Besluit GS 24feb22 m.e.r.-beoordeling RWE Generation NL BV te Haelen
Tekst van het document
Van: Liesbeth Ponsen Verzonden: woensdag 2 maart 2022 10:08 Aan: Wim Cornelissen; Raadsgriffie CC: Piet Verlinden; Irma huis in 't Veld Onderwerp: Besluit m.e.r.-beoordeling RWE Provincie Limburg Beste Wim, Is het voor u mogelijk om de commissie- en raadsleden te informeren over bijgaand besluit dat werd genomen door de Provincie Limburg inzake RWE? Via de volgende link kan de publicatie via internet bekeken worden https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2022-2378.html . Voor alle veiligheid voeg ik de stukken ook toe (besluit + publicatie). Het college heeft de stukken nog niet gezien en dus ook nog niet besloten hoe we hier verder mee om zullen gaan. Dat volgt op korte termijn. Alvast hartelijk bedankt. Met vriendelijke groet,
L. Ponsen Senior Projectleider │ Team Ontwikkeling │ Afdeling Ruimte t: 0475 85 90 00 – 06 15 28 68 46 e: l.ponsen@leudal.nl
PROVINCIAAL BLAD
Nr. 2378 1 maart 2022
Officiële uitgave van de provincie Limburg
Provincie Limburg, besluit m.e.r.-beoordeling RWE Generation NL B.V., bedrijventerrein Zevenellen, Roermondseweg ong, 6081 NT Haelen Kennisgeving beoordeling m.e.r.-plicht Gedeputeerde Staten van Limburg maken bekend dat het volgende besluit, is genomen: Beoordelingsbesluit m.e.r. Voor: aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling t.b.v. oprichten inrichting Locatie: RWE Generation NL B.V., bedrijventerrein Zevenellen, Roermondseweg ong, 6081 NT Haelen Datum besluit: 24 februari 2022 Zaaknummer: 2021-208026 Besluitvorming Voordat een vergunning kan worden aangevraagd, moeten Gedeputeerde Staten van Limburg beoordelen of voor de vergunningverlening een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Aan de hand van de door RWE Generation NL B.V. ingediende aanmeldnotitie hebben Gedeputeerde Staten van Limburg besloten dat voor deze activiteit geen milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Inzage Het besluit en de bijbehorende documenten liggen ter inzage van 2 maart 2022 t/m 12 april 2022: - in het Gouvernement, Limburglaan 10, Maastricht, na telefonische afspraak via + 31 43 389 78 12; - in het gemeentehuis van Leudal, op de gebruikelijke plaats en tijden. Vergunningsbesluiten worden gedurende de inzagetermijn ook gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl (klik op officiële bekendmakingen). Rechtsbescherming Tegen dit besluit staat geen rechtstreeks bezwaar en beroep open.
Eventuele bezwaren tegen dit besluit kunnen kenbaar worden gemaakt in het kader van de vergunningenprocedure. Het beoordelingsbesluit zal met het ontwerpbesluit en definitieve vergunningenbesluit ter inzage worden gelegd. Informatie RUD Zuid-Limburg, telefoon: + 31 43 389 78 12
1
Provinciaal blad 2022 nr. 2378
1 maart 2022
Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg
m.e.r.-beoordeling RWE/ FUREC Zevenellen te Leudal
Zaaknummer: 2021-208026
Kenmerk: 2022/1982 d.d. 24 februari 2022 Verzonden:
INHOUDSOPGAVE Besluit Onderwerp Doel activiteiten Besluit Afschriften Rechtsbescherming Procedure Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Voorgenomen activiteiten Bevoegd gezag Procedure Beoordeling De kenmerken van het project De plaats van het project De kenmerken van het potentiële effect Uit te voeren maatregelen
Zaaknummer: 2021-208026
3 3 4 4 5 5 7 7 7 8 8 9 10 37 39 40
2
Besluit Onderwerp Gedeputeerde Staten hebben op 25 oktober 2021 een aanmeldnotitie milieueffectrapportage (m.e.r.)beoordeling ontvangen van RWE Generation NL B.V. (hierna te noemen RWE) in verband met het voornemen een aanvraag in te dienen voor een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanmeldnotitie is geregistreerd onder nummer 2021-208026. Deze aanmeldnotitie is aangevuld op 17 januari en 25 januari 2022. De voorgenomen inrichting van RWE/FUREC Zevenellen is gelegen aan Roermondseweg ongenummerd te Haelen, bedrijfskavels 17 en 18 op bedrijventerrein Zevenellen (zie onderstaande kaartje), kadastraal omschreven en bekend als Gemeente Leudal, kadastraal bekend als de percelen Buggenum C1287 gedeeltelijk, C1290 (gedeeltelijk), C294, C1295 gedeeltelijk en C1327 gedeeltelijk) (situatie d.d. 15-10-2021). De bedrijfskavels hebben een grootte van ongeveer 10 hectare en zijn ingedeeld in bedrijfscategorie 4.2.
Zaaknummer: 2021-208026
3
In de aanmeldnotitie zijn de voorgenomen activiteiten en de te verwachte effecten beschreven zodat het bevoegd gezag een weloverwogen beslissing kan nemen of er (mogelijk) sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en de omgevingsvergunningaanvraag vergezeld moet gaan van een m.e.r.
Doel activiteiten RWE produceert energie uit zowel fossiele als duurzame energiebronnen. Het doel van RWE is om het aandeel duurzame energie zodanig te vergoten dat het bedrijf klimaat neutraal is in 2040. Met de kennis, ervaring en ambitie om te verduurzamen heeft RWE het plan geïnitieerd om afvalstromen, waaronder huishoudelijk restafval, te converteren naar basis chemicaliën, inclusief waterstof, via een innovatieve line-up van bestaande technologieën, project FUREC genaamd. Binnen de voorgenomen inrichting van RWE/FUREC Zevenellen worden verschillende te accepteren afvalstoffen, waaronder fijn huishoudelijk restafval, be- en verwerkt tot afvalpellets. De inrichting zal een verwerkingscapaciteit krijgen van circa 675.000 ton/jaar. Na afscheiding van mineralen (zoals stenen en glas), ferro en non-ferro metalen alsmede vocht, worden uit het afval circa 444.000 ton/jaar aan afvalpellets geproduceerd, welke bestaan uit zowel organische als niet organische componenten. Door het pelletiseren van afval wordt de energie dichtheid van afval verhoogd en ontstaat er een homogeen en gedefinieerd uitgangsproduct wat goed transporteerbaar is en uitermate geschikt is als input voor verder verwerking binnen voorgenomen deelinrichting van RWE/FUREC op de site Chemelot te Geleen. Uit deze pellets worden waterstof en basischemicaliën geproduceerd.
Besluit Uit de inhoudelijke beoordeling blijkt dat er voor de voorgenomen activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Gelet op artikel 7.17, lid 1 van de Wm besluiten Gedeputeerde Staten van Limburg daarom dat het opstellen van een milieueffectrapport (MER) niet noodzakelijk is bij de voorbereiding van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu.
Gedeputeerde Staten van Limburg, namens dezen,
C.J. Hermans, Afdelingshoofd Vergunningen RUD Zuid-Limburg
Zaaknummer: 2021-208026
4
Afschriften Dit besluit is verzonden aan de indiener van de aanmeldnotitie (RWE Generation NL B.V., Amerweg 1, 4931 NC GEERTRUIDENBERG). Een afschrift van dit besluit is verzonden aan: 1. het College van Burgemeester en Wethouders van Leudal 6093 HE HEYTHUYSEN 2. Rijkswaterstaat Service Center Postbus 4142 6202 PA MAASTRICHT
Rechtsbescherming Dit besluit is een beslissing betreffende de procedure tot het voorbereiden van een besluit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, juncto artikel 2.6 van de Wabo. Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dit besluit niet vatbaar voor bezwaar of beroep. Dit is anders wanneer u, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in uw belang wordt getroffen. Alleen in dat geval kan bezwaar worden gemaakt bij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg. Wel kan een ieder gebruik maken van het rechtsmiddel dat geboden wordt in het kader van de procedure om te komen tot een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, juncto artikel 2.6 van de Wabo voor de verandering van de inrichting. Bezwaar Als dit besluit uw belang rechtstreeks raakt en u het met de inhoud van dit besluit niet eens bent, kunt u bezwaar maken. U moet dan binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een bezwaarschrift indienen. Op deze procedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten: a. de naam en het adres van de indiener; b. de datum; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht, en; d. de redenen van het bezwaar (motivering).
Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: Gedeputeerde Staten van Limburg Cluster Juridische Zaken en Inkoop, team Rechtsbescherming Postbus 5700 6202 MA Maastricht. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.limburg.nl.
Zaaknummer: 2021-208026
5
Naast het indienen van uw bezwaarschrift per post is ook de elektronische weg opengesteld. U dient dan gebruik te maken van een daartoe ontwikkeld webformulier. Aan het webformulier is een DigiD-module (voor particulieren) dan wel eHerkenning-module (voor ondernemers en organisaties, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel) gekoppeld zodat u het bezwaarschrift digitaal kunt ondertekenen. Op deze wijze wordt onder andere gewaarborgd dat het elektronisch verkeer op een betrouwbare en vertrouwelijke manier plaatsvindt. De webformulieren zijn geplaatst op de website van de Provincie Limburg en te raadplegen via www.limburg.nl/loket/producten-diensten/@606/bezwaar-beslissing/ onder ‘Hoe dient u uw bezwaar in?’ De directe link naar de DigiD-module (voor particulieren) is: formulieren.limburg.nl/provincielimburg/Bezwaar_Indienen_D De directe link naar de eHerkenning-module (voor ondernemers en organisaties, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel) is: formulieren.limburg.nl/provincielimburg/Bezwaar_Indienen_eH
Zaaknummer: 2021-208026
6
Procedure Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Gedeputeerde Staten van Limburg hebben op 25 oktober 2021 een schriftelijke mededeling milieueffectrapportage (m.e.r.) beoordelingsplicht ontvangen van RWE Generation NL B.V. in verband met het voornemen een aanvraag in te dienen voor een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze aanmeldnotitie is aangevuld op 17 januari en 25 januari 2022. Ingevolge artikel 7.2 eerste lid onder b van de Wet milieubeheer (Wm) worden in het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) activiteiten aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 of 7.19 Wm moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Daarnaast worden ingevolge het vierde lid van dit artikel de categorieën van besluiten aangewezen in het kader waarvan moet worden beoordeeld of die activiteiten de hiervoor genoemde gevolgen kan hebben. De voorgenomen activiteit is genoemd in kolom 1 onder categorie D 18.1 van onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze categorie is in kolom 2 een drempelwaarde opgenomen van 50 ton per dag of meer. Voor het overschrijden van deze categorie is relevant de capaciteit die met de installatie maximaal kan worden gerealiseerd, uitgaande van de technische mogelijkheden en beperkingen van de installatie.
Op grond van artikel 2 vijfde lid onder a Besluit milieueffectrapportage dient bij het overschrijden van de drempelwaarde een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd om vast te stellen of zich mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen voordoen.
Voorgenomen activiteiten Binnen de voorgenomen inrichting van RWE/FUREC Zevenellen worden verschillende aangevoerde afvalstoffen, waaronder fijn huishoudelijk restafval, be- en verwerkt tot afvalpellets. Het gaat daarbij om de volgende be- en verwerkingsstappen: Verkleinen (shredder) van los gestort afval en afval in balen tot een deeltjesgrootte van circa <80 mm; Drogen (warmtepompen) verkleind afval met als doel het vochtgehalte te reduceren tot een streefwaarde van 5% en maximale waarde van 10%; Scheiden metalen (magneten), non-ferro metalen (eddy current wisselstroom afscheider), en minerale fracties (windzifting); Scheiden (zeven) deeltjes kleiner dan 25 mm, omdat deze al voldoen aan specificaties om te pelletiseren; Verkleinen (shredder) zeefoverloop deeltjes groter dan 25 mm tot deeltjes <25 mm; Persen (pelletiseermachine) van deeltjes <25 mm tot afvalpellets van met een diameter van circa 16 mm en een lengte van circa 45 mm.
Zaaknummer: 2021-208026
7
De inrichting zal een verwerkingscapaciteit krijgen van circa 675.000 ton/jaar. Na afscheiding van circa 36.000 ton mineralen (zoals stenen en glas), 23.000 ton ferro en non-ferro metalen alsmede circa 172.000 ton vocht, worden uit het afval circa 444.000 ton/jaar aan afvalpellets geproduceerd, welke bestaan uit zowel organische als niet organische componenten. De voorgenomen inrichting van RWE/FUREC Zevenellen zal maximaal 8.400 uren per jaar in bedrijf zijn. Uitgaande van maximaal 8.760 uren per jaar (365 dagen x 24 uur/dag) betekent dit dat de (proces)installaties alleen gedurende onderhoud en storing niet of minder in bedrijf zullen zijn. Alle transportbewegingen vinden alleen plaats in de dag- en avondperiode (07.00 – 23.00 uur) gedurende 5 dagen per week. Voor wat betreft de aan- en afvoer van afvalstoffen en de afvoer van afvalpellets wordt uitgegaan 4.160 uren/jaar (52 weken/jaar, 5 dagen/week en 16 uur/dag). In hoofdstuk 3 en 4 van de aanmeldnotitie is een uitgebreide beschrijving opgenomen van het project en de voorgenomen activiteiten.
Bevoegd gezag De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in categorie 28.4 onder a lid 6, 28.4 onder c lid 1 van bijlage 1, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daarnaast betreft het een inrichting waartoe één of meerdere IPPC-installaties behoren (RIE categorie 5.3, onder b, ii). Daarom zijn wij het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning.
Procedure Gelet op artikel 2 vijfde lid onder a Besluit milieueffectrapportage jo. artikel 7.16 eerste lid Wm dient de initiatiefnemer, via een aanmeldnotitie, schriftelijk aan het bevoegd gezag mede te delen dat hij voornemens is een activiteit te ondernemen die is aangewezen krachtens artikel 7.2 eerste lid onder a Wm. Bij de aanmeldnotitie dient de initiatiefnemer de gegevens te verstrekken die genoemd worden in artikel 7.16 tweede, derde en vierde lid Wm. Op basis van de ingediende aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. De gevolgde procedure is op grond van artikel 2 vijfde lid onder a Besluit milieueffectrapportage opgenomen in de artikelen 7.16 tot en met 7.19 en 7.20a van de wet van de Wet milieubeheer (Wm). Termijn Aangezien wij niet de initiatiefnemer zijn van de voorgenomen activiteit, nemen wij de beslissing uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldnotitie (art. 7.17 lid 1 Wm).
Zaaknummer: 2021-208026
8
Beoordeling Op grond van artikel 7.17, derde lid Wm moet bij de beslissing rekening gehouden worden met de criteria die in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling zijn aangegeven. De criteria zijn: 1. De kenmerken van het project. Hierbij moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. De plaats van het project. Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratieve vermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands; b. kustgebieden; c. berg- en bosgebieden; d. reservaten en natuurparken; e. gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn); f.
gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. De kenmerken van het potentiële effect. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); het grensoverschrijdende karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur; de frequentie; en de omkeerbaarheid van het effect. Daarnaast houdt het bevoegd gezag rekening met, voor zover relevant, de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen van gevolgen voor het milieu.
Zaaknummer: 2021-208026
9
De kenmerken van het project De omvang van het project Zie de beschrijving in §2.2 van het besluit. De cumulatie met andere projecten Het voorgenomen initiatief is gelegen op “bedrijventerrein Zevenellen”, waarvan het bestemmingsplan is vastgesteld op 25 juni 2013 onder de naam bedrijventerrein Haelen (bedrijventerreinen Zevenellen en Windmolenbos). Volgens het onderstaande kaart is het totale oppervlak van Zevenellen ongeveer 84 ha (inclusief een haven ter grootte van circa 8 ha).
