Beleidsplan Samen spelen bewegen en ontmoeten 2024
Tekst van het document
Binnen de centrale speelruimtes kunnen uiteraard wel gedeeltes voorzien worden van een dichte ondergrond.
36
e. Speeltoestellen en meubilair toestellen in de openbare ruimte. Speeltoestellen en meubilair dienen bovendien duurzaam en onderhoudsvriendelijk te zijn. Dit betekent dat: enkel toestellen worden geplaatst met een erkend keurmerk, zoals bijvoorbeeld Tüv - enkel toestellen worden geplaatst die geleverd kunnen worden door een leverancier met wie de gemeente Leudal een overeenkomst heeft (aanbesteding). Dit onder meer vanwege de beschikbaarheid van onderdelen voor het onderhoud van de toestellen. - Wanneer een toestel afgekeurd wordt omdat deze niet meer aan de eisen voldoet, wordt deze verwijderd - Het voor inwoners niet is toegestaan om zonder overleg met de gemeente losse toestellen te plaatsen in of op gemeentegrond. Wanneer de gemeente losse toestellen in of op gemeentegrond constateert, zal een brief worden gestuurd naar de buurtbewoners met het verzoek het toestel te verwijderen. Mocht hier geen respons op komen, verwijdert de gemeente het toestel na vier weken - Toestellen in principe niet worden herplaatst. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken, als het om een relatief nieuw toestel gaat dat in een andere speeltuin herplaatst wordt.
Herplaatsing kan alleen als: o Het toestel voldoet aan de technische keuringseisen o Het toestel een geldig certificaat heeft o Het keurmerk van de leverancier zichtbaar aanwezig is op het toestel o Het toestel niet ouder is dan drie jaar
-
of picknicksets. Er moeten in elke centrale speelruimte voldoende zitplekken zijn om ontmoeting mogelijk te maken. Er moeten in ieder geval zitplekken zijn die zo gepositioneerd zijn dat (groot)ouders/verzorgers goed toezicht kunnen houden op de spelende kinderen. Bovendien moeten er voldoende schaduwplekken zijn. Bij picknickplekken moet ook een rolstoel kunnen aanschuiven. Er moeten bankjes zijn met leuningen, waarop kinderen en volwassenen met een handicap makkelijker steun vinden als ze willen uitrusten. Voldoende prullenbakken worden geplaatst conform de bestaande richtlijnen hiervoor. De gemeente heeft het recht om toestellen te verwijderen indien: 1. De speelruimte opgeheven wordt 2. Losse toestellen in of op gemeentegrond geplaatst zijn zonder overleg met de gemeente 3. Uit inspectie blijkt dat een toestel niet meer voldoet aan de veiligheidseisen 4. Toestellen niet meer voldoen aan de behoefte van de omwonenden f. Ondergrond De keuze van de ondergrond is afhankelijk van de inrichting. Er zijn verplichtingen ten aanzien van de valdempende werking bij toestellen van verschillende hoogtes. Aan deze eisen moet in ieder geval worden voldaan. 37
Bij de ondergrond is er de keuze uit verschillende materialen, die elk hun voor- en nadelen hebben. De meest voorkomende materialen zijn: a) Gras en kunstgras b) Boomschors en andere natuurlijke materialen (perzikpitten, houtsnippers) c) (Val)zand d) Rubberen tegels en gietrubber e) Bestrating/beton a) Gras Gras biedt voldoende valdemping bij een beperkte valhoogte (maximaal 1 meter). Gras heeft als voordeel dat het natuurlijk is. Gras zal gemaaid moeten worden en regelmatig bijgezaaid moeten worden. Dit betekent meer onderhoud. Het risico is ook dat het gras op een gegeven moment niet meer goed doorkomt en het een harde zandgrond wordt. Kunstgras is onderhoudsvriendelijk maar heeft geen valdempende eigenschappen en zal, als er toestellen met een grotere valhoogte geplaatst worden, gecombineerd moeten worden met een valdempende ondergrond. Bij de valhoogte van een (nest)schommel is de valhoogte beduidend groter dan de hoogte waarop de schommel zelf hangt. Onder een schommel is (kunst)gras daarom niet veilig. Tussen gras en een valondergrond dienen altijd opsluitbanden te worden geplaatst. b) Boomschors Boomschors en andere natuurlijke valdempende ondergronden bieden een goede demping bij vallen. Dit geldt alleen als de laag boomschors dik genoeg is.
