CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Voorlopige jaarstukken 2025

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente LeudalBij agendapunt: Raadsvoorstel GR RUD/ODNML ontwerpbegroting 2027 inclusief meerjarenbegroting 2026-2030 en jaarstukken 202512.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2025 Jaarverslag en Jaarrekening GR RUD Limburg-Noord

Versie: concept 1.2

Inhoudsopgave Voorwoord

2

Samenvatting 2025

4

1 Inleiding

6

1.1 Algemeen 1.2 Voorschriften BBV 1.3 Bestuurlijke organisatie 1.4 Leeswijzer 1.5 Resultaat

6 6 6 6 7

2 Jaarverslag 2025

8

2.1 Programmaverantwoording

8

2.2 Wat hebben we bereikt? 2.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? 2.4 Wat heeft het gekost?

8 8 14

3 Paragrafen

15

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

15

3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen

17 19

3.4 Bedrijfsvoering

19

4 Jaarrekening 2025

24

4.1 Balans inclusief toelichting 4.2 Overzicht van baten en lasten inclusief toelichting 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten inclusief toelichting 4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen

24 33 35 36

Besluit tot vaststelling

44

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

45

Bijlage 1 SISA-Verantwoording

46

Bijlage 3 Bijdrage per deelnemer

49

Bijlage 4 Berekening kengetallen

52

Bijlage 5 Gerealiseerde baten en lasten per taakveld

54 2

Voorwoord Beste lezer, Begin 2025 had onze regio nog vijftien maanden de tijd om de netwerk-RUD om te bouwen naar een fysieke en robuuste omgevingsdienst. Velen hebben hier het afgelopen jaar hard voor samengewerkt. Nu ik dit voorwoord schrijf - begin februari 2026 - kijk ik met groot vertrouwen vooruit. Niet omdat alles per 1 april 2026 perfect is, maar omdat we dan een stevig fundament hebben gelegd en een heldere ontwikkelkoers naar 2030 hebben uitgezet. We hebben in 2025 een bedrijfsplan opgesteld dat unaniem door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. De Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML) gaat alle milieutaken voor haar deelnemers verrichten en niet alleen de wettelijk verplichte basistaken. Op 1 april 2026 zijn we hier als één van de enige van de 26 omgevingsdiensten in Nederland mee gestart. We hebben nu al veel gekwalificeerde medewerkers die deze taken met passie uitvoeren. We hebben bestuurders, gemeenteraden, colleges en Provinciale- en Gedeputeerde Staten die de schouders eronder zetten en die ook tijdens financieel moeilijke tijden besluiten hebben genomen die vragen om een investering. Samen doorlopen we een aanpak die zorgvuldigheid en snelheid combineert. De betrokkenheid is enorm. Meer dan 150 medewerkers van gemeenten, provincie en het coördinatieteam hebben meegewerkt aan het bedrijfsplan.

We bouwen samen met onze bestuurders en met de mensen die er straks gaan werken een moderne resultaat- en mensgerichte organisatie. Als we terugblikken, hoe groot is dan het contrast met het jaarverslag van 2024 waarin nog werd geschreven over bestuurlijke verdeeldheid en onzekerheid bij de medewerkers? En kijk dan naar vandaag: we hebben allemaal dezelfde stip op de horizon en er staat straks een organisatie waar onze regio trots op mag zijn. Een organisatie die zich gaat inzetten voor een gezond, veilig en duurzaam Noord- en Midden-Limburg. Tijdens deze bouwfase hielden we ook nog ‘de winkel open’. In dit jaarverslag leest u namelijk dat we ook gewoon uitvoering hebben gegeven aan het regionale uitvoeringsprogramma. Daarvoor wil ik met name de interim-directeuren Nini Bos en Anne Fleerakkers bedanken. Zij hebben tijdens de eerste helft van 2025 gezorgd voor sturing op het uitvoeringsprogramma. We hebben dan wel minder vergunningen verleend dan geraamd, maar dat is te verklaren door de rem die de stikstofproblematiek had en heeft op de vergunningverlening. Voor het toezicht is dan wel ‘maar’ 85 procent van de planning gerealiseerd, maar in historisch perspectief valt dat niet eens tegen.

2

Laat ik hier – en op vele andere plekken – de ambitie uitspreken dat dit het laatste jaar is dat we onze toezichtplanning niet volledig hebben gehaald. Dat past bij de ambitie van die resultaatgerichte organisatie die we worden in 2026. Wij willen een omgevingsdienst zijn die voorspelbaar is in kwaliteit, in resultaten en in financiën. Zo ervaart u ons als een echte partner. Samen, duurzaam en dichtbij. Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg: samen duurzaam dichtbij. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur,

Maurice Heijnen Kwartiermaker ODNML en directeur RUD-LN

3

Samenvatting 2025 Begin 2025 stond de regio Noord‑ en Midden‑Limburg voor een enorme uitdaging. De oude netwerk‑uitvoeringsdienst moest binnen vijftien maanden worden omgebouwd tot een nieuwe, fysieke en robuuste Omgevingsdienst. Het was een periode van hard (samen)werken. Al in het eerste kwartaal deelden we de overtuiging dat de toekomst beter kon. Dankzij onze medewerkers hadden we een fundament en een duidelijke visie waarop we konden bouwen; Zo duidelijk dat onze voorzitter Raymond Vlecken aan de bezorgde Staatssecretaris aangaf dat we als regio geen plan B nodig hebben. En zo was het ook. Het bedrijfsplan voor de nieuwe organisatie werd al in juni unaniem goedgekeurd door het Algemeen Bestuur. Naast één zienswijzen kregen we complimenten van onze deelnemers. Dit bedrijfsplan en het financiële meerjarenperspectief -dat ervoor zorgt dat we financieel voorspelbaar zijn- vormt nu de ruggengraat van onze organisatie.

Van plannen naar daden In januari 2025 begonnen we niet alleen met de fase van de transitie naar de fysieke organisatie, maar ook met de uitvoering van de RUD-taken. De eerste maanden stuurden de interim‑directeuren Nini Bos en Anne Fleerakkers de uitvoering aan. Met de aanstelling halverwege het jaar van Maurice Heijnen als kwartiermaker en directeur begon de ‘Inrichten‑fase’ van onze nieuwe organisatie: de Omgevingsdienst Noord‑ en Midden‑Limburg. In het najaar kozen we de Innovatoren in Venlo als nieuwe hoofdlocatie.

Resultaten die spreken Hoewel we minder vergunningen verleenden dan gepland – een gevolg van de stikstof‑problematiek – realiseerden we 85 % van uitvoeringsprogramma toezicht. 2025 werd financieel afgesloten met een positief jaarrekening resultaat van € 513.000.

Digitalisering en innovatie Een belangrijk hoofdstuk in ons verhaal is de digitalisering van het toezicht. Al dit jaar kozen we ervoor om onze toekomstige medewerkers samen te laten werken in het ODNML VTH‑systeem. Van vijftien werkprocessen maakten onze medewerkers er één. Zo zorgen we ervoor dat -wat er ook gebeurt bij de start van onze nieuwe organisatie- dat we vanaf dag één vergunningen kunnen verlenen, toezicht kunnen houden en waar nodig handhaven.

Mensen achter de cijfers Onze kracht zit in de mensen. In een krappe arbeidsmarkt wisten we voor onze start al ongeveer dertig nieuwe collega’s aan te trekken. We versterkten het coördinatiecentrum en vulden vacatures in om de continuïteit van de uitvoering te waarborgen.

4

Vooruitkijken Met de robuuste Omgevingsdienst die per 1 april 2026 start staan we klaar om de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving verder te verbeteren. Tot 2030 groeien we en verbeteren we ons dagelijks om die organisatie te worden die we willen zijn. We willen een van de beste omgevingsdiensten worden. Een dienst die haar deelnemers voor alle milieuzaken ontzorgt en die daarbij dienstverlenend nabij is. Kortom, het jaar 2025 was een periode van transformatie: van een gefragmenteerde netwerkdienst naar een fysieke, robuuste en toekomstbestendige Omgevingsdienst. Dankzij de inzet van onze medewerkers, de medewerkers van de gemeenten en Provincie die meebouwen vanuit werkgroepen, de steun van de managers en de bestuurders colleges, commissies, raden en staten en de duidelijke visie van ons eigen bestuur, hebben we een stevig fundament gelegd waarop we de komende jaren verder kunnen bouwen.

5

1 Inleiding 1.1 Algemeen De 15 gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en de provincie zijn deelnemers van de GR RUD LN. De circa 124 fte die taken hebben verricht onder de koepel van deze samenwerking hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om (1) de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en (2) de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren.

1.2 Voorschriften BBV De wijze waarop decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden is geregeld in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De jaarrekening 2025 van de RUD LN is opgezet conform het BBV. Tevens is de rechtmatigheidsverantwoording in deze jaarrekening opgenomen.

1.3 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD LN bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestond in 2025 uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit zes leden. De voorzitter De voorzitter van de RUD Limburg-Noord is de heer Raymond Vlecken, burgemeester van de gemeente Weert. Hij trad per 1 januari 2025 aan als voorzitter.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 treft u het jaarverslag 2025 aan. Het betreft de programmaverantwoording, waarin op hoofdlijnen staat wat de RUD heeft bereikt, wat zij daarvoor heeft gedaan en wat het heeft gekost. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. In hoofdstuk 4 treft u de jaarrekening 2025 aan.

6

In de bijlagen vindt u: 1. SISA-verantwoording; 2. De risico-inventarisatie; 3. De deelnemersbijdrage over 2024; 4. De berekening van kengetallen: 5. Gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

1.5 Resultaat Wij sluiten het boekjaar 2025 af met een saldo van € 513.000. In de gemeenschappelijke regeling RUD LN is het volgende opgenomen: “Alvorens het rekeningresultaat te bepalen, vindt een controle plaats op de opbrengsten en kosten in het kader van de vennootschapsbelasting. Een saldo op deze activiteiten zal worden verrekend met de betreffende opdrachtgevers. “Het jaarlijks saldo wordt verdeeld over de deelnemers conform de verdeelsleutels”. “In afwijking van het onder lid 5 bepaalde kan het Algemeen Bestuur incidenteel besluiten om saldo toe te voegen aan een nader te benoemen reserve of weerstandsvermogen”. In het algemeen bestuur zijn op 17 oktober 2024 en 27 maart 2025 voorstellen gedaan om verdere richting te bepalen voor het project robuuste omgevingsdienst en de doorontwikkeling going concern. Op 26 juni 2025 heeft het algemeen bestuur unaniem ingestemd met het bedrijfsplan op hoofdlijnen voor de opbouw van de robuuste Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg. Zowel aan de voorstellen voor het project robuuste omgevingsdienst,als voor de uitvoering van het bedrijfsplan robuuste omgevingsdienst en de doorontwikkeling van de going concern zijn kosten verbonden.

7

2 Jaarverslag 2025 2.1 Programmaverantwoording Hierna wordt, via de programmaverantwoording en de paragrafen, verantwoording afgelegd over de realisatie van de bij de begroting 2025 voorgenomen uitvoering in het jaar 2025.

2.2 Wat hebben we bereikt? In de begroting 2025 is de doelstelling van het programma opgenomen: in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken én de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De RUD LN heeft het afgelopen jaar onder meer op de volgende wijze bijgedragen aan de kwaliteitsverbetering van dienstverlening bij de uitvoering van de VTH-taken: - Vanaf 1 januari 2025 worden alle milieu-toezichtstaken van de RUD LN uitgevoerd middels de RUD-tenant. - Het energietoezicht wordt uitgevoerd aan de hand van het RUP 2025. - Er is invulling gegeven aan de uitvoering van het projectplan robuuste RUD wat geleid heeft tot unanieme vaststelling van het “Bedrijfsplan op hoofdlijnen – robuuste Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg”. - Opleidingen in het kader van het opleidingsplan 2025 zijn gepland en volgens planning uitgevoerd. - Collega’s zijn getoetst aan de hand van het Ervaringsprofiel-traject om vast te stellen in hoeverre zij voldoen aan de kwaliteitscriteria VTH 3.0 - Vanaf 8 december 2025 zijn basistaak milieu-adviezen met betrekking tot vergunningsaanvragen verwerkt in de RUD-tenant.

- Initiatiefnemers, vergunninghouders en belanghebbenden werden te woord gestaan door deskundige medewerkers namens het bevoegd gezag. Specialisten werden, waar mogelijk, ingezet op de dossiers die specialistische kennis vereisten.

