties, daarna pas bieden we de gelegenheid om

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

13

nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen. Dit gebeurt dan bij voorkeur via uitbreiding van bestaande terreinen. Afweging Onderhavige ontwikkeling ziet op het toevoegen van een bouwvlak binnen een bestaand bedrijventerrein. Dit is derhalve in lijn met de ontwerp Provinciale omgevingsvisie 2.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014

Par. 2.2 Duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. De ladder van duurzame verstedelijking is besproken in paragraaf 2.1.3.

Par. 2.4: Bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014, art. 2.4.5 Bedrijventerreinen Op basis van artikel 2.4.5 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 mag een ruimtelijk plan niet voorzien in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad bedrijventerreinen alsmede aan de bestaande planvoorraad bedrijventerreinen anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 5.2 van het POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. In februari/maart 2018 is de Bestuursovereenkomst Regionale afspraken Midden-Limburg ondertekend. Dit betreft een actualisatie van de bestuursafspraken uit 2016. In de bestuursafspraken hebben de Midden-Limburgse gemeenten afgesproken het regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg vast te stellen en uitvoering te geven aan dit beleidskader. Hiertoe zullen de gemeenten gezamenlijk een uitvoeringsprogramma opstellen. In paragraaf 2.3 vindt een toetsing aan dit regionale beleidskader plaats.

Hoofdstuk 4: Milieubeschermingsgebieden Het plangebied ligt binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk zone III. Binnen deze zone geldt een verbod op boringen en het roeren van grond dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Voor boringen dieper dan 80 meter geldt een meldplicht bij het bevoegd gezag (Gedeputeerde Staten). Onderhavig plan voorziet in het aanpassen van het bouwvlak. Voor het bouwen zal een vergunningsaanvraag moeten worden gedaan. Daaruit zal moeten blijken dat niet dieper dan 80 meter wordt geboord of er zal een melding moeten worden gedaan indien dit wel het geval is.

Conclusie Onderhavige ontwikkeling ziet op het toevoegen van een bouwvlak binnen een bestaand bedrijventerrein. Het bouwvlak sluit aan bij de huidige behoefte. Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening 2014.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

14

2.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 25 mei 2021 heeft het college van Gedeputeerde Staten het ontwerp van deze nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen en is op 17 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2023 wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart 'Wonen, werken en recreëren' ligt het besluitgebied binnen het gebied 'Bedrijventerrein'. Conform artikel 12.5 van de omgevingsverordening gelden de volgende instructieregels bij de toevoeging van vestigingsmogelijkheden van bedrijventerreinen: 1.

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. 2. Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. 3.

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. 4. De motivering bij een omgevingsplan bevat: a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid; b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband. Afweging Op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2021 dient het initiatief te voldoen aan het regionale beleidskader. In paragraaf 2.3 wordt aan dit beleid getoetst. Uit de onderbouwing blijkt dat aan de Regionale visie wordt voldaan. Daarnaast wordt in deze toelichting voldoende het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en de afstemming beschreven. Onderhavig initiatief voldoet derhalve aan de Omgevingsverordening Limburg 2021.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

15

2.3

Regionaal beleid

2.3.1

Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg

Het Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg is gebaseerd op de uitgangspunten van het POL2014. Het regionaal beleidskader is vastgesteld door de gemeenten in Midden-Limburg en door de raad van Leudal op 21 mei 2019. De visie werklocaties richt zich op het bieden van een aantrekkelijk regionaal vestigingsmilieu voor zowel gevestigde als nieuw te vestigen bedrijven. De structuur van dat vestigingsmilieu wordt voor het overgrote deel bepaald door de gevestigde bedrijven. Deze bestaande bedrijvigheid wordt dan ook beschouwd als basis voor een sterke toekomststructuur. Binnen de bedrijventerreinstructuur is sprake van enkele locaties die zijn gericht op bovenregionale bedrijvigheid. De overige bedrijventerreinen betreffen lokale terreinen. In het beleidskader wordt een onderscheid gemaakt tussen de bestaande voorraad (inclusief de aanwezige restcapaciteit op bestaande bedrijventerreinen), bestaande (harde) plannen en nieuwe (zachte) plannen. Conform het principe van dynamisch voorraadbeheer geldt het principe 'bestaand vóór nieuw' als uitgangspunt. Dat wil zeggen dat bij een ruimtevraag eerst wordt gekeken naar ruimte in bestaand vastgoed en vervolgens naar restcapaciteit op de bestaande werklocaties.

