CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Hoogspanningsstation Kelpen’ te Kelpen-Oler12.713 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan HS-Station Kelpen Toelichting NL.IMRO.1640.BP23KoHSstationK-ON01

Afbeelding: plangebied HS-Station Kelpen

HS-station Kelpen

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1

Aanleiding en plangebied

4

Hoofdstuk2

Bestaande situatie

7

Hoofdstuk3

Beleidskader

8

Hoofdstuk4

Beschrijving plan

16

Hoofdstuk5

Milieu- en omgevingsaspecten

20

Hoofdstuk6

Juridische aspecten

42

Hoofdstuk7

Uitvoerbaarheid

46

bestemmingsplan HS-station Kelpen

2

Toelichting

bestemmingsplan HS-station Kelpen

3

Hoofdstuk 1 1.1

Aanleiding en plangebied

Aanleiding opstellen plan

TenneT en Enexis staat de komende jaren voor een grote uitdaging voor de bestaande hoogspanningsstations. Om leveringszekerheid van electriciteit te kunnen garanderen, moet Tennet de komende tien jaar circa 145 verouderde 100kV- en 150 kV hoogspanningsstations vernieuwen.

Echter is de traditionele wijze van vernieuwen te tijdrovend gebleken. Om deze opgave toch te kunnen realiseren heeft TenneT het Bay Replacement Programma (BRP) opgestart. De aangewezen hoogspanningsstations zullen op een slimme manier worden vervangen door middel van standaardisering. Om te testen of deze gestandaardiseerde aanpak haalbaar is, zijn er zes Proof of Concept projecten opgestart, waarbinnen zowel veldvervanging als uitbreiding plaats zal vinden. Het 150 kV HS-station in Kelpen is een van de zes hoogspanningsstations binnen dit Proof of Concept programma.

In het vigerend bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016' heeft het plangebied de bestemming 'Maatschappelijk'. De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve, medische en openbare dienstverlening. Het reeds bestaande hoogspanningsstation is echter strijdig met deze bestemming.

In het kader van de voorgenomen vernieuwing en uitbreiding van het HS-station wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld, waarmee de huidige strijdigheid wordt gecorrigeerd.

1.2

Plangebied en begrenzingen

Het plangebied is gelegen aan de Kelperweg 28a ten noorden van de kern Kelpen-Oler. Het plangebied is voornamelijk omgeven door agrarische gronden, met enkele bijbehorende woonboerderijen. De dichtsbijzijnde woonboerderijen liggen op een afstand van circa 100 meter van het HS-station. De dichtsbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Leudal (afstand circa 6 km) en Sarsven & De Banen (afstand circa 3 km).

bestemmingsplan HS-station Kelpen

4

Plangebied

1.3

Overzicht geldende ruimtelijke instrumenten

Voor het plangebied vigeren de volgende bestemmingsplannen: bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016', vastgesteld 4 september 2019. bestemmingsplan 'Duurzame energie', vastgesteld 27 april 2020. bestemmingsplan 'Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal, vastgesteld 13 juli 2021. Met de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan komen delen van voorstaande bestemmingsplannen te vervallen.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

5

Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016'

1.4

Planopzet en leeswijzer

1.4.1

Planopzet

Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee onderdelen: Een verbeelding (NL.IMRO.1640.BP23KoHSstationK-), waarop de bestemmingen in het plangebied zijn weergegeven. Deze bestemmingen (met eventuele specifieke aanduidingen) zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. De planregels waarin het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch zijn geregeld. Deze regels zijn in de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" (SVBP2012) zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro zijn opgenomen. Ook maken de uitkomsten van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro deel uit van de toelichting.

1.4.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied van het HS-station en geeft een beschrijving van de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft in hoofdlijnen de beleidscontext op zowel rijks-, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau, die een relatie heeft met de voorgenomen uitbreiding. In hoofdstuk 4 wordt op diverse milieu- en omgevingsaspecten ingegaan. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van het bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 worden zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

6

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Het plangebied omvat het HS-station met de daarbij behorende voorgenomen vernieuwing en uitbreiding. Het plangebied heeft in totaal een oppervlakte van circa 3 ha. In de huidige situatie heeft het HS-station een vermogen van 30 MVA. Het huidige HS-station bestaat op dit moment uit een schakelveld, twee transformatoren, een 10 kV gebouw en een brandblusgebouw. Het schakelveld met vermogensschakelaars zijn in beheer van TenneT en de twee transformatoren (met enkele bijgebouwen) zijn in beheer van Enexis Netbeheer B.V. De aanwezige transformatoren zijn opgesteld in half-open transformatorcellen. Daarnaast is het HS-station ook aangesloten via bovengrondse kabels. De bovengrondse kabels zijn aangesloten op de 150-kV circuits Buggenum Nederweert en Kelpen - Nedeweert. De bovengrondse kabels lopen vanaf de oostzijde van het HS-station naar het hoogspanningsnet waarbij aangesloten wordt op mast 40. De westelijke mast is mast 41. Het huidige HS-station is deels verhard. Aan de noord- en oostzijde van het HS-station zijn bomen aanwezig.

Huidige situatie HS-station Kelpen

bestemmingsplan HS-station Kelpen

7

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Voor het plangebied zijn diverse beleidsstukken relevant. Het gaat hierbij om beleid op nationaal, provinciaal, waterschap en gemeentelijk niveau. Dit hoofdstuk bespreekt op hoofdlijnen de beleidskaders die specifiek gelden voor het HS-station Kelpen.

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving en opvolger van de SVIR. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationaal belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen'

ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

8

Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Afwegen met NOVI

De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven. Relatie met het voorliggend bestemmingsplan De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past binnen het ruimtelijke beleid van het Rijk dat in de NOVI wordt beschreven. Het Rijk wil een betrouwbaar elektriciteitsnetwerk mogelijk maken, waarin de transitie naar een circulaire economie centraal staat.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Een aantal kaderstellende ruimtelijke ordeningsaspecten op nationaal niveau wordt geborgd in het Barro. Die aspecten onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende randvoorwaarden.

