Rapportage duurzaam evenwicht sociaal domein 2021
Tekst van het document
DUURZAAM EVENWICHT IN HET SOCIAAL DOMEIN Voortgangsrapportage 2021-2
juni 2021
1
INHOUDSOPGAVE A. Voortgang maatregelen B. Kerncijfers sociaal domein 1. Kerncijfers Wmo/Toegang 2. Kerncijfers Jeugdhulp/Toegang 3. Kerncijfers Participatie C. Financiële vertaling maatregelen D. Risico’s en beheersmaatregelen E. Conclusies Bijlagen 1. Preambule 2. Overall planning 3. Maatregelen (projectbladen)
2
Noot vooraf De gemeenteraad heeft, tegelijkertijd met de vaststelling van de programmabegroting 20212024, het plan van aanpak ‘Duurzaam evenwicht in het sociaal domein’ vastgesteld. Op basis van dit plan is in de begroting 2021-2024 een financiële opgave voor het integrale sociaal domein opgenomen van € 690.00 in 2021, € 2.094.767 in 2022 oplopend tot structureel € 3.142.600 vanaf 2023. Ook is in het kader van het plan van aanpak aangegeven dat de gemeenteraad (Commissie Sociaal) vanaf 2021 per kwartaal wordt geïnformeerd over de voortgang. Op 1 maart 2021 heeft in dit kader de eerste presentatie van de voortgang van het plan van aanpak ‘Duurzaam financieel evenwicht sociaal domein’ plaatsgevonden. Nu ligt de tweede rapportage voor in de vorm van een uitgeschreven voortgangsrapportage die aan de hand van een sheetpresentatie op 28 juni 2021 in de Commissie Sociaal wordt gepresenteerd. In bijlage 1 (Preambule) is een nadere toelichting op het plan van aanpak, de inrichting van het zorglandschap en de maatwerkvoorzieningen Jeugd en Wmo opgenomen. Bij het interpreteren van deze voortgangsrapportage dient rekening te worden gehouden met de volgende aandachtspunten: De overall planning 2020-2023 die is opgenomen in het plan van aanpak ‘Duurzaam evenwicht in het sociaal domein’, vormt het uitgangspunt voor de planning van de maatregelen.
Deze planning is opgenomen in bijlage 2, waarbij ook is aangeven welke maatregelen zijn afgerond c.q. gestart. De eindejaarcijfers 2020 zijn beoordeeld door de accountant. De prognose voor 2021 wordt opgesteld op basis van de volgende onderdelen: o Realisatiecijfers van het 1e kwartaal 2021; o Ingeschatte ontwikkelingen van het volume dat in de rest van 2021 moet worden ingezet aan maatwerkvoorzieningen; o Informatie van beleidsadviseurs naar aanleiding van beleidsinterventies (maatregelen); o Eventuele exogene ontwikkelingen. De voortgangsrapportage kan niet los worden gezien van de context en duiding die tijdens de presentatie in de Commissie Sociaal wordt gegeven. De voortgangsrapportage en presentatie (of eventuele delen van de presentatie) kunnen dan ook niet los worden gebruikt zonder deze context.
3
A. Voortgang maatregelen Alle maatregelen zijn erop gericht om de transformatie in het sociaal domein te realiseren zoals is beschreven in het Regionaal Beleidsplan Sociaal domein 2020-2023 (zie kader) en het daarvan afgeleide Regionaal Uitvoeringsplan sociaal domein. Visie sociaal domein Samen aan de slag met talent: iedereen telt mee, doet mee en draagt bij naar eigen vermogen. Het vitaal houden van onze samenleving is cruciaal voor het bouwen aan een solide toekomst voor onze inwoners. Het sociaal domein ondergaat een grote verandering: van een verzorgingsstaat (voor iemand zorgen) naar een samenleving waarin mensen mee kunnen doen (zelf- en samenredzaamheid). Deze samenleving is erop gericht zoveel mogelijk de eigen mogelijkheden van inwoners en hun gemeenschap te benutten en te bevorderen. We streven naar een situatie waarin de samenleving als geheel en mensen individueel keuzes maken die bijdragen aan hun gelukkig, gezond, veilig en participerend bestaan. Hiervoor is een gemeenschap die een stevig sociaal fundament biedt cruciaal. Dit betekent dat inwoners naar elkaar omkijken en dat mensen terug kunnen vallen op een eigen netwerk of professionele ondersteuning. Dit vraagt zelfredzame inwoners die zelf en samen verantwoordelijkheid nemen voor hun leven en de regie nemen om eventuele problemen zelf op te lossen.
De overheid is erop gericht om (vanuit vertrouwen) inwoners daartoe in staat te stellen. Het is realiteit dat niet iedereen op elk moment in staat is zelfredzaam te zijn, gebruik te maken van zijn eigen mogelijkheden en om hulp te vragen als dat nodig is. Dit betekent dat we actief kwetsbare inwoners benaderen en ondersteunen. De inwoner kan erop vertrouwen dat de gemeente voorziet in deze ondersteuning. Bij ondersteuningsvragen is het perspectief en het talent van de inwoner, en ook van maatschappelijke organisaties. het uitgangspunt. De maatregelen zijn uitgewerkt in beknopte projectbladen: korte beschrijvingen van activiteiten die moeten worden genomen om de beoogde bijdrage aan de financiële opgave te kunnen leveren. Deze maatregelen zijn geclusterd in een drietal categorieën: a. Toegang: Toegang Wmo en Toegang Jeugd (CJG); b. Maatwerkvoorzieningen; c. Verwervingsstrategie.
4
Tabel 1: verwachte financiële opbrengst per maatregel Nummer a 1. a 2. b1. b 2. b 3. b 4. b 5. b 6. b 7. B8. c 1.
Maatregel 0-meting Toegang Jeugd 0-meting Toegang Wmo 0-meting woningaanpassingen Zero Tolerance vestiging nieuwe aanbieders Samenwerking jeugdhulponderwijs Praktijkondersteuners huisarts (POH) Lokale behandelteams Inzetten ‘eigen’ jobcoach Brede inzet medewerker WSP Inzetten arbeidsgerichte dienstverlening Verwervingsstrategie Totaal
2021 € 130.000 € 140.000 € 100.000
Opbrengst (€ 1.000) 2022 2023 € 180.000 € 180.000 € 190.000 € 190.000 € 150.000 € 150.000
2024 € 180.000 € 190.000 € 150.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 90.000
€ 110.000
€ 110.000
€ 110.000
€ 60.000 € 50.000 € 50.000 € 20.000
€ 96.000 € 96.000 € 45.600
€ 96.000 € 96.000 € 45.600
€ 96.000 € 96.000 € 45.600
€ 1.180.000 € 2.225.000 € 2.097.600 € 3.142.600
€ 2.225.000 € 3.142.600
€ 690.000
In bijlage 3 van deze voortgangsrapportage zijn alle projectbladen opgenomen. Van iedere maatregel is de status tot en met 15 mei 2021 bijgewerkt. In deze paragraaf geven wij, voor de maatregelen waarvoor dat noodzakelijk en relevant is, een nadere duiding van de voortgang. a1. 0-meting Toegang Jeugd en a2. 0-meting Toegang Wmo De rapportages van de 0-metingen zijn gepresenteerd en besproken. Verschillende aanbevelingen zijn meteen opgepakt en vertaald in concrete acties of maatregelen (bijvoorbeeld op het gebied van woningaanpassingen). Voor het uitwerken en implementeren van de overige aanbevelingen is een activiteitenplan opgesteld en de uitvoering hiervan wordt maandelijks gemonitord in het Kernteam. De belangrijkste elementen van het activiteitenplan worden kort toegelicht. Activiteitenplan op basis van de 0-meting Wmo Het streven is om de kwaliteitscontrole Wmo onder te brengen in het takenpakket van de huidige kwaliteitsmedewerker die vanaf juni ook van start zal gaan voor de Wmo. De aanpassing van het beleid (en beleidsregels) ten aanzien van de wijze waarop aard, omvang en duur van de maatwerkvoorziening conform regelgeving van Leudal worden gemotiveerd, is voorzien voor het vierde kwartaal van 2021.
Ten aanzien van de aanbeveling van 1 plan per gezin en 1 regisseur is een concept uitvoeringsplan opgesteld dat wordt besproken in de betreffende regionale werkgroep. Er vindt een doorontwikkeling plaats met betrekking tot het in kaart brengen van basisen algemene voorzieningen binnen de gemeente. Eind 2020 is er een werkgroep gestart met betrekking tot dit onderwerp.
5
Activiteitenplan op basis van de 0-meting Jeugd Naar aanleiding van de aanbeveling ‘kijken naar de achterliggende hulpvragen op alle leefgebieden’ vindt een verdieping van de intakefase plaats (inzet van de zelfredzaamheidsmatrix of de matrix positieve gezondheid). Naar aanleiding van de vraag of er voldoende aandacht wordt besteed aan de veiligheidsrisico’s wordt een zelfscan uitgevoerd voor de lokale teams Wmo en Jeugd zodat uiteindelijk wordt voldaan aan het kwaliteitskader dat is uitgewerkt op basis van de visie gefaseerde ketenzorg ‘Eerst samenwerken aan Veiligheid en dan aan risicogestuurde zorg’. Naar aanleiding van de vraag of de resultaten zijn beschreven (volgens de generieke doelen) wordt in de tweede helft van het jaar een verdieping gemaakt in het SMART vormgeven. Dit onderwerp staat ook geagendeerd voor de Regionale werkgroep toegang Midden- Limburg. In het kader van de mogelijkheden van het voorliggende veld wordt medio 2021 aan het MT een procesvoorstel voorgelegd voor de implementatie van ‘Mijn buurtje’ (inclusief sociale kaart). Naar aanleiding van de 0-meting wordt er maandelijks gemonitord of er beter invulling wordt gegeven aan het uitgangspunt 1 plan voor het gezin en 1 regisseur. De concept nadere regels PGB zijn in het college gebracht en de beoogde implementatiedatum is 1 juli 2021 (na inspraakprocedure).
Geconcludeerd wordt dat de verwachte beoogde financiële besparingen voor 2021 haalbaar zijn. Aan het einde van 2021 c.q. in het begin van 2022 wordt wederom een 0 (+1)-meting uitgevoerd voor de Toegang Wmo en de Toegang Jeugd om te kijken of de voortgang op de verbeterpunten is gerealiseerd. b1. Woningaanpassingen De aanbeveling die in dit kader is gedaan bij de 0-meting van de Toegang Wmo is meteen opgepakt en geïmplementeerd. b2. Vestiging nieuwe aanbieders We zien aanvragen voor uitbreiding van het zorgaanbod in Leudal (Jeugd en Wmo inclusief verblijfsvoorzieningen). Aangezien we al te maken hebben met een overschot aan voorzieningen zullen we hierop, binnen onze wettelijke mogelijkheden, een ontmoedigingsbeleid voeren indien er niet sprake is van een aantoonbare lacune in het zorglandschap die met deze voorziening wordt ingevuld. Het bekende principe ‘aanbod creëert vraag’ heeft geleid tot een meer dan evenredig beslag op budgetten van de begroting van Leudal. Deze maatregel is in uitvoering. b3. Samenwerking jeugdhulp-onderwijs In de Nadere regels Jeugdhulp zijn met ingang van het schooljaar 2020-2021 criteria voor begeleiding in de scholen en kinderopvang en vervangende dagbesteding onder schooltijd vastgesteld. De scholen/kinderopvang en aanbieders zijn geïnformeerd over de wijzigingen en de toegang (CJG-ML) werkt met deze criteria.
Het knooppuntoverleg is ingericht en opgestart. Op 18 maart 2021 is de eerste tussenrapportage behandeld in het bestuurlijk OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg). De deelnemers aan de pilot ervaren het als een meerwaarde dat er nu een mogelijkheid is om casuïstiek gezamenlijk door 6
jeugdhulpverlening en onderwijs te bespreken. Gelet op de late start van de pilot en de omstandigheden als gevolg van de coronacrisis is de pilot verlengd tot en met juli 2022. Na afloop van de pilot vindt een eindevaluatie plaats. Opmerking: in 2020 was het percentage kinderen uit Leudal dat wordt doorverwezen naar het speciaal onderwijs (significant) hoger dan het landelijk gemiddelde. In Leudal neemt 8% van de kinderen deel aan het speciaal onderwijs, landelijk is dit 3%. Leudal gaat met het onderwijs een convenant afsluiten over de afbouw van het aantal kinderen in het speciaal onderwijs (SBO en SO). Onze ambitie is om af te spreken om in een periode van 4 jaar (2021-2024) het huidige hoge percentage om te buigen tot het landelijke percentage. b4. Praktijkondersteuners huisarts (Poh) De geplande verdere uitrol van de Poh stagneert. Er is in twee praktijken gestart en een derde praktijk zou starten in het eerste kwartaal (2021). Echter, huisartsen hebben op diverse plekken signalen afgegeven dat zij aan de verdere uitrol nu geen aandacht kunnen geven vanwege de coronacrisis (vaccinaties). In onderstaande tabel zijn de financiële effecten van de vertraging in de uitrol van de Poh inzichtelijk gemaakt.
taakstelling besparingspotentieel
2021 90.000 33.120
2022 110.000 82.800
2023 110.000 82.800
2024 110.000 82.800
Opmerking: de vertraging van de uitrol zal geen negatief effect hebben op de integrale taakstelling van 2021. b5. Lokale behandelteams In Midden-Limburg West worden eerste gesprekken gepland voor het inrichten van de monitoring (effect- en resultaatmeting). De eerste bevindingen zijn positief. De behandelteams voelen vanuit hun eigen expertise een grote verantwoordelijkheid om samen goede zorg te leveren. Een belangrijk aandachtspunt in deze pilot is de samenwerking tussen de 7 organisaties met elk hun eigen processen en structuren. Op basis van huidige inzichten wordt de beoogde financiële opbrengst nog steeds haalbaar geacht. b6. Inzetten eigen jobcoach De vacature voor de jongerencoach/jobcoach is opengesteld. De eerste gesprekken hebben inmiddels plaatsgevonden. Met 2 kandidaten zal een vervolggesprek plaatsvinden. De jongeren die inmiddels zijn gestart, worden dan overgenomen waardoor externe begeleiding niet meer of minder nodig is. b7. Brede inzet medewerker WSP In 2021 zijn tot en met 15 mei 12 personen vanuit een uitkering naar werk begeleid: 2 personen zijn meteen naar werk toe geleid waardoor zij hun aanvraag voor een uitkering niet hoefden door te zetten. b8. Inzetten arbeidsgerichte dienstverlening Inmiddels zijn in de pilot 6 personen ‘opgepakt’. Twee cliënten starten na de zomer met een proefplaatsing om te komen tot beschut werk.
Eén jongere, die normaliter geplaatst zou worden op een plek voor Wmo-dagbesteding, staat op de nominatie voor beschut werk bij een reguliere werkgever. 7
c1. Verwervingsstrategie De toekomstige verwervingsstrategie is een essentieel en strategisch instrument voor het leveren van een substantiële bijdrage aan het oplossen van de financiële opgave. Hierbij kan de verwervingsstrategie alleen in onderlinge samenhang worden bezien met de Toegang, bekostiging en stringent contractmanagement. Begin 2020 is in Midden-Limburg West een gezamenlijk proces gestart voor de inrichting van de toekomstige verwerving (inkoop) met ingang van 2022. Met ondersteuning van EHDK zijn de gemeenten gekomen tot een verwervingsstrategie sociaal domein. In oktober 2020 heeft een bijeenkomst met raadsleden plaatsgevonden en in november 2020 is de verwervingsstrategie vastgesteld door de colleges van de gemeenten in Midden-Limburg West. Op 9 maart 2021 is de gemeenteraad geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de verwerving: er wordt een integraal regionaal programmaplan opgesteld op basis waarvan inhoudelijke keuzes (moeten) worden gemaakt. Het programmaplan omvat de volgende aspecten: Inhoud (verwervingsstrategie). Financiën (beoogde financiële opbrengsten met ingang van 1 januari 2022). Bedrijfsvoering (effectieve en efficiënte uitvoering van regionale en lokale taken). Samenwerkingsvormen (Norm voor Opdrachtgeverschap, Kamerbrief ‘Perspectief voor de Jeugd’.
Als gevolg van de ‘tussenstap’ is het niet haalbaar om dit jaar een aantal aanbestedingstrajecten af te ronden. Voor de volgende aanbestedingen Jeugd worden met ingang van 1 januari 2022 nieuwe contracten afgesloten: Segment 1: Behandeling met Verblijf (Noord- en Midden-Limburg). Segment 2: Wonen (Midden-Limburg). Segment 5: Integrale Crisishulp (Noord- en Midden-Limburg). Voor de overige segmenten Jeugd en Wmo (Begeleiding en Hulp bij het Huishouden) worden de huidige contracten voor 2022 verlengd. Op 25 mei 2021 is de gemeenteraad geïnformeerd over het feit dat voor het zomerreces informatie volgt over het ‘Programmaplan regio MLW’. In een raadsinformatiebrief over het programmaplan wordt de raad, naast de financiële implicaties van het programmaplan, ook geïnformeerd over een aantal gelieerde actualiteiten, zoals bijvoorbeeld de gevolgen van de invoering van het (nieuwe) woonplaatsenbeginsel, consequenties van de uitspraak van de Arbitragecommissie (advies Commissie van wijzen) en (indien bekend) de financiële effecten van de Meicirculaire.
8
Overige relevante ontwikkelingen Steunpakketten in het kader van corona Het Rijk stelt in het kader van het steunpakket ‘sociaal en mentaal welzijn en leefstijl’ in verband met de coronacrisis middelen beschikbaar voor de volgende actielijnen: 1) Intensivering initiatieven welzijn voor de jeugd; 2) Intensivering initiatieven welzijn kwetsbare groepen; 3) Intensivering initiatieven gezonde leefstijl. De middelen (totaal ongeveer € 400.000) zijn incidenteel, worden beschikbaar gesteld via de algemene uitkering en zijn dus vrij besteedbaar. Het Rijk geeft hierbij aan dat de middelen onder andere bedoeld zijn voor de volgende activiteiten: - Impuls aan het elkaar fysiek ontmoeten van jongeren (activiteiten op het gebied van cultuur, sport en andere zinvolle vrijetijdsbesteding); - Benaderen van risicogroepen door jongerenwerk; - Laagdrempelige ondersteuning voor mentaal welzijn voor jeugd; - Extra inzet op zingeving voor ouderen: alternatieve dagbesteding en deelname aan culturele activiteiten; - Extra ambulante begeleiding voor kwetsbare groepen om proactief mentale en sociale problemen op te sporen (extra huisbezoeken). Samengevat gaat het om het verbreden en versterken van het voorliggend veld.
Eén belangrijke conclusie uit de 0-meting van de Toegang is dat we moeten inzetten op het versterken van het voorliggend veld om te voorkomen dat dure maatwerkvoorzieningen worden ingezet. Er wordt dan ook voorgesteld om een deel van het steunpakket in te zetten voor dit doel. Op deze manier kan geïnvesteerd worden in het versterken van het voorliggend veld waaruit we in het kader van de taakstelling een structureel rendement kunnen halen. De uitwerking hiervan volgt in het derde kwartaal van 2021.
9
B. Kerncijfers In deze paragraaf gaan wij achtereenvolgens in op een aantal relevante cijfers om de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak te duiden op de domeinen: Wmo/Toegang Jeugdhulp. Participatie. 1. Kerncijfers Wmo/Toegang Wmo Begeleiding exclusief vervoer
Toelichting: 2021 is nog geen volledig jaar en de verwachting is dat het aantal unieke cliënten zeker nog zal stijgen. We constateren in 2020 (beperkt) lagere aantallen ten opzichte van 2019. Waarschijnlijk hebben nieuwe cliënten zich in 2020 wellicht minder snel of niet gemeld in verband met corona. De stijging in 2019 ten opzichte van 2018 wordt hoogstwaarschijnlijk verklaard door de invoering van het abonnementstarief waardoor sommige cliënten die in 2018 geen begeleiding hadden, alsnog (in verband met lagere kosten voor cliënt) in 2019 begeleiding hebben aangevraagd.
Toelichting: Vanaf begin dit jaar zien we een afname van de profielen begeleiding, hetgeen waarschijnlijk een gevolg is van de behaalde resultaten en dus de beëindiging van de Wmo-indicatie begeleiding. 10
Toelichting: Naast de indicaties op het gebied van profielen worden nog voor 5 producten indicaties afgegeven. Deze producten zijn niet opgenomen in bovenstaande grafiek en worden ook alleen bij hoge uitzondering afgegeven als de zorgvraag niet binnen een profiel kan worden opgelost. Te zien is in de grafiek dat categorie 1 basis een stijgende lijn laat zien en ook bij categorie 1 aanvullend is een stijging te zien tot medio 2020. In het kader van de her-indicaties in 2020 (aflopende profielen uit 2018) zijn de hogere indicaties/categorieën omgezet naar lagere indicaties/categorieën.
Toelichting: De daling in april en mei 2020 is te wijten aan corona. Na deze periode trok het aantal cliënten met vervoer naar dagbesteding weer langzaam aan maar door het aanscherpen van de landelijke maatregelen zien we vanaf eind 2020 tot dit moment weer een afname.
11
2. Kerncijfers Jeugdhulp/Toegang Opmerking vooraf: de gegevens zijn afkomstig uit de regionale jaarrapportage jeugd. In de rapportage kunnen kleine afwijkingen zijn ten opzichte van de jaarrekening van Leudal. Zo worden bijvoorbeeld de uitgaven van bezwaar/beroep in de regionale jaarrapportage jeugd niet meegenomen en in 2020 zijn de zogenoemde garantieomzetten opgenomen. Wij geven eerst inzicht in de ontwikkeling van de gegevens in de periode 2018 tot en met 2020 en vervolgens zoomen wij nader in op dezelfde gegevens maar dan voor de periode januari 2020 tot en met maart 2021.
Totale uitgaven per jaar 12.500.000
12.000.000 11.500.000 11.000.000
totaal
10.500.000 10.000.000 9.500.000 R 2018
R 2019
R 2020
Toelichting: De uitgaven jeugdhulp zijn in 2020 voor het eerst in jaren gedaald. Deze kostendaling is het gevolg van: De ingezette besparingsmaatregelen. Een periode van minder reguliere zorg als gevolg van corona en Het gegeven dat een kleine gemeente zoals Leudal een grotere kans heeft op afwijkende kosten (laatste kwartaal van 2019 veel instroom van jeugdigen in dure verblijfszorg, die in de loop van 2020 weer zijn uitgestroomd).
12
Toelichting: Het aantal jeugdige cliënten per type hulp is in de afgelopen drie jaar vrij stabiel. 7.000.000
Uitgaven per perceel
6.000.000 5.000.000 4.000.000
R 2018
3.000.000
R 2019
2.000.000
R 2020
1.000.000 0 CJG
Jeugd GGZ (incl. ADHD)
Vervoer
LTA
Toelichting: De subsidie voor het Centrum Jeugd en Gezin Midden-Limburg neemt toe als gevolg van autonome prijsontwikkeling. De uitgaven Jeugd met Beperking/Jeugd & Opvoedhulp en Jeugd GGZ dalen na een stijging in 2019. De uitgaven Gecertificeerde Instellingen nemen toe (provinciale ontwikkeling). De uitgaven Jeugdzorg Plus en Landelijk Transitie Arrangement kennen een grillig verloop. Een gering aantal jeugdige in deze voorzieningen leiden tot hoge kosten. De uitgaven Vervoer en Persoonsgebonden budget blijven vrij constant.
13
Toelichting: Het CJG was op basis van de bedragen de grootste verwijzer, gevolgd door de Gecertificeerde Instellingen (GI). In aantallen jeugdigen was het CJG ook de grootste verwijzer. De GI verwezen veel minder jeugdigen, maar wel naar duurdere verblijfstrajecten. Er heeft vanaf eind 2020 een kanteling plaatsgevonden. De GI zijn nu op basis van bedragen de grootste verwijzer. 14
3. Kerncijfers Participatie
Toelichting: Het aantal uitkeringen is begin 2020 gestegen en vervolgens weer gedaald. Begin 2021 is het aantal uitkeringen weer gestegen. Dit wijkt af van het landelijke beeld. Meerjarig is dit een beeld dat bij Leudal past. Vanaf juni zien we weer een daling van het aantal uitkeringen.
Toelichting: De instroom in de uitkeringen is met name in de herfst en winter hoog. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat er sprake is van seizoensarbeid.
15
Toelichting: Naast een hoge instroom valt ook de hoge uitstroom op. In de zomermaanden neemt de uitstroom toe. Ook hier ligt de verklaring in deelname aan seizoensarbeid. Ook valt de hoge uitstroom op in de maanden dat de scholen weer starten. Met name jongeren gaan dan vanuit de uitkering toch weer terug naar school.
16
Toelichting: De uitstroom naar onderwijs is hoog. De uitstroom naar werk is lager dan in referentiegemeenten. Hierop wordt ingezet met de geformuleerde maatregelen (inzet WSP medewerker, inzet jongerenc.q. jobcoach). Opmerking: er wordt een bijeenkomst georganiseerd om de benchmark te vertalen naar concrete acties om de resultaten te verbeteren.
