CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. RIB 29apr Nota uitganspunten Omgevingsplan woonkernen

Raadsinformatiebijeenkomst 10 november 2025, gemeente LeudalBij agendapunt: Omgevingsvisie14.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Meer variatie in soort woningen – woningen zijn eenvoudiger aanpasbaar aan de woonwensen. (oa. splitsingsbeleid, huisvesting internationale werknemers - beleid)

•

Meer variatie in (woon)zorgvoorzieningen, afgestemd op specifieke doelgroepen. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe woonzorgvisie die meer duidelijkheid zal geven over op te nemen regels.

•

Kwaliteit van het voorerf is belangrijk.

24/50

Hoe gaan we het regelen? •

Wonen als hoofdgebruik is toestaan binnen het gebied wat daarvoor wordt aangemerkt.

•

Het aantal woningen wordt geregeld; max 1 woning per bouwvlak tenzij anders aangegeven.

•

Specifieke woonvormen (‘woonwagenstandplaats’, zorgwoning) worden alleen toegestaan ter plaatse van specifieke werkingsgebieden.

•

Specifieke functieaanduidingen (qua bedrijvigheid aan huis) alleen terug opnemen als ruimtelijk relevant en niet mogelijk met een OPA

Zonder vergunning is het mogelijk: •

Een Beroep en bedrijf aan huis te starten, mits passend binnen de voorwaarden. De voorwaarden worden beleidsluw overgenomen uit Bestemmingsplan Woonkernen.

•

Een mantelzorgwoning te hebben: hier worden de vergunningvrije regels uit de bruidsschat overgenomen. Mantelzorgwoningen kunnen in de woning of als bijgebouw in het gebied voor bijgebouwen worden gerealiseerd.

Met vergunning wordt het volgende gebruik toegestaan: •

Het inpandig splitsen van een bestaande woning in 2 woningen mits passend binnen de voorwaarden.

•

Medegebruik voor een Bed en breakfast

•

Gebruiken van de woning voor kamerbewoning, o.a. voor kleinschalige huisvesting internationale werknemers. (Grootschalige huisvesting is nooit toegestaan binnen de woonkernen)

•

Gebruiken van een bestaand gebouw in een andere specifieke woonvorm (bijv. zorgwonen)

•

Het toevoegen van een extra woning op het perceel (splitsing van een kavel) mits passend binnen de voorwaarden hiervoor uit het splitsingsbeleid. Hiermee wordt ook premantelzorg mogelijk gemaakt.

5.2.3 Groen Wat willen we regelen? •

Openbare parkeergelegenheden worden zo veel mogelijk groen ingepast

•

We zetten ons in voor een omgeving die uitnodigt om te ontmoeting, te bewegen en te ontwikkelen

Hoe gaan we het regelen? •

Behoud minimaal bestemd groen: grote gebieden die in het bestemmingsplan als groen zijn bestemd, krijgen weer de functie groen.

•

Binnen de andere functies wordt specifiek benoemd dat ook een groene invulling mogelijk is waardoor we stimuleren dat bij een inrichting van het openbaar gebied ook aan groen wordt gedacht (bijv. binnen verkeer).

25/50

Zonder (ruimtelijke) vergunning is mogelijk: •

Binnen groen zijn recreatieve functies die een beperkte impact hebben op de omgeving toegestaan, tenzij de groenzone dient als buffer naast agrarische percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Het gaat om invullingen zoals: •

Sporten en spelen (stimuleren gezondheid)

•

Recreatief gebruik met een lage impact (zoals o.a. wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen, picknicken)

•

Ruimtelijk niet relevante evenementen (mits voldoen aan voorwaarden)

Met vergunning is mogelijk: •

Grotere/ ruimtelijk relevante evenementen zijn binnen de algemene regels toegestaan met vergunning.

5.2.4 Water Wat willen we regelen? Bestaande watergangen worden behouden en waterkeringen worden beschermd. Hoe gaan we het regelen? De waterbestemmingen worden aangewezen als functie water. In sommige gevallen betreft dit brede stroken op grond van kadastraal eigendom. Niet alleen het water zelf heeft daar nu een bestemming Water maar ook de oevers, die zijn ingericht als groen. In deze gevallen worden de functie groen en water over elkaar gelegd. De Gebiedsaanwijzing Beekdal wordt ook in het omgevingsplan voor de woonkernen opgenomen voor een extra bescherming. Hiervoor wordt vooruitlopend op het omgevingsplan woonkernen een onderzoek uitgevoerd om de waarde van de beekdalen binnen de woonkernen in beeld te brengen en te bepalen waar deze gebiedsaanwijzing wel of niet moet worden opgenomen.

5.2.5 Verkeer Wat willen we regelen? In de omgevingsvisie en overig gemeentelijk beleid zijn de volgende doelen benoemd die van belang zijn voor de gebruiksregels voor Verkeer: -

Vervoersmogelijkheden zijn veilig en toegankelijk

-

Er is bij ontwikkelingen extra aandacht aan ruimte voor voetgangers en fietsers.

-

Diverse mogelijkheden voor vervoer zijn aanwezig, aanvullend op de (traditionele) auto.

-

Aandacht voor klimaatadaptatie en een groene omgeving

Hoe gaan we het regelen? In het bestemmingsplan zijn de verkeersbestemming meestal ruim om de wegen en paden gelegd, waardoor ze genoeg ruimte boden voor aanpassing van de wegen. In het omgevingsplan worden verkeersbestemmingen uit het bestemmingsplan een op een omgezet naar de functie verkeer. Binnen de verkeersfunctie wordt benadrukt dat er ook ruimte voor groen is binnen deze functie wat zorgt voor veiligheid en voor kwaliteit.

26/50

De op dat moment geldende parkeernota geldt als basis bij nieuwe ontwikkelingen (zowel binnenplans als buitenplans) en hier zal naar verwezen worden. Bij nieuwe ontwikkelingen zal steeds worden gekeken of parkeernormen (naar beneden) aangepast kunnen worden – in dat geval zal voor die ontwikkeling een afwijkende norm specifieke in het omgevingsplan worden opgenomen. Ook een regel ter bevordering van fietsverkeer en fietsenstallingen behoort tot de opties die we onderzoeken. Zonder vergunning: Vanuit het bbl is het al mogelijk om vergunningsvrij laadpalen op te richten. Dit regelen we niet in het omgevingsplan.

5.2.6 Bedrijf, kantoor en dienstverlening Wat willen we regelen? Bestaande bedrijven, kantoren en dienstverlening in de woonkernen blijven toegestaan. Transformatie naar wonen is mogelijk en wordt waar mogelijk gestimuleerd (maar wel alleen als het hele bedrijfsbestemming/bedrijventerrein wordt getransformeerd). Hoe gaan we het regelen? -

Bestaande bedrijven, kantoren en dienstverlening blijven toegestaan op de daarvoor aangewezen locaties.