Titel 2.8 elektriciteitsvoorziening Voor de energievoorziening is er onder andere ruimte gereserveerd voor bestaande en nieuwe vestigingsplaatsen met een vermogen van 500 MW, globale trajecten van bestaande en nieuwe hoogspanningsverbindingen met een spanning vanaf 220 kV en locaties voor kernenergie.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

9

Relatie met voorliggend bestemmingsplan De vernieuwing en uitbreiding van het HS-station past in de lijn van het Barro. Het Barro bevat op het moment echter geen relevante gebieden of regelingen voor de voorgenomen ontwikkeling, waardoor deze dan ook niet in strijd is met de doelstellingen van het Barro.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Limburg

De omgevingsvisie Limburg (POVI Limburg, vastgesteld 1 oktober 2021) vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes, op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt door de Provincie Limburg. De POVI Limburg is een integrale langetermijn visie die voor de periode 2021 tot 2030-2050 laat zien hoe de provincie richting willen geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen.Daarvoor onderscheidt de visie drie hoofdopgaven: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie. 3. Klimaatadaptatie en energietransitie. Toekomstige afwegingen dienen gemaakt te worden op basis van de vier Limburgse principes: 1. 2. 3. 4.

Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Meer stad, meer land. Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden; boven- én ondergronds.

Zonering Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de 'tijdloze' karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimte- gebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema's in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de omgevingsverordening Limburg.

Energie In hoofdstuk 11 wordt in de visie ingegaan op het thema Energie. De provincie ziet een innovatieve energietransitie, die de economische structuur versterkt, ons minder afhankelijk maakt van fossiele energie, de gevolgen van uitstoot vermindert en rekening houdt met de biodiversiteit, van provinciaal belang. Er wordt verder aangegeven dat de energietransitie vraagt om aanpassingen aan onze boven- en ondergrondse infrastructuur. En dat het bestaande energienetwerk zal gaan veranderen, zowel op lokale, regionale, nationale én internationale schaal. Er zal volgens de provincie geïnvesteerd moeten worden in de vernieuwing en/of uitbreiding van het bestaande netwerk. De energietransitie vergt dus ruimte, zowel bovengronds als ondergronds, en die ruimte moet vrijgemaakt worden. De Provincie geeft aan zich sterk te maken voor ruimtelijke reserveringen en een goede aanhaking op (inter-) nationale

bestemmingsplan HS-station Kelpen

10

energienetwerken. Om het mogelijke ruimtegebruik van de energietransitie goed af te stemmen met ontwikkelingen vanuit bijvoorbeeld industrie, landbouw, mobiliteit en klimaat voert de provincie samen met partners een systeemstudie energie-infrastructuur uit.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan Het voornemen van de vervanging en uitbreiding van het hoogspanningsstation sluit aan bij de doelstellingen die worden gesteld met betrekking tot de energietransitie. De energietransitie vraagt om een toenemende productie van duurzame energie. De provincie Limburg geeft aan dat hiervoor een sterk elektriciteitsnetwerk noodzakelijk is. Het bestaande energienetwerk dient voor dit doel vervangen en vernieuwd te worden. Daarmee past de voorgenomen ontwikkeling binnen de kaders van de omgevingsvisie Limburg.

3.2.2

Omgevingsverordening Limburg (2014)

De Omgevingsverordening Limburg is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de Omgevingsverordening gewijzigd, vanwege de vaststelling van het POL 2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Het hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL 2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. Ondanks dat de POVI is vastgesteld blijft de omgevingsverordening Limburg (2014) gelden tot in werking treding van de Omgevingswet en de Omgevingsverordening Limburg. Na inwerkingtreding wordt de Omgevingsverordening (2014) vervangen door de omgevingsverordening Limburg 2021.

Met de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt beoogd om de doorwerking van het provinciaal beleid naar gemeenten en andere partners te borgen. De ruimteverordening richt zich tot de gemeenten. De instructies die in de ruimteverordening staan, moeten door de gemeenten in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Hierbij gaat het onder meer om het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking en het geven van een toelichting wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling plaatsvindt.

Duurzame verstedelijking Volgens de omgevingsverordening (artikel 2.4) houdt een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Een ruimtelijk plan dat voorziet in het toestaan van nieuwe functies(s) betrekt daarbij tevens de mogelijkheid om deze functies(s) in leegstaande monumentale gebouwen onder te brengen. Wanneer herbenutting van leegstaande monumentale gebouwen niet mogelijk blijkt, wordt bij de beoordeling van het toestaan van nieuwe functie(s) ook de mogelijkheid van herbenutting van leegstaande beeldbepalende gebouwen betrokken. De opgave bevat een inspanningsverplichting voor gemeenten. Deze houdt in dat de provincie wenst dat bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld kantoren, woningbouw, bedrijventerreinen, detailhandel, land- en tuinbouw, vrije tijdseconomie/ verblijfsaccommodaties in eerste instantie naar leegstaande monumentale en, indien dit geen resultaat heeft, vervolgens naar leegstaande beeldbepalende gebouwen wordt gekeken en deze ook zoveel mogelijk hiervoor worden benut. Bij nieuwe ontwikkelingen gaat het niet alleen om nieuwbouw, uitbreiding en herstructurering van terreinen of bebouwing, maar ook om functiewijzigingen waarbij de nieuwe functie in een gebouw wordt ondergebracht.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan

bestemmingsplan HS-station Kelpen

11

Met het voornemen van de vervanging en uitbreiding van het hoogspanningsstation is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitbreiding van het hoogspanningsstation wordt invulling gegeven aan de landelijke energietransitie doelstelling om een geheel duurzame energievoorziening te realiseren in 2050, waarvoor de uitbreiding van de huidige capaciteit noodzakelijk wordt geacht. Daarmee is de behoefte aan de uitbreiding van het hoogspanningsstation aangetoond. De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de omgevingsverordening Limburg 2014.

3.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet zullen er in de toekomst andere eisen gesteld worden aan het omgevingsbeleid en de daar toebehorende ruimtelijke kaders. Op 17 december 2021 is Omgevingsverordening Limburg 2021 vastgesteld. Deze treedt pas in werking nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan Het voornemen van de uitbreiding van het hoogspanningsstation is niet in strijd met de Omgevingsverordening Limburg 2021.

3.2.4

Provinciale Energiestrategie

In de Provinciale Energie Strategie deel 2, die in december 2020 door Provinciale Staten is vastgesteld, is energie infrastructuur als een prioriteit benoemd. Uit de Limburgse Energie Systeem Studie die als onderlegger daarvoor is opgesteld, blijkt hoe cruciaal de uitbreiding en versterking van het elektriciteitsnet in Limburg is. De ruimtelijke impact van de energietransitie en de belangen om aansluitingen op het elektriciteitsnet te borgen zijn ook in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) expliciet opgenomen. Het elektriciteitsnet is daarmee naast een lokaal ook een groot provinciaal belang. Relatie met voorliggend bestemmingsplan De uitbreiding van het HS-station draagt bij aan de versterking van de energie infrastructuur, en is daarmee in lijn met de Provinciale Energiestrategie.

