Bestemmingsplan toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan RvR-Kavels Noorderbaan Te Heythuysen Toelichting NL.IMRO.1640.BP22HyBevelandeRvR-VG01
Afbeelding: plangebied RvR-Kavels Noorderbaan Te Heythuysen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
Hoofdstuk 2
Beschrijving bestaande situatie
7
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
8
Hoofdstuk 4
Uitgangspunten van het beleid
10
Hoofdstuk 5
Onderzoek
25
Hoofdstuk 6
Planstukken
52
Hoofdstuk 7
Handhaving
57
Hoofdstuk 8
Haalbaarheid
58
Hoofdstuk 9
Procedure
59
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
3
Toelichting
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van 21 Ruimte voor Ruimte kavels (hierna: RvR-kavels) aan de Noorderbaan te Heythuysen in de gemeente Leudal. Deze ontwikkeling vindt plaats op de percelen, kadastraal bekend als Heythuysen, sectie N, nr. 168, 1705 (gedeeltelijk) en 1730 (gedeeltelijk), gelegen aan de Noorderbaan. Middels de Ruimte voor Ruimte regeling wordt de mogelijkheid geboden om, in ruil voor de beëindiging van intensieve veehouderijbedrijven en sloop van de opstallen, woningen te realiseren. Deze sloop heeft begin jaren 2000 plaatsgevonden. Met de bouw van woningen worden de kosten hiervan terugverdiend.
Topografische kaart met globale aanduiding plangebied (plangebied rood omlijnd)
De voorgenomen ontwikkeling van 21 RvR-kavels is niet rechtstreeks mogelijk op basis van het vigerend bestemmingsplan 'Woonkern Leudal 2017', dat op 14 oktober 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad van Leudal. Binnen het vigerende bestemmingsplan hebben de percelen de bestemming 'Agrarisch'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van een volwaardig agrarisch bedrijf en agrarisch grondgebruik. De beoogde realisatie van 21 RvR-kavels en de daarbij behorende functionele indeling van het plangebied is zodoende formeel gezien niet toegestaan.
De ontwikkeling van de RvR-kavels is wel mogelijk, wanneer er een herziening van het bestemmingsplan plaatsvindt (conform artikel 3.1 Wro). In het voorliggende bestemmingsplan wordt de nieuwe bestemming voor de gronden wettelijk geregeld, waardoor nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en deze toelichting. Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens het beoogde planvoornemen. In hoofdstuk 4 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op locatie. In hoofdstuk 5 volgt de toetsing van de milieu- en overige onderzoeksaspecten op de locatie. In hoofdstuk 6 worden de planstukken beschreven en in hoofdstuk 7 is weergegeven hoe de gemeente Leudal omgaat met handhaving van de regels in dit bestemmingsplan. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de haalbaarheid beschreven en wordt in hoofdstuk 9 de procedure toegelicht.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
6
Hoofdstuk 2
Beschrijving bestaande situatie
Het plangebied is gelegen aan de noordkant van de Noorderbaan en aan de zuidkant van de Belandsebeek . Ten zuiden van het plangebied ligt de kern van Heythuysen. Momenteel wordt het plangebied gebruikt voor akkerbouw. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Belandsebeek en een agrarisch perceel. Ook aan de oostzijde grenst het plangebied aan verschillende agrarische percelen. Het zuidelijk gedeelte van het plangebied grenst direct aan de Noorderbaan, welke in westelijke richting overgaat in een rotonde.
Aan de westzijde en zuidwestzijde wordt het plangebied ontsloten door de Guillaume Derksstraat. Tot slot ligt ten zuidwesten van het plangebied een perceel met een maatschappelijke bestemming en direct ten westen ligging hoofdzakelijk agrarische percelen. Daarnaast grenst het noordelijk gedeelte van het plangebied aan het buitengebied van de gemeente Leudal.
Uitsnede luchtfoto met situering plangebied rood omlijnd
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
7
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven.
De ontwikkeling Binnen het plangebied worden 21 RvR-kavels gerealiseerd met een oppervlakte van circa 800 m2 per kavel. De begrenzing van deze kavels wordt op het onderstaande inrichtingsplan weergegeven. Voor een volledige weergave van het inrichtingsplan wordt verwezen naar Bijlage 1 Inrichtingsschets.
Inrichtingstekening plangebied met 21 RvR-kavels
Het planvoornemen kent twee type hoofdgebieden. Het noordelijk gebied voorziet in de realisatie van "open" gebied, waarbij de woonkavels direct grenzen aan agrarische gronden (welke niet zijn bestemd voor bedrijfsmatige agrarische activiteiten). Aan de uiterste noordzijde worden de bestaande landschappelijke kenmerken van het gebied rondom de Belandsebeek zoveel mogelijk gehandhaafd en waar mogelijk versterkt. Het zuidelijke gebied kent juist een meer "gesloten" karakter, waarbij wordt voorzien in woonkavels die worden omsloten door bospercelen. Hierdoor kent het noordelijk- en zuidelijk gedeelte van het plangebied twee specifiek onderscheidende woonmilieus. Naast deze twee gebieden zal er nog een losse "21ste kavel" worden gerealiseerd ten westen van de twee gebieden. Deze kavel wordt in dezelfde "open" opzet als het noordelijke gedeelte gerealiseerd.