Bij een valhoogte van twee meter is een laag boomschors van minimaal 30 centimeter noodzakelijk en bij een valhoogte van drie meter is 40 centimeter noodzakelijk. Nadeel van boomschors is dat het weggespeeld wordt en dat er schimmelvorming kan optreden. Houtsnippers worden gemaakt van houtafval en dragen daarmee bij aan duurzaamheid. c) (Val)zand (Val)zand biedt een goede dempende werking bij vallen. Ook bij (val)zand is de minimale dikte van de laag 30 centimeter. Niet elk zand is geschikt als valdempende ondergrond. Er is speciaal valzand nodig. Dit is relatief goedkoop. Voor kinderen heeft een extra speelwaarde. Voor katten helaas ook, zij willen nog wel eens hun behoefte in doen. Nadelen zijn dat het zand ook op en tussen de speeltoestellen komt, waardoor toestellen sneller kunnen slijten. d) Rubber tegels en gietrubber Rubber tegels vormen de meest veilige ondergrond omdat ze uitstekende schokabsorberende eigenschappen hebben. Bovendien vergen ze vrijwel geen onderhoud. Ze gaan lang mee en als ze toch vervangen moeten worden, gaat dit eenvoudig. Daarbij dragen ze bij aan duurzaamheid, omdat ze veelal gemaakt worden van gerecyclede autobanden (een afvalstof). Bij een valhoogte van drie meter volstaat een tegeldikte van 10 centimeter.
Nadeel is dat rubber tegels relatief duur zijn, verhoudingsgewijs het meeste onderhoud nodig hebben en dit onderhoud zeer arbeidsintensief is. De onkruid-
38
beheersing bij deze ondergrond is het intensiefste omdat hier niet met elk onkruidbestrijdingsmiddel gewerkt kan worden, waardoor er vaak voor handwerk gekozen wordt. Het gegoten rubber is daarin tegen een betere keuze: hier is vrijwel geen onkruidbeheersing bij nodig. Gietrubber heeft dezelfde eigenschappen en ziet er strak en naadloos uit. Ook kunnen kleuren of figuren worden toegepast voor een vrolijke uitstraling. Bovendien kan gietrubber op alle ondergronden worden aangebracht (ook op bijvoorbeeld een speelheuvel). Het is het erg rolstoelvriendelijk. Gietrubber is echter duurder in aanleg dan rubber tegels. e) Bestrating/beton Bestrating/stenen/beton bieden geen dempende werking bij vallen. Ook laat het geen regenwater door en is daarom niet klimaatvriendelijk. Het is wel rolstoelvriendelijk. g. Inrichting natuurlijk spelen Omdat we het spelen met grote toestellen concentreren in de centrale speelruimtes, zullen op den duur op kleinere speellocaties de grote toestellen verdwijnen. Kleine speeltoestellen (zoals een wipkip) zijn nog wel mogelijk. Deze
bijvoorbeeld zand, takken, kiezels, beplanting, grote keien, boomstronken etc. Natuurlijk spelen levert een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van creativiteit, fantasie en vindingrijkheid. Kinderen bewegen meer in een natuurlijke omgeving, ervaren meer gevoel van vrijheid, hebben meer kans om avonturen te bleven en ontwikkelen meer vermogen om nieuwe dingen te ontdekken. Omdat kinderen zelf het spel creëren, raken ze minder snel verveeld (hierdoor is er zelfs minder kans op pesten en ander ongewenst gedrag!). Op locaties waar gekozen is voor natuurlijk spelen worden enkel natuurlijke materialen toegepast. Dit geldt voor zowel de ondergrond als voor de toestellen. h. Demografische toets Ontwerpen en initiatieven moeten bij de demografische ontwikkelingen in de omgeving passen. Dit betekent dat duidelijk in beeld moet zijn wat de omvang van de doelgroep is. Hiermee zorgen we ervoor dat de voorzieningen ook daadwerkelijk benut worden. Een skatebaan past bijvoorbeeld niet in een sterk vergrijsde of vergrijzende buurt. Een wipkip past daarentegen wel in diezelfde buurt, omdat grootouders dan op korte afstand met hun kleinkinderen naar een speelplek kunnen gaan. In deze buurt past, indien er behoefte aan is, bijvoorbeeld ook een jeu de boules baan. Dit betekent dat bepaalde voorzieningen met de demografische ontwikkelingen mee verplaatsbaar kunnen zijn.
Zoals bijvoorbeeld een wip of wipkip, voetbalgoaltjes of een jeu de boulesbaan. Het gaat dan altijd om kleinere voorzieningen.
39
Voorzieningen als een skatebaan, bmx/crossbaan, basketbalveld etc. worden voornamelijk gebruikt door oudere jeugd. Omdat de doelgroep zichzelf makkelijker over grotere afstand verplaatst, is de locatie minder afhankelijk van demografische ontwikkelingen. Bij dergelijke voorzieningen zijn de benodigde ruimte en eventuele (geluids)overlast van grotere invloed. De demografische ontwikkelingen zijn daarom bij deze voorzieningen niet doorslaggevend. Naast de omvang van de doelgroep is de behoefte van de buurt aan een bepaald toestel of een voorziening doorslaggevend voor de plaatsing of aanleg ervan. i. Duurzaamheid en klimaatvriendelijkheid Op openbare speelplekken liggen veel kansen om buurten en wijken klimaatbestendiger te maken. Deze ruimtes lenen zich bij uitstek om wateroverlast en hittestress in wijken tegen te gaan. Door vergroening en waterberging. Door voldoende (grote) bomen en struiken te plaatsen voor de nodige schaduw, waardoor speelplekken ook in hartje zomer bespeelbaar blijven. Horen, zien, ruiken, voelen: groen is l om geen fruitbomen of -struiken te plaatsen i.v.m. wespen. We willen enkel van materialen en toestellen met een lange levensduur en gebruiksduur. Hergebruik en hernieuwbare materialen hebben de voorkeur. j. Omgevingsdialoog Bij elk ontwerp of initiatief moet de omgevingsdialoog zijn gevoerd.
Dit houdt kortweg in dat de omgeving tijdig op de hoogte wordt gesteld van de voornemens, zodat de omwonenden mee kunnen denke en wensen en bezwaren kenbaar kunnen maken. Bij het ontwerp of initiatief kan dan al in een vroeg stadium rekening worden gehouden met de ideeën en wensen van de omgeving. De initiatiefnemer is niet verplicht om met de/alle ideeën en wensen van de omgeving rekening te houden. Echter: wanneer dit wel gebeurt, wordt de kans op ellenlange juridische (beroeps)procedures aanmerkelijk kleiner en het draagvlak groter. De wijze waarop de omgevingsdialoog wordt gevoerd staat de initiatiefnemer(s) in principe vrij, op voorwaarde dat deze dusdanig wordt gevoerd dat de uitkomst voldoet aan de beleidsmatige en juridische kaders van de gemeente Leudal. k. Commercieel medegebruik Activiteiten met winstoogmerk niet zijn toegestaan. Ouders kunnen wel een kinderfeestje houden in de openbare speelruimte en hiervoor iemand inhuren. Een bedrijf dat kinderfeestjes organiseert mag dit niet standaard in een speelruimte uitvoeren. Een fysiotherapeut kan met een cliënt gebruik maken van de fitnesstoestellen voor buiten, maar mag niet standaard zijn praktijk in de openbare speelruimte uitvoeren. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld bootcamps etc.
