CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegemededeling 29jun21 over Meicirculaire 2021 Gemeentefonds

Raadsvergadering 13 juli 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Instemmen met Kadernota 2022 – 202536.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Op sommige terreinen zijn eerder al specifieke afspraken voor hee l 2021 gemaakt. Zo is voor geheel 2021 volledige compensatie afgesproken voor de meerkosten van jeugd en Wmo en voor de extra kosten van GGD-en en veiligheidsregio’s op basis van declaratie van de daadwerkelijke uitgaven. Voor het ov is afgesproken de beschikbaarheidsvergoeding te verlengen voor heel 2021. Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet C OVID -19, onder andere op het gebied van Toezicht en Handhaving, is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Ook zijn reeds eerder middelen ter beschikking gesteld voor bijzondere bijstand, gemeentelijk schuldenbeleid, crisisdienstverlening, re-integratie, additionele impuls re-integratie, verkiezingen, jeugdpakket en de efficiëncykorting.

Aanvullend hierop heeft het kabinet besloten de reële compensatie voor de inkomstenderving over 2021 over het gehele kalenderjaar te bezien. Daarnaast reserveert het kabinet voor het derde kwartaal 2021 € 51,5 miljoen voor de regionale en lokale cultuur waarvan € 36,5 miljoen voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur en € 15 miljoen ter compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren. Gezien de economie weer opengaat in de tweede helft van dit jaar worden voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. Mochten toch weer coronamaatregelen getroffen moeten worden die tot extra kosten voor medeoverheden leiden in het derde kwartaal voor de reeds in kaart gebrachte dossiers, dan zal tijdig met de medeoverheden overlegd worden met betrekking tot de reële compensatie.

Afrekening inkomstenderving 2020 De gemeenten ontvangen van het Rijk compensatie voor de gederfde inkomsten van 2020 op basis van het verschil tussen begrote inkomsten 2020 (gegevens begroting) en gerealiseerde inkomsten 2020 (gegevens jaarrekening). De compensatie betreft in ieder geval de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terrasprecario - en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninba ar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona. Voor de leges geldt dat, wanneer er een groot verschil blijkt tussen begrote en https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 1

Meicircula ire gemeentefonds 2021

3

gerealiseerde leges, dit nader door het Rijk en de VNG zal worden bekeken.

Het Rijk zal, zodra de eerste jaarrekeningen va n de gemeenten bekend zijn (naar verwachting medio juli) starten met het in beeld brengen van de derving per gemeente. De uitkomst van de derving zal ter verificatie aan de betreffende gemeente worden voorgelegd. De gemeenten ontvangen na afronding van het verificatieproces een voorlopige indicatie van de compensatie. Het streven is dat voor alle gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is en om deze bedragen vervolgens in december 2021 aan gemeenten uit te keren. Over de details van het proces zullen gemeenten (in overleg met de VNG) de komende maanden nader worden geïnformeerd.

Meerkosten corona 2021 - Wmo 2015 en Jeugdwet In de voorjaarsnota 2021 heeft het kabinet een eerste raming van de omvang van de meerkosten in het sociaal domein opgenomen (€ 141 miljoen). Hiermee onderschrijft het Rijk de afspraak over de meerkosten nogmaals. Deze raming is gebaseerd op de compensatie die in 2020 is uitgekeerd. In de raming is rekening gehouden met het effect van vaccinaties en het afschalen van een deel van de maatregelen vanaf de zomer. Dit budget is indicatief en wordt nog niet als voorschot aan gemeenten uitgekeerd. Dit ter voorkoming van verdeelproblemen bij het definitief vaststellen van de compensatie. De raming wordt, volgens afspraak, geactualiseerd in de najaarsnota, nadat onderzoek naar de omvang van de meerkosten heeft plaatsgevonden om tot een betrouwbare raming te komen voor de meerkosten in 2021. Op basis van die definitieve raming wordt de omvang van de compens atie vastgesteld en bij decembercirculaire 2021 uitgekeerd aan gemeenten. Zowel het onderzoek als besluitvorming over de compensatie vindt in gezamenlijk overleg tussen het Rijk en VNG plaats.

1.4

Herijking verdeling gemeentefonds

Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De adviesaanvraag en de (achterliggende berekening van de) voorlopige uitkomsten zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid 2. De ROB heeft op 26 maart 2021 in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name i n het sociaal domein3. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten.

Ook is bij de eerder aangekondigde actualisatie van het verdeelvoorstel gebleken dat voor een van de verdeelmaatstaven in het sociaal domein een betere bron beschikbaar is als indicatie voor de gezondheid van de bevolking. Het betreft de verdeelmaatstaf die meet hoeveel inwoners gebruik maken van specialistische GGZ. 2 3

Kam e rbrief over adviesaanvraag ve rdeelvoorstel herijkt gemeentefonds | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl Tussenbericht herijk ing gemeentefonds | Brief | Raad voor het Openbaar Be stuur (raadopenbaarbestuur.nl)

Meicircula ire gemeentefonds 2021

4

De fondsbeheerders betrekken de nieuwe bron bij de nadere analyse die momenteel wordt uitgevoerd naar aanleiding van de reacties van de ROB, gemeenten en de Tweede Kamer. De VNG is nauw bij dit vervolgonderzoek betrokken.

Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht met hem gedeeld zal worden, opdat hij tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting begin juni 2021 gereed zijn en – samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente – op de website van de rijksoverheid worden gepubliceerd. Ook de VNG zal om advies worden gevraagd. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling – voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet. Zie ook paragraaf 4.3 van deze circulaire.

1.5

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Belangrijke wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen: -

De integratie-uitkeringen Beschermd wonen, Participatie en Voogdij/18+ zijn geïndexeerd. In totaal is voor loon- en prijsbijstelling en volume-indexatie een bedrag van structureel € 115 miljoen toegevoegd;

-

De integratie-uitkering Voogdij/18+ wordt in 2022 voor het eerst verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd . Met het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente ;

-

De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Deze circulaire informeert de gemeenten over de gevolgen hiervan voor de integratie-uitkering Inburgering.

Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2021 en verder ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.

Meicircula ire gemeentefonds 2021

5

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor ). Die drie zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en in paragraaf 2.5 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen.

Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren . Paragraaf 2.6 gaat in op de berekening van de algemene uitkering met die gegevens en licht de gehanteerde termen toe.

De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in circulaires worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te oms chrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkeri ng over de periode 2021 tot en met 2026 ten opzichte van de aanvullende brief maart 2021. Het betreft achtereenvolgens: 1.

Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten , zonder veranderingen in het takenpakket.

2.

Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolg en voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties die betrekking hebben op de aanvullende brief van maart 2021

Meicircula ire gemeentefonds 2021

6

zijn reeds in deze brief toegelicht4. De overige mutaties die betrekking hebben op 2021 en verder worden onder de tabel toegelicht.

In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van aanvullende brief maart 2021 (in duizenden euro's) 2021 2022 2023 2024 stand decembercirculaire 2020

27.727.260

1)

cluster Inkomen en participatie Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

65.000

2) 3)

cluster Maatschappelijke ondersteuning Extra begeleiding kwetsbare groepen Bestrijden eenzaamheid ouderen

37.000 36.500

4)

cluster Riolering & reiniging Afvalverwerking

28.000

5) 6) 7) 8)

cluster Samenkracht en burgerparticipatie Perspectief jeugd en jongeren Jongerenwerk jeugd Mentale ondersteuning jeugd Activiteiten en ontmoetingen jeugd

19.000 14.000 11.500 8.000

stand aanvullende brief maart 2021

27.946.260

2025

2026

28.355.437

28.720.252

29.381.903

30.184.397

30.184.397

28.355.437

28.720.252

29.381.903

30.184.397

30.184.397

-126.501

-253.893

-365.150

-395.845

528.154

-697 -908 -303

-697 -908 -303

-697 -908 -303

-697

-95 -697

-303

-303

-7.520 -338

-7.520 -338

-7.520

-7.520

-7.520

mutaties deze circulaire

1) 2) 3) 4) 5) 6)

algemene mutaties Accres Plafond BTW compensatiefonds Knelpunten verdeeelproblematiek Groeiopgave Almere indexatie 2020 en 2021 Kenniscentrum explosieven WOII Raadsledenvergoeding kleine gemeenten

96.022 -1.076 -908 -303

taakmutaties cluster Jeugd 7a) Aanpak problematiek jeugdzorg 7b) Aanpak problematiek jeugdzorg: POH jeugd GGZ 7c) Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg 8) Compensatieregeling Voogdij18+ 9) Verrekening Voogdij18+ 10) Ketensystemen jeugd

228.000 10.000 200.000 6.379 -338

cluster Maatschappelijke ondersteuning 11) Geen aanspraak op begeleiding 12) Overgangsrecht levenslang

-9.000 1.157

cluster Volksgezondheid 13) Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent 14) Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg

4.423

cluster Samenkracht en burgerparticipatie 15) Kinderopvang toezicht en handhaving cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling 16) Handhaving energielabel C kantoren 17) Beter kenbaar

1.721 -95

3.784 5.300

3.826 5.300

3.868 5.300

3.868 5.300

3.868 5.300

550

550

550

550

550

1.721 -95

1.721 -95

1.721 -95

1.721 -95

378 -95

21.031 24.979 -806

26.289 24.979

31.546 24.979

36.804 24.979

42.062 24.979

cluster Bestuur en algemene ondersteuning 18a)Wet Open Overheid (structureel) 18b)Wet Open Overheid (incidenteel) 19) Handelsregister 20) Permanente registratie kiezers buitenland

-806 616

cluster Openbare orde en veiligheid 21) Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening

6.979

6.979

6.979

6.979

6.979

6.979

28.496.874

28.282.613

28.526.142

29.082.173

29.860.138

30.780.114

stand deze circulaire

Kam erbrief bij brief gemeenten Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden maart 2021 | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 4

Meicircula ire gemeentefonds 2021

7

Toelichting 1.

Accres

Na het uitbreken van de coronacrisis is in overleg met de VNG en het IPO besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. De accrestranches voor die jaren wijzigen om die reden niet en bedragen respectievelijk € 1.240 miljoen en € 1.030 miljoen.

Voor de jaren vanaf 2022 wordt het accres conform afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek. Deze accrestranches zijn dus gebaseerd op de actuele groei van de accresrelevante uitgaven en grondslag in de betreffende jaren. Mee r informatie over de berekeningswijze van het accres is te vinden in de jaarlijkse Miljoenennota -bijlage over de normeringssystematiek. Uitgaven aan nood- en steunmaatregelen als gevolg van corona lopen niet mee in de accresberekening. Deze extra uitgaven gaan niet ten koste van andere uitgaven, maar zorgen voor een verhoging van de EMU-schuld. Het reguliere uitgavenplafond waar het kabinet op stuurt geldt dus niet voor de uitgaven uit de noodpakketten. Deze uitgaven leiden daarom ook niet tot een effect op het accres. Gemeenten en provincies hebben extra middelen ontvangen om de gevolgen van de coronamaatregelen op te vangen. Daarnaast blijft het Rijk over de effecten van de coronacrisis op de financiële situatie van gemeenten en provincies in gesprek met d e medeoverheden.

