CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

_Ruimtelijke_onderbouwing_Grietenij_160421-totaal-klein

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 193. VVGB Grietenij Centrada Campus Midden Blok A18.466 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nieuwbouw 27 appartementen Grietenij, Gemeente Lelystad Ruimtelijke onderbouwing 16 april 2021

Ruimtelijke onderbouwing Nieuwbouw 27 appartementen Grietenij, Gemeente Lelystad Opdrachtgever PlegtVos Definitief t.b.v. indiening OLO 26 02 2021 Aangepast n.a.v opmerkingen 16 04 2021 Adviseur A. van der Meer

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

INLEIDING ........................................................................................................................................ 1 1.1

Ligging en begrenzing projectgebied....................................................................................... 1

1.2

Vigerend bestemmingsplan..................................................................................................... 2

1.3

Procedure ................................................................................................................................ 3

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................................ 3

OMSCHRIJVING PROJECT................................................................................................................. 4 2.1

Huidige ruimtelijke situatie Campus Midden .......................................................................... 4

2.2

Huidige situatie projectgebied ................................................................................................ 4

2.3

Uitgangspunten voor de ontwikkeling .................................................................................... 5

2.4

Stedenbouwkundig ontwerp ................................................................................................... 6

2.5

Volume en woningbouwprogramma ...................................................................................... 7

2.6

Duurzaamheid ......................................................................................................................... 8

2.7

Parkeerberekening .................................................................................................................. 9

2.8

Welstand en beeldkwaliteit................................................................................................... 10

BELEIDSKADER ............................................................................................................................... 11 3.1

Rijk ......................................................................................................................................... 11

3.2

Provincie ................................................................................................................................ 15

3.3

Gemeente .............................................................................................................................. 16

OMGEVINGSASPECTEN ................................................................................................................. 18 4.1

Milieueffectrapportage ......................................................................................................... 18

4.2

Geluid .................................................................................................................................... 18

4.3

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 19

4.4

Stikstof ................................................................................................................................... 19

4.5

Bodem ................................................................................................................................... 19

4.6

Milieuzonering....................................................................................................................... 20

4.7

Externe Veiligheid.................................................................................................................. 20

4.8

Trillingshinder ........................................................................................................................ 21

4.9

Water ..................................................................................................................................... 22

4.10

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 24

4.11

Ecologie ................................................................................................................................. 25

4.12

Kabels en leidingen................................................................................................................ 26

5.

6.

UITVOERBAARHEID........................................................................................................................ 28 5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 28

5.2

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 28

EINDCONCLUSIE ............................................................................................................................ 29

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Stedenbouwkundig matenplan Aanzichten gevels Impressie van gevels Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Stikstofberekening Bodemonderzoek Quickscan trillingshinder Uitgangspunten Waterschap t.b.v. de watertoets Quickscan flora en fauna

1.

INLEIDING

Woonstichting Centrada is voornemens om aan de Grietenij (Campus Midden) 27 appartementen te realiseren. Het project past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. In overleg met de gemeente Lelystad is besloten om het gebouw door middel van een zelfstandige (uitgebreide) omgevingsvergunningsprocedure mogelijk te maken. Voor deze procedure is een ruimtelijke onderbouwing van de nieuwbouw noodzakelijk. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet daarin.

1.1 Ligging en begrenzing projectgebied Het projectgebied ligt ten zuiden van het Stadshart, in Campus Midden. De ligging en de begrenzing van het projectgebied zijn op onderstaande figuren weergegeven.

Locatie Grietenij

Ligging van het projectgebied in Lelystad

Gordiaandreef

Middendreef

Politiebureau

Scholengemeenschap De Rietlanden

Kantoor Sportvelden

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

1

Begrenzing van het projectgebied

1.2 Vigerend bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling past niet in het huidige bestemmingsplan dat voor deze locatie geldt (Lelystad Midden West gedeeltelijk, 2013). Op de locatie gelden volgens dit bestemmingsplan drie bestemmingen: ‘Wonen-woongebouw’, ‘Gemengd’ en ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’. Ter plaatse is bebouwing volgens de bestemmingsregels niet mogelijk, vanwege het ontbreken van een bouwvlak in de beide bestemmingen. Om het beoogde bouwplan toch mogelijk te kunnen maken, dient via een omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) een afwijking van het bestemmingsplan te worden aangevraagd.

Fragment van het vigerende bestemmingsplan Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

2

Ook gelden voor de projectlocatie de volgende bestemmingsplannen: Parapluplan Algemene regels woningsplitsing en kamerbewoning Lelystad (onherroepelijk 22 september 2020). Lelystad luchthavencontouren (ontwerp 18 mei 2017). Dit plan bevat de volgende aanduidingen: o Gebiedsaanduiding vrijwaringszone – luchtvaart 2 o Maatvoering: Hoogte vrijwaringszone luchtvaart 2: 110 m o Gebiedsaanduiding milieuzone vogelaantrekkende werking Voorbereidingsbesluit Geitenhouderijen Flevoland (30 januari 2019) Voorbereidingsbesluit Tankstations Lelystad (8 oktober 2019)

1.3 Procedure De afwijking van een bestemmingsplan (hierna omgevingsvergunning) wordt mogelijk gemaakt door middel van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.4 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

3

2. OMSCHRIJVING PROJECT 2.1

Huidige ruimtelijke situatie Campus Midden

De zone met bovenwijkse voorzieningen ten zuiden van het stadshart wordt Campus genoemd. De Campus kenmerkt zich door een parkachtig autoluw gebied, met alzijdige gebouwen van een grote korrel.

Kenmerkende elementen in de omgeving van het projectgebied

Kenmerkend voor het gebied is dat de bestaande bebouwing overwegend zorgvuldig en alzijdig is ontworpen. Daarnaast is er veel openbare ruimte en groen. Waardevol zijn de aaneengesloten groene ruimtes met fietsverbindingen door het gebied. Het gebied heeft een paar kenmerken die ertoe leiden dat een heroriëntatie op de invulling van de bebouwing en inrichting in het gebied noodzakelijk is. Zo zijn er kansen om de samenhang tussen de gebouwen onderling te verbeteren. Ook vormen het parkeren, de toename van verharding en hekwerken en de groenstructuur aandachtspunten.

2.2

Huidige situatie projectgebied

Het projectgebied is nagenoeg onbebouwd. Het gebied heeft de functie als openbaar gebied: bestaande uit een grasveld met langzaam verkeersverbindingen en diverse beplanting en bomen. Midden op de locatie staat een transformatorgebouw (circa 3,00 m hoog).

