CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025 + Meerjarenraming 2026-2028 (concept) versie 15oktober)

Commissievergadering Bestuur en middelen 16 oktober 2024, gemeente LeudalBij agendapunt: Begroting 202530.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

3.1.4 Rioolheffing De rioolheffing wordt opgelegd aan de eigenaar van een perceel door middel van een vast bedrag per zelfstandig gedeelte conform de vastgestelde “Notitie omtrent gemeentelijke belastingen”. Uit deze notitie volgt onder meer dat er beperkte differentiatie plaatsvindt. Voor percelen die onderdeel uitmaken van een omsloten terrein bestemd voor verblijfsrecreatieve doeleinden wordt een tariefstelling van maximaal 60% toegepast. Met het vaststellen van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2027 (GRP) zijn ook de kaders voor de tariefstelling van de rioolheffing voor 2025 vastgesteld. Het tarief voor 2025 bedraagt € 282,51 per perceel of zelfstandige gedeelte daarvan. Voor de verblijfsrecreatieve doeleinden bedraagt het tarief € 169,50 en percelen met een WOZ-waarde minder dan € 30.000 bedraagt het tarief € 141,25. Door de stijgende kosten binnen de gemeentelijke begroting, staat de kostendekkendheid onder druk. Vooralsnog is de voorziening rioolheffing voldoende op peil om de onderdekking op te vangen. Mocht de noodzaak er zijn, dan kan het GRP tussentijds herrekend worden. (bedrag x 1.000) Berekening kostendekkendheid rioolheffing 2025 Kosten taakveld Storting voorziening Riolering

Bedrag

Dekking

3.572 294

Inkomsten taakveld (excl. heffingen) Netto kosten taakveld 7.2

3.866

Toe te rekenen kosten: Overhead

494

Marktconforme rente

331

BTW

181

Totale kosten

4.872

Opbrengst heffingen

-4.873

Dekking

56

100%

3.1.5 Afvalstoffenheffing Vanaf 2022 wordt er op basis van een nieuwe inzamelsystematiek ingezameld. Het huishoudelijk afval binnen de 16 kernen wordt ingezameld volgens de diftar-systematiek waarbij de differentiatie bepaald wordt door het volume van de restafvalcontainer (vastrecht) in combinatie met het aantal ledigingen. De inzameling van huishoudelijk afval wordt uitgevoerd door de Reinigingsdienst Maasland. In het kader van de tariefstelling afvalstoffenheffing worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • kostendekking van 100%; •

verdeling van de kosten in vaste en variabele kosten, waarbij de differentiatie plaatsvindt op basis van de verwerkingskosten van het rest- en gft-afval;

•

vastrecht wordt opgelegd in het lopende belastingjaar 2025;

•

het aantal ledigingen wordt na afloop van het belastingjaar 2025 opgelegd, deze staan op de belastingaanslag van belastingjaar 2026.

Kostenontwikkeling afval Ook in 2025 ontvangen onze inwoners een korting van € 60 op het vastrecht van de afvalstoffenheffing. De belangrijkste financiële wijzigingen in 2025 zijn: • € 20.000 structureel voor het afwikkelen van PMD meldingen door RD Maasland (in 2024 € 29.000 incidenteel i.v.m. opstart in Q1); • einde van de zwerfvuilvergoeding van Verpact; • € 55.000 meer verwerkingskosten voor GFT omdat de hoeveelheid blijft toenemen; • verhoging kostenpost containers van € 67.000 i.v.m. aanschaf nieuwe textiel- en restafvalcontainers en periodieke reiniging van alle verzamelcontainers. • de bijdrage overhead stijgt met € 80.000 • Kostenstijgingen door CAO/indexeringen. In 2026 is er geen korting op de afvalstoffenheffing voorzien. Bovendien is de verwachting dat in 2026 de CO-2 heffing op het verbranden van restafval aan gemeenten wordt doorbelast door de afvalverwerkers. Het blijft dus van belang om gescheiden afvalinzameling te stimuleren en aandacht te houden voor circulariteit, hergebruik en consuminderen. Onderstaand is de conceptopbouw van de kostendekkendheid te zien. De bedragen zijn gebaseerd op de nu bekende gegevens en kunnen nog afwijken bij definitieve vaststelling van de tarieven. Eventuele afwijkingen zullen worden meegenomen in het raadsvoorstel aangaande de afvalstoffenheffing.

57

(bedrag x 1.000) Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2025

Bedrag

Kosten taakveld

4.163

Inkomsten taakveld (excl. heffingen)

-181

Netto kosten taakveld 7.3

Dekking

3.982

Toe te rekenen kosten: Overhead

211

Kwijtschelding

80

BTW

344

Totale kosten

4.617

te realiseren opbrengst

4.617

Verwerking Amendement ( korting op tarief 2024/2025)

-924

Opbrengst heffingen

3.693

Dekking

100%

-80%

3.1.6 Toeristenbelasting Op grond van artikel 224 Gemeentewet kan toeristenbelasting worden geheven voor personen die niet in de gemeente wonen, maar wel hier verblijven. Deze personen zijn niet als ingezetene in de basisregistratie personen ingeschreven. Hetgeen anders dan de naam doet vermoeden, alle overnachtingen (recreatief of beroepsmatig) tegen een vergoeding tot een belastingplicht leiden. Voor de gemeente Leudal is het tarief vastgesteld op € 1,30 per persoon per nacht. In 2026 zal een tariefsverhoging plaatsvinden naar € 1,50, en vervolgens in 2028 naar € 1,75.

3.1.7 Leges De legesopbrengsten voor diensten die de gemeente op verzoek levert mogen, op basis van artikel 229 van de Gemeentewet, maximaal 100% kostendekkend zijn. Fiscaal gezien wordt daaraan voldaan wanneer de totale baten de totale lasten op verordening (macro) niveau niet overschrijden. De eisen van het BBV gaan een stuk verder dan de fiscale eisen. Er dient cijfermatig inzicht te worden gegeven met betrekking tot de kostendekkendheid van afzonderlijke onderdelen van de verordening. In 2024 is de Omgevingswet ingevoerd. De gevolgen van deze wet zijn doorgevoerd in onderstaand overzicht. In december worden de tarieven ter definitieve vaststelling aan de raad aangeboden. Onderzoek kostendekkendheid leges titel 2, omgevingsvergunning vindt plaats in Q1 2025. De legesopbrengsten titel 1 en titel 3 zijn pas bekend na de vaststelling tarieven, december 2024.

58

(bedrag x 1.000) Berekening kostendekkendheid leges 2025 Kosten totaal Toe te rekenen kosten: overhead Baten totaal

Bedrag

Dekking

1.662 981 1.816

Kostendekking leges Dekking titel 1

98%

Dekking titel 2 (onderzoek kdh Q1 2025)

n.b.

Dekking titel 3

55%

3.1.8 Begraafrechten In het kader van de tariefstelling begraafrechten wordt het volgende uitgangspunt gehanteerd: •

streven naar een zo goed mogelijke onderhoudstoestand van de begraafplaatsen; (bedrag x 1.000)

Berekening kostendekkendheid begraafrechten 2025 Kosten taakveld

Bedrag

Dekking

27

Inkomsten taakveld (excl. heffingen) Netto kosten taakveld 8.01

27

Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totale kosten

27

Opbrengst heffingen

-7

Dekking

26%

3.1.9 Kwijtschelding Bij de overgang van de uitvoering van de belastingen naar BsGW is de uitvoering op een aantal beleidsvlakken geharmoniseerd. Bij de kwijtschelding betekende de overgang naar BsGW feitelijk een verruiming van het beleid bij de verlening van automatische kwijtschelding. Ook voor 2025 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

hantering kwijtscheldingsnormen van 100%;

•

kwijtschelding heeft betrekking op de afvalstoffenheffing (vastrecht), en de ledigingen

•

automatische kwijtschelding vindt plaats conform toetsing door Inlichtingenbureau.

59

3.1.10 Woonlasten Onder woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Onderstaand overzicht geeft de effecten van de concept tarieven weer voor 2025. Tevens geeft dit overzicht de tariefontwikkeling van de drie belangrijkste gemeentelijke belastingen.

