Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Heverstraat 9c Roggel Gemeente Leudal
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Heverstraat 9c Roggel Gemeente Leudal
IDN-nummer:
NL.IMRO.1640.BP22RoHeverstr9c-VG01
Status:
vastgesteld
Datum:
7 november 2023
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
5 6 6 7 8 8
Aanleiding Plangebied Vigerende bestemmingsplan Beleidsuitgangspunten Juridische planvorming Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Gebiedsprofiel en besluitprofiel
9
2.1 2.2 2.3
9 9 10
Gebiedsprofiel Besluitprofiel Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten
Hoofdstuk 3 Beleidskader
13
3.1 3.2
Rijksbeleid Provinciaal beleid
13 14
3.3 3.4
Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
18 18
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
21
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
21 21 29 30 33 33 33 35
Inleiding Milieu Archeologie en cultuurhistorie Ecologie Leidingen en infrastructuur Verkeerskundige aspecten Water m.e.r.-beoordeling
Hoofdstuk 5 Juridische opzet
37
5.1 5.2 5.3
37 37 37
Planonderdelen Toelichting op de verbeelding Toelichting op de planregels
Hoofdstuk 6 Haalbaarheid
41
6.1 6.2 6.3
41 41 41
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid Handhaving
Hoofdstuk 7 De procedure
43
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
3
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6
De te volgen procedure Kennisgeving Overleg ex artikel 3.1.1. Omgevingsdialoog Inspraak Ontwerp en vaststelling
43 43 43 43 44 44
Toelichting
4
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van één vrijstaande woning tussen Heverstraat 9 en 11 te Roggel, gemeente Leudal. De ontwikkeling vindt plaats op een gedeelte van het perceel, kadastraal bekend als Roggel, sectie G, nummer 2364 gelegen aan de Heverstraat. Middels de herziening van het vigerende bestemmingsplan wordt dit juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
Omgeving plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van één vrijstaande woning. Deze ontwikkeling is niet rechtstreeks mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016' (vastgesteld op 04 september 2019). De grond kent op basis van dit bestemmingsplan namelijk de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1'. Het gebruik van de gronden voor woondoeleinden is zodoende formeel gezien niet toegestaan. In het vigerende bestemmingsplan zijn hiervoor geen afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden opgenomen. De ontwikkeling van de woning is wel mogelijk, wanneer er een herziening van het bestemmingsplan plaatsvindt (conform artikel 3.1 Wro). In het nieuwe voorliggende bestemmingsplan wordt de nieuwe bestemming 'Wonen' voor de gronden wettelijk geregeld. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en deze toelichting. Het plangebied kent tevens de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5' en de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - boringsvrije zone' en 'overige zone - kernrandzone' en (gedeeltelijk) 'overige zone - landschappelijke elementen' (voorzijde). De gemeente Leudal en Nunhems Netherlands bv zijn in maart 2014 een anterieure overeenkomst aangegaan met betrekking tot de uitbreiding van Nunhems Netherlands bv.
In deze overeenkomst is ( onder artikel 8.2) opgenomen dat, zodra de woning gelegen aan de Napoleonsweg 151 te Nunhem daadwerkelijk is gesloopt, de gemeente Leudal zich inspant om medewerking te verlenen om in het buitengebied van Leudal een vervangende locatie te realiseren voor de bouw van één woning. In dat kader wordt dit woningcontingent nu ingezet voor deze ontwikkeling.
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
5
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Heverstraat ongenummerd (naast nummer 11) te Roggel, ter plaatse die momenteel agrarisch in gebruik zijn ls weiland. Het betreft een gedeelte van het perceel, kadastraal bekend als Roggel, sectie G, nummer 2364. Het toekomstige woonperceel heeft een omvang van 28 bij 36 meter en daarmeee een oppervlakte van ongeveer 1.000 m2. In de navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied aan de Heverstraat globaal weergegeven.
Begrenzing plangebied op perceel 2364 (28 bij 36 meter)
1.3
Vigerende bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016', zoals vastgesteld door de gemeente Leudal op 4 september 2019. Conform het geldend bestemmingsplan is voor het plangebied de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1' in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' van kracht. Daarnaast zijn de gebiedsaanduidingen 'milieuzone - boringsvrije zone', 'overige zone - kernrandzone' en 'overige zone - landschappelijke elementen' van toepassing.
6
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016' met begrenzing plangebied (rood kader)
Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1' is de realisatie van een woning planologisch-juridisch gezien niet mogelijk,. Deze gronden zijn enkel bestemd voor agrarisch grondgebruik. Om de realisatie van de nieuwe woning mogelijk te maken en het plangebied als woonlocatie in gebruik te nemen dient derhalve het bestemmingsplan te worden herzien. Daarnaast zijn ook twee paraplubestemmingsplannen 'Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners' (vastgesteld 13 juli 2021) en 'Duurzame energie' (vastgesteld 27 april 2020) van kracht. Echter deze paraplubestemmingsplan zijn verder niet van toepassing op onderhavig planvoornemen aangezien regelingen uit het bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016' komen te vervallen. De paraplubestemmingsplan hierdoor dan ook geen belemmering aangezien deze regelingen in onderhavig bestemmingsplan niet meer zijn opgenomen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de herziening van het vigerend bestemmingsplan waarmee de voorgenomen bouw van een vrijstaande grondgebonden woning op een woonperceel van ongeveer 1.000 m2 mogelijk wordt gemaakt.
