CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en bijlagen Campuskwadrant 131221 VA verkleind

Raadsvergadering 8 februari 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 35. Vaststelling Bestemmingsplan Campuskwadrant en Beeldregieplan Campuskwadrant26.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het Kwadrant Het kwadrant/middengebied wordt ontworpen als een gemeenschappelijk buitengebied voor de woningen met een zorgvuldige ontworpen padenstructuur en met plekken voor ontmoeting, spel en ontspanning. Het kwadrant is autovrij. Entrees van de woongebouwen zijn aan dit kwadrant gelegen. Een kernelement is de snelfietsroute die door het middengebied loopt. Dit maakt onderdeel uit van een snelfietsroute (e-bikes) van het totale Campusgebied. Daarnaast is er een hoofdstructuur voor voetgangers: dit is een brede loper die de gebouwen verbindt

en aantakt bij de hoofdentrees. Deze loper heeft een vrije vorm met natuurlijke vormgeving, waarbij overlap is met het groen (dit kan in elkaar grijpen). De loper kan variëren in breedte en biedt plek voor wandelen, ontmoeten en spel.

De Grietenij Aan de westzijde sluit het openbaar gebied aan op de bestaande openbare ruimte. Het binnengebied (parkeerhoven tussen Grietenij en gebouw A) zal het karakter krijgen van een parkeerhof, afgewisseld met groen. De inrichting van dit binnengebied sluit aan op de bestaande inrichting van de openbare ruimte van de Grietenij. Aan de buitenrand staat de nieuwbouw met de woon- en balkonzijdes aan en in de Campus.

Criteria buitenruimte

Identiteit Voor de openbaar toegankelijke buitenruimte wordt toegewerkt naar een heldere identiteit die passend is bij de Campus. De buitenruimte kan worden gekenmerkt als een natuurinclusief stadspark. Verhardingen • Voor het voetgangersgebied wordt gebruik gemaakt van een groter tegelformaat (minimaal 40 x 20 cm) in een lichte kleurstelling; • De tegels zijn overrijdbaar voor nood-, hulpdiensten en verhuiswagens; • De parkeerterreinen tussen de gebouwen worden uit het zicht onttrokken door subtiele toepassing van prefab keerelementen die vervolgens worden voorzien van grond; • De parkeerplaatsen op uitgeefbaar gebied dienen een afwijkende uitstraling te krijgen van de standaard parkeervakken in de openbare ruimte. • De parkeerterreinen dienen geen overmatig verhardingsbeeld te krijgen door toepassing van: - Grastegels met riante voeg, waarbij één afzonderlijk parkeervak goed herkenbaar blijft; - Onderbrekingen van parkeerplaatsen met een plantvak; - Zicht op groen grondlichaam vanuit de parkeerplaatsen; • Bij de uitwerking van de keerelementen en overige verhardingen dient de nadruk te liggen op de landschappelijke inpassing en niet louter een civieltechnische oplossing te zijn. Keerelementen eindigen dus niet abrupt, maar krijgen ene subtiele beëindiging.

• Het maaiveld bij de woongebouwen moet ter hoogte van de entrees vloeiend aansluiten op de verhoogde ligging van het vloerpeil. • De snelfietsroute blijft herkenbaar als autonome fietsroute door het gebied.

Beeldregieplan Campuskwadrant ontwerp

17

Beplanting • De basisbeplanting bestaat uit gras met boomgroepen of meerstammige bomen. • De grondlichamen rondom de parkeerterreinen worden uitgevoerd met grastaluds. • Waar geen grondlichamen komen worden hagen toegepast om de auto’s deels aan het zicht te onttrekken. • De aansluiting tussen de gebouwen en de beplanting wordt zodanig vormgegeven dat het gebouw onderdeel vormt van het groene tapijt. Waterpartij en Wadi • De bestaande waterpartij ter hoogte van gebouw B wordt uitgebreid. De uitstraling wordt bepaald door flauw aflopende groene taluds welke voorzien zijn van kruidenrijke oeverbeplanting. • Langs de snelfietsroute komen een tweetal wadi’s. Deze wadi’s hebben de volgende uitstraling; lichte verlaging van het maaiveld waardoor bij hevige regenval alleen tijdelijk water blijft staan en voorzien is van kruidenrijke grasbeplanting. Straatmeubilair en objecten Straatmeubilair in de Campus krijgt een neutrale kleur en een ingetogen tijdloze vormgeving. Meubilair wordt alleen geplaatst het écht nodig is. Er dient te worden ingezet op een beperkt en eenduidig assortiment voor de hele Campus.

De Campus leent zich goed voor de toepassing van kunstobjecten in de openbare ruimte. Kunst heeft hier alleen een meerwaarde als daarmee wordt ingespeeld op het landschap ter plaatse. • Lichtmasten en fietsenrekken worden afgewerkt in een donkere kleurstelling (RAL 7021); • Zitvoorzieningen worden integraal mee-ontworpen met de landschappelijke inrichting; • Kunsttoepassingen in de openbare ruimte dienen een integraal onderdeel te worden van het landschap.

Speelplek • Op de locatie die is aangewezen als speelplek worden volwaardige speelelementen geplaatst met een natuurlijke uitstraling; • De speelelementen worden uitgevoerd in natuurlijke materialen. Hondenuitlaatroute • In Campus Midden dient een wandelroute voor honden te worden opgenomen. De hondenroute mag niet conflicteren met de speelplek en de wadi’s. • Minimaal één hondenlosloopveld dient te worden gezocht in het grotere geheel van Campus-Midden. Maatregelen klimaatadaptatie • In het ontwerp dienen voldoende maatregelen te worden genomen om het regenwater op een natuurlijke wijze naar het grondwater af te voeren.

Referentiebeelden: Foto 1: Klimaatadaptieve verharding met groene voegen Foto 2: Groot tegelformaat met vloeiende overgang naar het groen Foto 3: Parkeren in grastegels met riante voegen Foto 4: Uitgeefbare parkeerterreinen deels uit het zicht door grondlichaam met keerelement Foto 5: Groene openbare ruimte bestaande uit gras en boomgroepen Foto 6: Wadi met kruidenrijke beplanting Foto 7: Mee-ontworpen zitelement Foto 8: Landschapskunst Foto 9: Gerealiseerde snelfietsroute met bijpassende lichtmasten Foto 10: Speelplek met natuurlijke uitstraling

1

2

3

5

6

9

10

4

7

8

Beeldregieplan Campuskwadrant ontwerp

19

Bijlage 1 Algemene welstandscriteria Daar waar de gebiedsgerichte welstandcriteria geen uitsluitsel geven, zijn de algemene welstandscriteria uit de Welstandsnota van toepassing. Het gaat hierbij om de volgende thema’s: • relatie tussen vorm, gebruik en constructie • relatie tussen bouwwerk en omgeving • betekenissen van vormen in sociaal-culturele context • evenwicht tussen helderheid en complexiteit • schaal en maatverhoudingen • materiaal, textuur, kleur en licht Voor de inhoud van de algemene welstandscriteria verwijzen wij graag naar Welstandsnota Lelystad 2015, ‘Lelystad geeft ruimte Kwaliteit’. Hardheidsclausule De algemene welstandscriteria (uit de Welstandsnota 2015) liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling, omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In praktijk bieden die uitwerkingen meestal voldoende houvast voor de planbeoordeling. In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar een bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden.

Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving, maar door bijzondere schoonheid wel aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggegrepen op de algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan het College in een dergelijk geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren van de hardheidsclausule gebruik te maken en af te wijken van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. Begrippen gebruikt in dit beeldregieplan verwijzen in het algemeen naar de welstandsnota. Voor de begrippenlijst wordt verwezen naar de begrippenlijst in bijlage 6 van de welstandsnota.

