Maas 2050, naar een flexibele programmering en lange termijn aanpak voor de dijken langs de Maas
Tekst van het document
Aandachtspunten vanuit de markt
De totale opgave is ook besproken met de markt via de Taskforce Deltatechnologie. De markt heeft ons de volgende aandachtspunten meegegeven voor het opstellen van de programmering: •
aak ‘de omgeving’ sturend in M de programmering. Draagvlak in de omgeving, het benutten van meekoppelkansen en kansen voor rivierverruiming zijn cruciale succesfactoren in de dijk versterkingsopgave. Laat dit leidend zijn.
•
•
aak werk met werk. Probeer werk met M werk te maken in integrale projecten waarbij opgaven worden gecombineerd. Dit schept ook kansen voor een grondstoffenalliantie. Let op doorlooptijden en fasering. Zorg dat je faseert in de tijd zodat je grondstoffen en materieel optimaal kan inzetten.
Door verschillende scenario’s te maken geven we invullingen aan de aandachtspunten die ons zijn meegegeven vanuit het landelijke HWBP en de markt. Sommige aandachtspunten krijgen een plek in de programmeringsstrategie.
30
Maas 2050 | Waterschap Limburg
4
De programmeringsstrategie
Onze Maas. Onze veiligheid. 31
Maas 2050 | Waterschap Limburg
Om te komen tot een flexibele programmeringsstrategie hebben we een uitvoerige analyse van de waterveiligheidsopgave gedaan, is een omgevingsscan gemaakt om de kansen voor rivierverruiming, meekoppelkansen en grotere ontwikkelingen inzichtelijk te maken en hebben we de leerpunten en inzichten van de watercrisis in 2021 in beeld gebracht. De opbrengsten van de analysefase zijn gedeeld met het algemeen bestuur tijdens een themabijeenkomst op 23 februari. Vervolgens zijn we het gesprek aangegaan over de insteek van de toekomstige dijkversterkingen. Met wat in de themabijeenkomst is besproken, de aandachtspunten die ons zijn meegegeven vanuit het landelijke HWBP en de markt, hebben we een programmeringsstrategie opgesteld en hebben we drie scenario’s doorontwikkeld voor de programmering van de toekomstige dijkopgave. We vragen het bestuur om de programmeringsstrategie vast te stellen.
De programmeringsstrategie van Waterschap Limburg: •
I n 2050 voldoen alle dijken aan de veiligheidsnorm uit de Waterwet. De watercrisis van 2021 heeft ons wederom de noodzaak laten zien van veilige dijken.
•
anuit het besef dat een dijkversterking V impact heeft op de omgeving, werken we zo veel mogelijk omgevingsgericht. We willen - als een gebied toch op de schop gaat - het goed doen. En dus bekijken we in een slim samenspel met partners of we tegelijk met de dijkversterking een gebied aantrekkelijker kunnen maken en hoe iedereen kan bijdragen. Ons uitgangspunt hierbij: samenwerken waar het kan en doorpakken waar het moet.
•
32
oor Maas2050 betekent dit dat we vroeg V in het proces partners betrekken. Samen hebben we per gebied geïnventariseerd waar raakvlakken en kansen zitten, de zogenaamde omgevingsscan. Deze wordt periodiek geactualiseerd.
Maas 2050 | Waterschap Limburg
•
•
ansrijke initiatieven met voldoende K financiering krijgen een gebiedsproces. Ieder betaalt zijn eigen opgave waarbij we streven naar gebiedsgerichte financiering om verkokering te voorkomen. Het waterschap kan een trekkende rol hebben, maar dit hoeft niet. e omarmen het principe ‘Ruimte W waar het kan, dijken waar het moet’. Het Rijk heeft in de Waterwet (straks Omgevingswet) vastgelegd waar dijken liggen en welke veiligheidsnorm voor elk dijktraject geldt. De wettelijke taak van Waterschap Limburg is deze dijken te versterken conform de wettelijke veiligheidsnorm. Het Rijk bepaalt in het Deltaprogramma en het Programma Integraal Riviermanagement (IRM) samen met de regio waar ‘ruimte voor de rivier’ kan bijdragen aan de hoogwateropgave. Als sprake is van mogelijke rivierverruiming en nabij gelegen dijkversterking, werken Rijk en Waterschap samen aan ieders opgave, om werk met werk te maken en samen kosten te besparen.
Hierbij willen we de dijken altijd op de goede plek versterken en in voorkomende gevallen dijken terug leggen. Dit noemen we ‘no regret’ programmeren. •
•
•
anuit het besef dat we niet alle dijken V tegelijkertijd kunnen aanpakken, onderzoeken we hoe we dit slim kunnen doen. We bepalen de volgorde en de snelheid. We gaan hierbij op een voorspelbare en beheerste manier te werk: haalbaar (maakbaar) en realistisch. e willen de ruimte houden om W in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. Onze programmering is een stevig fundament, maar is (binnen kaders) flexibel om in te kunnen spelen op deze nieuwe ontwikkelingen. We kunnen de toekomst voor de komende 25 jaar immers niet voorspellen. astenverhoging voor de burgers is L onvermijdelijk, maar we streven ernaar om die tot een minimum te beperken.
•
e zetten al onze mogelijkheden in W om de dijkversterkingen in de door ons gewenste volgorde en snelheid op de landelijke HWBP programmering te krijgen. Voorfinancieren heeft niet onze voorkeur en doen we alleen als er geen risico aan verbonden is, hetzij binnen het programma, hetzij binnen Waterschap Limburg. Bijvoorbeeld als we weten dat het dijktraject op het landelijke programma geprogrammeerd staat.
•
e betrekken de markt bij de verdere W implementatie van de programmerings strategie en kijken verstandig naar een bundeling van projecten.
•
In onze projecten werken we duurzaam en innovatief, bv door het benutten van kansen voor gebiedseigen grond, het energiebesparend en in de toekomst energieneutraal uitvoeren van projecten en het toepassen van innovatie ten behoeve van het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Indien mogelijk proberen we zelfs duurzaam programmeren toe te passen.
