CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Commissievergadering Fysiek 29 juni 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Woonwagenlocatie Molenzicht Heythuysen'15.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Woonwagenlocatie Molenzicht Heythuysen Toelichting NL.IMRO.1640.BP21HyMolenzicht-VG01

Afbeelding: plangebied Woonwagenlocatie Molenzicht Heythuysen

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie en planbeschrijving

10

Hoofdstuk 3

Beleidskader

15

Hoofdstuk 4

Onderzoek

24

Hoofdstuk 5

Juridische aspecten

40

Hoofdstuk 6

Handhaving

44

Hoofdstuk 7

Haalbaarheid

45

Hoofdstuk 8

Procedure

46

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

3

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

4

Toelichting

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

Op 19 december 2016 heeft het College voor de Rechten van de Mens (CVRM) geoordeeld dat de gemeente Leudal niet streeft naar een zo gelijkwaardig mogelijk aanbod van huurwoonwagens ten opzichte van het aantal huurwoningen (zie uitspraak van het College van de Rechten voor de Mens: 2016-139). Om een gelijkwaardig aanbod te realiseren heeft de gemeenteraad van Leudal op 25 juni 2019 ingestemd met de realisering van 4 extra woonwagenstandplaatsen voor 4 woonwagens binnen de gemeente Leudal op de korte termijn. Onderhavig plan voorziet er tevens in om een gedeelte van de weg 'Molenzicht' te herbestemmen tot een verkeersbestemming, hetgeen aansluit op de feitelijke situatie. De uitbreiding van de woonwagenlocatie aan de Molenzicht is in verband met de urgente behoefte reeds mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning voor tijdelijk afwijken van het geldende bestemmingsplan conform artikel 2.12, eerste lid onder a, sub 2 in combinatie met artikel 4, sub 11 van bijlage II bij het Bor. Om de uitbreiding van de woonwagenlocatie echter permanent juridisch-planologisch te regelen is een aanpassing van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk (conform artikel 3.1 Wro). In het voorliggende bestemmingsplan worden zodoende de nieuwe bestemmingen voor de gronden binnen onderhavig plangebied wettelijk geregeld.

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en deze toelichting.

Uitsnede luchtfoto met kadastrale ondergrond (plangebied rood omlijnd)

1.2

Plangebied

Het plangebied bestaat uit gronden die direct grenzen aan het huidige woonwagenterrein aan de Molenzicht met enkele aangrenzende gronden. Op de onderstaande luchtfoto is de begrenzing van beoogde ontwikkeling weergegeven. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Noorderbaan. Aan de oost- en zuidzijde wordt het plangebied omzoomd door verschillende sportvelden. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een voetbal- en atletiekvereniging. Ten westen van het plangebied ligt een perceel dat bestemd is voor sport, maar feitelijk in gebruik is voor agrarische doeleinden. Het plangebied is globaal gezien gelegen aan de noordoostzijde van de kern Heythuysen. Het plangebied bestaat uit gronden die direct grenzen aan het huidige woonwagenterrein aan de Molenzicht met enkele aangrenzende gronden. Op de onderstaande luchtfoto is de begrenzing van beoogde ontwikkeling weergegeven. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Noorderbaan. Aan de oost- en zuidzijde wordt het plangebied omzoomd door verschillende sportvelden. Ten zuidoosten van

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

6

het plangebied ligt een voetbal- en atletiekvereniging. Ten westen van het plangebied ligt een perceel dat bestemd is voor sport, maar feitelijk in gebruik is voor agrarische doeleinden. Het plangebied is globaal gezien gelegen aan de noordoostzijde van de kern Heythuysen.

1.3

Doel

Het voorliggende bestemmingsplan heeft tot doel het plangebied te voorzien van een passend juridisch-planologisch regime voor de uitbreiding van de woonwagenlocatie. De planregels dienen daarbij goed hanteerbaar, inzichtelijk en toegankelijk te zijn. Het nieuwe bestemmingsplan dient te voldoen aan de volgende randvoorwaarden: Het plan is uniform in de opzet, methodiek en aanpak waarbij de regels, toelichting en verbeelding zijn gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan wordt daarom opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) en conform de plansystematiek voor de huidige woonwagenlocatie in het bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017'; Het plan is leesbaar, duidelijk en toetsbaar; Vigerende rechten op basis van de geldende bestemmingsplannen dienen waar mogelijk gerespecteerd te worden; Tevens dient het plan flexibel te zijn om in te kunnen spelen op de voorzienbare ontwikkelingen.

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

Vigerend bestemmingsplan - 'Woonkernen Leudal 2017' Binnen het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017', zoals vastgesteld op 14 november 2017 door de gemeenteraad van Leudal. De gronden binnen het plangebied zijn gedeeltelijk bestemd als 'Groen', 'Water', 'Verkeer', 'Sport' en 'Wonen'. Daarnaast is de aanduiding woonwagenstandplaats opgenomen voor maximaal 8 woonwagens. Tevens geldt voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Een toetsing ten aanzien van deze dubbelbestemming vindt plaats in paragraaf 4.2. Tot slot geldt voor het gehele plangebied de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017' met ligging plangebied rood omlijnd Woonwagenstandplaatsen