Bedrijventerrein Zevenellen heeft meerdere grondeigenaren (Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg ‘OML’, WBCZ B.V. en Enexis). Het betreft een regionaal industrieterrein en biedt mogelijkheden voor de ontwikkelingen van Zevenellen Biobased (http://www.zevenellen.nl/). Zevenellen Biobased staat voor een industrieterrein waar gewassen en reststromen van de (Midden) Limburgse land- en tuinbouw en voedingsmiddelenindustrie, de zogenaamde groene grondstoffen ofwel biomassa, door middel van be- en verwerking kunnen worden ingezet voor toepassing zoals materialen, chemicaliën, transportbrandstoffen en energie (elektriciteit en warmte). Een industrieterrein waar tevens ondernemers, overheid, onderwijs en agrosector uit de regio samen komen om gezamenlijk innovatie en kennisontwikkeling ten behoeve van de biobased economie vorm te geven. Naast Biobased ondernemen biedt Zevenellen o.a. ook mogelijkheden op het gebied van modern gemengde bedrijvigheid, milieu en energie, logistiek etc. Inmiddels lopen er meerde initiatieven op bedrijventerrein Zevenellen en wordt er zelfs al gebouwd. Hieronder worden afzonderlijk besproken de concrete initiatieven onder het bevoegd gezag van Burgemeester en Wethouders van Leudal en Gedeputeerde Staten van Limburg.
Voor wat betreft het inzichtelijke maken en beoordelen van de cumulatieve milieubelasting naar de omgeving komen aan de orde de milieuaspecten geluid, geur en luchtkwaliteit op basis van de ingediende stukken bij een melding activiteitenbesluit, aanmeldnotitie OBM m.e.r.-beoordeling of aanvraag omgevingsvergunning.
Zaaknummer: 2021-208026
10
Van een aantal andere initiatieven is alleen het vooroverleg opgestart, waardoor op dit moment de precieze omvang en daarmee samenhangende milieubelasting niet bekend is. Daarom zijn deze initiatieven niet zijn meegenomen bij het inzichtelijk maken van de cumulatieve effecten. 3.1.2.1
Geluid(zone)
Bedrijventerrein Zevenellen en bedrijventerrein Windmolenbos vormen gezamenlijk het gezoneerde Bedrijventerrein Haelen. Om de geluidszone goed te kunnen bewaken is er een zonebewakingsmodel opgesteld voor Bedrijventerrein Haelen. Daarbij is op de eerder vastgestelde geluidszone een groot aantal punten gelegd en is op basis van de vigerende vergunningen door berekening het geluidsniveau afkomstig van alle bedrijven op de afzonderlijke zonepunten bepaald.
Op de zonegrens mag de geluidbelasting van alle bedrijven samen (cumulatief) niet meer zijn dan een grenswaarde 50 dB(A) etmaalwaarde. Om naar de toekomst te garanderen dat er geen overschrijding van de geluidszone zal optreden, is het belangrijk om een zonebeheerplan te hebben. Dit zonebeheerplan is gebaseerd op bestaande rechten van bedrijven en de in het bestemmingsplan opgenomen milieucategorieën om te voorkomen dat deze niet voor nieuwe overschrijdingen gaan zorgen. Het zonebeheerplan moet gezien worden als gemeentelijk beleid betreffende verdeling van geluidsruimte op het Bedrijventerrein Haelen. Het zonebeheerplan is gebaseerd op verdeling van geluidsruimte binnen de bestaande zone, waarbij rekening wordt gehouden met de huidige bedrijvigheid en de toekomstige ontwikkelingen. Op het Bedrijventerrein Haelen is er sprake van reserveringen van fysieke ruimte en geluidsruimte voor mogelijke vestiging van nieuwe bedrijven. Bij de toekomstige ontwikkelingen binnen het industrieterrein moet deze reservering meegenomen worden. Dit betekent verdeling van geluidsruimte binnen bestaande bepalingen, aangezien de huidige geluidszonering zal worden behouden. Zaaknummer: 2021-208026
11
Onder zonebeheer wordt verstaan (definitie uit de Handreiking Zonebeheerplan van het Ministerie van VROM): Het bewaren van overzicht over de beschikbare en te beheren geluidsruimte; Het toedelen van de nog beschikbare geluidsruimte; Het bewaken van de vastgestelde zonegrenswaarden. Het zonebeheer biedt hiermee het kader voor het maken van keuzes over ontwikkelingen op en rondom het bedrijventerrein. Concreet speelt zonebeheer een rol bij besluiten over gronduitgifte, omgevingsvergunning bouw, sloop en milieu, vestiging en uitbreiding van inrichtingen en woningbouw in de zone. Deze methodiek biedt mogelijkheden om actief beheer van geluidsruimte toe te passen, met aandacht voor gewenste indeling van industrieterrein en cumulatie - aspecten die in het verleden heel vaak geen aandacht kregen in de zonetoets, met als gevolg onwenselijke overschrijdingen van de zone. Het is belangrijk om door het vaststellen van het zonebeheerplan als beleidsregel te zorgen dat in de toekomst geen overschrijdingen meer plaats gaan vinden. Het door DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. (hierna te noemen DGMR) opgestelde rapport (kenmerk I.2010.1041.04.R001 van 8 maart 2013), welke is verankerd in het bestemmingsplan, wordt gezien als het ‘zonebeheersplan’ voor bedrijventerrein Halen. Doel zonebeheerplan Het zonebeheerplan heeft op hoofdlijnen een tweeledig doel: 1.
Het realiseren van het acceptabel akoestisch leefklimaat van omwonenden van het industrieterrein door het respecteren van de vastgestelde geluidszone krachtens de Wet geluidhinder; 2. Het goed faciliteren van bedrijven, akoestisch optimaal invullen van het industrieterrein en het adequaat uitvoeren van het zonebeheer. Voor het zonebeheerplan is de geluidsreservering voor kavels allereerst gebaseerd op initiatieven binnen de gemeente, daarna de bestaande rechten van bedrijven en als laatste de nog beschikbare geluidsruimte in de zone (zonetoets). Visie vanuit het geluidsperspectief (samengevat): 1. Nieuwe bedrijven vestigen zich op de geschikte kavels op basis van milieucategorie in het bestemmingsplan en geluidsreservering op basis van zonebeheerplan (verkavelingkaart); 2. De vestiging van bestaande bedrijven dient, op termijn, eveneens overeen te stemmen met dit principe; 3. In geval van het toepassen van een afwijkingsmogelijkheid (maximaal 1 geluidsklasse, 5 dB(A)/m 2) moeten door bedrijven geluidsmaatregelen getroffen worden om na het treffen van maatregelen aan de vastgestelde geluidsreservering te kunnen voldoen.
Het zonebeheer Algemene uitgangspunten voor het zonebeheer van Bedrijventerrein Haelen zijn: De gerepareerde geluidszone dient gerespecteerd te worden; Vergunde geluidsruimte aan aanwezige bedrijven wordt als uitgangspunt gehanteerd voor de geluidsreservering van de betreffende kavel, alleen bij uitzondering wordt hiervan afgeweken; Het zonebeheer heeft als doel om bestaande en nieuwe bedrijvigheid goed te reguleren en te faciliteren en niet onnodig te beperken. Zaaknummer: 2021-208026
12
Geluidruimte voor de bedrijven Voor milieuvergunningplichtige bedrijven wordt de geluidsruimte gebaseerd op de daadwerkelijk benodigde ruimte op basis van de vergunde activiteiten (en een reële toekomstverwachting). Als een goede indicatie voor de benodigde geluidsruimte van een bedrijf wordt de geluidsruimte beschouwd die volgt uit de geluidsafstand ik genomen kaveloppervlak door het bedrijf. Voor AMvB-bedrijven wordt de geluidsruimte eveneens afgestemd op de bedrijvigheid. Van deze bedrijven wordt normaliter geen akoestische onderzoeken gevergd. Daarom wordt hiervoor een geluidsbronvermogen gehanteerd op basis van de geluidsafstand van het desbetreffende bedrijf geluidsproductie gekoppeld aan de SBI-code en het in gebruik genomen kaveloppervlak door het bedrijf. Mocht er nauwkeuriger inzicht gewenst zijn voor AMvB bedrijven, dan kan op basis van art. 1.11 lid 9 van het Barim een akoestisch onderzoek worden verlangd. Zowel voor milieuvergunningsplichtige bedrijven als voor AMvB-bedrijven mag het bovenstaande evenwel niet leiden tot een overschrijding op de geluidszone. Omdat de akoestische verkaveling in feite afgeleid is van de geluidszone, waarbij wel rekening is gehouden met reservering van geluidsruimte voor lege kavels, treedt de toets aan de akoestische verkavelingskaart in de plaats van de zonetoets op. Het bedrijventerrein is opgedeeld in kavels.