Dit vanuit de gedachte dat: - de speelruimtes openbaar toegankelijk zijn, ook voor mensen met een krappere beurs - er altijd voldoende ruimte is voor de kinderen om te spelen - we geen oneerlijke concurrentie willen faciliteren. l. Inclusiviteit Bij de inrichting van de speelruimte wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de adviezen van de Speeltuinbende en het Samenspeelfonds. Zij hebben praktische tips en richtlijnen opgesteld om een speeltuin te creëren die voor iedereen leuk is. 40
Om te zorgen dat een speelruimte inclusief is, moet er een centraal pad zijn. Dat pad moet een minimale breedte hebben van 1,2m. Een versmalling van 0,9m mag, zolang de versmalling niet langer is dan 1,2m. Het pad moet vlak zijn, oneffenheden zijn maximaal 2 cm hoog. De rand van het centrale pad moet voelbaar zijn door een voelbare andere ondergrond ernaast, zodat visueel beperkte kinderen gemakkelijk het centrale pad kunnen volgen. Speeltoestellen dienen op een stevige ondergrond te staan, zodat het gemakkelijker is voor verzorgers om hun kind op en van het toestel af te helpen. De speeltoestellen zelf moeten voorzien zijn van leuningen, zoals rugleuningen bij een wip of schommel. Bij een glijbaan gaat het dan om een leuning naast de trap. Een inclusieve wip heeft aan beide zijden twee zitjes. Hierdoor kan een begeleider van een invalide kind achter het kind plaatsnemen. Voor kinderen die niet van het centrale pad af kunnen, moeten op verschillende hoogtes interactieve speelelementen langs het pad worden geplaatst. Voor de volledige richtlijnen: htttp://samenspeelnetwerk/richtlijnen. m. Mogelijkheden en ruimte voor alle leeftijden Binnen de centrale speelruimtes wordt duidelijk onderscheid gemaakt in de ruimte voor de verschillende leeftijdscategorieën (zonering).
Dit betekent dat er delen in de ruimte zijn waar de toestellen voor de jongere kinderen zijn, waar de toestellen voor de iets oudere kinderen en waar die voor volwassenen zijn. Dit opdat er voor
worden niet binnen de centrale speelruimtes gerealiseerd. n. Roken, alcohol- en drugsgebruik In alle speelruimte van de gemeente Leudal geldt dat geen enkele vorm van roken, alcohol- en drugsgebruik is toegestaan. Dit betekent dat ook bijvoorbeeld vapen niet is toegestaan in de speelruimte. Er worden daarom geen voorzieningen voor middelengebruik (zoals bijvoorbeeld asbakken of -tegels) geplaatst. o. Onderhoudskosten Er worden alleen toestellen en ondergronden aangelegd die verhoudingsgewijs redelijke onderhoudskosten met zich meebrengen.
5.3
Richtlijn omgaan met verzoeken van inwoners
Regelmatig ontvangt de gemeente kleine verzoeken van inwoners. Het gaat dan om het plaatsen van bijvoorbeeld twee voetbalgoaltjes of een klein toestel. Dergelijke verzoeken kunnen gehonoreerd worden, op voorwaarde dat de dorpsvertegenwoordiging (dorpsraad) hiermee akkoord gaat. De kosten die dergelijke verzoeken met zich meebrengen komen immers ten laste van het totale budget voor speelruimte-inrichting in het betreffende dorp. De plaatsing van dergelijke toestellen of
41
speelaanleidingen gebeurt vervolgens door de gemeente Leudal zodra daar tijd en capaciteit voor is.
