Collegemededeling 13aug24 uitkomsten regionale woonzorganalyse + vervolgtraject vorming lokaal beleid
Tekst van het document
Tabel 18. De geschiktheid van de woningvoorraad in Midden-Limburg ten opzichte van het landelijk gemiddelde (Bron: Ramingsmodel In.Fact.Research, de methode staat toegelicht in het document ‘Geschiktheid woningvoorraad’)
Figuur 26. Aandeel geschikte woningen in Midden-Limburg (Bron: Ramingsmodel In.Fact.Research, de methode staat toegelicht in het document ‘Geschiktheid woningvoorraad’)
Disclaimer. De daadwerkelijke aanpasbaarheid van woningen kan in de praktijk verschillen van de hierboven genoemde aantallen op basis van het gehanteerde ramingsmodel.
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 48
Figuur 27. Aandeel aanpasbare woningen in Midden-Limburg (Bron: Ramingsmodel In.Fact.Research, de methode staat toegelicht in het document ‘Geschiktheid woningvoorraad’)
JB/24/0965/wzaml
Figuur 28. Aandeel ongeschikte woningen in Midden-Limburg (Bron: Ramingsmodel In.Fact.Research, de methode staat toegelicht in het document ‘Geschiktheid woningvoorraad’)
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 49
Geschikte woningen van de corporaties
Geschiktheid huidige woningen ouderen
De corporaties in Midden-Limburg beoordelen hun woningaanbod volgens de
In figuur 29 en figuur 30 staat de woonsituatie van ouderen weergegeven in
methodiek van het Bouw Advies Toegankelijkheid (BAT), bestaande uit de
Midden-Limburg. Hieruit blijkt dat er relatief weinig ouderen zijn die in
volgende categorieën:
woningen wonen die volledig ongeschikt zijn als men te maken krijgt met
•
BAT-score 1: Wandelstokgeschikt. Nultreden-woning.
•
BAT-score 2: Rollator bewoonbaar.
mobiliteitsbeperkingen.
•
BAT-score 3: Rolstoel bewoonbaar.
100%
•
BAT-score 4: Geschikt voor verpleegzorg thuis.
80%
In tabel 18 staat de samenstelling van het corporatiebezit in Midden-Limburg
60%
weergegeven naar BAT-score in 2023. Ruim een derde van de woningen in de
40%
regio bestaat uit wandelstok geschikte woningen (36%) en bijna een op de tien woningen is rollator bewoonbaar (9%). In de gemeente Echt-Susteren staan relatief veel woningen met een BAT-score (70% totaal), waarvan de meeste woningen wandelstok geschikt zijn (45%). In Echt-Susteren en Nederweert staan relatief veel woningen die geschikt zijn voor verpleegzorg thuis. 1 wandelstok geschikt 2 rollator bewoonbaar 3 rolstoel bewoonbaar 4 verpleegzorggeschikt exacte BAT score onbekend overige woningen totaal aantal woningen
Echt-Susteren 45% 11% 1% 13% 0% 30% 100% 2.685
Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg 36% 33% 20% 25% 41% 31% 36% 9% 11% 0% 13% 8% 11% 9% 5% 0% 0% 0% 2% 1% 2% 7% 2% 27% 0% 4% 1% 6% 0% 6% 0% 0% 3% 0% 1% 42% 48% 52% 63% 42% 55% 46% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 2.035 1.685 1.405 1.520 8.535 5.000 22.865
Tabel 1 Samenstelling van de woningvoorraad van de corporaties in Midden-Limburg naar BAT-
3% 1%
4% 2%
4% 1%
5% 2%
appartement zonder lift
37%
33%
31%
27%
appartement met eigen op/ingang aan straat grondgebonden rij < 80 m2
49%
36%
43%
46%
grondgebonden vrijstaand en 2-kap
20%
0%
6%
grondgebonden rij > 80 m2
28%
20%
13%
55 - 65 jaar 65 - 75 jaar 75 - 85 jaar
appartement met lift / benedenwoning
85+
Figuur 29. Woonsituatie van generaties ouderen in Midden-Limburg naar woningtype, 2022 (Bron: LC-model In.Fact.Research) 100% 80%
4% 5%
7% 11% 3%
3% 6%
2% 7%
9%
14%
13% 4%
13%
60%
7%
1% 10% 22%
particuliere huur corporatiehuur meergezins
14% 5%
40%
onbekend
corporatiehuur eengezins koop meergezins
70%
65%
57%
20%
48%
koop eengezins
score, 2023 (Bron: Corporaties Midden-Limburg, bewerking In.Fact.Research) 0%
55-65 jaar
65-75 jaar
75-85 jaar
85+
Figuur 30. Woonsituatie van generaties ouderen in Midden-Limburg naar eigendom en woningtype, 2020 (Bron: Monitor ouderenhuisvesting 2020, bewerking In.Fact.Research)
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 50
In veel woningen is het mogelijk om met wat aanpassingen te blijven wonen.
4.5
Ook blijkt dat de nieuwe generatie ouderen steeds vaker een eigenaar
Een passende woning is slechts een van de randvoorwaarden om met
bewoner is. Zij hebben vaak andere financiële mogelijkheden en (als men wil
beperkingen zelfstandig te kunnen gaan of blijven wonen. Ook
verhuizen) andere woonwensen dan de oudere huurders. Dat laatste heeft
omgevingskenmerken zijn van belang en uiteraard het netwerk aan
uiteraard ook effect op de langere termijn. In figuur 31 is berekend hoe
voorzieningen en zorg- en dienstverlening.
Omgevingskenmerken
ouderen in de toekomst zullen wonen, als de huidige verhuispatronen grotendeels gelijk blijven. Te zien is dat de vergrijzing in de regio vooral in de
Daarnaast is ook de sociale samenstelling van buurten van belang. In
koopsector zal plaatsvinden (de mate waarin kan per gemeente verschillen).
paragraaf 2.1 is daar deels al bij stilgestaan. In deze paragraaf wordt in
In de huursector neemt het aantal ouderen nauwelijks toe. Dat betekent ook
aanvulling daarop de mate van concentratie van kwetsbare inwoners en de
dat de aanpasbehoefte met name in de koopsector zal ontstaan én dat
mogelijkheden voor informele zorg in beeld gebracht. Daarnaast worden in
voorlichting en bewustwordingscampagnes met name ook onder eigenaar
deze paragraaf zaken als leefbaarheid, veiligheid en overlast belicht.
bewoners van belang zijn.
4.5.1 Algemene voorzieningen 2022 2030
18.000 15.000 12.000
Naast de relevante voorzieningen op het vlak van zorg en welzijn, zijn uiteraard ook meer algemene voorzieningen zoals een supermarkt, een huisarts of een apotheek van belang. Deze drie voorzieningen worden ook
9.000
wel aangeduid als de ‘triple A’ (arts, apotheek en Albert Heijn/ Aldi). Deze zijn
6.000
in dit onderzoek in beeld gebracht aan de hand van openbare bronnen. Deze
3.000
bronnen zijn niet altijd volledig en actueel, maar geven wel een goed eerste
eigenaar bewoners
huurders particulier
85+
75 - 85 jaar
65 - 75 jaar
55 - 65 jaar
85+
75 - 85 jaar
65 - 75 jaar
55 - 65 jaar
85+
75 - 85 jaar
65 - 75 jaar
55 - 65 jaar
0
huurders corporatie
Figuur 31. De leeftijdsopbouw in de koop- en de huursector in 2022 en 2030 in MiddenLimburg Bron: LC-model In.Fact.Research
beeld voor nadere analyses. In figuur 32 is te zien dat er veel buurten/gebieden zijn waar deze drie voorzieningen niet binnen een loopafstand van 500 meter bereikbaar zijn. Dit maakt dat vervoer een belangrijk thema is, om de bereikbaarheid van essentiële voorzieningen te borgen. Voor de verschillende zorggroepen zijn verschillende voorzieningen van verschillend belang. Het is van belang hier bij
In 2024 zijn de gemeente en corporaties voornemens om een nieuw woningmarktonderzoek uit te voeren, waarin onder andere nader zal worden
de beleidsvorming/locatiekeuze (van nieuwe woonzorgvormen en/of voorzieningen) oog voor te hebben.
ingegaan op de woonsituatie van ouderen en welke woonwensen zij hebben. JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 51
Figuur 32. De aanwezigheid van de ‘triple A’ voorzieningen binnen 500 meter loopafstand (Bron: Bron: Huisartsen-overzicht.nl, Ministerie van VWS, websites supermarkten, Kadaster, OpenStreetMap, bewerking Object Vision en In.Fact.Research)
Figuur 33. De loopafstand tot ov-haltes in Midden-Limburg (Bron: Open OV, Kadaster, OpenStreetMap, bewerking Object Vision en In.Fact.Research)
4.5.2 Veerkracht van gemeenschap
Bereikbaarheid
In de meeste gebieden hoeven de inwoners niet meer dan 400 meter te lopen alvorens bij een ov-halte aan te komen. In enkele gebieden is dit echter meer dan 800 meter, zoals in de kernen Buggenum in gemeente Leudal en Melick in gemeente Roerdalen (figuur 33.). En dan moet er maar net een bus in de juiste richting vertrekken. Maatwerk in het openbaar vervoer lijkt dan
In het landelijke onderzoek ‘Veerkracht in het corporatiebezit’, uitgevoerd in opdracht van de vereniging van woningcorporaties Aedes, is aangetoond dat er in Nederland sprake is van een trend naar hogere concentraties van kwetsbare inwoners. Deze concentraties vinden vooral plaats in buurten met veel corporatiebezit.
ook cruciaal.
