Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘De Leistert en Buitenhof De Leistert’ Datum: 30 mei 2024 Status: Vastgesteld
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 Inleiding ............................................................................................... 4 1.1
Aanleiding ...................................................................................................................... 4
1.2
Ligging en grens plangebied .......................................................................................... 5
1.3
Leeswijzer ...................................................................................................................... 5 HOOFDSTUK 2 Planbeschrijving .................................................................................. 6
2.1
Gebiedsbeschrijving ....................................................................................................... 6
2.2
Huidig planologisch kader .............................................................................................. 7
2.3
Beoogde situatie .......................................................................................................... 12 HOOFDSTUK 3 Beleidsaspecten ................................................................................ 16
3.1
Inleiding ........................................................................................................................ 16
3.2
Rijksbeleid .................................................................................................................... 16
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................................. 16
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ................................................. 16
3.2.3
Ladder voor duurzame ontwikkeling ........................................................................... 17
3.3
Provinciaal beleid ......................................................................................................... 17
3.3.1
Omgevingsvisie Limburg ............................................................................................ 17
3.3.2
Omgevingsverordening Limburg 2014........................................................................ 18
3.3.3
Omgevingsverordening Limburg 2021........................................................................ 19
3.4
Gemeentelijk beleid ..................................................................................................... 21
3.4.1
Strategische Overallvisie 2020 ‘Leven in Leudal ........................................................ 21
3.4.2
Structuurvisie Leudal – regie op de toekomst ............................................................ 23
3.4.3
Kwaliteitsmenu, Nota Kwaliteit .................................................................................... 26 HOOFDSTUK 4 Omgevingsaspecten ......................................................................... 28
4.1
Milieu ............................................................................................................................ 28
4.1.1
M.e.r.-plicht ................................................................................................................. 28
4.1.2
Bodem ......................................................................................................................... 29
4.1.3
Geluid .......................................................................................................................... 29
4.1.4
Geur ............................................................................................................................ 29
4.1.5
Luchtkwaliteit .............................................................................................................. 30
4.1.6
Externe veiligheid ........................................................................................................ 31
4.1.7
Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 33
4.2
Archeologie .................................................................................................................. 34
4.3
Natuur .......................................................................................................................... 36
4.3.1
Gebiedsbescherming .................................................................................................. 36
2
4.3.2 4.4
Flora en fauna ............................................................................................................. 37 Verkeer ........................................................................................................................ 37
4.4.1
Mobiliteit ...................................................................................................................... 37
4.4.2
Parkeren ..................................................................................................................... 38
4.5
Kabels en leidingen ...................................................................................................... 40
4.6
Duurzaamheid .............................................................................................................. 40
4.7
Water............................................................................................................................ 40
4.7.1
Nationaal Water Programma 2022-2027 .................................................................... 40
4.7.2
Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 ................................................................... 41
4.7.3
Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Limburg ........................................ 41
4.7.4
Waterhuishoudkundige situatie ................................................................................... 41 HOOFDSTUK 5 Juridische vormgeving ...................................................................... 44
5.1
Economische uitvoerbaarheid .................................................................................... 44
5.2
Planstukken ................................................................................................................ 44
5.3
Opzet planregels ......................................................................................................... 45
5.3.1
Inleidende regels ......................................................................................................... 45
5.3.2
Bestemmingsregels .................................................................................................... 45
5.3.3
Algemene regels ......................................................................................................... 46
5.3.4
Overgangs- en slotregels ............................................................................................ 47 HOOFDSTUK 6 Inspraak en overleg ........................................................................... 48
6.2
Vooroverlegreacties .................................................................................................... 48
6.3
Zienswijzen ................................................................................................................. 48 HOOFDSTUK 7 Procedure .......................................................................................... 49 BIJLAGEN Bijlage I – Behoefteonderbouwing centrale voorzieningen Bijlage II – Vlekkenplan beoogde situatie Bijlage III – Stikstofonderzoek Bijlage IV – Memo Verkeer en Parkeren Bijlage V – Verbeelding Bijlage VI – Omgevingsdialoog Bijlage VII – Nota van Zienswijzen
3
HOOFDSTUK 1.1
1 Inleiding
Aanleiding De gemeente Leudal is bezig om de bestaande bestemmingsplannen voor het gehele gemeentelijke grondgebied te actualiseren. Reden hiervoor is het gestelde in de Wet ruimtelijke ordening, waarin wordt voorgeschreven dat bestemmingsplannen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar. Het bestemmingsplan voor recreatiepark De Leistert dateert uit 1996 en is derhalve sterk verouderd. Om die reden heeft de gemeente aanvankelijk de actualisatie van het bestemmingsplan voor De Leistert willen oppakken. Het recreatiepark, met inmiddels een grootte van circa 55 ha, is het belangrijkste en grootste recreatiepark van de regio. De Leistert bestaat uit een grote camping met stacaravans en kampeerplekken voor eigen tenten of caravans. In oostelijke richting is het recreatiepark in 2010 en 2015 uitgebreid, waaronder ‘Buitenhof de Leistert’. Om een integraal en actueel plan voor het gehele recreatiepark De Leistert (figuur 1) te creëren, worden zowel het oorspronkelijke recreatiepark als de uitbreidingen meegenomen in onderhavig bestemmingsplan.
Figuur 1 Luchtfoto met ligging en omgeving plangebied
4
Het doel van het geactualiseerde bestemmingsplan is om te beschikken over een plan, waarin: • het huidig gebruik van gronden en opstallen positief wordt bestemd; • een verdere ontwikkeling van het recreatiepark mogelijk wordt; • een juridisch systeem wordt gekozen, dat past in deze tijd; • passende zorg wordt gegeven aan milieucomponenten; • beschikt kan worden over een digitale verbeelding voor het gehele plangebied.
1.2
Ligging en grens plangebied Recreatiepark De Leistert (figuur 2) ligt ten noorden van de kern Roggel en ten zuiden van het bosachtige natuurgebied de Ophovense Zandberg. Het recreatiepark heeft een puntige vorm en wordt aan alle zijden begrensd door openbare wegen. Aan de zuidelijke zijde vormt de N562, oftewel Heldensedijk, de grens. Dit betreft tevens de belangrijkste ontsluitingsweg. De overige grenzen worden gevormd door de Schansdijk, Kunneweg en Leistertweg.
Figuur 2 Luchtfoto met plangebied geel gearceerd
De noordoostelijke hoek behoort niet tot recreatiepark De Leistert maar maakt deel uit van het plangebied omdat ter plaatse een dassenburcht is gerealiseerd als mitigerende maatregel in een eerdere procedure en voor deze gronden is een verouderd bestemmingsplan van toepassing. Voor de volledigheid en ter actualisatie van de planologische regeling, maken de gronden deel uit van het juridische kader van dit bestemmingsplan en krijgen een (onbebouwde) agrarische bestemming.