17
C. Financiële vertaling van de maatregelen In deze paragraaf wordt de financiële vertaling gemaakt naar aanleiding van de ingezette maatregelen. Resultaat 2020 Begroting 2020
Rarap 2 - 2020
Realisatie 2020
Segment
Verschil begroting Verschil begroting vs Rarap 2 vs realisatie
Verschil rarap 2 vs realisatie
Participatie WMO Jeugd
€ € €
6.914.457 € 6.465.041 € 11.053.504 €
6.390.338 € 7.476.513 € 12.422.305 €
6.132.943 € 7.536.169 € 11.828.833 €
524.119 € -1.011.472 € -1.368.801 €
781.514 € -1.071.128 € -775.329 €
257.395 -59.656 593.472
Totaal
€
24.433.002 €
26.289.156 €
25.497.945 €
-1.856.154 €
-1.064.943 €
791.211
Op basis van de gerapporteerde specificatie van de segmenten Participatie, Jeugd en Wmo zal het resultaat 2020 € 791.000 beter zijn dan de 2e Rarap: • Verbetering resultaat BUIG (257 K): bij de 2e Rarap 2020 is reeds 530K afgeraamd ten gunste van de algemene middelen. • Verslechtering resultaat Wmo (-60 K): met name door een verslechtering van de HbH en begeleiding en een verbetering van woningaanpassingen, hulpmiddelen en vraagafhankelijk vervoer (Omnibuzz). De verbetering van het financiële resultaat van Omnibuzz is wel coronagerelateerd. • Verbetering resultaat Jeugd (593 K): met name als gevolg van de verbetering van het financiële resultaat jeugd met beperking en opvoedhulp (ambulant) en het landelijk transitiearrangement maar ook was er sprake van een stijging van de kosten voor het gedwongen kader en crisis. De oorzaak van de verbetering van de resultaten kan geduid worden als een combinatie mengeling van het resultaat van de genomen maatregelen en een corona-effect. Motie 2019/167 ‘Bezuinigingsopgave jeugdzorg’ Met deze motie is de inspanningsverplichting opgelegd om in het jaar 2020 een bedrag van € 550.000 te bezuinigen op de kosten Jeugdhulp. Het resultaat 2020 is vastgesteld op € 593.473 (zie onderstaand schema). Dit betekent dat de motie is gerealiseerd. Oorspronkelijke
Jaarrapportage
Budgetten
Realisatie
Resultaat
begroting 2020
2019
2020
2020
2020
CJG subsidie
1.206.731 €
1.206.731 € 1.261.321 € 1.261.321 €
-
Jeugdhulp jeugd met een beperking/ J&O
5.761.004 €
6.036.560 € 6.036.560 € 5.960.762 €
75.798
Jeugd GGZ (incl. dyslexie/ADHD)
2.491.087 €
3.195.258 € 3.195.258 € 3.072.652 €
122.606
Diensten gecertificeerde instellingen
949.832 €
794.999 €
852.949 €
896.672 €
-43.723
Vervoer
28.399 €
25.798 €
28.399 €
16.661 €
11.738
JeugdzorgPlus
95.947 €
273.323 €
273.323 €
179.265 €
94.058
Landelijk Transitiearrangement
86.504 €
309.495 €
309.495 €
40.499 €
268.996
Persoonsgebonden budget
434.000 €
428.000 €
465.000 €
401.000 €
64.000
12.270.164 € 12.422.305 € 11.828.832 €
593.473
Totaal
11.053.504 €
18
Prognose 2021
• Wmo Op basis van de realisatie 2020 en de realisatiecijfers over het eerste kwartaal 2021 komen we tot een prognose voor 2021 van € 7.790.500. Binnen de Wmo verwachten we dat de uitgaven licht zullen stijgen ten opzichte van de realisatie 2020 (€ 7.536.200) en dan met name bij hulp bij de huishouding, een landelijk verschijnsel. De prognose past net niet binnen de bestaande budgetten (€ 7.773.500). Dit leidt tot een verwacht negatief resultaat in 2021 van € 17.000. In de loop van het jaar zal duidelijk worden in hoeverre de ingezette besparingsmaatregelen, de zorgvraag onder andere als gevolg van corona en de structurele stijging als gevolg van de aanzuigende werking van het abonnementstarief van invloed zijn op deze eerste prognose. • Jeugdhulp Op basis van de realisatie 2020 en de realisatiecijfers over het eerste kwartaal 2021 komen we tot een prognose voor 2021 van € 12.378.900. We verwachten daarmee dat de uitgaven licht zullen stijgen ten opzichte van de realisatie 2020 (€ 11.828.800), maar wel binnen de bestaande budgetten (€ 13.017.000) blijven en leiden tot een verwacht positief resultaat in 2021 van € 638.100. In de loop van het jaar zal duidelijk worden in hoeverre de ingezette besparingsmaatregelen, de zorgvraag als gevolg van onder andere corona en afwijkende kosten van invloed zijn op deze eerste prognose.
• Participatie Voor de prognose 2021 komen we voor het onderdeel Participatie uit op een bedrag van € 6.264.100 aan uitgaven. We verwachten daarmee dat de uitgaven licht zullen stijgen ten opzichte van de realisatie 2020 (€ 6.133.000), maar wel binnen de bestaande budgetten (€ 6.532.300) blijven. Net als voorgaande jaren is een trend te zien dat in het begin van het jaar de aantallen stijgen. Onduidelijk is wat een reguliere trend is en wat het gevolg is van corona. De prognose leidt tot een verwacht positief resultaat op dit onderdeel van € 268.200. In de loop van het jaar zal duidelijk worden in hoeverre de ingezette besparingsmaatregelen en afwijkende kosten c.q. corona van invloed zijn op deze prognose. • Totale prognose 2021 Op basis van de prognoses Wmo, Jeugdhulp en Participatie is de verwachting dat de uitgaven voor het totale sociaal domein in 2021 binnen de actuele budgetten blijven (restant € 889.300).
19
2022 e.v.
Voor een doorkijk 2022 en verder zijn er te veel variabelen die op dit moment nog niet geheel duidelijk zijn dan wel nog uitgewerkt moeten worden. Dit heeft onder andere te maken met de verwerking van de mei-circulaire, het effect van het einde (?) van de Corona pandemie en het Programmaplan inzake de Verwerving dat door vertraging nu in juli wordt opgeleverd. Zodra er meer duidelijkheid is over deze variabelen tezamen met de dan beschikbare realisatie cijfers 2021 zal een hernieuwde doorkijk 2022 e.v. gemaakt worden (eind 3e kwartaal 2021).
20
D. Risico’s en beheersmaatregelen a. Zorgvraag als gevolg van corona: op dit moment bestaat er nog geen inzicht of er als gevolg van corona sprake zal zijn van een zogenoemde inhaalvraag naar zorg en ondersteuning. De lagere uitgaven voor jeugdzorg (2020) zouden hiervoor mogelijk een aanwijzing kunnen zijn. We zullen de ontwikkelingen nadrukkelijk zorgvuldig monitoren. b. Vertraging van de uitvoering van verschillende maatregelen (Poh) als gevolg van de coronacrisis. c. Vertraging in de verwerving Wmo en Jeugd: de gemeenteraad is met de raadsinformatiebrief van 25 mei 2021 op de hoogte gebracht van de vertraging van het programmaplan. Voor het zomerreces wordt de gemeenteraad geïnformeerd over het Programmaplan en de financiële gevolgen van de vertraging van het verwervingstraject in relatie tot de taakstelling. d. Doordecentralisatie beschermd wonen: op dit moment wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg gezamenlijk uitvoering zullen geven aan de verantwoordelijkheden en taken op het gebied van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en OOGZ (bemoeizorg en preventie) als gevolg van de doordecentralisatie van deze taken. In dit kader is het ook van belang dat er vanaf 1 januari 2023 sprake zal zijn van een objectief verdeelmodel in plaats van een historisch verdeelmodel, waarbij een ingroeipad van 10 jaar in acht wordt genomen.
Zodra dit mogelijk is, zullen wij u hierover nader informeren of consulteren. e. Wijziging woonplaatsbeginsel Jeugdhulp: de Wet wijziging woonplaatsbeginsel gaat in per 1 januari 2022. Het huidige woonplaatsbeginsel is gebaseerd op de woonplaats gezagdrager. Bij voogdij is dat de instelling waar de jeugdige verblijft. Het nieuwe woonplaatsbeginsel gaat uit van de woonplaats waar jeugdige staat ingeschreven, op moment van zorgvraag. Dit betekent dat bij voogdij de gemeente betaalt waar de jeugdige vanaf komt en niet de gemeente waar de instelling gevestigd is. De herverdeling van middelen wordt doorgevoerd in het gemeentefonds. Omdat onze gemeente veel voogdijkinderen heeft, zal ons budget fors afnemen. Dit jaar moet van alle voogdijkinderen in onze gemeente worden uitgezocht waar de jeugdige stond ingeschreven voor de plaatsing in de instelling. Deze gemeente gaat dan de financiering overnemen. Als dit niet te achterhalen is, blijft deze jeugdige ten laste komen van Leudal. We kunnen nu niet voorzien wat de invoering van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel voor financiële gevolgen gaat hebben voor onze gemeente. f. Inkomsten naar aanleiding aanpak problematische jeugdzorg (Meicirculaire): vanwege de acute problematiek in de jeugdzorg en de financiële druk die dit veroorzaakt, stelt het Rijk landelijk incidenteel € 613 miljoen beschikbaar voor 2021.
Via de algemene uitkering wordt € 493 miljoen beschikbaar gesteld. De overige middelen (€ 50 miljoen voor tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit Jeugd, € 50 miljoen voor het beter passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren (driemilieuvoorzieningen), € 5 miljoen voor het ombouwen van separatieruimten in de gesloten jeugdhulp tot High Intensive Care Units en € 15 miljoen voor de vereenvoudiging en verbetering van de jeugdbeschermingsketen worden met een specifieke uitkering aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s beschikbaar gesteld. Naar aanleiding van het door AEF verrichte onderzoek over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg heeft een stuurgroep van Rijk en gemeenten onder voorzitterschap van mevrouw drs. M. Sint een reeks maatregelen in kaart gebracht die moeten leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel (Rapport Stuurgroep maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet). Op 23 april 2021 is dit rapport op de website van de rijksoverheid gepubliceerd. Het rapport van AEF en het rapport van de stuurgroep laten zien 21
dat het nodig is om de beheersbaarheid van het jeugdstelsel ingrijpend te verbeteren, zowel door effectievere en meer doelmatige sturing door (samenwerkende) gemeenten als door aanpassingen in het stelsel. Op verzoek van de VNG heeft een onafhankelijke Commissie van Wijzen zich gebogen over het structureel benodigde budget budget voor jeugdzorg en de te treffen maatregelen om het jeugdstelsel toekomstbestendig te maken. Het rapport van de Commissie van Wijzen is 28 mei 2021 openbaar geworden. Gegeven de urgentie van het onderwerp is het huidige kabinet in gesprek gegaan met de VNG om gegeven het advies van de Commissie van Wijzen de vervolgstappen te bepalen om te komen tot een ‘Ontwikkelagenda jeugdzorg’. Hierbij worden ook andere relevante partners (organisaties van cliënten, professionals, aanbieders) betrokken. De definitieve vaststelling van de ontwikkelagenda is aan een nieuw kabinet in overleg met gemeenten en andere betrokken partijen. In dit kader heeft het kabinet op 3 juni jl. besloten om voor 2022 landelijk € 1,314 miljard extra beschikbaar te stellen aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Deze middelen zijn aanvullend op de eerder toegezegde € 300 miljoen voor 2022. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. E.
Conclusie Wij concluderen dat de uitvoering van het plan van aanpak met besparingsmaatregelen ‘Duurzaam evenwicht in het sociaal domein’ voor 2021 in grote lijnen volgens planning verloopt. Op basis van de prognoses die opgesteld zijn per eind mei 2021 is de verwachting dat de uitgaven voor het totale sociaal domein in 2021 binnen de budgetten blijven en dat de taakstelling 2021 wordt gerealiseerd. Voor de langere termijn (vanaf 2022) kunnen we nog geen vergaande conclusies trekken met betrekking tot de taakstelling als gevolg van de ontwikkeling van de zorgvraag en de regionale vertraging in de verwervingsstrategie (Jeugd en Wmo). Het is de bedoeling om de extra middelen die we ontvangen om de tekorten Jeugdhulp te compenseren, te corrigeren op de taakstelling. Immers, als bij het vaststellen van de taakstelling bij de Programmabegroting 2021-2024 bekend was geweest dat we deze inkomsten zouden krijgen, was het tekort en daarmee ook de taakstelling lager vastgesteld. Wij blijven ons inspannen om de uitgaven in het sociaal domein in de grip te houden en waar mogelijk te verlagen met behoud van passende zorg voor onze inwoners.
22
Bijlage 1. PREAMBULE
Plan van aanpak ‘Duurzaam evenwicht in het sociaal domein’ De gemeenteraad heeft, tegelijkertijd met de vaststelling van de programmabegroting 2021-2024, het plan van aanpak ‘Duurzaam evenwicht in het sociaal domein’ vastgesteld. Op basis van dit plan is in de begroting 2021-2024 een financiële opgave voor het integrale sociaal domein opgenomen van € 690.00 in 2021, € 2.094.767 in 2022 oplopend tot structureel € 3.142.600 vanaf 2023. Ook is in het kader van het plan van aanpak aangegeven dat de gemeenteraad (Commissie Sociaal) vanaf 2021 per kwartaal wordt geïnformeerd over de voortgang. Op 1 maart 2021 heeft in dit kader de eerste presentatie van de voortgang van het plan van aanpak ‘Duurzaam financieel evenwicht sociaal domein’ plaatsgevonden. Nu ligt de tweede rapportage voor in de vorm van een uitgeschreven voortgangsrapportage die aan de hand van een sheetpresentatie op 28 juni 2021 wordt gepresenteerd. Projectorganisatie Voor de opgave die is gedefinieerd, is een projectorganisatie ingericht. De doelstelling die door deze projectorganisatie moet worden gerealiseerd, is als volgt gedefinieerd: het duurzaam bieden van passende zorg en ondersteuning binnen vastgestelde financiële kaders. Om deze doelstelling te realiseren is een slanke projectorganisatie ingericht (zie figuur 1 op de volgende pagina).
De Portefeuillehouder is namens het college bestuurlijk opdrachtgever van het project. Om voldoende bestuurlijke aanhaking bij, en sturing op het project te borgen, is een bestuurlijke stuurgroep geformeerd die bestaat uit de Portefeuillehouders Sociaal Domein en Financiën en de Algemeen Directeur. De Projectmanager en een externe adviseur zijn agenda-lid en fungeren als ‘linking pin’ naar de projectorganisatie. Het Afdelingshoofd Samenleving is als Projectmanager eindverantwoordelijk voor de uitvoering en de resultaten van het project. Hij is in deze rol ook voorzitter van een Kernteam dat multidisciplinair is samengesteld uit medewerkers uit de disciplines beleid, uitvoering en financiën. Het Kernteam stuurt de uitvoering, monitoring en analyse van de resultaten van alle maatregelen aan. Uit figuur 1 blijkt dat alle maatregelen die worden gedefinieerd niet alleen een lokale impact hebben maar vaak in regionaal verband moeten worden afgestemd en uitgevoerd. Om effectief en efficiënt met deze ‘complexe governance’ te kunnen omgaan, is een slanke projectorganisatie met korte communicatielijnen en een directe relatie naar regionale samenwerkingsverbanden ingericht. De rapportage vanuit het project wordt verzorgd door de Projectmanager aan de Algemeen Directeur die op zijn beurt rapporteert aan het college.
Het college verzorgt de periodieke voortgangsrapportages aan de raad (Commissie Sociaal). De bestuurlijke stuurgroep wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het project door de Projectmanager. Door deze kort-cyclische rapportagemomenten kan er, indien noodzakelijk, ook tijdig vanuit bestuurlijk perspectief worden bijgestuurd.
23
Figuur 1.
Zorglandschap en de beoogde transformatie (Jeugd en Wmo) Uiteindelijk is het beleid en zijn alle maatregelen erop gericht om te komen tot een passend en dekkend zorglandschap waarin, en waarmee de beoogde transformatie kan worden gerealiseerd. In figuur 2 wordt op hoofdlijnen een voorstelling gegeven van het zorglandschap. De basis wordt gevormd door het voorliggende veld. Het betreft de eigen mogelijkheden van onze inwoners en hun sociaal netwerk en alle (collectieve) voorzieningen waarvan inwoners gebruik kunnen maken zonder dat zij hiervoor een indicatie nodig hebben. De Toegang tot maatwerkvoorzieningen omvat verschillende onderdelen: •
De lokale Toegang voor maatwerkvoorzieningen op het gebied van Wmo en Participatie;
•
Het CJG als Toegang voor maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugdzorg;
• Rechtstreeks verwijzers die ook mogen verwijzen naar maatwerkvoorzieningen jeugdzorg (huisarts, kinderartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen). Indien door de Toegang samen met de inwoners, en wellicht nog andere betrokkenen, is bepaald dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is voor de ondersteuningsvraag, dan kan gebruik worden gemaakt van de maatwerkvoorzieningen. In figuur 2. hebben we ook inzichtelijk gemaakt welke maatwerkvoorzieningen (hoogstwaarschijnlijk) met ingang van 1 januari 2022 op het gebied van Wmo en Jeugdzorg zijn gecontracteerd als onderdeel van de verwervingsstrategie.
24
Met de transformatie wordt de ‘beweging naar de voorkant’ bedoeld. Door preventie en het opbouwen van een sterk breed voorliggend veld wordt beoogd dat inwoners lichte problemen (ondersteuningsvragen) zelf, met hun sociaal netwerk of met andere algemene voorzieningen kunnen oplossen. Dit geldt ook voor jeugdige inwoners en hun ouders/verzorgen waar wordt ingezet op normaliseren (sommige opvoedproblemen horen bij het opgroeien en moeten met lichte vormen van ondersteuning kunnen worden opgelost) en demedicaliseren. Door een sterk voorliggend veld te organiseren zullen minder ondersteuningsvragen bij de verschillende vormen van Toegang terecht komen en wordt de inzet van duurdere maatwerkvoorzieningen voorkomen c.q. beperkt. Ook is het voorliggend veld van belang bij het kunnen afschalen van zwaardere (duurdere) zorg zodra dit mogelijk is. In figuur 2. kan de transformatie als het ware worden beschouwd in verschillende ‘bewegingen’: • Het voorkomen van de beweging van links naar rechts (preventie en voorliggend veld voorkomen of beperken de inzet van maatwerkvoorzieningen; • Binnen de segmenten/maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugdzorg de beweging van boven naar beneden (van zwaardere naar lichtere vormen van Jeugdzorg: afschaling); • De generieke beweging van rechts naar links (van maatwerkvoorzieningen (terug) naar het ‘normale’ voorliggende veld: afschaling).
Figuur 2. Schematische weergave (hoofdlijnen) van het zorglandschap voor Wmo en Jeugdzorg.
25
Segment/Maatwerkvoorziening Wmo Multi-probleem Volwassenen gericht op herstel
Ouderen 75 jaar Gericht op stabiliteit en gecontroleerde achteruitgang Enkelvoudige problematiek Volwassenen gericht op herstel
Structureel Volwassenen gericht op stabiliteit
Multi-probleem Volwassenen gericht op herstel
Ouderen 75 jaar Gericht op stabiliteit en gecontroleerde achteruitgang Enkelvoudige problematiek Volwassenen gericht op herstel
Structureel Volwassenen gericht op stabiliteit
Omschrijving Cliënten die niet meer zelfstandig kunnen wonen door psychische of psychosociale problematiek, verwarde mensen, multiprobleem volwassenen waarbij er sprake is van een perspectief op zelfstandigheid. Deze voorziening wordt ingekocht op regionaal niveau (Midden-Limburg West). Alle hulp die vanuit de Wmo voor de doelgroep ouderen wordt georganiseerd. Deze voorziening wordt ingekocht op regionaal niveau (MiddenLimburg West). Enkelvoudige problematiek. Begeleiding (individueel of in groep) ter bevordering van zelfstandigheid, zelfredzaamheid en reintegratie op de arbeidsmarkt met als doel (een vorm van) zelfstandigheid. Deze voorziening wordt ingekocht op regionaal niveau (MiddenLimburg West). Volwassenen die door de aard van hun beperking of vraagstukken niet kunnen deelnemen aan gewoon of begeleid werk en/of geen uitzicht hebben op zelfstandigheid zonder individuele of groepsbegeleiding. Deze voorziening wordt ingekocht op regionaal niveau (Midden-Limburg West). Cliënten die niet meer zelfstandig kunnen wonen door psychische of psychosociale problematiek, verwarde mensen, multiprobleem volwassenen waarbij er sprake is van een perspectief op zelfstandigheid. Deze voorziening wordt ingekocht op regionaal niveau (Midden-Limburg West). Alle hulp die vanuit de Wmo voor de doelgroep ouderen wordt georganiseerd.
Deze voorziening wordt ingekocht op regionaal niveau (MiddenLimburg West). Enkelvoudige problematiek. Begeleiding (individueel of in groep) ter bevordering van zelfstandigheid, zelfredzaamheid en reintegratie op de arbeidsmarkt met als doel (een vorm van) zelfstandigheid. Deze voorziening wordt ingekocht op regionaal niveau (MiddenLimburg West). Volwassenen die door de aard van hun beperking of vraagstukken niet kunnen deelnemen aan gewoon of begeleid werk en/of geen uitzicht hebben op zelfstandigheid zonder individuele of groepsbegeleiding. Deze voorziening wordt ingekocht op regionaal niveau (Midden-Limburg West). 26
Segment/Maatwerkvoorziening Jeugd Landelijk Transitie Arrangement
Jeugdzorg+
Crisis
Hoog specialistisch / weinig voorkomend Verblijf met behandeling
Wonen
Dagbesteding / Dagbehandeling
Specialistisch / veel voorkomend Ambulant
Omschrijving Specialistische functies/maatwerkvoorzieningen die zijn gecontracteerd op basis van landelijke afspraken. Specialistische maatwerkvoorzieningen die gezamenlijk met de jeugdzorgregio’s NoordLimburg, Midden-Limburg Oost en OostBrabant (bovenregionaal) worden ingekocht (penvoerder Roermond). Alle jeugdigen die te maken krijgen met een urgente / crisissituatie. Crisis is per definitie kortdurend. Deze voorziening wordt regionaal (Noord- en Midden-Limburg) ingekocht. Jeugdigen met zeer zware problematiek die op meerdere domeinen van hun leven problemen ervaren (gezin, school welzijn, etc.) Het gaat hier vaak om dure en langdurige trajecten zoals intramurale behandelingen en intensieve ambulante substituten voor verblijf. Deze voorziening wordt regionaal (Noord- en Midden-Limburg) ingekocht. Wanneer de thuissituatie geen veilige of passende woonomgeving voor een kind/jongere vormt moet er een alternatieve passende woonvorm gevonden worden die zo lang als nodig als thuis fungeert. Deze voorziening wordt regionaal (Midden-Limburg) ingekocht. Jeugdigen die gebruik maken van dagbesteding of dagbehandeling kunnen niet mee in het gewone of bijzondere onderwijssysteem, of kunnen gedurende de dag niet thuis blijven. Ze worden overdag of tijdens dagdelen opgevangen in gespecialiseerde voorzieningen. Deze voorziening wordt regionaal (MiddenLimburg West) ingekocht.
Veel voorkomende / specialistische zorg voor jeugdigen met enkelvoudige problematiek. Het gaat om ambulante en/of poliklinische hulp. Vaak ligt de focus op het verbeteren van- of ondersteunen bij problematische opvoedingssituaties. Deze voorziening wordt regionaal (Midden-Limburg West) ingekocht.
27
Bijlage 2. Overall Planning 2020-2023 2020
2021
2022
2023
September Oktober November December
Randvoorwaarden
Inrichten van de projectorganisatie 'Duurzaam Financieel Evenwicht Sociaal Domein'. Bespreken van de resultaten van de quick scan (lokaal en regionaal).
√ √ √
Opstellen van een integraal plan van aanpak (samenhangend stelsel maatregelen). Inrichten monitoringsysteem (stuurinstrument) met overzichtelijke rapportages. Transitiebudget 2020 en 2021
Toegang
√
√
Uitvoeren van een objectieve 0-meting Wmo om vast te stellen of de uitvoering plaatsvindt conform het vastgestelde beleid (beleidskaders) en of er ruimte is ten opzichte van wettelijk noodzakelijke/passende zorg en ondersteuning (besparingspotentieel).
√
Uitvoeren van een objectieve 0-meting Jeugd om vast te stellen of de uitvoering plaatsvindt conform het vastgestelde beleid (beleidskaders) en of er ruimte is ten opzichte van wettelijk noodzakelijke/passende zorg en ondersteuning (besparingspotentieel).
√
Maatwerkvoorzieningen Woningaanpassingen: door het uitvoeren van de 0-meting bij de Toegang Wmo wordt inzicht verkregen in de mogelijkheden om het toetsingskader voor ondersteuningsvragen voor woningaanpassingen aan te scherpen (stringenter toetsingskader). Verder worden de mogelijkheden onderzocht van het inzetten van bouwkundig - en ergonomisch advies bij het beoordelen van ondersteuningsvragen voor woningaanpassingen.
√
Verbeteren van de aansluiting tussen het CJG en specialistische maatwerkvoorzieningen door het inschakelen van een lokaal behandelteam. Verbeteren aansluiting en samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp (maatwerkvoorzieningen): maatregel gericht op vermindering van de inzet van jeugdzorg en bekostiging vanuit het verantwoordelijke stelsel. Ontmoedigen vestiging nieuwe aanbieders (zero tolerance): we zien steeds meer aanvragen of uitbreiding van zorgaanbod in Leudal (Jeugd en Wmo inclusief verblijfsvoorzieningen). Aangezien we al te maken hebben met een overschot zullen we hier, binnen onze wettelijke mogelijkheden, een ontmoedigingsbeleid op voeren indien er niet sprake is van een aantoonbare lancune in het zorglandschap die met deze voorziening wordt ingevuld. Inzet praktijkondersteuners huisarts (POH): door het plaatsen van praktijkondersteuners bij de huisartsen worden (op basis van landelijke onderzoeken) 30% minder verwijzingen naar gespecialiseerde voorzieningen gedaan. Doel is niet aleen minder maar ook meer juiste verwijzingen (matched care). Brede inzet medewerker WSP: door het intensief leggen van contacten met (potentiële) werkgevers worden meer mensen met een uitkering bij werkgevers geplaatst.
Inzetten 'eigen' jobcoach: door het inzetten van een 'eigen' jobcoach (intensief casemanagement) die zich specifiek richt op het begeleiden van jongeren uit het (voortgezet) speciaal onderwijs of uit een uitkeringssituatie wordt de kans op een betaalde baan voor deze jongeren vergroot. Inzetten van arbeidsgerichte dienstverlening
Verwervingsstrategie
√
√ √ √ √
Op basis van een strategische inkoopvisie die onder andere is gebaseerd op beheersing van kosten, samenwerking tussen aanbieders en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de financiële opgave (gemeenten en aanbieders) worden voor de periode vanaf 1 januari 2022 nieuwe contracten opgesteld met zorgaanbieders jeugd (inclusief implementatie). Om de resultaten beoogde (inhoudelijke en financiële) te bereiken, dient het integrale ketenproces met de 4 kernelementen (Toegang, Bekostiging, Leveranciersmanagement en Contracten) optimaal te worden heringericht. Er is dus nadrukkelijk een relatie met de maatregelen die betrekking hebben op de Toegang (onder andere 0-meting Toegang, POH). Uitvoeren Quick Scan naar haalbaarheid van de planning en opbrengsten van de nieuwe contracten voor Jeugdzorg en Wmo (1 januari 2022) en de mogelijkheden voor bijsturing.
√ 28
Bijlage 3. Maatregelen (projectbladen) A1+A2: 0-meting Toegang (Wmo en Jeugd) Planning Financieel effect
Startdatum Einddatum Financieel volume Besparingspotentieel in € Besparingspotentieel in de tijd Beleidsveronderstelling
Beschrijving activiteiten
Maatregel
Stand van zaken
Datum Naam eigenaar
8-jun-21 Teamleider Wmo en het CJG voor Jeugd
12-okt-20 31-dec-20 € 9.700.000 Inschatting (voor 0-meting) Jeugd € 180.000, Wmo € 190.000, woningaanpassingen € 150.000. 2020 geen opbrengsten. 2021 structureel € 520.000. Op dit moment lijkt de Toegang tot maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd 'ruim' te indiceren. Door het uitvoeren van een objectieve en onafhankelijke 0-meting wordt deze veronderstelling getoetst en wordt gedetailleerd inzichtelijk gemaakt welk besparingspotentieel haalbaar (reëel) is. In het kader van de 0-meting zijn interviews gehouden en is een dossiercontrole voor zowel de Wmo als Jeugd door een extern gespecialiseerd bureau uitgevoerd.
De doelen waren: -Toetsen of de toegang goed wordt uitgevoerd. -Inzichtelijk maken welke doorontwikkeling nodig is. -Onderzoeken welk besparingspotentieel haalbaar is. Relatie met andere maatregelen De 0-meting heeft directe en indirecte relaties met vrijwel alle andere maatregelen omdat de Toegang een groot gedeelte bepaalt van het gebruik aan maatwerkvoorzieningen (indicaties). Ook is de Toegang een draaiknop in het terugverwijzen van ondersteuningsvragen die in het voorliggende veld kunnen en moeten worden opgepakt, alsmede in het tijdig afschalen van maatwerkvoorzieningen die ook door lichtere vormen kunnen worden vervangen (onder andere door regievoeren op complexe casussen). De rapportages van de 0-metingen zijn gepresenteerd en besproken. Verschillende aanbevelingen zijn meteen opgepakt en vertaald in concrete acties of maatregelen (bijvoorbeeld op het gebied van woningaanpassingen). Voor het uitwerken en implementeren van de overige aanbevelingen is een activiteitenplan opgesteld en de uitvoering hiervan wordt maandelijks gemonitord in het Kernteam. Belangrijkste elementen naar aanleiding van de 0-meting Wmo: (1) 'aanstellen' kwaliteitsmedewerker (2) beleidsaanpassing aard, omvang en duur maatwerkvoorzieningen (3) aanpassen beleidsregels PGB (4) in kaart brengen en presenteren mogelijkheden voorliggend veld.
Belangrijkste elementen naar aanleiding van de 0-meting jeugd: (1) verdieping intakefase (2) zelfscan op kwaliteitskader 'Eerst samenwerken aan veiligheid en dan aan risico-gestuurde zorg' (3) aanscherping beschrijving SMARTdoelstellingen (4) opstellen uitvoeringsplan versterken voorliggend veld (5) aanpassing nadere regels PGB. 29
A1+A2: 0-meting Toegang (Wmo en Jeugd)
Datum 8-jun-21 Naam eigenaar Teamleider Wmo en het CJG voor Jeugd Aan het einde van 2021 wordt wederom een 0 (+1)-meting uitgevoerd voor de Toegang Wmo en Jeugd om te kijken of de voortgang op de verbeterpunten is gerealiseerd.
B1: Woningaanpassing Planning Financieel effect
Maatregel
Stand van zaken
Startdatum Einddatum Financieel volume Besparingspotentieel in € Besparingspotentieel in de tijd Beleidsveronderstelling
Datum Naam eigenaar 12-okt-20 31-dec-20
Voorlopige inschatting (voor 0-meting) woningaanpassingen € 150.000. 2020 geen opbrengsten. 2021 en verder structureel € 150.000. Op dit moment lijkt de Toegang tot maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd 'ruim' te indiceren. Door het uitvoeren van een objectieve en onafhankelijke 0-meting wordt deze veronderstelling getoetst en wordt gedetailleerd inzichtelijk gemaakt welk besparingspotentieel haalbaar (reëel) is. Beschrijving activiteiten Zie maatregelen a1 en a2. Relatie met andere maatregelen De 0-meting heeft directe en indirecte relaties met vrijwel alle andere maatregelen omdat de Toegang een groot gedeelte bepaalt van het gebruik aan maatwerkvoorzieningen (indicaties). Ook is de Toegang een draaiknop in het terugverwijzen van ondersteuningsvragen die in het voorliggende veld kunnen en moeten worden opgepakt, alsmede in het tijdig afschalen van maatwerkvoorzieningen die ook door lichtere vormen kunnen worden vervangen (onder andere door regievoeren op complexe casussen). De aanbeveling die in dit kader is gedaan bij de 0-meting van de Toegang Wmo is meteen opgepakt en geïmplementeerd (zie ook maatregelen a1 en a2).
B2: Vestiging nieuwe aanbieders Planning Financieel effect
8-jun-21 Teamleider Wmo
Startdatum Einddatum Financieel volume Besparingspotentieel in € Besparingspotentieel in de tijd
Datum Naam eigenaar
8-jun-21
1-sep-20 31-dec-24
30
B2: Vestiging nieuwe aanbieders Beleidsveronderstelling
Maatregel
Stand van zaken
Beschrijving activiteiten
Datum 8-jun-21 Naam eigenaar De vestiging van nieuwe aanbieders van met name jeugdzorg in de gemeente Leudal heeft geleid tot een situatie waarin aanbod ook vraag lijkt te creëren (ongewenste perverse prikkel). Door proberen (de uitbreiding van) dit aanbod te 'reguleren' wordt er geen onnodige vraag gecreëerd. Aanvragen met betrekking tot nieuw zorgaanbod voor zowel Wmo (inclusief wonen) als Jeugd of uitbreiding hiervan, worden vanuit het sociaal domein voorzien van een negatief advies. Dit wordt organisatiebreed en als gezamenlijk standpunt richting de inwoners van de gemeente Leudal gecommuniceerd.
Relatie met andere maatregelen We zien aanvragen voor uitbreiding van het zorgaanbod in Leudal (Jeugd en Wmo inclusief verblijfsvoorzieningen). Aangezien we al te maken hebben met een overschot zullen we hierop, binnen onze wettelijke mogelijkheden, een ontmoedigingsbeleid voeren indien er niet sprake is van een aantoonbare lacune in het zorglandschap die met deze voorziening wordt ingevuld. Datum Naam eigenaar
B3: Jeugdhulp - Onderwijs Planning Financieel effect
Maatregel
Stand van zaken
Startdatum Einddatum Financieel volume Besparingspotentieel in € Besparingspotentieel in de tijd Beleidsveronderstelling Beschrijving activiteiten
8-jun-21 Beleidsmedewerker Jeugd
augustus 2020 december 2021 € 50.000 2020 (0). Vanaf 2021 structureel € 50.000. 1) Via nadere criteria vastleggen. 2) Organiseren van een knooppuntoverleg.
Relatie met andere maatregelen Er zijn criteria voor begeleiding in de scholen en kinderopvang en vervangende dagbesteding onder schooltijd in het kader van de nadere regels jeugdhulp vastgesteld met ingang van schooljaar 2020-2021. De scholen en aanbieders zijn geïnformeerd over de wijzigingen en de toegang (CJG-ML) werkt met deze criteria. Het knooppuntoverleg is ingericht en opgestart. Op 18 maart 2021 is de eerste tussenrapportage behandeld in het bestuurlijk OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg). De deelnemers aan de pilot ervaren het als een meerwaarde dat er nu een mogelijkheid is om casuïstiek gezamenlijk door jeugdhulpverlening en onderwijs te bespreken. Gelet op de late start van de pilot en de omstandigheden als gevolg van de coronacrisis is de pilot verlengd tot en met juli 2022. Na afloop van de pilot vindt een eindevaluatie plaats. 31
Datum 8-jun-21 Naam eigenaar Beleidsmedewerker Jeugd Opmerking: in 2020 was het percentage kinderen uit Leudal dat wordt doorverwezen naar het speciaal onderwijs (significant) hoger dan het landelijk gemiddelde. In Leudal neemt 8% van de kinderen deel aan het speciaal onderwijs, landelijk is dit 3%. Leudal gaat met het onderwijs een convenant afsluiten over de afbouw van het aantal kinderen in het speciaal onderwijs (SBO en SO). Onze ambitie is om af te spreken om in een periode van 4 jaar (2021-2024) het huidige hoge percentage om te buigen tot het landelijke percentage.
B3: Jeugdhulp - Onderwijs
B4: Poh-ers Planning Financieel effect
Maatregel
Stand van zaken
Datum Naam eigenaar Startdatum Einddatum Financieel volume Besparingspotentieel in € Besparingspotentieel in de tijd Beleidsveronderstelling
8-jun-21 Beleidsmedewerker Jeugd
1-aug-20 1-dec-20 € 365.000
€ 90.000 (2021) en vanaf 2022 structureel € 110.000 Door het plaatsen van praktijkondersteuners bij de huisartsen worden 30% minder verwijzingen naar gespecialiseerde hulp gedaan. Doel is niet alleen minder, maar ook meer juiste verwijzingen (matched care). Beschrijving activiteiten Bij, in eerste instantie, 5 huisartsen (van de 17) wordt een Poh geplaatst. Relatie met andere maatregelen Er is een directe relatie met de rechtstreekse verwijzingen en de Toegang omdat eventuele rechtstreekse verwijzingen naar een maatwerkvoorziening nu worden voorkomen of dat het voorliggend veld als een passende oplossing wordt gezien. Er komt dus een nieuwe verhouding in de indicaties (verwijzingen) naar maatwerkvoorzieningen die uiteindelijk ook tot positieve financiële effecten zal leiden, naast de inhoudelijke effecten (direct de juiste oplossing, matched care). De geplande verdere uitrol van de Poh stagneert. Er is in twee praktijken gestart en een derde praktijk zou starten in het eerste kwartaal (2021). Echter, huisartsen hebben op diverse plekken signalen afgegeven dat zij aan de verdere uitrol nu geen aandacht kunnen geven vanwege de coronacrisis (vaccinaties). Opmerking: het nadeel van de vertraging van de uitrol Poh wordt opgevangen door de positieve effecten van de overige maatregelen en heeft daarmee geen negatief effect op de integrale taakstelling voor 2021.
32
B5: Lokale behandelteams Planning Financieel effect
Maatregel
Stand van zaken
Startdatum Einddatum Financieel volume Besparingspotentieel in € Besparingspotentieel in de tijd Beleidsveronderstelling Beschrijving activiteiten
Datum Naam eigenaar augustus 2020 december 2021
€ 60.000 incidenteel. 2021 (€ 60.000). Door een betere afstemming is er sprake van minder verwijzingen naar duurdere gespecialiseerde hulp. Een betere aansluiting tussen het CJG-team en het specialiseerde aanbod door het installeren van een lokaal behandelteam.
Relatie met andere maatregelen In Midden-Limburg West worden eerste gesprekken gepland voor het inrichten van de monitoring (effect- en resultaatmeting). De eerste bevindingen zijn positief. De behandelteams voelen vanuit hun eigen expertise een grote verantwoordelijkheid om samen goede zorg te leveren. Een belangrijk aandachtspunt in deze pilot is de samenwerking tussen de 7 organisaties met elk hun eigen processen en structuren. Op basis van huidige inzichten wordt de beoogde financiële opbrengst nog steeds haalbaar geacht.
B6: Inzetten ‘eigen’ jobcoach Planning Financieel effect
8-jun-21 Beleidsmedewerker Jeugd
Startdatum Einddatum Financieel volume Besparingspotentieel in € Besparingspotentieel in de tijd Beleidsveronderstelling
Maatregel Beschrijving activiteiten
Datum Naam eigenaar
8-jun-21 Beleidsmedewerker Participatie
1-jan-21 31-dec-21
2021 (€ 50.000) en vanaf 2022 structureel € 96.000. Door het inzetten van een 'eigen' jobcoach (intensief casemanagement) die zich specifiek richt op het begeleiden van jongeren uit het (voortgezet) speciaal onderwijs of uit een uitkeringssituatie wordt de kans op een betaalde baan voor deze jongeren vergroot. Op basis van huidige inschattingen, zouden duurzaam minimaal 8 jongeren kunnen uitstromen uit het huidige uitkeringsbestand. De eerste jongeren zouden met ingang van 1 mei 2021 moeten kunnen uitstromen. Het begeleiden van jongeren vanaf de laatse fase van het (voortgezet) speciaal onderwijs of vanuit de Participatiewet, in nauwe afstemming met het WSP, om te komen tot een match tussen de 33
B6: Inzetten ‘eigen’ jobcoach
Stand van zaken
Datum 8-jun-21 Naam eigenaar Beleidsmedewerker Participatie competenties van de jongere en een betaalde werkomgeving. De jongere wordt ook tijdens de eerste fase intensief begeleid om de kans op succes (duurzame betaalde betrekking) te vergroten. Bij een eventuele beëindiging van een betrekking wordt de jongere meteen intensief begeleid om zo snel mogelijk weer (betaald) te 'participeren': trampoline in plaats van vangnet. De investering voor deze additionele inzet, wordt beoogd vanuit bestaande middelen voor Leerplicht. Relatie met andere maatregelen Er ligt een duidelijke relatie met maatregel b7. Brede inzet medewerker WSP. Door jongeren te begeleiden naar een betaalde baan of volwaardige participatie neemt hun eigenwaarde toe waardoor waarschijnlijk ook de vraag naar andere voorzieningen of ondersteuning vanuit de Wmo (of Jeugdwet) kan worden voorkomen of beperkt. De vacature voor de jongerencoach/jobcoach is opengesteld. De eerste gesprekken hebben inmiddels plaatsgevonden. Met 2 kandidaten zal een vervolggesprek plaatsvinden. De jongeren die inmiddels zijn gestart, worden dan overgenomen waardoor externe begeleiding niet meer of minder nodig is.