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 52
In deze buurten gaat de toenemende concentratie kwetsbare inwoners vaak samen met een toenemende overlast en onveiligheid. Te grote concentraties van kwetsbare inwoners moeten derhalve voorkomen worden. Mensen kunnen om allerlei redenen kwetsbaar zijn. In het Veerkrachtonderzoek zijn de volgende groepen samengenomen: •
Mensen die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering;
•
Mensen met een herkomst uit een van de vluchtelingenlanden;
•
Mensen met een licht verstandelijk beperking;
•
Mensen met een psychiatrische aandoening;
•
Mensen met meervoudige, chronische somatische aandoeningen en mobiliteitsbeperkingen.
In figuur 34 staat het aandeel kwetsbare inwoners weergegeven op laag schaalniveau in Midden-Limburg. Met name in Roermond en Weert zijn er gebieden met een hoge concentratie van ‘kwetsbare inwoners’. Niet zelden is in deze gebieden de concentratie van kwetsbare inwoners in de afgelopen jaren verder toegenomen. Deze gebieden kunnen mogelijk worden ontzien waar het gaat om woningtoewijzingen aan kwetsbare groepen en het realiseren van nieuwe specifieke woonvormen. Dat betekent dat er bijvoorbeeld voor het faciliteren van de uitstroom beschermd wonen en maatschappelijke opvang in andere wijken en buurten ruimte moet worden gevonden. Ook gemeenschapsvorming, ontmoetingsplekken en de inrichting van de openbare ruimte zijn daarbij van belang. Figuur 34. Het aandeel kwetsbare inwoners in Midden-Limburg (Bron: CBS Microdata, In.Fact.Research)
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 53
4.5.3 Mogelijkheden voor mantelzorg In navolging van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) brengen we in deze woonzorganalyse de mogelijkheden voor informele zorg in beeld aan de hand van de Oldest Old Support Ratio (OOSR).1 Simpel gezegd gaat het hier om de verhouding tussen het aantal 50 tot 75-jarigen en het aantal 85plussers. Vanuit de eerste leeftijdsgroep wordt vaak mantelzorg geboden, de tweede groep ontvangt deze veelal. Landelijk ligt de OOSR op 13,7, hetgeen betekent dat er tegenover elke 85-plusser 13,7 50 tot 75-jarigen staan. In Midden-Limburg ligt de OOSR iets lager, rond de 13,2. Dit betekent dat kijkend naar de leeftijdsverdeling er op dit moment, uitgaande van de OOSR minder mogelijkheden zijn voor mantelzorg, dan elders in het land. De OOSR is een heldere doch eenvoudige benadering van de werkelijkheid. Een iets genuanceerder beeld ontstaat als de benadering meer leeftijdsspecifiek wordt gemaakt. Uit onderzoek is bekend dat: •
15% van de inwoners in de leeftijdsklasse van 75 tot 80 jaar mantelzorg ontvangt;
•
21% van de 80 tot 85-jarigen mantelzorg ontvangt;
•
24% van de 85-plussers mantelzorg ontvangt.
En voor de mantelzorgers geldt dat: •
9% van de 18 tot 50-jarigen mantelzorg verleend;
•
24% van de 50 tot 75-jarigen mantelzorg verleend;
•
19% van de 75-plussers mantelzorg verleend.
Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg
2023 6,5 6,5 6,2 6,8 6,3 7,3 6,3 6,6
2030 4,9 4,9 4,8 5,2 4,6 5,8 5,2 5,1
2040 3,7 3,5 3,6 3,9 3,4 4,6 4,2 3,9
Tabel 19. Ontwikkeling leeftijdsspecifieke OOSR in Midden-Limburg (Bron: CBS Microdata, In.Fact.Research)
Op basis van deze leeftijdsspecifieke OOSR is de verhouding tussen potentiële mantelzorgontvangers en potentiële mantelzorgverleners in Midden-Limburg 1 mantelzorgontvanger tot 6,6 mantelzorgverleners (tabel ). Deze verhouding loopt uiteen van 1 tot 6,2 in Maasgouw en 1 tot 7,3 in Roermond. Het is van belang om bij de OOSR te vermelden dat mantelzorg zeker niet altijd door buurtgenoten wordt geleverd. Vaak wordt deze geleverd door familieleden die soms tientallen kilometers verderop wonen. Ook voor de mantelzorg door familieleden geldt echter dat deze minder zal worden. Dat heeft alles te maken met de gezinsverdunning die begin jaren ’70 is ingezet. De ouderen van de toekomst hebben daardoor simpelweg minder kinderen die mantelzorg kunnen verlenen. Waar het gaat om de mantelzorg in de toekomst zijn er meer zaken waarmee rekening moet worden gehouden, zoals algemene maatschappelijke trends en nieuwe mogelijkheden van digitalisering/domotica.
1
Toekomstverkenning mantelzorg aan ouderen in 2040, Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, november 2019. JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 54
Het zal echter met zekerheid niet eenvoudiger worden om een beroep te
4.5.5 Leefbaarheid, en overlast en veiligheid
doen op mantelzorg. Wat dat betreft is vooral de trend die de OOSR laat zien
Voor zorggroepen als mensen met autisme en mensen met psychiatrische
van belang: de komende jaren zullen de mogelijkheden voor informele hulp
problematiek is het van belang dat men in een prikkelvrije omgeving woont.
en ondersteuning vanuit de netwerken in de buurten en kernen afnemen. In
Dat betekent in de praktijk vaak een omgeving met zo min mogelijk overlast.
2040 geldt dat er voor elke potentiële ontvanger van mantelzorg nog slechts
In de meeste gemeenten in Midden-Limburg is de leefbaarheid goed, blijkt op
3,9 potentiële mantelzorgers klaarstaan. In het beleid zal hier rekening mee
basis van de landelijke Leefbaarometer (zie www.leefbaarometer.nl). Alleen in
moeten worden gehouden, want deze trend kan gevolgen hebben voor de
delen van Roermond is de leefbaarheid zwak tot onvoldoende.
behoefte aan formele zorg en ondersteuning. Daarnaast is er op dit moment al sprake van overbelasting onder mantelzorgers in Midden-Limburg (GGD
Daarnaast geldt dat er lokaal verschillen zijn die maken dat de ene woon-
Limburg-Noord, Resultaten panelonderzoek Mantelzorg).
omgeving meer geschikt is dan de andere. Voor veel kwetsbare groepen is de afwezigheid van negatieve prikkels van belang. In figuur 35. zijn de scores op
4.5.4 Vergrijzing en arbeidsmarkt Als gevolg van de vergrijzing nemen de mogelijkheden voor informele hulp af. Tegelijkertijd neemt hierdoor de druk op de formele zorg toe, omdat de toename van het aantal ouderen veel omvangrijker is dan de toename van de beroepsbevolking. De beroepsbevolking wordt door het CBS afgebakend door
de dimensie ‘overlast en veiligheid’ weergegeven. Buurten die ten opzichte van het landelijke gemiddelde slechter scoren op deze dimensie liggen met name in Roermond, gevolgd door Weert. In en nabij deze gebieden is het zaak om voorzichtig te zijn met plannen van nieuwe woonzorgvormen voor zorggroepen die een prikkelvrije omgeving wensen.
de leeftijdsgrenzen van 15 en 75 jaar. Anno 2023 wonen er in MiddenLimburg circa 182.245 15 tot 75-jarigen. Volgens de Etil-prognose zal dit aantal in 2040 afnemen tot 164.955 inwoners, een afname van 17.290 inwoners. Daar staat tegenover dat het aantal 85-plussers met 7.205 inwoners zal toenemen. Op dit moment is de arbeidsmarkt voor de zorg krap. Ook geldt voor de zorg dat de krapte door de toenemende behoefte alleen maar groter zal worden. Dat heeft grote gevolgen voor het beleid. Er zal stevig moeten worden ingezet op innovatie. En bij de vraag of (woon)voorzieningen centraal of decentraal in kleinere kernen worden opgezet moet oog zijn voor de gevolgen voor het benodigde personeel.
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 55
Figuur 35. De score op de dimensie ‘overlast en veiligheid’ in Midden-Limburg t.o.v. het gemiddelde in Nederland (Bron: Leefbaarometer, In.Fact.Research)
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 56
5.
Conclusies
In dit hoofdstuk geven we bondig antwoord op de onderzoeksvragen op basis van de informatie in de voorgaande hoofdstukken.
Het doel van de woonzorganalyse was het in kaart brengen van de huisvestingsopgave voor kwetsbare doelgroepen met een zorg en/of ondersteuningsbehoefte in de regio Midden-Limburg. Daarvoor zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Hoofdvraag:
Wat is de huisvestingsopgave voor de doelgroepen op regionaal, gemeentelijk en wijk-/ kernniveau (CBS wijkindeling), voor heden, 2030 en 2040, en hoe verhoudt zich dit tot de bestaande voorraad aan passende woningen en woonvormen? Deelvragen:
1) Wat is de huidige omvang van de doelgroepen? 2) Wat is de verwachte ontwikkeling van de doelgroepen, als gevolg van de demografische ontwikkelingen, maatschappelijke trends of woonwensen en aangekondigde beleidsontwikkelingen tot 2040, zowel op regionaal, gemeentelijk, als wijk-/kernniveau? 3) Wat is het huidige aanbod aan woningen en woonvormen voor deze doelgroepen? 4) a) Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match tussen vraag en aanbod van passende woningen en woonvormen nu en op termijn b) en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om hierin te voorzien. De deelvragen 1 tot en met 4a hebben betrekking op de opgave waar de regio voor staat. In de volgende paragrafen geven we bondig antwoord op deze deelvragen. We bespreken per doelgroep: de omvang (1), de verwachte ontwikkeling (2), het huidige aanbod (3) en de opgaven (4a). Deelvraag 4b gaat over de benodigde maatregelen, gegeven de huisvestingsopgave die volgt uit de andere deelvragen. Hier gaan we middels onze aanbevelingen in hoofdstuk 0 uitgebreider op in. Het hoofdstuk ronden we af met een vertaling van de opgaven per doelgroep naar wat dit betekent voor de woonopgave. JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 57
5.1
(figuur 3). Voor een nadere toelichting op de gemeentelijke getallen verwijzen
Ouderen met een zorg of ondersteuningsvraag
In deze paragraaf gaan we in op de huisvestingsopgave voor de doelgroep
we naar de gemeentelijke factsheets.
ouderen. Het gaat daarbij om ouderen met een zorg/ondersteuningsvraag binnen en buiten de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarbij hebben we specifiek aandacht voor zelfstandig wonende inwoners met een psychogeriatrische of
Verwachte ontwikkeling
somatische zorgvraag.
ontwikkeling van de doelgroep ouderen met een zorg- of
In tabel 21 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten de ondersteuningsvraag in beeld gebracht.
Omvang
Psychogeria-
In tabel 20 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten de omvang van de doelgroep in beeld gebracht. Psychogeria-
Somatische
trische zorg
zorg
Echt-Susteren
510
Leudal
Somatische zorg
Verpleegzorg
2022 tm 2022 tm
2022 tm 2022 tm
2022 tm 2022 tm
2022 tm
2022 tm
2030
2040
2030
2040
2030
2040
2030
2040
trische zorg
Zorg op afroep
Verpleegzorg
Zorg op afroep Echt-Susteren
+120
+305
-95
-200
+145
+295
+130
+245
1.990
490
400
Leudal
+175
+430
-5
-25
+190
+385
+175
+360
550
1.830
550
445
Maasgouw
+80
+190
-85
-190
+100
+200
+90
+170
Maasgouw
400
1.380
375
340
Nederweert
+70
+170
-25
-50
+55
+105
+110
+205
Nederweert
260
860
160
285
Roerdalen
+95
+210
-55
-155
+105
+200
+105
+185
Roerdalen
340
1.290
295
300
Roermond
+210
+540
-195
-335
+230
+475
+225
+465
Roermond
780
4.270
710
645
Weert
+155
+375
-205
-380
+200
+360
+155
+330
Weert
760
3.100
745
585
Totaal
+925
+2.240
-655
-1.325
+1.025 +2.020
+990
+1.960
Totaal
3.580
14.710
3.325
3.000
Tabel 20. Het aantal ouderen met een zorg- of ondersteuningsvraag per gemeente naar subcategorie in 2022.
In zowel absolute, als in relatieve zin verschilt de opgave met betrekking tot het aantal ouderen met een zorg of ondersteuningsvraag tussen de gemeenten. Gemeenten die al verder vergrijst zijn, en in relatieve zin een grotere opgave hebben, zijn de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw en Roerdalen (figuur 3). In de gemeenten Nederweert, Roermond en Weert ligt de opgave relatief gezien op of net iets onder het regionaal gemiddelde
JB/24/0965/wzaml
Tabel 21. De ontwikkeling van het aantal ouderen met een zorg- of ondersteuningsvraag per gemeente naar subcategorie van 2022 tot 2027.
De groep ouderen met een zorg of ondersteuningsvraag neemt de komende jaren toe. Tot en met 2030 neemt in de regio de behoefte aan verpleegzorg en zorg op afroep met respectievelijk 31% en 33% toe. In alle gemeenten leidt dit tot forse opgaven. Naast de kwantitatieve ontwikkelingen zijn er ook verschillende kwalitatieve ontwikkelingen die impact hebben op de behoefte. We maken daarbij onderscheid tussen ontwikkelingen ten aanzien van de doelgroep, de maatschappij en beleid. Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 58
Doelgroep
Intramuraal
Extramuraal
Tijdelijk verblijf
Totaal
Echt-Susteren
324
66
-
390
Leudal
322
321
22
643
Maasgouw
181
167
-
348
Nederweert
98
265
-
363
Roerdalen
190
122
-
312
vaak al sprake van overbelasting. Met de dubbele vergrijzing voor de boeg zal
Roermond
593
375
-
968
de behoefte aan zowel formele, als informele zorg verder toenemen. Er wordt
Weert
505
437
66
1.008
Totaal
2.213
1.753
88
4.054
De behoefte van de doelgroep is divers. In de basis wil de doelgroep zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, bij voorkeur in de huidige woning. De verhuisbereid van de doelgroep is laag. Ook neemt het risico op vereenzaming toe. De behoefte aan ontmoeting en een zinvolle daginvulling zal hierdoor toenemen. Maatschappij Van mantelzorgers wordt vaak veel gevraagd en onder mantelzorger is er
reeds veel gevraagd van inwoners de vraag is hoe realistisch dit is/blijft.
Tabel 22. Het geïnventariseerde aanbod voor de doelgroep ouderen per gemeente naar
Beleid Het beleid van de rijksoverheid gaat uit van het bevriezen van de verpleeghuiscapaciteit. De toenemende behoefte aan verpleegzorg moet voornamelijk extramuraal worden opgevangen. De gemeenten hebben in hun lokale beleid aandacht voor de wijze waarop lang mogelijk zelfstandig thuis wonen mogelijk is, wordt er ingezet op het versterken van het sociaal domein, met als doel dat ondersteuning beschikbaar blijft voor degene die het echt nodig heeft.
subcategorie.
In elke gemeente is intramuraal en extramuraal aanbod beschikbaar voor de doelgroep ouderen met een zorg of ondersteuningsbehoefte. Tijdelijke verblijfsvoorzieningen zijn beperkt aanwezig. Ook hebben verschillende partijen aangegeven plannen te hebben voor uitbreiding van het voorzieningenaanbod. Voor een overzicht van de plannen verwijzen we naar bijlage 5.
Het huidige aanbod
In tabel 22 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten het
Disclaimer. Het geïnventariseerde aanbod is gebaseerd op een uitvraag onder zorgpartijen en corporaties in de regio. Het geeft een zo goed mogelijk beeld, maar is mogelijk niet volledig.
geïnventariseerde aanbod aan voorzieningen met verblijf weergegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen intramuraal aanbod, extramuraal aanbod en aanbod van tijdelijk verblijf.
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 59
De opgaven
maar dit vraagt om een nadere, meer lokale uitwerking. De regio moet er dus
Op basis van de uitgevoerde analyse en de input van en gevoerde gesprekken
minimaal van uitgaan dat er tot en met 20311.025 extra zorggeschikte
met stakeholders lijken er nog geen directe tekorten te zijn voor deze
plekken beschikbaar komen om aan de groeiende behoefte van verpleegzorg
doelgroep, al is het beschikbare aanbod mogelijk niet altijd passend en is er
tegemoet te komen.
behoefte aan meer logeermogelijkheden (tijdelijk verblijf). Thuiszorg Woningen
De groep zelfstandig wonende ouderen met een psychogeriatrische
In toenemende mate ontstaat er behoefte aan passende (kleinschalige)
zorgvraag de groep zelfstandig wonende ouderen met een somatische
woonvormen die het gat vullen tussen thuis en het verpleeghuis. Daarbij
zorgvraag vallen niet onder de verpleegzorg. Deze groepen ontvangen
hoort ook een passende omgeving.
thuiszorg (veelal in de vorm van wijkverpleging, gefinancierd vanuit de Zvw).
De behoefte aan zorggeschikte woningen, waar verpleegzorg kan worden
Een deel van de groep zelfstandig wonende ouderen met psychogeriatrische
geboden groeit. Hier kan op verschillende manieren invulling aan worden
problematiek (dementie), woont mogelijk al geclusterd of heeft mogelijk een
gegeven. Het realiseren van zorggeschikte woningen is immers niet per
behoefte om (uit voorzorg) meer geclusterd te gaan wonen. De omvang van
definitie een bouwopgave, maar vraagt ook nadrukkelijk om het anders en
deze groep is lastig te duiden, maar wel is bekend dat de daadwerkelijke
slimmer inzetten van de huidige woningvoorraad.
verhuisbereid van deze doelgroep laag is. Deze groep neemt van 2022 tot en met 2027 met circa 600 mensen toe en zal de jaren daarna naar verwachting
Verpleegzorg
verder toenemen. Hiermee zal de druk op lokale formele en informele
Meer cijfermatig komt het er op neer dat de behoefte aan verpleegzorg in de
ondersteuningstructeren verder toenemen.
regio de komende jaren (van 2022 tot en met 2031) toeneemt met +1.025 personen. Voor deze groep moet een passende oplossing worden gevonden.
Het aantal zelfstandig wonende inwoners met een somatische problematiek
Er van uitgaande dat de verpleeghuiscapaciteit bevroren blijft, zal deze groep
neemt de komende jaren naar verwachting af. Voor deze groep geldt dat zij
voornamelijk zelfstandig blijven wonen, conform het principe van scheiden
vaak beperkingen ervaren op het vlak van mobiliteit, zowel binnen- als
van wonen en zorg, waarbij de benodigde zorg middels een Volledig Pakket
buitenshuis. Dit stelt voorwaarden aan de kenmerken van de woning. Vaak is
Thuis wordt geleverd.
een nul-tredenwoning gewenst. Inzicht in de huidige woonsituatie van deze doelgroep, zodat bepaald kan worden hoe groot de groep is die daadwerkelijk
Het gaat hierbij dus om een groeiende vraag naar extramuraal aanbod,
in een niet-aangepaste woning woont, maar daar wel behoefte aan heeft is
waarbij VPT zowel geclusterd, als individueel kan worden aangeboden. Het
wenselijk.
huidige extramurale aanbod in de gemeenten kan hier al deels in voorzien, JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 60
Zorg op afroep
•
Bovenstaande geldt ook voor de groep zelfstandig inwoners met
Voor de groep ouderen die gebruik maakt van zorg op afroep geldt in de
somatische problematiek. De omvang van de groep die reeds in een
basis hetzelfde als voor de zelfstandig wonende ouderen met dementie en/of
aangepast woning woont is bepalend voor de daadwerkelijke opgave om
somatische problematiek. Een deel van deze groep woont mogelijk al
voldoende aangepaste woningen te realiseren.
geclusterd of heeft mogelijk een behoefte om (uit voorzorg) meer geclusterd
•
zelfstandig blijven wonen. Het is belangrijk dat gemeenten en haar
te gaan wonen. Voor deze groep is het belangrijk dat aan de
partners lokaal in beeld brengen in hoeverre de huidige zorg- en
randvoorwaarden voor bereik- en oproepbaarheid kan worden voldaan. Met
ondersteuningsstructuren hier op in kunnen spelen. Het gaat daarbij niet
andere woorden, in het geval dat er ongeplande zorg nodig is, kan de inwoner
alleen om voldoende woningen, maar ook om formele en informele zorg,
dat tijdig melden en kan daar ook tijdig op worden gehandeld. In meer
de mogelijkheden voor welzijnsactiviteiten en ontmoeting, de
uitgestrekte gebieden, waar afstanden groot zijn, kan dit naar de toekomst
woonomgeving en de manier waarop invulling wordt gegeven aan
toe voor uitdagingen zorgen. Aandachtspunten voor lokale- en regionale visie
Ten aanzien van de geconstateerde opgaven is het belangrijk dat: •
Gemeenten de groeiende behoefte aan verpleegzorg in hun eigen gemeente afzetten tegen het huidige intramurale, maar vooral extramurale aanbod om te bepalen hoe de groeiende behoefte het best kan worden ingevuld. Hierbij wordt geadviseerd om dit in nauwe samenspraak met lokaal betrokken zorgaanbieders en woningcorporaties verder uit te werken.
•
Gemeenten samen met partijen gaan onderzoeken hoe in hun gemeenten voldaan kan worden aan de randvoorwaarden voor zorg op afroep. Daarbij is het belangrijk om in beeld te brengen hoe groot de groep ouderen is die al geclusterd woont of bereid is om te verhuizen
Tot slot, de komende jaren zal de groep ouderen in toenemende mate
preventie en vroegsignalering.
5.2
Inwoners met een beperking
In deze paragraaf gaan we in op de huisvestingsopgave voor de doelgroep inwoners met een beperking. Het gaat daarbij om inwoners met een zorg/ondersteuningsvraag binnen en buiten de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarbij hebben we specifiek aandacht voor zelfstandig wonende inwoners met een licht verstandelijke beperking (LVB) of matig tot ernstige verstandelijke beperking (MEVB). Omvang
In tabel 23 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten de omvang van de doelgroep in beeld gebracht.
naar een geclusterde woonvorm. Dit geeft een nadere onderbouwing voor de daadwerkelijke, lokale ontwikkelopgave. Dit kan mogelijk mee worden genomen in het bredere woningbehoefte-onderzoek dat in de regio zal gaan plaatsvinden.
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 61
LVB (2022)
MEVB (2022)
VG-indicatie (Wlz) (2022)
Echt-Susteren
1.100
80
415
Leudal
560
40
235
Maasgouw
440
50
680
Verwachte ontwikkeling
In tabel 24 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten de ontwikkeling van de doelgroep van mensen met een verstandelijke beperking in beeld gebracht. LVB
MEVB
2022 tm
2022 tm
2022 tm
2022 tm
2030
2040
2030
2040
Echt-Susteren
0
-50
0
-5
Leudal
10
-10
0
-10
Maasgouw
0
-25
0
-5
Nederweert
-20
-40
-5
-5
Roerdalen
-15
-50
+5
0
Roermond
+135
+365
+10
20
In zowel absolute, als in relatieve zin verschilt het aantal inwoners met een
Weert
+50
+70
+5
-5
beperking per gemeente. In de gemeente Roermond wonen relatief gezien veel inwoners met een licht verstandelijke beperking, de andere gemeenten
Totaal
+150
+150
+15
-10
Nederweert
330
30
145
Roerdalen
630
30
120
Roermond
5.450
220
330
Weert
2.190
110
280
Totaal
10.700
560
2.205
Tabel 23. Het aantal inwoners met een verstandelijke beperking per gemeente naar subcategorie in 2022.
zitten op of onder het regionaal. Verder valt op dat er enkele gemeenten zijn waar veel inwoners met een VG-indicatie verblijven (tabel 9). Dit komt door de
Tabel 24. De ontwikkeling van het aantal inwoners met een verstandelijke beperking per gemeente naar subcategorie.
aanwezigheid van de specifieke verblijfsvoorzieningen in desbetreffende gemeenten. Het gaat daarbij primair om de gemeente Maasgouw, maar ook
De groep inwoners met een licht verstandelijke beperking zal tot en met 2030
in de gemeenten Echt- Susteren zijn relatief gezien veel verblijfsvoorzieningen
licht toenemen (+1,5%). Het aantal inwoners met een matige of ernstige
voor deze doelgroep. Voor een nadere toelichting op de gemeentelijke getallen verwijzen we naar de gemeentelijke factsheets.
verstandelijke beperking zal de komende jaren vrij stabiel blijven.
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 62
Naast de kwantitatieve ontwikkelingen zijn er ook verschillende kwalitatieve ontwikkelingen die impact hebben op de behoefte. We maken daarbij onderscheid tussen ontwikkelingen ten aanzien van de doelgroep, de maatschappij en beleid. Doelgroep Ook de doelgroep van mensen met een beperking heeft te maken met vergrijzing. Hierdoor neemt de behoefte aan verpleging en verzorging voor mensen met een beperking toe. Maatschappij Net als bij de ouderen is mantelzorg een belangrijk aandachtspunt. Mantelzorgers zijn steeds vaker overbelast. Daarnaast vraagt de behoefte van deze doelgroep om een inclusieve samenleving, waarbinnen ook mensen met een beperking actief deel kunnen nemen. Normalisering is daarbij een belangrijk uitgangspunt.
Intramuraal
Extramuraal
Overig
Eindtotaal
Echt-Susteren
330
4
21
355
Leudal
52
16
70
138
Maasgouw
733
733
Nederweert
76
76
Roerdalen
41
32
73
Roermond
110
71
181
Weert
61
2
92
155
Totaal
1.327
22
362
1.711
Tabel 25. Het geïnventariseerde aanbod voor de doelgroep inwoners met een verstandelijke beperking per gemeente naar subcategorie.
In alle gemeenten zijn verblijfsvoorzieningen voor inwoners met een verstandelijke beperking. In de gemeente Maasgouw en Echt-Susteren zijn
Beleid De toekomstagenda gehandicaptenzorg vraagt aandacht voor de doelgroep met een complexe zorgvraag en de doelgroep met een licht verstandelijke beperking. Om aan te sluiten bij de behoeften van deze groepen wordt ingezet op de thema’s: vakmanschap en arbeidsmarkt, cliëntondersteuning en innovatie en technologie.
relatief veel voorzieningen. Ook hebben verschillende partijen aangegeven plannen te hebben voor uitbreiding van het voorzieningenaanbod. Voor een overzicht van de plannen verwijzen we naar bijlage x. Disclaimer. Het geïnventariseerde aanbod is gebaseerd op een uitvraag onder zorgpartijen en corporaties in de regio. Het geeft een zo goed mogelijk beeld, maar is mogelijk niet volledig.
Het huidige aanbod
De opgaven
In tabel 25 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten het
Op basis van demografische ontwikkelingen lijken de kwantitatieve opgaven
geïnventariseerde aanbod weergegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt
voor deze doelgroep van inwoners met een beperking de komende jaren
tussen intramuraal aanbod, extramuraal aanbod en tijdelijk verblijf.
beperkt. De doelgroep met een matige tot ernstige verstandelijke beperking blijft de komende jaren naar verwachting redelijk stabiel. Wel wordt door
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 63
zorgorganisaties aangegeven dat er binnen deze doelgroep behoefte is aan
5.3
meer kleinschalige woonvormen. Dit vraagt mogelijk om aanpassingen van
In deze paragraaf gaan we in op de huisvestingsopgave voor de doelgroep
het huidige voorzieningenaanbod. Daarbij kan ook overwogen worden om te
inwoners met psychiatrische problematiek. Het gaat daarbij om inwoners met
kijken naar een meer evenredige spreiding van verblijfsvoorzieningen voor deze doelgroep over de regio. Verder wordt er gesproken over tekorten aan
een zorg/ondersteuningsvraag binnen zowel de Wmo, als de Wlz. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor zelfstandig wonende inwoners met
woon- en zorgvoorzieningen voor de kinderen en jongvolwassenen met een
psychiatrische problematiek (PSY).
complexe hulpvraag, binnen de doelgroep van mensen met een
Inwoners met psychiatrische problematiek
verstandelijke beperking.
Omvang
Voor de zelfstandig wonende doelgroep met een licht verstandelijke
van de groep inwoners met psychiatrische problematiek in beeld gebracht en
In tabel 26 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten de omvang
beperking geldt dat ook hier geen specifieke huisvestingsopgave ligt. Hoewel
in hoeverre zij gebruik maken van/een indicatie hebben voor MWO, BW en
de groep de komende jaren licht groeit, gaat het hier om een doelgroep die in
GGZ-Wonen.
de basis prima zelfstandig kan wonen, zonder enige vorm van zorg of
PSY (2022)
MO (2022)
ondersteuning. Wel is het belangrijk om te beseffen dat het een risicogroep betreft die bij ingrijpende gebeurtenissen zoals het verlies van baan of het
(Wlz) (2022)
380
9
1
30
Leudal
350
16
20
55
Maasgouw
240
7
3
45
Nederweert
180
4
0
15
Roerdalen
220
13
0
10
gehandicaptenzorg ten aanzien van de doorontwikkeling van het huidige
Roermond
1.030
52
49
120
voorzieningenaanbod voor deze doelgroep. Indien de beweging naar
Weert
700
33
65
100
Totaal
3.100
134
138
375
in staat is om deze problemen zelfstandig op te lossen. Aandachtspunten voor lokale- en regionale visie
Ten aanzien van de geconstateerde opgaven is het belangrijk dat: De gemeenten regionaal blijven afstemmen met zorgaanbieders in de
meer kleinschalige verblijfsvoorzieningen wordt doorgezet is het belangrijk dat in de regio afstemming plaatsvindt, om te kijken hoe meer evenredige spreiding van verblijfsvoorzieningen kan worden gerealiseerd. •
GGZ-Wonen
(2022) Echt-Susteren
verbreken van een relatie, sneller in de problemen komt en in mindere mate
•
BW (Wmo)
Gemeente in hun lokale beleid en voorzieningenaanbod oog hebben voor
Tabel 26. Het aantal inwoners met psychiatrische problematiek per gemeente naar subcategorie in 2022.
inwoners met een licht verstandelijke beperking. Zoals aangegeven betreft het een forse risicogroep, wat het belang van preventie en vroegsignalering vergroot. JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 64
Voor de groepen MO, BW en GGZ-Wonen moet worden benadruk dat het
PSY
hier gaat om mensen een indictie voor één van deze zorgvormen, die in desbetreffende gemeente verbleven. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat
2022 tm 2030
2022 tm 2040
Echt-Susteren
-5
-20
Leudal
-10
-35
Maasgouw
-5
-20
gemeenten Roermond en Weert wonen relatief gezien veel inwoners met
Nederweert
0
-5
psychiatrische problematiek, de andere gemeenten zitten juist onder het regionaal gemiddelde. In Roermond en Weert zitten daarom ook de meeste
Roerdalen
-15
-30
Roermond
+40
+50
Weert
+15
+10
Totaal
+10
-60
deze mensen ook daadwerkelijk uit desbetreffende gemeente komen. In zowel absolute, als in relatieve zin verschilt het aantal inwoners per gemeente dat te maken heeft met psychiatrische problematiek. In de
verblijfsvoorzieningen voor deze doelgroep. Ook in de gemeente Leudal en Maasgouw zitten verhoudingsgewijs veel verblijfsvoorzieningen voor deze doelgroep, met name voor de groep met een GGZ-Wonen indicatie vanuit de Wlz.
Tabel 27. De ontwikkeling van het aantal inwoners met psychiatrische problematiek per gemeente.
Voor een nadere toelichting op de gemeentelijke getallen verwijzen we naar de gemeentelijke factsheets.
Naast de kwantitatieve ontwikkelingen zijn er ook verschillende kwalitatieve
Verwachte ontwikkeling
psychiatrische problematiek. We maken daarbij onderscheid tussen
In tabel 27 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten de
ontwikkelingen die impact hebben op de behoefte van inwoners met ontwikkelingen ten aanzien van de doelgroep, de maatschappij en beleid.
ontwikkeling van de doelgroep in beeld gebracht. De groep inwoners met psychiatrische problematiek zal tot en met 2030 licht toenemen (+0,3%).
Doelgroep
Richting 2040 zal de groep regionaal gezien afnemen. Daarbij moet worden
Voor een deel van de doelgroep geldt dat zij het liefst zo lang mogelijk thuis
opgemerkt dat de ontwikkeling van de groep per gemeente wezenlijk kan
ondersteund worden of zo snel mogelijk weer zelfstandig kunnen wonen (na
verschillen. In Roermond en Weert wordt richting 2040 namelijk wel degelijk
verblijf in een instelling).
een toename van de groep verwacht. Maatschappij Mede ingegeven door persoonlijke behoeften, maar ook gestimuleerd vanuit het overheidsbeleid, landt deze doelgroep steeds vaker in wijken waar de
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 65
veerkracht onder druk staat. Dit kan verdere impact hebben op de
Roermond, maar ook in de gemeente Leudal, Maasgouw en Weert zijn diverse
leefbaarheid.
verblijfsvoorzieningen voor de doelgroep. Ook hebben verschillende partijen aangegeven plannen te hebben voor uitbreiding van het voorzieningen-
Beleid
aanbod. Voor een overzicht van de plannen verwijzen we naar bijlage 5.
Het beleid voor deze doelgroep kenmerkt zich door extramuralisering en ambulantisering van zorg en ondersteuning. Zo lang en zo snel mogelijk thuis,
Disclaimer. Het geïnventariseerde aanbod is gebaseerd op een uitvraag onder zorgpartijen en corporaties
en zo kort mogelijk intramuraal. Voor inwoners die dakloos raken wordt
in de regio. Het geeft een zo goed mogelijk beeld, maar is mogelijk niet volledig.
landelijk veel ingezet op het principe van Housing First.
De opgaven
Op basis van demografische ontwikkelingen lijken de kwantitatieve opgaven
Het huidige aanbod
voor deze doelgroep de komende jaren beperkt. De doelgroep met
In tabel 28 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten het
psychiatrische problematiek blijft naar verwachting de komende jaren stabiel.
geïnventariseerde aanbod weergegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt
Wel zijn er andere factoren die van invloed kunnen zijn op de behoefte aan
tussen voorzieningen voor de GGZ, Beschermd Wonen en de
voorzieningen. Zo kunnen er zich bijvoorbeeld economische omstandigheden
Maatschappelijke Opvang. GGZ
BW
Echt-Susteren Leudal
13
Maasgouw
35
MO
Eindtotaal
3
3
28
41 35
van invloed zijn op het aantal mensen wat dak- of thuisloos geraakt. De monitoring van deze doelgroep is daarom van groot belang. Voor verschillende doelgroepen, waaronder inwoners met psychiatrische problematiek en inwoners met een beperking is door partijen de behoefte
Nederweert
3
3
Roerdalen
3
3
121
39
160
Daarbij is het belangrijk om ook de (directe) woonomgeving mee te nemen en
Roermond
uitgesproken om vooral te zoeken naar meer kleinschalige woonoplossingen.
Weert
2
45
11
58
te kijken naar thema’s als toegankelijkheid van de buitenruimte,
Totaal
50
194
59
303
bereikbaarheid van voorzieningen en de veerkracht van de wijk. Belangrijke
Tabel 28. Het geïnventariseerde aanbod voor de doelgroep inwoners met psychiatrische problematiek per gemeente naar subcategorie.
Wat opvalt is dat de verblijfsvoorzieningen voor deze doelgroep onevenredig
aandachtspunten die daarbij genoemd worden zijn: voldoende voorzieningen voor doelgroepen met een complexe hulpvraag, en de acceptatie van de doelgroep door de omgeving.
zijn gespreid over de regio. Het zwaartepunt van de voorzieningen ligt in
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 66
Daarnaast is het Matchingspunt, een domeinoverstijgende samenwerking
Omvang
voor de huisvesting van kwetsbare burgers, verschillende keren genoemd als
In tabel 29 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten de omvang
een stap in de goede richting voor deze doelgroep.
van de doelgroep in beeld gebracht.
Aandachtspunten voor lokale- en regionale visie
De gemeenten regionaal afstemming organiseren op het vlak van de
(2022)
510
770
60
Leudal
590
840
70
Maasgouw
360
480
30
MO naar zelfstandig wonen. Dit kan echter niet los worden gezien van de
Nederweert
310
400
20
huidige verdeling van verblijfsvoorzieningen voor deze doelgroep over de
Roerdalen
340
445
40
Gemeenten samen met partners hun lokale zorg- en
Roermond
1.110
1.435
12
ondersteuningsstructuren zodanig inrichten dat ook inwoners met
Weert
900
1.150
75
Totaal
4.120
5.520
420
komen tot regionale fair-share afspraken. In relatie tot de doelgroep inwoners met psychiatrische problemen heeft dit punt voornamelijk betrekking op de mensen die uitstromen vanuit een instelling voor BW of
regio.
psychiatrische problematiek zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit betekent oog voor preventie en vroegsignalering, maar ook om het zodanig organiseren van ambulante ondersteuning dat ook complexere en intensievere begeleiding in de thuissituatie kan worden geboden (zoals ook landelijk wordt beoogd met de beweging van ‘Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis’).
5.4
Jeugdzorg verblijf
(2022)
Echt-Susteren
huisvesting van aandachtsgroepen en om in het verlengde hiervan te
•
Totaal Jeugdzorg
(2022)
Ten aanzien van de geconstateerde opgaven is het belangrijk dat: •
Inwoners met jeugdproblematiek
Jeugd met een zorg- of ondersteuningsbehoefte
In deze paragraaf gaan we in op de huisvestingsopgave voor de doelgroep Jeugd met een zorg- of ondersteuningsbehoefte. Het gaat daarbij primair inwoners met een zorg/ondersteuningsvraag die vanuit de Jeugdwet wordt bekostigd. Daarbij maken we onderscheid tussen het totaal aantal jeugdigen
Tabel 29. Het aantal kwetsbare jeugdigen per gemeente naar subcategorie in 2022.
In zowel absolute, als in relatieve zin verschilt het aantal jeugdigen per gemeente dat gebruik maakt van Jeugdzorg. De verschillen per gemeente zijn echter relatief klein. Gemiddeld maakt 11% van de Jeugdigen in de regio gebruik van een vorm van Jeugdzorg, voor alle gemeenten ligt het percentage tussen de 10 en 12%. Voor Jeugdzorg met Verblijf zijn de verschillen groter. Net als voor andere doelgroepen geldt dat er voor jeugd met een zorg of ondersteunigsbehoefte in bepaalde gemeenten meer verblijfsvoorzieningen zijn dan in andere gemeenten. In de gemeente Echt-Susteren, Leudal, Roerdalen en Roermond zijn, afgezet tegen het regionaal gemiddelde relatief
in de Jeugdzorg en het aantal jeugdigen met Jeugdzorg met verblijf. JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 67
veel voorzieningen voor deze doelgroep. Voor een nadere toelichting op de
ontgroening sterker speelt, zal de groep richting 2040 naar verwachting
gemeentelijke getallen verwijzen we naar de gemeentelijke factsheets.
afnemen. Dit is het geval in de gemeenten Echt-Susteren en Roerdalen. In de overige gemeente wordt richting 2040 een groei verwacht.
Verwachte ontwikkeling
In tabel 30 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten de
Naast de kwantitatieve ontwikkelingen zijn er ook verschillende kwalitatieve
ontwikkeling van de doelgroep jeugd met een zorg- en
ontwikkelingen die impact hebben op de behoefte. We maken daarbij
ondersteuningsbehoefte in beeld gebracht. Dit doen we op basis van de
onderscheid tussen ontwikkelingen ten aanzien van de doelgroep, de
verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners dat te maken krijgt met
maatschappij en beleid.
Jeugdproblematiek
Doelgroep
Jeugdproblematiek
2022 tm 2030
Voor de doelgroep geldt dat zij het meest gebaat zijn bij een stabiele, zo
2022 tm 2040
normaal mogelijk woon- en leefomgeving. Plaatsing in een verblijfsvoorziening
Echt-Susteren
-10
-20
moet zoveel mogelijk worden voorkomen en slechts in beperkte gevallen
Leudal
-20
+25
worden ingezet. Daarnaast is de stap om zelfstandig te gaan wonen vaak (te)
Maasgouw
0
+10
Nederweert
10
+40
Roerdalen
-5
-15
Roermond
+20
+40
De afgelopen jaren is de vraag naar Jeugdzorg fors toegenomen.
Weert
+20
+70
Maatschappelijke trends als individualisering en digitalisering spelen hierbij
Totaal
+10
+150
Tabel 30. De ontwikkeling van het aantal inwoners met jeugdproblematiek per gemeente
Hoewel de regio de komende jaren ‘ontgroent’ de regio, neemt het aantal inwoners met jeugdproblematiek toe. Tot en met 2030 is er sprake van een lichte groei, die doorzet richting 2040. Per gemeente zijn er wel verschillen
groot voor deze jongeren. Daarvoor hebben ze behoefte aan doorstroomvoorzieningen waar zij de benodigde woonvaardigheden kunnen ontwikkelen, en aan betaalbare woningen. Maatschappij
een rol. Eenzaamheid onder jongeren komt in toenemende mate voor. Beleid In het landelijk beleid wordt in gezet op passende zorg voor kwetsbare jeugdigen (specialistische en gedwongen jeugdhulp), veerkracht van jeugdigen en gezinnen, minder marktwerking, meer samenwerking en het verbeteren
zichtbaar ten aanzien van de verwachte ontwikkeling. In sommige, waar JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 68
van kwaliteit en effectiviteit. Ook het beleid van de gemeenten richt zich sterk
Disclaimer. Het geïnventariseerde aanbod is gebaseerd op een uitvraag onder zorgpartijen en corporaties
op preventie, voorkomen van zwaardere problematiek, en normalisering.
in de regio. Het geeft een zo goed mogelijk beeld, maar is mogelijk niet volledig.
De opgaven
Het huidige aanbod
Op basis van demografische ontwikkelingen lijken de kwantitatieve opgaven
In tabel 31 hebben we voor de regio en de individuele gemeenten het
voor deze doelgroep de komende jaren beperkt. In de praktijk zien partijen
geïnventariseerde aanbod weergegeven. Daarbij is onderscheid gemaakt
echter al jaren een beweging die haaks staat op de demografische
tussen intramuraal aanbod, extramuraal aanbod en tijdelijk verblijf. Intramuraal Echt-Susteren Leudal
13
Maasgouw
35
Extramuraal
Tijdelijk
Eindtotaal
12
12
7
23 1
ontwikkelingen. Het beroep op de Jeugdzorg is de afgelopen jaren voornamelijk toegenomen. Dit betekent dat er andere factoren zijn die een grotere invloed hebben op het gebruik van de Jeugdzorg, dan alleen de omvang en ontwikkeling van de groep Jeugdigen. De monitoring van deze doelgroep is daarom van groot belang.
18
Vanuit verschillende partijen zijn signalen afgegeven over tekorten (aan
Nederweert
kleinschalige woonvormen) voor deze doelgroep, en dan met name voor de
Roerdalen
meer complexe casuïstiek. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een tekort
Roermond
4
Weert
2
Totaal
50
4
aan (betaalbare) doorstroommogelijkheden waardoor er ook elders tekorten ontstaan en het systeem dichtslibt.
16
1
57
Wel is het Matchingspunt, een domein-overstijgende samenwerking voor de
Tabel 31. Het geïnventariseerde aanbod voor de doelgroep kwetsbare jeugdigen per gemeente
huisvesting van kwetsbare burgers, verschillende keren genoemd als een stap
naar subcategorie.
in de goede richting voor deze doelgroep. Dit is specifiek van toepassing op de Jeugdigen die jaarlijks uitstromen vanuit de Jeugdzorg (met verblijf) en
Het geïnventariseerde aanbod voor kwetsbare Jeugdigen is maar beperkt in
waarvoor een passende woonoplossing moet worden gevonden.
beeld gebracht. Hieraan kunnen dan ook geen conclusies worden verbonden. Ook hebben verschillende partijen aangegeven plannen te hebben voor
Aandachtspunten voor lokale- en regionale visie
uitbreiding van het voorzieningenaanbod. Voor een overzicht van de plannen
Ten aanzien van de geconstateerde opgaven is het belangrijk dat:
verwijzen we naar bijlage 5.
De gemeenten in samenspraak met de aanbieders van Jeugdzorg nader verkennen hoe het huidige aanbod aan verblijfsvoorzieningen voor deze
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 69
doelgroep is opgebouwd. De inventarisatie naar het aanbod wat als
gerealiseerd. Van die 290.000 ouderenwoningen zijn 170.000 woningen
onderdeel van deze woonzorganalyse is uitgevoerd, geeft een beperkt en
nultredenwoningen, 80.000 geclusterde woningen, en 40.000 zorggeschikte
onvolledig beeld van het huidige voorzieningenaanbod.
woningen. Belangrijk om te benoemen is dat het bij deze woonvormen gaat om de kenmerken van het gebouw of woning en niet om een definitie op
5.5
De woonopgave voor aandachtsgroepen
Een belangrijke reden om deze woonzorganalyse uit te voeren, was om meer zicht te krijgen op de woonopgave die de regio heeft voor de huisvesting van aandachtsgroepen, inclusief de ouderen. Vanuit de Wet versterking regie op de volkshuisvesting wordt van gemeenten verwacht dat zij de huisvestingopgave voor deze groepen in beeld brengen en actie ondernemen om deze opgave aan te pakken. Een veel gehoorde vraag hierbij is ‘wat moeten we waar en wanneer bouwen voor welke aandachtsgroep’. Het antwoord op deze vraag is echter lastig te geven, omdat naast een passende
basis van bewoners of de leveringsvorm van zorg om in de woning of woonvorm. De doorvertaling van deze landelijke cijfers naar de opgave per provincie en per gemeente heeft voor veel onrust gezorgd, ook omdat deze cijfers in de praktijk lang niet altijd werden herkend. Dit heeft ertoe geleid dat het Rijk mits goed onderbouwd, lokale regionale cijfers prefereert boven de landelijke, wat ruimte biedt voor regio’s om te komen tot een regio- specifieke mix van woonzorgarrangementen, waarin recht wordt gedaan aan de regionale omstandigheden en inzichten.
woning ook veel andere facetten meespelen.
Om de regio, als is het maar indicatief op weg te helpen met het bepalen van
Een belangrijk facet daarbij is dat de verschillende aandachtsgroepen in
woonopgave. Daarbij richten we ons naast ouderen ook op de overige
verschillende woonvormen passend kunnen wonen. Er is met andere woorden geen een op een relatie tussen een bepaalde groep en de benodigde woning. Daarnaast geldt dat het bij passend wonen naast woningkenmerken ook gaat om de locatie en woonomgeving. Het volledige arrangement moet passen (matchen). Dit maakt dat een traditionele ‘vraagaanbodanalyse’ met tekorten en overschotten geen betekenis heeft. Deze zou een verkeerd beeld geven van de voorliggende opgaven. Vandaar dat in dit
de regio-specifieke mix, geven we per aandachtsgroep meer inzicht in de aandachtsgroepen waar een zorg of ondersteunings-begeleidingsvraag speelt, zoals benoemd in de Wvrv1. Voor deze aandachtsgroepen is de woonopgave niet zozeer een bouwopgave, maar meer een verdeelopgave. Hoe verdelen we het jaarlijks vrijkomend aanbod aan (voornamelijk) sociale huurwoningen over de aandachtsgroepen. De parameters die we daarbij hanteren zijn geen vast gegeven, maar input
onderzoek is gekozen voor een meer genuanceerde blik op de problematiek.
voor het gesprek in de regio. Belangrijk is om de genoemde aantallen niet te
Hierbij is ook een link gelegd met de woningbouwopgave voor ouderen, zoals
maar over de aantallen. Dat gesprek kan een goede samenwerking op de
deze door het Rijk bij de gemeenten is neergelegd. Landelijk is gesteld dat er tot en met 2030 minstens 290.000 woningen voor ouderen worden 1
hard als inzet te presenteren, dan bestaat het gevaar dat het gesprek alleen langere termijn in de weg staan, terwijl juist dit gesprek essentieel is om passende huisvesting voor aandachtsgroepen te garanderen.
Dit betekent dat we in de tabel aandachtsgroepen als studenten, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en statushouders buiten beschouwing laten. JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 70
Aandachtsgroep
Ontwikkeling
Woonopgave1
Toelichting
groep tot en met 2030 Ouderen Behoefte aan verpleegzorg
770
Als vertrekpunt voor de regionale behoefte aan
Zorggeschikte woningen kunnen zowel in nieuwbouw, als
(zorggeschikt wonen)
zorggeschikte
zorggeschikte woningen gaan we in de regionale
in bestaande bouw worden gerealiseerd. Ook moet er
woningen
woonzorganalyse uit van de groep ouderen met een
daarbij aandacht zijn voor een goede verdeling over sociale
behoefte aan verpleegzorg. In de regio als geheel gaat het
huur, particuliere huur en koop, aansluitend bij de lokale
om 1.025 ouderen. De aanname daarbij is dat circa 25%
behoefte.
van deze ouderen in de thuissituatie kan blijven wonen en daar zorg en ondersteuning kan ontvangen (in de regio als
N.B. 6% van het huidige corporatiebezit is geclassificeerd
geheel gaat het om 256 ouderen). Het gaat dan met name
als verpleegzorggeschikt (BAT-score 4). Voor de invulling
om de groep met een lichtere zorgzwaarte.
van de woonopgave liggen daar mogelijkheden.
De overige ouderen hebben een behoefte aan een
Ook moet er aandacht zijn voor het feit de behoefte aan
zorggeschikte woning. In de regio gaat het om afgerond 770
verpleegzorg ook voor een deel in niet zorggeschikte
ouderen. Het realiseren van minimaal 770 zorggeschikte
woningen zal worden ingevuld. Dat is immers nu ook al het
woningen is daarmee een passende regionale opgave.
geval. Dit betekent dat er een groep ouderen zal zijn die verpleegzorg in een niet-geclusterde omgeving ontvangt.
Daarmee schatten we de regionale opgave aan zorggeschikte woningen lager in dan het rijk (+905 zorggeschikte woningen tot en met 2030).
Woningen die voldoen aan de in deze tabel genoemde woningtypen die in de periode 2022 tot en met medio 2024 reeds zijn gerealiseerd kunnen in principe in mindering worden gebracht op de geraamde woonopgave. 1
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 71
Aandachtsgroep
Ontwikkeling
Woonopgave1
Toelichting
groep tot en met 2030 Behoefte aan een
1.075 tot 1.435
Als vertrekpunt voor de regionale behoefte aan geclusterd
Geclusterde woningen vervullen een behoefte voor een
geclusterde woonvorm (al
geclusterde
woningen, gaan we in de regionale woonzorganalyse uit van
brede groep ouderen. Het gaat daarbij om ouderen met
dan niet met een lichte(re)
woningen
de groep ouderen waarbij geen sprake is van verpleegzorg.
een lichte(re) zorgvraag, maar ook ouderen zonder
De behoefte aan geclusterd wonen benaderen we als volgt:
zorgbehoefte die graag geclusterd wil wonen. Ook voor
zorgvraag)
• •
•
Van alle inwoners met een behoefte aan verpleegzorg
deze woningen geldt dat deze woningen zowel in
heeft 75% baat bij clustering (75% * 1.025 = 770)
nieuwbouw, als in bestaande bouw kunnen worden
20 – 40% van deze groep woont in een complex waar
gerealiseerd. Daarbij geldt dat idealiter (bij nieuwbouw)
verpleegzorg wordt geboden aan een homogene groep
ook de geclusterde woningen voor de meer vitale ouderen
bewoners (20 - 40% * 770 = 155 - 310)
zorggeschikt zijn, om te voorkomen dat de meer vitale
60 - 80% van deze groep woont in idealiter in een
ouderen (in het complex) moeten verhuizen op het
gemend complex met vragers (intensieve
moment dat men behoefte krijgt aan meer intensieve zorg.
zorgbehoefte) en dragers (lichte tot geen zorgvraag) • •
(60 - 80% * 770 = 385)
Verder speelt mee dat het hier vooral een kwalitatieve
Gesteld wordt dat op elke 3 vragers, 7 dragers in een
woonvraag van ouderen betreft. Voor geclusterde
complex wonen.
woonvormen geldt dat gemeenten zelf de vrijheid moeten
Daarmee komt de totale behoefte aan geclusterde
hebben om te komen tot een verdeling van de
woningen uit op: 385 * 3/7 = 1.075 – 1.435 geclusterde
woonopgave over sociale huur, particuliere huur en koop,
woningen
aansluitend bij de lokale behoefte, zodat hier optimaal bij wordt aangesloten.
Het realiseren van 1.075 tot 1.435 geclusterde woningen tot en met 2030 is daarmee een passende regionale opgave. Zie hieronder de opgave uitgesplitst naar de individuele gemeenten. N.B. Hierbij gaat het om geclusterde woningen in complexen, waarin ook zorggeschikte woningen aanwezig zijn. JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 72
Aandachtsgroep
Ontwikkeling
Woonopgave1
Toelichting
groep tot en met 2030 Het Rijk gaat uit van een regionale behoefte aan 1.690 geclusterde woningen voor ouderen tot 2031. In deze raming komen we uit op 1.075 tot 1.435 geclusterde woningen, gekoppeld aan complexen waar ook zorggeschikte woningen zijn. Dit betekent dat er, uitgaande van de cijfers van het rijk nog een opgave voor geclusterde woningen voor ouderen overblijft. Feitelijk gaat het hier om regulier woningzoekenden. In het regionale woningmarktonderzoek van Midden-Limburg wordt aandacht besteed aan de omvang van de groep zonder een zorgvraag die geclusterd wil wonen en wordt nader geduid of het resterend aantal geclusterde woningen een reële opgave is, die aansluit bij de lokale vraag.
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 73
Aandachtsgroep
Ontwikkeling
Woonopgave1
Toelichting
groep tot en met 2030 Inwoners (65+) die
2.670 nul-
Als vertrekpunt voor de regionale behoefte aan geclusterd
In alle gemeenten staan veel aanpasbare gezinswoningen.
behoefte hebben aan een
tredenwoningen
woningen, gaan we in de regionale woonzorganalyse uit van
Echter is het niet zo dat iedereen die met mobiliteits-
de groep ouderen met somatische aandoeningen en
problemen te maken krijgt daarmee direct ‘passend’
mobiliteitsproblemen. Er zijn in Midden-Limburg ongeveer
woont. De woning moet mogelijk nog aangepast worden,
5.270 zelfstandig wonende personen die problemen
maar men kan ook besluiten te (willen) verhuizen. Deze
hebben met de mobiliteit binnenshuis. In Midden-Limburg
verhuiswens is (lang) niet altijd een noodzaak die
staan veel woningen die voor deze groep geschikt zijn:
voortkomt uit de ongeschiktheid van de huidige woning.
nultredenwoning
er zijn ongeveer 17.000 geschikte woningen (15% van
Andere elementen spelen vaak een belangrijke rol, zoals:
de voorraad);
kleiner willen wonen, nabij voorzieningen willen wonen,
•
er zijn circa 85.600 aanpasbare woningen (75%);
met andere buren willen wonen, meer
•
de overige 11% van de woningvoorraad in Midden-
veiligheid/geborgenheid etc.
•
Limburg is ongeschikt. Kortom: er zijn geen aanvullende inspanningen benodigd, Kijkend naar puur de fysieke kenmerken inzake de toe- en
anders dan:
doorgankelijkheid van de woningen1, is er dus geen sprake
•
goed nadenken hoe je (tijdige) aanpassingen in de
van tekorten (in bestaande voorraad liggen veel
voorraad stimuleert (bewustwording/voorlichting)
mogelijkheden, die in principe voldoende zijn om de
en/of via de Wmo financiert.
behoefte op te vangen).
•
mogelijk extra criteria in de nieuwbouw opnemen
Het Rijk gaat uit van een regionale behoefte aan 2.670
(maar dat kan de gewenste versnelling ook
nultredenwoningen tot 2031. Voor de regio lijkt dit een
bemoeilijken, dus het is wellicht verstandiger om geen
reële opgave, maar dit is niet per definitie een bouwopgave.
criteria, maar adviezen of richtlijnen op te nemen).
Dit komt omdat: •
er in de bestaande voorraad veel mogelijkheden liggen
Wel is het belangrijk bij te houden hoeveel
•
de nieuwbouw volgens het bouwbesluit vrijwel per
nultredenwoningen er worden gepland en gerealiseerd.
definitie aanpasbaar of nultredenwoning is.
1 Toe- en doorgankelijkheid: of de voordeur van de woning zonder traplopen kan worden bereikt en of primaire vertrekken (keuken, wc en woon-, slaap- en badkamer) bereikbaar zijn zonder traplopen.
JB/24/0965/wzaml
Woonzorganalyse regio Midden-Limburg | © bureau HHM 2024 | 74
Aandachtsgroep
Ontwikkeling
Woonopgave1
Toelichting
groep tot en met 2030 Voor wat betreft deze monitoring geldt dat in de In het regionale woningmarktonderzoek van Midden-
definities van het Rijk alle clusters van nul-
Limburg wordt aandacht besteed aan de omvang van de
tredenwoningen groter dan 12 én een
groep zonder een zorgvraag die in een nultredenwoning wil
ontmoetingsruimte (inpandig of binnen ongeveer 100
wonen (de wens/behoefte).
meter loopafstand) tot een geclusterde woonvorm worden gerekend.
Urgente groepen Mensen die uitstromen uit
60 – 90
Deze mensen vragen meestal een reguliere (sociale