Aan elk kavel is een akoestisch kental (geluidsbronvermogen per vierkante meter) toegekend, afhankelijk van de situering (afstand) ten opzichte van de zonegrens en van de toegestane activiteiten (milieucategorie). De onderstaande verkavelingskaart vormt binnen het planmatig zonebeheer het instrumentarium dat bepaalt waar op het bedrijventerrein welke geluidsruimte beschikbaar is. En wel zodanig dat het totaal aan toegekende geluidsruimte de zoneringsgrenswaarden respecteert. Op de verkavelingskaart en in de toetsingstabellen staat per bouwperceel hoeveel geluidsruimte beschikbaar is voor bestaande en voor nieuwe bedrijven. Op de verkavelingskaart wordt dit uitgedrukt in een dB(A)/m 2 -getal, te weten de geluidsruimte, zoals die is toebedeeld aan de bouwpercelen.
Zaaknummer: 2021-208026
13
Kleur bouwpercelen Groen donker Groen licht Groen lichter Oranje Rood
Dag <50 55-50 60-55 65-60 70-65
Avond
Nacht
50-45 55-50 60-55 65-60
45-40 50-45 55-50 60-55
Dit zonebeheerplan kan niet dienen als zelfstandig toetsingskader voor de verlening van omgevingsvergunningen en/of de toetsing van meldingsplichtige activiteiten. Om toch te kunnen beschikken over een juridisch instrumentarium voor het zonebeheer kiest de gemeente Leudal er voor om de systematiek te verankeren in een bestemmingsplan Bedrijventerrein Haelen. Deze toedeling van geluidsruimte is ingegeven door ruimtelijke overwegingen. De bedoeling is immers om als invulling van het begrip 'goede ruimtelijke ordening' de geluidsruimte op het gezoneerde industrieterrein zo optimaal mogelijk toe te kennen. Hiermee wordt aldus een optimale invulling en gebruik van het bedrijventerrein beoogd. Borging van de systematiek voor toedeling/optimalisatie moet zijn uitwerking vinden via het spoor van omgevingsvergunningen en maatwerkvoorschriften voor AMvB-bedrijven. Bijlage 3 toets vergunningplichtige en meldingplichtige bedrijven Voor vergunningplichtige en ‘zwaardere’ meldingsplichtige bedrijven moet een geluidrapport worden opgesteld en is opgenomen welke minimale eisen deze moeten bevatten (berekening geluidniveaus op de zonebewakingspunten en opnemen kavelnummer en de kavelgrootte in m 2, alsmede de geluidproductie per m2. De geluidproductie moet gebaseerd worden op de aangevraagde representatieve activiteiten van het bedrijf, waarbij wordt uitgegaan van BBT.
Bij een nieuw vergunningplichtig bedrijf wordt op basis van een akoestisch onderzoek de zonetoets uitgevoerd door zonebeheerder: Bedrijf wordt getoetst aan geluidsreservering op basis van vergelijk dB(A)/m 2 uit het akoestisch onderzoek; In de vergunningaanvraag voorgestelde maatregelen worden gecontroleerd en getoetst op effectiviteit; Indien nodig worden andere maatregelen voorgesteld en met bedrijf overlegd; Er wordt nagegaan of er sprake is van gebruik van BBT. Bij een nieuw meldingplichtig bedrijf wordt de toets uitgevoerd op basis van de volgende uitgangspunten (in deze volgorde): een akoestisch onderzoek (indien uitgevoerd), melding, de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Indien er een akoestisch onderzoek voorhanden is wordt deze getoetst aan de geluidsreservering op basis van vergelijk dB(A)/m2 uit het akoestisch onderzoek. Indien alleen een melding voorhanden is wordt op basis van deze melding gekeken welke richtafstand op basis van de VNG-publicatie van toepassing is. Op basis van kavelgrootte en richtwaarde wordt met behulp van geluidsklassetabel (zie bijlage 4), bepaald of het nieuwe bedrijf past binnen de geluidsreservering. Indien de toets positief uitvalt worden verder geen eisen gesteld. Indien er sprake is van te groot inspraak op geluidsruimte worden maatwerkvoorschriften voor het bedrijf voorgesteld.
Als de zonetoets negatief uitvalt, is het aan bevoegd gezag om te beoordelen of er sprake kan zijn van vestiging van een dergelijk bedrijf zonder toepassing van maatregelen (bv. maatwerkvoorschriften).
Zaaknummer: 2021-208026
14
Bij vergunningplichtige bedrijven wordt de representatieve bedrijfssituatie door zonebeheerder in zonemodel opgenomen. Dit op basis van het rekenmodel uit het akoestisch onderzoek (bij de vergunningaanvraag). Indien nodig (bv bij niet volledig gebruik van kavel) geluidreservering op de kavel aanpassen. Als het bedrijf in een of meer beoordelingsperioden (bijvoorbeeld de avond en/of nacht) niet in bedrijf is (geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden), wordt geen waarde opgenomen voor het geluidsniveau op de zonebewakingspunten voor de desbetreffende periode(n). Bij meldingplichtige bedrijven wordt de (representatieve) bedrijfssituatie door zonebeheerder in zonemodel opgenomen. Dit op basis van rekenmodel uit akoestisch onderzoek of op basis maatwerkvoorschriften gebaseerd VNG publicatie (indien afwijkend van melding). Geluidreservering op de kavel wordt aangepast. 3.1.2.2
Geur
Speciaal voor de vestiging van nieuwe bedrijven op bedrijventerrein Zevenellen, dan wel hun activiteiten wijzigen, is door de gemeenteraad van Leudal op 11 december 2018 een geurbeleid vastgesteld. In het geurbeleid zijn de volgende verplichtingen en voorwaarden opgenomen: 1. Bij het oprichten of wijzigen van biobased activiteiten op bedrijventerrein Zevenellen dient een geuronderzoek te worden overlegd. Wat wordt verstaande onder biobased activiteiten is gedefinieerd; 2. Bij de beoordeling van geur afkomstig van een individueel bedrijf wordt een normstelling van 0,5 OUE/m3 gehanteerd bij objecten met een hogere bescherming en 1,0 OUE/m3 bij objecten met een reguliere bescherming; Voor de bescherming tegen geur afkomstig van individuele bedrijven wordt een onderscheid gemaakt in de maximaal toegestane geurbelasting vanwege één bedrijf. Ten behoeve van dit onderscheid zijn de gevoelige objecten rondom het bedrijventerrein Zevenellen onderverdeeld in twee categorieën; hogere bescherming en reguliere bescherming. In de onderstaande tabel is de onderverdeling weergegeven.