Onderstaand is een vergelijk te zien tussen de gemeente Leudal en de omringende gemeente op basis van 2024. OZB

Rioolheffing

Afvalstoffenheffing

Totaal

Leudal

309,04

282,51

288,45

880,00

Weert

329,9

219,96

333,96

883,82

Nederweert

421,09

304,87

161,95

887,91

Roermond

348,11

196,80

298,40

843,31

Maasgouw

273,49

280,25

344,50

898,24

Echt-Susteren

325,81

288,25

272,00

886,06

Roerdalen

314,72

220,00

327,00

861,72

Peel en Maas

283,4

288,62

240,00

812,02

Horst aan de Maas

427,98

280,00

265,17

973,15

Gemiddeld

337,06

262,36

281,27

880,69

Gemeente

60

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2.1 Algemeen Door aandacht te hebben voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat substantiële risico's leiden tot een bijstelling van de uitvoering van programma's. We gaan zorgvuldig om met risico's en maken bewuste afwegingen bij het aangaan van risico's en nemen passende beheersmaatregelen. Als een risico's zich voordoet kunnen we dit dragen. Een gezond weerstandsvermogen is het vermogen om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid stagneert. De risicobeheermatrix is het instrument om bovenstaande inzichtelijk te maken. Deze wordt twee keer per jaar geactualiseerd. Deze paragraaf geeft inzicht in de weerstandscapaciteit, weerstandsvermogen en de financiële kengetallen.

3.2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: • De weerstandscapaciteit; dit zijn middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. • Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de meerjarige financiële positie. De omvang van het weerstandsvermogen geeft aan hoe toekomstbestendig de begroting is. Dit is van belang bij een financiële tegenvaller. Door alert te zijn op het weerstandsvermogen, voorkomen we dat elke financiële tegenvaller leidt tot bezuinigingen in de programma's. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking heeft/kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit twee onderdelen: • Incidentele weerstandscapaciteit; dit is het vermogen dat de gemeente heeft om eenmalige onverwachte tegenvallers op te vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van reguliere taken. • Structurele weerstandscapaciteit; dit is het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten kosten gaat van de uitvoering van bestaande taken.

De belangrijkste onderdelen hiervan voor Leudal is de post (structureel) onvoorzien en de ruimte tot 100% kostendekkendheid van leges en heffingen. Voor de gemeente Leudal bestaat de weerstandscapaciteit uit: • de algemene reserve; • het saldo jaarrekening (bij begroting post onvoorzien en begrotingsruimte); • de stille reserves; •

de onbenutte belastingcapaciteit.

De algemene reserve is het belangrijkste onderdeel van de weerstandscapaciteit om het bestaande beleid te waarborgen.

61

De beschikbare weerstandscapaciteit is als volgt:

(bedrag x 1.000) Realisatie 2023 Algemene reserve 31-12-

Begroting na Primitieve wijziging 2024 begroting 2025

17.543

Algemene reserve 1-1Onvoorzien/saldo rekening

12.629

Begrotingssaldo

17.543

23.261

51

0

1.063

2.921

Stille reserves

p.m.

p.m.

p.m.

Onbenutte belastingcapaciteit

4.395

3.639

3.324

34.567

22.296

29.506

Totaal

3.2.3 Risico's Inventarisatie risico’s Voor de jaarrekening 2023 is de risicobeheermatrix opgesteld en opgenomen in de bijlage. De risico's in de risicobeheermatrix bestaan uit structurele risico's en incidentele risico's. Ook is een berekening gemaakt van het weerstandsratio voor zowel de incidentele als ook de structurele risico's. Dit is opgenomen in deze paragraaf.

3.2.4 Onderlinge relatie Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit Als een risico zich voordoet wordt het weerstandsvermogen van de organisatie aangesproken. De weerstandsratio geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde financiële risico's. In de Nota reserves en voorzieningen gemeente Leudal 20232026 is de ideale bandbreedte vastgesteld voor de weerstandsratio. Voor de gemeente Leudal is dit een ratio tussen 1 en de 1,4. Onderstaande tabel geeft inzicht in zowel het incidentele als het structurele weerstandsvermogen. (bedrag x 1.000) Incidenteel weerstandsvermogen

2025

2026

2027

2028

Algemene reserve stand 1-1-

23.261

22.341

20.209

20.209

Incidentele begrotingssaldo

2.048

-5.001

442

475

3.005 >=1,0 en <=1,4

3.005 >=1,0 en <=1,4

3.005 >=1,0 en <=1,4

3.005 >=1,0 en <=1,4

Weerstandsvermogen o.b.v. algemene reserve

8,42

5,77

6,87

6,73

Minimaal benodigde weerstandscapaciteit

3.005

3.005

3.005

3.005

Incidentele risico's Ideale bandbreedte

62

(bedrag x 1.000) Structureel weerstandsvermogen

2025

2026

2027

2028

Onbenutte belastingcapaciteit

3.324

2.909

2.786

2.521

0

0

0

0

873

4.332

-1.167

-177

1.610 >=1,0 en <=1,4

1.610 >=1,0 en <=1,4

1.830 >=1,0 en <=1,4

2.528 >=1,0 en <=1,4

Weerstandsvermogen o.b.v. algemene reserve

2,61

4,50

0,88

0,93

Minimaal benodigde weerstandscapaciteit

1.610

1.610

1.830

2.528

Onvoorzien structureel Structurele begrotingssaldo Structurele risico's Ideale bandbreedte

Tekort/overschot t.o.v. structurele begrotingssaldo

(bedrag x 1.000) 2025

2023

2024

2025

873

4.332

-1.167

-177

Structurele risico's

1.610

1.610

1.830

2.528

Tekort/overschot

-737

2.722

-2.997

-2.705

Structurele begrotingssaldo

63

3.2.5 Financiële kengetallen Als gemeente zijn we verplicht de onderstaande vijf financiële kengetallen op te nemen in de jaarrekening en begroting. Deze kengetallen geven samen een beeld van de financiële ontwikkelingen in de gemeente. De samenhang tussen de kengetallen hierin is belangrijk. De kengetallen en beoordeling zijn bedoeld om de financiële positie inzichtelijk te maken en kunnen daarnaast gebruikt worden als vergelijking tussen gemeenten.

Bij ultimo jaar

Beoordeli ng Begroti Leudal Realisa ng na Begroti Begroti Begroti Begroti begrotin tie wijzigin ng ng ng ng Bandbree gs jaar 2023 g 2024 2025 2026 2027 2028 dte (2025)

Netto schuldquote

18%

16%

24%

29%

19%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

15%

13%

21%

26%

16%

Solvabiliteitsratio

53%

59%

61%

62%

63%

Structurele exploitatieruimte

17%

3%

3%

0%

0%

Grondexploitatie

2%

16%

1%

4%

-1%

Belastingcapaciteit

89%

88%

91%

97%

97%

Cat A <90% Cat B >90 < 13% 130% Cat C > 130 % Cat A <90% Cat B >90 < 10% 130% Cat C > 130 % Cat A > 50% Cat B >20 < 63% 50% Cat C <20 %

Cat A

Cat A

Cat A

Cat A > 0% 0% Cat B 0%

Cat C < 0 % Cat A <20% Cat B >20 < 0% 35% Cat C > 35% Cat A <95% Cat B >95 < 97% 105% Cat C > 105 %

Cat A

Cat A

Cat A

In de tabel wordt per kengetal aangegeven in welke categorie de gemeente Leudal zit. Hierbij wordt alleen het kengetal in het begrotingsjaar als waarde genomen voor de toekenning van de categorie. Categorieën zijn als volgt: A = Goed B = Voldoende C = Onvoldoende

64

65

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de mate waarin de schuldenlast (aflossing en rente) drukt op de exploitatie, met andere woorden hoeveel schuld kan een gemeente dragen. Dit kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden te delen door de totale jaarlijkse baten en wordt uitgedrukt in een percentage van de totale jaarlijkse baten. Het kengetal is hiermee gevoelig voor schommelingen in de baten. De signaalwaarden voor de netto schuldquote zijn als volgt: • •

< 90% gezonde positie > 100% Vanaf 100% blijft er te weinig leencapaciteit over om financiële tegenvallers op te vangen

•

> 130% Vanaf 130% is er sprake van een hoge schuld.