Aangezien het accres in de septembercirculaire 2020 niet is geactualiseerd, is de getoonde mutatie in het accres het gevolg van de ontwikkelingen sinds de meicirculaire 2020. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van het accres vanaf 2022 ten opzichte van de bevroren stand. Het merendeel van deze bijstelling wordt verklaard door de loon- en prijsontwikkeling. Ten opzichte van de meicirculaire 2020 verwacht het C entraal Planbureau in het C entraal Economisch Plan 2021 dat lonen en prijzen in de economie minder hard stijgen in de periode 2022-2025. Hierdoor stijgen de uitgaven van het Rijk minder hard en dat werkt door in een lager accres in 2022 tot en met 2025. In 2022 komt de volumecomponent van het accres licht hoger uit dan eerder. Va naf 2023 stijgt de volumecomponent van de rijksuitgaven minder hard. Een belangrijke factor hierbij is lagere verwachte rentelasten in deze jaren als gevolg van lagere rentestanden. Ook andere ontwikkelingen in latere jaren, zoals lagere EU-afdrachten als gevolg van het vorig jaar afgesloten Europees Meerjarig Financieel Kader, zorgen voor een lagere volumegroei. Deze factoren dragen bij aan de neerwaartse bijstelling van het accres in 2023-2025.

Tabel 2.2.3 en 2.2.4 laat de actuele raming van de jaarlijkse accrestranches zien voor de jaren 2022-2026, zowel in duizenden euro’s als in procenten.

Meicircula ire gemeentefonds 2021

8

Tabel 2.2.3 A ctuele raming accressen gemeentefonds 2022-2026 (in duizenden euro’s) 2022

2023

2024

2025

2026

Stand m ei- en septembercirculaire 2020

1.036.297

801.316

806.097

950.430

Mutatie jaarlijkse tranches

-126.501

-127.392

-111.257

-30.695

923.999

Stand m eicirculaire 2021

909.796

673.924

694.840

919.735

923.999

C um ulatief accres vanaf 2022

909.796

1.583.720 2.278.560 3.198.295

4.122.294

Tabel 2.2.4 A ctuele raming accressen gemeentefonds 2022-2026 (in procenten) 2022

2023

2024

2025

2026

Stand m ei- en septembercirculaire 2020

3,7%

2,8%

2,7%

3,1%

Mutatie jaarlijkse tranches

-0,6%

-0,5%

-0,4%

-0,1%

3,0%

Stand m eicirculaire 2021

3,1%

2,3%

2,4%

3,1%

3,0%

Tabel 2.2.5 maakt de mutaties van de accrestranches per jaar inzichtelijk. De totaalregel in de tabel correspondeert met de accresregel in tabel 2.2.1. Tabel 2.2.5 Mutaties accres tranches gemeentefonds 2022-2026 ten opzichte van de septembercirculaire 2020 (jaartranches, in duizenden euro’s)

Tranche 2022

2022

2023

2024

2025

2026

-126.501

-126.501

-126.501

-126.501

-126.501

-127.392

-127.392

-127.392

-127.392

-111.257

-111.257

-111.257

-30.695

-30.695

Tranche 2023 Tranche 2024 Tranche 2025 Tranche 2026 Totaal gewijzigde

923.999 -126.501

-253.893

-365.150

-395.845

528.154

tranches

2.

Plafond BTW-compensatiefonds

De ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds (BC F) en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG/IPO met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering van de fondsen. Bij Miljoenennota 2021 werd de ruimte onder het plafond voor 2020 geraamd op € 109 miljoen Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 108 miljoen. Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en provinciefonds. Het aandeel van het gemeentefonds daarin bedraagt € 96,02 miljoen.

Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van de realisatie 2020:

Meicircula ire gemeentefonds 2021

9

Tabel plafond BCF 2020 (bedragen x € 1.000)

Plafond

Stand m ei 2021

Stand september 2020

Ve rschil

2020

2020

2020

3.781.671

3.680.663

101.008

3.564.608

3.571.330

-6.722

3.162.382

3.153.712

8.670

217.063

109.333

107.730

192.570

96.548

96.022

3.680.663

w.v. stand septembercirculaire 2020

101.008

w.v. ove rhevelingen i.v.m. taakmutaties

-

w.v. accre s Uitgaven w.v. ge m eenten Ruimte onder plafond w.v. ge m eenten

Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BC F) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BC F. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging o f uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BC F. Naar analogie van het accres is ook het plafond van het BC F voor de jaren 2020 en 2021 bevroren. Het plafond wordt alleen nog aangepast voor taakmutaties. Het plafond 2020 is ten opzichte van de septembercirculaire 2020 als gevolg van taakmutaties naar boven bijgesteld. Vanaf de meicirculaire 2018 is de werkwijze van de raming van de ruimte onder het plafond BC F in de circulaires aangepast (zie paragraaf 2.2.2 van de meicirculaire 2018). De nieuwe werkwijze betekent dat vanaf uitkeringsjaar 2019 in de septembercirculaire alleen de raming van het hu idige jaar wordt verwerkt.

Dit heeft als gevolg dat vanaf 2019 de meerjarenraming van de ruimte onder het plafond BC F niet meegenomen wordt in de algemene uitkering en dus dat deze bedragen niet meer meelopen in de raming van de uitkeringsfactoren.

In paragraaf 4.8 van deze circulaire is net als in de meicirculaire 2020 een advies opgenomen over de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond BC F voor de gemee ntelijke meerjarenbegrotingen. Het advies is opgesteld door het ministerie van BZK in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders.

Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BC F die verband houden met taakverschuivingen tussen gemeenten en provincies enerzijds en het Rijk anderzijds voor 2020. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op het jaar 20 20. De overboekingen zelf kunnen ook al eerder zijn verricht. In overleg met de decentrale overheden is er een ondergrens gehanteerd van € 0,1 miljoen.

Meicircula ire gemeentefonds 2021

10

3.

Knelpunten verdeelproblematiek

De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2026. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “knelpunten verdeelsystematiek” voor dat jaar zichtbaar met een bedrag van structureel € 95.000. De middelen gaan over naar de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelsystematiek. Deze decentralisatie -uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen (zie ook paragraaf 3. 2-20).

4.

Groeiopgave Almere indexatie 2020 en 2021

De aanpassing van de omvang van de decentralisatie -uitkering Groeiopgave Almere aan het accres komt ten laste van de algemene uitkering. De ophoging met het accres 2020 bedraagt structureel € 0,38 miljoen, waarbij het jaar 2020 zoals gebruikelijk is verwerkt in 2021. De ophoging met het accres 2021 bedraagt structureel € 0,32 miljoen. Na deze ophoging met het definitieve accres 2020 en 2021 wordt de decentralisatie-uitkering per 2021 omgezet in een specifieke uitkering. Dit om de rechtmatigheid van de uitkering te waarborgen (zie paragraaf 3.2-7).

5.

Kenniscentrum explosieven Tweede Wereldoorlog

In overleg met de VNG wordt over de periode 2021 tot en met 2024 een bedrag van € 0,91 miljoen per jaar aan de algemene uitkering onttrokken in verband met de oprichting van het landelijke kenniscentrum voor gemeenten die te maken hebben met explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. In verband met de uitname wordt het vergoedingspercentage van de zgn. bommenregeling verlaagd van 70% naar 68%. Via de bommenregeling kunnen gemeenten in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Zie voor meer informatie paragraaf 2.4.1 van deze circulaire.

6.

Raadsledenvergoeding kleine gemeenten

De actualisatie van de integratie-uitkering Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten komt ten laste van de algemene uitkering. De verlaging van de algemene uitkering bedraagt vanaf 2021 jaarlijks structureel € 0,3 miljoen. Zie paragraaf 3.2-17 voor meer informatie.

7.

Aanpak problematiek jeugdzorg

Bij voorjaarsnota heeft het kabinet voor het jaar 2021 € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Op dit moment zijn het kabinet en de VNG in gesprek over de uitkomsten van het advies van de C ommissie van Wijzen. Over de uitkomst hiervan wordt u voor 1 juli geïnformeerd. Het bedrag van € 613 miljoen voor 2021 komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die bij voorjaarsnota 2019 al beschikbaar is gesteld voor het jaar 2021. Rondom de € 613

Meicircula ire gemeentefonds 2021

11

miljoen zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en VNG 5. De € 613 miljoen valt in een aantal delen uiteen.

Specifieke uitkeringen € 120 miljoen van de € 613 miljoen wordt verdeeld via specifieke uitkeringen (spuk ’s) of op een andere gerichte wijze. Dit betreft: 

€ 50 miljoen voor tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit jeugd -GGZ.

€ 50 miljoen voor het beter passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren (driemilieuvoorzieningen).

€ 5 miljoen voor het ombouwen van separatieruimten in de gesloten jeugdhulp tot High Intensive Care Units

€ 15 miljoen voor de vereenvoudiging en verbetering van de jeugdbeschermingsketen (o.a. verbreding en verdere uitrol pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming en doorbraakaanpak)

Deze middelen zullen aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio ’s uitgekeerd worden. Momenteel wordt dit nader uitgewerkt. Een klein deel van de middelen zal g ebruikt worden voor landelijke coördinatie en activiteiten die centraal door het Rijk georganiseerd worden. Hierover zullen in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG nadere afspraken worden gemaakt.

Algemene uitkering De overige door het kabinet beschikbaar gestelde middelen worden via de algemene uitkering, subcluster jeugdhulp, aan het gemeentefonds toegevoegd.

De 493 miljoen kent drie delen. Een deel van € 228 miljoen heeft als oogmerk dat gemeenten hiermee in staa t worden gesteld om de consultatiefunctie ggz vorm te geven, wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek tegen te gaan en om verdringing van andere uitgaven bij gemeenten tegen te gaan. Deze middelen worden in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. Een deel van € 10 miljoen heeft als oogmerk om het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden. Deze middelen worden eveneens in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. Tot slot is er een deel van € 255 miljoen met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Komende periode vindt tussen de VNG en het Rijk overleg plaats om een klein deel van de € 255 miljoen in te zetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten s pecialistische jeugdzorg. Om die reden wordt nog niet het volledige bedrag van € 255 miljoen verwerkt. In deze circulaire is vooruitlopend op de besluitvorming tussen VNG en Rijk aangaande de regionale

5

Kam e rbrief over afspraken VNG-Rijk aanpak problematiek je ugdzorg | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl

Meicircula ire gemeentefonds 2021

12

coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG een bedrag van € 200 miljoen toegevoegd en verdeeld over de gemeenten. Bij de septembercirculaire 2021 zal vervolgens het resterende bedrag van € 55 miljoen worden verwerkt.

8.

Compensatieregeling Voogdij/18+

In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.3.4) is aan 43 gemeenten compensatie toegekend (op basis van de compensatieregeling voogdij en 18+ (2021)), omdat het budget voor voogdij en 18+ dat zij in 2021 ontvangen niet aansluit bij de kosten die zij (in 2019) hebben gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was lager dan de € 30 miljoen die hiervoor binnen de integratie-uitkering Voogdij/18+ was gereserveerd. Het resterende deel (€ 6,38 miljoen) wordt in deze circulaire aan het objectieve verdeelmodel voor Jeugd (subcluster Jeugdhulp) toegevoegd.

9.

Verrekening Voogdij/18+

Door het gebruik van actuele gegevens neemt de integratie -uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2022 met structureel € 22 miljoen toe. Deze toename kan deels worden gedekt met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021 aan deze integratie-uitkering (zie voor meer informatie paragraaf 3.2-6). Het verschil van € 7,5 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp.

10. Ketensystemen jeugd In het C oördinerend beraad Jeugd, Justitie en Veiligheid van 2 november 2017 hebben alle betrokken ketenpartners ingestemd met een verdeelsleutel voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen (het betreft de systemen GC OS, C ORV en IFM/LIJ). De structurele bijdrage van gemeenten aan de ketensystemen bedraagt € 0,95 miljoen. Voor de jaren 2018 tot en met 2020 was de extra bijdrage € 0,47 miljoen. Als gevolg van de (herijkte) verdeelsleutel gaan gemeenten vanaf 2021 € 0,34 miljoen meer bijdragen voor het gebruik van de ketensystemen, om zo uitvoering te kunnen geven aan wettelijke taken zoals uitvoering van de Jeugdwet. Per 2021 komt de totale bijdrage daarmee op € 1,29 miljoen (was € 1,42 miljoen voor de jaren 2018 tot en met 2020). De extra bijdrage vanaf 2021 van € 0,34 miljoen wordt nu voor drie jaar uit de algemene uitkering onttrokken. Hierna zal worden gekeken of de verdeelsleutel opnieuw moet worden herijkt.

11. Geen aanspraak op begeleiding De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2026. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “geen aanspraak op begeleiding” in 2026 zichtbaar. In 2014 zijn gemeenten geheel verantwoordelijk geworden voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging. Hierbij is de aanspraak voor de functie begeleiding in de toenmalige AWBZ beperkt door de aanspraak op dagbesteding te laten vervallen. Jaarlijks betekent

Meicircula ire gemeentefonds 2021

13

het laten vervallen van de aanspraak op begeleiding een extra afname van € 20 miljoen structureel. Hiervan komt € 9 miljoen in mindering op de middelen voor de Wmo (de overige € 11 miljoen komt in mindering bij de Zorgverzekeringswet). Met de jaartranche 2026 is het structurele bedrag van de uitname bereikt.

12. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2026. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “overgangsrecht levenslang” in 2026 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op een extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo 2015 en/of Jeugdwet. C liënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door het overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wet langdurige zorg (Wlz) in plaats van ten laste van de Wmo 2015 of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt gedurende 30 jaar jaarlijks € 1,16 miljoen extra toegevoegd aan het gemeentefonds tot aan het volledige bedrag van € 39 miljoen.

13. Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken (MenAC WY) overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). Het gaat om € 3,74 miljoen in 2021, oplopend naar € 3,87 miljoen structureel vanaf 2024.

Daarnaast is in 2021 eenmalig € 0,68 miljoen toegevoegd voor de uitvoering van de zogenoemde ‘informed consent procedure RVP’. Deze procedure richt zich op het inbouwen van de toestemmingsverklaring in de registratie van het RVP, waarmee ouders (en kinderen vanaf 12 jaar) gevraagd worden om toestemming voor het delen van vaccinatiegegevens met het RIVM. Er is € 0,48 miljoen beschikbaar voor IC T-aanpassingen in de softwarepakketten van de betrokken IC Tleveranciers en € 0,2 miljoen voor lokale aanpassingen, bijvoorbeeld op het terrein van voorlichting en uitnodigingen, en instructies voor de uitvraag van informed conse nt bij consultaties bij de JGZinstellingen.

14. Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Vanaf 2022 zijn middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’6. Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 5,3 miljoen. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel op 1 januari 2022 in werking. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind te beperken, is het van belang tijdig hulp en

6

https://www.twe e de kamer.nl/kamerstukken/we tsvoorstellen/detail?id=2020Z18156&dossier=35593

Meicircula ire gemeentefonds 2021

14

ondersteuning tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of hun gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ uitvoert.

15. Kinderopvang toezicht en handhaving Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang s telt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 0,55 miljoen ter beschikking via de algemene uitkering. De toevoeging komt in de plaats van een subsidie die de VNG tot en met 31 december 2021 vanuit het Rijk ontving en waarmee zij gemeenten ondersteunde via training, kennisontwikkeling, beleidsadvisering en innovatie op het terrein van handhaving kinderopvang.

16. Handhaving energielabel C kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. De gemeente is het bevoegde gezag en handhaaft de wetgeving. Sira C onsulting heeft de handhavingslasten in de periode 2020-2030 voor gemeenten berekend in het onderzoek ‘Actualisatie handhavingslasten verplicht energielabel C voor kantoren’ (april 2020)7. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten compensatie voor de handhavingslasten. Het gaat voor de periode 2021 tot en met 2025 om € 1,72 miljoen per jaar en voor de periode 2026 tot en met 2029 om € 0,38 miljoen per jaar. Naar verwachting is handhaving na 2029 niet meer aan de orde omdat de kantoren dan voldoen aan de energieprestatie -eisen.

17. Beter Kenbaar Als gevolg van de wijziging van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, project Beter Kenbaar, gaan gemeenten vanaf 2021 betalen voor het inschrijven van hun beperkingenbesluiten 8 in het Basisregister Kadaster (BRK). In verband hiermee wordt de algemene uitkering voor de periode 2021 tot en met 2028 met een bedrag van € 95.000 verlaagd. Vóór 2029 zal een onderzoek plaatsvinden om te bepalen wat het structurele bedrag vanaf 2029 wordt.

18. Wet Open Overheid (structureel en incidenteel) Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de ini tiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij 7

Actualisatie handhavingslasten energielabel C-verplichting kantore n | Rapport | R ijk soverheid.nl Publiekre chtelijke beperkingen zijn besluiten van overheden ten aanzien van onroere nde zaken die van invloed k unnen zijn op de waarde daarvan e n die voor e en ieder k enbaar worde n gemaakt via het re gister van het Kadaster (BRK). Hierdoor kan bijvoorbeeld de koper van een woning voorafgaand aan de koop (ten aanzien van de waarde) we ten met we lke besluiten hij re kening heeft te houden. 8

Meicircula ire gemeentefonds 2021

15

het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo.

Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt 9. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo.

De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.

19. Handelsregister De Kamer van Koophandel beheert in opdracht van het ministerie van EZK het Handelsregister. Dit register is de basisregistratie waarin alle bedrijven en rechtspersonen ingeschreven staan. Daarnaast staan alle andere organisaties die deelnemen aan het economisch verkeer ook in dit register. Naast private organisaties kunnen ook gemeenten, provincies, ministeries, waterschappen en overige organisaties met een publieke taak gebruik maken van het Handelsregister. Sinds 1 januari 2014 is er sprake van inputfinanciering voor het overheidsgebruik van het Handelsregister waarbij gemeenten jaarlijks bijdragen in de kosten. De bijdragen ter hoogte van € 0,81 miljoen voor 2021 en 2022 zijn in deze circulaire verwerkt.

20. Permanente registratie kiezers buitenland De gemeente Den Haag is conform de Kieswet verantwoordelijk voor de permanente registratie van Nederlanders die in het buitenland wonen en mogen stemmen. De gemeente maakt kosten voor de permanente registratie en organisatie van de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer en de leden van het Europees Parlement voor de kiezers in het buitenland. In 2021 ontvangt de gemeente Den Haag hiervoor additioneel € 0,62 miljoen. Na de verkiezing van de Tweede Kamer (afgelopen maart) worden op dit moment samen met de gemeente de kosten van de permanente

Twe e de Kamer, ve rgaderjaar 2020-2021, 35 510, nr.4 Detail 2021D01957 | Twe ede Kamer der Staten Ge ne raal 9

Meicircula ire gemeentefonds 2021

16

registratie opnieuw in kaart gebracht. Op basis hiervan zal worden bepaald wat de structurele ophoging van de uitkering dient te zijn.

21. Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening Discriminatie is een diepgeworteld en structureel probleem van de samenleving. In haar reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag 10 heeft het kabinet aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden. Het doel van deze wet is een landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een ADV. Voor de uitvoering van de Wga is in 2009 een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering. Uit onderzoeken blijkt dat deze huidige financiering voor de uitvoering van de Wga-taken al enige jaren tot knelpunten leidt. De meeste ADV ’s zijn op dit moment zeer krap bemeten en bij het grotere publiek relatief onbekend. Om die reden wordt er vanaf 2021 structureel ruim € 6,9 miljoen extra aan de algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV ’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken.

D eze ruimere budgetten zijn ook nodig om de door uitvoeringsorganisaties doorverwezen melders te kunnen bijstaan. Deze structurele extra bijdrage komt neer op meer dan een verdubbeling van de middelen. De financiering van de organisatie van en het toezicht op de ADV’s zal, als onderdeel van de aangekondigde versterking van de aanpak van discriminatie, het komende jaar onderzocht worden. De uitkomsten van het onderzoek kunnen mogelijk leiden tot wijzigingen. Als dit nodig blijkt te zijn, zullen gemeenten tijdig geconsulteerd en geïnformeerd worden.

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

Twe e de Kamer, ve rgaderjaar 2020-2021, 35.510, nr.4 Detail 2021D01957 | Twe ede Kamer der Staten Ge ne raal 10

Meicircula ire gemeentefonds 2021

17

1) 2) 3) 4) 5) 6)

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie

Verdeelwijze

algemene mutaties Accres Plafond BTW compensatiefonds Knelpunten verdeeelproblematiek Groeiopgave Almere indexatie 2020 en 2021 Kenniscentrum explosieven WOII Raadsledenvergoeding kleine gemeenten

uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor

cluster Jeugd 7a) Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing + lichte jeugdzorgproblematiek 7b) Aanpak problematiek jeugdzorg: POH jeugd GGZ 7c) Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg 8) Compensatieregeling Voogdij18+ 9) Verrekening Voogdij18+ 10) Ketensystemen jeugd

maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp

cluster Maatschappelijke ondersteuning 11) Geen aanspraak op begeleiding 12) Overgangsrecht levenslang

maatstaven subcluster Wmo2015 maatstaven subcluster Wmo2015

cluster Volksgezondheid 13) Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent 14) Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg

maatstaf jongeren €1000 via het vast bedrag, rest van de mutatie gaat via de maatstaven inwoners, jongeren en sociale structuur*

cluster Samenkracht en burgerparticipatie 15) Kinderopvang toezicht en handhaving

maastaven cluster Samenkracht en burgerparticipatie

cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling 16) Handhaving energielabel C kantoren 17) Beter kenbaar

maatstaf bedrijfsvestigingen maastaf inwoners

cluster Bestuur en algemene ondersteuning 18a)Wet Open Overheid structureel 18b)Wet Open Overheid incidenteel 19) Handelsregister 20) Permanente registratie kiezers buitenland

maatstaf inwoners (40%) en vast bedrag voor iedere gemeente (60%) maatstaf inwoners (40%) en vast bedrag voor iedere gemeente (60%) maastaf inwoners vast bedrag gemeente Den Haag

cluster Openbare orde en veiligheid 21) Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening

maatstaf inwoners

* Dit zijn de maatstaven huishoudens met laag inkomen, lage inkomens met drempel, bijstandontvangers, uitkeringsontvangers, minderheden, eenouderhuishoudens, huishoudens en meerkernigheid. Op het vast bedrag na, is voor de verdeling de huidige verhouding in het cluster gebruikt.

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering

2.4.1

Bommenregeling

Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Zoals gemeld in paragraaf 2.4.5 van de decembercirculaire 2020 is het vergoedingspercentage voor bijdragen die vanaf 2021 worden verstrekt verlaagd naar 68%. Dit in verband met de oprichting van een landelijk kenniscentrum voor gemeenten. Bijlage 2.4.1 vermeldt de gemeenten die - op basis van de ingediende aanvraag - een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2021 bedraagt € 23,84 miljoen.

Om in aanmerking te komen voor een bijdrage voor 2022 dient de gemeente een raadsbesluit in waarin de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van explosieven zijn opgenomen. Er hoeft geen verdere onderbouwing overlegd te worden. Projectplannen of studies naar risico ’s e.d. worden niet in behandeling genomen. Btw komt niet voor compensatie in aanmerking. In de

Meicircula ire gemeentefonds 2021

18

opgave van de gemaakte kosten dient daarom duidelijk te worden opgenomen dat de bedragen exclusief btw zijn. De benodigde raadsbesluiten moeten voor 1 april 2022 zijn ingediend. Verzoeken die vanaf die datum worden ontvangen worden meegenomen in het volgende jaar. De raadsbesluiten worden bij voorkeur verstuurd per e-mail via regelingen@minbzk.nl. Per post blijft vanzelfsprekend ook mogelijk:

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties t.a.v. FEZ/Begrotingszaken/Regelingen Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Binnen het nationaal programma Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn eind 2018 locaties vastgesteld in de gemeenten Almere (Markermeer), Echt-Susteren, Dalfsen, Hollands Kroon, Lingewaard en Lochem. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft deze gemeenten verzocht om samen uitvoering te geven aan het bergen van de vliegtuigwrakken. Zoals aangegeven in de meicirculaire 2020 (paragraaf 2.4.3) zijn de bergingen in Echt-Susteren en Lochem in 2019 uitgevoerd. Hela as is vanwege de coronamaatregelen het herbegraven van de aldaar aangetroffen stoffelijke resten van de vermiste vlieger nog niet mogelijk geweest. In 2020 zijn al bergingen in Almere (Markermeer) en Dalfsen uitgevoerd. Bij beide bergingen zijn stoffelijke resten van de vermiste bemanningsleden aangetroffen. Ook deze wachten nog op een formele begrafenis. Naar verwachting zal dit eind 2021 of in 2022 plaatsvinden. In Dalfsen betrof het de eerste berging van een Duits toestel binnen het nationaal programma. De bergingen in Dalfsen en Almere genereerden veel positieve mediaaandacht, zowel lokaal als nationaal en zelfs internationaal.

In de tweede helft van 2021 wordt in ieder geval de berging in Hollands Kroon uitgevoerd en naar verwachting ook die in Lingewaard. Inmiddels zijn nieuwe locaties geïdentificeerd en vinden er gesprekken plaats met de betreffende gemeenten.

Voor de bergingen die onderdeel uitmaken van het programma ontvangen de betreffende gemeenten via de bommenregeling een bijdrage van 100% aan de door hen gemaakte kosten. Op basis van het ingediende raadsbesluit met daarin de gemaakte kosten ontvangen Dalfsen, Echt Susteren en Lochem in 2021 een bijdrage. Het gaat om een totaalbedrag van € 0,33 miljoen.

2.4.2

Mobiliteitshulpmiddelen voorzieningen (nacalculatie)

Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz -instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 (paragraaf 2.2-5) middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn het ministerie van VWS en de VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2-4) is de

Meicircula ire gemeentefonds 2021

19

nacalculatie over 2020 ad € 16,9 miljoen verwerkt. In de septembercirculaire 2021 wordt de nacalculatie structureel vanaf 2021 verwerkt. C onform bestuurlijke afspraak is de nacalculatie gebaseerd op realisatiegegevens van 2020, zoals die worden aangeleverd bij de Nederlandse zorgautoriteit.

2.4.3

Europese richtlijn energieprestatie gebouwen

In de meicirculaire 2020 (paragraaf 2.2-12) is de algemene uitkering 2020 verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Meer informatie over de bekostiging vanaf 2021 volgt in de septembercirculaire 2021.

2.5

Veranderingen in het v erdeelstelsel

2.5.1

Inleiding

Tabel 2.5.1 bevat een overzicht van de wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering ten opzichte van de septembercirculaire 2020.

Tabel 2.5.1 Wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering Nummer Naam Aard van de maatregel 1 Maatstaf ozb Aanpassing rekentarieven in verband met marktontwikkeling WOZ-waarden

Ingangsjaar Jaarlijks

De toelichting volgt in de paragraaf 2.5.2.

2.5.2

Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven

De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf ozb is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZ -waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb. De correctie is op nationaal niveau.

De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZtijdvakken. Op 1 januari 2022 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2021. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de ozb -maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB).

Meicircula ire gemeentefonds 2021

20

De marktontwikkeling tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2021 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 9%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op -0,5%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het C PB 2,1%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op 0,083763%, voor eigenaren niet-woningen op 0,163111% en voor gebruikers niet-woningen op 0,131452%. De aangepaste rekentarieven zijn ook opgenomen in bijlage 2.1.3.

2.6

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.

Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2021 11.

De achterliggende berekening van de maatstaf re-integratie klassiek, de maatstaf medicijngebruik en de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen is niet te herleiden uit de betaalspecificaties gemeentefonds die de gemeenten maandelijks ontvangen. Actualisatie van de twee eerstgenoemde verdeelmaatstaven vindt plaats bij de komende septembercirculaire, waarbij ook de achterliggende berekening zal worden gepubliceerd. Bij deze circulaire is wel de achterliggende berekening van de maatstaven over het gemiddeld gestandaardise erd inkomen opgenomen. Deze maatstaven maken gebruik van bevroren inkomensgegevens en wijzigen alleen nog door veranderingen in de gegevens over het aantal huishoudens (zie voor meer informatie paragraaf 2.5 van de decembercirculaire 2017). De actuele bere kening van de maatstaven (uitkeringsjaar 2021) is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op het internet 12. In de berekening zijn ook de herindelingen verwerkt die per 1 januari 2021 hebben plaatsgevonden.

Bedragen per eenheid •

de zogenaamde rekentarieven 2022 van de maatstaf ozb zijn ten opzichte van 2021 aangepast;

•

de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties is verwerkt;

https://www.rijk sove rheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/24/toelichting-op-de-berekening-van-deuitk e ringen-uit-het-gemeentefonds 12 https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 11

Meicircula ire gemeentefonds 2021

21

•

in de bijlage bij deze circulaire zijn de bedrage n per eenheid 2022 voor het eerst gepubliceerd. Hierin zijn de uitnames en toevoegingen verwerkt die in eerdere circulaires zijn opgenomen. Bijlage 2.2.1 bevat die uitnames en toevoegingen uit eerdere circulaires.

Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2021 en 2022.

Uitkeringsfactor De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang (zie voor een toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.6.1):

•

de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties;

•

de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen. Bijlage 2.6.2 bevat informatie over de raming van de maatstaven met een groot aandeel in de uitkeringsbasis.

Ten opzichte van de decembercirculaire 2020 (en de aanvullende brief maart 2021) zijn de uitkeringsfactoren van 2019 en 2020 ongewijzigd op respectievelijk 1,538 en 1,623.

