CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage vooronderzoek VOS/ABB over behoud basisscholen Kelpen- Oler en Buggenum

Commissievergadering Sociaal 29 november 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Terugkoppeling van de werkgroep Behoud basisscholen11.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vooronderzoek en Advies

Ten behoeve van wethouder Martens gemeente Leudal

Opdrachtnemer: VOS/ABB Postbus 162 3440 AD WOERDEN

Project: A05D.453

Opgesteld door: Hans Teegelbeckers Sandra Lutchman Opdrachtgever: Wethouder mr. R. Martens Gemeente Leudal Leudalplein 1 6093 HE HEYTHUYSEN

Relatieno.: 810504

Contactpersoon: Mevr. P. Leunissen Datum: 30 september 2021

1

2

Inhoudsopgave 2. Leeswijzer ............................................................................................................................................ 5 3. Samenvatting....................................................................................................................................... 6 3.1 Gevolgen van krimp ....................................................................................................................... 6 3.2 Beeld van Antonius (Buggenum) en St. Liduina (Kelpen-Oler) ...................................................... 6 3.3 Financieel....................................................................................................................................... 6 3.4 Gemiddelde schoolgrootte ............................................................................................................ 6 3.5 Onderwijskwaliteit......................................................................................................................... 7 3.6 Personeel ....................................................................................................................................... 7 3.7 Gebouwen .....................................................................................................................................

7 3.8 Betrokken partijen ......................................................................................................................... 7 4. Krimp en invloed schoolgrootte .......................................................................................................... 8 4.1 Omvang primair onderwijs in Nederland ...................................................................................... 8 4.2 Bevolkingskrimp in Nederland....................................................................................................... 8 4.3 Bevolkingskrimp in andere Europese landen ................................................................................ 8 5. Situering............................................................................................................................................... 9 5.1 Basisschool Antonius in Buggenum ............................................................................................. 10 5.2 Basisschool St. Liduina in Kelpen-Oler ......................................................................................... 11 5.3 Ambities gemeente Leudal .......................................................................................................... 12 6 Onderzoeksvragen en bevindingen .................................................................................................... 13 6.1.

Onderzoeksvragen...................................................................................................................... 13 6.2 Bevindingen ................................................................................................................................. 15 6.2.1 Berekening gemiddelde schoolgrootte ................................................................................ 15 6.2.2 Financieel.............................................................................................................................. 16 6.2.3 Personeel .............................................................................................................................. 20 6.2.4 Motieven ouders....................................................................................................................... 22 6.2.5 Kwaliteit van onderwijs ............................................................................................................. 23 6.2.6 Omzetting van katholiek naar openbaar .............................................................................. 24 7. Even voorstellen ................................................................................................................................

27 7.1 De Stichting SPOLT ...................................................................................................................... 27 7.2 De stichting Akkoord!primair openbaar ...................................................................................... 28 7.3 De stichting RBOB De Kempen .................................................................................................... 29 8 Analyse van de uitkomsten van het vooronderzoek .......................................................................... 30 9 Aanbevelingen .................................................................................................................................... 32 10 Eventuele vervolgstappen ................................................................................................................ 33

3

1. Inleiding Wethouder Martens, portefeuilles Onderwijs, Beheer en onderhoud openbare ruimte, Watermanagement en havens, Kunst en Cultuur, gemeente Leudal, heeft vanuit de opdracht van de gemeenteraad van Leudal aangegeven te willen onderzoeken of, en onder welke voorwaarden, het mogelijk is de scholen in Kelpen-Oler en Buggenum nog in stand te houden onder een ander bevoegd gezag. Stichting SPOLT heeft namelijk aangegeven de beide scholen te willen sluiten per 1 augustus 2022. Stichting Akkoord! primair openbaar basisonderwijs in Venlo en omstreken (9 scholen in 4 gemeenten) en stichting RBOB de Kempen, openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs in de Kempen (14 scholen in 11 gemeenten), en Stichting SPOLT (RK) die scholen in stand houdt in Leudal zijn met elkaar in contact in verband met de op handen zijnde opheffing van twee van haar scholen te weten basisschool St. Liduina (KelpenOler) en basisschool Antonius (Buggenum). Zowel in Kelpen-Oler als in Buggenum maken de OR, MR en de ouders hiertegen bezwaar. In Kelpen-Oler geven de betrokkenen bij de scholen aan open te staan voor openbaar onderwijs. In Buggenum vraagt een deel van de ouders de mogelijkheden voor openbaar basisonderwijs in Buggenum te onderzoeken. Dat geldt ook voor de gemeenschaps- en dorpsraden.

Samen met leden van de gemeenteraad van Leudal uiten zij hun zorgen over de leefbaarheid van de kleine kernen als de scholen zouden worden gesloten. Uit een verkennend gesprek met de bestuurders van SPOLT en Akkoord!PO en de wethouder op 15 juli jl. is gebleken dat Akkoord!PO onder voorwaarden en na een verkennend onderzoek bereid is de beide scholen in stand te houden. Een gesprek tussen de wethouder en de bestuurder van RBOB de Kempen leverde hetzelfde resultaat op.

4

2. Leeswijzer Dit vooronderzoek is gebaseerd op desk research en gesprekken met personen en organisaties die een belangrijke rol spelen bij het (voort)bestaan van de St. Liduina en de Antoniusschool. Het onderzoek vond plaats in september 2021. De rapportage start met een samenvatting (hoofdstuk 3) die de belangrijkste gegevens en bevindingen uit de daarop volgende hoofdstukken weergeeft. Daarna wordt in hoofdstuk 4 de wijdere context van krimp (bevolking en leerlingen) en het effect daarvan op scholen beschreven alsmede de onderwijsambities van de gemeente Leudal. Vervolgens zoomen we in hoofdstuk 5 in op de situering van de betreffende scholen St. Liduina in Kelpen-Oler en de Antoniusschool in Buggenum, inclusief foto’s en op het onderwijs in uw gemeente. De onderzoeksvragen en bevindingen van het vooronderzoek en de antwoorden op de onderzoeksvragen komen aan de orde in hoofdstuk 6. Dit is het meest veelomvattende onderdeel van dit vooronderzoek. Vervolgens stellen we in hoofdstuk 7 de betrokken besturen voor en volgt in hoofdstuk 8 een risicoanalyse op hoofdlijnen die volgens ons mede leidend kan zijn voor de besluitvorming rondom de beide scholen. We eindigen in hoofdstuk 9 met een aantal aanbevelingen. In het bijbehorende bijlagenkatern vindt u de onderleggers van dit vooronderzoek.

VOS/ABB dankt alle betrokkenen die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van dit vooronderzoek voor hun open en welwillende bijdrage. Bijlage 1: Lijst gesprekspartners

5

3. Samenvatting 3.1 Gevolgen van krimp Bij krimp in gemeenten/de regio die leidt tot een sterk verlaagd leerlingbestand op scholen, spelen rond beslissingen over de toekomst van kleiner wordende scholen onderwijskwaliteit, bedrijfseconomische motieven en emotionele betrokkenheid een belangrijke rol. Die aspecten hebben een grotere impact op de uiteindelijke aanpak in gemeenten/regio’s waar geen toekomstgericht gemeentelijk/regionaal beleid is ontwikkeld ter adressering van deze uitdaging. In het buitenland, waar kleine scholen niet per sé het gevolg zijn van krimp, zijn een aantal positieve ervaringen met dergelijke scholen te noemen. Daarbij zijn wel een aantal randvoorwaarden vervuld die mede bepalend zijn voor de goede ervaringen.

3.2 Beeld van Antonius (Buggenum) en St. Liduina (Kelpen-Oler) Alhoewel beide basisscholen Antonius (Buggenum) en St. Liduina (Kelpen-Oler) kleine scholen zijn, onderscheidt de St. Liduina zich door het feit dat er, overigens niet rendabele, niet commerciële kinderopvang aan verbonden is. Dit biedt echter onder de huidige omstandigheden geen oplossing voor het lage aantal leerlingen, want het aanbod van kinderopvang weegt niet op tegen de bedrijfseconomische realiteit (tekort €18.000 St. Liduina) en de personele opvolgingsvraagstukken. Geconstateerd kan worden dat er ouders zijn die nu al de keuze maken voor de school in Haelen en Neer.