3.3

Beleid Waterschap Limburg

3.3.1

Waterbeheerprogramma 2022 - 2027

Het Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 is vastgesteld op 8 december 2021, en is de opvolger van het Waterbeheerplan 2016 - 2021. Met het oog op het veranderende klimaat, zijn de toekomstige opgaven steeds belangrijker geworden. De toekomstige opgaven zijn echter zo groot en complex geworden dat ze alleen met gezamenlijke inspanning aangepakt kunnen worden. Daarom heeft het Waterschap Limburg samen met collega-overheden, inwoners, bedrijven en belangenorganisaties invulling gegeven aan het huidige programma. Het Waterbeheerprogramma biedt kaders voor het strategische grondwaterbeheer, de regionale

bestemmingsplan HS-station Kelpen

12

normering wateroverlast, de functietoekenning voor de oppervlaktewateren en waterkwaliteitsdoelen voor zowel de KRW-waterlichamen als de overige wateren. Aan de hand van vier overkoepelende thema's zijn er doelen opgesteld voor aankomende planperiode: Hoogwaterbescherming Maasvallei: de Maas beschermen tegen overstromingen. Klimaatadaptatie: een goede balans realiseren tussen water afvoeren én water vasthouden. Waterkwaliteit en ecologie: wateren natuurlijk inrichten waarbij het water schoon blijft. Zuiveren en waterketen: rioolwater zuiveren en grondstoffen terugwinnen en gebruiken. Regionaal beleid. Een onderliggend speerpunt van het Waterschap Limburg is het verduurzamen van de huidige processen. Waterschap Limburg heeft zich verbonden aan landelijke doelen rondom klimaat en energie, waarbij het Waterschap in het streven heeft om in 2025 energieneutraal te zijn.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan Met het voornemen om het hoogspanningsstation uit te breiden wordt er geen inbreuk gedaan op het toekomstige beleid uit het waterbeheerprogramma van de provincie Limburg (zie ook paragraaf 4.5). Deze ontwikkeling is gezien het bovenstaande niet strijdig met het waterbeheerprogramma van het Waterschap Limburg.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale Energiestrategie (RES) Noord- en Midden Limburg

Nederland heeft te maken met een groeiende bevolking, klimaatverandering, milieuvervuiling en het opraken van fossiele brand- en grondstoffen. Voor het huidige energieverbruik brengt dit grote uitdagingen met zich mee, nu er een grote noodzaak is om fossiele energiebronnen te vervangen voor hernieuwbare. De ambitie van de regio Noord en Midden Limburg is: “Samen met deelregio's en gemeenten naar vermogen bijdragen aan de energietransitie én de regie in eigen handen houden. Er wordt gestreefd om het maximale uit bestaande en toekomstige technologieën te halen, binnen de grenzen van wat er ruimtelijk en maatschappelijk aanvaardbaar is”. Nederland heeft de landelijke doelstelling om in 2030 35 TWh aan duurzame elektriciteit op land op te wekken, waarbij iedere RES-regio op dit moment onderzoekt hoeveel zij daaraan kan bijdragen. Op dit moment wordt 0,056 TWh duurzame energie opgewekt binnen de regio Noord- en Midden Limburg. In de toekomst heeft Zuid-Limburg de intentie om dit aandeel nog meer te vergroten. Noord- en Midden Limburg heeft daarom het voornemen om nog meer in te zetten op energie efficiency, de toepassing van duurzame energie en restwarmte en het inzetten van innovatieve CO2-arme productieprocessen. Op basis van de 'Trias Energetica' zullen verschillende maatregelen genomen worden.

De 'Trias Energetica' wordt gezien als de meest toegepaste manier om op het gebied van energievoorziening verschillende, elkaar versterkende, maatregelen te nemen. De 'Trias Energetica' bestaat uit drie onderdelen die samen de basis vormen: Verminderen: een vermindering in het energiegebruik door verspilling tegen te gaan. Vergroenen: de energie komt zoveel mogelijk uit duurzame bronnen. Verschonen: de resterende energie, die niet met duurzame bronnen kan worden ingevuld, wordt zo efficiënt en schoon mogelijk ingezet.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

13

Relatie met voorliggend bestemmingsplan Met het voornemen voor de vervanging en uitbreiding van het HS-station wordt er ook in Midden-Limburg invulling gegeven aan de energietransitie en draagt de ontwikkeling bij aan het behalen van de gestelde doelstellingen. De vervanging en uitbreiding kan in de verdere toekomst bijdragen aan het vergroten van de duurzame energieopwekking. Daarom wordt de voorgenomen activiteit als noodzakelijk geacht in relatie tot de Regionale Energiestratie van Noord- en Midden Limburg.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Structuurvisie Leudal

De Structuurvisie Leudal is op 14 april 2010 vastgesteld door de gemeente Leudal. In de structuurvisie voert de gemeente Leudal regie op de ruimtelijke ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Hierbij heeft de gemeente Leudal een onderscheid gemaakt in vijf hoofdfuncties: wonen, voorzieningen, werken, omgevingskwaliteit en mobiliteit. Binnen deze functies is de gemeente Leudal van mening dat er een vierdeling bestaat waarin de ontwikkelingen zijn ingedeeld: Ontwikkelingen die altijd mogelijk moeten zijn. Ontwikkelingen die de gemeente wil realiseren. Ontwikkelingen die zouden moeten kunnen. Ontwikkelingen die voorkomen moeten worden. Binnen iedere hoofdfunctie heeft de gemeente Leudal aangegeven meer in te willen zetten op duurzaamheid. Een voorbeeld hiervan is het feit dat de gemeente Leudal van mening is dat op locatie-inrichtingsniveau duurzaamheid herkenbaar centraal moet staan. De gemeente Leudal wil vanuit investeringen op onder andere duurzaamheid de kwalitatieve draagkracht van nieuwe functionele ontwikkelingen in zowel het landelijke gebied als de kernen verbeteren.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan De vervanging en uitbreiding van het HS-station staat centraal in de energietransitie, dat nauw aansluit op duurzaamheid. In de structuurvisie Leudal wordt voornamelijk gekeken naar de duurzaamheidsopgave op het gebied van wonen, voorzieningen, werken, omgevingskwaliteit en mobilitieit. De voorgenomen

bestemmingsplan HS-station Kelpen

14

ontwikkeling is daarom niet in strijd met de structuurvisie van de gemeente Leudal.

