CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Raadsvergadering 26 september 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘CPO Grasheim’ te Grathem23.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

8.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 8.3 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten 8.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het tijdstip van ter inzage legging van het vastgestelde plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 8.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de ter inzage legging van het vastgestelde plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

8.3.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 8.3.1 en lid 8.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

Vastgesteld

25

Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Algemeen Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 6 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die is nader aangeduid in de bestemmingsomschrijving. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'seksinrichting', of ten behoeve van (straat)prostitutie; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte, behoudens gebruik als woonruimte ten behoeve van mantelzorg; c. huisvesting van arbeidsmigranten, behoudens de huisvesting van arbeidsmigranten die alleen of gezamenlijk een huishouden vormen in een (bedrijfs)woning; d. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

9.2 Innemen van verkoopstandplaatsen Het gebruik van gronden voor het innemen van verkoopstandplaatsen is toegestaan, mits: a. wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de nota 'Standplaatsenbeleid gemeente Leudal'; b. indien de onder a. bedoelde beleidsnota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en).

Vastgesteld

26

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 milieuzone – boringsvrije zone 10.1.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' is het verboden de grond te roeren inclusief het verrichten van grondboringen of heiwerkzaamheden dieper dan 80 meter beneden het maaiveld. 10.1.2 Uitzondering Artikel 10.1.1 is niet van toepassing op werken waarvoor Gedeputeerde Staten ontheffing hebben verleend. 10.2 milieuzone – s grondwaterbeschermingsgebied 10.2.1 Bouw- en gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' is het niet toegestaan om: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 80 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 80 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten; c. een bodemenergiesysteem op te richten; d. wegen, parkeerplaatsen, terreinen die open staan voor gemotoriseerd verkeer, vaarwegen of spoorwegen aan te leggen, veranderen of daaraan wijzigingen aan te brengen die de risico's voor de grondwaterkwaliteit verhogen. 10.2.2 Uitzonderingen De in artikel 10.2.1 gestelde verboden gelden niet voor: a.

het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet; b. werkzaamheden ten behoeve van waterwinning met het oog op openbare drinkwaterproductie; c. het saneren van de bodem en het verrichten van handelingen ten gevolge waarvan een bodemverontreiniging wordt verminderd of verplaatst, indien dat gebeurt overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet bodembescherming; d. het oprichten van boorputten indien het voornemen tot het slaan van een boorput vier weken tevoren schriftelijk aan gedeputeerde Staten is gemeld en bij het maken en sluiten van een boorput het VKB-protocol 2006 Mechanisch boren als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit in acht wordt genomen. e. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven. 10.2.3 Afwijken van de bouw- en gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2.1 als gewaarborgd is dat geen sprake is van nadelige gevolgen voor de grondwaterwinning en met dien verstande dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend wanneer Gedeputeerde Staten vooraf gehoord is.

10.3 milieuzone – geurzone 10.3.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geurzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor het tegengaan van een te hoge geurbelasting op geurgevoelige objecten. 10.3.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geurzone' geldt dat geen nieuwe geurgevoelige objecten als bedoeld in het 'Activiteitenbesluit' mogen worden opgericht of uitgebreid.

Vastgesteld

27

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Algemeen Wanneer niet anderszins een afwijking van de bestemmingsplanregels mogelijk is, kan door middel van een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. de voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of – intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 meter; e. de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan: ▪ buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten en horecagelegenheden; ▪ binnen de bebouwde kom aan infrastructuur en op sportparken; 2.

installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan: ▪ op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie; ▪ tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten. 11.2 bed & breakfast Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van een bed & breakfastvoorziening in een (bedrijfs-)woning of een bij de woning behorend bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. de bed & breakfastvoorziening een capaciteit kent van ten hoogste 8 personen in maximaal 4 kamers, met een maximum verblijfsduur van 6 weken; c. bedoeld gebruik geen hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; d. bedoeld gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven mag opleveren; e. het gebruik naar de aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; f. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; g.

het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer; h. er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Hiervoor geldt een parkeernorm van minimaal 1 parkeerplaats per kamer welke onderdeel uitmaakt van de bed & breakfastvoorziening; i. de bed & breakfastvoorziening dient in bestaande bebouwing te worden gerealiseerd; j. de maximale oppervlakte in totaal 80 m² bedraagt, met dien verstande dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw ten behoeve van een bed & breakfastvoorziening in gebruik mag zijn. Gemeenschappelijke ruimtes blijven daarbij buiten beschouwing; k. de omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van de bed & breakfastvoorziening, uitsluitend bij een woonfunctie wordt verleend. 11.3 Bedrijf aan huis Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van:

Vastgesteld

28

a.

b.

de uitoefening van een bedrijf aan huis in een (bedrijfs)woning en/of een bij de woning behorend bijbehorend bouwwerk in milieucategorie 2 zoals opgenomen in de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen' (bijlage 2), dan wel naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten; vergroting van de maximale oppervlakte die voor het bedrijf aan huis kan worden gebruikt,

met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat: c. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, die onder de werking van 'Bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht' valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is; d. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; e. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; f. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; g. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.1. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. h.

geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw; i. de totale oppervlakte die voor een bedrijf aan huis wordt gebruikt, maximaal 80 m2 bedraagt; j. maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van een beroep en/of bedrijf aan huis. 11.4 Bijbehorende bouwwerken in zijerfgebied Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bestaande (bedrijfs)woningen in het zijerfgebied in hoeksituaties, met dien verstande dat: a. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 meter dient te bedragen; b. uitsluitend bijbehorende bouwwwerken zijn toegestaan in de vorm van een uitbreiding van een woning en aangebouwd aan de woning. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan; c. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 2 meter bedraagt; d. de afstand tot aan de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt; e. indien een garage wordt gerealiseerd de afstand van voorgevel van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5 meter dient te bedragen; f. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter; g. het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast; h.

slechts een aangebouwd bijbehorend bouwwerk, overkapping of carport mag worden gerealiseerd; i. het stedenbouwkundige beeld niet onevenredig wordt aangetast; j. de uitbreiding geen belemmering mag opleveren voor omliggende woningen en/of bedrijven. 11.5 Ruimtelijk relevante evenementen Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van gronden en gebouwen voor aan de hoofdfunctie c.q. onderliggende bestemming ondergeschikte ruimtelijk relevante evenementen, met dien verstande dat: a. de waarden van de onderliggende en de omliggende bestemmingen niet onevenredig worden aangetast; b. het evenement niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat, met name voor wat betreft de volgende aspecten: Vastgesteld

29

1. 2. 3.

verkeersveiligheid; parkeren; geluidhinder.

11.6 Servicepunten Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 3 t/m 6, voor de realisatie van een servicepunt ter bevordering van de leefbaarheid mits: a. voldaan wordt aan de bouwregels behorende bij de betreffende bestemming; b. maximaal 30% van de winkeloppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het servicepunt, met een maximum van 80 m²; c. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de realisatie van het servicepunt; d. de waarden van de onder- en omliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden; e. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid. 11.7 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling, ontheffing of afwijking die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning.

Vastgesteld

30

Artikel 12 Algemene wijzigingsregels 12.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het wijzigen van de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen' (bijlage 2), indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het vastgestelde plan worden gewijzigd.

12.2 Nota Kwaliteit Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als bijlage 1 bij deze regels opgenomen Nota Kwaliteit te wijzigen indien na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een actuelere versie is vastgesteld, met dien verstande dat alsdan de actuelere versie de als bijlage 1 opgenomen Nota Kwaliteit vervangt. 12.3 Vervallen onbenutte bouwtitels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen om onbenutte of deels onbenutte bouwtitels voor (bedrijfs)woningen te laten vervallen door : a. het verwijderen of verkleinen van bouwvlakken en/of b. door het verlagen van het maximum aantal te bouwen woningen binnen de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden' en/of c. door het verwijderen van de aanduiding 'wonen' en/of de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen op de verdieping', indien: d. het een onbebouwd (deel van een) bouwvlak betreft, waar: 1. binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, dan wel van een wijzigingsplan als bedoeld in artikel 39.21 of van een uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 24.2, ter plaatse van het bouwvlak: 2. geen woning is opgericht, dan wel in oprichting is; 3.

geen ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning is ingediend, dan wel een aanvraag is ingediend voor minder woningen dan volgens de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' op de locatie is toegestaan; 4. een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is ingetrokken omdat gedurende 26 weken onderscheidenlijk de in de vergunning bepaalde termijn na het onherroepelijk worden van de vergunning, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning, met dien verstande dat het verwijderen van het bouwvlak achterwege blijft gedurende 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; 5. er binnen 2 jaar na sloop van een woning ter plaatse van het bouwvlak met een omgevingsvergunning geen nieuwe woning is opgericht, dan wel in oprichting is; e. in het geval als hiervoor bedoeld onder c, op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan geen woning op de begane grond aanwezig is ter plaatse van de aanduiding 'wonen' en/of geen woning op de verdieping aanwezig is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen op de verdieping' en voor deze locaties binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan: Vastgesteld

31

1. 2.

geen woning is opgericht, dan wel in oprichting is; geen ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een woning is ingediend .

12.4 Woningsplitsing Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het splitsen van woningen, met dien verstande dat: a. de te splitsen woning een bestaand hoofdgebouw met (ten dele) een bestaande woonfunctie betreft; b. de woningsplitsing vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering vormt; c. de waarden van de omliggende bestemmingen niet onevenredig worden aangetast; d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien; e. bij wijziging de 'Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg' in acht worden genomen, met dien verstande dat, indien deze gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; f. de bepalingen uit het gemeentelijke kwaliteitsmenu in acht worden genomen; g. na splitsing sprake is van een goed woon- en leefklimaat; h. na splitsing maximaal 1 extra woning is ontstaan, behoudens wanneer de te splitsen woning een cultuurhistorisch of karakteristiek pand dan wel monument betreft, in welk geval het bevoegd gezag splitsing tot meerdere woningen kan toestaan, mits geen onevenredige nadelige effecten voor de omgeving optreden; i.

na splitsing elke woning een inhoud heeft van minimaal 350 m³ en maximaal 750 m³; j. na een woningsplitsing het uitbreiden van de gesplitste woningen niet is toegestaan; k. waardevolle bouwvormen en karakteristieke elementen van de oorspronkelijke woning gehandhaafd blijven.

Vastgesteld

32

Artikel 13 Algemene procedureregels 13.1 Nadere eisen Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de termijn van terinzagelegging 2 weken bedraagt.

Vastgesteld

33

Artikel 14 Overige regels 14.1 Parkeren a. Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor uitbreiding van bebouwing en/of voor wijziging van functies, geldt de regel dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen ten behoeve van die uitbreiding en/of functiewijziging aanwezig dient te zijn en/of wordt gerealiseerd; b. Onder voldoende parkeergelegenheid als bedoeld onder a. wordt verstaan dat: 1. wordt voldaan aan de normen die zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen 2016 (bijlage 3 van de regels), en 2. indien de 'Nota Parkeernormen 2016' gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging(en); c. Onder eigen terrein wordt bij individuele woningen verstaan het bouwperceel waarop de woning wordt gebouwd en bij projectmatige bouw c.q. realisering van een woongebied met meerdere woningen het totale projectgebied; d. Het bepaalde onder a. geldt niet bij het verbouwen/uitbreiden van bestaande gebouwen en/of bij functiewijziging indien daardoor de parkeerbehoefte niet toeneemt; e. Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a. en kan worden toegestaan dat parkeergelegenheid niet op eigen terrein wordt gerealiseerd, mits aangetoond wordt dat op eigen terrein onvoldoende ruimte is en de benodigde parkeervoorzieningen elders worden gerealiseerd.

14.2 Verbeteren omgevingskwaliteit Indien bij een ontwikkeling invulling moet worden gegeven aan een verbetering van de omgevingskwaliteit, dient er voldaan te worden aan de eisen die gesteld worden in de Nota Kwaliteit, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels.

Vastgesteld

34

4.

OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 15 Overgangsrecht 15.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 15.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.

Vastgesteld

35

Artikel 16 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “CPO Grasheim”.

Vastgesteld

36

Nota kwaliteit Achtergrond In de structuurvisie is opgenomen dat bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied alleen mogelijk zijn wanneer deze een bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Zo wordt het optredende verlies aan omgevingskwaliteit gecompenseerd. De gemeente Leudal bestaat uit 16 kernen met een uitgestrekt buitengebied. De kernen en het buitengebied hebben ieder specifieke ruimtelijke eigenschappen. De ruimtelijke eigenschappen (bijvoorbeeld landschap, ecologie, infrastructuur, bebouwing) en het functioneel gebruik (bijvoorbeeld wonen, werken, recreatie) vormen de omgevingskwaliteit van de gemeente. De omgevingskwaliteiten vallen uiteen in een aantal kernkwaliteiten. Voor Leudal zijn dit de kleinschaligheid en verwevenheid van functies, de aanwezige robuuste natuurlijke en landschappelijke structuren (beekdalen, Leudal, Maas) alsmede de cultuurhistorische elementen in het landschap. In de kern hangt de omgevingskwaliteit sterk samen met de kwaliteit van de leefomgeving (dorps karakter) en leefbaarheid. De ruimtelijke kwaliteit verschilt per gebied. In de gebiedsbeschrijvingen behorende bij de structuurvisie en het bestemmingsplan buitengebied is de basiskwaliteit per gebied nader beschreven. De gemeente Leudal wil de basiskwaliteit en de kernkwaliteiten behouden en versterken.

Het kwaliteitsmenu vormt hiervoor een middel om dit te bereiken. De kwaliteitsbijdragen worden ingezet voor onder andere natuur- en landschapsversterking, recreatieve of educatieve belevingskwaliteit en/of cultuurhistorie. Op 2 februari 2010 is de structuurvisie met de daarin opgenomen nota kwaliteit vastgesteld door de gemeenteraad. De nota kwaliteit bevat beleid over het kwaliteitsmenu en het groenfonds. Deze nota bevat een aanpassing van dit beleid met betrekking tot: a. Verruiming van de criteria van het groenfonds. Hierdoor vallen meer projecten onder de reikwijdte van het groenfonds. Dit betreft bijvoorbeeld flora en fauna voorzieningen, zichtbaar maken van archeologie en cultuurhistorie, recreatieve voorzieningen bij bestaande natuurgebieden. b. Aanpassing van de kwaliteitsbijdrage van solitaire bedrijfsuitbreidingen naar € 35,- per meter. c. Tekstuele aanvullingen en verbeteringen Daarnaast wordt de projectenlijst van het groenfonds aangevuld. In deze nota komen eerst de uitgangspunten van de kwaliteitsbijdragen en kwaliteitsverbetering bij ruimtelijke ontwikkelingen aan de orde. Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangpunten en werkwijze van het groenfonds. Tenslotte komt de waarborging van de kwaliteitsverbeterende maatregel aan de orde.

Uitgangspunten kwaliteitsbijdrage en kwaliteitsverbetering Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zoals bijvoorbeeld woningbouwplannen of uitbreiding van bedrijven komt een kwaliteitsbijdrage in beeld bij een planologische afweging of een bepaalde ontwikkeling aanvaardbaar is op een bepaalde locatie. De kwaliteitsbijdrage is daarbij noodzakelijk om negatieve ruimtelijke effecten van het plan te compenseren. Ruimtelijke ontwikkelingen worden niet toegestaan zolang niet verzekerd is dat het optredende kwaliteitsverlies wordt gecompenseerd. De kwaliteitsverbetering die een initiatiefnemer gaat realiseren wordt vastgelegd in de ruimtelijke onderbouwing van het plan, het bestemmingsplan of WABO vergunning en in een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente.

Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013

1

De kwaliteitsbijdrage van ruimtelijke plannen is neergelegd in diverse beleidsnota’s. Dit betreft - Woningbouwontwikkeling binnen de kernen, beleid compensatie bij woningbouwontwikkeling groen voor rood’ (26 juni 2007 met aanvullingen/ wijzigingen, gemeente) - Structuurvisie / nota kwaliteit ( 2 februari 2010, gemeente) - Paraplubestemmingsplan buitengebied (maart 2010, betreft compensatieregeling woningsplitsing, landschappelijke inpassing) - Kwaliteitsmenu provincie Limburg (12 januari 2012) Het provinciale beleid is opgenomen in de diverse modules, die de gemeente moet toepassen. De gemeente kan dit beleid nader uitwerken. Het kwaliteitsmenu van de provincie geldt als een minimum-vereiste. Deze modules zijn: - nieuwe landgoederen - gebiedseigen recreatie en toerisme - niet gebiedseigen recreatie en toerisme - agrarische nieuwvestiging en uitbreiding - uitbreiding glastuinbouw - uitbreiding bedrijventerreinen - uitbreiding solitaire bedrijven - nieuwe solitaire woningen - projectmatige woningbouw in uitleggebieden - overige (gebouwde) functies Naar de modules opgenomen in het provinciale kwaliteitsmenu wordt verwezen. Indien compensatie op basis van een bovenstaande module nodig is draagt de initiatiefnemer eerst zelf plannen aan ter verbetering van de kwaliteit in de (directe) omgeving van het plan.

Voorbeelden zijn sloop van overtollige en ontsierende (bedrijfs-)gebouwen, aanleg groen of kleine landschapselementen, wandelpaden (eventueel met voorzieningen). Indien de initiatiefnemer geen mogelijkheden heeft om zelf de kwaliteitsverbetering te realiseren, kan hij ook zelf zorgen dat er elders compensatie plaatsvindt door afspraken te maken met derden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de sloop van overtollige oude bedrijfsgebouwen. De kwaliteitsverbeterende maatregel wordt zoveel mogelijk op of zo dicht mogelijk bij de locatie van de initiatiefnemer ingevuld. Dit betekent in ieder geval binnen de gemeente Leudal of nabij de gemeentegrenzen van Leudal. De gemeente bepaalt aan de hand van gebiedsbeschrijvingen of er sprake is van een verbetering van kwaliteit. Uit de praktijk blijkt dat het niet altijd mogelijk is dat de initiatiefnemer zelf een kwaliteitsverbetering kan realiseren. In deze gevallen moet een bijdrage aan het groenfonds van de gemeente Leudal worden gedaan. Landschappelijke inpassing van de locatie van het initiatief vormt altijd een voorwaarde naast de kwaliteitsverbeterende maatregel of een bijdrage in het groenfonds. Landschappelijke inpassing betreft het aanbrengen van streekeigen en inheemse erfbeplanting zoals het aanbrengen van bomen, grote struiken en hagen op of rondom het erf van het initiatief.

Dit past in de strategische visie van Leudal en de structuurvisie die inzet op een versterking van de groene en ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente. Bij ruimtelijke plannen waarbij een kwaliteitsverbeterende maatregel aan de orde is wordt advies gevraagd aan de kwaliteitscommissie van Leudal, Weert en Nederweert. Deze commissie adviseert aan het college of de landschappelijke inpassing en de kwaliteitsverbeterende maatregel voldoende is. Deze regionale commissie is op 1 januari 2012 ingesteld. Dit advies van een onafhankelijke en deskundige commissie is een verplichting van de provincie Limburg.

Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013

2

Groenfonds Op 26 juni 2007 heeft de gemeenteraad de beleidsregel compensatie bij woningbouwontwikkeling ‘groen voor rood’ vastgesteld. Deze beleidsregel voorziet in de instelling van een groenfonds ter compensatie van woningbouwontwikkeling. Het groenfonds is een door de gemeente ingesteld fonds, waarin financiële bijdragen worden gestort door derden. Dit kunnen particulieren, bedrijven of projectontwikkelaars zijn. Het fonds is gelabeld waardoor de inhoud alleen gebruikt kan worden voor groenprojecten binnen de gemeente Leudal. Het groenfonds kan gezien worden als een invulling van het kwaliteitsfonds, zoals opgenomen in de structuurvisie. Van belang is dat gelden uit het groenfonds alleen gebruikt worden voor projecten die leiden tot een extra kwaliteitsverbetering in de omgeving. Om deze reden wordt er gewerkt met een projectenlijst waarin de concrete projecten worden beschreven. Criteria voor opname van een project op de projectenlijst zijn: - Het gaat om projecten die leiden tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering in de omgeving. Van belang is dat de omgeving in een breder verband hiermee gebaat is. Dit betreft: a. Natuur en landschapsprojecten. Het betreft projecten die leiden tot een verbetering van natuur en landschap. Flora en fauna verbeteringen en voorzieningen (bijvoorbeeld insectenhotels) die leiden tot een verbetering van het ecosysteem vallen hier ook onder.

Dit geldt ook voor toeristischrecreatieve en educatieve voorzieningen die leiden tot het zichtbaar maken of een verbetering van de beleving van de omgeving. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe recreatieve wandel-, fiets- of ruiterroutes, voetgangersbrug, picknickplaatsen. Infrastructurele werken vallen niet onder de reikwijdte van het groenfonds. b. Archeologie en cultuurhistorie. Door het zichtbaar en toegankelijk maken van archeologische vondsten en cultuurhistorische objecten wordt de geschiedenis uit het verleden zichtbaar gemaakt. Van belang is dat er sprake is van een verbetering van de uitstraling van de gehele omgeving. Bij voorkeur worden deze archeologische vondsten en cultuurhistorische objecten opgenomen in een recreatieve route. Dit wordt als een kwaliteitsverbetering van de omgeving gezien zodat deze projecten gefinancierd kunnen worden uit het groenfonds. c. Landschappelijke (her)inrichting in de kern/ kernrandzone en buitengebied Verbetering van de groene uitstraling van de kern leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit en leefbaarheid in de omgeving.

Dit geldt niet voor plantsoenen of het kappen van bomen, maar wel voor de inrichting van een locatie met grotere structuren zoals hagen en bomen, met nieuwe gebiedseigen soorten die een positief effect hebben op de flora en fauna en de omgeving Voorwaarde is dat de projecten binnen de kern worden gefinancierd uit bijdragen die voortkomen uit projecten binnen de kern of kernrandzone. d. Participatie door burgers en instellingen Er komen steeds vaker initiatieven van vrijwilligers (vanuit dorpsraden) of van instellingen om bijvoorbeeld een themaroute op te zetten of om ooievaarsnesten te maken. Dit betreft vaak kleinschalige initiatieven die daardoor relatief goedkoop kunnen worden uitgevoerd. Deze burgerparticipatie is goed voor de leefbaarheid in de buurt. De gemeente wil deze kleinschalige initiatieven van inwoners en instellingen stimuleren. Indien deze kleinschalige initiatieven leiden tot een fysieke verbetering van de leefomgeving /leefbaarheid kunnen deze gefinancierd worden uit het groenfonds. Voorwaarde is dat de projecten binnen de kern worden gefinancierd uit bijdragen die voortkomen uit projecten binnen de kern of kernrandzone.

Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013

3

e. Voorfinanciering sloop. Een sloopproject is inmiddels opgenomen op de projectenlijst van het groenfonds. De bedoeling is dat sloop van overtollige en ontsierende gebouwen voorgefinancierd wordt. Het groenfonds wordt later weer aangevuld met een bijdrage van een ander project. Dit heeft te maken met de compensatie die nodig is om meer bijgebouwen op een locatie toe te staan. f. Doelprojecten Voor kleinschalige initiatieven (tot € 10.000,-) worden doelprojecten opgevoerd zodat hier meerdere toekomstige projecten onder kunnen vallen, zodat deze projecten snel en efficiënt kunnen worden uitgevoerd. Het betreft projecten die betrekking hebben op landschappelijke inpassing, recreatieve / educatieve voorzieningen en flora en fauna verbeteringen en voorzieningen. De overige criteria zijn: - De projecten vinden plaats binnen of nabij de gemeentegrenzen van Leudal - De projecten vinden plaats op percelen waarvan de gemeente en/of een andere overheidsinstantie en/of een natuurbeherende instantie eigenaar is of wordt. - De projecten kunnen plaatsvinden op percelen in eigendom van particulieren indien dit een gemeentelijk belang dient en een samenwerking betreft tussen meerdere particulieren, organisaties of overheden.

Zolang deze locaties of voorzieningen gratis en openbaar toegankelijk zijn, duurzaam zijn, instandhouding gegarandeerd is en niet commercieel geëxploiteerd worden kunnen deze worden gefinancierd uit het groenfonds. - Projecten die betrekking hebben op reguliere onderhoudswerkzaamheden of achterstallig onderhoud vallen buiten het kader van het groenfonds. Het moet gaan om nieuwe elementen. Onderhoudswerkzaamheden die horen bij de aanleg van groen kan hier wel onderdeel van uitmaken. - Alleen voor vastgestelde projecten op de projectenlijst kunnen bijdragen uit het groenfonds worden gebruikt - De instandhouding en onderhoud van het project moet voldoende gegarandeerd zijn. Werkwijze groenfonds De bedoeling is dat een initiatiefnemer eerst eigen plannen aandraagt ter verbetering van de kwaliteit in de (directe) omgeving. Indien dit niet mogelijk is kan een bijdrage in het groenfonds ten behoeve van een natuur of landschapsproject worden gestort. Deze bijdrage wordt besteed aan een project zoals opgenomen op de projectenlijst. De bijdrage wordt direct gekoppeld aan een project. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: - Het natuur- of landschapsproject dient zo dicht mogelijk bij de locatie van het initiatief te liggen - Realisatie van het initiatief dient zoveel mogelijk tegelijkertijd te worden uitgevoerd met het natuur- of landschapsproject.

- Het natuur- of landschapsproject kan pas worden uitgevoerd op het moment dat voldoende zekerheid is over de benodigde middelen uit het groenfonds - De bijdrage aan het project wordt vastgelegd in een planologisch besluit en een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Gezien de raakvlakken met diverse beleidsterreinen en afdelingen binnen de ambtelijke organisatie is één aanspreekpunt binnen de organisatie benoemd. Zo wordt tevens gewaarborgd dat de bijdragen uit het groenfonds uitsluitend worden besteed aan natuur- en landschapsprojecten zoals opgenomen op de projectenlijst. Deze contactpersoon zorgt voor projecten, bewaakt de kwaliteit van de projecten, beheert het budget en bepaalt mede aan welke projecten de bijdrage ten goede komt.

Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013

4

Waarborging kwaliteitsbijdrage en kwaliteitsverbeterende maatregelen Ter waarborging van de uitvoering van de kwaliteitsverbeterende maatregel en de landschappelijke inpassing worden hierover bepalingen opgenomen in een overeenkomst. Deze overeenkomst wordt getekend door de gemeente en de initiatiefnemer. Deze overeenkomst bevat bepalingen over de kwaliteitsbijdrage, de kwaliteitsverbetering, realisatie, onderhoud en instandhouding van de landschappelijke inpassing. De bijdrage wordt gestort voordat het planologische besluit wordt genomen. Indien de werkzaamheden in eigen beheer worden uitgevoerd, zal de initiatiefnemer garant moeten staan dat deze werkzaamheden daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld door het afgeven van een bankgarantie. Monitoring van de kwaliteitverbeterende maatregelen en de landschappelijke inpassing vindt plaats via een webapplicatie van de provincie Limburg. De realisatie, onderhoud en instandhouding van de landschappelijke inpassingsplannen en de kwaliteitsverbeterende maatregelen worden door de gemeente gecontroleerd. Dit is opgenomen in het handhavingsuitvoeringsprogramma. Een voorbeeld: Woningsplitsing in het buitengebied Een initiatiefnemer wil een woning in het buitengebied splitsen.

De gemeente heeft medewerking aan het plan toegezegd onder voorwaarde dat een kwaliteitsbijdrage ter hoogte van €25.000,- is vereist om het verlies aan kwaliteit te compenseren. Op het perceel van de aanvrager staat 500 m2 aan voormalige (ontsierende) bedrijfsgebouwen. Daarnaast wil de initiatiefnemer een boomgaard aanplanten op zijn perceel. De bedoeling is dat de initiatiefnemer eerst plannen aandraagt ter verbetering van zijn eigen woonomgeving. Voor sloop van overtollige ontsierende (bedrijfs-)gebouwen wordt een vaste vergoeding van maximaal €25,per m2 vloeroppervlak gebouw gerekend. Uit een offerte voor de boomgaard blijkt dat dit € 4.500,- kost. Eigen werkzaamheden kunnen in rekening worden gebracht indien dit goed onderbouwd wordt. Ingevolge de beleidsnotitie is een compensatie ter hoogte van €25.000,- vereist. Door sloop is voldaan aan: 500 x 25 = € 12.500,Boomgaard: € 4.500,-----------------------------------------------------------------------Totaal € 17.000,Aan een compensatie van € 8.000,- moet vervolgens nog voldaan worden. De initiatiefnemer heeft geen mogelijkheden om deze op zijn eigendom te realiseren. Daarnaast heeft hij elders binnen Leudal geen mogelijkheden om een compensatie te realiseren. Daarom stort de initiatiefnemer een bijdrage van € 8.000,in het groenfonds, waarvan een project op de projectenlijst kan worden uitgevoerd.

Daarnaast zorgt de initiatiefnemer voor voldoende landschappelijke inpassing van de locatie. De plannen van de initiatiefnemer met betrekking tot de compensatie (inclusief de storting in het groenfonds met koppeling aan een project uit de projectenlijst) en de landschappelijke inpassing worden opgenomen in een overeenkomst. De initiatiefnemer zorgt voor een bankgarantie waardoor uitvoering van de werkzaamheden door de initiatiefnemer gegarandeerd is. Na voldaan te hebben aan de voorwaarden zal de bankgarantie geretourneerd worden aan de aanvrager. Projectenlijst groenfonds Verwezen wordt naar een aparte bijlage.

Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013

5

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

OMSCHRIJVING

VISUEEL

BODEM

LUCHT

1 G

30 2

2

1 G

1

B

L

0112 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0125 0125 0125 014 014

011, 012, 013, 016 011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013 0113 0163 011 0149 0149 0149 016 016

0 1 2 3 4 6 7 0 5 6 0 2

014

016

4

15 1551 1552 1581

10, 11 1051 1052 1071

0 2 0

1581 1583

1071 1081

1 0

1584

10821

0

1584

10821

3

1584 1593 t/m 1595

10821 1102 t/m 1104

6

18

14

-

182 19

141 19

-

20 2010.2 205

16 16102 162902

22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 24 2442 2442

58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182 20 2120 2120

26 262, 263 262, 263

23 232, 234 232, 234

30

26, 28, 33

30 31

26, 28, 33 26, 27, 33

31 316 32

26, 27, 33 293 26, 33

33

26, 32, 33

33

26, 32, 33

36 361 362

31 9524 321

Tuinbouw: - bedrijfsgebouwen - kassen zonder verwarming - kassen met gasverwarming - champignonkwekerijen (algemeen) - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Fokken en houden van overige dieren: - bijen - overige dieren Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van chargeovens Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocoladeen suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10 10 10 10 10 10 30 10 30 10 30 10

C C C C C C

10 10 10 10 10 10

1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G

30 30 30 30 30 30

2 2 2 2 2 2

2 2 2 2 2 2

1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G

1 1 1 1 1

B B B B B

L L L

10 0 30 C 30 10 30 C

10 0

1 G 1 G

30 2 30 2 D

2 2

1 G 1 G

1 1

30 10 30

10

1 G

30 2

2

1 G

1

30 10 30

10

1 G

30 2

2

1 G

1

10

0 30

0

1 G

30 2

2

1 G

1

30 10 30 C

10

1 G

30 2

2

1 G

1

30 10 30

10

1 G

30 2

2

1 G

1

30 10 30 10 0 30 C

10 0

1 G 1 G

30 2 30 2

2 2

1 G 1 G

1 1

10 10 30

10

2 G

30 2

2

2 G

2

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING - ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 0 Houtconserveringsbedrijven: Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN - REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media - VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 2 - verbandmiddelenfabrieken VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, - CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Aardewerkfabrieken: 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN - COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. A reparatie VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. - MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g. VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE - APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en A instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE - GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d.

10 10 30

0

1 G

30 2

2

1 G

1

0 10 0 30 30 30 0

10 30 10 30 10 30 10

0 0 0 0 10 10 0

1 P 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G

10 30 10 30 30 30 10

1 2 1 2 2 2 1

1 P 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G

1 1 1 1 1 1 1

10 10 30

10

2 G

30 2

2

2 G

1

10 10 30

10

1 G

30 2

2

1 G

1

30 10 30

10

1 G

30 2

2

1 G

1

30 10 30

10

1 G

30 2

2

1 G

1

30

0 30

0

1 G

30 2

2

1 G

1

0 10 10 30 10 10

0 10

1 G

10 30 2

1 2

1 P 1 G

1 1

GROOTSTE AFSTAND

10

VERKEER

10 10 30 C

GEVAAR

VERKEER

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE - LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)

Tabel 1_cat.2

CATEGORIE

01 011, 012, 013

INDICES

CAT

01 0111, 0113

GELUID

-

GEUR

-

AFSTANDEN IN METERS

STOF

SBI-2008

nummer

SBI-1993

juni 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

intens iteit G of P

0 0 0 0 0 0 0

30 30 30 30 30 30

1 2 1 2 2 2 D 1

B

B B

L

B

1

OMSCHRIJVING

40 40 40 40 41 41 41 41 45 45

35 35 35 35 36 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43

45 50

41, 42, 43 45, 47

50

45, 47

501, 502, 504 5020.4 5020.5

451, 452, 454 45204 45205

503, 504 505 505 51 51 511 5122 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7

453 473 473 46 46 461 4622 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46499

5148.7 5148.7 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5155.2 5156 518

46499 46499 4673 4673 46735 46735 4674 4674 46752 4676 466

519 52

466, 469 47

52 5246/9 5249

47 4752 4778

527 55

952 55

55 5551 60 60 6022 603 61, 62

55 5629 49 49 493 495 50, 51

Tabel 1_cat.2

10 0

2 G 1 P

30 2 30 2

2 2

2 G 1 P

2 1

0

0 30 C

10

1 P

30 2

2

1 P

1

0

0 10 C

10

10

1

1 P

1

0

0 30 C

10

1 P

30 2

2

1 P

1

10

0 30 C

10

1 P

30 2

2

1 P

1

0

0 30 C

10

1 P

30 2

2

1 P

1

3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, - MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven B Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en accessoires 0 Benzineservisestations: 3 - zonder LPG - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen 0 Grth in vuurwerk en munitie:

0 10 30

10

30 2

2

1 G

1

B

10 0 10

0 30 0 10 0 30

10 10 0

2 P 1 G 3 P

30 2 10 1 30 2

2 1 2

2 P 1 G 3 P

1 1 1

B

0

0 30

10

1 P

30 2

2

1 P

1

30

0 30

10

3 P

30 2

2

3 P

1

10 30 30 30 30 30 30 30

0 0 0 0 0 0 10 10

1 P 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G

10 30 30 30 30 30 30 30

1 2 2 2 2 2 2 2

1 2 2 2 2 2 2 2

1 P 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G 2 G

1 1 1 1 1 1 1 1

0 30 0 30

10 V 30

2 G 1 G

30 2 30 2

2 2

2 G 2 G

1 1

0 10 30

10

1 G

30 2

2

1 G

1

0 10 30

0

1 G

30 2

1 G

1

0 0 30 30 30 30 10 10 30

0 30 R 10

1 G 1 G 2 G 2 G

30 2 30 2 30 2

2 0 2 2 2

1 G 1 G 2 G

1 1 2

0

0 30

0

2 G

30 2

2

2 G

1

0 0

0 30 0 10

10 10 V

3 G/P 1 P

30 2 10 1

2 1

3 P 1 P

1 1

0

0 10

10

1 P

10 1

1

1 P

1

10

0 10 C

10

1 P

10 1 D

1

1 P

1

0 0

0 30 C 0 30 C

0 10

2 P 1 P

30 2 30 2 D

2 2

2 P 1 P

1 1

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton - munitie Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. <= 200 m² verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen 0 Grth in machines en apparaten: Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. - PARTICULIEREN Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) LOGIES-, MAALTIJDEN- EN - DRANKENVERSTREKKING Kantines - VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen -

1 5 0 2 4 6 0 2

0 0 10 10 0 0 10 0 10 10 30 10 10 10 10 10

10 0

BODEM

30 10 30 0 30 30

GROOTSTE AFSTAND

VISUEEL

35

VERKEER

40

CATEGORIE

35 35 35

CAT

40 40 40

VERKEER

35

GEVAAR

40

INDICES

Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, - AARDGAS, STOOM EN WARM WATER Elektriciteitsdistributiebedrijven, met C0 transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. D3 Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en D4 gebouwen), cat. B en C E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E2 - blokverwarming F0 windmolens: - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW - BOUWNIJVERHEID

STOF

322 32991

GEUR

363 3663.1

AFSTANDEN IN METERS

GELUID

SBI-2008

nummer

SBI-1993

juni 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

LUCHT

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

B

B

B

2

72

62

72 72 73 73

62 58, 63 72 72

731

721

Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk

732

Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

74 7481.3 7484.4 75

722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 82992 84

75 75 80 85 8512, 8513 8514, 8515 853 853 90 90

84 84 85 86 8621, 8622, 8623 8691, 8692 871 8891 37, 38, 39 37, 38, 39

9001 9001 9002.2 9002.2 9002.2 91 91 9111 92 92 926 93

3700 3700 382 382 382 94 94 941, 942 59 59 931 93

74 74

Tabel 1_cat.2

VISUEEL

77 7711 772 62

VERKEER

71 711 714 72

CATEGORIE

41, 68 41, 68 77

CAT

70 70 71

0

0 10

0

2 P

10 1

1

2 P

1

0 10 0 0 0

0 0 0 0 0

30 C 30 C 10 10 10

10 0 0 0 0

2 G 3 P 2 P 1 P 1 P

30 30 10 10 10

2 2 1 1 1

2 G 3 P 2 P 1 P 1 P

1 1 1 1 1

0 0

0 30 C 0 10 C

0 0

2 P 1 P

30 2 10 1

2 1

2 P 1 P

1 1

0

0

0 C

10

10

1

1 P

2

0

0

0 C

10

10

1

1 P

2

0

0 10 C

0

1 P

10 1

1

1 P

1

0

0 10

0

1 P

10 1

1

1 P

1

10 0 30 10 10 30

10 10

2 P 2 G

30 2 30 2 D

2 2

2 P 2 G

1 2

0 0

0 0

1 P

10 1 30

1 2

1 P 1 P

1 1

30 10 30

30 R

1 P

30 2

2

1 P

1

0

0 10

0

1 P

10 1

1

1 P

1

0 10 0

0 10 0 30 C 0 10

0 10 0

2 P 2 G 2 P

10 1 D 30 2 10 1

1 2 1

2 P 2 G 2 P

1 1 1

0

0 10

0

2 P

10 1

1

2 P

1

0 0 10 0

0 0 0 0

10 10 30 C 30

0 0 0 0

2 P 1 P 1 P 2 P

10 10 30 30

1 1 2 2

2 P 1 P 1 P 2 P

1 1 1 1

30

0 10 C

0

30

2

1 P

1

0 10 0 30 C

GROOTSTE AFSTAND

64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68

VERKEER

65, 66, 67 65, 66, 67 70

GEVAAR

61 64, 65, 66

GELUID

642 65, 66, 67

- VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) 1 Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV - GSM en UMTS-steunzenders (indien B3 bouwvergunningplichtig) FINANCIELE INSTELLINGEN EN - VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND - GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, - MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. COMPUTERSERVICE- EN - INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's A e.d. B Datacentra - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK

INDICES

STOF

50, 51 50, 51 52 52 52109 5221 5222 791 5229 64 53 531, 532 61 61 61

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

61, 62 61, 62 63 63 6312 6321 6322, 6323 633 634 64 64 641 642 642 642

nummer

SBI-2008

2 2 1 1 1 D

LUCHT

OMSCHRIJVING

SBI-1993

-

juni 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

BODEM

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

L

- OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d. OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, - SOCIALE VERZEKERINGEN A Openbaar bestuur (kantoren e.d.) - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Consultatiebureaus 1 Verpleeghuizen 2 Kinderopvang - MILIEUDIENSTVERLENING RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking A0 voorbezinktanks: B rioolgemalen A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval C0 Composteerbedrijven: - DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE F Sportscholen, gymnastiekzalen -

1 1 2 2

10 10 30

30 R

1 G

30 2

2

1 G

1

0

0 10

0

1 P

10 1

1

1 P

1

0

0 30 C

0

2 P

30 2

2

2 P

1

B

B

L

3

Tabel 1_cat.2

GEVAAR

VERKEER

GROOTSTE AFSTAND

CAT

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL

30 0 0 0

0 0 0 0

30 30 10 10

30 R 0 0 0

2 G 1 G 1 P 1 P

30 30 10 10

2 2 1 1

2 2 1 1

2 G 1 G 1 P 1 P

1 1 1 1

0 10 0

0 10 0 30 C 0 10 C

0 0 0

2 P 1 P 1 P

10 1 30 2 10 1 D

1 2 1

2 P 1 P 1 P

1 1 1

LUCHT

GELUID

- OVERIGE DIENSTVERLENING Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: 1 - uitvaartcentra Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

INDICES

STOF

96 96012 96013 96013 9602 9603 9603 9313, 9604 9609

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

93 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303 9304 9305

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

juni 2009

LIJST 1 - ACTIVITEITEN

BODEM

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

B

L

4

Nota Parkeernormen N.B.: ook digitaal raadpleegbaar via de hyperlink: Nota Parkeernormen Leudal 2016

Vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 5 juli 2016

Datum:12 april 2016 Opgesteld door: Inge Gommans

CONCEPT

Parkeernormen Leudal

INHOUD 1.

Inleiding .................................................................................................................. 3

2.

Uitgangspunten / Juridisch kader ........................................................................... 4

3.

Parkeernormen ........................................................................................................ 5

4.

Doelgroepparkeren .................................................................................................. 7

Bijlagen ............................................................................................................................ 8 Bijlage 1: parkeernormen auto ......................................................................................... 9 Bijlage 2: parkeernormen fiets ....................................................................................... 12 Bijlage 3: centrumgebieden ............................................................................................ 14

2/17

Parkeernormen Leudal

1.

Inleiding

In verband met een wijziging van de Woningwet (zie VNG-ledenbrief 16.04.2015) zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de bouwverordening vervallen. Het is niet meer mogelijk te verwijzen naar landelijke naslagwerken zoals publicaties van het CROW. Dit betekent dat parkeernormen moeten worden opgenomen in bestemmingsplannen. In de bestemmingsplannen voor de woonkernen, die allen vóór 2015 zijn vastgesteld, zijn nog geen normen opgenomen. In het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2016' (alle 16 kernen in één bestemmingsplan) zal parkeernormering wel opgenomen worden. In plaats van de normen op te nemen in de regels van het bestemmingsplan zelf, kan ook worden verwezen naar gemeentelijk vastgestelde parkeernormen/beleidsregels (zie14.4 uitspraak AbRS 09.09.2015) Dat heeft het voordeel dat in geval van wijziging(en) van de normen/beleidsregels gedurende de werking van het bestemmingsplan ook rekening moet worden gehouden met die wijzigingen. Om die reden is deze Nota Parkeernormen opgesteld. In de Nota Parkeernormen zijn de parkeernormen opgenomen die de gemeente Leudal hanteert voor nieuwe bouwplannen en (her)ontwikkelingen. Onderscheid is gemaakt naar ontwikkelingen binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. Parkeernormen zijn nodig om een hoge parkeerdruk in openbaar gebied te voorkomen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Het doel van de Nota is inzicht te geven in de verwachte parkeerbehoefte op een gemiddelde weekdag van bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen die plaats vinden binnen de gemeente Leudal. De insteek is dat bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plan wordt zorggedragen voor voldoende parkeergelegenheid voor de auto en de fiets. De lijst parkeernormen is niet uitputtend, maar grotendeels dekkend voor de meest voorkomende functies binnen de gemeente en de bestemmingsplannen. In overige gevallen bepaalt de gemeente de toe te passen parkeernorm (maatwerk). De parkeernormen zijn niet bedoeld voor reeds bestaande bouwwerken en functies. Indien bestaande situaties worden gewijzigd of uitgebreid, dan kunnen deze parkeernormen wel worden toegepast. De parkeernorm geldt dan alleen voor het te wijzigen of uit te breiden deel. De Nota Parkeernormen In deze nota worden de parkeernormen voor de auto en de fiets per functie beschreven en op welke manier deze worden berekend. Verder zijn ook normen opgesteld voor gehandicaptenparkeerplaatsen, het halen en brengen rond basisscholen en de vormgeving van parkeervakken (doelgroepparkeren). In de nota worden de uitgangspunten en het (juridisch) kader beschreven, dan wordt ingegaan op de parkeernormen en vervolgens wordt ingezoomd op het doelgroepparkeren. (terug naar INHOUD)

3/17

Parkeernormen Leudal

2.

Uitgangspunten / Juridisch kader

Bij het opstellen van de Nota Parkeernormen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) In de module parkeren van het GVVP is opgenomen dat voor het berekenen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke ontwikkelingen de parkeerkencijfers van het CROW (publicatie 317) als uitgangspunt worden genomen. Voor het bepalen van de parkeernorm wordt uitgegaan van de maximumkencijfers van het CROW. CROW-publicatie 317 De parkeernormen in de Nota zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW, kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer. Het CROW maakt onderscheid naar stedelijkheidsgraad van een gemeente en stedelijke zone. De gemeente Leudal is een ‘niet stedelijk’ gebied. Bij de parkeernormen is onderscheid gemaakt naar centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. Kaderplan Bestemmingsplannen voor de kernen De raad heeft als voorbereiding op de nieuwe bestemmingsplannen een kaderplan voor de kernen opgesteld. Hierin is bepaald dat in de kernen Heythuysen, Haelen, Horn, Roggel, Neer, Ell en Ittervoort de bestemming ‘centrum’ wordt opgenomen in de desbetreffende bestemmingsplannen. In bijlage 3 zijn van deze kernen de centrumgebieden aangegeven.

Hardheidsclausule Indien deze nota niet voldoende uitsluitsel geeft of de norm onevenredig toepasbaar blijkt, hebben burgemeester en wethouders de mogelijkheid gemotiveerd af te wijken van de Nota Parkeernormen. Dit is alleen mogelijk indien de normen uit de Nota Parkeernormen tot een zodanige hardheid lijden die niet door dringende redenen of noodzaak kunnen worden gerechtvaardigd. Uiteraard is het wenselijk om afwijking van de Nota Parkeernormen zo beperkt mogelijk te houden. Volgend parkeerbeleid De gemeente Leudal hanteert een parkeerbeleid dat volgend is. Dit betekent dat uitgegaan wordt van een minimaal benodigd aantal parkeerplaatsen dat wordt aangelegd bij nieuwe ontwikkelingen. Bij nieuwe ruimtelijke plannen en ontwikkelingen worden de parkeernormen uit deze nota toegepast. Bestaande parkeerknelpunten hoeven in de nieuwe ontwikkeling niet door de ontwikkelaar te worden opgelost. Dit geldt ook bij uitbreidingen of wijzigingen van een functie. Aanleg parkeerplaatsen De parkeernormen geven de parkeerbehoefte van de ruimtelijke ontwikkeling aan. Het is aan de ontwikkelaar om dit aantal parkeerplaatsen zodanig aan te leggen dat deze bruikbaar en bereikbaar zijn voor de belanghebbenden.

Uitganspunt is dat dit binnen het plangebied plaatsvindt, of, indien niet mogelijk, in ieder geval binnen een acceptabele loopafstand van maximaal 100 meter vanaf de ingang(en) van de voorziening(en).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=90fabe7c-64bd-4d68-89a4-86762b7aa6d3