-

Specifieke bedrijfsaanduidingen nemen we niet op – dit biedt meer vrijheid voor verandering – maar in de bijlage wordt een lijst opgenomen met de specifieke bedrijven zodat geborgd blijft welke er aanwezig zijn.

-

Nieuwvestiging bedrijven alleen met BOPA of wijziging omgevingsplan

Met vergunning wordt (onder voorwaarden) toegestaan: -

Transformatie van een bestaand gebouw naar 1 woning, onder voorwaarden

-

Transformeren van bestaande gebouwen naar woonfunctie voor meerdere woningen (maximaal 9 woningen), onder voorwaarden

-

Nieuwvestiging van kantoor en dienstverlening in centrumdorp (Heythuysen) binnen het dorpshart, niet aan horecapleinen.

5.2.7 Detailhandel Wat willen we regelen? Aanvullend winkelaanbod concentreert zich in levendige winkelstraten met horecapleinen in Heythuysen dat als het aantrekkelijke centrumdorp een groter verzorgingsgebied bedient. In de dorpen met voorzieningen wordt binnen het ‘centrumgebied’ behoud van de belangrijkste functies als een bakker, slager gestimuleerd door deze vergunningvrij uit te mogen wisselen met andere basisvoorzieningen.

27/50

Hoe gaan we het regelen? •

Detailhandel is toegestaan op de daarvoor aangewezen locaties (specifiek of binnen het centrumgebied).

•

Regels over detailhandel worden ontleend aan het bestemmingsplan.

•

Een supermarkt wordt specifiek aangeduid en is alleen daar toegestaan.

•

Een specifieke aanduiding geldt ook voor volumineuze detailhandel.

Zonder (ruimtelijke) vergunning is mogelijk: •

Nieuwvestiging van detailhandel binnen het centrumdorp is toegestaan aan de ‘horecapleinen/centrumgebied’

•

Detailhandel in het centrumdorp en binnen de dorpen met voorzieningen wordt gestimuleerd binnen ‘het centrumgebied’. Deze detailhandel is daarom niet rechtstreeks of via een binnenplanse mogelijkheid omzetbaar naar wonen.

Met vergunning wordt (onder voorwaarden) toegestaan: -

Detailhandel van een bestaand gebouw buiten ‘het centrumgebied’ is omzetbaar naar 1 woning, onder voorwaarden.

-

Transformeren van bestaande gebouwen naar woonfunctie voor meerdere woningen (maximaal 9 woningen), onder voorwaarden

5.2.8 Horeca Wat willen we regelen? Horeca (eet- en drinkgelegenheid, geen zware horeca) is belangrijk voor ontmoeten en dient dus gestimuleerd te worden. In het centrumdorp bieden we ruimte voor een gevarieerd aanbod van eet- en drinkgelegenheden. In de dorpen met voorzieningen is behoud van tenminste één locatie met horeca een pré. Nieuwe zware (nacht)horeca is niet rechtstreeks toegestaan en wordt onder strijdig gebruik opgenomen. Behoud en beleving van erfgoed vinden we belangrijk en willen we stimuleren door hier functies aan te geven die voor iedereen toegankelijk zijn (eten/drinken en verblijfsrecreatie). Hoe gaan we het regelen? •

In het centrumdorp wordt met een aanduiding ‘horecaplein’ een gebied aangegeven waar horeca zonder meer is toegestaan. Op deze plek regelen we ook het tegengaan van transformatie naar een functie die niet horeca of detailhandel is.

•

Op andere plekken zijn meerdere locaties met horeca toestaan alleen indien voldoende aandacht voor zorgplicht en goed woon-en leefklimaat.

•

Terrassen zijn toestaan op elk dorpsplein onder voorwaarden – in woondorpen gelden strengere eisen ter borging van een goed woon- en leefklimaat.

•

Hotels worden specifiek aangeduid (zowel bestaand als een nieuw hotel).

•

Voor zover er op locatie ook nog een andersoortige functie aanwezig is (denk aan detailhandel of wonen), wordt deze als een extra laag over horeca heen gelegd.

•

Erfgoed is eenvoudig te transformeren in horeca, onder voorwaarden

28/50

Met vergunning •

Binnenplanse transformatie van erfgoed naar ‘horeca’ mogelijk maken. Bij onderbouwing vergunning wel voldoende aandacht voor zorgplicht en goed woon-en leefklimaat (in woondorpen met voorzieningen wordt een zwaardere motivering gevraagd dan in centrumdorp)

•

Transformatie naar horeca in niet zijnde erfgoed via binnenplanse vergunning met meer aandacht/voorwaarden voor soort horeca, woon- en leefklimaat en ruimtelijke kwaliteit.

•

Horeca buiten ‘het centrumgebied’ is omzetbaar naar 1 woning, mits de horeca-activiteit reeds gestopt is, onder voorwaarden.

•

Transformeren van bestaande gebouwen buiten ‘het centrumgebied’ naar meerdere woningen (maximaal 9), onder voorwaarden

5.2.9 Maatschappelijk Wat willen we regelen? Niet alle voorzieningen zijn altijd meer fysiek in elk dorp aanwezig, door slimme combinaties tussen dorpen en clustering van basisvoorzieningen houden we een goed en toegankelijk aanbod. In een centrumdorp en in dorpen met voorzieningen stimuleren we het behoud van maatschappelijke basisvoorzieningen zoals een huisarts en een fysiotherapeut door de uitwisseling van functies horeca, detailhandel en deze basisvoorzieningen eenvoudig mogelijk te maken Hoe gaan we het regelen? •

Maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan in voormalige bestemming maatschappelijk en in de daartoe aangeduide ‘centrumgebieden’.

•

Bestaande regels zijn het uitgangspunt.

•

Nieuw is dat sommige specifieke vormen van maatschappelijk worden aangeduid en alleen op die locatie zijn toegestaan. Dit betreffen functies met een speciale ruimtelijke impact zoals bijvoorbeeld een basisschool, een kinderdagverblijf, een kerk en een begraafplaats.

•

Voor zover er daarbij ook nog een andersoortige functie aanwezig is (denk aan detailhandel of wonen), wordt deze als een extra laag over maatschappelijk heen gelegd.

Zonder vergunning •

Is het mogelijk om een specifieke vorm van maatschappelijk die behoort tot de basisvoorzieningen zoals een huisarts, eenvoudig te kunnen uitwisselen met de functie detailhandel en horeca.

Met vergunning wordt (onder voorwaarden) toegestaan: •

Transformeren van bestaande gebouwen naar woonfunctie (max 9), onder voorwaarden.

5.2.10 Agrarisch Wat willen we regelen? De specifieke inrichting van de functie agrarisch en bedrijven wordt niet meegenomen in de Woonkernenwijziging. We nemen nu een basis op, waarbij bestaande rechten worden gewaarborgd. N.a.v. deelgebied buitengebied of bedrijventerreinen kúnnen de regels daarna nog worden gewijzigd.