5
Voorstel voor de programmering: drie scenario’s
Onze Maas. Onze veiligheid. 33
Maas 2050 | Waterschap Limburg
5.1 Introductie Om te komen tot een concrete programmering hebben we een drietal scenario’s uitgewerkt die moeten leiden tot de keuze voor één richtinggevend scenario. Hierbij hebben we ook de opmerkingen meegenomen die tijdens de themabijeenkomst van 23 februari zijn gemaakt. Concreet betekent dit dat de scenario’s verder zijn verfijnd. Daarnaast heeft er een check en aanpassing plaatsgevonden op de criteria ‘haalbaarheid en realisme’.
De volgende scenario’s zijn uitgewerkt: • Scenario ‘technische ranking’ • Scenario ‘veiligheid met en voor de omgeving’ • Scenario ‘stabiele organisatie’
De opgave is immers in alle drie de scenario’s gelijk: in alle gevallen is het streven om vóór 2050 alle dijktrajecten te laten voldoen aan de wettelijke ondergrens. Er zijn wel kleine verschillen tussen de scenario’s wat betreft het verloop van de waterschapslasten in de tijd. Dit komt omdat de verdeling van de opgave in de tijd per scenario anders is.
De scenario’s verschillen van elkaar op de criteria zoals benoemd in figuur 5. Alle scenario’s kennen dezelfde bruto investeringssom, namelijk € 1,28 miljard. Ook de watersysteemheffing neemt in elk scenario toe met gemiddeld 0,28 procentpunt per jaar over de periode 2024-2050 als gevolg van de dijkversterkingsopgave uit Maas2050.
Voor alle scenario’s geldt dat in 2050 alle dijktrajecten voldoen aan de ondergrens. De startdatums en doorlooptijden zijn indicatief.
• Veiligheid ›
Snelheid
• Omgeving › ›
Omgeving
Integraliteit Rivierkundig samenspel (incl. duurzaamheid)
Veiligheid
Capaciteit
• Stabiliteit en voorspelbaarheid › › ›
Stabiele overgang Capaciteit Financiën
• Risicoprofiel en uitvoerbaarheid › ›
Aantal trajecten tegelijkertijd Maximale omvang van de organisatie
Figuur 5 - De criteria in beeld
34
Maas 2050 | Waterschap Limburg
Diverse scenario's
Richtinggevend scenario
Capaciteitsbehoefte
5.2 Scenario’s toegelicht
Capaciteit (fte)
120,0 100,0 80,0 60,0 40,0 20,0
Scenario ‘technische ranking' (zie bijlage C1)
•
2046
2047
2048
2049
2050
2047
2048
2049
2050
2045
2046
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
50,0
Maas 2050
HWBP NM
2045
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
0,0 2027
•
r is in dit scenario geen rekening E gehouden met ontwikkelingen in de omgeving of het realiseren van een stabiele organisatie. Het verloop van de belastingdruk is te zien in figuur 7.
100,0
2026
•
150,0
2025
e dijken met hoge urgentie zijn D 2040 versterkt. Dit zijn met name stedelijke gebieden (Roermond, Venlo, Maastricht, Gennep/Mook) met en complexe opgave. Voor deze complexe trajecten hebben we gerekend met een doorlooptijd van 10 jaar. In de periode 2040-2050 worden de trajecten opgepakt die nu nog zijn goedgekeurd, maar lager scoren dan de signaleringswaarde (geel). Dit zijn vooral landelijke trajecten en hebben daarmee een kortere doorlooptijd.
200,0
2024
•
Totaal
Bruto investeringen
250,0
2023
De normtrajecten met de grootste afstand tot het vereiste veiligheidsniveau worden het eerste aangepakt (conform de volgorde in tabel 1). We eindigen met de trajecten met een geringe afstand tot het vereiste veiligheidsniveau.
HWBP NM
Figuur 6a - Capaciteitsbehoefte scenario ‘Technische ranking’
2022
In dit scenario wordt geprogrammeerd op basis van prioriteit (technische ranking).
Maas 2050
Kosten (M€)
Basisuitgangspunten 'technische ranking'
2023
2022
0,0
Totaal
Figuur 6b - Bruto investeringen scenario ‘Technische ranking’
1,00%
Verandering belastingdruk watersysteemheffing (t.o.v. voorgaande jaar)
0,80% 0,60% 0,40% 0,20% 0,00% -0,20%
Figuur 7 - Effect op de belastingen van scenario ‘Technische ranking’
35
Maas 2050 | Waterschap Limburg
2054
2053
2052
2051
2050
2049
2048
2047
2046
2045
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
-0,40%
Scenario ‘veiligheid met en voor de omgeving’ (zie bijlage C2)
Basisuitgangspunten 'veiligheid met en voor de omgeving' In dit scenario wordt geprogrammeerd op basis van de ‘omgeving’.
Veiligheid staat voorop waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat bij een aantal dijktrajecten de versterkingsopgave in samenhang moet worden bezien met meekoppelkansen en kansen voor rivierverruiming. Ook is gelet op de aandachtsgebieden uit de propositie (Vierwaarden/Venlo, Roermond en Maastricht). Deze hebben prioriteit en zijn als eerste aan de beurt. In dit scenario kunnen kansen voor het toepassen van gebiedseigen grond optimaal worden benut. Dit kan bijdragen aan duurzame oplossingen.
36
Maas 2050 | Waterschap Limburg
•
Vierwaarden en Venlo (vanaf respectievelijk 2023 en 2026) In november 2020 hebben Rijk en regionale overheden afgesproken een voorverkenning uit te voeren voor Vierwaarden. Het streven is te komen tot een samenhangende aanpak waarin alle opgaven en ambities logisch en met oog voor de landschappelijke waarden samen komen (zie paragraaf 3.2.). Gezien de kansen die hier liggen en de onderlinge samenhang van de maatregelen, alsmede de waterstandsverlagende effecten van de rivierverruimende, is het aan te raden om de dijkversterkingen in dit gebied in samenhang te bezien met de andere ontwikkelingen. • Het gaat hierbij om de dijktrajecten: Venlo-Velden (68-2), deeltraject Venlo Genooy (68-1), Lottum (66-1) en Grubbenvorst (67-1). • Het project zorgt tevens een waterstandsverlaging en daarmee ook op een verlaging van de dijkopgave in het centrum van Venlo, Tegelen, Steyl en Blerick (681 en 69-1). Daarom is in dit scenario opgenomen met Venlo en Blerick te starten in 2026 zodat zicht is op de waterstandsverlaging door Vierwaarden.
•
Zuidelijk Maasdal Maastricht (vanaf 2024) In dit gebied, waar tevens een MIRT onderzoek loopt, spelen diverse ontwikkelingen waaronder mogelijkheden om de hoogwaterstanden van de Maas door middel van rivierverruimende maatregelen substantieel te verlagen. Daardoor hoeven de keringen in het Maasdal en in het centrum van Maastricht minder te worden verhoogd. • Omdat zich hier een veelheid aan oplossingsrichtingen en meekoppelkansen aandient, is in dit scenario opgenomen de dijkversterkingen in dit gebied in samenhang met de andere ontwikkelingen in dit gebied te bezien. Het gaat hierbij om de volgende dijktrajecten: Maastricht (90-1), Itteren (91-1), Eijsden (95-1), Bosscherveld (93-1) en Borgharen (92-1).
37
•
Roermond (Roerdelta reeds gestart, de rest volgt vanaf 2028) Rondom het centrum van Roermond zal de dijkversterking van deeltraject Roermond Zuid (76-1) in samenhang moeten worden bezien met het functioneren van de hoogwaterbypass, de zogenaamde Groene Rivier. Tijdens de watercrisis van 2021 is deze bypass niet ingezet omdat er een reëel risico was op een dijkdoorbraak. • Het deeltraject van 76-1 is reeds aangemeld bij het HWBP en loopt dus al onder de naam ‘Roerdelta’. In dit traject wordt ook het functioneren van de groene rivier meegenomen. • Het resterende deeltraject en de andere dijktrajecten in Roermond volgen vanaf 2028 en 2031.
•
Noordelijke sector (vanaf 2033) Hier zijn kansen om de waterstanden van de Maas substantieel te verlagen door rivierverruimende maatregelen aan Belgische en Nederlandse zijde (Contelmo en Heerenlaak). Tevens lopen hier meekoppelkansen rondom de Pater Sangersbrug over de Maas. • In dit scenario wordt voorgesteld om de ontwikkelingen in het gebied af te wachten en op basis van de keuzes die gemaakt worden een integrale visie op de dijken te ontwikkelen en te bepalen of, en zo ja welke dijken versterkt moeten worden. • Het gaat hierbij om de volgende dijktrajecten: Ohé en Laak – Stevensweert (81-1), Aasterberg (82-1), Nattenhoven – Roosteren (83-1) en Visserweert (84-1)
•
Gennep (vanaf 2029) Dijktraject Gennep wordt opgepakt vanaf 2029. Zolang de benodigde dijkversterkingen nog niet zijn uitgevoerd, dienen in het beheer noodmaatregelen (steunbermen) te worden getroffen om tijdens momenten van het hoogwater de veiligheid zoveel als mogelijk te kunnen borgen.
•
Deeltraject centrum Mook (54-1), onderdeel van dijkring Ottersum-Mook (vanaf 2040) Dit deeltraject is in 2020 opgeleverd volgens de oude norm. Gezien de impact van een nieuwe verhoging is het niet gewenst om hier op korte termijn terug te komen om dit deeltraject te versterken op de nu geldende norm. Daarom nemen we het deeltraject centrum Mook in de programmering op vanaf 2040.
Maas 2050 | Waterschap Limburg
Tabel 3 - Veranderingen in prioritering van dijktrajecten als gevolg van meekoppelkansen, kansen voor rivierverruiming en grotere ontwikkelingen die in samenhang moeten worden bezien* Norm ondergrens
Traject naam
Grotere ontwikkelingen
Traject lengte (m)
76-1
100
Roermond
Roermond
2794
76-1
69-1
300
Blerick (deeltraject Blerick)
(mogelijk effect van Vierwaarden)
3358
69-1
68-1
300
Venlo (deeltraject Venlo)
(mogelijk effect van Vierwaarden)
7903
68-1
90-1
1000
Maastricht
Zuidelijk maasdal
7035
90-1
55-1
300
Gennep
7925
55-1
Maas 2050 gemiddelde urgentie
76a-1
100
Hammerveld
1741
76a-1
77-1
100
Merum - Ool - Herten
8417
77-1
87-1
300
Meers
5472
87-1
54-1
300
Ottersum - Mook (deeltraject Mook)
94-1
100
Sint Pieter
Zuidelijk maasdal
888
94-1
91-1
300
Itteren
Zuidelijk maasdal
3484
91-1
95-1
100
Eijsden
Zuidelijk maasdal
1079
95-1
93-1
300
Bosscherveld
Zuidelijk maasdal
2600
93-1
83-1
100
Nattenhoven - Roosteren
Noordelijke sector
13998
83-1
41-4
3000
Molenhoek
609
41-4
81-1
100
Ohe en Laak - Stevensweert
Noordelijke sector
13879
81-1
74-1
100
Neer
2386
74-1
66-1
100
Lottum
59-1
100
Bergen - Aaijen
6225
59-1
56-1
100
Afferden
3022
56-1
67-1
100
Grubbenvorst
Vierwaarden
867
84-1
100
Visserweert
Noordelijke sector
1218
84-1
61-1
100
Wanssum - Geijsteren
5501
61-1
80-1
100
Clauscentrale
82-1
100
Aasterberg
78-1
100
Heel (deeltraject Sleydal)
92-1
100
Borgharen
64-1
100
Broekhuizenvorst
2791
64-1
62-1
100
Wanssum - Blitterswijck
5455
62-1
89-1
100
Voulwames
693
57-1
100
Nieuw Bergen
1832
HWBP
57-1
71-1
100
Belfeld
964
HWBP
71-1
*exclusief trajecten met een lage urgentie
38
HWBP WL (~2029)
Maas 2050 hoge urgentie
Traject
Maas 2050 | Waterschap Limburg
Roermond
54-1
1801
Vierwaarden
Noordelijke sector Zuidelijk maasdal
66-1
1373
67-1
1350
80-1
811
82-1
2184
78-1 92-1
3381
89-1
Capaciteitsbehoefte
120,0
Capaciteit (fte)
100,0 80,0 60,0 40,0 20,0
Maas 2050
HWBP NM
2050
2049
2048
2047
2046
2045
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
0,0
Totaal
Figuur 8a - Capaciteitsbehoefte scenario ‘Veiligheid met en voor de omgeving’ Bruto investeringen
0,80%
Verandering belastingdruk watersysteemheffing (t.o.v. voorgaande jaar)
0,70%
150,0
0,60% 0,50%
100,0
0,40% 0,30%
50,0
0,20% 0,10%
-0,20%
Figuur 8b - Bruto investeringen scenario ‘Veiligheid met en voor de omgeving’
39
Maas 2050 | Waterschap Limburg
Figuur 9 - Effect op de belastingen van scenario ‘Veiligheid met en voor de omgeving’
2054
2053
2052
2051
2050
2049
2048
2047
2046
2045
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
-0,30%
2050
2049
2048
2024
Totaal
2047
2046
2045
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2035
2036
HWBP NM
0,00%
-0,10%
2023
Maas 2050
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2022
0,0
2025
Kosten (M€)
200,0
Capaciteitsbehoefte
Scenario ‘stabiele organisatie’ (zie bijlage C3)
Capaciteit (fte)
120,0 100,0 80,0 60,0 40,0 20,0
2046
2047
2048
2049
2050
2047
2048
2049
2050
2045
2046
2044
2043
2042
2041
2039
2038
2037
2036
2035
2040
Totaal
Bruto investeringen
