CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Hoogspanningsstation Kelpen’ te Kelpen-Oler12.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bestemmingsplan HS-station Kelpen

33

magneetvelden van meer dan 100 microTesla (µT). Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Voor bovengrondse hoogspanningslijnen heeft het Ministerie van VROM, in afstemming met staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), in 2023 het voorzorgbeleid nader uitgewerkt (zie Bijlage 7). In het voorzorgbeleid zijn voorzorgsmaatregelen opgenomen om de gezondheidsrisico's van de magneetvelden te verminderen. Voor het jaargemiddelde magneetveld wordt een norm van 0,4 µT (microtesla) gehanteerd voor gevoelige bestemmingen (kinderdagverblijven, woningen). Voorzorgsmaatregelen voor magneetvelden worden onderverdeeld is twee onderdelen: bronmaatregelen en afstandsmaatregelen.

Het voorzorgbeleid adviseert in het voorzorgbeleid echter geen afstanden (magneetveldzone) ten opzichte van gevoelige bestemmingen op te nemen. Afstandsmaatregelen gelden enkel voor bovengrondse hoogspanningslijnen, niet voor hoogspanningsstations. Dit advies geldt ook voor het HS-station in Kelpen. In het technisch ontwerp worden wel bronmaatregelen getroffen om de magneetsterkte zo laag mogelijk te houden.

Conclusie Op basis van het herijkte voorzorgbeleid dient er voor het HS-station geen mageneetveldzone bepaald te worden en wordt er geen afstand ten opzichte van gevoelige bestemmingen geadviseerd. Om de magneetveldsterkte zo laag mogelijk te houden worden er wel bronmaatregelen getroffen in het technisch ontwerp. Met het treffen van bronmaatregelen wordt de toegestande norm niet overschreden.

5.2.7

Ontplofbare Oorlogsresten

In het kader van het bodemonderzoek dat uitgevoerd gaat worden voor de voorgenomen ontwikkeling, is een vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) op de locatie van het HS-station Kelpen, zie Bijlage 8. Uit het vooronderzoek moet blijken of er indicaties aanwezig zijn waaruit blijkt dat het onderzoeksgebied mogelijk aanwezige OO bevat. Uit eerder onderzoek is namelijk gebleken dat het onderzoeksgebied van het HS-station in Kelpen aangemerkt is als onverdacht.

Onderzoek Het vooronderzoek is conform de huidige richtlijnen van de Arbowetgeving. Het vooronderzoek bestaat uit een inventarisatie, de beoordeling van de relevante informatie en de evaluatie. De onderzoeklocaties zijn voor aanvang van de onderzoekwerkzaamheden onderzocht op de aanwezigheid van OO doormiddel van passieve realtime oppervlaktedetectie. Op basis hiervan is vastgesteld of er sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van explosieven. De resultaten van de inventarisatie en de evaluatie zijn in een proces-verbaal opgenomen. Op basis van de resultaten is het gehele onderzoeksgebied vrijgegeven op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten. Alle vrijgegeven boorpunten zijn weergegeven in onderstaand figuur.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

34

Vrijgegeven boorlocaties op voorkomen van ontplofbare oorlogsresten

Conclusie Middels het proces-verbaal is het onderzoeksgebied vrijgegeven op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten. De voorgenomen werkzaamheden vinden plaats zonder dat vervolgstappen noodzakelijk zijn. De werkzaamheden kunnen regulier worden uitgevoerd.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

35

5.3

Gezondheid

5.3.1

Natuur

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling moet rekening worden gehouden met mogelijk negatieve effecten op de beschermde natuurwaarden. De beschermde natuurwaarden worden sinds 1 januari 2007 gewaardborgd in de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.3.1.1 Quickscan Natuurwetgeving Op 14 december 2021 is een quickscan Natuurwetgeving uitgevoerd om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en benodigde vervolgstappen in het kader van de Wnb in beeld te brengen (zie Bijlage 9). Aan de hand van een habitatgeschiktheidbeoordeling is inzichtelijk gemaakt welke gebiedsbescherming en soortenbescherming van toepassing is in het plangebied en welke vervolgstappen er mogelijk genomen moeten worden.

Gebiedsbescherming Om de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de natuurgebieden in beeld te brengen is er een onderscheid gemaakt in twee typen natuurgebieden, namelijk: Natura2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Natura2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura2000-gebied. De dichtsbijzijnde Natura2000-gebieden zijn Leudal (afstand circa 6 km) en Sarsven & De Banen (afstand circa 3 km). Vanwege de grote afstand tot deze Natura2000-gebieden zijn geen negatieve effecten, of mogelijke effecten met een externe werking, te verwachten bij de voorgenomen ontwikkeling. Op 1 juli 2021 is de Wet van 10 maart 2021 tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) in werking getreden, waardoor de Wet natuurbescherming op het gebied van stikstofdepositie is aangepast. Conform deze aanpassing worden gevolgen van de depositie van stikstof bouwactiviteiten, zoals de voorgenomen ontwikkeling, buiten beschouwing gelaten. Negatieve effecten in de gebruiksfase zijn op voorhand uitgesloten, omdat het initiatief geen uitstoot van stikstof tot gevolg heeft en niet zorgt voor een verkeersaantrekkende werking.

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is omgeven door gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland, maar het plangebied zelf vormt hier geen onderdeel van. Het dichtsbijzijnde natuurgebied bevindt zich op ongeveer 500 meter afstand. Voor het NNN is geen toetsing noodzakelijk, omdat binnen de Provincie Limburg enkel toetsing noodzakelijk is wanneer het plangebied binnen NNN is gelegen. Indirecte effecten van buiten het NNN zijn vrijgesteld. Het afwegingskader EHS hoeft niet te worden doorlopen.

Soortbescherming In het soortenonderzoek is, op basis van een bureauonderzoek en veldbezoek, onderzocht welke soorten dieren en planten er in en rondom het plangebied aanwezig kunnen zijn. Voor het bureauonderzoek is er gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie en gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna, Verspreidingsatlas.nl, Floron.nl en Ravon.nl.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

36

In het onderzoek wordt geconcludeerd dat er in het plangebied mogelijk de volgende beschermde soorten voorkomen: Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Vleermuizen Amfibieën Overige soortgroepen zoals gevlekte glanslibel, kleine ijsvogelvlinder en vermiljoenkever De aanwezigheid van andere beschermde soorten is op basis van de quickscan uitgesloten.

Vogels In de directe omgeving van het plangebied zijn vogelsoorten aangetroffen met jaarrond beschermde nesten, zoals de boomvalk, buizerd, havik, huiszwaluw en steenuil. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten kan niet worden uitgesloten. Daarom is er onderzoek nodig wanneer er werkzaamheden plaatsvinden in het noordelijke bosje.

Daarnaast zijn er algemene beschermde soorten zonder jaarrond beschermd nest bekend in de omgeving, zoals de boomklever, boomkruiper, gekraagde roodstaart en groene specht. Er bestaat een grote kans dat nesten bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen verstoord en/of vernietigd worden, waardoor jongen en eieren sterven. Door werkzaamheden in potentieel broedgebied buiten het broedseizoen uit te voeren, is overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Dit betekent dat eventuele kapwerkzaamheden voor of na het broedseizoen moeten worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven.

Vleermuizen In het plangebied zijn er geen waarnemingen van vleermuizen bekend, maar zijn er buiten het plangebied gewone dwergvleermuizen, laatvliegers, rosse vleermuizen, gewone grootoorvleermuizen en watervleermuizen aangetroffen. Op basis van luchtfoto's is niet te beoordelen of de aanwezige bomen holtes bevatten die als mogelijke nestplaatsen kunnen dienen. Daarom wordt er een boominventarisatie naar holtes geadviseerd in een nader onderzoek. Tevens kunnen vleermuizen gebruik maken van de aanwezige gebouwen op het terrein. Werkzaamheden aan de gebouwen of in de directe omgeving kunnen mogelijk leiden tot verstoring. Daarom wordt er geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren om de waarde voor vleermuizen vast te stellen.

