Bestemmingsplan regels
Tekst van het document
8.4
Afwijken van de bouwregels
(terug naar begin van artikel 8 - Wonen)
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
34
8.4.1 Uitbreiding van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot twee bouwlagen 8.4.1
Uitbreiding van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot twee bouwlagen
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.2.3 onder a. en b. ten behoeve van het uitbreiden van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bij de woning tot 2 bouwlagen, afgewerkt met een plat dak of een kap met dien verstande dat: a. de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de toegestane goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw; b. in afwijking van het bepaalde onder a. de goot- en bouwhoogte maximaal 0,5 meter meer mag bedragen dan de toegestane goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw indien de uitbreiding van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk is afgewerkt met een plat dak, terwijl het hoofdgebouw is afgewerkt met een kap; c. de afstand van de uitbreiding van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk: 1. tot beide zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter dient te bedragen bij vrijstaande woningen; d. indien een kap wordt gerealiseerd, de dakhelling ten minste 20° en niet meer dan 50° bedraagt; e. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; f. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast; g. de uitbreiding plaatsvindt: 1. binnen het bouwvlak; 2. achter de voorgevelrooilijn. (terug naar begin van lid 8.4 - Afwijken van de bouwregels)
8.5
Specifieke gebruiksregels
(terug naar begin van artikel 8 - Wonen) 8.5.1 Strijdig gebruik 8.5.2 Beroep of bedrijf aan huis 8.5.3 Ruimtelijk niet relevante evenementen 8.5.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor/van: a. bedrijvigheid, met uitzondering van de bedrijvigheid als bedoeld in lid 8.1; b. detailhandel, met uitzondering van een beperkte verkoop in het klein in verband met en ondergeschikt aan de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis; c. horeca; d. kamerbewoning; e. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; f. ruimtelijk relevante evenementen; g. seksinrichting. (terug naar begin van lid 8.5 - Specifieke gebruiksregels) 8.5.2
Beroep of bedrijf aan huis
De uitoefening van een bedrijf aan huis en/of een beroep aan huis is toegestaan in de woning en/of in de bij de woning behorende bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. uitsluitend een bedrijf aan huis is toegestaan zoals vermeld in of vergelijkbaar met categorie 1 van de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen'(bijlage Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen); b. een bedrijf aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 30 m²; c. een beroep aan huis een gebruiksoppervlak beslaat van in totaal maximaal 80 m²; d. bij een gecombineerde uitoefening van het bepaalde onder b. en c. het totale maximale
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
35
gebruiksoppervlak van 80 m2 niet overschreden wordt; e. maximaal 30% van het gebruiksoppervlak van de begane grond van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep en/of bedrijf aan huis. (terug naar begin van lid 8.5 - Specifieke gebruiksregels) 8.5.3
Ruimtelijk niet relevante evenementen
Het gebruik van gronden voor ruimtelijk niet relevante evenementen is toegestaan, met dien verstande dat: a. wordt voldaan aan de beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden die zijn vastgelegd in de geldende 'Beleidsnota evenementen gemeente Leudal' en het geldende 'Uitvoeringsbeleid evenementen gemeente Leudal'; b. indien het onder a. bedoelde uitvoeringsbeleid gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging(en); c. voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid. (terug naar begin van lid 8.5 - Specifieke gebruiksregels) 8.5.4
Voorwaardelijke verplichting geluidwering
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: het bouwen van nieuwe bebouwing zonder dat ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt aangetoond dat aan de maximale binnenwaarde van 33 dB voor geluidgevoelige ruimten grenzend aan de figuur 'gevellijn – gevelwering' wordt voldaan.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
36
Artikel 9
Waarde - Archeologie 5
9.1 Bestemmingsomschrijving 9.2 Bouwregels 9.3 Nadere eisen 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5 Wijzigingsbevoegdheid
9.1
Bestemmingsomschrijving
(terug naar begin van artikel 9 - Waarde - Archeologie 5)
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen overige (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 18.3.
9.2
Bouwregels
(terug naar begin van artikel 79 - Waarde - Archeologie 5) a. Indien het oprichten van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, wordt de omgevingsvergunning pas verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of waaruit blijkt dat: 1. archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 2. het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of 3. de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad. b. Het bepaalde onder a. is uitsluitend van toepassing indien de verstoring dieper is dan 40 cm onder het maaiveld én de oppervlakte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m², c. In afwijking van het bepaalde onder b. is het bepaalde onder a. niet van toepassing indien; 1. het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, betreft dat voor archeologisch onderzoek noodzakelijk is en/of 2. het vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing betreft, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid. d. Indien uit het in lid 9.2, onder a.
genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
37
e. Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. f. Indien lid 9.2 onder d. sub 3. van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
9.3
Nadere eisen
(terug naar begin van artikel 9 - Waarde - Archeologie 5)
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn.