Luchtfoto van de projectlocatie

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

4

In de bestaande bebouwing ten westen van de projectlocatie zijn appartementen gevestigd. Het gebouw bestaat overwegend uit 4 bouwlagen en is plat afgedekt. Kenmerkend voor het gebouw zijn de langwerpige footprint, de uitpandige balkons, de heldere architectuur, de lichte kleurstelling en de relatie die het gebouw met de groene omgeving aangaat.

Naastgelegen bestaande bebouwing

Overzichtsfoto projectlocatie

2.3

Uitgangspunten voor de ontwikkeling

Bij aanvang van het project is door Fame het document ‘Masterplan en beeldkwaliteitsambitie Campus Midden locatie Centrada’ (8 december 2020) opgesteld. In dit document is een locatieanalyse uitgevoerd en zijn de uitgangspunten voor het appartementengebouw aan de Grietenij vastgesteld. Deze zijn uitgewerkt in een ‘Voorontwerp Nieuwbouw appartementen Centrada a/d Grietenij’. Dit Voorontwerp is de basis voor de onderhavige ruimtelijke onderbouwing. In de bijlagen 1 tot en met 3 zijn achtereenvolgens de volgende documenten opgenomen: Bijlage 1 - Stedenbouwkundig matenplan d.d. 15 februari 2021 Bijlage 2 - Aanzichten gevels d.d. 24 februari 2021 Bijlage 3 - Impressie van gevels d.d. 24 februari 2021

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

5

2.4

Stedenbouwkundig ontwerp

De totale Campus Midden wordt gekenmerkt door gebouwen met een grote korrel in een groene setting. De Grietenij vormt hierin een uitzondering en vormt samen met de L-vormige nieuwbouw een nieuw ensemble. De nieuwbouw voegt zich qua bouwhoogte, volume en architectuur naar de bestaande bebouwing. Dit ensemble is in de lengte in de noord-zuid richting geplaatst, parallel aan de Middendreef, net als het verderop in noordelijke richting geplaatste gebouw De Hoven van Coloriet. Voor het stedenbouwkundig matenplan wordt verwezen naar bijlage 1.

Bestaande bebouwing ensemble De Grietenij

Situering en footprint van de nieuwbouw (uitsnede Grondverkooptekening, gemeente Lelystad d.d. 6 april 2021)

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

6

Verkeerstructuur De ontsluiting van de Grietenij voor auto’s gebeurt via twee ontsluitingslussen, een aan de westzijde vanaf de Middendreef en een aan de westzijde die aantakt op de Gordiaandreef en de Zuigerplasdreef. Beide dreven zijn belangrijke doorgaande wegen in Lelystad, zowel voor het autoverkeer als het openbaar vervoer. Met de ontwikkeling van 27 appartementen zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting zeer licht toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Voor de berekening van de verkeersaantrekkende werking zijn de kentallen van het CROW gebruikt. Op basis van de berekeningen wordt een extra verkeersgeneratie van 75 verkeerbewegingen per etmaal verwacht (2,8 x 27). De omliggende wegen hebben ruim voldoende capaciteit om deze toename op te vangen. Het parkeren is binnen het projectgebied georganiseerd door middel van meerdere parkeervakken, waarbij de looplijn naar de entree van het gebouw minimaal is. Het gebouw ligt nabij de hoofdfietsroute. Deze fietsroute vormt onderdeel van de snelfietsroute (e-bikes) naar Lelystad Airport. Dit maakt dat de nieuwbouw uitstekend bereikbaar is voor langzaam verkeer en aan is gehaakt op het hoofdfietsnet van Lelystad. De afstand tot het NS station Lelystad is hemelsbreed circa 900 meter en is goed bereikbaar met de fiets en te voet.

Groen- en waterstructuur In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit grasveld en lineaire bomenrijen. Het uitgangspunt is dat alle bomen worden gekapt. Het nieuwe gebouw wordt ingepast in een nieuwe groenstructuur, bestaande uit (bloemrijk) gras en bomen. In het projectgebied is op dit moment geen waterstructuur aanwezig. De compensatie van water wordt buiten dit projectgebied gerealiseerd, door middel van een uitbreiding van de bestaande waterpartij ter hoogte van de Gordiaandreef.

2.5

Volume en woningbouwprogramma

De nieuwbouw aan de Grietenij kent een L-vormige footprint. Het volume is eenvoudig en orthogonaal en sluit aan op de volume-opbouw van de huidige bebouwing aan de Grietenij. De zuidzijde van het gebouw (korte vleugel) bestaat uit 4 bouwlagen en is plat afgedekt (bouwhoogte circa 13.00 m). De bovenste verdieping ligt terug, waardoor deze appartementen over een ruim dakterras beschikken. De oostzijde van het gebouw (lange vleugel) bestaat uit 3 bouwlagen en is plat afgedekt. Hier is de maximale bouwhoogte circa 10,00 m. Zie bijlage 2 voor de gevelaanzichten en maatvoeringen. De hoofdentree bevindt zich tussen de twee gebouwvleugels. Het hoofdtrappenhuis en lift krijgen extra hoogte (14,00 m) en vormen de spil tussen de twee vleugels. Het gebouw wordt ontsloten vanaf de hofzijde (west). De galerijen bevinden zich ook aan deze zijde. Aan de zuid en oostzijde bevinden zich de uitpandige balkons. Zie bijlage 3 voor een impressie (Fame d.d. 24 februari 2021) van het volume en de gevels van het gebouw.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

7

In het gebouw worden 27 appartementen gerealiseerd. Het merendeel van de appartementen wordt uitgevoerd als 2- of 3-kamerappartement van circa 65m2. Ook worden 3-kamerappartementen van 75m2 en 90m2 gerealiseerd. De kenmerken van de verschillende typologieën en prijscategorieën zijn in onderstaand schema weergegeven.