Amfibieën Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van de alpenwatersalamander. Het plangebied is niet geschikt als leefgebied voor andere amfibieën aangezien de enige poel in het plangebied gekenmerkt wordt door een relatieve stijle oever, die tevens geheel in de schaduw ligt. De poel is daardoor enkel geschikt voor de minst kritische soorten.

Overige soortgroepen De poel in het bos vormt geschikt leefgebied voor de gevlekte glanslibel door de beschutte ligging. Daarnaast vormt het bos een potentieel leefgebied voor de kleine ijsvogelvinder en vermiljoenkever.

Flora

bestemmingsplan HS-station Kelpen

37

In het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten.

Conclusie Uit onderzoek is gebleken dat de volgende vervolgstappen noodzakelijk zijn:

Er geldt binnen de provincie Limburg een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende soorten. Daarom zijn deze soorten verder niet in het onderzoek meegenomen. Wel geldt er voor het gehele gebied een algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). De zorgplicht geldt voor genoemde werkzaamheden, waarbij tevens schade aan het groen en het water zoveel mogelijk beperkt dient te worden. Eventueel dienen er mitigerende maatregelen genomen te worden. Voor enkele soort(groepen) is een vrijstelling van toepassing waardoor deze geen wettelijke bescherming kennen anders dan de zorgplicht. Voor dit project is deze van toepassing voor algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieën.

Voor effecten op soorten kan op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en veldbezoek geconcludeerd worden dat er beschermde soorten binnen het plangebied aanwezig kunnen zijn. Voor deze soorten zijn mitigerende maatregelen opgenomen die ten allen tijden genomen moeten worden:

Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest Voer werkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibiën Het Wnb kent een algemene zorgplicht (Artikel 1.11 Wnb). Dit betekent dat er zorgvuldig omgegaan moet worden met aanwezig beschermde en niet-beschermde soorten planten en dieren. Mogelijk maatregelen zijn verder: Maai en/of snoei voorafgaand aan de werkzaamheden de nog aanwezige vegetatie in het werkgebied kort. Voer de werkzaamheden rustig uit en zorg dat dieren niet ingesloten raken of naar het water gejaagd worden. Soortgericht onderzoek naar verschillende soorten broedvogels, vleermuizen, amfibieën en insecten is noodzakelijk. Afhankelijk van de resultaten van dat onderzoek dienen mogelijk aanvullende maatregelen te worden bepaald en een ontheffing van de Wnb te worden aangevraagd. In het kader van het NNN zijn

bestemmingsplan HS-station Kelpen

38

geen effecten te verwachten. Hiervoor zijn geen verdere vervolgstappen noodzakelijk.

5.3.1.2 Soortgericht onderzoek PM, wordt momenteel uitgevoerd.

5.3.1.3 Stikstofdepositie De voorgenomen ontwikkeling kan effect hebben op de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten in de gebruiksfase zijn op voorhand uitgesloten, omdat het initiatief geen uitstoot van stikstof tot gevolg heeft en niet zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Om de effecten in de realisatiefase in kaart te brengen is in Bijlage 10 het resultaat van de stikstofdepositieberekening opgenomen. OPM. De opgenomen resultaten worden nog herzien met de nieuwe Aerius-Calculator die vanaf 5 oktober 2023 beschikbaar komt.

Methode De belasting van de Natura 2000-gebieden rondom de emissiebronnen is berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van de online-applicatie Aerius-Calculator (versie 2023). Aerius-Calculator is een rekenprogramma om de verspreiding van stoffen in de lucht te simuleren. Daarnaast berekent het model hoeveel van die stoffen per hectare terechtkomt (depositie). In de realisatiefase wordt de stikstofdepositie bepaald door inzet van dieselmaterieel (graafmachines, kranen e.d.) en aan- en afrijdend bouwverkeer.

