Begroting 2022 + Meerjarenraming 2023-2025 (concept)
Tekst van het document
-263,81
-288,76
-212,00
-764,57
Horst aan de Maas
-399,12
-217,00
-233,55
-849,67
Gemiddeld Limburg
-299,99
-243,61
-243,39
-786,99
85
4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1 Algemeen De risico’s waarmee gemeenten worden geconfronteerd, zijn de laatste jaren fors toegenomen. Denk aan risico’s op het terrein van aansprakelijkheid, financiën, imago en informatie. De complexiteit van projecten waarbij gemeenten zijn betrokken, nieuwe wet- en regelgeving en de decentralisaties werken deze risico’s onder meer in de hand. Bij publieke besluitvorming spelen veel aspecten een rol, zoals het beheersen van deze risico’s. De actualisatie van de nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen (vastgesteld november 2014) gaat in op de ontwikkelingen van het beleid rond risicomanagement. Uitgangspunt is dat risicomanagement een onderdeel is van het integraal management. De regie wordt gehouden vanuit de risicobeheermatrix die twee keer per jaar wordt geactualiseerd. Deze paragraaf geeft de belangrijkste zaken hiervan weer. Achtereenvolgens wordt ingegaan op:
Weerstandsvermogen;
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
Een inventarisatie van de risico’s;
Relatie risico's en weerstandscapaciteit;
Een inzicht in de reserves en voorzieningen.
Het streven is om eind 2021 een vernieuwde nota rondom risicomanagement vast te stellen. Door de nieuwe nota willen we meer grip krijgen op onze risico’s en deze beter kwantificeren. Daarbij worden ook kaders gevormd waaraan een risico moet voldoen om deze op te nemen in de risicobeheermatrix om zo een volledig beeld van de risico’s te verschaffen. De door het BBV verplicht gestelde kaders blijven hierbij uiteraard van toepassing.
4.2.2 Weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:
De weerstandscapaciteit; dit zijn middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken; Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die materieel van invloed kunnen zijn op de meerjarige financiële positie.
De omvang van het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang bij een financiële tegenvaller. Door alert te zijn op het weerstandsvermogen, voorkomen we dat elke financiële tegenvaller leidt tot bezuinigingen.
Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking heeft/kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft de weerstandscapaciteit van het vermogen, ook wel incidentele weerstandscapaciteit genoemd. Deze weerstandscapaciteit kan slechts eenmalig worden ingezet om tegenvallers op te vangen.
86
Het tweede deel is de weerstandscapaciteit van de exploitatie, ook wel de structurele weerstandscapaciteit genoemd. Deze capaciteit kan permanent worden ingezet om tegenvallers op te vangen. Belangrijkste componenten hiervan voor Leudal zijn de post (structureel) onvoorzien en de ruimte tot 100% kostendekkendheid van leges en heffingen. Voor beiden wordt als voorwaarde gesteld dat de inzet plaatsvindt zonder dat het bestaande beleid in gevaar komt. Vooral om die laatste reden is de algemene reserve in de weerstandscapaciteit van het vermogen de belangrijkste component.
Voor de gemeente Leudal bestaat de weerstandscapaciteit uit:
de algemene reserve; de post onvoorzien en de begrotingsruimte (bij de jaarrekening het saldo); de stille reserves; de onbenutte belastingcapaciteit.
De beschikbare weerstandscapaciteit is:
(bedrag x 1.000) Realisatie 2020 Algemene reserve 31-12-
9.535
Algemene reserve 1-1Onvoorzien/saldo rekening
Begroting na Primitieve wijziging 2021 begroting 2022
3.421
Begrotingsruimte
9.535
8.722
51
51
1.631
-526
Stille reserves
p.m.
p.m.
p.m.
Onbenutte belastingcapaciteit
3.439
3.092
3.178
16.395
14.309
11.425
Totaal
4.2.3 Risico's Voor de begroting 2022-2025 is de risicobeheermatrix opgesteld. De risico's die in de risicobeheermatrix worden onderkend zijn onder te verdelen in structurele risico's en incidentele risico's. De risicobeheermatrix is opgenomen in de bijlage.
4.2.4 Onderlinge relatie Onderdeel van de programmabegroting is het weerstandsvermogen en de risicobeheersing. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt in welke mate de gemeente de ingeschatte risico’s kan opvangen, wanneer deze zich voordoen. Met ingang van de jaarstukken 2020 wordt een onderscheid gemaakt tussen het incidentele en structurele weerstandsvermogen. Deze zijn beide toegevoegd, waarbij tevens een analyse is toegevoegd. De stand van de algemene reserve is gebaseerd op de 1e raadsrapportage 2021 en de belastingcapaciteit op basis van de jaarstukken 2020.
87
Incidenteel weerstandsvermogen: (bedrag x 1.000) Incidenteel weerstandsvermogen
2022
2023
2024
2025
Algemene reserve stand 1-1-
8.722
7.839
7.839
7.839
Incidentele begrotingsruimte
398
25
-175
-5
825 >=1,0 en <=1,4
825 >=1,0 en <=1,4
825 >=1,0 en <=1,4
825 >=1,0 en <=1,4
11,05
9,53
9,29
9,50
825
825
825
825
Incidentele risico's Ideale bandbreedte Weerstandsvermogen o.b.v. algemene reserve Minimaal benodigde weerstandscapaciteit
De gemeente Leudal is in staat om de incidentele risico's op te vangen als deze zich in enig jaar allemaal tegelijk voordoen. De ratio is in alle jaren boven 9 en daarmee zeer sterk. Voor nu is de algemene reserve van voldoende omvang om ook naar de toekomst toe een verhoging van incidentele risico's op te vangen. Structureel weerstandsvermogen: (bedrag x 1.000) Structureel weerstandsvermogen
2022
2023
2024
2025
Onbenutte belastingcapaciteit
3.178
3.043
3.043
3.043
51
51
51
51
-924
1.640
1.628
2.197
1.925 >=1,0 en <=1,4
1.925 >=1,0 en <=1,4
1.925 >=1,0 en <=1,4
1.925 >=1,0 en <=1,4
Weerstandsvermogen o.b.v. algemene reserve
1,20
2,46
2,45
2,75
Minimaal benodigde weerstandscapaciteit
1.925
1.925
1.925
1.925
Onvoorzien structureel Structurele begrotingsruimte Structurele risico's Ideale bandbreedte
De gemeente Leudal is in staat om structurele risico's op te vangen indien deze zich voordoen. Dit is niet mogelijk uit de structurele begrotingsruimte. Wanneer alle structurele risico's zich voordoen, en verder geen wijzigingen plaatsvinden in de begrotingsruimte, dient de gemeente te bezuinigen of aanspraak te maken op de onbenutte belastingcapaciteit om een structureel sluitende begroting aan te aanbieden. Op basis van de verwerkte voorstellen is in onderstaande tabel weergegeven welke bedragen structureel behaald moeten worden:
Tekort t.o.v. structurele begrotingsruimte
(bedrag x 1.000) 2022
2023
2024
2025
Structurele begrotingsruimte
-924
1.640
1.628
2.197
Structurele risico's
1.925
1.925
1.925
1.925
-2.849
-285
-297
272
Tekort
88
4.2.5 Financiële kengetallen
Bij ultimo jaar
Begroting Beoordeling na Leudal Realisatie wijziging Begroting Begroting Begroting Begroting begrotings 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Bandbreedte jaar
Netto schuldquote
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
47%
57%
64%
56%
50%
42%
52%
59%
50%
45%
Solvabiliteitsratio 47%
45%
46%
49%
49%
1%
0%
-1%
2%
2%
4%
-4%
-2%
-1%
-1%
94%
98%
99%
99%
99%
Structurele exploitatieruimte
Grondexploitatie
Belastingcapaciteit
Cat A <90% Cat B >90 < 130% Cat C > 130 43% % Cat A <90% Cat B >90 < 38% 130% Cat C > 130 % Cat A > 50% Cat B >20 < 50% 51% Cat C <20 % Cat A > 0% Cat B 0% 3% Cat C < 0 % Cat A <20% Cat B >20 < 35% -1% Cat C > 35% Cat A <95% Cat B >95 < 105% Cat C > 105 99% %
Cat A
Cat A
Cat B
Cat C
Cat A
Cat B
In de tabel wordt per kengetal aangegeven in welke categorie de gemeente Leudal zit. De categorieën bestaan uit: A = Goed B = Voldoende C = Onvoldoende Hierbij wordt enkel het kengetal in het begrotingsjaar als waarde genomen voor de toekenning van de categorie.
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal geeft aan hoeveel schuld een gemeente kan dragen. Vanaf 100% blijft te weinig leencapaciteit over om financiële tegenvallers op te vangen. Bij 130% of hoger is sprake van een zeer hoge schuld. Dit kengetal is gevoelig voor schommelingen in inkomsten.
89
De netto schuldquote is goed en wordt in de loop der tijd zelfs nog beter. Naar de toekomst toe is het effect van rentelasten en aflossingen van lening lager op de exploitatie. Dit komt met name door aflossingen in de toekomst. Indien voor deze leningen opnieuw externe financiering wordt gezocht, zal ook dan de ratio afnemen. Dit heeft alles te maken met de lage rentestand op dit moment. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Hierdoor wordt inzichtelijk wat het aandeel van verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële lange termijn verplichtingen te voldoen. Onder dit kengetal wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 80% en 30%. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 30% en de 20% moet de gemeente oppassen en bij minder dan 20% is het bezit met zeer veel schuld belast. De solvabiliteitsratio is in de begroting 46% en daarmee voldoende. De komende jaren stijgt deze ratio naar goed.
Het eigen vermogen wordt een groter onderdeel van het totale vermogen en zodoende wordt de positie van de gemeente beter. Ook dit hangt samen met de toekomstige aflossingen van geldleningen. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal 3 jaar voordoen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. De afgelopen jaren is bij de begrotingen duidelijk geworden dat er een omslag komt voor de begrotingsruimte per 2023. Deels doordat vanaf dat jaar al taakstellingen/bezuinigingen van de afgelopen jaren zijn gerealiseerd. Een deel van de taakstellingen/bezuinigingen moeten nog worden gerealiseerd. Deze ratio is onder andere gevoelig voor fluctuaties in de inkomsten uit de algemene uitkering.
Grondexploitatie De afgelopen jaren bleek dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van de gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Terugverdienen betekent het aflossen van de schuld en het goedmaken van de rentelasten. Het kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is dus belangrijk om te bepalen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen in de verlaging van de schuld. De ratio van de grondexploitatie is de komende jaren kleiner dan 0%. De grondexploitatie heeft daarmee een kleine invloed op de financiële positie van de gemeente.
90
Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) presenteert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde. Conclusie De gemeente Leudal scoort bij 3 onderdelen goed, bij 2 onderdelen voldoende en bij 1 onderdeel onvoldoende. Als wordt gekeken naar de samenhang kan gesteld worden dat de gemeente Leudal voldoende in staat is om aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Er is ruimte voor het aangaan van leningen om financiële tegenvallers op te vangen. De solvabiliteitsratio biedt daarnaast ruimte om in geval van financiële tegenvallers leningen aan te gaan, zonder dat daarbij bezittingen teveel worden gefinancierd met vreemd vermogen. De structurele exploitatieruimte is in het begrotingsjaar negatief, maar de doorkijk laat zien dat deze zal toenemen. Mede gelet op bovenstaande is de gemeente de komende jaren in staat om tegenvallers op te vangen, maar dient het wel de bestaande taakstellingen in te lossen. Tot slot wordt bij de grondexploitaties weinig tot geen risico gelopen met betrekking tot het reeds inrekenen van baten.
Tegenvallers binnen de grondexploitaties, leveren derhalve geen vergroot risico op ten aanzien van kengetallen.