200,0 150,0 100,0 50,0
Maas 2050
HWBP NM
2045
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
0,0 2022
•
HWBP NM
Figuur 10a - Capaciteitsbehoefte scenario ‘Stabiele organisatie’
Kosten (M€)
•
e organisatie wordt gecontroleerd D afgebouwd na afronding van het huidige HWBP en de opstart van Maas2050. Als baseline is het scenario ‘omgeving’ genomen. Dit is vervolgens aangepast zodat een stabiele afbouw van de organisatie tot 2050 ontstaat. De verschillende dijktrajecten zijn hierbij op onderstaande wijze geprogrammeerd: • Vierwaarden en Venlo (vanaf 2023, respectievelijk 2026) • Maastricht (vanaf 2024) • Itteren en Borgharen (vanaf 2025) • Gennep (vanaf 2025) • Roermond (Roerdelta reeds gestart), • Hammerveld en Merum-Ool-Herten vanaf 2031. • Noordelijke sector (vanaf 2033)
2034
Maas 2050
250,0
•
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2022
Basisuitgangspunten 'stabiele organisatie'
In dit scenario wordt geprogrammeerd op basis van de ‘organisatie’. Doel is te komen tot een zo gecontroleerd en gereguleerd mogelijke organisatie.
2023
0,0
Totaal
Figuur 10b - Bruto investeringen scenario ‘Stabiele organisatie’
1,00%
Verandering belastingdruk watersysteemheffing (t.o.v. voorgaande jaar)
0,80% 0,60% 0,40% 0,20% 0,00% -0,20%
Figuur 11 - Effect op de belastingen van scenario ‘Stabiele organisatie’
40
Maas 2050 | Waterschap Limburg
2054
2053
2052
2051
2050
2049
2048
2047
2046
2045
2044
2043
2042
2041
2040
2039
2038
2037
2036
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
-0,40%
5.3 Vergelijking van de scenario’s Hoewel de opgave in alle drie de scenario's gelijk is (in alle gevallen is het streven om vóór 2050 alle dijktrajecten te laten voldoen aan de wettelijke ondergrens), verschillen de scenario's wezenlijk van elkaar in uitgangspunten.
Tabel 4 - De verschillen en overeenkomsten tussen de verschillende scenario’s
Gerealiseerd tot 2040
67 km
70 km
56 km
Het scenario ‘technische ranking’ stelt de prioritering centraal. Het scenario ‘veiligheid met en voor de omgeving’ stelt veiligheid met de omgeving centraal en het scenario ‘stabiele organisatie’ stelt de organisatie centraal. In tabel 4 zijn de verschillen en overeenkomsten opgenomen middels meerdere criteria.
Restopgave na 2040
54 km
51 km Va
65 km
Integraliteit/samenloop dijkopgave en ruimtelijke opgave (propositie)
Niet
In hoge mate
In enige mate
Rivierkundig samenspel (incl. duurzaamheid)
18 km
60 km
53 km
Stabiele overgang tussen huidig programma en Maas 2050
In beperkte mate
In hoge mate
In hoge mate
Mate van stabiliteit en voorspelbaarheid van de capaciteit
In enige mate
In beperkte mate
In hoge mate
Mate van stabiliteit en voorspelbaarheid van de financiën 91-1
In beperkte mate
In hoge mate
In hoge mate
Gemiddeld 11 trajecten met als hoogtepunt 19
Gemiddeld 12 trajecten met als hoogtepunt 25
Gemiddeld 12 trajecten met als hoogtepunt 24
98 FTE op piek
98 FTE op piek
91 FTE op piek
Scenario - Technische ranking
Scenario - Veiligheid met en voor de omgeving
Scenario - Stabiele organisatie
Veiligheid Snelheid (excl. HWBP)
Omgeving
Stabiliteit en voorspelbaarheid
Risicoprofiel en uitvoerbaarheid (haalbaarheid) Aantal trajecten tegelijkertijd (incl. HWBP) Maximale omvang van de organisatie (incl. HWBP)
41
Maas 2050 | Waterschap Limburg
6
Aanbevelingen
Onze Maas. Onze veiligheid. 42
Maas 2050 | Waterschap Limburg
6.1 Aanbevelingen voor het vervolg Nadat het bestuur een richtinggevende scenario heeft gekozen als kader gaan we de programmering verwerken in onze eigen meerjarenbegroting. Deze doorloopt het reguliere besluitvormingsproces behorende bij de begrotingscyclus. Ook zullen we onze programmering inbrengen in de landelijke programmering van het HWBP. Het landelijke HWBP verzamelt alle programmeringen van alle waterschappen en stelt vervolgens een landelijke programmering op. Uiteraard is het mogelijk dat deze afwijkt van het wensbeeld van de individuele waterschappen en aanpassingen in de tijd worden voorzien. Het bestuur van het waterschap zal dan vervolgens moeten bepalen hoe hier mee om te gaan. Daarna gaan we aan de slag met de laatste fase van Maas2050. Dit is het uitwerken van een routekaart om te komen tot
43
Maas 2050 | Waterschap Limburg
bestuurlijke besluitvorming over periodieke actualisatie en de opstart van projecten in de initiatieffase welke al in 2023 dient te starten. Zo kunnen we jaarlijks bijstellen en projecten ook daadwerkelijk opstarten. Het idee is om het bestuur periodiek te informeren over actualisatie van de routekaart. Dat is nodig, want met praten alleen worden onze dijken niet veiliger. We willen én moeten meters maken. Hierbij is het van belang om zo snel mogelijk via ingangstoetsen te regelen dat projecten worden geprogrammeerd bij het landelijke HWBP zodat zicht is op het beschikbaar komen van financiële middelen. Verder is het van belang om een communicatie-aanpak te ontwikkelen om de opgave binnen en buiten het waterschap uitlegbaar te maken en de samenwerking met omgevingspartijen te bevorderen. Het
gaat namelijk uitdrukkelijk om een adaptieve programmering. Wensen gerelateerd aan de rivier, de dijk en het achterland moeten actueel blijven, om tot optimale samenhang en samenwerking te komen in de uitwerking. In dit kader is het óók belangrijk om te communiceren dat er grenzen zijn aan adaptief programmeren. Bijvoorbeeld voor trajecten waarvan al een ‘scope’ is bepaald en een ingangstoets doorlopen. Én we moeten
rekening houden met een einddatum. De mijlpaal ‘2050’ is leidend, dan moeten alle dijktrajecten voldoen aan de normering. Tot slot is het belangrijk om te beoordelen of de leidende principes voor ruimtelijke kwaliteit die nu gelden voor de noordelijke maasvallei ook geschikt zijn voor het zuidelijk deel, of dat er een aanvulling nodig is.