Resultaat De voorgenomen realisatie van de ontwikkeling is opgedeeld in drie uitvoeringsfasen, waar drie stikstofberekeningen voor zijn uitgevoerd. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de berekende depositie.

Jaar

Fase

Maximale depositietoename (mol/ha/jaar)_

2023

uitvoeringsfase

0,00

2024

uitvoeringsfase

0,00

2025

uitvoeringsfase

0,00

Gedurende alle uitvoeringsfasen worden mobiele werktuigen ingezet voor de werkzaamheden aan de hand van de inschatting die gemaakt wordt door Volker Energy Solutions. Voor de inzet van materieel is er onderscheid gemaakt tussen de verschillende jaren. In de jaren 2024 en 2025 gaat het HS-station daadwerkelijk vervangen worden.

Conclusie In de uitvoeringsfasen vindt geen toename plaats van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor dit project is geen vergunning volgens de Wet natuurbescherming nodig voor het aspect stikstofdepositie.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

39

5.3.2

Verkeer

De huidige functie van het HS-station zal in het voorgenomen plan niet veranderen, het station wordt in bepaalde mate uitgebreid. Deze uitbreiding heeft geen gevolgen voor de verkeerssituatie, omdat het niet zal leiden tot een toename in verkeersdruk.

5.3.3

Water

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling van het HS-station te Kelpen is in augustus 2023 een waterparagraaf opgesteld (zie Bijlage 11). Het doel van de Watertoets is om in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en beschreven wordt welke maatregelen er worden getroffen.

Toename verharding De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt in de toekomstige situatie circa 4.291 m2, waarvan op dit moment al delen verhard zijn. Een grote verandering ten opzichte van de huidige situatie zal zijn dat de schakeltuin onverhard wordt, de bestaande verharding zal uit de schakeltuin verwijderd worden.

Situatietekening terreinwerking

Bergingsopgave Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar de omgeving. Hierom dient de toename in verharding gecompenseerd te worden. Met de toename van het verhard oppervlak is een bergingsopgave van 450 m3 noodzakelijk. Waterschap Limburg stelt een bergingseis van 100 mm vast waarbij de dimensionering van de waterpartijen erop moet toezien dat de waterpartijen voldoende capaciteit hebben om aanhoudende hevige regenval op te vangen.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

40

Bepaling bergingsopgave op basis van de toegename in verharding en bergingseis

Voor mogelijke inpassing van de bergingsopgave zijn verschillende scenario's uitgewerkt, afhankelijk van de gehanteerde diepte. Voor de inpassingen zijn de taluds niet meegenomen.

Inpassingsmogelijkheden van de bergingsopgave in de vorm van een wadi

Het is mogelijk om een noodoverstort te realiseren om het wadisysteem robuuster te maken. Gezien het gebruik van het terrein is dit echter niet noodzakelijk, het is namelijk niet erg als er kortstondig water op het maaiveld staat. Indien er toch voor een noodoverstort gekozen wordt, zal deze minimaal 10 cm onder de insteek van de wadi liggen zodat er opstuwing kan plaatsvinden. Hierdoor zal de wadi ook 10 cm dieper moeten worden om de geëiste berging te behalen. Dit is ook haalbaar binnen het zoekgebied voor waterberging.

Waterkwaliteit Voor de waterkwaliteit wordt aanbevolen om gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en laat uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC achterwege. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.

