Bijlage 4 BOPA HS-Station Kelpen
Tekst van het document
Deze activiteiten worden gezien als risicovolle activiteiten. Uit de signaleringskaart, waarvan een uitsnede is weergegeven in figuur 13, blijkt dat het besluitgebied niet is gelegen in een aandachtsgebied van een van deze risicobronnen.
datum referentie
13 december 2024 242762_AdB_RAP_0001_v1.0
P 27/35
Figuur 13: Risicobronnen m.b.t. externe veiligheid
Conclusie In de direct omgeving van het besluitgebied zijn geen risicobronnen gelegen. Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
datum referentie
13 december 2024 242762_AdB_RAP_0001_v1.0
P 28/35
5
Uitvoerbaarheid
5.1 Economische uitvoerbaarheid Wanneer er kosten zijn verbonden aan de exploitatie van locaties die door de gemeente moeten worden verhaald, dient er een verantwoording van de wijze waarop de kosten worden verhaald te worden onderbouwd. Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval niet langer plaats via de omgevingsvergunning, maar door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaal plichtige activiteiten. Dat zijn: a. aangewezen bouwactiviteiten b. aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. De ontwikkelingskosten van het initiatief worden echter geheel door de initiatiefnemer gedragen. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In de Omgevingsregeling wordt de aanvraagvereiste voor participatie bij de omgevingsvergunning uitgewerkt. Een initiatiefnemer moet bij het indienen van de vergunningaanvraag aangeven of participatie heeft plaatsgevonden. Specifiek bij een aanvraag omgevingsvergunning BOPA kan de gemeenteraad participatie verplicht stellen voor bepaalde activiteiten, op basis van artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet. De gemeente Leudal heeft het waarin is vastgelegd hoe wordt omgegaan met de verplichte participatie door initiatiefnemers bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in de gemeente Leudal.
In deze omgevingsdialoog is een onderscheid gemaakt in; 1. beleid en plannen van de gemeente (burgerparticipatie), 2. plannen van andere organisaties of personen (overheidsparticipatie). Voor wat betreft burgerparticipatie wordt vermeld dat de gemeente belanghebbenden en betrokkenen altijd informeert over haar plannen en waar mogelijk ook laat meedenken of meewerken in de planvormingsfase. Overheidsparticipatie gaat in op welke wijze initiatiefnemers belanghebbenden betrekken bij de planvorming. Om initiatiefnemers te faciliteren is een handreiking Omgevingsdialoog en een formulier Burendialoog opgesteld door de gemeente Leudal. Deze kunnen initiatiefnemers gebruiken bij het organiseren van participatie. Voor onderhavig initiatief hebben de (agrarische) grondeigenaren toestemming gegeven voor de werkzaamheden. Het project is goed ontvangen in de omgeving, bedrijven en bewoners in de omgeving zijn geïnformeerd over de plannen. Op 10 december is tevens een bijeenkomst gehouden voor de direct omwonenden. Tijdens de bijeenkomst is een tekening getoond van het tijdelijk te realiseren terrein. Tevens is aangegeven wat de transportroute zal gaan zijn. N.a.v. de bewonersbrief die we hebben verzonden (in totaal 21 adressen) is er één omwonende op de inloopavond geweest. Hij had geen inhoudelijke vragen en geen bezwaar.
Hij gaf aan dat hij ook tot heden geen hinder had ondervonden van de werkzaamheden, dat het contact met het projectteam erg goed is en dat hij ook van andere buren geen klachten had gehoord (in de wandelgangen). Tevens is in de communicatie met de omgeving aangegeven dat omwonenden ten alle tijden contact op kunnen nemen met de bouwleider en omgevingsmanager van het initiatief voor vragen en opmerkingen. Hier wordt al gebruik van gemaakt. In het verleden is tevens al een bewonersavond geweest naast een open dag op het terrein.
datum referentie
13 december 2024 242762_AdB_RAP_0001_v1.0
P 29/35
6
Conclusie
Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie hoofdstuk 3). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Anders gezegd: is er na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 3, 4 en 5). Gelet op de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken met betrekking tot het beleidskader, de effecten op de fysieke leefomgeving en de betrokken belangen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Uit de onderzoeken zijn namelijk geen belemmeringen gebleken en door de tijdelijke aard van het initiatief waarnaar de oorspronkelijke staat hersteld wordt kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling aanvaardbaar is.
datum referentie
13 december 2024 242762_AdB_RAP_0001_v1.0
P 30/35
Bijlage 1 Schematische weergave initiatief
datum referentie
13 december 2024 242762_AdB_RAP_0001_v1.0
P 31/35
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
datum referentie
13 december 2024 242762_AdB_RAP_0001_v1.0
P 32/35