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

7

De realisatie van vier woonwagenstandplaatsen vindt plaats op gronden met de enkelbestemmingen 'Groen' en 'Verkeer'. Deze gronden zijn niet bestemd voor de realisatie van woonwagenstandplaatsen. Dit is enkel toegestaan op gronden met de enkelbestemming 'Wonen' en de functieaanduiding 'woonwagenstandplaats'. Per standplaats wordt voorzien in de realisatie van één berging met een oppervlakte van 15 m2 en bouwhoogte van 3 meter. Toegangsweg Naast de realisatie van vier woonwagenstandplaatsen voorziet onderhavig plan in de uitbreiding van de reeds bestaande toegangsweg, alsmede de aanleg van kabels, leidingen en nutsvoorzieningen. De realisatie van infrastructuur is gedeeltelijk gelegen op gronden met de enkelbestemmingen 'Groen' en 'Water'. Deze gronden zijn niet bestemd voor de realisatie van verkeersvoorzieningen (wegen). Onderhavig plan voorziet daarnaast in de herbestemming van een gedeelte van de weg 'Molenzicht' tot de enkelbestemming 'Verkeer' (momenteel heeft dit gedeelte van de weg de enkelbestemming 'Wonen'). Geluidswal Het beoogde planvoornemen voorziet tevens in de realisatie van twee geluidswallen binnen de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer'. De realisatie van deze elementen is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal', welke momenteel ontbreekt ter plaatse van de beoogde geluidswallen.

Molenbiotoop Ten aanzien van de ligging van het plangebied binnen de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' geldt dat binnen een straal van 100 tot 400 meter (gerekend vanaf het middelpunt van de molen) geen bebouwing mag worden opgericht met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand, gemeten tussen de bebouwing en het onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. Binnen onderhavig planvoornemen betekent dit dat er geen bebouwing is toegestaan hoger dan 11 meter. De woonwagens, alsmede de twee geluidswallen binnen het plangebied voldoen ruimschoots aan deze voorwaarden. Afweging Gezien de bovenstaande bevindingen is de ontwikkeling (uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen, alsmede de realisatie van de overige voorzieningen) niet toegestaan op basis van het vigerend bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017'. Vigerend bestemmingsplan - 'Duurzame energie' Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerend bestemmingsplan 'Duurzame energie', dat op 27 maart 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad van Leudal. De gemeente Leudal heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan maar realiseert zich ook dat zowel klein- als grootschalige initiatieven een grote impact op het landschap en de beleving van het landschap kunnen hebben. Het landschap is immers de drager van alle ruimtelijke ontwikkelingen.

Daarom is het nodig om rekening te houden met de kracht en het laadvermogen van het landschap. De gemeente heeft een beleidskader opgesteld aan de hand waarvan initiatieven kunnen worden ontwikkeld, getoetst en gerealiseerd. De vigerende bestemmingsplannen bevatten binnenplanse afwijkingsbepalingen die het mogelijk ma-ken om - binnen de voorwaarden van die bepaling(en) en mits ruimtelijk aanvaardbaar - duurzame energieprojecten te vergunnen en te realiseren. Het vigerend bestemmingsplan 'Duurzame energie' (ook paraplubestemmingsplan genoemd) heeft tot doel om de bestaande algemene afwijkingsbepalingen te laten vervallen in zowel de kernen als het buitengebied. Deze aanpassing van de bestaande bestemmingsplannen is noodzakelijk om de kwaliteit van ontwikkelingen naar de toekomst toe te borgen. Medewerking wordt mogelijk gemaakt via een buitenplanse procedure mits het bepaalde in het vigerende Beleidskader 'Duurzame energie (zon en wind)' onverkort wordt toegepast, voldaan wordt aan daarin gestelde criteria en de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is.

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

8

In navolging van het bovenstaande wordt artikel 40.5 'energieopwekking' (uit het vigerend bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017) niet overgenomen binnen de algemene afwijkingsregels van onderhavig bestemmingsplanplan.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en de planbeschrijving toegelicht. Het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleidskader komt in hoofdstuk 3 aan bod, gevolgd door een beschrijving van de onderzoeksaspecten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op het plan opgenomen. In hoofdstuk 6 is weergegeven hoe de handhaving van de regels in dit bestemmingsplan plaatsvindt. In hoofdstuk 7 volgt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de procedure beschreven.

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

9

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie en planbeschrijving De woonwagenlocatie is gelegen aan de noordoostzijde van de kern Heythuysen. De reeds bestaande woonwagenstandplaatsen worden gehandhaafd en behoren dan ook niet tot het plangebied. De locatie wordt aan de oostzijde uitgebreid met vier nieuwe woonwagenstandplaatsen en de bestaande toegangsweg wordt uitgebreid, waardoor een tweede ontsluiting op de Noorderbaan ontstaat. Hierdoor worden alle woonwagenstandplaatsen ontsloten door de weg 'Molenzicht'. Daarnaast wordt voorzien in de aanleg van twee geluidswallen, de verplaatsing van een voetpad en het aanleggen van een nieuwe afwateringsgreppel, alsmede een landschappelijke inpassing aan de oostzijde van de uitbreiding.

2.1

Bestaande situatie

De woonwagenlocatie is gelegen aan de rand van de kern Heythuysen. De gronden waarop de beoogde ontwikkeling plaatsvindt zijn kadastraal bekend als Heythuysen, sectie N, nummers 120, 780, 930, 931 en 1780. Op de woonwagenlocatie aan de Molenzicht zijn reeds acht woonwagenstandplaatsen aanwezig. Op iedere standplaats is ruimte voor een tuin en het parkeren van auto's. De ontsluiting vindt plaats aan de weg Molenzicht die in noordelijke richting aansluit op de Noorderbaan. Op de na-volgende afbeelding is een recente luchtfoto van de bestaande situatie weergeven.

Uitsnede luchtfoto (2018) met plangebied rood omlijnd

Aan de oost- en zuidzijde bevinden zich verschillende sportvelden die gebruikt worden door de plaatselijke voetbalvereniging. Aan de westzijde bevindt zich een perceel dat is bestemd tot sport maar feitelijk wordt gebruikt voor agrarische doeleinden. Ten noorden aan de overzijde van de Noorderbaan begint het buitengebied van de gemeente Leudal.

2.2

Planbeschrijving

De ontwikkeling Het voornemen bestaat om de reeds bestaande woonwagenlocatie aan de Molenzicht uit te breiden met

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

10

vier nieuwe woonwagenstandplaatsen. De woonwagenstandplaatsen zijn voorzien aan de oostzijde van de reeds bestaande woonwagenstandplaatsen. Om deze nieuwe standplaatsen bereikbaar te ma-ken wordt een verlenging van de reeds bestaande toegangsweg (Molenzicht) voorzien. Daarnaast wordt voorzien in de aanleg van twee geluidswallen (ter voorkoming van geluidsoverlast in de woon-wagens vanwege het wegverkeer over de Noorderbaan), de verplaatsing van een voetpad en het aan-leggen van een nieuwe afwateringsgreppel. Op iedere standplaats wordt voorzien in de realisatie van één parkeerplaats. Daarnaast is in openbaar gebied ruimte voor het parkeren van 15 auto's. Tevens mag op iedere standplaats maximaal één woonruimte en één berging gerealiseerd/geplaatst worden. Tot slot wordt aan de noordoostzijde een nieuwe in-/uitrit gerealiseerd die aansluit op de Noorderbaan. Ook wordt de bestaande greppel binnen het noordelijk gedeelte van het plangebied ingekort.

Schetsmatige weergave functionele invulling plangebied

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

11

Verbeelding toekomstige situatie plangebied

Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten Aangezien het plangebied aan de rand van de kern van Heythuysen is gelegen en er reeds woonwagenstandplaatsen aanwezig zijn, passen de realisatie van vier woonwagenstandplaatsen, alsmede de overige ontwikkelingen vanuit stedenbouwkundig en functioneel oogpunt binnen de omgeving. De beoogde ontwikkeling wordt daarnaast landschappelijk ingepast binnen de omliggende omgeving. De volledige rapportage omtrent de landschappelijke inpassing is zichtbaar in Bijlage 1. De inpassing en vormgeving van het perceel aan het Molenzicht richt zich op de overgang van de woonwagenlocatie naar het omliggende landschap. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld, welke op basis van de gestelde kaders (LKM), kennis van het landschap en de betreffende locatie zijn vormgegeven. De landschappelijke en cultuurhistorische karakteristiek van het beekdallandschap dient als basis voor de vormgeving van de inpassing. Tevens dient opgemerkt te worden dat het plangebied grenst aan het buitengebied van de gemeente Leudal. De reeds benoemde landschappelijke inpassing en toekomstige woonwagenlocatie zorgt voor een geleidelijke transitie van het verstedelijkt gebied naar het landelijk gebied.

Er zijn dan ook geen negatieve stedenbouwkundige of ruimtelijke effecten voor de omgeving te verwachten en ook wordt geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. Compensatie (herplant) Tot slot dient volledigheidshalve vermeld te worden dat binnen het plangebied geen ruimte is voor herplant van te rooien bomen, maar dat ter compensatie van de herplant van bos n.a.v. uitbreiding van de woonwagenlocatie in de gemeente Weert, 1.000 m2 extra bos wordt aangeplant. Specifiek gezien betreft dit een gebied aan de zuidrand van het Weerterbos (N2000), kadastraal perceel Nederweert AB

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

12

809, oppervlakte 0,41 ha, waarvan 0,1 ha benut wordt voor deze compensatie. Zie hiertoe de locatie in de onderstaande afbeelding.

Uitsnede luchtfoto met locaties compensatie gemeente Leudal Ten aanzien van de bovenstaande compensatie heeft de Stichting het Limburgs Landschap een 'Inrichtingsplan compensatieperceel gemeente Leudal' (d.d. 28 augustus 2020) opgesteld. Hierbinnen zijn de randvoorwaarden ten aanzien van de inrichting van de compensatielocatie opgenomen. Daarnaast zal teven een Natuurinrichtingsovereenkomst gesloten worden tussen de Stichting het Limburgs Landschap en de gemeente Leudal, omdat de Stichting het Limburg Landschap is benaderd om de competitieverplichting over te nemen. De kosten voor de compensatie zijn voor rekening van de gemeente Leudal. Landschappelijke inpassing Onderstaande inrichtingstekening illustreert de voorgestelde maatregelen met betrekking tot de landschappelijke inpassing. Concreet bestaan deze maatregelen uit de aanplant van een vogelbosje en een struweel.

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

13

Landschappelijke inpassing plangebied

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

14

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze Structuurvisie staan de (rijks)plannen voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk zet zich voor wat betreft het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Afweging Voor het plangebied geldt uiteraard dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Voor het overige zijn gezien de aard en omvang van de ontwikkeling geen nationale belangen uit de SVIR in het geding.

Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daar-uit volgen. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient volgens de ladder een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien

Afweging Binnen voorliggend plan wordt voorzien in de realisatie van vier nieuwe woonwagenstandplaatsen. Hierbij is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat in lijn met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2013, geen sprake is van een stedelijke

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

15

ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Dit betekent dat artikel 3.1.6, lid 2 Bro niet van toepassing is. Het initiatief hoeft dan ook niet te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het initiatief wel voldoet aan de uitgangspunten van de ladder, omdat er binnen bestaand stedelijk gebied invulling wordt gegeven aan de behoefte aan woonwagenstandplaatsen binnen de gemeente Leudal en in het bijzonder de kern Heythuysen.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Afweging Gezien de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling zijn de bovengenoemde belangen binnen onderhavig plan niet in het geding. Het bestemmingsplan is dan ook niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende gebieden, objecten worden aangewezen, waar gemeenten bij vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Als gevolg van de gewijzigde regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vlieg-basis Volkel ook de gemeente Leudal.

Aangezien het onderhavige bestemmingsplan echter geen wind-turbines hoger dan 114 meter toestaat vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. Daarnaast is het plangebied ook niet aangewezen als reserveringgebied voor de aanleg van hoofdwegen (of delen van hoofdwegen). Afweging Aangezien het bestemmingsplan geen windturbines of anders bouwwerken hoger dan 114 meter toestaat, vormt de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie.

In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

16

onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Om te bepalen of een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling voorkomt in lijst C of lijst D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, of de drempelwaarden worden overschreden, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Afweging De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van dit bestemmingsplan, is opgenomen in paragraaf 4.1.6.

3.2

Provinciaal beleid

Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december is het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) vastgesteld als opvolger van het POL2006. In het POL2014 is onderscheid gemaakt in zeven soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor de verschillende zones liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Volgens de kaart 'Zonering Limburg' ligt het plangebied bijna in zijn geheel binnen de zone 'overig bebouwd gebied'. Een kleine strook (waarbinnen de in-/uitrit aan de noordoostzijde is voorzien) is gelegen binnen de zone 'Buitengebied'. Overige bebouwde gebieden zijn gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen met deels een stedelijk karakter en deels een dorps karakter. De accenten hierbinnen liggen vooral op een transformatie van de regionale woningvoorraad, de bereikbaarheid, de balans tussen voorzieningen en detailhandel, stedelijk groen en water en een goede kwaliteit van de leefomgeving.

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

17

Uitsnede POL2014-kaart 'Zonering Limburg' globale ligging plangebied blauw omlijnd Afweging De beoogde uitbreiding van de woonwagenlocatie vindt hoofdzakelijk plaats binnen het overig bebouwd gebied en is passend binnen deze gebiedsindeling. Een klein gedeelte van de toegangsweg (de in-/uitrit) is deels gelegen binnen de zone 'Buitengebied'. Onderhavige ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met de uitgangspunten binnen het POL2014.

Ontwerp Provinciale omgevingsvisie Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.

In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: 'de Provinciale omgevingsvisie Limburg.' Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt na vaststelling van deze Omgevingsvisie, het huidige 'Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).'

De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De vaststelling van deze omgevingsvisie is beoogd in het eerste kwartaal van 2021.

Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2022. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht.

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

18

Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.

Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's. Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect 'Wonen en leefomgeving'.

Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's, agenda's en instrumenten noodzakelijk.

Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen.

Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

19

gemaakt in de vorm van een flexibele schil.

Leefomgeving Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit.

Afweging De provinciale Omgevingsvisie is het richtinggevende kader op hoofdlijnen omtrent wonen. Omdat de woonbehoeften snel veranderen, en omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven wat betreft wonen en leefomgeving, zijn er meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's en instrumenten (zie hiertoe de uiteenzetting in paragraaf 3.3 en 3.4). Na vaststelling van de ontwerp-Omgevingsvisie wordt, op basis van die inhoud, ook de volgende stap voor de Omgevingsverordening gezet. Tervisielegging en vaststelling zullen medio 2021 plaatsvinden. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2022. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht. De beoogde ontwikkeling zal ook in overeenstemming plaatsvinden met het toekomstige provinciale beleidskader. Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. Afweging Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk (niveau III) ligt.

Het is in het gebied Roerdalslenk verboden een boorput of een bodemenergiesysteem te maken of te hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 80 meter in zone III tot aan de Bovenste Brunssumklei dient vier weken tevoren schriftelijk te worden gemeld aan gedeputeerde staten. Gezien het feit dat geen diepe grondboringen zijn voorzien, vormt de ligging van het plangebied binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk III geen belemmering. Voor het overige is het plangebied niet gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Onderhavig plan is dan ook in overeenstemming met de uitgangspunten uit de Omgevingsverordening Limburg 2014.

3.3

Regionaal beleid

Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 Op 2 juli 2019 is in regionaal verband de 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021'

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

20

vastgesteld. De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben middels de 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021' de nota 'Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg' uit 2014 geactualiseerd. Daartoe is een woningmarktonderzoek uitgevoerd (2018) met ondersteuning van de Provincie Limburg. Binnen de 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021' worden de leermomenten uit de nota 'Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg' meegenomen. Daarnaast zijn concrete afspraken gemaakt voor de periode 2018 tot en met 2021 en er wordt een doorkijk gegeven op de verwachte woningbouwbehoefte tot 2030. De structuurvisie geeft richting aan de kwalitatieve en kwantitatieve opgave waar de gemeenten woningbouwprojecten de komende jaren wenselijk vinden en de wijze waarop het aantal woningbouwplannen wordt afgestemd op de behoefte. Dit betekent dat beleidsmatig is vastgelegd hoe de planvoorraad voor woningen wordt afgebouwd. Afweging Binnen de 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021' wordt aangehaald dat het rijk in juli 2018 het beleidskader 'Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid' gepubliceerd heeft.

Dit beleidskader reikt gemeenten de kaders aan waarmee zij het lokale woonwagenbeleid binnen het mensenrechtelijke kader kunnen ontwikkelen. Het biedt bouwstenen die gemeenten kunnen gebruiken om invulling te geven aan het gemeentelijke huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners. Uitgangspunt hierbij blijft dat huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente is. De gemeente is bij uitstek de bestuurslaag die lokaal afwegingen kan maken op basis van de lokale behoefte. De visie die ten grondslag ligt aan dit beleidskader 'Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid' heeft alskern inzake huisvesting het beschermen van woonwagenbewoners tegen discriminatie, het waarborgen van hun mensenrechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid. Concreet betekent dit: De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners. Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is. Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doel-groep behoren. De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zo-lang er behoefte is aan standplaatsen.

Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats. Binnen onderhavig initiatief is sprake van een directe behoefte aan woonwagenstandplaatsen, waar-door wordt aangesloten op de principes uit het beleidskader 'Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid'. Daarnaast heeft het uitgevoerde woonbehoefteonderzoek in het kader van de 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021' aangetoond dat er een behoefte is naar nieuwe standplaatsen en/of woonwagens. Derhalve sluit de uitbreiding van de woonwagenlocatie aan de Molenzicht met 4 standplaatsen aan op de gesignaleerde kwantitatieve behoefte.

3.4

Gemeentelijk beleid

Strategische Visie op Leudal 2020 - 'Leven in Leudal' In de Strategische Visie op Leudal 2020 - 'Leven in Leudal' geeft de gemeente aan welke ontwikkelingen op de langere termijn voor Leudal van belang zijn en waar de gemeente naar toe wil. De toekomstvisie is daarmee richtinggevend voor de beleidsontwikkelingen in de komende jaren. De visie dient als

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

21

denkkader en handvat voor toekomstige keuzes en ontwikkelingen. Daarbij valt te denken aan de ontwikkeling van nieuw beleid, het oppakken van nieuwe integrale projecten en keuzes rondom de profilering van de (nieuwe) gemeente en samenwerking in de regio. De Strategische Visie op Leudal 2020 - 'Leven in Leudal' is op 11 december 2007 door de gemeente-raad vastgesteld en dient de komende jaren het kompas voor ontwikkelingen te zijn. De gemeente Leudal wil in samenspraak en in samenwerking met bewoners en bedrijven, met de regio en de provincie de kansen die zich in Leudal voordoen benutten. Binnen de Strategische Overallvisie van de gemeente Leudal worden kansen en bedreigingen in kaart gebracht. Het behoud van groen en meer benutten van het groene karakter wordt gezien als een van de voornaamste kansen voor de gemeente Leudal. Groen wonen wordt hierbij als een potentiële kansrijke ontwikkeling gezien. De missie van de gemeente Leudal is geoperationaliseerd in doelen op centrale thema's van de strategische overallvisie: samenleving, omgeving, wonen, werken en vrije tijd. Het doel voor het aspect wonen is hierbij om binnen de eigen gemeente te zorgen voor passende huisvesteging van elke inwoner plus gedoseerde ontwikkeling van enkele regionaal onderscheidende woonmilieus.

Afweging Middels de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in de realisatie van passend leefklimaat voor burgers die willen wonen in een woonwagen. Het initiatief wordt hiermee passend geacht binnen de Strategische Visie op Leudal 2020 - 'Leven in Leudal', op het gebied van wonen. Structuurvisie Leudal - 'Regie op de toekomst' Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Voor sommige ontwikkelingen zal ze daarbij zelfs initiatiefnemer willen zijn. Voor andere ontwikkelingen is zij ook afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties, instellingen, en burgers. Ontwikkelingen die afbreuk doen aan de toekomst van Leudal wil de gemeente waar mogelijk voorkomen. In de structuurvisie ligt de nadruk op de visie van de gemeente op de functionele ontwikkelingen van de diverse, ruimtelijk relevante onderwerpen. Waar liggen voor de gemeente plichten, wat zijn de ambities, waar ziet de gemeente kansen en bedreigingen? En onder welke criteria zijn ontwikkelingen moge-lijk? Hiermee is de structuurvisie een regie-instrument voor de dagelijkse gang van zaken.

Binnen de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Uitgangspunt voor het beleid ten aanzien van wonen is dat, in het kader van de leefbaarheid, de veranderingen in de aard en omvang van de woningvoorraad niet geënt worden op de kwantiteit van de voorraad, maar op de kwaliteit van de voorraad. Door in te zetten op kwaliteit wil de gemeente een woningvoorraad bied en die bijdraagt aan de sociale binding van mensen met de gemeente, maar die ook afgestemd is op en bijdraagt aan de verschillende ruimtelijke karakteristieken van de afzonderlijke kernen en het buitengebied. Ontwikkelingen in de woningmarkt moeten de maatschappelijk hoog gewaardeerde woonkwaliteiten van Leudal, veel laagbouw en het dorpse karakter, behouden en waar mogelijk versterken (bijvoorbeeld middels wonen in het groen).

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

22

Afweging Binnen de structuurvisie wordt niet specifiek ingegaan op de realisatie en behoefte omtrent woonwagenstandplaatsen. Echter heeft de gemeente wel een gemeentelijke basisverantwoordelijkheid voor wonen en de woonomgeving. De beschikbaarheid van een woning voor alle doelgroepen staat hierin centraal. Elke inwoner moet in beginsel in staat zijn in de gemeente Leudal een passende woning te vinden. Passend ten aanzien van de aard van de woning, de bereikbaarheid van de noodzakelijke voorzieningen, maar ook ten aanzien van de betaalbaarheid. Onderhavige ontwikkeling voorziet in de beschikbaarheid van passende woonomgeving voor een doelgroep die gebruik wil maken van woonwagenstandplaatsen. Hiermee sluit het initiatief aan op de doelstelling om te voorzien in de woonbehoefte voor woonwagenbewoners binnen de gemeente Leudal.

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

23

Hoofdstuk 4

Onderzoek

Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan en de daaruit mogelijk voortvloeiende ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met aspecten uit de omgeving die invloed uitoefenen op het plangebied. Daarnaast kan ook het plangebied invloed uitoefenen op in de omgeving aanwezige waarden. Daarom zijn voor het plangebied onder andere de milieuaspecten bodem, geluid en externe veiligheid onderzocht op eventuele negatieve effecten. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de bestemmingsplanactualisatie voor onder meer de aspecten archeologie en cultuurhistorie, leidingen en infrastructuur, waterhuishouding, verkeerskundige aspecten en ecologie.

4.1

Milieu

4.1.1

Bodem

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de bodemkwaliteit ge-schikt is voor de beoogde bestemmingen. Aangezien onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van gevoelige functies is door Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit rapport is als Bijlage 2 bij deze toelichting toegevoegd. Tijdens de veldinspectie zijn ter plaatse van het plangebied geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. In het opgeboorde bodemmateriaal van de bovengrond en ondergrond zijn zintuiglijk geen bijmengingen of bijzonderheden aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat bovengrondmengmonster MM1 (dieptetraject 0-0,5 m-mv.) licht verhoogd is met cadmium, lood en som PCB. In bovengrondmengmonster MM2 en de beide ondergrondmengmonsters (MM3 en MM4) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met cadmium, zink, xylenen en naftaleen. Binnen het zuidwestelijk deel van het plangebied is een terrein gelegen dat is afgesloten met een hek en een poort. Dit terrein was in gebruik voor opslag (o.a. een paardentrailer, fietsen en kliko's). Op dit deel zijn de boringen 3 en 15 uitgevoerd. Boring 1 is direct aan de oostzijde van dit terreindeel uitgevoerd.

Ter plaatse van het zuidwestelijk terreindeel is in 2004 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd en in 2011 een actualiserend onderzoek. Bij het onderzoek in 2004 is in het bodemtraject van 0 tot 0,5 m-mv een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond (analyses uitgevoerd op NEN pakket). Bij het onderzoek in 2011 is in de bodemlaag direct onder de inmiddels aangebrachte puinlaag een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond (analyses uitgevoerd op NEN pakket). Tijdens het door Aeres Milieu uitgevoerd onderzoek in 2019 zijn ter plaatse van het zuidwestelijk terreindeel 2 boringen verricht. In de geanalyseerde bodemlaag direct onder puinlaag zijn geen verhoogde gehalten aangetoond (analyses uitgevoerd op NEN pakket). Gelet op bovenstaande zijn de aangetoonde licht verhoogde gehalten met cadmium, lood en PCB's op het aangrenzende terreindeel (ter plaatse van boring 1) niet eenduidig te relateren aan activiteiten op het zuidwestelijk terreindeel. Daarnaast zijn de aangetroffen verontreinigingen niet gesitueerd ter plaatse van de standplaatsen voor de woonwagens en vormen deze derhalve geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling.

Tot slot dient vermeld te worden dat de grond ter plaatse grotendeels is afgegraven en voor een deel is verwerkt in de langs de Noorderbaan gerealiseerde geluidwal en voor het overige is afgevoerd (hiertoe is aan partijkeuring grond uitgevoerd: BKK Bodemadvies bv, PARTIJKEURING GROND D56 Haelerweg 53 te Horn, projectnr.: 200414.BKK, d.d. 7 mei 2020). Uit de bemonstering is gebleken dat de partij geen bijmengingen bevat. Er zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Er is niet op het gehele plangebied een bodemonderzoek uitgevoerd. Indien op de niet onderzochte

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

24

delen grondverzet wordt verricht, denk aan de aanleg van riool, grondwal, nieuwe aansluiting op de Noorderbaan, greppel en het verleggen voetpad, zal moeten worden voldaan aan het Besluit bodem-kwaliteit en de ARBO-wetgeving. Het hergebruiken van grond valt onder de regels van de Besluit bodemkwaliteit. Indien als gevolg van graafwerkzaamheden op de locatie (grond vrijkomt die niet op locatie kan worden hergebruikt, dan dient deze te worden afgevoerd conform de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. De grond dient in dat kader aanvullend op PFAS onderzocht te worden. Voor het toepassen van grond zijn eveneens de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Het toepassen van grond (>50 m3) dient gemeld te worden bij het meldpunt bodemkwaliteit. De bovenstaande resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. Conclusie De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.1.2

Geluid

Wegverkeerslawaai Volgens de Wet geluidhinder is het noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan de akoestische situatie (bij nieuwe geluidgevoelige objecten). Voor wegen die deel (gaan) uitmaken van een 30 km-gebied geldt dat akoestisch onderzoek in principe niet uitgevoerd hoeft te worden. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB mag aan de gevel van geluidsgevoelige objecten echter niet overschreden worden. Akoestisch onderzoek is in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling noodzakelijk indien nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen worden toegestaan binnen de onderzoekszone (200 meter) van wegen waarvoor een maximumsnelheid van 50 km-uur of meer geldt. Het plangebied ligt binnen de onderzoekszone van de Noorderbaan, Sint Antoniusstraat en Vrijkenstraat. Er worden binnen het plangebied vier nieuwe woonwagenstandplaatsen mogelijk gemaakt. Conform artikel 1.2 Besluit geluidhinder worden woonwagenstandplaatsen aangemerkt als "geluidsgevoelig terrein". Gezien de ligging van het plangebied binnen de onderzoekszone van de bovenstaande wegen is een nader akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai binnen onderhavig plan noodzakelijk. Econsultancy heeft zodoende een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit rapport is als Bijlage 3 bij deze toelichting toegevoegd.

Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat de geluidsbelasting op het geluidsgevoelige terrein zonder de realisatie van de twee grondwallen hoogstens 56 dB bedraagt. Alleen als gevolg van de Noorderbaan treedt een overschrijding op van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op. De maximaal toelaatbare grenswaarden van 53 dB wordt eveneens overschreden. Derhalve is voor de Noorderbaan een afweging van geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk. Geluidreducerende maatregelen Met de verschuiving van het terrein en de realisatie van twee grondwallen binnen het plangebied (zie planbeschrijving paragraaf 2.2) kan worden voldaan aan de maximaal toelaatbare grenswaarden van 53 dB. Bij het vaststellen van hogere waarden dient rekening te worden gehouden met het akoestisch klimaat binnen de woonwagens (het zogenaamde binnenniveau). Vanuit het Bouwbesluit worden geen aanvullende eisen gesteld aan de karakteristieke geluidwering van de gevels van woonwagens. Er geldt alleen een minimumeis van 20 dB conform artikel 3.2 van het Bouwbesluit. Met het treffen van de maatregelen (verschuiving plangebied richting het zuiden en de realisatie van twee grondwallen met een hoogte van 1,5 meter) wordt op grond van de berekeningsresultaten geconcludeerd dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de vier beoogde woonwagenstandplaatsen.

De ligging van de woonwagenstandplaatsen ten opzichte van de omliggende

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

25

wegen heeft derhalve geen belemmerende werking voor het planvoornemen. Overweging hogere grenswaarde Wet geluidhinder In de Wgh wordt aangegeven dat een hogere waarde kan worden verleend als 'de toepassing van maatregelen overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Nadere uitwerking daarvan levert het volgende op: Stedenbouwkundige overwegingen: als de aanvrager kan aantonen dat woningbouw ter plaatse noodzakelijk is en dat de bebouwing niet anders gesitueerd kan worden, is het mogelijk om op basis van stedenbouwkundige argumenten en locatiespecifieke kenmerken de ontheffing te verlenen; Landschappelijke overwegingen: te denken valt aan het verlenen van een hogere waarde, om te voorkomen dat een open landschap door geluidafschermende voorzieningen wordt doorsneden. Dit is altijd een locatiespecifieke afweging, die goed gemotiveerd dient te worden in de aanvraag; Financiële overwegingen: in het kader van de aanvraag is het van belang dat de meerkosten (getalsmatig) worden aangetoond.

Daarnaast moet in de bestemmingsplanexploitatie rekening worden gehouden met de kosten van geluidafschermende voorzieningen (daardoor wordt voorkomen dat in een latere planfase deze kosten als onvoorzien, danwel onredelijk worden beschouwd); Verkeerskundige overwegingen: soms laat een ontsluiting van percelen, toe- en afritten en dergelijke, niet toe dat er geluidschermen langs een weg worden gerealiseerd. Ook kunnen er vanuit verkeersveiligheid nadere eisen worden gesteld aan de afstand van schermen ten opzichte van een weg. Binnen onderhavig plan is sprake van stedenbouwkundige overwegingen. De standplaatsen zijn ter plaatse noodzakelijk als uitbreiding van de bestaande woonwagenstandplaatsen. De standplaatsen dienen aan de geprojecteerde verlengde weg Molenzicht te grenzen en kunnen dus niet anders gesitueerd worden. Gezien de voorgaande bevindingen (overschrijding van de voorkeursgrenswaarde) zal in het kader van onderhavig plan gelijktijdig met het bestemmingsplan een hogere waarde bij het college van B&W worden aangevraagd. Met een hogere waarde procedure kan het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) toestaan dan de voorkeursgrenswaarde. Het besluit hogere grenswaarde is opgenomen in Bijlage 4. Bij het vaststellen van hogere waarde dient rekening te worden gehouden met het akoestisch klimaat binnen de woonwagens.

Derhalve is binnen de regels van onderhavig bestemmingsplan opgenomen dat de geluidwering van de gevel moet voldoen aan het bouwbesluit. Vanuit het Bouwbesluit worden geen aanvullende eisen gesteld aan de karakteristieke geluidwering van de gevels van woonwagens. Er geldt een minimumeis van 20 dB volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit. Om aan de maximale ontheffingswaarde te kunnen voldoen dienen de twee geluidswallen gerealiseerd te worden. De realisatie van deze geluidswallen is gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting binnen de regels. Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein. Een akoestisch onderzoek in dit kader is dan ook niet aan de orde. Conclusie Gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt een verzoek tot vaststelling van een hogere waarde ingediend en het besluit hierover zal genomen worden voor vaststelling van het bestemmingsplan. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de beoogde realisatie van de vier woonwagenstandplaatsen binnen het plangebied.

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

26

4.1.3

Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a.

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;

b.

Een plan leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

c.

Een plan draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging;

d.

Een plan past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Het Besluit NIBM Deze AMvB legt vast, wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor zowel fijn stof en NO2. Voor woningen gelden in de Regeling NIBM de volgende getalsmatige grenzen:

Woningen (maximaal)

minimaal 1 ontsluitingsweg

minimaal 2 ontsluitingswegen

3%-norm

3%-norm

1500

3000

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de uitbreiding van een woonwagenlocatie, waarbij vier nieuwe woonwagenstandplaatsen mogelijk worden gemaakt. Hiermee wordt ruimschoots binnen het 3% criterium van de NIBM-grens gebleven. De voorgenomen ontwikkeling draagt dan ook 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de heersende luchtkwaliteit.

Achtergrondwaarden Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood en koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in Nederland met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10) van belang. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof zijn in de navolgende tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet en op plaatsen die niet toegankelijk zijn voor publiek en waar geen vaste bewoning is, zoals akkerland en de rijbaan en ontoegankelijke middenbermen van wegen.

stof

toetsing van

grenswaarde

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m³

fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m³

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

27

fijn stof (PM2,5)

jaargemiddelde concentratie

25 ìg/m³

Grenswaarden Wlk

Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu - RIVM) is de concentratie PM10 ter plaatse in 2018 gelegen tussen 18 en 20 µg/m³, de concentratie PM2,5 µg/m³ tussen 12 en 14 µg/m³ en de concentratie NO2 tussen 15 en 20 µg/m³. De luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is daarom voldoende voor de realisatie van de beoogde woonwagenstandplaatsen. Conclusie Gezien de bestaande concentraties is er geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm lid 1 onder a. De voorgenomen ontwikkeling van de woonwagenlocatie draagt daarnaast niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit, waarmee wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.16 Wm, lid 1 onder c. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet bezwaarlijk is in het kader van de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is.

4.1.4

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. (Beperkt) kwetsbare objecten Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van vier woonwagenstandplaatsen mogelijk. Op basis van paragraaf 1, artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn woonwagens kwetsbare objecten. In het kader van dit plan moet daarom bekeken worden of er sprake is van nieuwe risicovolle activiteiten (zoals Bevi-inrichtingen, BRZO-bedrijven en/of transportroutes) of dat in het plangebied zelf risicovolle activiteiten worden toegestaan. Verdere toetsing aan de externe veiligheid is dan ook vereist.

Toetsing Door het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een risicokaart samengesteld waarop de meest belangrijke risicoveroorzakende bedrijven, objecten en transportroutes zijn aangegeven. Het gaat hierbij onder meer om risico's van opslag van patronen, stofexplosies, opslag van gasflessen, ammoniakinstallaties, LPG-tankstations enzovoorts. Risicovolle activiteiten Op basis van de risicokaart van het IPO zijn binnen het plangebied en de omgeving geen risicovolle inrichtingen gelegen. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting is gelegen op circa 760 meter ten noord-oosten van het plangebied en betreft de inrichting 'Maatschap Frenken' aan de Tamboerenstraat 1 te Roggel. Het betreft hier een bovengrondse propaantank. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze tank bedraagt 20 meter. Het plangebied is hier ruimschoots buiten gelegen. Daarnaast oefent onderhavige ontwikkeling (gezien de afstand) geen rekenkundige invloed uit op de hoogte van het groepsrisico.

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

28

Uitsnede Risicokaart Nederland met globale ligging plangebied blauw omlijnd

Risicovol transport door buisleidingen Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen risicovolle buisleidingen aanwezig. De dichtstbijzijnde buisleiding is gelegen op circa 5 kilometer ten zuidoosten van het plangebied en vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Risicovol transport over de weg Volgens de risicokaart vindt over de Walk risicovol transport plaats. Deze weg ligt op circa 350 meter ten oosten van het plangebied. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze wegen bedraagt 0 meter en het groepsrisico is kleiner dan 0,1 maal de oriënterende waarde. De ligging van het besluit-gebied ten opzichte van deze weg vormt daarmee geen belemmering. Risicovol transport over het water In de wijde omgeving van het plangebied vindt geen risicovol transport plaats over het water. Risicovol transport over het spoor Binnen het plangebied en de directe omgeving vindt geen risicovol transport over het spoor plaats. De dichtstbijzijnde spoorlijn betreft de spoorlijn 'Maastricht-Eindhoven' en is gelegen op circa 2.8 kilometer ten zuiden van het plangebied. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 bedraagt 1 meter. De plaatsgebonden risicocontour 10-7 bedraagt 15 meter en de plaatsgebonden risicocontour 10-8 bedraagt 119 meter. Buiten deze contour wordt er geen rekenkundige invloed uitgeoefend op het groepsrisico.

Het invloedsgebied voor groepsrisico van deze spoorlijn bedraagt 995 meter. Indien binnen

bestemmingsplan Woonw agenlocatie Molenzicht Heythuysen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=ed2b2e28-a079-4173-b2df-7d0a2cdc08d8