2.6

Duurzaamheid

Energie De doelstelling voor het project Campus midden is om een positieve bijdrage te leveren aan de doelstelling CO2-neutrale gemeente in 2025. De volgende uitgangspunten gelden voor het ontwikkelgebied: er worden geen gasaansluitingen gerealiseerd; er wordt op de bestaande biomassacentrale aangesloten. Deze bevindt zich in de nabijheid van de locatie. Omdat deze biomassacentrale uitsluitend gebruik maakt van snoeiafval, vormt dit een duurzame bron van energie. Op termijn kan deze centrale mogelijk worden vervangen door een geothermiek-bron; in het ontwikkelgebied worden voorzieningen (loze leidingen) aangelegd, zodat in de toekomst laadpalen voor elektrische auto’s kunnen worden gerealiseerd. Klimaat Ten behoeve van de watercompensatie wordt in Campus Zuid 120 m2 extra waterbuffering en waterbergend oppervlak gerealiseerd (zie ook de waterparagraaf in hoofdstuk 4.9). In het kader van klimaatadaptief beheer van de openbare ruimte krijgt met name de voor te stellen materialisering de nodige aandacht. Wonen / gebouwen Per 1 januari 2021 is de BENG-eis voor nieuwbouw van toepassing (bouwbesluit). Gebouwen worden hiermee volgens de nieuwe norm ‘Bijna Energieneutraal Gebouw’ gerealiseerd. Dit is dus ook van toepassing op dit project. Dit uitgangspunt zal resulteren in zeer energiezuinige woningen met een geringe warmtebehoefte.

De nieuwe bewoners worden geïnformeerd over het optimaal inregelen en gebruiken van de technische installatie, en het daarmee zuinig omspringen met de benodigde energie. Uitgangspunt daarbij is dat de installatie zodanig wordt ontworpen dat deze op een eenvoudige en begrijpelijke manier door bewoners kan worden bediend. Met betrekking tot het ontwerpen van het gebouw is in de uitvraag naar uitvoerende partijen opgenomen dat het toepassen van (aantoonbaar) duurzame materialen sterk de voorkeur verdient. Het gebouw is voorzien van zonnepanelen. Gezien de relatief geringe voetprint van het gebouw ten opzichte van het aantal woningen, voorzien deze PV-panelen primair in elektra ten behoeve van de appartementen. De PV-panelen voorzien niet in de energiebehoefte van de algemene voorzieningen (lift, algemene verlichting, etc). Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

8

De woningen zijn zodanig ontworpen dat deze geschikt zijn voor een brede doelgroep. Hiermee wordt voorkomen dat, bij wijziging van doelgroep of behoefte in de toekomst, verbouwingen en aanpassingen noodzakelijk zijn. De woningen zijn zoveel mogelijk ontworpen volgens de kwaliteitseisen van WoonKeur. De onderwerpen ‘duurzaam bouwen’ en ‘klimaatneutraal ontwerpen’ worden in de uitvraag aan uitvoerende partijen opgenomen. Deze aspecten dienen daarmee in de door uitvoerende partijen in te dienen voorstellen aan de orde te komen. Afval en grondstoffen Uitgangspunt is het zoveel mogelijk gescheiden inzamelen van afval, e.e.a. conform het vigerende beleid van de gemeente Lelystad. Hiermee zal bij de inrichting van het omliggende terrein rekening mee worden gehouden. De gemeente draagt zorg voor het plaatsen van ondergrondse containers. Met betrekking tot de bouw van de opstallen zal aan de inschrijvende uitvoerende partijen worden verzocht in de voorstellen aandacht te besteden aan het zoveel mogelijk voorkomen c.q. minimaliseren van de afvalstromen (zowel tijdens de bouw als bij de toekomstige sloop), waarbij tevens wordt gestreefd naar hergebruik van deze materialen (van afval naar grondstof). Doel hierbij is het zoveel als mogelijk sluiten van de grondstoffenkringloop.

2.7

Parkeerberekening

Voor deze ontwikkeling is een parkeerberekening uitgevoerd. Voor de nieuwe woningen geldt een parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per woning. Als gevolg van de bouw van het appartementengebouw gaan in de directe omgeving geen bestaande parkeerplaatsen verloren. Uitgaande van 27 appartementen, zijn op basis van de parkeernorm voor dit deelproject 37,8 parkeerplaatsen nodig. In totaal worden 37 parkeerplaatsen binnen het projectgebied gerealiseerd. Aan de zuidoostzijde van het nieuwe gebouw bevinden zich nog 10 parkeerplaatsen die eventueel gebruikt kunnen worden voor bezoekers. Dit zijn echter openbare parkeerplaatsen. Met dit aantal wordt voldaan aan de gestelde uitgangspunten. Zie de hierna volgende tekening waarop de 37 parkeerplaatsen in de blauwe arcering zijn weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

9

Aantallen en positionering van de parkeerplaatsen (uitsnede Grondverkooptekening, gemeente Lelystad d.d. 6 april 2021)

2.8

Welstand en beeldkwaliteit

Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de ‘Welstandsnota 2015 Lelystad geeft ruimte kwaliteit’. Er geldt het welstandsniveau stedelijke welstand ‘S5 Campuszone’. De architectuur is helder en eenduidig en van hoge kwaliteit. Gevels zijn zorgvuldig en alzijdig ontworpen en gaan een relatie aan met het maaiveld met gevelopeningen en privébuitenruimtes. Op de begane grond komen geen blinde gevels voor. In de gevel is voldoende plasticiteit (reliëf) aanwezig, bijvoorbeeld in de diepte van neggen van gevelopeningen of verschil tussen hoofdstructuur en vulling. Er wordt in de vormgeving een link gelegd naar de structuralistische architectuur van de bestaande bebouwing aan de Grietenij. De balkons zijn uitpandig en zodanig vormgegeven dat ze het heldere hoofdvolume van ieder gebouw intact laten. Op de begane grond worden privébuitenruimtes vormgegeven als horend bij het gebouw. Privacyvoorzieningen worden zorgvuldig mee ontworpen en moeten voorkomen dat bewoners hun eigen privacyschermen gaan neerzetten. Materialisering Er wordt gebruik gemaakt van onderhoudsarme, natuurlijke materialen. Het hoofdmateriaal van de gevels is minerale steenstrips. In de kleurstelling worden lichte natuurlijke tinten toegepast. Materialen en detaillering ondersteunen en versterken de architectonische principes.

Advies welstandscommissie Op 18 februari 2021 heeft over het Voorlopig Ontwerp van het project vooroverleg met de welstandscommissie plaatsgevonden. Het welstandsadvies was zeer positief. De resultaten van het overleg worden verwerkt in het Definitief Ontwerp.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

10

3. BELEIDSKADER Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van het voor het projectgebied van toepassing zijnde beleid, zowel van het rijk, provincie als de gemeente. Wanneer van toepassing, wordt aangegeven of dit beleid nadere uitgangspunten voor de gewenste ontwikkeling in het projectgebied oplevert.

3.1

Rijk

Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. Het ontwerp van de NOVI richt zijn op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten: ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; de economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken; het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. De Omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidskaders voor individuele woonprojecten. De conclusie is dat voor het onderhavige project geen rijksbelangen zijn gemoeid. Ladder duurzame verstedelijking Voor het bepalen van de behoefte aan het project is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna te noemen: de Ladder) doorlopen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Deze ladder bestaat uit twee treden en is bedoeld als hulpmiddel bij een zorgvuldige afweging van ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

Het doorlopen van de Ladder heeft als doel het realiseren van een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een acceptabel woon- en leefklimaat en een duurzaam ruimtegebruik. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking kent de volgende stappen: 1. Nagegaan wordt in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte voorziet; 2. Indien uit 1) blijkt dat er sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Belangrijk bij de invulling van de treden is om te kijken naar zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve aspecten. Het gaat dus niet alleen over programma's of oppervlakten, maar ook over de mogelijkheden om bepaalde functies goed te kunnen laten functioneren. De stappen die worden gevraagd, bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

11

Trede 1: regionale behoefte Uit de verhuisstromen van en naar Lelystad blijkt dat de meeste interactie bestaat tussen Lelystad en de regio Amsterdam en de andere gemeenten in Flevoland. Het gebied waarbinnen de regionale behoefte wordt vastgesteld, is primair de MRA regio. De gemeenten met een sterke verhuisrelatie met het primaire gebied vormen het secundair onderzoeksgebied. Tezamen is dit een weerspiegeling van de regionale woningmarkt. Bij de onderbouwing van dit onderdeel zijn de volgende documenten betrokken: 1. 2. 3. 4. 5.

Ontwikkelingsbeeld 2040 Metropoolregio Amsterdam Monitor Woningproductie Noordvleugel 2015 WoON2012 Wonen in ongewone tijden Woonvisie ‘Samen aan de slag’ Plan van aanpak Huisvesting Vergunninghouders (9 februari 2016)’

Op provinciaal niveau en op het niveau van de Flevolandse gemeenten is geen documentatie over regionale afstemming bekend. Kwantitatieve behoefte Gemeente Lelystad en MRA De gemeente Lelystad maakt deel uit van de Metropoolregio Amsterdam - kortweg MRA. Dit is het informele samenwerkingsverband van 36 gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de Stadsregio Amsterdam. Onder de metropoolvlag werken de partners vanuit een gedeelde visie aan een krachtige, innovatieve economie, snellere verbindingen en voldoende en aantrekkelijke ruimte voor wonen, werken en recreëren. Binnen dit verband vindt over de regionale woningbouw-productie informele afstemming en monitoring plaats. Als hoofddoel voor verstedelijking is in de Gebiedsagenda Noord Holland/Utrecht/Flevoland een woningopgave van 440.000 woningen tot 2040 opgenomen. Monitor Woningproductie Noordvleugel 2015 Het in 2008 vastgestelde Ontwikkelingsbeeld 2040 is nog steeds de basis van de samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam. Sinds die tijd is de wereld echter ingrijpend veranderd, de periode van grote economische groei in de jaren 1995 – 2008 is voorbij. Maar ondanks het tegenzitten van het economisch tij is in de Amsterdamse metropool nog steeds groei van bevolking zichtbaar.

Velen vestigen zich hier voor kortere of langere tijd, om hier te wonen, te werken of te studeren, gedreven door wat de regio op economisch, stedelijk, landschappelijk en cultureel gebied allemaal te bieden heeft. Prognoses van het CBS laten zien dat de bevolkingsgroei van de metropool doorzet. Tot 2040 leidt dit tot een toename van een half miljoen inwoners, zowel door autonome groei als door migratie. Tot 2040 zal het aantal huishoudens blijven groeien. Om die allemaal te huisvesten zijn circa 300.000 nieuwe woningen nodig, vooral in stedelijke milieus. Aanzienlijk meer dan verwacht ten tijde van het opstellen van het Ontwikkelingsbeeld 2040. Volgens de Monitor Woningbouw-productie 2015 neemt in ‘overig Flevoland’ (met daarin o.a. Lelystad) het aantal huishoudens toe met circa 15.000 tot 2030.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

12

Bevolkingsprognose 2016 Lelystad Uit de bevolkingsprognose 2016 - 2031 van de gemeente Lelystad is een aantal belangrijke richtingen te destilleren die van belang zijn voor de toekomstige woningbehoefte. De prognose geeft onder andere aan dat verwacht wordt dat tot 2030 de Lelystadse bevolking met 4.000 inwoners toeneemt tot 80.000 inwoners. Deze groei is op korte termijn (de komende vijf jaar) nog het gevolg van een hogere ‘natuurlijke aanwas’ (een hoger geboortecijfer dan sterftecijfer) dan het vertrekoverschot (meer vertrekkende inwoners dan vestigende). Deze autonome groei zal als gevolg van vergrijzing echter geleidelijk afnemen. Of Lelystad in de toekomst weer te maken krijgt met een grote instroom van buitenaf is onzeker en moeilijk te beïnvloeden. Indien dit vestigingsoverschot niet optreedt, zal naar verwachting de bevolkingsgroei op lange termijn stabiliseren en afnemen. Op basis van de bevolkingsprognose (2015) zijn er de komende vijf jaar nog woningen nodig om de groei van het aantal inwoners te huisvesten. Volgens deze prognose groeit de bevolking per saldo de komende vijf jaar met ongeveer 875 inwoners. Met een gemiddelde woningbezetting van 2,38 betekent dit dat er in Lelystad rond de 75 woningen per jaar nodig zijn om deze groei te huisvesten. Hierbij is rekening gehouden met een eventueel vertrekoverschot, maar niet met andere trends als huishoudensgrootte.

Indien het migratiesaldo (vertrek- of vestigingsoverschot) buiten beschouwing wordt gelaten, groeit de bevolking de komende vijf jaar met ongeveer 1.450 inwoners. Met dezelfde woningbezetting van 2,38 betekent dit dat er 120 woningen per jaar nodig zullen zijn om deze groei te kunnen huisvesten. Bovenstaande geeft aan dat er op korte termijn een kwantitatieve behoefte aan nieuwbouw is tussen de 75 en 120 woningen per jaar om de groei van de bevolking te kunnen huisvesten. Zoals uit de bevolkingsprognose blijkt wordt Lelystad op de lange termijn steeds meer afhankelijk van een vestigingsoverschot en worden de groeimogelijkheden niet meer zo zeer bepaald door de autonome ontwikkeling van de stad, maar door de positie die de stad inneemt in de ruimtelijke netwerken, met name de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Kwantitatief is deze groei dan ook erg onzeker en afhankelijk van de positie die Lelystad weet in te nemen binnen de regio. Duidelijk is dat er sprake is van een wederzijdse afhankelijkheid tussen steden en omliggende gemeenten.