29/50

Hoe gaan we het regelen? -

Locaties die als agrarisch bestemd waren en nog steeds in gebruik zijn voor agrarische doeleinden worden overgenomen, met een basisset regels;

-

Locaties die als agrarische bestemd waren maar niet meer als agrarisch in gebruik zijn worden per locatie bekeken. Soms is het wenselijk om de gronden passend bij een woonbestemming (of tuin) te betrekken, maar soms is een ander gebruik ook passend.

-

Locaties die niet als agrarisch bestemd zijn, maar wel als agrarisch in gebruik zijn worden per locatie bekeken. Uitgangspunt is zo weinig mogelijk agrarische grondgebruik binnen de woonkernen.

5.2.11 Recreatie, cultuur en ontspanning en sport Wat willen we regelen? Voor bestaande voorzieningen op het gebied van recreatie, cultuur en ontspanning en sport worden de regels uit het bestemmingsplan overgenomen. Deze functie is vrij specifiek aangeduid (park, verblijfsrecreatie, jachthaven, volkstuin). Sport: ook specifiek bestemd (sporthal/sportzaal/sportschool…..) conform bestemmingsplan. Cultuur en ontspanning wordt in centrumgebieden gestimuleerd, zodanig dat het omzetten daarvan naar een andere functie niet rechtstreeks of binnenplans mogelijk is dan wel – als het er nog niet is – onder voorwaarden of binnenplans wel mogelijk wordt. Hoe gaan we het regelen? •

Bestaande locaties krijgen een functieaanduiding conform de huidige bestemming.

•

Voor zover er daarbij ook nog een andersoortige functie aanwezig is (denk aan detailhandel of wonen), wordt deze als een extra laag over maatschappelijk heen gelegd.

Met vergunning wordt (onder voorwaarden) toegestaan: Transformeren van bestaande gebouwen naar woonfunctie (max 9), onder voorwaarden.

5.3

Bouwen

5.3.1 Bouwen algemeen Wat willen we regelen? In de omgevingsvisie zijn de volgende doelen benoemd die van belang zijn voor de bouwregels: •

In alle dorpen zijn (ver)bouwmogelijkheden, afgestemd op de behoefte, waarbij inbreiding voor uitbreiding gaat.

•

Bestaande woningen worden verduurzaamd, ook energievoorzieningen op wijkniveau.

•

Sturen op kwaliteit, betaalbare en toekomstbestendige woningen in een groene omgeving.

Hoe gaan we het regelen? Bestaand: •

De regels voor bouwen zijn voor de hele gemeente zoveel mogelijk hetzelfde. Het bestemmingsplan Woonkernen 2017 geldt als vertrekpunt voor de regels binnen de bebouwde kom.

30/50

•

In de bruidsschat is ook een heel aantal regels opgenomen met betrekking tot bouwen zoals regels over rooilijnen, bebouwing en straatpeil, regels over aansluiting op distributienetten en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Deze regels worden voorlopig beleidsneutraal overgenomen.

Nieuwe inzichten: •

Maatvoeringen zijn aangepast op basis van veel verleende kruimelgevallen.

•

Verschillen in maatvoeringen worden zo veel mogelijk in omgevingsnormen op de kaart weergegeven.

•

De regels ten aanzien van vergunningsvrij bouwen uit de Bruidsschat worden samengevoegd met de bouwregels uit bestemmingsplannen.

•

De bruidsschatregels leggen ook de koppeling met Welstandsbeleid (beleidsregel). In het eerste omgevingsplan behouden we de verwijzing naar het welstandsbeleid. Wel nemen we in het omgevingsplan de verschillende welstandsgebieden op zodat direct duidelijk is welke welstandsregels van toepassing zijn.

De bouwregels in het omgevingsplan worden opgebouwd op basis van de volgende algemene uitgangspunten. 5.3.2 Hoofdgebouwen Wat willen we regelen? •

We sturen op kwaliteit voor het van het vanuit openbaar zichtbaar gebied.

•

We sturen op betaalbare en toekomstbestendige woningen in een groene omgeving.

•

Woningtypologieën worden niet meer opgenomen, behalve daar waar gestapelde woningen zijn toegestaan.

Door de combinatie van het aantal woningen en kleinere bouwvlakken voor

hoofdgebouwen, wordt het woningtype al bepaald. •

Voor bedrijfswoningen gelden dezelfde regels als voor gewone woningen

•

Ten opzichte van het bestemmingsplan is een belangrijke verandering dat een kleiner bouwvlak is opgenomen waarbinnen hoofdgebouwen gebouwd mogen worden. Hierdoor kan een groot aantal verbale regels over de situering van het hoofdgebouw worden geschrapt.

•

De verwijzing naar bestaand (voor o.a. goot- en bouwhoogte) wordt vervangen door een omgevingsnorm op de kaart. De huidige maatvoering wordt geïnventariseerd en (afgerond) vastgelegd. Daarnaast wordt, waar dit vanuit ruimtelijke kwaliteit mogelijk is, 1 meter ruimte geboden ten opzichte van de bestaande maatvoering.

•

In nieuwe plannen is het uitgangspunt dat we gaan voor volledig duurzame bebouwing. Een duurzame materiaalkeuze en een energieneutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen.

•

Vergroting van gebouwen ten behoeve van isolatiemaatregelen wordt mogelijk gemaakt.

Hoe gaan we het regelen? •

Plaats en afmeting: hoofdgebouwen in het bouwvlak (en geen typologieën meer).

•

Goot- en bouwhoogte als weergegeven op de kaart.

•

Max opp. op een perceel geldt voor hoofdgebouwen en bijgebouwen samen – voor woning een max bebouwd oppervlak & percentage in regels, voor andere gebouwen een max. bebouwingspercentage op kaart (meer aandacht voor klimaatadaptatie en groen – bestaand opp opnieuw inventariseren).

31/50

•

Nutsvoorzieningen zijn al geregeld in bbl – niet in omgevingsplan regelen, tenzij we (uit advies werkgroep - volgt) willen toestaan om ruimere voorzieningen toe te gaan staan.

•

Specifieke gebouwen zoals garageboxen en al bestaande uitzonderingen worden specifiek aangeduid met een werkingsgebied overige gebouwen.

•

Art 2.29Bbl regelen we niet in het omgevingsplan. In dit artikel staan de bouwactiviteiten waarvoor geen omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit nodig is.

Zonder vergunning: •

Vergroting

van

bebouwing

ten

behoeve

van

duurzaamheidsmaatregelen

(oa.

isolatiemaatregelen, energieopwekking) wordt mogelijk gemaakt tot maximaal 0,5 meter hoogte of gevels (overschrijding bouwvlak toegestaan). •

Niet ruimtelijk relevante inpandige verbouwingen (ao. kozijn veranderen/toevoegen).

•

Dakkapel bij een woning in het voordakvlak in welstandsvrij gebied – onder voorwaarden.

Met vergunning: •

Hoofdgebouw bouwen altijd met vergunning.

•

Inperking vergunningvrij in, op, aan of bij monument: kadastrale perceel wordt het werkingsgebied.

•

Dakkapel in welstandsplichtig gebied, onder voorwaarden – beoordeling commissie Fysieke leefomgeving.

NB: niet voldoen aan de voorwaarden is BOPA 5.3.3 Bijbehorende bouwwerken Wat willen we regelen? •

Sturen op kwaliteit, betaalbare en toekomstbestendige woningen in een groene omgeving.

•

Er zijn ruime regels voor het vergroten van gebouwen. Vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit worden hier aan de voorzijde en naar openbaar gebied gerichte zijkanten wel beperkingen opgelegd.

•

Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan in achtererfgebied. Het ‘achtererf’ wordt als werkingsgebied opgenomen. Hierdoor is geen interpretatie van het begrip meer nodig. Ditzelfde geldt voor het zij-erfgebied. Hierbij dient wel te worden opgemerkt, dat de mate waarin deze vorm van concreetheid kan worden gegeven, afhangt van de techniek van het intekenen.

Hoe gaan we het regelen? Zonder vergunning •

Ter plaatse van het ‘achtererf’ mag vergunningsvrij worden gebouwd.

•

Voor woningen geldt: Totale oppervlak alle bebouwing is 60% van het bouwperceel, tot maximaal 325 m² (=combinatie van BP en bruidsschat ineen).

•

Voor andere functies: max. bebouwingsoppervlak geeft aan hoeveel ruimte er nog is voor bijgebouwen.

•

Voor de hoogte van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken in achtererfgebied wordt aangesloten bij het bestemmingsplan. Dit betekent een verruiming van de maximale hoogte met 0,5 meter ten opzichte van de vergunningvrije mogelijkheden in de bruidsschat.

•

Ter plaatse van het ‘zijerf’ worden extra voorwaarden opgenomen.

32/50

Met vergunning •

Erkers zijn met vergunning, onder voorwaarden, voor de voorgevel toegestaan.

•

Carports zijn met vergunning, onder voorwaarden, voor de voorgevel toegestaan.

NB: niet voldoen aan de voorwaarden is BOPA •

Bouwwerken ter stimulering van fietsvervoer (fietsenstallingen) worden gestimuleerd: bij o.a. bedrijven en kantoren kan voor de voorgevel worden gebouwd onder voorwaarden.

5.3.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Wat willen we regelen? •

Regels voor bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn met name gericht op het behoud van kwaliteit van het straatbeeld.

•

De energietransitie vraagt om ruimte voor bouwwerken ten behoeve van duurzame energievoorzieningen.

•

Echter, er geldt een beperking voor aan het openbaar gebied grenzende delen van gebouwen: geen mogelijkheden voor losse installaties zoals warmtepomp, airco’s o.i.d.

•

Met het overgaan van de regels voor erf- en perceelsafscheidingen naar de bruidsschat, heeft de gemeente de mogelijkheid om eigen regels te stellen.

Hoe gaan we het regelen? Het aantal regels over bouwwerken geen gebouwen zijnde is in het omgevingsplan aanzienlijk minder dan in het bestemmingsplan. Dit komt omdat in het Besluit bouwwerken leefomgeving in artikel 2.29 al een heel aantal bouwwerken is opgenomen dat vergunningvrij is toegestaan, ongeacht de regels uit het omgevingsplan. Dit betreft bijvoorbeeld erfafscheidingen tot 1 m, lantaarnpalen, verkeersborden, laadpalen en geluidschermen. Er geldt een verschil in ‘achtererf’ en ‘zijerf’ vanuit ruimtelijke kwaliteit en ook veiligheid (zichtlijnen) voor o.a. erfafscheidingen. Zonder vergunning •

De regels over vergunningvrij bouwen uit de bruidsschat worden gecombineerd/in overeenstemming gebracht met de regels over bouwwerk geen gebouw zijnde in de bestemmingsplannen. Dit leidt tot de keuzes: o

Een sport- of speeltoestel is overal toegestaan passend binnen de eisen van art 22.27 van de Bruidsschat.

o

Erf- en perceelsafscheidingen ter plaatse van gebied ‘achtererf’ zijn tot 2 m hoogte toegestaan

o

Voor erf- en perceelsafscheidingen ter plaatse van gebied ‘zijerf’ gelden aangepaste regels (o.a. in verband met veiligheid/zicht en ruimtelijke uitstraling).

o

Zwembaden (zonder overkapping) zijn alleen toegestaan in het achtererf bij woningen en bedrijfswoningen. Er is geen maximale maat opgenomen

o

In ‘achtererf’ en ‘zijerf’ zijn daarnaast overige bouwwerken geen gebouwen zijnde vergunningvrij toegestaan tot 3 meter.

o

In ‘achtererf’ en ‘zijerf’ zijn losse duurzaamheidsmaatregelen toegestaan binnen voorwaarden.

33/50

Met vergunning •

5.4

Afwijken tot 2 meter hoogte voor erf- en perceelsafscheidingen ter plaatse van gebied ‘zijerf’

Regels over grondwerkzaamheden (voormalig aanleggen)

5.4.1 Grondwerkzaamheden Wat willen we regelen? In bestemmingsplannen zijn veel regels opgenomen die gaan over aanlegactiviteiten. Dit betreft op hoofdlijnen: •

Regels over het verstoren van de bodem. Deze regels dienen voor het beschermen van archeologische waarden, leidingen en waterhuishouding.

•

Regels over het verwijderen of aanbrengen van beplanting. Deze regels dienen voor het beschermen van landschappelijke en natuurwaarden, maar bijvoorbeeld ook ter bescherming van waterkeringen. Ook de beschermde bomen met bijbehorende regels uit het bestemmingsplan worden verwerkt in het omgevingsplan.

•

De bebouwingscontour houtkap wordt zo snel mogelijk opgenomen in het omgevingsplan. Dit heeft als voordeel dat de toepasbare regels beter kunnen worden toegespitst op het betreffende gebied.

•

In de bruidsschat is een aantal regels opgenomen over bodem die samenhangen met aanlegactiviteiten. Deze regels worden met enkele kleine tekstuele aanpassingen meegenomen in het omgevingsplan. Hierbij wordt ook gekeken naar de regels uit de Algemene verordening, voor zover gericht op de bodemkwaliteit. Daarnaast worden instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving waar nodig verwerkt.

•

In bestemmingsplannen is ook een groot aantal regels over water opgenomen. Deze regels worden overgenomen en waar nodig aangepast aan nieuw beleid en regelgeving van gemeente en waterschap.

Hoe gaan we het regelen? De regels over aanleggen worden beleidsneutraal overgenomen. Wel wordt de systematiek iets aangepast. Net als bij gebruik en bouwen wordt eerst beschreven wat vergunningvrij is en vervolgens wat met vergunning is toegestaan. Het onderscheid in archeologische waarden wordt gemaakt door middel van omgevingsnormen voor het oppervlak en de diepte van de grondwerkzaamheden. Daarnaast wordt op grond van het BKL een meldingsplicht opgenomen voor vergunningvrije bouwactiviteiten groter dan 50 m2 in verband met de bodemkwaliteit.

5.5

Milieubelastende activiteiten

De omzetting van regels over milieubelastende activiteiten uit de bruidsschat, gebeurt in een apart traject. De bruidsschat regels blijven tot die tijd van toepassing.

34/50

6

Annoteren en toepasbare regels 6.1

Annoteren

Het annoteren is het koppelen van de regels aan werkingsgebieden, activiteiten, omgevingsnormen en thema’s. De richtlijnen voor het annoteren zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: -

De burger komt met klikken op de kaart bij de juiste regels terecht;

-

Het plan is onderhoudsvriendelijk voor de gemeente.

-

Toepasbare regels die een vraag bevatten (bevindt u zich in gebied XXX) kunnen automatisch worden ingevuld doordat dit gebied als locatie is opgenomen in het omgevingsplan.

Gebiedsaanwijzingen Wanneer je in het DSO naar plekinfo kijkt, zie je bovenaan de gebiedsaanwijzingen. Een inwoner zal intuïtief klikken op Wonen en ziet dan alle regels die gekoppeld zijn aan de gebiedsaanwijzing wonen. Dit geeft echter nooit een compleet beeld: voor een woning gelden ook algemene regels. De gebiedsaanwijzing heeft vooral een functie in het zichtbaar maken van de herkenbare SVBP kleur op de kaart. Annoteren van gebiedsaanwijzingen wordt alleen gekoppeld aan het eerste artikel waar de gebiedsaanwijzing wordt genoemd. Dit artikel wordt zo geformuleerd dat duidelijk is dat ook andere algemene regels van toepassing zijn. Werkingsgebieden Van iedere regel in het omgevingsplan moet worden vastgelegd waar deze geldt. De annotatie werkingsgebieden geeft dus aan waar de ‘regels’ van toepassing zijn. Dit wordt gedaan met de locatie (GIO). De locatie kan ook het ambtsgebied zijn. De naam van iedere GIO moet minimaal één keer in de tekst van het Omgevingsplan voorkomen. De keuze van het werkingsgebied wordt bepaald door de vraag: op welke locatie moet de regel omhoog komen als ik op de kaart klik. Dit kan ook betekenen dat er twee werkingsgebieden aan een regel worden toegevoegd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de regel: een hoofdgebouw mag alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak.

Het bouwvlak is dan de locatie waar je mag bouwen, maar je wilt dat deze regel overal binnen Wonen (en andere functies waar hoofdgebouwen gebouwd mogen worden) naar boven komt. Om overzicht te houden is het ook belangrijk om een consequente naamvoering te gebruiken. Bij annoteren wordt zoveel mogelijk gewerkt met gebiedengroepen. De gebiedengroep heeft een logische naam die meteen duiding geeft aan wat voor locatie het is dus bijvoorbeeld ‘archeologische waarde 1’, ‘bouwvlak’, ‘wonen’. Voor nieuwe ontwikkelingen, die in Hoofdstuk 21 een plek krijgen, is er gekozen voor H21, <plaatsnaam>, <naam gebied> - naam omgevingsnorm/locatie/gebiedsaanwijzing Voor algemene regels die gebiedsgewijs vervallen uit de bruidsschat is het ‘Ambtsgebied zonder gewijzigd deel omgevingsplan’ toegevoegd. De geometrie van dit gebied wordt steeds vervangen door een kleiner gebied. De annotatie wordt in de bruidsschat eenmalig gewijzigd.

35/50

Activiteiten: Het annoteren met activiteiten is nodig voor het maken van toepasbare regels en voor het inrichten van aanvraagformulieren. De structuur van Leudal is activiteitgericht. Daarbij doelen we met name op een structurering naar Wabo-activiteiten; gebruiken, bouwen, slopen etc. Als bruidsschatregels worden verplaatst, dienen de activiteiten overgenomen te worden. Anders werken bestaande toepasbare regels niet meer. Het is van belang dat één persoon regie houdt op het toevoegen van activiteiten. Omgevingsnormen: Maatvoeringen die variëren per gebied worden zoveel mogelijk via omgevingsnormen opgenomen in het omgevingsplan. De te hanteren omgevingsnormen worden door de gemeente aangemaakt. Een eerste set omgevingsnormen kan worden aangemaakt op basis van maatvoeringen van bestemmingsplannen. Uitgangspunt is dat zo veel mogelijk kwantitatieve omgevingsnormen worden opgenomen, die zichtbaar worden op de kaart. Externe adviseurs kunnen wel waarden aanmaken bij een omgevingsnorm (dus gemeente maakt de norm maximum bouwhoogte aan, een bureau kan de waarde 10 meter aanmaken). Thema’s worden vooralsnog niet toegevoegd.

6.2

Toepasbare regels

Of er voor een initiatief een vergunning nodig is waarbij wordt getoetst aan de regels van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer checken door gebruik te maken van de Vergunningcheck in het DSO-loket. Daar waar een activiteit in het omgevingsplan door de gemeente is geregeld en geannoteerd, is er in de Registratie toepasbare regels (overheid.nl) een functionele structuur gecreëerd om indieningsvereisten en de vergunningcheck op te nemen. Zo’n check of indieningsvereisten moet een gemeente zelf maken en aanbieden aan het DSO, door toepasbare regels op te stellen en te publiceren.

36/50

7. Bijlagen

37/50

Bijlage 1 – structuur van het Omgevingsplan 1.

Algemene bepalingen

2.

Doelen

3.

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

4.

Gebruiken 4.1 Algemeen 4.2 Bedrijf 4.3 Wonen 4.4 Detailhandel 4.5 Horeca 4.6 Groen 4.7 Verkeer

5.

Bouwen 5.1 Algemeen 5.2 Hoofdgebouw 5.3 Bijgebouw 5.4 Bouwwerk geen gebouw zijnde

6.

Slopen

7.

Uitvoeren grondwerkzaamheden

8.

Uitvoeren milieubelastende activiteiten (MBA’s)

9.

Monumenten

10.

Landschappelijke elementen

11.

Evenementen en overige activiteiten

12.

GERESERVEERD

13.

GERESERVEERD

14.

GERESERVEERD

15.

GERESERVEERD

38/50

16.

Procesregels

17.

Beheer en onderhoud

18.

Financiële bepalingen

19.

Monitoring en informatie [bedoeld voor instandhoudingsverplichtingen, MER-gerelateerde zaken]

20.

Overgangsrecht

21.

Ontwikkelingen

22.

Bruidsschat

23.

Slotbepalingen

39/50

Bijlage 2 – Omgevingsvisie vertaald

In onderstaand schema is aangegeven of de ambitie uit de visie in het omgevingsplan kan/moet worden vertaald en zo ja, op welke wijze en bij welke activiteit dit terug komt. NIET in omgevingsplan betekent dat deze ruimte niet in het omgevingsplan wordt aangeboden (dus niet zonder en ook niet met een binnenplanse vergunning). Bij deze ambitie is dus altijd een BOPA of een wijziging van het omgevingsplan nodig, meestal omdat er een uitgebreidere ETFAL-afweging (maatwerk) zal moeten worden gemaakt. Gelet op het hogere abstractieniveau van deze vertaling is het niet vereist dat de Omgevingsvisie is vastgesteld op het moment, dat deze Nota van uitgangspunten wordt vastgesteld. Hoofdstuk 3 Wonen en leven

Vertaling in Omgevingsplan

Activiteit

In alle dorpen zijn

Het omgevingsplan biedt flexibiliteit om huizen te

Bouwen

(ver)bouwmogelijkheden, afgestemd op

kunnen aanpassen/vergroten tbv

de behoefte, waarbij inbreiding voor

toekomstbestendigheid en duurzaamheid, mits

uitbreiding gaat.

passend binnen de voorwaarden van de ruimtelijke

WONEN

kwaliteit. Algemeen (welstandsplicht of niet maakt niet uit): -

In achtererf is bouwen vergunningsvrij onder voorwaarden (oa. max. bebouwingsopp.)

-

In voorerf zijn beperkte bouwmogelijkheden en deze zijn niet vergunningsvrij (erkers en carports)

Welstandsvrije gebieden: -

In zij-erf (aangeduid) is bouwen vergunningsvrij onder voorwaarden (oa. max. bebouwingsopp.)

Welstandsplichtige gebieden: -

In zij-erf (aangeduid) is bouwen vergunningsvrij onder voorwaarden (oa. max. bebouwingsopp.)

Het beleid ‘splitsen van woningen en percelen’ wordt

Gebruik

doorvertaald: -

Het wordt met een binnenplanse vergunning mogelijk om bestaande woningen te splitsen (van 1 naar 2 woningen).

-

Het wordt met een binnenplanse vergunning mogelijk om percelen splitsen om 1 extra woning te realiseren wel adviescommissie Fysieke leefomgeving.

NIET in omgevingsplan: Meer dan 1 extra woning realiseren (niet passend binnen versnellingsagenda wonen)

40/50

Vrijkomende (transformatie)locaties

-

Transformatie van een aantal functies die niet

worden benut, zo voorkomen we

echt passen in een woongebied (kantoor, bedrijf,

leegstand.

detailhandel) naar 1 woning is met OPA

Gebruik

toegestaan mits goed woon-en leefklimaat en onder voorwaarden. -

Het wordt met een binnenplanse vergunning mogelijk om gebruik van bestaande panden te wijzigen in meerdere woningen, mits passend binnen de voorwaarden, levensloopbestendigheid en ruimtelijke kwaliteit

NIET in omgevingsplan: Herbestemmen van gronden in combinatie met bouwen Wij sturen op kwaliteit: betaalbare en

Kwaliteit: De begrenzing van de welstandsgebieden

toekomstbestendige woningen in een

wordt overgenomen in het OP. Binnen de

groene omgeving.

welstandsvrije gebieden is meer vergunningsvrij

Bouwen

mogelijk dan in de welstand plichtige gebieden. NIET in omgevingsplan: Categorieën woningen (bijv sociale huur). Dit wordt geregeld via een overeenkomst. Groene omgeving: -

Bouwen en gebruik

We sturen via maximum bebouwingspercentage op een perceel.

-

We nemen minimaal bestaand groen in openbaar gebied op als functie groen en onderzoeken of er nog meer groen bij kan komen i.p.v. functie verkeer.

-

We beschermen groen wanneer gelegen in het beekdal (en mits nog niet in gebruik voor bebouwing).

We zetten in op meer variatie in

PARALLEL aan omgevingsplan: Er wordt een

(woon)zorgvoorzieningen, afgestemd op

Woonzorgvisie opgesteld -> t.z.t. verwerken in

specifieke doelgroepen.

omgevingsplan. In het omgevingsplan worden verschillende vormen

Gebruik (Wonen, Zorg)

van zorgwonen plaatsvast geregeld. Er wordt onderscheid gemaakt in: -

Regulier – normale woningen

-

Geclusterd – samenwonen

-

Beschermd - psychisch

-

Verzorgd wonen – lichamelijke ondersteuning

Uitwisseling tussen regulier en geclusterd wonen overal toestaan met een binnenplanse vergunning. Binnen beschermd en verzorgd geen uitwisseling van een andere doelgroep (dus van psychisch naar gedetineerd) binnenplans toestaan.

41/50

BEREIKBAARHEID

Vertaling in Omgevingsplan

Activiteit

Onze dorpen zijn bereikbaar via diverse

-

Bouwen

vormen van vervoer aanvullend op de (traditionele) auto

Laadpalen zijn op grond van het BBL al vergunningvrij.

-

Andere kleine bouwwerken die nodig zijn voor mobiliteitshubs worden vergunningvrij onder voorwaarden in het omgevingsplan.

-

We volgen het (nieuwe) parkeerbeleid in het omgevingsplan.

Onze voorzieningen zijn veilig bereikbaar

In omgevingsplan wordt in gebruiksregels opgenomen

Doelen

en (vervoers)toegankelijk.

dat de openbare ruimte (groen en verkeer) ook

Gebruik

Daarbij besteden we extra aandacht aan

gebruikt kan worden voor recreatieve doeleinden

ruimte voor voetgangers en fietsers.

(zoals spelen, bewegen, ontmoeten) Het aanleggen van nieuwe fiets- en wandelpaden wordt in zo veel mogelijk functies toegestaan. Voor bepaalde functies (bedrijf, maatschappelijk, kantoor) wordt het bouwen van een fietsenstalling voor de voorgevel met een OPA toegestaan.

Wij zetten in op een station in Baexem.

NIET in het omgevingsplan. Dit is een echte ambitie. Het plan hiervoor moet eerst verder in gang gebracht worden en is nog niet rijp om juridisch vast teleggen.

VOORZIENINGEN

Vertaling in Omgevingsplan

Activiteit:

Niet alle voorzieningen zijn altijd meer

-

Gebruik

In omgevingsplan regelen we binnenplans waar

fysiek in elk dorp aanwezig, door slimme

we transformatie van (belangrijke) voorzieningen

combinaties en clustering houden we

wel of niet willen toestaan (o.a. maatschappelijk

een goed en toegankelijk aanbod.

(huisarts/fysio), detailhandel, horeca) -

Op die locaties waar behoud van voorzieningen belangrijk is, staan we onderlinge uitwisselbaarheid van functies die ontmoeting faciliteren toe, met behoud van tenminste één van elke belangrijke functie. Daarnaast wordt gekeken waar het wenselijk is een mix van functies toe te staan (blurring).

Ieder dorp heeft minimaal één

NIET in omgevingsplan te regelen

Gebruik

gezamenlijke ontmoetingsplek. We stimuleren ook vormen van informeer ontmoeten en bewegen. Inwoners kijken naar elkaar om.

42/50

Hoofdstuk 4 Ondernemen en werken

Vertaling in Omgevingsplan

Activiteit:

Bakkers, slagers, fysiotherapeuten,

-

Bestaande supermarkt actief aanduiden (behoud)

Gebruik

horecagelegenheden etc. voorzien in

-

Transformeren en nieuwe oprichten nieuwe

ALGEMEEN

onze dagelijkse levens- en zorgbehoeften. Daarom zien wij die

supermarkten altijd via BOPA -

graag in onze kernen.

Detailhandel in centrumdorp stimuleren binnen horecapleinen. Deze detailhandel is niet omzetbaar naar wonen of andere functies (behalve horeca of huisarts)

-

Op die locaties waar behoud van voorzieningen belangrijk is, staan we onderlinge uitwisselbaarheid van functies die ontmoeting faciliteren toe, met behoud van tenminste één van elke belangrijke functie. Daarnaast wordt gekeken waar het wenselijk is een mix van functies toe te staan (blurring).

Voor bedrijven met zakelijke aanloop,

-

aanloop op afspraak of met abonnement (kantoren, sportaccommodaties,

Detailhandel en bedrijvigheid op de daarvoor

Gebruik

aangewezen locaties. -

Geen omzetting binnenplans naar deze functies.

garagebedrijven, etc.) is ruimte aan de randen van de kernen. Economische vitaliteit en leefbaarheid

Niet in omgevingsplan te regelen

-

NIET in dit omgevingsplan deelgebied Woonkernen

-

Wij bieden ruimte aan agrarische

In deelgebied Woonkernen is geen uitbreiding van

Gebruik/ milieu

bedrijven passend bij de kwaliteiten van

bedrijvigheid mogelijk, alleen bestaande agrarische

de diverse gebieden.

bedrijven kunnen blijven bestaan.

Wij houden rekening met de

Het beekdal wordt ook in Woonkernen nader bekeken

kernwaarden van het landschap, water

en waar nodig extra beschermd.

gaan altijd hand in hand. Als nodig geven we ruimte aan gecombineerde bedrijfsen verdienmodellen. We ambiëren moderne en duurzame bedrijventerreinen met ruimte voor groene gevels en daken, energiehubs en versteend waar nodig en waterdoorlatend waar mogelijk. AGRARISCHE SECTOR

Waarden

en bodem, bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, eigendom is niet leidend. We richten ons op kwalitatieve groei van

NIET in dit omgevingsplan deelgebied Woonkernen

-

bedrijven (innovatie, verbreding en duurzaamheid).

43/50

Hoofdstuk 5 Genieten en recreëren

Vertaling in Omgevingsplan

Activiteit:

Verhalen en bijzonderheden van ons

-

Gebruik

erfgoed (natuur, cultuur, gebouwen enz. worden ontsloten op een belevende

Uitgangspunt: Beleidsrichting recreatie en toerisme

-

manier.

In omgevingsplan regelen we waar we transformatie van (belangrijke) voorzieningen wel of niet willen toestaan. O.a. horeca (eet- en drinkgelegenheid, geen zware horeca) is belangrijk voor ontmoeten en dient dus gestimuleerd te worden. Behoud van tenminste één locatie met horeca is in dorpen met voorzieningen en in centrumdorp een pré.

-

Meerdere locaties met horeca toestaan alleen indien voldoende aandacht voor zorgplicht en goed woon-en leefklimaat, behalve in centrumdorp, daar is wel meer toegestaan.

-

Behoud van erfgoed vinden we belangrijk en willen we stimuleren: daarom: Binnenplans transformatie van erfgoed naar horeca mogelijk maken. Bij onderbouwing vergunning wel voldoende aandacht voor zorgplicht en goed woon-en leefklimaat (in woondorpen (met voorzieningen) strenger dan in centrumdorp).

-

Transformatie naar horeca via binnenplanse vergunning in andere gebouwen dan erfgoed met meer aandacht/voorwaarden voor soort horeca, woon- en leefklimaat en ruimtelijke kwaliteit.

We versterken de leefbaarheid ‘van onze

-

We stimuleren in het ‘centrumdorp’ de

dorpen met voorzieningen en ons

voorzieningen horeca en detailhandel en bieden

centrumdorp’ met groene aantrekkelijke

ruimten voor terrassen (horecaplein aanduiding

horecapleinen met een gevarieerd

in omgevingsplan) door uitwisseling van functies

aanbod van eet-en drinkgelegenheden.

naar horeca en detailhandel vergunningsvrij

Gebruik

mogelijk te maken. Er is ruimte voor bijzondere

-

We stimuleren het behoud van erfgoed met een

slaapgelegenheden in erfgoedgebouwen.

verdienmodel waarbij beleving van toepassing is

Zo stimulieren we de belevingswaarde en

(horeca/verblijfsrecreatie) . Realiseren of

dragen we bij aan het behoud van het

transformeren naar B&B / recreatiewoningen in

erfgoed.

monumenten wordt binnenplans mogelijk

Gebruik

gemaakt. We zetten in op natuurlijke

NIET te regelen in een omgevingsplan

-

speelterreinen waar kinderen actief in de buitenlucht kunnen genieten van sport en spel.

44/50

We ontsluiten ons uitgebreide wandel-,

NIET in dit omgevingsplan deelgebied Woonkernen

-

-

Gebruik

fiets- en ruiternetwerk vanaf start- en rustpunten met hoog voorzieningenniveau. We realiseren ontmoetingsplekken met

De relevante regels uit het evenementenbeleid

ruimte met kleinschalige natuur-

worden opgenomen in het omgevingsplan. Niet

inclusieve recreatie, cultuur en events.

ruimtelijk relevante evenementen zijn rechtstreeks toegestaan binnen alle functies (algemeen). -

Grotere evenementen hebben een vergunning nodig.

-

Specifieke evenementen terreinen worden aangeduid (maar vallen niet binnen de grenzen van Woonkernen).

-

In kernen is ruimte voor evenementen in de binnenruimte (o.a. buurtcentrum = cultuur). We regelen dit niet aanvullend.

Hoofdstuk 6 Natuurlijk Leudal

Vertaling in Omgevingsplan

Activiteit:

-

NIET in dit omgevingsplan deelgebied Woonkernen

-

Dit thema heeft geen doelen die in deelgebied Woonkernen van toepassing zijn. Hoofdstuk 7 Duurzaam en

Vertaling in Omgevingsplan

Activiteit:

Lokale energiegemeenschappen zijn in

Staalkaart energie van de VNG nemen we als

Bouwen

meerdere kernen aanwezig.

voorbeeld:

toekomstbestendig

file://ldlfil01/Userhome$/m.sillekens/Downloads/201811-staalkaart_energietransitie%20(2).pdf We inventariseren intern in een aparte sessie welke regels wij willen gaan opnemen. In nieuwe plannen is klimaatadaptatie

We stimuleren duurzaamheidsmaatregelen door hier

en duurzame bebouwing het

ruimte voor te bieden (vergunningsvrij). Ivm kwaliteit

uitgangspunt. Een duurzame

zijn losse voorzieningen (airco’s, warmtepompen)

materiaalkeuze en een energieneutrale

alleen toegestaan in achtererf.

Bouwen

of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. We bieden ruimte voor klimaatbuffers

-

We nemen grondwaterbeschermingsgebieden op

en vergroening (in- en om de kernen)

-

We gaan bewust om met het aantal m2

om hittestress tegen te gaan en biodiversiteit te stimuleren

Waarden en Bouwen

bebouwing i.v.m. vergroening en ontstening -

We stellen regels voor afwateren op eigen terrein.

We nemen minimaal bestaand groen in openbaar

Gebruik

gebied op als functie groen en onderzoeken of er nog meer groen bij kan komen in plaats van functie verkeer.

45/50

NIET in dit omgevingsplan deelgebied Woonkernen Inrichting niet zijnde bouwen zoals parkeerplaatsen/openbaar gebied hoort in een beheersplan van openbaar gebied Het vertrekpunt voor een duurzame

-

toekomst is dat we zoveel mogelijk

particuliere gronden: mag zo lang het

energie besparen en de energie die we (toch) nodig hebben op een

Energieopwekking los van de bebouwing op bebouwingspercentage niet wordt overschreden.

-

hernieuwbare manier opwekken.

Grotere energiehuisjes in openbaar gebied (tussenstations) onder voorwaarden mogelijk maken (zie ook hiervoor).

-

Op grond van het bbl zijn nutsvoorzieningen tot 15 m2 toegestaan.

Enexis heeft de wens om grotere energiehuisjes in openbaar gebied (tussenstations) binnenplans mogelijk te maken. In overleg met Enexis en de kwaliteitscommissie wordt gekeken of dit met binnenplanse vergunning onder voorwaarden mogelijk gemaakt kan worden. We stimuleren een duurzame levensstijl,

NIET in dit omgevingsplan deelgebied Woonkernen

die uitgaat van het anders kijken naar

Inrichting niet zijnde bouwen zoals

consumptie (zoals streek- en

parkeerplaatsen/openbaar gebied hoort in een

seizoensproducten) en het verminderen

beheersplan van openbaar gebied

van afval. Onze woonstraten bieden ruimte, groen

We nemen een max. bebouwingspercentage op voor

en biodiversiteit, in tuinen of de

percelen en nemen minimaal het bestaand groen in

openbare ruimte.

openbaar gebied op als functie groen en onderzoeken

Gebruik en Bouwen

of er nog meer groen bij kan komen in plaats van functie verkeer.

46/50

Hoofdstuk 8 Gezond en veilig

Vertaling in Omgevingsplan

Activiteit:

We verbeteren de kwaliteit van onze

De instructieregels uit het besluit kwaliteit

Gebruik, milieubelastende

leefomgeving op het gebied van geluid,

leefomgeving vragen al om het opnemen van regels

activiteiten

geur en luchtkwaliteit. Een betere

om een basiskwaliteit te borgen:

scheiding tussen mens en dier en wonen

-

GEZOND

en werken helpt daarbij.

Geluidbeleid wordt opnieuw bekeken en eventueel aangepast: Gebiedsgericht kijken naar de toegestane geluidsbelasting: in woondorpen en dorpen met voorzieningen ligt de nadruk op wonen dienen woningen voldoende beschermd te worden tegen geluid. In centrumdorp (Heythuysen) kan in het gebied met centrumfuncties (dorpshart) een wat ruimere geluidsnorm worden toegestaan – waarbij nog wel voldoende woonklimaat blijft.

-

Geur veehouderijen en industrie: Er wordt verwezen naar de regels in de bruidsschat. Bij de uitwerking van de regels voor het buitengebied en voor bedrijventerrein Zevenellen worden deze regels waar nodig aangepast.

-

Lucht: We volgen in elk geval het schone luchtakkoord (programma). Onderwerpen die daarin geregeld worden met normen worden verwerkt in het omgevingsplan. Dit betreft voornamelijk houtstook.: https://iplo.nl/thema/lucht/regels-houtstookvanuit-woningen/

Deze onderwerpen thematisch worden verwerkt wanneer beleid (of programma) gereed is hiervoor (nader bekijken wanneer: Woonkernen komt te vroeg om dit mee te nemen) Algemene zorgplicht en doelen gezondheid worden

Algemeen/indieningsvereisten

belangrijk en zouden als toetsingscriterium voor binnenplanse vergunningen meegenomen kunnen worden. We gaan in het omgevingsplan regels opnemen voor

Gebruik

het (bedrijfsmatig) houden van (huis)dieren binnen de kernen. Uitgangspunt is dat in woondorpen alleen huisdieren gehouden mogen worden als persoonlijke hobby. De kwaliteiten van gebieden bepalen

Uitwerken bij wijzigingsbesluit omgevingsplan

welke activiteiten zijn toegestaan.

buitengebied

-

47/50

We versterken de woonomgeving met

In het omgevingsplan is het bouwen van

activiteiten die een gezonde

speeltoestellen en straatmeubilair vergunningvrij.

leefomgeving stimuleren

Openbare ruimte is ook bedoeld voor spelen en

Bouwen

bewegen. Meer is in omgevingsplan niet te regelen. VEILIGHEID

Vertaling in Omgevingsplan

Activiteit:

Criminaliteit (o.a. ondermijning, drugshandel) krijgt geen kans door herbestemmen en/of sloop van leegstaande locaties en een goede sociale controle We zorgen voor goed toegankelijke en

NIET in omgevingsplan te regelen. Geen leegstand (woning) is te regelen via de huisvestingverordening.

-

Er wordt gekeken of de handreiking fysieke veiligheid

Bouwen en Milieu (o.a. ook

veilige gebouwen en openbare ruimte

omgevingsplan aanleiding geeft tot het stellen van

regels uit bruidsschat)

extra regels. Elke inwoner heeft recht op een veilige

De instructieregels uit het BKL en de provinciale

leefomgeving

verordening over veiligheid worden waar nodig

Waarden

overgenomen in het omgevingsplan. De bouwsteen Veiligheid van de veiligheidsregio Limburg Noord vormt het vertrekpunt. O.a. Overstromingsgebieden (water) worden opgenomen in het omgevingsplan.

48/50

Bijlage 3 – Instructieregels Rijk <<volgt>>

49/50

Bijlage 4 – Instructieregels Provincie en Waterschap

<<volgt>>

50/50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=f2f9230a-ab97-4b58-bef5-35e7f92ead28