Rapportage vooronderzoek VOS/ABB over behoud basisscholen Kelpen- Oler en Buggenum
Tekst van het document
Het bevoegd gezag informeert de ouders in de schoolgids over de mogelijkheid om godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk onderwijs te ontvangen. Tijdens de daadwerkelijke onderzoeksfase kan geïnventariseerd worden of hier inderdaad bij ouders behoefte aan is. Kerndoel 38 zegt: De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit. Het openbaar onderwijs heeft verder vanuit karakterartikel 46 een expliciete opdracht waar het gaat om aandacht voor onderwijs in godsdienst of levensbeschouwing.
25
Artikel 46. Karakter openbaar onderwijs 1. Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. 2. Openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 3. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Kernwaarden openbaar onderwijs Naast dit alles geven de kernwaarden van het openbaar onderwijs; gelijkwaardigheid, vrijheid en ontmoeting mooie ankerpunten om vanuit wederzijds respect te werken aan brede identiteitsontwikkeling en persoonsvorming van kinderen. Een korte duiding: Vrijheid is een fundamentele waarde in onze democratische rechtsstaat. Ingeperkt door het rechten de vrijheid van de ander, is vrijheid een breed gedragen waarde, die echter vaak abstract blijft. In Nederland kennen we een aantal concrete burgerrechten die als vrijheden geformuleerd zijn, zoals de vrijheid van meningsuiting, of vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Andere burgerrechten worden uitgedrukt in verboden of plichten van alle burgers, zoals het verbod op discriminatie.
Deze verboden kunnen echter eveneens als vrijheid worden geïnterpreteerd (het recht om vrij te zijn van discriminatie). Ontmoeting betekent niet alleen in aanraking komen met diversiteit, maar ook aandacht en interesse hebben voor de ander en in gesprek gaan over verschillen en gedeelde ervaringen, ideeën en doelstellingen. De kernwaarde ‘ontmoeting’ beschouwen we als een ‘vertaling’ van het begrip ‘actieve pluriformiteit’, dat een belangrijke rol speelt in de theorievorming over het openbaar onderwijs. ‘Ontmoeting’ is namelijk een voor ieder herkenbare waarde die actieve betrokkenheid bij elkaar en bij diversiteit weerspiegelt. Gelijkwaardigheid betekent, kort gezegd, dat alle mensen, ondanks alle verschillen die er tussen mensen zijn, als waardevol in zichzelf moeten worden gezien. Dit idee is zeker niet vanzelfsprekend. Een blik op de geschiedenis laat zien dat de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen bijvoorbeeld pas de laatste eeuw hier en daar realiteit is geworden, en dat er op veel plaatsen nog een lange weg te gaan is. Ook de idee dat kinderen leerlingen gelijkwaardig zouden zijn, is eigenlijk van recente datum, en ook daarvan weten we dat het op veel plaatsen in de wereld nog geen realiteit is. Dat alle mensen van gelijke waarde zijn betekent natuurlijk niet dat alle mensen hetzelfde zijn.
We zouden zelfs kunnen zeggen dat juist omdat mensen op allerlei manieren van elkaar verschillen het belangrijk is om elkaar eraan te blijven herinneren dat dat niet betekent dat sommige mensen daarom minder zouden zijn dan anderen. En dat komt vooral tot uitdrukking in hoe we als mensen met elkaar omgaan – of in ieder geval: met elkaar proberen om te gaan. De discussie over gelijkwaardigheid is nauw verbonden met de discussie over gelijkheid.
In het openbaar onderwijs komen alle verhalen samen.
