Collegemededeling 30nov21 over en met Ontwerp Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025
Tekst van het document
Bezoekadres Leudalplein 1, 6093 HE Heythuysen Postadres Postbus 3008, 6093 ZG Heythuysen Aantal pagina's: 5
Gemeente
leudal
g-~
De gemeenteraad
Ons kenmerk
LE2021UIT /2725
Telefoonnummer
(0475) 85 90 00
Uw kenmerk
Fax
(0475) 85 99 22
BSN nummer
info@leudal.nl
Internet
www.leudal.nl
Datum
30 november 2021
Behandeld door
M. Wuts
Verzenddatum Onderwerp
Ontwerp Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025
Geachte raad, Graag informeren wij u met deze brief over de vorderingen om te komen tot een actualisatie van het woonbeleid. Inleiding Wonen is een van de beleidsvelden dat valt onder de Samenwerking Midden-Limburg en regionaal wordt opgepakt. De Midden-Limburgse gemeenten maken samen woonbeleid. In 2014 en 2019 zijn regionale structuurvisies wonen vastgesteld. In 2019 is de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 vastgesteld. Deze wordt geactualiseerd met de opstelling van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 (hierna Structuurvisie Wonen 2022). De ontwerp Structuurvisie Wonen 2022 is als bijlage bijgevoegd. Actualisatie woonbeleid De totstandkoming van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) heeft vooruit gelopen op de totstandkoming van de ontwerp structuurvisie. De POVI is op 1 oktober 2021 vastgesteld. De regioparagraaf van Midden-Limburg maakt hiervan onderdeel uit. Een van de opgaven is werken aan een gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving. In Midden-Limburg vinden demografische veranderingen plaats die invloed hebben op de woon- en leefomgeving. Het is hierbij een uitdaging de komende jaren passend bij de behoeften voldoende woningen van de juiste kwaliteit toe te voegen en te zorgen voor de juiste woningen op de juiste plaats.
Hierbij heeft Midden-Limburg de ambitie om een gedeelte van de woningbouwopgave van Zuid-OostBrabant in te vullen. De Structuurvisie Wonen 2022 betreft een compacte actualisatie van de Structuurvisie Wonen 2018. De visie is uitvoeringsgericht en in de praktijk toepasbaar. De focus ligt op de realisatie van voldoende woningen van de juiste kwaliteit. Daarnaast ligt er een opgave in de (ver)bouwopgave en de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Dit wordt met concrete maatregelen vanuit het duurzaamheidsbeleid / de transitievisie warmte opgepakt. De structuurvisie bevat regionale afspraken. Binnen deze regionale afspraken kunnen gemeenten uiteraard desgewenst meer uitgewerkt lokaal beleid vaststellen.
Bankrekening 28.51.28.205 IBAN NL68BNGH0285128205 BTW NL8169.63.228.B01
Datum Ons kenmerk Pagina
30 november 2021 LE2021UIT/2725 2 van 5
Gemeente
leudal
s e~
In Leudal geeft de (concept) Versnellingsagenda Wonen 2022 richting aan de gewenste lokale ontwikkelingen voor de korte termijn. Deze versnellingsagenda is vooruitlopend op de procedure van de structuurvisie op 16 november aan uw raad aangeboden voor behandeling in de raadsvergadering van 14 december 2021. In de (concept) Versnellingsagenda Wonen 2022 wordt woningbouw optimaal ingezet voor de leefbaarheid van de kernen, het ondersteunen van specifieke doelgroepen en het versterken van de sociale cohesie. Leudal heeft ook actueel en specifiek beleid voor het huisvesten van internationale werknemers en andere kamerbewoners. Wij hebben u op hoofdlijnen reeds geïnformeerd over de voorliggende ontwikkelingen in het woonbeleid tijdens de presentatie in de Commissie Fysiek van 19-10-2021. Inhoud ontwerp Structuurvisie Wonen 2022 In de Structuurvisie Wonen 2022 wordt eerst teruggeblikt op de daadwerkelijke ontwikkelingen in de periode 2018 tot en met 2020. Daarna wordt ingegaan op de koers voor 2022 en verder. De structuurvisie bevat de kwantitatieve en kwalitatieve kaders, het instrumentarium voor regie op de woningmarkt en een uitvoeringsparagraaf. Tenslotte is per gemeente een bijlage toegevoegd. Wonen is een actueel thema. Het is de uitdaging om de komende jaren voldoende woningen en de juiste woningen op de juiste plaats toe te (blijven) voegen. Er zijn regionale verschillen.
Het aantal huishoudens in de regio is de afgelopen 3 jaar (2018 t/m 2020) met 2,1 % (2.223) toegenomen. Alle gemeenten laten (nog) een groei zien. De prognoses van Etil 2021 laten een grotere groei zien van het aantal huishoudens ten opzichte van de prognoses uit 2017. In enkele gemeenten vlakt de groei langzaam af en nadert de huishoudentop. De regio groeit vanaf 1-1-2021 nog met 5.387 huishoudens tot de top van 114.201 huishoudens in 2034 wordt bereikt. In Leudal laat de prognose Etil 2021 een aanzienlijk grotere groei zien ( +870) en een top die verschuift naar 2032. Midden-Limburg
Leudal
110000
17.COO
11~.00)
11000)
16.000
105000 IS.S00
100000 IS.COO 9'000 14.500 90.000
---------------1008 7011 7016 1010 1014 1018 JOH 1036 10.W - - wnlnJ~ 1·1 1021 -nilJOll
- w11011
- c111ro11
14.000 200 8
2012
-E1,l20B
20 16 -Cl,1)011
2020
20.!4
-[1112011
2028 -w,rktllJ~
10 32
20)6
2040
- --,~,i;Jk1•1·10l1
Afgelopen 3 jaar (2018 t/m 2020) zijn in de regio netto 2.642 woningen gebouwd, 880 per jaar. Daarmee is de productie flink opgeschroefd ten opzichte van de voorgaande periode (2014 t/m 2017) toen jaarlijks gemiddeld netto 468 woningen zijn gerealiseerd. Leudal laat meer dan een verdubbeling zien van de gemiddelde jaarlijkse productie, namelijk van 46 woningen (2014 t/m 2017) naar 106 woningen (2018 t/m 2020). Op basis van de nieuwe prognoses (Etil 2021) en de daadwerkelijke realisaties zijn nieuwe afspraken gemaakt per gemeente. Er zijn geen afspraken gemaakt over het reduceren van de planvoorraad door het schrappen van plannen. De focus ligt op bouwen. Elke gemeente heeft een ambitie geformuleerd over het gemiddeld jaarlijks aantal te realiseren woningen. De afspraken zijn in onderstaande tabel weergegeven. Leudal zet ambitieus in op de realisatie van 125-150 woningen per jaar.
