CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023 - 2026 (versie na besluitvorming).pdf

Raadsvergadering 15 november 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 313. Ontwerp - programmabegroting 2023 - 202642.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

PROGRAMMABEGROTING 2023 MEERJARENRAMING 2024 – 2026

Versie ná besluitvorming

Inhoudsopgave Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026 (versie ná besluitvorming gemeenteraad op 15 en 22 november)

1. 2. 3.

BESTUURLIJKE BOODSCHAP ............................................................................. 2 LEESWIJZER .................................................................................................... 6 BELEIDSBEGROTING ......................................................................................... 8 3.1 TAAKVELDEN............................................................................................. 8 0. BESTUUR EN ONDERSTEUNING ............................................................................. 8 1. VEILIGHEID ........................................................................................................ 20 2. VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT ................................................................ 23 3. ECONOMIE ......................................................................................................... 28 4. ONDERWIJS ....................................................................................................... 33 5. SPORT, CULTUUR EN RECREATIE ........................................................................ 37 6. SOCIAAL DOMEIN ............................................................................................... 44 7. VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU ........................................................................... 61 8.

VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING ....... 68

3.2

PARAGRAFEN .......................................................................................... 73 1. LOKALE HEFFINGEN ........................................................................................... 73 2. WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ............................................... 83 3. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ..................................................................... 92 4. FINANCIERING .................................................................................................... 94 5. BEDRIJFSVOERING ............................................................................................. 98 6. VERBONDEN PARTIJEN ..................................................................................... 100 7. GRONDBELEID ................................................................................................. 112 8. INTERBESTUURLIJK TOEZICHT .......................................................................... 115 9. ONDERZOEKSAGENDA ..................................................................................... 120

4.

FINANCIËLE BEGROTING ............................................................................... 122 4.1 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN EN TOELICHTING ................................. 122 4.2 VOORGESTELDE BEGROTINGSBIJSTELLINGEN .......................................... 124 4.3 VOORGESTELDE INZET INCIDENTELE MIDDELEN ........................................ 180 4.4 PER AMENDEMENT INGEVOEGDE BESLUITPUNTEN ..................................... 198 4.5 UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE ........................................................ 200 SUBSIDIEOVERZICHT .................................................................... 206 FINANCIEEL OVERZICHT SOCIAAL DOMEIN ...................................... 218 BBV INDICATOREN EN AANVULLENDE LOKALE INDICATOREN ........... 222 AANGENOMEN AMENDEMENTEN .................................................... 242 AANGENOMEN MOTIES.................................................................. 264

1.

Bestuurlijke boodschap

Het raadsakkoord vormt de start van deze nieuwe bestuursperiode. Het vormt de overkoepelende opdracht waarmee de raad, het college en de ambtelijke organisatie de komende jaren aan de slag zullen gaan. We mogen blij zijn met dit raadsakkoord en de daarin opgenomen ambities. De breed gedragen wens om op een andere manier te gaan werken wordt volledig omarmd en de energie om er een gezamenlijk succes van te maken is er. Deze eerste programmabegroting van uw gemeenteraad gaat over het aankomende begrotingsjaar 2023 en geeft een doorkijk op de jaren daarna. In het raadsakkoord zijn voor diverse speerpunten structurele- en incidentele middelen gereserveerd. De voorstellen die in deze programmabegroting ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd bevatten de nadere uitwerking van deze ambities uit het raadsakkoord. Dat het volledige raadsakkoord financieel vertaald wordt in de eerste programmabegroting is nieuw. In de aankomende jaren zal de ruimte worden genomen om te kijken hoe de uitvoering verloopt. Op het moment dat er aanleiding is om de plannen aan te passen of accenten te verleggen zal dit in goed overleg met uw gemeenteraad plaatsvinden. Het zijn roerige tijden en dat maakt het opstellen van een Onzekere context programmabegroting geen eenvoudige klus.

De afgelopen jaren werden we geconfronteerd met een pandemie en moest er met beperkte informatie snel geschakeld worden. De pandemie bevindt zich gelukkig niet meer in diezelfde crisissfeer, maar is natuurlijk nog niet over. Tegelijkertijd staat het nieuws vol met berichten over de stikstofcrisis, de asielcrisis en bevinden we ons inmiddels in een heuse energiecrisis. Er woedt een oorlog op Europees grondgebied en een economische recessie is aanstaande. Ondertussen worden de effecten van klimaatverandering steeds zichtbaarder. De problemen van deze tijd zijn van invloed op de Lelystadse samenleving. Ondanks dat we als gemeentelijke overheid de oplossing voor deze problemen niet in handen hebben is het wel onze verantwoordelijkheid om zo goed mogelijk met de situatie om te gaan. Door oog te hebben voor de problemen waar onze inwoners, instellingen en bedrijven mee te maken hebben. Dat zullen we met elkaar gaan doen, binnen de mogelijkheden en verantwoordelijkheden die we als gemeentelijke overheid hebben. Ook de financiële context van dit moment is – meer nog dan in andere jaren – onzeker. De enorm gestegen energieprijzen en de almaar oplopende inflatie hebben een groot effect op de wereld om ons heen.

Dit brengt onzekerheid met zich mee, want hoe ziet de toekomst eruit? En welke gevolgen hebben deze ontwikkelingen op de financiële speelruimte voor ons als gemeente? Wat het extra ingewikkeld maakt voor gemeenten is het zogeheten ‘ravijnjaar’ 2026. In dit jaar moet er een nieuwe financiering systematiek voor gemeenten van kracht worden, waarbij het nog steeds onduidelijk is in hoeverre de rijksbijdrage gekort zal worden. Dit probleem van financiële onzekerheid speelt ook voor veel van onze inwoners. Zo zijn er grote zorgen over de energierekening en de stijgende prijzen voor het levensonderhoud. Als gemeentelijke overheid nemen we onze verantwoordelijkheid door uitvoering te geven aan landelijke regelingen als het uitkeren van de energietoeslag voor minima en het tegengaan van energiearmoede. In lijn met de afspraak uit het raadsakkoord gaan we meer bekendheid geven aan de bestaande gemeentelijke regelingen die er zijn om ondersteuning te bieden aan hen die dat nodig hebben. Op Prinsjesdag heeft het kabinet meer duidelijkheid gegeven. Niet alleen over de financiering van gemeenten in 2026, maar ook over het tegemoetkomen van inwoners die financieel in de knel komen. De invoering van een prijsplafond voor energie zal enige verlichting geven en ook de aankondiging dat de energietoeslag van €1.300 voor minima in 2023 wederom kan worden uitgekeerd is goed nieuws.

Natuurlijk wel met de kanttekening dat niet alle onzekerheden daarmee zijn weggenomen. Deze programmabegroting is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals we die nu kennen – op basis van de meest recente informatie uit de septembercirculaire 2022. Desondanks is er nog steeds sprake van een aanzienlijke onzekerheid, met name voor de periode 2026 en daarna. Het blijft zaak de ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen en indien nodig daar in de toekomst op te anticiperen.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

2

De financiële onzekerheid is geen reden om stil te zitten en af te wachten. Er is in deze programmabegroting nadrukkelijk gekeken naar wat wel kan, in plaats van te kijken naar wat niet kan. In deze programmabegroting 2023 – 2026 wordt voorgesteld de in het raadsakkoord gereserveerde middelen vrij te geven voor de uitvoering. De groei van de stad is ingezet, waarbij het zaak is deze versnelling vast te houden met oog voor de maatschappelijke opgave in de bestaande stad. Er liggen veel kansen voor de stad en we kunnen het ons simpelweg niet veroorloven om stil te zitten.