1.3
Leeswijzer De toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 komt de bestaande en beoogde situatie aan bod. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het onderzoek, dat ten behoeve van de planrealisatie verricht is, belicht. Tenslotte komen in de hoofdstukken 5, 6 en 7 de juridische opzet, overleg en procedure aan de orde.
5
HOOFDSTUK 2.1
2 Planbeschrijving
Gebiedsbeschrijving Recreatiepark De Leistert bevindt zich ten noorden van de kern Roggel, aan de weg richting Helden (Heldensedijk of N562). Het recreatiepark, met inmiddels een grootte van circa 55 hectare, is het belangrijkste en grootste recreatiepark van de regio. De Leistert bestaat uit een grote camping met stacaravans en kampeerplekken voor eigen tenten of caravans (figuur 3). Bij het recreatiepark behoren een subtropisch zwembad, buitengolfslagbad, attractiespeeltuin en een plaza met onder andere een friture, café-restaurant, supermarkt en bowlingbaan. Tevens liggen op het recreatiepark een tennishal, een visvijver, een sportcentrum (Mico Sport) en vier bedrijfswoningen.
Figuur 3 Bezoekersplattegrond huidige situatie (2002)
Het recreatiepark wordt begrensd door de Heldensedijk, Schansdijk, Kunneweg en Leistertweg. Deze wegen vormen daarom de begrenzing van het plangebied. De directe omgeving van het plangebied wordt voornamelijk gekenmerkt door grasrijke gronden en enkele stukjes bosrijke grond. De omliggende bestemmingsplannen wijzen uit dat de omgeving verschillende functies herbergd, waar agrarisch grondgebruik de voornaamst aanwezige is in de omgeving. In mindere mate zijn woon- en bedrijfsfuncties aanwezig. De woningen Schansdijk 2, 8 en 9 en Kunneweg 12, met aanpalende erven, worden omringd door het recreatiepark, maar maken geen deel uit van het plangebied.
6
Figuur 4 Buitenbad met glijbaan (links) en impressie van het kampeerterrein (rechts)
Sinds 2011 is naast het oorspronkelijke recreatiepark een geheel nieuw bungalowpark in ontwikkeling; Buitenhof de Leistert. Het oostelijk deel van het bungalowpark is nagenoeg geheel afgerond. Er is tevens medewerking verleend aan het westelijke deel. Op het oostelijke deel van het bungalowpark is plaats voor maximaal 225 vakantieboerderijen. Tezamen met Buitenhof de Leistert maakt De Leistert onderdeel uit van de Leistertboulevard. Een sterke recreatieve (ontwikkelings)zone langs de Heldensedijk.
Figuur 5 Subtropisch zwembad (links) en ontwikkeling Buitenhof de Leistert (rechts)
Rondom het recreatiepark is sprake van een voornamelijk agrarisch landschap met verspreid gelegen bos- en natuurgebieden. Roggel wordt omringd door de grote bosen natuurgebieden het Leudal (ten zuiden van de kern), de Asbroekerheide (ten westen van de kern) en het Ophovense Zandberg (ten noorden van de kern en grenzend aan het recreatiepark). Ook het recreatiepark heeft een groen karakter vanwege de ligging in een bos. Juist de aanwezigheid van deze natuurgebieden en de rustieke gesteldheid van het buitengebied hebben een grote aantrekkingskracht op de recreant.
2.2
Huidig planologisch kader Voor het gehele plangebied zijn verschillende bestemmingsplannen geldend. Op planologisch-juridisch gebied is er als het ware sprake van drie deelgebieden. Hieronder is per deelgebied nader ingegaan op de bestemmingsplannen welke voor dat gebied geldend zijn. Daarnaast is gekeken voor welke functies de gronden binnen het gebied zijn bestemd.
7
Bestemmingsplan ‘De Leistert’ Voor het westelijke deel van het recreatiepark is het bestemmingsplan ‘De Leistert’ van de voormalige gemeente Roggel en Neer (vastgesteld op 17 december 1996).Conform dit bestemmingsplan zijn de gronden binnen het deelgebied Volgens dit bestemmingsplan zijn de betreffende gronden grotendeels bestemd als 'Recreatiedoeleinden' (figuur 6). Kleinere delen zijn bestemd als 'Groenvoorzieningen', 'Agrarisch gebied' en 'Visvijver'. De twee bestaande burgerwoningen zijn bestemd als 'Woondoeleinden' (maar maken nu geen deel meer uit van het plangebied). De openbare wegen die deel uitmaken van het plangebied zijn bestemd als 'Wegverkeer'. Een watergang dwars door het recreatiepark is specifiek aangeduid als 'watergang' en aan de westelijke zijde van het plangebied is een ondergrondse rioolleiding aangeduid.
Figuur 6 Plankaart geldend bestemmingsplan voor De Leistert
Recreatiedoeleinden De als 'Recreatiedoeleinden' aangegeven gronden zijn bestemd voor kamperen met tenten, toer- en stacaravans, tentwagens en kampeerauto’s en dagrecreatie met de daarbij behorende voorzieningen. Daarnaast zijn tevens vormen van detailhandel en horecadoeleinden van ondergeschikte aard toegestaan.
8
Groenvoorzieningen Enkele groenstroken aan de randen van het recreatiepark zijn specifiek bestemd als 'Groenvoorzieningen'. De als zodanig aangegeven gronden zijn bestemd voor groenstroken ter afscherming van de aangrenzende gronden met de bestemming 'Recreatiedoeleinden'. Agrarisch gebied Een weiland in het noordelijk deel van het plangebied is bestemd als 'Agrarisch gebied'. De als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik. Visvijver De visvijver in het westelijk deel van het recreatiepark is, weliswaar als onderdeel van het recreatiepark, specifiek bestemd als 'Visvijver'. De als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor de hengelsport. Woondoeleinden De twee burgerwoningen die deel uitmaken van het plangebied zijn bestemd als 'Woondoeleinden' (in vigerend bestemmingsplan zijn nog drie burgerwoningen aanwezig, één is inmiddels gesloopt). Deze gronden zijn bestemd voor woondoeleinden. Wegverkeer De openbare wegen binnen het plangebied zijn bestemd als 'Wegverkeer'. De als zodanig aangewezen 11 gronden zijn bestemd voor bewegend en stilstaand verkeer met de daarbij behorende voorzieningen, niet zijnde motorbrandstofverkooppunten.
Uitwerkingsplan Heldensedijk 10 en 13 Voor het oostelijke deel van het recreatiepark is het bestemmingsplan ‘Uitwerkingsplan Heldensedijk 10 en 13’ als onderdeel van de op 25 juni 2013 vastgestelde beheersverordening ‘Buitengebied’ geldend (figuur 7). Conform dit geldende plan zijn binnen het deelgebied de volgende enkelbestemmingen van toepassing: • Recreatie – Verblijfsrecreatie • Groen • Verkeer Daarnaast zijn nadere aanduidingen opgenomen ten behoeve van onder andere bedrijfswoningen, recreatiewoningen en centrumvoorzieningen welke zijn benodigd voor de exploitatie van het recreatiepark.
9
Figuur 7 Geldend bestemmingsplan ‘Uitwerkingsplan Heldensedijk 10 en 13’
Recreatie – Verblijfsrecreatie Het grootste deel van het gebied is bestemd voor verblijfsaccommodatie voor nietpermanente bewoning. Daarnaast zijn er ten behoeve van de verblijfsrecreatie onder andere voorzieningen, twee bedrijfswoningen en ontsluitingen toegestaan. Groen Zowel aan de oostzijde als in de kern van het deelgebied is een groenstrook aanwezig welke beide zijn bestemd als ‘Groen’. Ter plaatse zijn naast groenvoorzieningen onder andere wandel- en fietspaden en voorzieningen zoals speeltoestellen, afvalbakken en kunstwerken toegestaan. Verkeer De verblijfsvoorzieningen zijn bereikbaar via wegen/paden welke zijn bestemd als ‘Verkeer’. Ter plaatse van deze bestemming zijn onder andere verhardingen en groenen parkeervoorzieningen toegestaan.
10
Bestemmingsplan ‘Uitbreiding Buitenhof de Leistert’ Voor het middelste deel en laatste uitbreiding van het recreatiepark is het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Buitenhof de Leistert’ zoals vastgesteld op 22 mei 2012 van toepassing (figuur 8). Dit bestemmingsplan is geactualiseerd door middel van de herziening ‘1e herziening bestemmingsplan ‘Uitbreiding Buitenhof De Leistert’ zoals vastgesteld op 13 oktober 2015. Conform het geldende bestemmingsplan zijn binnen dit deelgebied de volgende enkelen dubbelbestemmingen van toepassing: • Recreatie – Verblijfsrecreatie • Water • Groen • Waterstaat – Beschermingszone watergang Daarnaast gelden een tweetal functieaanduidingen en aanduidingen ten behoeve van de maatvoering van geluidwallen.
Figuur 8 Geldend bestemmingsplan ‘Uitbreiding Buitenhof de Leistert’
11
Recreatie – Verblijfsrecreatie De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen. Naast deze recreatieve voorzieningen zijn onder andere een bedrijfswoning, recreatiewoningen, centrale voorzieningen en groen-, speel- en wandelvoorzieningen toegestaan. Verkeer De verblijfsvoorzieningen zijn bereikbaar via wegen/paden welke zijn bestemd als ‘Verkeer’. Ter plaatse van deze bestemming zijn onder andere verhardingen en groenen parkeervoorzieningen toegestaan. Water In het zuidelijke deel van het gebied is een watergang aanwezig welke is bestemd als ‘Water’. Deze gronden zijn met name bedoeld voor waterberging, waterhuishouding en waterlopen en -partijen. Groen Het gebied is aan de randen en in de kern bestemd als ‘Groen’. Binnen deze bestemming zijn onder andere groenvoorzieningen, wegen, voet- en fietspaden en speelvoorzieningen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidwal’ is uitsluitend een grond- of geluidwal toegestaan. Waterstaat – Beschermingszone watergang De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen waterloop, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop.
2.3
Beoogde situatie Voor het plangebied zijn verschillende planologische kaders van toepassing. Dit is niet praktisch en maakt het algehele planologische regime binnen het plangebied moeilijk leesbaar. Daarnaast zijn de geldende bestemmingsplannen toe aan een update met betrekking tot de huidige en feitelijk aanwezige situatie. Hierdoor is het voornemen ontstaan om voor het gehele recreatiepark (inclusief Buitenhof de Leistert) één integraal nieuw bestemmingsplan op te stellen. Voor wat betreft de meeste bestaande functies op het recreatiepark geldt dat deze behouden dienen te blijven. Deze functies zijn daarom specifiek bestemd of specifiek geregeld in de planregels (zoals centrale voorzieningen, bedrijfsgebouwen en eisen ten aanzien van maatvoering). Uitgangspunt daarbij is het goed kunnen functioneren van het recreatiepark, de recreanten van alle gemakken kunnen voorzien en de rustige sfeer blijven waarborgen, door de groene uitstraling van het park te handhaven. Overige belangen, van bijvoorbeeld de leidingbeheerders, zijn conform vigerende rechten gehandhaafd. In de afgelopen jaren hebben zich ontwikkelingen voorgedaan waardoor er ten opzichte van het voormalige gebruik veranderingen hebben plaatsgevonden. Zo is de voormalige tennishal op het recreatiepark in de huidige situatie in gebruik als game- en entertainmenthal (E-village).
Ook deze wijzigingen worden door middel van onderhavig
12
bestemmingsplan planologisch-juridisch vastgelegd. Er is daarnaast nagedacht over de toekomst(wensen) voor de locatie. Het voornemen is om, naast het planologischjuridisch juist borgen van de feitelijk situatie, ruimte te reserveren voor de meest concrete en actuele toekomstplannen om een zo toekomstbestendig mogelijke situatie te creëren. Hierbij vormen de belangen van de verschillende betrokken partijen het uitgangspunt. In onderhavig bestemmingsplan zijn de volgende aspecten meegenomen: •
• • • •
het flexibel toepassen van het bouwen en/of gebruiken van maximaal 25.000 m2 aan centrale voorzieningen binnen de bestemming Recreatie. De onderbouwing van en toelichting op de benodigde extra oppervlakte aan centrale voorzieningen (de bestaande oppervlakte bedraagt circa 15.000 m2) is bijgevoegd als separate bijlage aan deze plantoelichting. realisatie van 5 18/20 persoons-groepsaccommodaties met een maximaal bebouwd oppervlakte van 200 m² per accommodatie; De ‘Leistertweg’ gaat onderdeel uitmaken van het recreatiepark maar blijft voor doorgaand fietsverkeer bereikbaar; ruimte voor het plaatsen van licht- en vlaggenmasten hoger dan 6 meter; tijdelijke huisvesting stagiaires/vakantiekrachten gedurende werk- of stageperiode waarin stagiaire/vakantiekracht werkzaamheden uitvoert voor/op het recreatiepark. Permanente bewoning en bewoning door internationale werknemers is hierbij uitgesloten;
Bovenstaande punten zijn meegenomen in onderhavige herziening van de huidige geldende planologische regelingen. De bestaande mogelijkheden blijven behouden en worden 1 op 1 overgenomen in deze herziening van het bestemmingsplan. Voor de volledigheid is in onderstaande schema weergegeven welke aantallen recreatiewoningen en voorzieningen in de huidige situatie zijn toegestaan en welke aantallen in het kader van het nieuwe bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Categorie
Aantal mogelijk in vigerend bestemmingsplan
Aantal mogelijk in toekomstig bestemmingsplan
Opmerking / toelichting
Recreatie-
313
313
Geen toevoeging. Op het bungalowpark “Buitenhof de Leistert” verandert er niets aan het aantal recreatiewoningen.
Er geldt geen maximum bebouwingsoppervlaktepercentage op campingterrein van 13.000 m2
Er wordt een maximum bebouwingspercentage gewenst van 25.000 m2
woningen Oppervlakte Centrale voorzieningen
Bij bestemmingsplan Buitenhof gelden bebouwingsvlakken
13
Groepsaccommodatie
0
5
Tijdelijke huisvesting stagiaires / vakantiekrachten
In het vigerende bestemmingsplan Camping de Leistert zijn maximaal 5 bedrijfswoningen toegestaan. Voor het tijdelijk huisvesten van vakantiekrachten / stagiaires gebruikt de Leistert thans 2 bedrijfswoningen, als ook circa 5 (voormalige) verblijfsaccommodaties die op de camping zijn gesitueerd.
In de toekomst wil de Leistert het in 2022 aangekochte perceel Schansdijk 2 / 2a te Roggel gaan benutten voor tijdelijke huisvesting van vakantiekrachten /stagiaires
Op Buitenhof de Leistert staan een vijftal 18persoons vakantiebungalows. Deze maken deel uit van de 313 die hierboven genoemd zijn. De ervaring is dat dit type woning soms ook wel eens als groepsaccommodatie wordt gezien. Deze accommodaties worden vooral gebruikt door families. Grootouders, ouders en kleinkinderen. Soms ook vriendengroepen van dertigers /veertigers met kinderen. Dit zijn ook de doelgroepen die de Leistert wil blijven aantrekken. Oftewel: geen voetbalteams of jongerengroepen. Dat soort groepen worden geweerd. Belangrijk element in de toekomstvisie van de Leistert is dat het camping gedeelte wordt verbonden met het bungalowpark. Dit door de Leistertweg onderdeel te maken van het recreatiepark. De Leistertweg blijft hierbij wel bereikbaar voor doorgaand fietsverkeer welke dus via het recreatiepark kan worden afgewikkeld. Beide parken zullen worden verbonden met elkaar via een nieuw centrumgebied, maar de camping zal ook verbonden worden aan het bungalowpark door het thans verouderde deelterrein Beukenhof te herontwikkelen. Op dit deelterrein zijn de 5 nieuwe “groepsaccommodaties” voorzien. Deze 5 accommodaties komen dus in de plaats van verouderde jaarplaatsen (stacaravans), waarmee het totaal aantal gasten dat kan verblijven niet zal toenemen, maar eerder zal verminderen.
De huidige verblijfaccommodaties waar tijdelijke krachten en stagiaires gehuisvest worden liggen thans “midden op het park / camping”. Hierdoor ervaren deze medewerkers nauwelijks rust. Gasten blijven ze toch aanspreken, ook al zijn ze vrij. Het redelijk recent aangekochte perceel Schansdijk 2 / 2A is direct aanpalend gelegen aan de camping, maar staat volledig los van de camping. De toegang bevindt zich aan de Schansdijk. Wanneer tijdelijke medewerkers vrij hebben, kunnen ze op dit perceel dan ook volledig tot rust komen. Op dit perceel worden specifieke verblijfseenheden voor huisvesting tijdelijke medewerkers gecreëerd. De huidige bestemming “burgerwoning” dient ten aanzien daarvan omgezet te worden in “recreatiebestemming
Behoefte groepsaccommodaties Naast de 66 groepsaccommodaties voor 10 tot 13 personen heeft recreatiepark de Leistert heeft vijf 18-persoons vakantieboerderijen op Buitenhof de Leistert. De 18persoons bungalows zijn zeer gewild en een van de best renderende bungalowtypes. De vraag naar de grotere vakantieboerderijen is groter dan het aanbod. De verhuur wordt beperkt omdat er slechts 5 stuks beschikbaar zijn. Derhalve bestaat de wens om vijf 18/20-persoons Buitenleven Vakantieboerderijen te realiseren. De doelgroepen voor deze groepsaccommodatie betreffen families en gezinnen die een midweek, weekend of week met elkaar willen doorbrengen. Marktonderzoek Met een zéér hoge bezetting en het gegeven dat deze bungalows ver van tevoren worden geboekt, is het evident dat er ruimte zit om dit type groepsaccommodatie met een aantal eenheden uit te breiden.
14
De REVPAR (omzet per eenheid) van deze objecten ligt 1350% boven dat van de gemiddelde bungalow in Nederland (Benchmark Stratech Insight). De ADR (gemiddelde prijs per dag) van deze objecten ligt 1386% boven dat van de gemiddelde bungalow in NL (Benchmark Stratech Insight). De multigeneratie-vakantie is in trek in Nederland en biedt nog vele kansen in de toekomst. Onderscheidenheid De accommodaties zijn qua uitstraling, inrichting en uitrusting afgestemd op de wensen en behoeftes van groepen die graag enkele dagen samen willen doorbrengen en zichzelf trakteren op een luxer verblijf in een stijlvolle buitenleven accommodatie die over alle gemakken beschikt. De vakantieboerderijen (Limburgse boerderijstijl) zijn gebouwd op een ruime kavel met een grote tuin. De boerderijen beschikken over een sfeerhaard, luxe keuken, minimaal 9 slaapkamers en 5 badkamers en een sauna. In de tuin is een overdekt terras met 'Buitenleven' voorzieningen zoals een robuuste tuinset, luxe BBQ-meubel, loungeset, houtkachel en terrasheater. Ten behoeve van de 5 groepsaccommodaties heeft regionale afstemming plaatsgevonden. Tijdens de Regionale afstemming toeristisch-recreatieve initiatieven Midden Limburg is het initiatief voorgelegd en is het initiatief positief beoordeeld. In onderstaand vlekkenplan (figuur 9) is een indicatie weergegeven van de beoogde situatie.
Dit vlekkenplan is tevens bijgevoegd als separate bijlage aan deze plantoelichting.
Figuur 9 Vlekkenplan beoogde situatie plangebied
15
HOOFDSTUK 3.1
3 Beleidsaspecten
Inleiding In dit hoofdstuk wordt onderhavige ontwikkeling getoetst aan het algemene Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid en de wet- en regelgeving. Aan het eind van iedere paragraaf is een conclusie dan wel doorwerking opgenomen van het specifieke beleid en wet- en regelgeving voor de planlocatie. Het sectorale beleid is in hoofdstuk 5 per aspect beschreven.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de toekomstige generaties. De NOVI biedt perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om Nederland samen mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen.
Bij kleinschalige ontwikkelingen op lokaal niveau dient rekening gehouden te worden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan is een kleinschalig initiatief passend binnen de nationale omgevingsvisie NOVI. Het actualiseren en het vormen van de geldende plannen tot één integraal plan voor het recreatiepark heeft geen gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Met het initiatief gaan dan ook geen nationale belangen gepaard. Daarnaast blijkt uit hoofdstuk 4 blijkt dat de genoemde omgevingsaspecten geen belemmering vormen voor het voornemen. Daarmee bestaat vanuit de Nationale omgevingsvisie NOVI geen belemmeringen voor het initiatief.
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 15 (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden.
16
In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Op onderhavig initiatief zijn geen van deze belangen van toepassing. Daarnaast betreft het geen nieuwe ontwikkeling waarbij Nationale belangen gemoeid zijn. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit initiatief.
3.2.3
Ladder voor duurzame ontwikkeling De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Deze systematiek is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De Ladder voor duurzame verstedelijking is in principe een uitwerking van Nationaal belang 4, efficiënt gebruik van de ondergrond, oftewel zorgvuldig ruimtegebruik. De Ladder is er voor bedoeld dat zorgvuldig wordt nagedacht over nieuwe ontwikkelingen en de plek van de nieuwe ontwikkeling. Zo gaat bijvoorbeeld inbreiding voor uitbreiding. Voor nieuwe stedelijke functies geldt daarom dat de Ladder doorlopen dient te worden om te bepalen of sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Met het initiatief wordt geen nieuwe ruimte gevraagd. Het actualiseren van het beleid heeft geen invloed op een uitbreiding van het recreatiepark, maar vinden er ontwikkelingen binnen het huidige park plaats waardoor kan worden gesproken van inbreiding. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Het voornemen is niet in strijd met de Ladder voor duurzame ontwikkeling.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 is de provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld en vervangt het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014). Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes en op andere onderdelen zijn er nieuwe keuzes gemaakt. In de Omgevingsvisie Limburg wordt de lange termijn visie voor de periode 2021 tot 2030-2050 uitgewerkt en wordt richting gegeven aan toekomstbestendige ontwikkelingen. Hierbij wordt steeds de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving gezocht. De vrijetijdseconomie vormt een belangrijke economische pijler in Limburg. Hierbij zijn de kwaliteit van het landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede 17
bereikbaarheid van belang. Denk hierbij aan de balans tussen toeristen, recreanten en bewoners maar ook de uiteenlopende wensen van verschillende groepen recreanten. De opgave met betrekking tot vrijetijdseconomie is onder andere het beter in balans brengen van vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties, zowel kwantitatief als kwalitatief. Een toename van steeds meer hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Er is dan ook een voortdurende kwaliteitsslag nodig om het aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. De ambitie is om de kwaliteit van het aanbod te verhogen. Dit is enkel mogelijk als dit geen verdringing en leegstand tot gevolg heeft. De kwaliteitsslag die reeds is ingezet voor bungalowparken en kampeerterreinen moet worden voortgezet. De ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Limburg.
3.3.2
Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. De voorheen geldende Omgevingsverordening Limburg was een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening Limburg is op 1 januari 2011 in werking getreden. De Omgevingsverordening is opnieuw gewijzigd, vanwege de vaststelling van POL2014, waarin is bepaald dat er een nieuw hoofdstuk Ruimte aan de Omgevingsverordening wordt toegevoegd. Dat hoofdstuk Ruimte is gericht op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van POL2014 naar gemeentelijke ruimtelijke plannen. De Omgevingsverordening bevat daarnaast regels over diverse onderwerpen, zoals de aanwijzing van milieubeschermingsgebieden. Toets plangebied aan Omgevingsverordening Limburg 2014 Volgens de verordening is het plangebied gelegen binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk III. Het is binnen deze zone verboden om een boorput of een bodemenergiesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het niet toegestaan om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.
Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 80 meter tot aan de Bovenste Brunssumklei wordt vier weken tevoren schriftelijk gemeld aan gedeputeerde staten. Bij het maken en sluiten van een boorput wordt de Beoordelingsrichtlijn Mechanisch boren BRL SIKB 2100, als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit in acht genomen. Voor het overige is het plangebied niet gelegen binnen een van de in de Omgevingsverordening Limburg 2014 aangeduide beschermingsgebieden. Aangezien geen diepe grondboringen zijn voorzien zoals bedoeld in voorgaande alinea en daarnaast geen andere beschermingsgebieden hinder ondervinden van de voorgenomen ontwikkeling. In artikel 2.4.6 zijn nadere regels opgenomen met betrekking tot ontwikkelingen binnen de vrijetijdseconomie. Hieronder is de ontwikkeling getoetst aan deze regels.
18
Artikel 2.4.6 Vrijetijdseconomie • Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie anders dan in overeenstemming met de opgaven en algemene principes van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 2. Met onderhavige ontwikkeling neemt het aantal standplaatsen niet toe, maar wordt bijgedragen aan de mogelijkheden voor het versterken van de kwaliteit van de reeds aanwezige verblijfsrecreatievoorzieningen in Midden-Limburg. De locatie ligt binnen het landelijk gebied (buitengebied) waar mogelijkheden worden geboden voor de ontwikkeling van de vrijetijdseconomie. Met name voorzieningen als campings, bungalowparken en kleinschalig kamperen bij de boer horen thuis in het landelijk gebied. Verblijfsrecreatie kent echter een probleem waarbij de kwaliteit onvoldoende aansluit bij de wensen van de consument.
Uit paragraaf 3.3.1 blijkt dat de ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie Limburg en de ontwikkeling is in het Samenwerkingsverband Midden-Limburg (SML) afgestemd, waarbij het beleidsveld ‘recreatie en toerisme’ van het SML het planvoornemen op 22 maart 2024 positief heeft beoordeeld. •
•
De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio NoordLimburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio ZuidLimburg bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het derde lid. De toelichting bij een ruimtelijk plan bevat een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en indien aan de orde de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband.
Onderhavige toelichting bevat bovengenoemde informatie waardoor wordt voldaan aan deze instructieregel. Gelet op het voorgaande past het initiatief binnen de regels van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Dit vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.3.3
Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 is de Omgevingsverordening Limburg 2021 vastgesteld door Provinciale Staten en gewijzigd op 16 december 2022. De Omgevingsverordening is op 1 januari, gelijktijdig met de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking getreden. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-)water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven).
19
Er spelen drie hoofdgaven Limburg-breed, waarbij de accenten per gebied en per sector kunnen verschillen. De hoofdopgaven zijn: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied b. in landelijk gebied 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie) 3. Klimaatadaptatie en energietransitie In de verordening zijn de regels over de fysieke leefomgeving opgenomen. In het kader van de provinciale omgevingsverordening zijn afspraken gemaakt welke met name betrekking hebben op het aspect van regionale afstemming. De ontwikkeling is in het Samenwerkingsverband Midden-Limburg (SML) afgestemd. Door het beleidsveld ‘recreatie en toerisme’ van het SML is het planvoornemen op 22 maart 2024 positief beoordeeld. Daarnaast moet de ontwikkeling passen in het provinciale beleid. In de Limburgse omgevingsvisie wordt stilgestaan bij de benodigde kwaliteitsslag die moet worden gemaakt binnen de verblijfsrecreatieve sector. Onderhavige ontwikkeling draagt hier aan bij. De omgevingsverordening kent verschillende zones. Aan deze zones zijn regels gekoppeld die aangeven welke ontwikkelingen op welke plekken acceptabel zijn en onder welke voorwaarden. De zone Roerdalslenk III waarbinnen het plangebied ligt, is ter plaatse ongewijzigd ten opzichte van de Omgevingsverordening 2014.
Derhalve vormt dit geen belemmering. In artikel 12.6 van de verordening zijn instructieregels opgenomen voor het toevoegen van vestigingsmogelijkheden met betrekking tot vrijetijdseconomie. Hieronder is getoetst aan deze instructieregels. Artikel 12.6 Instructieregels toevoeging vestigingsmogelijkheden vrijetijdseconomie • Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad of planvoorraad vrijetijdseconomie alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 15 (Landschap) van de provinciale omgevingsvisie en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. Met onderhavige ontwikkeling neemt het aantal standplaatsen niet toe, maar wordt bijgedragen aan de mogelijkheden voor het versterken van de kwaliteit van de reeds aanwezige verblijfsrecreatievoorzieningen in Midden-Limburg. De locatie ligt binnen het landelijk gebied (buitengebied) waar mogelijkheden worden geboden voor de ontwikkeling van de vrijetijdseconomie. Met name voorzieningen als campings, bungalowparken en kleinschalig kamperen bij de boer horen thuis in het landelijk gebied.
Verblijfsrecreatie kent echter een probleem waarbij de kwaliteit onvoldoende aansluit bij de wensen van de consument. Uit paragraaf 3.3.1 blijkt dat de ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie Limburg en de ontwikkeling is in het Samenwerkingsverband Midden-Limburg (SML) afgestemd, 20
waarbij het beleidsveld ‘recreatie en toerisme’ van het SML het planvoornemen op 22 maart 2024 positief heeft beoordeeld. •
De motivering bij een omgevingsplan bevat: a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid; b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-)regionaal verband.
Onderhavige toelichting bevat bovengenoemde informatie waardoor wordt voldaan aan deze instructieregel. Uit deze paragraaf blijkt dat de ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsverordening Limburg 2021. Dit vormt derhalve geen belemmering.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Strategische Overallvisie 2020 ‘Leven in Leudal In de Strategische Overallvisie 2020 'Leven in Leudal' geeft de gemeente aan welke ontwikkelingen op de langere termijn voor Leudal van belang zijn en waar de gemeente naar toe wil. De toekomstvisie is daarmee richtinggevend voor de beleidsontwikkeling in de komende jaren. De visie dient als denkkader en handvat voor toekomstige keuzes en ontwikkelingen. Daarbij valt te denken aan de ontwikkeling van nieuw beleid, het oppakken van nieuwe integrale projecten en keuzes rondom de profilering van de gemeente en samenwerking in de regio. De Strategische Overallvisie 2020 'Leven in Leudal' is op 11 december 2007 door de gemeenteraad vastgesteld en dient de komende jaren het kompas voor ontwikkelingen te zijn. De gemeente Leudal wil in samenspraak en in samenwerking met bewoners en bedrijven, de regio en de provincie de kansen die zich in Leudal voordoen benutten.
De strategische overallvisie gaat in op de volgende aspecten: • Een weergave van de huidige situatie in Leudal wat betreft onderwerpen als werkgelegenheid, leefklimaat, arbeidspotentieel, etc.; • De belangrijkste maatschappelijke trends en ontwikkelingen met relevantie voor Leudal; Missie, ambities en doelen van Leudal voor de komende jaren; • De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de ambities en doelen met het oppakken en faciliteren van een select aantal strategische projecten; • De consequenties van deze ambities voor de organisatie en uitvoering van het beleid door de gemeente. Op het tweede thema kan Leudal onderscheidend vermogen opbouwen in MiddenLimburg en verder: een ruim buitengebied met een grote variëteit aan natuur en landschap, met historie en kwaliteit, en uiteenlopende karakteristieken in 16 kernen. Daarmee is de gemeente aantrekkelijk voor bezoekers uit de eigen gemeente en uit de
21
ruimere regio. Leudal heeft een variatie aan attracties, waaronder naast de genoemde natuurgebieden ook kastelen, kloosters en fietsroutes. In regionaal verband zijn de attracties nog gevarieerder, met onder meer waterrecreatie op de Maasplassen en het Design Outlet Center in Roermond. De basis voor een verdere recreatieve ontwikkeling van de gemeente is daarom aanwezig. Ten aanzien van vrije tijd dient de gemeente te werken aan de ontwikkeling en versterking van kleinschalige vormen van toerisme & recreatie. Leudal kan en wil met de aanwezige natuur (beekdalen, bos, het Leudal), de rijke cultuur (evenementen, verenigingsleven) en historie (kastelen, molens, landschappen) inspelen op actuele trends (behoefte aan natuur, beleving, afwisseling). Doelgroepen daarbij zijn bezoekers van buiten de eigen gemeente (uit de regio en van verder) en de eigen inwoners. Initiatieven uit de markt die passen binnen de strategische visie, zal de gemeente faciliteren of in publiek-private samenwerkingsverbanden gezamenlijk oppakken. Naast kleinschalige ontwikkelingen worden ook (private) investeringen voorzien in een of twee hotels en in de uitbreiding van recreatie rond De Leistert. Eventuele marktinitiatieven voor recreatieve ontwikkelingen dienen daarbij zoveel mogelijk geconcentreerd te worden in de omgeving van De Leistert (de zogenaamde Leistertboulevard).
Een strategische visie op de toekomst behelst behalve keuzes op inhoud ook keuzes ten aanzien van de ruimtelijke impact: waar krijgen de gewenste ontwikkelingen een plek op de kaart, hoe verhouden ruimtelijke ingrepen zich tot elkaar en wat is het effect op de ruimtelijke kwaliteit van het gebied? Bij veel van de strategische projecten is sprake van een ruimtelijke component. Verantwoorde inpassing en vormgeving is een belangrijke uitdaging voor de gemeente Leudal, die moet worden opgepakt in samenspraak met inwoners, ondernemers, ontwikkelaars en andere organisaties. Deze gebiedsontwikkelingen zijn op de volgende afbeelding weergegeven. De ontwikkeling van de recreatieboulevard is daarbij specifiek aangeduid (de rode vlek ten noorden van Roggel).
Figuur 10 Kaart Gebiedsontwikkeling gemeente Leudal met plangebied bij zwarte pijl
22
In de Strategische Overallvisie is een verdere ontwikkeling van De Leistert aangegeven. Specifiek wordt benoemd dat (grootschalige) recreatieve marktontwikkelingen alleen mogelijk zijn aan de Leistertboulevard, de recreatieve zone langs de Heldensedijk ter plaatse van De Leistert en Buitenhof de Leistert. De ontwikkeling van De Leistert past daarom in de strategische visie. De locatie is zelfs aangegeven als kans voor de recreatieve ontwikkeling van de gemeente.
3.4.2
Structuurvisie Leudal – regie op de toekomst Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Voor sommige ontwikkelingen zal de gemeente daarbij zelfs initiatiefnemer willen zijn. Voor andere ontwikkelingen is de gemeente ook afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties en burgers. Ontwikkelingen die afbreuk doen aan de toekomst van Leudal wil de gemeente waar mogelijk voorkomen. De structuurvisie blikt vooruit op al deze ontwikkelingen. Welke ontwikkelingen zullen naar verwachting plaatsvinden? En hoe wil de gemeente daarop inspelen? In de structuurvisie ligt de nadruk op de visie van de gemeente op de functionele ontwikkelingen van de diverse, ruimtelijk relevante onderwerpen. Waar liggen voor de gemeente plichten, wat zijn de ambities, waar ziet de gemeente kansen en bedreigingen? En onder welke criteria zijn ontwikkelingen mogelijk? Hiermee is de structuurvisie een regie-instrument voor de dagelijkse gang van zaken. Het beleid van de gemeente Leudal is gericht op versterking van de toeristischrecreatieve sector.
Bestaande bedrijven op het gebied van recreatie en toerisme moeten daarom de mogelijkheid krijgen om zich te kunnen doorontwikkelen. Nieuwe bedrijven moeten zich kunnen vestigen. Ook het versterken en behouden van het
Figuur 11 Structuurvisiekaart met plangebied rood omcirkeld
23
karakteristieke landschap, de verschillende groene parels en de landschapselementen dragen bij aan een aantrekkelijke omgeving voor de toerist en recreant. De gemeentelijke ambitie is gericht op versterking van de toeristische sector. De vestiging van een toeristische trekker die voor spin-off zorgt, is hierbij een optie, maar de gemeente wil ook kleinschalige toeristisch-recreatieve initiatieven ondersteunen. Toeristische ontwikkeling dient gezoneerd plaats te vinden, met name in de Maaszone, rond het Leudal en bij De Leistert, het recreatieve cluster. Initiatieven vanuit de markt die een bijdrage leveren aan de toeristisch-recreatieve sector (zowel dag- als verblijfsrecreatie) in Leudal worden waar mogelijk gefaciliteerd. Het gaat hierbij zowel om kleinschalige initiatieven, maar ook om een grote trekker.
Bij de beoordeling van initiatieven zal de gemeente Leudal de volgende criteria hanteren (bij grootschalige toeristisch-recreatieve initiatieven): • de locatie moet goed bereikbaar zijn via het hoofdwegennet en mag niet leiden tot extra verkeersstromen via de kernen; • de locatie moet landschappelijk goed inpasbaar zijn, waarbij de ruimtelijke effecten van het initiatief moet worden meegenomen; • het initiatief dient zijn parkeerbehoefte binnen de eigen locatie te realiseren; • op locatie-inrichtingsniveau zal duurzaamheid herkenbaar centraal moeten staan; • de locatie moet de potenties hebben om het initiatief in de toekomst verder door te ontwikkelen, zonder dat dit ten koste gaat van de bovengenoemde punten. Het buitengebied heeft een belangrijke functie voor de gemeente. De agrarische functie is sterk vertegenwoordigd. De omgevingskwaliteiten van het buitengebied kunnen vooral beleefd worden vanuit het recreatief gebruik van paden, wegen en de recreatieve steunpunten. De kwaliteiten van de natuur zijn verankerd in de robuuste ecologische structuren en verbindingen (zoals grotere bos- en natuurgebieden), kleine landschapselementen en het divers karakter op de overgangen tussen buitengebied en de dorpen. De gemeente ziet als haar basisverantwoordelijkheid het behouden van de ruimtelijke karakteristiek en omgevingskwaliteit van haar gemeente.
Hierbij hanteert zij onderstaande criteria voor het buitengebied: • behouden van robuuste bos- en natuurgebieden (zoals het Leudal) en ecologische verbindingszones; • het behouden van het divers karakter op de overgangen tussen buitengebied en de dorpen; • het behouden van de diversiteit van het landschap; • behoud van de ruimtelijke structuur, kleinschalige (agrarische) cultuurlandschap, beeldbepalende elementen, zichtlijnen en cultuurhistorie; • behoud van infrastructuur (wegen en paden) voor recreatief en functioneel gebruik; • behoud van de karakteristieke boomstructuren, houtwallen en kleine landschapselementen; • er dient voldaan te worden aan de welstandseisen. Naast het behouden van de omgevingskwaliteiten zet de gemeente Leudal ook actief in op het versterken van de omgevingskwaliteiten in diverse gebieden: • versterking van de natuurlijke en landschappelijke waarden van het Leudal; • ontwikkeling van de Maaszone, onder meer door te participeren in de gebiedsontwikkeling Mooie Maas; 24
•
• • • •
sanering en meandering Tungelroysebeek, in samenwerking met het Waterschap; de gemeente Leudal grijpt de ontwikkeling aan om het gebied recreatief te ontwikkelen (routestructuur); instandhouding van kleine landschapselementen in samenwerking met IKL; duurzaam beheer van bos- en natuurterreinen in samenwerking met de Bosgroep Zuid-Nederland; herstel van bos- en natuurterreinen in samenwerking met de Bosgroep ZuidNederland; in kaart brengen van de waardevolle bomen en houtopstanden in de dorpen ter bescherming hiervan.
Op het gebied van de omgevingskwaliteit zijn, naast de gemeente, ook veel andere partijen, instanties en personen actief. Voor de beoordeling van initiatieven van derden zal de gemeente ieder initiatief beoordelen op de bijdrage aan de omgevingskwaliteit. Nieuwe 'rode' ontwikkelingen kunnen leiden tot een aantasting van de kwaliteit van de (leef)omgeving in het buitengebied, maar ook in de kernen. In de kernen kan een toename van rode ontwikkelingen leiden tot een verder intensivering en ontgroening, terwijl in het buitengebied een toename van verstening tot een verminderde omgevingskwaliteit kan leiden. Initiatieven van derden, die bijdragen aan de versterking van de omgevingskwaliteit van de dorpen, de bedrijventerreinen en het buitengebied, zullen waar mogelijk worden ondersteund. De gemeente zal bij het afwegen van deze ondersteuning rekening houden met de volgende aspecten: • de meerwaarde van het initiatief voor de woon- en leefkwaliteit van het buitengebied; • de landschappelijke uitgangspunten c.q.
inpassing in het landschap; • de milieueffecten van het initiatief op de omgeving; • de heersende milieucondities; • de meerwaarde van het project met betrekking tot duurzaamheid en educatie; • de effecten van het initiatief vanuit verkeersbewegingen en parkeerdruk; • de meerwaarde van het initiatief voor het aanbod binnen de gemeente ter bevordering van de belevingswaarde van de omgevingskwaliteit; • tegenprestatie op basis van het kwaliteitsmenu. Ook de structuurvisie van de gemeente Leudal (net als de Strategische Overallvisie) noemt de recreatieve ontwikkeling van De Leistert specifiek. Op de structuurkaart is middels de gele ster aangegeven dat recreatieve ontwikkelingen ter plaatse gewenst zijn. Het beleid van de gemeente Leudal is gericht op versterking van de toeristischrecreatieve sector. Bestaande bedrijven op het gebied van recreatie en toerisme moeten daarom de mogelijkheid krijgen om zich te kunnen doorontwikkelen. De verdere ontwikkeling van De Leistert past perfect in dit gedachtegoed van de gemeente. Dit initiatief vanuit de markt levert een bijdrage aan de toeristisch-recreatieve sector, zoals die wordt nagestreefd in de Leisterboulevard. De verdere ontwikkeling van het recreatiepark voldoet aan de daarvoor gestelde voorwaarden (parkeren op eigen terrein, locatie goed bereikbaar, etc.).
De gemeente hecht veel waarde aan het behoud en versterking van de omgevingskwaliteit, uiteraard komt dit ook de recreatieve gesteldheid van de gemeente ten goede. Een verdere ontwikkeling van De Leistert gaat niet ten koste van de 25
omgevingskwaliteit omdat aan het uiterlijk en aanzicht van het recreatiepark niets veranderd. Nieuwe rode ontwikkelingen op het recreatiepark zijn op de eerste plaats niet of nauwelijks zichtbaar en komen op de tweede plaats in de plaats van kampeerplekken (reeds een “rode” functie). Overigens zal aan de gemeenteraad worden voorgesteld om het gebied De Leistert in het kader van het gemeentelijk welstandsbeleid 'welstandsvrij' te maken, behoudens het hoofdgebouw en de locaties die rechtstreeks contact maken met de openbare ruimte.
3.4.3
Kwaliteitsmenu, Nota Kwaliteit In de structuurvisie is opgenomen dat bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied alleen mogelijk zijn wanneer deze een bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Zo wordt het optredende verlies aan omgevingskwaliteit gecompenseerd. De gemeente Leudal wil de basiskwaliteit en de kernkwaliteiten behouden en versterken. Het kwaliteitsmenu vormt hiervoor een middel om dit te bereiken. De kwaliteitsbijdragen worden ingezet voor onder andere natuur- en landschapsversterking, recreatieve of educatieve belevingskwaliteit en/of cultuurhistorie. Op 2 februari 2010 is de Structuurvisie Leudal met de daarin opgenomen Nota Kwaliteit vastgesteld door de gemeenteraad. De laatste actualisatie van de Nota Kwaliteit dateert van 3 september 2013. De Nota Kwaliteit bevat beleid over het kwaliteitsmenu en het groenfonds. Deze nota bevat een aanpassing van dit beleid met betrekking tot: • verruiming van de criteria van het groenfonds. Hierdoor vallen meer projecten onder de reikwijdte van het groenfonds. Dit betreft bijvoorbeeld flora en fauna voorzieningen, zichtbaar maken van archeologie en cultuurhistorie, recreatieve voorzieningen bij bestaande natuurgebieden; • aanpassing van de kwaliteitsbijdrage van solitaire bedrijfsuitbreidingen naar € 35,per meter; • tekstuele aanvullingen en verbeteringen.
Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen, zoals bijvoorbeeld woningbouwplannen of uitbreiding van bedrijven komt nadat een planologische afweging is gemaakt of een bepaalde ontwikkeling aanvaardbaar is op een bepaalde locatie een kwaliteitsbijdrage in beeld. Deze is noodzakelijk om negatieve ruimtelijke effecten van het plan te compenseren. Het kwaliteitsmenu van de provincie (uitgewerkt in verschillende modules) geldt hierbij als een minimumvereiste. Indien compensatie op basis van een van toepassing zijnde module nodig is, draagt de initiatiefnemer eerst zelf plannen aan ter verbetering van de kwaliteit in de (directe) omgeving van het plan. Uit de praktijk blijkt dat het niet altijd mogelijk is dat de initiatiefnemer zelf een kwaliteitsverbetering kan realiseren. In deze gevallen moet een bijdrage aan het groenfonds van de gemeente Leudal worden gedaan. Landschappelijke inpassing van de locatie van het initiatief vormt altijd een voorwaarde naast de kwaliteitsverbeterende maatregel of een bijdrage in het groenfonds. Landschappelijke inpassing betreft het aanbrengen van streekeigen en inheemse erfbeplanting zoals het aanbrengen van bomen, grote struiken en hagen op of rondom het erf van het initiatief. Dit past in de strategische visie van Leudal en de Structuurvisie
26
Leudal die inzet op een versterking van de groene en ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente. In dit geval heeft het gemeentelijk kwaliteitsmenu geleid tot maatwerk. Hoe de toepassing van het gemeentelijk kwaliteitsmenu vorm krijgt, wordt geregeld in een anterieure overeenkomst tussen de aanvrager en de gemeente. Met de aanvrager is overeengekomen dat wordt gewerkt aan een verbeterplan Landschappelijke kwaliteit en dat deze binnen 2 jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan dient te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden. Dit vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling.
27
HOOFDSTUK 4.1
4 Omgevingsaspecten
Milieu In deze paragraaf wordt ingegaan op de relevante milieuaspecten en bekeken in hoeverre er sprake is van belemmeringen voor de voortgang van het plan.
4.1.1
M.e.r.-plicht Op 1 juli 2010 is de Wet Modernisering m.e.r. in werking getreden. Deze wet wijzigt de Wet milieubeheer daar waar het gaat om de procedures en de wettelijke bepalingen aangaande het opstellen van een milieueffectrapport. Samenhangend hiermee is op 1 april 2011 het besluit tot wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Een ruimtelijke ontwikkeling kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Om te bepalen of een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is dient te worden bepaald of de ontwikkeling voorkomt in lijst C of lijst D van het Besluit, of de drempelwaarden worden overschreden, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. Toetsing De ontwikkeling of een vergelijkbare activiteit komt niet voor in bijlage C van het besluit m.e.r.. Er is dus geen sprake van de verplichting om een m.e.r. procedure te doorlopen. Op de D-lijst zijn de activiteiten, plannen of besluiten opgenomen waarvoor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Op de D-lijst is conform D.10 onder c de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van vakantieparken en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen’ m.e.r.-beoordelingsplichtig, indien: a. de ontwikkeling een oppervlakte heeft van 25 ha of meer; b. er meer dan 250.000 bezoekers per jaar worden verwacht; c.