Hogere bescherming
Reguliere bescherming
Woningen binnen de aangewezen kernen
Woningen buiten de aangewezen kernen
Scholen
Kantoren
Bedrijven met langdurige verblijfsfuncties
3. Voor objecten met een hoger beschermingsniveau wordt voor de cumulatieve geurbelasting 1,0 OUE/m3 als grenswaarde gehanteerd;
Zaaknummer: 2021-208026
15
Voor objecten met een regulier beschermingsniveau wordt geen aanvullende cumulatieve beoordeling uitgevoerd maar wordt volstaan met de individuele toets. De cumulatieve toets ter plaatse van objecten met een hoger beschermingsniveau zorgt indirect ook voor een aanvullende bescherming tegen cumulatieve geurbelasting bij objecten met een regulier beschermingsniveau. 4. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen worden de biobased activiteiten getoetst op BBT maatregelen; 5. Er wordt actief toezicht gehouden op de biobased activiteiten te Zevenellen. Waar nodig zal eveneens handhavend worden opgetreden; 6. Er wordt actief gecommuniceerd richting de omgeving van Zevenellen ten aanzien van de individuele en cumulatieve geurbelasting. 3.1.2.3
Luchtkwaliteit
Om te zorgen voor een aanvaardbare luchtkwaliteit zijn in de wet- en regelgeving grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10 en PM2,5) lood, koolmonoxide en benzeen. Voor de toetsing aan de grenswaarden zijn de belangrijkste stoffen NO2 en fijn stof (PM10), omdat de achtergrondconcentratie van NO2 en fijn stof landelijk gezien kritisch zijn. De belangrijkste regels voor luchtkwaliteit zijn opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Op grond van artikel 5.16 van de Wm kan een omgevingsvergunning worden verleend, indien de concentratie in de buitenlucht van de in bijlage 2 van de Wm genoemde luchtverontreinigende stoffen (inclusief eventuele lokale bronnen in de omgeving van de inrichting) vermeerderd met de immissie ten gevolge van de activiteiten binnen de inrichting (inclusief voertuigbewegingen van en naar de inrichting) lager is dan de grenswaarden. Als een project niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging kan de toetsing aan de grenswaarden achterweg blijven. Deze grens houdt een bijdrage van 3% van de grenswaarde van NO2 en fijnstof (PM10) en komt overeen met een jaargemiddelde concentratie van 1,2 μg/m³.
Voor het snel en eenvoudig kunnen bepalen of het extra aantal voertuigbewegingen niet zal leiden tot een concentratietoename die groter is dan de NIBM-grens is een door het ministerie van Infrastructuur en Milieu en Infomil een NIBM-tool ontwikkeld. De grenswaarden voor luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer gelden ook voor bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen. Het Activiteitenbesluit houdt hier rekening mee met het onderbrengen van activiteiten onder het Besluit en door daar waar nodig voorschriften te stellen. Voor een aantal activiteiten met een emissie van fijn stof en die mogelijk leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (houden/pluimvee/varkens/vleesrunderen en vervaardigen betonmortel of betonwaren) is vooraf een toetsing nodig middels een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM fijn stof). De toetsing van de luchtkwaliteit moet plaatsvinden op basis van het toepasbaarheidsbeginsel (kunnen op die plekken mensen komen?) en het blootstellingscriterium (hoe lang worden hoeveel mensen op die plek blootgesteld?). Deze toetsing aan de grenswaarden vindt plaats met een goedgekeurd verspreidingsmodel op basis van het Nieuw Nationaal Model, waarbij de bijdrage van de voorgenomen inrichting wordt opgeteld bij de aanwezige achtergrondconcentraties voor fijn stof en stikstofdioxide (= cumulatie).
Deze achtergrondconcentraties (GCN-kaarten) worden jaarlijks geactualiseerd.
Zaaknummer: 2021-208026
16
3.1.2.4
Gemeente Leudal
Uit navraag bij de gemeenten Leudal is gebleken dat voor de volgende bedrijven inmiddels vergunningen zijn verleend of een melding Activiteitenbesluit is geaccepteerd. Per bedrijf zullen we alleen bespreken de voor de cumulatie relevante milieuaspecten (geur, geluid en luchtkwaliteit). BA Green Fuels B.V. In het gemeenteblad van 22 april 2021 (nr. 125910) is kennisgeving gedaan dat een melding Activiteitenbesluit is ingediend om een bedrijf te starten op kavel 7 van het onderstaande kaartje (kadastraal bekend Haelen, sectie F, nr. 74 (gedeeltelijk). Deze melding is ingediend op 27 februari 2021 en geregistreerd onder zaaknummer 2021-001351.
Volgens de ingediende melding en bijlagen gaat het om een inrichting voor de op- en overslag, handel en distributie van droge en vloeibare grondstoffen, diervoeders, bijvoedermiddelen, afvalstoffen, land- en tuinbouwproducten, halffabricaten, voedingsmiddelen, drank en genotmiddelen, zuivelproducten, groenteen fruitproducten, margarine, vetten of oliën, brood of banket, graanproducten, suikerwaren, cacaoproducten of chocolade. Volgens bijlage 2 van de melding is naast de opslag ook sprake van de zeven, sorteren, mengen en drogen. Voor het vloeibaar kunnen maken van vetten en het drogen wordt de warmte gebruikt van een ketel met een vermogen van 3,25 MW thermisch. Volgens de ingediende melding is sprake van een type B inrichting en is onder andere van toepassing de rechtstreekse regels voor het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen en bijvoedermiddelen. Op 7 augustus 2021 een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ingediend voor de bouw van silo’s.
Zaaknummer: 2021-208026
17
Verder is op 24 juni 2021 een melding Activiteitenbesluit ingediend voor het doorvoeren van een aantal veranderingen en zijn als bijlagen toegevoegd onder andere een inrichtingstekening, geur- en geluidonderzoek. Volgens deze melding kunnen In het silopark worden opgeslagen vast 121.418 m 3 en vloeibaar 2.100 m3 en inpandig los gestort of in big bags maximaal 40.000 m 3. Geur Bij de ingediende melding is als bijlage toegevoegd een door adviesbureau M&A omgeving B.V. opgesteld geuronderzoek (d.d. 23 juni 2021 en nummer 221-HZe-gh-v2). In dit geuronderzoek is de berekende geuremissie en geurbelasting inzichtelijk gemaakt en of kan worden voldaan aan de geurnormen welke zijn vastgelegd in het door de gemeente Leudal vastgelegde geurbeleid. Uit de resultaten van dit geuronderzoek komt naar voren dat bij de maatgevende verspreid liggende woningen (Roermondseweg 82 t/m 86) en van de aaneengesloten bebouwing van Buggenum, na toepassing van BBT (zoveel mogelijk activiteiten inpandig en luchtwasser), een hoogste belasting wordt berekend van respectievelijk 0,33 OUE/m3 en 0,16 OUE/m3 als 98-pecentiel. Geluid Verder is bij de ingediende melding als bijlage toegevoegd een door adviesbureau M&A omgeving B.V. opgesteld geluidonderzoek (d.d. 23 juni 2021 en nummer 221-HZe-il-v2). In dit geluidonderzoek zijn geluidniveaus berekend ter plaatse van onder de zonegrens.
In het zonebeheersplan (DGMR kenmerk I.2010.1041.04.R001 van 8 maart 2013), welke is verankerd in het bestemmingsplan, is voor de beoogde kavels geluidruimte gereserveerd.
Volgens het bovenstaande kaart is de kavel gelegen in het rode en oranje deel. Voor het rode deel is een geluidruimte is gereserveerd van 70-65, 65-60 en 60-55 dB(A) voor het bronvermogen per m 2 voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode.
Zaaknummer: 2021-208026
18
Voor het oranje deel is een geluidruimte gereserveerd van 65-60, 60-55 en 55-50 dB(A) voor het bronvermogen per m2 voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. In het bij de melding toegevoegde geluidrapport is niet getoetst aan geluidruimte die voor de kavel is gereserveerd in het zonebeheersplan. Uit de rekenresultaten volgt een maximale bijdrage op de zonegrens (zonebewakingspunt 03) van 29, 27 en 18 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- als nachtperiode. Luchtkwaliteit In de bijlage bij de aanmeldnotitie is opgenomen dat op basis van de NIBM-tool van Infomil is vastgesteld dat het extra verkeer in NIBM bijdraagt aan de luchtverontreiniging voor NO2 en PM10 en een toetsing aan de grenswaarden achterwege kan blijven. Dimass Group B.V. Op 5 augustus 2021 is voor de bouw van een kantoor met bedrijfsloodsen op de kavels 14 en 15 van het onderstaande kaartje (kadastraal Buggenum, sectie C, perceel 1020 en omliggend) een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk en handelen in strijd met ruimtelijke ordening.
Bij het besluit is toegevoegd een doorlopen vragenlijst AIM-module waaruit blijkt dat sprake is van een type A inrichting voor de opslag/handel en distributie, waaruit volgt dat er geen melding Activiteitenbesluit of omgevingsvergunning voor de activiteit milieu nodig is. Nu het bedrijf wordt aangemerkt als een type A inrichting is automatisch sprake van ‘lichte’ milieubelastende activiteiten en vallen de activiteiten volledig onder het Activiteitenbesluit en moet worden voldaan aan de hierin opgenomen rechtsreeks werkende eisen.
Zaaknummer: 2021-208026
19
De geluidnormen zijn deze opgenomen in afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit. Daarnaast bestaat er voor deze bedrijven op basis van het Activiteitenbesluit geen verplichting tot het opstellen van een geluidonderzoek. Door de zonebeheerder kunnen wel gegevens betreffende de geluiduitstraling worden gevraagd. Deze emissiegegevens zullen door de zonebeheerder zelf in het beheermodel moeten worden opgenomen en in dit geval liggen de kosten voor het uitvoeren van een geluidonderzoek naar de geluidbelasting en het bepalen van de reducerende maatregelen bij de zonebeheerder. Sowieso vinden binnen de inrichting geen activiteiten plaats met een geuremissie en -belasting naar de omgeving. Hendrickx Horn B.V. Op 11 december 2020 is een melding Activiteitenbesluit ingediend voor om een bedrijf te starten op de onderstaande kavel (kadastraal bekend Haelen, sectie F, nr. 73 (gedeeltelijk). Volgens de ingediende melding is sprake van een type B inrichting voor de opslag en zeven van 10.000 m3 of 15.000 ton grond (BRL 9335) met een doorzet van 75.000 ton/jaar en de op- en overslag van 10.000 bouwstoffen en menggranulaat met een doorzet van 25.000 ton/jaar. In het onderstaande kaartje is de ligging van de inrichting weergegeven.
Geluid Bij de ingediende melding is als bijlage toegevoegd een door adviesbureau Sain opgesteld geluidonderzoek (d.d. 9 december 2020 en nummer 2020-3128-0). In het zonebeheersplan (DGMR kenmerk I.2010.1041.04.R001 van 8 maart 2013), welke is verankerd in het bestemmingsplan, is voor de beoogde kavels geluidruimte gereserveerd.
Zaaknummer: 2021-208026
20
Volgens het bovenstaande kaart is een deel van de kavels gelegen in het groene deel en het andere deel gelegen in het rode deel. Voor het groene deel is een geluidruimte gereserveerd van 60-55, 55-50 en 5045 dB(A) voor het bronvermogen per m 2 voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Voor het rode deel is een geluidruimte gereserveerd van 70-65, 65-60 en 60-55 dB(A) voor het bronvermogen per m2 voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. In het geluidonderzoek zijn de geluidniveaus berekend ter plaatse van de controlepunten op 50 meter van de erfgrens, de zonegrens en de (MTG)woningen. Uit de rekenresultaten komt naar voren dat in de dagperiode voor het groene deel van de kavel kan worden voldaan aan een bronvermogen van 60 dB(A)/m 2 en voor het rode deel van de kavel kan worden voldaan aan een bronvermogen van 70 dB(A)/m 2. Verder volgt uit de rekenresultaten dat op het maatgevende zonebewakingspunt 07 een bijdrage wordt berekend van 27 dB(A). Luchtkwaliteit Alhoewel in de melding Activiteitenbesluit geen toetsing heeft plaatsgevonden aan de luchtkwaliteit, is aannemelijk dat op basis van de NIBM-tool van Infomil het extra verkeer in NIBM bijdraagt aan de luchtverontreiniging voor NO2 en PM10 en een toetsing aan de grenswaarden achterwege kan blijven. Jan Verhoeven B.V.
Op 28 september 2021 is een melding Activiteitenbesluit ingediend om een bedrijf te starten op kavel 10 van het onderstaande kaartje (kadastraal bekend Buggenum, sectie C, nr. 1327). Volgens de ingediende melding is sprake van een type B inrichting met een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) voor het opslaan van schroot (incl. autowrakken).
Zaaknummer: 2021-208026
21
Volgens de stukken bij de melding is sprake van het op- en overslaan < 10.000 ton aan ferro- en nonferro metalen (incl. metaaldelen van autowrakken en gereinigde tanks, op- en overslag van accu’s en batterijen < 30 ton en op- en overslaan en sorteren van kabels met een oppervlakte van < 6.000 m 2. Geluid Bij de aanmeldnotitie OBM m.e.r.-beoordeling is als bijlage toegevoegd een door adviesbureau M-Tech opgesteld geluidonderzoek (d.d. 17 september 2021 en nummer Ver.Bug.21.AO AB-02). In het zonebeheersplan (DGMR kenmerk I.2010.1041.04.R001 van 8 maart 2013), welke is verankerd in het bestemmingsplan, is voor de beoogde kavel geluidruimte gereserveerd.
Zaaknummer: 2021-208026
22
Volgens het bovenstaande kaart is de kavel gelegen in het oranje deel waarvoor een geluidruimte is gereserveerd van 65-60, 60-55 en 55-50 dB(A) voor het bronvermogen per m 2 in respectievelijk de dagavond- en nachtperiode. Binnen de inrichting van Jan Verhoeven vinden alleen werkzaamheden plaats in de dag- en nachtperiode. In het geluidrapport is niet getoetst aan geluidruimte die voor de kavel is gereserveerd in het zonebeheersplan en de zonegrens. In het geluidonderzoek zijn geluidniveaus berekend ter plaatse van de controlepunten op 50 meter van de erfgrens en de maatgevende woningen. Uit de rekenresultaten komt naar voren dat bij de bebouwde kom (Berikstraat 42) een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt berekend van 33 en 17 dB(A) in respectievelijk de dag- en nachtperiode. Bij de woningen Berikstraat 53 en Roermondseweg 38-40 wordt een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau berekend van 34/15 dB(A) en 30/7 dB(A) in respectievelijk de dag- en nachtperiode. Luchtkwaliteit In de bijlage bij de aanmeldnotitie is opgenomen dat op basis van de NIBM-tool van Infomil is vastgesteld dat de extra verkeer in NIBM bijdraagt aan de luchtverontreiniging voor NO2 en PM10 en een toetsing aan de grenswaarden achterwege kan blijven. 3.1.2.5
Provincie Limburg
Coöperatie 7LL U.A Voor de oprichting van een mestverwerkingsinstallatie is op 7 november 2019 een fase 1 omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten milieu en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening. Deze mestverwerkingsinstallatie is voorzien op kavel 6 (zie onderstaande kaartje). Tegen de verleende fase 1 omgevingsvergunning is beroep ingesteld en op 25 januari 2022 heeft de rechtbank Limburg uitspraak gedaan (zaaknummer ROE 19/3449 WABOM SN) en de beroepen ongegrond verklaard. Aangezien het hier gaat om een zogenaamde fasen vergunning treed deze fase 1 omgevingsvergunning pas inwerking nadat de fase 2 omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend. Op dit moment is er nog aanvraag fase 2 omgevingsvergunning ingediend.
Zaaknummer: 2021-208026
23
Geluid Bij de aanvullende gegevens van 11 januari 2019 is toegevoegde een geluidrapport van G&O Consult (nummer 4049ao0217 v4 van 9 januari 2019). In het zonebeheersplan (DGMR kenmerk I.2010.1041.04.R001 van 8 maart 2013), welke is verankerd in het bestemmingsplan, is voor de beoogde kavel geluidruimte gereserveerd.