1.4
Beleidsuitgangspunten
Om het ruimtelijk beleid voor het buitengebied van de gemeente Leudal vast te leggen zijn beleidsuitgangspunten vastgelegd. In plaats van alleen te regelen en te toetsen wat wel en niet mag, wordt gekeken naar de kwaliteit die met een bepaalde keuze bereikt kan worden. Wil een initiatiefnemer toestemming krijgen om zijn plannen te verwezenlijken dan moet in ruil daarvoor de kwaliteit van de omgeving versterkt worden. Dit heeft enerzijds plaatsgevonden door een kwaliteitsbijdrage in de vorm van de sloop van een bestaande woning aan de Napoleonsweg 151 te Neer en anderzijds door de landschappelijke inpassing van het nieuwe woonperceel van de te realiseren woning (zie paragraaf 2.3).
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
7
1.5
Juridische planvorming
Dit bestemmingsplan is een zogenaamd ontwikkelinggericht bestemmingsplan om de realisatei van een grondgebonden vrijstaande woning planologisch-juridisch mogelijk te maken. De keuze in gedetailleerdheid uit zich vooral in de verbeelding, waar op perceelsniveau door middel van bouwvlak is aangegeven waar de woning gebouwd mag worden. Op deze wijze worden de maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden gegeven waarbij de belangen van omliggende functies vooraf zijn meegewogen. Onderhavig bestemingsplan vervangt, na vaststelling en inwerkingtreding, het bestemmingsplan 'Reparatieen veegplan Buitengebied Leudal 2016'.
1.6
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. Hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie en de planbeschrijving van de ontwikkeling weergegeven. In hoofdstuk 3 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op onderhavig plangebied. In hoofdstuk 4 volgt de toetsing van de milieu- en overige sectorale aspecten ten aanzien van de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 worden de planstukken beschreven en in hoofdstuk 6 is weergegeven hoe de gemeente Leudal omgaat met handhaving van de regels in dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 volgt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de procedure beschreven.
8
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsprofiel en besluitprofiel
Gebiedsprofiel
Het plangebied is gelegen aan de noordoostzijde van de kern van Roggel, gemeente Leudal. Het plangebied is aan de zuid- en westzijde gelegen aan agrarische gronden. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een woonbestemming (huisnummer 11). Ten noordwesten van het plangebied is op ca. 35 meter afstand van de perceelgrens een bedrijvensbestemming gelegen waar een tuincentrum is gevestigd. Aan de oostzijde grenst het plangebied direct aan de Heverstraat. Verder ligt ten zuiden van het plangebied de brandweerkazerne. De directe omgeving rondom het plangebied bestaat verder overwegend uit agrarische percelen, woningen en enkele bedrijven. Het plangebied is net buiten de grens van de kern Roggel en het buitengebied gelegen. Het plangebied zelf bestaat op dit moment uit agrarische gronden. Het plangebied is geheel onbebouwd en er is geen beplanting of begroeiing aanwezig.
Luchtfoto met ligging plangebied (rode contour)
2.2
Besluitprofiel
Concreet houdt het planvoornemen in dat het perceel 2364 (Heverstraat naast nr. 11 te Roggel) gedeeltelijk wordt bestemd als 'Wonen' met bijbehorend bouwvlak met maatvoering (vrijstaand, maximum aantal wooneenheden en maximale bouwhoogte) om de realisatie van een vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken planologisch-juridisch mogelijk te maken. De toekomstige woning wordt daarbij gesitueerd in de zelfde voorgevelrooilijn als de naastgelegen woning (nummer 11). Het bestemmingsvlak krijgt een afmeting van 28 x 36 meter en het bouwvlak een afmeting van 22 x 12,5 meter. De afstand van het bouwvlak tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt aan weerzijden minimaal 3 meter. De ontsluiting c.q. inrit is voorzien aan de noordzijde van het perceel, tussen de nieuwe woning en nummer 11. Tevens wordt de aanduiding 'overige zone – landschappelijke elementen' aan de voorzijde van het perceel gerespecteerd. Daarnaast zal in de nodige landschappelijke inpassing worden voorzien middels het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan, zoals omschreven in paragraaf 2.3. Dit zal als voorwaardelijke
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
9
verplichting onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan.
2.3
Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten
Aangezien het plangebied nabij de woonkern van Roggel is gelegen en 'geclusterd' wordt aan de naastgelegen woning (nummer 11), past de woningbouwlocatie vanuit stedenbouwkundig en functioneel oogpunt binnen de omgeving. Er zal slechts sprake zijn van de inzet van een bouwtitel van Nunhem om de realisatie van één vrijstaande woning op de grens van de bebouwde kom en het buitengebied van Roggel, qua woningbouwcontingent, mogelijk te maken. Gezien de kleinschaligheid van het planvoornemen zal er geen sprake zijn van negatieve ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten. De situering en uitstraling van de woning sluit aan op de bebouwingsstructuur van de omliggende percelen. Ruimtelijk en functioneel gezien past de ontwikkeling goed binnen de omgeving, aangezien ten noorden en zuiden van het plangebied reeds verschillende clusters van burgerwoningen zijn gelegen. De nieuwe woning wordt aan de hand van een landschappelijk inpassingsplan ingepast binnen het landschap. Hierbij staat het behoud van de kernkwaliteiten van het omliggende landschap centraal. De volledige landschappelijke inpassing is opgenomen in Bijlage 1. Naast de kwaliteitsbijdrage in de vorm van de sloop van een bestaande woning aan de Napoleonsweg 151 te Neer wordt het woonperceel landschappelijk ingepast.