Conclusie kwantitatief Op basis van bovenstaande ontwikkelingen is het voor Lelystad en de woningstichting belangrijk om woningen te bouwen die zowel op korte termijn bijdragen aan de bevolkingsprognoses en de lange wachttijden voor reguliere woningzoekenden. Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

13

Alsook op langere termijn kunnen inspelen op de ontwikkelingen en de positie van Lelystad in de regio. Kwalitatieve behoefte Woonmilieus / kwaliteit In de Monitor 2015 staat dat in Almere / Lelystad de vraag naar woonmilieus met name groenstedelijk / centrum dorps is. En dat er een tekort in de plancapaciteit is aan centrum - stedelijke, stedelijk vooroorlogse en dorpse woonmilieus. Woonmilieus in de nabijheid van werk, voorzieningen, goede bereikbaarheid en levendigheid zijn gewild. Kwalitatieve openbare ruimte, een interessante mix aan functies en de goede bereikbaarheid trekt veel mensen. Huidig aanbod Lelystad telt in totaal 32.000 woningen. Daarvan bestaat circa 28% uit sociale huur en 72% uit koop. Lelystad heeft als gevolg van de ontstaansgeschiedenis een specifieke opbouw in de woningvooraad. Onder invloed van het gevoerde groeikernenbeleid (gebundelde deconcentratie) vanuit het Rijk zijn in korte tijd in een beperkt aantal segmenten grote hoeveelheden woningen op de markt gebracht. Hierdoor is er een eenzijdige voorraad aan woningen ontstaan die met 86 procent gedomineerd wordt door grondgebonden eengezinswoningen. De overige 14 procent bestaat uit meergezinswoningen. Ter vergelijking: landelijk bestaat de woningvoorraad gemiddeld voor 71 procent uit grondgebonden woningen en voor 29 procent uit appartementen.

Kwaliteit boven kwantiteit De Woonvisie gaat uit van kwaliteit boven kwantiteit. Lelystad wil in overleg met de woningstichtingen kleinschalige sloop/nieuwbouw (acupunctuuraanpak) op de korte(re) termijn oppakken. Bij sloop/nieuwbouw in de wijk te streven naar een meer gedifferentieerd woningaanbod, dat inspeelt op de behoeften van de buurt. Geschikte woningen, voor éénpersoons-huishoudens (onder andere ouderen en zorgbehoevenden), zijn bijvoorbeeld nog ondervertegenwoordigd in Lelystad. Een deel van deze doelgroep wil graag verhuizen naar een levensloopbestendige (gelijkvloerse) woning, zoals een (patio)-bungalow of appartement. Verkorten wachttijd reguliere woningzoekenden en taakstelling Iedere gemeente krijgt van de rijksoverheid een taakstelling vergunninghouders opgelegd. Elke gemeente is verplicht een specifiek aantal vergunninghouders (verblijfsgerechtigde asielzoekers) te huisvesten. De gemeente Lelystad spant zich in om dit daadwerkelijk te doen. Over de huisvesting van vergunninghouders zijn afspraken met de corporaties gemaakt. Centrada huisvest 97% en Stichting Harmonisch Wonen 3%. De taakstelling is in 2015 ten opzichte van 2014 nagenoeg verdubbeld. Inmiddels is het aantal urgenties aan deze doelgroep verdubbeld naar twee per week.

Op de middellange termijn zal Centrada het aanbod voor kamerverhuur uitbreiden en zullen meerdere vergunninghouders in een woning worden gehuisvest. Dit levert een knelpunt in de huisvesting op. Met Centrada zijn afspraken gemaakt over oplossingen voor dit knelpunt. In 2015 had Lelystad een taakstelling van in totaal 130 vergunninghouders in circa 60 woningen. In 2016 wordt een totaal aantal van 195 tot 270 vergunninghouders verwacht. Op basis van resultaten uit het verleden, zijn hiervoor tussen de 75 en 135 woningen nodig.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

14

De taakstelling van de gemeente voor de opvang van vluchtelingen met een verblijfsvergunning kan met de huidige instroom niet worden opgevangen binnen de kernvoorraad sociale huurwoningen. Het aantal urgenties zal daarmee zeer waarschijnlijk boven de 25% uitkomen. Een extra toevoeging van gemiddeld 30 sociale huurwoningen per jaar is, om te voorkomen dat de druk hoog oploopt en reguliere woningzoekenden nog langere wachttijden gaan krijgen, dan ook noodzakelijk. Deze extra bouwstroom zal wellicht een aantal jaren aanhouden, totdat de vluchtelingenproblematiek structureel is opgelost door politieke en humanitaire maatregelen in de regio. Conclusie kwalitatief Ook in kwalitatief opzicht voldoet het bouwplan aan de regionale en lokale behoefte. Gezien het gestelde in deze paragraaf is het zelfs noodzakelijk om dit plan versneld tot uitvoer te brengen, hetgeen ook past binnen de opzet van de gemeente en Centrada. Met dit project wordt invulling gegeven aan bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik. Het ligt binnen bestaand stedelijk gebied en het bevat de kenmerken van een stedelijk woonmilieu. Het ligt in de nabijheid van openbaar vervoersmogelijkheden (NS station) en het Lelycentre met diverse winkels en voorzieningen. Trede 2 Aan deze trede wordt voldaan. Het project ligt in bestaand bebouwd gebied van Lelystad. Het betreft een inbreidings-/ herstructeringsproject.

3.2

Provincie

Omgevingsvisie FlevolandStraks (2017) De Omgevingsvisie FlevolandStraks (Samen maken we Flevoland) die op 8 november 2017 door Provinciale Staten is vastgesteld, geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Er zijn drie kernopgaven: Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving) en Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. De Omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidskaders voor individuele woonprojecten. De conclusie is dat voor het onderhavige project geen provinciale belangen zijn gemoeid. Omgevingsprogramma Flevoland (2019) Dit Omgevingsprogramma anticipeert op de toekomstige Omgevingswet, waarin staat dat een provincie moet beschikken over een programma. Daarin is al het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving gebundeld. Daarmee zijn beleidskeuzes compact en de samenhang geborgd. Het programma bindt de provincie, maar gemeenten en waterschappen moeten er bij het maken van plannen of beleid wel rekening mee houden.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

15

Het programma bestaat uit het onderdeel A Ruimte: doel is een goede woon-, werk- en leefomgeving. Grootschalige ontwikkelingen mogen, omdat in omliggende regio's daarvoor geen ruimte is. Voorwaarde is een evenwichtige ontwikkeling. Bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid moeten worden verbeterd. Voor het stedelijk gebied geldt dat wordt ingezet op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Kern van het beleid is: efficiënt ruimtegebruik, versterking van het draagvlak voor voorzieningen, nieuwe solitaire clusters buiten stedelijk gebied zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij het een kwaliteitsimpuls betreft. Op het gebied van wonen is meer differentiatie nodig (starters, ouders, alleenstaanden), met het kwaliteitsbehoud van bestaande de woningvoorraad. Het onderhavige project wijkt niet af van het omgevingsprogramma Flevoland (2019). Omgevingsverordening Flevoland (2019) De provincie wil anticiperen op de Omgevingswet en daarom is de omgevingsverordening opgesteld. Dit betekent dat alle regels met betrekking tot omgevingsrecht (in dit geval de provinciale) in één regeling worden gebundeld.

De verordening bestaat uit drie soorten regels: algemene regels en vergunningstelsels gericht op burgers, regels gericht tot bestuur zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor aanvragen en als derde instructieregels over uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen. De Omgevingsverordening ziet net als de Omgevingswet op alle regels inzake de fysieke leefomgeving (bouwen, infra, water, bodem, lucht, landschap, natuur en cultureel erfgoed). Het onderhavige project wijkt niet af van de Omgevingsverordening Flevoland (2019).

3.3

Gemeente

Structuurvisie Lelystad 2023 en Ontwerp Omgevingsvisie (september 2020) De gemeenteraad van Lelystad heeft in januari 2014 de 'Structuurvisie Lelystad 2023' vastgesteld. Het is een actualisatie van het uit 2005 daterende 'Structuurplan Lelystad 2015'. Het Structuurplan heeft een looptijd van 25 jaar, waarbij gedurende de periode tot 2015 hoofdzakelijk uitvoering zal worden gegeven aan het vastgestelde beleid. De onderhavige ontwikkeling past in de beleidsuitgangspunten van de Structuurvisie. Ter voorbereiding op de Omgevingswet werkt Lelystad aan het opstellen van een Omgevingsvisie. In de Ontwerp Omgevingsvisie ‘Sterke stad in de regiohoofdstad van de nieuwe natuur’ wil Lelystad haar inwoners een steeds aantrekkelijkere en groene woonomgeving in een bruisende stad bieden. De ambitie is dat Lelystad een sterke stad in de regio en Hoofdstad van de Nieuwe Natuur wordt. Lelystad gaat zich de komende jaren onvermoeid inzetten om voor haar toekomstige 100.000 inwoners een economisch sterke, groene en gezonde leefomgeving te ontwikkelen. Lelystad gaat voor groene verstedelijking. De nieuwbouw en transformatie van de bestaande stad wordt gericht ingezet op selectieve plekken waar de maatschappelijke en economische meerwaarde het grootst is en bijdragen aan het in balans brengen van de stad.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

16

Met het woningbouwprogramma en transformatieopgave sluit Lelystad aan op de ambitie om sterke schouders en meer schouders naar de stad te halen, huidige inwoners een beter perspectief op een wooncarrière (zowel starten als doorstromen) te bieden, op de ruimtelijke kwaliteiten van de stad (Hoofdstad van de Nieuwe Natuur) en op het economisch profiel van onze stad. Het onderhavige project past in deze ambitie. Woonvisie ‘Samen aan de slag’ In lijn met de beleidsuitgangspunten van de inmiddels vastgestelde Woonvisie ‘Samen aan de slag’ (9 juni 2016) en het ‘Plan van aanpak Huisvesting Vergunninghouders (9 februari 2016)’ gaf de gemeenteraad van Lelystad in februari 2016 vanwege de toenemende druk op de sociale woningmarkt toestemming voor de realisatie van extra huurwoningen in Lelystad. Door de realisatie van meer huurwoningen mogelijk te maken, willen gemeente Lelystad en Centrada voorkomen dat de wachtlijst in Lelystad verder oploopt dan nu het geval is. De onderhavige locatie past in de beleidsuitgangspunten van de Woonvisie en de afspraken tussen de gemeente en de woningstichting. Welstandsnota (2015) De gemeente Lelystad heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota, Lelystad geeft ruimte kwaliteit (2015). Voor de onderhavige locatie geldt het welstandsniveau stedelijke welstand ‘S5 Campuszone’.

Duurzaamheid Lelystad wil de stad zodanig inrichten dat deze vanuit economisch, ecologisch en menselijk oogpunt gezond, aantrekkelijk en toekomstbestendig is. In een gezonde stad is ruimte voor duurzame energie-, water-, voedsel-, grondstoffen- en afvalkringlopen. Daarbij wordt gestreefd naar een samenhangende duurzame ontwikkeling met een betere balans tussen economie, ecologie en de mens. Het duurzaamheidsbeleid van Lelystad focust op zes speerpunten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

energie; meer energiebesparing en meer duurzame energie; afval en Circulaire economie; meer scheiden, minder restafval en van afval naar grondstof; voedsel; meer consumptie van gezonde lokale producten en minder voedsel weggooien; fysieke leefomgeving; duurzame gebiedsontwikkeling, milieuvriendelijk beheer in een groene, biodiverse stad; mobiliteit: minder en schonere mobiliteit; onderwijs en ondernemen; versterken van de (duurzame) basis in het onderwijs, samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven bij duurzame innovatie en meer maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

17

4. OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de relevante omgevingsaspecten beoordeeld.

4.1

Milieueffectrapportage

Voor besluiten en plannen die ontwikkelingen bevatten, die (mogelijk) belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de plicht voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden voor projecten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit m.e.r. Bij deze ruimtelijke onderbouwing hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden. De ontwikkeling die met deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk wordt gemaakt, ligt onder de drempelwaarden zoals die genoemd zijn in het Besluit m.e.r. (onderdeel D, kolom 2). In onderdeel D, D.11.2 wordt aangegeven dat voor ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een vormvrij Mer-beoordeling dient plaats te vinden. Bij deze ruimtelijke onderbouwing is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (zie bijlage 4). Hierin is geconcludeerd dat met de realisatie van het project geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. En dat voor de verdere planontwikkeling en de ruimtelijke procedure geen milieueffectrapport noodzakelijk is conform het vigerende Besluit milieueffectrapportage.

4.2

Geluid

Voor het onderdeel geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Het doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst. Industrielawaai Het project heeft geen consequenties in verband met industrielawaai en voorziet niet in de wijziging van een geluidzone in de zin van de Wet geluidhinder. Spoorweglawaai Voor de Hanzelijn geldt er een vastgestelde geluidzone van 500 meter aan weerszijden van het spoor. Het projectgebied ligt binnen deze geluidzone, op 110 meter vanaf de Hanzelijn. Gezien de afstand en de situering van het project achter een bestaand woongebouw, wordt ervan uitgegaan dat voor spoorweglawaai wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB(Lden). Wegverkeerslawaai Het projectgebied ligt aan een wijkontsluiting en woonerfontsluitingsweg waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben geen wettelijke geluidzone. De meest dichtbijgelegen dreven zijn de Middendreef en de Gordiaandreef. Beide dreven hebben vier rijstroken. Overeenkomstig artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft deze dreven een geluidzone (aandachtsgebied voor geluid) van 350 meter aan weerszijden van de weg. Het projectgebied ligt op circa 80 meter van de Middendreef en 124 m vanaf de Gordiaandreef. Het projectgebied ligt daarmee binnen de wettelijke geluidszones.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

18

In het geldende bestemmingsplan zijn voor het wegverkeer op de dreven geluidsberekeningen en bijbehorende contouren opgenomen. Gezien de ligging van gebouw A buiten de 48 dB contour wordt ervan uitgegaan dat dit project aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldoet. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.3

Luchtkwaliteit

Voor het aspect luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer van kracht. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het projectgebied een gemiddelde fijnstof concentratie (PM10) van 18 μg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 13 μg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 μg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Er is dus geen sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden. Met de ontwikkeling van deze locatie worden 27 woningen toegevoegd. Dit project valt onder de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (luchtkwaliteitseisen) en draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.4

Stikstof

Projecten of handelingen (zoals bijvoorbeeld vestiging/uitbreiding van een bedrijf of een woningbouwplan) kunnen vergunningplichtig zijn in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze activiteiten kunnen stikstofdepositie veroorzaken ter plaatse van gevoelige habitattypes in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Voor het onderhavige project moet aangetoond worden of er negatieve effecten in het kader van de Wnb beschermde gebieden zullen optreden. Op basis daarvan kan worden bepaald of vervolgstappen nodig zijn, zoals het aanvragen van een vergunning van de Wnb. In januari 2021 is de berekening stikstofdepositie voor onderhavig project uitgevoerd. De berekening is opgenomen in bijlage 5. Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden, niet vergunningsplichtig.

4.5

Bodem

Het beleid ten aanzien van de bodemkwaliteit is op nationaal niveau vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam bodembeheer. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

19

Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Om deze vragen te beantwoorden is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de beoogde functie(s). In februari 2021 heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Het onderzoeksrapport is in bijlage 6. De conclusies zijn als volgt: In de grond zijn voor de geanalyseerde parameters geen verhoogde gehalten (t.o.v. de achtergrondwaarde) aangetoond. In het grondwater is voor tolueen een concentratie boven de streefwaarde gemeten. De oorsprong van de licht verhoogd gemeten concentratie aan tolueen is onbekend. Voor de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde concentraties (t.o.v. de streefwaarde) aangetoond. De licht verhoogd gemeten concentratie aan tolueen geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten worden, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen belemmeringen verwacht ten aanzien de voorgenomen nieuwbouwplannen.

4.6

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Voor deze afstemming wordt de basiszoneringslijst van de VNG-brochure ’Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gehanteerd. Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten Ten zuiden van het projectgebied bevinden zich kantoren. In de nabije omgeving van het projectgebied bevinden zich twee bedrijventerreinen (Tjalk en Middendreef). Op beide terreinen zijn bedrijven met een milieucategorie 1 of 2 toegestaan. Gezien de lage milieucategorieën en de afstand van minimaal 160 m tot het projectgebied wordt voldaan aan de richtafstanden. Transformatorgebouw In het projectgebied staat een transformatorgebouw. Op basis van het elektrisch vermogen geldt volgens de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' een richtafstand van 10 meter voor transformatorgebouwen t/m 1 MVA van de inrichtingsgrens tot een gevoelig object. Aan deze afstand wordt voldaan.

4.7

Externe Veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in en in de omgeving van het projectgebied geen sprake is van risicobronnen en transportroutes voor gevaarlijke stoffen.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

20

Wel vindt over de Hanzelijn vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Hierdoor is sprake van een plaatsgebonden risicocontour en een groepsrisico. Deze spoorlijn maakt deel uit van het Basisnet spoor. Voor de Hanzelijn geldt een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) van 1 meter. Op grond van het aantal transporten C3 is ook een PAG aanwezig. Geconcludeerd wordt dat deze veiligheidsafstanden op grond van de ruimtelijke scheiding tussen spoor en plangebied geen belemmering opleveren voor de planontwikkeling. Naast het plaatsgebonden risico is de hoogte van het groepsrisico een aandachtspunt bij de planvorming. Ter plaatse van het plangebied wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Verder worden in het projectgebied geen ontwikkelingen voorgesteld die invloed hebben op externe veiligheidsrisico’s. Vanuit de externe veiligheid bestaan geen uitgangspunten en belemmeringen voor het project. Een aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

4.8

Trillingshinder

In Nederland bestaat geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Wel dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden afgewogen indien een trillingsbron aanwezig is. ProRail adviseert doorgaans indicatief onderzoek te doen naar de te verwachten trillingsniveaus, waarbij specifiek wordt gekeken naar de locatie en de bouwkarakteristiek van de te realiseren woningen. Als de te verwachten trillingsniveaus groter zijn dan de na te streven waarden zoals aangegeven in de Richtlijn deel B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouw-research (SBR), dan zouden eisen / maatregelen in de uitwerking van het plan kunnen worden overwogen aan de woningen. Trillingsbronnen In het projectgebied De Grietenij worden geen nieuwe trillingsbronnen toegevoegd. Een indicatief onderzoek naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor omliggende trillingsgevoelige functies is derhalve niet noodzakelijk. Trillingsgevoelige functies Bij trillingsgevoelige gebouwen gaat het bijvoorbeeld om woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, en kinderdagverblijven. In dit bestemmingsplan worden nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Spoorwegverkeer kan trillingen in de bodem veroorzaken.

Doordat de trillingen zich verder in de bodem verspreiden, kunnen gebouwen en personen in de omgeving daar hinder van ondervinden. Het projectgebied De Grietenij ligt in de nabijheid van het tracé van de Hanzelijn, de spoorlijn van Lelystad naar Zwolle. Het gebouw ligt op een indicatieve afstand van circa 125 m ten opzichte van het spoor. In de ‘Handreiking Nieuwbouw en spoortrillingen’ (mei 2019, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) wordt geadviseerd om voor ontwikkelingen die op minder dan 100 meter van het spoor liggen, onderzoek naar trillingshinder uit te voeren. Volgens de handreiking geldt dat appartementencomplexen trillingsgevoelig kunnen zijn. Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

21

De mate waarin, is afhankelijk van de grootte van het gebouw. Over het algemeen zijn bij appartementencomplexen (middel)zware funderingen en een stijve draagconstructie te verwachten. Resultaten onderzoek In februari 2021 is een quickscan naar trillingshinder uitgevoerd. Het rapport is opgenomen in bijlage 7. De uitgevoerde quickscan geeft aan dat er op de bouwlocatie De Grietenij een verwaarloosbaar risico met betrekking tot spoortrillingen is. De afstand van het dichtstbij het spoor liggende bouwblok A is met 125 m zeer groot en trillingssterkten in de bodem (op maaiveld) zijn op deze afstand al gezakt onder de voelbaarheidsgrens. Alleen goederentreinen zijn op deze afstand hooguit nog enigszins meetbaar. Reizigerstreinen zullen op deze afstand niet te onderscheiden zijn van het achtergrondniveau en de invloeden van het overige wegverkeer. Specifiek trilgedrag (resonanties) van de gebouwconstructie zal geen dusdanige invloed hebben dat trillingssterkten in de appartementen tijdens de goederentreinpassages tot boven de streefwaarde uit de SBR-B voor de nachtperiode uitstijgen. Conclusie Hiermee wordt voldaan aan de SBR-B. Er is dan ook geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek met betrekking tot trillingen.

4.9

Water

Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijn de waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook bijvoorbeeld waterkwaliteit en verdroging). De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. Het projectplan is op 8 januari 2021 digitaal aangemeld bij het Waterschap Zuiderzeeland. De ontvangen uitgangspunten zijn in bijlage 8 opgenomen. Daaruit is gebleken dat voor het plan de normale procedure van toepassing is. Over de afstemming van de uitgangspunten voor riolering en de benodigde watercompensatie heeft tussen initiatiefnemer en het waterschap op 9 april 2021 telefonische afstemming plaatsgevonden. De relevante randvoorwaarden voor het plan zijn gerangschikt onder zeven streefbeelden ingedeeld op basis van de drie water-thema's 'Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water'. Thema 1: Veiligheid Veiligheid - primaire waterkeringen op orde Het projectgebied ligt niet buitendijks.

Het projectgebied ligt niet in een keurzone van de waterkering. Op basis van de ingevoerde gegevens over het plangebied zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

22

Thema 2: Voldoende water Wateroverlast Als met een ontwikkeling binnen het stedelijk gebied sprake is van een netto toename van meer dan 750 m², dan dienen – om wateroverlast in de toekomst te voorkomen compenserende maatregelen te worden getroffen (=6% van het totaal aan netto toename van het verhard oppervlak). Het bestaande projectgebied bestaat overwegend uit grasveld, met daaraan ondergeschikt voetpad- en wegverharding. Met de realisatie van de nieuwbouw is per saldo sprake van een toename van de verharding. De toename bestaat uit een de realisatie van bebouwing, de aanleg van bestrating en parkeerplaatsen. In totaal neemt de totale verharding toe met circa 2.000 m2. Conform de uitgangspunten van de watertoets wordt een watercompensatie van 120 m2 gerealiseerd ten behoeve van de extra waterbuffering en waterbergend oppervlak. In de directe omgeving van het plangebied is onvoldoende ruimte beschikbaar voor de watercompensatie. De watercompensatie zal daarom worden gezocht in gebied Campus Zuid, ten zuiden van de Larserdreef. Dit nieuwbouwgebied heeft hetzelfde waterpeil als de omgeving van Grietenij. De gemeente Lelystad dient hiervoor een verzoek voor een watervergunning bij het waterschap Zuiderzeeland in.

Locatie van de beoogde watercompensatie en fragment technische tekening In het kader van klimaatadaptief beheer van de openbare ruimte krijgt met name de voor te stellen materialisering de nodige aandacht. Bijvoorbeeld de toepassing van waterdoorlatende bestratingen/verhardingen ten behoeve van de parkeerplaatsen. Goed functionerend watersysteem Met de ontwikkeling van het project zijn geen aanpassingen aan het bestaande watersysteem of de toevoeging van nieuw stedelijk water aan de orde. Er is geen sprake van het aanbrengen van nieuwe waterelementen, duikers en/of andere kunstwerken. Anticiperen op watertekort Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel.

Ruimtelijke onderbouwing Grietenij

AXON Adviseurs BV

16 april 2021

23

Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Ten behoeve van de planontwikkeling is geen bronnering van grondwater nodig. Er wordt in het plan geen gebruikt gemaakt van bodemenergie, ofwel warmte koude opslag. Bij deze planontwikkeling zal geen grondwater worden onttrokken ten behoeve van beregening, veedrenking of bedrijfsmatige toepassingen. Thema 3: Schoon Water Goede structuurdiversiteit en oppervlaktewaterkwaliteit Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Er wordt geen nieuw water in het plangebied toegevoegd en/of er wordt geen water gedempt. Daarmee gelden voor dit projectgebied geen eisen voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit en het chemisch en ecologisch functioneren van water. Goed omgaan met afvalwater In het gebied is een gescheiden stelsel aanwezig. Het project wordt op dit stelsel aangesloten. In het project worden geen uitlogende materialen gebruikt.

4.10

Archeologie en cultuurhistorie

Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg als onderdeel van de Monumentenwet in werking getreden. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. In het bestemmingsplan is geen dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie’ opgenomen. In het bestemmingsplan Lelystad Midden-West (gedeeltelijk) is geconcludeerd dat in het plangebied geen sprake is van Provinciale Archeologische en Aardkundige Kerngebieden (PArK'en), archeologische aandachtsgebieden en top 10-locaties. Daarnaast heeft het plangebied een lage verwachtingswaarde voor archeologische vondsten. In het bestemmingsplan is geen dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie’ opgenomen. Voldaan wordt aan het gemeentelijke beleid “Archeologische monumentenzorg in Lelystad. Nader onderzoek is niet nodig. Cultuurhistorie Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. De inrichting van dit terrein en het ontwerp van het gebouw voldoen aan de gestelde stedenbouwkundige en architectonische randvoorwaarden, passend bij de karakteristieke kenmerken van de stedenbouwkundige structuur van Campus Midden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=ed1faa2a-801d-42bf-9f36-3c058934210b