Nieuwe plannen worden in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor via regionale afstemming en de Ladder voor duurzame verstedelijking de noodzaak en meerwaarde kan worden aangetoond.

Afweging Het voorliggende initiatief vindt plaats binnen het bestaande bedrijventerrein Zevenellen. Er wordt een bouwvlak toegevoegd die aansluit bij de huidige behoefte. Het bedrijventerrein zelf wordt niet vergroot. Hierdoor wordt gebruik gemaakt van bestaande restcapaciteit op een bestaande werklocatie. Aangezien in het beleidskader wordt gesteld dat bedrijventerrein Zevenellen voornamelijk is bedoeld voor grote bedrijfsvestigingen, wordt de beoogde indeling van kavel 1 in lijn geacht met de afspraken uit het 'Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg'.

2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1

Strategische visie op Leudal 2020 - bijstelling september 2013

In de op 11 december 2007 door de gemeenteraad van Leudal vastgestelde Strategische Overallvisie 2020 'Leven in Leudal', geeft de gemeente aan welke ontwikkelingen op de langere termijn voor Leudal van belang zijn en waar de gemeente naar toe wil. De toekomstvisie is daarmee richtinggevend voor de beleidsontwikkeling in de komende jaren. De rol en positie van de gemeente ten opzichte van de Leudalse gemeenschap en haar omgeving is erg aan verandering onderhevig. Daartoe heeft er ook een bijstelling moeten plaatsvinden op de strategische beleidsvisie 2020 "Leven in Leudal". In september 2013 heeft de gemeenteraad van Leudal de koers en aanpak van de strategische visie opgefrist. Afweging Ten aanzien van bedrijventerreinen wordt gesteld dat werkgelegenheid, bedrijvigheid en bedrijfslocaties prioriteit krijgen. Zevenellen/Windmolenbos is het belangrijkste bedrijfsterrein in Leudal en is ook een provinciaal speerpunt. Op Zevenellen liggen grote kansen voor de regio op het gebied van het sluiten van stof- en energiekringlopen. Restproducten uit onder andere de landbouw en veeteelt kunnen worden omgezet in (bio)energie en nieuwe grondstoffen. De regionale samenwerking wordt ver-breed naar het sociale en economische domein naast het bestaande fysieke domein. Met Keyport, OML en het bedrijfsleven werkt Leudal samen aan de versterking van de economische grondslag van de regio. Het

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

16

voorliggende plan is een initiatief van OML om het bedrijventerrein te revitaliseren. Het plan is daarmee in lijn met de strategische visie van de gemeente Leudal. 2.4.2

Beleidskader werklocaties Midden-Limburg

Structurele veranderingen in de economie hebben geleid tot een overaanbod aan bedrijventerreinen, winkels en kantoren in Midden-Limburg. Tegelijkertijd veranderen de behoeften van gebruikers en consumenten en blijven vernieuwing en innovatie noodzakelijk. De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg hebben daarom een beleids- en afsprakenkader uitgewerkt dat recht doet aan deze uitdagingen, en aan de veelzijdigheid van het aanbod aan werklocaties in Midden-Limburg qua ligging, omvang, uitstraling, verzorgingsfunctie en toekomstperspectief. Het doel van het beleidskader is balans brengen in vraag en aanbod van de werklocaties. Aan de hand van de toekomstige structuur is dit evenwicht vertaald in afspraken en procedures. Daarom worden nieuwe ontwikkelingen met regionale effecten ook regionaal afgestemd, en maken gemeenten werk van het in kaart brengen en eventueel verwijderen of veranderen van onbenutte bestemmingsplanmogelijkheden voor winkels en kantoren. Daarnaast wordt meer regionaal samengewerkt bij de vestigingsaanvragen van bedrijven, en het aanbieden van de locaties met nadruk op logistieke, biobased agriculture en nautische bedrijvigheid. De aanpak onderscheidt zich door de horizontale en verticale integraliteit.

Horizontaal, omdat naast de drie typen werklocaties bedrijventerreinen, winkels en kantoren, relevante dwarsverbanden met andere beleidsvelden nadrukkelijk zijn meegenomen, zoals het vestigen van bedrijven in vrijkomende agrarische bebouwing. Verticaal, omdat in Midden-Limburg vanuit realistische, regionale beleidsuitgangspunten de vertaling wordt gemaakt naar concrete projecten (maatwerk in juridisch-planologische procedures).

Afweging Middels de regionale afspraken heeft de gemeente Leudal zich geconformeerd aan een 15-tal afspraken op het gebied van detailhandel, kantoren en bedrijventerreinen. De afspraken richten zich voornamelijk op het tegengaan van overaanbod, wegbestemmen van ongebruikte capaciteit en het regionaal afstemmen van bedrijfsvestigingen op locaties waar dat op basis van het beleidskader niet is gewenst.

"Op Zevenellen kan ook ruimte worden geboden aan reguliere lokale bedrijvigheid. Eventueel kunnen ook andere grootschalige verplaatsers (>5 ha) worden gehuisvest, met de kanttekening dat de locatie vanwege de ligging op afstand van de snelweg voor een aantal bedrijfstypen minder goed scoort in verhouding tot andere locaties in en buiten de regio." - regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg, Samenwerkingsverband Midden-Limburg, herziene versie, p. 12. Aangezien in het beleidskader wordt gesteld dat bedrijventerrein Zevenellen voornamelijk is bedoeld voor grote bedrijfsvestigingen (< 5 ha), maar hier ook kan worden voorzien in kleinere kavels voor regionale bedrijven, wordt het toevoegen van een bouwvlak van 0,59 hectare in lijn geacht met de afspraken uit het beleidskader, in samenhang bezien met het gestelde onder het kopje Ladder voor duurzame verstedelijking, eerder in dit hoofdstuk. 2.4.3

Structuurvisie Leudal

Op 2 februari 2010 heeft de gemeenteraad van Leudal de 'Structuurvisie Leudal - regie op de toekomst' vastgesteld. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Voor sommige ontwikkelingen zal ze daarbij zelfs initiatiefnemer zijn. Voor andere ontwikkelingen is zij ook afhankelijk van initiatieven van derden. Ontwikkelingen die afbreuk doen aan Leudal wil de gemeente voorkomen.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

17

De structuurvisie blikt vooruit op al deze ontwikkelingen. Welke ontwikkelingen zullen naar verwachting plaatsvinden? En hoe wil de gemeente daarop inspelen? In de structuurvisie ligt de nadruk op de visie van de gemeente op de functionele ontwikkelingen van de diverse, ruimtelijk relevante onderwerpen. Waar liggen voor de gemeente plichten, wat zijn de ambities, waar ziet de gemeente kansen en bedreigingen? Hiermee is de structuurvisie een regie-instrument voor de gang van zaken. Leudal is niet alleen een woongemeente, maar ook zeker een agrarische gemeente. De agrarische achtergrond is ook in de kernen nog terug te vinden. Leudal bestaat uit 16 kernen in een fraai buiten-gebied. De 16 kernen zijn in drie verschillende typen onder te verdelen. De centrumkern is Heythuysen. In Heythuysen zijn de meeste voorzieningen gelegen. Daarnaast zijn een aantal autonome woonkernen aanwezig: Haelen, Horn, Roggel, Neer en Ittervoort. De overige kernen zijn woondorpen.

