_Ruimtelijke_onderbouwing_Grietenij_160421-totaal-klein
Tekst van het document
Voor het overige zijn er geen cultuurhistorische waarden waarmee in het plangebied rekening gehouden moet worden.
Ruimtelijke onderbouwing Grietenij
AXON Adviseurs BV
16 april 2021
24
4.11
Ecologie
Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet Natuurbescherming. De Wet natuurbescherming vervangt vanaf 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Floraen Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland, 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden en 3. Vereen-voudiging van regels. Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen en ook niet nabij Natura 2000-gebieden. De 3 dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (IJsselmeer, Markermeer & IJmeer en Oostvaardersplassen) liggen ieder op een afstand van meer dan 3 kilometer. Het aspect gebiedsbescherming geeft – gezien de aard van de ontwikkeling en de afstand tot het Natura 2000-gebied - geen belemmeringen. Soortenbescherming Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming betreft de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.
Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wil verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Kenschets projectlocatie De projectlocatie bestaat in de huidige situatie hoofdzakelijk uit gras (openbare groenvoorziening). Ter plaatse is een aantal bomen aanwezig. De gemeente Lelystad heeft een inventarisatie op de bomen uitgevoerd. Het resultaat is dat alle bomen in het plangebied (gefaseerd) zullen worden gekapt. De kapvergunning is door de gemeente reeds aangevraagd. De locatie wordt op de gemeentelijke natuurwaardenkaart aangegeven als ‘voor biodiversiteit belangrijk gebied’. Dit vanwege de aanwezigheid of sterke potentie voor één of meerdere soorten vernoemd op de Rode Lijst. In dit geval gaat het om het Bruin Blauwtje (een grasvlinder). Bij de inrichting van het projectgebied wordt rekening met deze soort gehouden door voldoende bloemrijk grasland toe te voegen. Resultaten quickscan Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een quick-scan uitgevoerd (zie bijlage 9). Samenvattend zijn de resultaten als volgt:
Ruimtelijke onderbouwing Grietenij
AXON Adviseurs BV
16 april 2021
25
Natura 2000 De ingreep leidt niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden en heeft ook geen significant verstorend effect op de soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. NNN De ingreep vindt niet plaats binnen het NNN. Hierdoor is het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur niet van toepassing. Nadere toetsing aan NNN is niet nodig. Vogels Het struweel binnen het plangebied is mogelijk functioneel leefgebied van huismus. Wanneer dit door de werkzaamheden verdwijnt is het mogelijk dat nesten in de omgeving hun functie verliezen. Dit is overtreding van de Wet natuurbescherming artikel 3.1. In het geval het struweel verdwijnt, is het noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren naar het gebruik van het plangebied door huismus. Voor de mogelijk aanwezige soorten broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.1, lid 1 en 2. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli.
Wanneer niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden, moet het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden door een deskundige op het gebied van beschermde soorten onderzocht worden op de aanwezigheid van broedgevallen. Ook is het dan aan te raden het aanwezige snoeiafval en de vegetatie binnen het werkterrein (ruim) voor het broedseizoen te verwijderen, om de kans op broedgevallen binnen het plangebied te beperken. Het is niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedende vogels. Conclusie Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De bomen worden buiten het broedseizoen gekapt (de gemeente Lelystad beschikt over een kapvergunning). Het struweel rondom het transformatorhuisje blijft intact.
4.12
Kabels en leidingen
Volgens het bestemmingsplan zijn in het plangebied geen kabels en leidingen aanwezig die een planologische belemmering met zich meebrengen. Wel moet voor de positionering van de nieuwbouw rekening worden gehouden met de bestaande kabels en leidingen. De in het projectgebied aanwezige kabels zijn geïnventariseerd en op kaart weergegeven. Een groot aantal kabels en leidingen liggen exact op de locatie van het nieuw te realiseren gebouw. Deze kabels en leidingen zullen worden verlegd. In het projectgebied staat een transformatorgebouw. Deze blijft vooralsnog gehandhaafd.
Ruimtelijke onderbouwing Grietenij
AXON Adviseurs BV
16 april 2021
26
Ruimtelijke onderbouwing Grietenij
AXON Adviseurs BV
16 april 2021
27
5. UITVOERBAARHEID Een wettelijk onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing is om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van het project. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Via de uitgebreide procedure van de omgevingsvergunning zal de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn verschillende wettelijke momenten waar op de plannen kan worden gereageerd. De initiatiefnemer ziet het verder als haar eigen verantwoordelijkheid om de omwonenden op de gebruikelijke wijze tijdig over de plannen te informeren. Door Centrada wordt – in afstemming met de gemeente Lelystad - een communicatieplan opgesteld, zodat een zorgvuldige communicatie met de omgeving wordt geborgd. De huidige bewoners van de Grietenij ontvangen een informatiebrief, voordat de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt ingediend. Ook worden inwoners via een persbericht op de hoogte gesteld. De gemeente Lelystad draagt zorg voor de communicatie rondom de totale gebiedsontwikkeling Campus Midden en ook met de andere nabijgelegen functies zoals het politiebureau en de basisschool de Zevenster. Procedure omgevingsvergunning Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Daarna wordt de ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen.
Eenieder wordt in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. De ingekomen zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming over het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Aangetoond moet worden dat het project economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en het kostenverhaal. Financiële haalbaarheid De gronden zijn in eigendom van de gemeente Lelystad. Via een koop- ontwikkelingsovereenkomst worden de gronden aan Centrada overgedragen. De planontwikkelingskosten voor het project zijn voor rekening van Centrada. De gemeente legt het gehele openbaar gebied aan. Centrada legt de parkeerplaatsen aan, en blijft vervolgens ook eigenaar van de parkeerplaatsen. Kostenverhaal Het project voorziet in de bouw van meerdere woningen. In de Wet ruimtelijke ordening is opgenomen dat voor dergelijke bouwplannen in verband met het kostenverhaal van de gemeente, een exploitatieplan moet worden vastgesteld. Omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is (via de koop-ontwikkelingsovereenkomst), is het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.
Ruimtelijke onderbouwing Grietenij
AXON Adviseurs BV
16 april 2021
28
6. EINDCONCLUSIE De algehele conclusie van deze ruimtelijke onderbouwing is dat de bouw van een appartementencomplex van 27 woningen op locatie Grietenij vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is.
Ruimtelijke onderbouwing Grietenij
AXON Adviseurs BV
16 april 2021
29
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9
Stedenbouwkundig matenplan Aanzichten gevels Impressie van gevels Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Stikstofberekening Bodemonderzoek Quickscan trillingshinder Uitgangspunten Waterschap t.b.v. de watertoets Quickscan flora en fauna
Bijlage 1 Stedenbouwkundig matenplan
1-33
Legenda Plangrens CM.1 Gebouw A
4-38
8.00
Meetlijn met maten in meters
10.70
As weg met maten in meters
Parkeren
1-58
Aspunt
Grietenij 12
X=161028.9678 Y=501365.7310
Coördinaat Aspunt Voorkeurslocatie nutskasten (Ziggo). Algemeen: nutskasten 3.0 meter op rol plaatsen tegen de erfgrens aan. Verkoop grond t.b.v. bebouwing, totaal ± 706m² Ontwikkelmarge t.b.v. uitgifte balkons op begane grond. oppervlakte ± 347 m²
R9
Verkoop grond t.b.v. parkeren, totaal ± 783m²
19 3.
2.75
X=161019.9750 Y=501370.7801 X=161026.8913 Y=501368.1610
X=160984.8498 Y=501368.6204
7. 05
35.19
2.75
Aantal parkeerplaatsen buitenruimte, per parkeerplaats min. 2,50 x 5,00 meter (BxL), met instandhoudingsplicht, uitvoering volgens opgave gemeente
45
X=161029.1446 Y=501365.9078
Kadastrale gegevens
O 5922 2.75
X=161008.3834 Y=501352.5362
22.50
Entreezijde van de woningen
2.75 X=160985.9260 Y=501351.1526
Aantal woningen gebouw A
28
O 6441 3
3
Tracé kabels en leidingen 81.62
1-53
O 1532 X=160987.3679 Y=501327.7484
2.75
27.50
2.75
X=161014.8159 Y=501329.4395
A
Bestaand tracé t.b.v. Gas hoge druk en water Bestaande bebouwing Bestaande trafo ruimte zone geen huisaansluitingen en overige Kabels en leidingen
Grietenij 16
Ondergrondse vuilcontainer
O 2228
Taludlijnen X=160989.8690 Y=501287.1523
Indicatieve plek boom
0
10
20
30
40m
O 2229 Grietenij 17
Stedenbouwkundig Matenplan CM.1, Gebouw A, Centrada Campus Midden gebied 0.3.9 O 2113
Gemeente Lelystad Postbus 91 8200 AB Lelystad O 7259
Blad 5
1
van 1
T: 14 0320 www.lelystad.nl gemeente@lelystad.nl bladen
Dat. 15-02-21
Get. gc
Gez.
Gew.
Get.
Plot.
Archiefnr.
Gew.
Get.
d.d.
34-0.3.9-3-8780
Gek.
Schaal: 1:1000
Bijlage 2 Aanzichten gevels
1
2
3
4
5
6
7
8
A
+12080
+12080
+9060
+9060
+6040
+6040
+3020
+3020
+0
B
C
D
E
F
G
H
I
+0
GEVEL - A - ZUID GEVEL
8
7
6
GEVEL - B - OOST GEVEL
5
4
3
2
8
1
+12080
+12080
+9060
+9060
+6040
+6040
+3020
+3020
+0
+0
7
6
5
4
3
2
1
GEVEL - F - NOORD GEVEL GEVEL - C - WEST GEVEL
I
H
G
F
E
D
C
B
A
+12080
+9060
+6040
+3020
CAMPUS MIDDEN GEBOUW A DE GRIETENIJ LELYSTAD 04.5318 AANZICHTEN GEVELS DE GRIETENIJ VO-20 29-01-2021 10-02-2021 24-02-2021 Voorlopig ontwerp 1:100
Project
Projectnummer
CAMPUS MIDDEN GEBOUW A
+0
04.5318
DE GRIETENIJ LELYSTAD
Opdrachtgever
GEVEL - G - WEST GEVEL
PLEGT-VOS
DEFINITIEF
Onderdeel
Bladnummer
AANZICHTEN GEVELS
VO-20
DE GRIETENIJ Fase
Voorlopig ontwerp
Datum:
29-01-2021
Gewijzigd A:
10-02-2021
Gewijzigd D:
Schaal:
1:100
Gewijzigd B:
24-02-2021
Gewijzigd E:
Getekend: AvE Burgemeester Roelenweg 40 8021 EW Zwolle Telefoon 038 4258101 E-mail: info@famegroep.nl
Gewijzigd C:
Gewijzigd F:
Bijlage 3 Impressie van gevels
Impressie zuidoost
24 februari 2021
Voorontwerp Nieuwbouw appartementen Centrada a/d Grietenij - Campus Midden
Impressie noordoost
24 februari 2021
Voorontwerp Nieuwbouw appartementen Centrada a/d Grietenij - Campus Midden
Impressie zuidoost
24 februari 2021
Voorontwerp Nieuwbouw appartementen Centrada a/d Grietenij - Campus Midden
Impressie noordwest
24 februari 2021
Voorontwerp Nieuwbouw appartementen Centrada a/d Grietenij - Campus Midden
Vogelvlucht impressie noordwest
24 februari 2021
Voorontwerp Nieuwbouw appartementen Centrada a/d Grietenij - Campus Midden
Vogelvlucht impressie zuidwest
24 februari 2021
Voorontwerp Nieuwbouw appartementen Centrada a/d Grietenij - Campus Midden
Vogelvlucht impressie zuidoost
24 februari 2021
Voorontwerp Nieuwbouw appartementen Centrada a/d Grietenij - Campus Midden
Bijlage 4 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.
Nieuwbouw 27 appartementen Grietenij, Gemeente Lelystad Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. 15 april 2021
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Nieuwbouw 27 appartementen Grietenij, Gemeente Lelystad Opdrachtgever PlegtVos Definitief t.b.v. indiening OLO 15 04 2021 Adviseur A. van der Meer
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
AANLEIDING..................................................................................................................................... 1 1.1
Vigerend bestemmingsplan..................................................................................................... 1
1.2
Vormvrije m.e.r. beoordeling .................................................................................................. 1
1.3
Doelstelling en criteria ............................................................................................................ 2
KENMERKEN VAN HET PROJECT ...................................................................................................... 3 2.1
Ligging en begrenzing .............................................................................................................. 3
2.1
Ruimtelijke kenmerken ........................................................................................................... 4
PLAATS PROJECTGEBIED .................................................................................................................. 7 3.1
Beschrijving en omvang van het project ................................................................................. 7
3.2
Het project in relatie met haar omgeving ............................................................................... 7
MILIEUEFFECTEN ............................................................................................................................. 8 4.1
Geluid ...................................................................................................................................... 8
4.2
Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 8
4.3
Stikstof ..................................................................................................................................... 9
4.4
Bodem ..................................................................................................................................... 9
4.5
Milieuzonering....................................................................................................................... 10
4.6
Externe Veiligheid.................................................................................................................. 10
4.7
Trillingshinder ........................................................................................................................ 11
4.8
Water ..................................................................................................................................... 12
4.9
Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 14
4.10
Ecologie ................................................................................................................................. 14
4.11
Kabels en leidingen................................................................................................................ 16
CONCLUSIE .................................................................................................................................... 17
1.
AANLEIDING
Woonstichting Centrada is de initiatiefnemer van de bouw van 27 appartementen aan de Grietenij (Campus Midden) in Lelystad. Het project past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. De afwijking van een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt door middel van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.1 Vigerend bestemmingsplan De projectlocatie ligt in het bestemmingsplan Lelystad Midden West gedeeltelijk, 2013. Op de locatie gelden volgens dit bestemmingsplan drie bestemmingen: ‘Wonenwoongebouw’, ‘Gemengd’ en ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’. Ter plaatse is bebouwing volgens de bestemmingsregels niet mogelijk, vanwege het ontbreken van een bouwvlak in de beide bestemmingen. Om het beoogde bouwplan toch mogelijk te kunnen maken, dient via een omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) een afwijking van het bestemmingsplan te worden aangevraagd.
Fragment van het vigerende bestemmingsplan
Ook gelden voor de projectlocatie de volgende bestemmingsplannen: Parapluplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning Lelystad (onherroepelijk 22 september 2020). Lelystad luchthavencontouren (ontwerp 18 mei 2017). Dit plan bevat de volgende aanduidingen: o Gebiedsaanduiding vrijwaringszone – luchtvaart 2 o Maatvoering: Hoogte vrijwaringszone luchtvaart 2: 110 m o Gebiedsaanduiding milieuzone vogelaantrekkende werking Voorbereidingsbesluit Geitenhouderijen Flevoland (30 januari 2019) Voorbereidingsbesluit Tankstations Lelystad (8 oktober 2019)
1.2 Vormvrije m.e.r. beoordeling Voor besluiten en plannen die ontwikkelingen bevatten, die (mogelijk) belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de plicht voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden voor projecten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit m.e.r.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
15 april 2021
1
Bij deze ruimtelijke onderbouwing hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden. De ontwikkeling die met deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk wordt gemaakt, ligt onder de drempelwaarden zoals die genoemd zijn in het Besluit m.e.r. (onderdeel D, kolom 2). In onderdeel D, D.11.2 wordt aangegeven dat voor ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een vormvrij Mer-beoordeling dient plaats te vinden. Middels deze notitie wordt een vormvrije m.e.r.-beoordeling in het plan bijgevoegd.
1.3 Doelstelling en criteria Het doel van deze aanmeldnotitie is het analyseren in hoeverre sprake is van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Aan de hand van deze informatie kan het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor de voorgenomen activiteit een MER dient te worden opgesteld. Als uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kan het bevoegd gezag besluiten een m.e.r.procedure op te starten. Als de milieugevolgen beperkt zijn of hier in het plan goed mee kan worden omgegaan, volstaat deze vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dan afgerond en vormt een bijlage bij het ruimtelijk besluit. Een aanmeldnotitie hoeft alleen opgesteld te worden als de initiatiefnemer niet het bevoegd gezag is van de voorgenomen activiteit. De notitie moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Deze aanmeldnotitie is vormvrij, maar heeft wel een aantal inhoudelijke voorwaarden voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet aandacht worden besteed aan de volgende criteria: 1. Een beschrijving van de kenmerken van het plan. Hierbij wordt ingegaan op de aard en omvang van het plan en de ruimtelijke kenmerken.
Naast algemene kenmerken van het project gaat het hier ook om andere kenmerken, zoals de verkeersaantrekkende werking, duurzaamheid en klimaat. Deze kenmerken zijn ook noodzakelijk om uitspraken te kunnen doen over (mogelijke) belangrijke nadelige milieueffecten. 2. Een beschrijving van de plaats van het plan. In het plangebied en daarbuiten kunnen gebieden voorkomen die gevoelig zijn voor bepaalde verstoringen. Te denken valt hierbij aan kwetsbare natuurgebieden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, gebieden met bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden, etc.. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt aandacht besteed aan relevante gevoelige gebieden en locaties in de omgeving van het plan. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Door de mogelijke verstoringen van het plan in samenhang met de gevoelige gebieden en locaties in de omgeving van het plan te beschouwen zijn de potentiële effecten van het plan te bepalen. Daarbij wordt, waar mogelijk, o.a. ingegaan op het bereik van het effect, de orde van grootte en de complexiteit van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, etc. De navolgende hoofdstukken gaan in op de bovenstaande kenmerken van het plan.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
2
2.
KENMERKEN VAN HET PROJECT
2.1
Ligging en begrenzing
Het projectgebied ligt ten zuiden van het Stadshart, in Campus Midden. De ligging van het projectgebied zijn op onderstaande figuren weergegeven. Er wordt één appartementsgebouw (27 woningen) gerealiseerd met bijbehorende parkeerplaatsen en groeninrichting.
Locatie Grietenij
Ligging en indicatieve begrenzing van het projectgebied Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
3
2.1
Ruimtelijke kenmerken
Het projectgebied bevindt zich in stedelijk gebied. Het huidige projectgebied is nagenoeg onbebouwd. Het gebied heeft de functie als openbaar gebied: bestaande uit een grasveld met langzaam verkeersverbindingen en diverse beplanting en bomen. Midden op de locatie staat een transformatorgebouw (circa 3,00 m hoog).
Luchtfoto van de projectlocatie
Bestaande bebouwing ensemble De Grietenij
Energie De doelstelling voor het project is om een positieve bijdrage te leveren aan de doelstelling CO2-neutrale gemeente in 2025. Er worden geen gasaansluitingen gerealiseerd. Er wordt op de bestaande biomassacentrale aangesloten, welke zich in de nabijheid van de locatie bevindt. Omdat deze biomassacentrale uitsluitend gebruik maakt van snoeiafval, vormt dit een duurzame bron van energie. Op termijn kan deze centrale mogelijk worden vervangen door een geothermiek-bron. In het ontwikkelgebied worden voorzieningen (loze leidingen) aangelegd, zodat in de toekomst laadpalen voor elektrische auto’s kunnen worden gerealiseerd.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
4
Klimaat Als gevolg van de toename van verhard oppervlak wordt 120 m2 extra waterbuffering en waterbergend oppervlak toegevoegd in Campus Zuid. In het kader van klimaatadaptief beheer van de openbare ruimte krijgt met name de voor te stellen materialisering de nodige aandacht.
Wonen / gebouwen Per 1 januari 2021 is de BENG-eis voor nieuwbouw van toepassing (bouwbesluit). Gebouwen worden hiermee volgens de nieuwe norm ‘Bijna Energieneutraal Gebouw’ gerealiseerd. Dit is dus ook van toepassing op dit project. Dit uitgangspunt zal resulteren in zeer energiezuinige woningen met een geringe warmtebehoefte. Met betrekking tot het ontwerpen van het gebouw is in de uitvraag naar uitvoerende partijen opgenomen dat het toepassen van (aantoonbaar) duurzame materialen sterk de voorkeur verdient. Het gebouw is voorzien van zonnepanelen. Gezien de relatief geringe voetprint van het gebouw ten opzichte van het aantal woningen, voorzien deze PV-panelen primair in elektra ten behoeve van de appartementen. De PV-panelen voorzien niet in de energiebehoefte van de algemene voorzieningen (lift, algemene verlichting, etc). De woningen zijn zodanig ontworpen dat deze geschikt zijn voor een brede doelgroep. Hiermee wordt voorkomen dat, bij wijziging van doelgroep of behoefte in de toekomst, verbouwingen en aanpassingen noodzakelijk zijn. De woningen zijn zoveel mogelijk ontworpen volgens de kwaliteitseisen van WoonKeur. De onderwerpen ‘duurzaam bouwen’ en ‘klimaatneutraal ontwerpen’ worden in de uitvraag aan uitvoerende partijen opgenomen. Deze aspecten dienen daarmee in de door uitvoerende partijen in te dienen voorstellen aan de orde te komen.
Verkeer De ontsluiting van de Grietenij voor auto’s gebeurt via twee ontsluitingslussen, een aan de westzijde vanaf de Middendreef en een aan de westzijde die aantakt op de Gordiaandreef en de Zuigerplasdreef. Beide dreven zijn belangrijke doorgaande wegen in Lelystad, zowel voor het autoverkeer als het openbaar vervoer. Met de ontwikkeling van 27 appartementen zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting zeer licht toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Voor de berekening van de verkeersaantrekkende werking zijn de kentallen van het CROW gebruikt. Op basis van de berekeningen wordt een extra verkeersgeneratie van 75 verkeerbewegingen per etmaal verwacht (2,8 x 27). De omliggende wegen hebben ruim voldoende capaciteit om deze toename op te vangen.
Afval en grondstoffen Uitgangspunt is het zoveel mogelijk gescheiden inzamelen van afval, e.e.a. conform het vigerende beleid van de gemeente Lelystad. Hiermee zal bij de inrichting van het omliggende terrein rekening mee worden gehouden. De gemeente draagt zorg voor het plaatsen van ondergrondse containers.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
5
Met betrekking tot de bouw van de opstallen zal aan de inschrijvende uitvoerende partijen worden verzocht in de voorstellen aandacht te besteden aan het zoveel mogelijk voorkomen c.q. minimaliseren van de afvalstromen (zowel tijdens de bouw als bij de toekomstige sloop), waarbij tevens wordt gestreefd naar hergebruik van deze materialen (van afval naar grondstof). Doel hierbij is het zoveel als mogelijk sluiten van de grondstoffenkringloop.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
6
3. PLAATS PROJECTGEBIED 3.1
Beschrijving en omvang van het project
Het plan betreft de bouw van een appartementengebouw van 27 woningen en de aanleg van de bijbehorende parkeergelegenheid en groeninrichting. Het projectgebied heeft een omvang van ca. 2.000 m2.
3.2
Het project in relatie met haar omgeving
Gevoelige gebieden nabij het projectgebied Het projectgebied ligt in bestaand stedelijk gebied. Het is niet gelegen in een bijzonder gebied ten aanzien van zeer natte wetlands, kustgebieden of bosgebieden. Er is geen sprake van reservaten of natuurparken, ook is het niet dicht bevolkt. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied, Nationale parken, Natuur Netwerk Nederland of stiltegebieden. Het plangebied is niet gelegen in een bodem- of grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied maakt geen deel uit van het Provinciaal Archeologisch en Aardkundig kerngebied (Park) of een Top-10 archeologische locatie.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
7
4.
MILIEUEFFECTEN
Voor de beoogde herontwikkeling zijn in de ruimtelijke onderbouwing de milieuaspecten nader beoordeeld en/of onderzocht. De resultaten daarvan zijn in dit hoofdstuk opgenomen. Per milieuaspect is in het groene kader samengevat of er wel / geen sprake is van nadelige milieueffecten.
4.1
Geluid
Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de wettelijke geluidsnormen. Industrielawaai Het project heeft geen consequenties in verband met industrielawaai en voorziet niet in de wijziging van een geluidzone in de zin van de Wet geluidhinder. Spoorweglawaai Voor de Hanzelijn geldt er een vastgestelde geluidzone van 500 meter aan weerszijden van het spoor. Het projectgebied ligt binnen deze geluidzone, op 110 meter vanaf de Hanzelijn. Gezien de afstand en de situering van het project achter een bestaand woongebouw, wordt ervan uitgegaan dat voor spoorweglawaai wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB(Lden). Wegverkeerslawaai Het projectgebied ligt aan een wijkontsluiting en woonerfontsluitingsweg waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben geen wettelijke geluidzone. De meest dichtbijgelegen dreven zijn de Middendreef en de Gordiaandreef. Beide dreven hebben vier rijstroken. Overeenkomstig artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft deze dreven een geluidzone (aandachtsgebied voor geluid) van 350 meter aan weerszijden van de weg. Het projectgebied ligt op circa 80 meter van de Middendreef en 124 m vanaf de Gordiaandreef. Het projectgebied ligt daarmee binnen de wettelijke geluidszones. In het geldende bestemmingsplan zijn voor het wegverkeer op de dreven geluidsberekeningen en bijbehorende contouren opgenomen.
Gezien de ligging van gebouw A buiten de 48 dB contour wordt ervan uitgegaan dat dit project aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldoet. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4.2
Luchtkwaliteit
Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de Wet milieubeheer. Voor het aspect luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer van kracht. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
8
Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het projectgebied een gemiddelde fijnstof concentratie (PM10) van 18 μg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 13 μg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 μg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Er is dus geen sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden. Met de ontwikkeling van deze locatie worden 27 woningen toegevoegd. Dit project valt onder de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (luchtkwaliteitseisen) en draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
4.3
Stikstof
Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de Natuurbeschermingswet.
Projecten of handelingen (zoals bijvoorbeeld vestiging/uitbreiding van een bedrijf of een woningbouwplan) kunnen vergunningplichtig zijn in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze activiteiten kunnen stikstofdepositie veroorzaken ter plaatse van gevoelige habitattypes in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor het onderhavige project moet aangetoond worden of er negatieve effecten in het kader van de Wnb beschermde gebieden zullen optreden. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. In januari 2021 is de berekening stikstofdepositie voor onderhavig project uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
4.4
Bodem
Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit. Het beleid ten aanzien van de bodemkwaliteit is op nationaal niveau vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam bodembeheer. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Om deze vragen te beantwoorden is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
9
Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de beoogde functie(s). In februari 2021 heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. De conclusies zijn als volgt: In de grond zijn voor de geanalyseerde parameters geen verhoogde gehalten (t.o.v. de achtergrondwaarde) aangetoond. In het grondwater is voor tolueen een concentratie boven de streefwaarde gemeten. De oorsprong van de licht verhoogd gemeten concentratie aan tolueen is onbekend. Voor de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde concentraties (t.o.v. de streefwaarde) aangetoond. De licht verhoogd gemeten concentratie aan tolueen geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten worden, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen belemmeringen verwacht ten aanzien de voorgenomen nieuwbouwplannen.
4.5
Milieuzonering
Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de landelijke richtlijnen voor milieuzonering en de Wet milieubeheer. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Voor deze afstemming wordt de basiszoneringslijst van de VNG-brochure ’Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gehanteerd. Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten Ten zuiden van het projectgebied bevinden zich kantoren. In de nabije omgeving van het projectgebied bevinden zich twee bedrijventerreinen (Tjalk en Middendreef). Op beide terreinen zijn bedrijven met een milieucategorie 1 of 2 toegestaan. Gezien de lage milieucategorieën en de afstand van minimaal 160 m tot het projectgebied wordt voldaan aan de richtafstanden. Transformatorgebouw In het projectgebied staat een transformatorgebouw. Op basis van het elektrisch vermogen geldt volgens de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' een richtafstand van 10 meter voor transformatorgebouwen t/m 1 MVA van de inrichtingsgrens tot een gevoelig object. Aan deze afstand wordt voldaan.
4.6
Externe Veiligheid
Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de wetgeving op het gebied van externe veiligheid.
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
10
In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in en in de omgeving van het projectgebied geen sprake is van risicobronnen voor gevaarlijke stoffen. Wel vindt over de Hanzelijn vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Hierdoor is sprake van een plaatsgebonden risicocontour en een groepsrisico. Deze spoorlijn maakt deel uit van het Basisnet spoor. Voor de Hanzelijn geldt een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) van 1 meter. Op grond van het aantal transporten C3 is ook een PAG aanwezig. Geconcludeerd wordt dat deze veiligheidsafstanden op grond van de ruimtelijke scheiding tussen spoor en plangebied geen belemmering opleveren voor de planontwikkeling. Naast het plaatsgebonden risico is de hoogte van het groepsrisico een aandachtspunt bij de planvorming. Ter plaatse van het plangebied wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Verder worden in het projectgebied geen ontwikkelingen voorgesteld die invloed hebben op externe veiligheidsrisico’s. Vanuit de externe veiligheid bestaan geen uitgangspunten en belemmeringen voor het project. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.
4.7
Trillingshinder
Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de geldende richtlijnen voor trillingshinder. In Nederland bestaat geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Wel dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden afgewogen indien een trillingsbron aanwezig is. ProRail adviseert doorgaans indicatief onderzoek te doen naar de te verwachten trillingsniveaus, waarbij specifiek wordt gekeken naar de locatie en de bouwkarakteristiek van de te realiseren woningen. Als de te verwachten trillingsniveaus groter zijn dan de na te streven waarden zoals aangegeven in de Richtlijn deel B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouw-research (SBR), dan zouden eisen / maatregelen in de uitwerking van het plan kunnen worden overwogen aan de woningen. Trillingsbronnen In het projectgebied De Grietenij worden geen nieuwe trillingsbronnen toegevoegd. Een indicatief onderzoek naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor omliggende trillingsgevoelige functies is derhalve niet noodzakelijk. Trillingsgevoelige functies Bij trillingsgevoelige gebouwen gaat het bijvoorbeeld om woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, en kinderdagverblijven.
In dit bestemmingsplan worden nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Spoorwegverkeer kan trillingen in de bodem veroorzaken.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
11
Doordat de trillingen zich verder in de bodem verspreiden, kunnen gebouwen en personen in de omgeving daar hinder van ondervinden. Het projectgebied De Grietenij ligt in de nabijheid van het tracé van de Hanzelijn, de spoorlijn van Lelystad naar Zwolle. Het gebouw ligt op een indicatieve afstand van circa 125 m ten opzichte van het spoor. In de ‘Handreiking Nieuwbouw en spoortrillingen’ (mei 2019, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) wordt geadviseerd om voor ontwikkelingen die op minder dan 100 meter van het spoor liggen, onderzoek naar trillingshinder uit te voeren. Volgens de handreiking geldt dat appartementencomplexen trillingsgevoelig kunnen zijn. De mate waarin, is afhankelijk van de grootte van het gebouw. Over het algemeen zijn bij appartementencomplexen (middel)zware funderingen en een stijve draagconstructie te verwachten. Resultaten onderzoek In februari 2021 is een quickscan naar trillingshinder uitgevoerd. De uitgevoerde quickscan geeft aan dat er op de bouwlocatie De Grietenij een verwaarloosbaar risico met betrekking tot spoortrillingen is. De afstand van het dichtstbij het spoor liggende bouwblok A is met 125 m zeer groot en trillingssterkten in de bodem (op maaiveld) zijn op deze afstand al gezakt onder de voelbaarheidsgrens. Alleen goederentreinen zijn op deze afstand hooguit nog enigszins meetbaar.
Reizigerstreinen zullen op deze afstand niet te onderscheiden zijn van het achtergrondniveau en de invloeden van het overige wegverkeer. Specifiek trilgedrag (resonanties) van de gebouwconstructie zal geen dusdanige invloed hebben dat trillingssterkten in de appartementen tijdens de goederentreinpassages tot boven de streefwaarde uit de SBR-B voor de nachtperiode uitstijgen. Conclusie Hiermee wordt voldaan aan de SBR-B. Er is dan ook geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek met betrekking tot trillingen.
4.8
Water
Conform het Bro is de watertoets uitgevoerd. Er is sprake van een compensatieverplichting als gevolg van de toename van verharding. Deze compensatie wordt uitgevoerd. Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijn de waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. Het projectplan is op 8 januari 2021 digitaal aangemeld bij het Waterschap Zuiderzeeland.. Daaruit is gebleken dat voor het plan de normale procedure van toepassing is.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
12
Over de afstemming over de riolering en de benodigde watercompensatie heeft tussen initiatiefnemer en het waterschap op 9 april 2021 telefonische afstemming plaatsgevonden. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie water-thema's 'Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water'. Thema 1: Veiligheid Veiligheid - primaire waterkeringen op orde Het projectgebied ligt niet buitendijks. Het projectgebied ligt niet in een keurzone van de waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema 2: Voldoende water Wateroverlast Als met een ontwikkeling binnen het stedelijk gebied sprake is van een netto toename van meer dan 750 m², dan dienen – om wateroverlast in de toekomst te voorkomen compenserende maatregelen te worden getroffen (=6% van het totaal aan netto toename van het verhard oppervlak). Het bestaande projectgebied bestaat overwegend uit grasveld, met daaraan ondergeschikt voetpad- en wegverharding. Met de realisatie van de nieuwbouw is per saldo sprake van een toename van de verharding. De toename bestaat uit een de realisatie van bebouwing, de aanleg van bestrating en parkeerplaatsen. In totaal neemt de totale verharding toe met circa 2.000 m2.
Volgens de uitgangspunten van het waterschap dient de watercompensatie 6% van de toename aan verharding te zijn. Dit betekent dat er een wateroppervlak van 120m2 wordt toegevoegd, ten behoeve van de extra waterbuffering en waterbergend oppervlak. Deze compensatie wordt gerealiseerd in het gebied Campus Zuid. In het kader van klimaatadaptief beheer van de openbare ruimte krijgt met name de voor te stellen materialisering de nodige aandacht. Bijvoorbeeld de toepassing van waterdoorlatende bestratingen/verhardingen ten behoeve van de parkeerplaatsen. Goed functionerend watersysteem Met de ontwikkeling van het project zijn geen aanpassingen aan het bestaande watersysteem of de toevoeging van nieuw stedelijk water aan de orde. Er is geen sprake van het aanbrengen van nieuwe waterelementen, duikers en/of andere kunstwerken. Anticiperen op watertekort Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Ten behoeve van de planontwikkeling is geen bronnering van grondwater nodig.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
13
Er wordt in het plan geen gebruikt gemaakt van bodemenergie, ofwel warmte koude opslag. Bij deze planontwikkeling zal geen grondwater worden onttrokken ten behoeve van beregening, veedrenking of bedrijfsmatige toepassingen. Thema 3: Schoon Water Goede structuurdiversiteit en oppervlaktewaterkwaliteit Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Er wordt geen nieuw water in het plangebied toegevoegd en/of er wordt geen water gedempt. Daarmee gelden voor dit projectgebied geen eisen voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit en het chemisch en ecologisch functioneren van water. Goed omgaan met afvalwater In het gebied is een gescheiden rioolstelsel aanwezig. Het project wordt op dit stelsel aangesloten. In het project worden geen uitlogende materialen gebruikt.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de Monumentenwet en het provinciale en gemeentelijk beleid. Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg als onderdeel van de Monumentenwet in werking getreden. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. In het bestemmingsplan Lelystad Midden-West (gedeeltelijk) is geconcludeerd dat in het plangebied geen sprake is van Provinciale Archeologische en Aardkundige Kerngebieden (PArK'en), archeologische aandachtsgebieden en top 10-locaties. Daarnaast heeft het plangebied een lage verwachtingswaarde voor archeologische vondsten. In het bestemmingsplan is geen dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie’ opgenomen. Voldaan wordt aan het gemeentelijke beleid “Archeologische monumentenzorg in Lelystad. Nader onderzoek is niet nodig. Cultuurhistorie Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen.
De inrichting van dit terrein en het ontwerp van het gebouw voldoen aan de gestelde stedenbouwkundige en architectonische randvoorwaarden, passend bij de karakteristieke kenmerken van de stedenbouwkundige structuur van Campus Midden. Voor het overige zijn er geen cultuurhistorische waarden waarmee in het plangebied rekening gehouden moet worden.
4.10
Ecologie
Geen sprake van nadelige milieueffecten. Het project voldoet aan de Wet natuurbescherming.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
14
Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wet Natuurbescherming. De Wet natuurbescherming vervangt vanaf 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Floraen Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland, 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden en 3. Vereenvoudiging van regels. Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen en ook niet nabij Natura 2000-gebieden. De 3 dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (IJsselmeer, Markermeer & IJmeer en Oostvaardersplassen) liggen ieder op een afstand van meer dan 3 kilometer. Het aspect gebiedsbescherming geeft – gezien de aard van de ontwikkeling en de afstand tot het Natura 2000-gebied - geen belemmeringen. Soortenbescherming Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming betreft de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.
Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wil verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Kenschets projectlocatie De projectlocatie bestaat in de huidige situatie hoofdzakelijk uit gras (openbare groenvoorziening). Ter plaatse is een aantal bomen aanwezig. De gemeente Lelystad heeft een inventarisatie op de bomen uitgevoerd. Het resultaat is dat alle bomen in het plangebied (gefaseerd) zullen worden gekapt. De kapvergunning is door de gemeente reeds aangevraagd. De locatie wordt op de gemeentelijke natuurwaardenkaart aangegeven als ‘voor biodiversiteit belangrijk gebied’. Dit vanwege de aanwezigheid of sterke potentie voor één of meerdere soorten vernoemd op de Rode Lijst. In dit geval gaat het om het Bruin Blauwtje (een grasvlinder). Bij de inrichting van het projectgebied wordt rekening met deze soort gehouden door voldoende bloemrijk grasland toe te voegen. Resultaten quickscan Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een quick-scan uitgevoerd.
Samenvattend zijn de resultaten als volgt: Natura 2000 De ingreep leidt niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden en heeft ook geen significant verstorend effect op de soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
15
NNN De ingreep vindt niet plaats binnen het NNN. Hierdoor is het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur niet van toepassing. Nadere toetsing aan NNN is niet nodig. Vogels Het struweel binnen het plangebied is mogelijk functioneel leefgebied van huismus. Wanneer dit door de werkzaamheden verdwijnt is het mogelijk dat nesten in de omgeving hun functie verliezen. Dit is overtreding van de Wet natuurbescherming artikel 3.1. In het geval het struweel verdwijnt, is het noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren naar het gebruik van het plangebied door huismus. Voor de mogelijk aanwezige soorten broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.1, lid 1 en 2. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli. Wanneer niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden, moet het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden door een deskundige op het gebied van beschermde soorten onderzocht worden op de aanwezigheid van broedgevallen.
Ook is het dan aan te raden het aanwezige snoeiafval en de vegetatie binnen het werkterrein (ruim) voor het broedseizoen te verwijderen, om de kans op broedgevallen binnen het plangebied te beperken. Het is niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedende vogels. Conclusie Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De bomen worden buiten het broedseizoen gekapt (de gemeente Lelystad beschikt over een kapvergunning). Het struweel rondom het transformatorhuisje blijft intact.
4.11
Kabels en leidingen
Geen sprake van nadelige milieueffecten.
Volgens het bestemmingsplan zijn in het plangebied geen kabels en leidingen aanwezig die een planologische belemmering met zich meebrengen. Wel moet voor de positionering van de nieuwbouw rekening worden gehouden met de bestaande kabels en leidingen. De in het projectgebied aanwezige kabels zijn geïnventariseerd en op kaart weergegeven. In het projectgebied staat een transformatorgebouw. Dit transformatorgebouw blijft vooralsnog gehandhaafd.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
16
5. CONCLUSIE Gelet op de kenmerken van het project, de locatie en de kenmerken van de potentiële significante effecten, wordt geconcludeerd dat met de realisatie van het project geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de verdere planontwikkeling en de ruimtelijke procedure is geen milieueffectrapport noodzakelijk conform het vigerende Besluit milieueffectrapportage. Aan het bevoegd gezag wordt verzocht om dit besluit als zodanig vast te stellen.
===
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Grietenij
AXON Adviseurs BV
14 april 2021
17
Bijlage 5 Stikstofberekening
AERIUS-Berekening
Campus Midden, gebouw A Grietenij, Lelystad
Januari 2021
Status: Definitief
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
AERIUS BEREKENING CAMPUS MIDDEN, GEBOUW A LELYSTAD GRIETENIJ, LELYSTAD
Auteur: Opdrachtgever: Status: Datum:
Mevr. K.J. Kloeze Plegt-Vos Definitief Januari 2021
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1
INLEIDING .................................................................................. 4
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING ..................................................... 5
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ............................................................................. 7 3.1 3.2 3.3
Algemeen ............................................................................................................................................... 7 Aanlegfase ............................................................................................................................................. 7 Gebruiksfase .......................................................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
RESULTATEN & CONCLUSIE ...........................................................10
Aanlegfase ........................................................................................................................................... 10 Gebruiksfase ........................................................................................................................................ 10 Conclusie.............................................................................................................................................. 10
BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING .....................................................................11 Bijlage 1 Bijlage 2
Rekenresultaten aanlegfase........................................................................................................ 11 Rekenresultaten gebruiksfase..................................................................................................... 12
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
AERIUS Berekening Campus Midden, gebouw A, Grietenij 16, Lelystad Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Initiatiefnemer is voornemens om aan de Grietenij een zestal appartementengebouwen te realiseren over verschillende fases. Deze AERIUS-berekening heeft betrekking op één gebouw welke gerealiseerd zal worden aan de Grietenij 16 in Lelystad. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied (rode ster) ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging project gebied (Bron: PDOK)
In het kader van het voornemen is inzicht in de te verwachten effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2020. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
AERIUS Berekening Campus Midden, gebouw A, Grietenij 16, Lelystad Definitief
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Initiatiefnemer is voornemens om een nieuw appartementsgebouw te realiseren. Het gebouw wordt met het cijfer A aangegeven en is oranje omcirkeld in afbeelding 2.1. het gaat in totaal om 28 appartementen verdeeld over vier bouwlagen. In afbeelding 2.2 zijn de plattegronden van de vier bouwlagen opgenomen. In het appartementengebouw worden drie verschillende soorten appartementen gerealiseerd van verschillende groottes. Er komen 22 appartementen met een oppervlakte van 67 m2, 4 appartementen met een oppervlakte van 80 m2 en 2 appartementen van 90 m2. De appartementen worden gebouwd volgens het ‘HuisvanU’ principe. Dit betekent dat het appartementengebouw in prefab delen wordt aangeleverd op locatie, waardoor de bouwtijd aanzienlijk verkort.
Afbeelding 2.1
inrichtingstekening Grietenij (Bron: Plegt-Vos)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
AERIUS Berekening Campus Midden, gebouw A, Grietenij 16, Lelystad Definitief
Afbeelding 2.2
Plattegronden Begane grond (linksboven), 1e verdieping (rechtsboven), 2e verdieping (linksonder), 3e verdieping (rechtsonder) (Bron: Plegt-Vos)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
AERIUS Berekening Campus Midden, gebouw A, Grietenij 16, Lelystad Definitief
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN 3.1
Algemeen
Het projectgebied bevindt zich op circa 22,4 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied ‘De Veluwe’. Om de stikstofdepositie van het voornemen op Natura 2000-gebieden te bepalen zijn twee berekeningen gemaakt, namelijk: een berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en als gevolg van de gebruiksfase. Hieronder worden de uitgangspunten per fase toegelicht.
3.2
Aanlegfase
3.2.1
Algemeen
Binnen de aanlegfase is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2. 3.2.2
Verkeersgeneratie bouwverkeer; Realisatie voornemen. Verkeersgeneratie
De realisatie van het voornemen heeft een tijdelijke toename van vervoersbewegingen tot gevolg, namelijk door de komst van het personeel (bouwvakkers en aannemers) en de aan- en afvoer van bouwmateriaal en bouwafval. Dit heeft tijdelijke stikstofuitstoot tot gevolg. In de AERIUS-berekening is ervan uitgegaan dat de onderstaande verkeersbewegingen tijdens de bouwperiode van 1 jaar gaan plaatsvinden: Type verkeer
Aantal voertuigen
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
900 180 180
Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) 1.800 360 360
De vorenstaande gegevens zijn kencijfers verkregen van initiatiefnemer. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van de bouwlocatie, van uitgegaan dat het bouwverkeer het projectgebied bereikt en verlaat via de Grietenij richting de A6. Ter hoogte van de rotonde met de Larsedreef gaat het bouwverkeer op in het heersende verkeersbeeld.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
AERIUS Berekening Campus Midden, gebouw A, Grietenij 16, Lelystad Definitief
3.2.3
Bouwactiviteiten
De realisatie van het voornemen heeft een tijdelijke toename van stikstof tot gevolg, namelijk door d e inzet van werktuigen. In voorliggend geval zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Type werktuig
Graafmachine (bouwjaar vanaf 2014) Heistelling (bouwjaar vanaf 2014) Hijskraan (bouwjaar vanaf 2014) totaal
Aantal project uren
Vermogen (KW)
Belasting (%)
Emissiefactor (kg/kWh)
Emissie
NOx
NH3
NOx
NH3
120
200
bouwwerkzaamheden 69 0,8
0,00241
13,25
0,03991
80
250
69
1,0
0,00276
13,80
0,03809
420
200
69
1,0
0,00276
57,96
0,15997
85,05
0,20797
Kenmerken van werktuigen in de berekening betreffen default-waarden die zijn opgenomen in de AERIUScalculator, met uitzondering van de kenmerken van een heistelling. Deze zijn niet opgenomen in de calculator. Voor dit kenmerk zijn waarden aangehouden die gebaseerd zijn op gelijksoortige werktuigen. De vorenstaande gegevens zijn afkomstig van initiatiefnemer. In totaal is in de berekening rekening gehouden met een NOx emissie afgerond van 85,05 kg/jaar en een afgeronde NH3 emissie van 0,21 kg/jaar.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
AERIUS Berekening Campus Midden, gebouw A, Grietenij 16, Lelystad Definitief
3.3
Gebruiksfase
3.3.1
Algemeen
3.3.2
appartementen
Doordat de woningen gasloos worden gebouwd, is ten aanzien van het gebruik van de woningen zelf geen sprake van stikstofemissies en deposities op Natura 2000-gebieden. De woningen zelf bevatten daarmee geen stationaire bronnen die NOx of NH3 emitteren en zijn dan ook neutraal (zonder emissies) gemodelleerd in de AERIUS-berekening. 3.3.3
Verkeersgeneratie
De te realiseren appartementen brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • •