CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan Samen spelen bewegen en ontmoeten 2024

Commissievergadering Sociaal 22 januari 2024, gemeente LeudalBij agendapunt: Beleidsplan Samen spelen, bewegen en ontmoeten 2024 – 2034 (speelruimtebeleid)12.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

SAMEN SPELEN, BEWEGEN EN ONTMOETEN

Nota speelruimtebeleid 2024 Leudal, januari 2024

2034

1

Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting Hoofdstuk 1: inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Missie 1.3 Visie 1.4 Doelstellingen 1.5 Relatie met ander beleid 1.6 Totstandkoming van dit beleidsplan Hoofdstuk 2: Het belang van spelen en goed ingerichte speelruimtes 2.1 Waarom spelen zo belangrijk is 2.2 Waarom voldoende en goed ingericht speelruimte zo belangrijk is 2.3 Wat verstaan we onder speelruimte

4 5 6 7 7 8 8 9

10 10 11

Hoofdstuk 3: Inventarisatie 3.1 Huidige situatie 3.1.1 Onderzoek Speelplan 3.1.2 Resultaten onderzoek 3.1.3 Bevindingen in de kleinere dorpen 3.1.4 Bevindingen in de grotere dorpen 3.2 Bewonersonderzoek 3.2.1 Respons 3.2.2 Resultaten 3.2.2.1 Speelfrequentie 3.2.2.2 Beperkingen 3.2.2.3 Favoriete type buitenlocatie 3.2.2.4 Favoriete (speel)locatie in de gemeente Leudal 3.2.2.5 Tevredenheid en verbeteringen aanbod 3.2.2.6 Verzorgers 3.2.2.7 Aandachtspunten 3.2.3 Resultaten uit het bewonersonderzoek versus beleid 3.3 Demografische ontwikkelingen

12 12 12 14 15 17 17 18 19 19 20 20 20 21 21 21 22

Hoofdstuk 4: Speerpunten van beleid 4.1 Centrale speel- en ontmoetingsplekken 4.2 Divers sport- en speelaanbod 4.3 Inclusievere speelruimte 4.4 Vergroten betrokkenheid van bewoners 4.5 Vergroenen van de speelruimte 4.6 Openbare speelruimte

25 26 27 29 30 31

2

Hoofdstuk 5: Kaders en richtlijnen 5.1 Juridische kaders voor het speelruimtebeleid 5.1.1 Landelijke wetgeving 5.1.2 Gemeentelijke regelgeving 5.2 Toetsingskaders voor de inrichting van speelruimtes 5.3 Richtlijn omgaan met verzoeken van inwoners

33 33 34 35 41

Hoofdstuk 6: Uitvoeringsprogramma

42

Hoofdstuk 7: Financiën

44

Bijlagen A B C

Raadsmotie november 2022 Tabel huidige speelruimtes in de gemeente Leudal (peiljaar 2020) Resultaten bewonersonderzoek

3

Voorwoord Beste lezer, Het is mij een groot genoegen om het speelruimtebeleidsplan voor de periode 2024-2034 aan u te presenteren. Dit beleidsplan, gebaseerd op onze gedeelde visie op spelen en speelruimte, is een belangrijke stap voorwaarts in de realisatie van onze ambities zoals vastgelegd in ons coalitieakkoord 2022-2026. Spelen en buiten zijn is essentieel voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren en draagt bij aan een gezonde leefstijl voor alle leeftijden. Ons beleid richt zich op het creëren van veilige, toegankelijke en goed onderhouden Speel-, Sport- en Ontmoetingsplaatsen (SSOP) die aansluiten bij de behoeften en wensen van onze inwoners. Een onderzoek naar de behoeften van inwoners naar onze speelruimten heeft ons waardevolle inzichten gegeven. Wij erkennen de noodzaak voor verbetering in onderhoud, uitdagend en inclusief spelen, en speelmogelijkheden die aansluiten bij de hedendaagse behoeften van onze kinderen. De zes speerpunten van ons beleid (centrale speel- en ontmoetingsplekken, divers sport- en speelaanbod, inclusievere speelruimte, vergroten betrokkenheid bewoners, vergroenen van de speelruimte, en openbare speelplekken) vormen de basis van onze aanpak. Deze punten zijn zorgvuldig ontworpen om samenhang te vinden tussen de behoeften van onze inwoners en de langetermijnvisie van de gemeente Leudal.

Een participatieve aanpak hierin vinden we als gemeente belangrijk. Wij streven ernaar samen met inwoners, betrokken partijen en vooral de gebruikers onze speelruimten vorm te geven. Dit proces van co-creatie is fundamenteel in het verwezenlijken van onze doelstellingen en zorgt ervoor dat onze speelruimten een weerspiegeling zijn van de wensen en behoeften van uw inbreng. Dit beleidsplan is niet alleen een plan op papier; het is een levend document dat de basis vormt voor concrete acties en projecten in onze gemeente. De geplande uitvoering over een periode van 10 jaar is een getuigenis van onze langetermijnverbintenis om de kwaliteit van leven in Leudal te verhogen. Ik nodig u uit om actief deel te nemen aan dit mooie traject. Uw inbreng en betrokkenheid zijn belangrijk om van onze gemeente een nog aangenamere plek te maken voor iedereen. Samen kunnen we van Leudal een gemeente maken waar spelen, sporten en ontmoeten centraal staan in het dagelijkse leven. Met vriendelijke groet, Robert Martens, Wethouder Speelruimten

4

Samenvatting In dit speelruimtebeleid voor de periode 2024 2034 is een visie op spelen en speelruimte concreet vertaald in beleidsuitgangspunten. Het doel van dit beleidsplan is om te komen tot veilige, toegankelijke en goed onderhouden speel, sport en ontmoetingsplaatsen (SSOP). Daarnaast is het doel om in te zetten op betrokkenheid van de buurt bij de SSOP en aan te laten sluiten bij de samenstelling, behoefte en wensen van de inwoners van de verschillende dorpen. Ook willen we ons als gemeente Leudal inzetten voor inclusief spelen. Buitenspelen en -zijn is belangrijk voor kinderen en jongeren. Ze leren ervan, ontwikkelen hun lichaam beter en het bevordert de gezondheid. De motivatie van kinderen en jongeren om buiten te zijn en spelen is gevarieerd. Het gaat van voetbal, tot verstoppertje tot kletsen en buiten zijn. Ook voor volwassenen is buiten zijn en bewegen goed, zij vinden het bovendien leuk om hun kinderen buiten te zien spelen en hebben behoefte aan het ontmoeten van anderen. Die verschillende motivaties hebben één gezamenlijke drijfveer: samen spelen, bewegen en ontmoeten. Deze beleidsnotitie is mede gebaseerd op een recent onderzoek ten aanzien van de speelruimten binnen de gemeente Leudal. Uit onderzoek blijkt dat een kleine meerderheid van de inwoners tevreden is over de huidige speelruimte.

Ruimte voor verbetering op het gebied zien we vooral op het gebied van onderhoud, uitdagend spelen, inclusief spelen en meer speelmogelijkheden aangepast op de behoefte van kinderen van deze tijd. Ook is het wenselijk rekening te houden met de vergrijzende bevolking en duurzaamheid/klimaatbestendigheid. In het speelruimtebeleid zijn een aantal beleidsuitgangspunten geformuleerd in zes speerpunten. Deze zijn vanzelfsprekend onderling met elkaar verweven. De zes speerpunten van het speelruimtebeleid zijn: 1. centrale speel- en ontmoetingsplekken 2. divers sport- en speelaanbod 3. inclusievere speelruimte 4. vergroten betrokkenheid bewoners 5. vergroenen van de speelruimte en 6. openbare speelplekken. Daarnaast zijn er duidelijke normen en richtlijnen uitgewerkt die de basis vormen voor de verder uitwerking van de opgave door middel van een uitvoeringsplan. Voor het opstellen van het uitvoeringsplan is de technische staat van het onderhoud van de speeltoestellen en ondergronden primair leidend. Speeltoestellen moeten veilig zijn. Tijdig onderhoud en vervanging is essentieel. Voor de uitvoering van het beleid wordt een periode van 10 jaar uitgetrokken. De uitvoering zal verspreid over de gemeente Leudal plaatsvinden.

In het ene dorp zal een opgave tot omvormingen van een aantal voorzieningen worden doorgevoerd, terwijl in een ander dorp het gemis aan een voorziening wordt opgevuld. Belangrijk is, dat hierin een balans wordt gevonden tussen het aantal nieuw te realiseren of aan te passen speelplekken. Uitbreidingen kunnen niet overal direct worden gerealiseerd. Uiteindelijk is het doel om, daar waar een opgave ligt in het uitvoeringsplan, deze concreet uit te werken samen met bewoners van de betreffende dorpen, betrokken 5

partijen en vooral gebruikers. Het participeren van inwoners is gebaseerd op de aard en de omvang van de te vervangen speelvoorzieningen, het investeringsbedrag dat hiermee samenhangt en de impact die de vervanging heeft op de gebruikers. Voor de gefaseerde uitvoering zijn, voor zowel het dagelijks- en periodiek onderhoud, alsmede voor de vervangingen aan het einde van de levensduur in principe voldoende middelen beschikbaar, dan wel gereserveerd. Er is gebruik gemaakt van een verdeelsleutel op basis van een standaard bedrag, aangevuld met een bedrag op basis van inwonersaantallen, om de financiële middelen te verdelen tussen de 16 dorpen in de gemeente Leudal. Op deze manier is er voor ieder dorp voldoende budget beschikbaar voor de ontwikkeling van de speelruimte.

6

Hoofdstuk 1: 1.1

Inleiding

Aanleiding om nieuw speelruimtebeleid op te stellen

In 2009 is voor het laatst speelruimtebeleid opgesteld. Er zijn verschillende redenen om nu speelruimtebeleid op te stellen: a. In 2020 heeft de gemeenteraad geld gereserveerd voor investeringen in speelruimte b. Raadsmotie d.d. 8 november 2022 (2022-180, bijlage 1) c. Veel van de huidige speelplekken en speeltoestellen moeten vervangen worden vanwege ouderdom en slijtage d. De wensen en behoeften van de kinderen zijn veranderd 1. De huidige speelplaatsen voldoen hier niet aan e. De huidige speelruimte biedt niet overal genoeg mogelijkheden voor natuurlijk, avontuurlijk en uitdagend spelen f. Het ontbreken van actueel speelruimtebeleid vormt een probleem voor team ruimtelijk beheer bij het herschikken van speeltoestellen. De looptijd van het geactualiseerde speelruimtebeleid is in principe tien jaar (2024 2034). 1.2

Missie Veilige en uitnodigende speel-, sport- en ontmoetingsruimtes voor alle inwoners van de gemeente Leudal

Onze missie is om de openbare ruimte zo in te richten dat alle inwoners gestimuleerd worden om buiten te spelen, sporten en elkaar te ontmoeten. Het gaat daarmee niet alleen om speelplekken voor kinderen, ook de ontmoetings- en - en beweegruimte gaan we in samenhang ontwikkelen en afstemmen. Het speelruimtebeleid is daarmee niet alleen gericht op kinderen, maar voor iedereen. 1.3

Visie Vitale dorpen vragen om maatwerk per dorpskern en om diversiteit in speelruimte

De gemeente Leudal vindt goede speel- en sportruimte belangrijk en wil hierin blijven voorzien in de toekomst. Immers: speel-, sport- en ontmoetingsplekken dragen bij aan de leefbaarheid van de dorpen. Het is daarbij niet het doel om op zoveel mogelijk plekken speeltoestellen te plaatsen. We willen juist variëren in 1 Dit bleek uit een onderzoek dat adviesbedrijf Speelplan heeft uitgevoerd onder inwoners van de gemeente Veere. Dit wordt bevestigd door de resultaten van het bewonersonderzoek in de gemeente Leudal

7

speelvoorzieningen en vormen en zorgen dat iedereen geprikkeld wordt om lekker buiten te spelen en bewegen en vooral ook om elkaar te ontmoeten. 1.4

Doelstellingen

Vanuit deze visie komen we tot de volgende doelstellingen: a. de speel- sport- en ontmoetingsplaatsen (SSOP) sluiten aan op de samenstelling, behoefte en wensen van de inwoners van de verschillende dorpen b. grotere betrokkenheid van de buurt door de SSOP c. meer aandacht voor inclusief spelen d. de veiligheid van de SSOP is op orde e. onderhoud van de SSOP is op orde f. toegankelijke SSOP: goede ligging en bereikbaarheid van de SSOP 1.5

Relatie met ander gemeentelijk beleid

Programma 4 aan de slag met talent: iedereen doet mee, telt mee en draagt bij naar eigen willen dat meer inwoners een gezonde leefstijl hebben, we de leefbaarheid en de sociale cohesie bevorderen en dat meer jeugdigen gezond en veilig opgroeien. Leefstijlakkoord vinden het belangrijk dat er een gezonde omgeving is voor het kind, onder meer in de openbare ruimte. En dat ieder kind de mogelijkheid heeft om te sporten en te bewegen, ieder op zijn eigen manier. Niemand mag worden buitengesloten. Sportbeleid Op dit moment is er geen actueel sportbeleid. Het sportbeleid zal in de loop van 2024 worden opgesteld. Jongeren kunnen elkaar op verschillende plekken ontmoeten. Dit kan via sportclubs of verenigingen, maar soms willen jongeren ook gewoon ergens met elkaar kunnen afspreken. Er zijn twee soorten ontmoetingsplekken: plekken die samenkomen, zonder dat dit gestuurd wordt. Het JOP-beleid voor de gemeente Leudal zal in de loop van 2024 worden ontwikkeld en maakt geen onderdeel uit van het speelruimtebeleid. Lokale Inclusie Agenda (LIA) Gemeenten zijn verplicht om in een periodiek plan aan te geven hoe zij uitvoering geven aan het VN-Verdrag Handicap. Een zogenoemde Lokale Inclusie Agenda. Vrije tijd en spelen zijn onderdeel van de LIA.

8

1.6

Totstandkoming van dit beleidsplan

In 2020/2021 is onderzoek gedaan door bureau Speelplan naar de speelruimte in de gemeente Leudal. Bij dit onderzoek zijn de afdelingen beheer, ruimte en samenleving betrokken. De resultaten van dit onderzoek zijn door Speelplan verwerkt in een rapport met adviezen. Dit rapport met adviezen hebben we gebruikt als basis voor een houtskoolschets voor het speelruimtebeleid. In de houtskoolschets zijn onder meer de speerpunten van beleid geformuleerd. De houtskoolschets hebben we voorgelegd aan de afdelingen beheer, ruimte en samenleving. We hebben inwoners in de gelegenheid gesteld om hun wensen en opmerkingen ten aan zien van de speelruimte kenbaar te maken. Via de gemeentelijke website, een mailbericht aan de dorpsraden en via een QR-code in 16 grotere speeltuinen in de gemeente konden inwoners op de website van de gemeente kennis nemen van de voorgenomen speerpunten van beleid en kregen zij toegang tot de vragenlijst. De vragenlijst kon per leeftijdscategorie worden ingevuld. In totaal hebben 320 kinderen, 13 jongeren en 322 volwassenen de vragenlijst ingevuld. Deze resultaten zijn door Speelplan verwerkt tot adviezen die meegenomen zijn in het speelruimtebeleid dat nu voor u ligt. Intern is integraal afgestemd, onder meer over de kaders voor kwaliteit en inrichting en over het totale beleid.

Ook is gebruik gemaakt van informatie van Jantje Beton, Speelbende en speelruimtebeleid van andere gemeenten.

9

Hoofdstuk 2: Het belang van spelen en goed ingerichte speelruimtes In dit hoofdstuk behandelen we het belang van spelen en goed ingerichte speelruimtes. Bovendien bakenen we af wat we in dit speelruimtebeleid onder speelruimte verstaan en wat we wel en niet meenemen in dit beleidsplan. 2.1 Buitenspelen is niet alleen gezond, spelen is ook van groot belang voor een evenwichtige ontwikkeling van kinderen. Kinderen ontwikkelen motorische, cognitieve, sociale, creatieve en emotionele vaardigheden die belangrijk zijn om deel te nemen aan de samenleving (Buiten)spelen: draagt bij aan de sensomotorische ontwikkeling van het kind. Oftewel: aan de ontwikkeling van de zintuigen (zoals oren, ogen, maar ook tastzin, evenwicht) en aan de ontwikkeling van de motoriek, het vermogen om te kunnen bewegen (lopen, springen, huppelen, schrijven, knippen etc.); verbetert de algehele conditie. Kinderen die buiten spelen zijn gezonder dan kinderen die veel binnen zitten.

Kinderen die niet (kunnen) buitenspelen blijken zelfs ongezond te zijn! bevordert probleemoplossend gedrag, het logisch denken en de taal- en betekenisverwerving draagt bij aan de sociale contacten in de buurt biedt spelmogelijkheden die binnen niet mogelijk zijn (en bevordert daarmee onder andere creativiteit) biedt kinderen relatief veel vrijheid, waarbij ze hun eigen spel en bezigheden kiezen heeft een positief effect op de persoonlijkheidsontwikkeling van het kind (sociale interactie, zelfbeeld en zelfwerkzaamheid) biedt kinderen niet alleen activiteit, maar juist ook vaak rust Buitenspelen is niet alleen goed voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Doordat kinderen snel contacten leggen, bouwen ze hun eigen netwerken in de buurt. Daarbij betrekken ze veelal als vanzelfsprekend hun ouders, waardoor ook de ouders met elkaar in contact kunnen komen en er meer betrokkenheid ontstaat tussen buurtbewoners. Bewoners die een prettige relatie hebben met de buurtkinderen, ervaren bovendien minder (geluids)overlast als die kinderen op straat spelen. Zeker als gekozen wordt voor de juiste inrichting kunnen speel- maar ook sportplekken een belangrijke ontmoetingsfunctie vervullen. Het is sowieso een trend dat recreatie en sport steeds meer op individuele basis en buiten gebeurd. 2.2

Waarom een voldoende en goed ingerichte speelruim

Een buurt met voldoende groen en goed ingerichte buitenspeelmogelijkheden is aantrekkelijker als vestigingsplaats voor mensen die iets te kiezen hebben. Want de huizenkopers van tegenwoordig kijken niet meer alleen naar de buiten- en

10

binnenkant van hun toekomstige woning, maar vooral ook naar de omgeving waarin deze woning staat, waarbij de hoeveelheid groen in de buurt en de aanwezige speelvoorzieningen een belangrijke rol spelen. Voldoende en kwalitatief goede speelruimte, waarbij rekening wordt gehouden met het gebruik door kinderen van verschillende leeftijdscategorieën, heeft bovendien een positieve invloed op het voorkómen van vandalisme en kleine criminaliteit. Want als jongeren een eigen plek hebben, zullen zij zich minder gauw vervelen of een plek opzoeken waar ze eventueel overlast bezorgen. Gezondheidswinst, lagere criminaliteit en een beter vestigingsklimaat leveren bovendien in de toekomst economisch voordeel op voor de gemeente. 2.3

Wat verstaan we onder speelruimte?

Voldoende redenen dus om het buitenspelen te faciliteren en stimuleren en te zorgen voor goed ingerichte speelruimte. Maar wat verstaan we in dit plan nu eigenlijk onder speelruimte? Er is informele en formele speelruimte. Informele speelruimte is de ruimte die kinderen en jongeren zelf opzoeken om te spelen, maar die daar niet speciaal voor is aangewezen of ingericht. Denk bijvoorbeeld aan voor- en achtertuintjes, een grasveldje, de stoep, een muurtje, brandgangen, de straat etc. Formele speelruimte is een speelterrein dat speciaal is ingericht om te spelen, met toestellen en speelaanleidingen, voor kinderen in een bepaalde leeftijdscategorie (bijvoorbeeld speciale toestellen en aanleidingen voor kinderen van 0-4 jaar, 4-9 jaar etc.). Dit beleidsplan richt zich op de formele speelruimte. Uit de bewonersenquête zijn verschillende behoeftes naar voren gekomen die buiten de scope van het speelruimtebeleid vallen. Zo vallen de routes van en naar de speelruimtes niet onder het speelruimtebeleid, hetzelfde geldt voor wandel- en hardlooproutes in het algemeen. Dit betekent dat de opgehaalde informatie als input wordt meegegeven bij nieuw te ontwikkelen beleid, zoals sportbeleid en natuurbeleid. Concrete voorbeelden zijn de behoefte aan meer bankjes langs wandel-/looproutes en fitnesstoestellen langs hardlooproutes.

11

Hoofdstuk 3:

Inventarisatie

In 2020/2021 heeft bureau Speelplan een onderzoek gedaan naar de speelruimte in de gemeente Leudal. Onder meer wegens Corona hebben de activiteiten enige tijd stilgelegen. In 2023 is de draad weer opgepakt. Bureau Speelplan heeft een onderzoek gedaan onder de inwoners van de gemeente Leudal over het spelen in Leudal. In dit hoofdstuk geven we een beeld van de huidige situatie en van de voornaamste resultaten uit het bewonersonderzoek. De uitkomsten van het bewonersonderzoek bieden de mogelijkheid om het beleid aan te scherpen. 3.1

Huidige situatie

3.1.1 Onderzoek door Speelplan Voor het onderzoek door Speelplan naar de speelruimte in de gemeente Leudal is aan Speelplan gevraagd onderzoek uit te voeren naar de kwaliteit, spreiding en inrichting van de huidige openbare speel- en sportruimte en advies te geven over gewenste verbeteringen. Tijdens het onderzoek dat is uitgevoerd, zijn 16 dorpen in de gemeente bezocht. In de dorpen zijn de speelmogelijkheden in beeld gebracht. Dit betroffen zowel de formele plekken als ook de vrije speelmogelijkheden op straat en in het groen. De speel- en sportplekken zijn beoordeeld en ingedeeld op basis van ligging, bereik, inrichting, functie en speelwaarde. Niet alleen de ingerichte plekken zijn onder de loep genomen, maar ook de vrije speelmogelijkheden op straat en in het groen op dorpsniveau. 3.1.2 Resultaten onderzoek2 Bij het veldwerk zijn 693 locaties bezocht die in beheer zijn van de gemeente. Deze zijn als volgt te typeren: 10 grote speelplekken 17 buurtspeelplek 24 kleine speelplekken 13 losse sportplek 4 net niet plek 1 openbaar schoolplein Op 56 van de 69 locaties zijn speeltoestellen aanwezig, vijf locaties zijn naast de speeltoestellen specifiek ingericht met natuurlijke speelaanleidingen, zoals heuvelsportplekken (dus zonder speeltoestellen) en 20 keer ter uitbreiding van de speelplekken.

Voetballen kan op 31 verschillende plekken, basketballen op 12 plekken en skaten op 6 verschillende plekken. 2 Onderstaande resultaten geven het beeld uit 2020

3 In het beheersysteem staan 79 locaties geregistreerd, doordat verschillende speel- en sport-

voorzieningen zodanig dicht bij elkaar liggen zijn deze als één voorziening meegenomen in het onderzoek

12

Het merendeel van de locaties is ingericht voor de jongste doelgroepen: 0-4 jaar: 55x 5-9 jaar: 63x 10-14 jaar: 38x 15-18 jaar: 19x Meer dan de helft van de locaties is ook gericht op jongeren van 10-14 jaar, dit komt overeen met het aantal locaties waar sporttoestellen staan. Een speelplek kan ook leuk zijn voor deze doelgroep door middel van uitdagende speeltoestellen. Voor de oudste doelgroep geldt dat die voornamelijk gebruik maken van volwaardige sportvoorzieningen, zoals een trapveld met grote goals, sportkooi of skatevoorziening. De gemeente Leudal bestaat uit een groot aantal dorpen, in elk dorp is de speel- en sportsituatie op een andere manier geregeld. In tabel 1 (stand van zaken 2020) is per dorp aangegeven hoeveel kinderen en volwassen er zijn. Het aandeel kinderen op het totaal van de bevolking is in alle dorpen laag. Ook is aangegeven wat het percentage kinderen van het totaal aantal kinderen in de gemeente Leudal is en hoeveel voorzieningen er in het dorp zijn. De aantallen voorzieningen komen redelijk overeen met de aantallen kinderen die er gebruik van maken. Op enkele plaatsen ligt die verhouding iets anders: zo zijn er in Heythuyzen slechts acht voorzieningen voor 19,2% van alle kinderen en in Horn vier voorzieningen voor 10% van alle kinderen in de gemeente Leudal.

Nu zijn niet alleen de aantallen belangrijk, ook het formaat en de kwaliteit van de voorziening bepaald of er voldoende voorzieningen zijn voor de kinderen. Het is wel een aandachtspunt bij de inrichting van de speelruimte in deze dorpen. In paragraaf 3.3 gaan we kort in op de demografische ontwikkeling van de bevolking en de betekenis daarvan voor het speelruimtebeleid.

Kern

0-5 jaar

5-10 jaar

1015 jaar

1518 jaar

0-18 jaar

18+ jaar

Totaal

Aandeel kinderen in het dorp

Aantal voorzieningen in het dorp

Haler Nunhem Heibloem Buggenum Hunsel KelpenOler Neeritter

11 19 31 37

19 35 34 54

20 26 59 48

22 20 22 27

72 100 146 166

418 560 634 789

490 660 780 955

15% 15% 19% 17%

1 1 2 1

% kinderen op totaal aantal kinderen in Leudal 1,2 1,7 2,5 2,8

35 38

40 45

53 75

33 40

161 198

834 992

995 1190

16% 17%

3 2

2,7 3,3

38

52

74

47

211

1079

1290

16%

3

3,6

13

Kern

0-5 jaar

5-10 jaar

1015 jaar

1518 jaar

0-18 jaar

18+ jaar

Totaal

Aandeel kinderen in het dorp

Aantal voorzieningen in het dorp

Ell Grathem Ittervoort Baexem Neer Horn Roggel Haelen Heythuysen Totaal

51 66 49 118 109 124 171 155 220

64 77 67 129 150 140 184 184 250

72 83 83 147 190 171 180 195 305

52 60 64 121 157 161 157 152 370

239 286 263 515 606 596 692 686 1145

1226 1374 1432 2145 2769 3204 3533 3599 5295

1465 1660 1695 2660 3375 3800 4225 4285 6440

16% 17% 16% 19% 18% 16% 16% 16% 18%

3 4 4 7 7 4 10 9 8

% kinderen op totaal aantal kinderen in Leudal 4,0 4,8 4,4 8,7 10,2 10,0 11,6 11,5 19,2

1279

1523

1762

1394

5958

30007

35965

17%

69

1004

Tabel 1: aantallen kinderen en totaal aantal bewoners (meting Q4 2020) 3.1.3 Bevindingen in de kleinere dorpen Wat betreft omvang/formaat dorpen zijn deze in te delen in: Kleinere dorpen (Haler, Neeritter, Buggenum, Heibloem, Nunhem, Hunsel) Grotere dorpen (Baexem, Neer, Horn, Haelen, Roggel, Heythuysen) Kleinere dorpen met raakvlakken met grotere dorpen (in grotere dorpen spelen barrières een grotere rol. In sommige kleinere dorpen zijn er door barrières ook meerdere speelbuurtenl (Ell, Grathem, Ittervoort) Speelvoorzieningen De speelvoorzieningen zijn goed geregeld in de kleinere dorpen van de gemeente. In zeven van de tien kleinere dorpen zijn grote speelvoorzieningen aanwezig. Verder zijn nog een vijftal buurtplekken en vijf kleine speelplekken aanwezig. In Heibloem is een openbaar toegankelijk schoolplein aanwezig als extra speelvoorziening. Voor dorpen als Heibloem, Kelpen-Oler en Neeritter kan afgevraagd worden of meerdere voorzieningen nodig zijn. Hunsel is het enige dorp dat qua speelvoorzieningen minder scoort, er is een kleine speelplek aanwezig. In het dorp is wel een speeltuinvereniging aanwezig met een grote speeltuin. Sportvoorzieningen In de tien kleinere dorpen liggen zes losse sportvoorzieningen, daarnaast bestaan veel grote en buurtspeelplekken uit een combinatie van spelen en sporten.

In de dorpen zijn dertien voetbalvoorzieningen aanwezig, de inrichting wisselt hier van volledig ingerichte trapvelden tot een enkele goal. De vier basketbalvoorzieningen

4

Exacte totaal is 99,5, dit komt door afrondingen op 1 decimaal 14

bestaan uit een enkele paal (met een klein verhard veld). Het aantal skatevoorzieningen in de kleinere dorpen is opvallend. In Heibloem en Hunsel staan volwaardige voorzieningen, die van Kelpen-Oler is wat kleinschaliger ingericht. Waar Hunsel minder scoort op spelen, scoort het wel goed op sportvoorzieningen. Zo is er een beweegtuin (voor senioren) en een sportplek met voetballen en skaten aanwezig. Bij de speelplek in Buggenum is een crossbaantje aanwezig. In de dorpen Nunhem en Neeritter ontbreken sportvoorzieningen. Of hier aanvullende sportvoorzieningen moeten worden gerealiseerd, is afhankelijk van de behoefte van het dorp en van de bereikbaarheid van de voorzieningen in de omliggende dorpen5. Vrije speelruimte / speelbuurten In de kleinere dorpen is de vrije speelruimte in het algemeen goed voor elkaar. De doorgaande wegen liggen vaak aan de rand van de dorpen, hierdoor zijn minimale barrières aanwezig in de dorpen. Dit betekent dat de meeste dorpen kunnen worden (auto)verkeer voornamelijk bestaat uit bestemmingsverkeer, kan goed op straat gespeeld worden. In de dorpen of aan de randen zijn in het algemeen groene (rafel)randen aanwezig, dit kunnen grasvelden, bosjes of struiken zijn. Hierdoor kunnen kinderen vrij kunnen spelen in het groen en op avontuur gaan.

Voor dorpen als Ittervoort en Ell geldt dat doorgaande wegen door het dorp heen lopen, waardoor een barrière ontstaat in de dorpen voor de jongste kinderen. Scholen In alle kleinere dorpen ligt een basisschool, Nunhem en Haler zijn een uitzondering. De pleinen van de scholen zijn in veel gevallen een volwaardige speelvoorziening, die toegankelijk zijn buiten de schooltijden om (lage hekken). Het wordt geadviseerd om in de kleinere dorpen te onderzoeken of een samenwerking met de scholen mogelijk is. Door krachten te bundelen kunnen openbaar toegankelijke dorps(speel)pleinen worden ontwikkelend. Diversiteit, klimaatbestendigheid en toegankelijkheid In Buggenum en Haler zijn de speelplekken ingericht met een combinatie van traditionele speeltoestellen en natuurlijke speelaanleidingen. Dit verhoogt de speelwaarde en de diversiteit van het aanbod. De speelplekken zijn in het algemeen redelijk groen ingericht, doordat zo veel mogelijk speeltoestellen op het gras staan. Dit is gunstig voor de klimaatbestendigheid. Op een deel van de speelplekken is geen schaduw door het ontbreken van bomen of omdat deze niet op de juiste plek staan. Toestellen van RVS of kunststof kunnen dan zomers erg heet worden in de volle zon. Deze combinatie van factoren maakt dat de speelplekken tijdens zomerse dagen snel opwarmen en dan mogelijk niet prettig bespeelbaar meer zijn.

Het merendeel van de speeltoestellen staan in het gras, aangevuld met een extra valdempende ondergrond van rubberen tegels (of zand). Door het gras zijn speelplekken niet altijd even goed begaanbaar voor bewoners met een rolstoel, scootmobiel of rollator. In sommige gevallen ligt er wel een pad direct naast of zelfs over de

5

Dit geldt voor sportvoorzieningen in de centrale speelruimte. Sportvoorzieningen buiten de centrale speelruimte vallen onder het nog te ontwikkelen sportbeleid 15

speelplek wat de toegankelijkheid verhoogd. De speel- en sportinrichting is niet specifiek op deze doelgroep of bewoners met een andere handicap afgestemd. Op enkele speelplekken is wel een mandschommel geplaatst, welke gebruiksvriendelijker is voor deze doelgroep, mits op een vaste ondergrond geplaatst. 3.1.4 Bevindingen in de grotere dorpen Speelvoorzieningen In de grotere dorpen van de gemeente is de speelruimte ook goed georganiseerd. Er is een netwerk van buurtplekken en grote plekken aanwezig, aangevuld met kleine speelplekken. In Heythuysen zijn twee grote speelplekken aanwezig, in zowel Horn als Baexem is ook een grote speelplek aanwezig. Verspreid over de dorpen zijn 11 buurtplekken en 21 kleine speelplekken aanwezig. Het is van belang dat in elke speelbuurt een goede speelvoorziening aanwezig is. In de huidige situatie is dat het geval in de meeste dorpen, Haelen is hier een uitzondering op. Sportvoorzieningen In Heythuysen zijn geen losliggende sportvoorzieningen aanwezig, wel zijn er vijf voetbalvoorzieningen en een basketbalveld aanwezig bij de speelplekken. In Haelen is het aanbod minimaal met een trapveld en een klein voetbalveldje bij een speelplek. Beide speelplekken bij de woonwagenparken bestaan ook uit sportvoorzieningen, maar dit zijn beperkt toegankelijke voorzieningen.