3.5.2

Strategische Visie 2035

De Strategische visie 2035 van de gemeente Leudal is vastgesteld op 14 december 2021. Vanaf september 2019 heeft de gemeente Leudal verschillende gesprekken gevoerd met de inwoners van de gemeente. Deze gesprekken vormen de basis voor de nieuwe strategische visie tot 2035. Aan de hand van tien verschillende thema's is er vorm gegeven aan deze visie.

Ook duurzaamheid is een thema dat centraal staat in de strategische visie. Echter heeft de gemeente Leudal aangegeven dat duurzaamheid geen doel op zich is, maar wel gezien kan worden als een randvoorwaarde. Op het gebied van duurzame ontwikkelingen wil de gemeente Leudal inzetten op zowel duurzaamheid in voorzieningen als duurzaamheid in energie. Hierbij is uitwisseling van kennis en een gezamenlijke aanpak erg belangrijk. De gemeente Leudal heeft aangegeven meer in te willen zetten op het stimuleren van gemeentelijke regelingen voor duurzaamheidsmaatregelen.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan De gemeente Leudal heeft aangegeven verder te willen ontwikkelen op het gebied van duurzame ontwikkelingen. Om meer duurzame voorzieningen te realiseren dient de capaciteit van het huidige elektriciteitsnetwerk vergroot en verbeterd te worden. Het voornemen om het huidige HS-station van Kelpen te vervangen en uit te breiden draagt bij aan het vergroten en verbeteren van het electriciteitsnetwerk en past daarmee binnen de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

15

Hoofdstuk 4 4.1

Beschrijving plan

Toekomstige situatie

In het kader van toekomstige leveringszekerheid gaat TenneT het huidige HS-station vervangen en uitbreiden. Om voldoende ruimte te kunnen bieden aan deze opgaven, zullen voorafgaand enkele voorbereidende werkzaamheden gedaan dienen te worden om de veiligheid te kunnen garanderen: Bouwrijp maken van de bosschage aan de westzijde van het terrein. Plaatsen nieuwe hekwerken. Realiseren van een nieuwe toerit. Realiseren van bouwwegen en parkeerplaatsen. Vervolgens wordt het schakelveld aan de zuidoostzijde van een nieuw lijnportaal voorzien. Dit nieuwe lijnportaal wordt gebruikt voor de binnenkomende lijnen van Buggenum. Tevens zal dit lijnportaal een kabeleindsluiting bevatten om deze lijnen te verkabelen.

Vervanging en uitbreiding schakelveld De vervanging door TenneT zal plaatsvinden in het huidige schakelveld aan de hand van de zogeheten dakpan-methode. Deze methode houdt in dat op het braakliggende terrein eerst een nieuw deel van de hoogspanningsinstallatie en een deel van de rondweg worden gerealiseerd, waar een deel van de lijnen en transformatoren op aangesloten worden. Hierna kan het eerste gedeelte van de bestaande hoogspanningsinstallaties worden geamoveerd en zal de nieuwe hoogspanningsinstallatie en rondweg worden doorgetrokken. Deze methode wordt herhaald totdat er een gehele nieuwe installatie tot stand is gekomen.

Uitbreiding De uitbreiding van het vermogen van het HS-station door Enexis zal plaatsvinden aan de oostzijde van het plangebied. Aan deze zijde zullen drie nieuwe 150-20 kV transformatoren gerealiseerd worden. De huidige transformatoren zullen worden verwijderd, waarbij de (dan lege) cellen waarin de transformatoren stonden, blijven behouden. De nieuwe transformatoren T1 en T2 zullen vrij worden worden opgesteld (zonder wanden) ten noorden van de aanwezige cellen. Transformator T3 zal in de toekomst (volgende fase) in de meest noordelijke bestaande cel worden geplaatst. Het totale opgestelde vermogen in de eindsituatie komt totaal op 300 MVA. Omdat een zogenaamde N-1 bedrijfsvoering zal worden gevoerd waarbij één transformator reserve staat, zal het totale gelijktijdig te schakelen vermogen maximaal 200 MVA bedragen. In de eindsituatie worden de transformatoren van Enexis met ondergrondse kabels tussen de veldportalen en transformatoren verbonden. Deze ondergrondse kabels zullen op circa 1,20 meter beneden het maaiveld komen te liggen. Tevens wordt een nieuw 10 kV modulair gebouw en een algemente ruimte voor Enexis worden gerealiseerd.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

16

Toekomstige situatie HS-station Kelpen

4.2

Landschappelijke inpassing

TenneT heeft het voornemen het huidige HS-station te Kelpen te vervangen en uit te breiden. De uitbreiding van het HS-station is voorzien op het terrein van TenneT. Het plangebied is gelegen in de Bronsgroene landschapszone en Goudgroene natuurzone (Omgevingsverordening Limburg (2014)). Voor ontwikkelingen in deze gebieden is het vereist dat in het ruimtelijke plan een beschrijving wordt gegeven van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Met het landschapsplan (Bijlage 1 bij de planregels) wordt hieraan voldaan.

Kernkwaliteiten De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. De kernkwaliteiten in de goudgroene natuurzone (beschermingsgebied) zijn: het reliëf, het visueel-ruimtelijk karakter, het groene karakter en het cultuurhistorisch erfgoed. Beide kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone en Goudgroene natuurzone mogen niet in het geding komen.

Het plangebied Het huidige transformatorstation, waar de nieuwe ontwikkeling onderdeel van wordt, is gesitueerd in agrarisch landelijk gebied dat gekenmerkt wordt door grote percelen met weinig landschappelijke beplanting. Het akkerland vormt de basis van het Limburgse terrassenlandschap, waar beekdalen de

bestemmingsplan HS-station Kelpen

17

landschappelijke structuur bepalen. Op de locatie van het HS-station bepalen de meanderende Tungelroysche Beek en de Berkven het landschap. (Cultuur)historisch gezien was het plangebied voornamelijk in gebruik als bos en akker (inclusief een aantal oude boerderijen). Sinds de Middeleeuwen heeft het gebied de uitstraling van kleinschalig esdorpenlandschap.

