CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Raadsvergadering 26 september 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘CPO Grasheim’ te Grathem23.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PLANREGELS

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDENDE REGELS.......................................................................................................................................2 Artikel 1 Begrippen.................................................................................................................................................................................................... 2 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................................................................................. 12

2.

BESTEMMINGSREGELS ................................................................................................................................ 13 Artikel 3 Groen........................................................................................................................................................................................................ 13 Artikel 4 Tuin ............................................................................................................................................................................................................ 15 Artikel 5 Verkeer .................................................................................................................................................................................................... 17 Artikel 6 Wonen ..................................................................................................................................................................................................... 19

3.

ALGEMENE REGELS ...................................................................................................................................... 24 Artikel 7 Anti-dubbeltelbepaling ....................................................................................................................................................................... 24 Artikel 8 Algemene bouwregels ....................................................................................................................................................................... 25 Artikel 9 Algemene gebruiksregels ................................................................................................................................................................. 26 Artikel 10 Algemene aanduidingsregels......................................................................................................................................................... 27 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels............................................................................................................................................................. 28 Artikel 12 Algemene wijzigingsregels .............................................................................................................................................................

31 Artikel 13 Algemene procedureregels .......................................................................................................................................................... 33 Artikel 14 Overige regels .................................................................................................................................................................................... 34

4.

OVERGANGS- EN SLOTREGELS ............................................................................................................... 35 Artikel 15 Overgangsrecht.................................................................................................................................................................................. 35 Artikel 16 Slotregel................................................................................................................................................................................................. 36

BIJLAGEN Bijlage 1: Nota Kwaliteit Bijlage 2: Lijst van bedrijfsactiviteiten – kernen Bijlage 3: Nota Parkeernormen 2016 Bijlage 4: Landschappelijk inpassingsplan

Vastgesteld

1

1.

INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan “CPO Grasheim” met identificatienummer NL.IMRO.1640.BP23GrSportlaanCPO-VG01 van de gemeente Leudal. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde grondgebonden woningen die niet onderling zijn gekoppeld door een bijbehorend bouwwerk. 1.6 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen.

Indien op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming of indien het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, wordt het achtererfgebied bepaald door het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied. 1.7 afhankelijke woonruimte een bijbehorend bouwwerk (vrijstaand en/of aangebouwd) bij een (bedrijfs)woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin uit een oogpunt van mantelzorg een huishouden gehuisvest is. 1.8 bebouwd oppervlak de buitenwerks gemeten (geprojecteerde) oppervlakte van zowel gebouwen als bouwwerken geen gebouwen zijnde, een zwembad uitgezonderd, op het maaiveld van het perceel. 1.9 bebouwde kom het gebied dat door zijn 'samenhangende bebouwing' als bebouwde omgeving wordt aangemerkt. De aard van de omgeving is hierbij bepalend. Het verkeersbord dat de bebouwde kom aangeeft is hierbij niet altijd maatgevend. 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Vastgesteld

2

1.11 bed & breakfast een voorziening, zonder eigen kookgelegenheid, in een woning of een bijbehorend bouwwerk behorende bij de woning en gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de betreffende bestemming. Een bed & breakfast functioneert door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet als zelfstandige woning. Een aparte kookgelegenheid bij de voorziening is niet toegestaan. Onder een bed & breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid (zie ook artikel 2.6, Wijze van meten) en artikel 11.2, bed & breakfast). 1.12 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.13 bedrijf aan huis het verrichten van een bedrijfsmatige activiteit die door zijn beperkte omvang in een woning en/of daarbij behorende bijbehorend(e) bouwwerk(en) met behoud van het wonen als overwegende functie kan worden uitgeoefend, zulks met uitzondering van een seksinrichting.

1.14 bedrijfswoning een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting. 1.15 beeldkwaliteit het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing met de karakteristieken van de locatie en omgeving door middel van aandacht voor stedenbouwkundige aspecten, architectuur, cultuurhistorie en landschap. 1.16 beperkt kwetsbare objecten a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. dienst- en bedrijfswoningen van derden; c. kantoorgebouwen, met uitzondering van kantoorgebouwen met een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 1500 m² per object; d. hotels en restaurants, met uitzondering van hotels met een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 1500 m² per object; e. winkels, met uitzondering van complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bedrijfsvloeroppervlak meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 2000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; f. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; g.

kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, met uitzondering van kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; h. bedrijfsgebouwen, met uitzondering van gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn; i. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde objecten gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans

Vastgesteld

3

j.

aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.

1.17 beroep aan huis een beroep of het verlenen van diensten op administratief, consument verzorgend, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, zulks met uitzondering van een seksinrichting. 1.18 bestaand a. bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen; b. bij gebruik: gebruik zoals aanwezig ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan. 1.19 bestaande woning een woning die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen. Hieronder wordt niet verstaan een woning die weliswaar bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar is gerealiseerd in strijd met het plan en zonder een omgevingsvergunning voor het bouwen. 1.20 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.21 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.22 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.23 bijzondere woonvorm een woonverblijf waarin, al dan niet zelfstandige, woningen/kamers zijn opgenomen met gemeenschappelijke voorzieningen, zoals begeleid wonen voor mindervalide personen, een woonzorgcomplex of daarmee gelijk te stellen voorziening, met dien verstande dat onder bijzondere woonvorm niet wordt verstaan crisis-opvang. 1.24 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.25 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.26 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

Vastgesteld

4

1.27 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.28 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.29 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.30 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.31 carport een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een overdekte stallinggelegenheid voor voertuigen, aan minimaal 1 zijde open, waarbij de open zijde is gericht naar het openbare gebied ter plekke van de uitrit. 1.32 crisisopvang acute opvang of opname van mensen in een acute noodsituatie (psychisch of lichamelijk). 1.33 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, zulks met uitzondering van horecabedrijven.

1.34 dienstverlening het beroeps- en/of bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé. 1.35 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt. 1.36 evenement een georganiseerde, voor het publiek toegankelijke activiteit van vermaak op het gebied van onder meer sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal cultureel vlak. Er kan sprake zijn van een ruimtelijk relevant evenement (zie 1.74) danwel van een ruimtelijk niet relevant evenement (zie 1.73). 1.37 extensief recreatief medegebruik recreatief (mede-)gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten die geen specifiek beslag leggen op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden met wegbewijzering en rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair. 1.38 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.39 gebruiksoppervlakte de gebruiksoppervlakte zoals gedefinieerd in het Bouwbesluit, conform NEN2580. Vastgesteld

5

1.40 geluidzoneringsplichtige inrichting een inrichting, zoals genoemd in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.41 gestapelde woningen woningen waarboven en/of waaronder een andere woning is gebouwd of andere woningen zijn gebouwd. 1.42 gevoelig object object waar personen langdurig verblijven, zoals woningen, scholen, crèches en kinderdagverblijven; 1.43 goed woon- en leefklimaat woon- en leefklimaat waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de normen van alle relevante milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid. 1.44 halfvrijstaande woning een woning waarvan het hoofdgebouw met één gevel gekoppeld is aan het hoofdgebouw op een naastgelegen perceel. 1.45 hoekwoning woning gelegen op de hoek van twee openbare wegen, fiets- en/of voetpaden. 1.46 hoofdgebouw(en) een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.47 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, niet zijnde een seksinrichting. 1.48 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan 1.49 kamerbewoning het bewonen van een onzelfstandige wooneenheid, niet zijnde het verstrekken van logies 1.50 kap de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm dan wel met een dakhelling. 1.51 kunstwerken bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke, alsmede artistieke kunstuitingen in de vorm van standbeelden, glaswerken, schilderingen en dergelijke. 1.52 kwaliteitsmenu het gemeentelijk compensatiebeleid voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals vastgelegd in de 'Nota Kwaliteit'. 1.53 kwetsbare objecten a. woningen, met uitzondering van: Vastgesteld

6

b.

c.

d.

1. verspreid liggende woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; 2. dienst- en bedrijfswoningen; gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een b.v.o. van meer dan 1500 m² per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk b.v.o. meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal b.v.o. van meer dan 2000 m² per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.

1.54 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.55 Nota kwaliteit de Nota Kwaliteit van de gemeente Leudal, waarin de uitgangspunten waarbinnen de gemeente initiatiefnemers voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de zonering 'Buitengebied' volgens het POL 2014 een kwaliteitsbijdrage gaat vragen, ter uitwerking van het Limburgs Kwaliteitsmenu, zoals opgenomen als 'Bijlage 1 Nota Kwaliteit' bij deze regels. 1.56 omgevingsvergunning een vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ten behoeve van het verrichten van de in die vergunning beschreven activiteiten. 1.57 onbenutte bouwtitel een bestemmings-/bouwvlak waarop volgens dit bestemmingsplan een (bedrijfs)woning kan worden gerealiseerd, maar feitelijk nog geen woning is gerealiseerd. 1.58 ondergeschikt bouwdeel een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend deel (maximaal 1 meter) van een bouwwerk.

1.59 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.60 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde werken, geen bouwwerken zijnde, die onder peil plaatsvinden. 1.61 ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, die voldoet aan de indieningsvereisten zoals bedoeld in de 'Regeling omgevingsrecht'.

Vastgesteld

7

1.62 onzelfstandige wooneenheid wooneenheid welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij keuken, toilet, badkamer en douche als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt. 1.63 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.64 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde in de vorm van een (bijbehorend) bouwwerk met minimaal een open wand. 1.65 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.66 parkeervoorziening elke al dan niet overdekte stallinggelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer. 1.67 parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen. 1.68 peil a. Voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: maximaal 30 cm boven de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. b. In andere gevallen: maximaal 30 cm boven de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.69 perceel het bouwperceel.

1.70 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met/voor een ander tegen vergoeding. 1.71 ruimtelijk niet relevant evenement activiteit in de openlucht of in een tijdelijke accommodatie (bijvoorbeeld feesttent) met een duur van maximaal 3 dagen, inclusief opbouwen en afbreken, zoals: a. privéfeesten; b. buurtbarbecues en buurtfeesten; c. feesten en grootschalige activiteiten in scholen; d. (demonstratieve) optochten en bijeenkomsten, al dan niet van politieke aard; e. activiteiten die worden georganiseerd om redenen van promotie, public relations, publiciteit e.d. zoals de opening van tentoonstellingen, ontvangsten, prijsuitreikingen, symposia en productpresentaties; f. (theater)voorstellingen zoals die regelmatig plaatsvinden in gemeenschapshuizen / cultureel centrum; g. rommelmarkten, vlooienmarkten, kofferbakmarkten e.d.; h. bioscoopvoorstellingen; i. weekmarkten op basis van de gemeentewet; j. kansspelen; k. dansgelegenheden (gevestigd in horecazaken);

Vastgesteld

8

of daarmee naar aard en omvang en invloed op onderliggende en nabijgelegen bestemmingen vergelijkbare activiteiten, met dien verstande dat alsnog sprake is van een ruimtelijk relevant evenement indien: a. sprake is van meer dan 6 evenementen per locatie per kalenderjaar; b. sprake is van meer dan 1 evenement per locatie per maand; c. het aantal aanwezigen meer bedraagt dan 100 personen ingeval van privéfeesten, buurtbarbecues en buurtfeesten; d. de activiteit plaats vindt tussen 24.00 en 09.00 uur; e. er muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 24:00 uur; f. er onevenredig nadelige gevolgen zijn voor de verkeers- en bereikbaarheidssituatie die niet door het treffen van verkeersmaatregelen kunnen worden gecompenseerd; g. er objecten worden geplaatst met een oppervlakte van meer dan 50 m2. 1.72 ruimtelijk relevant evenement een evenement, niet zijnde een ruimtelijk niet relevant evenement, waarvan de aard of de publieksaantrekkende werking vanuit een oogpunt van impact op de omgeving dusdanig grootschalig is dat daarin zonder nadere ordening niet kan worden voorzien en waarbij een of meer van de volgende omstandigheden zich voordoet(n): a. het evenement vindt al dan niet met een zekere regelmaat (bijvoorbeeld maandelijks, jaarlijks of jaar overstijgend) plaats, waardoor het normaal maatschappelijk gebruik van de gronden niet mogelijk is gedurende: b.

tenminste één aaneengesloten periode van 24 uur (inclusief het opbouwen en afbreken) of c. tenminste twee niet opeenvolgende dagen of vier niet opeenvolgende dagdelen; d. er is sprake van een omvang van meer dan 100 bezoekers/deelnemers/toeschouwers/gasten gelijktijdig aanwezig; e. de geluidbelasting bedraagt meer dan 50 dB(A) op de gevel van de dichtst bij gelegen woningen om en nabij het de locatie waar het evenement wordt gehouden; f. de activiteit plaats vindt tussen 24.00 en 09.00 uur; g. er wordt muziek ten gehore gebracht voor 09.00 uur of na 24:00 uur; h. er is sprake van onevenredig nadelige gevolgen voor de verkeers- en bereikbaarheidssituatie die niet door het treffen van verkeersmaatregelen kunnen worden gecompenseerd; i. er worden objecten geplaatst met een oppervlakte van meer dan 50 m2. 1.73 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: a. een prostitutiebedrijf; waaronder begrepen een erotische massagesalon en raamprostitutie; b. een seksbioscoop of sekstheater; c. een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; e. een sekswinkel.

1.74 servicepunt verkoop- en informatiepunt ten behoeve van kleinschalige dienstverlening en kleinschalige detailhandel. 1.75 sociaal-culturele activiteiten activiteiten gericht op onderwijs, ontwikkeling, welzijn, cultuur, religie, geïnstitutionaliseerde zorg en therapeutische doeleinden 1.76 stedenbouwkundig beeld het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa's, de gevelindelingen, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvormen in zijn omgeving.

Vastgesteld

9

1.77 straatmeubilair op, aan of boven de openbare weg respectievelijk openbare ruimte geplaatste of hangende goederen, waaronder begrepen zitbanken, lantaarnpalen, prullenbakken, fietsenrekken, bloembakken-/potten, spandoeken, vlaggenmasten, (uithang)borden, abri's, bushaltes, (straat-)verlichting e.d. 1.78 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk in de openbare ruimte of in een zich daarop/-in bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.79 tuin omheind of afgeperkt stuk grond, behorende bij een hoofdgebouw en/of woning, dat is ingericht met (open) water en/of waterhuishoudkundige voorzieningen, groen en/of groenvoorzieningen en/of verharding(en) ten behoeve van het gebruiksgenot en ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw en/of woning. 1.80 verbeelding de verbeelding van het bestemmingsplan "CPO Grasheim" bestaande uit de digitale en analoge verbeelding met planidentificatienummer NL.IMRO.1640.BP23GrSportlaanCPO-VG01. 1.81 voldoende parkeergelegenheid er wordt voldaan aan de normen die zijn vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen 2016' (bijlage 3), waarbij geldt dat indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging', tenzij in deze regels anders is aangegeven (zie ook artikel 14.1).

1.82 voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.83 voorgevel een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw. 1.84 voorgevel hoekwoning de gevel van een hoekwoning die qua vormgeving van de woning en het perceel alsmede de situering ten opzichte van de omliggende bebouwing als voorgevel wordt aangemerkt. 1.85 voorgevelrooilijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de gevel(s) van het (oorspronkelijke) hoofdgebouw die grenzen aan openbare wegen, fiets en/of voetpaden tot aan de perceelsgrenzen. Een hoekwoning heeft twee voorgevelrooilijnen. 1.86 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer alsmede kleinschalige (ondergrondse) voorzieningen voor afvalverzameling. 1.87 vrijstaand geschakelde woningen minimaal 2 vrijstaande woningen waarbij de zijgevel van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is gebouwd aansluitend aan de zijgevel van een hoofdgebouw op een aangrenzend perceel, danwel aan de zijgevel van een bijbehorend bouwwerk op een aangrenzend perceel 1.88 vrijstaande woning een woning die noch met het hoofdgebouw noch met een bijbehorend bouwwerk gekoppeld is aan het hoofdgebouw op een naastgelegen perceel.

Vastgesteld

10

1.89 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.90 weg een voor het openbaar verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeervoorzieningen. 1.91 wet/wettelijke wegelingen indien en voor zover in de regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het vastgestelde plan, tenzij anders bepaald. 1.92 wonen De permanente huisvesting van een of meerdere personen in een woning of bijzondere woonvorm, om daar zelfstandig of met meerdere personen gezamenlijk een huishouden te voeren. 1.93 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één huishouden. 1.94 wooneenheid een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de zelfstandige huisvesting van een huishouden. 1.95 woonwagen een voor bewoning bestemd bouwwerk, dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en dat geplaatst is op een door de gemeente aangewezen woonwagenstandplaats.

1.96 zijerfgebied het deel van het voorerfgebied bij een hoekwoning, gelegen langs (het verlengde van) de zijgevel van de hoekwoning, voorzover dit geen deel uitmaakt van het achtererfgebied (zie ook paragraaf 6.2.1.3 van de toelichting). 1.97 zijgevel de gevel van een woning die qua vormgeving van de woning en het perceel alsmede de situering ten opzichte van de omliggende bebouwing niet als voorgevel of achtergevel wordt aangemerkt. 1.98 zijgevel hoekwoning de naar het openbaar gebied gerichte gevel van een hoekwoning die qua vormgeving van de woning en het perceel alsmede de situering ten opzichte van de omliggende bebouwing als zijgevel wordt aangemerkt. De zijgevel van een hoekwoning ligt tevens in de voorgevelrooilijn. 1.99 zelfstandige wooneenheid wooneenheid met een eigen toegang en eigen wezenlijke voorzieningen, waarbij keuken, toilet, badkamer en douche als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt. Een woonruimte waarvan de vertrekken uitkomen op een gemeenschappelijke gang of hal, maar met eigen keuken, douche en toilet, is eveneens een zelfstandige woonruimte. 1.100 zolder ruimte(n) in een gebouw die geheel of gedeeltelijk is (zijn) afgedekt met schuine of gebogen daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt/uitmaken van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.

Van een zolder is geen sprake indien de betreffende ruimte gelijkwaardig is aan de verblijfsruimten op de bouwlagen onder deze ruimte.

Vastgesteld

11

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 De oppervlakte van een bed & breakfastvoorziening De oppervlakte, gemeten op vloerniveau, tussen de scheidingsmuren, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten die in gebruik is/zijn voor de bed & breakfastvoorziening, omhullen. Daarbij worden niet meegerekend: a.

de oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de nettohoogte kleiner is dan 1,50 meter, met uitzondering van vloeren onder trappen; b. een trapgat of vide; c. een liftschacht. 2.7 Afstand tot de bouwperceelgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.8 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

Vastgesteld

12

2.

BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. bermen en beplanting; 2. bestaande geluidwerende voorzieningen; 3. extensief recreatief medegebruik; 4. groenvoorzieningen; 5. kunstobjecten 6. kunstwerken; 7. landschappelijke inpassing; 8. paden; 9. ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 3.4.2; 10. speelvoorzieningen; 11. voorzieningen van algemeen nut; 12. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen worden gebouwd: 1. ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut; b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. c. De bouwoppervlakte van voorzieningen van algemeen nut mag niet meer bedragen dan 15 m². 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,8 meter. b. De bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen in de vorm van geluidschermen bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte. c.

De hoogte van lichtmasten en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter. d. Overkappingen zijn niet toegestaan. e. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de benodigde waterberging.; c. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; d. ter waarborging van de externe veiligheid; e. ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein; f. ter waarborging van de sociale veiligheid; g. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;

Vastgesteld

13

h.

ter waarborging van de verkeersveiligheid.

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt naast het bepaalde in artikel 9 in elk geval gerekend het gebruik voor/als: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. ruimtelijk relevante evenementen; d. sociaal-culturele activiteiten, waarbij sprake is van spreekinstallaties en/of versterkte (live) muziek. Onversterkte muziek, achtergrondmuziek en beperkte spreekinstallaties (uitsluitend voor het doen van aankondigingen) zijn wel toegestaan; e. prostitutie. 3.4.2 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a. wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal'; b. indien het onder a.

bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en); c. voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Groen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen of verlagen van geluidwerende voorzieningen in de vorm van aarden wallen, al dan niet in combinatie met geluidschermen; b. het verwijderen van beplanting op de onder a. bedoelde aarden wallen. 3.5.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 3.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan. 3.5.3 Toelaatbaarheid De in lid 3.5.1 genoemde werkzaaamheden zijn slechts toelaatbaar indien verzekerd is dat de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder, danwel een door het bevoegd gezag vastgestelde hogere grenswaarde, niet worden overschreden,

Vastgesteld

14

Artikel 4 Tuin 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen en/of (bedrijfs-)woning(en); b. ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 4.4.2. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van vóór de gevellijn van en aansluitend aan woningen gelegen: a. erkers, serres en andere gebouwen op de begane grond; b. luifels en dakoverstekken; c. balkons; tot een diepte van 1,5 meter, met dien verstande dat de totale oppervlakte van de overschrijding maximaal 5 m2 bedraagt en de lengte maximaal 2/3 van de betreffende gevel is, een en ander voor zover de afstand tot de perceelsgrens niet kleiner wordt dan 4 meter. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,8 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen; b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de benodigde waterberging.; c. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; d. ter waarborging van de externe veiligheid; e. ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein; f. ter waarborging van de sociale veiligheid; g. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; h. ter waarborging van de verkeersveiligheid. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt naast het bepaalde in artikel 9 in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. ruimtelijk relevante evenementen.

Vastgesteld

15

4.4.2 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a. wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal'; b. indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en); c. voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.

Vastgesteld

16

Artikel 5 Verkeer 5.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; 2. bestaande geluidwerende voorzieningen; 3. kunstwerken en -objecten; 4. oeververbindingen (bruggen); 5. parkeervoorzieningen; 6. ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 5.4.2; 7. straatmeubilair; 8. verkoopstandplaats(en), mits in overeenstemming met het geldende standplaatsenbeleid; 9. terrassen, mits vergund op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en/of Drank- en Horecawet; 10. voet- en rijwielpaden; 11. voorzieningen van algemeen nut; 12. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen; 13. wegen, straten, pleinen en paden met hoofdzakelijk een verkeer- c.q. verblijfsfunctie; b. Ter plaatse van de desbetreffende aanduiding zijn de voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden bestemd voor (een): 1. calamiteitenontsluiting, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – calamiteitenontsluiting’ 5.2 Bouwregels 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd. b. De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter. c.

De oppervlakte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 15 m². 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 12 meter. b. De bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen in de vorm van geluidschermen bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte. c. Overkappingen zijn niet toegestaan. d. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 meter. 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de benodigde waterberging.; c. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; d. ter waarborging van de externe veiligheid; e. ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein; f. ter waarborging van de sociale veiligheid; g. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; h. ter waarborging van de verkeersveiligheid.

Vastgesteld

17

5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt naast het bepaalde in artikel 9 in elk geval gerekend het gebruik van gronden voor: a. prostitutie; b. ruimtelijk relevante evenementen. 5.4.2 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a. wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal'; b. indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en); c. voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Verkeer' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen of verlagen van geluidwerende voorzieningen in de vorm van aarden wallen, al dan niet in combinatie met geluidschermen; b. het verwijderen van beplanting op de onder a. bedoelde aarden wallen.

5.5.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 5.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan. 5.5.3 Toelaatbaarheid De in lid 5.5.1 genoemde werkzaaamheden zijn slechts toelaatbaar indien verzekerd is dat de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder, danwel een door het bevoegd gezag vastgestelde hogere grenswaarde, niet worden overschreden.

Vastgesteld

18

Artikel 6 Wonen 6.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. wonen met dien verstande dat: ▪ ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' uitsluitend vrijstaande en vrijstaand geschakelde woningen zijn toegestaan. 2. bijzondere woonvorm; 3. bewoning als afhankelijke woonruimte, voor zover het in het hoofdgebouw en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken betreft; 4. ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 6.5.3; 5. uitoefening van ▪ een bedrijf aan huis; ▪ een beroep aan huis; met de daarbij behorende: b. groenvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. tuinen, erven en terreinen; e. voorzieningen van algemeen nut; f. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. b. De bebouwde oppervlakte van een bouwperceel mag maximaal 60% bedragen, met een maximum van 275 m2. 6.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen, niet zijnde woonwagens, gelden de volgende bepalingen: a. Nieuwe woningen zijn niet toegestaan. Uitsluitend bestaande woningen zijn toegestaan. b. Vervangende nieuwbouw van woningen is toegestaan, met dien verstande dat het aantal wooneenheden niet mag toenemen. c.

In afwijking van het bepaalde sub a. zijn nieuwe woningen met bijbehorende bouwwerken toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' en met in acht name van het aangeduide maximum, met dien verstande dat: 1. Inclusief gerealiseerde en in aanbouw zijnde woningen het aantal woningen binnen het maatvoeringsvlak niet meer mag bedragen dan het maximaal toegestane aantal woningen. 2. Het hoofdgebouw uitsluitend wordt gebouwd: ▪ binnen het 'bouwvlak'; ▪ in of maximaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn en/of de bouwvlakgrens aan de zijde van de weg en vóór een denkbeeldige lijn op 15 meter uit en evenwijdig aan die voorgevelrooilijn en/of bouwvlakgrens; d. De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan: 1. de bestaande goot- en bouwhoogte ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan danwel 2. de goot- en bouwhoogte die is aangegeven ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'.

Vastgesteld

19

3.

e.

f. g.

h.

i. j.

7 meter respectievelijk 10 meter ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' als binnen het maatvoeringsvlak geen aparte maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is opgenomen. Het hoofdgebouw moet worden afgedekt met een kap met een dakhelling van minimaal 20º en maximaal 50°, met dien verstande dat bij bestaande woningen en/of bij vervangende nieuwbouw het hoofdgebouw mag worden afgedekt met dezelfde afdekking en dakhelling als aanwezig ten tijde van de ter inzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan; In afwijking van het bepaalde onder e. kan een deel van het hoofdgebouw worden afgedekt met een plat dak, indien sprake is van uitbreiding van het hoofdgebouw als bedoeld in dit lid onder h; De afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt: 1. bij vrijstaande- en bij gestapelde woningen minimaal 3 meter aan beide zijden; 2. bij halfvrijstaande en vrijstaand geschakelde woningen, minimaal 3 meter aan één zijde; In afwijking van het bepaalde onder g. is een uitbreiding van het hoofdgebouw toegestaan tot in de zijdelingse perceelsgrens, mits: 1. de uitbreiding uitsluitend is toegestaan in achtererfgebied; 2. de maximale goothoogte 3,5 meter en de maximale bouwhoogte 5,5 meter bedraagt; 3.

bij vrijstaande woningen uitbreiding uitsluitend is toegestaan aan één zijde van de woning; De geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten mag bij (vervangende) nieuwbouw niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. In afwijking van het bepaalde sub c, is een grotere goot- en/of bouwhoogte toegestaan tot maximaal de hoogte van de direct naast gelegen woningen, met dien verstande dat: 1. het 'stedenbouwkundig beeld' niet onevenredig wordt aangetast; 2. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.

6.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. De maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter. b. De maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 meter. c. De bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan in achtererfgebied. d. In afwijking van het bepaalde onder c. mogen bijbehorende bouwwerken tot in de voorgevelrooilijn worden opgericht indien de afstand van de bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens groter is dan 2 meter. e. Indien sprake is van een garage dient de afstand van de voorgevel van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5 meter te bedragen. f. Bij vrijstaande woningen dient, binnen het bouwvlak, de afstand van bijbehorende bouwwerken tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 2 meter te bedragen; 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, zijn enkel toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erfafscheidingen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen: 1. maximaal 1,8 meter bedraagt in achtererfgebied; 2. maximaal 1 meter bedraagt in voorerfgebied; 3.

maximaal 1,8 meter bedraagt in zijerfgebied, mits: ▪ de erf- of terreinafscheiding minimaal 3 meter achter de voorgevel van de woning gelegen is; ▪ het verkeersbelang niet onevenredig aangetast wordt. b. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. De bouwhoogte daarvan mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Vastgesteld

20

6.2.5 Erkers In afwijking van het bepaalde in lid 6.2.1 onder a., en lid 6.2.3 onder c., is het realiseren van een erker voor de voorgevel en/of een overkapping ter plaatse van de entree van de woning toegestaan , met dien verstande dat: a. de erker c.q. overkapping maximaal 2 meter voor de voorgevelrooilijn mag worden opgericht; b. de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m2; c. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter; d. de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw waartegen de erker of overkapping wordt gerealiseerd; e. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt. 6.2.6 Carport tot aan of gedeeltelijk voor de voorgevelrooilijn In afwijking van het bepaalde in lid 6.2.1 onder a., sub 2. en lid 6.2.3 onder c., is het realiseren van een carport tot aan de voorgevelrooilijn en/of gedeeltelijk voor de voorgevelrooilijn toegestaan, met dien verstande dat: a. de voorgevelrooilijn met niet meer dan 2 meter overschreden wordt; b. de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt; c. het deel van de carport dat voor de voorgevelrooilijn wordt gerealiseerd geen gesloten wanden heeft die tot de constructie zelf behoren; d. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter; e. de carport direct verbonden dient te zijn met een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk; f.

slechts één carport mag worden gerealiseerd. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving; c. ter waarborging van de benodigde waterberging.; d. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; e. ter waarborging van de externe veiligheid; f. ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein; g. ter waarborging van de sociale veiligheid; h. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; i. ter waarborging van de verkeersveiligheid. 6.4 Afwijken van de bouwregels 6.4.1 Uitbreiding van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot twee bouwlagen Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2.3 onder a. en b. ten behoeve van het uitbreiden van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bij de woning tot 2 bouwlagen, afgewerkt met een plat dak of een kap met dien verstande dat: a. de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan; b.

in afwijking van het bepaalde onder a. de goot- en bouwhoogte maximaal 0,5 meter meer mag bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan indien de uitbreiding van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk is afgewerkt met een plat dak, terwijl het hoofdgebouw is afgewerkt met een kap; c. de afstand van de uitbreiding van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk: 1. tot beide zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter dient te bedragen bij vrijstaande woningen; 2. tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter moet bedragen bij halfvrijstaande en vrijstaandgeschakelde woningen; Vastgesteld

21

d. e. f. g.

indien een kap wordt gerealiseerd, de dakhelling ten minste 20° en niet meer dan 50° bedraagt; het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast; de uitbreiding plaatsvindt: 1. binnen het bouwvlak; 2. in of achter de voorgevelrooilijn en vóór een denkbeeldige lijn op 15 meter uit en evenwijdig aan de voorgevelrooilijn.

6.4.2 Realisatie kap op de woning Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2.2, sub e. ten behoeve van het realiseren van een kap op een woning, indien in de bestaande situatie sprake is van een plat dak, met dien verstande dat: a. de dakhelling ten minste 20° en niet meer dan 50° bedraagt; b. indien sprake is van een geschakelde of aaneengebouwde bedrijfswoning, ook de aan betreffende bedrijfswoning verbonden andere woning(en) voorzien worden van een kap; c. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; d. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast. 6.4.3 Platte afdekking woning Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2.2, sub e., ten behoeve van het realiseren van een plat dak op een woning, met dien verstande dat: a. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast. 6.4.4 Goot- en bouwhoogte tot maximaal goot- en bouwhoogte aangrenzende woningen Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2.2, sub d., voor het realiseren van een hogere goot- en/of bouwhoogte tot maximaal de hoogte van de direct naast gelegen woningen, mits: a. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; b.

de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast. 6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor/van: a. bedrijvigheid, met uitzondering van de bedrijvigheid als bedoeld in lid 23.1; b. detailhandel, met uitzondering van: 1. een beperkte verkoop in het klein in verband met en ondergeschikt aan de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis; c. horeca; d. kamerbewoning; e. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; f. ruimtelijk relevante evenementen; g. seksinrichting; h. het gebruik voor woondoeleinden van gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing woningbouw Grathem’, indien de landschappelijke inpassing overeenkomstig het landschapsinpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze regels, niet is gerealiseerd binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen ter plaatse van die aanduiding en daarna niet in stand wordt gehouden.

Vastgesteld

22

6.5.2 Beroep of bedrijf aan huis De uitoefening van een bedrijf aan huis en/of een beroep aan huis is toegestaan in de woning en/of in de bij de woning behorende bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. uitsluitend een bedrijf aan huis is toegestaan zoals vermeld in of vergelijkbaar met categorie 1 van de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen' (bijlage 2); b. een bedrijf aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 30 m²; c. een beroep aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 80 m²; d. bij een gecombineerde uitoefening van het bepaalde onder b. en c. het totale maximale gebruiksoppervlak van 80 m2 niet overschreden wordt; e. maximaal 30% van het gebruiksoppervlak van de begane grond van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep en/of bedrijf aan huis. 6.5.3 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a. wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal'; b. indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en); c. voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.

Vastgesteld

23

3.

ALGEMENE REGELS

Artikel 7 Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Vastgesteld

24

Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen 8.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 8.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. b. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwvlak. c. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil. d. Bij het berekenen van de geldende oppervlakte- en inhoudsmaten, wordt de oppervlakte of inhoud van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen. 8.1.3 Afwijken van het bestemmingsplan Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.1.2 sub c voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=90fabe7c-64bd-4d68-89a4-86762b7aa6d3