De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2021-2026 is vermeld in tabel 2.6.1.

De uitkeringsfactoren in tabel 2.6.1 zijn in lopende prijzen.13 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het C PB onderscheidt. Op basis van het C entraal Economisch Plan 2021 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het C PB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen.

Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgen hieronder twee tabellen. Daarin is de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van de septembercirculai re 2020 (verticale toelichting) en van het ene naar het andere uitkeringsjaar (horizontale toelichting). In de decembercirculaire 2020 en in de aanvullende brief maart 2021 zijn de uitkeringsfactoren van de

De algemene uitkering is via het accre s afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijk suitgaven (accre sre levante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden m et loon- en prijsontwik kelingen. Daarmee is de alge mene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwe l in lopende prijzen. 13

Meicircula ire gemeentefonds 2021

22

uitkeringsjaren 2021 en verder niet gewijzigd ten opzichte van de septembercirculaire 2020.

Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand septembercirculaire 2020, de verticale toelichting.

De uitkeringsfactor valt voor de jaren 2021 tot en met 2024 hoger uit. De voornaamste oorzaak is de ontwikkeling van de uitkeringsbasis in de betreffende jaren door actualisatie van de raming van de volumina van de verdeelmaatstaven. Vooral de ontwikkeling en in het aantal bijstandsontvangers, in de maatstaven over inwoneraantallen en in de OZB -maatstaven zijn van invloed.

Hieronder staat een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand septembercirculaire 2020 en stand van deze circulaire.

Op basis van de C entraal Economisch Plan 2021 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers (en uitkeringsontvangers) in deze circulaire geactualiseerd. Ten opzichte van de raming in de septembercirculaire 2020 is het effect van de corona crisis op het aantal bijstandsontvangers lager dan verwacht. De nieuwe raming leidt hierdoor voor alle bijstandsgerelateerde maatstaven tot lagere aantallen, wat zorgt voor een stijging van de uitkeringsfactor van 9 punten in 2021 oplopend tot 14 punten in 2024 en 13 punten in 2025. Actualisatie van de maatstaf loonkostensubsidie zorgt daarentegen voor een neerwaarts effect op de uitkeringsfactor (1 punt negatief in 2021 oplopend tot 5 punten negatief in 2025). In voorgaande circulaires werd de raming van deze maatstaf constant gehouden, vanaf deze circulaire ontvangen de fondsbeheerders prognoses over het aantal mensen dat loonkostensubsidie ontvangt van het ministerie van SZW.

Nieuwe bevolkingsprognoses van het C BS zorgen vooral bij de maatstaven over inwoners en

Meicircula ire gemeentefonds 2021

23

inwoners jonger dan 18 jaar voor lagere aantallen 14, wat leidt tot een stijging van de uitkeringsfactor van 2 punten in 2021 oplopend tot 7 punten in 2025. De areaalontwikkelingen en de ontwikkeling in de OZB -maatstaven zorgen jaarlijks voor een opwaarts effect op de uitkeringsfactor van 2 punten.

Naast ontwikkelingen in de uitkeringsbasis zorgen ook de algemene mutaties voor wijzigingen in de uitkeringsfactoren. De bijstelling van de accressen heeft vanaf 2022 een neerwaarts effect op de uitkeringsfactor (zie paragraaf 2.2-1 voor meer informatie over het accres). Het vrijvallen van de verdeelreserve 2020 bij de decembercirculaire 2020 zorgt jaarlijks voor een opwaarts effect op de uitkeringsfactoren van 1 punt. Deze stijging wordt echter voor e lk uitkeringsjaar (m.u.v. 2025) tenietgedaan door overige ontwikkelingen.

Horizontale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de uitkeringsfactoren voor de jaren 2021 tot en met 2026 (de horizontale toelichting). In tabel 2.6.3 is te zien dat de accressen de belangrijkste factor zijn in de ontwikkelingen van de uitkeringsfactoren van jaar op jaar.

Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis spelen de gewijzigde ramingen van de OZB -maatstaven, de bijstandontvangers en de demografische ontwikkelingen (met name inwoners en jongeren) de belangrijkste rol.

Tabel 2.6.3 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2021-2026 van jaar op jaar

uitkeringsfactor, jaar t verschil ten opzichte van jaar t-1

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1,676

1,704

1,721

1,741

1,774

1,815

0,028

0,017

0,020

0,033

0,041

w aarvan: -

algemene mutaties

0,031

0,030

0,031

0,043

0,050

-

verdeelreserve

-0,001

-0,001

-0,001

-0,001

-0,001

-

ontw ikkeling uitkeringsbasis (inclusief OZB)

-0,003

-0,012

-0,011

-0,009

-0,009

-

overige ontw ikkelingen

0,001

0,000

0,001

0,000

0,001

Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: 

Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.

Alle gemeenten hebben daarnaast te maken met de suppletie-uitkering Overheveling IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). Bij de decembercirculaire 2020 (zie paragraaf 2.4.1) zijn de definitieve bedragen van de suppletie -uitkering voor 2019 en 2020 bekend

Vanwe ge de coronacrisis zijn de bijstellingen in de prognoses groter dan in voorgaande jaren. Be volkingsprognose 2020-2070: (cbs.nl) 14

Meicircula ire gemeentefonds 2021

24

gemaakt. De suppletie-uitkering voor 2021 zal naar verwachting bij de septembercir culaire 2021 worden nagecalculeerd. In de decembercirculaire 2020 is de suppletie-uitkering doorgetrokken naar 2022, in verband met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds. Als raming voor de jaren 2021 en 2022 kunnen gemeenten zich baseren op de definitieve stand van de suppletie-uitkering overheveling IUSD 2020.

Meicircula ire gemeentefonds 2021

25

3.

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie - en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie - en integratie-uitkeringen gemaakt worden in circulaires, zijn niet meer dan voorbeelden die illustrere n met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=ccbad9dc-a9a5-46fd-932d-1cbc5bdaa82f