In Roggel ligt een los trapveldje met minigoals, verder kan bij twee speelplekken worden gevoetbald. Op één speelplek kan ook worden gebasketbald. De losse sportvoorziening bij de sportverenigingen bestaat uit een half pipe en een basketpaal, deze voorziening is meer een ontmoetingsplek dan een goed functionerende sportplek. In Horn ligt centraal in het dorp een voetbal- en basketbalplek. In Neer is dat ook het geval, daarnaast staat bij de sportverenigingen een half pipe en heeft een van de kleine speelplekken een enkele goal. In Baexem ligt een trapveld bij de grote voorziening, daarnaast is een losse sportvoorziening aanwezig. Op deze plek kunnen verschillende sporten worden beoefend, al is de ruimte/functionele waarde beperkt. Vrije speelruimte / speelbuurten In de grotere dorpen spelen barrières een grote rol dan in de voorgaande kleine dorpen. Er is meer verkeer aanwezig waardoor de doorgaande wegen een grens vormen. Per dorp, vooral in Heythuysen, Roggel en Haelen, is sprake van verschillende speelbuurten (bereik van een spelend kind). Binnen de speelbuurten is de speelsituatie vergelijkbaar met de kleinere dorpen. Er kan goed gespeeld worden op straat en de meeste buurten zijn redelijk groen opgezet waardoor gespeeld kan worden op grasveldjes of in de bosjes. Scholen In de grotere dorpen zijn ook basisscholen aanwezig.

Een gedeelte is goed gesitueerd en zou als een centrale speelvoorziening kunnen functioneren, bijvoorbeeld in Baexem, Horn of Neer. Niet alle basisscholen lenen zich direct als goede locatie voor een centrale speelvoorziening, zo liggen sommige scholen aan de rand van het dorp (Heythuysen en Haelen) of staan er hoge hekken omheen.

16

Diversiteit, klimaatbestendigheid en toegankelijkheid In Neer en Horn zijn twee grote plekken ingericht met een combinatie van traditionele speeltoestellen en natuurlijke speelaanleidingen. Dit verhoogt de speelwaarde en de diversiteit van het aanbod. Het merendeel van de speelplekken is ingericht als Net als bij de kleinere dorpen is de speelruimte redelijk groen ingericht, zo veel mogelijk speeltoestellen staan op het gras. Wel ontbreekt het op een deel van de speelplekken aan schaduw. Wat het spelen tijdens zomerse dagen bemoeilijkt. Bij de toegankelijkheid van de speelplekken is een vergelijkbaar beeld met de kleinere dorpen. Speeltoestellen staan in het gras, soms aangevuld met een valdempende ondergrond van rubberen tegels of zand. Er is ruimte aanwezig om de toegankelijkheid en inclusiviteit van de speelplekken te verbeteren.

3.2

Resultaten bewonersonderzoek (vragenlijsten)

3.2.1 Respons Tussen 15 juli 2023 en 27 augustus 2023 konden inwoners van de gemeente Leudal een online vragenlijst invullen.

17

18

19

a. b. c.

Molenveldstraat (Baexem) Land van Eijckstraat - spelen (Horn) Sint Isodoorstraat - spelen (Heibloem) Wijnbeekstraat spelen (Neer) Speeltuin Lambertusstraat (Neeritter)

20

21

De gemeente Leudal krijgt de komende jaren te maken met krimp. Het aantal kinderen per dorp neemt de komende jaren af. In een prognose van het CBS zal in 2025 het aantal kinderen met bijna 20% zijn afgenomen ten opzichte van 2018. Ook zal er sprake zijn van vergrijzing. Vergrijzing betekent dat extra aandacht nodig is voor voorzieningen voor ouderen.

Grafiek 1: prognose bevolkingsontwikkeling gemeente Leudal 2023

22

2050

Ook zal er sprake zijn van vergrijzing. Vergrijzing betekent dat extra aandacht nodig is voor voorzieningen voor ouderen. We zien in grafiek 2 nu al dat er de groep inwoners van 55 jaar en ouder relatief groot is. Grafiek 3 geeft aan waar zich op dit moment het grootste percentage oudere bewoners bevindt.

23

Naast de behoefte van een dorp is het dus ook zaak om naar de demografische samenstelling van het dorp te kijken op het moment dat het ontwikkelen van de speelruimte daar gaat plaatsvinden.

24

Hoofdstuk 4:

De speerpunten van het speelruimtebeleid

Het speelruimtebeleid bestaat uit zes speerpunten. Deze zijn vanzelfsprekend onderling met elkaar verweven. In dit hoofdstuk lichten we de zes speerpunten toe. De zes speerpunten van het speelruimtebeleid zijn: 1. Centrale speel- en ontmoetingsplekken 2. Divers sport- en speelaanbod 3. Inclusievere speelruimte 4. Vergroten betrokkenheid bewoners 5. Vergroenen van de speelruimte 6. Openbare speelplekken

4.1.

Centrale speel- en ontmoetingsplekken

We streven ernaar om in elke dorpskern één centrale speelplaats te realiseren die ook fungeert als sociale ontmoetingsplaats voor de buurt. Deze centrale speelplek gaan we voorzien van een divers speelaanbod, om deze zo aantrekkelijker te maken voor een brede doelgroep. Dit betekent aanbod voor alle leeftijden, van de allerjongsten tot de ouderen. Binnen de centrale speelplek zorgen we voor zonering per leeftijdscategorie (0-4 jaar, 4-12 jaar, 12 17 jaar en 17+). Om ontmoeting te faciliteren zorgen we voor voldoende zitgelegenheid en prullenbak(ken), een goede balans tussen zon en schaduw (inzetten van groen), een centrale open ligging, goed onderhoud en een prettige uitstraling. Uit het bewonersonderzoek blijkt dat er eerder behoefte is aan meer speelplekken dan aan minder speelplekken. Alle huidige speelruimtes blijven daarom hun speelbestemming houden, zolang de inwoners daar behoefte aan hebben. Nieuwe kleine speelplekken zijn mogelijk als daar behoefte aan is. In aantallen zit hier wel een beperking aan, omdat elke extra speelplek extra capaciteit en kosten met zich meebrengt. In elk kerndorp een extra kleine speelplek betekent dat er 1 fte extra nodig is voor beheer en onderhoud. Zowel in investering als in onderhoud komt de focus op de centrale speelplekken te liggen. Zo bieden we kwaliteit in plaats van kwantiteit. Dus gaan we clusteren.

Hiermee bedoelen we dat de centrale speelplek dé plek is waar de grote toestellen staan. We gaan niet meer groots investeren in de kleinere speelruimtes. Dat betekent dat, als er nu op een kleinere speelplek een groot toestel staat, dit toestel blijft staan totdat deze onveilig of versleten is. Dan wordt dit toestel verwijderd. Toestellen die nog goed zijn, behouden we. Nieuwe grote speeltoestellen worden enkel nog geplaatst in de centrale speelruimte. Een kleine voorziening kan op kleinere speelplekken prima behouden blijven. Als een ruimte door het clusteren haar speeltoestellen kwijtraakt, richten we ruimte zo in dat er nog steeds gespeeld kan worden. In dorpskernen met goede buurtplekken is het niet nodig om de kleine speelruimte óók in te richten met speeltoestellen.

25

Hier kan een alternatieve inrichting van meerwaarde zijn. Denk aan een speelgrasveld, een speelpleintje, het toevoegen van natuurlijke elementen zoals een boomstam om op te klimmen/balanceren (natuurlijk spelen) of kleinere speeltoestellen gericht op het jonge kind zoals een wip(kip), schommel of glijbaan. In zes grootste dorpen is het wenselijk om voor meerdere centrale speelplekken te kiezen. Dit betekent dat er in Heyhuysen drie centrale speelplekken kunnen zijn. Voor Haelen, Roggel, Horn, Neer en Baexem zijn twee centrale speelplekken mogelijk. Voor de volgorde waarin wij de speelruimte in de verschillende dorpen gaan aanpakken is het voornaamste criterium de staat van onderhoud. Met andere woorden: we starten daar in dat dorp waar het onderhoudstechnisch het hardst nodig is. Een volgend criterium is of er al een goede centrale speel- en ontmoetingsplek in het dorp aanwezig is. 4.2

Divers sport- en speelaanbod

In elke dorpskern zorgen we voor voldoende variatie. Dat betekent enerzijds aanbod voor alle leeftijdscategorieën en anderzijds een divers aanbod voor de kinderen van 0 -12 jaar. Mogelijkheden van spelen voor kinderen van 0 - 12 jaar zijn klimmen, glijden, schommelen, springen, spelen met water en zand, fietsen/skelteren, evenwicht bewaren, spelen met een bal, draaien, zwaaien, wippen, fantasiespelen (doen alsof). Het is niet nodig dat al deze vormen van spelen in de centrale speelruimte of zelfs in het dorp aanwezig zijn. Wel gaan we zorgen dat er in elk dorp voldoende diversiteit is. Is deze onvoldoende, dan pakken we dit aan bij de herinrichting. We focussen op de centrale speelplekken: daar zal de diversiteit in het speelaanbod voornamelijk liggen. Concreet betekent dit dat op elke centrale speelplek tenminste vier verschillende vormen van spelen mogelijk zijn. Ook voor jongeren (13 17 jaar) en volwassenen zorgen we voor voldoende en divers aanbod. Zowel uit het onderzoek van Speelplan als uit de bewonersenquête blijkt er onder de volwassenen behoefte aan sportvoorzieningen. Sportvoorzieningen buiten de bestaande speelruimtes vallen onder het sportbeleid. Bij het inrichten van een centrale speelplek proberen we tenminste één vorm van sport of beweging te faciliteren.

Voor volwassenen kunnen, afhankelijk van de behoefte in het dorp, in de centrale speelruimte fitnesstoestellen voor buiten worden geplaatst en/of een jeu de boulesbaan worden aangelegd. De mogelijkheden voor volwassen zitten niet alleen in fysieke voorzieningen. Ontmoeting en beweging kunnen worden gecombineerd door het organiseren van activiteiten op de centrale speelplek, zoals fitness of calistenics. ruimtes gerealiseerd. Dit vanwege de behoefte van deze doelgroep zelf en vanDe behoefte van jongeren aan bijvoorbeeld een JOP of een skatebaan is onvoldoende

26

uit het onderzoek naar voren gekomen. Er hebben slechts 13 jongeren deelgenomen aan het bewonersonderzoek. Hierdoor zijn de reacties mogelijk niet representatief. Dit betekent dat een separaat onderzoek naar de behoefte van jongeren wenselijk is. Dit wordt meegenomen in het onderzoek ten behoeve van het JOP-beleid. Uit het onderzoek van Speelplan en uit het bewonersonderzoek blijkt dat er behoefte is aan meer sportvoorzieningen. Advies van Speelplan is om in elk dorp tenminste één sportvoorziening te realiseren en over de gemeente verspreid een divers aanbod van sportvoorzieningen te realiseren. Hierbij geldt dat de enkele volwaardige sportvoorzieningen de voorkeur hebben boven meerdere minimale voorzieningen. Dit valt onder het (nog te ontwikkelen) sportbeleid. Wat we wel reeds binnen het speelruimtebeleid kunnen doen, is zorgdragen voor tenminste één basissportvoorziening per dorp. Onder een basissportvoorziening verstaan we bijvoorbeeld een basketbalpaal of -veld of een trapveld. Deze voorziening wordt bij voorkeur gecombineerd met de centrale speelplek. Kleine speelplekken kunnen bij uitstek bijdragen aan de diversiteit van het aanbod. De inrichting van een kleine speelplek is daarom flexibel. Als de speelbestemming of speelinrichting niet meer past bij de behoefte van de omwonende doelgroep, dan kan een andere bestemming of inrichting worden gevonden voor deze ruimte.

Ook hier geldt dat dit binnen het budget van het dorp en de toetsingskaders moet passen. 4.3

Inclusievere speelruimte

Spelen is van levensbelang voor alle kinderen. Als kinderen de kans krijgen, spelen ze altijd en overal. En vooral: samen met andere kinderen. Voor kinderen met een beperking bijvoorbeeld is samen spelen niet altijd vanzelfsprekend. Voor kinderen met een beperking is het extra belangrijk om zich spelend te kunnen ontwikkelen, zelfvertrouwen te krijgen en vriendschappen op te bouwen met leeftijdgenootjes in de buurt. Door van jongs af aan samen te spelen, leren kinderen met èn zonder handicap dat het volstrekt vanzelfsprekend is dat iedereen gewoon meedoet. Samen spelen vormt de basis voor samen leven. Op dit moment geldt dat op 9 van de 10 speelplekken in Nederland kinderen met een handicap nog niet mee kunnen doen. Naar schatting hebben zo'n 2,2 miljoen mensen in Nederland een beperking. Daarvan zijn er ongeveer 120.000 jonger dan 18 jaar. Bijna 60% van de kinderen heeft een verstandelijke beperking, een kwart is lichamelijk beperkt en een kwart heeft een zintuiglijke beperking. Bij circa 10% van de kinderen is sprake van een meervoudige handicap. Dit is een ruwe schatting. Precieze cijfers zijn er niet. Niet alle handicaps worden geregistreerd. Sommige kinderen hebben meerdere handicaps en er zijn kinderen die door ziekte een tijdelijke handicap hebben. De groep die baat heeft bij toegankelijke speelruimte is natuurlijk veel groter.

Alle volwassenen met een beperking moeten elkaar kunnen ontmoeten in de centrale speelruimte. En (groot)ouders met een beperking willen graag samen met hun (klein)kinderen naar de speeltuin of een speelplek in de buurt. Bij inclusief spelen gaat het enerzijds om de technische, fysieke kant van spelen. Het speellandschap, de speeltoestellen en de speelaanleidingen. Anderzijds gaat het om 27

de sociale kant van spelen: de speelcultuur. De sfeer, de spelers, de omgangsvormen en het spel. Ons uitgangspunt is dat alle kinderen in een samenspeelplek (inclusieve speelplek) moeten kunnen spelen. Dit betekent niet dat elke speelaanleiding voor elk kind toegankelijk moet zijn. Het Samenspeelfonds 6 hanteert als richtlijn dat 70% van de speelaanleidingen bereikbaar is voor iedereen en 50% van de speelaanleidingen bespeelbaar is voor iedereen. Op dit moment is in de gemeente Leudal nog geen samenspeelplek: er is nog geen plek die aan de richtlijn van het Samenspeelfonds voldoet.

We gaan twee centrale speelplekken in de gemeente Leudal realiseren die aan deze richtlijn voldoet. Bij de andere centrale speelplekken wordt zoveel mogelijk naar deze richtlijn toegewerkt. De inclusieve centrale speelplekken worden gerealiseerd in Ittervoort en Haelen. Concreet betekent dit onder meer dat we zorgen voor een goede begaanbaarheid en voldoende bewegingsvrijheid, voor afscherming en veiligheid (zie ook hoofdstuk 5, toetsingskaders). Denk bijvoorbeeld aan plaatsing van speeltoestellen op een stevige ondergrond, zodat het gemakkelijker is voor verzorgers om hun kind op en van het toestel af te helpen. Ook de speeltoestellen zelf kunnen inclusiever gemaakt worden door leuningen bij toestellen of dubbele zitjes op een wip, zodat een begeleider van een invalide kind achter het kind kan plaatsnemen. Voor kinderen die niet van het centrale pad af kunnen, kunnen op verschillende hoogtes interactieve speelelementen langs het pad worden geplaatst. Bij het ontwerp voor de inrichting van de samenspeelplek maken we gebruik van de richtlijnen en adviezen van het Samenspeelfonds en Speelbende7.

6

Het Samenspeelfonds is een initiatief van Jantje Beton en het Gehandicapte Kind. Het gezamenlijke doel van deze twee organisaties is dat álle kinderen, met en zonder handicap, samen kunnen buitenspelen. Om dat te bereiken streeft het Samenspeelfonds ernaar dat in elke gemeente minimaal één samenspeelplek is waar alle kinderen zich welkom voelen. Via het Samenspeelfonds kunnen stichtingen adviezen en een bijdrage krijgen voor het realiseren van een Samenspeelplek. 7 De Speeltuinbende is een groep kinderen met en zonder beperking die speeltuinen test op toegankelijkheid. Ze geven advies om toegankelijkheid van de speeltuin te verbeteren en hebben richtlijnen opgesteld voor de inrichting van een toegankelijke speeltuin.

28

Met betrekking tot de speelcultuur is het van belang dat we zoveel mogelijk kinderen met een handicap betrekken bij het ontwerp van de centrale speelplek en over de speelcultuur communiceren, zodat samen spelen vanzelfsprekend wordt. 4.4

Vergroten betrokkenheid van bewoners

De gemeente Leudal streeft ernaar om burgerparticipatie te stimuleren. Dit betekent dat de inwoners in elke dorpskern kunnen participeren in het vormen van het uitvoeringsplan voor de kern waarin ze wonen. Deze vorm van participatie zorgt voor maatwerk en draagvlak in elke dorpskern. Dit gaan we doen door: Inwoners van een dorpskern nadrukkelijk te betrekken bij het ontwerp van de centrale speelplek. Bewoners hebben op deze wijze inspraak over de keuze van de toestellen, de plaatsing van meubilair, omheiningen etc. Deze bewonersparticipatie wordt begeleid door een externe partij. Het ontwerp moet vallen binnen de kaders van dit beleid en zal door de gemeente Leudal worden getoetst (zie hoofdstuk 5, toetsingskaders voor ontwerp); Per kerndorp is een budget beschikbaar voor alle speelruimte in het eigen dorp, dus zowel voor de centrale speelruimte als voor de overige speelplekken. De participatiemogelijkheid geldt namelijk ook voor speelplekken die omgevormd worden tot kleinschalige natuurspeelplaatsen (grasveld, speelbos etc.); Bij burgerinitiatieven om een extra speelplek te creëren die niet gepland staat, gaat de gemeente in gesprek met de betreffende inwoners. De ideeën worden getoetst bij de desbetreffende dorpsraad.

In alle gevallen geldt dat de gemeente toetst of de voorstellen passen binnen het speelruimtebeleid en de criteria en het budget voor speelruimte van het betreffende dorp. In hoofdstuk 7, de financiën, staat een nadere toelichting op de budgetten.

Samen de speelruimte ontwikkelen

29

4.5

(Verder) vergroenen van de speelruimte

Paragraaf 4.2 behandelde de diversiteit van het speelaanbod. Natuurlijk spelen is belangrijk voor die diversiteit. Groen-blauwe speelruimte levert bovendien een bijdrage aan de leefbaarheid en klimaatbestendigheid. Om die reden kijken we bij de herinrichting van formele speel- en sportplekken altijd naar de mogelijkheid om (extra) te vergroenen. Ook uit het bewonersonderzoek bleek de behoefte aan meer vergroening van de speelruimte. Vergroenen geldt hier als basisprincipe bij de herinrichting van speelplekken, daarbij rekening houdend met het dagelijks beheer. Concreet betekent dat een inrichting van de speelplekken met meer beschutting, een betere afwatering en speelplekken die verkoelend effect hebben door een groene inrichting. Bij de (her)inrichting van speelplekken worden waar nodig (extra) bomen geplaatst. Hierdoor ontstaat er enerzijds beschutting (minder UV-straling en warmte op speelplek) en anderzijds hebben bomen een waterbufferend effect. Uiteraard moet bij de plaatsing van bomen rekening gehouden worden met de veiligheidseisen en beheer. Uit het bewonersonderzoek blijkt dat 71% van de respondenten enthousiast is over (meer) natuurlijk spelen. Bij de (her)inrichting van de natuurlijke speelplekken werken we vooral met gras of losse onderdelen van natuurlijk materiaal. Te denken valt aan zand of houtsnippers.

Dit om de opwarming van speelplekken (door bijvoorbeeld rubberen tegels) te verminderen. Bij de (her)inrichting wordt tevens gebruik gemaakt van duurzaam materiaal ten aanzien van de toestellen. Ongeacht het materiaal is belangrijk dat toestellen een lange levensduur hebben van ten minste 15 jaar. Een ander belangrijk criterium is een lange gebruiksduur. Dit betekent dat toestellen door een brede doelgroep en gedurende langere periode goed benut worden. Er wordt hierbij rekening gehouden met een natuurlijk, avontuurlijke en uitdagende speelelementen ten aanzien van de doelgroep. Te denken valt aan: Speelbosjes Heuvel om overheen te rennen met hierin een (betonnen) buis om doorheen te kruipen Houten boomstammen op/door elkaar geplaatst Veel groene natuurlijke toevoegingen Wandelpaden van schelpen (om overheen te rennen) die kronkelend door de speelruimte heen lopen. Grote stenen om op en af te springen Voldoende natuurlijke verstopplekken Ondanks het feit dat kinderen aangeven dat ze graag met water (en zand) spelen, gaan we op een natuurlijke speelplek geen waterspeelvoorziening aanleggen. Dus geen kabbelend beekje. Ook een insectenbos of blote voetenpad leggen we niet aan. Redenen hiervoor zijn onder meer de (te) hoge onderhoudskosten, het risico op blauwalg en andere bacteriën en het feit dat dergelijke speelvoorzieningen moeilijk realiseerbaar zijn.

30

Haler, natuurlijk spelen zonder toestellen in het groen

4.6

Openbare speelruimtes

Speelruimtes zijn zoveel mogelijk openbaar. In de eerste en veruit voornaamste plaats opdat het altijd en voor iedereen mogelijk is om te spelen en elkaar te ontmoeten. Ook voor mensen met een krappere beurs. Op de tweede plaats omdat afsluiting kosten met zich meebrengt en er dan voor zeer lange tijd iemand moet zijn die de speelplek dagelijks afsluit en opent. Schoolpleinen kunnen ingezet worden als centrale speelplek. Voor alle nieuw te bouwen scholen geldt dat in het plan voor de nieuwe school wordt vastgelegd dat het schoolplein openbaar toegankelijk is. Over de openbaarheid van de speelpleinen bij bestaande scholen gaan we als gemeente in gesprek met de desbetreffende scholen. Het betekent immers dat hun speelplein ook in het weekend en de vakanties openbaar toegankelijk moet zijn. Bij eventuele herinrichting moet afstemming plaatsvinden met zowel de school als de buurt. De gemeente blijft de veiligheid waarborgen voor de schoolpleinen (door middel van inspecties en onderhoud). In de kleinere dorpen kan het schoolplein ingezet worden als alternatief voor de centrale speelplek. Deze moet dan natuurlijk wel openbaar toegankelijk zijn, ook in het weekend en tijdens de vakanties. En bij de herinrichting moet afstemming plaatsvinden met zowel de school als de buurt. De gemeente blijft de veiligheid waarborgen voor de schoolpleinen (inspecties en onderhoud).

Vanuit de gedachte dat speelruimte ook voor mensen met een krappere beurs en er altijd voldoende ruimte moet zijn om te spelen, staan we geen commercieel medegebruik van speelruimtes toe. Bovendien willen we geen oneerlijke concurrentie faciliteren. Dit betekent dat activiteiten met winstoogmerk niet zijn toegestaan. Ouders kunnen bijvoorbeeld wel een kinderfeestje houden in de openbare speelruimte en hiervoor iemand inhuren. Een bedrijf dat kinderfeestjes organiseert mag dit niet standaard in een openbare speelruimte uitvoeren. Een fysiotherapeut kan met een cliënt gebruik maken van de fitnesstoestellen voor 31

buiten, maar mag niet standaard zijn praktijk in de openbare speelruimte uitvoeren. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld bootcamps etc.

32

Hoofdstuk 5:

Kaders en richtlijnen

In dit hoofdstuk behandelen we op de eerste plaats de wettelijke kaders waaraan het speelruimtebeleid dient te voldoen. Daarna volgen de toetsingskaders: de kaders en richtlijnen die voortvloeien uit onze speerpunten van beleid, waarop inrichtingsontwerpen getoetst moeten worden. 5.1

Juridische kaders voor het speelruimtebeleid

5.1.1 Landelijke wetgeving Vergunningsplicht en Bouwtechische eisen In de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden is bepaald voor welke activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Voor bouwactiviteiten geldt een ruimtelijke toets en een bouwtechnische toets. De uitzonderingen op de vergunningplicht en de bouwtechnische eisen staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het bouwen van een sport- of speeltoestel is, hoger dan 4 m of dat niet alleen functioneert met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens is vergunningplichtig voor de bouwtechnische eisen. In alle andere gevallen is er geen omgevingsvergunning voor het bouwtechnische deel nodig. Dit staat in artikel 2.26 Bbl. In artikel 2.29 Bbl staan de regels voor vergunningvrije speeltoestellen voor wat betreft omgevingsplanactiviteiten. Is er een vergunningsplicht nodig dan zijn ook de regels van het bestemmingsplan dat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan is opgenomen van belang of de speeltoestellen geplaatst kunnen worden.

Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS)8 Van grote betekenis voor de veiligheid van speeltoestellen is het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 ( WAS), waarin regels zijn opgenomen die een bepaald veiligheidsniveau bij het gebruik van speeltoestellen moet waarborgen. De voornaamste doelstelling van het WAS is het reduceren van het aantal ongelukken veroorzaakt door speeltoestellen. In het WAS zijn verschillende eisen opgenomen waaraan je als eigenaar en beheerder van speelvoorzieningen moet voldoen. Naast de eis dat speeltoestellen moeten voldoen aan bepaalde toestel-specifieke veiligheidsnormen, moet ook zorg gedragen worden voor het bijhouden van een logboek voor elk speeltoestel en dienen er maandelijkse, halfjaarlijkse en jaarlijkse inspecties te worden gehouden. Wettelijke aansprakelijkheid De gemeente is als eigenaar en beheerder van speeltoestellen of van de grond in meer of mindere mate aansprakelijk voor ongevallen en schade. De Voedsel en Warenautoriteit, Keuringsdienst van Waren, is de instantie die belast is met het 8

Voorheen werd het WAS het Besluit Veiligheid Attractie- en Speeltoestellen genoemd, welke op 26 maart 1997 van kracht is geworden

33

toezicht op de naleving van het WAS. Indien de speelvoorzieningen niet voldoen aan de veiligheidseisen is er sprake van een strafbaar feit. Ook in het geval dat de gemeente eigenaar is van de grond, maar de speeltoestellen het eigendom zijn van derden (bijvoorbeeld van een speeltuin- of buurtvereniging), kan zij mede aansprakelijk gesteld worden bij ongeval of schade. In een dergelijk geval dient in het contract opgenomen te worden, dat de gemeente uitgesloten wordt van aansprakelijkheid voor ongeval of schade veroorzaakt door een speeltoestel. De gemeentelijke Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering voorziet in die gevallen dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld. 5.1.2 Gemeentelijke regelgeving Omgevingswet Het huidige omgevingsrecht is enorm verbrokkeld en verdeeld over een groot aantal verschillende wetten en regels. Elke wet richt zich op een deelbelang, waardoor wetten elkaar soms tegenspreken en procedures vertraagd worden. De Omgevingswet gaat daarom uit van een integrale benadering, waarin de diverse belangen in onderlinge samenhang worden beschouwd. Het gemeentelijk omgevingsplan omvat zowel het huidige bestemmingsplan als alle verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, waardoor alle relevante factoren in het omgevingsplan samenkomen: ruimtelijke ordening, milieu, verkeer en vervoer, water, bouwen, natuur en cultureel erfgoed.

Het omgevingsplan heeft daarmee een brede reikwijdte. Dat is het meest opvallende verschil met het bestemmingsplan. Het omgevingsplan kan regels bevatten die over alle onderdelen van de fysieke leefomgeving gaan. Het bestaande bestemmingsplan wordt dus uitgebreid met allerlei regels die nu nog in de APV of bijvoorbeeld in een kapverordening voorkomen. In 2032 moet iedere gemeente over een omgevingsplan beschikken. Er is een overgangsfase ingesteld om overheden de gelegenheid te bieden om dit te realiseren. Dat betekent dat er tot eind 2031 sprake is van een tijdelijk en een nieuw deel van het gemeentelijk omgevingsplan. Tijdelijk deel van het omgevingsplan Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit: a. bestaande ruimtelijke regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen, b. enkele gemeentelijke verordeningen 9 en c. de bruidsschat. Onder de bruidsschat 10 wordt verstaan de set regels die van het rijk naar gemeenten en waterschappen verhuist11. De voorschriften uit het Bouwbesluit zijn opgenomen in de Bruidsschat.

de archeologieverordening, de geurverordening en de verordening afvoer hemelen grondwater (art. 4.6 Invoeringswet Omgevingswet)

9

10

Het rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat de regels voor gemeenten automatisch in het tijdelijk deel van het omgevingsplan worden opgenomen. .

11

34

Nieuwe deel van het omgevingsplan Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. 5.2

Toetsingskaders voor de inrichting van speelruimtes

Maatwerk We willen dat inwoners participeren in het ontwerp van de centrale speelruimte in ieder kerndorp. Dit leidt ertoe dat elke speelruimte uniek is. Elke speelruimte heeft bij voorkeur ook unieke elementen die de speelruimte onderscheiden van andere speelruimtes. Dat betekent dat we voor maatwerk gaan. Dat we open staan voor ideeën en daarin zoveel mogelijk vrijheid willen bieden. Maatwerk betekent echter niet dat we alles toestaan. Het betekent wel dat we niet overal een norm voor kunnen opstellen. Soms zijn de wensen tegenstrijdig aan elkaar. Zo biedt beton bijvoorbeeld geen valdemping en laat het geen regenwater zal afhankelijk zijn van het totale ontwerp. De speerpunten van ons speelruimtebeleid leiden tot de kaders en richtlijnen waaraan initiatieven en ontwerpen dienen te voldoen. Elk initiatief en ontwerp met betrekking tot speelruimtes dient aan deze kaders en richtlijnen te worden getoetst. Deze toetsing wordt integraal uitgevoerd door de gemeente Leudal. De kaders en richtlijnen waarop getoetst wordt, zijn: a. Juridische kaders b. Verkeer(sveiligheid) c. Omheiningen d. Beplanting e. Speeltoestellen en meubilair f. Ondergrond g. Inrichting natuurlijk spelen h. Demografische toets i. Duurzaamheid en klimaatvriendelijkheid j. Omgevingsdialoog k. Commercieel medegebruik l. Inclusiviteit m. Mogelijkheden en ruimte voor alle leeftijden n. Roken, alcohol en drugs a.

Juridische kaders In alle gevallen dienen speelruimtes te voldoen aan de juridische kaders zoals beschreven in paragraaf 5.1. b. Verkeer(sveiligheid)

35

Per speelruimte wordt gekeken naar de verkeersveiligheid. Zo kan de verkeerssituatie ter plekke aanleiding geven tot aanpassingen in het ontwerp van de speelruimte. Het gaat dan bijvoorbeeld om omheiningen, de locatie van de toegang(en) tot de speelruimte etc. Aanpassingen aan de routes van en naar de speelruimte vormen géén onderdeel van het speelruimtebeleid. Als de verkeersveiligheid vraagt om aanpassingen, vormt dit input voor het verkeersbeleid. Om het bewegen (fietsen, lopen) naar de speelruimte zoveel mogelijk te stimuleren worden geen extra parkeerplekken aangelegd nabij de speelruimtes. Een uitzondering hierop vormen parkeerplaatsen voor invaliden voor zover deze nog niet aanwezig zijn. Bij iedere centrale speelruimte kijken we of er voldoende fietsparkeerplekken aanwezig zijn. c. Omheiningen Speelruimtes zijn altijd openbaar. Dit houdt in dat de speelruimtes nooit volledig worden afgesloten. Wel is het zoals gezegd mogelijk dat omwille van de veiligheid een gedeeltelijke omheining wordt geplaatst. Bijvoorbeeld als de speelruimte naast een drukke verkeersader ligt. Dan kan een omheining worden geplaatst om te voorkomen dat kinderen tijdens hun spel spontaan de straat op rennen. Een poort die makkelijk te openen is voor mensen met een beperking is mogelijk. Op een poort is een slot niet toegestaan.

Omheiningen zijn er in vele variaties: schuttingen, muren, traliehekwerken, afzettingen met paaltjes en draad, heggen, struiken etc. Wordt er een omheining geplaatst, dan: - moet deze transparant zijn - mag deze geen risico vormen voor inwoners (dus bijvoorbeeld geen sierhekwerk met scherpe punten) - moeten er bij grotere, centrale speelruimtes tenminste twee ingangen zijn. Dit in verband met de bereikbaarheid in geval van calamiteiten en om grote omwegen voor mindervaliden te voorkomen. d. Beplanting Voor alle beplanting op en rondom speelruimtes geldt dat: - de beplanting transparant is - er geen giftige bomen en struiken worden geplaatst - er geen beplanting met doorns of stekels wordt toegepast - er bij voorkeur geen fruitbomen en/of -struiken worden geplaatst i.v.m. overlast van wespen - er zo min mogelijk allergieopwekkende beplanting wordt geplaatst - er voldoende schaduwplekken zijn Speelruimtes dienen bij te dragen aan klimaatadaptatie en vergroening. Bij een volledig dichte ondergrond kan regenwater niet de grond in. Daarom is een volledig dichte ondergrond over de hele speellocatie (beton, aaneengesloten bestrating) op geen enkele speelplek toegestaan. Uitzondering hierop vormen locaties waar een dergelijke ondergrond de basis vormt van de speelactiviteit (denk aan een skatebaan of een basketbalveld).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=21682ea3-c417-43f6-9806-0b51ad50a295