CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

'Grip op grond', een rekenkameronderzoek naar het grondbeleid van de gemeente Leudal (raad 2feb10)

Raadsvergadering 30 mei 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen nota ‘Grond- en vastgoedbeleid gemeente Leudal’21.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

"Grip op Grond" november 2009

40

maar door middel van middeling. De kans dat de genoemde grote risico's zich alsnog zullen manifesteren is dan ook laag, doch omdat het over grote bedragen gaat, kan een kleine kans op een risico toch voor een aardig verlies zorgen, zolang bebouwing van de Bevelanden dient uit te blijven. Bij andere projecten is het renterisico natuurlijk ook aanwezig, doch daar zijn de vooruitzichten niet zo negatief als voor deze twee. Tegenpartij of faillissementsrisico Het risico bestaat dat een partij waarmee de gemeente samenwerkt zijn verplichtingen niet meer kan nakomen, bijvoorbeeld bij projecten en/of werken die in concessie zijn gegeven bij een projectontwikkelaar, en waarbij zaken als de aanleg van wegen, riolering en andere openbare werken niet meer gerealiseerd kunnen worden. Ook andere samenwerkingsvormen in een publiekprivate samenwerking kunnen op dit moment in een bijzonder perspectief komen te staan door de economische ontwikkeling in het laatste jaar. Een voorbeeld van een dergelijk tegenpartij risico, dat zich in de openbaarheid heeft gemanifesteerd is het project de Hommert in Schinnen, waar de gemeente zich nu genoodzaakt ziet om zelf de openbare werken van het project voor eigen rekening en risico te nemen, terwijl dat feitelijk conform het contract bij de projectontwikkelaar lag.

Echter deze laatste is als gevolg van de economische conjunctuur failliet gegaan, en heeft de bewoners van de wijk in aanbouw achtergelaten met wegen in eerste aanleg en een niet werkend afwatersysteem, dat na iedere grote regenbui een modderpoel oplevert, en een regen van klachten in de richting van de gemeente Schinnen (politiek risico) Publiekprivate samenwerking is een belangrijke ontwikkelingsvorm bij de realisatie van woningbouwprojecten, doch de risicoverdeling die oorspronkelijk was afgesproken in tijden van hoogconjunctuur, kan nu geheel anders uitvallen, doordat algemene marktrisico’s contractuele afspraken op een zodanige ernstige wijze dreigen te verstoren, dat contracten niet meer nagekomen kunnen worden, of marktpartijen failliet gaan. De overheid blijft in een dergelijk geval over met de politieke risico’s en haar rest veelal niets anders dan de schade voor eigen rekening en risico te herstellen, en eventuele verliezen ten aanzien van bovenwijkse voorzieningen, parkeerfondsen en andere kosten voor lief te nemen. Met name de diepte van de economische recessie en de snelheid waar zij zich wist te manifesteren zet vele veronderstelde risico’s in een zodanig daglicht dat er sprake kan zijn van systeemfalen.

Het is dan ook zaak goed te kijken naar alle PPS-constructies in de gemeente Leudal, waarbij we reeds eerder hebben gewezen op de ketenrisico’s van de structuurbeelden Haelen-Horn. Daar waar deze risico’s groot en manifest worden is een actieve rol van de gemeente Leudal gewenst. Niet alleen om dan maar zelf te zorgen voor de realisatie van projecten, zoals het nieuwe gemeentehuis en de Tango-variant, maar ook om tegenpartijrisico’s te spreiden en/of te verminderen, zodat er geen sprake meer kan zijn van systeemfalen bij specifieke gekoppelde projecten. Vergelijk de participatie van de Nederlandse staat in een aantal banken, om aldaar het systeemrisico te verminderen. Op lokale schaal is dit wellicht mogelijk bij diverse vormen van PPS. In het bijzonder is het naar de mening van de Rekenkamer Leudal verstandig om met alle projectontwikkelaars gecoördineerde afspraken te maken over de planning van woningbouwprojecten, ook over projecten waarvoor reeds bouwvergunningen zijn verstrekt en desnoods bouwvergunningen weer in te trekken Op deze wijze kunnen ontwikkel- en leegstandrisico’s worden verminderd. Immers, projectontwikkelaars starten vaak met een project, indien een bepaald percentage van het project reeds is verkocht.

