Toelichting en bijlagen Campuskwadrant 131221 VA verkleind
Tekst van het document
Bestemmingsplan Campuskwadrant
Vastgesteld
Bestemmingsplan Campuskwadrant Opdrachtgever Centrada Versiebeheer Ontwerp t.b.v. tervisielegging 14 oktober 2021 Definitief t.b.v. vaststelling 15 december 2021 Opdrachtnemer Axon Adviseurs bv
Inhoudsopgave TOELICHTING 1.
2.
3.
4.
INLEIDING ........................................................................................................................................ 1 1.1
Ligging en begrenzing plangebied ........................................................................................... 1
1.2
Vigerend bestemmingsplan..................................................................................................... 2
1.3
Procedure ................................................................................................................................ 3
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................................ 3
OMSCHRIJVING PLAN ...................................................................................................................... 4 2.1
Huidige ruimtelijke situatie Campuskwadrant ........................................................................ 4
2.2
Huidige situatie plangebied ..................................................................................................... 4
2.3
Uitgangspunten voor de ontwikkeling .................................................................................... 5
2.4
Stedenbouwkundig ontwerp ................................................................................................... 5
2.5
Volumes en woningbouwprogramma ..................................................................................... 9
2.6
Parkeerbalans ........................................................................................................................ 10
2.7
Duurzaamheid ....................................................................................................................... 11
2.8
Welstand en beeldkwaliteit................................................................................................... 13
BELEIDSKADER ............................................................................................................................... 14 3.1
Rijk ......................................................................................................................................... 14
3.2
Provincie ................................................................................................................................ 18
3.3
Gemeente .............................................................................................................................. 19
OMGEVINGSASPECTEN ................................................................................................................. 21 4.1
Milieueffectrapportage ......................................................................................................... 21
4.2
Verkeer .................................................................................................................................. 21
4.3
Geluid .................................................................................................................................... 21
4.4
Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 23
4.5
Stikstof ................................................................................................................................... 23
4.6
Bodem ................................................................................................................................... 24
4.7
Milieuzonering....................................................................................................................... 24
4.8
Externe Veiligheid.................................................................................................................. 25
4.9
Trillingshinder ........................................................................................................................ 27
4.10
Water ..................................................................................................................................... 28
4.11
Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 31
4.12
Ecologie ................................................................................................................................. 32
4.13 5.
6.
7.
Kabels en leidingen................................................................................................................ 34
PLANBESCHRIJVING ....................................................................................................................... 35 5.1
Algemeen............................................................................................................................... 35
5.2
Toelichting op de bestemmingen .......................................................................................... 35
UITVOERBAARHEID........................................................................................................................ 38 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 38
6.2
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 39
EINDCONCLUSIE ............................................................................................................................ 40
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12
41
Beeldregieplan Parkeerbalans Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Akoestisch onderzoek Stikstofberekening Bodemonderzoek Verantwoording groepsrisico Uitgangspunten Waterschap t.b.v. de watertoets Quickscan flora en fauna Activiteitenplan ontheffingsaanvraag marterachtigen Nader onderzoek rugstreeppad Reactienota Overlegpartners 3.1.1. Bro
REGELS
610
VERBEELDING
635
1.
INLEIDING
Woonstichting Centrada is voornemens om in het gebied Campuskwadrant 6 woongebouwen met circa 280 appartementen te realiseren. Het bouwplan past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is hiervoor nodig. Dit nieuwe bestemmingsplan is opgesteld om de bouw van de appartementen en de ontwikkeling van het omliggende openbaar gebied mogelijk te maken.
1.1 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt ten zuiden van het Stadshart. De ligging en de begrenzing van het plangebied zijn op onderstaande figuren weergegeven.
Campuskwadrant
Ligging van het plangebied in Lelystad
Plangrens van het plangebied. Bron: Beeldregieplan Campuskwadrant
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
1
1.2 Vigerend bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling past niet in het huidige bestemmingsplan dat voor dit plangebied geldt (Lelystad Midden West gedeeltelijk, 2013). Een nieuw bestemmingsplan voor dit gebied is nodig omdat: het maximum bebouwingspercentage van 30% niet toereikend is voor het beoogde woningbouwplan; de toegestane maximale bouwhoogte van 15 m voor hoofdgebouwen niet toereikend is voor de beoogde bouwhoogtes van een aantal woongebouwen; binnen de huidige bestemming ‘Gemengd’ een bouwvlak ontbreekt. Het nieuwe bestemmingsplan heft deze strijdigheden op en maakt de beoogde ontwikkeling mogelijk.
Fragment van het vigerende bestemmingsplan Lelystad Midden West (gedeeltelijk)
Ook gelden voor het plangebied de volgende bestemmingsplannen: Parapluplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning Lelystad (onherroepelijk 22 september 2020); Voorbereidingsbesluit Geitenhouderijen Flevoland (30 januari 2019); Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad (onherroepelijk 26 januari 2021); Lelystad luchthavencontouren (ontwerp 18 mei 2017). Dit plan bevat de volgende aanduidingen: ▪ Gebiedsaanduiding vrijwaringszone – luchtvaart 2 ▪ Maatvoering: Hoogte vrijwaringszone luchtvaart 2: 100-110-120 m ▪ Gebiedsaanduiding milieuzone vogelaantrekkende werking Deze bestemmingsplannen leggen geen beperkingen op waar met deze ontwikkeling rekening mee gehouden moet worden. De hoogste bouwhoogte van de woongebouwen is 43,5 meter (gebouw B), waardoor ook aan de luchthavencontouren wordt voldaan.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
2
1.3 Procedure De wijziging van het bestemmingsplan voor dit plangebied wordt mogelijk gemaakt door middel van het voorliggende nieuwe bestemmingsplan (artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, Wro).
1.4 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 een toelichting op het juridische gedeelte van het bestemmingsplan: de regels en de verbeelding (kaart). De maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van plan is in hoofdstuk 6 gegeven. Tot slot geeft hoofdstuk 7 een beknopte samenvatting en conclusie.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
3
2.
OMSCHRIJVING PLAN
2.1
Huidige ruimtelijke situatie Campuskwadrant
De zone met bovenwijkse voorzieningen ten zuiden van het stadshart wordt Campus genoemd. De Campus kenmerkt zich door een parkachtig autoluw gebied, met alzijdige gebouwen van een grote korrel. Deze gebouwen hebben een kwalitatief hoogwaardige uitstraling naar alle zijden.
Kenmerkende elementen in de omgeving van het projectgebied
Daarnaast is er veel openbare ruimte en groen. Waardevol zijn de aaneengesloten groene ruimtes met fietsverbindingen door het gebied. Het gebied heeft een paar kenmerken die ertoe leiden dat een heroriëntatie op de invulling van de bebouwing en inrichting in het gebied noodzakelijk is. Zo zijn er kansen om de samenhang tussen de gebouwen onderling te verbeteren. Ook zijn het parkeren, de toename van verharding en hekwerken en de groenstructuur aandachtspunten.