Landschappelijke inpassing Het landschapsplan voorziet in het creëren van een opgaande beplantingsstrook rondom het station, zodat het station zo min mogelijk opvalt. De beplantingsstrook krijgt tevens hoge biodiversiteitswaarde door het toepassen van verschillende soorten inheemse bomen en heesters. Om het HS-station zo volledig mogelijk in te passen wordt voorgesteld om voor deze beplantingsstrook, langs de west- en zuidrand, een strook van 15 meter breedte te reserveren. In deze beplantingsstrook worden in totaal 65 bomen (eik, linde en esdoorn) en 3.670 m2 aan heesters (meidoorn en sleedoorn) geplant. In het struweel kunnen zich allerlei kleine zoogdieren en vogels schuilen en foerageren. Op plekken waar geen opgaande beplanting mogelijk is wordt na de werkzaamheden bloemrijk grasmengsel ingezaaid. Daarnaast wordt geadviseerd om de parkeerplaatsen niet uit te voeren in klinkerverharding, maar in grasbetontegels. Grasbetontegels verminderen het oppervlak aan verharding waardoor de watercompensatieopgave verminderd kan worden. Extra wateropvangmogelijkheden door toenemende hoeveelheid verharding is niet meegenomen in het landschapsplan.

Ontwerptekening landschappelijke inpassing HS-station Kelpen

bestemmingsplan HS-station Kelpen

18

Beheer Het bloemrijk grasmengel kan zich op den duur doormiddel van goed beheer tot natuurlijke middelhoge vegetatie ontwikkelen. Echter zal pas vanaf het tweede of derde jaar een ontwikkeling in het bloemrijk grasmengel verwacht worden. Om de gewenste vegetatie te bereiken dient er jaarlijks 1 à 2 keer gemaaid te worden.

Compensatie Door de uitbreiding van het HS-station dienen 84 heesters en bomen verwijderd te worden. Deze heesters en bomen maken onderdeel van een houtopstand waar voor het kappen een ontheffing aangevraagd dient te worden. Tevens dient er compensatie plaats te vinden. In overleg met bevoegd gezag wordt bepaald in welke vorm de compensatie vereist is en gaat plaatsvinden. Bij de uitbreiding en vervanging van het HS-station heeft fysieke herplant de voorkeur, maar er zijn echter ook mogelijkheden voor financiële compensatie.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

19

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de feiten en belangenafweging inzake de relevante milieuhygiënische aspecten (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelmogelijkheden van het gebied. Alle onderzoeken zijn gedaan voorafgaand aan de realisatie van de uitbreiding. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken in de bijlagen.

5.1

Archeologie

Op het gebied van archeologische monumenten zijn er verschillende wetten die een rol spelen bij het behoud en beheer van cultureel erfgoed. Voor deze locatie zijn de wetten gebundeld in het archeologische en cultuurhistorische beleid van de gemeente Leudal voor de toepassing van de archeologische monumentenzorg (WAMZ).

Voor het plangebied gelden de dubbelbestemming ˜Waarde-Archeologie 5" en ˜Waarde-Archeologie 6". Dit betekent voor waarde 5 dat bij bodemingrepen groter dan 1000 m2 en dieper dan 40 cm-mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd en voor waarde 6 een archeologisch onderzoek nodig is als de bodemingreep groter is dan 2.500 m² en dieper dan 40 cm-mv. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 (bureauonderzoek) van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1.3.

In het kader van de voorgenomen vervanging en uitbreiding van het HS-station is in 2021 door BAAC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). Het onderzoeksgebied bevat het huidige HS-station, de toegangsweg, het tijdelijke werkterrein en het omringende gebied binnen een straal van circa 500 meter. De uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling kan leiden tot aantasting of vernietiging van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Het doel van het bureauonderzoek is om de geologische, bodemkundige en landschappelijke kenmerken, alsmede de bekende en verwachte archeologische waarden in het gebied te inventariseren teneinde een gespecificeerde archeologische waarden op te stellen.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

20

Uitsnede archeologische verwachtingenkaart

Onderzoek De gemeentelijke verwachtingenkaart laat zien dat het plangebied gekenmerkt is door zowel middelhoge als hoge verwachtingswaarden. Hoofdzakelijk bedraagt het plangebied, volgens de verwachtingenkaart, hoge verwachtingen voor archeologische waarden, met in het oosten een smalle stroom met een middelhoge verwachting. Er zijn geen bekende archeologische waarden aanwezig in het plangebied. In het onderzoeksgebied zijn twee vondstmeldingen uit de periode mesolithicum-bronstijd aanwezig. Ook is er bij een gravend onderzoek een vindplaats uit de IJzertijd-Romeinse tijd aangetroffen.

Advies Vanwege de brede hoge verwachting adviseert BAAC een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren voor het gehele plangebied. Met dit onderzoek kan er inzicht verkregen worden in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden en om de verstoringsgraad van het bodemprofiel te bepalen.Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt de archeologische verwachting getoetst en indien nodig gespecificeerd.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

21

5.1.1

Inventariserend veldonderzoek

Vanwege de hoge verwachting heeft BAAC in augustus 2022 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 2. De verwachting bestaat dat er archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum tot en met de volle middeleeuwen aangetroffen wordt. Het inventariserend veldonderzoek wordt uitgevoerd doormiddel van veldbezoek en een verkennend booronderzoek, met als doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap. In het onderzoeksgebied zijn 17 boringen gezet.

Boorpuntenkaart

Onderzoek Door de aanwezige bebouwing en begroeiien waren er tijdens het veldbezoek geen aanwijzingen

bestemmingsplan HS-station Kelpen

22

zichtbaar die kunnen duiden op de aanwezigheid van archeologische resten in de bodem. Het booronderzoek daarentegen heeft een gedetailleerd inzicht gegeven in de lithologie en bodemopbouw van het onderzoeksgebied. In het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied bestaat de bodem uit 40 90 cm dik plaggendek (Aa-horizont), die naar het noorde toe geleidelijk overgaat in de ongeroerde ondergrond (C-horizont) of in het moedermateriaal waarin nog enige inspoeling van bovenaf heeft plaatsgevonden in het pleistocene tijdperk (BC-horizont). Vanwege de matige sortering van de zandkorrels is deze afzetting geïnterpreteerd als verspoeld dekzand. In het zuidoostelijke deel van het onderzoeksgebied een plaggendek van 1,1 m aangetroffen, wat duidt op een beekafzetting. Het noordelijke deel van het onderzoeksgebied is voornamelijk bos waar eveneens beekafzettingen aangetroffen zijn. Echter is de ouderdom en morfogenese niet bekend.