Conclusie Voor de uitbreiding van het HS-station dient 450 m³ waterberging te worden gerealiseerd. In het uit te werken ontwerp voor de ontwikkeling wordt er rekening gehouden met deze bergingsopgave. Binnen de grenzen van het HS-station is voldoende ruimte beschikbaar om deze berging te realiseren. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het water huishoudkundige systeem ter plaatse zolang gebruik wordt gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

41

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten

Uitgangspunten

Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, namelijk een set regels, een verbeelding en een toelichting, al dan niet vergezeld gaand door bijlagen. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan wordt gevormd door de regels en de verbeelding. Hierbij wordt een toelichting opgesteld, waarin de gemaakte keuzes in de regels en op de verbeelding worden verantwoord. Er gelden landelijke (bindende) standaarden voor de opbouw van de verbeelding en de vorm van de regels van een bestemmingsplan, het zogeheten SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012). Hiermee zijn alle (nieuwe) bestemmingsplannen met elkaar vergelijkbaar. Het centrale onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming die ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening aan gronden en gebouwen wordt toegekend. Aan de bestemmingen zijn regels gekoppeld over het gebruik van de in het plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken. Een ander belangrijk onderdeel zijn de zogeheten dubbelbestemmingen. Ook hierin zijn regels opgenomen, echter deze overlappen de bestemmingen en er is sprake van een rangorde tussen bestemmingen en dubbelbestemmingen. Voor een nadere uitwerking of specificatie van een regeling voor specifieke gronden en/of bouwwerken worden aanduidingen toegepast. Hiermee worden gebruiksbepalingen dan wel bouwbepalingen specifiek gemaakt.

6.2

Regels

6.2.1

Algemeen

Op grond van het SVBP2012 geldt voor de opbouw van de regels en de bestemmingen en vaste opzet. De regels zijn altijd onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels (hoofdstuk 1); Bestemmingsregels (hoofdstuk 2); Algemene regels (hoofdstuk 3); Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4).

Ook de opbouw van de diverse bestemmingsartikelen is aan een vaste opzet gebonden: 5. Bestemmingsomschrijving; 6. Bouwregels; 7. Nadere eisen; 8. Afwijken van de bouwregels; 9. Specifieke gebruiksregels; 10. Afwijken van de gebruiksregels; 11. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 12. Wijzigingsbevoegdheid. Het hoeft niet zo te zijn dat alle bovengenoemde onderdelen in een bestemmingsregeling van toepassing zijn. In dat geval vervalt een onderdeel, echter de volgorde van de resterende onderdelen is altijd conform bovenstaande opsomming.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

42

In voorliggend bestemmingsplan is er voor gekozen om binnen de bestemmingsregeling voor een specifieke bestemming zoveel mogelijk de daarop betrekking hebbende regels op te nemen. Zo is er per bestemmingsregeling gebruik gemaakt van een specifieke gebruiksregeling en zijn de omgevingsvergunningenstelsels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden per bestemmingsregeling opgenomen.

In navolgende paragrafen wordt per hoofdstuk aangegeven wat hierin is geregeld.

6.2.2

Inleidende regels

Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen. Hierin wordt invulling gegeven aan in de regels gebruikte begrippen. Dit is gedaan om discussie over bepaalde begrippen in het plan te voorkomen. Artikel 2 in dit hoofdstuk bevat de wijze van meten. Hierin wordt aangegeven op welke wijze de diverse in de regels benoemde maatvoeringen gemeten moeten worden.

6.2.3

Bestemmingsregels

In dit hoofdstuk zijn voor iedere afzonderlijke enkel- en dubbelbestemming de gebruiks- en bouwregels bepaald. In paragraaf 6.4 wordt kort op elk bestemmingsartikel ingegaan, indien en voor zover dit nog niet in het vorengaande in deze toelichting is gedaan.