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (terug naar begin van artikel 9 - Waarde - Archeologie 5)
9.4.1 Verbod 9.4.2 Uitzondering 9.4.3 Toelaatbaarheid 9.4.1
Verbod
a. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; 2. aanleggen of verbreden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. aanleggen van bos en/of boomgaard die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.; 4. aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 5. grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend vergraven, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. b. Het onder a. genoemde verbod is uitsluitend van toepassing indien de de verstoring dieper is dan 40 cm onder het maaiveld én de oppervlakte van de bodemingreep groter is dan 1.000 m². (terug naar begin van lid 9.4 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) 9.4.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 9.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan. (terug naar begin van lid 9.4 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden)
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
38
9.4.3
Toelaatbaarheid
a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet verleend, dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het plangebied naar oordeel van burgemeesters en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, of waaruit blijkt dat: 1. archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; 2. het behoud van de archeologische resten in voldoende mate kan worden gewaarborgd, of; 3. de archeologische resten door de verstoring niet onevenredig worden geschaad. b. Indien uit het in lid 9.4.3 onder a. genoemde rapport blijkt dat de archeologische resten van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, kunnen burgemeesters en wethouders aan de omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. c.
Bij het aantreffen van archeologische waarden van nationaal belang, vragen burgemeester en wethouders – alvorens de vergunning te verlenen – de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, dan nadat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een verklaring van geen bezwaar heeft gegeven. d. Indien lid 9.4.3 onder b. sub 3. van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. (terug naar begin van lid 9.4 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden)
9.5
Wijzigingsbevoegdheid
(terug naar begin van artikel 9 - Waarde - Archeologie 5) Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. aan gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' toe te kennen indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de bestemming van deze gronden, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
39
Artikel 10 watergang
Waterstaat - Beschermingszone
10.1 Bestemmingsomschrijving 10.2 Bouwregels 10.3 Afwijken van de bouwregels 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
10.1
Bestemmingsomschrijving
(terug naar begin van artikel 10 - Waterstaat - Beschermingszone watergang)
De voor 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aan de andere aan de grond gegeven bestemming(en), primair bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen watergangen, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de watergangen. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen overige (dubbel)bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 18.3.
10.2
Bouwregels
(terug naar begin van artikel 810 - Waterstaat - Beschermingszone watergang)
10.2.1 Algemeen 10.2.2 Gebouwen en overkappingen 10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen 10.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen binnen de aangegeven beschermingszone van de watergang worden gebouwd, ten behoeve van deze bestemming.
(terug naar begin van lid 10.2 - Bouwregels) 10.2.2 Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd anders dan ten behoeve van beheer en onderhoud van de betreffende watergang, met dien verstande dat: a. de maximale hoogte niet meer bedraagt dan 3,5 meter; b. de maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2. (terug naar begin van lid 10.2 - Bouwregels)
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
40
10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, mag niet meer dan 2 m bedragen.
(terug naar begin van lid 10.2 - Bouwregels)
10.3
Afwijken van de bouwregels
(terug naar begin van artikel 10 - Waterstaat - Beschermingszone watergang)
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de watergang, van het bepaalde in lid 10.2 en worden toegestaan dat de in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van het betreffende waterschap en de Keur van het waterschap in acht wordt genomen.
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (terug naar begin van artikel 10 - Waterstaat - Beschermingszone watergang)
10.4.1 Verbod 10.4.2 Uitzonderingen 10.4.3 Toelaatbaarheid 10.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang', zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; b. aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; c. aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; d. aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; e. diepploegen; f. heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; g. veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, egaliseren, afgraven of ophogen. (terug naar begin van lid 10.4 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) 10.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 10.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het inwerkingtreding van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
41
(terug naar begin van lid 10.4 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) 10.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 10.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het functioneren van de watergang; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de watergang. (terug naar begin van lid 10.4 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden)
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
42
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
43
Artikel 12 12.1
Algemene bouwregels
Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen
12.1.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 12.1.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. b. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwvlak c. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter onder peil. d. Bij het berekenen van de geldende oppervlakte- en inhoudsmaten, wordt de oppervlakte of inhoud van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen. 12.1.3 Afwijken van het bestemmingsplan Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 12.1.2 sub c voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
12.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
12.3
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
12.3.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het tijdstip van ter inzage legging van het vastgestelde plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 12.3.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de ter inzage legging van het vastgestelde plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
44
12.3.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 12.3.1 en lid 12.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
45
Artikel 13 13.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen
Het is verboden de in het artikel 3 tot en met 10 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die is nader aangeduid in de bestemmingsomschrijving. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte, behoudens gebruik als woonruimte ten behoeve van mantelzorg; c. huisvesting van arbeidsmigranten, behoudens de huisvesting van arbeidsmigranten die alleen of gezamenlijk een huishouden vormen in een (bedrijfs)woning; d. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
13.2
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het gebruiken van gronden, het bouwen van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde conform het bepaalde in Artikel 3 Agrarisch, Artikel 4 Agrarisch met waarden, Artikel 5 Bos, Artikel 6 Groen, Artikel 7 Verkeer en Artikel 8 Wonen is uitsluitend toegestaan indien: de inrichtingsmaatregelen uit het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 1) ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bos - landschappelijke inpassing' en 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing' binnen 1 jaar na ingebruikname van de gronden zijn gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden en beheerd.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
46
Artikel 14 14.1
Algemene aanduidingsregels
vrijwaringszone - molenbiotoop
14.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn de gronden tevens bestemd voor het beschermen van: a. de functie als werktuig van de beltmolen 'Sint Anthoniusmolen' (kern Heythuysen); b. de waarde van de onder a. genoemde molen als landschapsbepalend element. (terug naar begin van lid 14.1 - vrijwaringszone - molenbiotoop) 14.1.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden de volgende regels: a. binnen een straal van 100 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, mag geen bebouwing worden opgericht, hoger dan het onderste punt van de verticale staande wiek van de molen; b. binnen een straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, mag geen bebouwing worden opgericht met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand, gemeten tussen de bebouwing en het onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen. (terug naar begin van lid 14.1 - vrijwaringszone - molenbiotoop) 14.1.3 Afwijken van de bouwregels Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 14.1.2, mits vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de molen over de vraag of het bouwplan ter plaatse aanvaardbaar is in verband met de belangen van de molen.
(terug naar begin van lid 14.1 - vrijwaringszone - molenbiotoop) 14.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (terug naar begin van lid 14.1 - vrijwaringszone - molenbiotoop)
a Verbod (lid 14.1.4) b Uitzondering (lid 14.1.4 ) c Toelaatbaarheid (lid 14.1.4) a
Verbod (lid 14.1.4)
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren, hoger dan 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen: a. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur; b. het ophogen van gronden;
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
47
c. het planten van bomen, heesters en andere opgaande beplanting. (terug naar begin van sublid 14.1.4 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) b
Uitzondering (lid 14.1.4 )
Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning mogen worden uitgevoerd. (terug naar begin van sublid 14.1.4 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) c
Toelaatbaarheid (lid 14.1.4)
Een vergunning als bedoeld onder a. wordt slechts verleend, indien: a. daardoor de functie van de molen als werktuig en de waarde als landschapsbepalend element niet onevenredig worden geschaad; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de molen over de vraag of verlening van de omgevingsvergunning aanvaardbaar is in verband met de belangen van de molen. (terug naar begin van sublid 14.1.4 - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden)
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
48
Artikel 15 15.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Wanneer niet anderszins een afwijking van de bestemmingsplanregels mogelijk is, kan door middel van een omgevingsvergunning worden afgeweken van: a. de voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 meter; e. de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan: buiten de bebouwde kom en in landschappelijk mindere gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten en horecagelegenheden; binnen de bebouwde kom aan infrastructuur en op sportparken; 2. installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan: op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie; tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten.
15.2
Bed & Breakfast
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van een bed & breakfastvoorziening in een woning of een bij de woning behorend bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. de bed & breakfastvoorziening een capaciteit kent van ten hoogste 8 personen in maximaal 4 kamers, met een maximum verblijfsduur van 6 weken; c. bedoeld gebruik geen hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; d. bedoeld gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven mag opleveren; e. het gebruik naar de aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; f. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; g. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer; h. er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Hiervoor geldt een parkeernorm van minimaal 1 parkeerplaats per kamer welke onderdeel uitmaakt van de bed & breakfastvoorziening; i. de bed & breakfastvoorziening dient in bestaande bebouwing te worden gerealiseerd; j.
de maximale oppervlakte in totaal 80 m² bedraagt, met dien verstande dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw ten behoeve van een bed & breakfastvoorziening in gebruik mag zijn. Gemeenschappelijke ruimtes blijven daarbij buiten beschouwing; k. de omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan ten behoeve van de bed & breakfastvoorziening, uitsluitend bij een woonfunctie wordt verleend.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
49
15.3
Bedrijf aan huis
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van: a. de uitoefening van een bedrijf aan huis in een (bedrijfs)woning en/of een bij de woning behorend bijbehorend bouwwerk in milieucategorie 2 zoals opgenomen in de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten Kernen' (bijlage 3), dan wel naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bedrijfsactiviteiten; b. vergroting van de maximale oppervlakte die voor het bedrijf aan huis kan worden gebruikt, met dien verstande dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. bedoeld gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat: 1. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, die onder de werking van 'Bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht' valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is; 2. het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn; 3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; c.
het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.1. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien. e. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met bedrijfsmatige activiteiten in of bij het hoofdgebouw; f. de totale oppervlakte die voor een bedrijf aan huis wordt gebruikt, maximaal 80 m2 bedraagt; g. maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van een beroep en/of bedrijf aan huis.
15.4
Kamerbewoning
15.4.1 Algemeen Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan voor het gebruik van gebouwen voor kamerbewoning in de in lid 15.4.2 aangegeven gevallen en met inachtneming van de daarbij aangegeven voorwaarden, met dien verstande dat: a. Het gebruik als wonen vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is; b. Aangetoond wordt dat in de te realiseren kamerbewoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat; c. Aangetoond wordt dat omliggende bestemmingen niet onevenredig worden belemmerd door de kamerbewoning; d. Er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 18.1. e. De huisvesting uitsluitend is bestemd voor tijdelijke arbeidskrachten en woonurgenten die hier op basis van een EU-paspoort of een tewerkstellingsvergunning legaal werkzaam/aanwezig zijn; f. Aangetoond wordt dat door de huisvester naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate toezicht wordt uitgeoefend. Daartoe dient door de huisvester een beheersplan te worden ingediend waaruit blijkt op welke wijze de inrichting wordt beheerd.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
50
15.4.2 Kamerbewoning in reguliere (bedrijfs)woningen Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan voor het gebruik van (een deel van) reguliere woningen of daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken bij een woning voor kamerbewoning, met dien verstande dat: a. Short-stay huisvesting niet is toegestaan; b. Realisering van de kamerbewoning niet mag leiden tot een toename van zelfstandige wooneenheden; c. Per persoon een minimaal verblijfsgebied wordt aangehouden van 12 m²; d. Kamerbewoning mag worden gerealiseerd voor: 1. maximaal 4 personen per woning indien de volledige woning in gebruik is voor kamerbewoning en er naast de kamerbewoning géén zelfstandige wooneenheid aanwezig is binnen het gebouw; 2. maximaal 3 personen indien de woning voor een deel in gebruik is als zelfstandige wooneenheid en voor een ander deel voor kamerbewoning; e. Iedere persoon die geen huishouden vormt, een eigen (slaap)kamer heeft.
15.5
Ruimtelijk relevante evenementen
Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van gronden en gebouwen voor aan de hoofdfunctie c.q. onderliggende bestemming ondergeschikte ruimtelijk relevante evenementen, met dien verstande dat: a. de waarden van de onderliggende en de omliggende bestemmingen niet onevenredig worden aangetast; b. het evenement niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat, met name voor wat betreft de volgende aspecten: 1. verkeersveiligheid; 2. parkeren; 3. geluidhinder.
15.6
Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen
Een omgevingsvergunning, vrijstelling, ontheffing of afwijking die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
51
Artikel 16 16.1
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het wijzigen van de 'Lijst van bedrijfsactiviteiten - Kernen' (bijlage 3), indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het vastgestelde plan worden gewijzigd.
16.2
Nota Kwaliteit
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de als bijlage 2 bij deze regels opgenomen 'Nota Kwaliteit' te wijzigen indien na het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een actuelere versie is vastgesteld, met dien verstande dat alsdan de actuelere versie de als bijlage 1 opgenomen Nota Kwaliteit vervangt.
16.3
Vervallen onbenutte bouwtitels
16.3.1 Directe bouwtitels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen om onbenutte of deels onbenutte bouwtitels voor (bedrijfs)woningen te laten vervallen door : a. het verwijderen of verkleinen van bouwvlakken en/of b. door het verlagen van het maximum aantal te bouwen woningen binnen de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden' en/of indien: c. het een onbebouwd (deel van een) bouwvlak betreft, waar: 1. binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan ter plaatse van het bouwvlak: geen woning is opgericht, dan wel in oprichting is; geen ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning is ingediend, dan wel een aanvraag is ingediend voor minder woningen dan volgens de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' op de locatie is toegestaan; 2. een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is ingetrokken omdat gedurende 26 weken onderscheidenlijk de in de vergunning bepaalde termijn na het onherroepelijk worden van de vergunning, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning, met dien verstande dat het verwijderen van het bouwvlak achterwege blijft gedurende 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; d. er binnen 2 jaar na sloop van een woning ter plaatse van het bouwvlak met een omgevingsvergunning geen nieuwe woning is opgericht, dan wel in oprichting is.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
52
16.4
Wijziging naar de bestemming Wonen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch' en 'Bos' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' ten behoeve van de vergroting van een bestaand bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat: a. het aantal woningen niet toeneemt; b. de wijziging uitsluitend betrekking heeft op gronden die direct aansluitend aan een bestaand bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' zijn gelegen; c. de wijziging over de volledige lengte aan één zijde van het bestemmingsvlak plaatsvindt; d. de woonbestemming in totaliteit maximaal 1.200 m2 bedraagt indien de wijziging betrekking heeft op gronden ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' en maximaal 1.000 m2 ter plaatse van gronden met de bestemming 'Bos'; e. het gebruik als wonen vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is; f. sprake is van een goed woon- en leefklimaat; g. het stedenbouwkundig beeld niet onevenredig wordt aangetast; h. de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast; i. er voldaan is aan de eisen die gesteld zijn in de 'Nota Kwaliteit' (bijlage 2 van de regels); j. wijziging is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos landschappelijke inpassing' en 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'; k. de bouw- en gebruiksregels voor de bestemming 'Wonen' in dit bestemmingsplan onverkort van toepassing blijven.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
53
Artikel 17 17.1
Algemene procedureregels
Nadere eisen
Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat de termijn van terinzagelegging 2 weken bedraagt.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
54
Artikel 18 18.1
Overige regels
Parkeren
a. Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor uitbreiding van bebouwing en/of voor wijziging van functies, geldt de regel dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen ten behoeve van die uitbreiding en/of functiewijziging aanwezig dient te zijn en/of wordt gerealiseerd; b. Onder voldoende parkeergelegenheid als bedoeld onder a. wordt verstaan dat: 1. wordt voldaan aan de normen die zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen 2016 (bijlage 4 van de regels), en 2. indien de 'Nota Parkeernormen 2016' gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging(en); c. Onder eigen terrein wordt bij individuele woningen verstaan het bouwperceel waarop de woning wordt gebouwd; d. Het bepaalde onder a. geldt niet bij het verbouwen/uitbreiden van bestaande gebouwen en/of bij functiewijziging indien daardoor de parkeerbehoefte niet toeneemt; e. Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a. en kan worden toegestaan dat parkeergelegenheid niet op eigen terrein wordt gerealiseerd, mits aangetoond wordt dat op eigen terrein onvoldoende ruimte is en de benodigde parkeervoorzieningen elders worden gerealiseerd.
18.2
Verbeteren omgevingskwaliteit
Indien bij een ontwikkeling invulling moet worden gegeven aan een verbetering van de omgevingskwaliteit, dient er voldaan te worden aan de eisen die gesteld worden in de Nota Kwaliteit, zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels.
18.3
Verhouding tussen bestemmingen
a. Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de 1e plaats de regels van dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'; 2. in de 2e plaats de regels van dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang';
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
55
Hoofdstuk 4 Artikel 19 19.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
19.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
19.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
56
Artikel 20
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen'.
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
57
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
6
Landschappelijke inpassing Noorderbaan Heythuysen
colofon
projectnaam Landschappelijke inpassing datum 08-11-2022 projectnummer p01496 opdrachtgever Dhr. R. Jacobs BRO projectleider MOo projectteam IBl, Cja bron kaft BRO
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Plangebied
4 4 4
2
Planvoornemen toegelicht
5
3
Zonering plangebied
6
4
Landelijk noorden
7
5
Bos zuiden
8
3
Inleiding
Landschappelijke inpassing
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en initiatief
Op de locatie ‘Bevelanden’ in Heythuysen bestaat het voornemen om woningbouw te ontwikkelen in de vorm van 20 ruimte voor ruimte-kavels. Om de transformatie mogelijk te maken, dient allereerst een planologische procedure te worden doorlopen, waarbij het bestemmingsplan wordt herzien. BRO is gevraagd om in het kader van deze bestemmingsplanherziening een landschappelijke inpassing op te stellen. Voor deze herziening dient te worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke inpassing die aansluit op het behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Onderhavig advies geeft inzicht in welke inrichtingsmaatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
grenst met het zuidelijke deel aan de Noorderbaan. Ten noorden van het plangebied loopt de Belandsebeek die zich wisselend door bosrijke en landelijke delen van Heythuysen beweegt. De locatie ligt in het kampenlandschap en grenst aan het bekenlandschap. Kenmerkend van het kampenlandschap is dat deze gebieden van oudsher bestonden uit kleine individuele akkers met een gemengd gebruik van boeren bedrijvigheid. In het gebied boven de Noorderbaan zijn door de jaren heen deze kleine percelen samengevoegd tot meerdere grote agrarische percelen. Het plangebied is momenteel in gebruik als akker- en weideland. Het perceel heeft een oppervlak van ca. 72.194 m2. Via de Guillaume Derksstraat is het plangebied bereikbaar.
ek
ebe
nds
Bela
t
traa
ll.
Gui
kss Der
N
an
rba
de oor
1.2 Plangebied
De planlocatie ligt ten noorden van Heythuysen. Het gebied Figuur 1: Luchtfoto plangebied
Figuur 2: Planvoornemen
4
Planvoornemen toegelicht Landschappelijke inpassing
2
Planvoornemen toegelicht
Het plan kent een tweedeling in twee gebieden (noord en zuid) met elk een eigen karakter. In het noordelijk deel is sprake van een landelijke karakter in een open agrarisch landschap. De woningen liggen in een ensemble met rondom boomgaarden en solitaire bomen die voornamelijk op of dichtbij de perceelsgrenzen zijn gelegen. Aan de westelijk rand zijn bomengroepen gesitueerd met daar tussen openingen om doorzichten te waarborgen. In het zuidelijk deel is sprake van het aanplanten van een nieuw bosrijk gebied. Op termijn zijn deze woningen door dit bos nauwelijks meer zichtbaar vanaf de buitenzijde van de locatie. De landschappelijk inpassing van het plan wordt gewaarborgd doordat de niet te verkopen terreindelen, voornamelijk bestaand uit grote delen van het bos, de landschapsstroken en openbare ruimte, in eigendom en beheer blijven van de gemeente. De hoofdontsluiting verloopt via een verlenging van de Burgemeester Geurtslaan, de Guillaume Derksstraat. De hoofdontsluiting biedt op het eind zicht op twee woningen met daartussen een doorzicht richting het buitengebied.
Figuur 3: Planvoornemen met toelichting
5
Zonering plangebied
Landschappelijke inpassing
3
Zonering plangebied
Het bodemtype, landschapstype en het toe te passen natuurdoeltype uit de omgeving dient als basis van dit landschappelijk inpassingsplan. Op nevenstaande tabel zijn deze landschappelijke kenmerken van de omgeving waarin het plangebied zich bevindt uitgelicht met daarnaast de voorgestelde inpassingsmaatregelen die zich specifiek richten op het kwalitatief landschappelijk inpassen van het initiatief. Om de voorgestelde inpassingsmaatregelen te laten landen zijn binnen het plangebied verschillende zones gevormd. De onderstaande lijst en nevenstaande kaart toont 10 plantvakken met elk een eigen karakter.
Bodem: Bodemcode: zEZ23 Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand
Inpassingsmaatregelen: Bosaanplant Aanplant lage knip- en scheerhagen Aanplant solitaire landschapsbomen Aanleg boomgaarden
Landschapstype (landschapskader NML): Velden en kampen Beekdal (noordzijde plangebied) Toe te passen natuurdoeltype (omgeving): N14.03 Haagbeuken- en essenbos Gemengd met enkele soorten van: N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos
Inkapselen RvR-woningen, versterking groenstructuur Belandsebeek Inpassen RvR-kavels, bepalen de erfafscheidingen. Hoekaccenten en perceelsbegrenzing, bomen langs wadi's al rust- en broedplek voor verschillende fauna Versterken kleinschaligeheid in het kampenlandschap door de aanleg van een hoogstam fruitgaard
Aanleggen landschappelijke inbeddind door bomen en struike Randen als landschappelijke inbedding haaks op de beek bestaande uit bomen en struiken. Versterking strokenverkaveling Aanplanten knotbomen
Aanplant knotbomen ter begeleiding aanwezige sloot, transparante buffer waardoor de relatie met het achterland waarneembaar blijft Aanplanten bomenrijen Aanzetten nieuwe infrastructuur + versterking noord-zuidrichting haaks op de Aanleg kruidenrijk grasland bij inpassingsstroken en elemente Ter versterking van de biodiversiteit worden de inpassingsstroken en weides voorzien van bloem- en kruidenrijke vegetatie
Figuur 5: Overzichtstabel
Landelijk noorden: 1. Strook bomengroepen 2. Boomgaarden 3. Beekzone en bomen 4. Oeverzone 5. Wadi’s en bomen 6. Bomenrijen 7. Bermen en bomen 8. Private agrarische percelen Bos zuiden: 9. Bossen verplichte aanplant (publiek) 10. Bossen optionele aanplant (privaat) Op de volgende pagina’s zijn de verschillende zones per deelgebied (landelijk zuiden en bos noorden) verder toegelicht met bijbehorende beplantingslijsten.
Figuur 4: Zonering plantvakken
6
Landelijk noorden
Landschappelijke inpassing
4
Landelijk noorden Plantvakken Noord
Opp. m2
Publiek 1, Strook bomengroepen
3580
Struikvormers
934
3. Beekzone en bomen Kruidenrijke vegeatie Bomen 4. Oeverzone Knotbomen Kruidenrijke vegetatie 5. Wadi's en bomen Bomen bij wadi's Kruidenrijke vegetatie 6. Bomenrijen Bomen Kruidenrijke vegetatie 7. Bermen en bomen Bermen Bomen
Privaat
Figuur 6: Zonering landelijk noorden
8, Percelen agrarisch Hagen
Bomen privaat
Omvang/st
Plantmaat
Plantverband
EindhoogteTotaal
3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm
1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2
ca. 3-4m ca. 3-4m ca. 3-4m ca. 3-4m ca. 3-4m 20-30m 30-35m 15-25m 20-25m 15-20m
in groepen van 5-7st in groepen van 5-7st in groepen van 5-7st in groepen van 5-7st in groepen van 5-7st nvt nvt nvt nvt nvt
8-10 cm 8-10 cm 8-10 cm 8-10 cm 8-10 cm
10 meter hart op hart 10 meter hart op hart 10 meter hart op hart 10 meter hart op hart 10 meter hart op hart
<8 meter <8 meter <8 meter <8 meter <8 meter
in rijen onderverdelen in rijen onderverdelen in rijen onderverdelen in rijen onderverdelen in rijen onderverdelen
18st Lijsterbes Hazelaar Gewone vlier Hondsroos Gelderse roos Gewone es Gewone beuk Haagbeuk Zomereik Ruwe berk
Sorbus aucuparia Corylus avellana Sambucus nigra Rosa canina Viburnum opulus Fraxinus excelsior Fagus sylvatica Carpinus betulus Quercus robur Betula pendula
Appel mispel Peer Pruim Kers
Malus domestica Mespilus germanica Pyrus communis Prunus domestica Prunus avium
20% 20% 20% 20% 20% 20% 20% 20% 20% 10% 58st 20% 20% 20% 20% 20%
4151
Mengsel inzaaien passend bij de bodemsamenstelling Winterlinde Tilia cordata
nvt 5st
nvt 12-14 cm
nvt 10 - 12 meter hart op hart
nvt 20- 25 m
nvt nvt
nvt 2410
Schietwilg Salix alba Mengsel inzaaien passend bij de bodemsamenstelling
22st nvt
Eenjarige bewortelde nvt
8 meter hart op hart nvt
elk jaar nvt
nvt nvt
nvt
Schietwilg
3
12-14 cm
nvt
nvt 2777
Zwarte els Alnus glutinosa Mengsel inzaaien passend bij de bodemsamenstelling
3 nvt
12-14 cm nvt
nvt nvt
kan nvt uitgroeien 15 - 20 m nvt nvt nvt
nvt 2602
Winterlinde Tilia cordata Mengsel inzaaien passend bij de bodemsamenstelling
55st nvt
12-14 cm nvt
10 - 12 meter hart op hart nvt
20- 25 m nvt
2037 6
Mengsel inzaaien passend bij de bodemsamenstelling Paardekastanje Aesculus hippocastanum
nvt
nvt 12-14 cm 12-14 cm 12-14 cm
nvt nvt nvt nvt
nvt nvt 20 - 30 m nvt 30 - 35 m nvt 20 - 25 m nvt
nvt 60-80cm
nvt 7st/m1
nvt nvt ca. 1.20 m Dubbele rij, di h k b
12-14 cm 12-14 cm 12-14 cm 12-14 cm 12-14 cm
nvt nvt nvt nvt nvt
20 - 30 m nvt 20 - 25 m nvt 30 - 35 m nvt 20- 25 m nvt 20- 25 m nvt
Bomen 18 st.
2. Boomgaarden Fruitbomen
Sortiment
4289
15.467 nvt
Salix alba
Rode beuk Quercus robur
3 Fagus sylvatica 'Atropurpurea1 zomereik 2
beukenhaag
gras/ gazon Fagus slyvatica
nvt 893m 22st
nvt nvt nvt nvt nvt
Paardekastanje
Aesculus hippocastanum
Quercus robur Rode beuk Winter linde Gewone beuk
zomereik 5 Fagus sylvatica 'Atropurpurea4 5 Tilia cordata 4 Fagus sylvatica
4
nvt nvt
d
Figuur 7: Beplantingslijst landelijk noorden
7
Bos zuiden
Landschappelijke inpassing
5
Bos zuiden Plantvak Zuid
Opp.
Bosaanplant publiek/privaat nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
Sortiment
Heesters (40%) Lijsterbes Hazelaar Gewone vlier Krentenboompje Gewone vogelkers Boomvormers (60%) Gewone es Gewone beuk Haagbeuk Gladde iep Zomereik Ruwe berk
Omvang/st
Plantmaat
Plantverband
Eindhoogte
Totaal
Sorbus aucuparia Corylus avellana Sambucus nigra Amelanchier lamarckii Prunus Padus
20% 20% 20% 20% 20%
3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm
1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2
ca. 3-4m ca. 3-4m ca. 3-4m ca. 3-4m ca. 3-4m
in groepen van 5-7st in groepen van 5-7st in groepen van 5-7st in groepen van 5-7st in groepen van 5-7st
Fraxinus excelsior Fagus sylvatica Carpinus betulus Ulmus minor Quercus robur Betula pendula
20% 20% 20% 20% 10% 10%
3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm 3 jarig, 60-80cm
1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2 1st/1m2
20-30m 30-35m 15-25m 20-30m 20-25m 15-20m
Figuur 9: Beplantingslijst bos zuiden
Figuur 8: Zonering bos zuiden
8
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94
www.bro.nl | info@bro.nl
5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01
Bijlage 2
Nota Kwaliteit
bestemmingsplan RvR-kavels Noorderbaan te Heythuysen
16
Nota kwaliteit Achtergrond In de structuurvisie is opgenomen dat bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied alleen mogelijk zijn wanneer deze een bijdrage leveren aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Zo wordt het optredende verlies aan omgevingskwaliteit gecompenseerd. De gemeente Leudal bestaat uit 16 kernen met een uitgestrekt buitengebied. De kernen en het buitengebied hebben ieder specifieke ruimtelijke eigenschappen. De ruimtelijke eigenschappen (bijvoorbeeld landschap, ecologie, infrastructuur, bebouwing) en het functioneel gebruik (bijvoorbeeld wonen, werken, recreatie) vormen de omgevingskwaliteit van de gemeente. De omgevingskwaliteiten vallen uiteen in een aantal kernkwaliteiten. Voor Leudal zijn dit de kleinschaligheid en verwevenheid van functies, de aanwezige robuuste natuurlijke en landschappelijke structuren (beekdalen, Leudal, Maas) alsmede de cultuurhistorische elementen in het landschap. In de kern hangt de omgevingskwaliteit sterk samen met de kwaliteit van de leefomgeving (dorps karakter) en leefbaarheid. De ruimtelijke kwaliteit verschilt per gebied. In de gebiedsbeschrijvingen behorende bij de structuurvisie en het bestemmingsplan buitengebied is de basiskwaliteit per gebied nader beschreven. De gemeente Leudal wil de basiskwaliteit en de kernkwaliteiten behouden en versterken.