42
Hoofdstuk 6:
Uitvoeringsprogramma
We starten met het ontwikkelen van de ontwerpen in enkele dorpskernen. Per jaar pakken we maximaal drie dorpskernen aan. Dit in verband met de uitvoerbaarheid (onder andere de capaciteit bij de afdeling ruimte). Voor de volgorde waarin de dorpskernen aan bod komen, is de staat van onderhoud van huidige speelruimte leidend. Op basis daarvan is in samenspraak met onderhoud en beheer een uitvoeringsprogramma opgesteld. Dit is opgenomen in onderstaande planning. Omdat uit het onderzoek van Speelplan is gebleken dat in Haelen nog geen goede grotere speelvoorziening aanwezig is, willen we Haelen prioriteren in het uitvoeringsprogramma. In alle speelruimtes gaan we voor zoveel mogelijk inclusiviteit. Tenminste één dorp krijgt een volledig inclusieve speelruimte (norm Samenspeelfonds: 70% van de speelaanleidingen bereikbaar voor iedereen en 50% van de speelaanleidingen bespeelbaar is voor iedereen). Ook het dorp waar deze volledig inclusieve speelruimte komt, wordt geprioriteerd. Het ontwikkelen van de plannen gaan we laten begeleiden door een externe partij. Gezien de grootte van de opdracht is aanbesteding noodzakelijk. Om vertraging te voorkomen kan gestart worden met een kleine opdracht aan bureau Speelplan om in een eerste dorpskern aan de slag te gaan met het begeleiden van het dorp bij het ontwerp van de speelruimte. Zo wordt in ieder geval al een start gemaakt.
Vanwege uniformiteit en onderhoudsgemak dienen toestellen bij één leverancier te worden afgenomen. Ook hier zal aanbesteding noodzakelijk zijn. De laatste jaren is minder onderhoud, inspectie en beheer noodzakelijk geweest. Dit omdat een deel van de toestellen zodanig verouderd was, dat ze om veiligheidsredenen is verwijderd. De investeringen in speelruimte betekenen meer toestellen dan er nu aanwezig zijn. Voor het onderhoud en beheer is daarom 1 fte extra nodig. Deze extra fte voor onderhoud en beheer moet nog geworven worden.
43
Wat
Wie
Wanneer (start)
Aanbesteding begeleiding ontwerp per dorpskern
Afdeling ruimte i.s.m. afdeling samenleving
Q1 2024
Opdracht verlening aan Bureau Speelplan begeleiding Ittervoort
Afdeling samenleving
Q1 2024
Start begeleiding Ittervoort
Bureau Speelplan
Q1 2024
Aanbesteding speeltoestellen
Afdeling ruimte
Q1 2024
Aantrekken medewerker onderhoud en inspectie
Afdeling ruimte i.s.m. P&O
Start begeleiding Haelen
Adviesbureau12
Q2 2024
Start begeleiding Horn
Adviesbureau
Q3 2024
Start begeleiding Neer
Adviesbureau
Q1 2025
Start begeleiding Baexem
Adviesbureau
Q2 2025
Start begeleiding Ell
Adviesbureau
Q3 2025
Start begeleiding Nunhem
Adviesbureau
Q1 2026
Start begeleiding Heythuysen
Adviesbureau
Q2 2026
Start begeleiding Haler
Adviesbureau
Q1 2027
Start begeleiding Buggenum
Adviesbureau
Q2 2027
Start begeleiding Grathem
Adviesbureau
Q1 2028
Start begeleiding Kelper-Oler
Adviesbureau
Q2 2028
Start begeleiding Hunsel
Adviesbureau
Q3 2038
Start begeleiding Roggel
Adviesbureau
Q1 2029
Start begeleiding Heibloem
Adviesbureau
Q2 2029
Start begeleiding Neeritter
Adviesbureau
Q3 2029
Tussentijdse evaluatie speelruimtebeleid
Afdeling samenleving (i.s.m. afdeling ruimte)
Q2/3 2025
Tabel 4: Planning uitvoering speelruimtebeleid
het bureau dat de opdracht voor de begeleiding van het ontwerp van de speelruimte gegund heeft gekregen na aanbesteding
12
44
Hoofdstuk 7:
Financiën
Voor de komende 10 jaar, met ingang van 2024, is een totaalbudget van 3 miljoen euro begroot. Dit bedrag is volledig bestemd voor investering en vervanging, niet voor onderhoud en beheer. Voor beheer en onderhoud staat een structureel bedrag - op de begroting. Doordat we gefaseerd te werk gaan, wordt het budget ook gefaseerd besteed. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht om subsidie te krijgen, zoals bijvoorbeeld voor inclusie. Drie miljoen euro lijkt voor investering in de speelruimte en vervanging van toestellen mogelijk veel. Voor de beeldvorming volgen hieronder enkele toestellen en een stalen fitnesstoestel voor buiten. Iets grotere toestellen zitten al gauw tussen -. Echt grote toestellen variëren in prijs tot wel -. Daarnaast zijn er de kosten voor de ondergrond, beplanting, meubilair zoals een picknicktafel/bank en prullenbakken.
Verdeling financiële middelen Voor elke dorpskern hebben we budget. Dit budget is bedoeld voor de totale speelruimte in een dorpskern. Dus zowel voor de centrale speelplek als voor eventuele aanpassingen in de kleinere speelruimtes (bijvoorbeeld voor een wipkip of wip of natuurlijk spelen). We gaan bewust voor een richtlijn en leggen geen exacte bedragen vast. Dit opdat we dan goed kunnen inspelen op de actuele plaatselijke situatie. Zo geldt dat in dorpskernen waar een tweede of zelfs derde centrale speelruimte wordt gerealiseerd, naar verwachting extra financiële middelen noodzakelijk zijn. Dit geldt ook voor de twee dorpskernen waar de inclusieve speelruimte wordt gerealiseerd. Daarnaast zijn er dorpskernen waar al redelijk goede voorzieningen liggen en 45
dorpskernen waar veel moet gebeuren. Bovendien kan het zijn dat we gebruik kunnen maken van subsidieregelingen. Als richtlijn voor de hoogte van het budget per dorpskern gaan we uit van een -. Voor 16 dorpskernen betekent dit een -. Aan dit basisbedrag wordt per dorpskern een bedrag per - toegevoegd13. Het totaalbedrag uitgaande van deze richtlijn is -. Dit betekent dat er ruim een half miljoen euro resteert voor extra investeringen voor de dorpen waar dit nodig is en voor de begeleiding van de dorpen. Voor de uitbesteding van de begeleiding van de inwonersparticipatie bij 3.500,-
Dorpskern
Basisbedrag
Aantal inwoners
- per dorpskern.
Bedrag op Totaal bedrag basis van inwoneraantal
Heythuysen
110.000
6625
132.500
242.500
Haelen
110.000
4415
88.300
198.300
Roggel
110.000
4285
85.700
195.700
Horn
110.000
3775
75.500
185.500
Neer
110.000
3350
67.000
177.000
Baexem
110.000
2650
53.000
163.000
Ittervoort
110.000
1675
33.500
143.500
Grathem
110.000
1650
33.000
143.000
Ell
110.000
1470
29.400
139.400
Neeritter
110.000
1250
25.000
135.000
Kelper-Oler
110.000
1185
23.700
133.700
Hunsel
110.000
965
19.300
129.300
Buggenum
110.000
945
18.900
128.900
Heibloem
110.000
745
14.900
124.900
Nunhem
110.000
656
13.120
123.120
Haler
110.000
495
9.900
119.900
1.760.000
36.136
722.720
2.482720
Totalen
Tabel 5: Overzicht verdeling budgetten per dorpskern
13
inwonersaantallen peiljaar 2023 46