Bijlage 3 Omgevingsvisie 2025-2040
Tekst van het document
Hierdoor vervullen deze voorzieningen niet alleen een functionele behoefte, maar wordt de beleving in de woon- en leefomgeving gecompenseerd of versterkt. We ontwerpen de buitenruimte klimaatneutraal met ruimte voor groen en biodiversiteit. We vangen water waar nodig op. In de buitenruimte van de bebouwde omgeving heeft verstening en verharding plaatsgemaakt voor groen en biodiversiteit. Dit helpt tegen hittestress en het heeft een positieve invloed op de leefbaarheid in kernen. 36.000 bomen (voor iedere inwoner één) stimuleren vergroening van tuinen, openbare ruimte en kernrandzones. Juist bij en voor onze inwoners, die zelf beperkte mogelijkheden hebben dit te realiseren. Kernen ➢ Lokale energiegemeenschappen zijn in meerdere kernen aanwezig, zodat lokaal opgewekte ➢
energie ook lokaal wordt gebruikt. In nieuwe plannen is het uitgangspunt dat we gaan voor volledig duurzame bebouwing.
➢
Een duurzame materiaalkeuze en een energieneutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. Klimaatbuffers en wadi’s worden aangelegd en dusdanig beheerd dat ze een klimaat
➢
adaptieve functie krijgen. Onze woonstraten bieden ruimte, groen en biodiversiteit, in tuinen of de openbare ruimte.
Kernrandzones ➢ In nieuwe plannen is het uitgangspunt dat we gaan voor volledig duurzame ontwikkelingen.
➢ ➢
Een duurzame materiaalkeuze en een energieneutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. Kleinschalige zonne-energieprojecten worden gestimuleerd. Voedselbossen en gezamenlijke dorpsgaarden / groenteproducties zijn aanwezig nabij
➢ ➢
diverse dorpen. Boomgaarden en houtsingels versterken de zones rondom de dorpen. Groenblauwe dooradering rondom de dorpen in de vorm van landschapselementen en verbindingen tussen bestaande groen objecten en beken versterken de landschappelijke kwaliteit en verhogen de belevingswaarde.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 46 van 76
Bedrijventerreinen ➢ Energy-hubs worden op bedrijventerreinen gestimuleerd en gefaciliteerd. ➢ Vergroening en ontstening van bedrijventerreinen is een gezamenlijke ambitie om hittestress te voorkomen en een prettige werkomgeving te stimuleren. Buitengebied geheel In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied. ➢
Klimaatadaptatie vindt plaats in de vorm van landschapselementen en waterberging waar
➢
het passend is in of versterkend werkt voor het landschap (ongeacht het deelgebied). In heel het buitengebied stimuleren we de teelt van bio-base bouwmaterialen. Wij zien dit
➢
het liefst niet als monocultuur. Wij streven naar biodiversiteit in de randen van percelen. Hernieuwbare energieprojecten vinden hun plaats (in aanvulling op de bestaande
➢
windturbines in het belang van een duurzaam ruimtegebruik), hierdoor kan een kwalitatief energielandschap ontstaan. We houden hier rekening met de positie van reeds bestaande turbines en de stilte- en natuurgebieden. Groengas is op projectbasis mogelijk afhankelijk van de locatie en de omringende
➢
landschappelijke kwaliteiten. Op basis van deze Omgevingsvisie en ontwikkelingen in de markt, vindt een nadere uitwerking plaats voor de opslag van energie in de vorm van accu’s en batterijen.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 47 van 76
8
Gezond en veilig Leudal
Gezondheid in het kader van de Omgevingswet richt zich op drie perspectieven: het beschermen, het bevorderen en het faciliteren. • Het beschermen van de gezondheid (en het creëren van een veilige omgeving) heeft te
•
maken met de leefomgevingskwaliteit, zoals bijvoorbeeld geluid, fijnstof, geur en gevaarlijke situaties. Dit richt zich dus op de milieu-ambities. Gezondheid bevorderen is gericht op de leefomgeving die gezondheid stimuleert. Denk
•
aan een omgeving die uitnodigt om te bewegen. Dit wordt ook vaak een goede gezondheid genoemd. Gezondheid en veiligheid faciliteren gaat vooral over het zorgen dat een omgeving zelfen ‘samenredzaam’ is. Onder andere onderwerpen als toegankelijkheid van gebouwen en de omgeving en de veiligheid van vooral het openbare gebied en de samenleving komen hierbij aan bod.
In dit hoofdstuk gaat het over een gezonde leefomgeving (milieu), een goede gezondheid en veiligheid.
8.1 Gezonde leefomgeving Waar staan we nu? Milieufactoren hebben een grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit van een gebied en vormen daarom ook een belangrijk onderwerp in de Omgevingswet. Het gaat om de milieufactoren luchtkwaliteit (fijnstof, geur en stikstof), geluid, licht, straling en omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid). Onder milieu vallen de kenmerken van onze omgeving, die belangrijk zijn om ergens gezond en veilig te kunnen leven. Als we het hebben over het beschermen van de gezondheid binnen de Omgevingsvisie, dan gaat het in Leudal vooral over het buitengebied. Hier staat de kwaliteit van de leefomgeving (vooral bij woningen en natuur) onder druk, met name door de overschrijding van de geurnormen en fijnstof zoals uit landelijke meetresultaten zichtbaar wordt. Dat milieu er toe doet, blijkt uit het feit dat meer dan 80% van de bevolking zich zorgen maakt over de gezondheids- en milieuproblemen. Een recente analyse van ingediende overlast meldingen en uitgevoerde milieuonderzoeken in de gemeente Leudal heeft aangetoond dat lucht, geur en geluid de meeste overlast en overbelasting veroorzaken. Op hoofdlijnen is de huidige milieukwaliteit in de gemeente Leudal goed en aanvaardbaar te noemen.
Dit blijkt uit onder andere de Atlas Leefomgeving (luchtkwaliteit), de gemeentelijke bodemkwaliteitsen geurbelastingkaarten, referentiemetingen van het achtergrond omgevingsgeluid en het Register externe veiligheid. Desondanks heeft de gemeente Leudal relatief te maken met veel overlast meldingen. Zoals hierboven vermeld gaat het hierbij in hoofdzaak over lucht, geluid en geur. Dat is ook de reden dat voor geur en geluid momenteel al lokale gebiedsgerichte beleidsregels van kracht zijn.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 48 van 76
Leudal heeft als een van de eerste overheden in Limburg in 2020 het Schone Lucht Akkoord ondertekend. In de gemeente Leudal wordt de luchtkwaliteit hoofdzakelijk bepaald door de veehouderijen, houtstook en verkeer (drukke wegen). Dit blijkt uit de Rapportage Luchtkwaliteit en gezondheid in Limburg (november 2022). Onlangs is Leudal in het landelijke Besluit kwaliteit leefomgeving aangeduid als aandachtsgebied fijnstof. Wat komt er op ons af? • Steeds groter wordende aandacht voor een gezonde en duurzame leefomgeving: strengere •
landelijke normen voor luchtkwaliteit, fijnstof, PFAS, spuitzones etc. Doordat we steeds vaker te maken hebben met hogere temperaturen en een vergrijzende
• •
bevolking, is aandacht voor hittebestrijding van belang. Transitie van de agrarische sector (van Intensieve Veehouderij naar andere sectoren). Klimaatdoelen die vragen om een versnelling van de reductie van CO2.