20 Beeldregieplan Campuskwadrant ontwerp

Algemene criteria Campuskwadrant Bijgaand volgen een aan aantal algemene welstandscriteria die van toepassing zijn op bouwwerken binnen dit beeldregieplan.

Installaties • geen installaties aan gevels gericht op de openbare ruimte, tenzij expliciet mee-ontworpen. • installaties inpandig realiseren (tenzij er aantoonbare redenen zijn dat deze niet of niet geheel inpandig kunnen worden gerealiseerd). • bij meerdere installaties op een dak deze zoveel mogelijk clusteren en voorzien van een ombouw; • installaties zijn afgestemd op de vormentaal en het karakter van het gebouw; • installaties op platte daken worden zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken, bijvoorbeeld door een verhoogde dakrand. • installaties hebben een kleurstelling overeenkomstig gevel of dakvlak, of zijn uitgevoerd in; een grijstint, waardoor opbouw, afvoerkanaal e.d. tegen de lucht wegvalt. Groene gevels en daken • groene gevels worden zodanig ontworpen dat de betreffende gevel ook zonder het groen voldoet aan redelijke eisen van welstand. • de draagconstructie voor het groen steekt niet verder uit het gevel- of dakvlak dan strikt noodzakelijk en wordt qua kleurstelling afgestemd op het achterliggende gevel- of dakvlak of is donker. Zonnepanelen • zonnepanelen op daken worden regelmatig gerangschikt en zo dicht mogelijk tegen het dakvlak geplaatst • zonnepanelen op gevels worden mee-ontworpen in de architectuur van de gevelwand.

WARME TINTEN

Bijlage 2 Kleurpallet gevelmetselwerk

Ten behoeve van het toe te passen gevelmetselwerk is in dit beeldregieplan een kleurenpalet opgenomen. Het palet bestaat uit natuurlijke aardtinten. Het gevelmetselwerk is genuanceerd (dus niet effen), hierin kunnen handvorm en wasserstrich stenen worden toegepast. De toe te passen gevelsteen per gebouw is in balans en passend binnen het ensemble van de 6 gebouwen aan het Campus Kwadrant. De voegkleur steekt niet sterk af ten opzichte van de steen; bijvoorbeeld geen donkere voeg bij een lichte steen of vice versa. Beeldregieplan Campuskwadrant ontwerp

21

Colofon Cluster Stedenbouw en Landschap R.M.Zijp Gemeente Lelystad Stadhuisplein 2 8232 ZX Lelystad Postbus 91 8200 AB Lelystad Telnr. (0320) 278911 Faxnr. (0320) 278245 E-mail: gemeente@lelystad.nl www.lelystad.nl Beeldregieplan Campuskwadrant is opgesteld door FAME achitecten B.V. C. Koenders FAME Architecten B.V. Burg. Roelenweg 40 8021 EW Zwolle tel: 038 - 425 81 01 info@famegroep.nl www.famegroep.nl

Bijlage 2 Parkeerbalans

Memo Onderwerp: Parkeerbalans Ontwikkeling Campus Midden Centrada Datum:

Projectnummer:

17/08/2021

21.0157

Auteur:

Projectleider:

E. Kloezen

E. Wietses

Vraag De locatie De Doelen 10, ten zuiden van het centrum van Lelystad wordt verder ontwikkeld. In het gebied bevinden zich aan de oostzijde een politiebureau en een school voor moeilijk lerende kinderen. Aan de westzijde ligt bestaande woonbebouwing. Er ligt een plan om in het middendeel van het gebied nieuwe woningen te realiseren. Het plan bevat circa 300 woningen (appartementen sociale huursector), verdeeld over bouwblokken A t/m G (zie afbeelding 1) en een uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen met ruim 300.

Afbeelding 1: Ontwikkelplan De Doelen 10 te Lelystad

De te ontwikkelen woningen brengen een toename van de parkeervraag met zich mee. De gemeente Lelystad heeft gevraagd in beeld te brengen hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn voor de ontwikkeling en of er eventueel restruimte in het bestaande openbare gebied aanwezig is om een deel van de vraag op te vangen. De regels en normen van de gemeente Lelystad zijn hierbij leidend. In deze memo zijn de resultaten van het onderzoek kort samengevat.

1

Capaciteit bestaande parkeerplaatsen De bestaande parkeercapaciteit in het gebied is in kaart gebracht door middel van een parkeeronderzoek. Het gebied is verdeeld in secties en vervolgens is op verschillende momenten het bestaande gebruik van deze plaatsen geteld. Er is geteld op de volgende momenten: -

Werkdagochtend (donderdag 3 juni)

-

Werkdagmiddag (donderdag 3 juni)

-

Werkdagavond (donderdag 3 juni)

-

Werkdagnacht (donderdag 3 juni)

-

Zaterdagmiddag (zaterdag 5 juni)

-

Zaterdagavond (zaterdag 5 juni)

Deze momenten geven een goed beeld van de mogelijke restcapaciteit in het gebied. De

avond

Zaterdag

middag

Zaterdag

nacht

Werkdag

avond

Werkdag

middag

Werkdag

ochtend

Werkdag

uitgebreide resultaten van de telling (sectie-indeling en tabel) zijn opgenomen in bijlage 1.

Totale capaciteit

317

317

317

317

317

317

Maximale bezetting (85%)

269

269

269

269

269

269

Totale bezetting (onderzoek)

148

176

106

95

123

117

Restcapaciteit

121

93

163

174

146

152

Tabel 1: restcapaciteit openbaar gebied

In tabel 1 is per meetmoment de capaciteit, bezetting en de restcapaciteit in het openbare gebied weergegeven (totaal van alle parkeersecties). Voor elke parkeersectie is voorafgaand aan het parkeeronderzoek de capaciteit bepaald. Daarnaast is geteld hoeveel auto’s nu in het gebied staan. De restcapaciteit kan eventueel worden benut voor de nieuwe ontwikkeling met dien verstande dat de bezettingsgraad inclusief de parkeervraag van de ontwikkeling niet hoger mag zijn dan 85% (conform parkeerbeleid Lelystad). Uitgangspunt programma Het programma van de ontwikkeling bestaat uit 300 woningen verdeeld over 7 bouwblokken. In bijlage 2 is per bouwblok het aantal woningen en de typering weergegeven.

2

Uitgangspunt parkeernormen Voor de berekening van de parkeervraag van de ontwikkeling is gerekend met de parkeernormen zoals opgenomen in het gemeentelijke beleid (Nota Parkeernormen / parkeerbeleid

2009)

van

de

gemeente

Lelystad.

De

gemeente

heeft

een

paraplubestemmingsplan in voorbereiding waarin wordt verwezen naar het meest actuele parkeerbeleid voor wat betreft de toetsing van bouwplannen op het gebied van parkeren. In een voorbereidingsbesluit van 23 juni 2021 is bepaald dat vooruitlopend op het paraplubestemmingsplan alle initiatieven in het betreffende gebied aangehouden moeten worden, tenzij in overeenstemming met het parkeerbeleid van de gemeente Lelystad. Voor woningen in de schil in het goedkope segment is het uitgangspunt in het vigerende beleid 1,4 pp per woning. In de berekeningen is onderscheid gemaakt tussen bewoners en bezoekers. Dit omdat bewoners een ander aanwezigheidspatroon kennen dan bezoekers. Op basis van de richtlijnen van het CROW is voor het aandeel bezoekers 0,3 pp per woning aangehouden. Om te bepalen hoe hoog de parkeervraag op de verschillende momenten van de week is, is voor wat betreft de bewoners gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in het parkeerbeleid. Omdat in het parkeerbeleid geen aanwezigheidspercentages voor bezoekers en voor de nachtperiode zijn opgenomen, is hiervoor gebruik gemaakt van de richtlijnen van het CROW (publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren). De gehanteerde

Zaterdag

Zaterdag

60%

60%

0%

60%

80%

avond

100%

80%

middag

100%

20%

nacht

Werkdag

Werkdag

60%

10%

avond

middag

Werkdag

50%

Bezoekers

per doelgroep

ochtend

Bewoners

Aanwezigheidspercentages

Werkdag

aanwezigheidspercentages zijn weergegeven in tabel 2.

Tabel 2; Aanwezigheidspercentages parkeerbeleid Lelystad en richtlijn CROW

Parkeervraag De uitgebreide berekening van de parkeervraag per bouwblok is weergegeven in de bijlage 2. Het maatgevende moment voor bewoners is de werkdagavond- en nacht. De parkeervraag voor bewoners tijdens de werkdagavond en -nacht is 330 parkeerplaatsen. De maatgevende momenten voor bezoekers zijn de werkdagavond en de zaterdagavond. Op beide momenten is de parkeervraag voor bezoekers 72 parkeerplaatsen. Het maatgevende moment voor de totale parkeervraag is de werkdagavond, dan is de parkeervraag 402 parkeerplaatsen, 330 voor bewoners en 72 voor bezoekers.

3

Werkdagochtend

Werkdagmiddag

Werkdagavond

Werkdagnacht

Zaterdagmiddag

Zaterdagavond

Parkeerbalans

Vraag bewoners

165

198

330

330

198

198

Vraag bezoekers

9

18

72

0

54

72

Totaal

174

216

402

330

252

270

Beschikbare restcapaciteit gebied

121

93

163

174

146

152

Restvraag (bij te bouwen pp)

53

123

239

156

106

118

Parkeerbalans

Tabel 3: parkeerbalans

In tabel 3 is de parkeerbalans weergegeven voor de verschillende momenten. Een deel van de parkeervraag van de nieuwe ontwikkeling kan worden opgevangen binnen de bestaande restcapaciteit in het openbare gebied. De restvraag, oftewel het minimale aantal bij te bouwen parkeerplaatsen, bedraagt 239. Er wordt in deze berekening vanuit gegaan dat de restcapaciteit in het openbare gebied volledig wordt gebruikt (maximale bezettingsgraad 85%). Door de versnippering van de parkeercapaciteit in het gebied zullen in de praktijk niet alle lege plekken even gemakkelijk gevonden en benut worden. Om zoekverkeer te voorkomen zou aan de ene kant iets meer capaciteit wenselijk zijn. Aan de andere kant betreft het in dit gebied primair bewoners. In woongebieden ontstaat na enige tijd meestal een soort natuurlijk evenwicht tussen vraag en aanbod op de verschillende plekken en momenten. Als een bewoner uit ervaring weet dat parkeerplaats X meestal vol staat al hij uit zijn werk komt dan wordt al snel standaard uitgeweken naar parkeerplaats Y, waar nog wel plek is. Daarnaast zijn de gehanteerde normen uit het (vastgestelde) beleidsplan van de gemeente Lelystad om de parkeervraag te berekenen mogelijk aan de hand hoge kant. Als wordt uitgegaan van actuele richtlijnen van het CROW, dan ligt de berekende parkeervraag bijna 25% lager.

Het verschil tussen de gehanteerde parkeernormen (huidige beleidsplan gemeente Lelystad) en de actuele richtlijnen van het CROW biedt mogelijk ruimte om de aanleg van de parkeerplaatsen via een ingroeimodel te laten plaatsvinden waarbij eerst het aantal wat uit de CROW berekening volgt wordt aangelegd en waarbij duidelijk ruimte en middelen wordt gereserveerd voor het uitbreiden van het aantal parkeerplaatsen wanneer dit in de praktijk toch te kort blijkt te zijn. Duidelijke afspraken over toetsingscriteria, tijdsbestek en financiële verantwoordelijkheid zijn dan goed om te maken. Geconcludeerd wordt dat met het toevoegen van de berekende 239 pp in het gebied, de parkeervraag van de ontwikkeling ruimschoots wordt gefaciliteerd.

4

Stedebouwkundige schets De stedebouwkundige schets zoals weergegeven op afbeelding 1 is een eerste indicatie van hoe het gebied eruit zou kunnen komen te zien. De schets bevat 418 nieuwe parkeerplaatsen (weergegeven in bruin/beige), tussen en rondom de nieuwe bebouwing. Met het realiseren van de 418 parkeerplaatsen en het aanpassen van de structuur verdwijnen ook 78 parkeerplaatsen. Het betreft de secties 1, 2, 3, 19, 20, 21, 22 en 27 uit het onderzoek. De schets bevat dus netto een toevoeging van 340 parkeerplaatsen aan het gebied. In de vorige paragraaf is berekend dat een toevoeging van 239 parkeerplaatsen nodig is. Een aantal parkeervakken zoals weergegeven in de schets is verkeerskundig niet wenselijk. Het betreft de haakse parkeervakken langs de drukkere ontsluitende wegen. Vanuit veiligheidsperspectief is haaks parkeren hier niet ideaal. Op afbeelding 2 is in de rode kaders aangegeven welke parkeervakken uit de schets het betreft. Het betreft in totaal 47 parkeervakken. Geadviseerd wordt deze vakken niet te realiseren.

Afbeelding 2: Aandachtspunten schets plangebied

Daarnaast is er uitgaande van een groeimodel landschappelijk en stedebouwkundig nog vrijheid om nog circa 50 parkeerplaatsen te schrappen uit de schets, tot er een netto toevoeging over is van 239 plaatsen (dus: nieuwe plaatsen minus bestaande plaatsen die verdwijnen). Hierbij dient uiteraard de locatie en hoeveelheid plaatsen te worden bekeken in relatie tot de omvang en locatie van de verschillende woongebouwen, zeker bij een gefaseerde ontwikkeling. Een aantal suggesties voor het inruilen van parkeercapaciteit voor andere functies: -

In de bestaande situatie mag formeel nog geparkeerd worden langs de rijbaan op de ontsluitende wegen van het gebied, De Doelen 10 en de Grietenij. Met de toename van verkeer in het gebied valt het te overwegen om middels een parkeerverbodszone het parkeren op de rijbaan, buiten de terreinen en vakken, te verbieden. Hiermee gaan 20 parkeerplaatsen verloren (13 en 23 uit het onderzoek). In sectie 4 kan door de aanwezige inritten, aansluitingen en haakse parkeervakken eigenlijk al niet op een formeel juiste manier geparkeerd worden op de rijbaan (wel meenemen in parkeerverbodszone voor de duidelijkheid).

5

-

Om het gebruik van de bestaande en nieuwe parkeerplaatsen te optimaliseren zijn goede en directe verbindingen nodig tussen de entrees van de gebouwen en de parkeerplaatsen. Olifantenpaadjes kunnen hiermee worden voorkomen. Ook de verbindingen voor voetgangers tussen de bestaande en de nieuwe (woon)functies in het gebied verdienen nog aandacht. In de parkeerbalans zit naast de hiervoor genoemde opties nog een restcapaciteit van circa 30 parkeerplaatsen. Deze plekken kunnen her en der in het ontwerp van het gebied opgeofferd worden ten behoeve van een betere ruimtelijke kwaliteit en dooradering van het gebied voor voetgangers. Op afbeelding 2 is met de gele lijnen indicatief aangegeven waar verbeteringen voor voetgangers denkbaar zijn.

6

Bijlage 1; Parkeeronderzoek Sectieindeling

7

Resultaten parkeeronderzoek

8

9

10

Bijlage 2; Berekening parkeervraag

Programma

Categorie Functie Nota Parkeernormen

Bouwblok A 2- of 3k-appartement ca 65M2 regulier

2 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 75M2 regulier

3 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 90M2 sociaal

4 Woningtype: goedkoop

Totaal bouwblok A

Doelgroep

22 Bewoners Bezoekers 4 Bewoners Bezoekers 2 Bewoners Bezoekers

Norm

1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3

28 Bewoners Bezoekers Totaal

Bouwblok B Jongeren studio max 36 M2

1A Woningtype: goedkoop

Appartement klein max 50 M2

1B Woningtype: goedkoop

2- of 3k-appartement ca 65 M2 regulier

2 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 75 M2 regulier

3 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 90 M2 sociaal

4 Woningtype: goedkoop

Groot appartement, 90-100 M2, luxe

5 Woningtype: goedkoop

Totaal bouwblok B

16 Bewoners Bezoekers 8 Bewoners Bezoekers 24 Bewoners Bezoekers 24 Bewoners Bezoekers 8 Bewoners Bezoekers 15 Bewoners Bezoekers

1B Woningtype: goedkoop

2- of 3k-appartement ca 65M2 regulier

2 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 75 M2 regulier

3 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 90 M2 sociaal

4 Woningtype: goedkoop

Totaal bouwblok C

8 Bewoners Bezoekers 6 Bewoners Bezoekers 8 Bewoners Bezoekers 7 Bewoners Bezoekers

1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3

1B Woningtype: goedkoop

2- of 3k-appartement ca 65 M2 regulier

2 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 75 M2 regulier

3 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 90 M2 sociaal

4 Woningtype: goedkoop

Totaal bouwblok D

10 Bewoners Bezoekers 12 Bewoners Bezoekers 10 Bewoners Bezoekers 12 Bewoners Bezoekers

1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3

2 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 90 M2 sociaal

4 Woningtype: goedkoop

Totaal bouwblok E

36 Bewoners Bezoekers 6 Bewoners Bezoekers

1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3

1A Woningtype: goedkoop

2- of 3k-appartement ca 65 M2

2 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 75M2 regulier

3 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 90 M2 sociaal

4 Woningtype: goedkoop

Totaal bouwblok F

4 Bewoners Bezoekers 10 Bewoners Bezoekers 8 Bewoners Bezoekers 7 Bewoners Bezoekers

1,1 0,3 1,1 0,3

1B Woningtype: goedkoop

2- of 3k-appartement ca 65 M2 regulier

2 Woningtype: goedkoop

3k-appartement ca 75 M2 regulier

3 Woningtype: goedkoop

Groot appartement 90-100M2, luxe

5 Woningtype: goedkoop

5 Bewoners Bezoekers 16 Bewoners Bezoekers 8 Bewoners Bezoekers 4 Bewoners Bezoekers

50% 10% 50% 10% 50% 10% 50% 10% 50% 10% 50% 10%

8,8 2,4 6,6 1,8 8,8 2,4 7,7 2,1

11 3 13,2 3,6 11 3 13,2 3,6

39,6 10,8 6,6 1,8

1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3

4,4 1,2 11 3 8,8 2,4 7,7 2,1

50% 10% 50% 10% 50% 10% 50% 10%

5,5 1,5 17,6 4,8 8,8 2,4 4,4 1,2

33 Bewoners Bezoekers Totaal

36,3 9,9

300 Bewoners Bezoekers Totaal

330 90

Totaal

8,8 0,48 4,4 0,24 13,2 0,72 13,2 0,72 4,4 0,24 8,25 0,45

4,4 0,24 3,3 0,18 4,4 0,24 3,85 0,21

50% 10% 50% 10% 50% 10% 50% 10%

5,5 0,3 6,6 0,36 5,5 0,3 6,6 0,36

60% 20% 60% 20% 60% 20% 60% 20% 60% 20% 60% 20%

19,8 1,08 3,3 0,18

60% 20% 60% 20% 60% 20% 60% 20%

2,2 0,12 5,5 0,3 4,4 0,24 3,85 0,21

60% 20% 60% 20% 60% 20% 60% 20%

2,75 0,15 8,8 0,48 4,4 0,24 2,2 0,12

100% 80% 100% 80% 100% 80% 100% 80% 100% 80% 100% 80%

5,28 0,48 3,96 0,36 5,28 0,48 4,62 0,42

6,6 0,6 7,92 0,72 6,6 0,6 7,92 0,72

60% 20% 60% 20%

23,76 2,16 3,96 0,36

100% 80% 100% 80% 100% 80% 100% 80%

2,64 0,24 6,6 0,6 5,28 0,48 4,62 0,42

100% 80% 100% 80% 100% 80% 100% 80%

3,3 0,3 10,56 0,96 5,28 0,48 2,64 0,24

100% 0% 100% 0% 100% 0% 100% 0% 100% 0% 100% 0%

8,8 1,92 6,6 1,44 8,8 1,92 7,7 1,68

11 2,4 13,2 2,88 11 2,4 13,2 2,88

100% 80% 100% 80%

39,6 8,64 6,6 1,44

100% 0% 100% 0% 100% 0% 100% 0%

4,4 0,96 11 2,4 8,8 1,92 7,7 1,68

100% 0% 100% 0% 100% 0% 100% 0%

5,5 1,2 17,6 3,84 8,8 1,92 4,4 0,96

60% 80% 60% 80% 60% 80%

17,6 0 8,8 0 26,4 0 26,4 0 8,8 0 16,5 0

8,8 0 6,6 0 8,8 0 7,7 0

11 0 13,2 0 11 0 13,2 0

100% 0% 100% 0%

39,6 0 6,6 0

60% 60% 60% 60% 60% 60% 60% 60% 60% 60% 60% 60%

4,4 0 11 0 8,8 0 7,7 0

60% 60% 60% 60% 60% 60% 60% 60%

5,5 0 17,6 0 8,8 0 4,4 0

60% 80% 60% 80% 60% 80% 60% 80% 60% 80% 60% 80%

5,28 1,44 3,96 1,08 5,28 1,44 4,62 1,26

60% 60% 60% 60% 60% 60% 60% 60%

6,6 1,8 7,92 2,16 6,6 1,8 7,92 2,16

60% 80% 60% 80% 60% 80% 60% 80%

23,76 6,48 3,96 1,08

60% 80% 60% 80% 60% 80% 60% 80%

2,64 0,72 6,6 1,8 5,28 1,44 4,62 1,26

60% 80% 60% 80%

3,3 0,9 10,56 2,88 5,28 1,44 2,64 0,72

23,76 8,64 3,96 1,44 27,72 10,08 37,8

60% 80% 60% 80% 60% 80% 60% 80%

19,14 5,22 24,36

60% 60% 60% 60% 60% 60% 60% 60%

6,6 2,4 7,92 2,88 6,6 2,4 7,92 2,88 29,04 10,56 39,6

27,72 7,56 35,28

60% 60% 60% 60% 60% 60% 60% 60%

5,28 1,92 3,96 1,44 5,28 1,92 4,62 1,68 19,14 6,96 26,1

29,04 7,92 36,96

60% 60% 60% 60%

10,56 3,84 5,28 1,92 15,84 5,76 15,84 5,76 5,28 1,92 9,9 3,6 62,7 22,8 85,5

19,14 5,22 24,36

31,9 0 31,9

100% 0% 100% 0% 100% 0% 100% 0%

10,56 2,88 5,28 1,44 15,84 4,32 15,84 4,32 5,28 1,44 9,9 2,7

14,52 5,28 2,64 0,96 1,32 0,48 18,48 6,72 25,2

62,7 17,1 79,8

46,2 0 46,2

100% 0% 100% 0% 100% 0% 100% 0%

14,52 3,96 2,64 0,72 1,32 0,36 18,48 5,04 23,52

48,4 0 48,4

31,9 6,96 38,86

100% 80% 100% 80% 100% 80% 100% 80%

60% 60% 60% 60% 60% 60%

31,9 0 31,9

46,2 10,08 56,28

100% 80% 100% 80% 100% 80% 100% 80%

Zaterdagavond AW% Vraag

104,5 0 104,5

48,4 10,56 58,96

19,14 1,74 20,88

60% 20% 60% 20% 60% 20% 60% 20%

17,6 3,84 8,8 1,92 26,4 5,76 26,4 5,76 8,8 1,92 16,5 3,6

24,2 0 4,4 0 2,2 0

Zaterdagmiddag AW% Vraag

30,8 0 30,8

31,9 6,96 38,86

27,72 2,52 30,24

60% 20% 60% 20% 60% 20% 60% 20%

100% 0% 100% 0% 100% 0%

104,5 22,8 127,3

29,04 2,64 31,68

15,95 0,87 16,82

50% 10% 50% 10% 50% 10% 50% 10%

10,56 0,96 5,28 0,48 15,84 1,44 15,84 1,44 5,28 0,48 9,9 0,9

24,2 5,28 4,4 0,96 2,2 0,48 30,8 6,72 37,52

19,14 1,74 20,88

23,1 1,26 24,36

50% 10% 50% 10% 50% 10% 50% 10%

100% 80% 100% 80% 100% 80%

62,7 5,7 68,4

24,2 1,32 25,52

50% 10% 50% 10%