3.3 Financieel Op basis van het huidige leerlingenaantal én bekostiging kan voor beide scholen een aandeel worden berekend in de lumpsumbekostiging en daarmee het aandeel waarvoor een dekkende exploitatierekening moet worden gerealiseerd. Voorafgaand aan een eventuele bestuurlijke overdracht moeten een aantal controles worden uitgevoerd, zowel wat betreft eventuele vorderingen (bankrekeningen) als verplichtingen en de activalijsten. De begrote (materiele) exploitatierekeningen van beide scholen leiden tot tekorten van bijna € 18.000 per jaar per school. Hierop moet worden gestuurd en maatregelen genomen. Gemiddeld zijn er twee tot drie schooljaren nodig om maatregelen effectief te laten zijn. Er is sprake van leegstand (overdimensionering) waarvoor een oplossing moet worden gezocht. Vanuit de reguliere lumpsum is dit niet financierbaar. Uit de MJOP’s1 van beide scholen blijken tekorten. Een jaarlijks tekort van ruim € 15.000 kan niet vanuit de reguliere lumpsum worden gedekt. Daarnaast hebben beide scholen per jaar een tekort op personeel van pakweg 60.000,- (per school). De verschillende risico’s kunnen tot een normatieve voorziening en reserve worden herleid. In dat geval zou de gealloceerde voorziening € 98.851 bedragen en de (materiële) reserve € 69.640. Hierover moeten afspraken worden gemaakt.

3.4 Gemiddelde schoolgrootte Vraag is of de beide scholen na overdracht aan Akkoord!PO of De Kempen middels de gemiddelde schoolgrootte in stand kunnen worden gehouden op korte termijn (1 en 5 jaar) en midden lange termijn (5 en 10 jaar). Beide stichtingen kunnen overname van de scholen aan qua grootte van de stichting ten opzichte van de normen in de wet- en regelgeving. Een verdere exercitie met boterzachte 1

MJOP=Meerjarenonderhoudsplanning

6

prognoses over 5 jaar biedt geen extra inzicht, dus daar hebben we ons voor dit vooronderzoek van onthouden. Bijlage 2: Berekeningen gemiddelde schoolgrootte

3.5 Onderwijskwaliteit Er zijn geen bijzondere opmerkingen te maken over de onderwijskwaliteit, maar in tegenstelling tot de andere scholen van SPOLT, werken bovengenoemde scholen niet volgens een beproefd onderwijsconcept. De kwaliteit is door de Inspectie als voldoende beoordeeld. Het bestuur dat deze scholen mogelijkerwijs overneemt valt zich onderwijskundig geen buil. Beide scholen doen het goed, doen de juiste (heel algemene) uitspraken over onderwijs en opvoeding en hun maatschappelijke rol. Kortom: zoals deze zijn er heel veel scholen in Nederland.

3.6 Personeel Het personeel van beide scholen, 15 personen in totaal, is grotendeels al lange tijd aan de school verbonden en heeft een relatief hoge leeftijd en een relatief hoog ziekteverzuim. Het personele vervangingsvraagstuk is op kleine basisscholen een grote uitdaging.

3.7 Gebouwen De scholen zijn goed onderhouden en bij beide scholen is sprake van overdimensionering (oppervlakte St. Liduina 972 m2 en Antonius 871 m2). De scholen dateren van 1972 ( Antonius, 49 jaar oud) en 1967 (St. Liduina, 54 jaar oud), waardoor indien gekozen wordt voor het openhouden van de scholen, op termijn nieuwbouw aan de orde kan zijn. In dat geval zal de gemeente Leudal deze kosten moeten dekken.

3.8 Betrokken partijen Getuige de drive van ouders, dorpsraden en medezeggenschap is het er deze belangrijke partijen veel aan gelegen de scholen open te houden, ook als de denominatie van de scholen zou overgaan van katholiek naar openbaar. Uit gesprekken met de voorzitters van de medezeggenschapsraden wordt duidelijk dat behoud van beide scholen voor hen belangrijk is. De NKSR (Nederlandse Katholieke Schoolraad) heeft het recht toestemming te geven bij overdracht en omzetting van katholieke naar openbare scholen. De NKSR heeft aangegeven deze toestemming alleen te willen geven op basis van de fusieeffectrapportage, instemming van de MR’s hierop en reacties van ouders vanuit de ouderpeiling. Een dergelijk toestemmingstraject duurt gemiddeld 2 maanden. Stichting Hoera kindercentra (maatschappelijke kinderopvangorganisatie) kent 55 locaties in 4 gemeenten. Deze stichting ontvangt jaarlijks € 10.000 aan gemeentesubsidie ter tegemoetkoming van het exploitatietekort peuterprogramma. Overigens is in het beleid van de gemeente opgenomen dat er gemiddeld sprake moet zijn van 6 peuters, anders vervalt de subsidie kleinschaligheidstoeslag (vanwege exploitatietekort). In Kelper Oler is sinds drie jaar peutergroep Pukkie gevestigd in het gebouw van de St. Liduina. Deze is geopend voor twee ochtenden in de week van 8.30-12.30 uur en wordt momenteel bezocht door naar schatting 8 peuters.

Dit is 100% van de aanwezige kinderen in die leeftijdsgroep aldaar. Hoera moet hier wegens de beperkte omvang (en daarmee inkomsten) jaarlijks 20.000,- euro bijleggen. Bijkomend probleem is het personeelstekort. Jongeren willen niet in Kelper Oler voor een paar uurtjes werken. Ook stagiaires zijn niet te plaatsen omdat deze een volledige dagopvang moeten hebben. In Buggenum is geen kinderopvang, wel in Haelen. Kortom: Kinderopvang in zowel Buggenum als in Kelper Oler is een moeilijke businesscase. Voor Stichting Hoera kindercentra zijn op dit moment 33 locaties winstgevend zijn en 22 7

draaien met verlies. Alle locaties worden opengehouden vanwege de maatschappelijke functie.

8

4. Krimp en invloed schoolgrootte 4.1 Omvang primair onderwijs in Nederland Het primair onderwijs bestaat uit 971 besturen met daaronder 6707 scholen en 7301 vestigingen. Een gemiddeld po-bestuur telt ongeveer 7 scholen en 7 à 8 vestigingen. De verschillen zijn groot: er zijn uiteraard éénpitters maar er zijn ook besturen met meer dan 50 scholen/vestigingen. Het gemiddeld aantal leerlingen per po-bestuur is ongeveer 1550. Per po-school ligt dat een stuk lager, rond de 220. Per vestiging ligt het gemiddeld aantal leerlingen nog iets lager: iets meer dan 200. Daarbij zijn weliswaar nog grote verschillen mogelijk maar 80 procent van de vestigingen heeft meer dan 60 en minder dan 300 leerlingen). Verder blijkt dat er geen relatie is tussen de omvang van een bestuur (gemeten in aantallen scholen, vestigingen of leerlingen) en het aantal leerlingen per school of vestiging. Het aantal leerlingen op een school of vestiging is bij grote besturen dus vergelijkbaar met dat bij kleine besturen. De grootte van een bestuur zegt dus niets over de grootte van de aangesloten scholen en vestigingen2.

4.2 Bevolkingskrimp in Nederland Bijna een derde van de Nederlandse gemeenten zal de komende jaren te maken krijgen met krimp van de bevolking. Met name de kleine gemeenten hebben hiermee te maken. In Nederland hebben we te maken met twee vormen van krimp. Er is bevolkingsterugloop in redelijk bevolkt en gedeeltelijk stedelijk gebied zoals in Zuid-Limburg en terugloop van de bevolking in plattelandsgebieden als Oost-Groningen, de Achterhoek en ZeeuwsVlaanderen. Bestrijden van deze terugloop heeft weinig zin: de oplossing ligt vooral in het goed begeleiden van deze ontwikkeling, waarbij het goed vaststellen van de omvang van de krimp; geen lokale maar regionale aanpak en actief onderwijshuisvestingsbeleid belangrijke aspecten van deze begeleiding zijn. Waar deze ontwikkeling in Nederland van recente aard is, speelt dit in het buitenland al langer. Hieruit zijn wellicht ook lessen voor Nederland te trekken.

4.3 Bevolkingskrimp in andere Europese landen Ook andere Europese landen kampen met krimp. De ervaringen uit het buitenland kunnen dan ook relevant zijn voor de Nederlandse situatie. Uit onderzoek blijkt verder dat in verschillende landen op kleine scholen even goede leerling prestaties worden gehaald als op grote scholen. In Ierland bezoekt de helft van de kinderen een kleine school. Voor kinderen die verder dan twee mijlen (ongeveer 4,1 km) van school wonen is er gratis schooltransport. The Scottish Executive (de Schotse regering) stelt vast dat hoe kleiner de school is, hoe groter de kans dat leerlingen de universiteit bereiken. Ook leerlingen met een onderwijsachterstand doen het op kleine scholen beter dan op stadsscholen. In Noorwegen is nu een hernieuwde aandacht voor kleine scholen. Zo is er een kennisnetwerk voor kleine scholen. Om kleine scholen te kunnen handhaven wordt gestreefd naar functieverbreding door: • verbreding van de functie: kinderopvang, studiecentrum en volwasseneducatie; • centrum voor ontwikkeling van lokale culturele activiteiten; • informatiecentrum voor algemene gemeentelijke service, kantoorservice en soms werkplaatsen voor kleine bedrijven3.

2

3

Bron: “Dorpsschool of leerfabriek”, Oberon, September 2020 Bron: “Dorpsschool of leerfabriek”, Oberon, September 2020

9

5. Situering Leudal is een gemeente met ruim 36.000 inwoners, 14 vestigingen voor regulier basisonderwijs en 153 leerlingen gemiddeld per school (Bron: website gemeente; cijfers 2019-2020). De gemeente heeft meerdere kleine scholen, de plaatselijke opheffingsnorm voor Leudal is 51. Scholen met een leerlingenaantal dat 3 jaar op rij onder de opheffingsnorm valt, verliezen hun bekostiging. Dat betekent bijna altijd dat de school moet sluiten. De vraag wat een kleine school is, is niet eenduidig te bepalen. Het ministerie van OCW legt de `bovengrens’ bij 145 leerlingen: ‘scholen die minder dan 145 leerlingen hebben gelden als kleine school en maken aanspraak op de kleine scholentoeslag. De hoogte van deze norm is afhankelijk van het aantal leerlingen per vierkante kilometer. De norm varieert van 23 leerlingen in dunbevolkte gebieden tot tweehonderdtwintig leerlingen in een grote stad. Scholen die minder leerlingen hebben dan de lokale opheffingsnormen moeten binnen drie jaar sluiten, tenzij een van de uitzonderingsbepalingen van toepassing is. Het kan dus voorkomen dat een school van bijvoorbeeld honderdzestig leerlingen niet geldt als klein (en géén kleine scholentoeslag ontvangt), maar minder leerlingen heeft dan de lokale opheffingsnorm en in principe dicht moet.

In de praktijk ervaren de meeste scholen (in krimpgebieden) pas problemen wanneer het leerlingenaantal daalt tot tachtig of minder, en de leerlingen verdeeld zijn over vier combinatieklassen of minder. Het dorp Buggenum heeft afgerond een totale oppervlakte van 417 hectare, waarvan 406 land en 11 water. De gemiddelde dichtheid van adressen is 199 adressen per km2. Er wonen 410 huishoudens. Het aantal inwoners in Buggenum is met 28 personen gedaald van 978 in 2013 tot 950 in 2020 (dat is 2,83%). Het aantal inwoners is het aantal personen zoals op 1 januari in het bevolkingsregister vastgelegd. Het dorp Kelpen-Oler kent een oppervlakte van 1211 ha. Waarvan 1190 land en 21 water. De gemiddelde dichtheid van adressen is 89 adressen per km2. Er wonen 84 huishoudens in Kelpen-Oler. Naar schatting van de gemeente Leudal zal de krimp van het leerlingenaantal tot 2027 doorzetten en zal naar verwachting daarna van een geleidelijke stijging sprake zijn.

10

5.1 Basisschool Antonius in Buggenum Basisschool Antonius is gesitueerd aan de Berikstraat aan de rand van het dorp met uitzicht op het groen en de dijk en uiterwaarden van de Maas. De school ligt iets verhoogd, desondanks stond 25 jaar geleden het water één meter hoog in de school. Het schoolplein is omgeven door een metalen afsluitbaar hek en kent een aantal speeltoestellen. De tamme kastanje bij de entree ontwortelt de stenen op het plein. Voorts is men bezig met enige renovatie van het plein dat dus aan de wegkant gesitueerd is. Aan de achterkant van de school is het kleuterplein gesitueerd met een speelhuisje voor de kinderen. De school is gebouwd in 1972 en maakt ondanks de leeftijd een knusse en verzorgde indruk. Bij navraag blijken de akoestiek en de ventilatie een aandachtspunt, hoewel dit door het (beperkte) aantal leerlingen ook geen echte problemen geeft. De radiatoren zijn oud en de ketel dient eigenlijk vervangen te worden, maar functioneert nog naar behoren. De inbraaken brandbeveiligingsinstallaties zijn onlangs vervangen en ook de toiletgroepen zijn net vernieuwd. Verder zijn er hygiënemaatregelen genomen via aankoop eigen dispensers ed. De verlichting gebeurt middels led armaturen, dus energie zuinig. Het meubilair van de leerlingen is duidelijk oud en afgeschreven. De school kent 6 lokalen en er worden vier groepen gehuisvest: gr. 1-2, gr. 3-4, gr.

5-6 en gr. 7-8. Groep 1-2 heeft een groot speel/werklokaal en verder is er een speellokaal. De overige groepen gymmen in Gemeenschapshuis de Roffert naast de school. De school kent geen BSO in huis en ook geen Kinderopvang, die zit in Haelen.

Prognoses van DUO laten nadrukkelijke krimp zien.

10

5.2 Basisschool St. Liduina in Kelpen-Oler De school is een oude acht klassige basisschool uit 1967 met zowel binnen als buiten enorm veel ruimte. Zeker afgezet tegen de momenteel aanwezige 53 leerlingen volgens de telling van 1 oktober 2020. Bij aankomst vallen direct de nieuwe boeiboorden op en bij binnenkomst de nette staat van het onderhoud. In de school is ruimte verhuurd aan de bibliotheek en de Stichting Hoera kindercentra (maatschappelijke kinderopvangorganisatie). De school heeft een kleine aula en in de hal een mooie balie. De drie leerlingengroepen hebben ieder twee lokalen tot hun beschikking en daarnaast is er ook nog een speellokaal en een handvaardigheidslokaal beschikbaar. De lokalen hebben allen vloerbedekking, wat voor de akoestiek fijn is, maar voor het schoonmaken minder. De vloeren zien er overigens zeer schoon en goed uit. Het schoolplein aan de achterkant van de school is enorm en aan de zijkant is een zeer goed onderhouden groentetuin gesitueerd. Aan deze zijden zijn de boeiboorden niet vervangen. Het meubilair ziet er goed en vrij nieuw uit.

Prognoses van DUO laten nadrukkelijke krimp zien.

11

5.3 Ambities gemeente Leudal Visie op onderwijs gemeente Leudal4 De beleidsuitgangspunten van de gemeente Leudal staat in de structuurvisie als volgt gedefinieerd: Een optimale spreiding van basisscholen in de gemeente Leudal staat ten dienste van het lokale onderwijsbeleid. De hoofddoelen van het onderwijsbeleid zijn:  Realiseren van doorgaande leerlijnen voor de jeugd van 0 tot 12 jaar  Verminderen aantal verplaatsingen voor werkende ouders om hun kinderen onder te brengen bij (onderwijs)activiteiten  Faciliteren van een goed en bereikbaar onderwijsaanbod  Streven naar unilocaties van basisscholen Ruimtelijke weerslag Om aan deze beleidsuitgangspunten invulling te geven, en zodoende een duurzaam voorzieningenpatroon te realiseren, zal de gemeente Leudal optimaal anticiperen op de ruimtelijke mechanismen.

Dit heeft de volgende ingrepen tot gevolg:  De realisatie van Brede Scholen wordt gestimuleerd; bij voorkeur worden alle voorzieningen voor de jeugd (consultatiebureau, peuterspeelzaal, kinderopvang, BSO, jeugdwerk, bibliotheek) geïntegreerd op basis van multifunctioneel ruimtegebruik  Basisscholen worden standaard gebouwd met een gymzaal; vergroting tot een sporthal wordt waar mogelijk nagestreefd in verband met medegebruik voor de gemeenschap  Voor het oplossen van knelpunten in de huisvesting wordt in principe eerst gekeken naar huisvestingsmogelijkheden bij andere scholen en de spreiding van de gebouwen over de gemeente; bij de spreiding zal rekening worden gehouden met de centraliteit ten opzichte van het voedingsgebied  Wettelijk verplichte onderwijsvoorzieningen realiseren op basis van leerlingenprognoses uit het Integraal Huisvestingsplan (IHP); bij een grote verwachte daling van het aantal leerlingen wordt de nieuwbouw met opzet te klein uitgevoerd (er vindt dan een overbruggingsperiode met noodhuisvesting plaats)  Ook is het beleid van de gemeente gericht op IKC. Aan nieuwe locaties voor kinderopvang, die niet in of bij school liggen, wordt niet meegewerkt door de gemeente. Effectuering De gemeente Leudal biedt zelf geen onderwijs aan.

Om de ruimtelijke weerslag te realiseren zal de gemeente:  Middelen doordecentraliseren  Planologische en stedenbouwkundige condities creëren waarbinnen onderwijshuisvesting, ook in de toekomst, kan worden ontwikkeld  Naast het OOGO extra tijd investeren in bilaterale overleggen met schoolbesturen Integraal huisvestingsplan Overleg is gestart met schoolbestuur SPOLT en de overige in Leudal werkzame schoolbesturen om te komen tot een integraal huisvestingsplan (IHP). Een IHP is een meerjarenperspectief voor de portefeuille onderwijshuisvesting. Het IHP is een coproductie tussen gemeente en schoolbesturen en een verbeterde en gezamenlijke invulling van de zorgplicht. Het biedt een leidraad voor investeringen in de huisvesting, zorgt voor een beleidsmatige en evenwichtige inzet van middelen en biedt een goed vertrekpunt voor het verbinden van opgaven in het sociaal maatschappelijk domein.

12

4

Bron Structuurvisie

13

Sluiting basisscholen In december 2020 informeerde het schoolbestuur SPOLT, het college en de gemeenteraad schriftelijk over het voorgenomen besluit tot sluiting van de basisscholen in Buggenum, Heibloem en Kelpen-Oler. Naar aanleiding van deze informatie zijn op 22 december 2020 door de gemeenteraad twee moties aan de orde over het door Stichting Primair Onderwijs Leudal en Thornerkwartier voorgenomen besluit tot sluiting van drie basisscholen” aangenomen. Over invulling van betreffende moties vond rapportage aan de gemeenteraad plaats. Op basis hiervan wenst de gemeente Leudal onderzoek te laten doen naar de haalbaarheid van instandhouding van basisschool St. Liduina (Kelpen-Oler) en basisschool Antonius (Buggenum).

6 Onderzoeksvragen en bevindingen 6.1. Onderzoeksvragen Het onderzoek is gebaseerd op de volgende vragen die worden onderzocht vanuit objectiveerbare gegevens en opvattingen van betrokkenen. 1. Kunnen de beide scholen na overdracht aan stichting Akkoord!PO of De Kempen middels de gemiddelde schoolgrootte in stand worden gehouden op korte termijn (1 en 5 jaar) en midden lange termijn (5 en 10 jaar). 2. Welke overige risico’s spelen er bij de overdracht van de beide scholen: Financieel: 1. Gebouwen:     

Hoe is de onderhoudsstaat van betrokken schoolgebouwen vanuit de meerjarenonderhoudsplanning? Is er sprake van leegstand en in welke mate? Wat betekent dit voor de exploitatie van deze gebouwen en mogelijke remanentiekosten5? Heeft de school een energielabel? Welke contracten zijn er afgesloten t.a.v. onderhoud?

2. Leermiddelen: 

Wat is de staat van afschrijving van gebruikte methoden, ICT-middelen etc. en hoeveel middelen dienen hiertoe te worden overgedragen aan het ontvangende schoolbestuur middels de overdrachtsakte. Denk ook aan afschrijving evt. speeltoestellen.

3. Personeel:  

5

Ziekteverzuim en leeftijdsopbouw (in principe volgt het personeel een fusie). Risicodossiers (langdurig zieken evt. outplacement trajecten).

Remanentiekosten zijn extra uitgaven die niet gedekt worden door inkomsten.

13

Bereidheid om binnen het openbaar onderwijs te werken.

4. Keuzemotieven ouders:   

Analyse tevredenheidspeilingen. Uitkomsten ouderpeiling t.a.v. overdracht en wijziging grondslag van RK naar openbaar. Medezeggenschap.

5. Kwaliteit van onderwijs:     

Oordeel van de inspectie Conceptueel Aanbod levensbeschouwelijk onderwijs; is dit te waarborgen binnen het openbaar onderwijs. Wat is de opvatting van de NKSR? Welke kansen zijn er om de school te laten groeien?

14

6.2 Bevindingen In dit hoofdstuk doen we aan de hand van de gestelde onderzoeksvragen verslag van onze bevindingen.

6.2.1 Berekening gemiddelde schoolgrootte Kunnen de beide scholen na overdracht aan Akkoord!PO of RBOB De Kempen middels de gemiddelde schoolgrootte in stand kunnen worden gehouden op korte termijn (1 en 5 jaar) en midden lange termijn (5 en 10 jaar). RBOB De Kempen De huidige situatie op basis van de prognoses, zonder de Leudalse scholen Antonius en St. Liduina, is als volgt:

Dit houdt in dat de opheffingsnorm van die 11 gemeenten samen een gemiddelde opheffingsnorm geeft van 95, de gemiddelde schoolgrootte van de scholen bij de stichting ruim 247 is en er dus een ruime marge is. De marge is dan het verschil tussen die twee waarden vermenigvuldigt met het aantal scholen (14). Na de overdracht van beide Leudalse scholen aan RBOB De Kempen wordt het niet minder rooskleurig:

Er komen dan bijna 100 leerlingen bij en de marge groei met hetzelfde aantal. Dit geeft genoeg marge om deze scholen op te kunnen nemen. Stichting Akkoord!PO Ook hier zie je dat de stichting eigenlijk genoeg ‘body’ heeft om deze overdracht qua instandhoudingsregels te kunnen dragen. Daarbij moet nog gezegd worden dat OBS De School in 2015 gestart is en dus nog niet de 8 jaren bestaat en niet meetelt. Zou je die wel meetellen (50 leerlingen bij een gemeentelijke opheffingsnorm van 65), dan nog komt de stichting niet in de problemen. De cijfers zoals ze nu zijn op basis van hun eigen prognoses:

De marge is niet zo groot als bij RBOB De Kempen, maar nog steeds zodanig, dat men 40% moet krimpen voordat er een probleem is. Dat is zelfs met de leerlingendaling in het land de afgelopen 10 jaar niet voorgekomen in de zwaarst krimpende regio’s. En dan nog: ook de normen krimpen elke 5 jaar mee. Wanneer je de Leudalse scholen hierin meeneemt, dan verlaagt dat die marge wel licht:

15

Ook hier is de marge ruim genoeg om dit te kunnen dragen. Conclusie: Beide stichtingen kunnen overdracht van de St. Antonius en de St. Liduina aan qua grootte van de stichting ten opzichte van de normen in de wet- en regelgeving.

6.2.2 Financieel Algemeen In zijn algemeenheid zijn aan de instandhouding van scholen risico’s verbonden. Dit verdient vooral aandacht bij een mogelijke (bestuurlijke) overdracht van één of meer scholen. In dit geval betreft het een mogelijke overdracht van de basisscholen Antonius en St. Liduina van SPOLT aan een ander schoolbestuur. Voor het vaststellen van de mogelijke risico’s moet o.a. gekeken worden naar zaken als gebouwen en leermiddelen en hetgeen daarover in de (financiele) documenten is opgenomen. Alvorens daar aandacht aan te besteden is het van belang om eerst het financieel perspectief te schetsen bij de mogelijke overdracht van één of meer scholen. Overigens geldt daarbij ook altijd de volgende beschouwing: De exploitatiekosten van een school bestaan voor circa 80% tot 85% uit personeelskosten. Dit geldt derhalve ook voor de daaraan verbonden financiele risico’s. Hoewel met name de meerjarige financiele risico’s voor de materiele kosten niet mogen worden onderschat, dient dit perspectief niet uit het oog te worden verloren. Perspectief: Bij een (bestuurlijke) overdracht van één of meer scholen gaan alle middelen (activa & passiva) over in de toestand waarin die zich bevinden ten tijde van de overdracht6. Dit geldt voor het gebouw, de inventaris en alle rechten en plichten.

Na de formele notariële overdracht komt de OC&W bekostiging binnen bij het ontvangende schoolbestuur waarmee de instandhouding van de school kan worden voortgezet. Vanaf dit punt kan de vraag worden gesteld of er voorafgaand aan de overdracht voldoende is gereserveerd of voorzien om aan de toekomstige verplichtingen voor instandhouding te voldoen? Ook kan de vraag worden gesteld of de gangbare reserveringen en voorzieningen voldoende zijn of dat er bijzondere en te grote financiele risico’s liggen op hetgeen wordt overgedragen? Hierna volgen eerst enkele financiële (ken)getallen die betrekking hebben op een mogelijke (bestuurlijke) overdracht van de twee scholen inclusief hetgeen SPOLT daarover begroot (A). Vervolgens gaan we in op enkele specifieke zaken als de gebouwen en de daaraan verbonden financiële risico’s (B). A Financiele kengetallen In de bekostiging van het funderend onderwijs zit een sterke relatie met het aantal leerlingen per school én in totaal. Met betrekking tot de verhouding tussen de twee betreffende scholen en de totale exploitatie van SPOLT gelden de volgende percentages: 6

Overigens geldt dit volgens de WPO ook voor het personeel hetgeen in hoofdstuk XX is / wordt besproken)

16

Tabel A; verhouding leerlingen én bekostiging Aantal leerlingen per:

1-okt-20

Omschrijving Totaal aantal leerlingen/ bekostigingschoolbestuur

aantal percentage 2.224

aantal leerlingen/ bekostiging Antonius aantal leerlingen/ bekostiging Liduina

64 53 Totaal

bekostiging percentage € 16.175.250

2,88% 2,38%

€ 598.652 € 525.627

3,70% 3,25% 6,95%

5,26%

Hoewel in eerste aanleg een verhouding op basis van leerlingen een goede basis voor kostenallocatie kan zijn, is met name voor de betreffende scholen een verhouding op basis van bekostiging een betere benadering van de feitelijke situatie. Immers binnen de bekostiging wordt voor een deel rekening gehouden met de problematiek en risico’s van kleine scholen. Op basis van deze cijfers geldt voor Antonius een procentuele verhouding van 3,7% en voor Liduina 3,25%, in totaal 6,95%. Dit betekent dat indien er gekozen wordt voor een normatieve kostenallocatie, deze percentages gezien kunnen worden als een goede basis. Voor de betreffende scholen kan worden vastgesteld of zelfs berekend wat de terzake vorderingen en/of schulden zijn. Vorderingen zijn minder gebruikelijk in het onderwijs dan schulden. Dit kunnen bijvoorbeeld nog te ontvangen bedragen op schoolniveau zijn. Hierbij kan ook worden gedacht aan ouderbijdragen op schoolniveau die in dat geval moeten worden benoemd. De passiva vertegenwoordigen de schulden en worden gevormd door aangegane (contract)verplichtingen maar ook de reserves en voorzieningen met betrekking tot het aandeel van de school. Wat betreft eventuele vorderingen geven de documenten geen informatie, deze informatie dient nog specifiek te worden opgevraagd én beoordeeld, voorafgaand aan de bestuurlijke overdracht.

Het overdragende schoolbestuur (SPOLT) heeft een meerjarenbegroting van beide scholen afzonderlijk opgesteld. Het betreft de periode 2021 tot en met 2025. De begrote resultaten van beide scholen zijn in onderstaande tabel vervat: Tabel A; exploitatieresultaat conform berekening SPOLT Weergave: gemiddeld resultaat per onderdeel op basis van begroting School

personeel

St Liduina

€

Antonius

Totaal

materieel

totaal -74.985 €

per leerling

-57.323 €

-17.662 €

-1.415

€

-44.372 €

-17.792 €

-62.164 €

-971

€

-101.695 €

-35.454 €

-137.149 €

-2.386

De bedragen over de periode 2021-2025 zijn tot een gemiddelde per jaar herleid. Uit de tabel kan worden afgeleid dat er bij ongewijzigd beleid jaarlijks ruim € 137.000 moet worden toegevoegd bovenop de bekostiging van beide scholen (St Liduina: € 74.985 en Antonius € 62.164). Uiteraard kunnen en zullen er maatregelen worden genomen, ook maatregelen kosten echter geld. Welke verplichtingen zijn bekend en kunnen aan de scholen worden gealloceerd? Zoals gezegd betreft dit ook eventuele reserves en voorzieningen. De verplichtingen voor de meerjarige voorzieningen komen tot uitdrukking in de afschrijvingskosten. Het jaarlijkse afschrijvingsbedrag daalt in de begroting, hetgeen logisch is in verband met de aflopende investeringen. Het totale jaarlijkse afschrijvingsbedrag voor St Liduina bedraagt € 4.150 en voor Antonius € 1.177 (zie de begroting per school). 17

Bijlage 3: Schoolbegrotingen Bijlage 4: Meerjarenbegrotingen SPOLT Deze bedragen moeten worden gedekt vanuit de materiele lumpsum. Voorafgaand aan de bestuurlijke overdracht moet middels een specificatie worden getoetst of de over te dragen activa op hoofdlijnen overeenkomt met deze verplichtingen. Uit de aangeleverde informatie kan worden geconcludeerd dat er met betrekking tot de scholen geen langdurige contracten zijn gesloten (> dan 1 jaar). Dit betekent dat het ontvangende schoolbestuur hiertoe geen verplichtingen krijgt overgedragen en haar eigen beleid kan toepassen. Dit betreft bijvoorbeeld contracten voor een cv ketel en andere (meerjarige) huisvestingscontracten. Voorafgaand aan een eventuele bestuurlijke fusie wordt dit nogmaals getoetst en vastgelegd. B Gebouwen De huisvesting en de daaraan verbonden exploitatiekosten vormen het grootste deel binnen de materiele kosten van een schoolbestuur. Bij de bestuurlijke overdracht wordt het volledige eigendom van de schoolgebouwen notarieel overgedragen aan het ontvangende schoolbestuur7. Ook alle rechten én plichten gaan dan over. Eventuele exploitatietekorten zijn vanaf dat moment voor rekening van het ontvangende schoolbestuur. Eventuele leegstand (ruimtelijke overdimensionering) is een belangrijke kostenpost. Vanuit de materiele lumpsum ontvangt het schoolbestuur een standaard vergoeding aan bruto vloeroppervlak (bvo).

Op basis van het aantal leerlingen per 1 oktober 2020 is de vergoeding gebaseerd op een genormeerd BVO van 495 m2. St. Liduina heeft een werkelijk BVO van 972 m2 en Antonius een werkelijk BVO van 871 m2. Een forse overdimensionering. In dit geval betekent dit een onvoldoende dekking van de aan de huisvesting verbonden exploitatielasten. Geringe overdimensionering (leegstand) is niet ongebruikelijk in het onderwijs. Meer specifiek is de onderhoudsstaat van beide schoolgebouwen. Eventueel zwaar achterstallig onderhoud leidt tot grote kostenposten voor het ontvangende schoolbestuur. Van beide schoolgebouwen zijn meerjaren onderhoudsplanningen (MJOP) aanwezig. NB: Overigens zijn het uitsluitend cijfermatige opstellingen zonder bronvermelding of een formele ondertekening waardoor er een voorbehoud moet worden gemaakt wat betreft verantwoording. Vanuit de MJOP van beide schoolgebouwen is de volgende tabel op te stellen: Tabel B; MJOP van de schoolgebouwen en de onttrekking uit de voorziening Weergave: gemiddelden over de periode 2020 tot en met 2026 School

lasten p jaar

St Liduina Antonius Totaal

onttrekking

gem. tekort

€

21.586 €

4.750

€

€

21.343 €

4.250

€

42.929 €

per leerling

16.836 €

318

€

17.093 €

267

9.000 €

33.929 €

585

Uit de tabel moet worden geconcludeerd dat de kosten voor het geplande onderhoud de begrote jaarlijkse inkomsten ernstig overstijgen. Uiteraard kunnen en zullen nog keuzes moeten worden gemaakt, echter een jaarlijks tekort van boven de € 15.000 per school zal een onderhoudsvoorziening snel uitputten8.

7

Op grond van de WPO behoudt een gemeente het economisch claimrecht op de gebouwen waardoor de waarde van het gebouw niet op de balans van het schoolbestuur verschijnt maar op de balans van de gemeente wordt verantwoord. 8 Hierbij geldt de aanname dat de onttrekking uit de voorziening in de huisvestingslasten is opgenomen.

18

Schoolbestuurlijke risico’s kunnen o.a. worden afgedekt middels reserves en voorzieningen9. Het overdragende schoolbestuur beschikt ultimo 2020 over een onderhoudsvoorziening voor huisvesting. Het totaal van de voorziening bedraagt € 1.422.327 voor alle scholen. Een jaarlijkse onttrekking van € 9.000 schiet tekort voor de dekking van de geplande onderhoudslasten. De volgende normatieve berekening zou als uitgangspunt kunnen worden gekozen. De normatieve bekostiging geldt als een goed uitgangspunt waaruit een schoolbestuur (met beleidskeuzes) haar kosten moet dekken. Voor St. Liduina was dit percentage: 3,25% en voor Antonius: 3,7%. Ook een onderhoudsvoorziening wordt vanuit deze middelen opgebouwd. Dit betekent dat er voor St. Liduina € 46.225 kan worden toegerekend en voor Antonius € 52.626 kan worden toegerekend. Partijen dienen nadere afspraken te maken of en in welke mate deze middelen toereikend zijn voor het toekomstige onderhoud. Met betrekking tot het onderhoud betreft dit voor beide scholen een dakrenovatie/ onderhoud. Ook voor de eerdergenoemde overdimensionering moet een oplossing worden gezocht. Gedacht kan worden aan medegebruik of andere oplossingen die de lasten voor het schoolbestuur verlagen. Gelijk aan de voorziening bouwt een schoolbestuur ook reserves op vanuit de jaarlijkse lumpsum.

Ultimo 2020 beschikt het overdragende schoolbestuur over € 5.472.189 aan reserves. Dit is verdeeld in een algemene reserve en een bestemmingsreserve. Niet alle reserves kunnen aan de materiele lasten worden toegerekend, zo is er een bestemmingsreserve voor personele risico’s en dient uiteraard ook de algemene reserve voor alle risico’s inclusief de personele risico’s. Gelijk aan de voorzieningen kan de volgende normatieve berekening als uitgangspunt worden gekozen. De reserve ‘innovatiefonds’ en de reserve ‘P&A beleid’ worden gecorrigeerd voor de materiele kosten. Omdat circa 15% van de bekostiging wordt besteed aan materiële lasten kan dit ook voor de algemene reserve worden toegepast. Alsdan bedragen de normatieve ‘materiele’ reserves € 1.002.012. Passen we dit toe op de normatieve aandelen van beide scholen leidt dit tot een normatieve berekening van € 69.640 reserve voor materiele lasten. Vanuit deze gelden dient het aanpassingsbeleid te worden bekostigd om te komen tot een dekkende exploitatie voor materiele lasten. Aanvullend dienen afspraken gemaakt te worden over eventuele reserves die voortvloeien uit de NPO10 middelen.

Samenvatting financieel:  Op basis van het huidige leerlingenaantal én bekostiging kan voor beide scholen een normatief aandeel worden berekend in de lumpsumbekostiging en daarmee het aandeel waarvoor een dekkende exploitierekening moet worden gerealiseerd; 

Voorafgaand aan een eventuele bestuurlijke overdracht moeten een aantal controles worden uitgevoerd, zowel wat betreft eventuele vorderingen (bankrekeningen) als verplichtingen en de activalijsten;

De begrote (materiele) exploitatierekeningen van beide scholen leiden tot tekorten van bijna € 18.000 per jaar per school. Hierop moet worden gestuurd en moeten maatregelen worden genomen. Gemiddeld zijn er twee tot drie schooljaren nodig om maatregelen effectief te laten zijn;

Er is sprake van grote leegstand (overdimensionering) waarvoor een oplossing moet worden gezocht. Vanuit de reguliere lumpsum is dit niet financierbaar (zonder bijdrage vanuit andere scholen);

9

In formele zin moet een verzekering ook worden genoemd; dit valt voor nu buiten het kader van dit onderzoek. NPO=Nationaal Programma Onderwijs

10

19

Uit de MJOP van beide scholen blijken tekorten. Een jaarlijks tekort van ruim € 15.000 kan niet vanuit de reguliere lumpsum worden gedekt;

De verschillende risico’s kunnen tot een normatieve voorziening en reserve worden herleid. In dat geval zou de gealloceerde voorziening € 98.851 bedragen en de (materiele) reserve € 69.640. Hierbij moeten afspraken worden gemaakt;

Uit de aangeboden documentatie moet worden geconcludeerd dat de financiele risico’s op het gebied van huisvesting te hoog zijn om zonder nadere afspraken de bestuurlijke overdracht te realiseren. Dit betreft het onderhoud en de leegstand. Op basis van die uitkomst moet de begrote exploitatie worden aangepast. Vervolgens moet worden vastgesteld of de eerder berekende normatieve bedragen als uitgangspunt kunnen dienen.

6.2.3 Personeel In dit hoofdstuk worden de volgende onderzoeksvragen met betrekking tot het personeel beantwoord: 1. Ziekteverzuim en leeftijdsopbouw 2. Risicodossiers (langdurig zieken evt. outplacement trajecten) 3. Bereidheid om binnen het openbaar onderwijs te werken De kwantitatieve gegevens per school zijn opgenomen in de bijlage. Ziekteverzuim en leeftijdsopbouw Het gemiddelde verzuim van de totale stichting in schooljaar 2020-2021 staat op 6,5%. Het landelijk verzuimcijfer in 2019 was 5,7% voor onderwijsgevend personeel en 5,8% voor onderwijsondersteunend personeel. Let wel: deze cijfers zijn van voor de Coronaperiode. St. Liduina Het gemiddeld verzuim voor de St. Liduina in het schooljaar 2020-2021 staat op 12,89%. Dit is fors hoger dan het gemiddelde van de stichting en dan het landelijk gemiddelde. Het kleine aantal personeelsleden zorgt ervoor dat het percentage snel oploopt als er een nieuwe zieke bijkomt (en ook weer snel zal dalen als een zieke herstelt). De St. Liduina kent in dit overzicht 13 personeelsleden. Daarvan zijn er in het afgelopen jaar 6 ziek geweest, waarvan 4 langdurig. Het aantal langdurig zieken is dan ook een grote component in de opbouw van het verzuimcijfer. Tot november 2020 lag het verzuimpercentage structureel lager. Onderzocht moet worden wat daar de reden van is.

In de grafiek met betrekking tot de leeftijdsopbouw zijn 7 personeelsleden opgenomen. Er is slechts 1 personeelslid in de categorie 30-40 jaar. Er zijn geen personeelsleden jonger dan 30 jaar. 2 personeelsleden bevinden zich in de categorie 40-50 jaar, 3 personeelsleden in de categorie 50-60 jaar en 1 personeelslid bevindt zich in de categorie 60-70 jaar. Het gaat hier dan ook om een team met relatief oudere personeelsleden. Antonius Het gemiddeld verzuim voor de Antonius in het schooljaar 2020-2021 is 13,23%. Gedurende het jaar heeft het verzuimpercentage per maand ongeveer op 12% gelegen met uitschieters in mei en juni 2021, respectievelijk 15,6% en 21,47%. Nadere analyse van deze uitschieters is wenselijk. Ook in het schooljaar 2019-2020 was er sprake van een constant hoog verzuim van rond de 12%. In het overzicht staan 18 personeelsleden. Hiervan zijn er 5 langdurig ziek geweest, waarvan 1 langer dan een jaar en 1 langer dan 2 jaar. 20

De grafiek met betrekking tot de leeftijdsopbouw kent 8 personeelsleden. Er zijn geen personeelsleden jonger dan 30 jaar. Er is slechts 1 personeelslid in de categorie 30-40 jaar en 1 in de categorie 40-50 jaar. 3 personeelsleden bevinden zich in de categorie 50-60 jaar en 3 personeelsleden bevinden zich in de categorie 60-70 jaar. Dit team kent een relatief hoge gemiddelde leeftijd. Voor beide scholen geldt dat er op basis van de aangeleverde gegevens geen analyse kan worden gemaakt van het verzuim per functiecategorie. Risicodossiers (langdurig zieken evt. outplacement trajecten) Er is sprake van een beperkte dataset waardoor er geen kwalitatieve interpretatie door VOS/ABB kan plaatsvinden, de arbodienst zou een jaarverslag kunnen opleveren met daarin relevante analyse van ziekteverzuim en verzuimfrequenties met daarbij behorende analyse. Zowel op de St. Liduina als op de Antonius is afgelopen schooljaar sprake geweest van veel langdurig verzuim. Het lijkt er nu op basis van bovenstaande op dat er nog 1 langdurig zieke is bij de start van schooljaar 2021-2022. Het vergt meer dossierstudie om een inschatting te maken over het duurzame herstel van de langdurig zieken van vorig jaar. Ook was er nog een personeelslid op de Antonius school die langer dan 2 jaar ziek was. De vraag is of de WIA-aanvraag inmiddels gedaan is en of er al een uitspraak van het UWV is.

Er lopen op dit moment geen outplacementtrajecten op een van deze twee scholen. Bereidheid om binnen het openbaar onderwijs te werken Leerkrachten zijn door SPOLT niet expliciet bevraagd op hun bereidheid om in het openbaar onderwijs te willen werken. Daarvoor was het nog te vroeg. Het personeel dat al heel lang op deze scholen werkt vindt een eventuele verandering begrijpelijkerwijs spannend. Wel is bekend dat de meeste personeelsleden die nu aan de twee scholen verbonden zijn, graag willen blijven werken op ‘hun’ school. Op beide scholen heeft een collega voorafgaand aan dit schooljaar (2021-2022) te kennen gegeven de mogelijkheden te willen onderzoeken om op een andere SPOLT-school te kunnen gaan werken. Beide collega's hebben gebruik gemaakt van interne mobiliteit en zijn inmiddels gestart op een andere school. Het bevragen van de bereidheid van de medewerkers is een logisch onderdeel van het onderzoeken van alternatieven. Het is belangrijk om dit onderdeel zorgvuldig vorm te geven. Overigens kan deze onderzoeksvraag in een eventuele vervolgfase uitgebreid worden met de vraag of medewerkers bereid zijn zich te verbinden aan een nieuwe entiteit. Bijlage 5: Kwantitatieve gegevens personeel

21

6.2.4 Motieven ouders Tevredenheidspeilingen onder medewerkers, leerlingen en ouders/ verzorgers. Over de Antonius is geen informatie te vinden op de officieel website ‘Scholen op de kaart.’ Voor de St. Liduina geven de resultaten rond tevredenheid van medewerkers 2021 (respons 100%) een gemiddelde tevredenheid van 7.8. Voor de St. Liduina geven de resultaten van leerlingentevredenheid 2021 (groep 6/7/8 respons 97%) een gemiddelde van 8.0. Ook de ouders geven een 8.0 gemiddeld (respons 59%). Bijlage 6: Uitkomsten tevredenheidspeilingen St. Liduina

Om een beeld te krijgen van hoe ouders kijken naar instandhouding van de scholen is gesproken met beide voorzitters van de medezeggenschapsraden. Daarnaast is gekeken naar beschikbare tevredenheidspeilingen. Beelden vanuit de medezeggenschapsraden: St. Liduina De rode draad uit het gesprek met de voorzitter van St. Liduina is, dat het voor de ouders en leerlingen het meest belangrijk is om de school open te houden en dat de school onder een ander bevoegd gezag wordt ondergebracht. De MR is een zeer betrokken orgaan en steekt veel energie in het behoud van de school voor het dorp. De MR-voorzitter geeft aan dat de interim-directeur van de school onderzoek heeft gedaan dat aantoont dat de school levensvatbaar is. Dit in tegenstelling tot de overtuiging van de bestuurder van SPOLT. De voorzitter heeft al de tijd dat de reuring over de schoolsluiting speelt, bewust de dialoog opgezocht en veel samengewerkt met diverse dorpsgenoten. Er is onderzoek onder ouders gedaan en die hebben aangegeven dat er geen overwegende bezwaren bestaan voor het overgaan naar het openbaar onderwijs. De pastoor heeft als enige wel bezwaar gemaakt. Het is wel belangrijk dat de cultuur van de school behouden blijft. Dat wil zeggen dat het vieren van carnaval, communie en dergelijke wel belangrijk is. De medezeggenschapsraad heeft geen voorkeur naar welke stichting de school over zou moeten gaan.

De voorzitter heeft vernomen dat 1 oktober de deadline is voor het rapport. Graag verneemt zij van de gemeente hoe het proces nu verder gaat. De voorzitter geeft nog aan dat zij de laatste maanden CNV onderwijs hebben ingeschakeld voor ondersteuning. Antonius Ook uit dit gesprek blijkt dat de MR het belangrijk vindt dat school open blijft. De voorzitter is sinds december 2020 voorzitter van de medezeggenschapsraad. Het besluit van SPOLT om de school te willen sluiten kwam voor de medezeggenschapsraad als een donderdagslag bij heldere hemel. De medezeggenschapsraad had de bestuurder van 22

SPOLT gevraagd om dit besluit nog even stil te houden maar de bestuurder heeft dat niet opgevolgd. Daarop heeft de medezeggenschapsraad ook de publiciteit gezocht. De volgende stap van de raad was om de rust te bewaren en het vertrouwen van de ouders terug te winnen. De raad wilde de verstandhouding met de bestuurder goed houden. Wel heeft men Jurion ingeschakeld voor (juridische) ondersteuning. Ook is de Organisatie voor het behoud van kleine scholen ingeschakeld. Er is gezocht naar alternatieven voor de school. Er is al gesproken met een andere katholieke stichting die bereid zou zijn om de school over te nemen. De andere partijen die bereid zouden zijn om de school over te nemen zijn haar niet bekend. Vanuit de ouders is er draagvlak voor openbaar onderwijs. Er zijn geen harde voorwaarden, maar het is voor de ouders en kinderen wel belangrijk dat het personeel ook mee kan naar de nieuwe organisatie. Het belangrijkste doel is dat de school open blijft. De voorzitter heeft vernomen dat 1 oktober de deadline is voor de gemeente. Het is belangrijk dat de communicatie goed is en dat men snel verneemt wat de vervolgstappen zijn. De gemeente moet niet over hen praten maar met hen praten. De medezeggenschapsraad is het doorgeefluik naar ouders en daarvoor is het belangrijk om goed geïnformeerd te zijn. De rust en het vertrouwen moeten bewaard blijven.

Samengevat: De medezeggenschapsraden geven beide aan dat de scholen open moeten blijven en dat zij geen bezwaar hebben tegen een omzetting van katholiek naar openbaar onderwijs. De raden zijn benieuwd naar het proces na oplevering van het vooronderzoek op 1 oktober en verwachten communicatie vanuit de gemeente.

6.2.5 Kwaliteit van onderwijs Oordeel Inspectie Oordeel van de onderwijsinspectie na het bestuursonderzoek september 2020: ‘Tijdens het onderzoek is samen met het bestuur geconcludeerd dat er geen indicaties van kwaliteitsrisico’s zijn bij het bestuur en de onderliggende scholen, die een regulier vierjaarlijks onderzoek in het schooljaar 2020/2021 noodzakelijk maken. Het regulier vierjaarlijks onderzoek zal daarom op een later tijdstip plaatsvinden, in principe in schooljaar 2021/2022 of 2022/2023.’ De St. Liduina in Kelpen Oler heeft een basisarrangement. Resultaten van eindtoets (Route 8) in 2017/2018 en 2018/2019 zitten boven ondergrens inspectie. In 2019/2020 geen resultaten vanwege corona. Leerlingen stroomden uit naar vmbo-kader t/m havo. Meest naar vmbo (g)t. Advisering naar vo is nauwkeurig (in eerste jaar en na drie jaar zitten leerlingen goed op niveau in vergelijking tot scholen met dezelfde schoolweging.). De Antonius in Buggenum heeft een basisarrangement. De resultaten eindtoets (AMN Eindtoets) in 2017/2018 en 2018/2019 zijn zeer ruim boven de ondergrens van de onderwijsinspectie. Leerlingen stroomden uit naar alle vervolgniveaus in het voortgezet onderwijs. Meest naar vwo. Advisering naar voortgezet onderwijs is zeer nauwkeurig (in eerste jaar na drie jaar zitten leerlingen goed op niveau in vergelijking met scholen met dezelfde schoolweging). 23

Conceptueel en kwaliteit schoolgidsen St. Liduina werkt met heterogene groepen. Er is een vakleerkracht spel en beweging en een intern begeleider (2 dagdelen). Op de website van de school zijn naast de actuele schoolgidsen het schoolplan over 20152019 te vinden. De Antoniusschool is een traditionele dorpsschool met onderwijs in combinatiegroepen. Uit het schoolplan valt op te maken dat men vraagtekens plaatst bij het traditionele leerstofjaarklassensysteem en dat men het onderwijs ‘in essentie anders’ wil gaan doen. Door middel van groepsdoorbrekend werken, thematisch onderwijs en onderwijs op maat wil de school meer tegemoet kunnen komen aan de behoeften van ieder kind. Hierbij staat elk kind en zijn of haar eigen ontwikkeling centraal. De school sluit daarmee aan op het strategisch beleidsplan van stichting SPOLT. De koers is pedagogisch-optimistisch en wordt gestaafd door zes leidende principes. De schoolgids is uitvoerig en volledig. De Antoniusschool heeft geen vakleerkrachten. De teamleider is ook intern begeleider.

6.2.6 Omzetting van katholiek naar openbaar Deze rapportage geeft inzicht in de mogelijkheden en onmogelijkheden, kansen en bedreigingen ten aanzien van mogelijke overdracht van de RK basisscholen in Buggenum (St. Antonius) en Kelper-Oler (St. Liduina). Een van de mogelijkheden is het overdragen aan een andere stichting. Hiertoe zijn RBOB de Kempen (een samenwerkingsstichting voor openbaar en algemeen bijzonder onderwijs) en Stichting Akkoord!PO (voor openbaar onderwijs) betrokken, die onder voorwaarden bereid zijn de beide scholen over te nemen. Een belangrijke bestuurlijke voorwaarde is dat de scholen bij overdracht worden omgezet van katholiek naar openbaar. Dat kan op een ondeelbaar moment, echter volgens artikel 8 van de ARKO11 van de NKSR12 is daartoe hun goedkeuring vereist.

Feitelijk zijn er geen andere alternatieven. De keuze is dus (mogelijke) overdracht van beide scholen en omzetting naar openbaar of opheffing zoals SPOLT beoogt. Na contact met de NKSR is gebleken dat deze haar toestemming pas zal geven op basis van de fusieeffectrapportage, instemming van de MR’s hierop en reacties van ouders vanuit de ouderpeiling. Aangezien er feitelijk, naast sluiting, geen andere alternatieven zijn, mag verwacht worden dat deze toestemming gegeven wordt. De NKSR heeft aangegeven dat een procedure om te komen tot een besluit van goedkeuring voor omzetting gemiddeld twee maanden duurt. Overdracht aan RBOB De Kempen of Akkoord!PO dient te gebeuren conform artikel 56 WPO

11 12

Arko=Algemeen Reglement voor het katholiek onderwijs NKSR=De Nederlandse Katholieke Schoolraad

24

Artikel 56. Bestuursoverdracht 1. De rechtspersoon die de school in stand houdt, kan de instandhouding van de school overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan artikel 55. De overdracht geschiedt bij notariële akte. 2. Bij deze akte verbindt de overdragende rechtspersoon zich tevens de rechten ten aanzien van gebouwen en terreinen alsmede de roerende zaken over te dragen. Deze akte geldt tevens als akte van levering bedoeld in artikel 89 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. 3. In de akte wordt bepaald dat de rechtspersoon aan wie wordt overgedragen, het personeel in gelijke betrekkingen en onder dezelfde voorwaarden als vermeld in de arbeidsovereenkomst, benoemt met ingang van de datum van overdracht. 4. Door overdracht met inachtneming van de voorgaande leden, treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger met betrekking tot de school, onverminderd hetgeen verder voor de overgang daarvan naar burgerlijk recht is vereist. 5. Bij een splitsing als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een rechtspersoon die een school in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de school in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de school overgaat.

In het laatste geval zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing. Het openbaar onderwijs biedt vanuit artikel 50 WPO de mogelijkheid om katholiek godsdienstonderwijs aan te bieden of van een andere gewenste richting of Humanistisch vormingsonderwijs. Dit op aanvraag van de ouders. De lessen worden verzorgd door bevoegde leraren die verbonden zijn aan het Centrum voor Vormingsonderwijs (CvV) te Utrecht. Daarnaast heeft een openbare school (net als iedere andere school van welke richting dan ook) vanuit kerndoel 38 de opdracht om aandacht te besteden aan verschillende geestelijke stromingen. Artikel 50. Mogelijkheid godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs 1. Het bevoegd gezag stelt de leerlingen in de gelegenheid op de school, binnen de schooltijden, godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen. Van de tijd daaraan te besteden worden ten hoogste 40 uren per schooljaar meegeteld voor het aantal uren onderwijs dat de leerlingen krachtens artikel 8, zevende lid, aanhef en onder b, ten minste moeten ontvangen. Voor de leerlingen die dit onderwijs niet volgen, voorziet het bevoegd gezag in andere onderwijsactiviteiten op de school. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op samenwerkingsscholen als bedoeld in artikel 17d. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=4c92f845-68bb-4d53-b643-1abe4e5d9c0f