6.2.4

Algemene regels

In dit hoofdstuk zijn in acht artikelen bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het gehele plangebied. Met de anti-dubbeltelregel wordt beoogt misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen. In het volgende artikel zijn de algemene bouwregels opgenomen. In deze regels is een algemene bepaling voor ondergrond bouwen opgenomen en zijn algemene bepalingen met betrekking tot ondergeschikte bouwdelen en bestaande afstanden en andere maten. Deze zijn niet per bestemming in de bestemmingsomschrijving opgenomen. De dubbelbestemmingen blijven onverkort van toepassing. Met de algemene gebruiksregels zijn de algemene gebruiksverboden bepaald en is een algemene regeling voor landschappelijke inpassing opgenomen. De algemene aanduidingsregels bevat de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding'. Met de algemene afwijkingsregels is geregeld dat het college kan afwegen om overal binnen het plangebied aanvragen voor onder meer het beperkt overschrijden van de bouwgrenzen, het vergroten van maatvoeringen met 10% en het oprichten van antenne-installaties.

In artikel 'Algemene wijzigingsbevoegdheid' zijn bevoegdheden voor het college opgenomen om het plan te wijzigen voor het overschrijden van de bestemmingsgrenzen en voor het toekennen van een archeolgische waardebestemming op een locatie waar deze nog niet aanwezig is. In het artikel 'Algemene procedureregels' is de procedure voor zijn voorde nadere eisen verwoord. Binnen het artikel 'Overige regels' is de prioritering van dubbelbestemmingen bepaald en zijn de parkeerregels opgenomen.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

43

6.2.5

Overgangs- en slotregels

Het hoofdstuk slotregels bevat twee artikelen. Het betreft de overgangsregels, die rechtstreeks voortvloeien uit het Besluit ruimtelijke ordening. Tevens bevat dit hoofdstuk de titel van de regels van het bestemmingsplan.

6.3

Verbeelding

6.3.1

Algemeen

Het bestemmingsplan moet voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar is. In aansluiting hierop en in relatie tot digitale ontwikkelingen, verdient het de voorkeur de bestemmingsregeling zoveel mogelijk op de verbeelding te visualiseren en de planregels zo transparant mogelijk te houden. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk informatie op de verbeelding wordt aangegeven en dat de verbeelding digitaal wordt opgebouwd. Daarbij is gebruikgemaakt van een combinatie van de GBKN (Grootschalige Basiskaart Nederland) en de digitale kadastrale ondergrond.

6.3.2

Bestemmingen

Op de verbeelding wordt aangegeven waar welke bestemming geldt en waar bebouwing is toegestaan. In bepaalde gevallen vloeit dit reeds direct uit de bestemming voort. Het bouwvlak geeft de mate aan waarin er mag worden gebouwd. Door middel van hoofdletters wordt de bestemming aangeduid, te weten B-NB voor Bedrijf - Nutsbedrijf. Op de analoge legenda wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. De volgorde van de bestemmingen in de legenda komt overeen met de volgorde van de planregels (alfabetisch). Tevens wordt in een onderhoek op de verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan aangegeven.

6.3.3

Aanduidingen

Binnen een bestemmingsplan wordt gebruikgemaakt van functieaanduidingen waarmee specifieke functies worden bepaald. Deze functieaanduidingen worden tussen kromme haken weergegeven. Ditzelfde geldt voor gebiedsaanduidingen welke enkelbestemmingsoverstijgend zijn. Bij het toekennen van de aanduidingen is gebruikgemaakt van de aanduidingen uit SVBP2012.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

44

6.4

Bestemmingen en algemene aanduidingen

6.4.1

Enkelbestemming

6.4.1.1 Bedrijf - Nutsbedrijf Deze bestemming is opgenomen voor het 150 Kv-station. Het bedrijf is daarmee specifiek bestemd. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak mag geheel worden bebouwd. Binnen en buiten het bouwvlak kunnen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht. Hiervoor zijn maatvoeringen benoemd. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die toeziet op het landschappelijk inpassen van de locatie.

6.4.1.2 Groen Deze bestemming is opgenomen voor de gronden waar de landschappelijke inpassing moet worden uitgevoerd, die in de bestemming Bedrijf - Nutsbedrijf als voorwaardelijke verplichting is opgenomen. De landschappelijke inpassing dient plaats te vinden overeenkomstig het in de bijlagen bij de planregels opgenomen landschapsplan.

6.4.2

Dubbelbestemmingen

Dubbelbestemmingen regelen een bijzonder belang dat eerst afgewogen moet worden alvorens de onderliggende bestemming mag worden toegepast. Er gelden in die gevallen dus twee bestemmingen, waarbij de dubbelbestemming voor gaat op de onderliggende bestemming.

6.4.2.1 Leiding - Hoogspanningsverbinding De hoogspanningsverbinding in het plangebied is met de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding' bestemd. Deze dubbelbestemming waarborgt de bescherming van de hoogspanningsleiding.

6.4.2.2 Waarde - Archeologie De gebieden met een archeologische verwachtingswaarden zijn conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart bestemd als 'Waarde - Archeologie'. Per onderzoekscategorie van de bodemingrepen (oppervlakte en diepte) is een aparte bestemming opgenomen genummerd van 5 en 6. Deze nummering komt overeen met de nummering van de archeologische beleidskaart. Om te toetsen of het uitvoeren van archeologisch onderzoek benodigd is, is de oppervlakte leidend. De dieptemaat geeft aan dat tot die diepte de bodem reeds verstoord is.

6.4.3

Algemene aanduidingsregels

6.4.3.1 Vrijwaringszone - hoogspanningsverbinding Aansluitend aan het plangebied is een (bovengronde) hoogspanningsverbinding aanwezig. Ter plaatse van deze hoogspanningsverbinding geldt een vrijwaringszone, waarbinnen geen gevoelige objecten mogen worden gerealiseerd.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

45

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 onder 1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in het kader van de bestemmingsplanprocedure de economische uitvoerbaarheid van het plan te worden onderzocht.

Er is bij dit plan sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De gemeenteraad moet hiervoor op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening in principe een exploitatieplan vaststellen. Er hoeft geen exploitatieplan vastgesteld te worden als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Er wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Tevens komen de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, de bijbehorende onderzoeken en planschade voor rekening van de initiatiefnemer. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Participatieproces

Aan het begin van het proces is de directe omgeving van het HS-station betrokken bij de planvorming, zie Bijlage 12. Het participatieproces kan ingedeeld worden aan de hand van twee fases. In de eerste fase hebben de directe omwonenden kennis genomen van de voorgenomen uitbreiding van het HS-station middels een informatiebrief. Op 17 juli 2023 hebben enkele adressen deze informatiebrief ontvangen met informatie over de werkzaamheden en de globale planning. Daarnaast heeft TenneT, samen met Enexis, voor omwonenden en geïnteresseerden een informatiebijeenkomst georganiseerd op 17 oktober 2023. De informatiebijeenkomst vond plaats in de vorm van een inloopavond en is in totaal door vijf huishoudens bezocht. Tijdens de informatiebijeenkomst kregen aanwezigen meer informatie over de opgave van TenneT, het Bay Replacement Programma en de beoogde vernieuwing van het HS-station in Kelpen. Met betrekking tot de vernieuwing van het HS-station is ingegaan op de impact van de uitvoeringsfase, landschappelijke inpassing en akoestische gevolgen. Tijdens de informatiebijeenkomst zijn er met de omgeving afspraken gemaakt omtrent de werkwegen en landschappelijke inpassing en is er vanuit de omgeving positief gereageerd is op de uitbreidingsplannen. 7.2.2

Vooroverleg

In het kader van het overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro is het bestemmingsplan door de gemeente Leudal voorgelegd aan de besturen van de instanties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het bestemmingsplan is aan de volgende instanties en overheden voorgelegd met het verzoek hun reactie te geven: Provincie Limburg Waterschap Limburg Gemeente Leudal

bestemmingsplan HS-station Kelpen

46

7.2.3

Zienswijzen

Het bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 Wro conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht vanaf {datum} gedurende zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode werden burgers en maatschappelijke organisaties in de gelegenheid gesteld om een zienswijze aangaande het plan in te dienen.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=20509510-5128-44da-a347-9491879a976f