91
4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Algemeen
Prgr Omschrijving Wegen 20192022 GRP 20172021 Kunstwerken 2016-2021 Openbare verlichting 2018-2022 Groen 20192022 Gemeentelijk vastgoed
Vaststelling Volgende Frequentie Voorziening raad actualisatie
Financieel Achterstallig in de onderhoud begroting
2018
1 x p. 4 jaar
2022
Nee
Ja
Nee
2016
1 x p. 5 jaar
2021
Ja
Ja
Nee
2016
1 x p. 5 jaar
2021
Nee
Ja
Nee
2018
1 x p. 4 jaar
2022
Nee
Ja
Nee
2018
1 x p. 4 jaar
2022
Nee
Ja
Nee
2021
1 x p. 4 jaar
2025
Nee
Ja
Nee
4.3.2 Wegen Op 25 september 2018 is het Beheerplan groen en wegen 2019-2022 door de Raad vastgesteld. Bij het vaststellen van het beheerplan is tevens ingestemd met het beschikbaar stellen van de benodigde budgetten voor het uitvoeren van het onderhoud aan de wegen en het groen op kwaliteitsniveau B. In het beheerplan is de maximale technische levensduur van de wegen en de groenelementen als aandachtspunt benoemd. Want ondanks dat de openbare ruimte op een goed niveau wordt onderhouden, is het onvermijdelijk dat een weg of een groenelement aan het einde van de levensduur vervangen dient te worden. De afgelopen jaren is in de meerjaren investeringsplanning (MIP) een bedrag van € 1.000.000 beschikbaar gesteld voor investeringen ter vervanging van het wegennet. Dit bedrag is op basis van het nieuwe beheersplan verhoogd en in 2019 door de raad akkoord bevonden. In het plan is gekozen om voor de komende 60 jaar de vervangingsinvesteringen te bepalen. tussen 2019 en 2028 zal op basis van dit plan jaarlijks een bedrag van € 1.421.000 worden opgenomen in het MIP. Dit bedrag neemt vervolgens in tranches van 10 jaar toe, zodat de vervangingspieken kunnen worden opgevangen. (bedrag x 1.000) 2022
2023
2024
2025
Regulier onderhoud wegen
1.194
1.194
1.194
1.194
Vervangingsinvestering infrastructurele werken
1.421
1.421
1.421
1.421
In begroting opgenomen:
4.3.3 Riolering Het Gemeentelijk Rioleringsplan Leudal 2017-2021 (GRP) is vastgesteld door de gemeenteraad en is nog steeds actueel. De zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en grondwater is hierin opgenomen. Door het uitvoeren van de maatregelen die in het GRP benoemd zijn, wordt achterstallig onderhoud of kapitaalvernietiging voorkomen. Speerpunt in het huidige GRP en het nog vast te stellen GRP 2022-2026 is om in het samenwerkingsverband Limburgse Peelen verder te onderzoeken hoe de gemeente om kan gaan met
92
de klimaatverandering. Tevens wordt voortdurend gezocht naar andere mogelijkheden die deze samenwerking biedt. Gezocht wordt naar gezamenlijke projecten die gemeentegrens-overstijgend zijn en waarbij een gezamenlijke aanpak voordelen biedt. In het gezamenlijk Waterketenplan 2021-2025, zijn de gezamenlijke beleidsuitgangspunten voor de invulling van de gemeentelijke watertaken beschreven. Hierbij zijn de lokale ambities toegevoegd. Als vervolg hierop wordt in 2021 een nieuw gemeentelijk rioleringsprogramma opgesteld en eind 2021 aan de raad aangeboden, dit is de opvolger van het huidige Gemeentelijke Rioleringsplan 2017-2021. De maatregelen en verbeteringen aan het rioolstelsel, zoals verwoord in het huidige GRP, worden in de lopende planperiode eveneens uitgevoerd. De maatregelen en verbeteringen in de komende planperiode 2022-2026 worden, in het nog vast te stellen GRP 2022-2026, geconcretiseerd en uitgevoerd. (bedrag x 1.000) 2022
2023
2024
2025
Regulier onderhoud riolen
1.200
1.204
1.204
1.204
Vervangingsinvestering riolering (G.R.P.)
1.067
1.065
1.605
1.605
In begroting opgenomen:
4.3.4 Civieltechnische kunstwerken Naast een groot aantal duikers, heeft de gemeente Leudal diverse bruggen en duikerbruggen in beheer en onderhoud. Het "Beheerplan civieltechnische kunstwerken 2017 t/m 2021" omvat circa 130 bruggen/duikerbruggen. In november 2016 is dit beheerplan door de gemeenteraad vastgesteld. Het huidige plan met betrekking tot de civieltechnische kunstwerken verloopt in 2021. In 2022 zal een nieuw plan aan de raad worden voorgelegd. Het reguliere onderhoud wordt vooralsnog conform het oude beheerplan uitgevoerd. (bedrag x 1.000)
2022
2023
2024
2025
94
94
94
94
In begroting opgenomen: Regulier onderhoud civieltechnische werken
4.3.5 Openbare verlichting Op 12 december 2017 is het beleidsplan openbare verlichting 2018 t/m 2022 vastgesteld. Per 1 januari 2018 is het beheer en het onderhoud van de openbare verlichting van elkaar gescheiden en wordt dit uitgevoerd door twee verschillende partijen. In 2022 zal een nieuw beleidsplan openbare verlichting aan de raad worden aangeboden. In 2022 gaan we door met het aanbrengen van armaturen die voorzien zijn van energiezuinig LED verlichting. Ook slechte lichtmasten zullen vervangen worden door nieuwe masten. (bedrag x 1.000) 2022
2023
2024
2025
Regulier onderhoud openbare verlichting
130
130
130
130
Vervangingsinvestering openbare verlichting
204
211
215
216
In begroting opgenomen:
93
4.3.6 Groenvoorziening 37 Duizend Bomenplan gemeente Leudal In de periode 2020-2027 worden in totaal 37.000 extra bomen geplant, één boom per inwoner. Bij de Provincie Limburg is het plan voor de aanplant van ruim 14.000 bomen in de eerste 4 jaar inmiddels ingediend voor cofinanciering. Beheerplan Groen en Wegen 2023-2026 In 2022 wordt het huidige beheerplan Groen en Wegen geactualiseerd. Het geactualiseerde beheerplan sluit aan bij de beleidsuitgangspunten ten aanzien van onder andere duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit van de gemeente Leudal. Areaaluitbreiding wordt hierin ook meegenomen. Data op orde In 2020-2021 zijn alle gemeentelijke bomen geïnventariseerd. In 2022 worden de data in het Groenbeheersysteem verder geactualiseerd. Het op orde brengen en houden van onze data is een randvoorwaarde voor het uitvoeren van data- en plangericht beheer van de openbare ruimte. Vervanging bomen en plantsoenen Bomen en planten hebben een bepaalde levensduur. Een deel van de verouderde plantsoenen en bomen die zijn afgekeurd in verband met de boomveiligheid worden vervangen. Ook bij reconstructies wordt kritisch gekeken of het bestaande groen gehandhaafd blijft of beter vervangen kan worden. Bij het bepalen van het sortiment wordt mede gekeken naar de waarde voor de biodiversiteit en veerkracht in relatie tot klimaatadaptatie (extreem droge of natte periodes).
(bedrag x 1.000)
2022
2023
2024
2025
1.826
1.826
1.826
1.826
138
138
138
138
In begroting opgenomen: Regulier onderhoud groen Vervangingsinvestering groen
4.3.7 Gebouwen en sportaccommodaties Wat betreft het vastgoed van gemeente Leudal wordt er gewerkt volgens de bestuursopdracht 'Herijking accommodatie- en vastgoedbeleid'. Het accommodatiebeleid is vastgesteld in februari 2020. Een van de uitkomsten hiervan is het doel het aantal accommodaties te verminderen waarover momenteel afstemming plaatsvindt. Hierop volgend wordt vastgoedbeheerbeleid ontwikkeld wat volledig aansluit op de uitkomsten van het accommodatiebeleid. Als uitvloeisel van het Klimaatakkoord is vanuit de VNG een sectorale routekaart vastgesteld. De recentelijk vastgestelde gemeentelijke wettelijke verplichting hierin is het vaststellen van een portefeuilleroutekaart voor haar vastgoed. Deze moet duidelijkheid verschaffen hoe we als gemeente gaan voldoen aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord om te komen tot de verplichte Co2 reductie. Een eerste inventarisatie voor verduurzaming van het vastgoed heeft reeds plaatsgevonden waarbij samenhang met planmatig groot onderhoud van groot belang is. De huidige MJOP's bieden voldoende handvatten om het vastgoed in stand te kunnen houden en het vastgoedbeheerbeleid en de portefeuilleroutekaart verder te ontwikkelen op basis van boven vernoemde aandachtspunten.
Het groot onderhoud aan de Brede Maatschappelijke Voorzieningen is lopende en voor de sportaccommodaties wordt deze ook uitgerold, rekening houdend met veiligheid, wettelijke verplichtingen en risicovolle (des)investeringen.
94
Waar blijkt dat bestaande vastgoedobjecten voor de gemeente geen maatschappelijk doel meer hebben, is het doel deze te verkopen. De wijze van verkoop is gestart met enkele pilotprojecten wat zal worden doorgezet in 2022. (bedrag x 1.000)
2022
2023
2024
2025
Onderhoud gebouwen groot
403
460
460
460
Herijking MJOP
500
500
500
500
MJOP kaders 2019-2022
897
729
729
729
In begroting opgenomen:
95
4.4 Financiering 4.4.1 Algemeen In deze paragraaf staan het treasury beleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille centraal. Het geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden worden toegerekend en de financieringsbehoefte. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido), de wet Houdbare gemeentefinanciën (Hof), het Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de Financiële verordening 2018 en het Treasurystatuut 2017.
4.4.2 Rente risicobeheer Renteschommelingen hebben niet alleen gevolgen voor de rentelasten of - opbrengsten bij het aantrekken dan wel uitzetten van gelden, maar ook voor de koersen van obligaties. Hieronder worden de onderscheiden risico's nader toegelicht. 1. Renterisico Beheersing van het renterisico op korte schuld geschiedt door de kasgeldlimiet en op langlopende schulden door de renterisiconorm. Kasgeldlimiet Met deze limiet wil de wetgever voorkomen dat uitsluitend kortlopende leningen worden afgesloten. Het aantrekken van dit type leningen is aantrekkelijk wanneer de rente erg laag is. Het risico van een stijgende rente bij herfinanciering is daarmee in verhouding groot. Daarom is bepaald dat gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mogen gebruiken voor kortlopende leningen. Wanneer zich in drie achtereenvolgende kwartalen een overschrijding voordoet, moet de gemeente maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende geldleningen). Gezien de historisch lage rente op kortlopende geldleningen zal de kasgeldlimiet zo goed mogelijk worden benut. De looptijd van de lening is afgestemd op de vrijval van een positie in de beleggingsportefeuille. (bedrag x 1.000) Kasgeldlimiet
3e kwartaal 4e kwartaal 1e kwartaal 2e kwartaal 2020 2020 2021 2021
Begrotingstotaal per 1 januari
82.087
82.087
85.991
85.991
Limiet percentage
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
Normbedrag
6.977
6.977
7.309
7.309
14
93
378
1.308
Vlottende middelen
-12.322
-11.096
-4.995
-9.561
Netto saldo
-12.308
-11.003
-4.617
-8.253
19.285
17.980
11.926
15.562
Netto vlottende positie Vlottende schuld
Onder- overschrijding normbedrag Ruimte onder de kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet Renterisiconorm Deze norm draagt bij aan een zodanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassingen en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossingen en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% bedragen van het begrotingstotaal. Door een goede spreiding van de looptijd wordt flexibiliteit in de toekomst behouden tegen zo laag mogelijke rentekosten.
96
(bedrag x 1.000) Renterisico
2022
2023
2024
2025
Begrotingstotaal per 1 januari
85.894
86.425
86.640
87.395
Limiet percentage
20,00%
20,00%
20,00%
20,00%
Renterisiconorm
17.179
17.285
17.328
17.479
0
0
0
0
Aflossingen
6.549
6.549
6.024
5.251
Renterisico
6.549
6.549
6.024
5.251
10.630
10.736
11.304
12.228
Rente herziening
Onder- overschrijding normbedrag Ruimte onder de renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm 2. Liquiditeitsrisico Dit is het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om onze financiële verplichtingen te voldoen. Gemeente Leudal werkt vanuit totaalfinanciering. Dit betekent dat alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden gesaldeerd voordat we ons op de geld- of kapitaalmarkt begeven. Een goed inzicht in het verloop van inkomsten en uitgaven leidt tot een betere sturing op de benodigde liquiditeiten voor de komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten. Gemeenten zijn in het kader van schatkistbankieren verplicht hun overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag aan te houden in de rijksschatkist. Door deze maatregel hoeft het Rijk minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Dit drempelbedrag bedraagt afgerond 0,75% van het begrotingstotaal (zijnde € 644.000). Verder is er de mogelijkheid overtollige middelen uit te lenen aan andere decentrale overheden. (bedrag x 1.000) Financieringspositie per 1 januari
2022
2023
2024
2025
126.362
121.359
116.861
116.346
-3.010
-1.472
-990
-511
123.352
119.887
115.871
115.835
Reserves
61.729
60.396
59.922
59.459
Voorzieningen
4.537
4.895
5.230
5.543
Langlopende geldleningen
56.833
50.285
43.736
37.712
123.100
115.575
108.887
102.714
-253
-4.312
-6.984
-13.121
Activa Vaste activa Grondexploitaties Saldo Passiva
Saldo
Financieringstekort Financieringsoverschot
Bij aanvang van het begrotingsjaar wordt een theoretisch financieringstekort verwacht van afgerond € 250.000 in het eerst volgende begrotingsjaar. Dit geldt voor het moment dat alle investeringen conform opgave worden uitgevoerd.
97
Het hebben van een tekort leidt ertoe dat de noodzaak tot een vaste financiering toeneemt., middels het aantrekken van langlopende geldleningen. De liquiditeitenprognose wordt in 2022 geactualiseerd om de noodzaak van wel of niet financieren te onderbouwen. 3. Koersrisico Dit is het risico op een daling van de marktwaarde van de financiële activa. Dit risico loopt elke belegger. Omdat onze gemeente de “Essent-gelden” heeft belegd in obligaties zijn de koersrisico’s op het einde van de looptijd beperkt. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de balans zijn de obligaties gewaardeerd tegen de aankoopprijs indien deze lager lag dan de nominale waarde en tegen de nominale waarde wanneer de aankoopprijs hoger lag. Wordt niet verkocht voor de einddatum dan is er nauwelijks sprake van een koersrisico. Onze vermogensbeheerder volgt de marktontwikkelingen nauwlettend en informeert de gemeente hierover periodiek. Daarnaast staat de Wet Schatkistbankieren alleen mutaties in de beleggingsportefeuille toe onder de strikte voorwaarde dat de gemiddelde looptijd van de portefeuille niet wijzigt. Door de ingezette beleidslijn van uw gemeenteraad wordt de beleggingsportefeuille stapsgewijs afgebouwd.
Dit heeft tot gevolg dat de liquide middelen die de komende jaren naar de gemeente vloeien in het kader van de afronding van de Essent verkoop niet herbelegd worden. In plaats daarvan worden die vrijvallende middelen aangewend als intern financieringsmiddel.
(bedrag x 1.000) Beleggingen
2022
2023
2024
2025
Nominale waarde
6.038
2.308
2.308
2.308
Vrijval nominale waarde
-3.730
Saldo
2.308
-1.900 2.308
2.308
Gerealiseerde boekwinst beleggingen
408 -150
Geldlening
2022
2023
2024
2025
Verstrekte hybride lening aan Enexis
3.017
3.017
3.017
3.017
3.017
3.017
3.017
3.017
Aflossing (vanaf jaar 2030) Saldo
(bedrag x 1.000)
Vrijvalkalender Jaar
Belegging
2022
3.730
Boekwinst
2023 2024 2025
1.900
150
2026
408
22
6.038
171
98
4.4.3 Leningenportefeuille Verstrekte leningen en garanties aan derden Het verstrekken van leningen of garanties aan derden is alleen toegestaan voor de publieke taak. Begin 2022 heeft de gemeente voor € 32.412.000 aan leningen en garantstellingen verstrekt aan derden. Van dit bedrag is € 30.806.000 uitgeleend aan woningbouwcorporaties en afgesloten met een garantie van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Sinds 2000 trekken woningbouwcorporaties hun leningen rechtstreeks bij banken aan met borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw waarbij rijk en gemeenten samen voor de achtervangpositie garant staan. Er zijn momenteel geen signalen dat hier risico wordt gelopen. Dit overzicht geeft inzicht in de omvang en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. (bedrag x 1.000) Leningenportefeuille per 1 januari
2022
2023
2024
2025
Vaste geldleningen
56.833
50.285
43.736
37.712
Af: reguliere aflossingen
- 6.549
- 6.549
- 6.024
- 5.251
Saldo 31-12-
50.285
43.736
37.712
32.461
Gemiddeld rentepercentage geldleningen
2,53%
2,48%
2,41%
2,31%
Af: vervroegde aflossingen
4.4.4 Rentetoerekening Deze toerekening geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. De nieuwe regelgeving schrijft voor dat de interne rente exact wordt berekend. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. Het percentage bedraagt 1,00% voor 2022 (2021: 0,50%). (bedrag x 1.000) Renteschema
2022
%
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
1.459
De externe rentebaten over de korte en lange financiering
-132
2,53%
Saldo rentelasten en rentebaten
1.328
Doorbelaste rente naar de grondexploitatie
48
Doorbelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden
0
Rentebaat verstrekte leningen in het kader van projectfinanciering naar taakvelden
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
48
Rente over eigen vermogen
0
Rente over voorzieningen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (omslagrente)
1.376 -1.264
Renteresultaat op het taakveld treasury
112
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
1.376
Boekwaarde vaste activa 1-1-2022
126.362
Gemiddelde rente
1,09%
Keuze voor de omslag rente
1,00%
99
Er mag geen rente over het eigen vermogen aan de grondexploitaties worden toegerekend. De rente van de grondexploitaties wordt niet via de systematiek van de renteomslag berekend maar kent een andere voorgeschreven berekeningsmethodiek. Dit percentage komt uit op 1,39% door de bandbreedte wordt de marktrente geraamd op 1,90% (2021: 2,00%). (bedrag x 1.000) Balans per 1-1Rente vaste schulden
Aantal
2022
23
2,53%
Rente kasgeldleningen
0,00%
Gewogen gemiddelde rente
2,53%
Voorzieningen
4.537
Langlopende schulden
56.833
Kasgeldleningen (kort)
-
Overige kortlopende schulden
6.650
Banksaldi
350
Overlopende passiva
9.000
Vreemd vermogen
77.371
Eigen vermogen
63.360
Balanstotaal
140.730
Rentetarief grondexploitatie
1,39%
Marktrente (afgerond binnen een marge van 0,5%)
1,90%
4.4.5 EMU saldo In de wet Hof zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. De decentrale overheden leveren een gelijkwaardige bijdrage aan het naleven van de EMU normen. Bestuurlijk is afgesproken de komende jaren geen sanctie toe te passen bij blijvende overschrijding van de norm. Gemeenten krijgen een individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort in een jaar. Voor het sturen op de ontwikkeling van de gemeenteschuld luidt het devies: Let bij het opstellen van de begroting op de ontwikkeling van de hoogte van uw gemeenteschuld. Te hoge schulden zijn slecht voor de financiële gezondheid van de gemeenten. Pas als het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten wordt overschreden kan de individuele referentie waarde een rol gaan spelen.
100