Collegemededeling 1dec20
Tekst van het document
Van: Anne Heideman Verzonden: dinsdag 1 december 2020 16:01 Aan: Raadsgriffie Onderwerp: ontwerpbestemmingsplan Fietsbrug Napoleonsweg (N273) Neerbeek
Beste collega, Graag bijgaande stukken aan de raad zenden ter informatie.
Met vriendelijke groet, Anne Heideman Jurist ruimtelijke ordening t: (0475) 85 95 13 e: a.heideman@leudal.nl
Bezoekadres Leudalplein 1, 6093 HE Heythuysen Postadres Postbus 3008, 6093 ZG Heythuysen
Gemeente
leudal
Aantal pagina's: 2
~
~
Gemeenteraad Leudal Postbus 3008 6093 ZG HEYTHUYSEN
Ons kenmerk
LE2020UIT /2368
Uw kenmerk
Telefoonnummer
(0475) BS 90 00
Fax
(0475) BS 99 22
BSN nummer
info@leudal.nl
Behandeld door
Internet
www.leudal.nl
Datum Verzenddatum
1 december 2020
Onderwerp
J.M.G. Heideman
Ontwerpbestemmingsplan vervanging fietsbrug Neerbeek
0 1 DEC. 2020
Geachte heer/mevrouw, Ter voldoening aan de actieve informatieplicht, zoals bedoeld in artikel 169, lid 2, van de Gemeentewet, delen wij u mede dat een ontwerp bestemmingsplan voor de vervanging van de fietsbrug over de Neerbeek (N273) is opgesteld. De provincie Limburg is voornemens om een bestaand kunstwerk (brug, N273) over de Neerbeek te vervangen. In de huidige situatie wordt gebruik gemaakt van één kunstwerk voor zowel auto- als fietsverkeer. In de toekomstige situatie worden dit twee aparte kunstwerken. Eén voor het langzame verkeer (fiets) en één voor het autoverkeer. Het nieuwe kunstwerk voor het snelverkeer komt op dezelfde locatie als de huidige brug terug. De nieuwe fietsbrug wordt direct ten westen van de bestaande fietsbrug gerealiseerd. Ten behoeve van deze ruimtelijke ontwikkeling wordt tijdelijk ten oosten van de bestaande brug een nieuwe tijdelijke brug aangelegd om het auto- en fietsverkeer te kunnen omleiden. Dit advies voorziet in de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan voor de realisatie van het kunstwerk. Het is de bedoeling om het ontwerp bestemmingsplan binnenkort ter visie te leggen. De ter visielegging zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en het digitale Gemeenteblad Leudal. Tijdens de termijn van tervisielegging kunnen schriftelijke zienswijzen over het ontwerp van het bestemmingsplan worden ingediend.
Degenen die mondeling een zienswijze wil indienen, kan dat doen na het maken van een telefonische afspraak. Na afloop van de tervisielegging zullen wij eventueel ingekomen zienswijzen behandelen en uw raad voorstellen het ontwerpbestemmingsplan al dan niet gewijzigd vast te stellen.
Bankrekening 28.51.28.205 IBAN NL68BNGH0285128205 BTW NL8169.63.228.B01
Datum Ons kenmerk Pagina
1 december 2020 LE2020UIT /2368 2 van 2
Gemeente
leudal
$
Wij stellen u in de gelegenheid om uw eventuele wensen en bedenkingen te uiten. De reactietermijn bedraagt de gebruikelijke 2 weken na verzending van deze brief.
Heythuysen, 1 december 2020 BURGEMEE TER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL De burgemeester,
Bijlage(n) 1. Ruimtelijke onderbouwing met 2. Collegeadvies en collegebesl
1-12-2020 0:00:00
B&W advies
Openbaar Opsteller
J.M.G. Heideman
Leidinggevende
Ruimte
Portefeuillehouder
De heer Mr. A.J.M. Walraven (wethouder) met vervanging door R. Martens bestandsomschrijving
Join-nummer
BenW\2097
Onderwerp
Ontwerpbestemmingsplan vervanging fietsbrug over de Neerbeek
Te nemen besluit
Datum in B&W
1. Besluiten medewerking te verlenen aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan met betrekking tot de vervanging van de fietsbrug (N273) over de Neerbeek. 2. Besluiten de raad te informeren via bijgaande raadsinformatiebrief. 1-12-2020
25-11-2020 06:39:00 Pagina 1 van 4
1-12-2020 0:00:00
B&W advies
1. Onderwerp Ontwerpbestemmingsplan vervanging fietsbrug over de Neerbeek.
2. Inleiding/aanleiding inclusief beoogd resultaat De provincie Limburg is voornemens om een bestaand kunstwerk (brug, N273) over de Neerbeek te vervangen. In de huidige situatie wordt gebruik gemaakt van één kunstwerk voor zowel auto- als fietsverkeer. In de toekomstige situatie worden dit twee aparte kunstwerken. Eén voor het langzame verkeer (fiets) en één voor het autoverkeer. Het nieuwe kunstwerk voor het snelverkeer komt op dezelfde locatie als de huidige brug terug. De nieuwe fietsbrug wordt direct ten westen van de bestaande fietsbrug gerealiseerd. Ten behoeve van deze ruimtelijke ontwikkeling wordt tijdelijk ten oosten van de bestaande brug een nieuwe tijdelijke brug aangelegd om het auto- en fietsverkeer te kunnen omleiden. Dit advies voorziet in de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan voor de realisatie van het kunstwerk.
3. Voorstel aan College 1. Besluiten om medewerking te verlenen aan ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan met betrekking tot de vervanging van de fietsbrug (N273) over de Neerbeek. 2. Besluiten om de raad te informeren via bijgaande raadsinformatiebrief.
4. Argumenten 1. Door de realisatie van twee verschillende kunstwerken voor fietsverkeer en snelverkeer ontstaat er een veiligere verkeerssituatie voor deelnemers aan het verkeer. Momenteel zijn de rijbanen nog niet gescheiden. Dit levert met name voor de fietsers een onveilige situatie op. 2. De brug is aan het einde van zijn gebruikstermijn en moet worden vervangen. 3. Bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan is het 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016'. Voor de gronden behorend tot het plan gelden diverse enkel- en dubbelbestemmingen. Het betreft de enkelbestemming ‘Verkeer’, de dubbelbestemmingen ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ , ‘Waterstaat – Waterlopen’, Waarde – Archeologie 5 en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – boringsvrije zone’, ‘milieuzone – extensiveringsgebied’ en ‘overige zone – beekdal’. Een deel van de nieuwe fietsbrug valt binnen het gebied van het bestemmingsplan met de enkelbestemming ‘Water’. De nieuwe fietsbrug over de Neerbeek past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om het realiseren van de fietsbrug mogelijk te maken, moet het bestemmingsplan worden herzien.
25-11-2020 06:39:00 Pagina 2 van 4
1-12-2020 0:00:00
B&W advies
4. Beleidskader Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR): voor de te realiseren fietsbrug is het beleid uit de SVIR niet aan de orde. Gezien de geringe omvang van de te realiseren fietsbrug heeft deze geen ruimtelijke consequenties voor het rijksbeleid. Provinciaal omgevingsplan Limburg (POL): om ook in de toekomst een goed bereikbare provincie te behouden, zijn een aantal verbeteringen gewenst. Het aanleggen van de fietsbrug over de Neerbeek kan hier aan bijdragen. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet hiermee aan het POL. Structuurvisie gemeente Leudal: ten aanzien van de veiligheid wil de gemeente Leudal investeren in verkeersveilig en sociaal veilige fietsroutes van huis naar school en vice versa voor leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Het realiseren van een separate fietsbrug zal hier hoogstwaarschijnlijk aan bijdragen. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet hiermee aan de structuurvisie. 5. Milieu- en omgevingsaspecten Wet natuurbescherming: er is een ‘Quickscan ecologie’ uitgevoerd. Het plangebied ligt op 300 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Leudal’. Er is een Aeriusberekening ingediend waaruit blijkt dat er geen effecten van stikstofdepositie te verwachten zijn. Flora en fauna: naar aanleiding van de quickscan worden twee aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Deze zullen voor aanvang van de werkzaamheden worden uitgevoerd.
Bronsgroene landschapszone: normaliter moeten activiteiten die de natuur- en landschapswaarden aantasten, worden gecompenseerd. Er hoeven tijdens de realisatie van de fietsbrug geen bomen gekapt te worden, waardoor deze regel niet van toepassing is binnen dit project. Daarnaast is de omvang van het project dusdanig klein dat geen compensatie nodig is. Archeologie: er is door RAAP een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied mogelijk archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Uit het een archeologisch vervolgonderzoek blijkt dat de bouw van de brug onder archeologische begeleiding moet plaatsvinden en dat er een proefsleuf dwars over het wegprofiel moet worden gegraven. Geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid: deze aspecten zijn niet van toepassing bij de aanleg van de brug. Waterkwaliteit: het aanleggen van de fietsbrug heeft geen invloed op de doorstroom van de Neerbeek of de waterveiligheid. Het ontwerp bestemmingsplan voldoet aan de wetgeving en beleid, waardoor sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het advies luidt om het ontwerpbestemmingplan ter inzage te leggen. Raadsinformatiebrief: de raad wordt geïnformeerd met een raadsinformatiebrief waarin de inhoud van dit voorstel kort wordt samengevat.
25-11-2020 06:39:00 Pagina 3 van 4
1-12-2020 0:00:00
B&W advies
5. Risico’s Met de provincie Limburg wordt een planschadeovereenkomst afgesloten zodat mogelijke financiële gevolgen niet ten laste van de gemeente komen.
6. Juridisch kader Het juridisch kader wordt gevormd door artikel 3.8 van de Wro waarin de voorschriften voor de voorbereiding van een bestemmingsplan staan. Het bestemmingsplan wordt voorbereid met de uitgebreide procedure van afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerp bestemmingsplan wordt gepubliceerd en voor zes weken ter inzage gelegd. Een ieder kan een zienswijze indienen tegen het ontwerp bestemmingsplan. De gemeenteraad beslist binnen twaalf weken na de termijn van ter inzage legging omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Na vaststelling kunnen belanghebbenden een beroep indienen bij de Raad van State.
7. Financiële samenvatting Toelichting: dit voorstel heeft geen gevolgen voor de financiële huishouding van de gemeente. Met de provincie Limburg wordt een planschadeovereenkomst afgesloten.
8. Overige integrale afstemming Dit voorstel is besproken met juridische zaken, Financiën en communicatie.
9. Communicatie Openbaar: ☑ Actief: ☑ Informeren raad ☑ Ter inzage leggen voor ☑ Publiceren op Overheid.nl ☑ Plaatsen op gemeente info ViaLeudal
10.Bijlagen 1. Ruimtelijke onderbouwing met verbeelding, regels en toelichting 2. Raadsinformatiebrief
25-11-2020 06:39:00 Pagina 4 van 4
B&W besluit Besluit betreffende voorstel BenW - 2097 Onderwerp:
Ontwerpbestemmingsplan vervanging fietsbrug over de Neerbeek
Steller:
Heideman, Anne
B&W-vergadering:
1 december 2020
Openbaarheid:
Openbaar
Ambtelijk advies: 1. Besluiten medewerking te verlenen aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan met betrekking tot de vervanging van de fietsbrug (N273) over de Neerbeek. 2. Besluiten de raad te informeren via bijgaande raadsinformatiebrief. Collegebesluit: Conform advies
Aanmaakdatum document: 1-12-2020 16:29
Ruimtelijke onderbouwing kunstwerk Neerbeek Gemeente Leudal
15 juli 2020 - Versie 1.0
Autorisatieblad
Ruimtelijke onderbouwing kunstwerk Neerbeek
-
Deel I: toelichting van het bestemmingsplan
-
Deel II: regels van het bestemmingsplan
-
Deel III: planverbeelding Gemeente Leudal
Naam Opgesteld door
Akkoord
Megens, JGY
Datum 25-05-2020
Gecontroleerd door Vrijgegeven door
✓
Megens, JGY
15-07-2020
Op dit autorisatieblad ontbreken de handtekeningen wegens de digitale verwerking van ons vrijgaveproces. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Versie historie
Versie
Naam
Datum
Korte toelichting
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
1/23
Deel I: Toelichting van het bestemmingsplan
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
2/23
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
1
4 1.1 Aanleiding 1.2 Geldende bestemmingsplannen 1.3 Doel bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
4 4 4 4
2
Planbeschrijving 2.1 Ligging plangebied 2.2 Huidige situatie plangebied 2.3 Toekomstige situatie plangebied 2.4 Kadastrale gegevens
6 6 6 7 7
3
Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
9 9 9 10
4
Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Natuur en ecologie 4.2 Niet-gesprongen explosieven 4.3 Archeologie 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Water
11 11 15 16 17 17 18 18
5
Wijze van bestemmen 5.1 Inleiding 5.2 Algemene toelichting op de verbeelding 5.3 Algemene toelichting op de regels 5.4 Toelichting regels bestemmingsplan
19 19 19 19 19
6
Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid
21 21
7
Procedure 7.1 Procedure gemeente Leudal
22 22
Colofon
23
Deel II Regels van het bestemmingsplan Deel III Planverbeelding
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
3/23
1
1.1 Aanleiding
Inleiding
De provincie Limburg is voornemens om een bestaand kunstwerk (N273) over de Neerbeek te vervangen (zie figuur 2). In de huidige situatie wordt gebruik gemaakt van één kunstwerk voor zowel auto- als fietsverkeer. In de toekomstige situatie worden dit twee aparte kunstwerken. Eén voor het langzame verkeer (fiets) en één voor autoverkeer. Het nieuwe kunstwerk voor het snelverkeer komt op dezelfde locatie als de huidige brug terug. De nieuwe fietsburg wordt direct ten westen van de bestaande fietsbrug gerealiseerd. Ten behoeve van deze ruimtelijke ontwikkeling wordt tijdelijk ten oosten van de bestaande brug een nieuwe tijdelijke brug aangelegd om het auto- en fietsverkeer te kunnen omleiden. Dit wordt gedaan omdat het oude, reeds aanwezige, fietspad niet bereikbaar is tijdens de werkzaamheden. Daarom wordt een tijdelijke fietsbrug (bypass) naast de aanwezige brug neergelegd. Omdat het realiseren van de fietsbrug niet past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan dient door de gemeente een bestemmingsplanherziening doorgevoerd te worden. Voorliggend document voorziet hierin.
1.2 Geldende bestemmingsplannen
De huidige juridisch-planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in een bestemmingsplan. Het gaat om het volgende plan: Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016, gemeente Leudal. Voor de gronden behorend tot het plangebied gelden enkel- en dubbelbestemmingen, te weten: 1. Enkelbestemming Verkeer 2. Enkelbestemming Water 3. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5 4. Dubbelbestemming Waterstaat – Waterbergend rivierbed 5. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterlopen Een deel van de nieuwe fietsbrug valt binnen het gebied van het bestemmingsplan met de functie ‘Enkelbestemming - Water’. De nieuwe fietsbrug over de Neerbeek past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Om het realiseren van de fietsbrug mogelijk te maken dient het geldende bestemmingsplan hiervoor op dit punt te worden herzien.
1.3 Doel bestemmingsplan
Doel van het bestemmingsplan is het juridisch en planologisch mogelijk maken van de te realiseren fietsbrug.
1.4 Leeswijzer
In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de aanleiding van het project beschreven. In hoofdstuk 2 is de planbeschrijving van het project, inclusief een uitleg van de ligging van het gebied en een schets van de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 is het beleidskader voor dit gebied beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de milieu- en omgevingsaspecten te lezen, waarop in hoofdstuk 5 de wijze van bestemmen wordt E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
4/23
beschreven. Hoofdstuk 6 geeft de economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie aan. In hoofdstuk 7 worden de procedurele aspecten van het proces beschreven. Deel 2 van het bestemmingsplan bevat de regels en in Deel 3 is de planverbeelding opgenomen.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
5/23
2 2.1 Ligging plangebied
Planbeschrijving
Het plangebied bevindt zich in de provincie Limburg. Het is gelegen tussen de steden Roermond en Venlo en omvat de beek Neerbeek (zie Figuren 1 en 2). De te realiseren fietsburg ligt aan de Napoleonsweg tussen de dorpen Neer en Haelen. Zoals op de afbeelding is te zien, is het fietspad seperaat van de autoweg, maar komt het fietspad nabij de beek tegen de autoweg te liggen. in de toekomst zal dit fietspad in één rechte lijn doorgetrokken worden, waardoor de twee verschillende vervoerstromen van elkaar gescheiden zijn.
Figuur 1: Overzichtskaart van het plangebied in Limburg.
2.2 Huidige situatie plangebied
In de huidige situatie is de Napoleonsweg een verbindingsweg tussen de plaatsen Neer en Haelen. Het betreft de N273, waarbij de autoweg aan iedere zijde één baans is. Parallel aan deze N-weg ligt een fietspad, zodat personen ook per fiets tussen de verschillende plaatsen kunnen pendelen. Over deze weg is een busroute aanwezig (lijn 377). Deze bus stopt bij de plaats Nunhem, halverwege de weg tussen Neer en Haelen. Het plangebied bevindt zich ter hoogte van de beek Neerbeek. In de Neerbeek wordt enkel gebruik gemaakt van klein waterverkeer, doordat er simpelweg geen ruimte (hoogte en diepte) is voor groter waterverkeer. Verder wordt het plangebied omringd door diverse bomen (in het zuidwesten) en weilanden.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
6/23
Figuur 2: Overzichtsfoto van de huidige situatie van de auto- en fietsbrug over de Neerbeek.
2.3 Toekomstige situatie plangebied
Om de doorstroom van het wegverkeer te waarborgen, wordt er tijdens de werkzaamheden gebruik gemaakt van een bypass. Deze bypass wordt aangelegd voor zowel het fietsverkeer als de weggebruikers van de N273. Hiermee wordt voorkomen dat de autoweggebruikers via een omleiding moeten reizen. Dit zorgt er niet alleen voor dat weggebruikers niet of nauwelijks reistijdverlies oplopen, maar hierdoor ontstaan er ook geen drukke, gevaarlijke situaties op de omleidingswegen. De bypass wordt aan de oostzijde van de N273 gerealiseerd. Realisatie van de fietsbrug vindt plaats binnen het gebied zoals weergegeven in figuur 3. Hierbij is te zien dat het fietspad in één rechte lijn is doorgetrokken en op afstand van de (provinciale)weg blijft. Dit zal voor een veiligere situatie zorgen doordat de verschillende vervoersstromen separaat van elkaar liggen.
2.4 Kadastrale gegevens
De werkzaamheden vinden plaats op percelen met de kadastrale aanduiding: 1. Haelen, sectie E, perceelnummer 249 2. Haelen, sectie E, perceelnummer 350 3. Haelen, sectie N, perceelnummer 357
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
7/23
Figuur 3: toekomstige situatie N273 (1).
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
8/23
3
3.1 Rijksbeleid
Beleidskader
Structuurvisie infrastructuur en ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. In de visie worden ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur sterker dan voorheen met elkaar verbonden. De structuurvisie vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak, de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de Agenda Landschap, de Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. De Structuurvisie Nationaal Waterplan blijft in zijn huidige vorm als uitwerking van de SVIR bestaan. In de structuurvisie schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn). Voor de te realiseren fietsbrug is het beleid uit de SVIR niet aan de orde. Gezien de geringe omvang van de te realiseren fietsbrug heeft deze geen ruimtelijke consequenties voor het rijksbeleid.
3.2 Provinciaal beleid
Provinciaal Omgevingsplan Limburg Op 13 augustus 2019 is een geconsolideerde versie van het Provinciaal Omgevingsplan (POL) 2014 vastgesteld door de Provinciale Staten van Limburg. In deze ‘nieuwe’ versie van het POL 2014 wordt een plan gepresenteerd dat verschillende, bestaande plannen voor de fysieke omgeving op de beleidsterreinen milieu, water, ruimte, mobiliteit, cultuur, welzijn en economie integreert. Het bevat de provinciale visie op de ontwikkeling van de kwaliteitsregio Limburg en beschrijft de ambities, de context en de hoofdlijnen van aanpak voor onderwerpen waarbij de provincie een rol speelt. Limburg wordt gedefinieerd als een regio waar het goed en gezond leven, wonen, leren, werken en recreëren is. Een regio die zich bewust is van de unieke kwaliteit van de leefomgeving en de eigen identiteit. En een regio die stevig is ingebed in internationaal verband. De bereikbaarheid van Limburg is over het algemeen redelijk op orde. Om te zorgen dat Limburg ook in de toekomst goed bereikbaar is, zijn op een aantal punten nog verbeteringen gewenst. Het aanleggen van de fietsbrug over de Neerbeek kan hier aan bijdragen.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
9/23
3.3 Gemeentelijk beleid
Structuurvisie gemeente Leudal
Met het in werking treden van de nieuwe Wro (1 juli 2008) vormt de Structuurvisie een belangrijk gemeentelijk beleidsdocument. In de Structuurvisie Leudal (vastgesteld d.d. 2 februari 2010) wordt ingezet op: 'Een groene parel met dynamiek, een gemeente waarin het voor iedereen goed wonen, goed leven en goed werken is, nu en in de toekomst'. In deze structuurvisie ligt bewust de nadruk op de visie van de gemeente op de functionele ontwikkelingen van de diverse, ruimtelijk relevante onderwerpen. De gemeente Leudal hanteert als vertrekpunt dat de gebruiker van het mobiliteits-systeem bepaalt of de locaties bereikbaar zijn, de infrastructuur verkeersveilig is en of dit al dan niet ten koste gaat van de leefbaarheid. De beoordeling hangt hierbij niet alleen af van de vraag of de gebruiker is aangekomen op de eindbestemming, maar ook de moeite die daarvoor gedaan moest worden. De gebruiker bestaat daarbij niet. Afhankelijk van het type gebruiker en het type verplaatsing treedt er een andere gebruikswaarde op. De gebruikswaarde wordt door de gemeente bepaald aan de hand van drie indicatoren: 1. Het motief, waarom men reist 2. De gebiedsniveaus waarop men zich verplaatst 3.
Het vervoersmiddel dat wordt gebruikt Ten aanzien van de veiligheid wil de gemeente Leudal investeren in verkeersveilige en sociaalveilige fietsroutes van huis naar school en vice versa voor leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. De verkeersinfrastructuur moet hiervoor zoveel mogelijk overeenstemmen in vorm, functie en gebruik. Onderlinge conflicten tussen zwakke en sterke verkeersgebruikers in verkeersstromen worden zoveel mogelijk voorkomen, of worden tenminste gemarkeerd voor alle weggebruikers. Het realiseren van een separate fietsbrug zal hier hoogstwaarschijnlijk aan bijdragen en kan daarom als zeer wenselijk beschouwd worden. Alle openbare wegen in de gemeente Leudal worden onder de verkeersbestemming gebracht. De realisatie van de nieuwe fietsburg is nog niet gesitueerd in de verkeersbestemming en daarom wordt dit bestemmingsplan opgesteld.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
10/23
4 4.1 Natuur en ecologie
Milieu- en omgevingsaspecten
In het kader van het project ‘Fietsbrug N273 Neerbeek’ wordt een nieuwe fietsbrug aangelegd over de Neerbeek. Deze brug zal aansluiten op het reeds bestaande fietspad. Bij een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling is het vanuit natuurwetgeving van belang om na te gaan of de werkzaamheden geen negatieve effecten hebben op beschermde natuurwaarden. Movares BV heeft in januari 2020 in opdracht van de provincie Limburg een ‘Quickscan ecologie’ uitgevoerd. Het volgende wettelijk kader is gehanteerd: 1. Wet natuurbescherming: onderdeel beschermde soorten en beschermde gebieden 2. Provinciaal beleid: Binnen de provincie Limburg wordt onderscheidt gemaakt in goudgroene natuurzone (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland), zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone Beschermde natuurgebieden Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Leudal bevindt zich op een afstand van ongeveer 300 meter van de nieuwe fietsbrug. Directe negatieve effecten als gevolg van oppervlakteverlies zijn daarmee uitgesloten. Indirecte negatieve effecten (verstoring door trillingen, licht en optische verstoring) door de nieuwbouw van de autobrug en de aanleg van de tijdelijke bypass worden niet verwacht.
De realisatie van de fietsbrug is onderdeel van een vervanging van de gehele brug en daardoor zal deze realisatie geen directe en indirecte negatieve effecten hebben op de nabij gelegen natuurgebieden. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden is een AERIUS-berekening uitgevoerd om de stikstof in het plangebied te meten, gedurende de uitvoeringsfase. De stikstofuitstoot blijft gedurende de realisatiefase onder de kritische grens. Er treden geen negatieve effecten op in de nabijgelegen beschermde natuurgebieden.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
11/23
Figuur 4 : De ligging van het projectgebied (rode rechthoek) ten opzichte van de natuurzones, landschapzones en de Natura 2000-gebieden.
Beschermde natuurgebieden zijn in de provincie Limburg aangewezen (figuur 4) en beschermd in de Omgevingsverordening Limburg (2014). Hierin wordt onderscheid gemaakt in 1) de Goudgroene natuurzone, 2) de Zilvergroene natuurzone en 3) de Bronsgroene landschapszone. De bescherming van deze drie landschapszones is respectievelijk opgenomen in Artikel 2.6, 2.13 en 2.7 van de Omgevingsverordening. In Limburg is het Natuurnetwerk Nederland vastgelegd in de Goudgroene natuurzone. Hierin zijn ook de Natura 2000-gebieden opgenomen. De Zilvergroene natuurzone is een samenstel van gebieden grenzend aan en verbindingen vormend tussen gebieden van de Goudgroene natuurzone, waaronder de Natura 2000-gebieden. De Zilvergroene natuurzone omvat ook landbouwgrond waarvoor in het kader van de herijking van de voormalige EHS de taakstelling gericht op ontwikkeling van nieuwe natuur is komen te vervallen. De (potentiële) betekenis voor de natuur en voor de samenhang van het netwerk van natuurgebieden bestaande uit de Goudgroene natuurzone is echter nog steeds relevant. De Bronsgroene landschapszone omvat landschappelijke waardevolle beekdalen (voor zover niet gelegen in goud- of zilvergroen), hellingen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin gelegen (extensieve) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen en dergelijke.
Wanneer er activiteiten in de Goudgroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone plaatsvinden die de natuur- en landschapswaarden aantasten, moet dit worden gecompenseerd. Er hoeven tijdens de realisatie van de fietsburg geen bomen gekapt te worden, waardoor deze regel niet van toepassing is binnen dit project. Daarnaast is de omvang van het project dusdanig klein dat er geen compensatie nodig is.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
12/23
Beschermde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen vissen waargenomen. Wel zijn zoetwatermossels waargenomen waarmee het water geschikt kan zijn voor een soort als bittervoorn. Deze is echter niet beschermd door de Wet natuurbescherming (Wnb). Wel geldt de zorgplicht voor deze soort. Een beschermde soort, zoals de beekdonderpad, wordt hier niet verwacht. Deze soort gebruikt kunstmatige structuren, zoals kribben en stortstenen, als biotoop. Deze structuren zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Binnen het plangebied is biotoop aanwezig waar beschermde dier- en plantsoorten kunnen worden aangetroffen, waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: vaatplanten, algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermd nest, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, reptielen en amfibieën. Waarnemingen van beschermde soorten vaatplanten in (de omgeving van) het plangebied zijn niet bekend. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantsoorten aangetroffen op planlocatie. Tabel 1 geeft een overzicht weer van de soortgroepen met bijbehorende informatie. Soortgroep
Beschermde soorten? Misschien
Nader Ontheffing wet onderzoek? natuurbescherming nodig? Vaatplanten Ja Ja, indien tijdens vervolgonderzoek beschermde vaatplanten worden aangetroffen. Dit onderzoek houdt in dat een bezoek plaatsvindt in de periode 27 april en 30 september (Protocol trefkansonderzoek vaatplanten, Floron). Dit onderzoek zal voor de aanvang van de werkzaamheden plaatsvinden. Algemene Ja Nee Nee, mits maatregelen worden broedvogels getroffen. Vogels met Ja Nee Nee, er worden geen nesten jaarrond en/of essentieel leefgebied beschermd nest aangetast door de werkzaamheden. Grondgebonden Ja Nee Nee, voor de algemeen zoogdieren vrijgestelde soorten (door provincie Limburg). Wel dient rekening gehouden te worden met algemene zorgplicht (artikel 1.11) Vleermuizen Nee, het betreft Nee Nee, maar om tijdelijke (Figuur 5) geen essentieel verstoring van foeragerende en foerageergebied, overvliegende dieren te essentiële voorkomen dient uitsluitend vliegroutes tussen zonsopgang en zonsondergang gewerkt te E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
13/23
Soortgroep
Beschermde soorten?
Nader Ontheffing wet onderzoek? natuurbescherming nodig? worden of gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting.
Reptielen Amfibieën
Ja Ja, het plangebied vormt mogelijk leefgebied voor de poelkikker
Nee Ja
Nee Ja, indien in aanvullend onderzoek naar voren komt dat de poelkikker in het plangebied naar voren komt. In de periode tussen mei en september (meest optimaal mei-juni) dienen twee bezoeken plaats te vinden (minimaal 10 dagen tussen bezoeken) op zonnige dagen met weinig wind. Dit dient door een expert gedaan te worden (Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen', 2017; Kennisdocument Poelkikker, 2017). Dit betreffen avondbezoeken waarbij naar kooractiviteit wordt geluisterd. Dit onderzoek zal voor de aanvang van de werkzaamheden plaatsvinden.
Tabel 1: overzicht van de soortgroepen met bijbehorende informatie.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
14/23
Figuur 5: leefgebieden van laatvlieg en dwergvleermuis. 4.2 Niet-gesprongen explosieven
In februari 2020 heeft Cees van den Akker Advies in opdracht van Movares onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van eventuele conventionele explosieven (CE) in het plangebied. Het onderzoek is gestart met een inventarisatie van eerder uitgevoerde vooronderzoeken CE ter plaatse en/of omgeving. Vervolgens is een inventarisatie van bronnen uitgevoerd, waarin mogelijk informatie over oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied en omgeving is te vinden. Relevante informatie is verzameld, beoordeeld en per bron opgetekend in het rapport. Vervolgens is op basis van feitelijke aanwijzingen het onderzoeksgebied (of delen daarvan) aangemerkt als verdacht/ niet verdacht van CE. Op basis van bronnenmateriaal (literatuur en archieven) kan gesteld worden dat er onvoldoende feitelijke aanwijzingen zijn aangetroffen welke verwijzen naar Conventionele Explosieven of delen daarvan binnen het onderzoeksgebied. Het onderzoekgebied bruggen over de Neerbeek in de N273 is onverdacht van CE.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
15/23
4.3 Archeologie
Onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau RAAP heeft in de periode april 2020 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie van een nieuwe brug over de Neerbeek, ter plaatse van de N273 te Neer (gemeente Leudal). De locatie is in onderstaande figuur met de zwarte stippellijn weergegeven.
Figuur 6: Geomorfologische kaart omgeving, inclusief grenzen plangebied
Uit het onderzoek is gebleken dat het plangebied grotendeels in het beekdal van de Neerbeek ligt, waar leek-/woudeerdgronden voorkomen. Hier is er een onbekende (of middelhoge) archeologische verwachting voor natte landschappen. Dergelijke resten kunnen bestaan uit afvaldumps, rituele deposities, resten van molens, etc. De huidige beekovergang is op het kadastrale Minuutplan al aanwezig en gaat terug tot de aanleg van de Napoleonsweg, omstreeks 1811. Hierdoor is er een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van resten van deze beekovergang.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
16/23
De zuidoostelijke randzone van het plangebied bevindt zich waarschijnlijk ter plaatse van een dalvlakteterras waar daalbrikgronden voorkomen. Hier is een hoge verwachting voor droge landschappen. Vanwege de ligging nabij het beekdal, in een gradiëntzone (overgang van nat naar droog), is het een gunstige ligging voor nederzettingslocaties van zowel vindplaatsen van jagers en verzamelaars (laatPaleolithicum t/m Mesolithicum) als van landbouwers (Neolithicum t/m Nieuwe tijd). Ter plaatse van het plangebied kunnen archeologische resten in principe vanaf het maaiveld voorkomen. Deze zullen leesbaar zijn onder de bouwvoor. Aangezien de ingrepen (voornamelijk) plaats zullen vinden ter plaatse van een bestaande weg, waar in het verleden de zwarte grond reeds is verwijderd ten behoeve de fundering van de bestaande weg, zal er vermoedelijk geen bouwvoor meer aanwezig zijn. Archeologische resten worden hier direct onder aanwezige stollagen verwacht. Specifiek voor het beekdal geldt dat archeologische resten op meerdere niveaus aangetroffen worden, ingebed in beekafzettingen. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Aangezien planaanpassing niet mogelijk is, dient er een archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden.
Aangezien het om wegwerkzaamheden gaat is de meest praktische manier van vervolgonderzoek een intensieve archeologische begeleiding. Wanneer tijdens de archeologische begeleiding een vindplaats wordt aangetroffen zal deze worden opgegraven (behoud ex situ) binnen het te verstoren vlak, indien deze niet in situ behouden kan blijven. In het plangebied zijn kansen aanwezig om het wegprofiel (weggreppels en dijklichaam) en mogelijk nog aanwezige restanten van de houten brug te onderzoeken. Daarom wordt geadviseerd - indien de werkzaamheden zich daartoe lenen - om een profielsleuf haaks op de weg aan te leggen om het wegprofiel te documenteren. Alvorens met de werkzaamheden van de te realiseren fietsbrug wordt aangevangen wordt het hiervoor genoemde nader onderzoek in het plangebied uitgevoerd.
4.4 Geluid
Voor de bouw van de fietsbrug is het aspect niet van toepassing. Er is geen sprake van een reconstructie van een weg in het kader van de Wet geluidshinder. Daarnaast vindt er geen vestiging plaats van geluidsgevoelige objecten. Het realiseren van de fietsbrug heeft wel enige invloed op verkeersafwikkeling van gemotoriseerd verkeerd in de omgeving. Door het realiseren van een tijdelijke bypass aan de westzijde van de huidige weg, zullen er enkele maatregelen, zoals plaatselijke snelheidsvermindering, getroffen moeten worden. In de uiteindelijke situatie zal de verkeersafwikkeling van gemotoriseerd verkeer in de omgeving weer worden zoals het in de beginsituatie is.
4.5 Luchtkwaliteit
De te realiseren fietsbrug wordt enkel gebruikt door fietsers en heeft geen effect op de luchtkwaliteit.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
17/23
4.6 Externe veiligheid
Voor de bouw van de fietsbrug is het aspect externe veiligheid niet van toepassing. Er is geen sprake van de vestiging van een beperkt of kwetsbaar object binnen de invloed gebied van een in de omgeving gelegen risicobron (bedrijf dat gevaarlijke stoffen gebruikt, opslaat of produceert of transportas van gevaarlijke stoffen)
4.7 Water
De Neerbeek is een beek in Limburg die in het plaatsje Neer uitmondt in de Maas. De fietsbrug ligt deels over de Neerbeek. De Neerbeek is in de legger van het waterschap aangewezen als beek. Er komen voor de nieuwe fietsbrug twee landhoofden in het water. Dit zal echter geen invloed hebben op de doorstroming van de beek en het natte doorstroomprofiel blijft gelijk. Tijdens het veldbezoek zijn geen vissen waargenomen. Wel zijn zoetwatermossels waargenomen waarmee het water geschikt kan zijn voor een soort als bittervoorn. Deze is echter niet beschermd door de Wnb. Wel geldt de zorgplicht voor deze soort. Een beschermde soort, zoals de beekdonderpad, wordt hier niet verwacht. Deze soort gebruikt kunstmatige structuren, zoals kribben en stortstenen, als biotoop. Deze structuren zijn niet aanwezig binnen het plangebied.
Waterkwaliteit Het aanwezige grond- en oppervlaktewater in het plangebied biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna. De deels chemische toestand van het aanwezige water vormt hier geen belemmering voor. Het belangrijkste beleidsdossier voor oppervlaktewater is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW beschermt de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Het realiseren van de bypass en de nieuwe fietsbrug op deze locatie mag de bestaande waterkwaliteit niet aantasten. Waterkwantiteit Met het realiseren van de fietsbrug wordt, ten opzichte van de huidige situatie, het verhard oppervlakte vergroot. Voor de leggerwatergangen geldt dat de verlegging of aanpassing geen negatieve gevolgen mag hebben voor de afvoercapaciteit en de ontwateringsfunctie van het betreffende oppervlaktewater. Daarnaast moet het onderhoud goed kunnen blijven plaats vinden. Binnen het beheersgebied van het waterschap Limburg wordt geen primair of secundair oppervlaktewater gedempt of gegraven (c.q. verlegd). Wel worden overige watergangen verlegd en deels extra gegraven. Het waterschap heeft geen beleid en regels voor de niet-legger watergangen. Het aanleggen van de fietsbrug heeft geen invloed op de doorstroom van de beek Neerbeek. Waterveiligheid In het plangebied bevinden zich geen primaire waterkeringen.
Het realiseren van de fietsbrug heeft dan ook geen effect op de waterveiligheid.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
18/23
5
Wijze van bestemmen
5.1 Inleiding
Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels die vergezeld gaan van een toelichting. De verbeelding en de regels zijn juridisch bindend. De toelichting maakt geen onderdeel uit van het juridisch plangedeelte. Wel fungeert de toelichting als interpretatiekader voor de uitleg van de regels, indien hierover interpretatieverschillen blijken te bestaan.
5.2 Algemene toelichting op de verbeelding
Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Daarnaast is ten behoeve van de leesbaarheid enige informatie, bijvoorbeeld topografische gegevens, op de verbeelding opgenomen. Deze ondergrond heeft geen juridische status. Deze informatie is weergegeven bij de verbeelding.
5.3 Algemene toelichting op de regels
De regels zijn ondergebracht in een drietal hoofdstukken: − Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten − Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer een bestemmingsomschrijving, bouwregels en afwijkingsregels − Hoofdstuk 3: overige regels zoals de regels voor de gebiedsaanduidingen milieuzone boringsvrije zone, milieuzone extensiveringsgebied intensieve veehouderij en overige zone beekdal − Hoofdstuk 4 (overgangs-en slotregels), met daarin het overgangsrecht en de slot regels.
5.4 Toelichting regels bestemmingsplan
In het bestemmingsplan komen 3 bestemming voor, namelijk: 1. Verkeer 2. Waarde – Archeologie 5 3. Waterstaat – Waterlopen
Verkeer De bestemming ‘Verkeer’ is toegekend aan de nieuwe fietsbrug met de daar bijbehorende gronden, zoals parkeer-, groen- en speelvoorzieningen en waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan voor de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, geldt een maximale bouwhoogte van 5 meter. De bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 12 meter.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
19/23
Waarde – Archeologie 5 (dubbelbestemming) De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Dit is niet van toepassing wanneer de grootte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m² en de verstoring zich beperkt tot 40 cm onder het oppervlak. Waterstaat – Waterlopen (dubbelbestemming) De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aan de andere aan de grond gegeven bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen waterloop, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop. Ter bescherming van de waterbelangen binnen het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterlopen’ opgenomen.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan ten behoeve van beheer en onderhoud van de betreffende watergang, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,5 meter.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
20/23
6 6.1 Economische uitvoerbaarheid
Uitvoerbaarheid
De reden van dit project is dat de huidige brug aan het einde van zijn levensduur is en daarom kan gesproken worden van een vervangingsinvestering. Dit wordt gefinancierd door de provincie Limburg. De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt hiermee geacht aangetoond te zijn. Conclusie: De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt hiermee geacht aangetoond te zijn.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
21/23
7 7.1 Procedure gemeente Leudal
Procedure
Op de bestemmingsplanprocedure ia afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan zal voor een periode van zes weken ter inzage liggen. In deze periode kan een ieder zienswijzen indienen. De gemeenteraad kan het bestemmingsplan aanpassen na ontvangst van de zienswijzen. De zienswijzen worden allemaal verantwoord en al dan niet verwerkt in het plan. Wanneer alle beroepszaken zijn afgerond en er een gerechtelijke uitspraak is gedaan, is het bestemmingsplan onherroepelijk. De procedure is vastgelegd in zowel de Wro (Wet Ruimtekijke ordening) als de Algemene wet bestuursrecht.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
22/23
Colofon Opdrachtgever
Uitgave
Provincie Limburg Gemeente Leudal Provincie Limburg
Movares Nederland B.V. Businesslijn Decentrale Overheden Regio Zuidoost Daalseplein 100 Postbus 2855 3500 GW Utrecht
Telefoon
030 265 55 55
Ondertekenaar
Adviseur Ruimtelijke Ordening Projectnummer Kenmerk
MN000734 E82-JME-KA-2000042
© 2020, Movares Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B.V.
E82-JME-KA-2000042 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 15 juli 2020 Businesslijn Decentrale Overheden/Regio Zuidoost
23/23
Deel II Regels van het bestemmingsplan
Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer Artikel 4 Waarde – Archeologie Artikel 5 Waterstaat - Waterlopen Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelling Artikel 7 Algemene regels Artikel 8 Algemene gebruiksregels Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Artikel 10 Overige regels Hoofdstuk 4 Overgangsrecht - slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregels
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan het bestemmingsplan ‘Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016’ met identificatienummer NL.IMRO.1640.BP16RVBuitengebied-OH01 van de gemeente Leudal. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduiding grens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.4 bebouwde kom het gebied dat door zijn ‘samenhangende woonbebouwing’ als bebouwde omgeving wordt aangemerkt. De aard van de omgeving is hierbij bepalend. Het verkeersbord dat de bebouwde kom aangeeft is hierbij niet maatgevend. 1.6 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.2 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.3 afstand tot de bouwperceelgrens: tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Verkeer 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • wegen, straten, pleinen en paden met hoofdzakelijk een verkeer- c.q. verblijfsfunctie; • voet- en rijwielpaden; • parkeervoorzieningen; • groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; • straatmeubilair; • voorzieningen van algemeen nut; • geluidwerende voorzieningen; • kunstwerken en - objecten; • waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen. • oeververbindingen (bruggen); Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels 3.2 Bouwregels 3.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2
Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: • De bouwhoogte van erf- en/of terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter. • De bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 12 meter. • Overkappingen zijn niet toegestaan. • De bouwhoogte van andere overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter.
Artikel 4 Waarde – Archeologie 5 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels. Artikel 5 Waterstaat – Waterlopen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aan de andere aan de grond gegeven bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen waterloop, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels.
Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 7.2 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten 7.2.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die legaal gebouwd zijn, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.2.2.
Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die legaal gebouwd zijn, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. Artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Strijdig gebruik 8.1.1 Bestaand legaal gebruik Bestaand legaal gebruik wordt niet als strijdig gebruik aangemerkt.
8.1.2
Algemeen strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt, behoudens voor zover in de specifieke bestemmingsregels anders geregeld, in ieder geval verstaan: - gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een erotisch (getint) bedrijf of (straat)prostitutie, tenzij ter plaatse de aanduiding 'seksinrichting' is opgenomen; Artikel 9 Algemene aanduidingsregels 9.1 milieuzone - boringsvrije zone 9.1.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' is het verboden de grond te roeren inclusief het verrichten van grondboringen of heiwerkzaamheden dieper dan 80 meter beneden het maaiveld. 9.2 Milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij' geldt dat die gronden zijn aangewezen als extensiveringsgebieden waarbinnen uitbreiding, hervestiging, nieuwvestiging en omschakeling van intensieve veehouderij niet mogelijk is danwel onmogelijk wordt gemaakt, met uitzondering van vormverandering om te voldoen aan eisen van dierwelzijn en gezondheid, mits voldaan wordt aan de daarvoor geldende voorwaarden. Bestaande bouwmogelijkheden binnen het bestaande onbenutte bouwvlak én ter plaatse van het 'milieuzone - extensiveringsgebied intensieve veehouderij' blijven behouden.
9.3 Overige zone – beekdal 9.3.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beekdal' dienen de landschappelijk en natuurlijke waarden welke zijn verbonden aan de beekloop en het fysieke en zichtbare beekdal behouden, beschermd en/of hersteld te worden. 9.3.2
Specifieke bouwregels
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beekdal' mag niet worden gebouwd, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 meter.
9.3.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: • het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen en ondergrond voor containervelden, met uitzondering van: o permanente teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorzieningen'; o tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen'; o containervelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - containerveld'. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden containerveld' is bomenteelt in potten toegestaan; • het uitoefenen van een boomkwekerij, met uitzondering van ter plaatse van de aanduiding 'bomenteelt'; • het planten van fruitbomen, uitgezonderd ter plaatse van percelen met bestaande (legaal aangeplante) fruitbomen. Te rooien bomen mogen op dezelfde locatie worden gecompenseerd/herplant. 9.3.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 51.11.3 ten behoeve van het planten van fruitbomen, onder de voorwaarden, dat: • daartegen uit hoofde van de bescherming van de voorkomende landschappelijke en natuurlijke waarden, waaronder het natuurlijk watersysteem geen bezwaar bestaat; • vooraf advies is ingewonnen bij het waterschap. Artikel 10 Overige regels 10.1 Verhouding tussen bestemmingen Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. In de eerste plaats de regels van de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterlopen’; 2. In de tweede plaats de regels van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie- 5'.
Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken •
•
•
Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: o gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; o na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
11.2 Overgangsrecht gebruik •
•
•
•
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
11.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan
kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken. Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016'.
Deel III Planverbeelding van het bestemmingsplan
toekomstige situatie N273 (1).
toekomstige situatie N273 (2).
Planuitwerking k08 kunstwerk N273, Neerbeek Quickscan ecologie
Effecten op beschermde gebieden en soorten
17 januari 2020 - Versie 1.0
Autorisatieblad
Planuitwerking k08 kunstwerk N273, Neerbeek Quickscan ecologie
Naam
Akkoord
Datum
Opgesteld door
Raatjes KN (Kevin)
✓
16-01-2020
Gecontroleerd door
Schie, FM van
✓
16-01-2020
Vrijgegeven door
Schie, FM van
✓
16-01-2020
Op dit autorisatieblad ontbreken de handtekeningen wegens de digitale verwerking van ons vrijgaveproces. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Versie historie
Versie
Naam
Datum
Korte toelichting
B85-KRA-KA-2000002 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 16 januari 2020 Kennislijn Omgeving en Processen/groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Locatie 1.3 Activiteiten 1.4 Wettelijk kader 1.5 Doel
3 3 3 5 5 5
2
Methode 2.1 Beschermde gebieden 2.2 Beschermde soorten
6 6 6
3
Resultaten 3.1 Beschermde gebieden 3.1.1. Natura 2000-gebieden 3.1.2. Provinciaal beschermde gebieden 3.2 Beschermde soorten 3.2.1. Vaatplanten 3.2.2. Vogels 3.2.3. Grondgebonden zoogdieren 3.2.4. Vleermuizen 3.2.5. Reptielen 3.2.6. Amfibieën 3.2.7. Vissen 3.2.8. Ongewervelden
8 8 8 9 9 9 11 14 19 22 22 24 24
4
Conclusies 4.1 Beschermde gebieden 4.2 Beschermde soorten 4.3 Maatregelen 4.4 Bovenwettelijke maatregelen
26 26 26 29 30
5
Bronnen
31
Colofon
32
Bijlage I Wet- en regelgeving Wet natuurbescherming (Wnb) Beleid provincies
33 33 37
B85-KRA-KA-2000002 / Proj.nr. MN000734 / Vrijgegeven / Versie 1.0 / 16 januari 2020 Kennislijn Omgeving en Processen/groep Omgeving en Conditionering:Omgeving en Conditionering
2/32
1
Inleiding
1.1 Aanleiding
De provincie Limburg is voornemens om een bestaand kunstwerk (N273) over de Neerbeek te vervangen (zie figuur 1.1 en 1.4). In de huidige situatie wordt gebruik gemaakt van één kunstwerk voor zowel auto- als fietsverkeer. In de toekomstige situatie worden dit twee aparte kunstwerken. Eén voor het langzame verkeer (fiets) en één voor autoverkeer. Het nieuwe kunstwerk voor het snelverkeer komt op dezelfde locatie als de huidige brug terug. De nieuwe fietsbrug wordt direct ten westen van de nieuwe autobrug aangelegd (zie figuur 1.2). Ten behoeve van deze ruimtelijke ontwikkeling wordt tijdelijk ten oosten van de bestaande brug een nieuwe tijdelijke brug aangelegd om het autoverkeer te kunnen omleiden (zie figuur 1.2). Om het fietsverkeer om te leiden, wordt een nieuw fietspad aangelegd ten westen van de provinciale weg. Dit wordt gedaan omdat het oude, reeds aanwezige, fietspad niet bereikbaar is tijdens de werkzaamheden. Het nieuwe fietspad word aangetakt op het bestaande fietspad (zie figuur 1.2). Het fietspad loopt richting een bestaande fietsbrug. Deze brug is niet toereikend om het fietsverkeer te ontsluiten. Hierom wordt een tijdelijke fietsbrug naast de aanwezige fietsbrug neergelegd.
Bij dergelijke ruimtelijke ontwikkeling is het vanuit Wet natuurbescherming (Wnb) van belang om na te gaan of de werkzaamheden geen negatieve effecten hebben op beschermde natuurwaarden en of een vergunning eventueel noodzakelijk zijn. Hierom dient een quickscan ecologie te worden uitgevoerd.