De netto schuldquote van de gemeente Leudal voor 2025 is 24% en zit ver onder de grens van 90% Dit betekent dat er voldoende ruimte is om leningen aan te trekken als dit nodig is. Met de te verwachten investeringen binnen onze gemeente is het gunstig dat deze indicator laag is. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Hierdoor wordt inzichtelijk wat het aandeel van verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen van de gemeente Leudal voor 2025 is 21% en zit ver onder de grens van 90%. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële termijn verplichtingen op lange termijn te voldoen. Dit kengetal geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal. De uitkomst van het kengetal geeft aan welk deel van het gemeentebezit is afbetaald doordat er geen schuld op rust. Hoe lager de ratio hoe meer het bezit met schulden is belast. Gemeenten hebben een vermogensbuffer nodig voor het opvangen van tegenvallers.

De maat voor een voldoende solvabiliteit is een ratio groter dan 20% (VNG) In de Nota Reserves en Voorzieningen gemeente Leudal 2023-2026 wordt een gewenst solvabiliteitsrisico benoemd van circa 40%. Voor 2025 is dit 61% en daarmee ruim voldoende. We zijn in staat om aan onze lange termijnverplichtingen te voldoen vanuit het eigen vermogen. Met het oog op toekomstige grote investeringen is het belangrijk dit kengetal te beoordelen, deze zal dan gaan dalen. Structurele exploitatieruimte Om vast te kunnen stellen of er sprake is van een structureel en reëel begrotingsevenwicht wordt er onderscheid gemaakt in structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves te delen door de totale baten. Dit wordt uitgedrukt in een percentage. Een percentage waarmee beoordeeld kan worden welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten en lasten zijn baten en lasten die jaarlijks in de begroting, meerjarenraming en jaarrekening zijn opgenomen. Incidentele baten en lasten zijn posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden.

66

Voor de gemeente Leudal is de ratio in 2025 3% en daarmee positief; de structurele lasten zijn ruim gedekt door structurele baten. Gelet op het te verwachten ravijnjaar 2026, mogelijke bezuinigingen binnen het Rijk (met betrekking tot het gemeentefonds) en de investeringen die gepland staan, is een overschot een positieve ontwikkeling. Grondexploitatie Het financiële kengetal grondexploitatie geeft in een percentage weer hoe de waarde van de grond zicht verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze moet worden terugverdiend bij de verkoop. Binnen onze gemeente hebben we relatief weinig grote grondexploitaties. Hierdoor lopen we minder risico op grote tekorten als grondposities in waarde dalen. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen en wordt bepaald door de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen in de gemeente. De onbenutte belastingcapaciteit geeft aan hoeveel ruimte de gemeente heeft om, met inachtneming van de wetgeving, maximale extra inkomsten te genereren uit de gemeentelijke heffingen. Voor de gemeente Leudal is de belastingcapaciteit in 2025 91% en daarmee is er voldoende ruimte om mogelijke toekomstige tekorten op te vangen binnen de begroting.

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) presenteert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde.

67

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.3.1 Algemeen Onderhoudslasten kunnen op diverse programma's voorkomen. Een helder en volledig overzicht is daarom van belang voor een goed inzicht in de financiële positie. De uitvoering van het onderhoud en/of vervanging wordt zo veel mogelijk vastgelegd in meerjarige plannen. Denk aan beheerplan groen en wegen, beheerplan openbare verlichting en civiel technische kunstwerken. In 2024 een jaar na vaststelling van veel meerjarige plannen kunnen we de planning toetsen aan de ervaringscijfers van 2023. Deze zijn vervolgens gekoppeld aan de diverse beleidsnota's. In 2023 zijn de beheerplannen van de verschillende disciplines naast elkaar gelegd en zijn ook andere activiteiten (bv. kabels en leidingen) projecten (bv. verkeersveiligheid) in de openbare ruimte over elkaar heen gelegd. Dit heeft geleid tot een totaalplanning waar we drie jaar vooruit kunnen kijken. De voordelen hiervan zijn duidelijk. Wat in 2024 al opvalt en ook in 2025 een rol zal spelen is de afhankelijkheid in de totaal planning van capaciteit, en de weersgesteldheid. Twee zaken waar we gelet op de arbeidsmarkt en klimaatsverandering weinig invloed op hebben. Voor een nadere toelichting inzake onderhoud gemeentelijke gebouwen inclusief sportaccommodaties wordt verwezen naar 3.3.7 gebouwen en sportaccommodaties.

Financieel Vaststelling Volgende Achterstallig Prgr Omschrijving Frequentie Voorziening in de raad actualisatie onderhoud begroting Wegen 20232026 GRP 20222026 Kunstwerken 2023-2026 Openbare verlichting 2023-2026 Groen 20232026 Gemeentelijk 2023-2026 vastgoed

2022

1 x p. 4 jaar

2026

Nee

Ja

Nee

2021

1 x p. 5 jaar

2026

Ja

Ja

Nee

2023

1 x p. 4 jaar

2027

Nee

Ja

Nee

2023

1 x p. 4 jaar

2027

Nee

Ja

Nee

2022

1 x p. 4 jaar

2026

Nee

Ja

Nee

2022

1 x p. 4 jaar

2026

Nee

Ja

Nee

3.3.2 Wegen Op 13 december 2022 is het Beheerplan groen en wegen 2023-2026 door de Raad vastgesteld. Bij het vaststellen van het beheerplan is tevens ingestemd met het beschikbaar stellen van de benodigde budgetten voor het uitvoeren van het onderhoud aan de wegen en het groen op minimaal kwaliteitsniveau B. We streven echter ook naar differentiatie op specifieke plekken (doelstelling uit integrale beleidsplan). Als gemeente wijzen wij deze plekken echter niet aan. Door burgerparticipatie te bevorderen wordt gestimuleerd dat de gebruikers van de openbare ruimte ideeën en initiatieven aandragen en hieraan gekoppeld zelf werkzaamheden verrichten in de openbare ruimte. In het beheerplan is gerekend met de kosten voor vervanging op basis van de levensduur benadering. Ondanks dat de openbare ruimte op een goed niveau wordt onderhouden, is het onvermijdelijk dat een weg of een groenelement aan het einde van de levensduur vervangen dient te worden. Uit deze benadering en het uitgangspunt dat de maximale leeftijd van verhardingen 60 jaar is, blijkt dat over enkele jaren (2025-2035) een duidelijke piek in de vervangingsinvestering komt. Deze piek is te verklaren door dat tussen 1960 en 1980 diverse grote uitbreidingsplannen zijn gerealiseerd.

68

Voor het beheer van de wegen is een structureel exploitatiebudget nodig van € 1.479.000 op basis van het actuele beheersplan groen en wegen. Voor de instandhouding van de wegen zijn jaarlijkse vervangingsinvesteringen nodig voor een bedrag van € 1.971.000, voorzien in het MIP 2025-2028. Dit bedrag neemt vervolgens in tranches van 10 jaar toe, zodat de vervangingspieken kunnen worden opgevangen. (bedrag x 1.000) 2025

2026

2027

2028

Regulier onderhoud wegen

1.479

1.479

1.476

1.476

Vervangingsinvestering infrastructurele werken

1.971

1.971

1.971

1.971

In begroting opgenomen:

3.3.3 Riolering Landelijk worden steeds hogere eisen en wettelijke verplichtingen aan de waterbeheerders opgelegd. Om hieraan te voldoen werken wij op het gebied van de zorg voor de waterketen al enkele jaren samen in het samenwerkingsverband Waterpanel Noord. Deze samenwerking heeft geleid tot het gezamenlijk opstellen van één Waterketenplan (WKP) en 15 afzonderlijke Gemeentelijke Rioleringsplannen (GRP). Het Gemeentelijk Rioleringsplan Leudal 2022-2026 is eind 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. De zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater is hierin opgenomen. In het GRP is beschreven hoe we onze objecten in de waterketen beheren. Regelmatig reinigen we de objecten en voeren we inspecties uit. Daarnaast vervangen we de objecten wanneer deze niet meer goed functioneren. Door het uitvoeren van de maatregelen die in het GRP benoemd zijn, wordt achterstallig onderhoud of kapitaalvernietiging voorkomen. De maatregelen en verbeteringen aan het rioolstelsel, zoals verwoord in het huidige GRP 20222026, worden in de lopende planperiode eveneens uitgevoerd. (bedrag x 1.000) 2025

2026

2027

2028

Regulier onderhoud riolen

1.351

1.364

1.374

1.447

Vervangingsinvestering riolering (G.R.P.)

1.852

1.852

2.376

2.376

In begroting opgenomen:

3.3.4 Civieltechnische kunstwerken De gemeente Leudal heeft circa 129 bruggen/duikerbruggen in beheer en onderhoud. In april 2023 heeft de gemeenteraad het “Beleidsplan Civieltechnische kunstwerken 2022 t/m 2026” vast gesteld. Met dit beleidsplan is inzicht gegeven in de investeringen die de komende jaren en in de toekomst nodig zijn om bruggen en of duikerbruggen te vervangen. Binnen de beleidsperiode van dit beleidsplan is vervanging van enkele bruggen voorzien. In de begroting 2025 zijn voor deze vervangingen financiële middelen opgenomen. Het beleidsplan is samen met het “Uitvoeringsprogramma Civieltechnische kunstwerken 2022 t/m 2026” de basis voor het beheer en onderhoud aan onze civieltechnische kunstwerken voor de komende jaren.

69

(bedrag x 1.000)

2025

2026

2027

2028

177

177

177

177

0

0

0

0

In begroting opgenomen: Regulier onderhoud civieltechnische werken Vervangingsinvestering civieltechnische kunstwerken

3.3.5 Openbare verlichting Het beleidsplan openbare verlichting 2023 t/m 2027 is de basis voor het beheren en onderhouden van de openbare verlichting. Het vervangingsplan voorziet voornamelijk in het vervangen en het ombouwen van traditionele verlichting naar led-verlichting. (bedrag x 1.000) 2025

2026

2027

2028

Regulier onderhoud openbare verlichting

82

82

82

82

Vervangingsinvestering openbare verlichting

40

106

496

410

In begroting opgenomen:

3.3.6 Groenvoorziening Visie Een prettig woon- werk en leefklimaat waarin biodiversiteit, klimaatadaptatie en duurzaamheid centraal staan. Het openbaar groen wordt onderhouden op kwaliteitsniveau B. Wat willen we bereiken 37 Duizend Bomenplan gemeente Leudal In de periode 2021-2028 wordt voor elke inwoner een extra boom geplant in de gemeente Leudal. Inmiddels staat de teller op ruim 20.000 bomen. In de periode 2025-2028 worden ook nog extra bomen gepland, zodat in 2028 ruim 37.000 extra bomen zijn gepland. Naast aanplanten van solitaire bomen en laanbomen wordt ook gekeken naar het aanplanten van (agrarische) percelen. Deze worden dan omgevormd naar Natuur. De voorbereidingen voor het realiseren van natuur op 1 agrarisch perceel gelegen aan de Asbroekerheide in Roggel en 1 agrarisch perceel gelegen aan de Roggelseweg in Haelen is gestart. Onderzoeken zijn uitgevoerd en het vergunningentraject loopt. Daarnaast worden thans de inrichtingsplannen opgesteld. Op basis van deze inrichtingsplannen en een kostenraming wordt een concreet bedrag opgenomen in de begroting 2025. (herinrichting perceel Asbroekerheide € 46.650en herinrichting perceel Roggelseweg, bedrag nog niet bekend). Er wordt optimaal gebruik gemaakt van subsidies voor de inrichtingsmaatregelen, noodzakelijke onderzoeken en afwaardering van beide percelen.

Daarnaast worden in het plantseizoen 2024-2025 circa 25 erven aangeplant in het kader van de Aanplantregeling gemeente Leudal 2022-2024. Vergroenen (school)pleinen Er zijn 2 concrete burgerinitiatieven voor het vergroenen van (school)pleinen. Namelijk het vergroenen van het Krekelbergplein in Neeritter en het vergroenen van het Herman Meddensplein in Nunhem. Voor de verdere planuitwerking (zoals uitvoeren van onderzoeken en het uitwerken van civieltechnische plan) van beide burgerinitiatieven is in 2024 € 50.000,- beschikbaar gesteld. Op basis van een inrichtingsplan (Voorlopig Ontwerp) en een kostenraming wordt voor beide burgerinitiatieven een bedrag van € 1.625.000 als investering opgenomen in de begroting 20252028 voor het vergroenen van beide pleinen in 2025.

70

Beheerplan Groen en Wegen 2023-2026 In 2022 is het beheerplan Groen en Wegen geactualiseerd. Het beheerplan sluit aan bij de beleidsuitgangspunten ten aanzien van onder andere duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit van de gemeente Leudal. Areaaluitbreiding wordt hierin ook meegenomen. Dit beheerplan vormt dat de input voor de gemeentebegroting. In 2026 wordt een nieuw Beheerplan Groen en Wegen (2027-2030) opgesteld. Bomenbeleidsplan In 2024 is het gemeentelijk bomenbeleid en de gemeentelijke bomenlijst geactualiseerd. In het Bomenbeleidsplan wordt ook extra aandacht besteed aan bomen die nu de functionaliteit van de openbare ruimte belemmeren, door o.a. wortelopdruk. Daarnaast staan bomen soms niet op een goede groeiplaats, te dicht bij woningen/percelen of is de boomsoort minder geschikt op die locatie. Aan het bomenbeleidsplan wordt een uitvoeringsplan gekoppeld. In het uitvoeringsplan worden concrete maatregelen voorgesteld voor planmatig boombeheer en wortelopdruk. Voor het planmatig boombeheer en de wettelijke zorgplicht ten aanzien van bomen is het op orde brengen en houden van onze data een randvoorwaarde. Dit geldt ook voor de overige groenelementen in de openbare ruimte. In 2025 wordt het planmatig boombeheer verder uitgewerkt. Vervanging bomen en plantsoenen Bomen en planten hebben een bepaalde levensduur.

Een deel van de verouderde plantsoenen en bomen die zijn afgekeurd in verband met de boomveiligheid worden vervangen. Ook bij reconstructies wordt kritisch gekeken of het bestaande groen gehandhaafd blijft of beter vervangen kan worden. Bij het bepalen van het sortiment wordt mede gekeken naar de waarde voor de biodiversiteit en veerkracht in relatie tot klimaatadaptatie (extreem droge of natte periodes). In 2025 wordt extra aandacht besteed aan het vervangen van dode bomen en houtopstanden en het herstellen van bomenlanen en groenstructuren in het buitengebied. Biodiversiteit Vrijwilligers van Studiegroep Leudal en IVN Roermond monitoren sinds enkele jaren een gedeelte van de gemeentelijke wegbermen. Natuurvriendelijk beheer van de gemeentelijke wegbermen en sloten is een belangrijke randvoorwaarde voor het vergroten van de biodiversiteit. Het is algemeen bekend dat de laatste decennia het aantal insecten in Nederland aanzienlijk is afgenomen. Daarom hecht de gemeente Leudal veel waarde aan het vergroten van de biodiversiteit in de openbare ruimte. Wegbermen en gazons worden minder frequent gemaaid wanneer daardoor de verkeersveiligheid en de functionaliteit niet in het gedrang komt. Bij het aanplanten van bomen en struiken wordt meer inheems en streekeigen sortiment en soorten die bijdragen aan biodiversiteit toegepast. In 2024 is de Hakhoutbrigade gemeente Leudal opgericht.

Het doel van de Hakhoutbrigade is het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke houtopstanden, landschapselementen, bos- en natuurterreinen, en het bevorderen van de biodiversiteit. In 2025 wordt door onderhoud uitgevoerd aan enkele landschapselementen en bosjes.

71

(bedrag x 1.000)

2025

2026

2027

2028

2.264

2.264

2.264

2.264

138

138

138

138

In begroting opgenomen: Regulier onderhoud groen Vervangingsinvestering groen

3.3.7 Gebouwen en sportaccommodaties Voortvloeiend uit de duurzaamheidsopgave, is de Portefeuilleroutekaart voor de aanpak van verduurzaming van ons gemeentelijk vastgoed opgesteld. De resultaten worden vertaald naar het Duurzaam MeerjarenOnderhoudsPlan (DMJOP). Hiervoor wordt ook het MJOP geactualiseerd en de Energielabels voor dit vastgoed opgesteld. Deze zijn inmiddels gereed en worden opgenomen in de begroting 2025. Het beleid en de te maken keuzes rondom verduurzaming in relatie met het accommodatiebeleid wordt in 2024 bestuurlijk vastgesteld en in 2025 starten we met de uitvoering hiervan. In maart 2023 is besloten tot een kostendekkende huur. Deze wordt geleidelijk ingevoerd zolang flankerend subsidiebeleid niet is vastgesteld loopt de huidige voorziening onverminderd door.

(bedrag x 1.000)

2025

2026

2027

2028

564

586

565

637

Jaarlijkse storting voorziening vastgoed groot onderhoud

1.855

1.855

1.855

1.855

Investeringen duurzaamheid gemeentelijke gebouwen en accommodaties

780

780

780

780

In begroting opgenomen: Klein onderhoud MJOP

72

3.4 Financiering 3.4.1 Algemeen De financieringsfunctie heeft betrekking op het beleid voor de financieringsrisico's en de verwachtingen hierin. Verantwoord financieren en tijdig beschikbaar hebben van financieringsmiddelen tegen zo gunstig mogelijke prijzen. Hierbij wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden (kasgeldlimiet en renterisiconorm) en de aard van de financieringsbehoefte ( kort versus lang) We geven inzicht in de financieringsbehoefte, in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Centraal staat het treasury beleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille. De wettelijke kaders hiervoor zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido), de wet Houdbare gemeentefinanciën (Hof), het Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast is de Financiële verordening Gemeente Leudal 2023 en het Treasurystatuut 2023 Gemeente Leudal van toepassing.

3.4.2 Rente risicobeheer Het is belangrijk om risico's gestructureerd en systematisch te managen en te wegen. Rentefluctuaties hebben niet alleen gevolgen voor de rentelasten of - opbrengsten bij het aantrekken en/of uitzetten van gelden, maar ook voor de koersen van obligaties. Hieronder worden de verschillende risico's toegelicht. Renterisico Het beheersen van het renterisico wordt gedaan door het berekenen van de kasgeldlimiet voor schulden korte termijn en de renterisiconorm voor langlopende schulden. Het doel van deze kengetallen is om decentrale overheden te behouden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Er wordt een grens gesteld aan de structuur van de leningen, niet aan de hoogte. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan leningen met een looptijd van maximaal één jaar ( kort geld) die gemeenten hanteren voor de financiering van lopende uitgaven om tijdelijke liquiditeitstekorten op te vangen. De limiet voor het afsluiten van kortlopende geldleningen mag wettelijk maximaal 8,5% bedragen van het begrotingstotaal. Door het hanteren van een limiet wordt voorkomen dat er uitsluitend kortlopende leningen worden afgesloten. Het aantrekken van dit type leningen is aantrekkelijk wanneer de rente laag is met een risico van een stijgende rente bij herfinanciering.

Bij een overschrijding gedurende drie achtereenvolgende kwartalen moet de gemeente maatregelen nemen. De ruimte onder de kasgeldlimiet is het totale bedrag waarmee de netto-vlottende schuld mag worden verhoogd voordat de grens van de kasgeldlimiet wordt bereikt. Voor de gemeente Leudal is er voldoende ruimte onder de kasgeldlimiet.

73

(bedrag x 1.000) Kasgeldlimiet

3e kwartaal 4e kwartaal 1e kwartaal 2e kwartaal 2023 2023 2024 2024

Begrotingstotaal per 1 januari

93.981

93.981

106.315

106.315

Limiet percentage

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Normbedrag

7.988

7.988

9.037

9.037

Netto vlottende positie Vlottende schuld

22

19

Vlottende middelen

-29.150

-32.912

-27.198

-27.679

Netto saldo

-29.150

-32.890

-27.198

-27.660

37.138

40.878

36.235

36.697

Onder- overschrijding normbedrag Ruimte onder de kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet Renterisiconorm De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de leningenportefeuille met een looptijd van langer dan een jaar te beperken en beheersbaar te houden. Het renterisico in een bepaald jaar mag wettelijk niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat het jaarlijks verplichte totaal aan aflossingen en de renteherzieningen kleiner dan 20% van het begrotingstotaal moet zijn. Door een goede spreiding te behouden in de looptijd van de leningenportefeuille wordt flexibiliteit in de toekomst behouden tegen zo laag mogelijke rentetarieven. Voor de gemeente Leudal is er voldoende ruimte onder de renterisiconorm. (bedrag x 1.000) Renterisico

2025

2026

2027

2028

Begrotingstotaal per 1 januari

111.841

108.443

103.918

106.095

Limiet percentage

20,00%

20,00%

20,00%

20,00%

Renterisiconorm

22.368

21.689

20.784

21.219

0

0

0

0

Aflossingen

7.024

6.251

6.076

5.695

Renterisico

7.024

6.251

6.076

5.695

15.345

15.437

14.707

15.524

Rente herziening

Onder- overschrijding normbedrag Ruimte onder de renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm Liquiditeitsrisico Liquiditeit richt zich op de vraag of de gemeente genoeg geldmiddelen heeft om op de korte termijn de facturen, salarissen en aflossingen op leningen te betalen zonder dat daarvoor aanvullende financiering moet worden aangetrokken. Het risico bij liquiditeit is dat de gemeente over onvoldoende middelen beschikt om aan bovengenoemde verplichtingen te voldoen.

74

De gemeente Leudal hanteert het systeem van totaalfinanciering. Dit betekent dat alle uitgaven worden opgeteld en alle inkomsten hier tegenover worden gezet. Als blijkt dat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten, is er sprake van een financieringsbehoefte. Bij totaalfinanciering zijn leningen niet gekoppeld aan specifieke uitgaven of investeringen, maar aan het saldo van wat de gemeente in totaal uitgeeft en binnenkrijgt. Een goed inzicht in het verloop van inkomsten en uitgaven leidt tot een goeie sturing op de benodigde liquiditeiten voor de komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten. Gemeenten zijn in het kader van schatkistbankieren verplicht hun overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag aan te houden in de rijksschatkist. Door deze maatregel hoeft het Rijk minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. De drempel voor verplicht schatkistbankieren is voor gemeenten 2% van het begrotingstotaal, als het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Ook zijn er mogelijkheden om overtollige middelen uit te lenen aan overige decentrale overheden, met inachtneming van wet- en regelgeving. (bedrag x 1.000) Financieringspositie per 1 januari

2025

2026

2027

2028

139.879

144.075

139.184

133.221

4.186

2.928

-535

0

8.196

29.771

37.077

144.065

155.199

168.420

170.298

Reserves

92.566

93.207

88.470

85.721

Voorzieningen

6.665

6.942

7.572

8.364

Langlopende geldleningen

51.712

45.461

39.385

33.690

7.500

6.750

6.000

25.000

22.500

Activa Vaste activa Grondexploitaties Meerjarig InvesteringsPlan Saldo Passiva

op te nemen geldlening 2025 op te nemen geldlening 2026 op te nemen geldlening 2027 Saldo

Financieringsoverschot

11.000 150.943

153.110

167.177

167.275

6.878

-2.089

-1.243

-3.023

Aan het begin van het begrotingsjaar 2025 werd een (theoretisch) financieringsoverschot berekend van afgerond € 13 miljoen, waarbij ervan uitgegaan wordt dat alle in de meerjarenbegroting opgenomen investeringen volgens planning worden uitgevoerd. In de komende begrotingsperiode dalen de reserves. Deze worden onder andere ingezet ter dekking van een herstructureringsfonds, een dekkingsreserve voor de investeringen duurzaamheid en sloop/tijdelijke huisvesting van de onderwijslocaties uit het IHP (Integraal Huisvestingsplan).

75

In de komende meerjarenperiode vinden er grote investeringen plaats. In 2023 is reeds een langlopende geldlening aangetrokken van € 15 miljoen, met het oog op grote investeringsprojecten. Dit is niet voldoende om de geplande investeringen in de komende jaren te financieren. Vanaf 2026 zullen er nieuwe leningen aangetrokken moeten worden die leiden tot nieuwe rentelasten. In bovenstaande tabel is een prognose opgenomen van de toekomstig aan te trekken leningen. Op dit moment is het nog niet zeker wanneer de leningen aangetrokken moeten worden en wat de hoogte van de rentelasten zijn. In de risicoparagraaf is het renterisico opgenomen. Bij het aantrekken van leningen houden we rekening de vereisten uit wet- en regelgeving voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Voor een bedrag van maximaal € 9 miljoen ( kasgeldlimiet) kan dit met kortlopende geldleningen en voor het overige met langlopende leningen. Koersrisico Koersrisico is het risico op een daling van de marktwaarde van de financiële activa. Omdat onze gemeente de “Essent-gelden” heeft belegd in obligaties zijn de koersrisico’s op het einde van de looptijd beperkt. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd.

Op de balans zijn de obligaties gewaardeerd tegen de aankoopprijs ( als de hoger is dan de nominale waarde) of tegen de nominale waarde ( als deze hoger ligt dan de aankoopprijs). Als de beleggingen niet worden verkocht voor de einddatum dan is er nauwelijks sprake van een koersrisico. Onze vermogensbeheerder volgt de marktontwikkelingen nauwlettend en informeert de gemeente hierover periodiek. Daarnaast staat de Wet Schatkistbankieren alleen mutaties in de beleggingsportefeuille toe onder voorwaarden. Door de ingezette beleidslijn van uw gemeenteraad wordt de beleggingsportefeuille stapsgewijs afgebouwd. Liquide middelen die de komende jaren naar de gemeente terugvloeien in het kader van de afronding van de Essent verkoop worden om die rede niet herbelegd. In plaats daarvan worden die vrijvallende middelen aangewend als intern financieringsmiddel. (bedrag x 1.000) Beleggingen

2025

2026

2027

2028

Nominale waarde

2.308

408

Vrijval nominale waarde

-1.900

-408

Saldo

408

0

0

0

Gerealiseerde boekwinst beleggingen

-150

-22

Geldlening

2025

2026

2027

2028

Verstrekte hybride lening aan Enexis

3.017

3.017

3.017

3.017

3.017

3.017

3.017

3.017

Aflossing (vanaf jaar 2030) Saldo

(bedrag x 1.000)

Vrijvalkalender Jaar

Belegging

Boekwinst

2025

1.900

150

2026

408

22

2.308

171

2027 2028

76

3.4.3 Leningen en garanties De gemeente Leudal heeft leningen afgesloten om investeringsuitgaven te kunnen doen. Jaarlijks wordt aan de hand van een liquiditeitsprognose beoordeeld of de leningenportefeuille nog voldoende is, of dat er nieuwe leningen aangetrokken moeten worden. (bedrag x 1.000) Leningenportefeuille per 1 januari

2025

2026

2027

2028

Opgenomen geldleningen

51.712

52.961

71.135

73.190

Af: reguliere aflossingen

- 6.251

- 6.076

- 5.695

- 5.060

7.500

25.000

11.000

- 750

- 3.250

- 4.350

Af: vervroegde aflossingen Nog op te nemen geldleningen Af: reguliere aflossingen Totaal boekwaarde 31-12-

52.961

71.135

73.190

63.780

Gemiddeld rentepercentage geldleningen

3,84%

3,39%

4,39%

4,91%

In 2023 is een langlopende geldlening aangetrokken van € 15 miljoen, met het oog op de toekomstige grote investeringsprojecten binnen de gemeente. Door deze extra aantrekking van kapitaal behouden we een spreiding in de leningenportefeuille. Dit is in lijn met de wettelijke gestelde normen voor de renterisiconorm in de wet financiering decentrale overheden (wet Fido)

3.4.4 Rentetoerekening De rentetoerekening geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Volgens wet- en regelgeving wordt de interne rente exact berekend. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa, die integraal zijn gefinancierd. Het percentage bedraagt 0.50% voor 2025.

77

(bedrag x 1.000) Renteschema

2025

%

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

2.008

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

-270

4,91%

Saldo rentelasten en rentebaten Doorbelaste rente naar de grondexploitatie

1.738 -21

Doorbelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden

0

Rentebaat verstrekte leningen in het kader van projectfinanciering naar taakvelden

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-21

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

1.717 -666

Renteresultaat op het taakveld Treasury

1.051

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

140

Boekwaarde vaste activa 1-1-2025

128.867

Gemiddelde rente

0,60%

Keuze voor de omslag rente

0,50%

(bedrag x 1.000) Balans per 1-1Rente vaste schulden

Aantal

2025

21

4,91%

Rente kasgeldleningen

0,00%

Gewogen gemiddelde rente

4,91%

Voorzieningen

6.665

Langlopende schulden

51.712

Kasgeldleningen (kort)

-

Overige kortlopende schulden Banksaldi

992 -

Overlopende passiva

13.923

Vreemd vermogen

73.292

Eigen vermogen

92.566

Balanstotaal

165.858

Rentetarief grondexploitatie

2,17%

Marktrente (afgerond binnen een marge van 0,5%)

2,50%

78

3.4.5 EMU saldo In de wet Hof zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. De decentrale overheden leveren een gelijkwaardige bijdrage aan het naleven van de EMU-normen ( Economische en Monetaire Unie) . De schuldontwikkeling van gemeenten worden gemonitord en mogen niet te hoog oplopen. Er geldt een begrenzing van het bedrag waarmee de netto schuld van de gezamenlijke gemeenten jaarlijks mag toenemen. Gemeenten krijgen een individuele EMU-referentiewaarde voor het tekort in een jaar. Voor het sturen op de ontwikkeling van de gemeenteschuld luidt het advies als volgt: 'Let bij het opstellen van de begroting op de ontwikkeling van de hoogte van uw gemeenteschuld. Te hoge schulden zijn slecht voor de financiële gezondheid van de gemeenten. Pas als het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten wordt overschreden kan de individuele referentie waarde een rol gaan spelen.' Onderstaande tabel geeft inzicht in het EMU-saldo.

79

(bedrag x 1.000) Realisatie Begroting Primitieve Begroting Begroting Begroting 2023 2024 na begroting 2026 2027 2028 wijziging 2025 EMU-SALDO

12.190

-10.520

-8.305

-3.139

10.525

5.789

EMU-SALDO referentiewaarde

-3.347

-4.861

-4.861

-4.861

-4.861

-4.861

EMU-saldo blijft onder referentiewaarde

15.537

1.722

15.386

10.650

EMU-saldo overschrijdt referentiewaarde Financiële vaste activa Mutaties 1 januari t/m 31 december

Activa Vlottende activa

Vaste passiva Passiva

Vlottende passiva

-5.659

-3.444

-27

-1.415

-1.791

-427

-41

-40

-18.290

-12.282

-1.288

36.752

40.077

2.161

-334

22

-131

192

-7.024

-6.251

1.424

26.055

34.440

150

22

Kapitaalverstrekkingen en leningen

(+)

Uitzettingen

(+)

62

Uitzettingen

(+)

23.148

Liquide middelen

(+)

168

Overlopende activa

(+)

851

Vaste schuld

(-)

8.451

Vlottende schuld

(-)

-1.774

Overlopende passiva

(-)

5.335

(Verwachte) boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

3.4.6 Meerjarenbalans (bedrag x 1.000) Prognose meerjarenbalans per Realisatie Begroting Primitieve Begroting Begroting Begroting 31/12 2023 2024 na begroting 2026 2027 2028 wijziging 2025 Activa Vaste activa 188

171

137

106

80

56

Materiële vaste activa

108.225

120.108

132.946

137.601

132.777

126.878

Financiële vaste activa

10.001

8.586

6.795

6.368

6.327

6.287

5.725

28.718

27.814

79.850

Immateriële vaste activa

Meerjarig Investeringsplan Totaal vaste activa

118.414

128.865

145.603

172.793

166.998

213.071

Voorraden

2.792

4.186

2.928

-535

0

0

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

42.259

23.969

11.687

10.398

47.150

87.227

Liquide middelen

419

2.580

2.246

2.268

2.137

2.329

Overlopende activa

6.257

6.257

6.257

6.257

6.257

6.257

Totaal vlottende activa

51.727

36.992

23.118

18.388

55.544

95.813

Totaal activa 31-12-

170.141

165.857

168.721

191.181

222.541

308.884

Reserves*

77.457

91.503

90.286

89.139

86.446

75.623

Resultaat boekjaar 2023

12.629

1.063

2.921

-669

-725

298

Voorzieningen

6.403

6.665

6.942

7.572

8.364

8.707

Vaste schulden - huidige opgenomen leningen > 1 jaar

58.736

51.712

45.461

46.885

72.940

107.380

155.225

150.943

145.610

142.927

167.025

192.008

992

992

992

992

992

992

Overlopende passiva

13.924

13.923

22.119

47.261

54.524

115.884

Totaal vlottende passiva

14.915

14.915

23.111

48.253

55.516

116.876

Totaal passiva 31-12-

170.141

165.857

168.721

191.181

222.541

308.884

Vlottende activa

Passiva Vaste passiva

Incidentele begrotingssaldo*

Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

81

3.5 Bedrijfsvoering 3.5.1 Algemeen De bedrijfsvoering van de gemeente ondersteunt het primaire proces. De bedrijfsvoering maakt het mogelijk dat Leudal samen bouwt aan een duurzame, dienstverlenende en vitale toekomst. De belangrijkste aspecten binnen bedrijfsvoering zijn organisatieontwikkeling, communicatie, financiën, juridische zaken, personeelszaken, archivering, informatievoorziening, ICT en huisvesting. We bewaken de samenhang en streven naar een verdere optimalisering van integraliteit en doelmatigheid van onze werkprocessen.

3.5.2 Communicatie Jaarlijks stellen we een strategisch communicatieframe op. Dit is een afgeleide van de strategische organisatievisie, het coalitieakkoord en de Zomernota, waaraan we de komende jaren verder uitvoering geven. We richten onze communicatie zodanig in dat het structureel bijdraagt aan het behalen van de beleidsmatige doelen en ambities binnen de drie centrale thema’s sociale basis, passend wonen en vitaal buitengebied, maar ook de beleidsvelden mobiliteit, economie en duurzaamheid. We blijven werken aan de doorontwikkeling van onze communicatie richting onze samenleving. Daarnaast maken we onze organisatie communicatiever door onder andere interne trainingen te verzorgen, maar ook door tijdig adviesgesprekken met beleidsadviseurs te voeren. De positionering van de vakgroep communicatie in de organisatie en het koppelen van de adviseurs communicatie aan collegeleden draagt daar op positieve wijze aan bij. We zetten in op doelgroepgerichte en klant specifieke communicatie richting inwoners om zo aan hun informatiebehoefte te voldoen. Daarbij zoeken we constant naar een goede balans tussen online en offline communicatiekanalen. In onze communicatie maken we gebruik van omgevingsanalyses om alle betrokken stakeholders op gepaste wijze te informeren, te betrekken en daarmee de dialoog te stimuleren.

Zo maken we gebruik van onze netwerken in de samenleving zoals dorpsraden, maar ook lokale media en nieuwsplatforms.

3.5.3 Personeel en organisatie Binden en boeien (aantrekkelijk werkgeverschap) Als goed en aantrekkelijk werkgever weten we medewerkers te overtuigen om bij ons te komen werken en hen te binden en te boeien aan onze organisatie. Bovendien hebben we oog voor het werkplezier van onze medewerkers. Ook is er aandacht voor de diversiteit van de samenstelling van het personeelsbestand. Er wordt specifiek aandacht besteed aan instroom van jonge medewerkers en medewerkers met een passende opleiding, waardoor maatwerk wordt gerealiseerd. Het blijft lastig om vacatures ingevuld te krijgen. In vervolg op de uitrol van de organisatievisie gaan we verder met het opzetten van een herkenbaar 'Employer brand', het creëren van een herkenbare huisstijl voor werving en selectie onderdelen en het herschrijven van vacatureteksten. We blijven diverse activiteiten organiseren om talentvolle potentiële professionals op informele wijze te laten kennismaken met onze organisatie.

82

Opleiden & Ontwikkelen De gemeente Leudal wil een lerende organisatie zijn. Komend jaar gaan we extra aandacht schenken aan het thema opleiden & ontwikkelen. Het onderhoud van vakmanschap en continu leren en blijven ontwikkelen is inspirerend en draagt bij aan werkplezier, creativiteit en het innovatief vermogen van de medewerkers. Dit thema is al ingebed in de gesprekscyclus, waarbij elke leidinggevende nadrukkelijk aandacht heeft voor het ontwikkelpotentieel van zijn medewerkers. Er ontstaat in dit gesprek een behoefte peiling wat er nodig is vanuit organisatie perspectief. Duurzame inzetbaarheid We blijven de komende jaren investeren in duurzame inzetbaarheid, aangezien dit item belangrijk blijft voor iedere levensfase. Duurzame inzetbaarheid is een verantwoordelijkheid van zowel medewerker als werkgever. Zij voeren met elkaar het goede gesprek en kijken wat er nodig is: wat gaat de medewerker doen en hoe kan de werkgever hierbij ondersteunen. In 2024 is de visie op duurzame inzetbaarheid geïmplementeerd en in 2025 gaan we verder met de invoering van de praktische uitwerking. Dit zal extra investeringen eisen van medewerkers en van de werkgever gericht op het mentaal, sociaal, fysiek en digitaal fit blijven. (bedragen x 1.000) Begroting Realisatie na Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 wijziging 2025 2026 2027 2028 2024 Salariskosten

19.264

22.581

23.655

23.606

23.534

23.545

Inhuur personeel formatie (smal)

2.807

2.395

1.390

881

881

881

Inhuur personeel projecten (breed)

2.564

748

364

364

364

364

25.724

25.409

24.851

24.779

24.790

Totaal

24.636

3.5.4 Informatievoorziening Dienstverlening De gemeentelijke dienstverlening speelt in op de behoefte van inwoners, ondernemers en verenigingen. We verbeteren onze dienstverlening zodat inwoners, ondernemers en verenigingen gemakkelijk zaken kunnen doen en kwaliteit, professionaliteit en gastvrijheid ervaren. We zijn transparant en communiceren begrijpelijk zodat onze dienstverlening voor iedereen toegankelijk is. We zijn goed bereikbaar en hebben een proactieve communicatie. We gaan mee met technologische en maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, toegankelijkheid, veiligheid en datagedreven werken. Dit doen we op de maat van Leudal. In 2025 werken we verder aan onze dienstverlening, conform de uitgangspunten van de Visie Mooi werken in Leudal: wendbaar, dienstbaar en dichtbij. We hebben steeds meer inzicht in de klantwens en behoefte en gebruiken deze informatie om de dienstverlening te verbeteren. Het meten van de klanttevredenheid in werkprocessen wordt in 2025 verder uitgebreid. We werken verder aan de verbetering van een toegankelijke en begrijpelijke communicatie met onze inwoners. We werken verder aan onze informatiehuishouding als fundament onder onze dienstverlening. We continueren het groeimodel Werken aan kwaliteit en zetten verder in op een cultuur van continu leren en procesmatig werken.

83

Informatievoorziening Maatschappelijke opgaven staan voor ons centraal. Digitalisering biedt voorzieningen om de dienstverlening te verbeteren en de doelen sneller en beter te realiseren. De ontwikkelingen op het gebied van digitalisering gaan snel. De manier waarop inwoners werken, onderwijs volgen, wonen, zorg ontvangen, recreëren en zich verplaatsen verandert. De organisatie moet goed toegerust zijn om met deze ontwikkelingen mee te gaan. Dit betekent dat de gemeente over betrouwbare ICTvoorzieningen moet beschikken, en snel en flexibel inspeelt op nieuwe ontwikkelingen. Transparantie van overheidsinformatie staat volop in de maatschappelijke belangstelling. De invoering van de Wet open overheid (Woo), op 1 mei 2022, geeft een impuls aan de informatiehuishouding en het actief beschikbaar stellen van informatie. De transparantie van het overheidshandelen vraagt om snel te kunnen laten zien wat, wanneer en met wie gecommuniceerd is, en welke acties zijn uitgevoerd. Dat geldt zowel voor het handelen van het bestuur – gemeenteraad, college, burgemeester – als van de ambtelijke organisatie. Naast de Woo zijn er nog een groot aantal nieuwe informatiewetten waaraan we als gemeente moeten voldoen.

Pijlers Verbetering Digitale Infrastructuur • Modernisering ICT-systemen: Investeren in de modernisering van onze ICT-systemen om sneller en betrouwbaarder toegang te bieden tot gemeentelijke diensten. • Cloudmigratie: Overstappen naar cloudgebaseerde oplossingen voor betere schaalbaarheid, flexibiliteit en kostenbesparing. •

Datamanagement: Implementeren van geavanceerde datamanagementsystemen om de kwaliteit, nauwkeurigheid en beschikbaarheid van gegevens te verbeteren.

Bevorderen Digitale Inclusie •

• •

Digitale vaardigheidstrainingen: Aanbieden van trainingen en workshops aan de interne organisatie. Doel: vergroten van de digitale vaardigheden. Daarnaast het opzetten van doelgerichte informatie aan inwoners en ondernemers over online diensten en producten. Toegankelijke digitale diensten: Blijven ontwikkelen van gebruiksvriendelijke en toegankelijke digitale diensten voor alle doelgroepen. Digitale loketten: In 2025 bepalen we onze richting rond de persoonlijke internet pagina (pip). Hoe gaat Leudal de ‘mijn Leudal’ omgeving inrichten en vormgeven.

Informatiewetten De door Europa nagestreefde transitie van analoog naar digitaal heeft tot gevolg dat wij als lokale overheid te maken krijgen met een grote hoeveelheid nieuwe informatiewetten. Soms rechtstreeks vanuit Europa, soms vertaald naar de Nederlandse situatie. De invoering en implementatie van deze wetgeving heeft grote impact op onze informatiehuishouding, de manier waarop wij werken én de dienstverlening aan onze inwoners. Dat vraagt om voldoende capaciteit en integrale afstemming.

84

Randvoorwaarden zoals beleid, grip op wijzigingen en inzicht in het informatielandschap zijn gecreëerd om mee te bewegen in de digitale transformatie waarin gemeenten zich bevinden. Dit vraagt om veel verandervermogen, dat nu al schaars is. Sterker nog, de meeste verandercapaciteit wordt al ingezet en is al vergeven. Het merendeel van de resterende capaciteit gaat naar reguliere vervangingen en vernieuwing. Dat betekent dat er beperkt tijd overblijft waarin het steeds meer van belang wordt om als gemeente heldere keuzes te maken en prioriteiten te stellen rondom de ambities en visie.

3.5.5 Informatieveiligheid en privacy Informatiebeveiliging blijft in 2025 een belangrijk onderdeel binnen de gemeente Leudal. De gemeente zorgt in dat zij voldoet aan wet- en regelgeving. Dit zijn onder andere de vernieuwde Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2.0 (BIO 2.0) en de NIS 2-richtlijn die nationaal wordt omgezet in de Cyberbeveiligingswet. Verantwoording over informatiebeveiliging vindt plaats via de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). We gaan te allen tijde risicogebaseerd te werk en passen de beveiligingsmaatregelen hierop aan. Dit alles om capaciteiten op het gebied van cyberbeveiliging in de hele gemeente Leudal op te bouwen, de bedreigingen voor netwerk- en informatiesystemen die worden gebruikt te beperken en de continuïteit van dergelijke diensten te waarborgen wanneer zij worden geconfronteerd met incidenten. Het is en blijft belangrijk om de privacy van de inwoners te beschermen en transparant te handelen. Inwoners kunnen het register van verwerkingen raadplegen en inzageverzoeken doen. We willen als gemeente de inwoners optimaal van dienst kunnen zijn met inachtneming van de AVG. Het delen van gegevens met samenwerkende instanties moet dan ook AVG-proof gebeuren. Digitalisering brengt nieuwe uitdagingen en risico’s met zich mee.

Er worden DPIA’s (Data Protection Impact Assessment) uitgevoerd om de risico’s in kaart te brengen en de processen zo in te richten dat we de privacy van de inwoners respecteren. Binnen de organisatie wordt er gewerkt aan privacy-bewustzijn en het voorkomen van beveiligingsincidenten en datalekken.

3.5.6 Financiën Doorontwikkeling P&C Het werken aan verbeteringen in de P&C cyclus is een doorlopend proces. De constructieve samenwerking met het audit-comité zetten we in 2025 voort. In samenwerking met dit comité blijven we de ingebrachte verbeterpunten vertalen in de eerstvolgende mogelijkheid die de P&C cyclus ons biedt. In 2025 gaan we met de eerste proef van een financieel dashboard ervaring opdoen. Hiermee zetten we een stap van periodieke informatievoorziening naar permanente informatievoorziening. 213a onderzoek Om te beginnen krijgt het uitwerken en monitoren van de aanbevelingen uit het in 2024 uitgevoerde onderzoek naar de implementatie van de I visie prioriteit en wordt er vooralsnog in 2025 geen nieuw 213a onderzoek uitgevoerd.

85

3.5.7 Overhead Overhead omvat alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren in ieder geval leidinggevenden in het primair proces, de ondersteuning vanuit de afdeling bedrijfsvoering op de “PIOFACH” functies (Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie, Huisvesting) en overige kosten niet toe te delen aan de taakvelden in het primaire proces. Wij hanteren de definitie die in het BBV wordt gehanteerd. Hierin worden ook de kosten meegenomen voor huisvesting, facilitaire zaken, ICT en overige. De laatste omvat kosten voor uitvoering van de algemene taken van de eigen gemeentelijke organisatie zoals onder andere verzekeringskosten, opleidingskosten en aanvullende personeelskosten. Overhead mag wel worden toegerekend aan grondexploitatie, investeringen en andere (subsidie)projecten en lokale heffingen. In de financiële verordening van de gemeente is vastgelegd op welke wijze overhead toegerekend wordt aan de heffingen. Voor de begroting bedraagt de opslag voor overhead 57,89% van de doorverdeelde salariskosten. (bedrag x 1.000) Omschrijving

Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 na 2025 2026 2027 2028 wijziging 2024

Personeel

7.801

10.219

8.065

7.838

7.843

7.848

Bestuur

1.651

2.088

2.046

1.988

1.988

1.988

935

913

1.017

983

977

970

ICT

2.041

2.194

2.707

2.658

2.603

2.487

Overig

2.407

2.605

1.814

1.823

1.808

1.813

Reserves

-98 18.019

15.649

15.290

15.219

15.106

Huisvesting en facilitair

Totaal

86

14.737

3.6 Verbonden partijen 3.6.1 Algemeen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen deelnemingen door de gemeente in publiekrechtelijke samenwerkingsorganisaties (gemeenschappelijke regelingen) en privaatrechtelijke samenwerkingsorganisaties (N.V.’s, B.V.’s, stichtingen etc.). De uitvoering van een aantal gemeentelijke taken is overdragen aan verbonden partijen. De gemeente blijft verantwoordelijk, maar voert de taken niet zelf meer uit. Een bestuurlijk belang bestaat als de gemeente enige zeggenschap kan uitoefenen via een bestuurszetel of stemrecht. Een financieel belang houdt in dat: • de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij; • financiële problemen bij de verbonden partij kunnen worden verhaald op de gemeente; • de door de gemeente verstrekte geldleningen die niet door derden zijn gegarandeerd en waarbij de gemeente haar geld kwijt is als de verbonden partij de lening niet kan terugbetalen. Het beleid is vastgelegd in de nota verbonden partijen (2011). De nota biedt kaders en handvatten in de samenwerking met verbonden partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=8003cabf-34ac-4027-8bef-4c71d136b6b8