Volgens het bovenstaande kaart is een deel van de kavels gelegen in het rode deel en het andere deel gelegen in het oranje deel. Voor het rode deel is een geluidruimte gereserveerd van 70-65 dB(A) voor het bronvermogen per m2 en voor het oranje deel is een geluidruimte gereserveerd van 65-60 dB(A) voor het bronvermogen per m2. Uit de considerans van de aan Coöperatie 7LL verleende fase 1 omgevingsvergunning volgt dat de berekende geluidbelasting in de representatieve bedrijfssituatie minimaal 15 dB(A) lager ligt dan de zonegrenswaarde van 50 dB(A). De hoogste berekende bijdrage op zonepunt 01_A bedraagt 28, 24 en 24 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Verder volgt uit de considerans dat de aangevraagde geluidsemissie voldoet aan de geluidruimte die voor de kavel is gereserveerd in het zonebeheersplan en dat de inrichting inpasbaar is in de geluidzone. Geur Bij de ingediende aanvullende gegevens is als bijlage toegevoegd een door adviesbureau G&O consult opgesteld geuronderzoek (d.d. 10 januari 2019 en nummer 4049go0317 v4).
In dit geuronderzoek is de berekende geuremissie en geurbelasting inzichtelijk gemaakt en of kan worden voldaan aan de geurnormen welke zijn vastgelegd in het door de gemeente Leudal vastgelegde geurbeleid Uit de rekenresultaten volgt dat bij de maatgevende verspreid liggende woningen (Berikstraat 53), na toepassing van BBT (zoveel mogelijk activiteiten inpandig en de combinatie van een chemische luchtwasser en biobed), een hoogste belasting wordt berekend van 0,34 OUE/m3 als 98-pecentiel. Bij de aaneengesloten bebouwing van Buggenum (Berikstraat 42), na toepassing van BBT (zoveel mogelijk activiteiten inpandig en de combinatie van een chemische luchtwasser en biobed), wordt een hoogste belasting berekend van 0,36 OUE/m3 (Parellelweg 7).
Zaaknummer: 2021-208026
24
Luchtkwaliteit Om de luchtkwaliteit van de aangevraagde activiteiten binnen de inrichting naar de omgeving inzichtelijk te maken zijn verspreidingsberekeningen uitgevoerd met het op basis van het Nieuw Nationaal Model (NNM) door het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) goedgekeurde verspreidingsmodel GeoMilieu Stacks versie 4.30, module Stacks 2017.1 van 18 oktober 2017. Deze berekeningen zijn toegevoegd in het in bijlage 6 van de aanvullende gegevens van 11 januari 2019 toegevoegde luchtkwaliteitsonderzoek van G&O Consult (nummer 4049lu0217 v4 van 10 januari 2019). Uit de rekenresultaten komt naar voren dat de bijdrage aan de luchtverontreiniging voor NO 2 en PM10 geen beletsel is om te kunnen voldoen aan de grenswaarden voor jaar- en uurgemiddelde concentratie PM10, jaargemiddelde concentratie PM2,5 en jaar- en uurgemiddelde concentratie NO2. 3.1.2.6
Verkeer
Om te komen tot een goede bereikbaarheid en verkeersveilige ontsluiting van het in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein Zevenellen is in eerste instantie in opdracht van de gemeente Leudal een verkeersonderzoek uitgevoerd naar de eisen, die vanwege de toekomstige verkeersgeneratie worden gesteld aan de ontsluiting van het bedrijventerrein. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het SWECO rapport van 1 april 2019. Het verkeersonderzoek beveelt aan om de wegen op het bedrijventerrein met rotondes aan te sluiten op de Roermondseweg. Daarom heeft het college van B&W van Leudal besloten tot de aanleg van rotondes ter plaatse van de Broekweg en Berikstraat, zoals weergegeven in de onderstaande plaatjes.
Zaaknummer: 2021-208026
25
Zaaknummer: 2021-208026
26
Zaaknummer: 2021-208026
27
Zaaknummer: 2021-208026
28
3.1.2.7
Cumulatieve beoordeling
Uit de cumulatieve beoordeling volgt dat op de zonegrens de geluidbelasting van alle bedrijven samen niet meer bedraagt dan de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Aangezien de inrichtingen van Dimass Group B.V. een zogenaamde A-inrichting betreft heeft er geen toetsing plaatsgevonden aan de geluidzone. Alhoewel in het geluidonderzoek bij de aanmeldnotitie OBM m.e.r.-beoordeling van Jan Verhoeven niet is getoetst aan de zonegrens kan uit het geluidonderzoek wel worden opgemaakt dat de bijdrage op de maatgevende zonebewakingspunten gering is, omdat ter plaatse van de maatgevende woningen binnen de geluidzone een geluidbelasting wordt berekend welke 15 dB(A) lager ligt dan de grenswaarde van 50 dB(A). De uiteindelijke toetsing aan de geluidzone en of de inrichting past binnen de zoneboekhouding ligt bij de gemeente Leudal. Uit de beoordeling volgt dat de cumulatieve milieubelasting (geluid, geur en luchtkwaliteit) van de verschillende initiatieven op bedrijventerrein Zevenellen, naast de voorgenomen inrichting van RWE/FUREC Zevenellen, niet zorgen voor belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn en onmisbaar voor de levenskwaliteit van de mens.
Binnen de voorgenomen inrichting van RWE/FUREC Zevenellen wordt geen gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen. De productie van afvalstoffen Voor zover binnen de inrichting van RWE/FUREC Zevenellen sprake is van het vrijkomen van afvalstoffen hangen deze samen met de be- en werking van circa 675.000 ton/jaar aan aangevoerde afvalstoffen, waaronder fijn huishoudelijk restafval, tot afvalpellets. Hierbij komen aan afvalstoffen vrij circa 36.000 ton mineralen (zoals stenen en glas), 23.000 ton ferro en non-ferro metalen. Verder ontstaat bedrijfsafval en klein gevaarlijk afval (o.a. batterijen en toners) uit de kantoren, kantines en werkplaats. Het uit eigen activiteiten vrijkomende bedrijfsafval vergelijkbaar met huishoudelijk afval wordt binnen de inrichting be- en verwerkt tot afvalpellets. Het vrijkomende klein gevaarlijk afval, papier, karton, metalen en hout worden apart ingezameld en afgevoerd naar een vergunninghouder. Verder ontstaan tijdens onderhoudswerkzaamheden, in de werkplaats en olieafscheider van de wasstraat gevaarlijk afval (o.a. oliën, vetten en verontreinigde metaalspanen). Dit vrijkomend gevaarlijk afval wordt apart ingezameld en afgevoerd naar een vergunninghouder. Het uit eigen bedrijfsactiviteiten vrijkomende afval zal beperkt zijn.
Verontreiniging en hinder Als gevolg van de voorgenomen activiteiten binnen de voorgenomen inrichting van RWE/FUREC Zevenellen is er sprake van een extra milieubelasting naar de omgeving. Alle relevante milieuaspecten worden hieronder besproken en bij de nog te verlenen omgevingsvergunning voor de activiteit milieu in detail beoordeeld en getoetst.
Zaaknummer: 2021-208026
29
3.1.5.1 Luchtemissies Voor het drogen van het afval zijn inpandig opgesteld een achttal droger met elk een debiet van 125.000 m3/uur (totaal debiet 1.000.000 m 3/uur). De voor de drogers benodigde lucht wordt betrokken uit de afvalbunkers, productie- en logistiek ruimten, waardoor deze op onderdruk worden gehouden en er geen stof en geur kan ontsnappen. Alle afzonderlijke be- en verwerkingstappen (zie §2.2 van het besluit) zijn ondergebracht in een gesloten gebouw dat op lichte onderdruk wordt gehouden. De van ieder droger vrijkomende verontreinigde lucht wordt gezuiverd door de combinatie van een droge cycloon, natte gaswasser en een actief koolfilter. Voor wat betreft de inrichting van RWE/FUREC Zevenellen moeten ter vermindering van de gekanaliseerde emissies naar de lucht sowieso de in de BBT-conclusies afvalbehandeling opgesomde technieken worden toegepast en worden voldaan aan de met deze beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus (BBT-GEN’s). Indien voor een specifieke component in de BBTconclusies geen BBT-GEN is opgenomen moet worden voldaan aan de emissieconcentratie uit het Activiteitenbesluit. In hoofdstuk 2 van de BBT-conclusies afvalbehandeling wordt ingegaan op de BBT-conclusies voor de mechanische behandeling van afval. Stof In BBT 25 worden genoemd de BBT (één of een combinatie van) om de emissies van stof naar de lucht te verminderen.