2.2
Huidige situatie plangebied
Het plangebied is onbebouwd. Het gebied heeft de functie als openbaar gebied, bestaande uit opgaande beplanting en grasveld.
Luchtfoto’s van het plangebied (Bron: Masterplan)
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
4
2.3
Uitgangspunten voor de ontwikkeling
Voor de planontwikkeling zijn de volgende documenten opgesteld: -
2.4
Ruimtelijke visie Campus Midden (voorlopig ontwerp, 8 oktober 2018, gemeente Lelystad) Masterplan en beeldkwaliteitsambitie Campus Midden locatie Centrada (Fame, 29 maart 2021); Beeldregieplan Campuskwadrant (Fame, 14 december 2021)
Stedenbouwkundig ontwerp
Op basis van de Ruimtelijke visie Campus Midden is een Masterplan opgesteld voor de longstay locatie voor Centrada met een stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitsambitie. En op basis daarvan is het Beeldregieplan Campuskwadrant opgesteld (zie bijlage 1).
Stedenbouwkundige opzet (Bron: Beeldregieplan Campuskwadrant)
Het stedenbouwkundig ontwerp (zie ook pagina 8) bevat 2 ensembles: De Grietenij (gebouw A) en het Campus-kwadrant (gebouwen B tot en met G). Het ensemble De Grietenij wordt gevormd door het bestaande wooncomplex aan De Grietenij en een nieuw gebouw met een L-vormige footprint dat het complex afmaakt als een woonhof. Dit gebouw valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan, omdat voor dit gebouw vooruitlopend al een planologische procedure is doorlopen. Het tweede ensemble, Campuskwadrant, wordt gevormd door een zestal compacte woongebouwen die zijn georganiseerd rond een centraal middengebied, het kwadrant. Ze zijn daarmee niet alleen zelfstandige volumes in het totale plangebied, maar vormen samen een cluster met het gemeenschappelijk autovrije kwadrant als samenbindende factor. Dit is geïnspireerd op de centrale kwadranten in de campussen van bijvoorbeeld Princeton en Harvard Universities in de Verenigde Staten, waarbij de universiteitsgebouwen rondom een autovrij “central green” staan (het kwadrant). Deze ruimte wordt gebruikt voor de verkeersbewegingen van studenten en docenten tussen de verschillende gebouwen en is daarmee tevens een plek waar men elkaar ontmoet.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
5
Het ensemble in het Campuskwadrant staat onder een hoek van ongeveer 45 graden gedraaid ten opzichte van de noord-zuid as van het hele Campusgebied, conform de uitgangspunten van de ruimtelijke visie Campus Midden van de gemeente. Entrees zijn gericht op het kwadrant. Open ruimtes tussen de afzonderlijke gebouwen waarborgen de openheid, zichtlijnen en verbinding met de rest van de Campus. De centrale e-bikeroute loopt als ruggengraat door het kwadrant. Deze fietsverbinding is niet alleen verkeerstechnisch een verbinding, maar ook ruimtelijk en versterkt de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van dit woongebied. De bouwhoogte van de woongebouwen C tot en met G varieert tussen de 4 en 6 bouwlagen en 14 bouwlagen voor gebouw B. Alle gebouwen, met uitzondering van de toren van 14 bouwlagen, liggen met het peil van de begane grond vloer circa 30 cm opgetild ten opzichte van het maaiveld.
Impressie van de volumes van de nieuwe gebouwen
Verkeerstructuur en parkeren De ontsluiting van het plangebied voor auto’s gebeurt via twee ontsluitingslussen, één aan de westzijde (Grietenij) vanaf de Middendreef en één aan de oostzijde die aantakt op de Gordiaandreef. Beide dreven zijn belangrijke doorgaande wegen in Lelystad, zowel voor het autoverkeer als het openbaar vervoer. Met de ontwikkeling van de appartementen zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Op basis van het gemeentelijk model wordt voor dit gebied een extra verkeersgeneratie verwacht. De omliggende dreven hebben ruim voldoende capaciteit om deze toename op te vangen. Zie voor meer informatie hoofdstuk 4.2. Het parkeren vindt plaats op het maaiveld en is landschappelijk ingebed in het plan tussen de woongebouwen. De positionering en het ruimtebeslag van het parkeren is zodanig gekozen, dat het gebied binnen het ensemble van gebouwen (het kwadrant) vrij blijft van auto’s. Dit draagt bij aan een goede ruimtelijke kwaliteit van het gebied en een goede dooradering van het gebied voor voetgangers.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
6
Verkeersontsluiting naar de Dreven
De parkeerkoffers worden omzoomd door groene taluds en incidenteel met hagen die het zicht op de auto’s grotendeels ontneemt en het groene karakter van de campus daarmee behoudt. Zie voor meer informatie over de parkeerbalans paragraaf 2.6. De padenstructuur bestaat hoofdzakelijk uit een brede, meanderende en in breedte variërende loper die de gebouwentrees verbindt. De inrichting van het openbaar gebied is vastgelegd in het woonomgevingsplan. De gebouwen liggen rondom een hoofdfietsroute. Deze fietsroute vormt onderdeel van de snelfietsroute (e-bikes) naar Lelystad Airport. Dit maakt dat de nieuwbouw uitstekend bereikbaar is voor langzaam verkeer en aan is gehaakt op het hoofdfietsnet van Lelystad. De afstand tot het NS station Lelystad is hemelsbreed circa 900 meter en is goed bereikbaar met de fiets en te voet.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
7
Stedenbouwkundig plan Campuskwadrant
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
8
Groen- en waterstructuur In de huidige situatie bestaat het plangebied uit grasveld en lineaire bomenrijen. Het uitgangspunt is dat alleen de bomen worden gekapt, die noodzakelijk zijn voor de planontwikkeling. De nieuwe gebouwen worden ingepast in een nieuwe groenstructuur, bestaande uit (bloemrijk) gras en bomen. De algemene openbare inrichting van het openbare gebied volgt het thema en de sfeer van een campus: gras met solitaire bomen of kleine groepjes van 2 à 3 bomen. Overzicht en sociale veiligheid staat hierbij voorop. Het centrale kwadrant wordt groen ingericht met een zorgvuldig ontworpen padenstructuur en met plekken voor ontmoeting, spel en ontspanning. Het groen loopt door tot aan de gevels van de gebouwen. De entrees van de woongebouwen komen uit op dit centrale gebied. Als gevolg van de toename van verharding is compensatie van water noodzakelijk. De compensatie wordt deels binnen het plangebied gerealiseerd, nabij gebouw B. Deze compensatie betreft een uitbreiding van een bestaande waterloop, gelegen net buiten de noordelijke plangrens. Het andere deel wordt buiten het plangebied gecompenseerd op Campus Zuid, ter hoogte van Lars en Lily. Voor meer informatie over de watercompensatie wordt verwezen naar hoofdstuk 4.10.
2.5
Volumes en woningbouwprogramma
De 6 appartementsgebouwen variëren van 4 tot 6 bouwlagen (13,5 m tot 19,5 m voor gebouwen C t/m G) en een woontoren van 14 bouwlagen (43,5 m voor gebouw B). In de 6 gebouwen worden circa 280 appartementen gerealiseerd. De woningtypes zijn gevarieerd: (jongeren)studio’s, kleine appartementen voor primaire en secundaire doelgroepen, seniorenappartementen, 2- of 3-kamerappartementen en grote appartementen. In bijgaand schema is een overzicht opgenomen van de diverse beoogde woningtypen. Overzicht van de woningtypen
Type
Doelgroep
Jongeren studio max 36m2 Appartement klein max 50m2 2- of 3k-appartement ca 65m2 regulier
Studio v.a. 1 pers. v.a. 18 jaar primaire doelgroep v.a. 1 pers. v.a. 18 jaar primaire en secundaire doelgroep Senioren V.a. 1 pers. v.a. 18 jaar, secundaire doelgroep en middeninkomen Middenhuur sociaal, huur op liberalisatiegrens (beoogd) vrije sector
Seniorenappartement ca 65m2 3k-appartement ca 75m2 regulier 3k-appartement ca 90m2, sociaal Groot appartement 90100m2, luxe
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
Categorie 1A 1B
Gebruiksoppervlak 45-60 45-60
Huurprijs € 432,51 550,00
2
60-70
619,01
2
60-70
585,00
3
70-80
663,00
4
85-95
737,14
5
95-100
737,14
9
2.6
Parkeerbalans
Voor de inrichting van het plangebied geldt dat de positionering en het ruimtebeslag van het parkeren zodanig is gekozen, dat het gebied binnen het ensemble van gebouwen (het kwadrant) vrij blijft van auto’s. Dit draagt bij aan een goede ruimtelijke kwaliteit van het campusgebied en aan een goede dooradering van het gebied voor voetgangers. Voor de verdere uitwerking van dit uitgangspunt is nader onderzoek gedaan naar het aantal benodigde parkeerplaatsen in het gebied. Voor de totale nieuwbouwontwikkeling van de gebouwen A tot en met G is het rapport ‘Parkeerbalans Ontwikkeling Campus Midden Centrada’ opgesteld. Het rapport is opgenomen in bijlage 2. Hieronder volgt een samenvatting van het rapport. In de berekening wordt uitgegaan van de realisatie van circa 300 woningen, verdeeld over bouwblokken A tot en met G. Voor de berekening van de parkeervraag van de totale ontwikkeling is gerekend met de parkeernormen zoals opgenomen in het gemeentelijke beleid (Nota Parkeernormen / parkeerbeleid 2009) van de gemeente Lelystad. Voor woningen in de schil in het goedkope segment geldt een parkeernorm van 1,4 per woning (300 x 1,4 = 420). Waarvan 330 voor bewoners en 90 voor bezoekers. Op basis van de richtlijnen van het CROW is voor het aandeel bezoekers 0,3 parkeerplaats per woning aangehouden.
Om te bepalen hoe hoog de parkeervraag op de verschillende momenten van de week is, is voor wat betreft de bewoners gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in het parkeerbeleid. Voor een overzicht van de aanwezigheidspercentages en parkeervraag wordt verwezen naar het rapport in bijlage 2. Daaruit blijkt dat het maatgevende moment voor de totale parkeervraag de werkdagavond is. Dan is de parkeervraag 402 parkeerplaatsen, 330 voor bewoners en 72 voor bezoekers. Parkeerbalans
In bovenstaande tabel uit het rapport ‘Parkeerbalans’ is de parkeerbalans weergegeven voor de verschillende momenten. Een deel van de parkeervraag (163 parkeerplaatsen) van de nieuwe ontwikkeling kan worden opgevangen binnen de bestaande restcapaciteit in het openbare gebied. De restvraag, oftewel het minimale aantal bij te bouwen parkeerplaatsen, bedraagt 239. De restcapaciteit in het openbare gebied wordt volledig gebruikt (maximale bezettingsgraad 85%).
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
10
Gefaseerde aanpak: ingroeimodel De gehanteerde normen uit het (vastgestelde) beleidsplan van de gemeente Lelystad om de parkeervraag te berekenen, zijn volgens het rapport relatief aan de hand hoge kant. Als wordt uitgegaan van actuele richtlijnen van het CROW, dan ligt de berekende parkeervraag bijna 25% lager. Het verschil tussen de gehanteerde parkeernormen (huidige beleidsplan gemeente Lelystad) en de actuele richtlijnen van het CROW biedt ruimte om de aanleg van de parkeerplaatsen via een ingroeimodel te laten plaatsvinden. Dit houdt in dat eerst het aantal parkeerplaatsen dat uit de CROW berekening volgt, wordt aangelegd. Aanvullend worden stedenbouwkundige ruimte en middelen gereserveerd voor het uitbreiden van het aantal parkeerplaatsen wanneer dit in de praktijk toch te kort blijkt te zijn. Dit betekent dat in het plan rekening wordt gehouden met de volgende aantallen: Gebouw
Woningtype
A
Appartementen Sociale huur Appartementen Sociale huur
B t/m G
Aantal
norm
27
1,4
Pplaatsen o.b.v. norm 37,8
273
1,4
382,2
300
420
Reservering voor toekomst
Te realiseren
37 283 100
320
Ruimtelijke vertaling naar de stedenbouwkundige inrichting gebouw B tot en met G In het stedenbouwkundig matenplan zijn voor de gebouwen B tot en met G in totaal 283 parkeerplaatsen ingepast. Indien in de toekomst blijkt dat in de praktijk toch meer parkeerplaatsen noodzakelijk zijn, is in het stedenbouwkundig plan rekening gehouden met een reserveringsruimte voor 100 parkeerplaatsen extra. De reserveringsruimtes zijn in het stedenbouwkundig plan weergegeven met een stippellijn. In dit bestemmingsplan is met deze reserveringsruimtes – evenals de reguliere parkeerplaatsen – rekening gehouden door de betreffende gronden te voorzien van de aanduiding ‘parkeerterrein’ binnen de bestemming ‘Wonen-woongebouw’. Overigens zijn in de planologische procedure die afzonderlijk voor Gebouw A is doorlopen reeds 37 parkeerplaatsen meegenomen. Daarmee is het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de ontwikkeling voldoende geborgd.
2.7
Duurzaamheid
Energie De doelstelling voor het ontwikkelgebied is om een positieve bijdrage te leveren aan de doelstelling CO2-neutrale gemeente in 2025. De volgende uitgangspunten gelden voor het ontwikkelgebied: er worden geen gasaansluitingen gerealiseerd; er wordt op de bestaande biomassacentrale aangesloten. Deze bevindt zich in de nabijheid van de locatie. Omdat deze biomassacentrale uitsluitend gebruik maakt van snoeiafval, vormt dit een duurzame bron van energie. Op termijn kan deze centrale mogelijk worden vervangen door een geothermiek-bron;
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
11
-
in het ontwikkelgebied worden voorzieningen (loze leidingen) aangelegd, zodat in de toekomst laadpalen voor elektrische auto’s kunnen worden gerealiseerd.
Klimaat Ten behoeve van de watercompensatie wordt nabij gebouw B én in Campus Zuid in totaal 1.000 m2 extra waterbuffering en waterbergend oppervlak gerealiseerd (zie ook de waterparagraaf in hoofdstuk 4.9). In het kader van klimaatadaptief beheer van de openbare ruimte krijgt met name de voor te stellen materialisering de nodige aandacht. Wonen / gebouwen Per 1 januari 2021 is de BENG-eis voor nieuwbouw van toepassing (bouwbesluit). Gebouwen worden hiermee volgens de nieuwe norm ‘Bijna Energieneutraal Gebouw’ gerealiseerd. Dit is dus ook van toepassing op dit project. Dit uitgangspunt zal resulteren in zeer energiezuinige woningen met een geringe warmtebehoefte. De nieuwe bewoners worden geïnformeerd over het optimaal inregelen en gebruiken van de technische installatie, en het daarmee zuinig omspringen met de benodigde energie. Uitgangspunt daarbij is dat de installatie zodanig wordt ontworpen dat deze op een eenvoudige en begrijpelijke manier door bewoners kan worden bediend. Met betrekking tot het ontwerpen van de gebouwen is in de uitvraag naar uitvoerende partijen opgenomen dat het toepassen van (aantoonbaar) duurzame materialen sterk de voorkeur verdient. De gebouwen zijn voorzien van zonnepanelen.
Gezien de relatief geringe voetprint van de gebouwen ten opzichte van het aantal woningen, voorzien deze PV-panelen primair in de energiebehoefte van de algemene voorzieningen (lift, algemene verlichting, etc). De PV-panelen voorzien niet in elektra ten behoeve van de appartementen. De woningen zijn zodanig ontworpen dat deze geschikt zijn voor een brede doelgroep. Hiermee wordt voorkomen dat, bij wijziging van doelgroep of behoefte in de toekomst, verbouwingen en aanpassingen noodzakelijk zijn. De woningen zijn zoveel mogelijk ontworpen volgens de kwaliteitseisen van WoonKeur. De onderwerpen ‘duurzaam bouwen’ en ‘klimaatneutraal ontwerpen’ worden in de uitvraag aan uitvoerende partijen opgenomen. Deze aspecten dienen daarmee in de door uitvoerende partijen in te dienen voorstellen aan de orde te komen. Afval en grondstoffen Uitgangspunt is het zoveel mogelijk gescheiden inzamelen van afval, e.e.a. conform het vigerende beleid van de gemeente Lelystad. Hiermee zal bij de inrichting van het omliggende terrein rekening mee worden gehouden. De gemeente draagt zorg voor het plaatsen van ondergrondse containers. Met betrekking tot de bouw van de opstallen zal aan de inschrijvende uitvoerende partijen worden verzocht in de voorstellen aandacht te besteden aan het zoveel mogelijk voorkomen c.q.
minimaliseren van de afvalstromen (zowel tijdens de bouw als bij de toekomstige sloop), waarbij tevens wordt gestreefd naar hergebruik van deze materialen (van afval naar grondstof). Doel hierbij is het zoveel als mogelijk sluiten van de grondstoffenkringloop.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
12
2.8
Welstand en beeldkwaliteit
Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de ‘Welstandsnota 2015 Lelystad geeft ruimte kwaliteit’. Er geldt het welstandsniveau stedelijke welstand ‘S5 Campuszone’. Voor de ontwikkeling van Campuskwadrant is een Beeldregieplan opgesteld. Dit plan volgt - parallel aan de procedure voor dit bestemmingsplan - een afzonderlijke vaststellingsprocedure. Dit Beeldregieplan dient de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwbouw en de buitenruimte op deze locatie te borgen. Na vaststelling door de gemeenteraad geldt dit Beeldregieplan als formeel onderdeel van de gemeentelijke ‘Welstandsnota 2015 Lelystad geeft ruimte kwaliteit’ waaraan bouwplannen worden getoetst op redelijke eisen van welstand. Voor meer informatie over de inhoud van dit beeldregieplan wordt verwezen naar bijlage 1. Supervisor Voor deze ontwikkeling is binnen de kaders van de Welstandsnota 2015 gekozen voor een traject om de ruimtelijke en esthetische kwaliteit van de bebouwing en de woonomgeving te borgen. Aan de zijde van de ontwikkelende partij, Centrada, wordt een supervisor aangewezen om de beoogde ruimtelijke en esthetische kwaliteit te bewaken bij de bouwende/ontwerpende partijen van verschillende gebouwen binnen het Campuskwadrant. Vanuit de gemeente wordt een supervisor benoemd voor de welstandstoetsing. Deze werkwijze is afgestemd met de welstandscommissie Het Oversticht.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
13
3.
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van het voor het plangebied van toepassing zijnde beleid, zowel van het rijk, provincie als de gemeente. Wanneer van toepassing, wordt aangegeven of dit beleid nadere uitgangspunten voor de gewenste ontwikkeling in het plangebied oplevert.
3.1
Rijk
Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. Het ontwerp van de NOVI richt zijn op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten: ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; de economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken; het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. De Omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidskaders voor individuele woonprojecten. De conclusie is dat voor de onderhavige planontwikkeling geen rijksbelangen zijn gemoeid. Ladder duurzame verstedelijking Voor het bepalen van de behoefte aan het project is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna te noemen: de Ladder) doorlopen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Deze ladder bestaat uit twee treden en is bedoeld als hulpmiddel bij een zorgvuldige afweging van ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
Het doorlopen van de Ladder heeft als doel het realiseren van een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een acceptabel woon- en leefklimaat en een duurzaam ruimtegebruik. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking kent de volgende stappen: 1. Nagegaan wordt in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte voorziet; 2. Indien uit 1) blijkt dat er sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Belangrijk bij de invulling van de treden is om te kijken naar zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve aspecten. Het gaat dus niet alleen over programma's of oppervlakten, maar ook over de mogelijkheden om bepaalde functies goed te kunnen laten functioneren. De stappen die worden gevraagd, bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
14
Trede 1: regionale behoefte Uit de verhuisstromen van en naar Lelystad blijkt dat de meeste interactie bestaat tussen Lelystad en de regio Amsterdam en de andere gemeenten in Flevoland. Het gebied waarbinnen de regionale behoefte wordt vastgesteld, is primair de MRA regio. De gemeenten met een sterke verhuisrelatie met het primaire gebied vormen het secundair onderzoeksgebied. Tezamen is dit een weerspiegeling van de regionale woningmarkt. Bij de onderbouwing van dit onderdeel zijn de volgende documenten betrokken: 1. 2. 3. 4. 5.
Ontwikkelingsbeeld 2040 Metropoolregio Amsterdam Monitor Woningproductie Noordvleugel 2015 WoON2012 Wonen in ongewone tijden Woonvisie ‘Samen aan de slag’ Plan van aanpak Huisvesting Vergunninghouders (9 februari 2016)’
Op provinciaal niveau en op het niveau van de Flevolandse gemeenten is geen documentatie over regionale afstemming bekend. Kwantitatieve behoefte Gemeente Lelystad en MRA De gemeente Lelystad maakt deel uit van de Metropoolregio Amsterdam - kortweg MRA. Dit is het informele samenwerkingsverband van 36 gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de Stadsregio Amsterdam. Onder de metropoolvlag werken de partners vanuit een gedeelde visie aan een krachtige, innovatieve economie, snellere verbindingen en voldoende en aantrekkelijke ruimte voor wonen, werken en recreëren. Binnen dit verband vindt over de regionale woningbouw-productie informele afstemming en monitoring plaats. Als hoofddoel voor verstedelijking is in de Gebiedsagenda Noord Holland/Utrecht/Flevoland een woningopgave van 440.000 woningen tot 2040 opgenomen. Monitor Woningproductie Noordvleugel 2015 Het in 2008 vastgestelde Ontwikkelingsbeeld 2040 is nog steeds de basis van de samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam. Sinds die tijd is de wereld echter ingrijpend veranderd, de periode van grote economische groei in de jaren 1995 – 2008 is voorbij. Maar ondanks het tegenzitten van het economisch tij is in de Amsterdamse metropool nog steeds groei van bevolking zichtbaar.
Velen vestigen zich hier voor kortere of langere tijd, om hier te wonen, te werken of te studeren, gedreven door wat de regio op economisch, stedelijk, landschappelijk en cultureel gebied allemaal te bieden heeft. Prognoses van het CBS laten zien dat de bevolkingsgroei van de metropool doorzet. Tot 2040 leidt dit tot een toename van een half miljoen inwoners, zowel door autonome groei als door migratie. Tot 2040 zal het aantal huishoudens blijven groeien. Om die allemaal te huisvesten zijn circa 300.000 nieuwe woningen nodig, vooral in stedelijke milieus. Aanzienlijk meer dan verwacht ten tijde van het opstellen van het Ontwikkelingsbeeld 2040. Volgens de Monitor Woningbouw-productie 2015 neemt in ‘overig Flevoland’ (met daarin o.a. Lelystad) het aantal huishoudens toe met circa 15.000 tot 2030.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
15
Bevolkingsprognose 2016 Lelystad Uit de bevolkingsprognose 2016 - 2031 van de gemeente Lelystad is een aantal belangrijke richtingen te destilleren die van belang zijn voor de toekomstige woningbehoefte. De prognose geeft onder andere aan dat verwacht wordt dat tot 2030 de Lelystadse bevolking met 4.000 inwoners toeneemt tot 80.000 inwoners. Deze groei is op korte termijn (de komende vijf jaar) nog het gevolg van een hogere ‘natuurlijke aanwas’ (een hoger geboortecijfer dan sterftecijfer) dan het vertrekoverschot (meer vertrekkende inwoners dan vestigende). Deze autonome groei zal als gevolg van vergrijzing echter geleidelijk afnemen. Of Lelystad in de toekomst weer te maken krijgt met een grote instroom van buitenaf is onzeker en moeilijk te beïnvloeden. Indien dit vestigingsoverschot niet optreedt, zal naar verwachting de bevolkingsgroei op lange termijn stabiliseren en afnemen. Op basis van de bevolkingsprognose (2015) zijn er de komende vijf jaar nog woningen nodig om de groei van het aantal inwoners te huisvesten. Volgens deze prognose groeit de bevolking per saldo de komende vijf jaar met ongeveer 875 inwoners. Met een gemiddelde woningbezetting van 2,38 betekent dit dat er in Lelystad rond de 75 woningen per jaar nodig zijn om deze groei te huisvesten. Hierbij is rekening gehouden met een eventueel vertrekoverschot, maar niet met andere trends als huishoudensgrootte.
Indien het migratiesaldo (vertrek- of vestigingsoverschot) buiten beschouwing wordt gelaten, groeit de bevolking de komende vijf jaar met ongeveer 1.450 inwoners. Met dezelfde woningbezetting van 2,38 betekent dit dat er 120 woningen per jaar nodig zullen zijn om deze groei te kunnen huisvesten. Bovenstaande geeft aan dat er op korte termijn een kwantitatieve behoefte aan nieuwbouw is tussen de 75 en 120 woningen per jaar om de groei van de bevolking te kunnen huisvesten. Zoals uit de bevolkingsprognose blijkt wordt Lelystad op de lange termijn steeds meer afhankelijk van een vestigingsoverschot en worden de groeimogelijkheden niet meer zo zeer bepaald door de autonome ontwikkeling van de stad, maar door de positie die de stad inneemt in de ruimtelijke netwerken, met name de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Kwantitatief is deze groei dan ook erg onzeker en afhankelijk van de positie die Lelystad weet in te nemen binnen de regio. Duidelijk is dat er sprake is van een wederzijdse afhankelijkheid tussen steden en omliggende gemeenten.
Conclusie kwantitatief Op basis van bovenstaande ontwikkelingen is het voor Lelystad en de woningstichting belangrijk om woningen te bouwen die zowel op korte termijn bijdragen aan de bevolkingsprognoses en de lange wachttijden voor reguliere woningzoekenden.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
16
Alsook op langere termijn kunnen inspelen op de ontwikkelingen en de positie van Lelystad in de regio. Kwalitatieve behoefte Woonmilieus / kwaliteit In de Monitor 2015 staat dat in Almere / Lelystad de vraag naar woonmilieus met name groenstedelijk / centrum dorps is. En dat er een tekort in de plancapaciteit is aan centrum - stedelijke, stedelijk vooroorlogse en dorpse woonmilieus. Woonmilieus in de nabijheid van werk, voorzieningen, goede bereikbaarheid en levendigheid zijn gewild. Kwalitatieve openbare ruimte, een interessante mix aan functies en de goede bereikbaarheid trekt veel mensen. Huidig aanbod Lelystad telt in totaal 32.000 woningen. Daarvan bestaat circa 28% uit sociale huur en 72% uit koop. Lelystad heeft als gevolg van de ontstaansgeschiedenis een specifieke opbouw in de woningvooraad. Onder invloed van het gevoerde groeikernenbeleid (gebundelde deconcentratie) vanuit het Rijk zijn in korte tijd in een beperkt aantal segmenten grote hoeveelheden woningen op de markt gebracht. Hierdoor is er een eenzijdige voorraad aan woningen ontstaan die met 86 procent gedomineerd wordt door grondgebonden eengezinswoningen. De overige 14 procent bestaat uit meergezinswoningen. Ter vergelijking: landelijk bestaat de woningvoorraad gemiddeld voor 71 procent uit grondgebonden woningen en voor 29 procent uit appartementen.
Kwaliteit boven kwantiteit De Woonvisie gaat uit van kwaliteit boven kwantiteit. Lelystad wil in overleg met de woningstichtingen kleinschalige sloop/nieuwbouw (acupunctuuraanpak) op de korte(re) termijn oppakken. Bij sloop/nieuwbouw in de wijk te streven naar een meer gedifferentieerd woningaanbod, dat inspeelt op de behoeften van de buurt. Geschikte woningen, voor éénpersoons-huishoudens (onder andere ouderen en zorgbehoevenden), zijn bijvoorbeeld nog ondervertegenwoordigd in Lelystad. Een deel van deze doelgroep wil graag verhuizen naar een levensloopbestendige (gelijkvloerse) woning, zoals een (patio)-bungalow of appartement. Verkorten wachttijd reguliere woningzoekenden en taakstelling Iedere gemeente krijgt van de rijksoverheid een taakstelling vergunninghouders opgelegd. Elke gemeente is verplicht een specifiek aantal vergunninghouders (verblijfsgerechtigde asielzoekers) te huisvesten. De gemeente Lelystad spant zich in om dit daadwerkelijk te doen. Over de huisvesting van vergunninghouders zijn afspraken met de corporaties gemaakt. Centrada huisvest 97% en Stichting Harmonisch Wonen 3%. De taakstelling is in 2015 ten opzichte van 2014 nagenoeg verdubbeld. Inmiddels is het aantal urgenties aan deze doelgroep verdubbeld naar twee per week.
Op de middellange termijn zal Centrada het aanbod voor kamerverhuur uitbreiden en zullen meerdere vergunninghouders in een woning worden gehuisvest. Dit levert een knelpunt in de huisvesting op. Met Centrada zijn afspraken gemaakt over oplossingen voor dit knelpunt. In 2015 had Lelystad een taakstelling van in totaal 130 vergunninghouders in circa 60 woningen. In 2016 wordt een totaal aantal van 195 tot 270 vergunninghouders verwacht. Op basis van resultaten uit het verleden, zijn hiervoor tussen de 75 en 135 woningen nodig.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
17
De taakstelling van de gemeente voor de opvang van vluchtelingen met een verblijfsvergunning kan met de huidige instroom niet worden opgevangen binnen de kernvoorraad sociale huurwoningen. Het aantal urgenties zal daarmee zeer waarschijnlijk boven de 25% uitkomen. Een extra toevoeging van gemiddeld 30 sociale huurwoningen per jaar is, om te voorkomen dat de druk hoog oploopt en reguliere woningzoekenden nog langere wachttijden gaan krijgen, dan ook noodzakelijk. Deze extra bouwstroom zal wellicht een aantal jaren aanhouden. Conclusie kwalitatief Ook in kwalitatief opzicht voldoet het bouwplan aan de regionale en lokale behoefte. Gezien het gestelde in deze paragraaf is het zelfs noodzakelijk om dit plan versneld tot uitvoer te brengen, hetgeen ook past binnen de opzet van de gemeente en Centrada. Met dit project wordt invulling gegeven aan bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik. Het ligt binnen bestaand stedelijk gebied en het bevat de kenmerken van een stedelijk woonmilieu. Het ligt in de nabijheid van openbaar vervoersmogelijkheden (NS station) en het Stadshart met diverse winkels en voorzieningen. Trede 2 Aan deze trede wordt voldaan. Het project ligt in bestaand bebouwd gebied van Lelystad. Het betreft een inbreidings-/ herstructeringsproject.
3.2
Provincie
Omgevingsvisie FlevolandStraks (2017) De Omgevingsvisie FlevolandStraks (Samen maken we Flevoland) die op 8 november 2017 door Provinciale Staten is vastgesteld, geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Er zijn drie kernopgaven: Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving) en Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. De Omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidskaders voor individuele woonprojecten. De conclusie is dat voor het onderhavige project geen provinciale belangen zijn gemoeid. Omgevingsprogramma Flevoland (2019) Dit Omgevingsprogramma anticipeert op de toekomstige Omgevingswet, waarin staat dat een provincie moet beschikken over een programma. Daarin is al het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving gebundeld. Daarmee zijn beleidskeuzes compact en de samenhang geborgd. Het programma bindt alleen de provincie, maar gemeenten en waterschappen moeten er bij het maken van plannen of beleid wel rekening mee houden.
Het programma bestaat uit het onderdeel A Ruimte: doel is een goede woon-, werk- en leefomgeving.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
18
Grootschalige ontwikkelingen mogen, omdat in omliggende regio's daarvoor geen ruimte is. Voorwaarde is een evenwichtige ontwikkeling. Bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid moeten worden verbeterd. Voor het stedelijk gebied geldt dat wordt ingezet op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Kern van het beleid is: efficiënt ruimtegebruik, versterking van het draagvlak voor voorzieningen, nieuwe solitaire clusters buiten stedelijk gebied zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij het een kwaliteitsimpuls betreft. Op het gebied van wonen is meer differentiatie nodig (starters, ouders, alleenstaanden), met het kwaliteitsbehoud van bestaande de woningvoorraad. Het onderhavige plan wijkt niet af van het omgevingsprogramma Flevoland (2019). Omgevingsverordening Flevoland (2019) De provincie wil anticiperen op de Omgevingswet en daarom is de omgevingsverordening opgesteld. Dit betekent dat alle regels met betrekking tot omgevingsrecht (in dit geval de provinciale) in één regeling worden gebundeld. De verordening bestaat uit drie soorten regels: algemene regels en vergunningstelsels gericht op burgers, regels gericht tot bestuur zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor aanvragen en als derde instructieregels over uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen.
De Omgevingsverordening ziet net als de Omgevingswet op alle regels inzake de fysieke leefomgeving (bouwen, infra, water, bodem, lucht, landschap, natuur en cultureel erfgoed). Het onderhavige plan wijkt niet af van de Omgevingsverordening Flevoland (2019).
3.3
Gemeente
Structuurvisie Lelystad 2023 en Ontwerp Omgevingsvisie (september 2020) De gemeenteraad van Lelystad heeft in januari 2014 de 'Structuurvisie Lelystad 2023' vastgesteld. Het is een actualisatie van het uit 2005 daterende 'Structuurplan Lelystad 2015'. Het Structuurplan heeft een looptijd van 25 jaar, waarbij gedurende de periode tot 2015 hoofdzakelijk uitvoering zal worden gegeven aan het vastgestelde beleid. De onderhavige ontwikkeling past in de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie. Ter voorbereiding op de Omgevingswet werkt Lelystad aan het opstellen van een Omgevingsvisie. In de Ontwerp Omgevingsvisie ‘Sterke stad in de regiohoofdstad van de nieuwe natuur’ wil Lelystad haar inwoners een steeds aantrekkelijkere en groene woonomgeving in een bruisende stad bieden. De ambitie is dat Lelystad een sterke stad in de regio en Hoofdstad van de Nieuwe Natuur wordt. Lelystad gaat zich de komende jaren onvermoeid inzetten om voor haar toekomstige 100.000 inwoners een economisch sterke, groene en gezonde leefomgeving te ontwikkelen. Lelystad gaat voor groene verstedelijking. De nieuwbouw en transformatie van de bestaande stad wordt gericht ingezet op selectieve plekken waar de maatschappelijke en economische meerwaarde het grootst is en bijdragen aan het in balans brengen van de stad. Met het woningbouwprogramma en transformatieopgave sluit Lelystad aan op diverse ambities.
Huidige inwoners wordt een beter perspectief op een wooncarrière (zowel starten als doorstromen) geboden.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
19
En ook op de ruimtelijke kwaliteiten van de stad (Hoofdstad van de Nieuwe Natuur) en op het economisch profiel van onze stad. Het onderhavige project past in deze ambitie. Woonvisie ‘Samen aan de slag’ In lijn met de beleidsuitgangspunten van de inmiddels vastgestelde Woonvisie ‘Samen aan de slag’ (9 juni 2016) en het ‘Plan van aanpak Huisvesting Vergunninghouders (9 februari 2016)’ gaf de gemeenteraad van Lelystad in februari 2016 vanwege de toenemende druk op de sociale woningmarkt toestemming voor de realisatie van extra huurwoningen in Lelystad. Door de realisatie van meer huurwoningen mogelijk te maken, willen gemeente Lelystad en Centrada voorkomen dat de wachtlijst in Lelystad verder oploopt dan nu het geval is. De onderhavige locatie past in de beleidsuitgangspunten van de Woonvisie en de afspraken tussen de gemeente en de woningstichting. Welstandsnota (2015) De gemeente Lelystad heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota, Lelystad geeft ruimte kwaliteit (2015). Voor de onderhavige locatie geldt het welstandsniveau stedelijke welstand ‘S5 Campuszone’. Zie paragraaf 2.8 voor de verdere uitwerking van het onderdeel welstand. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat de woningbouw in lijn is met de uitgangspunten van de Welstandsnota voor nieuwe ontwikkellocaties.
Duurzaamheid Lelystad wil de stad zodanig inrichten dat deze vanuit economisch, ecologisch en menselijk oogpunt gezond, aantrekkelijk en toekomstbestendig is. In een gezonde stad is ruimte voor duurzame energie-, water-, voedsel-, grondstoffen- en afvalkringlopen. Daarbij wordt gestreefd naar een samenhangende duurzame ontwikkeling met een betere balans tussen economie, ecologie en de mens. Het duurzaamheidsbeleid van Lelystad focust op zes speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
energie: meer energiebesparing en meer duurzame energie; afval en Circulaire economie: meer scheiden, minder restafval en van afval naar grondstof; voedsel: meer consumptie van gezonde lokale producten en minder voedsel weggooien; fysieke leefomgeving: duurzame gebiedsontwikkeling, milieuvriendelijk beheer in een groene, biodiverse stad; mobiliteit: minder en schonere mobiliteit; onderwijs en ondernemen: versterken van de (duurzame) basis in het onderwijs, samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven bij duurzame innovatie en meer maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Het onderhavige plan draagt bij aan meerdere speerpunten van het gemeentelijk beleid. Zie ook paragraaf 2.7 duurzaamheid.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
20
4.
OMGEVINGSASPECTEN
In dit hoofdstuk worden de relevante omgevingsaspecten beoordeeld.
4.1
Milieueffectrapportage
Voor besluiten en plannen die ontwikkelingen bevatten, die (mogelijk) belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de plicht voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden voor projecten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit m.e.r. Bij dit bestemmingsplan hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden. De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, ligt onder de drempelwaarden zoals die genoemd zijn in het Besluit m.e.r. (onderdeel D, kolom 2). In onderdeel D, D.11.2 wordt aangegeven dat voor ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een vormvrije Mer-beoordeling dient plaats te vinden. Vanaf 7 juli 2017 kan dit niet meer in de vorm van een paragraaf in de toelichting, maar moet door de initiatiefnemer een 'aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling worden opgesteld. Dit is alleen niet aan de orde indien het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is. Voor het voorliggende plan is Centrada de initiatiefnemer, vandaar dat ervoor is gekozen om een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling op te stellen.
Bij dit bestemmingsplan is een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ opgesteld (zie bijlage 3). Hierin is geconcludeerd dat met de realisatie van het project geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. En dat voor de verdere planontwikkeling en de ruimtelijke procedure geen milieueffectrapport noodzakelijk is conform het vigerende Besluit milieueffectrapportage.
4.2
Verkeer
Om te komen tot de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling en een oordeel te kunnen vellen over de gevolgen voor de omliggende wegen, is het recente verkeersmodel geraadpleegd. Dit verkeersmodel - met het prognosejaar 2030 – is door de gemeente opgesteld. In dit verkeersmodel zijn ook de planontwikkelingen in het Campuskwadrant meegenomen. Op basis van dit model wordt verwacht dat – gelet op de inrichting en de huidige intensiteit van de omliggende dreven - de verkeerstoename niet dermate groot is dat hier problemen ontstaan.
4.3
Geluid
Voor het onderdeel geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Het doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst. Industrielawaai Het project heeft geen consequenties in verband met industrielawaai en voorziet niet in de wijziging van een geluidzone in de zin van de Wet geluidhinder.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
21
Wegverkeer en spoorweglawaai Spoor Voor de Hanzelijn geldt een vastgestelde geluidzone van 500 meter aan weerszijden van het spoor. Het plangebied ligt binnen deze geluidzone, op 180 meter van de Hanzelijn. Wegverkeerslawaai De meest dichtbijgelegen dreven zijn de Middendreef, de Gordiaandreef en de Zuigerplasdreef. Deze dreven hebben vier rijstroken. Overeenkomstig artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft deze dreven een geluidzone (aandachtsgebied voor geluid) van 350 meter aan weerszijden van de weg. Het plangebied ligt op circa 130 m van de Middendreef, 30 m vanaf de Gordiaandreef en 170 m vanaf de Zuigerplasdreef. Het plangebied ligt daarmee binnen de wettelijke geluidszones. Ten behoeve van deze ontwikkeling is akoestisch onderzoek uitgevoerd voor zowel spoor- als wegverkeerslawaai. De resultaten hiervan zijn als volgt (zie bijlage 4): - De geluidbelasting van het wegverkeer blijft voor de twee gezoneerde wegen Middendreef en Zuigerplasdreef onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB; - De geluidbelasting vanwege de Gordiaandreef, inclusief de aftrek, overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij de woongebouwen B en C. Deze overschrijdingen komen voor op de noordwestgevel en de noordoostgevel van beide gebouwen. Bij gebouw B is de hoogst optredende waarde incl. aftrek gelijk aan 53 dB. Voor gebouw C is dat 50 dB.
Deze waarden liggen voor beide gebouwen onder de maximale ontheffingswaarde; - De geluidbelasting vanwege het railverkeer op de Hanzelaan bedraagt ten hoogste 53 dB op de hogere verdiepingen van gebouw B. Deze waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. In het rapport van het akoestisch onderzoek is onderbouwd of de geluidbelasting op de gevel kan worden teruggebracht onder de voorkeursgrenswaarde. Het toepassen van bron- en overdrachtmaatregelen bij de Gordiaandreef stuit op verkeerstechnische, stedenbouwkundige en financiële bezwaren. Daarom wordt bij B&W van de gemeente Lelystad een ‘verzoek hogere grenswaarde’ aangevraagd:
Conclusie: Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de gevel niet overal kan worden voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Aan het college van burgemeester en wethouders wordt verzocht een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde te verlenen, middels een besluit tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Hiervoor wordt - parallel aan de procedure van dit bestemmingsplan een ‘procedure tot het vaststellen van een hogere grenswaarde’ doorlopen.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
22
4.4
Luchtkwaliteit
Voor het aspect luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer van kracht. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het projectgebied een gemiddelde fijnstof concentratie (PM10) van 18 μg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 13 μg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 μg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Er is dus geen sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden. Met de ontwikkeling van dit plangebied worden circa 280 appartementen toegevoegd. Dit project valt onder de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (luchtkwaliteitseisen) en draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie: Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
4.5
Stikstof
Projecten of handelingen (zoals bijvoorbeeld vestiging/uitbreiding van een bedrijf of een woningbouwplan) kunnen vergunningplichtig zijn in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze activiteiten kunnen stikstofdepositie veroorzaken ter plaatse van gevoelige habitattypes in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor het onderhavige plangebied moet aangetoond worden of er negatieve effecten in het kader van de Wnb beschermde gebieden zullen optreden. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. In juli 2021 is de berekening stikstofdepositie voor onderhavig project uitgevoerd. De berekening is opgenomen in bijlage 5. Voor de woningbouwontwikkeling Campuskwadrant in Lelystad is de NOx en NH3 depositie op de Natura 2000-gebieden berekend ten gevolge van de gebruiksfase. In het kader van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) welke per 1 juli 2021 in werking is getreden, wordt de aanlegfase van de ontwikkeling achterwege gelaten. In de Wsn wordt de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de bouwsector genoemd. Dit houdt in dat de tijdelijke gevolgen van de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing wordt gelaten bij de natuurvergunning.
De vrijstelling geldt slechts voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw-, sloop en aanleg en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt. Concreet betekent dit dat de aanlegfase sinds het in werking treden van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering niet meer berekend hoeft te worden. In het onderhavige geval betreft dit enkel de NOx en NH3 emitterende bron: ‘verkeersgeneratie’. Om dit te berekenen is het rekenprogramma AERIUS-calculator gebruikt.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
23
Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Met deze rekenresultaten is er dan ook geen sprake van een stikstofdepositie met een negatief effect op Natura 2000-gebieden. Conclusie: Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningplichting.
4.6
Bodem
Het beleid ten aanzien van de bodemkwaliteit is op nationaal niveau vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam bodembeheer. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Om deze vragen te beantwoorden is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de beoogde functie(s). In april 2021 heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Het onderzoeksrapport is in bijlage 6. De conclusie is dat de onderzoeksresultaten geen belemmering vormen voor de afgifte van een omgevingsvergunning. Conclusie: Nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.
4.7
Milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Voor deze afstemming wordt de basiszoneringslijst van de VNG-brochure ’Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gehanteerd. Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten In de nabijheid van het plangebied bevinden zich diverse functies. Bestemming Kantoor Triade Bedrijventerrein Tjalk Bedrijventerrein Middendreef Politiebureau Speciaal voortgezet onderwijs De Zevenster Brandweerkazerne GGZ kantoor Scholengemeenschap De Rietlanden / Sportvelden
kantoor Bedrijventerrein Bedrijventerrein
Milieucategorie 1 2 2
Vng richtafstand 0 10 10
Daadwerkelijke afstand*) 60 260 210
Gemengd Gemengd
3.1 2
30 10
15 30
Gemengd Gemengd Gemengd
3.1 1 2
30 0 10
80 60 20
*) gemeten vanaf de bestemmingsgrens van de hinderlijke functie tot aan de meest nabijgelegen
bouwvlakgrens van het woongebouw.
Bestemmingsplan Campuskwadrant
AXON Adviseurs BV
24
In bijgaande tabel is per functie aangegeven in hoeverre er rekening gehouden dient te worden met richtafstanden. Gezien de omliggende functies is voor het beoordelen van de milieuhinder het uitgangspunt dat er sprake is van een zogenaamd “gemengd gebied”. In de VNG-brochure is geen richtafstand opgenomen voor een politiebureau. Een dergelijke inrichting is echter, in het strengste geval, qua aard en potentiële hinder gelijk te stellen met een brandweerkazerne. Op basis van de VNG-brochure blijkt dat een brandweerkazerne valt onder milieucategorie 3.1 met een bijbehorende richtafstand van 30 meter. Hierbij is geluid het maatgevende aspect. Deze richtafstand wordt aangehouden voor het politiebureau. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand gemengd gebied 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000
Conclusie: Gezien de geconstateerde verschillen tussen de richtafstanden per milieucategorie en de daadwerkelijke afstanden met de beoogde milieugevoelige functie (woningen), wordt voldaan aan de richtafstanden.
4.8
Externe Veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in het projectgebied geen sprake is van risicobronnen voor gevaarlijke stoffen. Wel vindt in de nabijheid van het projectgebied over de Hanzelijn vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Hierdoor is sprake van een plaatsgebonden risicocontour en een groepsrisico. Deze spoorlijn maakt deel uit van het Basisnet spoor. Plaatsgebonden risico In het kader van het plaatsgebonden risico is de contour waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen worden opgericht de 10-6- contour. Binnen deze contour is het ontwikkelen van beperkt kwetsbare objecten alleen onder bepaalde voorwaarden mogelijk. Voor omgevingsbesluiten die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken langs doorgaande routes van spoorwegen die deel uitmaken van het Basisnet Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege worden gelaten. Voor deze spoorlijnen gelden namelijk de veiligheidsafstanden die in de Regeling Basisnet zijn opgenomen. Uit bijlage II van de Regeling basisnet blijkt dat voor het spoortraject Weesp-Hattem de PR 10-6-contour 1 meter bedraagt.