Desondanks vol inzetten op de ambities

Een belangrijk aandachtspunt in deze groeiopgave is het meegroeien van de ambtelijke organisatie. Het gaat niet alleen om de personele inzet die nodig is om de versnellingsopgave vorm te geven. Het gaat ook om het opvangen van de toenemende druk op de organisatie bij een groeiend inwoneraantal. In deze programmabegroting wordt een koppeling gemaakt tussen de groei van de stad en de groei van de organisatie. Het gaat hier niet alleen om groei in kwantitatieve zin. Ook de groei in kwalitatieve zin moet daarbij nadrukkelijk de aandacht hebben. De negen hoofdopgaven uit het raadsakkoord staan aan de basis van deze programmabegroting. De speerpunten waar in het raadsakkoord middelen voor zijn gereserveerd zijn uitgewerkt in concrete voorstellen. Bij speerpunten waar in het raadsakkoord geen financiële middelen aan zijn gekoppeld geldt dat er in eerste instantie gekeken wordt naar mogelijkheden om er invulling aan te geven binnen de reeds bestaande werkzaamheden. In het raadsakkoord worden drie hoofdaccenten gelegd, die ook bij het opstellen van de uitwerking in deze programmabegroting als uitgangspunt hebben gediend.

Het gaat dan om (1) het versnellen van de gewenste groei van de stad, in combinatie met het gelijke tred houden van de voorzieningen en de uitvoering van de maatschappelijke opgave; (2) het vergroenen van de stad en het versterken van de ambitie Lelystad, hoofdstad van de nieuwe natuur; en (3) het aanpassen van het stadshart, het stationsgebied en Lelystad Oost (IGLO). We willen meer samenhang tussen diverse ambities op het gebied van bereikbaarheid, woningbouw en bedrijvigheid aanbrengen. Dat vraagt om een integrale aanpak. Daarom starten we een netwerkstudie, waarbij het functioneren van het hele verkeerssysteem onderzocht wordt. De input voor het doen van deze netwerkstudie is uiteraard niet alleen verkeerskundig. Deze wordt gevoed vanuit het proces van de omgevingsvisie 2.0.

1. Hoofdopgave Bereikbaarheid

We streven naar een integrale verkeersoplossing voor het Stationsgebied. Daarnaast zetten we extra in op verkeersveilige inrichting van schoolomgevingen en een veilig fietsnetwerk. We investeren in een structurele verbetering van de kwaliteit van de fietspaden. Daarbij past de ambitie om in 2026 bij de beste fietssteden van Nederland te horen. Ieder kind in Lelystad heeft recht op veilig en kwalitatief goed onderwijs en onze inspanningen zijn erop gericht dat te bieden. Lelystad gaat voor variëteit van onderwijs op alle niveaus. Samen met de raad en de schoolbesturen gaan wij voor de kwaliteit van het onderwijs. Onder andere door in te zetten op nieuwbouw- en renovatie van schoolgebouwen binnen het primair onderwijs en het aantrekken van nieuwe onderwijsvormen binnen onze stad. Keuzevrijheid is belangrijk, net als het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaters. Daar zetten we op in, want Lelystad is een stad waar je wilt leren en studeren.

2. Hoofdopgave Onderwijs

Voor het eerst is Natuur prominent in het raadsakkoord opgenomen. Dat is een logisch gevolg op de gekozen koers waarbij Lelystad als Hoofdstad van de Nieuwe Natuur wordt gepositioneerd. Een eerste stap is het meer integraal en programmatisch ontwikkelen van natuur, wat bijdraagt aan een eenduidige profilering. Deze opgave heeft veel raakvlakken met andere hoofdopgaves, zoals wonen, economie, stedelijke vernieuwing en voorzieningen.

3. Hoofdopgave Natuur

Vooral de koppeling met de versnellingsopgave van de woningbouw verdient aandacht. Het programma krijgt vorm door de nieuw op te stellen Agenda Natuur én onder andere onderdelen als ontwikkeling

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

3

Kenniscentrum Nieuwe Natuur, de verdere ontwikkeling van Nationaal Park Nieuw Land en het streven naar een plek in de top-5 van de groenste gemeenten van Nederland in 2026. Lelystad is een fantastische stad om in te werken en daar willen we gebruik van maken. Door het toevoegen van werkgelegenheid en het optimaal benutten van de mogelijkheden die Lelystad heeft als logistiek cluster. De economie van de toekomst is een circulaire economie, met name daar waar het gaat om de maakindustrie. Wij gaan hoogwaardige technische en logistieke bedrijven aantrekken om zich in onze stad te vestigen. En dat kan, want Lelystad barst van ambitie en de mogelijkheden.

4. Hoofdopgave Economie

Er wordt een aantrekkelijk ondernemersklimaat gecreëerd, met een optimale dienstverlening vanuit de gemeente. Ondernemers moeten in staat worden gesteld te doen waar ze goed in zijn en dat is ondernemen. De beschikbaarheid van aantrekkelijke werklocaties is daarbij belangrijk. Er is voldoende aanbod binnen onze stad, en als uitbreiding of aanpassing noodzakelijk is, dan zijn we in staat om hierop in te spelen. Lelystad heeft het, maar nog niet iedereen weet het. We gaan ervoor zorgen dat in de nabije toekomst iedereen Lelystad kent als een stad waar het goed verblijven en recreëren is. Lelystad heeft het: wonen, werken, verblijven en recreëren. Lelystad is een stad voor iedereen en in Lelystad is het prettig wonen voor jong en oud. Dit realiseren we samen door de woningbouw te versnellen; onder meer door de woningbouwprogrammering aan te laten sluiten bij de behoefte van verschillende doelgroepen, waardoor het aantrekkelijker wordt om in Lelystad te gaan wonen. We zorgen in Lelystad voor gevarieerde wijken, waarbij verschillende prijsklassen en woningcategorieën evenwichtig vertegenwoordigd zijn. Lelystad is aantrekkelijk voor iedereen en daarom hebben wij de ambitie om ten minste 1.400 woningen per jaar te bouwen.

5. Hoofdopgave Wonen

We zetten in op vergroting van het woongenot van huidige inwoners. Oudere wijken worden gerevitaliseerd, zodat ook deze weer voldoen aan de eisen van deze tijd. Lelystad is bij uitstek -de- plek om te wonen. Maatschappelijke voorzieningen versterken de stedelijk functies en dragen bij aan een gezonde, fitte en aantrekkelijke samenleving. Ze bevorderen de maatschappelijke participatie en de zelfredzaamheid van inwoners en daarom is het belangrijk in te zetten op het behouden- en versterken van deze maatschappelijke voorzieningen. Activiteiten op het gebied van zorg, welzijn, cultuur en sport zijn voor een stad als Lelystad van groot belang.

6. Hoofdopgave Voorzieningen

De stad beschikt over een breed georiënteerd cultureel aanbod en voldoende sportvoorzieningen ten behoeve van de inwoners. Er wordt ingezet op een bredere culturele infrastructuur, passend bij een stad die groeit naar 100.000 inwoners. Toegankelijk in elke wijk en op maat georganiseerd. Cultuur meer in de wijken brengen is een opmaat daartoe. Ook worden verouderde sportvoorzieningen vervangen en komen er sportvoorzieningen bij. Inwoners worden gestimuleerd om meer te bewegen. We werken samen met de provincie 7. Hoofdopgave Stedelijke vernieuwing Flevoland en het Rijk aan een belangrijke groeiopgave om een duurzame, financieel zelfstandige stad te worden. Een stad die in balans is en waarin het voorzieningenniveau en de werkgelegenheid meegroeien mee met de stad. Om deze ontwikkeling vorm te geven willen we de bestaande relatie met de MRA versterken en de samenwerking blijven zoeken met Rijk en provincie Flevoland. We maken ons bestuurlijk hard voor een integrale én kwalitatieve groei, die past bij het bouwen aan een samenleving. We gaan de bestaande stad versterken met o.a. een aantrekkelijk en groen Stadshart inclusief een vernieuwd stationsgebied. De kustontwikkeling is essentieel, voor woningbouw, de economische

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

4

ontwikkeling en het vergroten van de aantrekkelijkheid van onze stad. Daarbij hebben we extra aandacht voor de verbinding met het Stadshart en goede ontsluiting via weg en water. De komende jaren zijn bij stedelijke vernieuwing de vier majeure duurzaamheidsdoelstellingen onderdeel van de ontwikkelingen. De start van de energietransitie in de wijken vallend onder fase 1; het bereiken van een klimaatadaptieve woonomgeving; het verder implementeren van circulair/biobased materiaalgebruik en bouwmethodieken en verweving van stad en natuur. Iedereen in Lelystad moet mee kunnen doen. We bundelen de krachten met onze inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers om alle inwoners perspectief te bieden. Daarom wordt er een brede Maatschappelijke Agenda opgezet. We willen dat al onze inwoners een kansrijk leven kunnen leiden. Daarom zetten we onder andere in op het tegengaan van armoede en schulden met specifieke aandacht voor kinderen.

8. Hoofdopgave Sociaal domein

We spannen ons in om de gevolgen van de toegenomen energieprijzen en inflatie te verzachten voor huishoudens met een laag inkomen. Bij jeugdhulp wordt extra ingezet op het ondersteunen van ouders die hulp nodig hebben bij het opvoeden en op (vroeg)signalering en preventie. Verder zetten we in op het bevorderen van een gezonde leefstijl, versterken van het vrijwilligerswerk en het voorkomen van eenzaamheid. Wij staan voor veiligheid en een prettige leefomgeving. Dit betekent dat het goed leven is in de wijken van Lelystad. Het beperken van overlast en (straat)intimidatie wordt daarom hoog op de agenda gezet, waarbij kwetsbare groepen nadrukkelijk de aandacht hebben. Knelpunten in de wijken worden besproken en – samen met de bewoners – opgelost. Gesprekken tussen bewoners, politie, gemeente en wijkraden over veiligheid in de buurt worden actief gestimuleerd en ondersteund.

9. Hoofdopgave Openbare orde en veiligheid

Handhaving wordt verbeterd door informatie gestuurd te gaan werken. Stadstoezicht is zichtbaar op straat en handhaving wordt afgestemd op de concrete behoefte en inzet is doelgroepgericht. Criminaliteit wordt aangepakt. Wij weten wat er speelt in de stad en in onze regio. Dit vraagt om passende inzet, grote alertheid, en regionale samenwerking. Wanneer dit nodig is – en effectief bijdraagt – kan cameratoezicht worden ingezet. We moeten voorkomen dat jongeren (verder) afglijden in de criminaliteit, dus daar zetten we op in. Om te voorkomen dat jongeren belanden in de ondermijnende criminaliteit zetten we in op rehabilitatie. We bieden hen perspectief middels scholing en uitzicht op werk. Het uitgangspunt bij het opstellen van een programmabegroting is dat er sprake moet zijn van structureel en reëel begrotingsevenwicht. Structureel in evenwicht wil zeggen dat jaarlijks terugkerende lasten worden gedekt door jaarlijks terugkerende baten. Reëel in evenwicht wil zeggen dat de achterliggende prognoses en aannames realistisch en haalbaar moeten zijn. Zoals zichtbaar is in het financieel perspectief 2023 – 2026 is er op dit moment sprake van een structureel tekort met ingang van 2026. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de eerste drie jaren van het financieel perspectief wel structureel in evenwicht zijn.

In de aankomende jaren

Het is een weloverwogen keuze geweest om jaarschijf 2026 vooralsnog met een tekort te laten eindigen. Er lopen een aantal discussies met het Rijk over de gemeentelijke financiën en het is goed mogelijk dat er via die weg tot een oplossing gekomen wordt. Zonder daarbij aan wensdenken te doen, acht het college deze lijn in de huidige context goed verdedigbaar. Dat geeft tijd om toe te werken naar een oplossing en het voorkomt dat er op korte termijn bezuinigingen worden ingeboekt, die wellicht – achteraf gezien – niet nodig blijken te zijn. De ontwikkelingen zullen in de komende jaren goed in de gaten gehouden worden. In het geval het alsnog noodzakelijk is om op termijn ombuigingen door te voeren willen we daar op dat moment de tijd voor nemen om met elkaar afgewogen keuzes te kunnen maken.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

5

2.

Leeswijzer

De programmabegroting is opgesteld conform de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Zo is de financiële begroting ingedeeld op basis van de bij ministeriële regeling voorgeschreven ‘taakvelden’, wordt er inzicht gegeven in diverse financiële kengetallen en is er een bijlage opgenomen waarin de wettelijk verplicht op te nemen beleidsindicatoren inzichtelijk zijn gemaakt. Deze voorschriften over hoe de programmabegroting en jaarstukken moeten worden opgebouwd zorgen voor uniformiteit. Het idee achter deze voorschriften is dat gemeenten met elkaar vergeleken moeten kunnen worden. Door dezelfde regels te hanteren wordt er immers minder ruimte gelaten voor interpretatie door individuele gemeenten. Zoals zichtbaar is in de inhoudsopgave bestaat deze programmabegroting uit een beleidsbegroting en een financiële begroting, plus een aantal bijlagen. Hieronder worden de daarin opgenomen hoofdstukken kort toegelicht. De beleidsbegroting is opgebouwd uit de volgende drie afzonderlijke onderdelen: 3.1 Taakvelden De totale gemeentebegroting is onder te verdelen in clusters (0 tot en met 8), waarbij ieder cluster weer is opgebouwd uit een aantal samenhangende taakvelden (in totaal 67). Binnen dit onderdeel wordt voor ieder taakveld afzonderlijk inzicht geboden in: a) b) c) d) e) f)

de bijbehorende begrote baten en lasten in de periode 2023 – 2026; de verantwoordelijke portefeuillehouder(s) en de relatie met de hoofdopgaven uit het raadsakkoord; het antwoord op de vraag of dit taakveld onderdeel uitmaakt van de begrotingsmonitoren 2023; de aard van deze activiteiten (wettelijk / gemeentelijk), met daaruit afgeleid een duiding van de beïnvloedbaarheid van deze baten en lasten; de activiteiten die samenhangen met de inzet van deze baten en lasten en wat daarmee beoogd wordt te bereiken; de aan het taakveld gerelateerde beleidsnota’s en indien van toepassing de vermelding van aan dit taakveld verbonden partijen (alleen indien er zowel een bestuurlijk- als financieel belang aanwezig is).

3.2 Paragrafen De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de gemeentebegroting. Zaken als de gemeentelijke bedrijfsvoering, de financiering en het beleid omtrent de onderhoud van kapitaalgoederen lopen dwars door de hierboven beschreven taakvelden heen. Dit is ook de reden dat het BBV gemeenten verplicht dit type informatie in afzonderlijke paragrafen uit te werken.

De financiële begroting is opgebouwd uit de volgende drie afzonderlijke onderdelen: 4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting Binnen dit hoofdstuk wordt er een weergave gegeven van het totaal aan baten en lasten van alle taakvelden bij elkaar opgeteld. De bij het opstellen van de totale gemeentebegroting gehanteerde grondslagen worden daarbij kort uiteengezet. De beginstand van het financieel perspectief in de jaren 2023 en verder sluit aan bij de eindstand van de programmabegroting 2022 – 2025. De eindstand van de programmabegroting 2023 – 2026 zoals hier gepresenteerd is inclusief doorwerking van de door de gemeenteraad vastgestelde begrotingsbijstellingen.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

6

4.2 Voorgestelde begrotingsbijstellingen Binnen dit hoofdstuk worden alle voorgestelde bijstellingen op de begroting en meerjarenraming uiteen gezet. Dit zijn bijstellingen ten opzichte van het hierboven genoemde eindstand van de programmabegroting 2022 – 2025. Deze bijstellingen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: A. B. C. D. E.

Onontkoombaar / actualisaties Loon- en prijsontwikkeling Gemeentefonds Raadsakkoord Overig

Na verwerking van de voorgestelde begrotingsbijstellingen is er sprake van structureel en reëel begrotingsevenwicht in de jaren 2023, 2024 en 2025. In het jaar 2026 is er op dit moment sprake van een structureel tekort. Gezien de huidige context – en de gesprekken die nog lopen met het Rijk – wordt het verdedigbaar geacht deze jaarschijf op dit moment te laten eindigen met een tekort. Mocht in de loop van aankomend jaar blijken dat dit tekort niet wordt opgelost vanuit extra rijksbijdragen zal een zorgvuldig proces worden opgestart om te bepalen welke ombuigingen met ingang van 2026 geeffectueerd moeten worden. 4.3 Voorgestelde inzet incidentele middelen Zoals ook in de bestuurlijke boodschap en in de passage hierboven al staat verwoord is er incidentele ruimte aanwezig om de ambities uit het raadsakkoord van dekking te voorzien. Op dit moment is er zo’n €21,4 miljoen aan onbeklemde ruimte beschikbaar in de reserve ontwikkeling stad. Naar verwachting zal dit bedrag in de aankomende jaren verder toenemen als gevolg van incidentele opbrengsten. In dit hoofdstuk wordt de raad gevraagd de gereserveerde middelen uit het raadsakkoord beschikbaar te stellen voor de uitvoering / te reserveren in afwachting van een nader op te stellen uitwerking.

4.4 Per amendement ingevoegde besluitpunten Op basis van de besluitvormende raadsvergadering zijn een aantal oorspronkelijk voorgestelde besluitpunten geamendeerd. Het effect van deze amendementen is zichtbaar gemaakt in voorgaande hoofdstukken. Daarnaast zijn er op basis van de aangenomen amendementen ook een aantal nieuwe besluitpunten toegevoegd. De per amendement ingevoegde besluitpunten zijn in dit hoofdstuk inzichtelijk gemaakt. De amendementen zelf zijn opgenomen in bijlage 4. 4.5 Uiteenzetting financiële positie Binnen dit hoofdstuk wordt ingegaan op de gemeentelijke balans. Er wordt inzicht geboden in de gemeentelijke reservepositie en de voorzieningen. Dit hoofdstuk heeft een relatie met de paragraaf Inter Bestuurlijk Toezicht (IBT), waarin wordt ingegaan op diverse financiële ratio’s en kengetallen (aan de hand van de drie pijlers: begrotingsevenwicht, weerstandsvermogen en schuldpositie). Bijlagen In deze programmabegroting zijn enkele bijlagen opgenomen. Bijvoorbeeld de bij ministeriële regeling verplicht op te nemen beleidsindicatoren per taakveld (aangevuld met lokale beleidsindicatoren) en diverse overzichten op het gebied van subsidieverstrekking. Na besluitvorming zijn in bijlage 4 de aangenomen amendementen – en in bijlage 5 de aangenomen moties opgenomen.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

7

3.

Beleidsbegroting

3.1

Taakvelden

0. Bestuur en ondersteuning De taakvelden binnen het cluster ‘0. Bestuur en ondersteuning’ dragen bij aan de uitvoering van de inhoudelijke taakvelden, die onderdeel uitmaken van de verderop beschreven clusters 1 tot en met 8. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2023 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

8

0. Bestuur en ondersteuning (Bedragen x €1.000)

Lasten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer ov. gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet‐woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VPB) Totaal Lasten Baten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer ov. gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet‐woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VPB) Totaal Baten Eindtotaal

0. Bestuur en ondersteuning (mutaties reserves) (Bedragen x €1.000)

Lasten 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Totaal Lasten Baten 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Totaal Baten Eindtotaal

2023

2024

2025

2026

‐4.436 ‐3.823 ‐881 ‐32.513 504 ‐1.665 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐14.748 ‐ ‐57.563

‐4.374 ‐3.820 ‐881 ‐32.091 461 ‐1.665 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐16.073 ‐ ‐58.443

‐4.350 ‐3.820 ‐881 ‐31.179 297 ‐1.665 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐14.667 ‐ ‐56.265

‐4.350 ‐3.811 ‐881 ‐30.412 246 ‐1.665 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐15.553 ‐ ‐56.427

82 982 899 309 797 12.757 15.333 2.190 621 195.800 ‐ ‐ 229.769 172.205

82 982 899 309 786 12.757 15.333 2.190 621 197.966 ‐ ‐ 231.924 173.481

82 982 899 309 774 12.757 15.333 2.190 621 197.583 ‐ ‐ 231.529 175.264

82 982 899 309 774 12.757 15.333 2.190 621 186.358 ‐ ‐ 220.304 163.878

2023

2024

2025

2026

‐3.553 ‐94 ‐3.647

‐1.824 ‐457 ‐2.281

‐1.074 ‐2.686 ‐3.760

‐1.084 7.298 6.214

13.561 ‐ 13.561 9.914

8.507 ‐ 8.507 6.227

4.748 ‐ 4.748 988

4.092 ‐ 4.092 10.307

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

9

Bedrag x €1.000

0.1

Bestuur

Lasten Baten

Hoofdopgave raadsakkoord: A.E.H. Baltus Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Nee

2023 -4.436 82

2024 -4.374 82

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

2025 -4.350 82

2026 -4.350 82

Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]

Context Op basis van artikel 6 van de gemeentewet is het voor een gemeente verplicht om een gemeenteraad, een college en een burgemeester te hebben. Daarnaast verplicht de gemeentewet iedere gemeente om een rekenkamer of een rekenkamerfunctie vorm te geven (artikel 81a t/m 81k en artikel 182 t/m 185). Verder is het in de gemeentewet de verplichting een griffie te hebben (artikel 107 t/m 107e gemeentewet). Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten opgenomen die direct verband houden met de gemeentelijke bestuursorganen en de directe ondersteuning daarvan: - Het college van burgemeester en wethouders; - De gemeenteraad en de raadscommissies; - De ondersteuning en advisering van de raad in de vorm van een griffie; - De lokale rekenkamer; - Landelijke- en regionale bestuurlijke samenwerkingsverbanden (Vereniging van Nederlandse Gemeenten, G40, Platform 31) De beïnvloedbaarheid van de lasten binnen dit taakveld is vrij beperkt. Z is het aantal raadsleden wettelijk voorgeschreven, evenals de hoogte van de bijbehorende vergoeding voor het raadswerk. De lasten behorende bij het college staan in direct verband met het aantal collegeleden. De lasten behorende bij de raad staan in direct verband met het aantal raadsleden, fracties en fractieassistenten.

Met ingang van de deze bestuursperiode is het aantal raadsleden toegenomen van 35 naar 37 in verband met het bereiken van de grens van 80.000 inwoners. Wat gaan we daarvoor doen? De wijze waarop het gemeentebestuur met elkaar omgaat is van grote invloed op het imago en de bestuurskracht. Om het samenspel te verbeteren zijn er in het raadsakkoord een aantal afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over tijdige informatievoorziening en een duidelijke rolverdeling tussen raad en college. Onderliggende basis van deze afspraak is het onderlinge vertrouwen om samen resultaten voor de stad te boeken.

Gerelateerde beleidsnota's Gedragscode integriteit gemeenteraadsleden gemeente Lelystad Gedragscode integriteit collegeleden gemeente Lelystad Gedragscode integriteit ambtenaren gemeente Lelystad

Gerelateerde verbonden partijen -

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

10

Bedrag x €1.000

0.2

Burgerzaken

Hoofdopgave raadsakkoord: R. Broekema Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Lasten Baten

Nee

2023 -3.823 982

2024 -3.820 982

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

2025 -3.820 982

2026 -3.811 982

Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]

Context De gemeente voert een verscheidenheid aan wettelijke verplichtingen uit binnen dit taakveld. De uitvoering hiervan is georganiseerd binnen de Stadswinkel. Naast burgerzaken vormt het klantcontactcentrum een belangrijk onderdeel, dat uitvoering geeft aan de telefonische bereikbaarheid, informatieverstrekking en het opnemen en uitzetten van meldingen over de openbare ruimte. De informatiebalie is het eerste aanspreekpunt voor inwoners, bezoekers en ondernemers die een bezoek brengen aan het stadhuis en vervult daarmee een waardevolle en gastvrije rol in de gemeentelijke dienstverlening. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de uitvoering van de diverse wettelijk voorgeschreven burgerzakentaken. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten binnen dit taakveld is vrij beperkt, aangezien het de uitvoering van wettelijke taken betreft en een groot deel van de legesopbrengsten worden gemaximeerd door wettelijke bepalingen. Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet brengt de gemeente de kosten in rekening voor deze door de gemeente geleverde diensten, de zogeheten leges. Basistaken De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van diverse taken, zoals de uitgifte van rijbewijzen, reisdocumenten en het verlenen of intrekken van de Nederlandse nationaliteit.

Burgerlijke stand Op basis van het Burgerlijk Wetboek houdt de gemeente diverse registers bij. Daarnaast voeren we de daarbij behorende taken op onder andere het gebied van huwelijken, geboortes, overlijden en erkenningen uit. Het steeds verder digitaliseren van onze dienstverlening wordt ook hierin toegepast. Basisregistraties Burgerzaken is verantwoordelijk voor de Basisregistratie Personen verantwoordelijk. Dit betreft het bijhouden van persoonsgegevens, de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie, de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisregistratie. Verkiezingen Op basis van de Kieswet zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van verkiezingen voor de gemeenteraad, de provinciale staten, de Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement en de Waterschappen. Voor 2023 zijn de provinciale verkiezingen en de Waterschappen gepland. Wat gaan we daarvoor doen? Inwoners ervaren de dienstverlening van Burgerzaken als een klantgerichte en professionele organisatie, waarbij je veilig en betrouwbaar voor je diensten en producten terecht kunt. Burgerzaken staat de komende jaren voor grote veranderingen, waardoor het taakveld aan verandering onderhevig is.

Bij de vertaalslag van de systeemwereld naar de leefwereld van de burger, moet een balans worden gevonden in het spanningsveld van optimale dienstverlening en tegelijkertijd kwaliteit van persoonsgegevens, privacy, fraudebestrijding, juridisering en de toenemende digitalisering. Hier ligt de uitdaging om de dienstverlening anders in te richten en tegelijkertijd de persoonlijke benadering, naar een hoger plan te tillen. Dat vereist meer dan ooit hostmanship en vakmanschap. Om bovenstaande de komende jaren te realiseren gaan we aan de slag met de drie kernwaarden van onze visie op dienstverlening “samen, betrokken en duidelijk!” Door kritisch te kijken naar de huidige processen en de juiste keuzes te maken voor de middel- en lange termijn komen wij tot een optimale dienstverlening, digitaal waar dat kan, persoonlijk waar het moet. Gerelateerde beleidsnota's Leges verordeing 2023

Gerelateerde verbonden partijen -

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

11

Bedrag x €1.000

0.3

Beheer overige gebouwen en gronden

Hoofdopgave raadsakkoord: 7. Stedelijke Vernieuwing Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen S. Kruis Onderdeel begrotingsmonitor 2023: Nee

Lasten Baten

2023 -881 899

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

2024 -881 899

2025 -881 899

2026 -881 899

Gemeentelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]

Context Naast bouwgrond in exploitatie (taakveld 3.2 voor bedrijventerreinen en taakveld 8.2 voor niet-bedrijventerreinen) heeft de gemeente diverse andere gronden in eigendom. Dit zijn bijvoorbeeld gronden die zijn uitgegeven in erfpacht maar ook de niet in exploitatie genomen gronden. Wanneer geen sprake is van een grondexploitatie worden de bijbehorende lasten en baten die samenhangen met het bezit- en beheer van deze gronden binnen dit taakveld verantwoord. Wat willen we bereiken? Door middel van uitgifte in erfpacht in het verleden heeft de gemeente (ook op privaatrechtelijke wijze) grip gekregen op de ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast worden gronden die nog niet zijn bebouwd, als strategische grondvoorraad aangehouden om later eventueel in een grondexploitatie te worden opgenomen. Daarnaast wordt er binnen dit taakveld gestreefd naar een evenwicht tussen de opbrengsten uit verhuur en verpachting enerzijds en de daaraan gekoppelde beheerslasten anderzijds.

Wat gaan we daarvoor doen? Gronden die geen onderdeel uitmaken van een grondexploitatie vertegenwoordigen een waarde op de gemeentelijke balans binnen de categorie materiële vaste activa. De exploitatielasten - en de baten die samenhangen met het bezit - van het in beheer hebben van deze gronden zijn grofweg onder te verdelen in: Toegerekende rentelasten De gemeentelijke bezittingen zijn deels gefinancierd met vreemd vermogen, zo ook de gronden die zijn uitgegeven in erfpacht en de (bouw)gronden die nog niet zijn opgenomen in een grondexploitatie. Het BBV schrijft voor dat de kosten die hiermee samenhangen moeten worden toegerekend aan het bijbehorende taakveld. In dit geval worden de rentelasten die samenhangen met het in bezit hebben van deze gronden aan dit taakveld toegerekend via een omslagpercentage. Beheerslasten en -baten Naast de lasten die samenhangen met het in bezit hebben, heeft de gemeente ook een verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een doelmatig beheer van deze gronden. Daar waar mogelijk is, worden gronden verhuurd of verpacht, zodat er baten worden gerealiseerd. Op incidentele basis wordt er in bepaalde gevallen overgegaan tot verkoop van grond, wat resulteert in incidentele baten en vaak ook lasten (bijvoorbeeld in verband met de afwikkeling van een boekwaarde). Deze incidentele verkopen zijn niet op voorhand meerjarig te begroten.

De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten binnen dit taakveld is vrij beperkt, aangezien de lasten en baten sterk met elkaar samenhangen. Gerelateerde beleidsnota's -

Gerelateerde verbonden partijen -

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

12

Bedrag x €1.000

0.4

Overhead

Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Lasten Baten

Nee

2023 2024 2025 2026 -32.513 -32.091 -31.179 -30.412 309 309 309 309

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

Gemeentelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]

Context De bedrijfsvoeringskosten van de gemeente worden gedefinieerd als die kosten die niet direct zijn toe te rekenen aan de overige taakvelden binnen de gemeentebegroting. Het gaat hierbij om alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en medewerkers. Wat willen we bereiken? Het doel binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering is om een klimaat te realiseren waarin het vanzelfsprekend is dat iedereen voortdurend streeft naar verbetering van de werkprocessen en routines, met daarin het belang van de inwoners als uitgangspunt. Zoals ook in het raadsakkoord staat verwoord is het vertrekpunt te kijken naar mogelijkheden en niet naar onmogelijkheden. Daarnaast wordt er conform het uitvoeringsplan duurzaamheid verder gewerkt aan het verduurzamen van de organisatietaken en de bedrijfsvoering, onder andere door het bevorderen van duurzame inkoop. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt uitgebreider ingegaan op diverse andere aspecten die hierbij van belang zijn. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de bedrijfsvoeringskosten. Het gaat hierbij om de gemeente brede uitvoering van de volgende taken: - financiën, administratie, beheer, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; - personeel en organisatie; - onderzoek en statistiek; - de directie, teamleiders; - inkoop (incl.

aanbesteding en contractmanagement); - juridische zaken; - bestuurszaken en bestuursondersteuning; - informatievoorziening en automatisering (ICT); - facilitaire zaken en huisvesting, zoals de kapitaal- en onderhoudslasten van het stadshuis (incl. beveiliging); - documentaire informatievoorziening (DIV); In de afgelopen jaren is door middel van het opnemen van een stijgende taakstelling een reductie van de bedrijfsvoeringskosten in de begroting verwerkt. Met ingang van 2023 is de totale taakstelling ter grootte van €750.000 per jaar geëffectueerd. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten die resteert binnen dit taakveld is zeer beperkt en staat in direct verband met de omvang van de activiteiten die worden uitgevoerd binnen het primaire proces. Gerelateerde beleidsnota's -

Gerelateerde verbonden partijen Het Flevolands Archief (HFA)

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

13

Bedrag x €1.000

0.5

Treasury

Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Lasten Baten

Ja

2023 504 797

2024 461 786

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

2025 297 774

2026 246 774

Gemeentelijk [0%] [0%]

Context De gemeente heeft een deel van haar activa gefinancierd met vreemd vermogen en betaalt over deze aangetrokken leningen een vergoeding in de vorm van rente. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) stelt regels aan het financieringsgedrag van gemeenten, zodanig dat bijvoorbeeld de risico's op het gebied van renteschommelingen worden beperkt. Zo voorkomt de zogeheten 'kasgeldlimiet' dat gemeenten vooral leningen aantrekken met een korte looptijd (met over het algemeen een lagere rente) en verplicht de 'renterisiconorm' gemeenten om de herfinanciering van leningen te spreiden in de tijd. Wat willen we bereiken? Binnen de grenzen van de Wet FIDO wordt getracht de rentelasten zo laag mogelijk te houden, door maximaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet. Daarnaast wordt door middel van het spreiden van de leningenportefeuille in de tijd getracht het renterisico bij het herfinancieren van leningen zo klein mogelijk te houden. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de uitvoering van de treasuryfunctie: Rentelasten De te betalen rentelasten zijn onder te verdelen naar looptijd van de afgesloten lening.

Er zijn leningen afgesloten met een korte looptijd (korter dan één jaar, vaak met een relatief lage rente) en leningen met een langere looptijd (langer dan één jaar, waarbij over het algemeen geldt dat hoe langer de looptijd hoe hoger de rente). De rentelasten zijn voornamelijk afhankelijk van de benodigde financiering, wat weer een voortvloeisel is van de genomen raadsbesluiten in het verleden. Daarnaast bepalen de rentestanden van het moment van herfinanciering voor een groot deel in hoeverre het beschikbare budget toereikend is. Rentebaten en dividendopbrengsten De baten binnen dit taakveld komen enerzijds voort uit de rentebaten die de gemeente ontvangt als vergoeding van een aantal verstrekte leningen. Anderzijds ontvangt de gemeente dividendopbrengsten vanuit een viertal deelnemingen, te weten: Vitens, Huisvuilcentrale, Alliander en de Bank Nederlandse Gemeenten. De hoogte van de ontvangen dividendopbrengsten is afhankelijk van de bedrijfsresultaten van de genoemde deelnemingen. De directe beïnvloedbaarheid van deze lasten en baten is vrij beperkt, aangezien de gemeente gehouden is aan wet- en regelgeving en te maken heeft met een financieringsbehoefte die gebaseerd is op besluiten uit het verleden. Gerelateerde beleidsnota's -

Gerelateerde verbonden partijen NV Alliander NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) NV Vitens

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

14

Bedrag x €1.000

0.61 OZB woningen

Lasten Baten

2023 -1.665 12.757

0.62 OZB niet-woningen

Lasten Baten

2023 15.333

Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Ja

2024 -1.665 12.757

2025 -1.665 12.757

2026 -1.665 12.757

2024 15.333

2025 15.333

2026 15.333

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 100 % ]

Context Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de waardering van alle onroerende zaken in Nederland. Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bijv. een bedrijfspand), ontvangen ieder jaar een WOZ-beschikking van de gemeente. De WOZ-waarde in deze beschikking vormt de grondslag voor het heffen van belasting door de rijksoverheid, gemeenten en het waterschap. Daarnaast wordt de WOZ-waarde op meer terreinen gebruikt, bijvoorbeeld bij het bepalen van de maximale huur bij woningcorporaties. Wat willen we bereiken? In taakveld 0.61 zijn de lasten opgenomen die horen bij de uitvoering van de Wet WOZ. Het gaat hierbij om zaken als de waardering, de heffing en het uitvoering geven aan bezwaar en beroep. De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering en het Kadaster beheert het landelijke register van de door gemeenten vastgestelde WOZ waarden, als onderdeel van de Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken. In taakveld 0.61 zijn tevens de baten opgenomen vanuit de onroerendezaakbelasting (ozb) op woningen.

Samen met de baten vanuit de ozb op niet-woningen (taakveld 0.62) resulteert dit in een totale geraamde ozb opbrengst van afgerond €28 miljoen in 2023 (na verwerking van de in deze programmabegroting voorgestelde actualisatie voor de ontwikkeling van inflatie en het areaal). Wat gaan we daarvoor doen? De gemeente draagt zorg voor het leveren van WOZ-waarden van goede kwaliteit, waarbij alle onderdelen van het WOZwerkproces voldoen aan de door de Waarderingskamer gestelde kwaliteitseisen. Over de vastgestelde WOZ-waarden wordt overeenkomstig de verordening OZB belasting geheven waarmee inkomsten worden gegenereerd. De hoogte van de totale ozb opbrengst wordt jaarlijks in de kadernota aangepast voor de ontwikkeling van de inflatie en het areaal. Gerelateerde beleidsnota's Tarievennota 2023 (behandeling in de raad eind 2022)

Gerelateerde verbonden partijen -

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

15

Bedrag x €1.000

0.63 Parkeerbelasting Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Lasten Baten

P. van Dijk Nee

2023 2.190

2024 2.190

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

2025 2.190

2026 2.190

Gemeentelijk [0%] [ 0 % - 20 %]

Context In het kader van parkeerregulering biedt artikel 225 van de Gemeentewet gemeenten de ruimte om parkeerbelasting te heffen. In de jaarlijks te actualiseren verordening parkeerbelastingen Lelystad wordt hier concreet invulling aan gegeven. Deze opbrengsten moeten in samenhang worden bezien met de lasten, die onderdeel uitmaken van taakveld 2.2 parkeren. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de baten met betrekking tot de parkeerbelasting opgenomen. Naast de opbrengst uit de verkoop van parkeertijd in de garages, terreinen en het straat parkeren biedt de gemeente ook parkeerbundels, abonnementen en vergunningen aan. Daarnaast worden opbrengsten gerealiseerd vanuit opgelegde boetes (naheffingsaanslagen). De beïnvloedbaarheid van deze baten is beperkt als gevolg van prijselasticiteit. Wat gaan we daarvoor doen? Er wordt gewerkt aan een nieuw parkeerbeleidsplan. Deze verwachten wij eind 2022 ter besluitvorming te kunnen aanbieden. Dit parkeerbeleid heeft ook een aansluiting met hoe we om willen gaan met het parkeren in het stadshart. In Q1-2023 werken we daarom aansluitend op het nog vast te stellen parkeerbeleid een parkeerplan uit voor het stadshart. Waarbij er onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden en gevolgen van het eerste uur gratis parkeren en/ of het instellen van een parkeerschijfzone (blauwe zone).

Met deze uitwerking wordt er antwoordgegeven op een stedelijke vernieuwingsopgave uit het raadsakkoord. Gerelateerde beleidsnota's Parkeerverordening Lelystad

Gerelateerde verbonden partijen Coöperatie ParkeerService

0.64 Belastingen overig

2023 621

Bedrag x €1.000

Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Lasten Baten

Nee

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

2024 621

2025 621

2026 621

Gemeentelijk [0%] [ 100 % ]

Context Naast de belastingen die in de taakvelden hierboven worden genoemd biedt de Gemeentewet de ruimte om nog een aantal belastingen te heffen. In Lelystad is daaraan uitvoering gegeven door het heffen van: hondenbelasting (artikel 226), reclamebelasting (artikel 227) en de toeristenbelasting (artikel 224). Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de baten met betrekking tot de overige belastingen opgenomen. Het gaat hierbij om drie belastingen: Hondenbelasting De heffing van hondenbelasting (€ 321.000) is gemeentelijk beleid en de baten vallen onder de vrij te besteden algemene dekkingsmiddelen. De hoogte van de hondenbelasting is niet aan wettelijke normen gebonden en kent daarmee een hoge mate van beïnvloedbaarheid. Toeristenbelasting Met ingang van 2021 is in Lelystad toeristenbelasting ingevoerd. De heffing van toeristenbelasting (€ 300.000) is gemeentelijk beleid en de baten vallen onder de vrij te besteden algemene dekkingsmiddelen. De twee vormen van toeristenbelasting zijn: 1. Een ‘gewone’ toeristenbelasting voor het verblijf in hotels, pensions, (recreatie)woningen, tenten en caravans 2. Een watertoeristenbelasting voor het verblijf op vaartuigen in het gemeentelijk watergebied Op basis van de voorschriften uit het BBV horen de inkomsten uit de toeristenbelasting begroot te worden binnen taakveld 3.4.

Het raadsbesluit om deze middelen van taakveld 0.64 naar taakveld 3.4 over te hevelen volgt bij de decembernotitie 2022. Reclamebelasting Reclamebelasting wordt in Lelystad wel geheven, maar niet als algemeen dekkingsmiddel. De inkomsten zijn gelabeld aan de uitkering van een subsidie ten behoeve van het ondernemersfonds Stadshart (en maken geen onderdeel uit van dit taakveld). Gerelateerde beleidsnota's Legesverordening Lelystad 2023 (raadsbehandeling eind 2022)

Gerelateerde verbonden partijen -

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

16

Bedrag x €1.000

0.7

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeente

Hoofdopgave raadsakkoord: D. Grimbergen Portefeuillehouder(s): Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Ja

Lasten Baten

2023 2024 2025 2026 195.800 197.966 197.583 186.358

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

Wettelijk [0%] [0%]

Context Gemeenten beschikken over verschillende inkomstenbronnen, waarbij de bijdrage die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds veruit de grootste is. Over de inzet van deze middelen hoeft geen verantwoording te worden afgelegd aan de Rijksoverheid, maar de gemeente heeft uiteraard wel de verantwoordelijkheid om uitvoering te geven aan de wettelijke taken die in de overige taakvelden staan beschreven. Wat willen we bereiken? De middelen die overkomen vanuit het gemeentefonds zijn in principe vrij besteedbaar. Het door de raad vastgestelde uitgangspunt is dat rijksmiddelen die gekoppeld zijn aan een specifiek beleidsterrein daar ook voor worden ingezet. In deze programmabegroting worden om die reden de zogeheten taakgerelateerde mutaties doorvertaald in de gemeentebegroting. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de baten opgenomen die de gemeente ontvangt vanuit de verschillende uitkeringen uit het gemeentefonds: Algemene uitkering De algemene uitkering is de grootste uitkering uit het gemeentefonds. Het totale bedrag dat beschikbaar is voor alle gemeenten wordt verdeeld aan de hand van diverse maatstaven, vanuit het principe dat gemeenten bij gelijke tarieven een gelijkwaardig voorzieningenniveau moeten kunnen bieden.

Het verdeelmodel is globaal en kosten georiënteerd en houdt rekening met de belastingcapaciteit en de structuurkenmerken van de verschillende gemeenten. Het verdeelmodel is met ingang van 2023 herijkt en de invoering wordt in eerste instantie tot en met 2025 gefaseerd ingevoerd, inclusief een ingroeimodel. Voor Lelystad zal er uiteindelijk sprake zijn van een nadelig herverdeeleffect ter grootte van €60 per inwoner per jaar. Er zal echter nog vervolgonderzoek worden uitgevoerd in de aankomende jaren, wat maakt deze uitkomst nog kan wijzigen. Er wordt om die reden vooralsnog rekening gehouden met een nadelig effect dat oploopt tot €22,50 per inwoner per jaar in 2025 en verder. Dit op basis van het officiële ingroeipad zoals dat is gecommuniceerd in de meicirculaire 2022. De jaarlijkse ontwikkeling van de omvang van de algemene uitkering wordt vorm gegeven via de zogeheten 'trap op en trap af systematiek', waarbij het totaal beschikbare bedrag meebeweegt met de ontwikkeling van de brede rijksuitgaven. De krimp of groei van de algemene uitkering als gevolg van deze systematiek wordt het acccres genoemd en wordt ieder jaar in de mei- en septembercirculaire meerjarig geactualiseerd. De VNG heeft op 23 juni 2022 ingestemd met het voorstel van de fondsbeheerders om deze systematiek voor 2022, 2023, 2024 en 2025 te bevriezen voor wat betreft het volume-deel.

Daarmee is er ook duidelijkheid ontstaan over de methode voor het afsplitsen van het deel van het accres voor de compensatie van de loon- en prijsontwikkeling bij gemeenten. Naast bovenstaande ontwikkelingen lopen er diverse andere discussies omtrent de hoogte van de algemene uitkering die gemeenten uit het gemeentefonds ontvangen. Denk aan het al dan niet afschaffen van de zogeheten 'opschalingskorting', de discussie over de normeringssystematiek 'trap op / trap af' met ingang van 2026 en de onderzoeken naar tekorten binnen de Jeugdzorg en de Wmo. Voor zover de septembercirculaire 2022 duidelijkheid biedt over deze ontwikkelingen is het betrokken bij de bijstelling van het financieel perspectief 2023 - 2026. Op het moment dat er op een later moment meer duidelijkheid ontstaat worden de effecten betrokken in de gemeentelijke p&c cyclus. Integratie uitkeringen De integratie uitkeringen zijn gekoppeld aan de uitvoering van specifieke taken, maar de gemeente hoeft geen verantwoording af te leggen over de besteding. Op termijn is het de bedoeling dat dit type uitkeringen worden geïntegreerd binnen de algemene uitkering en dus niet langer afzonderlijk zijn te onderscheiden. Decentralisatie uitkeringen Decentralisatie utkeringen zijn vergelijkbaar met integratie uitkeringen, met als voornaamste verschil dat overheveling naar de algemene uitkering geen doel op zich is.

Met ingang van 2019 wordt de zogeheten ICL uitkering ook uitgekeerd via deze weg en vormt daarmee veruit de grootste decentralisatie uitkering. Gerelateerde beleidsnota's -

Gerelateerde verbonden partijen -

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

17

Bedrag x €1.000

0.8

Overige baten en lasten

Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Lasten Baten

Nee

2023 2024 2025 2026 -14.748 -16.073 -14.667 -15.553 -

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

Gemeentelijk [0%] [0%]

Context Dit taakveld heeft een technisch karakter en bevat alle baten en lasten die niet toe te rekenen zijn aan de overige specifieke taakvelden in de gemeentebegroting. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de volgende concern brede begrotingsonderdelen: Stelposten en taakstellingen Stelposten zijn reserveringen die in een later stadium worden doorvertaald naar de overige taakvelden, in afwachting van nadere informatie (zo is er een stelpost voor lonen / sociale lasten, kapitaallasten, financiële verschillen en frictie). Taakstellingen zijn nog te concretiseren bezuinigingen, die niet rechtstreeks te koppelen zijn aan één of meerdere taakvelden en om die reden centraal worden geadministreerd. Onvoorzien Voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare lasten, die ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet waren voorzien is er een structureel budget beschikbaar van €50.000. Voormalig personeel De gemeente is eigenrisicodrager voor de WW, wat betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor de WW-uitkering van werkzoekende ex-medewerkers en verplicht zijn hen aantoonbaar te begeleiden bij het vinden van een passende baan. Bijbehorende kosten zijn in de begroting voorzien, zijn niet toe te delen aan een van de overige taakvelden en maken om die reden eveneens onderdeel uit van dit taakveld.

De lasten binnen dit taakveld zijn zeer beperkt beïnvloedbaar en hebben een min of meer onontkoombaar karakter. Gerelateerde beleidsnota's -

Gerelateerde verbonden partijen Bedrag x €1.000

0.9

Vennootschapsbelasting (VpB)

Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Lasten Baten

Nee

2023 -

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

2024 -

2025 -

2026 -

Wettelijk [0%] [0%]

Context Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor wat betreft de vennootschapsbelasting (Vpb). Gemeenten dienen binnen dit taakveld een raming te maken van de fiscale winst, die per saldo wordt gerealiseerd op ondernemersactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar, na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. Over het boekjaar 2020 is voor het eerst sprake van feitelijk te betalen vennootschapsbelasting voor een bedrag van €119.871. De aanslag komt ten laste van het boekjaar 2022 en zal worden gedekt uit het resultaat grondexploitaties 2022. Ook voor de daaropvolgende jaren zal, op basis van de huidige inzichten, sprake zijn van te betalen vennootschapsbelasting. Per boekjaar is de hoogte van het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting moeilijk in te schatten. Dit als gevolg van wijzigende omstandigheden zoals: ontwikkelingen in de markt (vraag, prijsontwikkeling en bouwcapaciteit), het beleid van de belastingdienst, wetgeving en jurisprudentie.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

18

Bedrag x €1.000

0.10 Mutaties reserves Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Lasten Baten

Nee

2023 -3.553 13.561

2024 -1.824 8.507

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

2025 -1.074 4.748

2026 -1.084 4.092

Gemeentelijk [0%] [0%]

Context Op dit taakveld worden alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves begroot- en vervolgens dienovereenkomstig geboekt, op basis van in het verleden genomen raadsbesluiten. Het betreft hier de technische verwerking van de reservemutaties binnen alle andere taakvelden, met uitzondering van taakveld '0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten'. Gerelateerde beleidsnota's Nota reserves en voorziening 2019

Gerelateerde verbonden partijen -

Bedrag x €1.000

2023 -94 -

0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

Lasten Baten

Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023:

Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:

Nee

2024 -457 -

2025 -2.686 -

2026 7.298 -

Wettelijk [0%] [0%]

Context Op dit taakveld wordt het begrotingssald van alle andere taakvelden begroot- en geboekt, inclusief de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Het betreft hier de technische verwerking van het begrote resultaat over de gehele gemeentebegroting: het saldo van baten en lasten binnen dit taakveld komt overeen met de eindstand van de programmabegroting 2022 - 2025 (na raadsbehandeling).

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

19

1. Veiligheid De taakvelden binnen het cluster ‘1. Veiligheid’ hebben betrekking op crisisbeheersing en brandweer, openbare orde en veiligheid. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2023 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=d90821c0-476c-48d3-a4a3-7f3061774854