Als BBT worden genoemd een cycloon, doekenfilter, natte gaswassing en waterinjectie in de shredder. Met de voorgenomen combinatie van een droge cycloon, natte gaswasser en een actief koolfilter wordt sowieso voldaan aan de voorgeschreven BBT. De BBT-GEN bedraagt 2-5 mg/Nm3. Indien een doekenfilter niet toepasbaar is, bedraagt de bovengrens van het bereik 10 mg/Nm3. Volgens de factsheets lucht emissiebeperkende technieken van Infomil kunnen met een cycloon voor stof, afhankelijk van de deeltjesgrootte, de volgende verwijderingsrendementen worden gerealiseerd: Verwijderende componenten Verwijderingsrendement (1) Stof (< 1 µm) 5% Stof (6-10 µm) 50% Stof (> 10 µm) 90% Stof (> 50 µm) 99% (1) Afhankelijk van de specifieke configuratie en bedrijfscondities. Waarden zijn in principe gebaseerd op halfuursgemiddelde waarden. Volgens de factsheets van lucht emissiebeperkende technieken van Infomil kan met een natte gaswasser voor (fijn) stof een verwijderingsrendement van 99% worden gerealiseerd, Afhankelijk van de specifieke configuratie en bedrijfscondities, en een restemissie van < 10 mg/Nm3.
Zaaknummer: 2021-208026
30
Met de door RWE/FUREC Zevenellen voorgenomen combinatie van BBT is het voldoen aan de BBTGEN geen probleem. Volgens de aanmeldnotitie kan met de droge cycloon een restemissie worden gerealiseerd van < 3,5 mg/Nm3 en met de nageschakelde natte gaswasser een restemissie van <0,35 mg/Nm3. Hieruit volgt dat met deze geschatte restemissie kan worden voldaan aan de ondergrens van de BBTGEN. Daarbij uitgaande van een debiet van 1.000.000 m3/uur komt dit overeen met een totaal stofemissie van 0,35 kg/uur en circa 3 ton/jaar (installatie 8.400 uur/jaar in bedrijf). Gelet op de aard van het proces betreft het hier voornamelijk grof stof met een deeltjesgrootte > 10 µm. Daarom is de restemissie aan stof niet meegenomen bij de beoordeling van de luchtkwaliteit. Totaal Vluchtige Organische Stoffen (TVOS) Naast BBT 25 is ook BBT 31 van toepassing bij de mechanische behandeling van afval met calorische waarde, als bedoeld in punt 5.3, onder a), iii), en punt 5.3, onder b), ii), van bijlage I bij Richtlijn 2010/75/EU. In deze RIE categorieën is genoemd de voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding. In BBT 31 worden genoemd de BBT (één of een combinatie van) om de emissies van stof naar de lucht te verminderen. Als BBT worden genoemd een adsorptie, biofilter, thermische oxidatie en natte gaswassing.
De van ieder droger vrijkomende verontreinigde lucht wordt sowieso gezuiverd door de combinatie van een droge cycloon, natte gaswasser en een actief koolfilter. De BBT-GEN bedraagt 10-30 mg/Nm3. Het BBT-GEN is alleen van toepassing wanneer organische verbindingen op basis van de inventarisatie zoals bedoeld in BBT 3 worden aangemerkt als relevant in de afgasstroom. Volgens de factsheets lucht emissiebeperkende technieken van Infomil kunnen met een actief koolfilter, afhankelijk van de specifieke configuratie/ bedrijfscondities, voor VOS een verwijderingsrendement worden gerealiseerd van 80-95% en een restemissie van 5-100 mg/Nm3. Als een van de randvoorwaarden voor een goede werking van het actief koolfilter worden genoemd een vochtgehalte van < 70% en een zo laag mogelijk stofgehalte (het liefst stofvrij). Een waarde van maximum van 3 mg/Nm3 wordt vooropgesteld. De verzadigde lucht uit de luchtwasser zal worden verwarmd met warmte uit het proces, waardoor te allen tijde is gewaarborgd dat het vochtgehalte van de ingaande lucht van het actief koolfilter minder dan 70% bedraagt. De werkingsgraad is afhankelijk van het type verontreiniging, het type actieve kool dat wordt gebruikt en de temperatuur en vochtigheid van de afgassen. Bij een goed werkende installatie kan een rendement van 95 – 99 % worden verwacht bij ingangsconcentraties van 500 – 2.000 ppm.
Typisch kunnen bij goede werking concentraties van 400 – 2.000 ppm tot onder 50 ppm worden gebracht. Met de door RWE/Furec Zevenellen voorgenomen combinatie van BBT is het voldoen aan de BBT-GEN geen probleem. Volgens de aanmeldnotitie kan met het actief koolfilter een restemissie worden gerealiseerd van 1 mg/Nm3.
Zaaknummer: 2021-208026
31
Hieruit volgt dat met deze geschatte restemissie kan worden voldaan aan de ondergrens van de BBTGEN. Daarbij uitgaande van een debiet van 1.000.000 m3/uur komt dit overeen met een totaal VOS emissie van minder dan 1 kg/uur en minder dan circa 8 ton/jaar (installatie 8.400 uur/jaar in bedrijf). Geur Alhoewel bij de aanmeldnotitie geen geuronderzoek is toegevoegd, volgt uit het geurbeleid voor bedrijventerrein Zevenellen en het hierin opgenomen strenge toetsingskader (zie §3.1.2.2 van het besluit) en de toepassing van BBT binnen de voorgenomen inrichting van RWE/FUREC Zevenellen (combinatie van een droge cycloon, natte gaswasser en een actief koolfilter) dat bij alle gevoelige objecten rondom bedrijventerrein Zevenellen op elk moment is gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar hinderniveau. Volgens de factsheets lucht emissiebeperkende technieken van Infomil kan alleen al met een actief koolfilter, afhankelijk van de specifieke configuratie/ bedrijfscondities, voor geur een verwijderingsrendement worden gerealiseerd van 80-95%. 3.1.5.2 Luchtkwaliteit Voor wat betreft de voorgenomen activiteiten binnen de inrichting van RWE/FUREC Zevenellen zijn relevant de emissies van fijn stof en stikstofdioxide.
Fijn stof komt vrij uit de gekanaliseerde emissie van de drogers (na de combinatie van een cycloon, natte gaswasser en actief koolfilter) verkeersbewegingen (vrachtwagens en personenauto’s) en scheepvaart. Stikstofdioxide komt vrij als gevolg van de verbrandingsmotoren van de vrachtwagens en scheepvaart. Op grond van artikel 5.16 van de Wm kan een omgevingsvergunning van een inrichting worden verleend, indien de concentratie in de buitenlucht van de in bijlage 2 van de Wm genoemde luchtverontreinigende stoffen (inclusief eventuele lokale bronnen in de omgeving van de inrichting) lager is dan de grenswaarden. Er zijn grenswaarden voor zwaveldioxide (SO 2), stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10 en PM2,5) lood, koolmonoxide en benzeen gesteld. Voor de toetsing aan de grenswaarden zijn met name relevant de concentraties van NO 2 en fijn stof, omdat de achtergrondconcentratie van NO2 en fijn stof landelijk gezien kritisch zijn. Zoals beargumenteerd in §3.1.5.1 van het besluit is de gekanaliseerde stofemissie van de droger niet meegenomen in de berekening voor de luchtkwaliteit. In de bijlage bij de aanvullende gegevens is opgenomen dat op basis van de NIBM-tool van Infomil is vastgesteld dat het extra verkeer in een tweetal scenario’s in NIBM bijdraagt aan de luchtverontreiniging voor NO2 en PM10 en daarom een toetsing aan de grenswaarden achterwege kan blijven.