Datum Ons kenmerk Pagina
30 november 2021 LE2021UIT /2725 3 van 5
Gemeente
>s ~
afspraak 1: aan te houden groei van 2021 tot top huishoudens (Etil 2021) Echt-Susteren Leudal
leudal
339 870
top in jaar (Etil 2021) 2029 2032
afspraak 2: aan te houden groei van 2021 tot en met 2025 (Etil 2021)
ambitie jaarlijks te realiseren aantal woningen 2021 tot en met 2025
planvoorraad 1-1-2021
295
100-125
640
603
125-150
499 460
Maasgouw
168
2026
168
75-100
Nederweert
453
2036
265
75-100
502
Roerdalen
68
2025
67
75-100
359
Roermond
3.244
2043
1.432
325-350
2.371
Weert
1.236
2038
628
200-225
1.557
Midden-Limburg
5.387
2034
3.459
975-1.150
6.388
Verder wordt de afspraak gecontinueerd dat nieuwe plannen voor 10 of meer woningen regionaal worden afgestemd. In de Structuurvisie Wonen 2022 is geconstateerd dat er specifieke regionale opgaven c.q. speerpunten zijn -waarbij verschillen per gemeente kunnen optreden- ten aanzien van: • het vergroten van het aantal huurwoningen; • het uitbreiden van het aantal woonwagenstandplaatsen; • de huisvesting van statushouders conform de taakstelling; • het verbeteren van de positie van starters op de woningmarkt; • het realiseren van (nieuwe) woonvormen in het kader van wonen met zorg; • het uitbreiden van de capaciteit short stay huisvesting voor internationale werknemers; • kansen in de transformatie van leegstaand (commercieel en maatschappelijk) vastgoed en in herstructurering van locaties met kwaliteitsarme bebouwing; • het toekomstbestendig maken en het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad; • de bewoning van recreatiewoningen; vastgelegd is dat permanente bewoning niet wenselijk is. Per gemeente is een bijlage toegevoegd met de ontwikkeling van het aantal inwoners, het aantal huishoudens en de prognose, een lokale uitvoeringsstrategie op hoofdlijnen en de planvoorraad per 1-1-2021. Voor Leudal sluit de lokale uitwerkingsparagraaf zoals gezegd aan bij de uitgangspunten van de (concept) Versnellingsagenda Wonen 2022. De roep om passende woningen is groot.
De Structuurvisie Wonen 2022, vertaald in lokale uitwerkingen, legt meer nadruk op het tegemoetkomen aan de groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. Leudal heeft hiervoor een kwantitatieve groeiambitie uitgesproken om jaarlijks 125-150 woningen te realiseren. Deels zitten deze woningen in bestaande planvoorraad, deels zijn deze straks het resultaat van nieuwe ontwikkelingen via (onderdelen van) de Versnellingsagenda Wonen. Woningbouw is in alle kernen mogelijk, waarbij nieuwe bouwmogelijkheden gericht worden ingezet in het belang van de leefbaarheid van de kernen, om specifieke doelgroepen te ondersteunen en om het aandeel betaalbare (huur)woningen te vergroten. Ook wordt in Leudal extra ingezet op (burger)initiatieven die bijdragen aan de sociale cohesie en onderlinge verbondenheid.
Datum Ons kenmerk Pagina
30 november 2021 LE2021UIT /2725 4 van 5
Gemeente ~
leudal
===,~
Rol en betekenis Structuurvisie Wonen 2022 In de Structuurvisie Wonen 2022 wordt de gewenste ontwikkelingsrichting op het gebied van 'wonen' vastgelegd. Dat gebeurt om verschillende redenen: • De Woningwet uit 2015 vraagt van de gemeenten dat zij aangeven welk beleid zij voeren zodat corporaties hun inzet daarop kunnen richten en een bod kunnen doen als basis voor prestatieafspraken tussen gemeente, corporaties en huurdersbelangenorganisaties. De Structuurvisie Wonen 2022 voorziet daarin. De Woningwet gaat niet op in de Omgevingswet. Deze verplichting blijft daarmee van toepassing, ook na de invoering van de Omgevingswet. • In het kader van ruimtelijke ordeningsprocedures dient de gemeente voor (onder andere) woningbouwplannen een onderbouwing van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte te geven. De Structuurvisie Wonen 2022 geeft daarvoor een kwantitatief kader, op basis van de prognoses Etil 2021. Daarnaast zijn de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek uit 2018 nog steeds actueel voor wat betreft de kwalitatieve woningbehoefte. • De provincie heeft in 2021 de Provinciale Omgevingsvisie (hierna POVI) vastgesteld. De POVI beoogt dat regio's via een structuurvisie afspraken maken over de woningbouw als uitwerking van de POVI. Gemeenten en Provincie maken per regio bestuursafspraken hierover. Nu de POVI is vastgesteld start dit traject op korte termijn.
Deze afspraken vervangen de afspraken op grond van het POL 2014. Indien een gemeenteraad de Structuurvisie Wonen 2022 niet vaststelt, ontbreekt voor die betreffende gemeente het referentiekader om bestemmingsplannen te kunnen beoordelen. Voor ruimtelijke plannen geldt daarnaast de provinciale Omgevingsverordening. Krachtens de provinciale Omgevingsverordening dient voor de vaststelling van ieder ruimtelijk plan regionale afstemming te hebben plaatsgevonden met betrekking tot de woningvoorraadontwikkeling. De provinciale Omgevingsverordening bevat een bepaling dat een ruimtelijk plan niet voorziet in de toevoeging van woningen anders dan in overeenstemming met de regionale structuurvisie. Concreet betekent dit dat de regionale structuurvisie nodig is om nieuwe woningbouwplannen te kunnen ontwikkelen. Bij de regionale afstemming (van woningbouwplannen met meer dan 10 woningen) heeft een gemeente geen vetorecht. Uiteraard speelt in de beoordeling van de provincie Limburg ook mee of er ruimtelijk gezien andere provinciale belangen in het geding zijn dan alleen de belangen op het terrein van wonen. De Structuurvisie Wonen 2022 wordt vastgesteld op basis van de Wet ruimtelijke ordening. Hiermee wordt voorzienbaarheid gecreëerd. Dit is belangrijk omdat de (potentiële) plancapaciteit in de regio nog groter is dan de resterende behoefte en teruggebracht dient te worden.
In Leudal is de planvoorraad de afgelopen jaren fors teruggebracht, netto zijn 263 woningen uit de planvoorraad geschrapt sinds 2018. Daarnaast zijn veel woningen gerealiseerd. Op gemeentelijk niveau is momenteel geen sprake meer van overcapaciteit. Voorzienbaarheid blijft voorwaarde om onbenutte bouwtitels te kunnen schrappen zonder risico op planschade. Cijfermatige actualisatie voor vaststelling De ontwerp Structuurvisie Wonen 2022 wordt voor de vaststelling cijfermatig geactualiseerd op basis van de gerealiseerde ontwikkelingen in 2021. Ook wordt vóór de vaststelling de planvoorraad-lijst in de bijlage per gemeente, die in de ontwerp structuurvisie de peildatum van 1-1-2021 heeft, geactualiseerd naar peildatum 1-1-2022. Uitgangspunt blijft echter 1-1-2021, aangezien het aantal huishoudens per gemeente op 1-1-2022 niet tijdig beschikbaar is voor de vaststelling (deze komen in augustus 2022). De Structuurvisie Wonen 2022 wordt jaarlijks gemonitord. Wij zullen u jaarlijks actief informeren over de voortgang (woningbouwrealisaties en actualisatie van de planlijst).
Datum Ons kenmerk Pagina
30 november 2021 LE2021UIT/2725 5 van 5
Procedure Op 17 november 2021 hebben alle regiogemeenten in het Gemeenteblad kennis gegeven van de voorbereiding van de Structuurvisie Wonen 2022. Na vaststelling door alle colleges van de zeven Midden-Limburgse gemeenten wordt de ontwerp Structuurvisie Wonen 2022 gedurende een periode van 6 weken, van 9 december 2021 tot en met 19 januari 2022 ter inzage gelegd. Gedurende de inzage termijn bestaat de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Er wordt regionaal één eindverslag zienswijzen gemaakt. De colleges nemen een besluit over de zienswijzen en verwerken eventuele aanpassingen in de vast te stellen visie. U ontvangt in het tweede of uiterlijk derde kwartaal van 2022 een voorstel tot vaststelling van de Structuurvisie Wonen 2022. Het definitieve moment wordt regionaal afgestemd. Wij hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Bijlage(n) - ontwerp Structuurvisie Wonen 2022
Ontwerp Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ........................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Terugblik: ontwikkelingen in de periode 2018 tot 2021 ................................................... 5 2.1 Afspraken Structuurvisie Wonen 2018 ....................................................................................... 5 2.2 Planrealisaties ............................................................................................................................ 6 2.3 Planvoorraad .............................................................................................................................. 7 2.4 Bevindingen en uitdagingen ...................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3 De koers voor 2022 en verder ......................................................................................... 9 3.1 Groeiende behoefte centraal ...................................................................................................... 9 3.2 Rijks- en provinciaal beleid ........................................................................................................ 9 3.3 Regionale opgaven / speerpunten ...........................................................................................
10 Hoofdstuk 4 Kwantitatieve en kwalitatieve kaders ............................................................................. 15 4.1 Kwantitatieve kaders ................................................................................................................ 15 4.2 Kwalitatieve kaders .................................................................................................................. 17 4.3 Samenvatting ........................................................................................................................... 18 Hoofdstuk 5 Instrumenten voor regie ................................................................................................. 19 5.1 Omgevingswet .......................................................................................................................... 19 5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ..................................................................................... 20 5.3 Instructieregels wonen in de Provinciale Verordening ............................................................. 21 5.4 Herzien of wijzigen van bestemmingsplannen ......................................................................... 22 5.5 Intrekken omgevingsvergunningen ..........................................................................................
22 5.6 Ontbinding of herijking van overeenkomsten ........................................................................... 23 5.7 Prestatieafspraken ................................................................................................................... 23 Hoofdstuk 6 Uitvoeringsparagraaf ..................................................................................................... 24 6.1 Gemeenteraden stellen kaders vast, colleges voeren uit ........................................................ 24 6.2 Communicatie en overleg ........................................................................................................ 24 6.3 Monitoring als feedback voor uitvoering beleid ........................................................................ 25 6.4 Investeringsagenda .................................................................................................................. 25 6.5 Procedure ................................................................................................................................. 25 Bijlagen .................................................................................................................................................. 27 Bijlage 1: Echt-Susteren ....................................................................................................................
28 Ontwikkeling aantal inwoners, huishoudens en prognose ............................................................. 28 Lokale uitwerking ............................................................................................................................ 28 Planvoorraadlijst Echt-Susteren, per 1-1 2021 .............................................................................. 29 Bijlage 2: Leudal ................................................................................................................................ 31 Ontwikkeling aantal inwoners, huishoudens en prognose ............................................................. 31 2
Lokale uitwerking ............................................................................................................................ 31 Planvoorraadlijst Leudal, per 1-1 2021 .......................................................................................... 33 Bijlage 3: Maasgouw .......................................................................................................................... 38 Ontwikkeling aantal inwoners, huishoudens en prognose ............................................................. 38 Lokale uitwerking ............................................................................................................................ 38 Planvoorraadlijst Maasgouw, per 1-1 2021 .................................................................................... 39 Bijlage 4: Nederweert ......................................................................................................................... 41 Ontwikkeling aantal inwoners, huishoudens en prognose ............................................................. 41 Lokale uitwerking ............................................................................................................................ 41 Planvoorraadlijst Nederweert, per 1-1 2021...................................................................................
42 Bijlage 5: Roerdalen ........................................................................................................................... 49 Ontwikkeling aantal inwoners, huishoudens en prognose ............................................................. 49 Lokale uitwerking ............................................................................................................................ 49 Planvoorraadlijst Roerdalen, per 1-1 2021..................................................................................... 50 Bijlage 6: Roermond .......................................................................................................................... 53 Ontwikkeling aantal inwoners, huishoudens en prognose ............................................................. 53 Lokale uitwerking ............................................................................................................................ 53 Planvoorraadlijst Roermond, per 1-1 2021 .................................................................................... 53 Bijlage 7: Weert .................................................................................................................................. 61 Ontwikkeling aantal inwoners, huishoudens en prognose .............................................................
61 Lokale uitwerking ............................................................................................................................ 61 Planvoorraadlijst Weert, per 1-1 2021............................................................................................ 62
3
Hoofdstuk 1 Inleiding Midden-Limburg is het Verbindend hart van Limburg, waar wonen aantrekkelijk is. De kwaliteit van het wonen is hoog. Toch zijn er op het gebied van wonen uitdagingen: het (laten) bouwen van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. Maar ook de bestaande woningen moeten duurzamer en levensloopbestendiger worden. In deze Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 (verder: Structuurvisie Wonen 2022) wordt ruimte gemaakt om te bouwen voor de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment. Daarnaast is er aandacht voor transformatie/herstructurering. Zo houden we de leefbaarheid op peil en bieden we een thuis voor (toekomstige) inwoners.
4
Hoofdstuk 2 Terugblik: ontwikkelingen in de periode 2018 tot 2021 Dit hoofdstuk geeft inzicht in de (kwantitatieve) afspraken en ontwikkelingen uit de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021 (hierna: Structuurvisie Wonen 2018). Bij het opstellen van deze terugblik is het vierde en laatste jaar van de looptijd nog niet afgerond. De terugblik bevat alleen cijfers over de eerste drie jaar (2018 t/m 2020). Daar is voor gekozen, omdat alle regiogemeenten de planvoorraad en woningbouwrealisaties jaarlijks per 1 januari bijwerken en op dit moment niet overal een accurate inschatting te maken is voor het lopende jaar. Deze terugblik op 3 jaar geeft inzicht in de recente ontwikkelingen en uitdagingen op de woningmarkt.
2.1 Afspraken Structuurvisie Wonen 2018 De belangrijkste regionale afspraken in de Structuurvisie Wonen 2018 zijn bedoeld om de planvoorraad (en woningbouwrealisaties) beter af te stemmen op de veranderende behoefte, met ruimte voor lokaal maatwerk, maar wel rekening houdend met een verwachte naderende huishoudentop. De huishoudensprognoses van Etil vormen de basis voor de kwantitatieve afspraken. De uitkomsten van het regionale woningmarktonderzoek 2018 liggen ten grondslag aan de gewenste kwalitatieve sturing. Aanvullend daarop, is conform afspraak uit de Structuurvisie Wonen 2018, nader onderzoek gedaan naar de behoefte aan woonwagenstandplaatsen en de huisvestingsbehoefte van internationale werknemers. Onderstaande tabel bevat de kwantitatieve afspraken uit de Structuurvisie Wonen 2018. Gedeeltelijk zijn deze afgeleid van voorgaande afspraken uit de Structuurvisie Wonen 2014. Gemeente
Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Totaal regio
afspraak 1 SV 2018: maximaal aan te houden groei v.a. 11-2014 590 640 430 585 380 3.610 1.775 8.010
netto realisaties 2014 t/m 2017 132 183 76 236 61 769 415 1.872
afspraak 2 SV 2018: maximaal planvoorraad overaantal te per capaciteit bouwen tot 1-1-2018 per HH top v.a. 1-1-2018 1-1-2018 458 575 117 457 1.080 623 354 799 445 349 553 204 319 557 238 2.841 3.099 258 1.360 1.659 299 6.138 8.322 2.184
afspraak 3 SV 2018: 40% reductie 2018 t/m 2021 47 249 178 82 95 103 119 873
Tabel 1: afspraken Structuurvisie Wonen 2018
In de Structuurvisie Wonen 2018 is bepaald dat gemeenten medewerking kunnen verlenen aan nieuwe plannen waarvoor in kwalitatieve zin een tekort bestaat volgens het woningmarktonderzoek in relatie tot de planvoorraad, terwijl er kwantitatief te veel plannen zijn die niet omgebogen kunnen worden. Uiteraard heeft dit wel gevolgen voor de totale planvoorraad en de gewenste reductie daarvan. Om die reden is vastgelegd dat het aantal nieuwe plannen dat binnen de planperiode wordt toegevoegd, ook extra (binnen de planperiode) moet worden geschrapt.
5
Gedurende de looptijd van de Structuurvisie Wonen 2018 zijn de omstandigheden op de woningmarkt veranderd, met als gevolg dat de regio steeds meer focus heeft gelegd op het versnellen van (nieuwe) planontwikkelingen en bouwrealisaties van kwalitatief passende woningen. In het kader van de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 is provinciaal ook vooral gefocust op het toevoegen van kwalitatief de juiste plannen en is met de regio’s afgesproken minder nadruk te leggen op de harde resultaten van het schrappen van plannen op korte termijn en meer in te zetten op een blijvende inspanning over een langere periode om minder gewenste plannen te saneren of om te buigen. De in de Structuurvisie Wonen 2018 opgenomen termijn waarbinnen plannen geschrapt moeten worden is daarom door de regio niet meer als harde afspraak gehanteerd. Er blijft uiteraard wel aandacht voor dynamisch voorraadbeheer en voor het schrappen van plannen die niet aansluiten bij de behoefte.
2.2 Planrealisaties In de periode 2018 tot en met 2020 zijn 3.015 nieuwe woningen gerealiseerd en zijn 373 bestaande woningen gesloopt/onttrokken. De netto realisatie in Midden-Limburg komt hiermee uit op 2.642 (880/jaar) woningen. De woningvoorraad is daarmee in 3 jaar al fors meer gegroeid dan in de gehele looptijd van de vorige structuurvisie, waarin netto 1.872 (468/jaar) woningen zijn gerealiseerd van 2014 tot en met 2017. Geen enkele gemeente heeft afspraak 2 over het maximaal aantal te bouwen woningen tot aan de huishoudentop overschreden of zal dit met de verwachte realisaties in 2021 gaan doen. In de Structuurvisie Wonen 2018 is niet expliciet een ambitie bepaald over een minimaal aantal toe te voegen woningen. Impliciet moeten de realisaties wel gelijke tred houden met de ontwikkeling van het aantal huishoudens in dezelfde periode. Het aantal huishoudens is met 2.223 gegroeid, van 106.591 op 1-1-2018 tot 108.814 op 1-1-2021. Er zijn in Midden-Limburg meer woningen gerealiseerd dan dat het aantal huishoudens is gegroeid. In alle gemeenten zijn volop bouwactiviteiten zichtbaar. afspraak 2 SV 2018: maximaal aantal te bouwen woningen tot HH top
bruto realisaties
sloop / onttrekking
netto realisaties
als % bestaande woningvoorraad
Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert
458 457 354 349 319 2.841 1.360
214 376 275 189 218 1.049 694
19 58 2 15 20 178 81
195 318 273 174 198 871 613
1,3% 2,0% 2,6% 2,4% 2,1% 3,2% 2,7%
Totaal regio
6.138
3.015
373
2.642
2,5%
Tabel 2: planrealisaties periode 2018 tot en met 2020
Het aandeel huurwoningen in de realisaties bedraagt 33% , waarvan 534 woningen in het sociale huursegment. Het aandeel koopwoningen bedraagt 67%. 2.090 gerealiseerde woningen zijn gebouwd in de vorm van grondgebonden woningen (69%) en 925 als appartementen (31%). Een deel van de realisaties betreft vervangende nieuwbouw.
6
Figuur 1: realisaties naar eigendom en type woningen
Toegankelijkheid van woningen wordt steeds belangrijker door het langer zelfstandig thuis (moeten) blijven wonen. In de periode 2018 tot en met 2020 zijn 1.151 woningen (38% van alle realisaties) nultreden uitgevoerd en zorggeschikt voor de doelgroep ouderen. Een nultredenwoning is zonder trappen van buiten bereikbaar en specifiek geschikt voor het gebruik van een rollator/rolstoel. Een levensloopbestendige woning heeft wel de primaire ruimtes (keuken, sanitair, woonkamer en minimaal 1 slaapkamer) op de begane grond, maar kan evengoed trappen of drempels bevatten. Inmiddels worden bijna alle nieuwe woningen levensloopbestendig uitgevoerd en zijn daarmee ook geschikt om langer zelfstandig thuis te wonen.
2.3 Planvoorraad Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de planvoorraad in Midden-Limburg van 2018 tot en met 2020. Als de realisaties buiten beschouwing worden gelaten, dan is de planvoorraad toegenomen. In totaal zijn verouderde plannen voor 1.500 woningen geschrapt of neerwaarts bijgesteld. Daartegenover zijn nieuwe kwalitatief passende plannen voor 2.208 woningen toegevoegd. Zoals in paragraaf 2.1 is beschreven, ligt de prioriteit momenteel bij het versnellen van kansrijke initiatieven, al dan niet vanuit de bestaande planvoorraad. Door actief en dynamisch planvoorraad-beheer ontstaat meer regie op, en ruimte voor, de realisatie van kwalitatief passende woningen op gewenste locaties.
Gemeente Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert totaal
ontw. planvoorraad 2018 t/m 2020 planvoorraad netto totaal totaal 1-1-2018 realisaties geschrapt toegevoegd 575 195 0 260 1.080 318 324 61 799 273 161 95 553 174 88 211 557 198 45 45 3.099 871 439 582 1.659 613 443 954 8.322 2.642 1.500 2.208
planvoorraad 1-1-2021 640 499 460 502 359 2.371 1.557 6.388
Tabel 3: ontwikkeling planvoorraad
7
2.4 Bevindingen en uitdagingen Het aantal inwoners in de regio is 0,7% (1.644 inwoners) gegroeid in de periode 2018 tot en met 2020 maar er zijn verschillen zichtbaar tussen de gemeenten. De grootste relatieve groei zit in Roermond (1,8%) en Maasgouw (1,1%). Daarna volgen Nederweert (0,8%), Leudal (0,5%) en Weert (0,3%). In Echt-Susteren (-0,02%) en Roerdalen (-0.6%) is het aantal inwoners licht afgenomen. Voor de woningbehoefte is niet zozeer het aantal inwoners van invloed. Belangrijker zijn de veranderende bevolkingssamenstelling (ontgroening en vergrijzing) en de afname van de gemiddelde huishoudengrootte. Het aantal 1- en 2-persoons huishoudens is in de periode 2018 tot en met 2020 toegenomen (+2.919) terwijl het aantal 3 en meer persoonshuishoudens is afgenomen (-796). Daarnaast vormen internationale werknemers economisch bezien inmiddels een onmisbare aanvulling op de afnemende beroepsbevolking. Het aantal huishoudens in de regio is met 2,1% (2.223) toegenomen. Alle gemeenten laten (nog) een groei zien. De grootste relatieve groei zit in Weert (2,8%). Daarna volgen Maasgouw (2,5%), Leudal (2,3%), Roermond (2,3%), Nederweert (2,2%), Roerdalen (1,0%) en Echt-Susteren (0,7%). In enkele gemeenten vlakt de groei langzaam af en nadert de huishoudentop. In hoofdstuk 4 worden de meest recente prognoses beschreven. Afspraken over bouwen naar behoefte zijn een afgeleide hiervan.
Daarbij bestaat een nadrukkelijke bestuurlijke wens om ambitieuzer te bouwen dan uitsluitend voor de lokale/regionale behoefte. De ambitie om een gedeelte van de bouwopgave van Zuid-Oost Brabant in te vullen, is opgenomen in de regioparagraaf van de provinciale omgevingsvisie (POVI). Het aandeel en aantal ouderen blijft de komende jaren groeien in Midden-Limburg. Het wordt steeds belangrijker om de toegankelijkheid van (bestaande) woningen te vergroten zodat onze inwoners langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Deze opgave is niet alleen via nieuwbouw (levensloopbestendig en/of zorggeschikt) te realiseren maar vraagt veelal ook aanpassing van de bestaande woningvoorraad. In de particuliere sector hebben woningeigenaren daarin een eigen verantwoordelijkheid, zoals woningcorporaties dat hebben (en nemen) voor hun bezit. De bereidheid om vooruitlopend op een concrete zorgvraag te investeren in dergelijke woningaanpassingen is (nog) beperkt. De bouwproductie is momenteel hoog, zoals blijkt uit de realisatiecijfers. Er zijn in de regio zo’n 400 woningen méér gebouwd dan het aantal huishoudens is gegroeid. Er wordt een grote druk op de woningmarkt ervaren. De afgelopen jaren is intensief overleg gevoerd, o.a. met de Provincie Limburg en de woningcorporaties, over de wijze waarop hieraan het hoofd kan worden geboden.
Ten aanzien van de kwalitatieve woningbehoefte staat de regio voor een uitdaging om de komende jaren voldoende woningen van de juiste kwaliteit toe te voegen en te zorgen dat deze (passend bij de behoefte) op de juiste plaats worden gerealiseerd. In algemene zin betekent dit: - meer nadruk op de realisatie van huurwoningen en betaalbare koopwoningen voor kleinere huishoudens en/of specifieke doelgroepen; - meer aandacht voor transformatie van bestaand vastgoed naar wonen, voor behoud van de leefbaarheid; - meer sturing op toekomstbestendigheid van de woningvoorraad (zowel energetisch als levensloopbestendig). In de volgende hoofdstukken worden deze opgaven nader toegelicht.
8
Hoofdstuk 3 De koers voor 2022 en verder In dit hoofdstuk wordt de koers voor de periode tot en met 2025 uiteengezet en regionale speerpunten benoemd.
3.1 Groeiende behoefte centraal Ambitie en ruimte voor nieuwe plannen Tegemoet komen aan een groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod, daarop ligt in de Structuurvisie Wonen 2022 de nadruk. Dat betekent dat er ambitie is voor - en ruimte wordt gegeven aan nieuwe plannen die passen bij de kwalitatieve vraag, met aandacht voor aanpassing van plannen die niet (meer) passen bij een actuele behoefte. De Structuurvisie Wonen 2018 bevatte al de hoofdlijn om enerzijds de planvoorraad in beperkte mate terug te dringen én anderzijds mee te werken aan plannen waar kwalitatief behoefte aan bestaat. Planvoorraad stapsgewijs in overeenstemming met de behoefte De planvoorraad is idealiter zowel kwantitatief als kwalitatief in overeenstemming met de behoefte en biedt daarnaast voldoende ruimte om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen. De regio erkent en accepteert dat een deel van de huidige planvoorraad wellicht nooit tot realisatie zal komen, ondanks bestaande planologische titels en/of onderliggende overeenkomsten. Het proces voor het schrappen van dergelijke ‘harde’ plannen vergt veel tijd, inzet en capaciteit en soms ook financiële middelen. De komende periode heeft bouwen de prioriteit boven schrappen. In de Structuurvisie Wonen 2022 worden geen afspraken gemaakt met een concrete doelstelling om de planvoorraad terug te dringen.
Het teveel aan plannen speelt wel een rol in de verplichte herbeoordeling van de planvoorraad c.q. de functie wonen in omgevingsplannen zoals opgenomen in de instructieregels van de provinciale omgevingsverordening. De eerste actualisatie van de bestaande planvoorraad moet voor 1 januari 2025 plaatsvinden. Deze regionale structuurvisie wordt beschouwd als deze actualisatie. Daarnaast zijn in de provinciale omgevingsvisie ook instructieregels opgenomen om woningbouw te stimuleren en ‘papieren plannen’ tegen te gaan. Dankzij deze Limburg-brede aanpak kunnen gemeenten gezamenlijk optrekken in het proces en beter sturen op een planvoorraad die past bij de actuele kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Tussentijds blijven gemeenten in het kader van dynamisch voorraadbeheer verantwoordelijk om individuele plannen tegen het licht te houden en te beoordelen of aanpassing nodig is om aan te sluiten bij de lokale, kwalitatieve behoefte. De afgelopen jaren zijn diverse aansporingen gedaan en instrumenten in gang gezet richting initiatiefnemers (via overeenkomsten en/of aanpassingen van het bestemmingsplan) om plannen in overeenstemming te brengen met de vraag en de bouw te versnellen. Dit heeft een positieve invloed op het in evenwicht brengen van planvoorraad en behoefte.
3.2 Rijks- en provinciaal beleid De nationale overheid richt zich in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) op 21 verschillende nationale belangen. Eén daarvan is zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Provinciaal is dat vertaald in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en verder vertaald in de Limburgse agenda Wonen.
9
Limburgse Agenda Wonen en Provinciale Omgevingsvisie De Limburgse Agenda Wonen levert een bijdrage aan een gezonde woningmarkt. Bij een gezonde woningmarkt wordt ingespeeld op de huidige en toekomstige behoeften, is er sprake van voldoende doorstroming en is er voor mensen kans op een wooncarrière. Een veilige en sociale woonomgeving is daarbij belangrijk. De provinciale rol op de Limburgse woningmarkt is kaderstellend en ondersteunend. De primaire rol van de provincie is het best te omschrijven als agenderend, stimulerend, meedenkend en stakeholders met elkaar verbindend tot een excellente samenwerking. Met een aantal financiële arrangementen tracht de provincie ook in financiële zin een bijdrage te leveren. Een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt biedt voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar. Een dergelijke woningmarkt biedt voldoende mogelijkheden voor doorstroming (wooncarrière), is toekomstbestendig (duurzaam en klimaatbestendig) en woningen zijn betaalbaar. De Provincie Limburg wil partijen stimuleren en uitdagen om hun mogelijkheden (instrumenten en eigen kracht) optimaal in te zetten om gezamenlijk de woonopgave vorm te geven én tot uitvoering te brengen. De provincie is belangenbehartiger van de regionale woningmarkt; zij kent de bijzonderheden van de regionale opgaven en monitort deze.
Het provinciaal beleid is in hoofdlijnen vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). De vorige structuurvisie was gelinkt aan het POL. Deze structuurvisie is gerelateerd aan de POVI, die in het vierde kwartaal 2021 is vastgesteld. De daaraan gekoppelde Provinciale Omgevingsverordening treedt gelijktijdig in werking met de Omgevingswet. Tot die tijd blijft de bestaande Omgevingsverordening van kracht. Naar aanleiding van de bovengenoemde ontwikkelingen bestaat de mogelijkheid dat er nieuwe Bestuursafspraken met de Provincie Limburg worden gemaakt met betrekking tot het werkveld wonen.
3.3 Regionale opgaven / speerpunten De focus zal de aankomende vier jaar vooral gericht zijn op het bouwen van kwalitatief de juiste woningen, aansluitend bij de lokale en regionale behoefte. Aandachtspunten hierbij zijn de beschikbaarheid en bereikbaarheid van woningen. 3.3.1 Het vergroten van het aandeel huurwoningen De bestaande woningvoorraad in Midden-Limburg bestaat voor 68% uit koopwoningen. Dit percentage ligt in plattelandsgemeenten hoger. Het woningmarktonderzoek uit 2018 geeft aan dat er regionaal behoefte is aan extra huurwoningen. Elke gemeente stuurt bij bouwplannen op het realiseren van de juiste, gevraagde woningen. Daarbij hebben de woningcorporaties met name een rol in het realiseren van de sociale huurwoningen. Een steeds groter aandeel van woningtoewijzing verloopt via bemiddelingstrajecten. Reguliere woningzoekenden vinden daardoor steeds lastiger een sociale huurwoning. Woningcorporaties zijn voor de gemeenten in deze een belangrijke partner. Via de jaarlijkse lokale prestatieafspraken worden concrete afspraken gemaakt met de corporaties en huurdersorganisaties. Ook particuliere beleggers worden steeds belangrijker bij het realiseren van huurwoningen, zoals bij de transformatie van leegstaande panden.
10
3.3.2 Woonwagenstandplaatsen Het Rijk heeft op basis van rapporten van het College van de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman in 2018 een beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid opgesteld. De kern van dit beleidskader is dat gemeenten de behoefte aan standplaatsen in beeld brengen en het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast stellen als onderdeel van het woonbeleid. Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven aan het woonwagenleven van woonwagenbewoners. De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen. Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats. Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren. Conform bovenstaand beleidskader van het Rijk en de afspraak uit de Structuurvisie Wonen 2018 is aanvullend op het woningmarktonderzoek uit 2018 een provincie brede inventarisatie gedaan naar de behoefte aan woonwagenstandplaatsen. Regionaal kwam dit uit op ruim 100. De uitkomsten van deze inventarisatie hebben eenzelfde status als de uitkomsten van het woningmarktonderzoek en geven een indicatie van de behoefte.
De opgave voor de eventuele uitbreiding van standplaatsen wordt lokaal bezien in relatie tot de totale opgave in de sociale huursector en de druk op de sociale huursector met de daarbij behorende wachttijden. Gemeenten zijn ieder verantwoordelijk voor de nadere uitwerking van de opgave die uit de inventarisatie is gebleken. 3.3.3 Statushouders Gemeenten krijgen van rijkswege een taakstelling opgelegd in de huisvesting van statushouders. Het toezicht hierop verloopt via de provincie. Na een periode van relatief lage taakstellingen is deze in 2021 opgelopen. Gelet op de omstandigheden in Afghanistan is het de verwachting dat de taakstelling in 2022 verder gaat oplopen. In de prestatieafspraken met de corporaties maken de gemeenten afspraken over de realisatie van de taakstelling. De corporaties stellen sociale huurwoningen beschikbaar. Als de taakstelling oploopt, betekent dit dat er meer sociale huurwoningen nodig zijn om de taakstelling te kunnen behalen. En dit gebeurt terwijl de druk op de sociale huurmarkt al groot is. Het verdient dan ook de aanbeveling om te zorgen voor meer sociale huurwoningen om in de grotere behoefte te kunnen voorzien. Flexconcepten kunnen hierbij uitkomst bieden. 3.3.4 Starters Het wordt voor starters steeds moeilijker toe te treden tot de woningmarkt. Wachttijden voor een sociale huurwoning lopen op.
Huurprijzen in de vrije sector worden opgestuwd vanwege de druk op de woningmarkt. Koopprijzen stijgen explosief. De bouw van nieuwe woningen voor starters is niet altijd vanzelfsprekend. Het aantal starters stabiliseert of neemt af en in de reguliere woningvoorraad zijn in principe voldoende starterswoningen aanwezig. Echter vanwege de gestegen prijzen van koopwoningen zijn bestaande woningen voor starters nog slechts beperkt beschikbaar en bereikbaar, zelfs in gemeenten waar van oudsher starterswoningen beschikbaar zijn. Gelet op deze omstandigheden kunnen gemeenten er voor kiezen om starterswoningen op te nemen in nieuwbouwplannen. Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat, vanwege de gestegen bouwkosten, de haalbaarheid onder druk staat. Transformatie van bestaand vastgoed biedt voor deze doelgroep wellicht een betaalbaarder alternatief. Gemeenten kunnen hier lokaal op sturen. Startersleningen zijn in alle gemeenten beschikbaar. De provincie participeert hierin. Met een starterslening wordt koopstarters een steun in de rug gegeven bij de aankoop van de eerste woning. De starterslening is een tweede hypotheek. De uitvoering verloopt via Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse gemeenten (SVn).
11
3.3.5 Wonen met zorg Uit het behoeftenonderzoek van 2018 blijkt dat veel ouderen graag zouden willen verhuizen naar een andere, meer passende woning. In de praktijk gebeurt dit echter beperkt. Hierdoor stagneert de doorstroming en komen andere doelgroepen in de knel. Ook heeft dit financiële gevolgen voor de Wmo-uitgaven. Gezien de grote omvang van de doelgroep is een oplossing alleen met nieuwbouw niet mogelijk maar is ook een aanpassing van de bestaande woningvoorraad nodig om tegenmoet te komen aan de veranderende behoefte. Naast ouderen is er ook een grote opgave voor het realiseren van huisvesting voor kwetsbare inwoners. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met een psychische problematiek, met een licht verstandelijke beperking of mensen zonder een sociaal vangnet. Deze kwetsbare inwoners wonen zelfstandig in de wijk, vaak met ambulante begeleiding vanuit de zorg. De zorg kan in de toekomst niet meer op traditionele wijze geleverd worden. Reden is enerzijds dat er onvoldoende zorgpersoneel is, anderzijds staat de betaalbaarheid van de zorg onder druk, onder andere vanwege de dubbele vergrijzing (de groep ouderen groeit en ouderen worden ouder). Het gevolg is dat steeds meer mensen zelfstandig thuis blijven wonen, ook als er zich beperkingen voor doen. De doelgroep die traditioneel mantelzorg verleent, komt nu zelf in de leeftijd dat mantelzorg nodig is.
De conclusie is dat er fundamenteel anders met wonen en zorg omgegaan dient te worden. Ontwikkeling passende woonvormen Het aantal ouderen in een verpleeghuis neemt af. Het aantal ouderen dat thuis woont met maximale ondersteuning neemt toe. Nog een stap verder gaan nieuwe woonvormen met een flexibel gebruik van de wooneenheden, die zowel extramuraal als intramuraal ingezet kunnen worden. Daarbij gaat het in alle gevallen om het scheiden van wonen en zorg. Dat zorgt voor een grotere behoefte aan reguliere woningen die flexibel inzetbaar zijn voor diverse vormen van zorg, maar ook voor reguliere bewoning geschikt zijn. Belangrijk is dat de regio open staat voor nieuwe (tijdelijke) woonvormen voor ouderen en zorgvragers. In lokale woonzorgvisies, dan wel woon-zorg beleid, kan dit verder worden uitgewerkt/gefaciliteerd.
Figuur 2: woonvormen voor ouderen met zorg thuis, bron ActiZ
3.3.6 Internationale werknemers Vanwege de vergrijzing neemt de beroepsbevolking af. Hierdoor wordt er een krapte op de arbeidsmarkt verwacht. Internationale werknemers spelen een belangrijke economische rol in cruciale sectoren. In MiddenLimburg is dit vooral de groot- en detailhandel, industrie, horeca, logistiek, gezondheidszorg, landbouw, bouwnijverheid en onderwijs.
12
In de Stuurgroep internationale werknemers wordt op provinciaal niveau samengewerkt aan de verschillende thema's die samenhangen met internationale werknemers, zoals economische ontwikkeling, werkgelegenheid, huisvesting en integratie. In de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd: de provincie Limburg, de gemeenten alsmede de werkgeversorganisaties LWV, LLTB en MKB. Vanuit Midden Limburg is de gemeente Weert afgevaardigd. Het besef dat het belang van de inzet en aanwezigheid van internationale werknemers in de (MiddenLimburgse) economie groeit en blijft groeien, wordt breed onderschreven in de regio. Het is daarom goed om de inzet van de provinciale Stuurgroep nadrukkelijk te blijven volgen, vanuit de regio daarin te blijven participeren, terugkoppeling vanuit de Stuurgroep te borgen en de acties die daaruit voortkomen te vertalen naar de Midden-Limburgse schaal. De ingezette lijn om het thema regelmatig op de agenda te plaatsen en informatie uit te wisselen en waar mogelijk beleid onderling af te stemmen, wordt voortgezet. Daar waar mogelijk wordt – op nader te verkennen punten – samenwerking gezocht in de regio op dit prioritaire thema (SML). Het betreft een werkveld overstijgend thema. De Stuurgroep heeft bureau Decisio het aantal internationale werknemers in beeld laten brengen, de verwachte ontwikkeling en de samenhangende huisvestingsopgave.
Het aantal internationale werknemers in Midden-Limburg is toegenomen van 2.729 in 2010 naar 13.415 in 2018. De verwachting is dat het aantal internationale werknemers verder zal toenemen tot 16.600 – 19.500 in 2030. Dit betekent een aanvullende huisvestings-opgave voor short-stay, mid-stay en long-stay. Huisvesting kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. De situatie is per gemeente wisselend. In de ene gemeente werken werknemers in andere sectoren dan in andere gemeenten, bijvoorbeeld meer in de agrarische sector versus meer in de industrie/logistiek. Dit vraagt om andere huisvesting. Regionaal uniform beleid over huisvesting is dan ook niet logisch. Via lokaal beleid leggen gemeenten vast hoe in deze opgave kan worden voorzien. Dit is voornamelijk gericht op binnen de eigen gemeente werkzame internationale werknemers. Afstemming over lokaal beleid en grootschalige initiatieven voor short-stay huisvesting is wenselijk. Daarnaast wordt regionaal afgesproken om de SNF-normen als minimum kwaliteitsnorm te hanteren. Voor de monitoring van gerealiseerde huisvesting wordt aangesloten bij de provinciale woonmonitor. Via de Stuurgroep loopt de monitoring van de ontwikkeling van het aantal internationale werknemers dat woont en werkt in de gemeenten. 3.3.7 Transformatie van vastgoed en herstructurering De leefbaarheid in onze kernen en wijken is belangrijk.
De transformatie van (leegstaand) vastgoed kan hierbij kansen bieden maar is niet overal vanzelfsprekend. Het biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht te sturen op huisvesting voor doelgroepen of een andere gewenste invulling. In algemene zin heeft leegstand een negatief effect op de leefbaarheid. Herstructurering geeft gemeenten daarnaast locatie specifieke mogelijkheden voor verdunning in de kernen ter bevordering van de leefomgeving en klimaatadaptatie. Het transformeren van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) naar een woonfunctie is vanuit het werkveld Wonen niet vanzelfsprekend omdat wonen bij voorkeur wordt gerealiseerd in de bebouwde gebieden. Locaties in het buitengebied die voor herontwikkeling in aanmerking komen kunnen wel kansen bieden voor alternatieve of nieuwe woonvormen. 3.3.8 Verduurzaming bestaande woningvoorraad De woningvoorraad in de regio Midden-Limburg bestaat voor 66% uit woningen die vóór 1985 gebouwd zijn. Over het algemeen zijn deze woningen slecht geïsoleerd. Hier ligt een enorme verduurzamingsopgave.
13
Verduurzaming is de eerste stap naar het aardgasvrij maken van woningen. De corporaties pakken de verduurzaming van hun bezit op. De balans tussen de te nemen verduurzamingsmaatregelen enerzijds en de betaalbaarheid van het wonen (woonlasten) anderzijds is belangrijk. Concrete maatregelen worden uitgewerkt in lokaal (duurzaamheids)beleid. Het andere aspect van verduurzamen betreft de levensloopbestendigheid van de woningen. In het kader van de vergrijzing en het langer zelfstandig thuis blijven wonen vraagt dit regionale aandacht. De provincie heeft de stimuleringsregeling Duurzaam Thuis waarbij zowel maatregelen om het energieverbruik terug te dringen als ook maatregelen om de woning levensloopbestendig te maken kunnen worden gefinancierd via een lening met een lage rente. 3.3.9 Geen permanente bewoning in recreatiewoningen Beleidsmatig is permanente bewoning van recreatiewoningen niet gewenst. Dit is als zodanig vastgelegd in de visie van Midden-Limburg: ‘Het verbindend Hart van Limburg’. Permanent wonen op recreatieparken past niet binnen de Midden-Limburgse ambitie voor een kwalitatief hoogwaardige recreatieve regio, een regio met een goed woon- en leefklimaat. Diverse gemeenten hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in handhaving van onder andere permanente bewoning van recreatiewoningen door internationale werknemers.
Daarnaast is ondermijning een aspect dat samen kan gaan met permanente bewoning van recreatiewoningen. De ervaring van de laatste jaren heeft geleerd dat voorkomen van illegale situaties vele malen efficiënter en effectiever is dan achteraf handhaven mede omdat wetgeving een snelle handhaving onvoldoende ondersteunt (met name vanwege de termijnen).
14
Hoofdstuk 4 Kwantitatieve en kwalitatieve kaders Eén van de belangrijkste opgaven op het terrein van Wonen is voor Midden-Limburg: het toevoegen van woningen overeenkomstig de woningbehoefte. Nieuwe woningbouwinitiatieven worden daarbij kwantitatief en kwalitatief getoetst.
4.1 Kwantitatieve kaders Voor wat betreft de toekomstige woningbehoefte in kwantitatieve zin zijn de huishoudensprognoses van Etil al jaren leidend. Met name de top van het aantal huishoudens is bepalend voor het benodigde aantal woningen. Een prognose is geen exacte voorspelling en de algemene ervaring is dat de huishoudentop steeds verder wegschuift in de tijd en de afgelopen jaren naar boven is bijgesteld. Gemeenten laten hierin wel verschillen zien, zoals in paragraaf 4.1.1 (en gemeentelijke bijlagen) wordt beschreven. De prognoses zijn waardevol om de trend op middellange termijn aan te geven en vormen een uniforme basis voor de kwantitatieve woningbehoefte op lokaal, regionaal en provinciaal niveau. In deze structuurvisie worden deze cijfers verruimd met een regionale ambitie om aanvullende woningbouw te realiseren (paragraaf 4.1.2). Daaruit volgen regionale afspraken over de woningbehoefte tot aan de huishoudentop en de ambitie voor de woningbouwrealisaties per gemeente voor de periode 2022 tot en met 2025 (paragraaf 4.1.3). 4.1.1 Prognoses Etil Op basis van de meest recente huishoudenprognose (Etil, Progneff 2021) wordt in Midden-Limburg de komende jaren, op basis van de huidige bevolking, nog een groei van het aantal huishoudens verwacht van 5.387 met een top in 2034. 120000
Midden-Limburg
120000 115000 115000 110000 110000 105000 105000 100000 100000
95000 95000
90000 90000
2008 2008
2012 2012
2016 2016
Etil 2013 Etil 2013 werkelijk 1-1-2018 Etil 2017
2020 2020
2024 2024
2028 2028
Etil 2017 werkelijk 1-1-2018 werkelijk 1-1-2021 Etil 2021
2032 2032
2036 2036
2040 2040
Etil 2021 werkelijk 1-1-2021 Werkelijk Werkelijk
Figuur 3: huishoudensontwikkeling Midden-Limburg
15
Het aantal huishoudens in de regio groeit nog van 108.814 per 1-1-2021 tot 114.201 per 1-1-2034. Naarmate de top nadert vlakt de groei af. Na de huishoudentop buigt deze om naar een daling waardoor er -met uitzondering van vervangende nieuwbouw- op termijn per saldo geen nieuwe woningen meer nodig zijn. Bovenstaand figuur geeft de verwachte ontwikkeling voor de regio weer. In de bijlage is meer informatie opgenomen over de verwachte ontwikkeling per gemeente. Niet elke gemeente bereikt gelijktijdig de top, dit varieert op grond van de meest recente prognoses van het jaar 2025 tot 2043. 4.1.2 Aanvullende regionale ambitie De beleidsneutrale Etil-prognoses geven de verwachte ontwikkelingen aan en bieden daarmee ruimte voor aanvullende ambities op korte en middellange termijn. De regio heeft de wens om bovenop deze prognoses aanvullend meer woningen te realiseren om tegemoet te komen aan de behoeften en wensen van (toekomstige) inwoners. Hiermee willen we tegemoetkomen aan het maatschappelijke vraagstuk en de druk op de woningmarkt. In onderstaande tabel wordt deze ambitie voor de korte termijn (de looptijd van deze structuurvisie) weergegeven. Daarnaast is sprake van een regionale ambitie voor de langere termijn. Over de omvang en de wijze waarop deze ambitie wordt ingevuld, maken de samenwerkende gemeenten nadere afspraken gedurende de looptijd van deze structuurvisie.
Voor de periode na 2025 wordt ook, hoewel in deze structuurvisie niet cijfermatig vastgelegd, een hogere ambitie nagestreefd. De ambitie voor de middellange termijn is bepalend voor het opstarten van nieuwe woningbouwplannen die een langere doorlooptijd kennen en waar de realisatie pas na de looptijd van deze structuurvisie is voorzien. 4.1.3 Kwantitatieve afspraken periode 2021 tot en met 2025 De ambitie voor het aantal woningbouwrealisaties in de planperiode 2021 tot en met 2025 is aangegeven binnen bandbreedtes. Het is een combinatie van de verwachte behoefte (prognose Etil 2021) en een aanvullende lokale ambitie. Deze is gebaseerd op (nieuwe) plannen en initiatieven waarvan de verwachting is dat ze voor eind 2025 netto gerealiseerd kunnen worden. afspraak 1: aan te houden groei van 2021 tot top huishoudens (Etil 2021) Echt-Susteren
339
2029
Leudal
870
2032
ambitie jaarlijks te realiseren aantal woningen 2021 tot en planvoorraad met 2025 1-1-2021 100-125 295 640 125-150 603 499
Maasgouw
168
2026
168
75-100
460 502
top in jaar (Etil 2021)
afspraak 2: aan te houden groei van 2021 tot en met 2025 (Etil 2021)
Nederweert
453
2036
265
75-100
Roerdalen
68
2025
67
75-100
359
Roermond
3.244
2043
1.432
325-350
2.371
Weert
1.236
2038
628
200-225
1.557
Midden-Limburg
5.387
2034
3.459
975-1.150
6.388
Tabel 4: aan te houden groei /kwantitatieve woningbehoefte
De regio zet zich in om de hoge bouwproductie van de afgelopen jaren door te zetten. In de periode 2018 tot en met 2021 zijn gemiddeld 880 woningen per jaar opgeleverd. In de bovenstaande tabel wordt duidelijk dat
16
de regio ambitieuzer inzet. Voor de periode 2021 tot en met 2025 wordt gekoerst op een gemiddelde jaarlijkse realisatie van 975-1.150 woningen.
4.2 Kwalitatieve kaders De regio heeft in het voorjaar van 2018 door Etil en Companen een grootschalig woningmarktonderzoek laten uitvoeren. In Echt-Susteren, Leudal , Maasgouw, Nederweert en Roerdalen zijn alle huishoudens aangeschreven. In Roermond en Weert is gewerkt met een steekproef. Dit onderzoek kent regiobreed een deelname van ongeveer 17.800 huishoudens, met een respons van 26%. De uitkomsten van het onderzoek geven nog steeds een actueel en gedetailleerd beeld van de kwalitatieve woonwensen van verschillende doelgroepen. De bevolkingssamenstelling is in 3 jaar niet wezenlijk veranderd waardoor aangenomen mag worden dat de belangrijkste conclusies overeind blijven. De uitkomsten van de kwantitatieve woonbehoefte zijn echter gebaseerd op de verouderde (en veelal lagere) prognose Etil 2017. Daarom wordt in deze structuurvisie afgesproken de cijfers van de meest recente prognose Etil 2021 te hanteren voor een richtinggevende, kwantitatieve doorvertaling op gemeentelijk en kern- of wijkniveau. In het huidige woonbeleid wordt vooral gestuurd op het toevoegen van kwalitatief de juiste woningen op de juiste plek. Het woningmarktonderzoek biedt hiervoor nog steeds een goede basis als richtinggevend kader. 4.2.1 Uitkomsten woningmarktonderzoek regio Midden-Limburg 2018-2030 Midden-Limburg heeft te maken met demografisch ontwikkelingen als ontgroening en vergrijzing.
Ten aanzien van veranderingen in de bevolkingsopbouw leverde het woningmarktonderzoek de volgende resultaten op: - het aantal jongere huishoudens tot 30 jaar neemt tot 2030 af (- 13%); - het aantal midden huishoudens (30-65 jaar) neemt tot 2030 af (- 11%); - het aantal oudere huishoudens vanaf 65 jaar neemt tot 2030 fors toe (+ 30%). Bovenstaande betekent dat de woonwensen van senioren zwaar meetellen, vanwege de enorme omvang van de groep. Daarbij neemt ook het aantal 1- en 2-persoonhuishoudens toe en het aantal gezinnen af. Verder valt nog op dat de woningbehoefte voor de sociale doelgroep de komende jaren toeneemt. In kwalitatieve zin blijkt dan ook uit het onderzoek dat vooral ingezet moet worden op de realisatie van: - seniorenwoningen (huur en koop; grondgebonden en appartementen met lift; nultreden en levensloopbestendig); - 1- en 2-persoonswoningen (grondgebonden en appartementen; huur en koop); - reguliere huurwoningen (grondgebonden en appartementen; sociale en middenhuur). Na confrontatie met de bestaande woningvoorraad wordt in het uitgevoerde woningmarkt onderzoek geconstateerd dat er (op termijn) een overschot ontstaat aan de volgende woningtypes: - appartementen zonder lift (huur); - rij-/hoekwoningen (huur en koop); - 2 onder 1 kap woningen (koop).
Daarnaast wordt geconcludeerd dat op basis van de woonwensen in algemene zin een groeiende kwalitatieve mismatch is met een overschot aan koopwoningen en een groter tekort aan huurwoningen. Dit wordt met name veroorzaakt door de groeiende doelgroep senioren die veelal een (kleinere) huurwoning wenst en daarvoor een koopwoning achter laat. Voor een volledig overzicht van de uitkomsten wordt verwezen naar de afzonderlijke (gemeentelijke) rapportages van het Woningmarktonderzoek Midden-Limburg 2018.
17
4.2.2 Aanvullende kwalitatieve sturing De provincie stuurt in de Limburgse Agenda Wonen sinds medio 2020 op een versnelde realisatie van kwalitatieve plannen die voorzien in woningen voor met name senioren, starters, 1- en 2-persoonshuishoudens en bijzondere doelgroepen. Deze doelgroepen sluiten voor Midden-Limburg aan bij de uitkomsten van het regionale woningmarktonderzoek. Uitzondering daarop zijn de koopstarters. In het onderzoek komt deze doelgroep niet naar voren voor wat betreft een aantoonbare aanvullende behoefte, maar wordt geconcludeerd dat deze vanuit vrijkomende bestaande woningen kan worden ingevuld. Een paar jaar geleden was dat ook het geval. Gezien de recente ontwikkelingen én aanzienlijke prijsstijgingen op de huizenmarkt vraagt de doelgroep starters inmiddels wel extra aandacht. Ook vanwege de wens en het belang om jongeren aan de regio te (blijven) binden. Specifieke ondersteuning wordt door alle regiogemeenten gegeven in de vorm van startersleningen. Uit het woningmarktonderzoek blijkt wel een aanvullende behoefte voor kleinere woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens in het goedkope koop- of huursegment. Deze woningen bieden zowel mogelijkheden voor starters als voor verschillende andere doelgroepen. In hoofdstuk 3.3 zijn diverse doelgroepen benoemd waarvoor de huisvestingsopgave extra aandacht vraagt.