Deze landschappelijke inpassing en vormgeving van het beoogde (woon)perceel aan de Heverstraat 9c (naast nummer 11) richt zich op de overgang van de te realiseren vrijstaande woning naar het omliggende landschap c.q. aangrenzend weiland (restant perceel) en de openbare weg. Om het planvoornemen mogelijk te maken zijn een aantal (landschappelijke)l inrichtingsmaatregelen voorgesteld, welke op basis van het planvoornemen, de gestelde kaders, kennis van het landschap en de betreffende locatie zijn vormgegeven. Onderstaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie.
Landschappelijke inpassing (woon)perceel Heverstraat 9c Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1.
10
aanplant lage beukenhaag;
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
2. 3. 4. 5.
aanplant struweelhaag met inheemse bomen; aanleg zaksloot met natuurlijke oever; aanplant gebiedseigen boom (1 stuks); aanplant beukenhaag op eigen grond langs de gehele lengte of ter vervanging van de bestaande taxushaag op de perceelsgrens
Aanplant lage beukenhaag (1, 5) Op de hoek van de nieuwe perceelsgrenzen, ter hoogte van de woning aan de voorzijde en zijkant, wordt voorzien in een beukenhaag, waardoor het beoogde (woon)perceel hier duidelijk begrensd wordt en er sprake is van een duidelijk afscheiding tussen de nieuwe woning en de aangrenzende weg en weiland. Er wordt voorzien in een lage beukenhaag (hoogte max. 1,25 meter). Hierdoor krijgt het (woon)perceel een duidelijk groen kader vanuit de Heverstraat gezien passend in dit straatbeeld. Tevens wordt voorzien in een beukenhaag op eigen grond langs de gehele lengte of ter vervanging van de bestaande taxushaag p de perceelsgrens met nummer 11. Deze beukenhaag zal een hoogte hebben van 2,0 meter.
Aanplant struweelhaag met inheemse bomen (2) In aansluiting op de beukenhaag wordt aan de zijkant (zuidzijde) voorzien in een houtwal met een breedte van 6 meter. De aanplant van deze struweelhaag bestaat uit gebiedseigen beplanting. Hierbij moet gedacht worden aan sleedoorn, spaanse aak, hazelaar, rode kornoelje, wilde liguster een eenstijlige meeidoorn. De struweelhaag wordt gecombineerd met 9 inheemse bomen van de soorten gewone beuk, linde en zoete kers. Door de aanleg van deze houtwal krijg de perceelsgrens hier een meer robuuste uitstraling, komende vanuit de kern Roggel. Hiermee wordt (enigszins) aangesloten bj de aanwezige bosschages in de omgeving.
Aanleg zaksloot met natuurlijke oever (3) De verwachte bergingsopgave is totaal (472,5 m2 x 0.1 (bergingseis waterschap 100 mm)=) 47,5 m3. Aan de achterzijde van het beoogde (woon)perceel, op de overgang naar het (bestaande) weiland is een zaksloot met natuurlijke oever voorgesteld van ongeveer 110 m2 met een diepte van ongeveer 0,5 meter en een talud van 1:2. De bergingscapaciteit is hierdoor ongeveer 50 m3. Op deze manier wordt voorzien in voldoende bergingscapaciteit. Het hemelwater wordt op deze wijze op natuurlijke wijze opgevangen en zal zo vertraagd naar de bodem worden afgevoerd. Een alternatief voor de aanleg van de wadi is het ingraven van zogenaamde ondergrondse putten waarin het hemelwater kan worden opgevangen met een minimale capaciteit van 50 m3. Vanuit deze putten kan het hemelwater dan infiltreren in de bodem.
Aanplant gebiedseigen sierboom 1 stuks (4) Op het achterterrein, in de tuin, worden 1 solitaire gebiedseigen sierboom / okkernoot 1) centraal op het perceel tussen de garage/berging en de struweelhaag. Door voldoende afstand aan te houden heeft deze boom voldoende uitgroeimogelijkheden. Hiermee draagt deze boom eventueel bij als lijnvormige beplanting aan foerageer gebied van de vleermuis. Voorgesteld sortiment: walnoot.
Aangezien de nieuwe vrijstaande woning 'geclusterd' wordt met de bestaande vrijstaande woning op nummer 11 in combinatie met de landschappelijke inpassing is sprake van een geleidelijke transitie van het verstedelijkt gebied (bebouwde kom Roggel) naar het aangrenzende landelijk gebied. De Heverstraat vormt daarbij een uitloop van bebouwing richting de Heldensedijk en tevens de entree richting de kern.
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
11
De bouwmassa van de woning (maximaal 22 bij 12,5 meter) sluit dan ook goed aan op de omliggende stedenbouwkundige structuur.
12
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstigbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 5. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 6. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 7. Afwentelen wordt voorkomen. Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven.
De locatie bevindt zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. Het planvoornemen vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. Gevolg planvoornemen Onderhavig planvoornemen bestaat uit de realisatie van één vrijstaande woning. Hiervoor wordt een woningcontingent van Nunhem (Napoleonsweg 151 Nunhem) ingezet, waardoor het woningsaldo gelijk blijft. Hiervoor is een koopovereenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer Nunhems b.v. Op basis hiervan heeft de gemeente Leudal hieaan principemedewerking verleent. Er zijn hiermee geen nationale belangen uit de NOVI in het geding. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen.
De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Gevolg planvoornemen Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van de
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
13
ontwikkeling geen gevolgen voor het planvoornemen. 3.1.3 Barro (Ladder voor duurzame verstedelijking) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). Per 1 juli 2017 is een wijziging vaan de Ladder toegevoegd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte.
Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Gevolg planvoornemen De voorliggende ontwikkeling betreft geen 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro. Er vindt namelijk geen effectieve toename plaats van minimaal 12 woningen. Er is slechts sprake van de realisatie van één vrijstaande woning, waarvoor het woningcontingent van de Napoleonsweg 151 te Nunhem wordt ingezet. Het aantal woningen blijft per saldo hiermee gelijk (1 erbij en 1 eraf). Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is zodoende niet aan de orde.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg een provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL 2014)’. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd.
Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale
14
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. 'Limburgse principes' Volgens de 'Limburgse principes' ligt het plangebied in de zone 'Buitengebied'. Het buitengebied omvat alle gronden in het landelijk gebied die niet behoren tot het 'natuurnetwerk' en de 'groenblauwe mantel'. Deze zone omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, glastuinbouwgebieden, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, stadsrandzones tot linten en cluster van bebouwing. Het beleid is gericht op (1) ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties landbouw, (2) terugdringen milieubelasting vanuit landbouw en (3) kwaliteit en functioneren ondergrond.
'Limburgse principes'
Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
15
daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten.
Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Gevolg planvoornemen De realisatie van van één vrijstaande woning in combinatie met landschappelijkee inpassing, als onderdeel van een bebouwingslint, is passend binnen de zone 'buitengebied'. Met de realisatie van de woning wordt een kwalitatief hoogwaardige woning toegevoegd aan de woningvoorraad, waarbij sprake is van 1 woning erbij en 1 woning er af door de inzet van het woningcontingent Napoleonsweg 151 Nunhem. Een verouderde vrijstaande woning wordt daarmee vervangen door een (levensloopbestendige) vrijstaande woning, die voldoet aan de eisen en wensen van deze tijd. Hiermee is onderhavig planvoornemen in lijn met de Provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2 Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 Gelijktijdig met het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Daarin heeft de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid uit het POL2014 plaatsgevonden. Hoewel in oktober 2021 inmiddels de nieuwe Provinciale Omgevingsvisie Limburg is vastgesteld en voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in op 1 januari 2024 ook de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is vastgesteld (17 december 2021, geldt vooralsnog de Omgevingsverordening Limburg 2014.
De nieuwe verordening treedt pas in werking na bekendmaking, hetgeen wordt gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op dat moment vervalt de Omgevingsverordening Limburg 2014.
16
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
Uitsnede Kaart 'Ruimte' Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg Het plangebied is op basis van de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Limburg gelegen binnen het landelijk gebied. Onderhavig planvoornemen bestaat uit de realisatie van één vrijstaande woning. Hiervoor wordt een bouwtitel van Nunhem ingezet, waardoor het woningsaldo gelijk blijft. Hiervoor is een koopovereenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer Nunhems b.v. Op basis hiervan heeft de gemeente Leudal hieraan principemedewerking verleent. Het planvoornemen wordt tevens landschappelijk ingepast, Bijlage 1. Hierom vormt de ligging binnen het landelijk gebied geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
Uitsnede 'Kaart Milieubeschermingsgebieden' Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg Het plangebied is op basis van de Omgevingsverordening Limburg gelegen in de Boringsvrije zone Roerdalslenk III. Het is in het gebied Roerdalslenk verboden een boorput of een bodemenergiesysteem te maken of te hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 80 meter in zone III tot aan de Bovenste Brunssumklei dient vier weken tevoren schriftelijk te worden gemeld aan gedeputeerde staten. Gezien het feit dat geen diepe grondboringen zijn voorzien binnen onderhavig plan, vormt het initiatief geen belemmering voor de boringsvrije zone Roerdalslenk III.
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
17
Voor het overige ligt het plangebied niet binnen milieubeschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Gevolg planvoornemen Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de geconsolideerde Omgevingsverordening die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. Gelet hierop is het planvoornemen in lijn met de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Limburg 2014.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 - 2025 Midden-Limburg is het Verbindend hart van Limburg, waar wonen aantrekkelijk is. De kwaliteit van het wonen is hoog. Toch zijn er op het gebied van wonen uitdagingen: het (laten) bouwen van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. Maar ook de bestaande woningen moeten duurzamer en levensloopbestendiger worden. In deze Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 (verder: Structuurvisie Wonen 2022) wordt ruimte gemaakt om te bouwen voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment. Daarnaast is er aandacht voor transformatie/herstructurering. Zo houden we de leefbaarheid op peil en bieden we een thuis voor (toekomstige) inwoners. Gevolg planvoornemen Onderhavig planvoornemen bestaat uit de realisatie van één vrijstaande woning. Hiervoor wordt een bouwtitel van Nunhem ingezet. waardoor het woningsaldo gelijk blijft. Hiervoor is een koopovereenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer Nunhems b.v. Op basis hiervan heeft de gemeente Leudal hieraan principemedewerking verleent. Verdere toetsing aan de 'Regionale Ontwerp Structuurvisie Wonen Midden-Limburg' is dan ook niet nodig.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Leudal - 'Regie op de toekomst' Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Voor sommige ontwikkelingen zal ze daarbij zelfs initiatiefnemer willen zijn. Voor andere ontwikkelingen is zij ook afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties, instellingen, en burgers. Ontwikkelingen die afbreuk doen aan de toekomst van Leudal wil de gemeente waar mogelijk voorkomen. In de structuurvisie ligt de nadruk op de visie van de gemeente op de functionele ontwikkelingen van de diverse, ruimtelijk relevante onderwerpen. Waar liggen voor de gemeente plichten, wat zijn de ambities, waar ziet de gemeente kansen en bedreigingen? En onder welke criteria zijn ontwikkelingen mogelijk? Hiermee is de structuurvisie een regie-instrument voor de dagelijkse gang van zaken. Binnen de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren.
Uitgangspunt voor het beleid ten aanzien van wonen is dat, in het kader van de leefbaarheid, de veranderingen in de aard en omvang van de woningvoorraad niet geënt worden op de kwantiteit van de voorraad, maar op de kwaliteit van de voorraad. Door in te zetten op kwaliteit wil de gemeente een woningvoorraad bieden die bijdraagt aan de sociale binding van mensen met de gemeente, maar die ook afgestemd is op en bijdraagt aan de verschillende ruimtelijke karakteristieken van de afzonderlijke kernen en het buitengebied.
18
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
Ontwikkelingen in de woningmarkt moeten de maatschappelijk hoog gewaardeerde woonkwaliteiten van Leudal, veel laagbouw en het dorpse karakter, behouden en waar mogelijk versterken. Voor het buitengebied richt het beleid zich op het duurzaam behouden van de kernwaarden van de natuurgebieden en het (cultuur)landschap en het tegelijkertijd versterken van de gebruiks- en belevingswaarden voor de inwoners van Leudal en voor bezoekers van de gemeente. Gevolg planvoornemen Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van één kwalitatief hoogwaardige woning, waarbinnen de groene invulling middels beplanting een grote rol speelt. Door middel van de landschappelijke inpassing worden de bestaande landschapskwaliteit gewaarborgd en waar mogelijk versterkt. De belevingswaarden voor de inwoners van Leudal worden door de aantrekkelijke landschappelijke inpassing eveneens gewaarborgd. Hiermee sluit het initiatief aan op de doelstelling om in te zetten op de kwaliteit van de woningvoorraad en niet de kwantiteit. De ontwikkeling is hiermee passend binnen de 'Structuurvisie Leudal Regie op de toekomst'. 3.4.2 Nota Kwaliteit In de 'Structuurvisie Leudal' is de 'Nota Kwaliteit' opgenomen. De laatste actualisatie van de Nota Kwaliteit dateert van 3 september 2013. De Nota Kwaliteit bevat beleid over het kwaliteitsmenu en het groenfonds.
Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen, zoals bijvoorbeeld woningbouwplannen of uitbreiding van bedrijven komt nadat een planologische afweging is gemaakt of een bepaalde ontwikkeling aanvaardbaar is op een bepaalde locatie een kwaliteitsbijdrage in beeld. Het kwaliteitsmenu van de provincie (uitgewerkt in verschillende modules) geldt hierbij als een minimumvereiste. Landschappelijke inpassing van de locatie van een initiatief vormt altijd een voorwaarde naast de kwaliteitsverbeterende maatregel of een bijdrage in het groenfonds. Gevolg planvoornemen Bij wijze van uitzondering is de initiatiefnemer van onderhavig plan geen kwaliteitsbijdrage in de zin van de Nota Kwaliteit c.q. het Limburgs Kwaliteitsmenu verschuldigd. Het kwaliteitsverlies is reeds gecompenseerd bij de uitbreiding van Nunhems (sloop woning Napoleonsweg 151 te Neer). Dit is vastgelegd in de overeenkomst met Nunhems. Hierom is een verdere toetsing aan de Nota Kwaliteit voor onderhavig planvoornemen niet nodig. Wel dient het planvoornemen landschappelijk te worden ingepast, zoals weergegeven in het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 1). Het planvoornemen met landschappelijke inpassing is in de vergadering van de gemeentelijke kwaliteitscommissie d.d. 24 november 2022 behandeld (zie Bijlage 2). De commissie heeft onder voorbehoud ingestemd met het planvoornemen en de landschappelijke inpassing.
De opmerkingen van de commissie zijn overeenkomstig verwerkt. De aangepaste landschappelijke inpassing is onderdeel van onderhavig planvoornemen. De commissie vindt het niet noodzakelijk om het plan opnieuw te beoordelen. 3.4.3 Vigerend bestemmingsplan - 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016' Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerend bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016', dat op 4 oktober 2019 is vastgesteld door de gemeenteraad van Leudal. Hierbij geldt voor het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - 1'. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' en de gebiedsaanduidingen 'uzone - boringsvrije zone' en 'overige zone - kernrandzone' en (gedeeltelijk) 'overige zone - landschappelijke elementen'. Enkelbestemming De voor 'Agrarisch met waarden - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met een agrarische bedrijfsvoering, alsmede agrarisch grondgebruik.
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
19
Dubbelbestemming De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Wanneer er verstoringen dieper dan 40 cm onder het maaiveld plaatsvinden en de bodemingreep groter is dan 1.000 m2 , dan moet er een rapport worden overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld. Gebiedsaanduidingen Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' is het verboden de grond te roeren inclusief het verrichten van grondboringen of heiwerkzaamheden dieper dan 80 meter beneden het maaiveld. Daarnaast mag ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kernrandzone' geen uitbreiding plaatsvinden van een intensieve veehouderij. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke elementen' dienen de landschappelijke elementen zoveel mogelijk te worden behouden. Deze aanduiding is gelegen aan de oostkant van het plangebied grenzend aan de Heverstraat.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan met ligging plangebied
20
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
Bij de toekenning van de nieuwe bestemming aan het plangebied dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, geur, externe veiligheid en milieuzonering voor het plangebied wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de gewenste ingreep voor de aspecten archeologie en cultuurhistorie, leidingen en infrastructuur, ecologie, waterhuishouding en verkeer. De hieruit voortgekomen bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.
4.2
Milieu
4.2.1 Bodem Formeel gezien dient in het kader van een bestemmingswijziging (over het algemeen middels een bodemonderzoek) aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Aangezien de ontwikkeling voorziet in het realiseren van een woning (gevoelige functie) dient er aangetoond te worden dat de bodem hiervoor geschikt is. Binnen het vigerende bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming 'Agrarisch met waarden - 1'. In de toekomstige situatie wordt het plangebied gebruikt voor woondoeleinden, en krijgt het de bestemming 'Wonen'. Deze functiewijziging voorziet zodoende in een milieugevoeligere functie dan reeds is toegestaan. Zodoende moet worden onderzocht of de milieuhygiënische conditie van de bodem geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling vormt. In dat kader is door Archimil een historisch bodemonderzoek (rapportnr C222496.003/BBO, d.d. 15 juli 2022, Bijlage 3) uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er geen aanwijzigingen gevonden zijn die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging en wordt het uitvoeren van een verkennende bodemonderzoek in dit kader derhalve niet noodzakelijk geacht. Indien voor een ander kader toch onderzoek gewenst is, is in het historisch bodemonderzoek een onderzoeksopzet (paragraaf 3.1) gepresenteerd, waarbij het plangebied vooralsnog als onverdacht kan worden beschouwd.
Gevolg planvoornemen In overeenstemming van de bovenstaande bevindingen vormt de milieuhygiënische conditie van de bodem geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.2 Geluid Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een onderzoekszone van een (spoor)weg, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een onderzoekszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten zoals woningen binnen een dergelijke onderzoekszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen.
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
21
Het plangebied grenst aan de Heverstraat. Voor deze weg geld een maximumsnelheid van 30 km per uur. In navolging van de Wet geluidhinder artikel 74, lid 2, onder a is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai zodoende niet noodzakelijk. Gevolg planvoornemen In het kader van de Wet geluidhinder vormt de ligging van het plangebied ten opzichte van de Heverstraat geen belemmering van het woon- en leefklimaat ter plaats van het plangebied. 4.2.3 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen zijn beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. b. c. d.
Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Het Besluit NIBM De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Op 1 augustus 2009 is het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uit gegaan van de normen uit de interimperiode. Nu het NSL in werking is getreden is een project NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM1 0) of stikstofdioxide (NO2 ). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijnstof en NO2 . Als de 3% grens voor PM1 0 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden.
Regeling NIBM Binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM draagt een project altijd niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen: a. Bij minimaal 1 ontsluitingsweg: 3%-norm en maximaal 1500 woningen; b. Bij minimaal 2 ontsluitingswegen: 3%-norm en maximaal 3000 woningen. Bij de voorgenomen ontwikkeling is er slechts sprake van de realisatie van één vrijstaande woning, waarmee binnen het 3% criterium van de NIBM-grens gebleven wordt. De voorgenomen ontwikkeling draagt hierdoor 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Voor de volledigheid is de NSL-monitoringstool geraadpleegd. NSL Het dichtstbijzijnde rekenpunt ten opzichte van het plangebied is gekozen om de luchtkwaliteit ter plekke van het plangebied in kaart te brengen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bepaald te worden
22
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de vestiging van de beoogde functie. Op basis van de NSL-monitoringstool van het RIVM lag de concentratie PM2,5 in 2020 ter plaatse van het plangebied op ongeveer 8,7 µg/m³, de concentratie PM1 0 op ongeveer 15,4 µg/m³ en de concentratie NO2 op ongeveer 12,0 µg/m³. Tevens werd het aantal normoverschrijdingsdagen (5 dagen in onderhavig geval) ruimschoots niet overschreden. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie.
Uitsnede NSL-monitoringstool
Achtergrondwaarden In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bepaald te worden of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de vestiging van de beoogde functie. Volgens de kaarten van het RIVM lag de concentratie PM2,5 in 2020 ter plaatse tussen de 9 en 10 µg/m³, de concentratie PM10 tussen de 15 en 16 µg/m³ en de concentratie NO2 tussen de 10 en 12 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren door voortschrijdende technologie. Gevolg planvoornemen Gezien de bestaande concentraties ter plekke van het plangebied is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van één vrijstaande woning. Gezien de kleinschaligheid van het planvoornemen zal dit verwaarloosbare gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit ter plekke van het plangebied.
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
23
4.2.4 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Verder is op 1 april 2015 het Basisnet in werking getreden. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). In het Bevi en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Er is sprake van een groepsrisico zodra het plan in het invloedsgebied ligt van een risicovolle activiteit. Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren die bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen, zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen, hoofdwaterwegen en hoofdspoorwegen.
(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet worden getoetst aan het Bevi, het Bevt en het Bevb wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Een woning is een kwetsbaar object conform artikel 1, van het Bevi. Verdere toetsing aan de externe veiligheid is dan ook vereist. Inventarisatie en toetsing Door het IPO is een risicokaart samengesteld waarop de meest belangrijke risicoveroorzakende bedrijven, objecten en transportroutes zijn aangegeven. Het gaat hierbij onder meer om risico's van op-slag van patronen, stofexplosies, opslag van gasflessen, ammoniakinstallaties, LPG-tankstations enzovoorts. Daarnaast is de risicokaart Basisnet opgesteld, waarop het landelijk netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen staat aangegeven. Op de onderstaande afbeelding volgt een uitsnede van de Risicokaart Nederland met daarop de ligging van het plangebied weergeven.
24
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
Uitsnede risicokaart met ligging plangebied blauw omlijnd Risicovolle bedrijvigheid In de directe omgeving van het plangebied ligt geen risicovolle bedrijvigheid. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting is gelegen op een afstand van ca. 1,3 kilometer ten noorden van het plangebied en betreft de inrichting 'Döhler Roggel BV' aan de Kunneweg 9 te Roggel. Het gaat ook hierbij om de vervaardiging van dranken. De inrichting kent hierdoor een plaatsgebonden risicocontour, rood omlijnd op de verbeelding . Het plangebied ligt hier ruimschoots buiten. Volgens de Risicokaart Nederland is er geen invloedsgebieden vastgesteld voor de bovengenoemde inrichting. Daarnaast zorgt onderhavige ontwikkeling niet voor een benoemenswaardige toename in de bevolkingsdichtheid (gezien de realisatie van één vrijstaande woning). Derhalve wordt geen (benoemenswaardige) rekenkundige invloed uitgeoefend op het groepsrisico. Ten noordoosten is op ca. 1,8 kilometer afstand van het plangebied de risicovolle inrichting 'Beenders J.P.H.' gelegen. Het betreft twee bovengrondse propaantanks. Ten zuidwesten is op ca. 1,4 kilometer afstand van het plangebied de risicovolle inrichting 'Romar Voss cv' gelegen. Zij voorzien in de vervaardiging van kunststof in primaire vorm.
Gezien de ligging van het het plangebied buiten het invloedsgebied van deze inrichtingen, vanwege de ruime afstand, en de kleinschaligheid van het planvoornemen vormen beide risicovolle inrichtingen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Risicovol transport over wegen In de directe nabijheid van het plangebied liggen geen wegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De dichtstbijzijnde weg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt betreft de N262 Maasbree - Roggel. Op basis van de Eindrapportage Basisnet Weg blijkt dat de plaatsgebonden risicocontour van deze wegen zich bevindt op de weg zelf en dat de overschrijdings-factor van het groepsrisico kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. De ligging ten opzichte van de N262 vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Risicovol transport over spoorwegen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen gelegen. De dichtstbijzijnde spoorweg is gelegen op meer dan 4,3 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied. Gezien deze afstand vormt de ligging van het plangebied ten opzichte van de spoorweg geen belemmering. Risicovol transport buisleiding In de directe omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen. De dichtstbijzijnde buisleiding is gelegen op meer dan 4,4 kilometer afstand ten zuidoosten van het plangebied.
Gezien deze afstand vormt de
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
25
ligging van het plangebied ten opzichte van deze buisleiding geen belemmering. Risicovol transport over waterwegen In de directe omgeving van het plangebied vindt geen transport plaats over waterwegen.
Gevolg planvoornemen Vanuit het aspect 'externe veiligheid' bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 4.2.5 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorziet onder andere in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven of inrichtingen) en gevoelige functies (zoals woningen) kan dit gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009. In deze publicatie worden indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in specifieke situaties mogelijk zijn (indien benoemd en gemotiveerd). Brandweerkazerne Op een afstand van ca. 56 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich een brandweerkazerne.
Binnen de VNG-brochure omschrijving 'Brandweerkazernes' onder SBI-code 8425 geldt voor deze activiteit milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter. De beoogde nieuwe woning is gelegen buiten de richtafstand (50 meter) voor de brandweerkazerne. Hierom vormt de aanwezigheid van de brandweerkazerne geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Aangezien er niet ruim aan de richtafstand voldaan wordt, zal zodoende gemotiveerd worden waarom de aanwezigheid van de brandweerkazerne hoe dan ook geen belemmering zal vormen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Het aspect geluid, waarvoor de maximale richtafstand van 50 meter geldt, zal grotendeels worden veroorzaakt door het uitrukken van brandweerwagens. Inrichtingen waar motorvoertuigen uitrukken voor ongevallenbestrijding, brandbestrijding en bergingswerkzaamheden vallen onder het Activiteitenbesluit. Het uitrukken van brandweerwagens is vergelijkbaar met dat van politie en ambulance. In artikel 2.22 lid 1uit het Activiteitenbesluit milieubeheer is aangesloten bij de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Deze handreiking is in 2001 via een brief van het ministerie van VROM aangevuld met het onderwerp maximale geluidniveaus bij ongevallenbestrijding. Hierdoor geldt een apart regime voor ongevallenbestrijding.
Het geluid door het uitrukken van deze diensten blijft bij het bepalen van het maximale geluidsniveau buiten beschouwing. Daarnaast dient vermeld te worden dat het een relatief kleine brandweerkazerne betreft met een oppervlakte van circa 230 m2 . Gezien het oppervlak van de brandweerkazerne is de verkeersaantrekkende werking van deze inrichting beperkt. Naast het uitrukken van de brandweer bij incidenten vinden er geen activiteiten plaats op het terrein van de brandweerkazerne. Tot slot dient opgemerkt te worden dat de brandweerwagens enkel uitrukken met zwaailichten. De brandweerwagens gebruiken de sirenes uitsluitend bij druk verkeer om de doorgang te bevorderen. Hierbij dient te worden vermeld dat gemeente Leudal mogelijk een tijdelijke ambulanchepost wil vestigen, direct ten noorden grenzend aan de brandweerkazerne. Binnen de VNG-brochure omschrijving 'Ziekenhuis' onder SBI-code 8610 geldt voor deze activiteit milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. De
26
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
beoogde woning is gelegen buiten de richtafstand van de tijdelijke ambulanchepost en zal dus geen negatieve invloed ondervinden van de ambulanchepost. Ook hiervoor geldt dat het geluid van het uitrukken van diensten bij het bepalen van het maximale geluidsniveua buiten beschouwing. Andersom zal de woning geen beperkende werking hebben op de bedrijfsactiviteiten van de brandweerkazerne en tijdelijke ambulanchepost, omdat de woning Heverstraat 8 dichterbij de brandweerkazerne en tijdelijke ambulanchpost is gelegen, waardoor deze woning het meest beperkende object voor de bedrijfsactiviteiten van de brandweeerkazerne en ambulanchepost zal zijn. Daarnaast is het gegeven dat de brandweerkazerne samen met een ambulancepost op een andere locatie wordt gerealiseerd, waardoor deze bedrijfsactiviteiten op termijn op onderhavige locatie komen te vervallen. Tuincentrum Daarnaast ligt op een afstand van circa 30 meter ten noorden van de perceelgrens van het plangebied een bedrijfsperceel, waarop een tuincentrum is gelegen. Binnen de VNG-brochure omschrijving 'Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten' onder SBI-code 4752 geldt voor deze activiteit milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. Bij de realisatie van de vrijstaande woning wordt, in lijn met de afspraken gemaakt in het principeverzoek, een afstand van het bouwvlak tot de perceelgrens van minimaal 30 meter gewaarborgd.
Zodoende is het juridisch-planologisch gezien niet toegestaan om een hoofdgebouw te bouwen binnen een afstand van 3,0 meter van de perceelgrens. De minimale afstand tussen het tuincentrum en de te realiseren woning is daarmee minimaal 33,0 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Het tuincentrum vormt geen belemmering voor de te realiseren vrijstaande woning. Daarnaast kan opgemerkt worden dat de woning ten noorden van het plangebied, Heverstraat 11, dichterbij het tuincentrum gelegen is en zodoende de meest beperkende factor is voor de bedrijfsactiviteiten van het tuincentrum. De te realiseren woning vormt zodoende geen belemmering voor de bedrijfsuitvoering van het tuincentrum. De bovenstaande afstanden zijn gemeten op basis van de rand van het plangebied en de perceelgrens van de bedrijfsbestemming. Op de onderstaande afbeelding is de positie van de bovengenoemde bedrijvigheid ten opzichte van het plangebied zichtbaar.
Ligging plangebied (rood omlijnd) t.o.v. tuincentrum (groen omlijnd) en brandweerkazerne (blauw omlijnd)
bestemmingsplan Heverstraat 9c Roggel
27
Gevolg planvoornemen Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' vormt naar aanleiding van bovenstaande bevindingen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. 4.2.6 Geur Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de per 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en Veehouderij (Wgv). Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (gebouwen voor menselijk wonen en menselijk verblijf). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen intensieve veehouderijen gelegen. Binnen de gemeente Leudal geldt met betrekking tot het aspect geurhinder de 'Verordening geurhinder en veehouderij 2017'. Het plangebied wordt hierbinnen aangemerkt als onderdeel van de 'kenrandzone' van Roggel (zie onderstaande afbeelding). Uit een vergelijking van de achtergrondbelasting 2007 met die van juli 2016 blijkt dat het woonleefklimaat in de meeste gebieden (kernen, kernrandzones, buitengebied) is verbeterd of op hetzelfde peil is gebleven. Alleen in de kern Ell, Heibloem, Haler en Kelpen-Oler is de achtergrondbelasting in lichte mate toegenomen. In 2016 is de gemiddelde achtergrondbelasting in de 'kernrandzones' op 3,5 odour units (Ou).
Aangezien het plangebied onderdeel uitmaakt van de kernrandzone van Roggel kan er gesproken worden over een zeer goed tot redelijk goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied.