Regels
Tekst van het document
Op locatie vigeert het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Kelpen-Oler’ en het bestemmingsplan Buitengebied. De locatie heeft de bestemming ‘bedrijventerrein’. Aan de westzijde heeft het terrein een agrarische bestemming. Binnen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein KelpenOler’ is op onderhavige locatie sprake van een wijzigingsbevoegdheid tot het onder voorwaarden oprichten van een bedrijfsgebouw. Aan de voorwaarde 20 meter uit de bestemming ‘Groen’ te blijven kan de initiatiefnemer niet
139
Totaal perceel: 2.550 m2
658 m2
1.550 m2 2607
850 m2
2104
645 m2 33 m2 3432
3430
3431
3371
27
3350
50
3374 3325 3373
Figuur 1: Luchtfoto plangbied Kelperheide
Figuur 2: Bestemmingen plangebied
Stedenbouwkundig inpassing schetsvoorstel kavel Kelperheide - variant Figuur 3:Landschappelijke Oppervlaktes nieuwe bestemmingen i.o.v. bedrijfskavel M. BaetsKelperheide Handel bv Gemeente Leudal
Industrieweg 94 5931 PK Tegelen
datum: 17-07-2018 23-11-2020
schaal: 1:500
getekend: mo
formaat: A3
tekening nr.: p00658-SO01-20180717.ai ---
project nr.: P00658 p00658
3326 www.bro.nl tegelen@bro.nl telefoon +31 (0)77 373 06 01 fax +31 (0)77 373 76 94
15 december 2020
3
Bedrijfskavel Kelperheide Landschappelijke inpassing
en weide, kleine landschapselementen (houtsingels, heggen, beekgeleidende beplanting, bosjes en populierenopstanden); bebouwing langs wegen als een lint of op hogere gronden (rand beekdal).
bevindt zich aan de westzijde van het plangebied en ligt lager in het landschap. De kwelders bevinden zich in het oosten en liggen hoger in het landschap (terras, bedekt met dekzand en zwak golvend). Zie figuur 5 en 6 voor de landschapsindeling en het reliëf in het landschap.
Natuurlijk Een belangrijke kwaliteit van het beekdallandschap is de natte structuur. Veel beekdalen in het landschap fungeren als ecologische verbindingszones. Daarnaast vormen de oude structuren, zoals geulen en hoger en lager gelegen delen een belangrijke kwaliteit. Door deze diversiteit in het landschap worden er verschillende leefmilieus gecreëerd die de biodiversiteit vergroot. Voornamelijk de natte gronden in het bijzonder. Hier worden veelal hooilanden en moerasachtige bossen aangetroffen.
Op locatie van het plangebied komen veldpodzolgronden voor. Deze zijn leemarm en bestaan uit zwak lemig, fijn zand. Het gaat hier om een minerale bodem met een grondwatertrap van VI. Hierbij ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand tussen de 40-80 cm onder maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand ligt op of boven de 120 cm onder maaiveld. Aan de noordzijde van het plangebied liggen moerige podzolgronden met een moerige bovenlaag. Deze gronden liggen lager in het landschap en hebben een hogere grondwaterstand.
Cultuurhistorie Op dit moment zijn de meste gronden in gebruik als grasland. De randen van beekdalen en de hoogte verschillen maken de gronden cultuurhistorisch waardevol. De hoge randen waren de eerste plaatsen waar bebouwing werd aangetroffen. De huidige beekdalen in het landschap spelen vandaag nog altijd een belangrijke rol in de waterhuishouding van het gebied.
Ecologische structuren De bosschage aan de noordzijde van het plangbied maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Deze natuurnetwerken breiden zich verder uit naar het noorden, oosten en westen. De beekdalen in de omliggende omgeving fungeren daarnaast vaak als ecologische verbindingszone. Ook door de ontstaansgeschiedenis van het landschap zijn er diverse hoogteverschillen ontstaan. Hierdoor zijn er natte en drogere gronden terug te vinden die verschilende flora en fauna aantrekken. Daarnaast vormen de verschillende beplantingsstructuren een belangrijke leefomgeving voor verschillende soorten flora en fauna.
van bedrijfsbebouwing geen verdere handelingen worden verricht. Enkel aan de noordzijde wordt 658 m2 omgezet van een groenbestemming naar bedrijfsbestemming.
Gebiedskenmerken Landschap en cultuurhistorie Het plangebied bevindt zich in het beekdallandschap van de provincie Limburg. Het landschap wordt in zijn algemeenheid gekenmerkd door halfopen kleinschalig landschap met afwisseling van weilanden, hooilanden, bosjes en kleine landschapelementen. De landschapskenmerken bestaan uit: • langgerekte laagtes (steilranden en terrassen); • centrale bredere waterlopen en relatief hoge waterstand; • wegen parallel aan beekdalen op de hogere en drogere gronden; • kleinschaligheid; onregelmatig of strokenverkaveling; • divers landbouwkundig gebruik: gras op lage, bouwland/ fruit op hoge delen. Oorspronkelijk hooiland
•
(Landschapskader Noord- en Midden-Limburg, eerste herziene druk, Jansen, Droesen en Zwart, 2009)
Figuur 4: Uitsnede landschapskader Midden en Noord-Limburg 15 december 2020
Geomorfologie en bodem Het plangebied bevindt zich in de volgende twee landschapszones: Beekdal en dalvlakteterras. Deze landschapszones worden ook wel kreken & prielen en kwelders genoemd. De kreken en prielen maken onderdeel uit van de lage maasterassen en worden ook wel aangegeven als restgeulen in het landschap. Deze zone 4
Bedrijfskavel Kelperheide Landschappelijke inpassing
Flora en fauna Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000- gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Sarsven en de Banen”, bevindt zich op circa 3,6 kilometer afstand ten noordwesten van het projectgebied Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Binnen de provincie Limburg bestaat het NNN uit de goudgroene natuurzone. Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone beleidsmatig beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen de goudgroene natuurzone. Het dichtstbijzijnde onderdeel van de goudgroene natuurzone ligt ongeveer 25 meter ten noorden van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven,waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone, zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht te worden genomen: • ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden 15 december 2020
Kreken en prielen Kwelders
Figuur 5: Archeologische landschappen
Figuur 6: Reliëf (hoogteverschillen restgeulen en kwelders)
Figuur 7: 1900 en 1950 (Bron: topotijdreis)
Figuur 8: 2019 (Bron: topotijdreis)
•
uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen;
•
Licht gericht en uitstralend op de bomenrij langs de N280 moet worden vermeden om ervoor te zorgen dat de mogelijke functie van de bomenrij als vliegroute door vleermuizen behouden blijft.
5
Bedrijfskavel Kelperheide Landschappelijke inpassing
Huidige situatie plangebied
In de huidige situatie is er ter plaatse van het plangebied geen bedrijfsbebouwing aanwezig. Het perceel wordt aan de noordzijde begrensd door de N280 die door bomen wordt begeleid. Daarnaast wordt de huidige kavel door middel van struweel aan de noordzijde ingekleed. Ten westen oosten en zuiden bevinden zich meerdere bedrijfsgebouwen. In het verdere achterland wordt het landschap getypeerd door grote kavels. Deze kavels zijn in gebruik als agrarisch grondstuk, zoals weide en akkerbouw. In de aangrenzende omgeving is relatief veel groen aanwezig. In het noorden ligt een bosschage die onderdeel uit maakt van het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast komen er enkele kleinschalige groenstucturen voor zoals bomenrijen en struweelhagen. Aan de westzijde wordt het plangbied begrensd door een paardeweide en de functie wonen. In deze zone is dan ook meer groen aanwezig dan bijvoorbeeld bij de omliggende bedrijfsgebouwen.
Figuur 11: paardenweide westelijk gedeelte plangebied
De figuren 9 t/m 13 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Op de volgende pagina’s is de bestaande en nieuwe situatie weergeven.