Verbeelding Structuurvisie Leudal

Op de kaart behorende bij de structuurvisie is het plangebied aangeduid als werkgebied. In de structuurvisie wordt voor wat betreft het beleid voor economie en werkgelegenheid aangegeven dat de kwaliteit in Leudal wordt bepaald door een compleet aanbod voor wonen, werken, voorzieningen en recreatie. De gemeente wil ook een economisch sterke gemeente in de regio zijn. Ruimte voor dynamiek en ruimtelijke ontwikkeling is gericht op het op peil houden van het aantal arbeidsplaatsen in Leudal en een sterke positionering in de regio Midden-Limburg. Ten aanzien van bedrijventerreinen zet de structuurvisie in op het beperken van het toevoegen van nieuwe bedrijventerreinen. De nadruk moet liggen bij het hergebruiken van de bestaande terreinen, waarbij herstructurering of revitalisering wordt toegepast. Als er toch een bedrijventerrein wordt uitgebreid, wordt dit zoveel mogelijk ruimtelijk aangesloten op een bestaand terrein. Afweging Met het toevoegen van een bouwvlak binnen de bestaande begrenzing van bedrijventerrein Haelen wordt er invulling gegeven aan de uitgangspunten van de structuurvisie. Het vormt een uitwerking van de

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

18

grotere revitalisering van het bedrijvenpark Zevenellen en draagt op die manier bij aan een beter vestigingsklimaat voor bedrijven, waarbij de ruimte duurzaam wordt hergebruikt. 2.4.4

Handboek ruimtelijke plannen gemeente Leudal

Omwille van onder meer uniforme planregels en -opzet heeft de gemeente Leudal een handboek opgesteld voor ruimtelijke plannen. Dit bestemmingsplan voor een extra bouwvlak op bedrijventerrein Zevenellen is daarop afgestemd. 2.4.5

Kaderplan bestemmingsplannen bedrijventerreinen Leudal

Vooruitlopend op de daadwerkelijke actualisering van de bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen van de gemeente Leudal, is het 'Kaderplan bestemmingsplannen bedrijventerreinen Leudal' opgesteld. In het op 19 april 2011 vastgestelde 'Kaderplan bestemmingsplannen bedrijventerreinen' zijn de resultaten van de analysefase in het kader van de op te stellen bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen in de gemeente Leudal beschreven en nader uitgewerkt. Hierbij zijn de resultaten van de uitgevoerde gebiedsverkenning samengevat en gewaardeerd. Tevens zijn een aantal onderzoeks- en beleidsaspecten kort beschreven. De analyse heeft vervolgens een aantal vraagpunten opgeleverd, welke zijn aangevuld met vraagpunten uit de workshop-sessie met de ondernemers en Raadscommissie. De concrete inhoudelijke voorstellen aangaande de ontstane vraagpunten zijn in de onderstaande tabel kort samengevat. Deze voorstellen dienen als basis voor de in op te stellen bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen in Leudal.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

19

In afwijking van het kaderplan is tussen de gemeente Leudal en de provincie Limburg ten aanzien van de toegelaten kavelgroottes afgesproken dat de maximale kavelmaat 5.000 m² bedraagt, met uitzondering van bedrijven waarvan de bedrijfskavel op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan reeds groter is dan 5.000 m². Voor deze bedrijven geldt het oppervlak op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan als maximum. Deze regeling geldt echter niet voor Zevenellen, waar het merendeel van de kavels reeds groter is dan 5.000 m2. Bij dit bestemmingsplan wordt aangesloten bij onderliggend bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Haelen', waarbij het bovenstaande kader reeds als uitgangspunt is gehanteerd.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

20

Hoofdstuk 3 3.1

Planomschrijving

Projectkader

Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (OML) herontwikkelt bedrijventerrein Zevenellen te Haelen tot een duurzaam multifunctioneel bedrijvenpark. Het bedrijventerrein was verouderd en de indeling sloot niet meer aan bij de marktvraag. Inmiddels is er een inrichtingsplan opgesteld inclusief een verkavelingsplan. Ter hoogte van kavel I is in het bestemmingsplan geen bouwvlak aanwezig.