5.1.2

Conclusie archeologie

Het plaggendek heeft een beschermende werking voor eventuele grondsporen en archeologische resten, waardoor er een grote kans bestaat dat archeologische waarden bewaard zijn gebleven. De archeologische waarden zullen bij de geplande ingrepen tot 1,5 -mv verstoord worden. Om aan te tonen dat daadwerkelijk archeologische resten bewaard zijn gebleven adviseert BAAC een nader onderzoek door middel van proefsleuven. Het proefsleuvenonderzoek is erop gericht om de aanof afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden vast te stellen. Na een proefsleuvenonderzoek kunnen mogelijk delen van het terrein vrij worden geven van verder onderzoek en delen kunnen gewaardeerd worden op onder meer behoudenswaardigheid. Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient een (door het bevoegd gezag goedgekeurd) Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin de eisen waaraan het onderzoek dient te voldoen, zijn vastgelegd.

Bovenstaand advies is voorgelegd, beoordeeld en overgenomen door de bevoegde overheid (gemeente Leudal). Dit betekent dat niet reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten alvorens een proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd, waarbij de inzet van lokale amateurarcheologen, indien mogelijk, wordt gewenst.

5.2

Milieu

5.2.1

Bodem

5.2.1.1 Vooronderzoek bodem In het kader van de voorgenomen vervanging en uitbreiding is een vooronderzoek bodemonderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd (zie Bijlage 3). Het doel van het vooronderzoek is om relevante gegevens te verzamelen over de milieuhygiënische gesteldheid van de bodem op de onderzoekslocatie. Deze gesteldheid kan zijn beïnvloed zijn door menselijke activiteiten van vroeger en nu.

Gebruik locatie Omstreeks 1990 is het zuidelijke deel van het plangebied in gebruik genomen als 150 kV hoogspanningsstation. In de diepere ondergrond bestaat de bodemopbouw uit matig tot uiterst grof zand. De grondwaterstroming is noord-zuid gericht.

Eerder uitgevoerd onderzoek Uit verouderd nulsituatie-onderzoek uit 2003 is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie in de bovengrond plaatselijk een bijmenging met grind is aangetroffen. In de ondergrond zijn geen

bestemmingsplan HS-station Kelpen

23

bodemvreemde waarnemingen waargenomen. Analytisch zijn geen verhoogde gehalten aangetoond in grond- en grondwater. In 2015 is een onderzoek uitgevoerd waarin de bestaande gebouwen en trafo's zijn meegenomen. In dit onderzoek zijn geen bodemvreemde waarnemingen waargenomen. Daarnaast is de grond zintuigelijk onverdacht op asbest. Analytisch zijn geen verhoogde gehalten aangetoond in de boven- en ondergrond.

Conclusie Deellocatie A: schakeltuin Uit het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat er geen verontreinigingen vastgesteld zijn. Op basis van de bekende gegevens is er geen aanleiding om verontreiniging te verwachten ter plaatse van deze deellocatie.

Deellocatie B: uitbreidingslocatie Voor deze deellocatie geldt op basis van de gegevens dat er ter plaatse van de huidige gebouwen een brandblusgebouw en gebouwen met olieconservator aanwezig zijn. Het brandblusgebouw is verdacht op het voorkomen van PFAS en de olieconservator is verdacht op het voorkomen van minerale olie en vluchtige aromaten. De verwachting is dat er geen tot maximaal lichte verhoogde gehalten in de grond en licht verhoogde concentraties in het grondwater worden gemeten. In het overige deel van deze deellocatie is geen aanleiding om verontreinigingen te verwachten. De verwachting is dat het overige deel van de deellocatie niet verontreinigd is.

PFAS De onderzoekslocatie is verdacht op het voorkomen van PFAS.

Asbest Uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is op het voorkomen van asbest in de grond. Mochten er tijdens de uitvoering van het onderzoek en of tijdens de graafwerkzaamheden asbestverdacht materiaal worden aangetroffen dan moeten de werkzaamheden direct worden uitgebreid met een asbestonderzoek conform de NEN 5707.

Aanbevelingen Per deellocatie wordt een onderzoekshypothese volgens de strategieën zoals die zijn opgenomen in de NEN 5740 opgesteld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de informatie die tijdens het vooronderzoek is verzameld.

Deellocatie A Deellocatie A onderzoeken conform de onverdachte strategie uit de NEN 5740 (ONV-NL).

Deellocatie B Deellocatie B onderzoeken conform de onverdachte strategie uit de NEN 5740 (ONV-NL). Hierbij dient rekening te worden gehouden dat de meest zuidelijke boringen PID-metingen, olie-water reactie wordt gedaan en eventueel aanvullend geanalyseerd wordt op vluchtige aromaten.

PFAS

bestemmingsplan HS-station Kelpen

24

Alle deellocaties onderzoeken op het voorkomen van PFAS.

Asbest Mochten er tijdens de uitvoering van het onderzoek en of tijdens de graafwerkzaamheden asbestverdacht materiaal worden aangetroffen dan moeten de werkzaamheden direct worden uitgebreid met een asbestonderzoek conform de NEN 5707.

5.2.1.2 Verkennend milieukundig bodemonderzoek Op aanbevelen van het vooronderzoek is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd met als doel aan te tonen in hoeverre er op de locatie verontreinigende stoffen aanwezig zijn (zie Bijlage 4). Het onderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 en conform de richtlijnen uit de NEN 5725 en de NEN 57404. ' Op basis van de resultaten uit het vooronderzoek zijn er grond- en grondwatermonsters afgenomen. De boorlocaties zijn weergegeven in onderstaand figuur.

Situatietekening met boorpunten

Onderzoek Grond In de grond zijn geen bodemvreemde bijmeningen aangetroffen welke duiden op bodemverontreiniging. In onderstaand tabel zijn de resultaten voor grond weergegeven.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

25

Samenvatting toetsingsresultaten standaard parameters in grond

PFAS In de bovengrond zijn enkele licht verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen aangetroffen. Dit geldt niet voor de PFAS-verbindingen in de ondergrond. Deze resultaten zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Samenvatting resultaten PFAS-verbindingen in de grond

bestemmingsplan HS-station Kelpen

26

Asbest Onderzoek naar asbest in de bodem maakt geen onderdeel uit van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek.

Grondwater In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium, cadmium en nikkel gemeten. Er is op basis van het vooronderzoek geen aanleiding om verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater te verwachten.

Samenvatting resultaten grondwater

Veiligheidsklasse De voorlopige veiligheidsklasse conform de CROW 400 wordt bepaald doormiddel van toetsing met behulp van de CROW 400 toetsmodule. Omdat in de geanalyseerde grondmonsters maximaal licht verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde zijn aangetoond, zijn op basis van de CROW 400 geen aanvullende veiligheidsmaatregelen ten aanzien van verontreinigde grond noodzakelijk. Gezien er geen veiligheidsklasse van toepassing is dient bij bodemwerkzaamheden de voorlopige veiligheidsklasse basishygiëne aangehouden te worden. De definitieve veiligheidsklasse dient door een veiligheidskundige van de aannemer vastgesteld te worden.