15 december 2020
Figuur 9: plangebied gezien vanaf zuidwesten
Figuur 12: plangebied gezien vanaf noordwesten
Figuur 10: opgaand groen oostelijk gedeelte plangebied
Figuur 13: plangebied gezien vanaf oosten 6
Bedrijfskavel Kelperheide Landschappelijke inpassing
138
Natuurnetwerk Nederland
126
N280
3021
150
139
3341
Weiland
2607
3224 3465 82-84
2104
Wonen 57
55
Groenstructuur langs N280, bomen en struweel
3464
2886
3431 Kelperheide
3430
3432 3371
3071
3418 3425
53 3374
Wonen3373
Bedrijventerrein
27
3350
50
3325
3326
3466
3288 3274
Bedrijventerrein
3419
78
3467
3324 3409
2-2a
3273 42
3353
Figuur 14: bestaande situatie plangebied
51
23
Kelperheide
3272
15 december 2020
Stedenbouwkundig Bestaande situatie schetsvoorstel kavel Kelperheide - variant
40 3351
Industrieweg 94 5931 PK Tegelen
datum: 17-07-2018 23-11-2020 getekend:
3424 schaal: 1:500
formaat:
7
Bedrijfskavel Kelperheide Landschappelijke inpassing
Zicht vanaf de N280 deels afdekken door de aanplant van een lage haag aan voorzijde gebouw ca. 1m hoog. Dit zorgt voor een duidelijke begrenzing.
Aanleg van een wadi, voor opvangen hemelwater.
Rijk
swe
gN
. (N
28
0)
Natuurnetwerk Nederland 139
De aanplant van bomen binnen de hagenstructuur voor het creëren van zichtlijnen. Hierdoor wordt de bebouwing deels zichtbaar.
Groen doortrekken langs de N280, struweel met boomgroepen. Voor het versterken van de groenstructuren voorzijde gebouw. 2104
Kelperheide
3430
3432
3431
Het versterken van het Natuurnetwerk Nederland in de aangrenzende omgeving van het plangebied door de aanplant van een bosschage met onderbegroeiing.
3371
Aanplant lage haag ca. 1m hoog, voor versterken inrit terrein. 27
3350
50
3374 3325
Figuur 15: nieuwe situatie plangebied 3373 15 december 2020
Industrieweg 94
Stedenbouwkundig Landschappelijke inpassing schetsvoorstel kavel Kelperheide - variant
5931 PK Tegelen
datum: 17-07-2018 23-11-2020
3326
schaal: 1:500
8
Bedrijfskavel Kelperheide Landschappelijke inpassing
Inpassingsplan De inpassing en vormgeving van het plangebied (bedrijfskavel Kelperheide) richt zich op de overgang van het plangebied naar het omliggende landschap en de openbare weg N280. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld, welke op basis van de gestelde kaders, kennis van het landschap en de betreffende locatie zijn vormgegeven.
Inrichtingsmaatregelen
De schets op de vorige pagina illustreert de voorgestelde inpassingsmaatregelen die concreet bestaan uit: 1. Aanleg Bosschage ter versterking NNN; 2. Aanplant lage haag voorzijde met bomen; 3. Doortrekken groenstructuur langs N280 in de vorm van struweel en boomgroepen. 4. Aanplant lage haag; 5. Aanleg van een wadi voor hemelwaterafvoer. 1. Aanleg bosschage ter versterking NNN Aan de westzijde van het plangebied wordt een bosschage aangeplant om het huidige natuurnetwerk te versterken. Door de aanleg van een bosschage wordt er een nieuwe leefomgeving gecreëerd voor verschillende soorten flora en fauna. De bosschage zal bestaan uit heesters met bomen. 2. Aanplant lage haag voorzijde met bomen Om het plangebied aan de voorzijde bij de N280 aan te kleden wordt er een lage haag aangeplant. Door een lage haag te gebruiken blijft men contact houden met het plangebied vanaf de N280, maar wordt er wel een duidelijke scheidslijn getrokken. Ook worden er aan de voorzijde bomen aangeplant. Door de nieuwe tracé van de N280 kunnen de bestaande bomen niet blijven staan. Door
15 december 2020
nieuwe bomen ter hoogte van de haag te plaatsen wordt het bedrijfsgebouw groen aangekleed.en verschillende zichlijnen gecreëerd. Het gebouw zal hierdoor gedeeltelijk aan het zicht worden onttrokken. 3. Doortrekken groenstructuur langs de N280 Om de bedrijfskavel een eenheid te laten vormen wordt het groen van de Bosschage en de haag aan de voorzijde door getrokken naar de oostzijde van het plangebied. In de huidige situatie is deze zone ook al ingericht als groengebied. Het uitgangspunt is hierbij om de huidige kwaliteit van groen te verbeteren en waar nodig struweel en boomgroepen aan te planten. 4. Aanplant lage haag Net zoals aan de voorzijde (N280) wordt er vanaf Kelperheide een lage haag aangeplant. Deze haag zal de inrit begeleiden. 5. Aanleg wadi voor hemelwaterafvoer Aan de westzijde van de bedrijfskavel zal een wadi worden aangelegd. Deze wadi kan het hemelwater van het bedrijfsgebouw afvoeren. Behouden bestaande inrit Het perceel zal ontsloten worden via de bestaande toegangsweg (kelperheide). Deze volstaat voor het beperkte autoverkeer wat het plangebied zal bezoeken. Tevens biedt deze inrit de beste toegang tot het achterterrein waar de auto’s geparkeerd kunnen worden. De inrit is gesitueerd aan de oostzijde van het plangebied. Realiseren voldoende parkeergelegenheden Aan de noordzijde van het nieuwe bedrijfsgebouw zullen parkeergelegenheden worden gerealiseerd. De
parkeerplaatsen zijn gesitueerd langs de groenstructuren van de bedrijfskavel, zoals de haag aan de voorzijde en de aan te planten bosschage. Hier kunnen ca. 50 auto’s geparkeerd worden. De landschapselementen aan de Noord- ,oosten westzijde van het plangebied kleden de parkeerplaats daarnaast groen in.
Tegenprestatie
Voorheen was de noordzijde van het plangebied ingericht als groenwal om zo de achterkant van bedrijfsbebouwing in te kleden. In het nieuwe plan wordt het bedrijfsgebouw met de voorzijde gericht naar de N280. De groenwal wordt vervangen voor een haag met bomen. Door deze maatregel ontstaat er een kwaliteitsverbetering m.b.t. het zicht vanaf de N280 naar het bedrijfsperceel. Door de aanplant van een lage haag en een aantal bomen wordt de voorzijde van het gebouw groen aangekleed en wordt het zicht op het gebouw deels afgeschermd. Naast de positionering en de groene aankleding aan de voorzijde van het bedrijfsgebouw wordt aan de westzijde van het plangebied een bosschage aangeplant. In de huidige situatie ligt hier een paardeweide. Door de aanplant van een bosschage wordt het natuurnetwerk aangrenzend aan de noordzijde van het plangebied vesterkt, waarmee de biodiversiteit op locatie wordt vergroot.
Beplantingsplan
De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. Met dit voorstel worden de volgende landschapselementen gerealiseerd: • 40m1 haag (zijde N280 en inrit); • 6 Bomen solitair in haag; • 786 m2 bosschage; • 475 m2 verbeteren huidige groen 9
Bedrijfskavel Kelperheide Landschappelijke inpassing
In de tabel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen van de nieuwe beplantingen.
Maatregel
Omvang/stuks
Voorgesteld sortiment
Verband
1. Aanplant haag voorzijde N280
162 m1/ 1134 st.
Fagus sylvatica Plantmaat: 80-100 Eindhoogte: 1.20 m.
Dubbele rij aanplanten in driehoeksverband. 7 st. m1
30 m1/ 150 st.
Fagus sylvatica Plantmaat: 80-100 Eindhoogte: 1.20 m.
Enkele rij 5 st. m1
2. Aanplant bomen in haag
6 st.
Quercus robur (bestaande boom) Stamdiameter aanplant: 16-18 cm Eindhoogte: 15 - 20 m.
Ter hoogte van de haag aanplanten met een onderlinge plantafstand van 20 meter.
3. Aanplant bosschage
786 m2
Bosplantsoen: • Acer campestre • Amelanchier lamarckii • Cornus mas • Euonymus europaeus • Ilex aquifolium • Viburnum opulus Plantmaat: 60-80 Eindhoogte: 4 - 5 m.
Driehoeksverband 1 x 1 m. Aanplant in groepen van 5 tot 7 van dezelfde soort.
Bomen
Quercus robur, Fagus sylvatica, Carpinus betulus
In rijen aanplanten onderlinge plantafstand van 10 - 12 meter
Struweel en bomen nader te bepalen afhankelijk van bestaande situatie.
Bosplantsoen: • Acer campestre • Amelanchier lamarckii • Cornus mas • Euonymus europaeus • Ilex aquifolium • Viburnum opulus Plantmaat: 60-80 Eindhoogte: 4 - 5 m.
Driehoeksverband 1 x 1 m. Aanplant in groepen van 5 tot 7 van dezelfde soort.
Quercus robur, Fagus sylvatica, Carpinus betulus
In rijen aanplanten onderlinge plantafstand van 10 - 12 meter
Aanplant haag inrit
7. Versterking huidig groen
Figuur 16: Sfeer groenzone aan oostzijde plangebied
Figuur 17: Referentie bomen in haag, Fagus sylvatica
15 december 2020
10
Bedrijfskavel Kelperheide Landschappelijke inpassing
Beheer en onderhoud • De haag: minimaal 1x per jaar snoeien in het najaar. Het snoeien begint al bij het aanplanten van de haag. Hoe vaker de haag geknipt wordt des te rechter en óók des te dichter hij wordt. Snoei de bovenkant van de haag pas als deze de juiste hoogte heeft bereikt; • De bomen worden periodiek gesnoeid, hierbij zal ten alle tijden rekening gehouden worden dat de kroon (onderste takken tot de top) na het snoeien altijd meer dan 50% van de lengte van de takvrije stam bedraagt; • Bosschage: de struikvormers periodiek afzetten 1 keer per 6 jaar. Daarnaast is het behoud van de boomvormers van kracht. Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. • Onderhoud groenzone Oostzijde plangebied: struikvormers periodiek afzetten 1 keer per 6 jaar. De boomvormers dienen behouden te blijven.
15 december 2020
11
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94
www.bro.nl | info@bro.nl
5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01
138
Natuurnetwerk Nederland
126
N280
3021
150
139
3341
Weiland
2607
3224 3465 82-84
2104
Wonen 57
55
2886
3431 Kelperheide
3430
3432 3371
3071
3418 3425
53 3374
Wonen3373
Bedrijventerrein
27
3350
50
3325
3326
3466
3288 3274
Bedrijventerrein
3419
78
3467 2-2a
Groenstructuur langs N280, bomen en struweel
3464
3324 3409 3273 42
3353
23
51
Kelperheide
3272
Bestaande situatie schetsvoorstel kavel Kelperheide - variant Stedenbouwkundig 3443 i.o.v. M. BaetsKelperheide bedrijfskavel Handel bvGrathemerweg3408 Gemeente Leudal
49b
40 3351
3302
Industrieweg 94 5931 PK Tegelen
datum: 17-07-2018 23-11-2020
www.bro.nl
getekend: mo
formaat: A3
tekening nr.: p00658-SO01-20180717.ai ---
project nr.: p00658 P00658
tegelen@bro.nl
3327 telefoon +31 (0)77 373 06 01 3444 49c
fax +31 (0)77 373 76 94
3424 schaal: 1:500
Zicht vanaf de N280 deels afdekken door de aanplant van een lage haag aan voorzijde gebouw ca. 1m hoog. Dit zorgt voor een duidelijke begrenzing.
Aanleg van een wadi, voor opvangen hemelwater. Rijk sw e
gN
. (N
Natuurnetwerk Nederland 8m
139 5m
A 28
0)
A’
1m
A’
N280
De aanplant van bomen binnenbomen de Bestaande hagenstructuur voor het creëren van zichtlijnen. Hierdoor wordt Nieuwe de bomen t.b.v. inpassing bebouwing deels zichtbaar. Keerlus
±12 ,5 m
607
6m
Haag t.b.v. inpassing Ontsluitingsstraat Groen doortrekken langs de N280, struweel met boomgroepen. Bosje als overgang naar woningen Voor het versterken van de groenstructuren voorzijde gebouw. Parkeren (44 parkeerplaatsen)
± 39 m
2104
Waterberging
Gebouw (hoogte = 8m) indeelbaar in meerdere units
A ± 80 m
Beeldbepalende gevelelementen
Kelperheide
3430
3432
Bevoorradingsruimte
3431
Het versterken van het Natuurnetwerk Nederland in de aangrenzende omgeving van het plangebied door de aanplant van een bosschage met onderbegroeiing.
3371
Parkeren bestaand gebouw Aanplant lage haag ca. 1m hoog, voor versterken inrit terrein. 27
3350
50
3374 3325 3373
0 Industrieweg 94
Landschappelijke inpassing Stedenbouwkundig schetsvoorstel kavel Kelperheide - variant i.o.v. M. BaetsKelperheide bedrijfskavel Handel bv Gemeente Leudal
5931 PK Tegelen
5
10
tegelen@bro.nl telefoon +31 (0)77 373 06 01 fax +31 (0)77 373 76 94
20
25m
datum: 17-07-2018 23-11-2020
schaal: 1:500
getekend: mo
formaat: A3
tekening nr.: p00658-SO01-20180717.ai ---
project nr.: p00658 P00658
3326 www.bro.nl
15
Bijlage 3
Nota Parkeernormen 2016
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
32
Nota Parkeernormen N.B.: ook digitaal raadpleegbaar via de hyperlink: Nota Parkeernormen Leudal 2016
Vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 5 juli 2016
Datum:12 april 2016 Opgesteld door: Inge Gommans
CONCEPT
Parkeernormen Leudal
INHOUD 1.
Inleiding .................................................................................................................. 3
2.
Uitgangspunten / Juridisch kader ........................................................................... 4
3.
Parkeernormen ........................................................................................................ 5
4.
Doelgroepparkeren .................................................................................................. 7
Bijlagen ............................................................................................................................ 8 Bijlage 1: parkeernormen auto ......................................................................................... 9 Bijlage 2: parkeernormen fiets ....................................................................................... 12 Bijlage 3: centrumgebieden ............................................................................................ 14
2/17
Parkeernormen Leudal
1.
Inleiding
In verband met een wijziging van de Woningwet (zie VNG-ledenbrief 16.04.2015) zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de bouwverordening vervallen. Het is niet meer mogelijk te verwijzen naar landelijke naslagwerken zoals publicaties van het CROW. Dit betekent dat parkeernormen moeten worden opgenomen in bestemmingsplannen. In de bestemmingsplannen voor de woonkernen, die allen vóór 2015 zijn vastgesteld, zijn nog geen normen opgenomen. In het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2016' (alle 16 kernen in één bestemmingsplan) zal parkeernormering wel opgenomen worden. In plaats van de normen op te nemen in de regels van het bestemmingsplan zelf, kan ook worden verwezen naar gemeentelijk vastgestelde parkeernormen/beleidsregels (zie14.4 uitspraak AbRS 09.09.2015) Dat heeft het voordeel dat in geval van wijziging(en) van de normen/beleidsregels gedurende de werking van het bestemmingsplan ook rekening moet worden gehouden met die wijzigingen. Om die reden is deze Nota Parkeernormen opgesteld. In de Nota Parkeernormen zijn de parkeernormen opgenomen die de gemeente Leudal hanteert voor nieuwe bouwplannen en (her)ontwikkelingen. Onderscheid is gemaakt naar ontwikkelingen binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. Parkeernormen zijn nodig om een hoge parkeerdruk in openbaar gebied te voorkomen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Het doel van de Nota is inzicht te geven in de verwachte parkeerbehoefte op een gemiddelde weekdag van bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen die plaats vinden binnen de gemeente Leudal. De insteek is dat bij (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plan wordt zorggedragen voor voldoende parkeergelegenheid voor de auto en de fiets. De lijst parkeernormen is niet uitputtend, maar grotendeels dekkend voor de meest voorkomende functies binnen de gemeente en de bestemmingsplannen. In overige gevallen bepaalt de gemeente de toe te passen parkeernorm (maatwerk). De parkeernormen zijn niet bedoeld voor reeds bestaande bouwwerken en functies. Indien bestaande situaties worden gewijzigd of uitgebreid, dan kunnen deze parkeernormen wel worden toegepast. De parkeernorm geldt dan alleen voor het te wijzigen of uit te breiden deel. De Nota Parkeernormen In deze nota worden de parkeernormen voor de auto en de fiets per functie beschreven en op welke manier deze worden berekend. Verder zijn ook normen opgesteld voor gehandicaptenparkeerplaatsen, het halen en brengen rond basisscholen en de vormgeving van parkeervakken (doelgroepparkeren). In de nota worden de uitgangspunten en het (juridisch) kader beschreven, dan wordt ingegaan op de parkeernormen en vervolgens wordt ingezoomd op het doelgroepparkeren. (terug naar INHOUD)
3/17
Parkeernormen Leudal
2.
Uitgangspunten / Juridisch kader
Bij het opstellen van de Nota Parkeernormen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) In de module parkeren van het GVVP is opgenomen dat voor het berekenen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke ontwikkelingen de parkeerkencijfers van het CROW (publicatie 317) als uitgangspunt worden genomen. Voor het bepalen van de parkeernorm wordt uitgegaan van de maximumkencijfers van het CROW. CROW-publicatie 317 De parkeernormen in de Nota zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW, kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer. Het CROW maakt onderscheid naar stedelijkheidsgraad van een gemeente en stedelijke zone. De gemeente Leudal is een ‘niet stedelijk’ gebied. Bij de parkeernormen is onderscheid gemaakt naar centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. Kaderplan Bestemmingsplannen voor de kernen De raad heeft als voorbereiding op de nieuwe bestemmingsplannen een kaderplan voor de kernen opgesteld. Hierin is bepaald dat in de kernen Heythuysen, Haelen, Horn, Roggel, Neer, Ell en Ittervoort de bestemming ‘centrum’ wordt opgenomen in de desbetreffende bestemmingsplannen. In bijlage 3 zijn van deze kernen de centrumgebieden aangegeven.
Hardheidsclausule Indien deze nota niet voldoende uitsluitsel geeft of de norm onevenredig toepasbaar blijkt, hebben burgemeester en wethouders de mogelijkheid gemotiveerd af te wijken van de Nota Parkeernormen. Dit is alleen mogelijk indien de normen uit de Nota Parkeernormen tot een zodanige hardheid lijden die niet door dringende redenen of noodzaak kunnen worden gerechtvaardigd. Uiteraard is het wenselijk om afwijking van de Nota Parkeernormen zo beperkt mogelijk te houden. Volgend parkeerbeleid De gemeente Leudal hanteert een parkeerbeleid dat volgend is. Dit betekent dat uitgegaan wordt van een minimaal benodigd aantal parkeerplaatsen dat wordt aangelegd bij nieuwe ontwikkelingen. Bij nieuwe ruimtelijke plannen en ontwikkelingen worden de parkeernormen uit deze nota toegepast. Bestaande parkeerknelpunten hoeven in de nieuwe ontwikkeling niet door de ontwikkelaar te worden opgelost. Dit geldt ook bij uitbreidingen of wijzigingen van een functie. Aanleg parkeerplaatsen De parkeernormen geven de parkeerbehoefte van de ruimtelijke ontwikkeling aan. Het is aan de ontwikkelaar om dit aantal parkeerplaatsen zodanig aan te leggen dat deze bruikbaar en bereikbaar zijn voor de belanghebbenden.
Uitganspunt is dat dit binnen het plangebied plaatsvindt, of, indien niet mogelijk, in ieder geval binnen een acceptabele loopafstand van maximaal 100 meter vanaf de ingang(en) van de voorziening(en).
4/17
Parkeernormen Leudal
3.
Parkeernormen
In bijlage 1 en 2 zijn de parkeernormen voor de gemeente Leudal opgenomen. Onderscheid is gemaakt naar normen voor autoparkeren en voor fietsparkeren. Er worden drie gebieden onderscheiden: centrum, rest bebouwde kom en buitengebied. De raad heeft in het Kaderplan ter voorbereiding op de nieuwe bestemmingsplannen voor Heythuysen, Haelen, Horn, Roggel, Neer, Ell en Ittervoort een centrumgebied vastgesteld. Voor de overige dorpen geldt voor het gehele gebied binnen de bebouwde kom; ‘rest bebouwde kom’. 3.1. Parkeernormen auto Bij het bepalen van de uiteindelijke parkeerbehoefte wordt bij de berekening rekening gehouden met: Parkeerbalans Berekeningsaantal parkeerplaatsen bij garages met/zonder oprit Bestaande parkeerbehoefte rond nieuwe ontwikkelingen Afronding van getallen
werkdagochtend
werkdagmiddag
werkdagavond
koopavond
werkdagnacht
zaterdagmiddag
zaterdagavond
zondagmiddag
Parkeerbalans Wanneer minimaal twee verschillende voorzieningen gebruik kunnen maken van dezelfde parkeergelegenheid, wordt de parkeerbehoefte bepaald door gebruik te maken van aanwezigheidspercentages. Met deze percentages wordt dubbelgebruik van parkeerplaatsen gestimuleerd en onnodige aanleg van parkeerplaatsen voorkomen. Dit is alleen mogelijk indien de parkeerplaatsen altijd voor alle voorzieningen beschikbaar zijn.
woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
detailhandel
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
0%
grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
0%
supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
0%
sportfuncties binnen
50%
50%
100%
100%
0%
100%
100%
75%
sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
bioscoop/theater/podium/etc
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
sociaal medisch: arts/maatschap/ therapeut/consultatiebureau verpleeg-verzorgingstehuis/ aanleunwoning/verzorgingsflat ziekenhuis patiënten inclusief bezoekers
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
50%
50%
100%
100%
25%
100%
100%
100%
60%
100%
60%
60%
5%
60%
60%
60%
ziekenhuis medewerkers
75%
100%
40%
40%
25%
40%
40%
40%
dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
100%
0%
0%
0%
0%
avondonderwijs
0% 0% 100% Tabel 1: aanwezigheidspercentages [bron: CROW-publicatie 317]
5/17
Parkeernormen Leudal
Berekeningsaantallen Bij het bepalen van het parkeeraanbod op eigen terrein is een garage en een oprit niet automatisch twee parkeerplaatsen. In de praktijk wordt een garage vaak niet als parkeerplek gebruikt en door deze volwaardig mee te tellen kan een parkeerprobleem in de openbare ruimte ontstaan. In de volgende tabel is aangegeven hoe parkeervoorzieningen bij woningen worden meegeteld.
parkeervoorziening theoretisch aantal berekeningsaantal opmerking enkele oprit zonder garage 1 0,8 oprit min. 5,0 meter diep lange oprit zonder garage of carport 2 1,0 dubbele oprit zonder garage 2 1,7 oprit min. 4,5 meter breed garage zonder oprit (bij woning) 1 0,4 garagebox (niet bij woning) 1 0,5 garage met enkele oprit 2 1,0 oprit min. 5,0 meter diep garage met lange oprit 3 1,3 garage met dubbele oprit 3 1,8 oprit min. 4,5 meter breed Tabel 2: berekeningsaantallen parkeervoorzieningen bij woningen [bron: CROW-publicatie 317]
Bestaande parkeerbehoefte bij nieuwe ontwikkelingen Bij een uitbreiding van bestaande voorzieningen hoeft alleen voor het uitbreidingsdeel de parkeerbehoefte te worden berekend en uitgevoerd. Dit geldt ook bij een wijziging in functie van een voorziening. Huidige knelpunten in het parkeren hoeven niet door de ontwikkelaar te worden opgelost. Indien een ruimtelijke ontwikkeling er toe leidt dat bestaande parkeerplaatsen moeten verdwijnen, dient het zelfde aantal parkeerplaatsen in het plan of in de directe omgeving te worden teruggebracht. Afronding van getallen Bij het bepalen van het definitieve aantal benodigde parkeerplaatsen, wordt pas aan het eind van de rekensom afgerond. Bij een getal eindigend lager dan 0,5 wordt naar beneden afgerond. Bij een getal eindigend gelijk of hoger dan 0,5 wordt naar boven afgerond. 3.2. Parkeernormen fiets Voor de kortere afstanden is de fiets een ideaal vervoermiddel. Met de opkomst van de e-bike stijgt ook het aantal fietsritten op de langere afstand. Het CROW heeft kencijfers voor fietsparkeren opgesteld, waarbij uitgegaan wordt van het drukste moment op een ‘normale’ week (tijdens het maatgevende seizoen). Bijlage 2 geeft de fietsparkeernormen voor de gemeente Leudal weer. In de normen wordt een marge van 20% aangehouden, omdat de lege plekken gevonden moeten kunnen worden.
Er worden meer fietsenparkeerplaatsen voorgesteld in de norm dan dat er daadwerkelijk nodig zijn. De fietsparkeernormen geven zicht op het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen en zeggen niks over de gestelde kwaliteit. Bijvoorbeeld van parkeren voor fietsen van werknemers. Er zijn niet voor alle functies fietskencijfers opgesteld door het CROW. Daarbij kan het fietsgebruik per locatie of functie nogal verschillen. Maatwerk blijft dan ook nodig.
6/17
Parkeernormen Leudal
4.
Doelgroepparkeren
4.1. Parkeren voor gehandicapten Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen Bij publieke voorzieningen moet een minimum van vijf procent aan algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zijn. Publieke voorzieningen zijn bijvoorbeeld een bioscoop, bibliotheek of gemeentehuis. De parkeerplaatsen dienen zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw te liggen en de loopafstand dient in ieder geval minder dan 100 meter (en bij voorkeur minder dan 50 meter) te bedragen. Voor grote (openbare) parkeerterreinen en –garages dient per 50 parkeerplaatsen één parkeerplaats voor gehandicapten te worden ingericht. Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken Gehandicapten die in het bezit zijn van een eigen auto, kunnen in aanmerking komen voor een parkeerplaats op kenteken in de openbare ruimte. Hiervoor moet men voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. De aanvrager heeft geen mogelijkheid om op eigen terrein te parkeren. 2. De aanvrager moet een Europese gehandicaptenparkeerkaart (bestuurderskaart) bezitten. 3. De beschikbare parkeerplaatsen in de directe omgeving van de woning of bestemming moeten dusdanig vaak bezet zijn dat parkeren in de directe omgeving vaak niet mogelijk is. 4. De verkeersveiligheid en het doelmatig gebruik van de weg mogen hier niet worden verstoord door de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats.
De gemeente beoordeelt de aanvraag en de betreffende situatie en neemt een besluit over het al dan niet aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.
4.2. Halen en brengen bij scholen Bij de bouw van een school moet goed gekeken worden naar de ligging van de ingangen, de fietsparkeerplaatsen, parkeerplaatsen voor het personeel en parkeermogelijkheid voor halen en brengen door ouders/verzorgers. Voor het personeel van basisscholen en kinderdagverblijven is een parkeernorm opgesteld. Maar tijdens het halen en brengen van de leerlingen door de ouders/verzorgers ontstaat ook een tijdelijke parkeerbehoefte. Deze parkeerbehoefte wordt op de volgende wijze berekend: Groepen 1 t/m 3: aantal leerlingen * % leerlingen met auto * 0,50 * 0,75 Groepen 4 t/m 8: aantal leerlingen * % leerlingen met auto * 0,25 * 0,85 Kinderdagverblijf: aantal leerlingen * % leerlingen met auto * 0,25 * 0,75 Opgeteld geeft dit het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het halen en brengen. Bij gescheiden aanvang- en eindtijd van de groepen 1 t/m 3 en groepen 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd. Indien ook een Kiss&Ride-strook wordt aangelegd kan het aantal parkeerplaatsen voor de hogere groepen verder worden teruggebracht. Gemiddeld ligt het percentage leerlingen dat wordt gebracht op: Groep 1 t/m 3: 30% – 60% Groep 4 t/m 8: 5% - 40% Kinderdagverblijf: 50 – 80% De parkeerbehoefte die met deze berekeningswijze wordt gevonden, geldt als een indicatie.
Indien meer feitelijke cijfers bekend zijn over het parkeren rond de school, kunnen die in de berekening worden meegenomen.
7/17
Parkeernormen Leudal
Bijlagen
8/17
Parkeernormen Leudal
Bijlage 1: parkeernormen auto Parkeernormen zijn op basis van een gemiddelde weekdag. Aandeel bezoekers = percentage of aantal bezoekers waar in het kencijfer rekening is gehouden.
WONEN categorie
opmerking
koop vrijstaand koop twee-onder-een-kap koop tussen/hoek; huurhuis vrije sector koop etage duur koop etage midden; huur etage duur koop etage goedkoop; huurhuis sociale huur huur etage midden/goedkoop kamerverhuur zelfstandig (niet-studenten) kamerverhuur studenten, niet- zelfstandig aanleunwoning en serviceflat
norm (parkeerplaatsen per woning) aandeel bezoekers centrum rest kom buitengebied (pp per woning) 2,2 2,7 2,8 0,3 2,1 2,6 2,6 0,3 1,9 2,4 2,4 0,3 2,0 2,5 2,5 0,3 1,8 2,3 2,3 0,3 1,7 2,0 2,0 0,3 1,5 1,8 1,8 0,3 0,6 0,8 0,8 0,2 0,3 0,3 0,3 0,2 1,3 1,4 1,4 0,3
WERKEN categorie kantoor zonder baliefunctie commerciële dienstverlening: kantoor met baliefunctie bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: industrie, laboratorium, werkplaats bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: loods, opslag, transportbedrijf bedrijfsverzamelgebouw
opmerking
exclusief vrachtwagenparkeren exclusief vrachtwagenparkeren
norm (per 100 m2 bvo) centrum rest kom 2,1 2,8 2,7 3,8
buitengebied 2,8 3,8
aandeel bezoekers 5% 20%
1,8
2,6
2,6
5%
0,9 1,6
1,3 2,2
1,3 2,2
5%
WINKELEN categorie
opmerking
buurtsupermarkt discountsupermarkt fullservice supermarkt, laag en middellaag prijsniveau fullservice supermarkt, middelhoog en hoog prijsniveau grote supermarkt groothandel in levensmiddelen kringloopwinkel bruin- en witgoedzaken woonwarenhuis/woonwinkel bouwmarkt tuincentrum/groencentrum
bv Spar bv Aldi, Lidl bv Jumbo bv Plus, Albert Heijn bv Albert Heijn XL bv Sligro, HANOS
inclusief buitenruimte
norm (per 100 m2 bvo) centrum rest kom 3,4 5,3 4,9 8,8 4,7 7,5 5,2 6,8 7,8 9,8 n.v.t. 8,4 n.v.t. 2,2 4,8 8,9 1,5 2,2 n.v.t. 2,6 n.v.t. 2,9
buitengebied n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,5 10,0 2,2 2,7 3,1
norm (per 100 m2 bvo) centrum rest kom
buitengebied
aandeel bezoekers 89% 96% 93% 93% 84% 80% 89% 92% 91% 87% 89%
RECREATIE categorie
opmerking
camping/kampeerterrein
per standplaats, excl 10% voor gasten van bezoekers
bungalowpark/huisjescomplex hotel 1 ster hotel 2 sterren hotel 3 sterren hotel 4 sterren hotel 5 sterren café/bar/cafetaria restaurant discotheek
9/17
per bungalow per 10 kamers per 10 kamers per 10 kamers per 10 kamers per 10 kamers globale norm globale norm
aandeel bezoekers
n.v.t.
n.v.t.
1,3
90%
n.v.t. 0,5 1,7 2,7 4,0 6,3 7,0 12,0 8,9
1,8 2,6 4,5 5,7 8,0 11,8 8,0 16,0 22,8
2,2 4,6 6,5 7,3 9,5 13,4 n.v.t. n.v.t. 22,8
91% 77% 80% 77% 73% 65% 90% 80% 99%
Parkeernormen Leudal
SPORT CULTUUR EN ONTSPANNING categorie bibliotheek museum bioscoop
filmtheater/filmhuis theater/schouwburg casino bowlingcentrum biljart/snookercentrum dansstudio sportschool, fitnessstudio fitnesscentrum wellnesscentrum sauna, hammam sporthal sportzaal tennishal squashhal zwembad overdekt zwembad openlucht sportveld kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter) kunstijsbaan (400 meter) jachthaven golfbaan golfoefencentrum indoorspeeltuin kinderboerderij manege (paardenhouderij) dierenpark, attractiepark/pretpark
opmerking globale norm 1 zitplaats=circa 3m2 bvo, o.b.v. drukste voorstelling op drukste dag in drukste maand. Bij overlap voorstelling: +40% (bios) of +20% (filmhuis) 1 zitplaats=circa 3m2 bvo per bowlingbaan per tafel
m.u.v. grote bezoekersaantallen (norm te laag) m.u.v. grote bezoekersaantallen (norm te laag)
per 100m2 bassin per 100m2 bassin per hectare netto terrein (excl kantine, oefenveld, kleedruimte en toiletten) globale norm
per ligplaats per 18 holes, 60ha per centrum, circa 6ha gemiddeld en kleiner globale norm per box, globale norm per hectare netto terrein, globale norm
norm (per 100 m2 bvo) centrum rest kom 0,7 1,4 0,7 1,2
buitengebied 1,6 n.v.t.
aandeel bezoekers 97% 95%
4,2
12,2
14,7
94%
3,6
8,9
10,9
97%
8,9 6,2 2,1 1,1 2,1 1,9 2,2 n.v.t. 3,0
11,3 7,0 3,3 1,6 6,0 5,3 6,8 9,8 7,2
13,5 8,5 3,3 2,0 7,9 7,0 7,9 10,8 7,8
87% 86% 89% 87% 93% 87% 90% 99% 99%
1,8
3,1
3,7
96%
1,4
3,1
3,8
94%
0,4 1,7 n.v.t. n.v.t.
0,6 2,8 12,5 13,9
0,6 3,3 14,3 16,8
87% 84% 97% 99%
27,0
27,0
27,0
95%
1,5 n.v.t. 0,7 n.v.t. n.v.t. 5,6 n.v.t. n.v.t.
2,1 2,8 0,7 106,0 53,1 7,2 22,5 n.v.t.
2,3 3,0 0,7 128,3 58,2 7,6 n.v.t. 0,5
98% 98%
12,0
12,0
12,0
99%
98% 93% 97% 90%
ZORG categorie huisartsenpraktijk apotheek fysiotherapie consultatiebureau consultatiebureau voor ouderen tandartsenpraktijk gezondheidscentrum ziekenhuis crematorium begraafplaats religiegebouw verpleeg- en verzorgingstehuis
10/17
opmerking per apotheek
per 100 m2 bvo, globale norm per gelijke plechtigheid per gelijke plechtigheid per zitplaats, globale norm per wooneenheid
norm (per behandelkamer) aandeel bezoekers centrum rest kom buitengebied 2,5 3,5 3,5 57% 2,7 3,6 n.v.t. 45% 1,6 2,2 2,2 57% 1,7 2,4 2,4 50% 1,4 2,1 2,3 38% 2,0 2,8 2,9 47% 2,0 2,7 2,7 55% 1,6
2,0
2,1
29%
n.v.t. n.v.t. 0,2 0,7
35,1 36,6 0,2 0,7
35,1 36,6 n.v.t. n.v.t.
99% 97% 60%
Parkeernormen Leudal
ONDERWIJS norm (per 100m2 bvo) centrum rest kom excl. kiss&ride 1,1 1,5 per leslokaal, excl kiss&ride 1,0 1,0 per 100 leerlingen, 4,7 5,9 bezoekers zijn leerlingen per 100 leerlingen, bezoekers zijn leerlingen 5,8 6,9 per 10 studenten, bezoekers zijn studenten 5,6 7,9 opmerking kinderdagverblijf basisonderwijs middelbare school ROC avondonderwijs
11/17
buitengebied 1,6 1,0
aandeel bezoekers 0%
5,9
11%
6,9
7%
11,5
95%
Parkeernormen Leudal
Bijlage 2: parkeernormen fiets WONEN categorie
opmerking
rij- en vrijstaande woning appartement (met fietsenberging) appartement (zonder fietsenberging) studentenhuis
bij voorkeur +1 minimaal 2 plekken
categorie
opmerking
rij- en vrijstaande woning appartement (met fietsenberging) appartement (zonder fietsenberging) fietsparkeervoorzieningen in openbare ruimte voor bezoekers: 0,5-1,0 per woning
norm 1 (per kamer) centrum rest kom 1,0 1,0 0,75 0,75 0,25 0,25 1,0 1,0
buitengebied 1,0 0,75 0,25 1,0
norm 2 (per woning) centrum rest kom 6,0 6,0 3,0 3,0 1,0 1,0
buitengebied 6,0 3,0 1,0
norm (per 100m2 bvo) centrum rest kom
buitengebied
validatie *** ***** ** * validatie *** ***** **
WERKEN categorie kantoor (personeel) kantoor met balie (bezoekers)
opmerking specialisatie en cultuur zijn van invloed per balie, min. 10 pp
validatie
1,7
1,2
0,7
***
5,0
5,0
5,0
**
WINKELEN categorie
opmerking
winkelcentrum supermarkt bouwmarkt tuincentrum
norm (per 100m2 bvo) centrum rest kom 2,7 2,7 2,9 2,9 0,25 0,25 0,4 0,4
buitengebied n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0,1
norm (per 100m2 bvo) centrum rest kom 3,0 3,0 7,8 1,4 5,0 2,0 0,9 0,9 2,5 2,5 61,0 61,0 4,0 4,0 24,0 18,0 28,0 28,0 20,0 20,0
buitengebied 3,0 0,9 2,5 61,0 4,0 28,0 20,0
norm (per 100m2 bvo) centrum rest kom 18,0 18,0 4,0 4,0 29,0 10,0
buitengebied 15,0 4,0 5,0
validatie * ** ** *
SPORT CULTUUR EN ONTSPANNING categorie bibliotheek bioscoop fitness museum sporthal sportveld sportzaal theater zwembad (openlucht) zwembad (overdekt)
opmerking
per ha netto terrein
per 100 m2 bassin per 100 m2 bassin
validatie * * * * * ** * * * *
HORECA categorie
opmerking
restaurant (eenvoudig) restaurant (luxe) fastfoodrestaurant
terras meetellen
12/17
per locatie
validatie * * *
Parkeernormen Leudal
ZORG categorie apotheek (bezoekers) apotheek (medewerkers) begraafplaats/crematorium gezondheidscentrum (bezoekers) gezondheidscentrum (medewerkers) kerk/moskee ziekenhuis (bezoekers) ziekenhuis (medewerkers)
norm (per 100m2 bvo) centrum rest kom per locatie 7,0 7,0 per locatie 4,0 4,0 per gelijktijdige plechtigheid 5,0 5,0 1,3 1,3 0,4 0,4 per 100 zitplaatsen 40,0 40,0 0,5 0,5 0,4 0,2 opmerking
buitengebied n.v.t. n.v.t. 5,0 1,3 0,4 n.v.t. -
validatie * * * * * * * *
BASISSCHOLEN categorie
opmerking
basisschool (leerlingen) basisschool (medewerkers)
norm (per 10 leerlingen) <250 leerl. 250-500 leerl. >500 leerl. 4,3 5,0 6,2 0,4 0,4 0,4
validatie ** *
MIDDELBARE SCHOLEN categorie middelbare school (leerlingen) middelbare school (medewerkers) ROC (leerlingen) ROC (medewerkers)
13/17
opmerking
norm (per 100m2 bvo) centrum rest kom 14,0 14,0 0,6 0,4 12,0 12,0 0,9 0,9
buitengebied 14,0 0,4 12,0 0,9
validatie * * * *
Parkeernormen Leudal
Bijlage 3: centrumgebieden In deze bijlage zijn de zeven centrumgebieden weergegeven. In deze centrumgebieden is een andere parkeernorm vastgesteld dan in de rest van de bebouwde kom. Deze kaarten geven een indicatie. Voor de exacte grenzen wordt verwezen naar de geldende bestemmingsplannen.
Bestemming ‘Centrum’ in de kern Heythuysen
14/17
Parkeernormen Leudal
Bestemming ‘Centrum’ in de kern Haelen
Bestemming ‘Centrum’ in de kern Horn
15/17
Parkeernormen Leudal
Bestemming ‘Centrum’ in de kern Roggel
Bestemming ‘Centrum’ in de kern Neer
16/17
Parkeernormen Leudal
Bestemming ‘Centrum’ in de kern Ell
Bestemming ‘Centrum’ in de kern Ittervoort
17/17
Bijlage 4
Nota Kwaliteit
bestemmingsplan Kelperheide ong. Kelpen-Oler
50
Nota kwaliteit Achtergrond In de structuurvisie is opgenomen dat bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied alleen mogelijk zijn wanneer deze een bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Zo wordt het optredende verlies aan omgevingskwaliteit gecompenseerd. De gemeente Leudal bestaat uit 16 kernen met een uitgestrekt buitengebied. De kernen en het buitengebied hebben ieder specifieke ruimtelijke eigenschappen. De ruimtelijke eigenschappen (bijvoorbeeld landschap, ecologie, infrastructuur, bebouwing) en het functioneel gebruik (bijvoorbeeld wonen, werken, recreatie) vormen de omgevingskwaliteit van de gemeente. De omgevingskwaliteiten vallen uiteen in een aantal kernkwaliteiten. Voor Leudal zijn dit de kleinschaligheid en verwevenheid van functies, de aanwezige robuuste natuurlijke en landschappelijke structuren (beekdalen, Leudal, Maas) alsmede de cultuurhistorische elementen in het landschap. In de kern hangt de omgevingskwaliteit sterk samen met de kwaliteit van de leefomgeving (dorps karakter) en leefbaarheid. De ruimtelijke kwaliteit verschilt per gebied. In de gebiedsbeschrijvingen behorende bij de structuurvisie en het bestemmingsplan buitengebied is de basiskwaliteit per gebied nader beschreven. De gemeente Leudal wil de basiskwaliteit en de kernkwaliteiten behouden en versterken.
Het kwaliteitsmenu vormt hiervoor een middel om dit te bereiken. De kwaliteitsbijdragen worden ingezet voor onder andere natuur- en landschapsversterking, recreatieve of educatieve belevingskwaliteit en/of cultuurhistorie. Op 2 februari 2010 is de structuurvisie met de daarin opgenomen nota kwaliteit vastgesteld door de gemeenteraad. De nota kwaliteit bevat beleid over het kwaliteitsmenu en het groenfonds. Deze nota bevat een aanpassing van dit beleid met betrekking tot: a. Verruiming van de criteria van het groenfonds. Hierdoor vallen meer projecten onder de reikwijdte van het groenfonds. Dit betreft bijvoorbeeld flora en fauna voorzieningen, zichtbaar maken van archeologie en cultuurhistorie, recreatieve voorzieningen bij bestaande natuurgebieden. b. Aanpassing van de kwaliteitsbijdrage van solitaire bedrijfsuitbreidingen naar € 35,- per meter. c. Tekstuele aanvullingen en verbeteringen Daarnaast wordt de projectenlijst van het groenfonds aangevuld. In deze nota komen eerst de uitgangspunten van de kwaliteitsbijdragen en kwaliteitsverbetering bij ruimtelijke ontwikkelingen aan de orde. Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangpunten en werkwijze van het groenfonds. Tenslotte komt de waarborging van de kwaliteitsverbeterende maatregel aan de orde.
Uitgangspunten kwaliteitsbijdrage en kwaliteitsverbetering Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zoals bijvoorbeeld woningbouwplannen of uitbreiding van bedrijven komt een kwaliteitsbijdrage in beeld bij een planologische afweging of een bepaalde ontwikkeling aanvaardbaar is op een bepaalde locatie. De kwaliteitsbijdrage is daarbij noodzakelijk om negatieve ruimtelijke effecten van het plan te compenseren. Ruimtelijke ontwikkelingen worden niet toegestaan zolang niet verzekerd is dat het optredende kwaliteitsverlies wordt gecompenseerd. De kwaliteitsverbetering die een initiatiefnemer gaat realiseren wordt vastgelegd in de ruimtelijke onderbouwing van het plan, het bestemmingsplan of WABO vergunning en in een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
1
De kwaliteitsbijdrage van ruimtelijke plannen is neergelegd in diverse beleidsnota’s. Dit betreft - Woningbouwontwikkeling binnen de kernen, beleid compensatie bij woningbouwontwikkeling groen voor rood’ (26 juni 2007 met aanvullingen/ wijzigingen, gemeente) - Structuurvisie / nota kwaliteit ( 2 februari 2010, gemeente) - Paraplubestemmingsplan buitengebied (maart 2010, betreft compensatieregeling woningsplitsing, landschappelijke inpassing) - Kwaliteitsmenu provincie Limburg (12 januari 2012) Het provinciale beleid is opgenomen in de diverse modules, die de gemeente moet toepassen. De gemeente kan dit beleid nader uitwerken. Het kwaliteitsmenu van de provincie geldt als een minimum-vereiste. Deze modules zijn: - nieuwe landgoederen - gebiedseigen recreatie en toerisme - niet gebiedseigen recreatie en toerisme - agrarische nieuwvestiging en uitbreiding - uitbreiding glastuinbouw - uitbreiding bedrijventerreinen - uitbreiding solitaire bedrijven - nieuwe solitaire woningen - projectmatige woningbouw in uitleggebieden - overige (gebouwde) functies Naar de modules opgenomen in het provinciale kwaliteitsmenu wordt verwezen. Indien compensatie op basis van een bovenstaande module nodig is draagt de initiatiefnemer eerst zelf plannen aan ter verbetering van de kwaliteit in de (directe) omgeving van het plan.
Voorbeelden zijn sloop van overtollige en ontsierende (bedrijfs-)gebouwen, aanleg groen of kleine landschapselementen, wandelpaden (eventueel met voorzieningen). Indien de initiatiefnemer geen mogelijkheden heeft om zelf de kwaliteitsverbetering te realiseren, kan hij ook zelf zorgen dat er elders compensatie plaatsvindt door afspraken te maken met derden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de sloop van overtollige oude bedrijfsgebouwen. De kwaliteitsverbeterende maatregel wordt zoveel mogelijk op of zo dicht mogelijk bij de locatie van de initiatiefnemer ingevuld. Dit betekent in ieder geval binnen de gemeente Leudal of nabij de gemeentegrenzen van Leudal. De gemeente bepaalt aan de hand van gebiedsbeschrijvingen of er sprake is van een verbetering van kwaliteit. Uit de praktijk blijkt dat het niet altijd mogelijk is dat de initiatiefnemer zelf een kwaliteitsverbetering kan realiseren. In deze gevallen moet een bijdrage aan het groenfonds van de gemeente Leudal worden gedaan. Landschappelijke inpassing van de locatie van het initiatief vormt altijd een voorwaarde naast de kwaliteitsverbeterende maatregel of een bijdrage in het groenfonds. Landschappelijke inpassing betreft het aanbrengen van streekeigen en inheemse erfbeplanting zoals het aanbrengen van bomen, grote struiken en hagen op of rondom het erf van het initiatief.
Dit past in de strategische visie van Leudal en de structuurvisie die inzet op een versterking van de groene en ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente. Bij ruimtelijke plannen waarbij een kwaliteitsverbeterende maatregel aan de orde is wordt advies gevraagd aan de kwaliteitscommissie van Leudal, Weert en Nederweert. Deze commissie adviseert aan het college of de landschappelijke inpassing en de kwaliteitsverbeterende maatregel voldoende is. Deze regionale commissie is op 1 januari 2012 ingesteld. Dit advies van een onafhankelijke en deskundige commissie is een verplichting van de provincie Limburg.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
2
Groenfonds Op 26 juni 2007 heeft de gemeenteraad de beleidsregel compensatie bij woningbouwontwikkeling ‘groen voor rood’ vastgesteld. Deze beleidsregel voorziet in de instelling van een groenfonds ter compensatie van woningbouwontwikkeling. Het groenfonds is een door de gemeente ingesteld fonds, waarin financiële bijdragen worden gestort door derden. Dit kunnen particulieren, bedrijven of projectontwikkelaars zijn. Het fonds is gelabeld waardoor de inhoud alleen gebruikt kan worden voor groenprojecten binnen de gemeente Leudal. Het groenfonds kan gezien worden als een invulling van het kwaliteitsfonds, zoals opgenomen in de structuurvisie. Van belang is dat gelden uit het groenfonds alleen gebruikt worden voor projecten die leiden tot een extra kwaliteitsverbetering in de omgeving. Om deze reden wordt er gewerkt met een projectenlijst waarin de concrete projecten worden beschreven. Criteria voor opname van een project op de projectenlijst zijn: - Het gaat om projecten die leiden tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering in de omgeving. Van belang is dat de omgeving in een breder verband hiermee gebaat is. Dit betreft: a. Natuur en landschapsprojecten. Het betreft projecten die leiden tot een verbetering van natuur en landschap. Flora en fauna verbeteringen en voorzieningen (bijvoorbeeld insectenhotels) die leiden tot een verbetering van het ecosysteem vallen hier ook onder.
Dit geldt ook voor toeristischrecreatieve en educatieve voorzieningen die leiden tot het zichtbaar maken of een verbetering van de beleving van de omgeving. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe recreatieve wandel-, fiets- of ruiterroutes, voetgangersbrug, picknickplaatsen. Infrastructurele werken vallen niet onder de reikwijdte van het groenfonds. b. Archeologie en cultuurhistorie. Door het zichtbaar en toegankelijk maken van archeologische vondsten en cultuurhistorische objecten wordt de geschiedenis uit het verleden zichtbaar gemaakt. Van belang is dat er sprake is van een verbetering van de uitstraling van de gehele omgeving. Bij voorkeur worden deze archeologische vondsten en cultuurhistorische objecten opgenomen in een recreatieve route. Dit wordt als een kwaliteitsverbetering van de omgeving gezien zodat deze projecten gefinancierd kunnen worden uit het groenfonds. c. Landschappelijke (her)inrichting in de kern/ kernrandzone en buitengebied Verbetering van de groene uitstraling van de kern leidt tot een verbetering van de omgevingskwaliteit en leefbaarheid in de omgeving.
Dit geldt niet voor plantsoenen of het kappen van bomen, maar wel voor de inrichting van een locatie met grotere structuren zoals hagen en bomen, met nieuwe gebiedseigen soorten die een positief effect hebben op de flora en fauna en de omgeving Voorwaarde is dat de projecten binnen de kern worden gefinancierd uit bijdragen die voortkomen uit projecten binnen de kern of kernrandzone. d. Participatie door burgers en instellingen Er komen steeds vaker initiatieven van vrijwilligers (vanuit dorpsraden) of van instellingen om bijvoorbeeld een themaroute op te zetten of om ooievaarsnesten te maken. Dit betreft vaak kleinschalige initiatieven die daardoor relatief goedkoop kunnen worden uitgevoerd. Deze burgerparticipatie is goed voor de leefbaarheid in de buurt. De gemeente wil deze kleinschalige initiatieven van inwoners en instellingen stimuleren. Indien deze kleinschalige initiatieven leiden tot een fysieke verbetering van de leefomgeving /leefbaarheid kunnen deze gefinancierd worden uit het groenfonds. Voorwaarde is dat de projecten binnen de kern worden gefinancierd uit bijdragen die voortkomen uit projecten binnen de kern of kernrandzone.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
3
e. Voorfinanciering sloop. Een sloopproject is inmiddels opgenomen op de projectenlijst van het groenfonds. De bedoeling is dat sloop van overtollige en ontsierende gebouwen voorgefinancierd wordt. Het groenfonds wordt later weer aangevuld met een bijdrage van een ander project. Dit heeft te maken met de compensatie die nodig is om meer bijgebouwen op een locatie toe te staan. f. Doelprojecten Voor kleinschalige initiatieven (tot € 10.000,-) worden doelprojecten opgevoerd zodat hier meerdere toekomstige projecten onder kunnen vallen, zodat deze projecten snel en efficiënt kunnen worden uitgevoerd. Het betreft projecten die betrekking hebben op landschappelijke inpassing, recreatieve / educatieve voorzieningen en flora en fauna verbeteringen en voorzieningen. De overige criteria zijn: - De projecten vinden plaats binnen of nabij de gemeentegrenzen van Leudal - De projecten vinden plaats op percelen waarvan de gemeente en/of een andere overheidsinstantie en/of een natuurbeherende instantie eigenaar is of wordt. - De projecten kunnen plaatsvinden op percelen in eigendom van particulieren indien dit een gemeentelijk belang dient en een samenwerking betreft tussen meerdere particulieren, organisaties of overheden.
Zolang deze locaties of voorzieningen gratis en openbaar toegankelijk zijn, duurzaam zijn, instandhouding gegarandeerd is en niet commercieel geëxploiteerd worden kunnen deze worden gefinancierd uit het groenfonds. - Projecten die betrekking hebben op reguliere onderhoudswerkzaamheden of achterstallig onderhoud vallen buiten het kader van het groenfonds. Het moet gaan om nieuwe elementen. Onderhoudswerkzaamheden die horen bij de aanleg van groen kan hier wel onderdeel van uitmaken. - Alleen voor vastgestelde projecten op de projectenlijst kunnen bijdragen uit het groenfonds worden gebruikt - De instandhouding en onderhoud van het project moet voldoende gegarandeerd zijn. Werkwijze groenfonds De bedoeling is dat een initiatiefnemer eerst eigen plannen aandraagt ter verbetering van de kwaliteit in de (directe) omgeving. Indien dit niet mogelijk is kan een bijdrage in het groenfonds ten behoeve van een natuur of landschapsproject worden gestort. Deze bijdrage wordt besteed aan een project zoals opgenomen op de projectenlijst. De bijdrage wordt direct gekoppeld aan een project. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: - Het natuur- of landschapsproject dient zo dicht mogelijk bij de locatie van het initiatief te liggen - Realisatie van het initiatief dient zoveel mogelijk tegelijkertijd te worden uitgevoerd met het natuur- of landschapsproject.
- Het natuur- of landschapsproject kan pas worden uitgevoerd op het moment dat voldoende zekerheid is over de benodigde middelen uit het groenfonds - De bijdrage aan het project wordt vastgelegd in een planologisch besluit en een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Gezien de raakvlakken met diverse beleidsterreinen en afdelingen binnen de ambtelijke organisatie is één aanspreekpunt binnen de organisatie benoemd. Zo wordt tevens gewaarborgd dat de bijdragen uit het groenfonds uitsluitend worden besteed aan natuur- en landschapsprojecten zoals opgenomen op de projectenlijst. Deze contactpersoon zorgt voor projecten, bewaakt de kwaliteit van de projecten, beheert het budget en bepaalt mede aan welke projecten de bijdrage ten goede komt.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
4
Waarborging kwaliteitsbijdrage en kwaliteitsverbeterende maatregelen Ter waarborging van de uitvoering van de kwaliteitsverbeterende maatregel en de landschappelijke inpassing worden hierover bepalingen opgenomen in een overeenkomst. Deze overeenkomst wordt getekend door de gemeente en de initiatiefnemer. Deze overeenkomst bevat bepalingen over de kwaliteitsbijdrage, de kwaliteitsverbetering, realisatie, onderhoud en instandhouding van de landschappelijke inpassing. De bijdrage wordt gestort voordat het planologische besluit wordt genomen. Indien de werkzaamheden in eigen beheer worden uitgevoerd, zal de initiatiefnemer garant moeten staan dat deze werkzaamheden daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld door het afgeven van een bankgarantie. Monitoring van de kwaliteitverbeterende maatregelen en de landschappelijke inpassing vindt plaats via een webapplicatie van de provincie Limburg. De realisatie, onderhoud en instandhouding van de landschappelijke inpassingsplannen en de kwaliteitsverbeterende maatregelen worden door de gemeente gecontroleerd. Dit is opgenomen in het handhavingsuitvoeringsprogramma. Een voorbeeld: Woningsplitsing in het buitengebied Een initiatiefnemer wil een woning in het buitengebied splitsen.
De gemeente heeft medewerking aan het plan toegezegd onder voorwaarde dat een kwaliteitsbijdrage ter hoogte van €25.000,- is vereist om het verlies aan kwaliteit te compenseren. Op het perceel van de aanvrager staat 500 m2 aan voormalige (ontsierende) bedrijfsgebouwen. Daarnaast wil de initiatiefnemer een boomgaard aanplanten op zijn perceel. De bedoeling is dat de initiatiefnemer eerst plannen aandraagt ter verbetering van zijn eigen woonomgeving. Voor sloop van overtollige ontsierende (bedrijfs-)gebouwen wordt een vaste vergoeding van maximaal €25,per m2 vloeroppervlak gebouw gerekend. Uit een offerte voor de boomgaard blijkt dat dit € 4.500,- kost. Eigen werkzaamheden kunnen in rekening worden gebracht indien dit goed onderbouwd wordt. Ingevolge de beleidsnotitie is een compensatie ter hoogte van €25.000,- vereist. Door sloop is voldaan aan: 500 x 25 = € 12.500,Boomgaard: € 4.500,-----------------------------------------------------------------------Totaal € 17.000,Aan een compensatie van € 8.000,- moet vervolgens nog voldaan worden. De initiatiefnemer heeft geen mogelijkheden om deze op zijn eigendom te realiseren. Daarnaast heeft hij elders binnen Leudal geen mogelijkheden om een compensatie te realiseren. Daarom stort de initiatiefnemer een bijdrage van € 8.000,in het groenfonds, waarvan een project op de projectenlijst kan worden uitgevoerd.
Daarnaast zorgt de initiatiefnemer voor voldoende landschappelijke inpassing van de locatie. De plannen van de initiatiefnemer met betrekking tot de compensatie (inclusief de storting in het groenfonds met koppeling aan een project uit de projectenlijst) en de landschappelijke inpassing worden opgenomen in een overeenkomst. De initiatiefnemer zorgt voor een bankgarantie waardoor uitvoering van de werkzaamheden door de initiatiefnemer gegarandeerd is. Na voldaan te hebben aan de voorwaarden zal de bankgarantie geretourneerd worden aan de aanvrager. Projectenlijst groenfonds Verwezen wordt naar een aparte bijlage.