Inrichtingsplan DMBZ

Inmiddels heeft de OML principeakkoord verkregen van de gemeente Leudal om ter plaatse het bestemmingsplan aan te passen en een bouwvlak toe te voegen, op de gewenste locatie nabij de kruising Berikstraat - Roermondseweg. Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen (DMBZ) is gelegen aan de Roermondseweg te Haelen. Het terrein met een oppervlakte van circa 38 hectare ligt in het buitengebied van de gemeen-te

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

21

Leudal. Het park biedt ruimte aan bedrijven met activiteiten zoals logistiek, opslag, distributie, circulair en biobased ondernemen. De aanwezigheid van een haven en de centrale ligging bieden tal van mogelijkheden voor ambitieuze bedrijven. Voorheen was het bedrijventerrein in gebruik ten behoeve van elektriciteitsopwekking met de Maas-centrale en de Willem Alexander centrale. De Maascentrale is een voormalige Nederlandse kolenge-stookte elektriciteitscentrale in Buggenum, vlak ten noorden van Roermond. De centrale, die van 1954 tot 1996 in gebruik was, was gelegen langs de rivier de Maas, waarnaar ze was vernoemd. De centrale werd op 20 december 1996 gesloten na 45 jaar. In 1951 werd gestart met de bouw en op 17 december 1954 trad de centrale voor het eerst in werking. De centrale was jarenlang beeldbepalend voor de omgeving met haar drie schoorstenen van 100 en 125 meter hoog. In 2006 is begonnen met de sloop van de centrale en de sanering van het terrein. Het project is in 2011 afgerond. Vlak naast de Maascentrale werd in 1994 door het bedrijf Demkolec de nieuwe Willem Alexander Centrale in werking gesteld, de eerste kolenvergassingscentrale ter wereld. In 2013 heeft NUON besloten de centrale te sluiten.

Sindsdien is het terrein opgeruimd, gesaneerd en gestart met een nieuw toekomstperspectief voor het gehele terrein, resulterend in het inrichtingsplan, zoals te zien hierboven. De inrichtingstekening is zo opgezet, dat zoveel mogelijk het bestaande, onderliggende bestemmingsplan uit 2014 van kracht kan blijven. Echter, ter plaatse van kavel 1, met een oppervlakte van 0,59 hectare, ontbreekt een bouwvlak. Om hier toch bedrijfsvestiging mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 3.760 m2.

3.2

Situering plangebied

Het bedrijventerrein Haelen (bestaande uit Windmolenbos en Zevenellen) is gelegen in het westen van de gemeente Leudal, ten zuiden van de kernen Buggenum en Haelen, met aan de oostzijde het Lateraalkanaal Linne-Buggenum. Rond het bedrijventerrein zijn voornamelijk agrarische gronden gelegen.

Ligging plangebied en omgeving

Op de bovenstaande afbeelding is het plangebied rood omkaderd en in een breder ruimtelijk verband te zien. Kavel 1, waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft, is gesitueerd aan de westzijde van bedrijventerrein Zevenellen. Op de hoek van de Roermondseweg en de Berikstraat is het nieuwe kavel

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

22

gesitueerd. Volgens de straatnamenkaart zijn er twee straten met de naam Berikstraat, die beide op de Roermondseweg aantakken, op een onderlinge afstand van 360 meter. Kavel 1 is gesitueerd ten zuiden van de zuidelijkste aansluiting van de Berikstraat op de Roermondseweg. Aan de overzijde van de Roermondseweg, op zo`n 50 meter van het plangebied, zijn enkele woningen gelegen in het lint.

De woningen links en het plangebied rechts

Het perceel waar het bouwvlak wordt geplaatst op de kruising Berikstraat (l) en Roermondseweg (r)

Zoals op bovenstaande afbeeldingen is te zien, is het plangebied momenteel in gebruik als grasland. In het noordoosten van het perceel loopt een hoogspanningsleiding (150 kV) in beheer van Tennet. Aan de straatzijde is een bushalte gelegen. De Roermondseweg kent ter plaatse een maximum snelheid van 80 kilometer per uur. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich twee kleinschalige bedrijfspanden, gericht op de sector dienstverlening. Ten westen van het plangebied zijn, aan de achterzijde van de woningen aan de Roermondseweg, de bedrijfspercelen gelegen van bedrijventerrein Windmolenbos. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Berikstraat, ten noorden waarvan de uitgeefbare kavelnummers 14, 15 en 16 van Zevenellen zijn gelegen. Op de onderstaande luchtfoto is het plangebied en de omgeving weergegeven.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

23

Luchtfoto plangebied

Luchtfoto plangebied en omgeving t.o.v. Zevenellen (r ) en Windmolenbos (l)

3.3

Nieuw bestemmingsplan

Met dit nieuwe bestemmingsplan worden eigenlijk alle bestaande bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen in stand gelaten, met de toevoeging van een bouwvlak tussen de hoogspanningsverbinding en de gasleiding. Aangezien het bouwvlak aanzienlijk dichter bij de woningen wordt gesitueerd, is de toegestane bedrijfscategorie verlaagd van 4.2 naar 3.1. Daarbij is voor het bouwvlak een maximum bebouwingspercentage van 80% opgenomen en geldt een maximale bouwhoogte van 12 meter. De regels van het bestemmingsplan zijn overgenomen uit het onderliggende bestemmingsplan.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

24

Uitsnede bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Haelen'

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

25

Hoofdstuk 4 4.1

Randvoorwaarden

Milieu

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de verschillende onderzoeks- en milieuaspecten, zoals bodem, water, luchtkwaliteit, externe veiligheid, geluid, ecologie, natuur en archeologie. 4.1.1

Bodem

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient, in geval van incidentele bouwlocaties, aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemmingen. Bij de daadwerkelijke invulling van nieuwe bouwmogelijkheden dient de kwaliteit van de bodem door middel van een bodemonderzoek, opgesteld volgens de daarvoor geldende normen, te worden onderzocht. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bodemfunctie niet gewijzigd. Desondanks is vooronderzoek bodem uitgevoerd om aan te kunnen tonen dat bodem geschikt is voor de beoogde situatie. Het vooronderzoek bodem is uitgevoerd door Aeres Milieu B.V. Het volledige rapport is als bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hierna wordt volstaan met een samenvatting. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek en de veldinspectie kan de onderzoekslocatie als "onverdacht" worden beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht). Als de bodem van de locatie op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek "onverdacht" lijkt, dan kan in principe een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 achterwege blijven. In plaats van een bodemonderzoek uit te moeten voeren kan dan gebruik gemaakt worden van de gegevens zoals vastgelegd in de bodemkwaliteitskaart van de gemeente.

Het is nadrukkelijk de keuze van de initiatiefnemer of hij gebruik maakt van de bodemkwaliteitskaart of dat hij toch een bodemonderzoek laat uitvoeren. Voordat hij deze keuze maakt zal hij zich moeten vergewissen van de voor en nadelen en de eventuele risico's. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Geadviseerd wordt om vrijkomende grond te keuren conform het Besluit Bodemkwaliteit. 4.1.2

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan opgenomen in de Wet milieubeheer (Wmb), hoofdstuk 5. Artikel 5.16 geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden mogen uitoefenen. Als aan minimaal een van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Het besluit NIBM

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

26

Deze AMvB legt vast wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. Deze grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (zwevende deeltjes - PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof als NO2. De ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt valt niet binnen de categorieën die staan genoemd in het Besluit NIBM (inrichtingen, infrastructuur, kantoren, woningen). Dreigende overschrijding? Aangezien het plan niet op voorbaat is toe te staan via het NSL of het Besluit NIBM, moet gekeken worden of er ter plaatse sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en de bijdrage van het project aan de concentraties relevante stoffen. Hiervoor is gekeken naar de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland en de luchtkwaliteitsindex van Luchtmeetnet, onderdeel van de Atlas leefomgeving van het RIVM.

Stof

Waarde 2020 (gegevens 2019)

Stikstofdioxide NO2

10 tot 15 microgram/m3

Fijnstof PM10

<18 microgram/m3

Fijnstof PM2,5

10 tot 12 microgram/m3

Ozon O3

40 tot 45 microgram/m3

Op basis van deze metingen is sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. De kwaliteit van de lucht kan ter plaatse worden aangemerkt als goed. Kijkend naar de toegestane milieucategorie en oppervlakte van het bouwvlak, kan met een aan zekerheid grenzende mate van waarschijnlijkheid worden gesteld dat een bedrijfsvestiging niet leidt tot een dreigende overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Het project kan doorgang vinden op grond van artikel 5.16 lid 1, aanhef en onder a. 4.1.3

Geluid

Wegverk eerslawaai Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) is het noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan de akoestische situatie (bij nieuwe geluidgevoelige objecten). Voor wegen die deel uitmaken van een 30 km-gebied geldt dat akoestisch onderzoek in principe niet hoeft te worden uitgevoerd. Door Kragten is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige rapport is als bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hieronder wordt volstaan met een samenvatting. Voor de verkeersaantrekkende werking is aansluiting gezocht bij de CROW publicatie "Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen" in een niet stedelijk gebied in de rest van de bebouwde kom / buitengebied. Volgens de regels bij bestemmingsplan Zevenellen, kavel 1 is de kavel onder meer bestemd voor productiegebonden detailhandel (met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen), grove bouwmaterialen (géén bouwmarkt) en kantoorfuncties, direct gekoppeld aan productie-, handels-, distributie- en vervoersbedrijven. Om die

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

27

reden worden de CROW-kentallen gehanteerd voor "bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief" (industrie, laboratorium, werkplaats). Op basis hiervan wordt uitgegaan van gemiddeld 10 voertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 b.v.o. Voor 4.800 m2 b.v.o. betekent dit 480 mvt/etm. De verdeling dag-, avond- en nachtperiode alsmede de verdeling over de verschillende voertuigcategorieën wordt ontleend aan gegevens uit het programma VI lucht en geluid. Bijlage B3 bij deze notitie geeft de bepaling van het aantal voertuigbewegingen. De geluidbelasting (Lden) vanwege de verkeersaantrekkende werking van kavel 1 bedraagt ten hoogste 51 dB. In vergelijking tot de geluidbelasting vanwege het reguliere verkeer (62 dB) is dit een niet relevante bijdrage. Het verkeer komende van en gaande naar kavel 1 is daarmee niet akoestisch herkenbaar en vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Industrielawaai Door Kragten is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Het volledige rapport is als separate bijlage toegevoegd aan deze toelichting. Hieronder wordt volstaan met een samenvatting. De exacte indeling van noch de uit te voeren activiteiten op de betreffende kavel zijn op dit moment niet bekend. Om die reden wordt voor te verwachten geluidproductie gebruik gemaakt van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" uit 2009.

Deze publicatie geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft deze publicatie richtafstanden voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het lokale omgevingstype. De publicatie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt op basis van vaste jurisprudentie een goed vertrekpunt voor deze beoordeling. Voor de beoordeling van een goede inpassing wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypes. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert, zijn enerzijds "rustige woonwijk en rustig buitengebied" en anderzijds "gemengd gebied". Gezien de omgeving (bedrijventerrein) wordt in deze situatie uitgegaan van een gemengd gebied. Voor een milieucategorie 3.1 in een gemengd gebied hanteert genoemde publicatie een richtstafstand van 30 m. Overeenkomstig de VNG-publicatie bedraagt de geluidbelasting vanwege een bedrijf met milieucategorie 3.1, ongeacht het omgevingstype, 45 dB(A) op een afstand van 30 meter, gemeten vanaf elk willekeurig punt vanaf de grens van de kavel. Uit de berekeningen blijkt dat op elk immissiepunt in de omgeving de geluidbelasting vanwege een milieucategorie 3.1-bedrijf minder bedraagt dan toegestaan volgens het zonemodel. Het aspect geluid industrielawaai vormt daarmee geen belemmering van dit plan.