Conclusie en aanbevelingen De resultaten uit het onderzoek vormen geen belemmering voor de toekomstige werkzaamheden. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Bij alle grondwerkzaamheden moet rekening worden gehouden met het vrijkomen van licht verontreinigde grond, waarmee conform de geldende wet- en regelgeving (Besluit Bodemkwaliteit) op milieuhygiënisch verantwoorde wijze mee moet worden omgegaan.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

27

5.2.1.3 Aanvullend bodemonderzoek Het aanvullend bodemonderzoek (zie Bijlage 5) is uitgevoerd in verband met de beoogde toekomstige uitbreiding van het HS-station (noordzijde) en de realisatie van de landschappelijke inpassing (zuidzijde). Het aanvullend bodemonderzoek heeft het doel om voor deze locaties aan te tonen in hoeverre er verontreinigde stoffen aanwezig zijn in de bodem. Het onderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 en conform de richtlijnen uit de NEN 5725 en de NEN 57404.

Locaties uitgevoerd aanvullend bodemonderzoek ten aanzien van toekomstige uitbreiding (links) en realisatie landschappelijke inpassing (rechts)

Historischen huidig gebruik De onderzoeklocaties zijn momenteel in gebruik voor verschillende doeleinden. Deellocatie Noord is sinds 1900 in gebruik als bosperceel. Er zijn sindsdien geen wezenlijke verschillen aangebracht aan het perceel zelf. Op deellocatie Zuid hebben sinds 1990 meerdere verkavelingen plaatsgevonden en is de functie van de percelen veranderd van meer bouwland naar grasland. Sinds 2021 is de situatie niet noemenswaardig veranderd.

Onderzoek Bodemkwaliteitskaart Voor de locatie is de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Leudal geraadpleegd. De locaties zijn beiden geclassificeerd als klasse 'landbouw/natuur'. Er is geen waterbodemkwaliteitskaart vastgesteld.

PFAS Voor onderhavige onderzoekslocatie is de PFAS-bodemkwaliteitskaart van Arcadis geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er geen PFAS verwerkende activiteiten zich nabij de onderzoekslocaties bevinden. Wel wordt duidelijk aan de hand van het activiteitenbesluit uit 2017 op het terrein van TenneT dat er een blusgebouw aanwezig is waar koolzuur blusapparatuur staat. Deze brandblusapparatuur is mogelijk verdacht op PFAS. Aangezien op de locatie geen PFAS-onderzoek is uitgevoerd en nabij de voorgenomen graaflocatie wel PFAS verdachte activiteiten aanwezig zijn kan geconcludeerd worden dat de locatie verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten PFAS.

Asbest Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie in het verleden geen bedrijven gestaan die mogelijk

bestemmingsplan HS-station Kelpen

28

asbesthoudend materiaal hebben verwerkt of geproduceerd. Daarnaast is niets bekend over andere mogelijke asbestverdachte activiteiten.

Grond(water) Uit de resultaten is voor deellocatie Noord in een van de mengmonsters (van zowel de boven- als ondergrond) een sterk verhoogd gehalten met zink en matige verhoogde gehalten met nikkel, koper en lood aangetoffen. Echter zijn na uitsplitsing van het mengmonster zijn in de losse deelmonsters geen verhoogde achtergrondwaarden aangetoond. Voor de deellocatie Zuid zijn geen verhoogde achtergrondwaarden aangetoond. Op het gebied van grondwater is gebleken dat beide deellocaties gekenmerkt worden door een maximaal lichte verhoogde concentratie aan zware metalen.

Resultaten aanvullend bodemonderzoek

Conclusie en aanbevelingen Op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit voor beiden deellocaties zijn op basis van deze gegevens geen beperkingen tot de voorgenomen gedeeltelijke aankoop en realisatie van landschappelijke inpassing van de uitbreiding van het hoogspanningsstation. Er wordt aanbevolen om bij alle grondwerkzaamheden rekening te houden met het vrijkomen van licht verontreinigde grond, waar op milieuhygiënisch verantwoorde wijze mee moet worden omgegaan. Daarnaast dienen er maatregelen getroffen te worden die passen bij de veiligheidsklasse die bepaald is op basis van de rekenregels uit de CROW-publicatie.

5.2.2

Externe veiligheid

Bij Externe Veiligheid gaat het om de risico's voor de directe omgeving in het geval dat er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De verbonden risico's moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden twee soorten risico's gehanteerd: Het plaatsgebonden risico (PR) is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; Het groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is vastgelegd dat voor iedere toename in het groepsrisico een verantwoordingsplicht geldt, ongeacht of er door de wijziging een norm wordt overschreden. Voor het plaatsgebonden risico PR zijn risicocontouren (10-6) vastgesteld waarbinnen kwetsbare of beperkt kwetsbare bebouwing niet is toegestaan. Deze contouren liggen: rond inrichtingen waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Gevaarlijke stoffen die worden vervoerd over de weg, het spoor, het water of per buisleiding leiden tot knelpunten voor het plaatsgebonden risico indien er langs de transportassen een 10-6 contour ligt.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

29

Analyse Op basis van de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van de voorgenomen ontwikkeling zich enkele woningen bevinden. De voorgenomen ontwikkeling is echter geen categoriale inrichting vanuit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Op basis van de risicokaart zijn geen risicobronnen (risicovolle bedrijfsactiviteiten, transportroutes gevaarlijke stoffen) geïdentificeerd die mogelijk invloed hebben op de externe veiligheid van het projectgebied.

Conclusie Met de vervanging en uitbreiding van het HS-station zal geen sprake zijn van gevaarlijke inrichting in de zin van het Bevi. Daarnaast is er geen risico voor de externe veiligheid, omdat er op of rondom het plangebied geen gevaarlijke inrichtingen of transportroutes aanwezig zijn. Externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken.

5.2.3

Geluid

In april 2022 is door Peutz een akoestisch onderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen uitbreiding van het HS-station in Kelpen, zie Bijlage 6.

Op basis van de door Enexis Netbeheer BV verstrekte gegevens met betrekking tot de verplaatsing en vervanging is het bestaande akoestische rekenmodel aangepast en uitgebreid. Met behulp van het rekenmodel is de in de omgeving optredende geluidbelasting als gevolg van de verandering aan het HS-station berekend voor de huidige en toekomstige situatie. In de voorgenomen situatie, de zogenaamde 'representatieve bedrijfssituatie', worden er 3 nieuwe transformatoren met een elektrisch vermogen van (maximaal) 100 MVA elk en een 10 kV-gebouw bijgeplaatst. Het totale opgestelde vermogen komt op 300 MVA. De huidige transformatoren zullen worden verwijderd.

Omdat er een bedrijfsvoering zal worden gevoerd waarbij één transformator reserve staat, zal het totale gelijktijdig te schakelen vermogen maximaal 200 MVA bedragen. Hierdoor wordt het HS-station vergunningplichtig voor het aspect milieu. Ook moet er een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder worden vastgesteld. De geluidzone dient in het bestemmingsplan te worden opgenomen.

Resultaten Met behulp van het rekenmodel zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAR,LT ter plaatse van de meest nabij gesitueerde gevoelige gebouwen berekend. In onderstaande tabel zijn de berekende langetijdgemiddelde beoordelingsniveau's LAR,LT weergegeven.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

30

Daarnaast zijn ook de etmaalwaardecontouren weergegeven voor de bedrijfssituatie waarbij transformator TR2 uit bedrijf is (etmaalwaarden inclusief toeslag K1).

Links: berekende etmaatwaardecontouren inclusief toeslag K1 voor bedrijfssituatie TR2 uit, korte termijn. Rechts: berekende etmaatwaardecontouren inclusief toeslag K1 voor bedrijfssituatie TR2 uit, lange termijn.

Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting bij gevoelige bestemmingen in de omgeving beperkt zal blijven tot maximaal 41 dB(A) etmaalwaarde, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. Met het beoordelen van de etmaalwaarde wordt feitelijk het geluidniveau voor de afzonderlijke geluidniveaus voor de dag- avond- en nachtperiode beoordeeld, immers voor de avond geldt een 5 dB strengere grenswaarde dan voor de dag, en voor de nacht geldt een 10 dB strengere grenswaarde dan voor de dag. Indien wordt voldaan aan een etmaalwaarde van 45 dB(A), wordt automatisch voldaan aan de toepasselijke grenswaarde van 45 dB(A) voor de dag, 40 dB(A) voor de avond en 35 dB(A) voor de nacht. Vastgesteld wordt dat aan de voorwaarde wordt voldaan waarmee een buitenplanse inpassing mogelijk is.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

31

Gelet op het gelijktijdig te schakelen transformatorvermogen (maximaal 200 MVA) zal het terrein van een geluidzone worden voorzien. Een geluidbelasting van 50 dB(A) komt overeen met ten hoogste 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode. De vast te stellen zonegrens dient ten minste de optredende 50 dB(A) etmaalwaardecontouren van alle mogelijke bedrijfssituaties en het terrein van de inrichting te omvatten.

Geluidszone HS-station Kelpen

5.2.4

Luchtkwaliteit

Vanaf 15 november 2007 is de wetgeving op het gebied van luchtkwaliteit gewijzigd. Deze wetswijziging is sindsdien opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen). Deze wijziging wordt ook wel kortweg de Wet Luchtkwaliteit 2007 genoemd. In artikel 5.16 van de gewijzigde Wet milieubeheer is vastgelegd onder welke voorwaarden bestuursorganen de bevoegdheden uit lid 2 mogen uitoefenen. Als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde (grenswaarde zoals vastgelegd in titel 5.2 en bijlage 2 Wet milieubeheer); een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt "niet in betekenende mate" bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, wat inhoudt dat door het project de luchtkwaliteit met minder dan 1% verslechtert; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de Regeling NIBM (niet in betekende mate bijdragen) is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Dit betekent dat ontwikkelingen op dit gebied zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven.

bestemmingsplan HS-station Kelpen

32

Conclusie De uitbreiding van het hoogspanningsstation draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging omdat er geen sprake is van een substantiële toename van het aantal verkeersbewegingen of toename van relevante emissies vanuit het station. De luchtkwaliteitsaspecten vormen daarmee geen belemmering voor het project.

5.2.5

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen): ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Een (buitenwettelijk) toetsingskader voor milieuzonering wordt geboden door de uitgave "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlands Gemeenten. Op basis van deze uitgave kan worden bepaald in hoeverre de inrichtingen en bedrijven beperkend zijn voor het tot stand brengen van een goed woon- en leefmilieu in de omgeving. In deze uitgave zijn per (milieu)categorie bedrijvigheid richtafstanden genoemd welke kunnen worden aangehouden ten einde de hinderlijke invloed van bedrijfsactiviteiten op gevoelige functies te beperken. Een wettelijk kader wordt gevormd door geluidszones op grond van de Wet geluidhinder en de afstandseisen op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Bij de voorgenomen ontwikkeling krijgt het HS-station een elektrisch vermogen van 200 MVA. Het 150 kV-station wordt daarmee milieuvergunningplichtig en bovendien dient er een geluidzone ex artikel 40 van de Wet geluidhinder te worden vastgesteld (zie ook paragraaf 5.2.3).

Conclusie Het terrein van het HS-station wordt voorzien van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. In het akoestisch onderzoek (zie Bijlage 6) is een voorstel voor de vast te stellen geluidzone gedaan. Dit advies is opgevolgd en middels voorliggend bestemmingsplan wordt de geluidszone planologisch vastgelegd. Ook is getoetst of geluidsbelasting als gevolg van het voornemen onder de voorkeursgrenswaarde van maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde blijft. Vastgesteld is dat ruimschoots wordt voldaan aan deze grenswaarden. Het aspect milieuzonering vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen uitbreiding.

5.2.6

Electromagnetische straling

In Nederland zijn voor elektromagnetische gevaren alleen adviezen uitgebracht voor bovengrondse hoogspanningslijnen. In de provincie Limburg hebben de hoogspanningslijnen een nominale spanning van 150 kV. De genoemde adviezen hangen samen met de effecten op de gezondheid van magnetische velden afkomstig van deze hoogspanningslijnen. Voor de regionale distributiebedrijven, die een bedrijfsspanning hebben van 10/20 kV, is een dergelijk advies niet gegeven. De waarden van veldsterktes voor de regionale distributiebedrijven zijn significant lager dan bij hoogspanningslijnen. De installaties van de distributiebedrijven (omgeven door een eigen geïsoleerde omkasting) bevinden zich bovendien, in tegenstelling tot hoogspanningslijnen, binnen een gesloten bedrijfsruimte is die de intensiteit van de straling reduceert. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=20509510-5128-44da-a347-9491879a976f