Het kwaliteitsmenu vormt hiervoor een middel om dit te bereiken. De kwaliteitsbijdragen worden ingezet voor onder andere natuur- en landschapsversterking, recreatieve of educatieve belevingskwaliteit en/of cultuurhistorie. Op 2 februari 2010 is de structuurvisie met de daarin opgenomen nota kwaliteit vastgesteld door de gemeenteraad. De nota kwaliteit bevat beleid over het kwaliteitsmenu en het groenfonds. Deze nota bevat een aanpassing van dit beleid met betrekking tot: a. Verruiming van de criteria van het groenfonds. Hierdoor vallen meer projecten onder de reikwijdte van het groenfonds. Dit betreft bijvoorbeeld flora en fauna voorzieningen, zichtbaar maken van archeologie en cultuurhistorie, recreatieve voorzieningen bij bestaande natuurgebieden. b. Aanpassing van de kwaliteitsbijdrage van solitaire bedrijfsuitbreidingen naar € 35,- per meter. c. Tekstuele aanvullingen en verbeteringen Daarnaast wordt de projectenlijst van het groenfonds aangevuld. In deze nota komen eerst de uitgangspunten van de kwaliteitsbijdragen en kwaliteitsverbetering bij ruimtelijke ontwikkelingen aan de orde. Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangpunten en werkwijze van het groenfonds. Tenslotte komt de waarborging van de kwaliteitsverbeterende maatregel aan de orde.
Uitgangspunten kwaliteitsbijdrage en kwaliteitsverbetering Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zoals bijvoorbeeld woningbouwplannen of uitbreiding van bedrijven komt een kwaliteitsbijdrage in beeld bij een planologische afweging of een bepaalde ontwikkeling aanvaardbaar is op een bepaalde locatie. De kwaliteitsbijdrage is daarbij noodzakelijk om negatieve ruimtelijke effecten van het plan te compenseren. Ruimtelijke ontwikkelingen worden niet toegestaan zolang niet verzekerd is dat het optredende kwaliteitsverlies wordt gecompenseerd. De kwaliteitsverbetering die een initiatiefnemer gaat realiseren wordt vastgelegd in de ruimtelijke onderbouwing van het plan, het bestemmingsplan of WABO vergunning en in een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente.
Nota kwaliteit, herziene versie juni 2013
1
De kwaliteitsbijdrage van ruimtelijke plannen is neergelegd in diverse beleidsnota’s. Dit betreft - Woningbouwontwikkeling binnen de kernen, beleid compensatie bij woningbouwontwikkeling groen voor rood’ (26 juni 2007 met aanvullingen/ wijzigingen, gemeente) - Structuurvisie / nota kwaliteit ( 2 februari 2010, gemeente) - Paraplubestemmingsplan buitengebied (maart 2010, betreft compensatieregeling woningsplitsing, landschappelijke inpassing) - Kwaliteitsmenu provincie Limburg (12 januari 2012) Het provinciale beleid is opgenomen in de diverse modules, die de gemeente moet toepassen. De gemeente kan dit beleid nader uitwerken. Het kwaliteitsmenu van de provincie geldt als een minimum-vereiste. Deze modules zijn: - nieuwe landgoederen - gebiedseigen recreatie en toerisme - niet gebiedseigen recreatie en toerisme - agrarische nieuwvestiging en uitbreiding - uitbreiding glastuinbouw - uitbreiding bedrijventerreinen - uitbreiding solitaire bedrijven - nieuwe solitaire woningen - projectmatige woningbouw in uitleggebieden - overige (gebouwde) functies Naar de modules opgenomen in het provinciale kwaliteitsmenu wordt verwezen. Indien compensatie op basis van een bovenstaande module nodig is draagt de initiatiefnemer eerst zelf plannen aan ter verbetering van de kwaliteit in de (directe) omgeving van het plan.
Voorbeelden zijn sloop van overtollige en ontsierende (bedrijfs-)gebouwen, aanleg groen of kleine landschapselementen, wandelpaden (eventueel met voorzieningen). Indien de initiatiefnemer geen mogelijkheden heeft om zelf de kwaliteitsverbetering te realiseren, kan hij ook zelf zorgen dat er elders compensatie plaatsvindt door afspraken te maken met derden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de sloop van overtollige oude bedrijfsgebouwen. De kwaliteitsverbeterende maatregel wordt zoveel mogelijk op of zo dicht mogelijk bij de locatie van de initiatiefnemer ingevuld. Dit betekent in ieder geval binnen de gemeente Leudal of nabij de gemeentegrenzen van Leudal. De gemeente bepaalt aan de hand van gebiedsbeschrijvingen of er sprake is van een verbetering van kwaliteit. Uit de praktijk blijkt dat het niet altijd mogelijk is dat de initiatiefnemer zelf een kwaliteitsverbetering kan realiseren. In deze gevallen moet een bijdrage aan het groenfonds van de gemeente Leudal worden gedaan. Landschappelijke inpassing van de locatie van het initiatief vormt altijd een voorwaarde naast de kwaliteitsverbeterende maatregel of een bijdrage in het groenfonds. Landschappelijke inpassing betreft het aanbrengen van streekeigen en inheemse erfbeplanting zoals het aanbrengen van bomen, grote struiken en hagen op of rondom het erf van het initiatief.