Wat willen we? We willen een goede balans tussen fijn en gezond wonen in Leudal en het bieden aan ruimte voor (agrarische) bedrijven om hun activiteiten te ontplooien, zich te vestigen of uit te breiden. We gaan uit van de vier milieubeginselen van de Omgevingswet. Dit zijn: 1. het voorzorgsbeginsel, 2. het beginsel van preventief handelen, 3. het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden, 4. het beginsel dat de vervuiler betaalt. Waar
van
toepassing
nemen
wij
de
algemene
milieubeginselen
op
in
(thematische
én
gebiedsgerichte) beleidsvoorstellen. Ook gaan we uit van de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat niet alleen wij (de overheid), maar ook onze ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en hiernaar handelen. We voorkomen of beperken risico’s door het treffen van maatregelen aan de bron, het beschermen van de omgeving (met nadruk op kwetsbare groepen) en het verhogen van de zelfredzaamheid. Indien nodig, stellen we algemene regels of maatwerkvoorschriften aan bedrijven. In dit thema is onderstaande doelstelling voor het gehele grondgebied gelijk, ongeacht het landschap of gebiedstype: ➢
We verbeteren de kwaliteit van onze leefomgeving op het gebied van geluid, geur en luchtkwaliteit: o Met het moderniseren van het bestaande lokale gebiedsgericht geluidbeleid wordt hieraan een nadere uitwerking gegeven door per gebied geluidsvoorschriften ‘op maat’ vast te leggen. Ook een betere bescherming van de 3 bestaande stiltegebieden krijgt hierbij aandacht. o
Het thema geur speelt in Leudal met name bij agrarische bedrijven. Hoewel de huidige lokale geurnormen, ten opzichte van de landelijke normen, al behoorlijk zijn aangescherpt, heeft Leudal toch nog diverse (cumulatief) overbelaste gebieden. Het blijft daarom zaak om op lokaal niveau nieuwe situaties met een onaanvaardbare geurbelasting te voorkomen en de bestaande overlast te verminderen.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 49 van 76
o
In ons lokale uitvoeringsplan Schone Lucht Akkoord (SLA) benoemen we maatregelen op gebied van landbouw, industrie, mobiliteit, mobiele werktuigen en houtstook. In het SLA hebben we de ambitie benoemd (in aansluiting bij het Rijk) om in 2030 gezamenlijk 50% gezondheidswinst op het gebeid van deze onderwerpen te realiseren ten opzichte van 2016. Het uitvoeringsplan om hier te komen actualiseren we elk jaar. Hierdoor spelen we jaarlijks in op de mogelijkheden en verbeteringen die voor onze gemeente nodig zijn en kunnen we gericht sturen naar het behalen van onze ambities.
Kernen ➢ In kernen is het uitgangspunt dat overal een gezond woon- en leefklimaat aanwezig is. Op het gebied van geluid is het gebiedsgericht geluidbeleid al toegespitst op een goed geluidsniveau passend bij wonen. (Milieu)overlastsituaties in kernen spelen vooral nog op het gebied van geur en fijnstof. De keuzes die we maken in het buitengebied ambiëren in elk geval een verbetering van het woon- en leefklimaat in de kernen. Kernrandzones ➢ We zorgen voor een betere scheiding tussen mens en dier en mens en agrarische activiteiten
➢
(gebruik bestrijdingsmiddelen / gewasbeschermingsmiddelen / pesticiden). De kernrandzone is ontwikkeld om mens- en dierconcentraties van elkaar te scheiden met als doel een goed woonen leefklimaat in de dorpen. Het reeds ingezette beleid om te komen tot scheiding van mens en dier wordt doorgezet. De functie van de kernrandzone hebben wij in deze visie wel verbreed. In deze zone worden kleinschalige (agrarische) bedrijfsactiviteiten toegelaten en vergroening door boomgaarden, voedselbossen en landschapselementen etc. gestimuleerd. De kernkwaliteiten van een gebied bepalen wat het gebied aan kan qua milieubelasting. Er wordt gestreefd naar een goede afweging tussen mogelijke en gewenste functies en de omgeving. We inventariseren de kernrandzones en richten hierbij passende activiteiten opnieuw in. De kernrandzones zijn de overgangszone tussen wonen en werken (buitengebied). In de huidige bestemmingsplannen zijn kernrandzones aangegeven rondom elke kern. We onderzoeken of een differentiatie aangebracht kan worden in de grootte van de zones maar de bestaande zone van 200 meter blijft minimaal gehandhaafd. Binnen de kernrandzones accepteren we dat het leefklimaat wat minder goed kan zijn dan in de kernen, maar nog altijd voldoende om fijn te kunnen leven. We stemmen de activiteiten die hier mogelijk zijn af op een acceptabel ‘woonen leefklimaat’.
Waar zich kansen voordoen om bedrijven te verplaatsen of te stoppen, springen wij hier op in.
Bedrijventerreinen ➢ We zorgen voor een scheiding tussen wonen en werken. Bedrijvigheid hoort in basis op het bedrijventerrein thuis. Alleen kleinschalige ondergeschikte bedrijvigheid kan ook in het buitengebied. Bedrijvigheid in kernen beperkt zich tot oudsher bestaande bedrijven, zij hebben geen ontwikkelruimte meer. Nieuwe ontwikkelingen op die plekken zijn voor woningbouw en voorzieningen. Hierdoor ontstaat er een duidelijke scheiding tussen wonen en werken, waardoor de overlast door bedrijvigheid verminderd. Buitengebied geheel In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied: ➢ We zetten in op het verlagen van de emissie bij bedrijven en het voorkomen van benutting van oude rechten op slechte locaties. Verbetering van de luchtkwaliteit van bestaande agrarische bedrijven wordt gestimuleerd.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 50 van 76
➢
We verminderen overlastsituaties door de ontwikkeling van de juiste (bedrijfs-) initiatieven op
➢
de juiste plek. We willen de negatieve effecten van bedrijvigheid op de gezondheid van inwoners en op de kwaliteit van natuur verminderen. Dit doen wij door de toepassing van een gebiedsgerichte aanpak met een lokale benadering, waarbij wij diverse opgaven tegelijkertijd én samen met de betrokkenen oppakken. We zetten in op het concentreren van (intensieve) landbouw zodat elders in het buitengebied de kwaliteiten rust, ruimte en groen verder versterkt worden. We vinden het belangrijk dat bedrijven zich duurzaam kunnen ontwikkelen op locaties waar ze de minste overlast veroorzaken voor de omgeving. Agrarische bedrijven moeten zich vestigen en ontwikkelen op een passende en toekomstbestendige locatie.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 51 van 76
8.2 Goede gezondheid en veiligheid Waar staan we nu? Bij het thema goede gezondheid gaat het om de keuzes en mogelijkheden van inwoners zelf (genoeg bewegen, gezond eten) en de inrichting van de ruimte (voldoende parken, groen en speelplekken). Als we het hebben over gezondheid binnen de Omgevingsvisie, dan praten we juist over de delen die zich buiten afspelen. Het bevorderen en faciliteren van gezondheid en veiligheid gaat voornamelijk over het hebben van voldoende en goed bereikbare voorzieningen buiten en het kunnen beheren van een veilig buitenklimaat. Denk daarbij aan voldoende ruimte om te kunnen spelen, sporten en bewegen. Hiervoor is voldoende ruimte in de buitenlucht nodig, bijvoorbeeld in parken, natuur en het agrarisch gebied. Ook goede zorg, lekker in je vel zitten en mee kunnen doen horen hierbij. Naast aandacht voor gezondheid in de woonomgeving richten wij ons ook op de sociale veiligheid. Sociale veiligheid houdt in dat men zich beschermd voelt in de openbare ruimte. Dus samenvattend gaat het om voldoende plekken om te kunnen bewegen, maar wel op plaatsen waar genoeg overzicht en sociale controle is. Leudal is een groene gemeente. De afstand vanuit alle kernen tot natuur en recreatie voorzieningen is klein. In het buitengebied is de afstand tot de voorzieningen voor sport en spelen groter.
En door deze grotere afstand is de toegankelijkheid en (sociale) veiligheid naar deze voorzieningen minder. Wat komt er op ons af? • Vergrijzing en ontgroening van de bevolking; de groep mensen ouder dan 65 groeit
•
gestaag, terwijl het aantal jongeren afneemt. Dit betekent dat we op een andere manier naar de fysieke behoeften, voorzieningen en bereikbaarheid en toegankelijkheid moeten gaan kijken. Steeds meer aandacht voor goede gezondheid (meer bewegen, gezonder eten, sociale
•
contacten in relatie tot eenzaamheid). Een landelijk programma voor het stimuleren en verbeteren van vitaliteit en langer
• •
zelfstandig thuis wonen. Toename van criminaliteit en ondermijning (drugs etc.). Veranderende relatie tussen samenleving en overheid en binnen de samenleving onderling.
•
Veiligheid is gebaat bij een zekere mate van sociale samenhang. Door de grotere afstand tussen mensen en tussen mens en overheid ontstaat er verharding en onrust in de samenleving. Hierdoor ontstaat er meer agressiviteit en ontstaan onveilige situaties. Klimaatverandering met daardoor groter wordende risico’s op natuurrampen.
Wat willen we? In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele grondgebied gelijk, ongeacht het landschap of gebiedstype: ➢
Verbetering van vitaliteit: Meer inwoners hebben een gezonde leefstijl. Inwoners blijven zo lang mogelijk in ‘goede gezondheid’. We stimuleren inwoners actief een gezonde leefstijl aan te houden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden gezondheidsaspecten vroegtijdig in de planvorming meegenomen. We vinden het daarbij belangrijk dat er een gezonde omgeving in de openbare ruimte is en dat iedere inwoner voldoende mogelijkheid heeft om te bewegen in de openbare ruimte.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 52 van 76
➢
We zetten ons in voor een omgeving die uitnodigt om te ontmoeten, te sporten en te ontwikkelen. We vinden het belangrijk dat overal binnen de gemeente Leudal ruimte is voor ontmoeting, sport en ontwikkeling. Daarom investeren we in voldoende en toekomstkomstbestendig aanbod aan onderwijs, bibliotheken, sportvoorzieningen, (multifunctionele) gemeenschapsaccommodaties met ruimte voor kunst en cultuur en veilige speelplekken. Inwoners van alle leeftijden moeten voldoende mogelijkheden geboden worden om deel te kunnen nemen aan het sociaal-maatschappelijke leven en er moet voldoende aanbod zijn waarvan zij gebruik kunnen maken. Daarin zoeken we de samenwerking met onze lokale en regionale partners.
➢
Criminaliteit (o.a. ondermijning, drugshandel) krijgt geen kans. We doen dit door in te zetten op: o Geen leegstand: Vrijkomende agrarische bebouwing kan gevoelig zijn voor ondermijning. We willen de
o
o
criminaliteit tegengaan door herbestemming van vrijkomend agrarisch vastgoed te stimuleren, passend bij de kernkwaliteiten van de omgeving en een actuele marktbehoefte. Herbestemming is echter niet overal mogelijk bijvoorbeeld door nog actieve agrarische bedrijven in de omgeving of door de ligging van het bedrijfsgebouw. Daarom zetten we naast herbestemming ook in op het slopen van vrijkomende agrarische bebouwing. (Blijvend) leegstaande bebouwing wordt gecontroleerd en bij overtredingen wordt gehandhaafd. Zo gaan we ondermijning tegen en verbeteren we het aanzicht van het buitengebied. Goede sociale controle: Ook zetten we meer in op sociale controle: de veiligheid en zichtbaarheid van speelplekken en bouwplannen. Oplettende samenleving: We stimuleren de gemeenschap om goed op te letten en vreemde situaties te melden. We nodigen inwoners uit om met elkaar in gesprek te gaan over en initiatieven te ontplooien op het terrein van een gezonde en veilige leefomgeving.
➢
We zorgen voor goed toegankelijke en veilige gebouwen en openbare ruimte. Onze inwoners worden steeds ouder en hebben steeds meer behoefte aan toegankelijke (inclusieve) voorzieningen. Ook de zelfredzaamheid van mensen wordt minder. Daar gaan we verder op sturen bij onze plannen. We vertalen de ontwerpprincipes uit de landelijke bouwsteen Omgevingsveiligheid in onze instrumenten. Op basis van risicobepalingen werken we aan maatregelen om incidenten te kunnen bestrijden en zorgcontinuïteit te borgen om inwoners te beschermen.
➢
Elke inwoner heeft recht op een veilige leefomgeving. We houden bij ontwikkelingen rekening met de ontwerpprincipes voor de omgevingsveiligheid: Voorkomen of beperking van risico’s vergroot de veiligheid Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid Bouwwerken en omgeving bieden bescherming Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg Dit houdt onder andere in dat we aandacht hebben voor het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crisis. Specifiek in het Maasdal is de hoogwater-veiligheid van extra belang.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 53 van 76
Kernen ➢ In elke kern in Leudal komt een centrale buitenvoorziening met groen en natuurlijk karakter. We streven ernaar om in elke dorpskern één centrale voorziening te realiseren (bewegen, spelen) die ook fungeert als sociale ontmoetingsplaats voor de buurt. Inwoners die elkaar beter kennen ervaren minder gauw overlast van anderen. De ontmoetingsplekken bevorderen de sociale cohesie, waardoor er minder gauw overlast optreedt. Groenere beweegplekken zijn niet alleen duurzamer en klimaatvriendelijker (o.a. betere afwatering), maar dragen ook bij aan een aantrekkelijkere woonomgeving. Ook passen de groenere beweegplekken met meer schaduw binnen een klimaatadaptieve aanpak. Kernrandzones ➢ De herinrichting
van
kernrandzones
biedt
ruimte
voor
een
goede
gezondheid.
De
kernrandzones vormen een groene jas rondom de kernen. Vanuit een goede gezondheid sluit de inrichting hier aan bij een groen natuurlijk karakter. Passende activiteiten in de kernrandzones richten zich op bewegen en gezond leven. Te denken valt aan ommetjes die vanuit de kern de kernrandzone in gaan en weer terug, kleinschalige biologische boomgaarden, kleinschalige recreatie en/of educatieve agrarische bedrijven die een assortiment van streeken seizoensgebonden producten vers van het land aanbieden. Bedrijventerreinen ➢ We verbeteren sociale veiligheid op bedrijventerreinen. Voor een goed veiligheidsgevoel is het ➢
vooral belangrijk dat de omgeving overzichtelijk, beheersbaar, voorspelbaar en aantrekkelijk is. Op de bedrijventerreinen is voldoende aandacht voor gezondheid van omwonende, werkende en na aanwezige (dier)soorten.
Buitengebied geheel In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied: ➢
We concentreren (intensieve) landbouw zodat elders in het buitengebied de kwaliteiten rust,
➢
ruimte en groen verder versterkt worden. We vinden het belangrijk dat bedrijven zich duurzaam kunnen ontwikkelen op locaties waar ze de minste hinder veroorzaken voor de omgeving. Agrarische bedrijven moeten zich vestigen en ontwikkelen op een passende en toekomstige locatie. We pakken leegstand in het buitengebied actief aan om criminaliteit te ontmoedigen. Specifiek in het buitengebied is leegstand vastgoed een plek waar criminaliteit (zoals drugshandel) goed gedijd. We stimuleren herbestemming en sturen waar nodig op slopen van overtollige bebouwing.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 54 van 76
9
De Omgevingsvisie in de praktijk
Deze Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomst van de gemeente Leudal. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden hieraan getoetst. Daarnaast biedt het handvatten om nieuwe projecten te starten of maatregelen in te voeren. In deze Uitvoeringsparagraaf leggen wij uit hoe wij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen afwegen. Ook leggen wij uit hoe wij de fysieke leefomgeving willen behouden en zelfs kunnen versterken. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de vervolgstappen.
9.1 Wat mag er en waarom? De Omgevingsvisie bestaat uit een algemene visie, een visie per thema en een gebiedsgerichte aanpak. Per thema omschrijven wij wat wij willen bereiken (onze opgaven en ambities). Ook beschrijven wij per deelgebied de kernkwaliteiten en identiteit (onze kenmerken en waarden) en omschrijven wij thematisch hoe wij dit willen behouden en kunnen versterken (onze keuzes). De combinatie van onze opgaven, ambities, kenmerken, waarden en keuzes vormen het integraal afwegingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat wij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toetsen aan de opgaven en ambities uit de hoofdstukken 3 tot en met 8. Deze hoofdstukken bevatten onze ambities voor wonen, mobiliteit, voorzieningen, werken, landbouw en veeteelt, landschap, recreatie en toerisme. Ook bevatten deze hoofstukken de effecten die wij willen bereiken in het verbeteren van de natuur, duurzaamheid en een gezonde en veilige leefomgeving. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dragen in meer of mindere mate bij aan een of meer van deze doelstellingen, opgaven, ambities en effecten. Daarnaast plaatsen wij de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de context van de omgeving. Dit betekent dat nieuwe activiteiten in lijn met hun omgeving worden ontwikkeld.
Daarbij kijken wij naar de waarden van het gebied waarin de activiteit een plek zoekt en hoe deze waarden kunnen worden beschermd of zelfs versterkt. Bij de correcte toepassing van deze beschermingswaarden, hanteren wij het principe: ‘ja, tenzij…’. Samengevat, beantwoorden wij steeds de vraag: hoe draagt deze ruimtelijke ontwikkeling bij aan de uitgangspunten uit onze visie? Met andere woorden, sluit de ruimtelijke ontwikkeling aan bij het toekomstbeeld van Leudal? Wordt het mooier leven in Leudal? Én past de ruimtelijke ontwikkeling in de directe omgeving? Wij kiezen ervoor om: ➢ de wenselijkheid van ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan onze opgaven, ambities, ➢
kenmerken, waarden en beleidskeuzes. gebiedsgericht te werken, waardoor niet iedere wenselijke ruimtelijke ontwikkeling overal
➢
kan worden uitgevoerd of gerealiseerd (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). De gewenste ruimtelijke ontwikkeling moet passend zijn in de omgeving en het landschap. wenselijke ruimtelijke ontwikkelingen, op daarvoor geschikte locaties, in te passen in de
➢
omgeving en het landschap, waarbij rekening wordt gehouden met het laadvermogen van en de ontwerpopgaven voor die locatie. enkel die ontwikkelingen toe te staan die waarde toevoegen aan onze visie (een initiatief heeft niet alleen meerwaarde voor de initiatiefnemer, maar ook voor het landschap, de gemeenschap, de beleving en de toekomst van Leudal).
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 55 van 76
➢
bij iedere ruimtelijke ontwikkeling hebben we oog voor de ondernemer en diens ondernemerschap én voor de betrokkenen en hun belangen. Een omgevingsdialoog is daarbij essentieel. Op die manier krijgt de ondernemer (initiatiefnemer) inzicht in de behoeften uit de directe omgeving, de omwonenden inzicht in de wensen van de ondernemer (initiatiefnemer) en wij inzicht in hoe de behoeften en wensen van de betrokkenen zich tot elkaar verhouden. De omgevingsdialoog wordt aangepast aan de soort ontwikkeling (grotere ontwikkelingen en kleinere ontwikkelingen) en vinden in verschillende fasen van een ruimtelijke ontwikkeling plaats.
In de volgende paragraaf leggen wij uit welke kosten en bijdragen door een initiatiefnemer moeten worden betaald in verband met de realisatie van een ruimtelijke ontwikkeling.
9.2 Welke kosten en bijdragen betalen initiatiefnemers? Iedere initiatiefnemer betaalt voor het behandelen van een aanvraag omgevingsvergunning, een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit of verzoek tot wijziging van het Omgevingsplan. Dit gebeurt door het betalen van leges. Daarnaast of in plaats daarvan betaalt een initiatiefnemer voor de (aanvullende) kosten die wij (moeten) maken om de ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken (het kostenverhaal). De manier waarop wij de kosten verhalen is omschreven in de Nota Grond- en vastgoedbeleid. Deze Nota biedt de handvatten voor het verhaal van kosten. Voor de berekening van het kostenverhaal gebruiken wij als vertrekpunt de landelijk beschikbaar gestelde rekentool ‘Plankostenregels bij kostenverhaal’ of de opvolger daarvan. In het hoofdstuk ‘Kwaliteit als basis’ hebben wij omschreven hoe ons landschap is opgebouwd, wat daarvan de huidige staat is en hoe wij dit in de toekomst willen versterken. Deze versterking willen wij mogelijk maken (financieel haalbaar maken) door ruimtelijke bijdragen te vragen voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied die het landschap aantasten. Deze ruimtelijke bijdrage vindt ‘in natura’ plaats door herstelmaatregelen te treffen of ‘in geld’ door een financiële bijdrage te betalen. De financiële bijdragen worden gebruikt om het landschap te herstellen en te verbeteren.
Ook hebben wij omschreven hoe onze bebouwde omgeving is ingericht en welke opgaven daarin binnen de planperiode moeten worden gerealiseerd. De herstructurering van de bebouwde omgeving willen wij mogelijk maken (financieel haalbaar maken) door ruimtelijke bijdragen te vragen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Deze ruimtelijke bijdrage vindt plaats ‘in natura’ door herstructureringsmaatregelen in het plan op te nemen of ‘in geld’ door een financiële bijdrage te betalen. De financiële bijdragen worden gebruikt om de herstructurering van de bebouwde omgeving mogelijk te maken. Wij kiezen ervoor om: ➢ Kosten die de gemeente moet maken voor het mogelijk maken van een ruimtelijke ➢
ontwikkeling, te verhalen op (door te belasten aan) de initiatiefnemer. Ruimtelijke bijdragen te verlangen van initiatiefnemers, zodat het gewenst landschappelijk
➢
raamwerk kan worden gerealiseerd. Ruimtelijke bijdragen te verlangen van initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen,
➢
waarmee sloop of herstructurering in de bebouwde omgeving (gericht op de woningbouwopgave in het betaalbare segment) wordt gefaciliteerd. Ruimtelijke bijdragen te verlangen van initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen, waarmee sloop of herstructurering bedrijventerreinen) wordt gefaciliteerd.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
in
de
bebouwde
omgeving
(gericht
op
de
Pagina 56 van 76
9.3 Wat doen wij aan onze fysieke leefomgeving? Met de Omgevingsvisie alleen komen wij er niet. De visie is een eerste begin om te komen tot een wenselijk toekomstbeeld. In de paragrafen hiervoor hebben wij uitgelegd hoe nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door derden mogelijk worden gemaakt. In deze en de volgende paragraaf gaan wij in op onze rol, die ervoor moet zorgen dat onze opgaven, ambities en wensen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Wij zullen via programma’s, omgevingsplan, projecten en processen doelen formuleren en uiteindelijk realiseren. Wij kiezen ervoor om: ➢ De veranderende rol van de overheid, en daarmee ook die van de gemeente, zo in te vullen
➢
dat wij regie houden op de uitvoering van onze opgaven, ambities en wensen. Dit doen wij door te sturen op de gewenste effecten. Wij benoemen en stimuleren wat kan én wij geven aan wat niet kan en welke mogelijkheden er wel zijn. Op die manier geven wij duidelijkheid. Per opgave, project, proces of plan te bepalen welke rol we pakken. Niet voor ieder project neemt de gemeente dus de regie. Wij zijn regisseur en verbinder in de realisatie van onze opgaven, ambities en wensen.
➢
Samenwerking te stimuleren binnen netwerken en met verschillende partners om onze
➢
opgaven, ambities en wensen te realiseren. Wij kunnen de gestelde doelen immers niet alleen realiseren en doen dit daarom samen met inwoners, ondernemers en organisaties. Projecten, processen of plannen te realiseren die rechtstreeks onze bevoegdheid of (kern)taak raken óf waarvoor wij hebben gekozen een actieve rol te nemen. o Wij voeren projecten en maatregelen uit, die eraan bijdragen het gewenst o
landschappelijk raamwerk te realiseren. Wij richten de openbare ruimte zo in, dat inwoners en bezoekers zich veilig voelen
o
en een gezonde leefstijl wordt gestimuleerd. Uitnodigend vormgeven van de openbare ruimte voor wandel- en fietsverkeer, sport en spel en groen is wenselijk, maar gaat ten koste van verhard oppervlak, zoals asfalt en parkeerplaatsen of de primaire functie. Desalniettemin zien wij juist deze inrichting als randvoorwaarde voor een toekomstige ontwikkeling. Wij kiezen situationeel voor een actieve rol bij de realisatie van woningen,
o
bedrijfslocaties, energiegemeenschappen of maatschappelijke voorzieningen. Wij voeren regie op de transitie van het landelijk gebied, voor zover dit binnen
o
onze bevoegdheid valt. Wij zetten onze publiekrechtelijke bevoegdheid in om bestaand landschap,
o
bestaande natuur en bestaand (cultureel) erfgoed te behouden. Wij stimuleren projecten waarmee de waarde en de beleving van ons landschap, onze natuur en ons (cultureel) erfgoed wordt versterkt. Wij treffen (tijdig) maatregelen, die de gevolgen van klimaatverandering,
o
voornamelijk op het gebied van hittestress, hevige regenval en overstromingsrisico’s van de Maas, beperken. Wij adviseren inwoners op gebied van energiebesparing en isolatiemogelijkheden
o
en ontzorgen (bepaalde doelgroepen) inwoners door kleine maatregelen zelf uit te voeren. Wij passen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties toe in het belang van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 57 van 76
Tot slot willen wij de relatie tussen ons (lokale overheid, gemeente) en onze inwoners, ondernemers, verenigingen en partners verbeteren. Hierbij kijken wij kritisch naar onze werkwijze. Wij willen inwoners en partners betrekken bij de keuzes over de inrichting, het gebruik en het beheer van de leefomgeving. Dit bevordert dat de keuzes aansluiten op de leefstijl van inwoners (als samenleving, collectief) en tegemoet komen aan hun wensen op het gebied van hun woonomgeving, gezondheid en veiligheid.
9.4 Wat is het vervolg? In aanvulling op paragraaf 9.3 is het noodzakelijk en wenselijk de Omgevingsvisie verder door te vertalen in de overige (richtinggevende) instrumenten van de Omgevingswet, namelijk de omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan. Diverse onderdelen van de Omgevingsvisie worden of zijn uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma onder de Omgevingswet. Dit zijn in ieder geval (maar niet uitsluitend): een nog op te stellen Uitvoeringsprogramma Landelijk gebied, gericht op de -
ontwikkelingen in het buitengebied, het landschap en de cultuurhistorie; een programma Volkshuisvesting (waarvan de Versnellingsagenda Wonen onderdeel is), gericht op de woningvoorraad al dan niet voorzien van een kader voor herstructurering (apart of geïntegreerd programma);
-
het uitvoeringsprogramma mobiliteit; een uitvoeringsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit (opvolger van de Nota Kwaliteit),
-
gericht op de versterking van het landschappelijk raamwerk; het bomenbeleid; een duurzaamheidsprogramma; het Rioleringsprogramma; het Schone Lucht Akkoord.
De Omgevingsvisie wordt daarnaast vertaald in het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan is de rechtsopvolger van de bestemmingsplannen en bevat daarnaast een zogenaamde bruidsschat (rijksregels, waarop gemeenten lokaal maatwerk kunnen toepassen) en lokale verordeningen. Het Omgevingsplan geeft meer richting aan de (on)mogelijkheden van functies en activiteiten op een perceel. Denk bijvoorbeeld aan de oppervlakte van bebouwing, de gebruiksmogelijkheden van terreinen en gebouwen en de wijze waarop activiteiten zijn toegestaan (altijd, nadat een melding is gedaan of alleen met een vergunning). Het Omgevingsplan wordt na vaststelling van de Omgevingsvisie in delen verder uitgewerkt. Wij vertalen de opgaven, ambities en doelen naar (toepasbare) regels. Hierbij geven wij nu alvast aan dat niet alle opgaven, ambities en doelen kunnen worden omgezet in regels in het Omgevingsplan. Sommige opgaven, ambities en doelen zullen op een andere wijze worden bereikt. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van projecten. Het Omgevingsplan moet voor 1 januari 2032 voor het gehele grondgebied zijn vastgesteld.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 58 van 76
9.5 Wij blijven in beweging De wereld staat niet stil. Als de wereld om ons heen verandert, moeten wij hierop anticiperen (wendbaar zijn). Dit doen wij steeds vanuit de hoofdgedachte dat ‘rust’, ‘ruimte’ en ‘groen’ en een goede kwaliteit van onze fysieke leefomgeving onze drijfveren zijn. Bij nieuwe (beleids-)opgaven gaan we uit van deze waarden en de voorliggende Omgevingsvisie. Deze houden wij daarom actueel. Als nieuwe inzichten ontstaan, bekijken we of, en zo ja op welke manier, wij de Omgevingsvisie moeten aanpassen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij: 1. Nieuwe inzichten in de uitvoeringsprogramma’s rondom thema’s of kwaliteiten. 2. Nieuwe opgaven die nog niet in de Omgevingsvisie staan, maar de fysieke leefomgeving wel vanuit een strategisch perspectief beïnvloeden. Wij volgen in dit kader de beleidscyclus uit de Omgevingswet:
Figuur 2: Beleidscyclus Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)
Daarbij nemen wij ten minste een keer per raadsperiode (indicatief iedere vier jaar) de verplichting op ons te besluiten over de wenselijkheid van de actualisatie van de Omgevingsvisie.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 59 van 76
Bijlagen Bijlage 1 – Begrippenlijst Bijlage 2 – Ruimtelijke ambitie 2040 / Landschapstypen van Leudal Bijlage 3 – Participatieverslag Bijlage 4 – Nota van Zienswijzen
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 60 van 76
Bijlage 1 - Begrippenlijst
Cultuurhistorische erfgoed
Cultuurhistorisch erfgoed omvat de materiële en immateriële waarden die de geschiedenis en cultuur van een regio of land weerspiegelen en zijn essentieel voor het behoud van onze identiteit.
Deelgebied
Gedeelte van het grondgebied van Leudal, dat naar aard of omvang onderscheidend is ten opzichte van de andere delen van Leudal. Wij kennen de volgende gebiedstypen: de kernen (onze dorpen), het buitengebied inclusief de kernrandzones, de bedrijventerreinen en de volgende deelgebieden cultuurgronden westelijk Leudal, Leudal en omgeving, het Maasdal en de ontginningsgronden van noordelijke Leudal.
Dekzandruggen
Een dekzandrug is een opgestoven hoogte van dekzand. Het merendeel van deze hoogtes is ontstaan in de laatste ijstijd, het Weichselien.
Duurzaam(heid)
Een aanpak of ontwikkeling die voorziet in de behoeften van nu (de huidige generatie), zonder de behoeften voor de toekomst (van toekomstige generaties) in gevaar te brengen.
Energiegemeenschap
Een groep energienetgebruikers in de gebouwde omgeving die besluit energie uit te wisselen of collectieve energieactiviteiten te organiseren via een open en democratisch systeem. Het kan gaan om individuele inwoners, eventueel in samenwerking met lokale overheden en/of ondernemingen.
Energiehub
Een lokale samenwerking tussen gebruikers en producenten van energie, waarin energieopwek, -transport, -opslag, -conversie en -verbruik op elkaar worden afgestemd.
Gebiedseigen
Gebiedseigen verwijst naar elementen, materialen, planten, dieren of processen die van nature in een specifiek gebied voorkomen en goed passen bij de omgeving. Dit begrip wordt vaak gebruikt in de context van natuurbeheer, landbouw en landschapsontwikkeling. In landbouw betekent gebiedseigen bijvoorbeeld dat de soorten en methoden aansluiten bij de natuurlijke kenmerken van het gebied, zoals bodem, klimaat en biodiversiteit. Het doel hiervan is vaak om de ecologische balans te behouden en om het landschap op een duurzame manier te gebruiken en te ontwikkelen. Gebiedseigen planten en dieren zijn aangepast aan de lokale omstandigheden, waardoor ze minder externe input zoals water of meststoffen nodig hebben en minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 61 van 76
Genetische verarming
Genetische verarming, ook wel genetische erosie of uitputting genoemd, is het verlies van genetische diversiteit binnen een populatie. Dit kan leiden tot een kleinere genenpool en is vaak een gevolg van fragmentatie van leefgebieden, wat isolatie van populaties veroorzaakt en inteelt in de hand werkt. Door genetische verarming worden populaties minder veerkrachtig en kwetsbaarder voor omgevingsveranderingen.
Goede gezondheid
Gezondheid gaat over meer dan ‘het wel of niet hebben van een aandoening’. Goede (of positieve) gezondheid gaat over lichamelijk welbevinden, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren.
Hernieuwbare energie
Energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. Dit is energie uit wind, water, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa.
Inzijggebied
Gebied waar de neerslag van nature de grond intrekt, daarmee het grondwater aanvult en dus niet via waterlopen wordt afgevoerd.
Kernrandzone
Een zone van 200 meter rond de kern (het dorp) waar woongebied en bedrijvigheid wordt gescheiden en als het ware een overgangsgebied vormt tussen dorp en buitengebied. Dit doen we voor: o het verbeteren van het woon- en leefklimaat van de inwoners in de dorpen (daar waar de meeste mensen wonen) o (milieutechnische) bescherming voor een goede gezondheid o het verhogen van de belevingswaarde door de aanleg van meer groen o het bieden van ruimte voor maatregelen die het woonen leefklimaat verbeteren o het bieden van ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen
Klimaatadaptatie
Het voorbereiden op en aanpassen aan de verandering van het klimaat. De klimaatverandering is zichtbaar door hittestress, droogte, wateroverlast en overstromingen.
Landbouw
Het totaal aan agrarische activiteiten tuinbouw, akkerbouw en (intensieve) veeteelt.
Extensieve landbouw
Bij extensieve landbouw wordt voedsel geproduceerd op veel grond, maar met minder kunstmest, veevoer en gewasbeschermingsmiddelen. Daardoor is de opbrengst per hectare lager dan bij intensieve landbouw. Voorbeelden van extensieve landbouw zijn natuur inclusieve en biologische landbouw.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
waaronder
Pagina 62 van 76
Intensieve landbouw
Intensieve landbouw richt zich op een hoge productie tegen lage kosten, met efficiënte methoden en middelen zoals machines, sterke gewassen, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij worden dieren vaak bedrijfsmatig gehouden in stallen of hokken, zonder dat er grond nodig is om voer te produceren. Onder intensieve veehouderij vallen bijvoorbeeld varkens, kippen, vleeskalveren, vleesstieren, geiten, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen en parelhoenders.
Landschappelijk raamwerk
De op kaart vertaalde landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Leudal, opgebouwd vanuit de historie, de kenmerken, de waardevolle eigenschappen en de ontwikkelingen van het landschap.
Landschapstype
Een samenstel van eigenschappen en kenmerken van gronden (reliëf, bodem en water) met een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis. In Leudal onderscheiden we: De beekdalen bestaan uit natuurlijke en aangepaste beken (bijv. rechtgetrokken). Hoewel ze variëren in loop en vorming, spelen ze een belangrijke structurerende rol in het landschap. De waterlopen hebben met hun dalen en afzettingen de ruimtelijke structuur en het landgebruik sterk beïnvloed. Dit landschapstype bestaat uit bossen, heide, venen, zandvlaktes en oude weides en akkers, met graslanden, heide en stuifduinen. Het is een besloten gebied met weinig bebouwing en beperkte vergezichten. De waarde komt voort uit de beleving en de relatie met de aardkundige situatie en cultuurhistorische elementen, zoals landgoederen en buitenplaatsen. Door de aanwezigheid van veel opgaand groen een geheel eigen karakter. De kampen vormen een kleinschalig, afwisselend gebied bestaande uit boerderijen, weilanden, akkers en landschapselementen. Het afwisselende patroon van landgebruik en groene elementen heeft te maken met de ontginningsgeschiedenis en het eeuwenlange agrarische gebruik. Kampen liggen vaak aan de randen van de oudere velden op de overgang naar de voormalige heide. Vandaag de dag zijn veel van de karakteristieke kenmerken van de kampen niet meer zichtbaar.
Het rivierdal, gevormd door de Maas, is de belangrijkste structuurdrager van het Limburgse landschap. Het strekt zich uit van enkele honderden meters tot zes kilometer breed langs de Maas, met hooilanden, graslanden, oude bouwlanden en een mix van oude en nieuwe stads- en dorpskernen. De heideontginningen waren de eerste grootschalige ontginningen op zandgronden en vormen nu grootschalige landbouwgebieden. In de 19de eeuw werden vooral de droge, hogere zandgronden ontgonnen; na 1900 volgden de lager gelegen natte gebieden. Ze behoren tot de jonge ontginningen en ontstonden in fasen. Kenmerkend voor deze ontginningen was grootschalige bosaanplant (later omgezet naar akkerland of weiland).
Beekdalen
Bos- Mozaïek
Kampen
Maasdal
Ontginningsgronden
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 63 van 76
Velden
Een veld of geclusterde velden zijn relatief grote bol gelegen akkers, vaak met een middeleeuwse ontginningsgeschiedenis. Kenmerkend voor dit gebiedstype is de onlosmakelijke combinatie van een open middengebied met daaromheen groenstructuren en bebouwing (kern, lint), waarbij er altijd doorkijkjes richting het open middengebied zijn.
Mobiliteit
Het geheel van vervoersmiddelen en infrastructuur dat bedoeld is om je te kunnen verplaatsen. Dit kan met (fiets, ov, auto) of zonder hulpmiddel (te voet).
Mobiliteitshub
Een plek waar verschillende vervoersvormen samen komen (overstappunt), waar mogelijk ondersteund door voorzieningen zoals een fietsenstalling, ov-opstappunt of (carpool)parkeerplaats.
Natura 2000
Natura 2000-gebieden zijn een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden die zijn aangewezen om soorten en leefomgevingen te beschermen die van internationaal belang zijn. Het doel is het behoud van de biodiversiteit, oftewel de soortenrijkdom, en deze gebieden worden beschermd op basis van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Specifiek voor N2000 Leudal geldt de volgende link; Leudal | natura 2000
Natuurdoel typen
Een natuurdoeltype is een in het natuurbeleid nagestreefd type ecosysteem dat een bepaalde biodiversiteit en een bepaalde mate van natuurlijkheid als kwaliteitskenmerken heeft. Een natuurdoel bevat één of meer natuurdoeltypen. Het stelsel van natuurdoeltypen wordt gebruikt als 'taal' in het natuur- en milieubeleid.
(dag)Recreatie
Recreatie is het geheel van activiteiten die mensen ondernemen om te ontspannen, plezier te hebben en zich te vermaken, vaak in hun vrije tijd. Recreatie behelst meestal een beperkte tijd, van enkele uren tot maximaal 1 dag. Het doel van recreatie is om lichamelijke en geestelijke ontspanning te bevorderen, stress te verminderen en het welzijn te verbeteren. Dit kan zowel binnen- als buitenshuis plaatsvinden en omvat een breed scala aan activiteiten, van sporten, wandelen, en reizen tot creatieve bezigheden zoals schilderen of muziek maken.
Teeltondersteunende voorziening
Voorzieningen/constructies (inclusief containervelden) met als doel het gewas te forceren tot meer groei en of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel vervroegen als verlaten ten opzichte van normale open teelt en/of beschermen tegen weersinvloeden, ziekten en plagen wat leidt tot een beter kwaliteit product. Afdekfolie alléén, dus zonder enige constructie, wordt niet gezien als een teeltondersteunende voorziening.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 64 van 76
Toerisme
Toerisme betreft het reizen naar een andere bestemming dan je gebruikelijke woon- of werkplek, vaak met het doel om nieuwe ervaringen op te doen, andere culturen te verkennen, of bijzondere bezienswaardigheden te bezoeken. Toerisme is meestal meerdaags en kan zowel recreatief als cultureel, educatief of zelfs zakelijk zijn.
Verblijfsrecreatie
Verblijfsrecreatie is recreatie waarbij mensen overnachten op een locatie anders dan de gebruikelijke woonomgeving. Dit kan variëren van een weekendtrip tot een langere vakantie.
Vrijetijdslandschap
Een gebied dat geschikt is voor recreatieve activiteiten en vrijetijdsbesteding. Een gebied dat de recreatieve behoeften van mensen vervult. In vrijetijdslandschappen komen verschillende lagen samen en versterken elkaar; natuur, landschap, (agrarische) cultuur, erfgoed, wonen, werken, recreëren.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 65 van 76
Bijlage 2 – Ruimtelijke ambitie 2040 / Landschapstypen van Leudal
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 66 van 76
Bijlage 3 – Participatieverslag Inleiding In juni en juli 2024 hebben de participatiebijeenkomsten voor de Omgevingsvisie Leudal plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomsten zijn we met raadsleden, ketenpartners, inwoners en ondernemers in gesprek gegaan over de Omgevingsvisie. Het uitgangspunt van de visie is dat de kwaliteit van de leefomgeving behouden blijft, en liefst nog toeneemt, voor toekomstige generaties. Binnen dit kader zijn alle grote opgaven geprojecteerd in de beperkt beschikbare ruimte en worden waar mogelijk functies gecombineerd. Dit betekent dat niet alles overal kan en de visie uitgaat van verhuizende functies en transformerende gebieden. De omgevingsvisie is opgebouwd uit een aantal bouwstenen, zoals het landschappelijk raamwerk, duurzame energie, recreatie en toerisme en wonen. De inbreng die tijdens de totstandkoming van deze bouwstenen is ontvangen van inwoners, ondernemers, ketenpartners en deskundigen is voor zover relevant verwerkt in de omgevingsvisie. De bijeenkomsten van juni en juli 2024 hadden tot doel een laatste (informele) raadpleging te doen en informatie op te halen. In dit verslag is opgenomen hoe de participatie heeft plaatsgevonden, wie daarbij is betrokken en welke inbreng is geleverd. Daarnaast is – op hoofdlijnen – weergegeven of deze inbreng is verwerkt, op welke manier en waarom.
Algemeen Er zijn in juni en juli drie bijeenkomsten georganiseerd. Namelijk: 1. 25 juni 2024: voor (keten)partners 2. 27 juni 2024: voor raads- en commissieleden 3. 4 juli 2024: voor inwoners, ondernemers, belangenbehartigers en geïnteresseerden De bijeenkomsten zijn in totaal door ca. 150 personen bezocht. Tijdens de bijeenkomsten in juni is een toelichting gegeven op de totstandkoming en inhoud van de omgevingsvisie. Hierbij is gebruik gemaakt van een praatplaat van de visie en een kaart van het grondgebied. De praatplaat is een hulpmiddel om onze omgevingsvisie op een eenvoudige manier te presenteren. Het is geen exacte weergave van onze gemeente en niet geografisch accuraat, maar een schematische voorstelling van belangrijke elementen zoals woonkernen, bedrijventerreinen en het buitengebied. Het geeft een indruk van de toekomstige ontwikkelingen in de verschillende delen van onze gemeente. Het toont hoe we beeldbepalende elementen zoals molens en erfgoed willen behouden, en hoe we door bouwkranen en puzzelstukken laten zien dat er gebouwd, verbouwd en gesloopt moet worden om onze ambities te verwezenlijken. De kaart van het grondgebied geeft in grove zones weer hoe functies evenwichtig (in balans) worden toegedeeld aan locaties. Dit is gedaan vanuit het landschap als basis en in de wetenschap dat niet alles overal en tegelijkertijd kan.
De praatplaat en de kaart zijn eveneens gebruikt voor de inloopavond op 4 juli 2024. Opvallend, maar niet verwonderlijk, is dat het abstractieniveau van de omgevingsvisie niet voor iedereen even grijpbaar is. Vooral inwoners, ondernemers en belangenorganisaties hadden veel vragen en meningen over de invloed van de visie op hun leven en onderneming. Het is ook niet verwonderlijk dat persoonlijke meningen met elkaar botsten.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 67 van 76
Tijdens de sessies is een groot aantal vragen gesteld, opmerkingen gemaakt, voorstellen voor aanvullingen gedaan en tekortkomingen gesignaleerd. Niet alle feedback is van toepassing op de omgevingsvisie. Zo betreft het soms een statement of heeft het betrekking op de planuitwerking. Andere feedback leidt wel tot een aanpassing of aanscherping van de omgevingsvisie. Naast solitaire feedback zijn ook een aantal meer algemene zaken vaker naar voren gekomen. In zijn algemeenheid is de lijn die hieruit naar voren komt, er is: Behoefte aan meer uitleg waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Behoefte aan uitleg over de consequenties van die keuzes. Bijzondere onderwerpen die nog ontbreken zoals: o de bouw van een kerncentrale, een treinstation, duurzaamheid als extra basisuitgangspunt naast omgevingskwaliteit.
Ondernemen en werken - algemeen De participatie heeft relatief weinig feedback en kritische aandachtspunten opgeleverd. De gegeven feedback had vooral betrekking op uitbreiding van bedrijventerreinen, toekomstperspectief voor ondernemingen en aandacht voor duurzaamheid. Er is positief gereageerd op de visie om kleinere verouderde bedrijfsomgevingen in de toekomst te saneren en geschikt te maken voor een andere invulling passend bij de omgeving. Ook hebben ondernemers positief gereageerd op de zoekgebieden voor ontwikkelruimte van onze bedrijventerreinen. Niet persé om ruimte te bieden aan nieuwe bedrijven, maar om ruimte te kunnen bieden aan bestaande bedrijven met een verhuisopgave om te kunnen ontwikkelen.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 68 van 76
Gelijktijdig hebben omwonenden zorgen geuit. Voor hen staat zoekgebied gelijk aan realisatie met een negatief effect op de kwaliteit van hun woonomgeving. Deze tegengestelde reacties leiden niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Niet alle zoekgebieden zullen leiden tot daadwerkelijke uitbreiding. Daarbij vindt zoals opgemerkt ook afstemming plaats met buurgemeenten. En daar waar uitbreiding een optie blijkt, worden alle belangen meegewogen en meegenomen in de planontwikkeling en besluitvormingsprocedure. Tijdens de sessie voor ondernemers en inwoners is geadviseerd om meer inzicht te vergaren in de toekomstwens en -perspectief van ondernemers en bedrijven. Dit advies krijgt geen weerslag in de omgevingsvisie. Wel wordt de overweging en eventuele uitvoering meegenomen in de reguliere activiteitenplanning. Het laatste opvallende vraagstuk was of duurzaamheid, naast omgevingskwaliteit, niet het derde basisprincipe van de omgevingsvisie en alle toekomstige ontwikkelingen zou moeten zijn? Een begrijpelijke vraag omdat Leudal duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan. Toch nemen we duurzaamheid niet als basisprincipe omdat duurzaamheid slechts deels te ‘verplichten’ is via bestaande wetgeving. Daarnaast gaan we altijd met initiatiefnemers in gesprek over de wensen en mogelijkheden voor aanvullende duurzaamheidsmaatregelen in ontwikkelplannen.
Ondernemen en werken - agrarische sector Specifiek over het onderwerp agrarische sector onder het thema ondernemen en werken in Leudal is het volgende ingebracht. Een gebiedsgerichte benadering waardoor niet alles meer overal kan, is voor ondernemers en inwoners die hierdoor geraakt worden moeilijk. De gemaakte analyse van het gebied wordt in twijfel getrokken omdat eigen inwoners/ondernemers het gebied kennen en dus weten welke gronden waarvoor geschikt zijn; hierdoor ontstaat het beeld dat intensieve landbouw op gronden wordt gestimuleerd die naar de mening van de ondernemers niet geschikt zijn. Ook ontbreekt een goede definitie van begrippen zoals intensief, extensief, landschaps- en natuurinclusief, zoekgebied, enz. Anderzijds is juist ingebracht dat het positief is dat het landschap als basis wordt gebruikt. De visie geeft een duidelijke basis voor wat wel en niet mogelijk is. Sommige mensen vroegen zich af waarom grondwaterbeschermingsgebieden niet op de kaart staan. En ook de grote hoeveelheid agrarische bedrijven dat stopt, leidt tot vragen als hoe gaan jullie om met de rustende boer en meer praktische als hoe houden jullie grasland in het beekdal als er geen melkveebedrijven meer zijn. En geef duidelijk de mogelijke ontwikkelruimte van de gebieden aan.
Hieronder is aangegeven of de gemaakte opmerkingen tot een wijziging van de Omgevingsvisie hebben geleid en wat de wijziging behelst. Een opmerking die meerdere malen terugkwam ging over de analyse die van het gebied is gemaakt en waarom we daarvoor niet de mensen in het gebied hebben gevraagd. We zijn het ermee eens dat de gebruikers over het algemeen een zeer goede kennis van de kwaliteit van de grond hebben. De gebiedsindeling die door ons gemaakt is, is echter een andere kwalificatie dan de kwaliteit van de grond en welk gewas er het beste op geteeld kan worden. Bij de gebiedsindeling is gekeken naar de ontstaansgeschiedenis en de structuren die terug te vinden zijn in het landschap. Daarnaast hebben we in de visie het uitgangspunt dat water en bodem belangrijke factoren zijn bij de afweging van ruimtelijke initiatieven. Hierdoor zetten we in het ene gebied meer in op de bescherming van de beekdalen en is in het andere gebied een intensieve vorm van landbouw mogelijk. Concreet betekent dit dat het mogelijk is om grond die volgens een akkerbouwer zeer geschikt is voor intensieve teelt in de omgevingsvisie is betiteld voor geïntegreerde landbouw.
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 69 van 76
Daarnaast is de kennis van de individuele ondernemer meestal beperkt tot een zeer specifiek gebied in de omgeving van zijn/haar bedrijf. Het grondgebied van de gemeente is groot en uitgestrekt en de gronden hebben veel verschillende eigenaren en gebruikers. Het is voor ons niet werkbaar om eerst met alle ondernemers in gesprek te gaan en daarna een visie op te stellen. Daarom hebben we eerst een totaalplan opgesteld en zijn we daarna gestart met de participatierondes. De opgehaalde informatie wordt gebruikt om de visie te verfijnen en waar nodig te veranderen. Na de visie wordt een programma buitengebied opgesteld. Een van de onderdelen is een uitgangpuntennotitie voor het Omgevingsplan voor het buitengebied. Als deze is vastgesteld vindt een inventarisatie van bedrijven en andere functies in het buitengebied plaats. Een gesprek met de ondernemers over hun toekomstplannen maakt hiervan deel uit. Door landbouwers is ingebracht dat ze door de gebiedsgerichte benadering geen perspectief hebben voor de toekomst, dat niet gewerkt moet worden met generiek beleid maar dat alleen maatwerk toegepast moet worden, dat niet is gekeken naar de feitelijke situatie en dat ontwikkelruimte moet blijven bestaan met mogelijkheden voor innovatie. Het is al langere tijd duidelijk dat de kwaliteit van de natuur, de bodem en het water zwaar onder druk staat (natuur&milieu 2021).
Dit betekent dat het noodzakelijk is om een andere koers te gaan varen. Het principe bodem- en watersturend is hierbij een belangrijk (landelijk) uitgangspunt. Dit betekent niet dat opeens alles anders moet, het betekent wel dat niet alles meer overal kan. Daarbij is gekeken naar de feitelijke situatie en ook naar de gewenste situatie in de toekomst. Het toekomstbeeld is opgenomen in de visie. Daarbij behouden bestaande bedrijven hun rechten. En op het moment dat een bedrijf uitbreidingsplannen heeft en/of een wijziging van de bedrijfsvoering wil doorvoeren stimuleren we een omslag naar de landbouw zoals die op de kaart is aangegeven. In de visie is aangegeven waar ontwikkelruimte is. Ruimte voor innovatie blijft maar dit moet wel passen bij het doel van het gebied waarop de innovatie betrekking heeft. Als een situatie erom vraagt en de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de visie is het mogelijk om maatwerk toe te passen. Generiek beleid voor de diverse gebieden blijft echter ook nodig om de hoofdlijnen voor de toekomst uit te zetten en helderheid en duidelijkheid voor ondernemers en inwoners te scheppen. De overgang van het ene naar het andere gebied is niet keihard. Daarom is er ruimte tussen de gebiedsaanduidingen gelaten. Hierdoor is het mogelijk om maatwerk te leveren bij de bedrijven in de overgangsgebieden.
Verder is aangegeven dat de gebruikte begrippen niet voldoende duidelijk zijn. Deze opmerking is aanleiding geweest om de begrippen nog eens goed onder de loep te nemen en een begrippenlijst bij de visie op te nemen. Ook zijn de gebieden op de kaart gewijzigd van “stimuleren extensieve landbouw” naar geïntegreerde landbouw. Het uitgangspunt van geïntegreerde landbouw is dat de landbouw in balans moet zijn met de draagkracht van de aarde. Bronnen mogen niet op raken. Geïntegreerde landbouw combineert productie met landschaps- en natuurbeheer. Er wordt zo weinig mogelijk en zo efficiënt mogelijk gebruik gemaakt van stoffen die van buiten het bedrijf komen, zoals kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. De focus ligt op het herstellen van bodemkwaliteit, biodiversiteit en van de natuurlijke weerstand van gewassen en productiesystemen. De geïntegreerde landbouw biedt meer mogelijkheden en doet meer recht aan de diversiteit van de landbouw die nu al aanwezig is in het buitengebied. Door een ondernemer met een akkerbouwbedrijf met een opvolger is uitgesproken dat ze hopen dat hun zoon nog een goede toekomst heeft in de landbouw. Wij gunnen ondernemers een goede toekomst en zijn blij met bedrijven die een opvolger hebben. Op sommige plekken betekent dit ook dat je met de inzichten van nu op een andere manier gaat werken. Dat hoeft niet per direct.
Een geleidelijke omslag naar landbouw in balans met de
Omgevingsvisie ‘Leudal, Natuurlijk!’
Pagina 70 van 76
draagkracht van de aarde is wel van belang zodat ook komende generaties nog kunnen leven, werken en genieten van ons mooie buitengebied. Er is gevraagd waarom er geen landbouwontwikkelingsgebieden (LOG) meer op de kaarten staan. Het systeem van de log’s is achterhaald en 10 jaar geleden verlaten. Er werd ons meegegeven dat slopen nodig is om een nieuwe invulling met staarten of ondermijning te voorkomen. In de visie wordt ervan uitgegaan dat niet voor alle vrijkomende agrarische bedrijven een nieuwe invulling kan worden gevonden en dat sloop inderdaad noodzakelijk is. Een uitwerking hiervan komt in het programma buitengebied. Alle ingebrachte punten zijn gewogen. Waar nodig is een verheldering, verandering en aanvulling in de visie aangebracht. Tot slot zijn nog een aantal opmerkingen ingebracht die betrekking hebben op individuele bedrijven of woningbouwplannen, teeltondersteunende voorzieningen, paardenhouderijen, de kosten van het volgen van een planologische procedure, een uitleg over de huidige regels over de kernrandzone of het inrichten van bijvoorbeeld een landbouwsluis. Deze vragen en opmerkingen hebben geen betrekking op de visie en zijn daarom niet beoordeeld of verder uitgewerkt.