2.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? 2.3.1 Takenpakket De RUD LN heeft voor alle deelnemers de basistaken uitgevoerd zoals bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit. Daarnaast heeft de RUD LN op verzoek van enkele deelnemers het volledige milieutakenpakket en of taken op basis van de Omgevingswet en de bijbehorende AMvB’s, de APV en bijzondere wetten uitgevoerd. Hieronder is het takenpakket in 2025 per deelnemer weergegeven.

8

Tabel 1

Partner

Beesel Bergen Echt-Susteren Gennep Horst aan de Maas Leudal Maasgouw Mook en Middelaar Nederweert Peel en Maas Roerdalen Roermond Venlo Venray Weert Provincie Limburg 1 2

Ingebracht takenpakket per 1-1-20251 Basistakenpakket

Specialistische VTH taken

Milieu Niet-RUD bedrijven

Owet breed

Ja Ja Ja Ja

Ja Deels Ja Nee

Ja Ja Ja Nee

Ja Nee Ja Nee

BRIKS (nu Owet) (bouwen, slopen en gebruik) Ja Ja Ja Nee

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja Ja

Ja Ja

Ja Ja

Nee Ja

Nee Ja

Nee Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Ja Nee Ja Ja Deels Nee Ja

Ja Nee Ja Ja Nee Nee Ja

Ja Nee Ja Deels Nee Nee Deels

Ja Nee Ja Ja Nee Nee Nee

Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee

Ja2

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

APV

Er zijn deelnemers die (verzoek)taken niet hebben ingebracht, maar wel als werkzaamheden hebben verantwoord. De provinciale taken, provinciale inrichtingen (BTP), in het werkgebied RUD LN zijn door de provincie via de GR van de RUD LN belegd bij de ODZL. De Provincie heeft aangegeven dat zij geen gegevens meer over het programma en de voortgang van het uitvoeringsprogramma kunnen verstrekken.

2.3.2 Prestatie-indicatoren De RUD LN monitort de prestaties van de uitvoering. Dit gebeurt aan de hand van prestatieindicatoren met bijbehorende normstelling. Dit betreft onder andere de toets of medewerkers en werkwijzen voldoen aan de kwaliteitscriteria.

9

Ja Deels Ja Nee

Tabel 2

Prestatie-indicator % uitgevoerde milieucontroles (exclusief hercontroles) % volledige controles % deelcontroles % uren vanuit het RUP gerealiseerd % adviezen binnen de termijn opgeleverd % adviezen overgenomen door de colleges

Norm 90% 90% 90% 95% 90% 100%

2.3.3 Resultaten Het RUP betreft het totale werkpakket dat door de RUD LN wordt uitgevoerd voor de 15 deelnemende gemeenten. In onderstaande grafieken zijn de resultaten voor 2025 gepresenteerd. In de eerste grafiek laten we de milieutaken zien van de RUD LN. De resultaten hiervan zijn geadministreerd in aantallen producten. In de tweede grafiek laten we de uren die gepland en besteed zijn aan de niet-basistaken in naam van de RUD LN. Deze producten zijn niet geregistreerd in aantallen. Voor 2026 vallen deze producten buiten het Uniform TakenPakket (UTP) van de ODNML.

Productie basistaken Gerealiseerd 2025

Gepland RUP 2025

Toezicht milieu

Vergunningen milieu

0

1000

2000

3000

4000

10

Productie verzoek en thuistaken Uren gerealiseerd 2025

Uren gepland RUP 2025

Juridisch en overig

APV

Briks

0

10000

20000

30000

40000

50000

60000

In bovenstaande grafieken is de inzet van medewerkers met betrekking tot de transitie naar een robuuste omgevingsdienst niet meegenomen. Deze inzet is over de gehele regio substantieel.

2.3.1 Opstellen “Bedrijfsplan op hoofdlijnen – robuuste Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg” De voortgang naar een robuuste omgevingsdienst heeft in 2025 een vlucht genomen. Nadat het AB in oktober 2024 opdracht heeft gegeven om te komen tot een robuuste omgevingsdienst is in januari 2025 Maurice Heijnen aangesteld als programmamanager met als opdracht het opstellen van een bedrijfsplan voor de te vormen robuuste omgevingsdienst (richten fase). In maart 2025 is het Plan van Aanpak (PvA) gepresenteerd om te komen tot een bedrijfsplan. Dit bedrijfsplan is vervolgens in juni 2025 door het AB unaniem vastgesteld. In de periode van 1 januari tot 1 juli is de RUD LN geleid door Anne Fleerakkers en Nini Bos als interim-directeuren afkomstig uit het LijnmanagersoOverleg (LMO). In juli 2025 is Maurice Heijnen aangesteld als directeur van de RUD LN. Vanaf juli 2025 is met grote voortvarendheid gewerkt aan de realisatie van de robuuste omgevingsdienst (Inrichten fase). De nieuwe naam voor de robuuste omgevingsdienst werd in maart door het AB vastgesteld: Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg (ODNML). Daarnaast werd gekozen voor de Innovatoren in Venlo als nieuwe hoofdlocatie van de ODNML. Eind 2025 werd door het AB besloten de gewijzigde gemeenschappelijke regeling alsook de gewijzigde begroting 2026 aan te bieden aan de raden en staten ter zienswijze.

11

2.3.2 Gezamenlijk VTH-systeem Per 1 januari 2025 worden de uitgevoerde controles verwerkt in het VTH-systeem RX. Mission van de RUD LN. De werkgroep Rx.Toezicht heeft voorbereidingen getroffen om het uitvoeren van het toezicht verder te uniformeren door inzet van digitale hulpmiddelen zoals de OpPad module voor digitaal toezicht. De module is in Q4 van 2025 in gebruik genomen door de toezichthouders. De werkgroep Rx.Vergunningen heeft gewerkt aan de inrichting van de processen voor vergunningverlening, advisering, meldingen en informatievoorzieningen. Versie 1.0 is hiervan gereed. De bijscholingen voor vergunningverleners, adviseurs en specialisten van de deelnemers op milieugebied zijn uitgevoerd voor Q4. Op 1 december 2025 was iedereen bijgeschoold worden alle werkzaamheden uit het Regionaal Uitvoeringsprogramma van de RUD LN uitgevoerd in het gezamenlijke VTH-systeem. Sinds 8 december worden alle basistaken voor de RUD LN uitgevoerd in het gezamenlijk VTH systeem met uitzondering van de werkzaamheden van cluster bodem en cluster asbest. Vanwege de korte termijnen waar deze clusters mee werken (vijf dagen) starten zij met het gebruik van het RUD LN VTH systeem per 1 april 2026.

2.3.3 Bodemtaken Met de komst van de Omgevingswet is het bevoegd gezag voor een deel van de bodemtaken verschoven van de provincie naar gemeenten. De gemeenten hebben deze taken belegd bij de RUD LN. In 2024 is er een evaluatie uitgevoerd. Naar aanleiding van de evaluatie hebben we in 2025 administratief toezicht en toezicht buiten, inclusief vrije veldcontroles en een deel van het ketentoezicht, versterkt met 2 fte en deze zijn ondergebracht bij de RUD LN in plaats van bij de individuele gemeenten. In Q3 is de eerste toezichthouder bodem gestart in dienst van de RUD LN. In Q4 is de tweede toezichthouder in dienst gekomen van de RUD LN waarmee de capaciteit voor bodemtaken op niveau is gekomen.

2.3.4 Energie In 2025 is er door het energieteam een grote inhaalslag uitgevoerd met het verwerken van de rapportages energiebesparingsplicht. Er zijn ca. 2700 rapportages verwerkt in het zaaksysteem. Dit heeft ertoe geleid dat dat er ca. 250 rapportages administratief zijn beoordeeld en ca. 280 controles op locatie zijn uitgevoerd. Met betrekking tot het besteden van de toegekende middelen (de SPUK-THE subsidie) gelden de voorwaarden zoals vermeld in de regeling. In de regeling is opgenomen dat de verhouding van de producten vermeld onder de A en B categorie 70 vs. 30 % dient te zijn. In de A categorie vallen producten die rechtstreeks onder het toezicht vallen. Onder de B categorie vallen producten waaronder opleidingen, bepaalde managementkosten en overheadkosten o.a. kosten die te maken hebben met de inrichting van het monitoringssystemen. In 2025 is ingezet op het verbeteren van de registratie van de uitgevoerde controles in het zaaksysteem en het opstellen van formats. Het aantal uitgevoerde controles bleef achter bij het aantal geplande controles door het uitvallen van een toezichthouder door ziekte. Dit heeft ertoe geleid dat het besteedde SPUK-THE budget in 2025 ca. € 973.300 bedraagt. Dit komt overeen met 62% van het beschikbare budget. Aan de voorwaarde uit de regeling dat 40% van het budget is uitgegeven wordt in 2025

12

voldaan. De verhouding tussen de A-activiteiten en de B-activiteiten over de totale periode (2022-2026) voldoet op dit moment niet aan de 70%-30% eis uit de regeling. De verhouding in de periode 2022-2025 bedraagt namelijk 65%/35%. Op zich hoeft dit geen probleem te zijn. Pas bij de eindverantwoording (medio 2027) wordt de balans opgemaakt en moet de verdeling tussen de A en B activiteiten over de gehele periode respectievelijk 70% en 30% bedragen. Cumulatief bedraagt de besteding van het budget over de periode 2022 tot en met 2025 € 1.286.152 van het totale beschikbare budget van € 2.089.929.

2.3.5 Coördinatie Centrum De uitdagingen voor het coördinatiecentrum (CC) waren begin 2025 groot. Door ziekte en vertrek van de directeur en medewerkers was de uitvoeringscapaciteit beperkt. In december 2024 zijn twee managers van de deelnemende gemeenten aangesteld als interim-directeuren. De interim-directeuren hebben de reguliere taken van de directeur opgepakt. Er zijn vacatures ingevuld en er is een beroep gedaan op inhuur. Daarnaast hebben de deelnemers gezorgd voor extra ondersteuning. Op veel vlakken is er extra inzet geweest om te zorgen dat het bouwen aan de ODNML als de lopende zaken doorgang vonden. Naast de coördinatie en begeleiding van de lopende organisatie heeft het CC bijgedragen aan het tot stand komen van het bedrijfsplan voor een robuuste omgevingsdienst. Hierbij ging het om inbrengen van informatie, ondersteuning of begeleiding van werkgroepen alsook een inhoudelijke bijdrage. Na de vaststelling van het bedrijfsplan is het CC versterkt met het implementatieteam robuuste omgevingsdienst. Dit implementatieteam is belast met zowel de implementatie van het bedrijfsplan als de lopende organisatie.

2.3.6 Arbeidsmarkt In 2024 hadden we als RUD LN veel moeite om vacatures kwalitatief in te vullen. Zoals gemeld hebben we eind 2024 toch versterking kunnen vinden voor het energieteam. In 2025 is in een moeilijke en krappe arbeidsmarkt hard gewerkt aan de versterking van het coördinatiecentrum. Door het vinden van enkele vaste krachten en versterking door inhuur is dit gelukt in het eerste halfjaar van 2025. De in 2025 zichtbaar geworden ambitie om te ontwikkelen naar een robuuste omgevingsdienst heeft onze positie versterkt. Zeker na het vaststellen van het bedrijfsplan hebben we gemerkt dat de reacties op onze vacatures enorm zijn toegenomen. Ondanks de krappe arbeidsmarkt heeft dit geleid tot ca. 30 nieuwe collega’s op weg naar de robuuste omgevingsdienst.

13

2.4 Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen van de uitvoering. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de jaarrekening is een nadere toelichting opgenomen op de lasten en baten.

14

3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en is zelf geen verbonden partij bij een andere organisatie. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit (op basis van de geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD Limburg Noord. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Indien het geheel in een boekjaar niet voldoende blijkt te zijn dienen de deelnemers conform de verdeelsleutel bij te dragen aan het te kort. Risicobeheersing De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheids- en rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de geactualiseerde risico-inventarisatie is in bijlage 2 opgenomen.

Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde.

15

Beoordeling weerstandsvermogen Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen is gebruik gemaakt van de waarderingstabel die door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is ontwikkeld (NARIS). Tabel 10

In de onderstaande tabel is de beoordeling van het weerstandsvermogen opgenomen.

Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit • Algemene reserve • Post onvoorzien • Resultaat 2025 Totaal Risico’s Ratio Beoordeling

Inclusief resultaat 2025 € 155.000 0 € 513.000 € 668.000 € 172.250 3,89 Uitstekend

Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD LN geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 4 is de berekeningswijze uiteengezet.

16

Kengetallen

Realisatie 2024 -39,19%

Begroting 2025 -5.04%

Realisatie 2025 -36,63%

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen

-39,35%

-5.04%

-36,63%

Solvabiliteitsratio

33,35%

10.22%

41.42%

Structurele exploitatieruimte

16,72%

0%

21,42%

Netto schuldquote

Duiding

Beoordeling

Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe beter. Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen van de financiële activa af te halen, wordt duidelijk wat het aandeel van de leningen in de exploitatie is en betekend voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.

De RUD heeft geen langlopende schuldenlast

De RUD heeft geen leningen verstrekt. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote.

Uitstekend

De structurele middelen waren ruim voldoende om de structurele kosten te dekken

3.2 Financiering Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de RUD LN zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FiDo) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD wordt gevormd door het treasury statuut. In het treasury statuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen. Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn:

17

• • • • • •

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; Het verankeren van de treasury activiteiten in de (administratieve) organisatie; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet FiDo, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties.

Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FiDo is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De RUD LN heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waarmee toetsing aan de renterisiconorm niet aan de orde is. Kasgeldlimiet De Wet bepaalt dat in de financieringsparagraaf informatie opgenomen dient te worden over de liquiditeitspositie van de RUD LN in relatie tot de kasgeldlimiet. Door de RUD LN werden uitsluitend positieve saldi aangehouden en kwamen debet standen in de rekening courant niet voor. De activiteiten van de RUD LN werden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Van kasgeldleningen werd aldus geen gebruik gemaakt, waardoor de kasgeldlimiet niet van toepassing is. Schatkistbankieren Sinds 15 december 2013 stelt het Rijk Schatkistbankieren verplicht.

Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist: 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Aan de verplichting tot het aanhouden van overtollige liquide middelen in de schatkist is een ondergrens verbonden, namelijk 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1 miljoen. Voor de RUD LN betekent dat, dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 1 miljoen (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen.

18

Interne ontwikkelingen en renteresultaat Sedert het derde kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Hierdoor is in 2025 een bedrag van € 57.255 aan rente ontvangen in. Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD LN geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD LN.

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD LN de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen in kapitaalgoederen door de RUD LN gerealiseerd. RUD LN beschikt niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.

3.4 Bedrijfsvoering De GR RUD LN is een gemeenschappelijke regeling met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur. Voor de uitvoering van VTH-taken is gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is gebruik gemaakt van het coördinatiecentrum. De uitvoerende medewerkers zijn in dienst van de partners evenals de coördinerende VTH managers / lijnmanagers (LMO). Personeelsbeleid De RUD LN heeft voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik gemaakt van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheer constructie. Begin 2025 waren er naast een directeur, 7 medewerkers in dienst voor het coördinatiecentrum en 4 medewerkers voor het energieteam. Gedurende het jaar 2025 zijn er nog twee implementatiemanagers aangetrokken voor de transitie van een uitvoeringsdienst naar een omgevingsdienst.

Informatisering en automatisering In 2025 is intensief gewerkt aan de verdere inrichting van het eigen IT‑landschap van de RUD Limburg‑Noord. Per 1 april 2026 stapt de RUD volledig over op de eigen ICT‑voorzieningen en eindigt de afhankelijkheid van de gastgemeente Roermond. Tot dat moment worden voor diverse ondersteunende processen nog enkele applicaties van de gastgemeente gebruikt. Vooruitlopend op de overgang worden alle I&A‑taken en beheersactiviteiten binnen de RUD‑omgeving ingericht en overgenomen. • Er is een eigen, beveiligde werkomgeving ingericht

19

• • • •

De implementatie van de gezamenlijke VTH‑applicatie (Rx.Mission) is verder vormgegeven. De VTH-applicatie is aangesloten op het landelijke portaal Inspectieview. Een eigen data en BI omgeving is ingericht ten behoeve van het werken, plannen en monitoren vanuit de eigen RUD‑omgeving ingericht Er is gestart met de inrichting van een eigen financiële en personele administratie. De uitrol van ODNML hardware en telefonie is voorbereid en staat gepland voor week 12 van 2026.

Rechtmatigheid Normenkader en controleprotocol Het Algemeen Bestuur heeft haar vergadering van 4 december 2025 het controleprotocol 2025 vastgesteld. Het protocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole. Daarin heeft het Algemeen Bestuur de daarbij te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle van de jaarrekening aangegeven. Deze sluiten aan bij het wettelijk minimum.

Voor de rapporteringstolerantie stelt het Algemeen Bestuur als maatstaf dat de accountant elke fout of onzekerheid boven 2% van de totale lasten (na laatste begrotingswijziging) exclusief stortingen in reserves rapporteert, die hij in het kader van de uitvoering van de accountantscontrole signaleert. Hiermee is het percentage gelijk aan de goedkeuringstolerantie. De verantwoordingsgrens is een door het Algemeen Bestuur vastgesteld percentage, waarboven het Dagelijks Bestuur de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. Dit is ook 2% van de totale lasten (na laatste begrotingswijziging). Gewijzigde begroting is dat afgerond € 68.000. Bevindingen Rechtmatigheid Begrotingscriterium Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het Algemeen Bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau van Programma. Bij 20

investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal geautoriseerde investeringskrediet. De richtlijnen voor de begrotingsrechtmatigheid zijn vastgelegd in de financiële verordening RUD LN 2025 (H 3) en heeft drie aspecten: 1. Verantwoording op het juiste begrotingsonderdeel. 2. Juiste begrotingsjaar. 3. Toereikendheid van het begrotingsbedrag. Als blijkt dat de gerealiseerde lasten zoals weergegeven in de jaarrekening hoger zijn dan de geraamde bedragen met inbegrip van de laatste begrotingswijziging, is - voor zover het de begrotingsoverschrijdingen betreft - mogelijk sprake van onrechtmatige uitgaven. In zes gevallen zijn begrotingsafwijkingen als onrechtmatig te bestempelen, maar hoeven niet te worden meegewogen in de rechtmatigheidsverantwoording. 1. Kostenoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde inkomsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet. 2. Kostenoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar zijn veroorzaakt door feiten / gebeurtenissen die zich voordoen op een moment dat er geen begrotingswijziging meer door het Algemeen Bestuur kan worden vastgesteld. 3. Kostenoverschrijdingen vanwege een open-einde regeling. 4.

Kostenoverschrijdingen inzake activiteiten die na het verantwoordingsjaar als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of toezichthouder blijkt. Het gaat hier in de praktijk veelal om interpretatieverschillen bij de uitleg van wet- en regelgeving die na het verantwoordingsjaar aan het licht komen. 5. De over- of onderschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 6. De over- of onderschrijding van baten en lasten tijdig is gemeld aan het Algemeen Bestuur. Onder “tijdig” melden wordt verstaan bij de tussentijdse rapportage of bij de jaarstukken. In onderstaande tabel wordt de analyse op begrotingsonrechtmatigheid weergegeven:

21

De overschrijdingen op de begroting worden verder toegelicht in H4.2. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheer handelingen. In nauwe samenspraak met de accountant hebben we de omvang van de steekproeven voor de interne controle bepaald. De controles zijn uitgevoerd op de processen: personele lasten, inkopen en aanbestedingen, opbrengsten en de SiSa. Er zijn tijdens de controles geen onrechtmatigheden aangetroffen boven de grens. Er is daarnaast geen sprake van bevindingen inzake het niet naleven van de Europese regelgeving. Het Dagelijks Bestuur heeft één keer onderbouwd afgeweken van het intern inkoop- en aanbestedingsbeleid. Deze bevoegdheid heeft het Dagelijks Bestuur ook conform het intern inkoop- en aanbestedingsbeleid van de RUD LN (artikel 4.6 afwijkingsbevoegdheid). Misbruik & Oneigenlijk gebruik beleid De RUD Limburg Noord beschikt niet over een M&O beleid. De interne beheer handelingen zijn er mede op gericht om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, detecteren en corrigeren. Dit is tevens via de interne controle (steekproefsgewijs) gecontroleerd. De RUD zal in de verdere doorontwikkeling een omgevingsdienst ook aandacht besteden aan het M&O beleid.

Samenvatting Rechtmatigheid

Er zijn geen afwijkingen geconstateerd die onrechtmatig en niet acceptabel zijn. Uitvoering Wet open Overheid (Woo) De wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Het is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De RUD Limburg Noord heeft een contactpersoon aangewezen die de informatieverzoeken in behandeling neemt. Daarnaast is het mogelijk om informatie via email (laagdrempelig) op te vragen. In 2025 heeft de RUD Limburg Noord 4 WOO-verzoeken ontvangen. Stukken die betrekking hebben op de Gemeenschappelijke Regeling zijn op grond van artikel 3.1 lid 1 gepubliceerd op de website van KOOP. Vergaderstukken van het Algemeen Bestuur zijn voor de betreffende vergadering op de website van de RUD gezet. Op deze manier voldoen wij aan de wettelijke verplichtingen die de Woo aan ons stelt.

22

Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor in de programmaverantwoording een apart overzicht “overhead” op te nemen. Aan de detaillering van dit overzicht worden door het BBV geen eisen gesteld, met uitzondering van de bepaling dat er minimaal een scheiding moet zijn tussen de lasten en de baten. Dit overzicht is hieronder weergegeven. De toelichting wordt in de jaarrekening opgenomen.

23

4 Jaarrekening 2025 4.1 Balans inclusief toelichting Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de verslagleggingsvoorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. In overeenstemming met artikel 63 BBV vindt de waardering van de activa plaats op basis van verkrijgingsprijs. De waardering van passiva vindt plaats op basis van nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen welke tegen de contante waarde zijn gewaardeerd. Mits niet anders vermeld bij de desbetreffende balansonderdelen, worden de activa, passiva en de bepaling van het resultaat gewaardeerd tegen nominale waarde. De baten en lasten zijn in overeenstemming met artikel 2 BBV toegerekend aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. De baten en winsten zijn opgenomen in de jaarrekening voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. De verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten zijn in eerste instantie toegerekend aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. Er geldt een formeel verbod om voorzieningen of schulden op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. De referentieperiode is hetzelfde als die van de meerjarenraming.

Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties), dan dienen deze als een verplichting opgenomen te worden. Vanaf 1 januari 2022 kunnen medewerkers bovenwettelijke verlofuren sparen (verlofsparen). Met verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Deze uren verjaren niet en de opbouw is onvoorspelbaar. Zodoende dient deze verplichting daarentegen wel conform het BBV in een voorziening opgenomen te worden. In 2025 is de voorziening geactualiseerd op basis van de actuele saldi uren spaarverlof en bovenwettelijk verlof.

24

Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: - De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; - De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in het controleprotocol 2025; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle onderschrijdingen en overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium zijn onze interne beheersmaatregelen leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. - De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde, op basis van de jaarrekeningcijfers € 68.000 (afgerond) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 68.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

25

4.1.1 Balans inclusief toelichting

Vaste activa Per 31 december 2025 bevinden zich geen materiële, immateriële en financiële vaste activa op de balans van RUD LN.

26

Vlottende activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar. De vorderingen op openbare lichamen en de uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen Het banksaldo van RUD LN is gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende posten De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, overige Nederlandse overheidslichamen en de overige nog te ontvangen bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste passiva Eigen vermogen De algemene reserve, bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen De getroffen voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar De overige schulden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende passiva De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume en de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren zijn beide gewaardeerd tegen nominale waarde.

27

4.1.2 Toelichting op de balans per 31 december 2025 Activa Vaste activa € 0 Per 31 december 2025 bevindt zich geen materiële, immateriële en financiële vaste activa op de balans van RUD LN.

Nominale waarde 31 december 2025

Voorziening oninbaarheid

Boekwaarde 31 december 2025

Boekwaarde 31 december 2024

Materiële vaste activa

€-

€-

€-

€-

Immateriële vaste activa

€-

€-

€-

€-

Financiële vaste activa

€-

€-

€-

€-

Totaal

€-

€-

€-

€-

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Vlottende activa € 2.777.000 bestaande uit: De post uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar is te onderscheiden in:

Omschrijving

Nominale waarde 31 december 2025

Voorziening oninbaarheid

Boekwaarde 31 december 2025

Boekwaarde 31 december 2024

€ 758

€-

€ 758

€-

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar

€ 2.019

€-

€ 2.019

€ 2.453

Totaal

€ 2.777

€-

€ 2.777

€ 2.453

(bedragen x € 1.000) Vorderingen op openbare lichamen

Vorderingen op openbare lichamen € 758.000 De openstaande vorderingen op 31 december 2025 hebben betrekking op debiteuren Roermond en debiteuren partners (deelnemende gemeenten en\of Provincie Limburg).

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar van € 2.019.000 Dit betreffen de overtollige middelen die op 31 december 2025 in de vorm van een rekening-courantverhouding bij het Rijk zijn afgestort. In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden, waarbij echter een drempelbedrag geldt. Dit is een minimumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor de RUD Limburg Noord is dat € 1 miljoen. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2025 is geweest:

28

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)

Drempelbedrag

1000 Kwartaal 1

(3a) = (1) > (2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

(2)

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

115

141

106

143

885

859

894

857

-

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a)

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(4b) (4c)

2.681 2.681

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het Drempelbedrag drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

1000

Kwartaal 1 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)

Kwartaal 2 10.317

Kwartaal 3

12.868

Kwartaal 4

9.776

13.137

90

91

92

92

115

141

106

143

Liquide middelen € 136.000 Het banksaldi per 31 december 2025 stemt overeen met het daadwerkelijke banksaldi op het bankafschrift per 31 december 2025. Omschrijving

Boekwaarde 31 december 2025

Boekwaarde 31 december 2024

Banksaldo BNG

€ 136

€4

Totaal

€ 136

€4

(bedragen x € 1.000)

Overlopende activa € 228.000 De overlopende activa is te onderscheiden in de volgende posten: Omschrijving

Boekwaarde 31 december 2025

Boekwaarde 31 december 2024

€-

€-

Overige Nederlandse overheidslichamen

€ 32

€ 71

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

€ 196

€ 584

Totaal

€ 228

€ 655

(bedragen x € 1.000) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

29

Overige Nederlandse overheidslichamen € 32.000 De hieronder opgenomen post betreft een nog terug te ontvangen bedrag aan BTW welke is ontstaan na indiening van de reguliere aangifte over het vierde kwartaal 2025. Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen € 196.000 Onder de nog te ontvangen bedragen zijn diverse posten opgenomen, hoofdzakelijk een aantal nog te factureren bedragen voor de eindafrekening uitwisseling van diensten deelnemers over 2025 van € 184.000. Verder een post nog te ontvangen rente groot € 12.000. In deze post is ook nog sprake van een te ontvangen reguliere teruggave BTW vierde kwartaal 2025 van € 23.000 en een nog in 2026 op Vorderingen openbare lichamen te crediteren bedrag van € 32.000. Daarnaast is er sprake een post vooruitbetaalde kosten van € 9.000 hebben welke betrekking op softwarelicenties en abonnementen. Passiva Vaste passiva € 1.344.000 Eigen vermogen € 1.301.000 Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Boekwaarde 31 december 2025

Boekwaarde 31 december 2024

Algemene reserve

€ 155

€ 155

Bestemmingsreserves

€ 633

€ 561

Gerealiseerde resultaat

€ 513

€ 322

€ 1.301

€ 1.038

Totaal

Algemene reserve € 155.000 In de algemene reserve hebben in 2025 geen toevoegingen en onttrekkingen plaats gevonden.

Onttrekkingen

Bestemming resultaat vorig boekjaar

Vermindering ter dekking van afschrijvingen

Boekwaarde 31 december 2024

€-

€-

€-

€-

€ 155

€-

€-

€-

€-

€ 155

Boekwaarde 31 december 2025

Toevoegingen

Algemene reserve

€ 155

Totaal

€ 155

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Bestemmingsreserve € 633.000 Het verloop van de bestemmingsreserve in 2025 wordt in het hierna opgenomen overzicht van de reserve weergegeven.

30

Onttrekkingen

Bestemming resultaat vorig boekjaar

Vermindering ter dekking van afschrijvingen

Boekwaarde 31 december 2024

€-

€ 250

€ 322

€-

€ 561

€-

€ 250

€ 322

€-

€ 561

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Boekwaarde 31 december 2025

Toevoegingen

Bestemmingsreserve

€ 633

€ 633

Doorontwikkeling robuuste Omgevingsdienst Totaal

In de bestemmingsreserve doorontwikkeling robuuste Omgevingsdienst is toegevoegd het rekeningresultaat 2024 conform bestuursbesluit. Conform de gewijzigde begroting 2025 is € 250.000 onttrokken. Gerealiseerde resultaat € 513.000 In 2025 is het voorlopig resultaat niet verrekend met de bijdragen van de partners. Er wordt een resultaatbestemming voorgesteld aan het AB. Voorzieningen Verplichtingen, verliezen en risico’s € 43.000 in de CAO van 2021-2022 is vastgesteld dat medewerkers vanaf 1 januari 2022 mogen sparen. Deze uren verjaren niet en de opbouw is onvoorspelbaar. Zodoende, is er voor deze verplichting een voorziening gevormd conform het BBV vanaf 2023. In 2025 heeft een toevoeging van € 12.000 plaatsgevonden ten behoeve van de voorziening verlofsparen. Boekwaarde 31 december 2025

Toevoegingen

Onttrekkingen

Boekwaarde 31 december 2024

Voorziening verlofsparen

€ 43

€ 12

€-

€ 31

Totaal

€ 43

€ 12

€-

€ 31

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer €0 Per 31 december 2025 zijn er geen vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer op de balans van RUD LN. Vlottende passiva € 1.797.000 Netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar € 511.000 Dit betreft de post Crediteuren voor de nog per balansdatum te betalen reeds van deelnemers ontvangen inkoopfacturen in 2025 voor uitwisseling van diensten en overige nog aan leveranciers te betalen inkoopfacturen. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Overige schulden Totaal

Boekwaarde 31 december 2025 € 511

Boekwaarde 31 december 2024 € 280

€ 511

€ 280

31

Overlopende passiva € 1.286.000 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume € 669.000 De nog te betalen lasten hebben met name betrekking op de kosten van uitwisselingswerkzaamheden tussen deelnemers waarvoor nog facturen onderweg waren en nog te verrekenen piketvergoeding in 2025. Daarnaast is er sprake van een klein nog te betalen bedrag uit hoofde van de 13e salarisrun en enkele pas in 2026 ontvangen nog te betalen facturen van leveranciers.

Boekwaarde 31 december 2025

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Boekwaarde 31 december 2024

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

€ 669

€ 615

Totaal

€ 669

€ 615

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren € 669.000 Dit betreft de voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen of subsidies die ter dekking dienen van de lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van Europese overheidslichamen, het Rijk en overige Nederlandse overheidslichamen. Het verloop in 2025 wordt in het hierna opgenomen overzicht weergegeven:

Omschrijving

Saldo

Ontvangen

Bestedingen

Terug-

Saldo

31 december

bedragen

/ vrijgevallen

betalingen

31 december

(bedragen x € 1.000) Specifieke Uitkering VTH -IBP

2025

bedragen

2024

€ 139

-/- € 4

€ 135

€ 973

€ 1.013

(einddatum 31-12-2024) Specifieke Uitkering Toezicht en

€ 422

€ 382

Subsidie Robuustheid

€

56

€ 196

€ 139

€

Totaal

€ 617

€ 578

€ 1.108

€ 1.148

Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE) F21 -

Gezien de einddatum 31-12-2024 van de Specifieke Uitkering VTH IBP is er alleen sprake van een verantwoording in een SiSa-bijlage voor de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht. Zie hiervoor bijlage 1

32

4.2 Overzicht van baten en lasten inclusief toelichting In het onderstaande overzicht van baten en lasten zijn de lasten en baten 2025 opgenomen. Tevens is aangegeven op welk taakveld de baten en lasten betrekking hebben. Na de tabel volgen de toelichtingen.

Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Hieronder de verklaring geven van de verschillen boven € 15.000 tussen begroting en realisatie. 1. Programma uitvoering Basis- en milieutaken RUP Lasten +/+ € 162.000 Baten +/+ € 162.000 De uitvoering van de RUP is afgeweken van de begroting. De lasten vanuit de deelnemers zijn hoger, maar de bijhorende doorbelasting richting deelnemers is navenant hoger. Het gaat hier om uitwisseling tussen deelnemers. Per saldo levert dit geen resultaat op voor de RUD.

33

Basis- en milieutaken Overig Lasten +/+ € 67.000 Baten +/+ € 334.000 Aan de lastenkant wordt het verschil hoofdzakelijk veroorzaakt door niet begrote inhuurkosten voor de uitvoering van de milieutaken. Aan de batenkant was er sprake van niet begrote dienstverlening van de RUD aan de partners. Daarnaast hebben we een bijdrage van de provincie ontvangen van € 150.000. Dit het gevolg van de compensatie van provincie Limburg naar de gemeenten vanwege de bevoegdheidsverschuiving van de bodemtaken door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze was niet begroot.

Projecten Lasten -/- € 84.000 Baten +/+ € 339.000 Op projecten is er een onderschrijding van 45.000 aan lagere personeelslasten. Daarnaast zijn er minder opleidingen gevolgd á €39.000. Er heeft daarnaast een hogere urenbesteding aan de SPUK THE plaatsgevonden van € 339.000 op het begrote bedrag van € 634.000 vanwege een inhaalslag op eerdere jaren.

2. Coördinatiecentrum Coördinatiecentrum Overhead Lasten -/- € 6.000 Baten -/- € 43.000 Aan de batenkant is er een lagere besteding geweest van de subsidie ODNL voor het deel van het Coördinatiecentrum. Project Robuuste Omgevingsdienst Lasten +/+ € 142.000 Baten -/- € 56.000 Voor het Project Robuuste Omgevingsdienst is er meer inhuur nodig geweest (€98.000) om het project een succes te maken. Daarnaast zijn de vergaderarrangementen, representatiekosten en overige kosten hoger dan begroot (€ 44.000). Op de baten is er een subsidievoorschot van ODNL ontvangen van € 195.000 (opgenomen in de begrotingswijziging). Er heeft in 2025 een besteding plaatsgevonden van €139.000 ten laste van deze subsidie. Het restant staat op de balans als nog te besteden in 2026.

34

4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten inclusief toelichting In het onderstaande overzicht staan de incidentele baten en lasten.

De primitieve begroting kende geen incidentele baten en lasten. In de gewijzigde begroting is het project Robuuste omgevingsdienst geïnitieerd. Dit is een incidenteel project dat als doel had om de RUD om te vormen naar een Omgevingsdienst per 1 april 2026. De incidentele baten en lasten 2025 bestonden uit de projectkosten robuuste Omgevingsdienst. Reserve: De mutaties reserves (zoals gespecificeerd in paragraaf 3.2) zijn incidenteel van aard.

35

4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen In de financiële verordening is vastgelegd dat in de begroting en jaarrekening een overzicht wordt opgenomen van reserves en voorzieningen. Het overzicht bevat criteria voor de vorming en besteding ervan. Reserves Algemene reserve Het aanhouden van een algemene reserve heeft als doel: • Te fungeren als weerstandsvermogen om financiële risico’s en tegenvallers op te vangen. • Het voorkomen van administratieve lasten bij het verrekenen van beperkte resultaten. De hoogte van de algemene reserve: De hoogte van de reserve wordt jaarlijks beoordeeld bij de paragraaf weerstandsvermogen. Uitgangspunt is dat het weerstandsvermogen als ratio minimaal “voldoende” is om de mogelijke risico’s op te vangen. Indien de ratio “voldoende” is, wordt als maximum gesteld dat de algemene reserve niet meer bedraagt dan 5% van de totale begroting (totale lasten). Wanneer de gekwantificeerde risico’s echter hoger zijn, dient de algemene reserve daarop te worden aangepast. Uitgangspunten: Indien de algemene reserve lager is dan het minimum kan een aanvullende bijdrage aan de partners worden gevraagd om de algemene reserve op te hogen tot aan het minimum. In eerste instantie wordt de reserve aangevuld door het rekeningresultaat toe te voegen aan de algemene reserve. Het verloop van de algemene reserve is in onderstaande tabel weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=966c65de-49e0-4427-ad9a-201c779bc8ef