Afweging Het aspect 'geluid' vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. Daarnaast is Bedrijventerrein Zevenellen, waarbinnen onderhavig initiatief is gelegen, een gezoneerd bedrijventerrein. In bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Haelen' is een zonebeheerplan opgenomen. Aan dit beheerplan moet het toekomstige bedrijf voldoen. Het toekomstige bedrijf zal middels een akoestisch onderzoek en een toets aan het zonemodel aan moeten tonen dat wordt voldaan aan het zonebeheerplan.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

28

4.1.4

Bedrijven en Milieuzonering

Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan dit gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, is gebruik gemaakt van de VNG- publicatie "Bedrijven en milieuzonering" uit 2009. De grootste afstand van de milieucomponenten (geluid, geur, stof, gevaar) vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elke bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld.

De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand: categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning of andere milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren.

Afweging De richtafstanden volgens de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 april 2014. Onderhavig bestemmingsplan ziet op het toevoegen van een bouwvlak. De perceelsgrens van het bestemmingsvlak wijzigt niet. Vanuit het oogpunt van milieuhygiëne bestaan er derhalve geen problemen. Desalnietemin dient een zonetoets uitgevoerd te worden. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.1.3 'Geluid'.

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

29

4.1.5

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit de Wet Basisnet, de Regeling Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het besluitgebied ten gevolge van handelingen en vervoer met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

PR Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.

GR Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). In het Bevi is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico zodra het plan in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit. Deze verantwoordingsplicht geldt alleen bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde of bij een toename van het groepsrisico. Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen, zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio.

Over elke overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of toename van het groepsrisico moet verantwoording worden afgelegd (de zogeheten verantwoordingsplicht). Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer/ veiligheidsregio. Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Kwetsbare objecten zijn onder andere woningen en scholen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels, sporthallen, speeltuinen, kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden.

Afweging

bestemmingsplan Berikstraat-Roermondsew eg Zevenellen

30

Uitsnede risicokaart plangebied en omgeving (plangebied groen omkaderd) Rondom het plangebied zijn enkele risicovolle inrichtingen gelegen. Het betreft de volgende inrichtingen: Gasontvangstation van de Gasunie, op het terrein Windmolenbos aan de Windmolenven, met een PR-contour van 15 meter. Gasontvangstation van de Gasunie, op het terrein Zevenellen aan de Roermondseweg 55 met een PR-contour van 20 meter. Een bovengrondse propaantank op het terrein van Nuon Power Buggenum BV, met een Pr-contour van 20 meter. De N273, de spoorlijn en de gasleidingen hebben geen 10-6 contour. In de uiterwaarden van de Maas (hoofdvaarroute) geldt verder een plasbrandaandachtsgebied van 25 meter. Deze transportroutes zijn dus niet van invloed op het plangebied ten aanzien van het PR. Door Kragten is een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico's van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan. Het volledige rapport is als separate bijlage aan deze toelichting toegevoegd. Hieronder wordt volstaan met een samenvatting. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding (Z-513-01 deel 1). Onderzocht is of deze buisleiding een belemmering vormt voor het plangebied. Tevens is bepaald welke effecten het plan heeft op de hoogte van het groepsrisico van de betreffende buisleiding.

De berekeningen hebben overeenkomstig de voorschriften plaatsgevonden met het rekenprogramma CAROLA. Het plangebied is derhalve niet gelegen binnen een plaatsgebonden 10-6-risicocontour van een buisleiding. Het plangebied is wel gelegen binnen de 100%-letaliteitsafstand voor externe veiligheid van buisleiding Z-513-01 deel 1, zodat de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico voor deze buisleidingen is bepaald. Voor de buisleidingen is de hoogte van het groepsrisico zowel vóór als ná planrealisatie berekend. Uit deze berekeningen blijkt dat het groepsrisico in zowel de huidige als de toekomstige situatie minder dan 10% van de oriëntatiewaarde bedraagt. In artikel 12 lid 3 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen juncto artikel 8 van de Regeling externe

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=8abd6c56-2bfb-4161-ba23-c5869ed1be44