6.2 Overige consequenties voor de organisatie Maas2050 heeft ook consequenties voor de lijnorganisatie van Waterschap Limburg. Als er meer dijkversterkingsprojecten gelijktijdig spelen en er sprake is van een complexe inpassingsopgave in de omgeving vraagt dit ook extra capaciteit van de lijnorganisatie (als stakeholder). Bijvoorbeeld bij het cluster ‘Vergunningen, Toezicht en Handhaving’ of bij ‘Kaders en Ontwikkeling’. Heel belangrijk zijn ook de gevolgen voor onderhoud. Waterschap Limburg heeft de plicht om er voor te zorgen dat de waterkeringen in haar beheergebied aan de veiligheidsnormen voldoen en vooral blijven voldoen. Indien de kering niet meer voldoet aan de eisen, dient het waterschap de nodige onderhouds- en herstelmaatregelen te treffen. Dit is vastgelegd in de Waterwet en het Kader Zorgplicht Primaire Waterkeringen. Om te voldoen aan deze (resultaats)verplichting is een onderhoudsbudget benodigd voor het onderhoud aan de waterkeringen. Dit budget dient voldoende dekkend te zijn om het onderhoud uit te kunnen voeren.
44
Maas 2050 | Waterschap Limburg
Ter onderbouwing van het benodigde budget (in de vorm van een voorziening) en het duiden van een heldere opdracht, is het onderhoudsprogramma waterkeringen op 5 september 2017 door het Dagelijks Bestuur vastgesteld. Hierbij is rekening gehouden met “areaaluitbreiding” en “wettelijk niveau van onderhoud” zoals destijds bekend. Meegenomen areaaluitbreidingen zijn nieuwe of langere trajecten en verlengde aansluitingen naar hoge grond bij de sluitstukkaden uit het zuiden, de prioritaire dijkverbeteringen in het noorden (het Programma Maaswerken), de projecten van Ooijen-Wanssum en de HWBP projecten. In verband met de egalisatie van de kosten, wordt jaarlijks € 1,8 mln. ingebracht in de voorziening ten behoeve van dit onderhoudsprogramma. Hiervan is € 0,6 mln. gekoppeld aan het onderhoudsbestek groen. Tot op heden is de onderhoudsvoorziening voldoende voor het uitvoeren van het onderhoud. Het betreft hier geprogrammeerd onderhoud (maaien, schoonmaken, inspecteren etc.) en ongeprogrammeerd onderhoud (oevererosie, graafschade, stormschade etc.). Bij het verder uitvoeren van het dijkversterkingsprogramma zullen
benodigde onderhoudskosten worden bepaald door ontwerpkeuzes en eventuele areaaluitbreiding. Met het vaststellen van projectplannen, zullen voor het betreffende traject ook de consequenties voor het onderhoud inzichtelijk worden gemaakt. Naast onderhoud, zijn er op enig moment ook vervangingen te verwachten. Deze vervangingen worden bepaald door de levensduur van de assets, met name: • Technische levensduur, waarbij onderdelen vervangen moeten worden. Voor bewegende delen of installaties zal dit eerder zijn dan de constructieve elementen of groene dijken. Hier is in meerjarig perspectief nog niet voorzien. De verwachting is dat dit met name gaat spelen na 2050, nadat onderdelen van de dijktrajecten die als eerste zijn aangelegd op de huidige norm op onderdelen aan vervanging toe zijn. De kosten hiervoor zijn voor rekening van het waterschap. • Functionele levensduur, waarbij de waterkeringen versterkt moeten worden omdat deze functioneel niet meer voldoen aan de norm in de waterwet. In het huidige stelsel wordt daarbij
een 10% bijdrage gevraagd van het waterschap en komen de overige 90% van de kosten ten laste van het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma. De mate waarin het waterschap rekening dient te houden met vervangingskosten in de toekomst is afhankelijk van tal van factoren. De meest belangrijke: •
•
•
ederom de ontwerpkeuzes en W eventuele areaaluitbreiding. Ook hier is het doel om met het vaststellen van projectplannen, voor het betreffende traject ook de consequenties voor toekomstige vervangingen inzichtelijk te maken. Eventuele wijzigingen in de norm, bijvoorbeeld door klimaatwijzigingen. In dit geval dient, in het huidige stelsel, rekening te worden gehouden met een 10% bijdrage. Eventuele wijzigingen in het stelsel, waarbij in de toekomst mogelijk een andere bijdrage van het waterschap wordt gevraagd dan de huidige 10%.
Op dit moment wordt er nauwelijks rekening gehouden met toekomstige vervangingen die ten laste komen van waterschap Limburg. De ervaring leert dat in Nederland de functionele levensduur van de waterkeringen (gebaseerd op veranderingen van de norm of hydraulische randvoorwaarden) een stuk korter is dan de technische levensduur van de waterkeringen. In de afgelopen decennia zijn er meerdere dijkversterkingsrondes uitgevoerd in Nederland, ook in Limburg (tijdelijke dijken 1996, Maaswerken ruwweg 2004-2020 en de huidige HWBP projecten ruwweg 2017-2029). Dit komt onder andere door een aantal grote wijzigingen in de status (wel/niet primair) en de norm van de Limburgse waterkeringen sinds 1993/1995. Waterkeringen in de rest van Nederland hebben vóór de Waterwet van 2017 al decennialang dezelfde status en norm gekend, waarbij enkel de hydraulische randvoorwaarden zo nu en dan veranderden. Doordat de Limburgse keringen nu onder hetzelfde stelsel en instrumentarium vallen als de andere primaire keringen, voorzien wij voor de komende decennia minder ingrijpende wijzigingen dan we sinds 1993/1995 met enige regelmaat hebben gezien.
45
Maas 2050 | Waterschap Limburg
Voornoemde dient te worden geplaatst in het kader van de financiële levensduur (de afschrijvingstermijn). Een ongewenste situatie is dat de technische levensduur of functionele levensduur korter is dan de financiële levensduur (over het algemeen 30 jaar). Vooralsnog wordt dit niet voorzien, maar het zou kunnen optreden bij een eventuele aanpassing in de hydraulische randvoorwaarden (bijvoorbeeld snellere klimaatverandering dan verwacht en daarmee gepaard gaande aanpassingen in waterstanden) of een normaanpassing. Voor dijkversterkingen die onder het HWBP worden uitgevoerd, wordt doorgaans gerekend met een waterstand van 50 jaar in de toekomst, conform de daarvoor landelijk gebruikte modellen en randvoorwaarden. De nu verwachte snelheid en mate van klimaatverandering wordt in de dijkontwerpen dus al meegenomen.
Verder zullen we moeten nadenken over toekomstige technische keuzes. Op dit moment loopt er een nadere analyse van de technische mogelijkheden en keuzes bij coupures en langsconstructies. Van oudsher wordt veelal gekozen voor het toepassen van demontabele keringen met planken. Aan de andere kant dienen zich ook alternatieven aan, zoals zelfsluitende keringen. In de analyses worden de voor- en nadelen, kosten en risico’s van deze oplossingen in beeld gebracht, zodat een heldere strategische keuze kan worden gemaakt voor de toekomstige opgave. Bovengenoemde afwegingen zijn in belangrijke mate een assetmanagement vraagstuk en passend bij de ontwikkeling van assetmanagement in onze organisatie. Tot slot zullen we ook moeten nadenken over tijdelijke beheermaatregelen. Zolang de benodigde dijkversterkingen nog niet zijn uitgevoerd, dienen in het beheer maatregelen te worden getroffen om tijdens momenten van het hoogwater de veiligheid zoveel als mogelijk te kunnen borgen.
Bijlagen
7
Onze Maas. Onze veiligheid. 46
Maas 2050 | Waterschap Limburg
Bijlage A: Kaarten
Kaart 1
De veiligheidsopgave in beeld (technische ranking)
48
Kaart 2A
De omgevingsscan (meekoppelkansen, kansen voor rivierverruiming, in samenhang bezien)
51
Kaart 2B
De omgevingsscan (kansen voor het toepassen van gebiedseigen grond)
54
Disclaimer bij alle kaarten: Stand van zaken april 2022. Aan deze kaarten kunnen geen rechten worden ontleend.
48
41-4
Kaart 1: De veiligheidsopgave in beeld (technische ranking)
Mook en Middelaar
54-1
Duitsland
Gennep
55-1 Noord-Brabant
56-1 57-1 59-1 Bergen (L.)
Technische Ranking Maas 2050
60-1
Urgente waterveiligheidsopgave Waterveiligheidsopgave
61-1
Geen waterveiligheidsopgave Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten
Venray
62-1 63-1
Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Partieël niet te versterken
64-1 65-1 Horst aan de Maas
66-1
Noord-Brabant
67-1
Kaart 1: De veiligheidsopgave in beeld (technische ranking)
68-2
69-1
Venlo
68-1
70-1 Peel en Maas
71-1 Nederweert
74-1
Leudal Weert
73-1
Duitsland
75-1 76-2
Technische Ranking Maas 2050
76A-1 78A-1
Urgente waterveiligheidsopgave Waterveiligheidsopgave Geen waterveiligheidsopgave
79-1
Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Partieël niet te versterken
78-1
80-1
Maasgouw
81-1 België
82-1
Echt-Susteren
76-1 77-1
Beesel
Roermond
49
84-1
83-1 50
Kaart 1: De veiligheidsopgave in beeld (technische ranking)
Duitsland
85-1
Sittard-Geleen
Stein
87-1
89-1
88-1 Meerssen
91-1
Heerlen
92-1
93-1
Maastricht
94-1
90-1
Valkenburg aan de Geul
Technische Ranking Maas 2050 Urgente waterveiligheidsopgave Waterveiligheidsopgave Geen waterveiligheidsopgave Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Partieël niet te versterken
95-1 België
51 41-4
Kaart 2A: De omgevingsscan (meekoppelkansen, kansen voor rivierverruiming, in samenhang bezien)
54-1
Duitsland
55-1
Noord-Brabant
Omgevingsanalyse Maas 2050
56-1
Kansen voor rivierverruiming Systeemmaatregelen Meekoppelkansen
57-1 59-1
In samenhang bezien
Technische Ranking Maas 2050 Urgente waterveiligheidsopgave
60-1
Waterveiligheidsopgave Geen waterveiligheidsopgave Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Partieël niet te versterken
61-1
62-1 63-1 64-1 65-1 66-1
67-1
Noord-Brabant
68-2
Kaart 2A: De omgevingsscan (meekoppelkansen, kansen voor rivierverruiming, in samenhang bezien)
69-1
70-1
68-1
71-1
Omgevingsanalyse Maas 2050
73-1 74-1
Kansen voor rivierverruiming
Duitsland
Systeemmaatregelen Meekoppelkansen
75-1
In samenhang bezien
Technische Ranking Maas 2050
76-2
Urgente waterveiligheidsopgave Waterveiligheidsopgave
78A-1
Geen waterveiligheidsopgave
76-1 76A-1 77-1
Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten
79-1
Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten
78-1 80-1
Partieël niet te versterken
81-1
België
82-1
52
84-1
83-1
53
Kaart 2A: De omgevingsscan (meekoppelkansen, kansen voor rivierverruiming, in samenhang bezien)
Duitsland 85-1
87-1
88-1 89-1
Omgevingsanalyse Maas 2050 Kansen voor rivierverruiming Systeemmaatregelen
91-1 93-1
92-1
Meekoppelkansen In samenhang bezien
Technische Ranking Maas 2050 94-1
Urgente waterveiligheidsopgave
90-1
Waterveiligheidsopgave Geen waterveiligheidsopgave Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Partieël niet te versterken
95-1
België
54
41-4
Kaart 2B: De omgevingsscan (kansen voor het toepassen van gebiedseigen grond)
Mook en Middelaar
54-1 Duitsland
Gennep
55-1 Noord-Brabant
56-1
Kansen voor het toepassen van gebiedseigen grond
57-1
Hindernis Misschien kansrijk
59-1
Kansrijk
Bergen (L.)
Technische Ranking Maas 2050
60-1
Urgente waterveiligheidsopgave Waterveiligheidsopgave
61-1
Geen waterveiligheidsopgave Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten
Venray
62-1 63-1
Partieël niet te versterken
64-1 65-1 Horst aan de Maas
66-1
67-1
Noord-Brabant
Kaart 2B: De omgevingsscan (kansen voor het toepassen van gebiedseigen grond)
68-2
69-1 Venlo
68-1
70-1 Peel en Maas
71-1 Nederweert
Kansen voor het toepassen van gebiedseigen grond
74-1
73-1
Duitsland
Leudal
Hindernis
Weert
Misschien kansrijk
75-1
Kansrijk
Technische Ranking Maas 2050
76-2
Urgente waterveiligheidsopgave
76A-1 78A-1
Waterveiligheidsopgave Geen waterveiligheidsopgave Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten
79-1
Partieël niet te versterken
78-1
80-1
Maasgouw
81-1 België
82-1
Echt-Susteren
76-1 77-1
Beesel
Roermond
55
84-1
83-1 56
Kaart 2B: De omgevingsscan (kansen voor het toepassen van gebiedseigen grond)
Duitsland
85-1
87-1
89-1
Sittard-Geleen
Stein
88-1
91-1
Kansen voor het toepassen van gebiedseigen grond
Meerssen Heerlen
92-1
93-1
Maastricht
94-1
90-1
Hindernis Misschien kansrijk
Valkenburg aan de Geul
Kansrijk
Technische Ranking Maas 2050 Urgente waterveiligheidsopgave Waterveiligheidsopgave Geen waterveiligheidsopgave Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Lopende HWBP dijkversterkingsprojecten Partieël niet te versterken
95-1 België
Bijlage B: Geraadpleegde bronnen en partijen voor de omgevingsscan
De volgende bronnen zijn geraadpleegd:
De volgende partijen zijn geconsulteerd voor de omgevingsscan:
•
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
•
• • • • • •
58
daptieve Uitvoerings Strategie Maas A (Deltaprogramma, 24 oktober 2019) Adviesrapport Ecologische Systeemopgave PAGW-rivieren (ministerie van I&W, 2021) Programmering reconstructie provinciaal wegennet (Provincie Limburg) MIRT onderzoek Zuidelijk Maasdal Maastricht (2019) Afspraken bestuurlijke overleggen MIRT IRM pilotprojecten Maas Planstudie ecologisch herstel Maas 20202027 (Rijkswaterstaat, oktober 2020) KRW-maatregelen en wateroverlastknelpunten Waterbeheerprogramma 2022-2027 (Waterschap Limburg, december 2022)
Maas 2050 | Waterschap Limburg
Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Gennep Gemeente Bergen Gemeente Venray Gemeente Horst Gemeente Venlo Gemeente Leudal Gemeente Beesel Gemeente Roermond Gemeente Maasgouw Gemeente Echt Susteren Gemeente Stein Gemeente Meerssen Gemeente Maastricht Gemeente Eijsden Margraten Gemeente Boxmeer Ministerie van I&W Rijkwaterstaat Provincie Limburg Provincie Noord Brabant Waterschap Aa en Maas Vlaamse Waterweg Waterleiding Maatschappij Limburg Enexis RWE (Clauscentrale) PPS Waterschapsbedrijf Limburg WDOD
Bijlage C: De scenario’s
C1.
Scenario ‘Technische ranking’ 60
C2.
Scenario ‘Veiligheid met en voor de omgeving’
C3.
Scenario ‘Stabiele organisatie’ 62
Disclaimer bij de scenario's: Startdatums en doorlooptijden zijn indicatief .