Doordat er op dit moment een feitelijke overcapaciteit van geplande projecten is in de gemeente Leudal, is de kans groot dat vrijwel geen één project meer de drempel tot ontwikkeling haalt. Door het gecoördineerd verminderen van de projecten, wordt de kans tot ontwikkeling vergroot, worden de algemene marktrisico’s verminderd, en komt ook het bouwproces weer op gang, voor juist deze inwoners in de gemeente Leudal die deze woningen ook nodig hebben. Een dergelijk proces vraagt om een zeer actieve rol van de lokale overheid, waarbij ook het grondbeleid een belangrijk sturingsinstrument is. Politiek risico Een laatste onzekere factor bij de exploitatie van gronden is de invloed van de politiek en regelgeving. De locale wensen van een College van B&W en de gemeenteraad, alsmede diverse vormen van inspraak, bezwaar en NIMBY-gedrag hebben hun invloed op de exploiteerbaarheid van gronden. Daarbij wijst het

"Grip op Grond" november 2009

41

NIMBY-gedrag (Not In My BackYard) op die situatie dat de individuele personen weliswaar een algemene ontwikkeling wenselijk achten, als het maar niet op henzelf van invloed is. Overigens geldt dit meer in dicht bevolkte gebieden dan in dunner bevolkte gebieden, zoals de gemeente Leudal. Echter, dit politieke risico van burgers en politici dient niet onderschat te worden. Veelal zijn hogere rentelasten op reeds gedane investeringen en hogere afschrijvingen van deze investeringen de reële exponenten van dit politiek risico. Weerstandsvermogen Zoals een goed risicomanagement betaamt is er op de balans van de gemeente Leudal een reserve grondbeleid opgenomen om de diverse risico’s van het grondbeleid ook daadwerkelijk te kunnen opvangen als dit noodzakelijk is. Deze reserve is mede vormgegeven aan de hand van een rekenmodel. Gezien de algemene economische en demografische ontwikkeling vraagt de Rekenkamer Leudal zich af of in dit rekenmodel deze algemene ontwikkelingen op een zodanige wijze zijn meegenomen, dat de weerspiegeling van deze reserve grondbeleid op dit moment ook de juiste is. Immers, indicatoren in zulke rekenmodellen zijn mede opgesteld op basis van ervaringen in eerdere jaren, zonder zware economische teruggang, en de weerspiegelingen van (lichte) bevolkingskrimp in rekenmodellen voor de overheid hebben bijna zeker nog niet het licht gezien.

Volgens de Notitie grondexploitatie van de commissie BBV zal een voorziening voor een verwacht verlies opgenomen moeten worden voor zover de marktwaarde lager is dan de boekwaarde. Gezien de huidige marktomstandigheden en het financieel belang dat vaak met deze posities gemoeid gaat, verdient dit bijzondere aandacht. Daarbij zal moeten worden nagegaan in hoeverre prognoses nog gebaseerd zijn op actuele en plausibele parameters, zoals de fasering, verkoopprijzen en rente. De Rekenkamer Leudal beveelt dan ook aan de gewenste grondreserve opnieuw te berekenen, gegeven de toekomstverwachting, zoals deze nu bekend wordt verondersteld. Dit zou eventueel ook in termen van scenario’s kunnen, om bewustwording voor de demografische risico’s onder de knie te krijgen.

"Grip op Grond" november 2009

42

7.

Grondpositie van het grondbedrijf op de lange termijn De Rekenkamercommissie Leudal heeft in haar beschouwing tot nu toe vooral het huidige grondbeleid op haar merites beschouwd. Een toekomstig lange termijn grondbeleid kent in rekenkamerperspectief haar voor- en nadelen, en is onderwerp van enig scenario-denken. In algemene zin vindt de Rekenkamer Leudal dat de overheid, en dus ook de gemeente Leudal, een actieve rol dient te vervullen met betrekking tot het instrument grondbeleid. Immers, het grondbeleid is een belangrijk sturingsinstrument voor verschillende vormen van beleid, welke tot de kerntaken van de overheid, en dus ook van de gemeente Leudal behoren. Bij haar toekomstige grondbeleid dient de gemeente Leudal vooral ook rekening te houden met demografische ontwikkeling in Limburg en in haar gemeente, waarbij voor sommige huishoudens nog groei te verwachten is, en voor andere groepen niet meer. Afstemming van nieuwbouwplannen met de sloop van verouderende woningen met belangrijke strategische partners, zoals woningcorporaties, is een belangrijke beleidslijn hierbij. Vooral ook omdat eigen woningbezit en aanpassing van de woningvoorraad op allerlei juridische belemmeringen en coördinatieproblemen stuit. Denken in termen van krimp, vraagt allereerst om een rouw- en acceptatieproces, dat denken in krimp bespreekbaar en acceptabel maakt.

Zolang dit niet is gebeurd, blijft actieve grondpolitiek in een krimpende gemeente, een pad gebaand met vele risico’s, zoals eerder in paragraaf 6 is geschetst. Een acceptatieproces dat vooral ook tussen de oren van de beleidsmakers moet groeien en dat in de gemeente Leudal ontluikend is.

"Grip op Grond" november 2009

43

8.

Conclusies en aanbevelingen

Volgens het BBV dient de paragraaf grondbeleid de visie weer te geven op het grondbeleid in relatie tot de wijze waarop geprobeerd wordt de doelstellingen, zoals opgenomen in de programma's, te realiseren. Door de relatie met de doelstellingen zoals aangegeven in de programma's inzichtelijk te maken, wordt het grondbeleid transparanter. Deze transparantie is ook van belang vanwege de financiële belangen en risico's. Ook dient de paragraaf een aanduiding te bevatten van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert, bijvoorbeeld waarom bij welk project voor een actief of voor een faciliterend grondbeleid wordt gekozen. Verder dient de gemeente een actuele prognose te geven van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie en er dient inzicht gegeven te worden in de onderbouwing van de winstneming en de uitgangspunten voor de reserves voor grondzaken. Dit in relatie tot de risico's die aan de grondexploitatie zijn verbonden. Bij de prognoses van de te verwachten resultaten moet ook worden ingegaan op de verliesvoorzieningen die worden getroffen. Tussentijdse winstneming is alleen raadzaam onder bepaalde voorwaarden. Bij grote projecten, die diverse jaren duren is tussentijdse winstneming mogelijk. Het is dan echter wenselijk dat het project onderverdeeld is in duidelijk herkenbare delen.

Tussentijdse winstneming is dan mogelijk als een deelproject is afgesloten, de winst op het deelproject is gerealiseerd, en er geen verlies verwacht wordt op andere deelprojecten, tenzij daarvoor voldoende voorzieningen zijn getroffen. In dit onderzoeksrapport naar het Grondbeleid van de gemeente Leudal heeft de Rekenkamer Leudal een groot aantal van bovenstaande aspecten overzichtelijk en transparant proberen vorm te geven. Transparantie is daarbij van groot belang om de controlerende taak van de gemeenteraad op dit terrein mede te kunnen ondersteunen. Een terrein dat door velen als taai, abstract en technisch ingewikkeld wordt gezien, maar dat op zeer veel beleidsterreinen in de gemeente Leudal van toepassing is, en daardoor ook in randvoorwaardelijke zin van groot belang voor vele politieke en bestuurlijke beslissingen. Of het nu gaat om de aanleg van een tennispark, woningbouw, een nieuw bedrijventerrein, de aanleg van een nieuwe spoorlijn of snelweg, of het toevoegen van een reststrook aan de tuin van de buurvrouw.

Uit de beschrijvingen in het onderzoeksrapport en uit de interviews met de verschillende betrokkenen komt naar voren, dat vanaf het ontstaan van de gemeente Leudal op 1 januari 2007 op een voor een nieuwe gemeente gepaste en overwogen wijze vorm is gegeven aan het grondbeleid van de gemeente Leudal en al haar randvoorwaarden, zodat het pragmatisch vormgegeven grondbeleid nu ook feitelijk formeel kan worden vormgegeven in een echt beleidsplan. De door de Rekenkamer Leudal verrichte inventarisatie van de totstandkoming van het beleid laat zien dat grondbeleid vele facetten en aspecten kent, die in de verschillende rapportages door het college van B&W voor het voetlicht zijn gebracht en in dit rapport op een chronologische en geordende wijze nader geëxpliciteerd zijn. Wij hopen dat op de wijze van presentatie de transparantie van het grondbeleid in ieder geval vergroot is, zodat het grondbeleid ook daadwerkelijke onderwerp van discussie in de Raad kan zijn op basis van gelijke informatie. In termen van efficiëntie en effectiviteit van het gevoerde beleid vanaf 2007 stelt de Rekenkamer Leudal dat de uitgebreide inventarisatie van alle projecten, risico’s en reserves, zoals door de gemeente Leudal in de afgelopen jaren is uitgevoerd, in grote mate heeft bijgedragen aan een robuuste uitvoering van het beleid.

Doch deze inventarisatie, in samenhang met de inrichting van het randvoorwaardelijke beleid voor het grondbeleid, aanvullende onderzoeken, zoals het Regionaal woningmarktonderzoek, brengt nu wel een aantal risico’s en beleidsvraagstukken voor het voetlicht, die nader onderwerp zullen moeten zijn van besluitvorming. In het bijzonder geldt dit voor het grondbeleid dat dient als ondersteuning voor het "Grip op Grond" november 2009

44

woningbouwbeleid in de gemeente Leudal in relatie tot de economische conjunctuur en de demografische ontwikkeling in Midden-Limburg en Leudal. Met betrekking tot bedrijfslocaties, ruilgrond, of grond voor (sport)accommodaties geldt deze aandacht in mindere mate. Uit deze onderzoeksrapportage, doch ook reeds geuit in het regionaal woningmarktonderzoek van Companen ( Zie paragraaf 5.2.3: Toezeggingen uit de eerste bestuursrapportage 2007), komt een steeds grotere mismatch naar voren tussen de bevolkings- en huishoudenprognoses en het aantal woningen dat de gemeenten in Midden-Limburg, waaronder Leudal, gepland hebben te bouwen. In de onderzoeksrapportage worden door ons risico’s aangegeven met betrekking tot algemene marktontwikkeling, locatie, doelgroepen, tegenpartijrisico, weerstandsvermogen (reserve) en politieke risico’s, die zich in Leudal op dit moment als gevolg van de conjuncturele en demografische ontwikkelingen allemaal tegelijkertijd manifesteren. De Rekenkamer Leudal concludeert dan ook dat een gemeentelijk grondbeleid juist op dit moment als geroepen komt, omdat dit grondbeleid de verschillende ontwikkelingen, risico’s en wensen in een integraal en afgewogen (sturings)perspectief kan stellen.

Een perspectief dat in een situatie van forse economische neergang van een geheel andere aard is, dan de perspectieven waaronder de veelheid van plannen tot stand zijn gekomen. De bomen groeien inmiddels niet meer tot in de hemel en een pas op de plaats is dan ook het geschikte moment om, op basis van alle beschikbare onderzoeken, rapportages, inventarisaties,en afgegeven bouwvergunningen, te bezien wat precies op welk moment zal worden opgepakt. Daarbij dient naar de mening van de Rekenkamer Leudal sprake te zijn van een herijking van bestaande programma’s, gemaakte afspraken, koppelingen tussen projecten, alsmede een prioritering van deze projecten, zodat de grootste marktrisico’s verkleind en beheersbaar gemaakt kunnen worden. Leidraad voor een dergelijke afweging is allereerst te aanschouwen wat een reële woningbouwplanning dient te zijn, rekening houdend met de behoeften en wensen van inwoners van de gemeente Leudal, en de beschikbare bouwlocaties. Vervolgens dienen hier de publieke investeringen in accommodaties (gemeentehuis, BMV’s, sport) naast te worden gelegd om het totale investeringsvolume te kunnen bepalen.

Op basis van de huidige afspraken met projectontwikkelaars zou met behulp van actieve beleidscoördinatie van de gemeente Leudal invulling gegeven kunnen worden aan een prioritering van de uitvoering van de al geplande projecten, inclusief de deprioritering van die projecten, waarvoor op een termijn tot 2018, niet veel van te verwachten valt. Samenhangend met deze deprioritering zullen de verschillende waarden van gronden opnieuw herijkt dienen te worden, zal de reserve grondbeleid van een nieuwe waarde moeten worden voorzien, en dienen samenwerkingscontracten wellicht opnieuw te worden vormgegeven, op basis van een risicoverdeling die past bij het toekomstig economisch en demografisch perspectief. Een perspectief waarin niet alleen meer sprake is van bouwen, maar ook van slopen, en wel in een zodanige mate dat de woningmarkt weer in beweging komt. In het verlengde hiervan concludeert de Rekenkamer Leudal dat het voor projecten waarin koppelingen zijn gemaakt naar andere projecten, raadzaam is ontkoppeling te heroverwegen. Het betreft hier de financiering van het gemeentehuis, de verhuizing van de tennisclubs in Haelen-Horn voor wat betreft de structuurbeelden Haelen-Horn, en de terugkoopgaranties ten aanzien van Nieuwe Borg, zoals deze zijn gemaakt door de voormalige gemeente Hunsel.

Dit heeft als doel deze projecten als zelfstandige projecten te beschouwen, waardoor de risico’s ten aanzien van gekoppelde woningbouwprojecten op hun eigen waarde geschat kunnen worden, en de lasten van deze projecten op een zodanige wijze in het begrotingsproces worden betrokken, als ieder ander project en/of uitgave. Een dergelijke transparantie zorgt er tevens voor dat projecten ook beheersbaar worden voor de Raad, en dat duidelijke en eenduidige besluitvorming kan plaatsvinden ten aanzien van maatschappelijke behoeften, die door de koppeling met andere projecten dreigen onder te sneeuwen. In algemene zin wenst de Rekenkamer Leudal hier aan toe te voegen dat het onderzoek naar het grondbeleid in de gemeente Leudal wederom tot een aantal constateringen heeft geleid, waarin door de voormalige gemeenten Haelen, Hunsel, Heythuysen en Roggel en Neer eerder afspraken zijn gemaakt, die de problemen naar de toekomst (lees; de gemeente Leudal) hebben geschoven, onder genot van de

"Grip op Grond" november 2009

45

vruchten in de oude gemeenten. De discussie met betrekking tot de Leistert was daar ook een voorbeeld van. In al deze gevallen en nog komende kan het beste gewerkt worden aan nieuwe afspraken, die mede door de Raad van de gemeente Leudal bekrachtigd worden. Juist deze tijden van forse economische teruggang geven gelegenheid om met een ieder rond de tafel te gaan zitten om bestaande contracten van een nieuwe inhoud te voorzien. Een inhoud die ook vele private partijen waarschijnlijk genegen zal zijn, omdat zij anders ook niet verder komen, of zelfs failliet dreigen te gaan (tegenpartijrisico) Op basis van de bevindingen in deze rapportage komt de Rekenkamer Leudal tot de volgende aanbevelingen: 1. De nota Grondbeleid is de afronding van een pragmatische proces, zoals dat in de afgelopen 2,5 jaar in de gemeente Leudal op een adequate en robuuste wijze is vormgegeven. Een nota dient echter vooral ook toekomstgericht te zijn, en in deze is het vooral van belang dat een discussie over het grondbeleid van de gemeente Leudal vooral ook rekening houdt met de langdurige demografische ontwikkeling in Midden-Limburg en de effecten van de huidige economische conjunctuur. 2.

De gemeente Leudal gaat met alle belanghebbenden in het grondbeleid van de gemeente Leudal in overleg om vraag en aanbod met betrekking tot woningbouwproductie in balans te krijgen, zodat de bouwproductie weer op gang kan komen. 3. Met betrekking tot verwachte opbrengsten van het grondbeleid van de diverse projecten, risico’s, weerstandsvermogen en de reserve grondbeleid worden nieuwe berekeningen gemaakt, die passen bij de huidige economische vooruitzichten en de demografische ontwikkelingen. 4. Publieke investeringen die tot nu toe op één of andere wijze gekoppeld zijn aan private investeringsprojecten worden op een zelfstandige wijze in de planning- en controlcyclus betrokken, zodat deze projecten op een transparante wijze kunnen worden vlotgetrokken of geherfinancierd. 5. Afspraken die door de voormalige gemeenten zijn gemaakt, en een onevenwichtige balans tussen lusten en lasten in de tijd of in gebied kennen, worden opnieuw onder de loep genomen, en vormen onderdeel van de nadere afspraken. Daarbij wordt gekeken of dit in combinatie met de eerdere aanbevelingen kan worden gedaan. 6. Denken in termen van krimp is onderdeel van een acceptatieproces voor deze krimp, dat in de gemeente Leudal nog in de kinderschoenen staat.

Vooral met betrekking tot de beheersbaarheid van huidige risico’s en de inschatting van toekomstige risico’s met betrekking tot het grondbeleid is het raadzaam het krimpdenken op de agenda van de Raad te zetten.

"Grip op Grond" november 2009

46

Bijlage 1 Bestuurlijke reactie

"Grip op Grond" november 2009

47

Bijlage 2 Nawoord van de Rekenkamer Leudal De Rekenkamer Leudal dankt het College van Burgemeester en Wethouders voor haar reactie op het rapport "Grip op Grond". De Rekenkamer Leudal ziet in de reactie geen aanleiding voor een nadere toelichting van haar zijde, behalve dan dat zij binnenkort ook haar rapport inzake de privatisering van De Leistert heeft afgerond en de opmerkingen over De Leistert in haar eigen perspectief geplaatst kunnen worden.

"Grip op Grond" november 2009

48

Bijlage 3 Begrippenlijst Begrippen bij grondbeleid Actief grondbeleid:  De gemeente voert actief grondbeleid wanneer ze zelf alle gronden aankoopt of in bezit heeft. In dit kader vinden dan ook strategische grondaankopen door de gemeente plaats.  Vervolgens worden voor eigen rekening en risico de gronden bouwrijp gemaakt en  verkocht aan derden.  De gemeente legt de publieke voorzieningen aan en kan in beginsel alle productiekosten doorberekenen in de gronduitgifteprijzen Faciliterend grondbeleid:  Bij faciliterend grondbeleid wordt door de gemeente geen grond aangekocht. De gemeente probeert haar doelen te bereiken door het geven van heldere kaders via het bestemmingsplan en in overleg met marktpartijen. Grondexploitatie: De bedrijfseconomische baten en lasten en het resultaat van het product bouwgrond die tot uiting komen in de begroting, de meerjarenbegroting en de jaarrekening. Kapitaalgoederen: Onder kapitaalgoederen worden verstaan: Wegen en kunstwerken, water, verlichting, gebouwen en groen Onderschrijding: Wanneer de lasten of baten in de jaarrekening lager zijn dan in de begroting voor het betreffende programma is er sprake van onderschrijding. Recognitie: Betaling voor het gebruik van andermans goed als erkenning van diens recht daarop.

Reserves:  Algemene reserve is bedoeld als een buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers  Bestemmingsreserve is een reserve waar een bepaalde bestemming aan is gegeven  Voorziening is een feitelijke reservering van gelden waarvoor al concrete verplichtingen zijn aangegaan  Onderuitputting is het niet uitgeven van gereserveerde budgetten Risico's: Onzekere factoren Vaste activa: Gronden en terreinen staan op de balans onder de materiële vaste activa Verkrijgingsprijs: De aankoopkosten plus bijkomende kosten. De bijkomende kosten zijn de kosten die rechtstreeks in verband staan met de verkrijging van het betrokken actief, zoals ook rentekosten.

"Grip op Grond" november 2009

49

Vervaardigingprijs: Aanschaffingskosten van de grond- en hulpstoffen en van de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingspijs kunnen ook worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend. Overige kosten: De kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend Indirecte kosten: kosten van de organisatie die aanwijsbaar verband houden, activiteiten tijdens de vervaardiging en die de vervaardiging mogelijk maken. Weerstandsvermogen: Buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers. Zie algemene reserve.

"Grip op Grond" november 2009

50

Bijlage 4. Mogelijke rolverdeling tussen gemeenteraad en college. De rekenkamer heeft onderstaand figuur7 opgenomen omdat wij denken dat deze informatie kan bijdragen aan de beeldvorming van de raadsleden en aan de discussie in de raadsvergadering bij het vaststellen van de Nota Grondbeleid.

Grondbeleid

Gemeenteraad Nota Grondbeleid

Verwerving en beheer

Beschikbaar stellen krediet strategische aankopen Vaststellen toepassing Wet voorkeursrecht gemeenten

Bouw- en woonrijp maken

Vaststellen aanbestedingsbeleid

Uitgifte Kostenverhaal

Vaststellen algemene voorwaarden voor verkoop en uitgifte Kostenverhaal (exploitatieverordening / baatbelasting)

Samenwerking

Grondexploitatie Programma en kwaliteit Sturing en verantwoording

7

College B&W Aankopen onroerende zaken in het kader van het strategisch/ actief verwervingsbeleid Vestigen van voorkeursrecht Opstellen verwervingsplan

Deelneming in privaatrechtelijke rechtspersoon Vaststellen (eventueel gedelegeerd) Resultaatbestemming Vaststellen projectopdrachten projectontwerp Jaarrekening Tussentijdse rapportages (MPG)

Vertrouwelijk deel van grondexploitatie

Vertrouwelijk deel MPG/ rapportages Rapporteren jaarrekening en tussentijdse rapportages

Figuur overgenomen uit "Handreiking grondbeleid voor raadsleden", versie 21 september 2009.

"Grip op Grond" november 2009

51

Bijlage 5. Samenstelling van de Rekenkamer Leudal Rekenkamer Leudal Voorzitter: Mr. J.J.P.M. van Hout (Jos)

Externe leden: Dr. S. Duindam (Simon) Drs. T.L. van Zessen (Timon)

Secretariaat: Ambtelijk medewerker onderzoek/ secretaris H.J.M. Monod de Froideville (Lea)

Adresgegevens secretariaat Rekenkamer Leudal: H.J.M. Monod de Froideville (Lea) Postbus 3008 6093 ZG Heythuysen Doorkiesnummer: 0475-859562 e-mail: h.monoddefroideville@leudal.nl

"Grip op Grond" november 2009

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=8df63c5b-12a6-4fbd-8240-c9028f1bb136