26
7. Even voorstellen In dit hoofdstuk stellen we kort de aan dit onderzoek gerelateerde stichtingen voor.
7.1 De Stichting SPOLT De Stichting Primair Onderwijs Leudal en Thornerkwartier (SPOLT) verzorgt onderwijs aan ruim 2200 kinderen op 14 basisscholen in de gemeente Leudal en op 1 school voor speciaal basisonderwijs in de gemeente Maasgouw. Volgens informatie van SPOLT is in december 2020 het voorgenomen besluit tot sluiting van de basisscholen in Heibloem, Kelpen-Oler en Buggenum gedeeld met de medezeggenschapsraden (MR), medewerkers en ouders van de betrokken scholen. Niet alleen de MR’s, ook de medewerkers en de ouders maakten hiertegen bezwaar, dat gold ook voor de gemeenschaps- en dorpsraden. Samen met leden van de gemeenteraad van Leudal uitten zij hun zorgen over de leefbaarheid van de kleine kernen als de school zou worden gesloten. Een besluit met zoveel impact vraagt om een verklaring. SPOLT realiseert zich terdege dat deze besluiten veel emotie oproepen. Ze begrijpt de zorgen die de drie dorpsgemeenschappen bezighouden. Gedurende de periode voor de zomervakantie van 2021 heeft het bestuur gesproken en gecorrespondeerd met de drie medezeggenschapsraden, die de belangen van kinderen, ouders en medewerkers behartigen. Zij hebben ervoor gekozen om met hen het gesprek aan te gaan, om hen te voorzien van tekst en uitleg en om hen uit te leggen dat de belangen van kinderen (goed onderwijs) en medewerkers (baanzekerheid) niet in het geding zijn.
Volgens SPOLT: “Voor de kinderen heeft SPOLT uitstekende scholen in de directe nabijheid van hun woonplaats en voor de medewerkers heeft SPOLT uitdagende banen op een van haar scholen”. SPOLT wordt al tien jaar, sinds 2011, geconfronteerd met de gevolgen van de krimp en de daling van de leerlingenaantallen. In 2011 telde SPOLT 3072 leerlingen, in 2014 waren dat er 2683 en op 1 oktober 2020 telden men nog maar 2224 leerlingen. De prognoses geven aan dat men op de teldatum van dit jaar (1 oktober 2021) zal uitkomen op 2196 leerlingen. Het leerlingenaantal zal, naar verwachting, de komende jaren stabiliseren en rond de 2200 blijven schommelen. Het bestuur van SPOLT heeft al eerder scholen (moeten) sluiten, telkens onder protest van de ouders. Zo is in 2011 een school gesloten in Haler. Middels de kleinescholentoeslag ontvangt SPOLT extra personele compensatie van de rijksoverheid om kleine scholen open te houden. Die compensatie loopt op als de leerlingenaantallen verder dalen. Zelfs met die compensatie boeken de kleine scholen allen een exploitatietekort. Daarmee zijn zij onvoldoende in staat om de gewenste kwaliteit te (blijven) bieden. Bij de Heihorst gaat het over een tekort van ruim €32.000,-, bij de St. Liduina bedraagt het exploitatietekort ruim €64.000,- en bij de Antoniusschool is dat bijna €50.000,-.
Daarbij is het zo dat de bekostiging van directeuren en de kosten voor vervanging van zieke medewerkers bovenschools worden gedragen. En dat geldt ook voor facilitaire zaken als gebouwenonderhoud, schoonmaak (incl. extra schoonmaak en mondkapjes tijdens de pandemie) en vervangingsinvesteringen ICT. De nabij gelegen scholen hebben de afgelopen jaren continu geïnvesteerd in visie, onderwijsconcept, aanpak en organisatie en worden door SPOLT aangemoedigd om daar mee door te gaan. SPOLT heeft de drie betrokken scholen in staat gesteld om juridische ondersteuning in te huren. Zij onderzoeken alle drie alternatieven om de school in hun dorp open te houden. SPOLT wil de actuele processen rondom de schoolsluitingen zorgvuldig doorlopen met de direct betrokkenen, en vindt het ook aan de orde om helder te communiceren met alle andere belanghebbenden. Zij geeft aan te weten en ervaren dat er een zekere schaalgrootte nodig is om de gewenste kwaliteit van onderwijs duurzaam te realiseren. “SPOLT stond en staat voor kwaliteit van 27
onderwijs, spant zich in voor alle kinderen, zorgt goed voor haar medewerkers en blijft werk maken van een ononderbroken ontwikkeling voor alle kinderen in de gemeente Leudal”. Alternatieven: Volgens het schoolbestuur zijn er in de buurt van Buggenum en Kelpen-Oler voldoende alternatieven beschikbaar. De kinderen uit Kelpen-Oler kunnen terecht op de Klink in Grathem (3,8 km) en de Verrekijker in Ell (3,5 km). Voor de kinderen uit Buggenum zijn er in Haelen (De Leerlingst) (2,2 km), Neer (Neerakker) (3,7 km) en Horn (De Mussenberg) (4,8 km) alternatieven. Reisafstanden per fiets (afhankelijk van het huisadres) Volgens googlemaps
Kelpen-Oler (St. Liduina) Buggenum (St. Antonius)
KelpenOler Grathem woonplaats 14-16 min.
Ell 9-11 min.
Buggenum Haelen woonplaats 8-9 min.
Neer 23-25 min.
Horn 12-14 min.
Overwegend betreft het hier geen N- wegen, maar goed befietsbare wegen die voor met name de bovenbouw leerlingen goed zelfstandig te doen zijn. Vervolgonderwijs is hoofdzakelijk in Horn en Heythuysen, maar ook Weert/ Roermond bieden mogelijkheden. Onderbouw leerlingen zullen echter niet meer eventueel lopend naar school kunnen, maar door de ouders gebracht moeten worden. Bijlage 7: Fietsafstanden vanuit Buggenum en Kelpen-Oler naar de dichtstbijzijnde scholen.
7.2 De stichting Akkoord!primair openbaar Stichting Akkoord!PO is het bevoegd gezag van 9 openbare basisscholen in Beesel, Horst aan de Maas, Peel en Maas en Venlo. De stichting verwoordt haar missie als volgt: “krachtig kwalitatief, openbaar onderwijs”. De visie van Akkoord!PO bestaat uit een viertal pijlers: “Vanuit – wetenschappelijk gefundeerde – beelden over hoe kinderen leren, hoe we dat leren organiseren, welke professionaliteit van onze medewerkers dat vraagt en hoe leiderschap daaraan bijdraagt, onderscheiden we vier aandachtsgebieden: Eigentijds onderwijs Gericht op het (toekomstig) functioneren van de aan ons toevertrouwde kinderen; gericht op cognitie (kennis en vaardigheden), op socialisatie én op de individuele persoonsvorming.
28
Duurzame kwaliteit Gericht op wat van ons als onderwijsorganisatie gevraagd wordt, met daar een schepje bovenop. Oftewel: onze kwaliteit is de norm plus ambitie. Professionele organisatie Vakbekwame, gedreven medewerkers werken vanuit eigenaarschap en gedeeld leiderschap samen in hechte teams. Voortdurende investering in ieders ontwikkeling is daarbij vanzelfsprekend. Verbinding en samenwerking. Akkoord! staat actief open in de omgeving. Wij zoeken graag de verbinding. Daar waar samenwerking en partnerschap de ontwikkeling van de kinderen versterkt, investeren wij tijd en energie!” De kernwaarden van het openbaar onderwijs. “Het zijn maar drie woorden: Gelijkwaardigheid – Vrijheid - Ontmoeting Zij vormen samen met de slogan ‘Openbare Scholen – Waar verhalen samenkomen’ een stevig fundament. Stichting Akkoord!PO als geheel en elke school in het bijzonder bouwt hierop voort, met afspraken, normen en regels, gebaseerd op de beginselen van de democratische rechtstaat. Deze vormen de kaders waarbinnen verschillen tot hun recht kunnen komen en bieden ruimte voor opvattingen. Het verhaal van het openbaar onderwijs is van en voor iedereen en heeft de opdracht om leerlingen te laten kennismaken met alle godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die ons land leven.
Samen leven en samen leren, met ruimte voor ieders verhaal: een ontmoetingsplek bij uitstek waar je nieuwe verhalen leert kennen en je eigen verhaal zich verder ontwikkelt. Dat betekent dat bij ons al die verschillende, unieke verhalen welkom zijn. Zij hebben allemaal hun betekenis en ontstaan door ontmoeting op basis van gelijkwaardigheid tussen de leerlingen onderling, tussen hen en de school en de omgeving, waarbij eenieder de vrijheid heeft zichzelf te zijn en anderen die ook gegund wordt. Werken vanuit deze kernwaarden levert ons veel op. We zijn trots op wie we zijn en op onze bijdrage aan de samenleving; We zijn duidelijk: dit mag je van ons verwachten; We zorgen voor betekenisvol onderwijs waarin ook de waarden actief geoefend worden; We maken zo werk van onze burgerschapsopdracht; We creëren een sfeer waarin ieder zichzelf mag zijn, elkaar écht ontmoet”. Stichting Akkoord!PO maakt onderdeel uit van Samenwerkingsverband primair onderwijs Noord-Limburg.
7.3 De stichting RBOB De Kempen De stichting RBOB De Kempen is een organisatie voor openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, met één algemeen bijzondere school, in Veldhoven, een kleine 50 km van Leudal. RBOB De Kempen is een organisatie met 14 basisscholen, verdeeld in drie clusters, ongeveer 3100 leerlingen en zo'n 270 medewerkers. De scholen bevinden zich op 14 locaties in 11 gemeentes in de Kempen en midden Limburg. Ook is aan RBOB kinderopvangorganisatie Stichting ikOOK! gelieerd. RBOB De Kempen heeft als primair doel het in stand houden van openbare en algemeen toegankelijke scholen in de regio de Kempen en omstreken, het geven van onderwijs en daarin 'gaan voor kwaliteit'. Het draait daarbij om de ontwikkelingsperspectieven van het kind. RBOB De Kempen wil een professionele dynamische organisatie zijn, die met respect
29
en actieve tolerantie zorgt voor optimale ontplooiing van de kinderen in een inspirerende en uitdagende werkomgeving. In het koersplan dat vanaf 1 augustus 2019 van kracht is formuleert RBOB De Kempen haar missie, visie en kernwaarden als volgt: Missie: Met uitstekend onderwijs halen wij in ieder kind het beste naar boven voor een optimale en toekomstgerichte ontplooiing. Visie: Wij inspireren. Wij dagen uit. Wij tonen lef. Op onze scholen ontvangen we ieder kind met open armen. Ouders zijn een belangrijke partner. Samen scheppen wij een veilige ruimte waarin kinderen spelen, leren en leven. Kernwaarden: Ambitie, Plezier, Veilig, Samen en Initiatief. De missie, visie en kernwaarden zeggen veel over de cultuur van RBOB De Kempen. De kernwaarde Ambitie is de rode draad door het Koersplan. Werkplezier in een veilige omgeving bevordert het leveren van hoge kwaliteit. De waarden Samen en Initiatief geven de geprefereerde werkwijze aan. Vanuit de brede betrokkenheid en actieve deelname van alle stakeholders zijn vijf ambitiethema’s geformuleerd. Thema’s waar ook de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) en de Raad van Toezicht helemaal achter staan. Deze vijf thema’s zijn: • Ieder kind is welkom • Totaalaanbod voor kinderen van 0 tot 13 5 • De ondernemende professional • Een veilige omgeving voor iedereen • Kinderen zijn de belangrijkste partner
8 Analyse van de uitkomsten van het vooronderzoek Recent hebben Blank & Niaonakis (2019) een multilevel onderzoek uitgevoerd naar kostenefficiëntie in het Nederlandse primair onderwijs (zowel op niveau van scholen als besturen). Wat betreft doelmatigheid op schoolniveau rapporteren ze dat kleine scholen hogere gemiddelde kosten per leerling hebben en dus schaalvoordelen kunnen behalen door groter te worden. Bijvoorbeeld de scholen die met hun leerlingaantal rond een kwart van de gemiddelde schoolgrootte zitten, hebben 60% hogere gemiddelde kosten per leerling.13. Op hoofdlijnen geven wij een indicatie van de risico’s vanuit dit vooronderzoek. Risiconiveaus: laag (groen), gemiddeld (oranje), hoog (rood) St. Liduina en Antoniusschool Risico
Onderwijs-
Leerling-
kwaliteit
prognoses
Financiën
Personeel
Huisvesting
laag gemiddeld hoog
-Leerlingenaantal loopt
-Exploitatietekorten lopen
-Hoog ziekte verzuim
-Overdimensionering
terug tot onder de
op
-Overdimensionering
-Leeftijd gebouw
instandhoudingsnorm
personeel -Arbeidsmarkt positie kleine scholen
De kwaliteit wordt door de inspectie en door de ouders positief beoordeeld. Wel is het de vraag of kinderen op school voldoende aansluiting kunnen vinden bij leeftijdsgenoten, wat van belang is voor hun ontwikkeling en socialisatie. 13
Bron: Dorpsschool of leerfabriek, Oberon, september 2020.
30
Instandhouding middels de gemiddelde schoolgrootte is haalbaar, maar de risicoanalyse toont aan dat hier veel kosten mee gemoeid zijn. Daarnaast is behoud van de kinderopvang van cruciaal belang voor de St. Liduina.
31
9 Aanbevelingen Vanuit de bevindingen en analyses in dit vooronderzoek doen wij u de volgende aanbevelingen: 1. Gezien de krimp waar ook Noord-Limburg mee te maken heeft, is het sterk aan te bevelen dat de gemeente/de regio/schoolbesturen op korte termijn beleid ontwikkelen ten aanzien van overdimensionering in scholen. Zoals u in ons vooronderzoek kunt lezen is overdimensionering een zeer aanzienlijke kostenpost. 2. Bij het formuleren van een “goed en bereikbaar onderwijsaanbod” verdient het aanbeveling ook de gevolgen van krimp mee te nemen en in te calculeren. Daarbij heeft regionaal overleg en afstemming met andere bestuurlijk verantwoordelijken meerwaarde voor inhoud en draagvlak van de aanpak. 3. Gezien de leeftijd van de huisvesting in kwestie is het raadzaam onderzoek te doen naar de kosten die gemoeid zijn met instandhouding en eventuele nieuwbouw. Dit in verband met de ‘uiterste houdbaarheidsdatum’ van de gebouwen in relatie tot de krimp en toekomstbestendigheid. Dit wellicht mede om de overdimensionering terug te brengen naar aanvaardbare proporties en gemeentelijke ambities inzake brede samenwerking tussen bijvoorbeeld zorg, opvang en onderwijs te realiseren. 4. (Maatschappelijke) kinderopvang in kleine scholen verhoogt de aantrekkelijkheid van de school (‘kraamkamerfunctie’).
Indien maatschappelijke kinderopvangorganisaties in de markt in een concurrentiepositie komen met commerciële aanbieders, wordt het voor hen financieel steeds moeilijker en op den duur onmogelijk om vanuit hun maatschappelijke doelstelling verlieslijdende locaties open te houden. Wij bevelen een heroriëntatie aan in samenspraak tussen de gemeente en kinderopvang om te bepalen hoe opvang optimaal georganiseerd en (aanvullend) bekostigd kan worden. 5. Zoals gesteld in het vooronderzoek spelen in de besluitvorming rond kleine scholen in het algemeen drie aspecten een grote rol: onderwijskwaliteit, financiën en emotionele betrokkenheid. Het financiële beeld is helder geworden, de emotionele betrokkenheid is groot, er is echter een grote discrepantie tussen wat wenselijk wordt geacht en wat economisch haalbaar is. Daarbij komt dat het oordeel over de toekomstbestendigheid van de onderwijskwaliteit een vraag is, die minder makkelijk te beantwoorden is. Het is daarom zeer aan te bevelen om tot een dialoog te komen met betrokkenen op basis van feitelijkheden en ratio om te bepalen of de beide scholen voldoende levensvatbaar zijn en voor hoelang nog. Daarbij komt ook zicht op welke interventies nodig zijn om dit te bereiken. 6. Ter bevordering van een constructieve dialoog en besluitvorming over de St.
Liduina en de Antonius, adviseren we u vanuit uw verantwoordelijkheid voor het lokale onderwijs(beleid) in Leudal, om op korte termijn een communicatieproces, ook richting ouders, te faciliteren over de inhoud van het vooronderzoek en de vervolgstappen. 7. Het is aan stichting Akkoord!PO en De Kempen om te bepalen of zij op basis van de uitkomsten van dit onderzoek mee willen werken aan een eventuele overdracht vanuit SPOLT en de daarbij behorende voorwaarden te bepalen. Wij bevelen nadrukkelijk aan om met beide besturen in gesprek te gaan en de uitkomsten van dit vooronderzoek met hen te delen. 8. Het is aan de gemeente te bepalen of een eventuele financiële bijdrage nodig, haalbaar en acceptabel is om vanuit de uitkomsten van aanbeveling 4, 5, 6 en 7 bij te dragen aan eventuele bestendiging van beide scholen.
32
10 Eventuele vervolgstappen Naar aanleiding van deze rapportage, de aanbevelingen en het resultaat van gevoerde dialoog met belanghebbenden en de beide besturen die zich bereid hebben verklaard na te denken over eventuele overname van één of beide scholen, kunnen vervolgstappen worden gezet. Mocht het tot een overdracht komen, dan dienen alle stappen richting een fusieeffectrapportage te worden gezet om een bestuurlijke fusie vóór 1 augustus 2022 gerealiseerd te krijgen. Overdracht van een school vraagt conform artikel 10.1 h. WMS om instemming van de medezeggenschap. Daarnaast is artikel 13.1. b (verandering grondslag) van toepassing (instemming ouders). Mocht het niet tot een overdracht komen, dan zal SPOLT moeten bepalen of het besluit tot sluiting wordt voortgezet ook als dit niet op een positief advies vanuit artikel 11.1.c (beëindiging) mag rekenen van de medezeggenschap.
33