CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Optieovereenkomst

Raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente LeudalBij agendapunt: Raadsvoorstel Huuraanbod voormalig Rabobankkantoor (Sint Antoniusstraat 40) in Heythuysen ten behoeve van de zorgboulevard28.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

23.2 Verhuurder en Huurders zijn vrij in de keuze van de verzekeringsmaatschappij, de bepaling van de verzekerde waarde en de beoordeling van de redelijkheid van de verschuldigde premie. 23.3 Onder "normale premie" wordt verstaan de premie die Verhuurder of Huurder, bij een te goeder naam en faam bekend staande assuradeur kan bedingen voor het verzekeren van het gehuurde respectievelijk zijn inventaris en goederen, tegen (brand)risico op het moment direct voorafgaande aan het afsluiten van deze huurovereenkomst, zonder daarbij rekening te houden met de aard van het door Huurder in het gehuurde uit te oefenen bedrijf of beroep, alsmede - gedurende de duur van de huurovereenkomst - elke aanpassing van deze premie, die niet een gevolg is van een verandering van de aard of omvang van het verzekerde risico. Einde huurovereenkomst of gebruik 24.1 Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen zal Huurder het gehuurde bij het einde van de huurovereenkomst of bij het einde van het gebruik van het gehuurde, aan Verhuurder opleveren in de staat die bij aanvang van de huur in het proces-verbaal van oplevering is beschreven, behoudens normale slijtage en veroudering. 24.2 Mocht er bij aanvang van de huur geen proces-verbaal van oplevering zijn opgemaakt, dan wordt het gehuurde geacht, behoudens tegenbewijs door Huurder bij aanvang van de huurovereenkomst te zijn 11/14

opgeleverd in goed onderhouden staat, zonder gebreken en vrij van schade en dient Huurder het gehuurde, behoudens normale slijtage en veroudering, in die staat aan het einde van de huurovereenkomst aan Verhuurder op te leveren. Het gestelde in de laatste zin van artikel 7: 224 lid 2 Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.

24.3 Huurder dient in aanvulling op artikel 24.2 het gehuurde aan het einde van de huurovereenkomst leeg en ontruimd, vrij van gebruik en gebruiksrechten, behoorlijk schoongemaakt en onder afgifte van alle sleutels, keycards e.d. aan Verhuurder op te leveren. 24.4 Huurder is verplicht alle zaken die door hem in, aan of op het gehuurde zijn aangebracht of door hem van de voorgaande Huurder of gebruiker zijn overgenomen op eigen kosten te verwijderen, tenzij Verhuurder op enig moment schriftelijk anderszins aangeeft of heeft aangegeven. Voor niet verwijderde zaken is Verhuurder geen vergoeding verschuldigd, tenzij schriftelijk anders overeengekomen. 24.5 Indien Huurder het gebruik van het gehuurde voor het einde van de huurovereenkomst heeft beëindigd, is Verhuurder gerechtigd, zich op kosten van Huurder toegang tot het gehuurde te verschaffen en zich in het bezit daarvan te stellen, zonder dat dit een gebrek oplevert. 24.6 Alle zaken waarvan Huurder kennelijk afstand heeft gedaan door deze in het gehuurde achter te laten bij het daadwerkelijk verlaten van het gehuurde, kunnen door Verhuurder, naar Verhuurders inzicht, zonder enige aansprakelijkheid zijnerzijds, op kosten van Huurder worden verwijderd, verkocht en/of vernietigd. 24.7 Tijdig voor het einde van de huurovereenkomst of het gebruik, dient het gehuurde door partijen gezamenlijk te worden geïnspecteerd.

Van deze inspectie wordt door partijen een rapport opgemaakt, waarin de bevindingen ten aanzien van de staat van het gehuurde worden vastgelegd. Tevens wordt in dit rapport vastgelegd welke werkzaamheden ter zake van de bij de inspectie noodzakelijk gebleken reparaties en ten laste van Huurder komend achterstallig onderhoud, nog voor rekening van Huurder dienen te worden uitgevoerd alsmede de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit zal dienen te geschieden. 24.8 Indien Huurder of Verhuurder, na daartoe deugdelijk in de gelegenheid te zijn gesteld middels een aangetekende brief, niet binnen redelijke termijn meewerkt aan de inspectie en/of de vastlegging van de bevindingen en afspraken in het inspectierapport, is de partij die op vastlegging aandringt bevoegd de inspectie buiten aanwezigheid van de nalatige partij uit te voeren en het rapport bindend voor partijen vast te stellen en onverwijld een exemplaar van dit rapport ter hand stellen. 24.9 Huurder is gehouden de door hem op basis van het inspectierapport uit te voeren werkzaamheden binnen de in het rapport vastgelegde - of nader tussen partijen overeengekomen - termijn op een deugdelijke wijze uit te voeren c.q. te doen uitvoeren.

Indien Huurder geheel of gedeeltelijk nalatig blijft in de nakoming van zijn uit het rapport voortvloeiende verplichtingen, is Verhuurder gerechtigd zelf deze werkzaamheden te laten uitvoeren en de daaraan verbonden kosten op Huurder te verhalen onverminderd de aanspraak van Verhuurder op vergoeding van de verdere schade en kosten. 24.10 Over de tijd die met het herstel is gemoeid, gerekend vanaf de datum van het einde van de huurovereenkomst, is Huurder aan Verhuurder een bedrag verschuldigd, berekend naar de laatst geldende huurprijs en vergoeding voor bijkomende levering van nutsvoorzieningen en/of prestaties waarvoor servicekosten worden berekend, onverminderd Verhuurders aanspraak op vergoeding van de verdere schade en redelijke kosten. Betalingen 25.1 De betaling van de huurprijs en van al hetgeen verder krachtens deze huurovereenkomst is verschuldigd, zal uiterlijk op de vervaldata in wettig Nederlands betaalmiddel - zonder opschorting, aftrek of verrekening met een vordering welke Huurder op Verhuurder heeft- geschieden door storting dan wel overschrijving op een door Verhuurder op te geven rekening. Huurder kan alleen dan verrekenen als de vordering door de rechter is vastgesteld.

Dit laat onverlet de bevoegdheid van Huurder om gebreken zelf te verhelpen en de redelijke kosten daarvan in mindering te brengen op de huur indien Verhuurder met het verhelpen daarvan in verzuim is. Het staat Verhuurder vrij door middel van schriftelijke opgave aan Huurder wijziging aan te brengen in de plaats of wijze van betaling. Verhuurder is gerechtigd te bepalen op welke openstaande vordering uit de huurovereenkomst een door hem van Huurder ontvangen betaling in mindering komt. 25.2 Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door Huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt Huurder aan Verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 1 % van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300 per maand. De hiervoor bedoelde boete(rente) is niet verschuldigd indien Huurder voor de in artikel 25.1 genoemde vervaldatum per aangetekende brief een gemotiveerde vordering bij Verhuurder heeft ingediend en Verhuurder binnen 4 weken na ontvangst van deze brief inhoudelijk daarop niet heeft gereageerd. Zekerheden 12/14

26.1 Als waarborg voor de juiste nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst zal Huurder uiterlijk 2 weken voor ingangsdatum als bedoeld in artikel 3.1 van de huurovereenkomst of zoveel eerder als Verhuurder aangeeft een bankgarantie afgeven in overeenstemming met een door Verhuurder aangegeven model ter grootte van een in de huurovereenkomst weergegeven bedrag dan wel waarborgsom storten op een door Verhuurder opgegeven bankrekening. Deze bankgarantie dan wel waarborgsom dient mede te gelden voor de verlengingen van de huurovereenkomst inclusief wijzigingen daarvan en dient geldig te blijven tot tenminste zes maanden na de datum waarop het gehuurde feitelijk is ontruimd en tevens de huurovereenkomst is beëindigd. Bovendien dient deze bankgarantie dan wel waarborgsom te gelden voor de rechtsopvolger(s) van Verhuurder. 26.2 Als de bankgarantie dan wel waarborgsom is aangesproken en (deels) uitbetaald, zal Huurder op eerste verzoek van Verhuurder zorgen voor een nieuwe bankgarantie dan wel waarborgsom, die voldoet aan het gestelde in artikelen 26.1, 26.3 en 26.4 tot het bedrag dat direct voorafgaande aan het moment dat de bankgarantie dan wel waarborgsom werd aangesproken, van toepassing was.

26.3 Huurder is verplicht om, na opwaartse aanpassing van de betalingsverplichting als genoemd in artikel 4.1 O van de huurovereenkomst van totaal 15% of meer op eerste verzoek van Verhuurder terstond een nieuwe bankgarantie te doen afgeven dan wel als het een waarborgsom betreft bij te storten tot een bedrag aangepast aan de nieuwe betalingsverplichting. 26.4 Indien de waarborgsom niet rechtsgeldig aangesproken is door Verhuurder dient Verhuurder na beëindiging van de huurovereenkomst de waarborgsom dan wel restant van de waarborgsom terug te storten op een door Huurder op te geven bankrekening uiterlijk zes maanden na einde huurovereenkomst. Indien de bankgarantie niet rechtsgeldig aangesproken is door Verhuurder dient Verhuurder na beëindiging van de huurovereenkomst de bankgarantie terug te sturen naar een door Huurder op te geven adres uiterlijk zes maanden na einde huurovereenkomst. 26.5 Voor andere zekerheden gelden artikelen 26.1 tot en met 26.4 voor zover van toepassing. Hoofdelijkheid

27.1 Indien verscheidene (natuurlijke of rechts-)personen zich als Huurder hebben verbonden, zijn deze steeds hoofdelijk en ieder voor het geheel jegens Verhuurder aansprakelijk voor alle uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenissen. · Uitstel van betaling of kwijtschelding door Verhuurder aan een der Huurders of een aanbod daartoe, betreft alleen die Huurder. 27.2 De verbintenissen uit de huurovereenkomst zijn, ook wat erfgenamen en rechtverkrijgenden van Huurder betreft, hoofdelijk. Niet tijdige beschikbaarheid 28.1 Bij het niet beschikbaar zijn van het gehuurde op de ingangsdatum als bedoeld in artikel 3.1 van de huurovereenkomst, doordat het gehuurde niet tijdig gereed is gekomen, doordat de vorige gebruiker het gehuurde niet tijdig heeft ontruimd of doordat Verhuurder de door hem te verzorgen vergunningen van overheidswege nog niet heeft verkregen, is Huurder tot de datum waarop het gehuurde hem ter beschikking staat geen huurprijs, geen vergoeding voor de door of vanwege Verhuurder te verzorgen levering van nutsvoorzieningen en geen vergoeding voor de door of vanwege verhuurder te verzorgen levering van prestaties waarvoor servicekosten worden berekend, verschuldigd en schuiven ook zijn overige verplichtingen en de overeengekomen termijnen dienovereenkomstig op.

28.2 Verhuurder is niet aansprakelijk voor de uit de vertraging voortvloeiende schade voor Huurder, tenzij hem ter zake een toerekenbare tekortkoming kan worden verweten. 28.3 Onder een toerekenbare tekortkoming als bedoeld in artikel 28.2 wordt mede verstaan de situatie dat Verhuurder zich niet inspant om het gehuurde zo spoedig mogelijk alsnog aan Huurder ter beschikking te stellen. 28.4 Huurder kan geen ontbinding van de huurovereenkomst vorderen, tenzij de te late oplevering veroorzaakt is door een toerekenbare ernstige tekortkoming van Verhuurder en het op grond van de redelijkheid en billijkheid voor Huurder onaanvaardbaar is dat de huurovereenkomst ongewijzigd in stand blijft en Verhuurder niet tegemoet komt aan de gerechtvaardigde belangen van Huurder. Appartementsrecht 29.1 Indien het gebouw of complex van gebouwen waarvan het gehuurde deel uitmaakt, is of wordt gesplitst in appartementsrechten, zal Huurder de uit de splitsingsakte en reglementen voortvloeiende voorschriften omtrent het gebruik inachtnemen. Hetzelfde geldt indien het gebouw of complex van gebouwen eigendom is of wordt van een coöperatie. Het moeten naleven van die voorschriften levert geen gebrek op. Verhuurder staat ervoor in dat de hiervoor bedoelde voorschriften die bij het aangaan van de huurovereenkomst gelden, niet strijdig zijn met de huurovereenkomst.

13/14

29.2 Verhuurder zal, voor zover dat in zijn vermogen ligt, niet meewerken aan het tot stand brengen van voorschriften die in strijd zijn met de huurovereenkomst. 29.3 Verhuurder draagt er zorg voor dat Huurder in het bezit wordt gesteld van de in artikel 29.1 bedoelde voorschriften omtrent het gebruik. Kosten, verzuim

30.1 In alle gevallen waarin (Ver)Huurder een sommatie, een ingebrekestelling of een exploot aan (Ver)Huurder doet uitbrengen, of in geval van procedures tegen (Ver)Huurder om deze tot nakoming van de huurovereenkomst of Huurder tot ontruiming te dwingen, is (Ver)Huurder verplicht alle daarvoor gemaakte kosten, zowel in als buiten rechte - met uitzondering van de ingevolge een definitieve rechterlijke beslissing door (Ver)Huurder te betalen proceskosten - aan (Ver)Huurder te voldoen. De gemaakte redelijke kosten worden tussen partijen bij voorbaat vastgesteld op een bedrag dat als volgt wordt berekend; 15% over de hoofdsom met een maximum van€ 25.000 per geval exclusief de griffierechten. Bij een procedure worden de kosten van experts (advocaten, deurwaarders ed.) door de in het ongelijk gestelde partij vergoed. Artikel 6: 96 Burgerlijk Wetboek leden 4 en 6, waaronder uitdrukkelijk begrepen de verwijzing naar het maximaal te vergoeden bedrag aan buitengerechtelijke kosten, is daarmee tussen partijen niet van toepassing. 30.2 (Ver)Huurder is in verzuim door het enkele verloop van een bepaalde termijn. Boetebepaling

31 Indien Huurder zich, na door Verhuurder behoorlijk in gebreke te zijn gesteld, niet houdt aan de in de artikelen 5.1, 8, 12.1 en 26.1 opgenomen voorschriften, verbeurt Huurder aan Verhuurder, voor zover geen specifieke boete is overeengekomen, een direct opeisbare boete van minimaal€ 250 per kalenderdag voor elke kalenderdag dat Huurder in verzuim is. Het vorenstaande laat onverlet de bevoegdheid van Verhuurder om gebruik te maken van zijn overige rechten, waaronder het recht op nakoming en het recht op volledige schadevergoeding voor zover de geleden schade de verbeurde boete overtreft. Wet Bescherming Persoonsgegevens 32 Indien Huurder een natuurlijk persoon is, verstrekt Huurder bij het aangaan van deze huurovereenkomst, door ondertekening daarvan, toestemming aan Verhuurder en aan de beheerder om de persoonsgegevens van Huurder in een bestand op te nemen/te verwerken. Domicilie

33.1 Vanaf de ingangsdatum als bedoeld in artikel 3.1 van de huurovereenkomst worden alle mededelingen van Verhuurder aan Huurder in verband met de uitvoering van de huurovereenkomst, gericht aan het adres van het gehuurde. 33.2 Huurder verplicht zich in geval Huurder zijn bedrijf daadwerkelijk niet meer in het gehuurde uitoefent, Verhuurder daarvan terstond schriftelijk in kennis te stellen onder opgave van een nieuw domicilie. 33.3 Voor het geval Huurder het gehuurde verlaat zonder opgave van een nieuw domicilie aan Verhuurder, geldt het adres van het gehuurde als domicilie van Huurder. Klachten

34. Huurder zal klachten en wensen schriftelijk indienen. In dringende gevallen zal dit mondeling kunnen geschieden. In dergelijke gevallen zal Huurder de klacht of wens zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigen. Slotbepaling 35 Indien een deel van de huurovereenkomst of deze algemene bepalingen nietig of vernietigbaar is, dan laat dit de geldigheid van het overige deel van de huurovereenkomst en deze algemene bepalingen onverlet. In plaats van het vernietigde of nietige deel geldt alsdan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3: 42 Burgerlijk Wetboek, als overeengekomen, hetgeen partijen overeengekomen zouden zijn, indien zij de nietigheid of vernietigbaarheid gekend zouden hebben.

14/14

Kadastrale kaart

Uw referentie: RSI'

95

~IJ.3 40

1287

1588

1344

_

0

Deze kaart is noordgericht

12345 25

10

20

30

40

som

kadaster

Schaal 1: 1000

Perceelnummer

Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Heythuysen N

1287

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 18 december 2024 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Naam:-~ ~

Paraaf; __~ Datum van identitie:a-tiê'

.2..b.:.: ~ --Z.:Z

Orl9lneel 9ezl~n en tildrnord

... ,..,.."

...... .~ :···!

. .... . .. .. .. ··::· ..... . ... .

".41 ••

. . ::: .

P<NlDSI"ONS<<CffARlES<JACOBUS<"ARIA<<<<<<<<<< f8J8F874 LD70060!4"2612144

««68

Samen sterk in welzijn en zorg Manifest "Zorgboulevard" Leudal 2024-2025

Makkelijk bereikbaar

Samen voor zorg en welzijn

Zorgzame gemeenschap

Positieve gezondheid

1

Samen sterk in welzijn en zorg Manifest "Zorgboulevard" Leudal 2024 - 2025

Gezondheid is voor iedereen belangrijk. Het helpt mensen om een goed leven te leiden, zelf en met elkaar. Wanneer de gezondheid wankelt, wil iedereen kunnen rekenen op goede, toegankelijke en betaalbare zorg en ondersteuning. Gemeente Leudal en diverse lokale en regionale partners hebben zich verenigd in het initiatief "Zorgboulevard", om ons samen hard te maken voor gezonde leefomgevingen en -gemeenschappen, waar mensen worden aangemoedigd om (bewust of onbewust) duurzaam de gezonde keuzes te maken. We zetten ons daarbij in voor een samenleving die mensen helpt te benoemen wat kwaliteit van leven voor hen betekent. Om vervolgens toegankelijke ondersteuning te bieden om hier zelf of samen op een eigen wijze invulling aan te geven. In dit manifest leggen wij de basisafspraken met elkaar vast. Deze gelden als grondlegger voor een krachtige en duurzame samenwerking. De afspraken sluiten aan bij de opgaven in het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA) en het Regiobeeld en Regioplan Noord- en Midden-Limburg.

Ambitiestatement We streven naar een maatschappij waarbij inwoners zo veel mogelijk in hun kracht staan. Inwoners zoeken hun eigen oplossingen, helpen elkaar, al dan niet ondersteund door professionele of informele organisaties. Mensen voelen zich verbonden, willen samen delen en hebben gemeenschappelijke waarden, zijn solidair, verdraagzaam, voelen zich veilig en hebben vertrouwen. Deze sterke sociale basis zorgt ervoor dat alle inwoners ondersteund worden. Het helpt iedereen om actief en gezond deel te nemen aan de samenleving. Op het niveau van de "Zorgboulevard" richten ons op het stimuleren van participatie, welzijn en gezondheid én we hebben oog voor het behouden van de kwaliteit van de zorg. We werken (veer)krachtig en domein overstijgend samen aan het versterken van de samenredzaamheid in wijken en kernen, het vernieuwen van de eerste lijn1 en het versterken de organisatie ervan. Hierbij maken we gebruik van één centrale fysieke locatie in Heythuysen.

1

Daar waar we spreken over de eerste lijn bedoelen we naast de eerstelijnszorg ook dat deel van het sociaal domein dat inwoners met een hulpvraag ondersteunt. Zij zijn immers essentieel in het ondersteunen van burgers met een hulpvraag die buiten de eerstelijnszorg ligt en daarmee met het toegankelijk houden van de eerstelijnszorg. Het gaat dan om sociaal domein professionals, zoals leden van wijkteams, sociaal maatschappelijk werkers, ouderenadviseurs, cliëntondersteuners, persoonlijk begeleiders, schuldhulpverleners, bijstandsconsulenten etc.

2

Onze samenwerkingsafspraken 1. Samenwerkende partijen Als verbindende partners zetten de volgende partijen zich in voor het realiseren van de "Zorgboulevard": Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW), Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), De Zorggroep, Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD), Gemeente Leudal, Land van Horne, Laurentius Ziekenhuis, MensOntwikkelBedrijf (MOB) Leudal, PSW, Synthese, Proteion en Vluchtelingenwerk. Samen vormen wij het kernteam. Care+ en Fysiotherapie De Maat sluiten hier in de tweede ring bij aan. Zij maken geen onderdeel uit van het kernteam, maar denken en bouwen desgevraagd wel mee aan het realiseren van de beoogde doelen.

Tweede ring

Elke partij zorgt ervoor dat er (ten minste) één aanspreekpunt met mandaat is dat namens de eigen organisatie bevoegd is om bijdragen te leveren aan de totstandkoming van de "Zorgboulevard". De huidige samenstelling van het samenwerkingscollectief is een vertrekpunt. Het is belangrijk om gedurende het ontwikkeltraject een stabiele bezetting te hebben en te houden. Samen zien we hierop toe. Voor zover noodzakelijk en wenselijk is er de mogelijkheid om samenwerkingscollectief (tijdelijk) uit te breiden of juist te verkleinen. Dit gebeurt enkel in samenspraak met en met goedkeuring van de partners in het kernteam.

2. Samen verantwoordelijk We zijn samen verantwoordelijk voor het slagen van de "Zorgboulevard". We zetten ons daar maximaal voor in en spreken elkaar daar - stimulerend - op aan. We stellen ons gezamenlijke doel voorop (zoals beschreven in ons ambitiestatement en de speerpunten van de "Zorgboulevard") en proberen dat zo goed mogelijk te verenigen met de belangen en toegevoegde waarde van onze eigen afzonderlijke organisaties.

3

3. Gelijkwaardigheid en wederkerigheid We geloven in de kracht van het collectief en van de verbinding. Elke deelnemende partij in de "Zorgboulevard" is daarom van gelijke (toegevoegde) waarde. Er is geen hiërarchie. Ieders bijdrage is even belangrijk, ongeacht de organisatiegrootte, de belangen, het functieniveau of anderszins. De gemeente Leudal neemt als gelijkwaardig partner deel aan het initiatief van de "Zorgboulevard". In aanvulling hierop draagt de gemeente Leudal zorg voor de coördinatie van het ontwikkeltraject, om een goede werkstructuur en voortgang te faciliteren.

4. Wederzijds vertrouwen en begrip We werken samen vanuit een basis van wederzijds vertrouwen. We streven naar een cultuur van openheid en begrip, waarin we aandacht hebben voor elkaars unieke situatie en toegevoegde waarde.

5. Aansluiting We sluiten aan op bestaande en lopende initiatieven. We verbreden en verdiepen waar nodig.

6. Actieve, open communicatie We dragen zorg voor een actieve en open communicatie over de ontwikkelingen van de "Zorgboulevard". Deze communicatie richt zich op: Inwoners gemeente Leudal Omwonenden "Zorgboulevard" Onze eigen interne organisaties College van B&W en gemeenteraad van Leudal

7. Participatie We betrekken de inwoners van de gemeente Leudal actief bij de ontwikkeling van de "Zorgboulevard". Zo wordt de "Zorgboulevard" een plek van iedereen, midden in de samenleving. Een plek om trots op te zijn.

8. Informatiebeveiliging en privacy We gaan zorgvuldig om met informatie en gegevens, in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

9. Samen op zoek naar benodigde middelen De gewenste verschuiving van zorg naar informele zorg en welzijn die nodig is om mensen langer thuis te laten wonen vraagt investeringen in de zorg en in het sociaal domein. We gaan met elkaar op zoek naar structurele financiering om domein overstijgende samenwerking mogelijk te maken.

10. "Zorgboulevard" als werktitel De naam "Zorgboulevard" is een werktitel. Het is een verwijzing naar: 1.

De noodzakelijke beweging om mensen en hun omgeving meer in hun kracht te zetten (positieve gezondheid).

4

2.

Het ontzorgen van mensen; de sterke sociale basis die zorgt dat mensen in hun eigen

3.

omgeving ondersteund worden. De laagdrempeligheid van de locatie, waar je onbezorgd naar binnen kunt lopen en waar je wordt ontzorgd in de toegang tot passende zorg.

We creëren in de loop van het ontwikkeltraject samen een definitieve naam die (nog meer) aanspreekt en recht doet aan het doel en de functie.

5

De 7 speerpunten van de "Zorgboulevard" 1. Doelgroep De "Zorgboulevard" is er voor iedereen. Het is bedoeld als centrale uitnodigende plek waar je graag komt, waar iedereen gemakkelijk naar binnen loopt, waar burgers, vrijwilligers en professionals elkaar spontaan ontmoeten en waar je terecht kunt met vragen over participatie, gezondheid en zorg.

2. Preventie en vroeg signalering We zetten actief in op preventie, vanuit de benadering van Positieve Gezondheid, waarbij de nadruk ligt op veerkracht, eigen regie, aanpassingsvermogen en een stabiele financiële situatie (bestaanszekerheid). We maken ons daarbij hard voor gezonde leefomgevingen en -gemeenschappen, waar mensen worden aangemoedigd om (bewust of onbewust) duurzaam de gezonde keuzes te maken. We zetten ons daarbij in voor een samenleving die mensen helpt te benoemen wat kwaliteit van leven voor hen betekent. Om vervolgens toegankelijke ondersteuning te bieden om hier zelf of samen op een eigen wijze invulling aan te geven. We willen voorkomen dat wanneer mensen onvoldoende in zichzelf kunnen investeren, of wanneer zij zelf of hun omgeving de noodzaak ervan niet erkennen, mensen achterop raken. Het maken van gezonde keuzes ligt niet in ieders macht. We zetten ons in voor kwetsbare groepen en daarbij effectief aansluiten bij de levenssituatie en levensfase van mensen en groepen.

3. Passende zorg Niet bij alle zorgvragen past een medisch antwoord. Daarom streven we er met elkaar naar om zorgen ondersteuningsvragen zo veel als mogelijk te de-medicaliseren en buiten de zorg van een passend antwoord te voorzien. Waar medische zorg noodzakelijk is, wordt dit geboden.

4. Menselijke maat Passend binnen de geldende wetten en regels verplaatsen we ons in de leefwereld van mensen. We kijken daarbij altijd naar wat er wél kan en wat daadwerkelijk bijdraagt aan de vitaliteit en gezondheid van mensen.

5. Verbinding is het beste medicijn Wij geloven dat echte verandering komt vanuit de kracht van het individu en voortkomt uit hun lokale omgeving en gemeenschappen/communities. We benutten daarom het potentieel van inwoners en groepen in de wijken en kernen en zetten onze verantwoordelijkheid en invloed in voor een gezonde samenleving. We zijn aanjager van nieuwe samenwerkingsvormen rond gezondheid en welzijn, die verschillende niveaus in de samenleving (wijk, onderwijs, organisaties, overheden etc.) met elkaar verbindt en die de sociale infrastructuren in leefgemeenschappen verrijken. We beogen in nieuwe initiatieven de sociale vindingrijkheid van mensen te voeden en te benutten.

6

6. Efficiëntie en effectiviteit We vergroten de vindbaarheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van partijen in zorg en welzijn en versterken de integrale samenwerking. Daarmee vergroten wij onze effectiviteit en zetten de beschikbare personele capaciteit optimaal in.

7. Vorm volgt functie Het doel van de "Zorgboulevard" bestaat uit meer dan enkel het samenbrengen van diverse complementaire partners. Dit is slechts de basis voor de herinrichting van het systeem waarin zorg en welzijn slim, efficiënt, effectief en betaalbaar worden gemaakt. De inrichting van de gezamenlijke huisvesting laten we om die reden aansluiten op het beoogde doel en resultaat van de "Zorgboulevard". In deze volgorde, niet andersom. Bij de inrichting van de huisvesting van de "Zorgboulevard" houden we ten minste rekening met de volgende aspecten: Toegankelijkheid Verbinding Ontmoeting Duurzaamheid Privacy Veiligheid Belangrijk is dat de toegankelijke integrale zorg die vanuit de zorgboulevard wordt opgebouwd met dezelfde meerwaarde voor inwoners ook ambulant kan worden aangeboden op bestaande ontmoetingsplekken in de andere kernen.

CARE+ ~YSIOTHERAPIE DE MAAT

land van hnrne

psw~

G

A centrum voor V jeugd en gezin midden-limburg

Gemeente

leudal

., ..,~ ~

'"J~ns

Ontwihllel Bedrijf Leudot

Iaurêhnus ~proteion

. ... . . .1e /~

Vluchtelingen Werk Nederland

(groep --__J

7

♦) 1

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

V

""

+ + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ +

... + ... C! + ~

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ ia ,f-

.:!

C: :t 0

J+ ",lo

c

iii

+-'

1...

re re

+ +

.::it. Q)

+ + + ~

"'C

+ + + ~

c..

+ + +

0

VI

ex:

+ + + + + + + + + + + + + + + + +

.....Q)

+ + + + + + + +

+

--J

Q)

+

eo Q)

~ 0 --J VI

tl.O

·sC:: Q)

b.O

E

0

""

+ + + + + + + + +

Woonkernen Leudal 2017 Bestemmingsplan Gemeente Leudal vastgesteld 14-11-2017 - geheel onherroepelijk in werking Bestemmingsvlakken (2)

Waarde - Archeologie 5 Kantoor Water Groen Verkeer

Bouwvlakken (1)

bouwvlak Gebiedsaanduidingen (1)

vrijwaringszone - molenbiotoop Maatvoeringen (1) Maximum bebouwingspercentage(%) (1)

Maximum bebouwingspercentage(%): 100

Artikel 16 Kantoor 16.1 Bestemmingsomschrijving (terug naar begin van artikel 16 - Kantoor) a.

De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren, al dan niet in combinatie met aan de kantoorfunctie ondergeschikte dienstverlening;

b.

Ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 16.5.3;

c.

Ter plaatse van de desbetreffende aanduiding zijn de voor 'Kantoor' aangewezen gronden tevens bestemd voor (een): 1.

'wonen' ter plaatse van de aanduiding 'wonen', met dien verstande dat indien de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen, dit aangeduide aantal als maximum geldt;

2.

'detailhandel', met uitzondering van een supermarkt, ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel';

d.

Ter plaatse van de aanduiding 'wonen' zijn de gronden tevens bestemd voor uitoefening van: 1.

een bedrijf aan huis;

2.

een beroep aan huis;

met de daarbij behorende: e.

groenvoorzieningen;

f.

parkeervoorzieningen;

g.

voorzieningen van algemeen nut;

h.

waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede ( ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen.

i.

wegen en paden.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 43.3.

16.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a.

Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd.

b.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' mag het bouwvlak tot maximaal het aangeduide bebouwingspercentage bebouwd worden, met inachtneming van het bepaalde in lid 16.2.2 onder a. en lid 16.2.4 onder b.

c.

De bouwhoogte van overkappingen aan of bij bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 5,5 meter.

d.

Er mogen geen nieuwe woningen worden gerealiseerd.

16.2.2 Hoofdgebouw en

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a.

De diepte van hoofdgebouwen mag vanaf de eerste verdieping niet meer bedragen dan 15 meter.

b.

De goothoogte en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwthoogte ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan.

16.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a.

Vervangende nieuwbouw van bedrijfswoningen is toegestaan, met dien verstande dat het aantal wooneenheden niet mag toenemen.

b.

De bedrijfswoning is alleen toegestaan binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', met dien verstande dat uitsluitend bestaande bedrijfswoningen zijn toegestaan. Nieuwe bedrijfswoningen zijn niet toegelaten

c.

De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bestaande goot- en bouwhoogte ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan.

d.

De bedrijfswoning wordt uitsluitend gebouwd: 1.

binnen het 'bouwvlak';

2.

in of maximaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn van de bestaande bedrijfswoning en vóór een denkbeeldige lijn op 15 meter uit en evenwijdig aan die voorgevelrooilijn;

e.

De bebouwde oppervlakte van bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken mag maximaal 275 m2 bedragen, met dien verstande het aangeduide maximum bebouwingspercentage niet mag worden overschreden.

f.

De bedrijfswoning moet worden afgedekt met dezelfde afdekking en dakhelling als aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan.

g.

De afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt bij vrijstaande bedrijfswoningen minimaal 3 meter aan beide zijden.

h.

De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt bij halfvrijstaande en vrijstaandgeschakelde bedrijfswoningen minimaal 3 meter aan een zijde.

i.

Het uitbreiden van de bedrijfswoning is niet toegelaten, behoudens het bepaalde in lid 16.2.4.

j.

Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde monument rijk' dient in acht te worden genomen.

16.2.4 Bijbehorende bouw w erken bij bedrijfsw oningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a.

Bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegelaten binnen het bouwvlak.

b.

De maximale oppervlakte bedraagt 100 m2•

c.

De maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter.

d.

De maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 meter.

e.

De bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan in achtererfgebied.

f.

In afwijking van het bepaalde onder e. mogen bijbehorende bouwwerken tot in de voorgevelrooilijn worden opgericht indien de afstand van de bijbehorende bouwwerken c.q. overkappingen tot de zijdelingse perceelsgrens groter is dan 2 meter.

g.

Indien sprake is van een garage dient de afstand van de voorgevel van de gara!Je tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5 meter te bedragen.

h.

een erker voor de voorgevel en/of een overkapping ter plaatse van de entree van de woning is toegestaan, met dien verstande dat: 1.

de erker c.q. overkapping maximaal 2 meter voor de voorgevelrooilijn mag worden opgericht;

2.

de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m2;

3.

de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;

4.

de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw waartegen de erker of overkapping wordt gerealiseerd;

5.

de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt.

16.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, zijn enkel toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van erfafscheidingen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen: 1.

maximaal 2 meter bedraagt in achtererfgebied;

2.

maximaal 1 meter bedraagt in voorerfgebied;

3.

maximaal 2 meter bedraagt in zijerfgebied, mits: •

de erf- of terreinafscheiding minimaal 3 meter achter de voorgevel van de woning gelegen is;

•

het verkeersbelang niet onevenredig aangetast wordt.

b.

De hoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter.

c.

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. De bouwhoogte daarvan mag niet meer bedragen dan 3 meter.

16.2.6 Erkers bij bedrijfswoningen

In afwijking van het bepaalde in lid 16.2.4 onder a., is het realiseren van een erker voor de voorgevel en/of een overkapping ter plaatse van de entree van de bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat: a.

de erker c.q. overkapping maximaal 2 meter voor de voorgevelrooilijn mag worden opgericht;

b.

de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 6 m2;

c.

de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;

d.

de breedte niet meer mag bedragen dan 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw waartegen de erker of overkapping wordt gerealiseerd;

e.

de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt.

16.2.7 Carport tot aan of gedeeltelijk voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning In afwijking van het bepaalde in lid 16.2.4 onder a. en e., is het realiseren van een carport tot aan en/of gedeeltelijk voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat: a.

de voorgevelrooilijn met niet meer dan 2 meter overschreden wordt;

b.

de afstand tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 3 meter bedraagt;

c.

het deel van de carport dat voor de voorgevelrooilijn wordt gerealiseerd geen gesloten wanden heeft die tot de constructie zelf behoren;

d.

de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;

e.

de carport direct verbonden dient te zijn met een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk;

f.

slechts één carport mag worden gerealiseerd.

16.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woonen leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;

b.

ter waarborging van de benodigde waterberging.;

c.

ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;

d.

ter waarborging van de externe veiligheid;

e.

ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein;

f.

ter waarborging van de sociale veiligheid;

g.

ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;

h.

ter waarborging van de verkeersveiligheid.

16.4 Afwijken van de bouwregels 16.4.1 Uitbreiding van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot twee bouwlagen Door middel van een omgevingsvergunning

kan worden afgeweken van

het bepaalde in

lid 16.2.4 onder b. en c. ten behoeve van het uitbreiden van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bij de bedrijfswoning tot 2 bouwlagen, afgewerkt met een plat dak of een kap met dien verstande dat: a.

de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan;

b.

in afwijking van het bepaalde onder a. de goot- en bouwhoogte maximaal 0,5 meter meer mag bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw ten tijde van de ter inzage legging van het vastgestelde bestemmingsplan indien de uitbreiding van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk is afgewerkt met een plat dak, terwijl het hoofdgebouw is afgewerkt met een kap;

c.

de afstand van de uitbreiding van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk: 1.

tot beide zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter dient te bedragen bij

2.

tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter dient te bedragen bij

vrijstaande woningen;

halfvrijstaande en vrijstaand-geschakelde woningen; d.

indien een kap wordt gerealiseerd, de dakhelling ten minste 20° en niet meer dan 50° bedraagt;

e.

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;

f.

de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast;

g.

de uitbreiding plaatsvindt: 1.

binnen het bouwvlak;

2.

in of achter de voorgevelrooilijn en vóór een denkbeeldige lijn op 15 meter uit en evenwijdig aan de voorgevelrooilijn.

16.4.2 Realisatie kap op bedrijfswoning Door middel van een omgevingsvergunning

kan worden afgeweken van

het bepaalde in

lid 16.2.3 onder f., ten behoeve van het realiseren van een kap op een bedrijfswoning, indien in de bestaande situatie sprake is van een plat dak, met dien verstande dat: a.

de dakhelling ten minste 20° en niet meer dan 50° bedraagt;

b.

indien sprake is van een geschakelde of aaneengebouwde bedrijfswoning, ook de aan betreffende bedrijfswoning verbonden andere woning(en) voorzien worden van een kap;

c.

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;

d.

de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.

16.4 .3 Platte afdekking bedrijfsw oning

Door middel van een omgevingsvergunning

kan worden afgeweken van het bepaalde in

lid 16.2.3 onder f., ten behoeve van het realiseren van een plat dak op een bedrijfswoning, met dien verstande dat: a.

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;

b.

de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.

16.4.4 Erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 16.2.5 onder a. ten behoeve van oprichten van erf- en terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 2 meter voor de voorgevelrooilijn, mits: a.

dit noodzakelijk is ten behoeve van de bedrijfsvoering;

b.

de waarden van de onder- en omliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden;

c.

het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast;

d.

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast.

16.4.5 Goot- en bouwhoogte tot maximaal goot- en bouwhoogte aangrenzende woningen Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 16.2.3 onder c., voor het realiseren van een hogere goot- en/of bouwhoogte tot maximaal de hoogte van de direct naast gelegen woningen mits: a.

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;

b.

de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.

16.5 Specifieke gebruiksregels 16.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt naast het bepaalde in artikel 38 in elk geval gerekend het gebruik voor/als: a.

detailhandel, behoudens: 1.

detailhandel als bedoeld in lid 16.1

2.

een beperkte verkoop in het klein in verband met en ondergeschikt aan de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis;

b.

ruimtelijk relevante evenementen;

c.

wonen, met uitzondering van wonen zoals bedoeld in lid 16.1 onder c.

16.5.2 Beroep of bedrijf aan huis

De uitoefening van een bedrijf aan huis en/of een beroep aan huis is toegestaan in de bedrijfswoning en/of in de bij de bedrijfswoning behorende bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a.

uitsluitend een bedrijf aan huis is toegestaan zoals vermeld in of vergelijkbaar met categorie 1 van de 'Liist van bedriifsactiviteiten - Kernen' (bijlage 2.);

b.

een bedrijf aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 30 m2;

c.

een beroep aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 80 m2;

d.

bij een gecombineerde uitoefening van het bepaalde onder b. en c. het totale maximale gebruiksoppervlak van 80 m2 niet overschreden wordt;

e.

maximaal 30% van het gebruiksoppervlak van de begane grond van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep en/of bedrijf aan huis.

16.5.3 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a.

wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal';

b.

indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en);

c.

voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.

16.6 Afwijken van de gebruiksregels Door middel van een omgevingsvergunning

kan worden afgeweken van

het bepaalde in

lid 16.5.1 voor wonen in een inpandige (bedrijfs)woning met dien verstande dat: a.

sprake is van een goed woon- en leefklimaat;

b.

de waarden van de onder- en naastliggende bestemmingen niet onevenredig geschaad worden;

c.

de meest recente 'Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg' in acht wordt genomen;

d.

de 'Nota Kwaliteit' (bijlage 1 bij de regels) in acht wordt genomen;

e.

de (bedrijfs)woning binnen de bestaande hoofdbebouwing gelegen is;

f.

de woonfunctie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie.

16.7 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Kantoor' te wijzigen in de bestemming 'Detailhandel', 'Dienstverlening', 'Maatschappeliik' of 'Wonen', indien de activiteit ter plaatse is beëindigd en er geen redenen zijn om aan te nemen dat de activiteit op korte termijn wordt voortgezet, met dien verstande dat:

a.

het aantal woningen niet toeneemt;

b.

het gebruik als 'Detailhandel', 'Dienstverlening', 'Wonen' of 'Maatschappelijk' vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is;

c.

de behoefte aan uitbreiding van detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke functies of kantoren moet worden aangetoond.

d.

sprake is van een goed woon- en leefklimaat;

e.

het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast;

f.

wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 43.1;

g.

de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast;

h.

de 'Nota Kwaliteit' (bijlage 1 bij de regels) in acht wordt genomen;

i.

de bouw- en gebruiksregels voor de bestemmingen 'Detailhandel', 'Dienstverlening', 'Maatschappelijk' of 'Wonen' in dit bestemmingsplan onverkort van toepassing blijven.

Artikel 22 Water 22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

waterberging;

b.

waterhuishouding;

c.

waterlopen en waterpartijen;

d.

ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 22.3.2;

en daarnaast voor: e.

groenvoorzieningen;

f.

infiltratievoorzieningen;

g.

jachthaven met bijbehorende voorzieningen, ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven';

h.

kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 43.3.

22.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a.

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

b.

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, mag niet meer bedragen dan 5 meter.

c.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter.

d.

Het maximale bebouwde oppervlak ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' mag niet meer dan 2% bedragen.

22.3 Specifieke gebruiksregels 22.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt naast het bepaalde in artikel 38 in elk geval gerekend het gebruik van gronden voor: a.

prostitutie;

b.

ruimtelijk relevante evenementen.

22.3.2 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat:

a.

wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenem enten gem eente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenem enten gem eente Leudal';

b.

indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en);

c.

voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.

Artikel 14 Groen 14.1 Bestemmingsomschrijving (terug naar begin van artikel 14 - Groen) a.

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1.

bermen en beplanting;

2.

bestaande geluidwerende voorzieningen;

3.

extensief recreatief medegebruik;

4.

groenvoorzieningen;

5.

kunstobjecten

6.

kunstwerken;

7.

landschappelijke inpassing;

8.

paden;

9.

ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 14.4.2;

10. speelvoorzieningen; 11. voorzieningen van algemeen nut; 12. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen. b.

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - kasteeltuin', zijn de gronden tevens bestemd voor: 1.

behoud, herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden en het stedenbouwkundig beeld van de kasteeltuin;

2.

sociaal-culturele activiteiten;

3.

huwelijksvoltrekkingen/bruidsarrangementen;

4.

parkeren, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';

5.

opslag van machines en materieel ten behoeve van het beheer en onderhoud van het kasteel, uitsluitend in bestaande gebouwen en.of onder bestaande overkappingen;

c.

Ter plaatse van de desbetreffende aanduiding zijn de voor 'Groen' aangewezen gronden bestemd voor (een): 1.

bezinkbassin ter plaatse van de aanduiding 'waterberging';

2.

behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - monument rijk' en/of van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde monument gemeente';

3.

dierenpark, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gro en - dierenpark';

4.

geluidwal, ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal';

5.

park, ter plaatse van de aanduiding 'park';

6.

recreatieveld ten behoeve van sport en spel, ter plaatse van de aanduiding 'recreatie'.

Voor

zover

de

gro nden

tevens

zijn

gelegen

binnen

de

diverse

(dubbel)bestemmingen

en

aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 43.3.

14.2 Bouwregels 14.2.1 Algemeen Het

behoud,

het herstel

en

de ontwikkeling

van

de

cultuurhistorische waarden

en

het

stedenbouwkundig beeld dient ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer vluchtpad' in acht te worden genomen.

14.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a.

Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen worden gebouwd: 1.

ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut;

2.

ter plaatse van de aanduiding 'park', met dien verstande dat uitsluitend bestaande gebouwen en overkappingen zijn toegestaan;

b.

De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter.

c.

De bouwoppervlakte van voorzieningen van algemeen nut mag niet meer bedragen dan 15

m2. d.

Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld dient ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde monument rijk' en/of van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - monument . gemeente' in acht te worden genomen;

e.

In afwijking van het bepaalde onder a. mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - dierenpark', dierenverblijven worden opgericht, mits sprake is van nietbedrijfsmatig gebruik, met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 100 m2.

14.2.3 Bouw w erken, geen gebouw en zijnde, met uitzondering van overkappingen

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, gelden de volgende regels: a.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter.

b.

De bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen in de vorm van geluidschermen bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte.

c.

De hoogte van lichtmasten en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 meter.

d.

Overkappingen zijn niet toegestaan.

e.

De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter.

14.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon-

b.

ter waarborging van de benodigde waterberging.;

c.

ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;

d.

ter waarborging van de externe veiligheid;

e.

ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein;

f.

ter waarborging van de sociale veiligheid;

g.

ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste

en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;

omgeving; h.

ter waarborging van de verkeersveiligheid.

14.4 Specifieke gebruiksregels 14.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt naast het bepaalde in artikel 38 in elk geval gerekend het gebruik voor/als: a.

opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

b.

het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

c.

ruimtelijk relevante evenementen;

d.

sociaal-culturele activiteiten, waarbij sprake is van spreekinstallaties en/of versterkte (live) muziek. Onversterkte muziek, achtergrondmuziek en beperkte spreekinstallaties (uitsluitend voor het doen van aankondigingen) zijn wel toegestaan;

e.

pro stitutie.

14.4.2 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a.

wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal';

b.

indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en);

c.

voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.

14.4.3 Vluchtpad Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad' staat bij het gebruik en bebouwing van de gronden de bescherming van de cultuurhistorische waarden voorop en zijn de bepalingen van de gemeentelijke erfgoedverordening van toepassing.

14.S Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Groen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het verwijderen of verlagen van geluidwerende voorzieningen in de vorm van aarden wallen, al dan niet in combinatie met geluidschermen;

b.

het verwijderen van beplanting op de onder a. bedoelde aarden wallen.

14.5.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 14.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.

het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;

b.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.

14.5.3 Toelaatbaarheid De in lid 14.5.1 genoemde werkzaaamheden zijn slechts toelaatbaar indien verzekerd is dat de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder, danwel een door het bevoegd gezag vastgestelde hogere grenswaarde, niet worden overschreden,

Artikel 21 Verkeer 21.1 Bestemmingsomschrijving a.

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1.

groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting;

2.

bestaande geluidwerende voorzieningen;

3.

kunstwerken en -objecten;

4.

oeververbindingen (bruggen);

5.

parkeervoorzieningen;

6.

ruimtelijk niet relevante evenementen, met inachtneming van het bepaalde in lid 21.4.2;

7.

straatmeubilair;

8.

verkoopstandplaats(en), mits in overeenstemming met het geldende standplaatsenbeleid;

9.

terrassen, mits vergund op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en/of Drank- en Horecawet;

10. voet- en rijwielpaden; 11. voorzieningen van algemeen nut; 12. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede ( ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen; 13. wegen, straten, pleinen en paden met hoofdzakelijk een verkeer- c.q. verblijfsfunctie; b.

Ter plaatse van de desbetreffende aanduiding zijn de voor 'Verkeer' aangewezen gronden bestemd voor (een): 1.

behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - monument rijk';

2.

behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad'.

3.

camperstandplaatsen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - camperplaatsen';

4.

een pinautomaat, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van dienstverlening - pinautomaat;

5.

spoorweg, ter plaatse van de aanduiding 'railverkeer';

6.

vluchtpad, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad'.

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen

binnen de diverse (dubbel)bestemmingen en

aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 43.3.

21.2 Bouwregels 21.2.1 Algemeen Het behoud,

het herstel

en

de ontwikkeling

van

de

cultuurhistorische waarden

en

het

stedenbouwkundig beeld dient ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer vluchtpad' in acht te worden genomen.

21.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.

Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd.

b.

De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter.

c.

De oppervlakte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 15 m2•

d.

Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde monument rijk' en/of 'specifieke vorm van waarde - monument gemeente' dient in acht te worden genomen.

21.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

De bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 12 meter.

b.

De bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen in de vorm van geluidschermen bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte.

c.

Overkappingen zijn niet toegestaan.

d.

De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 meter.

e.

Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde monument rijk' en/of 'specifieke vorm van waarde - monument gemeente' dient in acht te worden genomen.

21.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon-

b.

ter waarborging van de benodigde waterberging.;

c.

ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;

d.

ter waarborging van de externe veiligheid;

en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;

e.

ter waarborging van de parkeercapaciteit op eigen terrein;

f.

ter waarborging van de sociale veiligheid;

g.

ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste om geving;

h.

ter waarborging van de verkeersveiligheid.

21.4 Specifieke gebruiksregels 21.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt naast het bepaalde in artikel 38 in elk geval gerekend het gebruik van gronden voor: a.

prostitutie;

b.

ruimtelijk relevante evenementen.

21.4.2 Ruimtelijk niet relevante evenementen Het gebruik van gronden voor ruimtelijke niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a.

wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal';

b.

indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en);

c.

voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid.

21.4.3 Vluchtpad Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - vluchtpad' staat bij het gebruik en bebouwing van de gronden de bescherming van de cultuurhistorische waarden voorop en zijn de bepalingen van de gemeentelijke erfgoedverordening van toepassing.

21.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.5.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Verkeer' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

het verwijderen of verlagen van geluidwerende voorzieningen in de vorm van aarden wallen, al dan niet in combinatie met geluidschermen;

b.

het verwijderen van beplanting op de onder a. bedoelde aarden wallen.

21.5.2 Uitzondering

Het bepaalde in lid 21.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.

het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen;

b.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan.

21.5.3 Toelaatbaarheid De in lid 21.5.1 genoemde werkzaaamheden zijn slechts toelaatbaar indien verzekerd is dat de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder, danwel een door het bevoegd gezag· vastgestelde hogere grenswaarde, niet worden overschreden.

Artikel 29 Waarde - Archeologie 5 29.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen overige (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 43.3.

29.2 Bouwregels a.

Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=dd365e43-aa4a-455c-bd29-6e3ee6518d41