14,52 1,32 2,64 0,24 1,32 0,12

Momenten Werkdagavond Werkdagnacht AW% Vraag AW% Vraag

18,48 1,68 20,16

15,95 0,87 16,82

31,9 8,7

1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3 1,1 0,3

60% 20% 60% 20% 60% 20%

52,25 2,85 55,1

46,2 12,6

29 Bewoners Bezoekers Totaal

Bouwblok G Appartement klein max 50 M2

17,6 4,8 8,8 2,4 26,4 7,2 26,4 7,2 8,8 2,4 16,5 4,5

12,1 0,66 2,2 0,12 1,1 0,06

Werkdagmiddag AW% Vraag

15,4 0,84 16,24

48,4 13,2

42 Bewoners Bezoekers Totaal

Bouwblok F Jongeren studio max 36. M2

50% 10% 50% 10% 50% 10%

31,9 8,7

44 Bewoners Bezoekers Totaal

Bouwblok E Seniorenappartement ca 65M2

24,2 6,6 4,4 1,2 2,2 0,6

Werkdagochtend AW% Vraag

104,5 28,5

29 Bewoners Bezoekers Totaal

Bouwblok D Appartement klein max 50 M2

Vraag totaal

30,8 8,4

95 Bewoners Bezoekers Totaal

Bouwblok C Appartement klein max 50 M2

Totaal bouwblok G

Aantal

2,64 0,96 6,6 2,4 5,28 1,92 4,62 1,68 19,14 6,96 26,1

60% 80% 60% 80% 60% 80% 60% 80%

3,3 1,2 10,56 3,84 5,28 1,92 2,64 0,96

18,15 0,99 19,14

21,78 1,98 23,76

36,3 7,92 44,22

36,3 0 36,3

21,78 5,94 27,72

21,78 7,92 29,7

Werkdagochtend 165 9 174

Werkdagmiddag 198 18 216

Werkdagavond 330 72 402

Werkdagnacht 330 0 330

Zaterdagmiddag 198 54 252

Zaterdagavond 198 72 270

11

Bijlage 3 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

Gemeente Lelystad Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. 7 oktober 2021

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Campuskwadrant Gemeente Lelystad Opdrachtgever Centrada Definitief 07 10 2021 Opdrachtnemer AXON Adviseurs bv

Inhoudsopgave 1.

2.

AANLEIDING..................................................................................................................................... 1

1.1

Vigerend bestemmingsplan..................................................................................................... 1

1.2

Vormvrije m.e.r. beoordeling .................................................................................................. 2

1.3

Doelstelling en criteria ............................................................................................................ 2

KENMERKEN VAN HET PLAN ........................................................................................................... 4 2.1

3.

4.

5.

Ligging en begrenzing .............................................................................................................. 4

PLAATS PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 3.1

Beschrijving en omvang van het plan ...................................................................................... 5

3.2

Het plan in relatie met haar omgeving.................................................................................... 5

MILIEUEFFECTEN ............................................................................................................................. 6 4.1

Geluid ...................................................................................................................................... 6

4.2

Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 7

4.3

Stikstof ..................................................................................................................................... 8

4.4

Bodem ..................................................................................................................................... 8

4.5

Milieuzonering......................................................................................................................... 9

4.6

Externe Veiligheid.................................................................................................................. 10

4.7

Trillingshinder ........................................................................................................................ 12

4.8

Water ..................................................................................................................................... 13

4.9

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 16

4.10

Ecologie ................................................................................................................................. 17

4.11

Kabels en leidingen................................................................................................................ 20

CONCLUSIE .................................................................................................................................... 21

1.

AANLEIDING

1.1 Vigerend bestemmingsplan Woonstichting Centrada is voornemens om in het gebied Campuskwadrant 6 woongebouwen met circa 275 appartementen te realiseren. Het bouwplan past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is hiervoor nodig. Dit nieuwe bestemmingsplan is opgesteld om de bouw van de appartementen en de ontwikkeling van het omliggende openbaar gebied mogelijk te maken. Een nieuw bestemmingsplan voor dit gebied is nodig omdat: -

het maximum bebouwingspercentage van 30% niet toereikend is voor het beoogde woningbouwplan; de toegestane maximale bouwhoogte van 15 m voor hoofdgebouwen niet toereikend is voor de beoogde bouwhoogtes van een aantal woongebouwen; binnen de huidige bestemming ‘Gemengd’ een bouwvlak ontbreekt.

Het nieuwe bestemmingsplan heft deze strijdigheden op en maakt de beoogde ontwikkeling mogelijk.

Fragment van het vigerende bestemmingsplan

Ook gelden voor de projectlocatie de volgende bestemmingsplannen: Parapluplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning Lelystad (onherroepelijk 22 september 2020); Voorbereidingsbesluit Geitenhouderijen Flevoland (30 januari 2019); Voorbereidingsbesluit Tankstations Lelystad (8 oktober 2019); Lelystad luchthavencontouren (ontwerp 18 mei 2017). Dit plan bevat de volgende aanduidingen:  Gebiedsaanduiding vrijwaringszone – luchtvaart 2  Maatvoering: Hoogte vrijwaringszone luchtvaart 2: 100-110-120 m  Gebiedsaanduiding milieuzone vogelaantrekkende werking

1

Deze bestemmingsplannen leggen geen beperkingen op waar met deze ontwikkeling rekening mee gehouden moet worden. De hoogste bouwhoogte van de woongebouwen is 43,5 meter (gebouw B), waardoor ook aan de luchthavencontouren wordt voldaan.

1.2 Vormvrije m.e.r. beoordeling Voor besluiten en plannen die ontwikkelingen bevatten, die (mogelijk) belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de plicht voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden voor projecten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit m.e.r. Bij dit nieuwe bestemmingsplan hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, ligt onder de drempelwaarden zoals die genoemd zijn in het Besluit m.e.r. (onderdeel D, kolom 2). In onderdeel D, D.11.2 wordt aangegeven dat voor ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een vormvrij Mer-beoordeling dient plaats te vinden. Middels deze notitie wordt een vormvrije m.e.r.-beoordeling in het plan bijgevoegd.

1.3 Doelstelling en criteria Het doel van deze aanmeldnotitie is het analyseren in hoeverre sprake is van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Aan de hand van deze informatie kan het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor de voorgenomen activiteit een MER dient te worden opgesteld. Als uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kan het bevoegd gezag besluiten een m.e.r.procedure op te starten. Als de milieugevolgen beperkt zijn of hier in het plan goed mee kan worden omgegaan, volstaat deze vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dan afgerond en vormt een bijlage bij het ruimtelijk besluit. Een aanmeldnotitie hoeft alleen opgesteld te worden als de initiatiefnemer niet het bevoegd gezag is van de voorgenomen activiteit. De notitie moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Deze aanmeldnotitie is vormvrij, maar heeft wel een aantal inhoudelijke voorwaarden voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet aandacht worden besteed aan de volgende criteria: 1. Een beschrijving van de kenmerken van het plan. Hierbij wordt ingegaan op de aard en omvang van het plan en de ruimtelijke kenmerken.

Naast algemene kenmerken van het project gaat het hier ook om andere kenmerken, zoals de verkeersaantrekkende werking, duurzaamheid en klimaat. Deze kenmerken zijn ook noodzakelijk om uitspraken te kunnen doen over (mogelijke) belangrijke nadelige milieueffecten. 2. Een beschrijving van de plaats van het plan. In het plangebied en daarbuiten kunnen gebieden voorkomen die gevoelig zijn voor bepaalde verstoringen.

2

Te denken valt hierbij aan kwetsbare natuurgebieden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, gebieden met bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden, etc.. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt aandacht besteed aan relevante gevoelige gebieden en locaties in de omgeving van het plan. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Door de mogelijke verstoringen van het plan in samenhang met de gevoelige gebieden en locaties in de omgeving van het plan te beschouwen zijn de potentiële effecten van het plan te bepalen. Daarbij wordt, waar mogelijk, o.a. ingegaan op het bereik van het effect, de orde van grootte en de complexiteit van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, etc. De navolgende hoofdstukken gaan in op de bovenstaande kenmerken van het plan.

3

2.

2.1

KENMERKEN VAN HET PLAN Ligging en begrenzing

Het plangebied ligt ten zuiden van het Stadshart. De ligging en de begrenzing van het plangebied zijn op onderstaande figuren weergegeven.

Campuskwadrant

Ligging van het plangebied in Lelystad

Plangrens van het plangebied. Bron: Beeldregieplan

4

3. PLAATS PLANGEBIED 3.1

Beschrijving en omvang van het plan

Het plangebied is onbebouwd en heeft de functie als openbaar gebied, bestaande uit opgaande beplanting en grasveld. Op deze locatie wordt het nieuwbouwplan Campuskwadrant gerealiseerd, bestaande uit de bouw van circa 280 appartementen in 6 woongebouwen. Met de daarbij behorende functies zoals parkeergelegenheid en groeninrichting.

3.2

Het plan in relatie met haar omgeving

Het plangebied ligt in het bestaand stedelijk gebied van Lelystad. Het is niet gelegen in een bijzonder gebied ten aanzien van zeer natte wetlands, kustgebieden of bosgebieden. Er is geen sprake van reservaten of natuurparken, ook is het niet dicht bevolkt. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied, Nationale parken, Natuur Netwerk Nederland of stiltegebieden. Het plangebied is niet gelegen in een bodem- of grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied maakt geen deel uit van het Provinciaal Archeologisch en Aardkundig kerngebied (Park) of een Top-10 archeologische locatie.

5

4.

MILIEUEFFECTEN

Voor de beoogde herontwikkeling zijn in het bestemmingsplan de milieuaspecten nader beoordeeld en/of onderzocht. De resultaten daarvan zijn in dit hoofdstuk opgenomen. Per milieuaspect is in het groene kader samengevat of er wel / geen sprake is van nadelige milieueffecten. Voor de onderzoeksrapporten die voor diverse milieuaspecten zijn opgesteld, wordt verwezen naar het bijbehorende bestemmingsplan Campuskwadrant.

4.1

Geluid

Er is sprake van nadelige milieueffecten. Op de gevel kan niet overal worden voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Het college van burgemeester en wethouders dient een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde te verlenen middels een besluit tot het vaststellen van een hogere grenswaarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Voor het onderdeel geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Het doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst. Industrielawaai Het project heeft geen consequenties in verband met industrielawaai en voorziet niet in de wijziging van een geluidzone in de zin van de Wet geluidhinder. Wegverkeer en spoorweglawaai Spoor Voor de Hanzelijn geldt een vastgestelde geluidzone van 500 meter aan weerszijden van het spoor. Het plangebied ligt binnen deze geluidzone, op 180 meter van de Hanzelijn. Wegverkeerslawaai De meest dichtbijgelegen dreven zijn de Middendreef, de Gordiaandreef en de Zuigerplasdreef. Deze dreven hebben vier rijstroken. Overeenkomstig artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft deze dreven een geluidzone (aandachtsgebied voor geluid) van 350 meter aan weerszijden van de weg. Het plangebied ligt op circa 130 m van de Middendreef, 30 m vanaf de Gordiaandreef en 170 m vanaf de Zuigerplasdreef.

Het plangebied ligt daarmee binnen de wettelijke geluidszones. Ten behoeve van deze ontwikkeling is akoestisch onderzoek uitgevoerd voor zowel spoor- als wegverkeerslawaai. De resultaten hiervan zijn als volgt (zie bijlage 4): - De geluidbelasting van het wegverkeer blijft voor de twee gezoneerde wegen Middendreef en Zuigerplasdreef onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB; - De geluidbelasting vanwege de Gordiaandreef, inclusief de aftrek, overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij de woongebouwen B en C. Deze overschrijdingen komen voor op de noordwestgevel en de noordoostgevel van beide gebouwen.

6

-

Bij gebouw B is de hoogst optredende waarde incl. aftrek gelijk aan 53 dB. Voor gebouw C is dat 50 dB. Deze waarden liggen voor beide gebouwen onder de maximale ontheffingswaarde; De geluidbelasting vanwege het railverkeer op de Hanzelaan bedraagt ten hoogste 53 dB op de hogere verdiepingen van gebouw B. Deze waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde van 55 dB.

In het rapport van het akoestisch onderzoek is onderbouwd of de geluidbelasting op de gevel kan worden teruggebracht onder de voorkeursgrenswaarde. Het toepassen van bron- en overdrachtmaatregelen bij de Gordiaandreef stuit op verkeerstechnische, stedenbouwkundige en financiële bezwaren. Daarom wordt bij B&W van de gemeente Lelystad een ‘verzoek hogere grenswaarden’ aangevraagd:

Conclusie: Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de gevel niet overal kan worden voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Aan het college van burgemeester en wethouders wordt verzocht een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde te verlenen, middels een besluit tot het vaststellen van een hogere grenswaarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Hiervoor wordt - parallel aan de procedure van het bestemmingsplan - een ‘procedure tot het vaststellen van een hogere grenswaarde’ doorlopen.

4.2

Luchtkwaliteit

Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de Wet milieubeheer. Voor het aspect luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer van kracht. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het projectgebied een gemiddelde fijnstof concentratie (PM10) van 18 μg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 13 μg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 μg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Er is dus geen sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden. Met de ontwikkeling van dit plangebied worden circa 275 appartementen toegevoegd. Dit project valt onder de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (luchtkwaliteitseisen) en draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

7

4.3

Stikstof

Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de Natuurbeschermingswet.

Projecten of handelingen (zoals bijvoorbeeld vestiging/uitbreiding van een bedrijf of een woningbouwplan) kunnen vergunningplichtig zijn in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze activiteiten kunnen stikstofdepositie veroorzaken ter plaatse van gevoelige habitattypes in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor het onderhavige plangebied moet aangetoond worden of er negatieve effecten in het kader van de Wnb beschermde gebieden zullen optreden. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. In juli 2021 is de berekening stikstofdepositie voor onderhavig project uitgevoerd. Voor de woningbouwontwikkeling Campuskwadrant in Lelystad is de NOx en NH3 depositie op de Natura 2000-gebieden berekend ten gevolge van de gebruiksfase. In het kader van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) welke per 1 juli 2021 in werking is getreden, wordt de aanlegfase van de ontwikkeling achterwege gelaten. In de Wsn wordt de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de bouwsector genoemd. Dit houdt in dat de tijdelijke gevolgen van de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing wordt gelaten bij de natuurvergunning.

De vrijstelling geldt slechts voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw-, sloop en aanleg en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt. Concreet betekent dit dat de aanlegfase sinds het in werking treden van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering niet meer berekend hoeft te worden. In het onderhavige geval betreft dit enkel de NOx en NH3 emitterende bron: ‘verkeersgeneratie’. Om dit te berekenen is het rekenprogramma AERIUS-calculator gebruikt. Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Met deze rekenresultaten is er dan ook geen sprake van een stikstofdepositie met een negatief effect op Natura 2000-gebieden.

4.4

Bodem

Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit. Het beleid ten aanzien van de bodemkwaliteit is op nationaal niveau vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam bodembeheer. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt.

8

Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Om deze vragen te beantwoorden is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de beoogde functie(s). In april 2021 heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. De conclusie is dat de onderzoeksresultaten geen belemmering vormen voor de afgifte van een omgevingsvergunning.

4.5

Milieuzonering

Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de landelijke richtlijnen voor milieuzonering en de Wet milieubeheer. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Voor deze afstemming wordt de basiszoneringslijst van de VNG-brochure ’Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gehanteerd. Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten In de nabijheid van het plangebied bevinden zich diverse functies. In onderstaand overzicht is per functie aangegeven in hoeverre er rekening gehouden dient te worden met richtafstanden. Gezien de omliggende functies is voor het beoordelen van de milieuhinder het uitgangspunt dat er sprake is van een zogenaamd “gemengd gebied”. Bestemming

Milieucategorie 1 2 2

Vng richtafstand 0 10 10

Daadwerkelijke afstand*) 60 260 210

Kantoor Triade kantoor Bedrijventerrein Tjalk Bedrijventerrein Bedrijventerrein Bedrijventerrein Middendreef Politiebureau Gemengd 3.1 30 15 Speciaal voortgezet Gemengd 2 10 30 onderwijs De Zevenster Brandweerkazerne Gemengd 3.1 30 80 GGZ kantoor Gemengd 1 0 60 Scholengemeenschap Gemengd 2 10 20 De Rietlanden / Sportvelden *) gemeten vanaf de bestemmingsgrens van de hinderlijke functie tot aan de meest nabij gelegen bouwvlakgrens van het woongebouw.

In de VNG-brochure is geen richtafstand opgenomen voor een politiebureau. Een dergelijke inrichting is echter, in het strengste geval, qua aard en potentiële hinder gelijk te stellen met een brandweerkazerne.

9

Op basis van de VNG-brochure blijkt dat een brandweerkazerne valt onder milieucategorie 3.1 met een bijbehorende richtafstand van 30 meter. Hierbij is geluid het maatgevende aspect. Deze richtafstand wordt aangehouden voor het politiebureau. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstand gemengd gebied 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000

Gezien de geconstateerde verschillen tussen de richtafstanden per milieucategorie en de daadwerkelijke afstanden met de beoogde milieugevoelige functie (woningen), wordt voldaan aan de richtafstanden.

4.6

Externe Veiligheid

Het project voldoet aan het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie is meer dan 10% van de oriëntatiewaarde. Omdat het groepsrisico niet toeneemt, hoeft het groepsrisico niet verder te worden verantwoord. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het plan voldoet aan de wettelijke vereisten voor vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor. Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in het projectgebied geen sprake is van risicobronnen voor gevaarlijke stoffen. Wel vindt in de nabijheid van het projectgebied over de Hanzelijn vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Hierdoor is sprake van een plaatsgebonden risicocontour en een groepsrisico. Deze spoorlijn maakt deel uit van het Basisnet spoor. Plaatsgebonden risico In het kader van het plaatsgebonden risico is de contour waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht de 10-6- contour. Binnen deze contour is het ontwikkelen van beperkt kwetsbare objecten alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk.

Voor omgevingsbesluiten die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken langs doorgaande routes van spoorwegen die deel uitmaken van het Basisnet Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege worden gelaten. Voor deze spoorlijnen gelden namelijk de veiligheidsafstanden die in de Regeling Basisnet zijn opgenomen. Uit bijlage II van de Regeling basisnet blijkt dat voor het spoortraject Weesp-Hattem de PR 10-6-contour 1 meter bedraagt. Het plaatsgebonden risico als gevolg van dit spoortraject levert gezien de afstand tot het projectgebied, geen belemmering op voor de planontwikkeling.

10

Naast het plaatsgebonden risico geldt langs de spoorlijnen waarover veel zeer brandbare vloeistoffen vervoerd (kunnen) worden (meer dan 3.500 ketelwagenequivalenten brandbare vloeistoffen, stofcategorie C3) een vast plasdrasaandachtsgebied (PAG) tot 30 meter ter weerszijden van de spoorbaan. In het voorliggende geval leidt dit PAG - op grond van het aantal transporten C3 én de kleinste afstand tussen het plangebied en de spoorlijn van circa 160 m, niet tot belemmeringen voor de ontwikkeling van het plan. Groepsrisico Voor de berekening van de hoogte van het groepsrisico is inzicht nodig in de personendichtheid binnen het invloedsgebied van de transportas voor gevaarlijke stoffen. De groepsrisico-inventarisatieafstand is de afstand tussen de spoorlijn en de grens van het invloedsgebied. Onder het invloedsgebied wordt verstaan: het gebied waar dodelijke slachtoffers kunnen vallen als gevolg van een ongeluk met een gevaarlijke stof. Dit gebied wordt bepaald door de berekening van het grootst mogelijke ongeval waar nog bij 1% van de blootgestelde personen dodelijk letsel optreedt (1% letaliteitsgrens). Binnen dit gebied worden de personen meegeteld voor de hoogte van het groepsrisico. In de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied.

De ligging van het invloedsgebied is per stofcategorie in onderstaande tabel opgenomen. stofcategorie A B2 B3 C2 C3 D4

Invloedsgebied (m) 460 995 >4.000 35 375 >4.000

Uit bijlage II Tabel Basisnet Spoor, zoals opgenomen in de Regeling basisnet, blijkt dat op het traject Weesp-Hattem (Route 40) de volgende transporten structureel plaatsvinden: Spoorlijn Route 40 WeespHattem

Stofcategorie A 1.430

B2 910

B3 0

C2 5.620

C3 1.110

D4 180

Warmte-Koude Bleve Verhouding

A 0

B2 0,84

Op basis van de transporten blijkt dat over het spoor toxische stoffen worden vervoerd. De toxische stoffen bepalen de begrenzing van het invloedsgebied. Uit de tabel blijkt dat als gevolg van het transport van D4-stoffen de maximale grens van het invloedsgebied 4.000 m bedraagt. De personen binnen dit gebied worden meegeteld voor de hoogte van het groepsrisico. Voor de hoogte van het groepsrisico is een berekening uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn als volgt:

11

-

-

-

Het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie is meer dan 10% van de oriëntatiewaarde. Omdat het groepsrisico niet toeneemt, hoeft het groepsrisico niet verder te worden verantwoord. Het bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Het plangebied ligt buiten het plasbrandaandachtsgebied.

Advies Brandweer Flevoland Het gebied van Campuskwadrant ligt in het effect- en invloedsgebied van het spoor waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor de scenario’s waarbij een gifwolk vrijkomt, of een explosie plaatsvindt, heeft Brandweer Flevoland geadviseerd om de volgende maatregelen in het bestemmingsplan over te nemen: 1. 2. 3. 4. 5.

Een voorziening om de bewoners tijdig te waarschuwen bij een incident op het spoor, bijvoorbeeld een alarm in de gangen; Een voorziening om de mechanische ventilatie uit te schakelen bij een gifwolk; Een voorziening (aan de risicozijde) om bij een explosie letsel door scherfwerking te voorkomen; Voldoende vluchtwegen (uitgangen) van voldoende capaciteit te realiseren aan de risicoluwe zijde. Dus van het spoor af; Het scenario gifwolk/explosie dient te worden opgenomen in het ontruimingsplan (in overleg met de Brandweer Flevoland op te stellen).

Conclusie Het project voldoet aan het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie is meer dan 10% van de oriëntatiewaarde. Omdat het groepsrisico niet toeneemt, hoeft het groepsrisico niet verder te worden verantwoord. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.7

Trillingshinder

Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de geldende richtlijnen voor trillingshinder. In Nederland bestaat geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Wel dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden afgewogen indien een trillingsbron aanwezig is. ProRail adviseert doorgaans indicatief onderzoek te doen naar de te verwachten trillingsniveaus, waarbij specifiek wordt gekeken naar de locatie en de bouwkarakteristiek van de te realiseren woningen. Als de te verwachten trillingsniveaus groter zijn dan de na te streven waarden zoals aangegeven in de Richtlijn deel B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouw-research (SBR), dan zouden eisen / maatregelen in de uitwerking van het plan kunnen worden overwogen aan de woningen.

12

Trillingsbronnen In het plangebied worden geen nieuwe trillingsbronnen toegevoegd. Een indicatief onderzoek naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor omliggende trillingsgevoelige functies is derhalve niet noodzakelijk. Trillingsgevoelige functies Bij trillingsgevoelige gebouwen gaat het bijvoorbeeld om woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, en kinderdagverblijven. In dit bestemmingsplan worden nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Spoorwegverkeer kan trillingen in de bodem veroorzaken. Doordat de trillingen zich verder in de bodem verspreiden, kunnen gebouwen en personen in de omgeving daar hinder van ondervinden. Het plangebied ligt in de nabijheid van het tracé van de Hanzelijn, de spoorlijn van Lelystad naar Zwolle, op een indicatieve afstand van circa 180 m ten opzichte van het spoor. In de ‘Handreiking Nieuwbouw en spoortrillingen’ (mei 2019, Ministerie van Infra-structuur en Waterstaat) wordt geadviseerd om voor ontwikkelingen die op minder dan 100 meter van het spoor liggen, onderzoek naar trillingshinder uit te voeren. Volgens de handreiking geldt dat appartementencomplexen trillingsgevoelig kunnen zijn. De mate waarin, is afhankelijk van de grootte van de gebouwen. Over het algemeen zijn bij appartementencomplexen (middel)zware funderingen en een stijve draagconstructie te verwachten.

Resultaten reeds verricht onderzoek gebouw A In februari 2021 is reeds een quickscan naar trillingshinder uitgevoerd, specifiek voor gebouw A (Grietenij). Voor de realisatie van dit gebouw is destijds een ruimtelijke onderbouwing opgesteld, waar dit onderzoek onderdeel van was. De conclusie van deze quickscan is dat op de bouwlocatie De Grietenij een verwaarloosbaar risico met betrekking tot spoortrillingen is. De afstand van het dichtstbij het spoor liggende bouwblok A is met 125 m zeer groot en trillingssterkten in de bodem (op maaiveld) zijn op deze afstand al gezakt onder de voelbaarheidsgrens. Alleen goederentreinen zijn op deze afstand hooguit nog enigszins meetbaar. Reizigerstreinen zullen op deze afstand niet te onderscheiden zijn van het achtergrondniveau en de invloeden van het overige wegverkeer. Specifiek trilgedrag (resonanties) van de gebouwconstructie zal geen dusdanige invloed hebben dat trillingssterkten in de appartementen tijdens de goederen-treinpassages tot boven de streefwaarde uit de SBR-B voor de nachtperiode uitstijgen. Omdat gebouw A het dichtst bij het spoor ligt, kan worden aangenomen dat de conclusies van dit rapport zeker ook gelden voor de realisatie van de gebouwen B tot en met G. Hiermee wordt voldaan aan de SBR-B. Er is dan ook geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek met betrekking tot trillingen.

4.8

Water

Conform het Bro is de watertoets uitgevoerd. Er is sprake van een compensatieverplichting als gevolg van de toename van verharding. Deze compensatie wordt uitgevoerd.

13

Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijn de waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. Het bestemmingsplan is op 30 juli 2021 digitaal aangemeld bij het Waterschap Zuiderzeeland. Daaruit is gebleken dat voor het plan de normale procedure van toepassing is. Over de afstemming van de uitgangspunten voor riolering en de benodigde watercompensatie heeft tussen de gemeente en het waterschap diverse afstemmingen plaatsgevonden. Het waterschap heeft via de brief van 13 augustus 2021 een positief wateradvies gegeven. De ontvangen adviezen zijn verwerkt in de waterparagraaf. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie water-thema's 'Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water'.

Thema 1: Veiligheid Veiligheid - primaire waterkeringen op orde Het plangebied ligt niet buitendijks. Het plangebied ligt niet in een keurzone van de waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema 2: Voldoende water Wateroverlast Als met een ontwikkeling binnen het stedelijk gebied sprake is van een netto toename van meer dan 750 m² verhard oppervlak, dan dienen – om wateroverlast in de toekomst te voorkomen - compenserende maatregelen te worden getroffen (=6% van het totaal aan netto toename van het verhard oppervlak). Het bestaande plangebied bestaat overwegend uit grasveld, met daaraan ondergeschikt voetpad- en wegverharding. Met de realisatie van de nieuwbouw is per saldo sprake van een toename van de verharding. De toename bestaat uit een de realisatie van bebouwing, de aanleg van bestrating en parkeerplaatsen. In totaal neemt de totale verharding toe met circa 16.720 m2. Conform de uitgangspunten van de watertoets wordt een totale watercompensatie van circa 1.000 m2 gerealiseerd ten behoeve van de extra waterbuffering en waterbergend oppervlak. In het plangebied zelf wordt rondom gebouw B een watercompensatie van 424 m2 gerealiseerd. De rest van de watercompensatie is voorzien in Campus Zuid, ten zuiden van de Larserdreef.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=aef86eeb-480e-4f5c-aa4e-c5a17d83da1b