61
C1 | Scenario Technische Ranking Traject
Norm ondergrens
76-1
100
Categorie
Roermond (deeltraject Roermond)
Traject naam
69-1
300
Blerick (deeltraject Blerick)
68-1
300
Venlo (deeltraject Venlo)
90-1
1000
Maastricht
55-1
300
Gennep
76a-1
100
Hammerveld
77-1
100
Merum - Ool - Herten
87-1
300
Meers
54-1
300
Ottersum - Mook (deeltraject Mook)
94-1
100
Sint Pieter
91-1
300
Itteren
95-1
100
Eijsden
93-1
300
Bosscherveld
83-1
100
Nattenhoven - Roosteren
41-4
3000
Molenhoek
81-1
100
Ohe en Laak - Stevensweert
74-1
100
Neer
66-1
100
Lottum
59-1
100
Bergen - Aaijen
56-1
100
Afferden
67-1
100
Grubbenvorst
84-1
100
Visserweert
61-1
100
Wanssum - Geijsteren
80-1
100
Clauscentrale
82-1
100
Aasterberg
78-1
100
Heel (deeltraject Sleydal)
92-1
100
Borgharen
64-1
100
Broekhuizenvorst
62-1
100
Wanssum - Blitterswijck
89-1
100
Voulwames
57-1
100
Nieuw Bergen
71-1
100
Belfeld
76-2
100
Alexanderhaven (deeltraject Alexander)
63-2
100
Boltweg
88-1
100
Geulle aan de Maas
78a-1
100
Beegden
63-1
100
Ooijen
85-1
100
Urmond
86-1
100
Maasband
60-1
100
Well
68-2
100
Venlo - Velden (incl Vierwaarden)
79-1
100
Thorn - Wessem
54-1
300
Ottersum - Mook (deeltraject LvG)
65-1
100
Arcen
68-1
300
Venlo - Genooy (incl Vierwaarden)
68-1
300
Venlo (deeltraject Steyl)
69-1
300
Blerick (deeltraject Groot Boller)
70-1
100
Baarlo
73-1
100
Beesel
75-1
100
Buggenum
76-2
100
Alexanderhaven (deeltraject Lisbonne)
78-1
100
Heel (deeltraject Heel)
76-1
100
Roermond (deeltraject Roerdelta)
68-1
300
Venlo (deeltraject Venlo 't Bat)
57-1
100
Nieuw Bergen
71-1
100
Belfeld
72-1
100
Kessel
78-1
100
Heel (deeltraject Panheel)
2022
verkenning
60
Maas 2050 | Waterschap Limburg
2023
2024
2025
planuitwerking
2026
2027
2028
realisatie
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
2042
2043
2044
2045
2046
2047
2048
2049
2050
C2 | Scenario Veiligheid met en voor de Omgeving Traject
Norm ondergrens
Traject naam
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Venlo en Vierwaarden 68-2
100
Venlo - Velden (incl Vierwaarden)
68-1
300
Venlo - Genooy (incl Vierwaarden)
67-1
100
Grubbenvorst
66-1
100
Lottum
69-1
300
Blerick (deeltraject Blerick)
68-1
300
Venlo (deeltraject Venlo)
Maastricht 90-1
1000
Maastricht
94-1
100
Sint Pieter
91-1
300
Itteren
95-1
100
Eijsden
93-1
300
Bosscherveld
92-1
100
Borgharen
Roermond 76-1
100
Roermond (deeltraject Roerdelta)
76-1
100
Roermond (deeltraject Roermond)
76a-1
100
Hammerveld
77-1
100
Merum - Ool - Herten
55-1
300
Gennep
54-1
300
Ottersum - Mook (deeltraject Mook)
Gennep
Noordelijke sector 81-1
100
Ohe en Laak - Stevensweert
83-1
100
Nattenhoven - Roosteren
84-1
100
Visserweert
82-1
100
Aasterberg
Overig 87-1
300
Meers
74-1
100
Neer
59-1
100
Bergen - Aaijen
56-1
100
Afferden
61-1
100
Wanssum - Geijsteren
80-1
100
Clauscentrale
78-1
100
Heel (deeltraject Sleydal)
41-4
3000
Molenhoek
62-1
100
Wanssum - Blitterswijck
71-1
100
Belfeld
64-1
100
Broekhuizenvorst
89-1
100
Voulwames
57-1
100
Nieuw Bergen
76-2
100
Alexanderhaven (deeltraject Alexander)
63-2
100
Boltweg
88-1
100
Geulle aan de Maas
78a-1
100
Beegden
63-1
100
Ooijen
85-1
100
Urmond
86-1
100
Maasband
Lopend HWBP programma 60-1
100
Well
79-1
100
Thorn - Wessem
54-1
300
Ottersum - Mook (deeltraject LvG) Arcen
65-1
100
68-1
300
69-1
300
Blerick (deeltraject Groot Boller)
70-1
100
Baarlo
Venlo (deeltraject Steyl)
73-1
100
Beesel
75-1
100
Buggenum
76-2
100
Alexanderhaven (deeltraject Lisbonne)
78-1
100
Heel (deeltraject Heel)
68-1
300
Venlo (deeltraject Venlo 't Bat)
57-1
100
Nieuw Bergen
71-1
100
Belfeld
72-1
100
Kessel
78-1
100
Heel (deeltraject Panheel)
verkenning
61
Maas 2050 | Waterschap Limburg
planuitwerking
realisatie
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
2042
2043
2044
2045
2046
2047
2048
2049
2050
C3 | Scenario Stabiel Programma Traject
Norm ondergrens
Traject naam
66-1
100
Lottum
67-1
100
Grubbenvorst
90-1
1000
Maastricht
94-1
100
Sint Pieter
95-1
100
Eijsden
93-1
300
Bosscherveld
91-1
300
Itteren
92-1
100
Borgharen
55-1
300
2022
2023
2024
2026
2027
2028
2029
Gennep
69-1
300
Blerick (deeltraject Blerick)
68-1
300
Venlo (deeltraject Venlo)
76-1
100
Roermond (deeltraject Roermond) Hammerveld
76a-1
100
77-1
100
Merum - Ool - Herten
87-1
300
Meers
83-1
100
Nattenhoven - Roosteren
81-1
100
Ohe en Laak - Stevensweert
59-1
100
Bergen - Aaijen
56-1
100
Afferden
74-1
100
Neer Visserweert
84-1
100
82-1
100
Aasterberg
54-1
300
Ottersum - Mook (deeltraject Mook)
61-1
100
Wanssum - Geijsteren
80-1
100
Clauscentrale
78-1
100
Heel (deeltraject Sleydal)
41-4
3000
Molenhoek
62-1
100
Wanssum - Blitterswijck Belfeld
71-1
100
64-1
100
Broekhuizenvorst
89-1
100
Voulwames
57-1
100
Nieuw Bergen
76-2
100
Alexanderhaven (deeltraject Alexander)
63-2
100
Boltweg
88-1
100
Geulle aan de Maas
78a-1
100
Beegden
63-1
100
Ooijen
85-1
100
Urmond
86-1
100
Maasband
60-1
100
Well
68-2
100
Venlo - Velden (incl Vierwaarden)
79-1
100
Thorn - Wessem
54-1
300
Ottersum - Mook (deeltraject LvG)
65-1
100
Arcen
68-1
300
Venlo - Genooy (incl Vierwaarden)
68-1
300
Venlo (deeltraject Steyl)
69-1
300
Blerick (deeltraject Groot Boller)
70-1
100
Baarlo
73-1
100
Beesel
75-1
100
Buggenum
76-2
100
Alexanderhaven (deeltraject Lisbonne)
78-1
100
Heel (deeltraject Heel)
76-1
100
Roermond (deeltraject Roerdelta)
68-1
300
Venlo (deeltraject Venlo 't Bat)
57-1
100
Nieuw Bergen
71-1
100
Belfeld
72-1
100
Kessel
78-1
100
Heel (deeltraject Panheel)
verkenning
62
2025
Maas 2050 | Waterschap Limburg
planuitwerking
realisatie
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
2042
2043
2044
2045
2046
2047
2048
2049
2050
www.waterschaplimburg.nl 63
Maas 2050 | Waterschap Limburg