Voor wat betreft de bouw- en gebruiksregels wordt overwegend aangesloten bij overige recente bestemmingsplannen voor Ruimte voor Ruimte woningen. Zo mag een hoofdgebouw uitsluitend binnen
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
8
het bouwvlak worden gebouwd en mag de inhoud van een woning maximaal 1.000 m³ bedragen.
Naast de realisatie van de RvR-kavels wordt binnen onderhavig bestemmingsplan de verlenging van de reeds aanwezige weg ten zuidwesten van het plangebied mogelijk gemaakt en worden enkele vertakkingen van deze weg richting de te realiseren woningen aan de noord- en zuidzijde van het plangebied voorzien. Te midden van het plangebied nabij deze wegen wordt daarnaast voorzien in een verlaging van het maaiveld. Hierbinnen is ruimte voorzien ten behoeve van de berging van hemelwater afkomstig van de openbare wegen en paden binnen het plangebied (voor een nadere uiteenzetting zie paragraaf 5.8).
Rondom en binnen het plangebied wordt een robuuste landschappelijke inpassing voorzien. Deze landschappelijke inpassing is gewaarborgd middels een specifieke voorwaardelijke verplichting en de daarbij aansluitende aanduiding op de verbeelding van onderhavig bestemmingsplan.
Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten Aangezien het plangebied nabij de woonkern van de Heythuysen is gelegen, past de woningbouwlocatie vanuit stedenbouwkundig en functioneel oogpunt binnen de omgeving. Er is feitelelijk sprake van de invulling van een openplek aan de rand van de bestaande woonkern. Ten zuiden en westen van het plangebied liggen namelijk reeds verschillende clusters van woningen. Bij de transformatie van het plangebied wordt een nieuw groen buurtschap in een relatief open landschap gerealiseerd.
De woningen zullen optisch gezien gelegen zijn op een verhoging. De rationele, orthogonale verkaveling zal worden ingebed in een glooiend bloemrijk grasland. Daarnaast zal het buurtschap worden omlijst middels een haag en verspreide boomgroepen, waardoor het buurtschap een groen landschappelijk karakter krijgt.
Gezien het plangebied grenst aan het buitengebied van de gemeente Leudal zorgt het groene karakter van het buurtschap voor een geleidelijke transitie van het verstedelijkt gebied naar het landelijk gebied. Er zijn dan ook geen negatieve stedenbouwkundige of ruimtelijke effecten voor de omgeving te verwachten en ook wordt geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. De stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten zijn tevens vertaald naar een beeldkwaliteitsplan. Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
9
Hoofdstuk 4
Uitgangspunten van het beleid
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid (respectievelijk § 4.1, § 4.2, § 4.3 en § 4.4).
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9).
De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw.
Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8.
Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering;
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
10
11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.
Afweging Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen de beoogde ontwikkeling. 4.1.3
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)
De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende gebieden, objecten worden aangewezen, waar gemeenten bij vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Als gevolg van de gewijzigde regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Leudal. Aangezien het onderhavige bestemmingsplan echter geen windturbines hoger dan 114 meter toestaat vormt dit geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. Daarnaast is het plangebied ook niet aangewezen als reserveringgebied voor de aanleg van hoofdwegen (of delen van hoofdwegen).
Afweging Aangezien het bestemmingsplan geen windturbines of anders bouwwerken hoger dan 114 meter
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
11
toestaat, vormt de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering voor het radarverstoringsgebied. 4.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking)
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt.
In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
Afweging Onderhavige ontwikkeling (realisatie van 21 woningen) geldt als een stedelijke ontwikkeling en de behoefte hiervan dient derhalve overeenkomstig de ladder voor duurzame verstedelijking gemotiveerd te worden. Als gevolg van de huidige agrarische bestemming is er (op basis van jurisprudentie) ter plaatse geen sprake van stedelijk gebied en ligt de voorgenomen stedelijke ontwikkeling dus in buitenstedelijk gebied. Dit houdt vervolgens in dat, in het kader van de Ladderonderbouwing, ook onderbouwd zal moeten worden dat de ontwikkeling niet elders in (het stedelijk gebied van) Heythuysen, danwel de regio zou kunnen plaatsvinden.
In paragraaf 5.11 vindt een kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing plaats in het kader van de woningbehoefte en wordt een afweging gemaakt, waarom de ontwikkeling niet elders kan landen binnen de kern Heythuysen. 4.1.5
Wet milieubeheer
In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
12
onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b. van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'.
Afweging De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van dit bestemmingsplan, is opgenomen in paragraaf 5.9.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014)
Op 12 december 2014 is het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) vastgesteld. In het POL2014 ligt het plangebied in de zone 'Buitengebied'. De doelstellingen van de zone 'Buitengebied' verzetten zich niet tegen de beoogde ontwikkeling van het groene buurtschap. Tevens ligt het noordelijke gedeelte van het plangebied binnen het POL2014 in de 'bronsgroene landschapszone'. De bronsgroene landschapszone omvat de rivier- en beekdalen en de steilere hellingen, voor zover die niet reeds onderdeel uitmaken van de goudgroene of zilvergroene natuurzones, én de relatieve rijkdom aan cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het betreft overwegend landbouwgronden, maar ook andere functies als verblijfsrecreatieve terreinen, woningen en linten van bebouwing kunnen voorkomen. Beleidsmatig liggen de accenten voor deze 'bronsgroene landschapszone' op: Kwaliteit en functioneren regionaal watersysteem; Ontwikkeling landbouw in balans met omgeving; Versterken kernkwaliteiten landschap en cultuurhistorie; Recreatief medegebruik. Het beleid is erop gericht om de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema's biedt zijn mogelijk, mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden ('ja-mits').
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
13
Uitsnede kaart 'Zonering Limburg' POL2014 met globale ligging plangebied zwart omlijnd
Afweging Ten aanzien van Ruimte voor Ruimte Noord- en Midden-Limburg is in het POL2014 opgenomen: "Over de uitvoering van de regeling RvR zijn in 2001 afspraken gemaakt tussen de Provincie, de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en Ruimte voor Ruimte CV. Die worden door het POL niet gewijzigd."
De Provincie Limburg heeft in haar brief van 14 juni 2017 (kenmerk: 2017/42236) aan de gemeenten gemotiveerd aangegeven dat de Ruimte voor Ruimte-woningen als 'additioneel' op de taakstelling in de vastgestelde regionale structuurvisies Wonen Noord- en Midden Limburg kunnen worden gerealiseerd. Aangegeven is dat het een op zichzelf staande opgave betreft. Onder 'additioneel' wordt verstaan dat deze woningen niet meetellen bij de gemeentelijke opgave om plannen te schrappen. Tijdens bestuurlijk overleg met de regio in december 2017 heeft de regio ook aangegeven de Ruimte voor Ruimte-opgave na te willen komen. Daarmee is aldus sprake van bestuurlijke consensus.
Daarnaast is het plangebied volgens het POL2014 gelegen in de boringsvrije zone Roerdalslenk III. De ligging binnen deze zone vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, aangezien geen diepe grondboringen of grondwateronttrekkingen voorzien zijn. Tevens ligt het noordelijk gedeelte van het plangebied voor een klein gedeelte binnen een extensiveringsgebied voor intensieve veehouderij. Het voorliggende initiatief voorziet niet in de ontwikkeling van een intensieve veehouderij. De ligging in het extensiveringsgebied vormt dan ook geen belemmering. Tot slot ligt het plangebied binnen een voorkeursgebied voor windturbines. Bij de voorliggende ontwikkeling worden geen windturbines gerealiseerd. De ligging in het voorkeursgebied voor windturbines heeft geen directe belemmerende werking op onderhavig plan.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
14
4.2.2
Provinciale Omgevingsvisie (POVI)
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: 'de Provinciale omgevingsvisie Limburg' (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast is een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 3.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.
Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema's; Een gebiedsgericht deel waarin de thema's op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio's Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect 'Wonen en leefomgeving'.
Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's, agenda's en instrumenten noodzakelijk.
Wonen
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
15
Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen.
Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen - tijdelijke - uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil.
Leefomgeving Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit.
Afweging De provinciale Omgevingsvisie is het richtinggevende kader op hoofdlijnen omtrent wonen. Omdat de woonbehoeften snel veranderen, en omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven wat betreft wonen en leefomgeving, zijn er meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's en instrumenten (zie hiertoe de uiteenzetting in paragraaf 4.3 en 4.4).
Onderhavige ontwikkeling heeft vanwege het specifieke woonmilieu en als onderdeel van de ruimte voor ruimte regeling een toegevoegde waarde op de bestaande voorraad en de harde plancapaciteit. Daardoor wordt in kwalitatieve zin in een behoefte voorziet binnen het primaire en secundaire verzorgingsgebied. Daarnaast kan onderhavige ontwikkeling niet elders landen binnen de gemeente Leudal, waardoor sprake is van duurzaam ruimtegebruik. De beoogde ontwikkeling is dan ook in lijn met de principes, zoals beschreven in de 'Ontwerp Provinciale omgevingsvisie'.
Na vaststelling van de ontwerp-Omgevingsvisie wordt, op basis van die inhoud, ook de volgende stap voor de Omgevingsverordening gezet. Tervisielegging en vaststelling zullen medio 2021 plaatsvinden. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht. 4.2.3
Omgevingsverordening Limburg
De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
16
Afweging Het noordelijk gedeelte van het plangebied is gelegen binnen de bronsgroene landschapszone. Volgens artikel 2.7.2 dient de toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de bronsgroene landschapszone, een beschrijving te bevatten van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De kernkwaliteiten in de bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueelruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Voor de kernkwaliteiten in de regio Midden-Limburg wordt verwezen naar het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg.
Volgens het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg (kaart 4, Kwaliteitskaart landschap, zie de onderstaande afbeelding) ligt het gedeelte van het plangebied, welke deel uitmaakt van de 'bronsgroene landschapszone' binnen het landschapstypen 'Beekdal'.
Uitsnede kaart 4 'Kwaliteitskaart Landschap' uit het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg (globale aanduiding 'bronsgroene landschapszone' rood omlijnd)
Algemene kenschets Het beekdallandschap omvat die gronden die vanuit het natuurlijk fundament aangeduid worden als beekdal. Binnen deze kenmerkende beekdalen liggen verschillende soorten beken (beken met nog een natuurlijke loop, rechtgetrokken beken, aangelegd in moeraszones, in Maasmeanders, etc.). Daarnaast kan per beek een bovenloop, middenloop en een benedenloop onderscheiden worden. Belangrijker echter zijn de overeenkomsten tussen de verschillende beken in Noord- en Midden-Limburg. Dit is de bijzondere structurerende werking, met name binnen de dekzandgebieden tussen de Peel en de Maas. Hier liepen en lopen de belangrijkste beken met hun bijbehorende dalen en afzettingen.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
17
Landschapskenmerken Reliëfvorm
Langgerekte laagtes
Water
Min of meer centrale bredere waterloop en relatief hoge grondwaterstanden
Bodem
Kleiig materiaal afgezet door de beek
Wegenpatroon
Wegen parallel aan het beekdal op de hogere drogere zandgrond
Verkavelingspatroon
Kleinschalig: Onregelmatig of strokenverkaveling loodrecht op de beek
Landbouwkundig gebruik
Oorspronkelijk: hooiland of weide; tegenwoordig: rundveehouderij
Beplanting
Kleine landschapselementen (houtsingels, heggen beekbegeleidende beplanting, knotbomen etc.); bosjes en populieropstanden.
Bebouwing
Geen of incidenteel bebouwing, wel langs de wegen op de rand van het beekdal op de hogere gronden.
Kernkwaliteiten Natuur Een belangrijke kwaliteit van dit landschapstype wordt gevormd door de doorgaande natte structuur, waardoor de beekdalen voor veel organismen functioneren als ecologische verbindingszone. Daarnaast vormen de vele gradiënten, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van oude geulen, maar vooral het hoogteverschil loodrecht op de beek van de lage beek naar de verder weg gelegen hogere gronden, een belangrijke kwaliteit. Met name de beekbegeleidende - veelal - natte gronden zijn bijzonder. Hier treffen we hooilanden, diverse moerastypen en moerasbossen aan.
Cultuurhistorie De delen waar weide, oude hooi- en graslanden en geriefhout (hout voor gebruik als brandstof of bouwmateriaal) voorkomen zijn zeer waardevol. Op dit moment komt relatief veel grasland voor. De randen van de beekdalen op de hogere gronden zijn cultuurhistorisch en archeologische zeer waardevol. Deze randen waren de eerste bewoningsplaatsen in het gebied. In het verleden werden de gronden door gecontroleerde bevloeiing vruchtbaar gemaakt. Deze oude bevloeiingssystemen zijn cultuurhistorisch zeer waardevol. De beekdalen spelen vandaag de dag nog steeds een belangrijke rol bij de waterhuishouding van het gebied. Dit zijn dan ook de uitgelezen plekken om de verdrogings-problematiek (deels) aan te pakken door hier water vast te houden en vertraagd af te voeren.
Visueel-ruimtelijk De beekdalen zijn belangrijke structuurdragers van het landschap, met name op de zandgronden. Als gevolg van latere egaliseringen, ontwateringen en ontginningen zijn de beekdalen echter in veel gevallen nog nauwelijks herkenbaar. Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. In het beekdal bevindt zich meestal weinig tot geen bebouwing. Daar waar de karakteristieke kleinschaligheid bewaard is gebleven, is het landschap visueel-ruimtelijk nog aantrekkelijk en waardevol. Er worden drie typen beekdalen onderscheiden. Het halfopen kamertjes type, het besloten bostype en het open grazige type. Het gedeelte van het plangebied dat deel uitmaakt van de 'bronsgroene landschapszone' bestaat in de huidige situatie uit grasland. Ter plaatse zijn geen bijzondere landschapselementen aanwezig. Onderhavig plan heeft geen invloed op de Belandsebeek ten noorden van het plangebied. De kernkwaliteiten binnen het gebied worden door onderhavig plan niet aangetast. Binnen het gedeelte van
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
18
het plangebied dat deel uitmaakt van de 'bronsgroene landschapszone' worden in de toekomstige situatie geen woningen voorzien (zie hiertoe de 'Inrichtingstekening plangebied met 21 RvR-kavels' in hoofdstuk 4). Binnen het noordelijk gedeelte van het plangebied zal het bloemrijke/kruidenrijke graslanden behouden worden en blijven de knotwilgen aan de oever van de Belandsebeek behouden. Aangezien er binnen dit gedeelte van het gebied dus geen bebouwing wordt voorzien blijft het open karakter behouden, hetgeen overeenkomt met de visueel-ruimtelijke kernkwaliteiten van het gebied. Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk (niveau III) ligt. Het is in het gebied Roerdalslenk verboden een boorput of een bodemenergiesysteem te maken of te hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.
Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 80 meter in zone III tot aan de Bovenste Brunssumklei dient vier weken tevoren schriftelijk te worden gemeld aan gedeputeerde staten. Gezien het feit dat geen diepe grondboringen zijn voorzien binnen onderhavig plan, vormt het initiatief geen belemmering voor de boringsvrije zone Roerdalslenk III. Daarnaast ligt het plangebied binnen een extensiveringsgebied voor intensieve veehouderij. Aangezien het voorliggende initiatief geen betrekking heeft op een veehouderij, vormt deze ligging geen belemmering. Voor het overige is het plangebied niet gelegen binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. De realisatie van 21 RvR-kavels binnen het plangebied past is dan ook in overeenstemming met de uitgangspunten uit de 'Omgevingsverordening Limburg 2014'.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025
In de Structuurvisie voor de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen, Roermond, Nederweert en Weert zijn diverse woonambities geformuleerd. De focus in de structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 ligt op het bouwen van kwalitatief gezien de juiste woningen, aansluitend op de lokale en regionale behoefte. Vooral beschikbaarheid en bereikbaarheid zijn aandachtspunten. Belangrijke ambities en doelgroepen binnen het beleid zijn onder meer: Het vergroten van het aandeel huurwoningen: er is regionaal behoefte aan extra huurwoningen. Via jaarlijkse lokale prestatieafspraken worden concrete afspraken gemaakt met woningcorporaties en huurdersorganisaties over het aanbieden van (sociale) huurwoningen. Ook particuliere beleggers kunnen een rol spelen bij het vergroten van het aandeel huurwoningen. Starters: Toetreding tot de woningmarkt is steeds moeilijker door lange wachttijden voor sociale huurwoningen en hoge koopprijzen. Er zijn in principe genoeg woningen voor starters, maar door de stijgende prijzen zijn deze (financieel) niet bereikbaar. Wonen met zorg: Ouderen willen wel verhuizen, maar toch gebeurt het in de praktijk beperkt. Vanwege de grote doelgroep is nieuwbouw alleen niet mogelijk, maar moet ook de bestaande woningvoorraad worden aangepast.
Ook is er een grote opgave voor het realiseren van huisvesting voor kwetsbare inwoners (mensen met een psychisch probleem, licht verstandelijke beperking, of mensen zonder sociaal vangnet). De structuurvisie geeft richting aan de kwalitatieve en kwantitatieve opgave waar de gemeenten woningbouwprojecten de komende jaren wenselijk vinden en de wijze waarop het aantal woningbouwplannen wordt afgestemd op de behoefte. Dit betekent dat beleidsmatig is vastgelegd hoe de plan-voorraad voor woningen wordt afgebouwd.
Kwantitatieve woningbehoefte
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
19
In de kern Heythuysen en de regio Midden-Limburg neemt de bevolking tot 2032 toe en in gemeente Leudal blijft de bevolking ongeveer gelijk. Alle drie de gebieden laten daarentegen een groei van het aantal huishoudens zien. Als afgeleide van de huishoudensontwikkeling bedraagt een raming van de kwantitatieve woningbehoefte in de regio Midden Limburg circa 4.320 woningen en gemeente Leudal 200 woningen tot 2032. De Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 benadrukt dat de huishoudensontwikkeling als uitgangspunt moet worden genomen. De harde plancapaciteit is nog niet toereikend om in deze woningbehoefte te voldoen. In Heythuysen zijn harde plannen voor 35 woningen, terwijl er 200 huishoudens bij komen. In gemeente Leudal zijn er harde plannen voor 223 woningen, terwijl het aantal huishoudens met 700 stijgt en in regio Midden-Limburg zijn harde plannen voor 3.717 woningen, tegenover een groei van 4.320 huishoudens. De kwantitatieve behoefte aan dit initiatief kan daardoor worden verantwoord.
Bovendien maakt het initiatief al onderdeel uit van de zachte plancapaciteit en wordt er geen extra netto (zachte) plancapaciteit toegevoegd. Daarnaast is het onderdeel van de ruimte- voor-ruimte-regeling (1e tranche), waarin eerder vierkante meters agrarisch bedrijf zijn gesloopt en waarvoor nu woningen in de plaats mogen komen. Desalniettemin moeten deze woning bouwaantallen worden meegenomen in de reguliere programmering woningbouw.
Kwalitatieve woningbehoefte De Ruimte-voor-Ruimte-regeling stelde veehouders onder bepaalde voorwaarden in staat om hun stallen tegen een vergoeding te laten slopen. Deze sloopsubsidies werden voorgefinancierd door de provincie. De gedachte achter de regeling was dat de overheid vervolgens het voorgefinancierde bedrag kon terugverdienen door de verkoop van zogenoemde Ruimte-voor-Ruimte-kavels. Met de regeling wilde de provincie een positieve impuls geven aan de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. Een voorwaarde voor Ruimte-voor-Ruimte woningen is, dat zij slechts gebouwd mogen worden op locaties die gelegen zijn in, of aansluiten aan de bestaande bebouwingscontour, -clusters of –linten. De afspraken voor dit initiatief vallen onder de restopgave uit de 1e tranche van de ruimte voor ruimte regeling.
Zie voor een verdere toelichting ten aanzien van de afweging omtrent de situering buiten bestaand stedelijk de separate rapportage 'Ladder voor duurzame verstedelijking woningbouw 21 RvR-kavels te Heythuysen' in Bijlage 3 Behoefte-onderbouwing.
In kwalitatieve zin kan het plan echter wel voorzien in een behoefte door haar bijdragen aan het invullen van de vraag vanuit zowel de regio Midden-Limburg als de gemeente Leudal zelf naar vrijstaande koopwoningen in het duurdere prijssegment in een bijzonder woonmilieu. Het recente woningmarktonderzoek van Midden-Limburg en de gemeente Leudal geeft aan dat er binnen de regio en de gemeente waarschijnlijk een tekort zal ontstaan aan grondgebonden seniorenwoningen en appartementen met lift. Terwijl er een potentieel overschot wordt verwacht aan onder andere 2^1 kapwoningen (koop) en huurappartementen zonder lift. Toch wonen ouderen in Leudal verhoudingsgewijs iets meer in vrijstaande woningen dan het gemiddelde huishouden in de gemeente (43% versus 41%). Ten opzichte van de regio is dit verschil groot. Het aandeel oudere huishoudens woonachtig in vrijstaande woningen bedraagt in de regio namelijk 33%. Dit is een indicatie dat, hoewel het huidige inkomen wellicht niet (meer) zo hoog is, er een grote groep ouderen is met een prima vermogenspositie. Tegelijkertijd wijst het Woningmarktonderzoek uit dat zowel in de gemeente Leudal als specifiek voor Heythuysen, er de grootste vraag naar vrijstaande woningen is (35%).
Daarvan is er ook een grote groep die juist in het hoge segment een woning wil realiseren, boven de € 375.000,-.Veel van de vrijstaande woningen, vooral in de nieuwbouwsfeer, zijn te typeren als vrijstaand suburbaan wonen in een centrumdorpse kern. Het planinitiatief is juist met behulp van de ruimte-voor-ruimte regeling te omschrijven als landelijk wonen tegen de centrumdorpse kern en is daardoor
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
20
complementair aan de bestaande voorraad en de harde plancapaciteit. Uit onderzoek komt ook naar voren dat er een relatief grote voorkeur is voor centrumdorps en dorpse woonmilieu. Met het initiatief kan men landelijk gaan wonen in een centrumdorps woonmilieu, waardoor de nieuwe bewoners beschikken over centrumvoorzieningen, met een mix van dagelijkse en niet-dagelijkse voorzieningen. Dat maakt het woonmilieu vrij uniek binnen de gemeente. Het initiatief voorziet daarmee zowel op gemeentelijk als kernniveau in een kwalitatieve behoefte. Belangrijk is dat in de gemeente Leudal voldoende aanbod van dit woonmilieu aanwezig is (bij voorkeur korte afstand van het stedelijke gebied) om te concurreren met de regio. Voorkomen moet worden dat woningzoekenden in dit specifieke marktsegment buiten de gemeente gaan wonen. Mogelijk kan het zelfs huishoudens trekken uit de regio's Eindhoven, Cranendonck, Venlo en Peel en Maas. Gemeenten waarmee gemeente Leudal ook een belangrijke verhuisrelatie laat zien. Ruimte voor Ruimte is een opgave uit de Structuurvisie Wonen Midden Limburg 2018 die in de regio speelt. Hoewel deze structuurvisie is opgevolgd door de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 is deze vorige structuurvisie belangrijk voor dit initiatief.
Er wordt conform de ruimte-voor-ruimte-regeling uit de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg gezorgd voor een kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied en het behoud of versterken van het ruimtelijk beeld ervan. Dit wordt gewaarborgd binnen het initiatief dat ruim is opgezet en de sterke relatie met het groen heeft. Daarnaast sluit het aan bij de vigerende structuurvisie van gemeente Leudal (2010). Het initiatief vindt aansluiting bij de beschikbaarheid van woningen voor alle groepen, waarbij elke inwoner in staat moet zijn een passende woning te vinden in de gemeente Leudal. Ook draagt het bij aan het realiseren van een woningvoorraad die aansluit bij de doelgroep, waarbij hoog gewaardeerde woonkwaliteiten van gemeente Leudal worden behouden en waar mogelijk versterkt (wonen in het groen). Duurzaam ruimtegebruik Een voorwaarde voor Ruimte-voor-Ruimte woningen is, dat zij slechts gebouwd mogen worden op locaties die gelegen zijn in, of aansluiten aan de bestaande bebouwingscontour, -clusters of –linten. Het plan sluit ruimtelijk gezien aan op de bebouwing van de kern Heythuysen en daarmee op bestaand stedelijk gebied. Binnen het bestaande stedelijke van de gemeente Leudal is redelijkerwijs een dergelijk ruimte-extensief, op landelijk-dorps wonen gericht woningbouwplan niet te realiseren.
Afweging Geconcludeerd kan worden dat ondanks dat er kwantitatief geen behoefte meer bestaat aan extra woningen, het plan vanwege het specifieke woonmilieu en als onderdeel van de ruimte voor ruimte regeling toch een toegevoegde waarde heeft op de bestaande voorraad en de harde plancapaciteit en daardoor in kwalitatieve zin in een behoefte voorziet binnen het primaire en secundaire verzorgingsgebied. Daarnaast kan onderhavige ontwikkeling niet elders landen binnen de gemeente Leudal, waardoor sprake is van duurzaam ruimtegebruik.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Strategische Overallvisie 2020 - 'Leven in Leudal'
In de Strategische Overallvisie 2020 'Leven in Leudal' geeft de gemeente aan welke ontwikkelingen op de langere termijn voor Leudal van belang zijn en waar de gemeente naar toe wil. De toekomstvisie is daarmee richtinggevend voor de beleidsontwikkelingen in de komende jaren. De visie dient als denkkader en handvat voor toekomstige keuzes en ontwikkelingen. Daarbij valt te denken aan de ontwikkeling van nieuw beleid, het oppakken van nieuwe integrale projecten en keuzes rondom de profilering van de (nieuwe) gemeente en samenwerking in de regio. De Strategische Overallvisie 2020 'Leven in Leudal' is op 11 december 2007 door de gemeenteraad vastgesteld en dient de komende jaren het kompas voor ontwikkelingen te zijn. De gemeente Leudal wil
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
21
in samenspraak en in samenwerking met bewoners en bedrijven, met de regio en de provincie de kansen die zich in Leudal voordoen benutten. Binnen de Strategische Overallvisie van de gemeente Leudal worden kansen en bedreigingen in kaart gebracht. Het behoud van groen en meer benutten van het groene karakter wordt gezien als een van de voornaamste kansen voor de gemeente Leudal. Groen wonen wordt hierbij als een potentiële kansrijke ontwikkeling gezien. De missie van de gemeente Leudal is geoperationaliseerd in doelen op centrale thema's van de strategische overallvisie: samenleving, omgeving, wonen, werken en vrije tijd. Het doel voor het aspect wonen is hierbij om binnen de eigen gemeente te zorgen voor passende huisvesteging van elke inwoner plus gedoseerde ontwikkeling van enkele regionaal onderscheidende woonmilieus.
Afweging Middels de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in de realisatie van een groen buurtschap, welke bestaat uit 21 RvR-kavels. Door de ruimtelijke opzet met veel groen en een glooiend landschap wordt er een onderscheidend woonmilieu gerealiseerd, waarbij het planvoornemen landschappelijk gezien voor een geleidelijke transitie zorgt naar het achterliggende buitengebied. Het initiatief wordt hiermee passend geacht binnen de 'Strategische Overallvisie 2020 - Leven in Leudal', op het gebied van wonen. 4.4.2
Structuurvisie Leudal - 'Regie op de toekomst'
Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Voor sommige ontwikkelingen zal ze daarbij zelfs initiatiefnemer willen zijn. Voor andere ontwikkelingen is zij ook afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties, instellingen, en burgers. Ontwikkelingen die afbreuk doen aan de toekomst van Leudal wil de gemeente waar mogelijk voorkomen. In de structuurvisie ligt de nadruk op de visie van de gemeente op de functionele ontwikkelingen van de diverse, ruimtelijk relevante onderwerpen. Waar liggen voor de gemeente plichten, wat zijn de ambities, waar ziet de gemeente kansen en bedreigingen? En onder welke criteria zijn ontwikkelingen mogelijk? Hiermee is de structuurvisie een regie-instrument voor de dagelijkse gang van zaken. Binnen de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Leudal van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren.
Uitgangspunt voor het beleid ten aanzien van wonen is dat, in het kader van de leefbaarheid, de veranderingen in de aard en omvang van de woningvoorraad niet geënt worden op de kwantiteit van de voorraad, maar op de kwaliteit van de voorraad. Door in te zetten op kwaliteit wil de gemeente een woningvoorraad bied en die bijdraagt aan de sociale binding van mensen met de gemeente, maar die ook afgestemd is op en bijdraagt aan de verschillende ruimtelijke karakteristieken van de afzonderlijke kernen en het buitengebied. Ontwikkelingen in de woningmarkt moeten de maatschappelijk hooggewaardeerde woonkwaliteiten van Leudal, veel laagbouw en het dorpse karakter, behouden en waar mogelijk versterken. Voor het buitengebied richt het beleid zich op het duurzaam behouden van de kernwaarden van de natuurgebieden en het (cultuur)landschap en het tegelijkertijd versterken van de gebruiks- en belevingswaarden voor de inwoners van Leudal en voor bezoekers van de gemeente.
Afweging Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van een groen buurtschap, waarbinnen de groene invulling middels beplanting (hagen, bomen en bloemrijk grasland) een grote rol speelt. Doormiddel van de hoogwaardige landschappelijke inpassing worden de bestaande landschapskwaliteit gewaarborgd en waar mogelijk versterkt. Hiermee sluit het initiatief aan op de doelstelling om in te zetten op de kwaliteit van de woningvoorraad en niet de kwantiteit. De ontwikkeling is hiermee passend binnen de
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
22
'Structuurvisie Leudal - Regie op de toekomst'. 4.4.3
Vigerend bestemmingsplan 'Woonkern Leudal 2017'
Voor het grootste gedeelte van het plangebied geldt vigerend bestemmingsplan 'Woonkern Leudal 2017', dat op 14 oktober 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad van Leudal. Voor het gehele plangebied dat valt binnen dit bestemming geldt de enkelbestemming 'Agrarisch', dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5' en 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' en gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - molenbiotoop' en 'overige zone - beeldentuin galerie'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een volwaardig agrarisch bedrijf binnen een bouwvlak met een agrarische bedrijfsvoering, niet zijnde een intensieve veehouderij. Daarnaast mogen de gronden worden gebruikt voor agrarisch grondgebruik en ruimtelijk niet relevante evenementen. Daaraan ondergeschikt mogen de gronden gebruikt worden voor extensief recreatief medegebruik en kleinschalige kampeeractiviteiten met maximaal 15 seizoenstandplaatsen op het erf, met dien verstande dat de kampeeractiviteiten in of direct grenzend aan het bouwvlak moeten plaatsvinden. Tot slot mogen de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden gebruikt worden voor parkeervoorzieningen, sanitaire voorzieningen, tuinen, erven, terreinen, perceelsontsluitingen, voorzieningen van algemeen nut, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterberging- en infiltratievoorzieningen.
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Wanneer er verstoringen dieper dan 40 cm onder het maaiveld plaats vinden en de oppervlakte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m2 moet een rapport worden overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld. De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aan de andere aan de grond gegeven bestemming(en), primair bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen watergangen, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de watergangen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen overige (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing. Op of in de gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd anders dan ten behoeve van beheer en onderhoud van de betreffende watergang. Voor het zuidoostelijk gedeelte van het plangebied geldt tot de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone molenbiotoop'.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn de gronden tevens bestemd voor het beschermen van de functie en waarde als landschapsbepalend element van de beltmolen 'Sint Anthoniusmolen'. Tot slot geldt voor het westelijke gedeelte van het plangebied de gebiedsaanduiding 'overige zone beeldentuin galerie'. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - beeldentuin galerie' zijn de gronden tevens bestemd voor het gebruik als beeldentuin.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
23
Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Woonkern Leudal 2017' met ligging plangebied rood omlijnd 4.4.4
Vigerend bestemmingsplan - 'Duurzame energie'
Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerend bestemmingsplan 'Duurzame energie', dat op 27 maart 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad van Leudal. De gemeente Leudal heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan, maar realiseert zich ook dat zowel klein- als grootschalige initiatieven een grote impact op het landschap en de beleving van het landschap kunnen hebben. Het landschap is immers de drager van alle ruimtelijke ontwikkelingen. Daarom is het nodig om rekening te houden met de kracht en het laadvermogen van het landschap. De gemeente heeft een beleidskader opgesteld aan de hand waarvan initiatieven kunnen worden ontwikkeld, getoetst en gerealiseerd.
De vigerende bestemmingsplannen bevatten binnenplanse afwijkingsbepalingen die het mogelijk maken om - binnen de voorwaarden van die bepaling(en) en mits ruimtelijk aanvaardbaar - duurzame energieprojecten te vergunnen en te realiseren. Het vigerend bestemmingsplan 'Duurzame energie' (ook paraplubestemmingsplan genoemd) heeft tot doel om de bestaande algemene afwijkingsbepalingen te laten vervallen in zowel de kernen als het buitengebied. Deze aanpassing van de bestaande bestemmingsplannen is noodzakelijk om de kwaliteit van ontwikkelingen naar de toekomst toe te borgen. Medewerking wordt mogelijk gemaakt via een buitenplanse procedure mits het bepaalde in het vigerende Beleidskader 'Duurzame energie (zon en wind)' onverkort wordt toegepast, voldaan wordt aan daarin gestelde criteria en de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is.
In navolging van het bovenstaande wordt artikel 40.5 'energieopwekking' (uit het vigerend bestemmingsplan 'Woonkernen Leudal 2017) niet overgenomen binnen de algemene afwijkingsregels van onderhavig bestemmingsplanplan.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
24
Hoofdstuk 5
Onderzoek
Bij de toekenning van de nieuwe bestemming aan de locatie dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, geur, externe veiligheid en milieuzonering voor de locatie wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de gewenste ingreep voor de aspecten archeologie en cultuurhistorie, leidingen en infrastructuur, ecologie, waterhuishouding, verkeer, duurzaamheid en economische uitvoerbaarheid. De hieruit voortgekomen bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht.
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie in werking getreden. In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan zoals bepaald in artikel 6.12, eerste lid, onder a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst.
Het voorliggende initiatief heeft betrekking op de realisatie van 21 RvR-kavels (alsmede aanvullende voorzieningen) en is hiermee een bouwplan in de zin van artikel 6.12 van de Wro. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van initiatiefnemer. Met deze initiatiefnemer heeft de gemeente een anterieure grondexploitatieovereenkomst gesloten zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. Daarnaast zal er een planschadeverhaalsovereenkomst worden afgesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Leudal. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
5.2
Milieuaspecten
5.2.1
Bodem
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemmingen. Aangezien onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van gevoelige functies (woningen) zijn door Aeres Milieu twee verkennend bodemonderzoeken (verkennend bodemonderzoek 20 kavels) en (verkennend bodemonderzoek 21ste kavel) uitgevoerd.
Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor een volledige weergave van de rapportages wordt verwezen naar Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoeken Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek (kavel 21).
Boven- en ondergrond 20 oostelijke kavels Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat de bovengrond binnen het plangebied plaatselijk licht verhoogd is met cadmium. Echter ligt de gemeten concentratie cadmium ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond. Deze aanwezigheid van cadmium vormt derhalve geen belemmering voor het beoogde functionele gebruik (woonfunctie) binnen het plangebied. In de ondergrond binnen het plangebied zijn daarnaast
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
25
geen gehalten van componenten gemeten die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarden.
21ste kavel Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat de bovengrond binnen het plangebied plaatselijk licht verhoogd is met cadmium. Echter ligt de gemeten concentratie cadmium ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond. Deze aanwezigheid van cadmium vormt derhalve geen belemmering voor het beoogde functionele gebruik (woonfunctie) binnen het plangebied. In de ondergrond binnen het plangebied zijn daarnaast geen gehalten van componenten gemeten die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarden.
Grondwater 20 oostelijke kavels Het freatisch grondwater binnen het plangebied is licht tot plaatselijk matig verhoogd met zware metalen en licht verhoog met xylenen. De verhoogde gehalten aan zware metalen passen echter in het beeld van de regionaal verhoogde achtergrondwaarden. De licht verhoogde gehalten aan xylenen zijn op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de veldwerkzaamheden niet te verklaren. Op de locatie zijn geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten.
Geconcludeerd kan worden dat het licht verhoogde gehalte aan cadmium in de bovengrond in tegenspraak is met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentratie ligt ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond. Gelet op de gemeten componenten en concentraties en het ontbreken van potentiele verontreinigingsbronnen ter plaatse wordt het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.
Aanvullend op het bovenstaande onderzoek is voor een gedeelte van het noorden van het plangebied ook door Aeres Milieu een ook verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor een volledige weergave van de rapportage wordt verwezen naar Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek.